Posts tonen met het label siob. Alle posts tonen
Posts tonen met het label siob. Alle posts tonen

woensdag 16 juli 2014

Als geletterdheid in het hart staat van de maatschappij, mogen bibliotheken nooit ver weg zijn...



Nederland dommelt in vakantiestand. Een collega stuurt me nog een link naar een folder die vorig jaar op de dag van de laaggeletterdheid werd uitgereikt. Een kleine 9 maanden geleden nog maar. Ik was die folder alweer vergeten. En in die folder, een deel van de toespraak  van Prinses Laurentien op de BibliotheekTweedaagse in Middelburg. De toespraak doet me beseffen dat in dit land geletterdheid een mensenrecht moet zijn en het ontbreken van die geletterdheid een schendig van dat recht. Die toespraak is nog maar anderhalf jaar geleden. Het doet me beseffen hoe snel onze aandacht alweer naar iets anders gaat. Voordat u echt weg dommelt in de vakantie, nog één keer die 'call to action' van haar...

Call to action
'Het belang van lezen en schrijven is een breed gedragen sociaal-economisch vraagstuk, en niet alleen iets van het onderwijs. Als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt, kunnen we het samen oplossen - van bibliotheken tot doktoren en overheden, van werkgevers tot vakbonden en maatschappelijke organisaties. En laten we ons goed blijven realiseren dat de thuisomgeving en de maatschappelijke omgeving naast school cruciaal blijft: een huis met boeken, kranten of tijdschriften, ouders die lezen, boeken op ontmoetingsplekken in de stad, de fysieke zichtbaarheid van aantrekkelijk leesmateriaal. Een taalrijke omgeving is van grote invloed op iemands verdere bestaan. Ook digitaal leesmateriaal speelt hierin een rol, en is uiteraard van grote waarde.
 
[...] De bibliotheek is de lokale ontmoetingsplek en studieplek waar mensen elkaar treffen, waar gesnuffeld kan worden in allerlei materiaal.
[…] Als we denken vanuit de mens, moeten de oplossingen dus ook dichtbij de mens liggen. Daarom moeten we naar de mensen toe -bijvoorbeeld door volwassenen een cursus aan te bieden, met behulp
van getrainde vrijwilligers, in hun directe omgeving. En ouders te betrekken bij het leerwerk van hun kinderen thuis. Ook dat moeten we relevant en laagdrempelig maken, en de enorme winst ervan inzichtelijk maken.
[...] De functie van bibliotheken is evident. Want als geletterdheid in het hart staat van de maatschappij, dan mogen bibliotheken nooit ver weg zijn. Aan u allen de call to action om de winst van taalvaardigheden voor mensen en de samenleving zichtbaar en inzichtelijk te maken!'


Uit: Toespraak van H.K.H. Prinses Laurentien der Nederlanden tijdens Bibliotheek tweedaagse, december 2012 te Middelburg

maandag 23 juni 2014

Het einde van het bibliotheeksysteem is nabij.... een tragedie in twee delen : deel 1

Nog even en het eind van de bibliotheeksystemen is nabij. Is dat taal voor onheilsprofeten? Ik denk het niet. Het is in ieder geval dichterbij dan we denken. De afgelopen week werd ik offcieel geattendeerd op het rapport van Maurits van der Graaf van Pleiade. Eigenlijk verplichte kost voor elke bibliotheekdirecteur die nog een beetje visie op ICT wil hebben. Zeker als dat tot de conclusie leidt dat u uw bibliotheeksysteem wel weg kunt doen. In twee delen ga ik u uitleggen wat er gebeurt.

Lesje bibliotheeksystemen
Maar eens even beginnen bij het begin. Voor iedereen die iets minder thuis is bibliotheeksystemen leg ik de basisprinicpes nog maar even kort en versimpeld uit.

Een bibliotheeksysteem bestaat uit meerdere bestanden die aan elkaar worden gekoppeld. Zo is er een titelbestand met daarin keurige titelbeschrijvingen. Er is een exemplarenbestand waarin we aangeven welk boek bij welke titel hoort met welke chipcode of barcode. Er is een ledenbestand waarin we ledengegevens bijhouden en een bestellingenbestand waarin we onze bestellingen opslaan die we hebben doorgegeven aan onze leverancier.

