donderdag 30 januari 2020

Presteren bibliotheken beter als ze meer subsidie krijgen?


Toen ik in de afgelopen tijd de lijstjes publiceerde van Best Presterende Bibliotheken, kreeg ik wel eens de opmerking van bibliotheekdirecteuren dat ik ook eens moest kijken naar de hoeveelheid geld die een bibliotheek krijgt. Vaak kwam de opmerking van directeuren die het met minder subsidie moesten zien te redden.

Spreidingsdiagram subsidie versus prestaties
Zou dat in beeld te brengen zijn dacht ik toen? En hoe dan? Het resultaat ziet u in het spreidingsdiagram hier boven. Ik heb alle 146 bibliotheken hierin getekend. Elk met hun totale gemeentelijke subsidie in 2018 en hun totale score in de berekeningen van de Best Presterende Bibliotheek. Die totale score was opgebouwd uit de rankingpositie die bibliotheken innamen bij vier indicatoren: het aantal activiteiten per 1.000 inwoner, het aantal bezoeken aan de bibliotheek per inwoner, het percentage inwoners dat lid is van de bibliotheek en het aantal uitleningen per lid. De best scorende op een indicator kreeg 146 punten, de slechts scorende 1 punt. Tel je alle vier bij elkaar op dan heb je een overall-score op deze vier indicatoren.

Grote variatie
Zoals u kunt zien is er een grote variatie in zowel subsidie als in prestaties. Eén bibliotheek lijkt geen subsidie te krijgen. Dat is een fout in de dataset. Verder fluctueert de subsidie tussen de € 10,- en bijna € 47,- per inwoner.  Prestaties variëren van een kleine 100 punten tot 504 punten. Die laatste was Stadskanaal waar we voor de Kerst ook de bokaal voor Best Presterende Bibliotheek konden uitreiken.

Wie een trendlijn tekent door deze dataset, komt tot de rode lijn in de grafiek. Daarin zie we dat er meer prestaties zijn als er meer subsidie komt. Er lijkt dus een correlatie te zijn tussen subsidie en prestaties. Voor de statistiekfetisjisten onder u: de correlatiecoëfficiënt is 0,25. Dat betekent dus dat er een lichte correlatie is, wat ook wel te zien is aan de spreiding van de stippen. Maar desalniettemin er is een relatie.

Uiteraard is geld niet het enige dat de prestatie bepaalt. Ook de achtergrond van het werkgebied, de kwaliteit van de medewerkers, de samenwerkingspartners of de locatie kunnen van invloed zijn. Maar geld telt dus ook zeker mee. Verder tel ik met mijn vier indicatoren maar een deel van het bibliotheekwerk, het zegt nog niks over het aantal scholen dat bereikt wordt of het aantal laaggeletterden. Die kanttekening is dus wel op zijn plaats.

Bibliotheken met de hoogste prijs/kwaliteit-verhouding



In bovenstaande grafiek heb ik de gemiddelde waarden getekend voor zowel de score (292 punten) als voor subsidie (€ 23,82 per inwoner). Je krijgt dan vier segmenten: bibliotheken die lager of hoger dan het gemiddelde gefinancierd zijn en bibliotheken die hoger of lager presteren dan het gemiddelde.

In het vlak rechtsonder zitten de bibliotheken die minder dan gemiddeld gesubsidieerd worden maar die hoger dan gemiddeld scoren op de vier indicatoren. Ik noem voor het gemak maar even de bibliotheken met een goede prijs/prestatie-verhouding.  Ik heb een selectie gemaakt van bibliotheken die  meer dan vijf euro beneden het landelijk gemiddelde gefinancierd worden (€ 18,82 dus) en die ruim boven het landelijk gemiddelde scoren (> 325 punten in de index). Om eerlijk te zijn: daar is geen top-15 van te maken. Er zijn maar 13 bibliotheken die aan dat criterium voldoen.


