maandag 23 juli 2018

Halfjaarcijfers ebooks openbare bibliotheken


Ik heb slecht nieuws, slecht nieuws en  iets minder slecht nieuws voor u over ebooks in openbare bibliotheken. Wat wilt u het eerste horen? Dat dacht ik al: het slechte nieuws.

Het slechte nieuws is dat de uitlening van ebooks nauwelijks meer groeit. Dit concludeer ik op basis van de halfjaarcijfers die de KB op 5 juli presenteerde op MetdeKB. Het ruwe excelsheetje heb ik voor u even verwerkt naar een paar grafieken. Kijk even mee.

Hierboven ziet u het totaal aantal uitleningen van ebooks in de afgelopen jaren met een prognose over 2018. Zoals u ziet stijgt het aantal uitleningen dit jaar met 1,7% (afgerond 2%). Dat is aanmerkelijk minder dat de stijging van de afgelopen jaren.

Het kan overigens nog iets meevallen met de uitleencijfers over 2018. De prognose van 2018 heb ik berekend door het aantal uitleningen tot en met juni te verdubbelen. In de praktijk blijkt dat er in de tweede helft van het jaar meer gelezen wordt. Maar zelfs als we er nog en paar honderdduizend uitleningen bij optellen is de vraag of de stijging nog de dubbele cijfers haalt. De groei die de afgelopen jaren al afvlakte, zet dus door.

Overigens in de koopmarkt werd over het afgelopen kwartaal ook al een flinke aflvlakking geconstateerd. Lees hiervoor het blog van Raymond Snijders.

KB stijgt, bibliotheken dalen



Maar er is nog iets aan de hand. Bij bibliotheken kun je via twee soorten abonnementen gebruik maken van het ebookaanbod. Wie lid is van een openbare bibliotheek heeft in bijna alle gevallen ook toegang tot het ebookaanbod.  Met je bibliotheekpas kun je een account aanmaken voor de ebooks. Dat is de eerste methode. De tweede methode is dat je ook een 'Digital only'-abonnement kunt nemen via de Koninklijke Bibliotheek. Je kunt in dat geval niet lenen bij een openbare bibliotheek maar wel gebruik maken van het ebookaanbod.

Wie de cijfers over 2017 en 2018 voor beide categorieën vergelijkt ziet bovenstaande. De stijging over het geheel van nog geen 2% komt volledig voort uit de stijging bij de KB. Het aantal uitleningen bij bibliotheken zal als het dit jaar zo blijft nagenoeg gelijk blijven.

70-plussers lezen meer digitaal, jongeren minderen




In de statistieken van de KB wordt ook altijd netjes een uitsplitsing gemaakt naar leeftijd van de uitleningen. Het is even pieren om verschillende jaren eens even te vergelijken maar wie het bestand van vorig jaar erbij pakt ziet kleine verschuivingen.

Het aandeel jongeren neemt helaas af. Of we daar blij mee zijn, vraag ik me af.  Het aandeel 70-plus daarentegen neemt licht toe. Het lijkt een beetje erop dat we gewoon een jaar opgeschoven zijn met zijn allen.

Zo, u bent weer bij op hoofdlijnen. Om eerlijk te zijn: ik blijf wel met wat gemengde gevoelens achter.  Ik denk dat het toch interessant is om voor uw eigen bibliotheek toch ook nog even de cijfers eens te bekijken.

Tja, wat moeten we ermee? Denkt u: ach, het is nu eenmaal zo of moet er misschien toch wat gebeuren? Ik geef toe, de temperaturen zijn niet echt uitnodigend om in actie te komen maar een jaar geleden schreef ik naar aanleiding van de halfjaarcijfers een aantal tips. Ik zie dat ik die tips helaas zonder problemen kan herhalen.

Tip 1: meer marketinginspanningen
Als bibliotheken een verdere groei van ebooks willen krijgen zullen extra marketinginspanningen nodig zijn waardoor meer leden hun ebookaccount gaan activeren en gebruiken. Zeker ook het blijven stimuleren van dat gebruik is van belang. Dit vraagt absoluut om individuele en gezamenlijke inzet van bibliotheken. Hier is zeker nog een wereld te winnen bij de huidige doelgroep, de 40+'ers. 