Tot zover goed te volgen, denk ik.

Stille revolutie
Nu heeft zich de afgelopen jaren iets voltrokken wat een eerste aanzet zou kunnen zijn van een stille revolutie. Of die uitbreekt bepaalt de branche zelf.

Het blijkt namelijk dat elk van deze bestanden: exemplaren, titels, bestellingen, leden en transacties minstens voor een deel ens soms in zijn geheel ook op landelijk niveau beschikbaar is gekomen.



Voor bestellingen geldt dat de NBD eigenlijk al jarenlang onze schaduwboekhouding doet: zij hielden onze bestellingen bij, wij hielden onze bestellingen bij. Waarom dubbel werk en niet gewoon vertrouwen op het bestand van de NBD. Ik streep het Bestellingen-bestand vast weg.

Voor titels en exemplaren hebben we de afgelopen jaren flink gewerkt aan synchronisatie met de GGC en open zoekindex onder de naam NBC+. Met een beetje goede wil en wat doorwerken, strepen we ons exemplaren en titelbestand ook weg.

Dan houden nog over het ledenbestand  en het transactiebestand. Voor dit leden en transactiebestand moet je kijken naar de ontwikkeling van het IAM en de tools die nodig zijn om te komen tot een Nationale Bibliotheekpas. Dat is nog niet helemaal een sluitend transactiesysteem, maar wie hier energie op zet zou met een paar jaar toch een heel eind kunnen komen.

Kortom, het einde van het bibliotheeksysteem is nabij. Of blijft u gewoon alles dubbel doen?

Rapport Pleiade
Pleiade komt in haar rapport tot dezelfde conclusie.

Het rapport gebruikt onder ander bijgaande plaatje om te laten zien hoe in het Nederlands bibliotheekwerk gegevens 'rond worden gepompt': ze worden in verschillende systemen doorgekopieerd en daarmee houden wij verschillende systemen met dezelfde functie in stand.

 
Het rapport concludeert dan ook:
"De NBC+ vervangt de OPAC’s. Er zijn bijvoorbeeld nu 25 verschillende implementaties van de Aquabrowser met ieder een eigen index en integratielaag circa 60 bibliotheeksystemen met vaak een eigen publiekscatalogus. Dit wordt dus nu vervangen door één API met daarachter één index en één integratielaag, die alle OB’s kan bedienen. Met andere woorden: de NBC+ betekent een belangrijke efficiëntieslag voor de OB’s in Nederland."
Een conclusie die wat mij betreft net iets te stellig is: het KAN een belangrijk efficiëntieslag worden voor bibliotheken in Nederland. Want dan moet er nog wel wat gebeuren. Bibliotheken zullen dan moeten stoppen met dingen dubbel doen en daarmee hun eigen systemen kleiner maken.

In de conclusie van het rapport stelt Pleiade dat er twee opties zijn
Een vereenvoudiging van de lokale ILS systemen: De consequentie voor de lokale ILS systemen is dat deze vereenvoudigd kunnen worden en zich uitsluitend op transacties zouden kunnen focussen (‘light weight ILS’en’). De bezitsregistratie kan dan in de toekomst plaatsvinden door een link te leggen met de exemplaren en de bibliografische beschrijving in de NBC. M.a.w. een lokaal systeem heeft nog maar beperkte functionaliteit nodig en zou daardoor goedkoper voor de OB’s kunnen zijn.

Een multitenant ILS systeem voor alle OB’s: in een andere visie wordt gesteld dat er nu erg veel zaken op nationaal niveau worden geregeld: de nationale discovery omgeving, een nationale bibliotheekpas met een daar achterliggende nationale lenersadministratie en een identity en access management functie, het gecentraliseerde acquisitieproces van fysieke informatie door NBD BIBLION en de centraal aangekochte licenties van Ebooks door de inkoopcommissie. Het lijkt dan ook een logische stap om een nationaal, multitenant ILS systeem voor de Openbare Bibliotheken in te richten. Één bibliotheeksysteem voor alle OB’s zou veel efficiënter werken en daardoor aanzienlijk veel geld besparen.
 