Nijkerk, Borne en Noordwest Veluwe bibliotheken met de beste Prijs-Prestatie
Een bijzondere top-13 van bibliotheken die eigenlijk beter verdienen. Lage financiering en toch een hele hoge prestatie. Veel plattelandsbibliotheken of kleinere plaatsen in de lijst. De eerste drie kwamen we ook in de overall-top-20 tegen. Maar ik vind het toch wel aardig om ook die overige tien bibliotheken hier in het zonnetje te zetten. In dit lijstje staan de bibliotheekhelden die met minimale middelen toch een bovengemiddelde prestatie leveren. Bibliotheken als Voorschoten-Wassenaar, Brummen-Voorst, Midden-Drenthe of Westland.

Tegelijkertijd zie ik er bibliotheeknamen tussen staan die in het recente verleden nog te kampen hadden met flinke bezuinigingen. Als je dit lijstje ziet, moet je als gemeente toch denken dat je met een bibliotheek in deze gemeente je handjes moet dichtknijpen. Dit zijn de gemeenten die eigenlijk voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Niks mis mee, maar ga niet zeggen dat daar nog wel op bezuinigd kan worden. Als bovenstaande schema's ziet dan zie je dat je dan eigenlijk het onmogelijke vraagt.

Samengevat: de hoogte subsidie doet er wel degelijk toe maar is niet zaligmakend. U bent weer bij!

dinsdag 28 januari 2020

Ebooks en openbare bibliotheken: wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen?


Als er iets is wat de Koninklijke Bibliotheek goed heeft geregeld, zijn het de statistieken van ebooks. Ruim een week geleden meldde Bertil Voogd van de KB dat de jaarcijfers voor bibliotheken weer beschikbaar zijn op MetdeKB (sorry, alleen met code). Net als vorig jaar heb ik de cijfers weer op een rijtje gezet en geef ik u de belangrijkste ontwikkelingen.

Uitleningen +9%
Het afgelopen jaar steeg het aantal uitleningen van ebooks met 9% naar 3,8 miljoen ebookuitleningen. Dat is eigenlijk wel knap. Ik had zelf al een verdere afvlakking verwacht. Wie namelijk de groeicijfers van de afgelopen vijf jaar bekijkt, ziet namelijk dat de groei steeds kleiner wordt. Voor 2019 was de groei even sterk als in 2018.  Wellicht is een verklaring dat 2018 eigenlijk niet zo'n heel goed jaar was omdat er toen nog wel wat problemen waren met de app.


Ebookaccounts +3% / Bestaande leners lezen meer
Wie gebruik wil maken van ebooks moet hiervoor een account hebben. Dat kun je aanmaken op de Online Bibliotheek met je bibliotheekpas of je kunt een ebook-only-abonnement via de KB afsluiten.

Binnen de ebook-statistieken wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten accounts: geldige accounts en actieve accounts. Actieve accounts zijn alle accounts die het afgelopen jaar minimaal één keer een ebook hebben geleend. Een geldig account wil zeggen dat je je hebt geregistreerd maar zegt niks over je gebruik. In de jaren dat ik de ebooks volg, gebruik ik altijd het cijfer van de actieve accounts.

Hoewel er 9% meer ebooks zijn uitgeleend, zijn er niet 9% meer actieve ebooksaccounts. Het aantal actieve accounts is gestegen naar 233.885, een stijging van 3%. Het aantal uitleningen stijgt al een aantal jaren harder dan het aantal actieve accounts. Je kunt daaruit afleiden dat de bestaande ebookleners  dus jaar op jaar meer ebooks lenen en actiever worden.

Van de volwassen bibliotheekleden, leent 5% een ebook



Ik heb eens een combinatie gemaakt van twee datasets: die van de ebooks en die van de fysieke bibliotheekleden zoals ze in de dataset van gegevenslevering zitten. Ik heb het aantal volwassen leden en het aantal jeugdleden eens afgezet tegen het aantal geldige en actieve accounts in deze categorie.

