Posts tonen met het label KB. Alle posts tonen
Posts tonen met het label KB. Alle posts tonen

zondag 15 juni 2025

Over Eppo, Mariëlle, Erna en Adriaan

In 24 uur kan veel gebeuren. En dat maakte ik woensdag en donderdag mee. Woensdag vond een algemene ledenvergadering plaats van de Vereniging van Openbare Bibliotheken en daags erop een groot bibliotheekcongres waar maar liefst 1.200 bibliotheekcollega's aanwezig waren. Als je weet dat het er in totaal 8.000 mensen een betaalde baan hebben in het bibliotheekwerk, kan bijna verbaasd zijn dat de bibliotheken open waren op donderdag. Kortom, we maakten ons weer lekker druk.

Maar terwijl de ledenvergadering en het congres plaats vonden, vonden de belangrijkste zaken misschien wel plaats buiten die twee toogdagen. Ik neem u mee naar de buiten- en binnenwereld van iets meer dan 24 uur bibliotheekwerk.  

Woensdag 11 juni, 11 uur: € 50 miljoen structureel voor Bibliotheek op school en Boekstart

Wie zijn oor te luisteren legde in de wandelgangen, wist dat dit nieuws er aan zat te komen: structurele financiering voor Bibliotheek op school  en Boekstart.  Minster Eppo Bruins en staatssecretaris Mariëlle Paul maakten dat rond 11 uur op woensdag bekend op de St. Antonius Mavo in Gouda. Goed en noodzakelijk nieuws want de huidige impulsregeling liep nog tot 2026. Ronkende persberichten uiteraard. Maar heeft u de brief ook al gelezen die daar bij hoort? Nee? Dat treft. Dat deed ik wel en daar zijn toch wel wat interessante zaken in te ontdekken. 

In de brief geven minister en staatssecretaris aan hoe het bedrag beschikbaar zal komen:

Er worden structurele middelen beschikbaar gesteld uit zowel het onderwijs- als het cultuurbudget. In 2026 wordt er €10 miljoen beschikbaar gesteld vanuit de onderwijsbegroting om de huidige subsidieregeling, die einde schooljaar 2025/2026 afloopt, met een half jaar te verlengen tot eind 2026. In 2027 is er € 38 miljoen beschikbaar vanuit de onderwijsbegroting; vanaf 2028 gaat het jaarlijks om €50 miljoen. ... 

Daarnaast wordt al sinds 2008 jaarlijks € 3,35 miljoen uit het cultuurbudget geïnvesteerd in de professionalisering van dBos. Deze middelen worden gebruikt voor het opleidingsaanbod voor leesconsulenten en taalcoördinatoren en voor kennisdeling, monitoring en onderzoek.
De huidige regeling die tot einde schooljaar 2025/2026 loopt wordt dus met een half jaar verlengd. In 2027 stijgt dit dan naar € 38 miljoen en in 2028 naar € 50 miljoen. Het bedrag moet verdeeld worden over bibliotheken en onderwijs. Beide de helft. Dat betekent in 2027 een bedrag van € 19 miljoen en vanaf € 2028 een bedrag van € 25 miljoen voor bibliotheekwerk. De hele snelle rekenaars zien dat hiermee in 2027 even een lichte daling optreedt. De impulsregeling voorziet tot en met 2026 in een bijdrage van ongeveer € 24 miljoen per jaar. Maar goed, een kniesoor die daarover valt want die structurele financiering is echt fijne borging. Overigens adviseerde Kwink destijds nog wel een hoger bedrag maar laten we eerst maar eens laten zien dat we dit goed laten landen. Want in een sector die jaarlijks € 500 miljoen omvat, is € 25 miljoen extra een flinke stap vooruit.

Dat het onderwijs ook een bijdrage krijgt, is ook heel waardevol. Het mooiste is natuurlijk om als bibliotheek en onderwijs dan samen plannen te maken en zo de middelen bij elkaar te leggen. Freddy Weima, voorzitter van de PO-raad - die ik mocht interviewen op het congres - gaf aan dat hij graag samen met de bibliotheeksector optrekt. Dat biedt mooie perspectieven. 

Bibliotheek op school en Boekstart worden een plicht voor bibliotheken

Terug naar de brief. Over elk woord in een Kamerbrief is nagedacht. En hoewel de brief niet lang is, kun je toch makkelijk aan het volgende zinnetje voorbij lezen. Het staat ook bijna aan het eind:
Scholen kunnen ervoor kiezen om (een deel van) de gerichte bekostiging te besteden aan dBos. Bibliotheken moeten de structurele financiering inzetten om de samenwerking met het funderend onderwijs en/of de pabo, het mbo en de kinderopvang (BoekStart) voort te zetten. 
Scholen krijgen dus nog enige vrijheid voor de inzet. Dat zal met de vrijheid van onderwijs te maken hebben. Maar bibliotheken krijgen die vrijheid niet: het moét besteed worden aan Bibliotheek op school en Boekstart. En omdat elke bibliotheek geld gaat krijgen, moet dus ook elke bibliotheek het gaan doen. De minister wil het dus echt afdwingen: het is moeten. Hoe doe je dat? Een extra regeling of een wettelijke taak? En ik ben ook wel benieuwd hoe die financiering dan moet lopen om daarvoor te zorgen. Interessant om te blijven volgen.

Alle bij elkaar: Prachtig en noodzakelijk nieuws!. Hulde aan ieder die daar aan meegewerkt heeft bij ministerie, Stichting Lezen, VOB, SPN en KB.

Donderdag 12 juni 10 uur: Het bibliotheekcongres start: netwerkagenda gepresenteerd


Op donderdag 12 juni om 10 uur startte het bibliotheekcongres. Een bomvol Beatrix Theater in Utrecht. In het eerste uur presenteert Erna Winters de netwerkagenda van de sector. De netwerkagenda is een uitwerking van het bibliotheekconvenant en de bibliotheeksector geeft hierin aan hoe zij de ambities gezamenlijk waar gaan maken. Kort gezegd: het is het huiswerklijstje voor iedereen in de sector voor de komende jaren. De foto komt overigens uit de krant die direct na afloop van het congres verscheen. Als je het gemist hebt, wellicht toch aardig om doorheen te bladeren. Het is een mooie samenvatting van de dag. 

Donderdag 12 juni, 11 uur: De wetswijziging gaat gewoon door en gemeenten ga niet bezuinigen! 

Terwijl mijn 1.200 collega's bij het congres vervolgens na de gezamenlijke aftrap naar allerlei sessies gingen, startte in de Tweede Kamer het cultuurdebat. En ook daar werden nog wel wat opmerkingen gemaakt over bibliotheken. 

Ik geef u het fragment waarin minister Eppo Bruins antwoordt op de gestelde vragen over bibliotheken. 


De minister geeft in zijn beantwoording aan dat hij raadsleden van gemeenten oproept om colleges bij de les te houden als het gaat om de extra middelen voor bibliotheekwerk. De raad is de baas in de gemeenten en die moeten daar dus ook toe oproepen. En hij geeft aan dat hij de behandeling van de wetswijziging echt zo snel mogelijk wil doen maar dat het ook zorgvuldig moet. Daarin merk je wel dat er toch nog wel wat sleutelwerk is verricht na de internetconsultatie en dat dat tijd vraagt. De minister hoopt dat het wetsvoorstel voor de verkiezingen door de minsterraad is en dan naar de Raad van State kan. Na de verkiezingen kan het dan behandeld worden. Maar het onderwerp is geenszins controversieel zoals je aan alles hoort. Behandeling hoeft dus niet te wachten op een nieuw kabinet. Wie doortelt komt dan uit op een vroegste afronding in het eerste of tweede kwartaal van 2026. 1 juli 2026 lijkt mij nu dus de vroegste datum van invoering.

Met bovenstaande fragment bent u in drie minuten dus weer bij op de hoofdlijnen. Toch haal ik nog één ander fragment aan en dat is de inbreng van Mohandis (GroenLinks-PvdA). En dan gaat over gemeenten die wellicht toch willen bezuinigen op bibliotheekwerk. 


Mohandis roept in dit fragment, naar aanleiding van vragen van Koops (NSC), de kamer op om dit proces goed te volgen. Kamerleden gaan niet over lokale bezuinigingen maar hij gaf ook aan dat er zeer brede steun is om het geld goed te laten landen en dat de Kamer daar ook weer vragen en moties voor kan aannemen. En als voorbeeld... het extra geld voor Bibliotheek op school begon precies op die manier. De toegezegde bedragen moeten dus ook echt bij bibliotheken komen. Zijn pleidooi: 'De bibliotheek moet gezien worden als essentiële voorziening waar niet op moet worden bezuinigd.' 

Een zijlijn wellicht maar niet onbelangrijk is het volgende. De demping van het ravijnjaar - 2026 - voor gemeenten heeft dit kabinet nog keurig voor haar val in de Mei-circulaire verwerkt. Veel gemeenten die moesten bezuinigen, zouden hiermee dus extra lucht moeten krijgen. Altijd handig om te weten en te volgen. 
 
Donderdag 12 juni, 14.30 uur: De mens achter al het werk: Adriaan Langendonk

Allemaal mooi nieuws. En vooral in de buitenwereld, buiten het congres. En dan ga toch even terug naar die binnenwereld en het congres. Ik hoorde heel veel positieve geluiden. Veel mensen die blij waren dat het weer terug was. Veel complimenten voor de programmering en het mooie plein dat er bij zat. En de VOB had een mooie kaartenactie om onze collega's in de Verenigde Staten een hart onder de riem te steken. 