Ik onderschrijf dezen uitkomsten van harte. Sterker nog, ze lijken verdacht veel op de visie van de Overijsselse bibliotheken uit 2011.

Twee prangende vragen...
Aantrekkelijke opties. Maar hoe zorg je er nou voor dat leveranciers van systemen zich ook werkelijk dit gaan doen? Want leer mij systeemleveranciers kennen: die bouwen uit zichzelf geen kleinere systemen. Hoe krijg je dit soort leveranciers op de knieën? Een een tweede vraag: als je in Nederland één groot systeem hebt, heb je dan nog wel concurrentie tussen systemen?

Morgen geef ik antwoord op die twee vragen. Maar ik voorspel u vast: het einde is nabij.

donderdag 5 december 2013

SIOB-rapport 'Leerfunctie van de Bibliotheken in beeld'

Niet alles wat nieuw is, is waar en niet alles wat waar is, is nieuw. Met die woorden moet je soms ook maar eens naar innovatie kijken. En deze week liep ik, ik in het kader van mijn opdracht voor een Leven Lang leren, tegen een oud onderzoek aan. Nou ja, oud, uit 2010: 'De leerfunctie van de Bibliotheken in Beeld'. Een rapport dat is gestart door de VOB en dat is afgerond door het SIOB en dus uitgevoerd in die turbulente periode van ontvlechting.

En mijn excuses, het is een wat langer blogje geworden. Haal even koffie zou ik zeggen, en lees even rustig mee.

Inhoud
Het onderzoek is een inventarisatie bij openbare bibliotheken naar faciliteiten die zij bieden rondom leren. 56% van alle bibliotheken heeft meegedaan en het biedt volgens een mooi beeld van hoe het rond 2010 voor stond. Laten we nog eens even door de uitkomsten lopen.

Hardware - faciliteiten
Het onderzoek vraagt zowel naar faciliteiten (hardware) als naar de speciale scholingsprogramma's (software) als naar samenwerkingspartners.

In bovenstaande tabel wordt aangegeven over welke faciliteiten men beschikt Ik denk dat we in drie jaar tijd die het onderzoek oud is, iets opgeschoven zullen zijn in het aanbieden van rustige studie- of werkplekken.  Opvallend vind ik dat meer dan 20% van de bibliotheken geen aparte cursus of ontvangstruimte heeft. Wie wat door zoekt in het het onderzoek ziet dat het dan met name kleinere bibliotheken betreft. Die zullen in veel gevallen ruimtes hiervoor multifunctioneel inzetten. Maar doordat kleine bibliotheken steeds vaker onbemand en ruimer open gaan, kon hier nog wel eens wat extra behoefte ontstaan.

Waar ik wel benieuwd naar ben: welke bibliotheek heeft deze faciliteiten het beste op orde? Weet iemand dat? Lijkt me leuk om te zien.

Software - programmering en aanbod
Het onderzoek heeft vervolgens gekeken waar welke cursussen worden gegeven. Dat levert het onderstaande beeld op.


We zijn dus sterk in internetcursussen, leeskringen en schrijvers. Van dit aanbod val ik nog niet echt achterover. Dit is wel een beetje het geijkte rijtje. Iets meer dan 20% doet iets aan talencursussen en iets meer dan 40% doet wel eens iets aan literaire cursussen. Het onderzoek gaat nog wat verder over de frequenties van deze cursussen. Om wat gemiddeldes te geven: één keer per week een internetcursus, één keer per kwartaal een schrijver.

Wat ik nog aardig vond was dat men ook nog keek naar de kosten voor gebruikers voor deze activiteiten.


De helft van de internetcursussen is niet gratis en 20% is wel gratis. Waar die laatste 30% is, is mij een raadsel. Zou er een optie 'soms gratis, soms niet' zijn geweest? Het doet er ook niet zo veel toe. Wat het inzichtelijk maakt is dat je verschillend tegen die prijs aan kunt kijken: gratis voor iedereen, gratis voor kinderen, gratis voor leden  of juist iedereen betalen.

Samenwerkingspartners
Bij samenwerkingspartners is dit het eerste plaatje.