Van alle volwassen leden (dus 100%) bij de bibliotheek heeft 23% een ebookaccount. 5% van  alle volwassen leden heeft in 2019 ook daadwerkelijk een ebook geleend. Bij jeugdleden is dat ongeveer de helft minder: 13% heeft ooit een ebookaccount aangemaakt en slechts 2% heeft vorig jaar ook echt een ebook geleend.

Voor kinderen zijn ebooks op dit moment dus nog absoluut geen vervanger voor papieren boeken. Dat pleit ervoor om in de komende tijd dus ook gewoon te blijven investeren in schoolbibliotheken met fysieke boeken. Lezen voor je plezier is voor de jeugd zeker nog geen gedigitaliseerde hobby. Informatie opzoeken is natuurlijk wat anders....

Ook dit jaar is de gemiddelde ebooklezer weer een jaar ouder geworden




Ook vorig jaar schreef ik al dat de ebooklener eerder ouder dan jonger wordt. En kijk even naar de groep 71-80-jarigen. Zij nemen een steeds groter deel van het aantal ebook-uitleningen voor hun rekening. Deze groep wordt steeds digitaler en kan steeds vaker goed overweg met een tablet of ereader.

Verder lijken alle groepen te groeien. Dat is een beetje optisch bedrog. Vorig jaar was ruim 6% van de leners nog ongeïdentificeerd met leeftijd. Dat is dit jaar teruggebracht tot bijna 0%. Die  6% onbekende leners is nu verdeeld over alle leeftijdssegmenten.

Maar alles bij elkaar lijkt ook dit jaar de gemiddelde leeftijd van de ebooklezer weer met een jaar gestegen te zijn.

Ebooks zijn net als vorig jaar 5% van het totaal aantal uitleningen




Ebooks vormen net als vorig jaar 5% van het totaal aantal uitleningen. Hoewel het aantal fysieke uitleningen daalde van 72 miljoen naar 66 miljoen, en het aantal uitleningen van ebooks steeg van 3,5 naar 3,8 miljoen blijft het toch 5%. Kleine nuance: vorig jaar wat het 4,6% en dit jaar is het 5,4%. Toch blijft het procentenwerk. Volgend jaar is het wellicht 6% of 7% en dat is dan vooral afhankelijk van hoe snel het aantal fysieke uitleningen daalt. In perpspectief: we verliezen elk jaar dus 6 miljoen fysieke uitleningen en we wonnen dit jaar 300.000 ebookuitleningen. Er is dus zeker geen sprake van volwaardig substitutie van fysieke boeken door ebooks.

Samengevat
Het aantal uitleningen van ebooks groeit gestaag tempo maar vooral doordat bestaande leners meer gaan lenen. De gemiddelde leeftijd van de ebooklener wordt elk jaar hoger. Jeugd lijkt absoluut niet over te stappen op ebooks. Tot slot blijven ebooks een omvang van ongeveer 5% van het totaal aantal uitleningen houden. U bent weer bij!

donderdag 16 januari 2020

Hellendoorn, Kampen en Katwijk hebben de best presterende jeugdbibiotheek! : De Best Presterende Jeugdbibliotheek van Nederland : Deel 3 van 3


Hellendoorn, Kampen en Katwijk hebben de best presterende jeugdbibliotheek van Nederland. Die geef ik hier bovenaan maar vast weg. Maar ik zeg er wel bij: voorlopig. Want in de vorige twee blogs zette ik op een rij welke bibliotheek de meeste kinderen bereikt met een bibliotheeklidmaatschap en welke bibliotheek jongeren het meeste wist te laten lenen en lezen.

Van die twee kengetallen heb ik een ranking gemaakt. We hebben 146 bibliotheekstichtingen in Nederland en wie het beste scoorde kreeg in één van de twee categorieën kreeg 146 punten, de nummer twee kreeg 145 punten, enzovoort. Als je dan de twee cijfers optelt krijg je bijgaande lijst.