Zelf had ik het voorrecht om een aantal gesprekken te mogen leiden over de Bibliotheek op school. Het waren stuk voor stuk waardevolle en inspirerende ontmoetingen met mensen uit het onderwijs en de bibliotheekwereld — allemaal even bevlogen over leesbevordering.

Maar het allermooiste moment? Dat was zonder twijfel toen ik Adriaan Langendonk (Stichting Lezen en KB) in het zonnetje mocht zetten. Zie de foto boven. Ik loop al jaren met hem op en heb van dichtbij gezien hoe hij zich onvermoeibaar inzet voor programma’s als BoekStart en de Bibliotheek op school. Hij is echt een drijvende kracht achter deze belangrijke initiatieven.

Namens de directies van Stichting Lezen en de Koninklijke Bibliotheek kreeg hij een bijzondere en welverdiende onderscheiding: De Boekwijzer van Langendonk. Een prijs die zijn uitzonderlijke bijdrage aan leesbevordering eert — en die, heel passend, zijn naam draagt. Hij was natuurlijk de eerste die deze prijs in ontvangst mocht nemen. Een prachtig en ontroerend moment!

We hadden het over de buitenwereld en de binnenwereld van bibliotheekwerk. In de binnenwereld zijn we druk met onszelf. In de buitenwereld heeft men een mening over ons. En misschien is Adriaan juist wel zo'n schakel die die buiten- en binnenwereld zo noodzakelijk aan elkaar verbindt: scholen, bibliotheken, auteurs en politiek. De kracht van bibliotheekwerk is gelijk aan de kracht die we kunnen maken om die werelden te verbinden. 

Binnenwereld en buitenwereld verbinden. 

In 24 uur kan veel gebeuren. Er werd een ledenvergadering gehouden en 1.200 bibliothecarissen namen deel aan een mooi bibliotheekcongres. Enthousiasme alom. Er kwamen prachtige innovaties en inzichten voorbij. Innovaties en inzichten om de komende tijd in de praktijk te brengen.  Eén man kreeg zelfs een mooie prijs. 

Maar terwijl wij zo druk waren gebeurde in die 24 uur op twee plekken iets dat minstens evenveel impact heeft: structurele financiering voor Bibliotheek op school en Boekstart en met hoogste snelheid de wetswijziging nog steeds naar de Kamer. Een demissionaire minister op missie!

Er is een binnenwereld en een buitenwereld. En de kunst is die zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten. De buitenwereld heeft het deze week goed voor met ons. In de binnenwereld kregen we ons huiwerk uitgedeeld met de netwerkagenda. 

U bent weer bij en aan de slag!

zondag 13 oktober 2024

Het bibliotheekconvenant 2024-2027 in een notendop


Op elke basisschool en middelbare school een Bibliotheek op school. En de leeftijd van het gratis lidmaatschap omhoog naar bijvoorbeeld 27 jaar. Het zijn twee van de ronkende doelstellingen die in het nieuwe bibliotheekconvenant staan. Dat convenant werd afgelopen week, op donderdag 10 oktober, in de bibliotheek van Rijswijk ondertekend. Het persbericht kopte: 'Hoera, we hebben een nieuwe Bibliotheekconvenant!'. Mogen we inderdaad hoera roepen? Ik ging het voor u na en maakte een beknopte samenvatting. Die ziet u hierboven.  

Wat doet het convenant?

Het convenant is een inhoudelijke aanvulling op de bibliotheekwet. De wet regelt de stelselverantwoordelijkheid: het zegt wat elke overheidslaag moet doen om tot een goed bibliotheeknetwerk te komen. Maar het zegt weinig over de richting van die inspaning. In 2020 werd een eerste convenant opgesteld en zijn er drie maatschappelijke thema's benoemd waar de overheidslagen en bibliotheekpartners gezamenlijk willen oppakken. Die drie thema's zijn niet gewijzigd. Wel zijn er wat accentverschuivingen gekomen.

Verhoging leeftijd gratis lidmaatschap

In het vorige convenant werd bijvoorbeeld nog als doel opgenomen dat alle kinderen gratis lid zouden moeten zijn in Nederland. Medio 2022 is dat wettelijk verankerd en zijn alle kinderen tot 18 jaar wettelijk gratis lid. In het nieuwe convenant wordt benoemd dat het goed zou zijn deze leeftijd verder te verhogen. Steeds meer gemeenten maken hiervoor inderdaad afspraken met hun bibliotheken en verhogen die leeftijd van het gratis lidmaatschap tot 27 en soms zelfs 30 jaar. 

100% Bibliotheek op school

Ook de 100% dekking van Bibliotheek  op school  in zowel basisonderwijs als voortgezet onderwijs is een stevige aanscherping ten opzichte van het vorige convenant. Daar was toen sprake van inzetten op een leesoffensief en het doorontwikkelen van het voorkeursmodel van de Bibliotheek op school. Wellicht weet u nog dat er nog iets met rechthebbenden geregeld moest worden voor de Bibliotheek op school.  Dat was toen nog een belemmering. Ondertussen zijn er extra gelden van het ministerie van Onderwijs en breiden bibliotheken op volle kracht hun dienstverlening uit. 

De waarde van de bibliotheek als publieke ruimte en een rol in het versterken van de democratie

Ook de tekst dat 'de bibliotheek voor iedereen een openbare, neutrale en laagdrempelige leer-, ontmoetings- en ontwikkelplek moet zijn' geeft iets aan. Het benadrukt de hernieuwde aandacht voor de publieke ruimte die bibliotheken zijn en de rol die publieke ruimte heeft in het goed functioneren van een samenleving en een democratie.  Deze inzet sluit ook aan bij de SPUK-regeling waarbij gemeenten extra gelden konden aanvragen voor nieuwe vestigingen of verruiming van openingstijden. 

Dat goed functioneren van de samenleving zien we ook terug in een programmatische versterking van de thema's democratie en het burgerschap in het convenant.

Hoe maak je een convenant?

Ik heb de totstandkoming van het convenant vanaf de zijlijn gevolgd. Af en toe stuurde iemand eens een concept toe en ik hoorde hoe bibliotheekpartijen de voorbereiding deden. En daarna volgde de afstemming met Rijk, provincies en gemeenten. En telkens is het een beetje stoeien. Eerst om doelstellingen: die erin, die eruit en later nog op woordjes en punten en komma's. Ik heb doelstellingen zien sneuvelen en ik heb doestellingen overeind zien blijven staan. Criticasters kunnen zeggen dat het een gemiste kans is dat de zorgplicht niet nadrukkelijker gekoppeld is aan dit convenant. Of men kan zeggen dat een enkele doelstelling als vaag of enigszins cryptisch is. Maar over het geheel? Dit convenant typeert hoe we werken in een democratie: samen een weg vinden met oog voor veel standpunten. En ik denk dat we er onze handen wel vol aan  hebben de komende vier jaar.

Het vorige convenant telde elf pagina's, het nieuwe convenant nog maar zeven. Deels heeft dat te maken met het feit dat we minder hoeven uit te leggen waarom er een convenant is, deels is het echt puntiger geformuleerd en deels is het omdat er weinig beeldend wordt vormgegeven. 

Stap voor stap bouwen aan de toekomst

Stap voor stap kijken we hier naar hoe beleidsmatig de toekomst van het bibliotheekwerk wordt gebouwd. De afgelopen weken ging over het geld voor 2025 en volgende jaren. Nu is er het convenant en de volgende stap zal de consultatie van de bibliotheekwet worden. Ergens in de komende week zal ook die wel voorbij komen. En tot slot moet er nog iets met het normenkader van de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Het convenant en het normenkader zijn denk ik twee prima documenten om straks gemeentelijke meerjarenplannen op te bouwen.  

Vorige week stond ik stil bij de goede resultaten die de sector toonde. Ik zei toen dat het cijfers waren waarin je kon zien dat de sector zich voorbereid op een groeispurt. Wie het vorige convenant naleest ziet dat er veel gerealiseerd is. Dat geeft goede hoop dat dit nieuwe convenant één van de beleidsmatige documenten zal zijn die die genoemde groeisprong mogelijk gaat maken en richting zal geven. 

Het persbericht kopte: 'Hoera, we hebben een nieuwe bibliotheekconvenant'. En dat is geen holle kreet. Het is nu nog papier maar straks zal dit te zien en te voelen zijn in vele gemeenten en voor vele burgers. Want onze sector bestaat namelijk niet uit 'roepers' maar uit 'doeners'. Als er al iets geroepen wordt, gebeurt het ook bijna altijd. Kom daar eens om in onze samenleving van roepers.

Ook ik roep dus één keer: Hoera, we hebben een nieuw bibliotheekconvenant! En dan, hop, aan de slag!

zondag 25 februari 2024

Tien jaar digitaal lezen in zeven grafieken

Elk jaar zet ik weer de ebookstatistieken voor u op een rijtje. En dit jaar is het een bijzonder jaar.  We lenen inmiddels tien jaar ebooks uit via een landelijk systeem. Een felicitatie aan allen die daar aan meegewerkt hebben. Daar kom ik later nog op terug. Maar we hebben dus ook tien jaar aan statistieken! 

Op 21 januari 2014 werd het eerste ebook uitgeleend via een landelijk opgezet systeem. Overigens werden er voor 2014 ook al wel ebooks uitgeleend maar niet via een landelijk systeem. Geloof het of niet: ebooks inkopen was vóór 2014 een lokale aangelegenheid. Sommige bibliotheken hadden het wel, de meeste niet.