Tip 2: meer met kinderen/jongeren
Verder zien we dat de helft van de doelgroep van bibliotheken - kinderen - nauwelijks gebruik maakt van ebooks. Het ligt voor de hand om dit in combinatie te doen met de Bibliotheek op school. Volgens mij wordt daar op dit moment ook al naar gekeken.

Tip 3: onderzoek effect digital only en mogelijke verdere groei
Tot slot denk ik dat het interessant is om nader onderzoek te doen naar de leden die nu gebruik maken van het digital-only-abonnement van de Koninklijke Bibliotheek. Ik heb een vermoeden - maar ik weet dat niet zeker - dat dit leden zijn die anders niet lid waren geworden van een 'gewone' openbare bibliotheek. Als dat zo is, werken deze abonnementen niet kannibaliserend op de bestaande abonnementen. En dan zou het te overwegen zijn ook hier marketing inspanningen op in te zetten. Maar ik weet dat dit gevoelig ligt bij openbare bibliotheken vandaar dat dat ledenonderzoek wel eens interessant kon zijn.

Tip 4: maak het nog makkelijker
De laatste tip gaat over het product zelf  Ook dat is nog wel te vereenvoudigen. De klacht dat boeken overzetten naar een e-reader nog steeds lastig is, blijf je onverminderd horen. Verder blijf ik de koppeling vanuit bestaande leden eigenlijk raar vinden. Je moet toch weer een nieuw account aanmaken terwijl ik met mijn Facebookaccount op veel plekken zo in kan loggen.

De tijd dat we niets hoefden te doen voor groei is voorbij
De tijd dat ebookleners maar gewoon elk jaar een groei zouden vertonen is voorbij.  Er zijn vele meters gemaakt maar als bibliotheken willen blijven groeien op dit terrein is extra inzet zowel landelijk als lokaal blijven nodig.

zondag 22 juli 2018

Titaantjes

'Jongens waren we. Maar aardige jongens.' De beginregels van Titaantjes van Nescio. En ze schoten me nog wel door het hoofd, bij het inscannen van bijgaande negatieven. 1987 vermoed ik. Vierde klas HAVO, over naar de vijfde.

We hadden een bandje 'VUN', een afkorting voor Volk Uit Neede. Met een jerrycan als drum, een halve gitaar en, jawel, een mandoline maakten we muziek. Topnummers waren 'Navritalova wil een baby' en 'Fuck Ruding!'. Het kwam ooit tot een cassettebandje dat aftrek vond onder vrienden.

Ik twijfel of we ooit hebben opgetreden. Volgens mij was daar sprake van op een examenfeest, maar ik weet niet zeker of het ook uitvoering vond.


Misschien ook wel kenmerkend voor de drieste jeugdigheid: meer willen dan al kunnen. Maar dat we de wereld zouden veranderen stond als een paal boven water. We hadden overal een mening over en schopten tegen alles aan. Vooral tegen de burgerlijkheid.

Het toppunt voor die kleinburgerlijkheid was voor ons in die tijd uiteraard Staphorst. Wie het verzonnen heeft, weet ik niet meer, maar we zouden samen foto's gaan maken in dat dorpje. Voor ons bandje. Voor als we doorbraken of zo.

We kochten een dagkaart voor de bus. De goedkoopste manier van reizen. Voor een paar gulden reisden we zo uren via Deventer, Zwolle naar Staphorst. Het moet zeker tweeënhalf of drie uur zijn geweest met zo'n streekbusje vanuit de Acherhoek.