Dat is wel bijzonder. tot op dit punt in het onderzoeksrapport zijn kinderen nog niet genoemd. Hier blijkt plotseling dat we voor die leerfunctie eigenlijk juist heel veel doen voor kinderen. Niet zozeer in de fysieke vestigingen maar juist heel erg op de scholen en samen met scholen. Ontwikkelingen als de Bibliotheek op School kunnen we dus gewoon onder een Leven Lang Leren scharen.

Maar als we nou eens buiten die onderwijsinstellingen kijken? Wat zien we dan?

Om eerlijk te zijn: van dit lijstje wordt ik niet echt warm. Dit is wel erg traditioneel. SeniorWeb is misschien nog de meest speciale omdat hier sprake is van samenwerking met een vrijwilligersorganisatie. Volgens mij is hier wel helder dat bibliotheken nog veel meer rendement moeten halen uit samenwerking met meer en andere partners dan die hier staan: denk aan co-creatie met burgers, denk aan samenwerking met wijken of met leerkringen.  Deze vormen van samenwerking zullen bepalend zijn voor de wijze waarop we onze leerfunctie verankeren in de samenleving.

Voor de goede orde: het rapport laat nog een aantal samenwerkingsgebieden zien maar de uitkomsten zijn vergelijkbaar met hierboven.

Conclusies en aanbevelingen
Een leuk onderzoek maar de conclusies en aanbevelingen die volgen zijn mager en zijn niet ingebed in een visie. Eigenlijk is het niet meer dan een lang lijstje met wat tips. Tja, dat bibliotheken betere faciliteiten kunnen aanbieden en misschien wat meer programma's vind ik wel erg voor de hand liggen.

Een belangrijke conclusie die men nog trekt is dat veel van de goede voorbeelden - die geanonimiseerd genoemd worden - vooral een succes zijn door gedreven bibliotheekmedewerkers. Zonder die medewerker met passie en ondernemerschap was het nooit een succes geworden. Ik denk dat we dat met zijn allen herkennen. En het verhaal van Volksuniversiteit in Groningen, liet dat ook wel zien.

Voor mij is een belangrijk leerpunt dat we daarnaast veel creatiever moeten zijn met onze samenwerkingspartners. Meer co-creatie met burgers a la Skillshare en burgerkracht faciliteren met de spullen die de bibliotheek heeft: lokaaltjes, studieplekken, enthousiast ondernemerschap en... collectie. Maar misschien is de opkomst van die co-creatie de afgelopen drie jaar ook wel veel sterker geworden en kon je dat toen (onderzoek in 2009, publicatie 2010) ook nog niet goed zeggen.

Tot slot was voor mij dit onderzoek weer even een eye-opener dat we ook nog zoveel voor kinderen doen. Wat mij nog even brengt bij de vraag: wie heeft ervaring met een breed cursusaanbod voor kinderen?

En voor het SIOB: ik heb 'm niet gevonden maar een stevige visie op dit onderwerp zou niet verkeerd zijn. Het lijstje losse aanbevelingen onder dit rapport kan echt beter. En ik denk dat de branche in 2013 daar wel aan toe is, getuige de conclusies van weer een ander onderzoeksrapport van het SIOB: de innovatie-denkmiddagen.

Ik citeer:
"Vrij breed gedeeld is onder de innovatiedeskundigen de mening dat de uitleen van boeken, als middel om het doel van persoonlijke ontwikkeling van burgers dichterbij te brengen, op termijn minder centraal zal staan. Hooguit verschillen de inschattingen over de termijn waarop dat het geval zal zijn. Het accent in de ideeën over bibliotheekinnovatie lag bijgevolg op de transitie naar een ander soort bibliotheek: een bibliotheek als platform die er in mindere mate is met een collectie voor de burger, en in toenemende mate met de burger samen aan de slag gaat om kennis en creativiteit tot ontwikkeling te laten komen."

Waarvan akte. Aan de slag! Dank voor u tijd trouwens.