En behalve dat ik dit jaar dus weer de nieuwste jaarcijfers zal bespreken, zal ik ook terugblikken op tien jaar uitleen van ebooks en later ook luisterboeken. En toen ik bezig was met de cijfers zag ik dat ik er op vier manieren naar kon kijken. Welke vier? Tja, dan moet u even verder lezen. Overigens: bibliotheken kunnen hun eigen cijfers ook prachtig nakijken via deze link naar MetdeKB.

Maar ik begin met een anekdote.  

'Ze waren er allemaal op tegen'

Ik weet niet meer precies welk jaar het was. Maar het is al een flink aantal jaren geleden en het was in de tijd dat ik verantwoordelijk was voor de digitale bibliotheek. Zo had ik nog wel eens contact met mijn collega die de fysieke collecties deed voor onze provincie. En zij hield een lijst bij met welke boeken het meest gereserveerd waren in de hele provincie. Ik zag de lijst en zag dat op nummer één van die lijst een boek stond dat wij ook als ebook hadden in de digitale bibliotheek. Er zaten een paar honderd reserveringen op deze titel in het hele netwerk. Ik zei tegen haar: 'Kunnen we deze leden niet mailen dat we het ebook hebben en dat dat per direct te krijgen is?' Ze vond het een goed idee en overlegde het met een paar bibliotheken. Ze kwam bij me terug en zei 'Ze waren er allemaal op tegen'. 'Waarom', vroeg ik? 'Nou', zei ze, 'dan komt deze lener niet in de bibliotheek.....'  

Het toont de wat de ingewikkelde relatie is tussen fysiek lenen en digitaal lenen. Sommige bibliotheekdirecteuren hadden in die tijd liever dat leden dus op de fiets door weer en wind naar de bibliotheek kwamen dan dat ze thuis een ebook zouden lenen. Ondertussen is dat volgens mij wel zo'n beetje verdwenen. Want laten we eerlijk zijn, of je nu een gedrukt boek leest, een ebook of een luisterboek, dat maakt natuurlijk niks uit. Lezen is lezen, of eh, oh ja, luisteren natuurlijk. 

Laten we dan nu eens kijken naar de vier manieren waarop je naar de statistieken kunt kijken en dan trekken we aan het eind nog een paar conclusies. 

Manier 1: Hoe doen we het ten opzichte van vorig jaar?


In 2023, zo schrijft het persbericht van de KB, is het aantal uitleningen van ebooks gestegen. Zo'n drie procent naar bijna 5,5 miljoen uitleningen. Dat is overigens wel nadat het de twee jaren ervoor nog daalde. Wie door de jaren heen kijkt ziet welke ontwikkeling de ebooks hebben doorgemaakt. Van 800.000 in het eerste jaar naar bijna vier miljoen in 2019, het jaar voor corona. Dan een grote stijging door corona. In 2022 loopt het dan wel iets terug maar het handhaaft zich toch op dat hogere niveau. De lezer van gedrukte boeken die in 2020 overstapte naar ebooks, is dus blijven hangen bij de ebooks. De bibliotheken die er destijds bang voor waren dat een lid dat ebooks ging lezen niet meer naar de bibliotheek zou komen, hadden dus niet geheel ongelijk. Maar hé, wees blij dat ie leest.

Feit is dat ebooks zich de afgelopen tien jaar een vaste positie hebben verworven bij de lezer. Ondertussen zijn de luisterboeken er ook bij gekomen. Die lopen iets minder lang mee en daar heb ik de volgende cijfers van.


Luisterboeken werden groot in de coronaperiode. Ook in 2023 stegen zij procentueel harder dan ebooks. Ten opzichte van 2022 steeg de uitlening met 10% naar bijna 2,3 miljoen. Daarmee is het nog altijd minder dan de helft van het aantal ebooks maar is het toch ook geen bijzaak meer. In dit tempo duurt het overigens nog wel even voordat luisterboeken de ebooks gaan inhalen. Maar je weet maar nooit. 

Manier 2: Hoe zit eigenlijk met de gebruikers?


Tja, hoeveel mensen gebruiken nou die luisterboeken en ebooks en luisterboeken? Het persbericht van de KB noemt een aantal van 600.000 gebruikers en een stijging van 16%. Het verbaasde mij dat dat aantal werd genoemd. Want ik lees in mijn statistieken maar 392.000 gebruikers en een stijging van 6%? Hoe zit dat? Nou, er wordt op twee manieren geteld: geldige leners en actieve leners. Een geldige lener is iedereen die wel eens een account heeft aangemaakt op de online bibliotheek. De actieve leners zijn diegenen die het afgelopen jaar de online bibliotheek ook gebruikt hebben. Om eerlijk te zijn: ik vind dat laatste getal een beter beeld geven van de werkelijkheid dan het eerste getal.  Maar het is niet verboden om dat eerste getal te gebruiken. En u en ik snappen natuurlijk ook wel waarom dat andere getal gebruikt wordt.

Als je het aantal actieve gebruikers neemt kom je tot bovenstaande grafiek. Hier zie je dat het aantal actieve gebruikers in tien jaar steeg van 117.00 naar 392.000. Bijna een verviervoudiging. Afgezet tegen de 3,4 miljoen leden die openbare bibliotheken samen hebben, zie je dat zo'n 12% van alle bibliotheekleden actief gebruik maakt van de online bibliotheek. 1 op de 8 dus. 

2020 is apart gemarkeerd in bovenstaande grafiek. Dat is eigenlijk een jaar waarover niet het exacte aantal gebruikers bekend is. In dat jaar werd een nieuw systeem in gebruik genomen en werd in het lopende jaar de teller van gebruikers op nul gezet. Het werkelijke aantal over 2020 moet dus hoger zijn maar we weten niet hoeveel hoger. 

Ook meldt het persbericht van de KB dat er flink veel jonge gebruikers bij gekomen zijn. In mijn analyse vorig jaar stelde ik al dat die jonge gebruikers vooral gebruik maken van de luisterboeken en nauwelijks van de ebooks. Ik maakte opnieuw een verdeling voor zowel luisterboeken als ebooks naar leeftijd: jonger of ouder dan 50 jaar. 


Overigens zie ik in mijn staatje niet dat het publiek verjongd is. Het aandeel onder de 50 was bij luisterboeken vorig jaar 54,9% en nu 53,6% en bij ebooks 33,6% en nu 31,7%. In beide gevallen is het aandeel onder de 50 dus gedaald. Ik verwacht dat de KB naar absolute aantallen van alle gebruikers heeft gekeken, terwijl ik kijk naar het gebruik per leeftijdscategorie. Dat is een iets andere manier van kijken. Beide zijn waar. Oudere mensen zijn dus veel actievere gebruikers dan jonge mensen. Er zijn dus wel veel jongeren bij gekomen maar dat zijn niet bepaald actieve gebruikers.
 
Dit jaar rekende ik ook maar eens de gemiddelde leeftijd uit van de ebooklezer. Een beetje getriggerd door die opmerking over jongeren. Het levert het volgende beeld op. 


Hier zie je dat sinds 2016 - helaas gaat mijn archief niet verder terug voor deze cijfers - de gemiddelde leeftijd van de ebooklezer steeg van 49,6 naar 54,1 jaar.  In zeven jaar tijd steeg de gemiddelde leeftijd dus met 4,5 jaar. Positieve uitzondering was de coronacrisis die ook jongere gebruikers naar de ebooks joeg. Tja, waar dit nog toe gaat leiden is voor mij de vraag. Worden de ebooklezers steeds ouder en sterft het gebruik op termijn dus letterlijk uit of gaat dit zich ergens stabiliseren? Wie het weet mag het zeggen. 

Voor luisterboekluisteraar is de gemiddelde leeftijd (naar gebruik gemeten) 40,2 jaar. Zo'n 14 jaar jonger dus dan de ebooklezer. Maar de luisterboekluisteraars zijn dus ook zeker niet alleen jongeren. 

Manier 3: Hoe doen ze het ten opzicht van de traditionele media?
Ik zoomde tot nog toe in op de online bibliotheek en stelde er her en der een kritische vraag bij. Maar laten we het eens naast de traditionele en fysieke uitleen leggen. Welk aandeel nemen ebooks en luisterboeken in ten opzicht van de gehele uitleenfunctie? Nou, dat ziet er door de jaren heen dan zo uit. 


En dan zie je dus dat de ebooks en luisterboeken een steeds groter aandeel van het geheel hebben ingenomen. Wel met een piek in de coronacrisis maar ook in 2023 namen ebooks en luisterboeken samen 13,3% van alle uitleningen voor hun rekening. Dat is ergens tussen de 1 op 7 of 1 op 8 uitleningen. Elk jaar steeg het ongeveer met een procentpunt ten opzichte van de traditionele uitleen met een sprongetje tijdens corona. Een mooie prestatie dus. Overigens waren er ook wel mensen die dachten dat het nog veel sneller zou gaan en dat de fysieke boeken zouden verdwijnen. Een verhaal dat je vooral hoorde van wethouders die aan het bezuinigen waren. 

Tijd om ook naar de vierde manier te kijken. En dat is niet alleen naar het relatieve aandeel maar ook het absolute aandeel in het geheel. 

Manier 4: En hoe doen ze het in het geheel? 