Maar bezoekers en activiteiten dan?
Bij de Best Presterende Bibliotheek die ik eind vorig jaar bekend maakte waren er vier factoren die ik meenam: leden, uitleningen, bezoekers en activiteiten. Bij de jeugdbibliotheken kom ik op dit moment niet verder dan twee kengetallen. Want van jeugdbezoek of van jeugdactiviteiten kan ik op basis van de huidige datasets niet een goed beeld maken. Ja, er zitten zeker jeugdactiviteiten in de dataset van de gegevenslevering maar dat geldt dan alleen weer voor de bibliotheken die dit uitgesplitst hebben in het overzicht. Velen hebben dat niet.  Ook is het aandeel van jongeren als bezoeker van de bibliotheek niet bekend in deze dataset. Bezoeken zij de bibliotheek frequenter dan volwassenen? En is er verschil tussen bibliotheken? Zijn er bibliotheken die kinderen vaker naar de bibliotheek weten te krijgen? Dit soort cijfers zijn onbekend op landelijke schaal.

En dan is er tot slot nog de Bibliotheek op school. Lokale bibliotheken hebben die gegevens van hun eigen situatie. Een openbare dataset met gegevens van elke bibliotheek is hier nog niet. Eigenlijk wel jammer want het zou onderlinge vergelijking makkelijker maken en daar valt denk ik nog wel wat van te leren. Er is goed nieuws op dit front. Ik heb hierover contact gehad met de onderzoeksafdeling van de KB en zij gaven aan dat ze voornemens zijn inderdaad in het voorjaar van 2020 deze gegevens toe te voegen aan hun datasets. Het moet dan dus mogelijk zijn om te zien welk percentage scholen per bibliotheek deelneemt en hoeveel schoolkinderen een bibliotheek bereikt. Hulde!

Zullen we afspreken dat als die cijfers er zijn dat ik dan nog een keer naar de prestaties voor kinderen ga kijken? Dan beschouwen we dit maar even als een eerste uitslag - en daar is niks mis mee -  en vullen we die op een later moment aan.

Terug naar de top-20
Goed, na die toevoeging gaan we toch nog eens naar de top-20 kijken.  In deze top-20 staat geen enkele bibliotheek die in beide top-15's stond. Een topprestatie op beide gebieden lijkt elkaar bijna uit te sluiten: wie veel leden heeft, krijgt ook leden die minder lenen en wie minder leden heeft, lijkt juist meer leden te hebben die veel lezen.

Hellendoorn is de bibliotheekstichtring die het beste presteert op beide fronten: bereik en gebruik. Wie die hele top-20 ziet, ziet dat dat een knappe prestatie is.

Opvallend in deze top-20 is ook de aanwezigheid van veel Brabantse en Limburgse bibliotheken. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Overijsselse bibliotheken die we ook veel in de algemene top-20 zagen, gold dat niet voor de Brabantse en Limburgse bibliotheken. Nuth, Lage Beemden, Venlo, Roermond, Boxmeer, De Kempen en Maas en Peel, geen van allen kwamen ze voor in de algemene top-20 van Best Presterende Bibliotheken. Hier ligt dus nadrukkelijk een accent voor deze provincies. Laat ik dit een eervolle vermelding noemen.

Overigens zien we bibliotheken van het eerste uur die op stap waren met de Bibliotheek op school  veel terug in deze top-20: Den Bosch, Gelderland Zuid, Hengelo en Salland. Ook voor hen is dit denk ik eer naar werken.

De nummer 1 van de algemene top-20, Stadskanaal, zien we in deze lijst nog net terug op nummer 19.  Het is duidelijk dat beide lijsten dus een verschillend accent kennen en dat bibliotheken ook nadrukkelijk verschillend scoren in deze lijsten. Het toont voor mij aan dat deze verschillende top-20's ook echt wat verschillends meten.

Voor nu: mijn felicitaties aan deze helden van het jeugdbibliotheekwerk! Ga door met het goede werk want de samenleving heeft het meer dan nodig. Een bijzondere felicitatie aan Hellendoorn, Kampen en Katwijk die zowel in bereik als gebruik op dit vlak excellent scoren.