Colofon
Deze blog verschijnt in het kader van mijn activiteiten voor het Gelderse programma 'Een leven lang leren'. Binnen dit programma zal ik een een flink aantal best practises binnen en buiten de bibliotheekbranche beschrijven. Mijn bevindingen deel ik via mijn blogs. Mijn doel is om vanuit deze best practises een set van bouwstenen te formuleren voor bibliotheken die aan de slag willen met een Leven Lang Leren. Reacties en aanvullingen stel ik zeer op prijs.

dinsdag 28 februari 2012

Nieuwe CBS-statistieken: even lezen en weer snel aan de slag

Dia3

De afgelopen week las ik nieuwste reeks CBS-statistieken over Openbare Bibliotheken. Anderhalf jaar geleden stond ik al wat langer stil bij deze statistieken onder de titel: Vijf feiten om van te schrikken.

De oude bibliotheek verdwijnt
In de bovenstaande grafiek zien we dat leden en uitleningen de afgelopen tien jaar een dalende trend laten zien. En laat ik er dan bij zeggen dat in veel bibliotheken van die uitleningen ook nog eens circa 20% een internetverlenging is geworden.

Hoewel er enkele groeigemeenten en zelfs enkele groeiprovincies zijn, geeft iedereen toe dat het bestaande concept van de uitleenbibliotheek bezig is te verdwijnen. Is dat erg? Nee, dat is niet erg. Als je maar weet waar je in de toekomst naar toe wilt. Weten we dat? Soms wel, soms niet. De bereidheid van een gemeente om een bibliotheek te financieren heeft niet alleen te maken met het aantal leden en uitleningen. Sterker nog, juist bij bezuinigingen vragen gemeenten zich opnieuw af waarom ze ook al weer een bibliotheek subsidie verstrekten.

Dat de oude bibliotheek bezig is te verdwijnen is overigens geen reden om er niet meer in te investeren. Het is nog steeds de meest gebruikte culturele instelling van Nederland. Daar ga je voorzichtig mee om en is ook niet zo maar weg.

Dia1


Kinderen worden echt speerpunt
Een tweede grafiek die ik uit de CBS-cijfers kan halen is de volgende. Die laat zien dat het aantal volwassen leden is gedaald maar dat het aantal jeugdleden is gestegen. En momenteel hebben we meer jeugdleden dan volwassen leden. Wij zijn dus meer een instelling voor kinderen dan voor volwassenen geworden.

De ontwikkelingen rond Biebsearch en Bibliotheek op school sluiten daar erg op aan. Als ik me niet vergis worden kinderen, leesbevordering en mediawijsheid een belangrijke legitimatie gaan worden voor toekomstige subsidie.

Dia2


Meerwaarde voor volwassenen
Een laatste statistiek is de volgende. Die geeft aan wat de ontwikkeling is geweest van onze subsidie en de inkomsten van gebruikers. De inkomsten rond subsidies hebben geen gelijke tred gehouden met de stijging van subsidies. Hoewel we in deze grafiek nog niet zien dat het totaal aan subsidie daalt, zal dat de komende jaren een neergaande lijn laten zien.

In 1999 werd er 27 euro per volwassen lid bijdragen aan de bibliotheek. In 2010 was dat 38 euro. Ik voorspel dat deze bijdrage binnen vijf jaar naar rond de 50 euro zal gaan. Het zal een logische consequentie zijn van de bezuinigingen.

Tegelijkertijd zal de bibliotheek zich ook voor volwassenen opnieuw moeten uitvinden. En dat terwijl we allemaal steeds kritischer consumenten zullen worden. Grote vestigingen zullen zich steeds meer als een een verblijfsplaats en cultuurmagneet ontwikkelen. Kijk maar naar Almere, Delft en Amsterdam. In die bibliotheken zie je dat er ook al veel meer gebeurt dan alleen uitlenen. Het worden veblijfs- en ontmoetingsplaatsen met veel activiteiten. Er wordt een nieuwe meerwaarde gecreëerd en volwassen gebruikers zullen daar iets meer voor gaan betalen.

vestigingen-servicepunten-zelfbedieningsbibliotheken

Wat mist bij het CBS
Het CBS is een trouwe verzamelaar van gegevens maar drie soorten gegevens worden nog node gemist in de overzichten. En het zou wel aardig zijn om die van nu af aan mee te nemen in de overzichten.