Want we bekeken het tot nu toe in percentages maar als je het weer terugbrengt naar de werkelijke aantallen? Wat zien we dan? Nou, dat ziet er zo uit. 


Dan zie je dat ebooks en luisterboeken stijgen. Maar dat de fysieke uitleen flink gedaald is in tien jaar tijd. De fysieke uitleen betrof in 2014 nog 80,3 miljoen uitleningen. Voor 2023 staat de prognose - want de echte cijfers moeten nog komen - op 50,3 miljoen. Een daling van bijna 40% in 10 jaar. Overigens was die daling al lang daarvoor ingezet. In de jaren '90 van de vorige eeuw, net voor de grote doorbraak  van internet stond de teller nog op 185 miljoen uitleningen. 185 miljoen! We zitten dus al op 130 miljoen uitleningen minder. 130 miljoen boeken die niet meer gelezen worden. En dan wonen ondertussen ook nog eens een paar miljoen Nederlanders meer in dit land. Als we net zoveel waren blijven lezen, waren het dus nu nog meer uitleningen geweest dan die 185 miljoen.  

Een paar conclusies dan maar?

Het is mooi dat ebooks en luisterboeken hun aandeel innemen maar het is dus zeker geen vervanger geworden. Wel een hele waardevolle aanvulling. We gaan maar eens een paar conclusies trekken. Ik heb één hoofdconclusie en twee kleinere die in dit kader toch relevant zijn. 

Hoofdconclusie 1: Het gaat om lezen, niet om de vorm
Met de bibliotheken gaat het goed. Maar met het lezen gaat het slecht. Wie de laatste paar decennia ziet hoeveel minder er gelezen wordt, moet eigenlijk heel hard schrikken. Tel daar de uitkomsten van het zoveelste rampzalige Pisa-rapport over leesvaardigheid van jongeren bij.  En dan weet je dat we ons moeten schamen dat we hebben gediscussieerd of een bibliotheekgebruiker beter een ebook kan lezen of een gedrukt boek. Daar hebben we de tijd helemaal niet voor! We moeten ons vooral druk maken over het feit dát er gelezen moeten worden! Want om eerlijk te zijn: er is niks mis mee als er weer meer gelezen zou worden. Noem me een Don Quichotte, of noem het vechten tegen de bierkaai maar ik durf toch wel te stellen dat het feit dat we met z'n allen minder zijn gaan lezen, echt een aantal andere maatschappelijke problemen heeft vergroot. Of op zijn minst niet heeft helpen verkleinen. Kinderen zijn gewoon zo'n twintig boeken per jaar minder gaan lenen (en lezen). En nee, dat wordt nog lang niet allemaal gecompenseerd via de Bibliotheek op school. 

Stop dus met bepaalde vormen van lezen te promoten. Promoot het lezen als geheel. In welke vorm ook en voor jong en oud. Daar mag echt wel weer meer aandacht naar toe.

Conclusie 2: Maar eh, waar vind je het ebook en luisterboek?
Ik heb nog eens een flink aantal bibliotheekcatalogi doorgespit. Maar in het rijtje dat ik afliep heb ik maar één bibliotheek gevonden die ebooks of luisterboeken in dezelfde lijst presenteert als het eigen bezit. Dat is de bibliotheek Eindhoven (klik hier voor een voorbeeld). Bij de rest zaten  ebooks en luisterboeken - ook na tien jaar - nog altijd verstopt onder een extra knop of vinkje aan de linker- of rechterkant. Alsof het geen eigen bezit is. Een gemiddelde gebruiker moet dus inderdaad extra moeite doen om het te vinden. Daarmee wordt nog altijd bevestigd dat digitaal lezen de uitzondering is. Gezien de omvang die het ondertussen heeft, is dat onterecht. 

Conclusie 3: Kunnen de cijfers niet openbaar?
Tja, ik heb het al eens eerder geconstateerd. Alle cijfers van openbare bibliotheken zijn openbaar te vinden op het bibliotheekdashboard van de KB.  Alle cijfers behalve de cijfers van de online bibliotheek. Die zitten achter een hekje op MetdeKB. Ik kan me niet voorstellen dat bibliotheken bezwaar zouden hebben tegen het toevoegen van de ebooks en luisterboeken aan deze mooie openbare dashboards. Ik weet dus niet zo goed waarom het dus nog niet openbaar is. Maar de KB kennende is daar vast over nagedacht. Het zou met de uitgevers te maken kunnen hebben. Of de KB moet zelf bezwaar maken omdat ze misschien bang zijn belangrijke marktgegevens weg te geven aan commerciële partijen als Storytel. Maar laat ik hier dan maar een oproep doen. Ik zou het mooi vinden dat als het kan en mag het toegevoegd wordt aan het openbare dashboard. Onder het mom van transparantie van resultaten van wat we met gemeenschapsgeld doen. Wie de handschoen past, trekke hem aan. Ik zal de eerste zijn die hard klapt en bravo roept.

Felicitaties
En daarmee eindigt een overzicht van tien jaar. De felicitaties aan iedereen die achter de schermen werkte aan dit mooie succes. Chapeau. Ik kan dit verhaal alleen maar schrijven omdat er zovelen zo hard aan gewerkt hebben. Het is makkelijke om opmerkingen te maken maar ik zie ook hoeveel werk hiervoor verricht is.

Tien jaar ebooks. De wereld is ondertussen opnieuw flink veranderd. En de bibliotheek ook. 

Met de bibliotheken gaat het goed maar met het lezen kan het nog een stuk beter. In welke vorm dan ook. 

Mijn drie aanbevelingen luiden dan ook:
Lezen! 
Lezen! 
Lezen!

Ik schreef in de afgelopen vijftien jaar een kleine 30 artikelen over ebooks. Wie dat archief nog eens na wil kijken, kan hier terecht.  Je ziet dan eigenlijk de hele geschiedenis voorbij komen. 

zondag 30 juli 2023

De staat van het bibliotheekbestel 2023 in acht grafieken


Net als iedereen net op vakantie is, publiceert de KB, samen met CBS, VOB en SPN het overzicht met alle statistieken van bibliotheken. En en net als vorig jaar maak ik op basis daarvan de 'Staat van het Bibliotheekbestel' op. Opnieuw in acht grafieken.  Vorig jaar waren de cijfers een bloedbad als gevolg van corona met lockdowns en andere beperkende maatregelen. In 2022 waren bibliotheken weer nagenoeg zonder enige beperking open en zou dit dus het jaar van herstel moeten zijn. Waar staan we, een jaar na corona?

BNetwerk begint het persbericht dan ook als volgt: 

'Bibliotheken organiseerden in 2022 meer activiteiten dan ooit tevoren: 247 duizend. Daarnaast zijn er meer mensen lid geworden van een openbare bibliotheek dan in 2021 en nam ook het aantal bezoeken weer toe. Dat en meer blijkt uit de Gegevenslevering Wsob 2022 die nu is gepubliceerd.'

Ook de VOB opent met een soortgelijk statement. De hoofdboodschap: er is herstel na corona. En ze hebben gelijk zullen we  zien in de grafieken. Maar, er is meer te zeggen dan dat. Want klaar zijn we nog zeker niet. Ik neem u mee naar de staat van het bibliotheekbestel. 

Aantal activiteitenweer aan bij groei en maar liefst 3,4 miljoen deelnemers

Het beste nieuws is inderdaad te vinden bij activiteiten. Daar zien we de volgende cijfers. 

Het aantal activiteiten is inderdaad naar een recordhoogte gestegen. Ruim 247.000 maar liefst. Je ziet de dip van corona maar ook dat het herstel zelfs zit in lijn van de groei die er voor corona al in zat. Het is een groei van zo'n 12% ten opzichte van 2019, het pre-coronajaar. 

Mooi, is ook dat de VOB meldt dat het aantal deelnemers aan activiteiten zo'n 3,4 miljoen was in 2022. In 2019 was dit nog 2,2 miljoen. Ook daar een hele forse stijging dus. Het werken met die deelnemersaantallen is overigens een mooie verbetering die de KB heeft doorgevoerd in de statistieken. Daar gaan we nog profijt van hebben als sector (lees: daar ga ik nog eens extra induiken). Want zo'n cijfer van 3,4 miljoen deelnemers is indrukwekkend. 

Bezoekersaantallen bijna verdubbeld en toch niet terug op oude niveau

Dat die activiteiten zo prominent in de persberichten zitten, snap ik wel. Het is inderdaad het beste cijfer van 2022. De bezoekersaantallen over 2022 zitten in onderstaande grafiek. 

Ook het herstel in bezoekersaantallen is sterk in 2022. Van 31,3 miljoen in het coronajaar 2021 gaan we naar 50,3 miljoen. Een beetje ruim gerekend is dat bijna een verdubbeling. Nu was 2021 ook wel een rampjaar voor bibliotheken waarbij er een sluiting was van ruim vier maanden. 

Toch zijn we niet terug op het niveau van topjaar 2019. We missen nog steeds zo'n 10 miljoen bezoekers en bevinden zich nog op een niveau van voor 2015. Toch heb ik het gevoel dat het beeld op die bezoekersaantallen wisselvallig is. Ik hoor sommige bibliotheken die zeggen dat ze weer helemaal op het oude niveau zitten en dat betekent dat er andere bibliotheken zijn die daar nog ver onder zitten en waar het dus nog echt een stuk rustiger is dan voor corona. Misschien dat ik dat uit de statistieken nog kan filteren maar dat vraagt wat meer onderzoek.