Staphorst hadden we overigens wel snel gezien. Want naast het kerkhof, de melkfabriek en het dorpsbord vonden wij het niet interessant, wat natuurlijk helemaal in ons wereldbeeld paste. Op de terugweg zijn wij ergens uitgestapt waar we vervolgens ook maar foto's maakte. Jaren heb ik me afgevraagd waar dit ook al weer was, maar nu ik de negatieven zag kon ik zien dat er Groot-Hoenlo staat op de zuilen. Het is het landhuis tussen Deventer en Zwolle dat Mulisch een tijdje woonde dat hij in zijn 'Ontdekking van de hemel' opvoert als Groot Rechteren. Op één dag in Staphorst en op de plek waar de 'Ontdekking van de hemel' zich afspeelt. Veel symbolischer kon het achteraf gezien niet.

Die foto's maken was nog wel een klusje. We waren met z'n drieën, dus telkens moest de camera op het statief en maakten we foto's met de zelfontspanner. En dan snel rennen om samen op de foto te gaan. Maar ik kan me ook herinneren hoe verrukt ik was toen ik de foto's ontwikkelde en afdrukte. Want dit was precies hoe wij wilden zijn.

De foto's haalden nooit de voorkant van een plaat. Ze kwamen zelfs nooit buiten het dorp. Ze prijkten op onze slaapkamers.

En nu ik de foto's herontdek overvalt me een lieve zachtheid. Helden waren we. Weliswaar van onze eigen gedachten, maar toch.  De wilskracht en de bravoure. Het willen, maar nog lang niet altijd kunnen. Hoe de jeugd aanstormt op de maatschappij en op de eigen volwassenheid in het bijzonder. Een proces dat ik nu bij mijn eigen kinderen zie.

De negatieven hebben krassen en vertonen vlekjes. Zoals ons eigen leven. En daarom horen ze er ook gewoon op te blijven zitten.

Jongens waren we. Maar aardige jongens.

dinsdag 17 juli 2018

POI-directeur.... dat zal toch wel een deeltijdbaantje zijn?


Gisteren werd bekend dat Annelies Bakelaar de nieuwe directeur van Biblionet Drenthe wordt. Gefeliciteerd met de benoeming vanaf deze plaats! Een nieuwe POI-directeur dus en uiteraard is dat een stevige baan. Ze zal vast fulltime aan de slag gaan. Denkt u ook niet?

Dat de functie van POI-directeur een fulltime functie was, was bij de start van de POI's in Nederland wel anders. Een tijdje geleden scheef ik al over de eerste POI-directeur in Nederland: mejuffrouw Goudzwaard. Ze werd in 1948 aangesteld als directeur van de Centrale voor PlattelandsLectuurvoorziening in Overijssel.

Onlangs kreeg ik het boekje 'Centrale Plattelandsbibliotheek voor Overijssel, 1948-1958' in handen. Het is een gedenkboekje ter ere van het 10-jarig bestaan. Daarin kun je lezen dat de functie van POI-directeur niet zomaar een fulltime functie werd. Het boekje schrijft namelijk:
"Mej. Goudzwaard werd met ingang van 1 april aangesteld tot directrice. Enkele aanwezigen ter vergadering uitten de vrees dat een directrice voor het plattelandswerk in Overijssel geen volledige dagtaak zou hebben en wellicht voor een gedeelte van de tijd kon werken in een stedelijke leeszaal!"
Ik probeer me het voor te stellen, de huidige POI-directeuren in de stedelijke leeszaal. Nee, volgens mij zijn ze op hun huidige plekken echt waardevoller. Maar misschien is het nog wel een mooie inwerktip voor Annelies Bakelaar om haar een tijdje mee te laten lopen. Dat lijkt me wel echt waardevol.

1948-1952 Collectie, collectie, collectie
Maar goed, deze opmerking werd door de tijd achterhaalt. Want het bibliotheekwerk in Overijssel groeide als kool. Tussen 1948 en 1952 werd geïnvesteerd in vele wisselcollecties in Overijssel. Kijk maar eens naar het overzicht hierboven. De Centrale PlattelandsBibliotheek nam de correspondentschappen over die er op vele plekken waren geweest voor de oorlog maar die werden uitgevoerd door stedelijke bibliotheek. Daarnaast ontstonden ook veel nieuwe plekken waar geleend kon worden. Qua opzet was het marginaal.