Voor wie de andere twee blogs wil teruglezen:
Hier het blog over het percentage jeugdleden
Hier het blog over het aantal uitleningen per jeugdlid

maandag 13 januari 2020

Waar lenen kinderen het meest? : De Best Presterende Jeugdbibliotheek van Nederland : Deel 2 van 3


Na de vorige blog over waar kinderen het meeste lid zijn, gaan we nu kijken naar het gebruik: waar lenen ze het meest? Want veel leden is één maar leden die veel lezen is natuurlijk twee. En lekker en veel lezen is natuurlijk waar heet om gaat.

Dit keer dus de uitleningen per jeugdlid in een top-15. En ik waarschuw maar vast: dit is een ingewikkeld blogje want de cijfers zijn niet makkelijk.

Landelijk gemiddelde 15,1
Het ongemakkelijke nieuws is: kinderen lenen minder dan volwassenen. Het landelijk gemiddelde over het geheel is 18,3 uitlening per lid als je kinderen en volwassenen samen neemt. Voor kinderen ligt het gemiddelde op 15,1, voor volwassenen zal het - ik heb het niet exact nagerekend - ergens rond de 23 à 24 uitleningen per lener liggen.  Interessant is bijvoorbeeld om te zien dat bijvoorbeeld ook plaatsen als Rijssen-Holten en Staphorst die vanwege hun christelijke signatuur een sterkere leestraditie kennen, dit zelfde effect zien. Ook hier lezen kinderen beduidend minder dan de volwassenen.

Nu is daar wel een verzachtend antwoord op te geven: volwassenen betalen voor hun lidmaatschap en kinderen niet. Dat kan ervoor zorgen dat volwassenen die weinig lezen sneller afhaken terwijl kinderen dan nog lid blijven. SCP-rapporten over leestijd bevestigen de teruggelopen leestijd tussen generaties en ik denk eerlijk gezegd dat we dat hier ook zien. Werk aan de winkel dus omdat we allemaal weten hoe belangrijk het is om veel met taal in aanraking te komen.

Drie Overijsselse jeugdbibliotheken aan kop
Tubbergen, Staphorst en Ommen, alle drie Overijsselse bibliotheken, gaan aan kop met meer dan 30 uitleningen per jeugdlid. Voor Tubbergen vind ik het een prachtig resultaat. Het is een bibliotheek die een aantal jaren nog werd geconfronteerd met een flinke teruggang door bezuinigingen. De toenmalige wethouder De Witte, nu  gedeputeerde in Overijssel, zorgde er toen voor dat de bibliotheek de ruimte kreeg om met de Bibliotheek op school aan de slag te gaan. En met succes zien we hier!

Over het geheel van de top-15 staan zelfs zeven Overijsselse bibliotheken. Dat is bijna de helft! De drie bibliotheken aan kop kwamen ook al in de top-15 van uitleningen voor over het geheel. Alle drie zijn het ook bibliotheken die altijd al actief waren in jeugdbibliotheekwerk en contacten met scholen hierover.

Wat meten we precies?
Maar nu ga ik het wat ingewikkelder maken. Want wat meten we precies bij deze telling? Zit de Bibliotheek op school hier wel of niet bij? Het antwoord is: ja en nee. Precies, ingewikkeld dus.

De bibliotheekenquête vraagt namelijk allen uitleningen uit aan bibliotheken. In  vraag 6 van de vragenlijst wordt gevraagd:
U heeft in 2018 [aantal boeken jeugd fictie uitgeleend] boeken jeugd fictie en [aantal boeken jeugd non-fictie uitgeleend] boeken jeugd non-fictie uitgeleend. Hoeveel van deze materialen zijn in 2018 uitgeleend via de Bibliotheek op school? 
Bovenstaande lijst bevat dus ook de uitleningen van de Bibliotheek op school. Van de 34,4 miljoen jeugduitleningen gingen er 5,6 miljoen via de Bibliotheek op school, zo'n 16% van het geheel.  Zo'n 70% van alle bibliotheken geeft bij deze vraag een antwoord. Zo'n 30% vult niks in.