Meer uitleningen en weer terug in lijn met neerwaartse trend


Dan door naar de uitleningen van bibliotheken. Ook die herstellen zich sterk. Van 40,6 miljoen in 2021 naar 54,3 miljoen in 2022. Een sterk herstel maar nog altijd een daling van 15% ten opzichte van 2019.  Wie echter kijkt naar de dalende trend die er daarvoor al in zat, die ziet dat 2022 eigenlijk zit op het niveau dat je had kunnen verwachten als er geen corona was geweest. Volg de trendlijn maar eens die door de grafiek loopt. Eigenlijk dus een volledig herstel naar verwacht niveau. Hoewel je telkens toch weer hoopt dat mensen weer meer gaan lezen.

Bovenstaande drie grafieken leveren dus toch nog wel wat vragen op. Want we hebben meer activiteiten en de uitleningen zijn weer redelijk op niveau maar de bezoekersaantallen blijven nog echt achter. Dus welke bezoekers missen we nou precies? Zijn dat studenten en scholieren die vooral studeren en geen boeken lenen of activiteiten bezoeken? En natuurlijk: minder uitleningen dan voor 2019 is natuurlijk ook minder bezoekers maar ondanks die dalende trend hadden we voor 2019 toch nog groeiende bezoekersaantallen. Wie het weet mag het zeggen. 

Ledentallen: een inhaalrace bij volwassenen, nog altijd minder jeugdleden


Bij de ledentallen is het beeld wat gemixt. Het mooie nieuws is dat het aantal volwassen leden met een inhaalrace bezig is. In de coronaperiode zijn door gesloten gebouwen er tijdelijk minder mensen als nieuw lid ingeschreven terwijl er wel opzeggingen waren. Dat trekt dus echt goed bij. En wie de trendlijn volgt ziet dat die inhaalrace zelfs boven de trendlijn uitkomt. Een mooi teken! Het gaat nog niet om hele grote aantallen. Zelf wijt ik deze groei ten dele ook aan de bibliotheken die gratis lidmaatschappen tot 27 of 30 jaar beschikbaar stellen. In die groep blijkt het percentage lid dan flink te stijgen waar het eerder decimeerde als men met 18 jaar moest gaan betalen. En dat is een groeiende groep bibliotheken, liet ik begin dit jaar zien.  Ook hier is een nadere analyse interessant.

Bij de jeugd vind ik de ontwikkeling zorgelijker. We veren daar nog nauwelijks terug. Ik mis daar ten opzicht van de trend nog steeds zo'n 130.000 jeugdleden. Deels zal dat te wijten zijn aan het feit dat we door corona even minder makkelijk konden schakelen met het onderwijs maar eigenlijk hadden we in 2022 dan toch een sterker herstel mogen zien. Misschien volgt het volgend jaar maar ik zou er als bibliotheek of als sector toch aandacht aan besteden. 

De maatschappelijke waarde groeit, het aantal formatieplaatsen groeit


Sinds 2021 zien we een stapsgewijze groei van formatie. Na jarenlange stabilisatie rond de 4.200 formatieplaatsen zie je in de afgelopen twee jaar dat er 10% personeel bij is gekomen. Dat extra personeel reflecteert het optimisme van de branche dat de wind mee kreeg door een grote maatschappelijke zichtbaarheid. Het kwam in het regeerakkoord met extra middelen en eerder werden al stappen gezet met extra miljoenen voor IDO's. Ook op lokaal niveau werd minder bezuinigd en weer geïndexeerd. De jaren van stilstand lijken dus voorbij op dit punt. 

Zelf verwacht ik dat die groei de komende jaren nog zal toenemen. De zorgplicht moet leiden tot extra lokale middelen en een groot deel daarvan zal geïnvesteerd worden in personeel, zoals dit altijd een hoofdbestanddeel van onze begroting is. Ik houd er dus rekening mee dat er in de komende jaren in onze sector nog zeker zo'n  400-600 formatieplaatsen bij komen, een groei dus van 10% tot 15%.

De sector vergrijst niet maar verjongt


Een trend die ik vorig ook al signaleerde maar die onverminderd doorzet is de verjonging van onze sector. Was in 2015 het aandeel 50+ers nog 65%, in 2022 is dat nog maar 51%. En dat terwijl de pensioenleeftijd telkens stapsgewijs verhoogd is in die periode. Het aandeel 50+ en 50- is daarmee ongeveer in balans gekomen. Een aangezien we de komende jaren nog gaan groeien in formatie, vermoed ik dat de gemiddelde leeftijd nog verder omlaag zal gaan. Ik denk dat dat een goede ontwikkeling is voor een diverse samenstelling naar leeftijd. 

Groei aantal vrijwilligers in gelijke tred met betaalde formatie


De vrijwilligers vormen een groeiend leger om de maatschappelijke en educatieve taak van de bibliotheek vorm te geven. Als taalmaatje, als voorlezer bij gezinnen of als gastheer/gastvrouw en tal van andere taken. In de coronaperiode kwam de groei van dit leger wel enigszins tot stilstand maar in 2022 steeg het van 23.000 naar 25.000 personen. Ook hier verwacht ik dat we absoluut nog niet aan het eind van de groei zitten. Wie ziet op hoeveel vlakken we onze impact nog kunnen en moeten vergroten, ziet dat deze goede krachten een onontbeerlijke schakel zijn. 

Het is fijn om te zien dat de groei van zowel betaalde formatie als vrijwillige formatie gelijke tred houden. Dat betekent enerzijds dat er geen verdringing plaats vindt maar anderzijds dat er ook betaalde formatie is om vrijwillige formatie te ondersteunen. 

Gemeentelijke bijdrage stijgt (maar de kosten ook)

Uiteindelijk gaat het natuurlijk ook altijd over geld... Hoewel we het soms wat moeilijk vinden om erover te praten. Maar ook die cijfers zitten er dit jaar ook gewoon weer in. Ook daar zien we in 2022 een groei in de gemeentelijke subsidie. 


We zien een aardige stijging van de gemeentelijke subsidie. Ik hanteer die gemeentelijke subsidie de definitie die het CBS altijd hanteert. Dat is het totaal aan gemeentelijke subsidie, de reguliere exploitatiesubsidie inclusief de projectsubsidies. In de onderlinge vergelijking halen we daar dan vaak weer de huisvestingskosten af om dat die door broekzak-vestzakconstructies van gemeenten soms versluierend kunnen werken. Maar beide bedragen zijn gestegen en dat verklaart dus bijvoorbeeld ook de groei in formatieplaatsen. Daar was dus ook ruimte voor. 

In 2023, volgend jaar dus, zal de gemeentelijke subsidie in de statistieken nog een sprongetje maken. Want naast mogelijke indexering gaat dan ook de IDO-subsidie (€ 0,83 per inwoner plus een beetje) dan in de statistiek via de gemeentelijke subsidie lopen. Dat was in 2022 nog een subsidie via de KB. 

De sector is veerkrachtig maar er is nog wel wat te doen!
Het bericht dat de sector veerkracht toont en maatschappelijke relevantie toont, zoals de KB en de VOB dat verwoorden, is meer dan terecht. Er zijn bergen verzet om weer met deze resultaten voor de dag te komen. Chapeau dus.

We groeien als sector, zowel in financiële als in personele zin. De sector is ook qua leeftijd steeds meer in balans. Allemaal signalen dat we ook in de toekomst nog meer waarde kunnen bieden. 

Maar wie daar stopt, mist toch nog wat. Er liggen nog wel een paar opgaven. Er ligt nog potentie bij de bezoekersaantallen en het is goed om dat nog eens te analyseren en wellicht stappen in te zetten. Ook het aantal jeugdleden blijft nog teveel achter. Verder gaf ik op sommige punten aan dat nadere analyse fijn zou zijn. Wat is bijvoorbeeld van de gratis lidmaatschappen tot 27 of 30 jaar en moet je daar als sector niet breder wat mee? De eerste brede cijfers zijn er nu. 

Tot slot opnieuw een compliment aan het team van de KB die elk jaar deze cijfers weer verzamelt. Zij hebben sinds 2015 - het eerste jaar dat zij deze taak kregen - een geweldige ontwikkeling doorgemaakt. En elk jaar ontdek ik weer een mooie nieuwe verbetering. Dit jaar is bijvoorbeeld een eerste stap gezet rond uitsplitsing voor multifunctionele organisaties. Dit team zorgt er voor dat de sector professionele overzichten oplevert waar menige andere sector jaloers op is. Hulde dus aan Mirjam Klaren, Annemiek van de Burgt en Mirjam van den Bremen die er dit keer voor zorgden. 

En zij zorgen er dan dus weer voor dat een zondagmorgenblogger zoals ik met een uurtje die statistieken dan weer klaar kan hebben. Doe er uw voordeel mee!

woensdag 5 juli 2017

Wordt dit volgend jaar de landelijke campagne met de Belastingdienst?

Afgelopen maandag mocht ik opnieuw een landelijke sessie begeleiden rondom de samenwerking tussen bibliotheken en de Belastingdienst. Vijftig bibliothecarissen kwamen af op het vroege uur bij de Koninklijke Bibliotheek. Een goede ochtend waar onder andere deze poster voorbij kwam.

Best practise Veldhoven
Rob Smetsers en Lia Verheijen van de Bibliotheek Veldhoven gaven aan hoe zij dit jaar in Veldhoven de samenwerking hadden georganiseerd. Goede samenwerking met ouderenbonden en het pensioenfonds van Philips. Met een heus convenant tussen de partijen, een heldere rolverdeling en algemene voorwaarden voor de deelnemers (waarin onder ander staat dat men zelf verantwoordelijk blijft).