Op de eerste plaats is er geen enkel digitaal cijfer te vinden. Hoe vaak zijn we op internet geraardpleegd, hoe vaak is er gezocht in onze zoekmachines en wat is er digitaal geconsumeerd.

Op de tweede plaats ontbreken gegevens over het aantal vestigingen. Het spreidingsbeleid zal de komende jaren onder druk komen te staan. Her en der zijn daar wel goede antwoorden op te vinden door allerlei vormen van samenwerking. Daarom is het aardig om bovenstaande grafiek van het SIOB nog eens te bekijken: we hebben minder vaste vestigingen maar steeds meer servicepunten en zelfs al een klein aantal zelfbedieningsbibliotheken. Per saldo zijn we op steeds meer plaatsen.

Op de derde plaats mist elk gegeven buiten de uitleenbibliotheek: klassebezoeken, lezingen, cursussen en nog zo wat cijfers. Wie daar nog een goed overzicht voor weet, doet me daarmee wel een plezier.

Niet schrikken, aan de slag
Zijn de cijfers schrikken? Nee. Het geeft aan dat we tempo moeten maken.

Tempo met de samenwerking met het onderwijs.
Tempo met de ombouw van grote vestigingen tot cultuurmagneten.
Tempo om rond kleine vestigingen een slim spreidsingbeleid te voeren.
En tempo met de digitale bibliotheek.

En dan de bezuinigingen ook nog eens zo gebruiken dat je samen met de gemeente uitkomt op dat tempo.

Niet in de koplamp blijven staren maar aan de slag. Er is genoeg te doen en genoeg te winnen.

woensdag 13 juli 2011

Marks driepuntenplan : Op naar de NOT 2013?

In januari van dit jaar schreef ik over mijn inzet voor de Nationale OnderwijsTentoonstelling, de NOT. In de stand van de bibliotheken kwamen honderden onderwijsmensen met hun vragen voorbij. Ik constateerde toen dat ik geen van die onderwijsmensen een goed antwoord kon geven. Dat komt omdat de 160 bibliotheken in Nederland hun dienstverlening aan het basisonderwijs allemaal op een verschillende manier organiseren. Verschillende leeslijnen, verschillende programma’s en bovenal versnipperde energie. En tja wat zeg je dan tegen een school in Werkendam, Emmeloord, Schagen of Uden?

Ik beloofde toen dat ik in 2013 alleen nog help met de NOT als we dat drastisch zouden wijzigen. En ik legde u toen een driepuntenplan voor dat bestond uit – u raadt het al – drie onderdelen.

Punt 1: Leesonderwijs
We maken als bibliotheken de keus voor één soort ondersteuning van het leesonderwijs. We vragen Kunst van Lezen, Biebsearch jr. en Boek1boek om dit samen met de bibliotheken op te zetten. We nemen daar een gezamenlijke beslissing in en bieden dit voor een uniform tarief aan. Daarnaast hebben we natuurlijk ook het mooie product Leesplein. En het is natuurlijk logisch dat ook die geïntegreerd moet worden in dit verhaal.

Punt 2: Mediatheken en boekleverantie
Veel scholen vragen om ondersteuning bij mediatheken of om een vorm van boekleverantie. We vragen Kunst van Lezen, Biebsearch jr. en Boek1Boek om dit samen met de bibliotheken op te zetten. We nemen daar samen een beslissing in en bieden dit voor een uniform tarief aan.

Punt 3: Schoolbieb
Dat wij onze dienstverlening voor scholen digitaler moeten maken is evident. Maar wat hebben wij eigenlijk te bieden? Ik vind de nieuwe vorm van schoolbieb een prima stap. Met allerlei arrangeertools op de achtergrond van het ontwikkelcentrum.

Dat alles beschrijven we in een werkplan dat we samen met de scholen opstellen en natuurlijk meten we doorlopend de behaalde resultaten. Daarmee leggen we een meerjarensamenwerking vast en betalen scholen een vast bedrag per leerling.

Landelijk onderwijsoverleg
Op dit voorstel kreeg ik veel positieve reacties. En met die reacties is ook wat gebeurd. In de afgelopen tijd heb ik een aantal malen met alle bovengenoemde partners mogen meedoen met een landelijk onderwijsoverleg. Dat overleg wordt getrokken door Chris Groeneveld van het SIOB. Dat doet hij hartstikke goed en het is helder dat het SIOB graag verder wil op dit gebied.