Echter, dat zijn niet alle schooluitleningen. Er is nog vraag 7 in de  vragenlijst:
Hoeveel materialen van uw bibliotheekorganisatie zijn in 2018 uitgeleend via de Bibliotheek op school (exclusief verlengingen), via een uitleensysteem dat niet in beheer is van de bibliotheek?
Uitleningen jeugd: de Bibliotheek op school (exclusief verlengingen): Het gaat hierbij om de uitleningen van materialen die eigendom zijn van uw bibliotheekorganisatie en uitgeleend worden via de Bibliotheek op school, maar niet geregistreerd worden in het ILS van de bibliotheek.
 ILS: Integrated Library System, het systeem waar de klanten in geregistreerd worden en het uitleenproces in beheerd wordt (bijv. Wise, Vubis, Concerto of Brocade).
 Let op: Het gaat om de uitleningen die niet worden meegeteld onder vraag 5 en 6.

Volgt u het nog? Naast de uitlening in je eigen bibliotheeksysteem, kunnen er ook nog uitleningen buiten je eigen bibliotheeksysteem zijn. Denk dan aan uitleningen via Aura of KOHA. Die zijn in bovenstaande telling niet meegenomen. In totaal gaat het hier dan om zo'n 956.000 uitleningen van ongeveer 13 bibliotheekorganisaties.

Vraag 6 wordt wel meegeteld in het totaal en vraag 7 wordt niet meegeteld in het overzicht.  Dit leidt voor mij tot twee aanvullende overzichten.

Overzicht van uitleningen buiten bibliotheeksysteem



Ik heb de bibliotheekorganisaties die ook uit buiten hun bibliotheeksysteem uitlenen even op een rijtje gezet. Het zijn bovenstaande bibliotheken. In rood ziet u de uitleningen buiten het bibliotheeksysteem. In blauw de uitleningen aan de jeugd binnen het bibliotheeksysteem.

Soms gaat het om marginale aantallen zoals bij Nord Fryslan over Zeeuws Vlaanderen. Maar soms gaat het om meer dan wat in het bibliotheeksysteem gebeurt. Kijk maar eens naar BiblioPlus en Bibliorura. Wat ik niet weet is of verschillende systemen ook leidt tot verschillende ledensystemen en of bepaalde jeugdleden bij deze bibliotheken dan ook niet meegeteld zijn.

Deze uitleningen beïnvloeden het totaal maar licht - bijna een miljoen uitleningen op in totaal 35 miljoen uitleningen- maar het kan de uitkomsten van deze bibliotheken wel sterk beïnvloeden. Deze uitleningen zijn niet meegeteld in de reguliere telling. En eigenlijk snap ik niet zo goed waarom. Want het zijn precies hetzelfde soort uitleningen maar niet in het primaire bibliotheeksysteem.

Eigenlijk moet je deze uitleningen dus gaan meetellen.....

U snapt: dat heb ik gedaan en dan nog eens een top-15 gemaakt.

Top-15 inclusief uitleningen buiten het bibliotheeksysteem



En zoals verwacht leidt dat natuurlijk niet tot een aardverschuiving maar er is één bibliotheek die er nu toch in komt. En dat is Bibliorura, de bibliotheek van Roermond en Roerdalen. Op een mooie zevende plek en helaas voor BplusC Leiden dat eerst op de vijftiende plaats stond, die valt er nu net buiten. BiblioPlus

Het landelijk gemiddelde stijgt dan nog van 15,1 naar 15,5 boek per kind.

Alles bij elkaar was het nog wel een lastige exercitie om deze cijfers goed uit elkaar te trekken. Er zullen ongetwijfeld allemaal goede redenen zijn om het zo te doen maar soms denk ik wel bij dit soort zaken: één bibliotheeksysteem voor iedereen en voor elke school zou op dit punt wel een zegen zijn. Maar goed, we hebben de cijfers weer en als u er tussen staat hebt u puik werk geleverd.