Ook had men over de promotie nagedacht. Deze poster hoorde daarbij. Die poster heeft het overigens niet gehaald. Deze poster is dus 'fake' om het met woorden van The Donald te zeggen.

Met de collega's van Veldhoven praatte ik daar nog even op door. Dat dit best de posters kunnen zijn voor de landelijke campagne volgend jaar met de Belastingdienst. En dan natuurlijk Nederlandse voorbeelden gebruiken van mensen die nogal de fout in gingen met de aangifte. Denk aan Clarence Seedorf (Panama Papers), Bassie (van Adriaan, ook belastingfraude) en tja, ook nogal wat VVD'ers komen dan voorbij. Iemand opperde zelfs om er een Albert Heijnactie van te maken met belastingplaatjes: spaar ze allemaal. Maar ik vermoed dat dit idee toch in de kiem gesmoord zal worden. Als het niet bij de bibliotheken is dan toch wel bij de Belastingdienst.

Bibliotheken goed op schema met spreekuren
Maaike Toonen liet onder enig voorbehoud de eerste resultaten zijn van de peiling onder bibliotheken over de aangifteperiode. Opvallend was dat veel meer bibliotheken dan verwacht al een belastingspreekuur hebben gehouden. In een vraag aan de zaal of we volgende jaar dan ook echt een campagne zouden moeten voeren was het antwoord dan ook: ja! Wel werd opgemerkt dat we voor burgers wel heel goed inzichtelijk moeten kunnen maken wat ze waar kunnen verwachten. Goed en op tijd invoeren in de G!ds en daar een goede applicatie om heen die dit voor burgers en voor de Belastingdienst zichtbaar maakt.

Toeslagen
De Belastingdienst zelf ging nog in op de Toeslagen. Want met bibliotheken hebben we nu een goede exercitie gedaan met de aangifteperiode maar ook toeslagen zijn voor veel burgers een ingewikkelde materie. Met de aanwezige bibliotheken is nagedacht hoe je dit zou kunnen oppakken. Er zijn weinig bibliotheken die er ervaring mee hebben, bleek in de zaal. Wie goede voorbeelden weet mag zich melden.

Petje af!
De samenwerking met de Belastingdienst is 15 maanden oud. Er is heel veel werk verzet door bibliotheken in het hele land. Petje af daarvoor! En naast dienstverlening aan burgers heeft het ook bij veel bibliotheken nieuwe contacten en samenwerking opgeleverd Wat ik mooi vind van zo'n ochtend is dat bibliotheken vooral veel van elkaar kunnen leren. Hoe heb jij dat nou aangepakt om dat onder de aandacht van je wethouder te brengen? Hoe regel jij een beetje privacy in je bibliotheek?  Hoe zorg je dat je samenwerking versterkt en hoe blijf je uit elkaars vaarwater? Dat soort vragen. Op veel plekken zijn de antwoorden dan al beschikbaar.

Zoals gezegd: ik kijk er met genoegen op terug. En met een knipoog kijk ik graag vooruit naar de campagne van volgend jaar: America First, Veldhoven Second!

donderdag 23 juni 2016

Hoe bibliotheken steeds meer de essentiële hulpstructuur worden voor een snel veranderende samenleving...


In januari 2014 hield ik een presentatie in Enschede met de titel: 'Boeken, bier, prozac, viagra en bibliotheken' over de ontwikkelingen in bibliotheekwerk. De drie decentralisaties waren nog geen feit, de bibliotheekwet was nog niet ingevoerd en we zaten nog midden in de crisis.Twee jaar geleden nog maar.

In het aansluitende gesprek met wethouder Hatenboer noemde hij de bibliotheek 'een essentiële hulpstructuur voor een snel veranderende samenleving'.  Deze week moest ik nog eens even terug denken aan die woorden uit 2014 van hem en hoe snel die woorden werkelijkheid worden.


Belastingdienst
Deze week begon ik met een landelijke bijeenkomst over de samenwerking met de Belastingdienst. 70 bibliotheekmensen hadden zich aangemeld maar in de zaal zaten er meer dan 100! Ik begon die bijeenkomst met de woorden dat het nog maar een half jaar geleden was dat we de eerste gesprekken met de Belastingdienst startten. En in deze bijeenkomst presenteerde Lisenka Akse - namens de KB en Eline Ophof en Brenda Jacobs namens de Belastingdienst de voortgang. Er is een subsidieregeling, er is een checklist voor bibliotheken, er zijn tips voor veiligheid en privacy, er zijn sessies gepland voor dienstverleners die spreekuren willen houden en ook de  toolkit is bijna klaar.

Overigens gebruikten we daar ook het mooie voorbeeld van de Bibliotheek Den Haag dat u hierbonder vindt.


We sluiten de bijeenkomst af met de belofte dat we elkaar in het najaar weer zien en dat we ons dan gaan voorbereiden op een mooie promotiecampagne voor de aangiftecampagne van volgend jaar. Ik zie bibliotheken als stelsel acteren waarbij iedere bibliotheek zijn eigen lokale netwerk meeneemt. Petje af.

Minister Plasterk en de pilot van Binnenlandse zaken
Twee dagen later staan we in Bussum met minister Plasterk. Hij tekent een overeenkomst met de bibliotheken. De overeenkomst is gericht op het ondersteunen van burgers in het communiceren met de digitale overheid. Wat hebben burgers daarvoor nodig? Wie kan daarbij helpen? Hoe veranker je dat in lokale netwerken? Dit soort vragen - waar u overigens als bibliotheek ook al mee bezig bent - worden uitgewerkt in drie pilotbibliotheken: Katwijk, Gooi en Meer en Venlo.

Het is een kortdurende pilot want hij volgend jaar al geëvalueerd. Dat geeft ook wel aan dat beide partijen: ministerie en bibliotheken haast hebben. Want als dit werkt - en mijn stellling: waarom zou dat niet werken? - dan moeten we dit snel verbreden naar heel het bibliotheeknetwerk.

In een interview met Bibliotheekblad zegt Plasterk daarover: 
'De bibliotheek is de meest laagdrempelige plek in de samenleving. Een instelling waar iedereen zich thuis voelt. Dat geldt voor buitenlandse mensen, voor moslimmoeders met kinderen, voor degenen die een groot deel van de dag op straat doorbrengen en die even de bibliotheek ingaan om een krantje te lezen. Werkelijk iedereen komt in de bibliotheek en deze is ook ingesteld op het bedienen van zo’n breed publiek. De mensen die er werken hebben de toegankelijke houding die daarvoor benodigd is. Zij weten hoe ze met al die verschillende mensen moeten omgaan. Bovendien beschikt de bibliotheek over een fijnmazig netwerk door het hele land. In die zin is de bibliotheek de meest voor de hand liggende plek om mensen wegwijs te maken op de snelweg van de digitale overheid. .... De bibliotheek is de stille kracht van de samenleving.’
De bibliotheek als stille kracht van de samenleving... dat komt toch in de buurt van de uitspraak: de bibliotheek als essentiële hulpstructuur in een snel veranderende samenleving.

Sociale dienst Oost-Achterhoek
Wie denkt dat het vooral grote landelijke partijen zijn die hiermee bezig zijn, heeft ongelijk. Op lokaal en regionaal niveau gebeurt ook van alles. Zo ben ik zelf bijvoorbeeld nog betrokken bij gesprekken die we nu voeren met de Sociale Dienst Oost-Achterhoek. Samen met directeur Ton Mengerink en zijn team van de bibliotheek maken we nu samen de de sociale dienst een aanbod op regionaal niveau. Het lijkt op het aanbod van Belastingdienst en Binnenlandse Zaken. Naar verwachting gaat men in Oost-Achterhoek daar dit najaar mee aan de slag.

Stille kracht van de samenleving
Zijn Katwijk, Venlo en Gooi en Meer bijzonder? Is Oost-Achterhoek bijzonder? Ongetwijfeld zullen ze elk iets hebben waarmee ze uniek zijn in Nederland. Maar tegelijkertijd zie ik nog zoveel meer bibliotheken precies hetzelfde spoor volgen. Allemaal hard op weg om burgers verder te helpen.

Van mij hadden alle bibliotheken van Nederland gelijk in de pilot van Binnenlandse Zaken mogen zitten. Ik denk dat bibliotheken daar wel klaar voor zijn. Maar geef de partijen om eens heen ook wat ruimte om daar aan te wennen. Wie weet wat er over een jaar in de evaluatie staat.

Regeerakkoord
Wie ziet hoe snel het beeld van bibliotheken nu kantelt - van uitleenbibliotheek naar maatschappelijke en educatieve bibliotheek - moet zich afvragen waar we over een aantal jaar staan. Op 15 maart 2017 zijn er landelijke verkiezingen. Kort daarna wordt het regeerakkoord gemaakt. Bibliotheken zitten dan vol in de campagne van de Belastingdienst, de eerste resultaten van de pilot van Binnenlandse Zaken zijn er dan ook wel.

Ik denk dat het helemaal niet ondenkbaar is dat bibliotheken in het nieuwe regeerakkoord genoemd worden als 'essentiële hulpstructuur voor een snel veranderende samenleving'. Onder het kopje 'Stille kracht'.