In dat overleg is vastgesteld dat bovenstaande onderdelen inderdaad wel zijn wat je ongeveer nodig hebt. In de presentatie die je bij dit artikel vindt, is zo’n ideale situatie uitgewerkt door Kunst van Lezen en Biebsearch jr. De bibliotheek is daarin een ultieme partner voor het onderwijs, draagt actief bij aan taal- en leesonderwijs en heeft mogelijk een rol in mediawijsheid.

Ik vind het ook een sterk plan dat het SIOB samen met alle partners die najaar een aantal regionale conferenties gaat organiseren om dit verhaal uit te dragen. Misschien hebt u daar in uw netwerk al over gehoord. Ik ga het u in ieder geval van harte aanbevelen.

Samen op stap?
De volgende stap is: durven we dit als bibliotheken met elkaar aan? En wat heb je er voor nodig? Of laat ik de vraag anders stellen: heeft u al een goed educatief verhaal?

Het is helder dat als we als Nederlandse bibliotheken zo eenduidig optrekken we nog wel wat te verhapstukken hebben. We moeten onze lokale en provinciale pakketten en diensten wel wat aanpassen en afstemmen. Dat betekent dat iedereen een beetje moet inschikken.

En we moeten in veel gevallen veel meer tijd gaan investeren in het opstellen en uitvoeren van de werkplannen samen met scholen. Dat kost wel wat tijd en geld.

Aansluitsubsidie
Dan trek ik graag de parallel met de implementatiesubsidie voor de digitale bibliotheek. Daarbij krijgt elke bibliotheek een bedrag om aan te sluiten op het landelijke verhaal. En wie wil kan dat bedrag op provinciaal of regionaal niveau samenvoegen om meer daadkracht te organiseren. Of misschien moet je het juist wel via PSO’s of de provinciale netwerken organiseren. Wie het weet mag het zeggen.

Ik pleit dus voor een aansluitsubsidie op de landelijke onderwijslijn. En om eerlijk te zijn: mijn gevoel zegt dat dat er best eens in zou kunnen zitten. Wel zou ik pleiten voor een sterke regie onder aansturing van SIOB, Provincialen netwerken/PSO’s en Bibliotheek.nl.

Hoe zou dat eruit kunnen zien? Elke bibliotheek of netwerk die mee wil doen ontvangt een vergoeding in de aanloopkosten. Die aanloopkosten bestaan met name uit personeelskosten om tijd te besteden aan scholen om op een nieuwe wijze te gaan werken. Een wijze die nadrukkelijk aansluit op het opbrengstgericht onderwijs.

Uiteraard moet je als je als bibliotheek of netwerk mee wil doen wel aan een aantal voorwaarden voldoen. En één van die voorwaarden is natuurlijk dat we minimaal met elkaar hetzelfde basispakket voeren en dat we dat voor eenzelfde prijs verkopen aan het onderwijs. Een basispakket laat uiteraard ruimte voor nog lokale aanvullingen. Niet dichtgetimmerd maar in de basis wel eenduidig en met keus voor de school.

Wat moet er in een basispakket zitten?
Op dit moment praten Schoolbieb, Boek1Boek, Biebsearch jr. en Kunst van Lezen met elkaar. Die hebben hun pakket op elkaar afgestemd en dat vervlochten tot een werkplan. De leidende vragen in dit plan zijn samen te vatten tot: 1) Hoe krijg jij goede collecties in de school? 2) Wat doe je met die collecties? 3) Hoe ziet jouw mediaplan eruit? En 4) Hoe krijg jij goede informatie in de school? Ik ben geen specialist maar ik vind dit wel een mooi pakket bij elkaar. Maar ik hoor ook graag of hier nog grote dingen in missen.

Ik zie uw reacties tegemoet. En laten we wel wezen, het is zo weer 2013 en dan wil ik toch weten of ik op die NOT moet staan. Ik zou het fantastisch vinden als we daar heel veel scholen een goed en eenduidig antwoord kunnen geven.