Ik maak me op voor een derde en afsluitend blog over activiteiten, bezoek en het antwoord op de vraag: kunnen we een Best Presterende Jeugdbibliotheek aanwijzen? Voor bibliotheken die heel nieuwsgierig zijn: ik publiceer die uitslag donderdagochtend 16 januari.

Stay tuned!

woensdag 8 januari 2020

Waar zijn de meeste kinderen lid? De best presterende jeugdbibliotheek van Nederland : Deel 1 van 3


De eerste blog in het nieuwe jaar! Terwijl u nog uw collega's misschien nog een goed Nieuwjaar wenst en uw eerste goede voornemens al weer sneuvelen, ga ik maar eens verder waar ik eind vorig jaar gebleven was: lijstjes maken over bibliotheken!

Want na het overzicht van de Best Presterende Bibliotheek van Nederland, vroeg ik mij af of het mogelijk was om ook eens te kijken naar de Beste Jeugdbibliotheek. Kinderen en jongeren zijn in ledental onze grootste gebruikersgroep. Daarnaast is zwaar geïnvesteerd in de Bibliotheek op school.  Zou je nu ook op dat gebied tot een bepaald overzicht kunnen komen?

Want nieuw in de dataset van de Koninklijke Bibliotheek is dat men niet alleen de omvang van het totale werkgebied heeft opgenomen maar ook het totaal aantal jongeren tot en met 17 jaar. Door dat te combineren kun je dus het percentage jeugd berekenen dat lid is van de bibliotheek. En dat per bibliotheek.

Dat levert het bovenstaande bijzondere plaatje op.

Landelijk gemiddelde 68,7% lid
In heel Nederland zijn er 3,34 miljoen personen onder de 18 jaar. 2,28 miljoen daarvan hebben een bibliotheekpas. In heel Nederland is 68,4%  van de kinderen lid. Het hoogste bereik hebben we in de basisschoolleeftijd. Ik schat dat het daar rond de 90% zal liggen en in de categorie tot 4 jaar zal ongeveer 40% lid zijn en boven de 12 zien we een afnemend gebruik waarbij de 90% vaak langzaam daalt tot 17 jaar tot zeg 50%. Na 17 jaar volgt vaak de factuur voor een abonnement en decimeert het lidmaatschap vaak tot tussen de 5% en 15%. Zie hier de bibliotheekcarrière van een gemiddeld kind.

Meer dan 100%
In bovenstaande top-15 staan zes bibliotheken met een Noord-Koreaans bereik van boven de 100%. Hoe kan dat zult u denken? Van een aantal bibliotheken die hier tussen zit, weet ik wel hoe dit kan. Men heeft daar afspraken met met name de middelbare scholen en/of ROC's die ook een streekfunctie hebben. Er worden dan dus leerlingen ingeschreven van buiten het eigen werkgebied.

Daarnaast zijn dit bibliotheken met veelal een zeer actief beleid rond Bibliotheek op school op basisscholen en zullen ze vrij actief zijn met Boekstart.

Zwolle waren we als koploper al eerder tegen gekomen bij het totale bereik van de bibliotheek maar een deel van de motor achter dat succes ziet u dus hier.

Wat mij verder opvalt is de sterke vertegenwoordiging van Drenthe in deze lijst. Zowel Biblionet Drenthe als Emmen, samen goed voor een zeer groot deel van deze provincie. Ik denk dat dit wel eer naar werken is want jeugdbibliotheekwerk en ondersteuning van scholen heeft in deze provincie altijd hoog in het vaandel gestaan. En met succes dus.

En verder?
Zo dit was deel één. In een volgende blog ga ik kijken naar uitleencijfers en jeugd. Waar lezen ze veel en zijn dat ook de bibliotheken waar veel jeugdleden lid zijn? Dat zou pas echt winst zijn natuurlijk.  Verder zal ik nog wat zeggen over activiteiten en bezoek en zal ik zo toewerken of het mogelijk is om een Best Presterende Jeugdbibliotheek aan te wijzen.

Stay tuned!