Foto ondertekening overeenkomst: KB

vrijdag 19 februari 2016

Dagboek van de samenwerking met de Belastingdienst

Gisteren ondertekenden staatssecretaris Wiebes van Financiën en Lily Knibbeler,  directeur van de Koninklijke Bibliotheek een samenwerkingsovereenkomst. Huh, ministerie van Financiën? Jazeker, de staatssecretaris is namelijk ook de baas van de Belastingdienst. In de afgelopen tijd heb ik me samen met Maaike Toonen hier flink druk voor gemaakt. Ik geef hier het dagboek van een samenwerking die in luttele maanden tot stand komt.

November 2015
In oktober is Maaike Toonen gebeld. Er meldt zich iemand van de Belastingdienst. Maaike schrikt zich rot: 'is er iets mis met mijn aangifte?'. Dat blijkt niet het geval. Twee programmamanagers van de Belastindienst, Nienke Willems en Wendy de Vreede, willen graag praten over mogelijke samenwerking met de bibliotheken. 

Maaike vraagt of ik mee aanschuif bij het gesprek. Dat eerste gesprek is een feest van wederzijdse herkenning. Wendy en Nienke schetsen dat ze bezig zijn om met maatschappelijke organisaties en met burgerinitiatieven om burgers te willen ondersteunen bij het zaken doen met de digitale overheid. Wij schetsen een beeld van waar bibliotheken mee bezig zijn: kantelend van uitleenbibliotheek naar maatschappelijke bibliotheek waarbij we steeds vaker samenwerken met lokale organisaties en burgerinitiatieven. .

Beide partijen verlaten met een goed gevoel de tafel. De afspraak is elkaar snel weer te ontmoeten en dan te kijken wat we samen zouden kunnen doen.

December 2015
In de aanloop naar de volgende afspraak bereid ik met Maaike een korte presentatie voor: wat zouden bibliotheken kunnen betekenen voor de Belastingdienst? Wat hebben we met elkaar allemaal al in huis? Dat blijkt best veel te zijn. Iets simpels als PC's met internet op honderden plekken in het land blijkt een goed aanbod te zijn voor de Belastingdienst. Wij kijken daar vaak al aan voorbij als bibliotheek. Voor ons is dat heel gewoon. Ook het feit dat landelijk Digisterker en Klik en Tik - twee pakketten om te werken met computers en digitale overheid - al zijn ingekocht is een prima aanbod. En veel bibliotheken doen dit al of zijn voornemens die binnenkort te starten.

Verder willen we kijken naar een netwerk van spreekuren. Spreekuren die door maatschappelijke organisaties of burgerinitiatief kan worden ingevuld. In den lande zijn daar een flink aantal voorbeelden van. Dat zal niet in elke bibliotheekvestiging maar een groeiend netwerk waarbij we in een aantal jaar dit in elke bibliotheekstichting hebben, lijkt een wenkend perspectief. 

We bespreken het aanbod in een tweede gesprek. Dat valt in goede aarde. Een basisaanbod staat en we besluiten een derde afspraak te maken om naar  de implementatie te gaan kijken. Wat is nodig om het te realiseren?

Januari 2016
Dat derde gesprek volgt begin januari. Samen met Maaike hebben ook de uitwerking  met rollen en taken verder ingevuld. Daarin is ook sprake dat er een eenmalige vergoeding is voor bibliotheken om tegemoet te komen in eventueel gederfde inkomsten van cursussen en gebruik van internet-pc's. Verder zien we dat de uitvoering prima als onderdeel van het landelijk team basisvaardigheden kan worden opgepakt. 

Opnieuw reageert de Belastingdienst enthousiast. En heeft nog een aantal goede toevoegingen. Bijvoorbeeld om de netwerken van bibliotheken te testen op veiligheid en privacy.  Daar hebben zij partners voor die kunnen ondersteunen. Ook geven ze op verschillende punten aan waar zij scholing kunnen aanbieden voor spreekuurhouders.

Als uitvoerders zijn wij er nu wel uit. Het wordt tijd om de besluitvorming af te ronden.

In een eerder stadium waren de gesprekken al wel gedeeld met de VOB en eind januari wordt de VOB ingelicht over het verhaal wat er dan licht. De VOB doet ons de goede tip om een internetpeiling te organiseren en een informatiebijeenkomst. 

Februari
Begin februari praten we bij met het landelijk team 'de Bibliotheek en Basisvaardigheden' en de provinciale coördinatoren. Ook die zijn enthousiast en geven aan graag de handschoen op te pakken. Ondertussen komen de uitkomsten van de internetpeiling binnen. Er komen 105 reacties binnen die samen meer dan 130 bibliotheekinstellingen  vertegenwoordigen. Het enthousiasme is ook hier groot.

Er volgt een laatste gesprek waarbij ook de managers elkaar ontmoeten en de laatste afspraken maken. Een handruk volgt, de samenwerking is rond en de afspraak dat we snel naar buiten treden.

Vanaf dat moment zit mijn werk en nagenoeg op. De communicatie-afdelingen en een paar juristen nemen nu alles over: persberichten, media-uitnodigingen, de overeenkomst... in mum van tijd wordt alles klaar gemaakt. Maaike zorgt voor alle laatste puntje op de i.

Tussen de laatste handdruk en het persmoment zat een kleine week. Ik verschuif een afspraak in mijn zodat ik erbij kan zijn. Het geheel duurt nog geen 20 minuten. De staatssecretaris vertelt kort en puntig wat we gaan doen. Daar sta ik toch wel met bewondering naar te kijken, hoe iemand met zoveel dossiers ook hier precies het goede zegt. Lily Knibbeler van de KB zegt dat we het samen makkelijker willen maken voor de burger. Met een knipoog en een glimlach naar de slogan van de Belastingdienst dus. De overeenkomst wordt getekend, de foto's worden gemaakt en de pers te woord gestaan en iedereen vertrekt weer.

En vervolgens komt het ene persbericht na het andere binnen:
de NOS, Nu.nl,, de Telegraaf,, Algemeen Dagblad (met een goed filmpje met de staatssecretaris), Parool,   Binnenlands bestuur, Elsevier, Tros Radar en nog vele anderen.

Op de site van de KB vindt je meer inhoudelijke informatie. En dat is natuurlijk ook de plek waar dat hoort.

De komende maanden zal het landelijk team van 'de Bibliotheek en Basisvaardigheden' verdere invulling gaan geven aan deze samenwerking.

Maar voor nu: dank  aan Nienke, Wendy en Maaike voor de mooie samenwerking. Op naar vele burgers!

donderdag 7 januari 2016

Op de achterkant van de sigarenkist: één landelijk bibliotheeksysteem bespaart € 2 miljoen per jaar. En dat is nog maar het halve verhaal is.


Dat het landschap van bibliotheksystemen in Nederland niet altijd even overzichtelijk is, toont bijgaande overzicht van Johan Stapel. In totaal hebben we bijna 50 installaties van bibliotheeksystemen.

Op deze plek hebben we het al vaker gehad over de mogelijkheid om de veelheid aan bibliotheeksystemen een beetje terug te snoeien en de digitale infrastructuur wat overzichtelijker te houden. Vlak voor de Kerst kreeg ik daar een paar onverwachte maar niet de minste medestanders bij: Jet Bussemaker en Sander Dekker.

Bussemaker en Dekker: Onderzoek vergroting efficiency bibliotheeksystemen

Beiden stuurden een brief naar de Koninklijke Bibliotheek als reactie op het beleidsplan van de KB 'De kracht van het netwerk'. Een afschrift van de brief ging naar alle leden van de Tweede Kamer

De minister schrijft in haar brief aan de Koninklijke Bibliotheek:
De bibliotheekbudgetten staan in veel gemeenten onder druk. In deze context is het van belang dat bibliotheken de beschikbare budgetten zoveel mogelijk kunnen inzetten voor de maatschappelijke opgaven en dat uitgaven voor ondersteunende processen zo beperkt mogelijk kunnen blijven. In de bibliotheeksector is een groot aantal verschillende bibliotheeksystemen in gebruik. Er zijn twijfels over de efficiency van deze historisch gegroeide situatie. Wij geven u in overweging, in vervolg op het rapport ‘Aansluiting landelijke digitale infrastructuur en lokale bibliotheeksystemen’, te onderzoeken in hoeverre de doelmatigheid kan worden vergroot door toe te werken naar één collectief systeem van shared services. De Wsob geeft daar een aanzet voor. Op basis van de netwerkbepalingen verwacht de wet namelijk dat deelnemers aan het bibliotheeknetwerk ondersteunende processen zodanig inrichten, dat daarmee de collectiviteit van het netwerk wordt versterkt
Rekenen we het vast uit op de achterkant van een sigarenkistje?

Nu verwacht ik zelf dat de KB op dit punt wel met onderzoek zal komen. Dat zal ongetwijfeld uitgevoerd worden door prima bureaus en het zal ongetwijfeld een goed verhaal opleveren.

Maar kunnen we het ook vandaag al berekenen? Is er met een beetje goede wil al niet snel een berekening te maken over die efficiency? De rapporten uit Vlaanderen bevatten onder andere een openbaar rapport over de kosten van het bibliotheeksysteem in verschillende provincies. Hierboven ziet u een tabel met gegevens uit dat rapport.  Daarin kunt u lezen dat in Vlaanderen het bibiotheeksyteem (licenties, personeel, apparatuur etc.) € 0,76 per inwoner kost.

Ik heb geen reden om aan te nemen dat de kostenstructuur in Nederland lager ligt dan die in Vlaanderen. Ik heb zelfs het vermoeden dat het iets hoger ligt. Maar laten voor de aardigheid maar eens uitgaan van die € 0,76 per inwoner.

Bibliotheeksystemen kosten € 13 miljoen en daarvan zou je € 2 miljoen kunnen besparen
Nederland kent  17.000.000 inwoners. Wie dat vermenigvuldigt met € 0,76 per inwoner komt uit op een bedrag van nagenoeg € 13 miljoen per jaar.

Is er heel veel te verdienen bij samenvoeging naar één systeem? De Vlaamse rapporten zijn daar heel voorzichtig in en kiezen dat ook niet als uitgangspunt. Wat we wel kunnen leren is dat de uitgaven sterk verschillen van plek tot plek. Op de ene plek is dus veel meer te besparen dan op de andere plek.

 Ook in ander verband - de samenwerking tussen universiteitsbibliotheken en OCLC Worldshare, een soortgelijk traject - toont aan dat besparing verdraaid lastig te realiseren is.

Mijn conclusie is dat die besparing dus beperkt zal zijn. Ik schat in dat je jaarlijks maximaal 15% kunt besparen op die  € 13 miljoen. Het kan wat meer zijn, het kan wat minder zijn.

Wie dat doorrekent komt op een besparing van maximaal € 2 miljoen per jaar.

Die € 2 miljoen per jaar is  een structureel bedrag waar je niet aan voorbij kunt  maar ook een bedrag waar je 160 stichtingen voor op één lijn moet zien te krijgen die lang niet allemaal dezelfde besparing hebben. Mijn verwachting is dan ook dat je op basis van deze besparing lang niet iedereen over de streep krijgt.

Focus op andere winst
Toch is dit maar het halve verhaal. Want welke winst valt er nog meer te halen uit één bibliotheeksysteem. De Vlamingen beginnen telkens hun verhaal over één systeem dat ze met al die afzonderlijke systemen telkens 3 jaar nodig hadden om elke landelijke vernieuwing weer gekoppeld te krijgen aan al die losse systemen. Versnelling van implementatie is naar mijn gevoel een grotere opbrengst dan het financiële voordeel.

Verder zou je bij één systeem ook de provinciale transportsystemen veel beter op elkaar kunnen laten aansluiten. De systemen bepalen nu vaak de grenzen van de samenwerking op dit gebied. In Gelderland en Overijssel kunnen we daar over meepraten.

Ook op collectie- en catalogusgebied zou je kunnen versnellen. Nu zie je net als bij transport dat samenwerking rond centraal collectioneren vaak belemmerd wordt door systeemgrenzen. Verder kent elk systeem zijn eigen catalogusbeheer en laden we allemaal de NBD-titels in. Daar zit winst.

En wat te denken van vraagstukken rondom Gastlenen en de Nationale BibliotheekPas of een gezamenlijke database van klantgegevens? Het lijken mij vraagstukken die een stuk vlotter kunnen gaan en goedkoper uitgevoerd met één systeem.

Wie dus wil berekenen waar winst zit in tijd, geld en kwaliteit zal dus breder moeten onderzoeken dan alleen de kosten van het bibliotheeksysteem.

Zien jullie nog meer punten waar je naar zou moeten kijken als je dit onderzoekt? Ik hou me aanbevolen. Helpen we onszelf en  het ministerie snel aan de juiste informatie.

Mede namens Jet en Sander, alvast dank!

maandag 23 juni 2014

Het einde van het bibliotheeksysteem is nabij.... een tragedie in twee delen : deel 1

Nog even en het eind van de bibliotheeksystemen is nabij. Is dat taal voor onheilsprofeten? Ik denk het niet. Het is in ieder geval dichterbij dan we denken. De afgelopen week werd ik offcieel geattendeerd op het rapport van Maurits van der Graaf van Pleiade. Eigenlijk verplichte kost voor elke bibliotheekdirecteur die nog een beetje visie op ICT wil hebben. Zeker als dat tot de conclusie leidt dat u uw bibliotheeksysteem wel weg kunt doen. In twee delen ga ik u uitleggen wat er gebeurt.

Lesje bibliotheeksystemen
Maar eens even beginnen bij het begin. Voor iedereen die iets minder thuis is bibliotheeksystemen leg ik de basisprinicpes nog maar even kort en versimpeld uit.

Een bibliotheeksysteem bestaat uit meerdere bestanden die aan elkaar worden gekoppeld. Zo is er een titelbestand met daarin keurige titelbeschrijvingen. Er is een exemplarenbestand waarin we aangeven welk boek bij welke titel hoort met welke chipcode of barcode. Er is een ledenbestand waarin we ledengegevens bijhouden en een bestellingenbestand waarin we onze bestellingen opslaan die we hebben doorgegeven aan onze leverancier.

Tot zover goed te volgen, denk ik.

Stille revolutie
Nu heeft zich de afgelopen jaren iets voltrokken wat een eerste aanzet zou kunnen zijn van een stille revolutie. Of die uitbreekt bepaalt de branche zelf.

Het blijkt namelijk dat elk van deze bestanden: exemplaren, titels, bestellingen, leden en transacties minstens voor een deel ens soms in zijn geheel ook op landelijk niveau beschikbaar is gekomen.



Voor bestellingen geldt dat de NBD eigenlijk al jarenlang onze schaduwboekhouding doet: zij hielden onze bestellingen bij, wij hielden onze bestellingen bij. Waarom dubbel werk en niet gewoon vertrouwen op het bestand van de NBD. Ik streep het Bestellingen-bestand vast weg.

Voor titels en exemplaren hebben we de afgelopen jaren flink gewerkt aan synchronisatie met de GGC en open zoekindex onder de naam NBC+. Met een beetje goede wil en wat doorwerken, strepen we ons exemplaren en titelbestand ook weg.

Dan houden nog over het ledenbestand  en het transactiebestand. Voor dit leden en transactiebestand moet je kijken naar de ontwikkeling van het IAM en de tools die nodig zijn om te komen tot een Nationale Bibliotheekpas. Dat is nog niet helemaal een sluitend transactiesysteem, maar wie hier energie op zet zou met een paar jaar toch een heel eind kunnen komen.

Kortom, het einde van het bibliotheeksysteem is nabij. Of blijft u gewoon alles dubbel doen?

Rapport Pleiade
Pleiade komt in haar rapport tot dezelfde conclusie.

Het rapport gebruikt onder ander bijgaande plaatje om te laten zien hoe in het Nederlands bibliotheekwerk gegevens 'rond worden gepompt': ze worden in verschillende systemen doorgekopieerd en daarmee houden wij verschillende systemen met dezelfde functie in stand.

 
Het rapport concludeert dan ook:
"De NBC+ vervangt de OPAC’s. Er zijn bijvoorbeeld nu 25 verschillende implementaties van de Aquabrowser met ieder een eigen index en integratielaag circa 60 bibliotheeksystemen met vaak een eigen publiekscatalogus. Dit wordt dus nu vervangen door één API met daarachter één index en één integratielaag, die alle OB’s kan bedienen. Met andere woorden: de NBC+ betekent een belangrijke efficiëntieslag voor de OB’s in Nederland."
Een conclusie die wat mij betreft net iets te stellig is: het KAN een belangrijk efficiëntieslag worden voor bibliotheken in Nederland. Want dan moet er nog wel wat gebeuren. Bibliotheken zullen dan moeten stoppen met dingen dubbel doen en daarmee hun eigen systemen kleiner maken.

In de conclusie van het rapport stelt Pleiade dat er twee opties zijn
Een vereenvoudiging van de lokale ILS systemen: De consequentie voor de lokale ILS systemen is dat deze vereenvoudigd kunnen worden en zich uitsluitend op transacties zouden kunnen focussen (‘light weight ILS’en’). De bezitsregistratie kan dan in de toekomst plaatsvinden door een link te leggen met de exemplaren en de bibliografische beschrijving in de NBC. M.a.w. een lokaal systeem heeft nog maar beperkte functionaliteit nodig en zou daardoor goedkoper voor de OB’s kunnen zijn.

Een multitenant ILS systeem voor alle OB’s: in een andere visie wordt gesteld dat er nu erg veel zaken op nationaal niveau worden geregeld: de nationale discovery omgeving, een nationale bibliotheekpas met een daar achterliggende nationale lenersadministratie en een identity en access management functie, het gecentraliseerde acquisitieproces van fysieke informatie door NBD BIBLION en de centraal aangekochte licenties van Ebooks door de inkoopcommissie. Het lijkt dan ook een logische stap om een nationaal, multitenant ILS systeem voor de Openbare Bibliotheken in te richten. Één bibliotheeksysteem voor alle OB’s zou veel efficiënter werken en daardoor aanzienlijk veel geld besparen.
 
Ik onderschrijf dezen uitkomsten van harte. Sterker nog, ze lijken verdacht veel op de visie van de Overijsselse bibliotheken uit 2011.

Twee prangende vragen...
Aantrekkelijke opties. Maar hoe zorg je er nou voor dat leveranciers van systemen zich ook werkelijk dit gaan doen? Want leer mij systeemleveranciers kennen: die bouwen uit zichzelf geen kleinere systemen. Hoe krijg je dit soort leveranciers op de knieën? Een een tweede vraag: als je in Nederland één groot systeem hebt, heb je dan nog wel concurrentie tussen systemen?

Morgen geef ik antwoord op die twee vragen. Maar ik voorspel u vast: het einde is nabij.