1953-1958 Bouwen, bouwen, bouwen
De Centrale Plattelandsbibliotheek overlegde met vele gemeentebesturen om tot een betere invulling van het bibliotheekwerk te komen. Er was gezaaid met wisselcollecties en nu werd ingezet op structurele ondersteuning door de gemeenten door ze aan te laten sluiten bij de Rijkssubsidievoorwaarden. Daarmee kwam er structureel flink wat geld bij.

Het boekje meldt dat tussen 1953 en 1958 bibliotheken tot stand kwamen in:


Ruim 30 vestigingen werden in vijf jaar geopend! Elke twee maanden opende er een nieuwe bibliotheek. Kom er nog eens om. Maar het geeft wel aan welk werk verzet werd en in welk tempo. Mejuffrouw Goudzwaard gaf al gauw leiding aan een grote organisatie. In 1958 waren en 32 medewerkers in dienst. Dat waren er 30 meer dan bij de start.

Ook de resultaten lieten een duizelingwekkende groei zien.



Nu snapt u ook waarom de schrijver van dat boekje een uitroepteken plaatste achter die opmerking van het deeltijdbaantje. Wie vooraf voorzien had dat het zo snel zou groeien, had dat natuurlijk nooit gezegd.


Het plaatje in 1958 zag er dan ook als volgt uit. Op vele plekken waren volwaardige bibliotheken gekomen met eigen collecties en eigen personeel. Overigens was al dat personeel wel allemaal in dienst bij de Centrale Plattelandsbibliotheek en ging ook al het geld naar één centrale rekening. Lokale commissies gingen vervolgens over de lokale uitvoering.

Steden
Opvallend is de arcering van de steden. Dit waren gebieden die conform de rijkssubsidievoorwaarden niet onder de steun van een provinciale instelling konden vallen maar die zelfstandig subsidie moesten aanvragen. De tegenstelling tussen stad en platteland die je her en der nog wel ziet (waaronder op de plek waar Annelies aan het werk gaat) is daaruit te verklaren. Het is een relikwie van oude wetgeving en financieringsstromen.

Deeltijdbaantje
Dat de POI-directeur een deeltijdbaantje zou moeten hebben, durft bijna niemand meer te denken. Het zijn stevige managementbanen met veel verantwoordelijkheid in een complexe bestuurlijke omgeving. Toch zou je kunnen zeggen dat een flink aantal POI-directeuren toch een deeltijdbaan heeft. In Noord-Holland en Zuid-Holland delen een POI-directeur evenals Gelderland en Overijssel en Noord-Brabant en Limburg. Eén directeur voor twee provincies. Eigenlijk dus toch twee deeltijdbanen.

En zo is de geschiedenis toch weer rond.

maandag 9 juli 2018

Veranderende functies: dag klantenservicemedewerker, welkom leesconsulent!


Alsof de duvel ermee speelt. Een paar dagen na  mijn vorige post 'Elke man onder de 50 is een jonge god in deze sector', komt de stichting Bibliotheekwerk met een nieuw rapport met de arbeidsmarktanalyse voor bibliotheken. De conclusie van dat rapport is dat er een grote uitstroom op gang komt van oudere medewerkers en dat het knap ingewikkeld zal zijn om jonge medewerkers te werven.  Alle reden om zo snel mogelijk weer een goede opleiding te starten, denk ik zo.

Maar goed laten we eerst eens wat beter kijken naar het rapport dat is uitgevoerd door CAOP

Ja, ja, we  zijn oud.....
In mijn blogje constateerde ik al de hoge gemiddelde leeftijd van bibliotheekpersoneel. Het CAOP heeft dat netjes naast elkaar gezet met de cijfers van de gemiddelde werkzame beroepsbevolking. En dan zie je ook goed dat de bibliotheeksector geen afspiegeling is van de gemiddelde beroepsbevolking. 43% is 55 t/m 64 jaar oud terwijl dit gemiddeld maar 17% Terwijl maar 10% tussen de 25 en 34 jaar is terwijl dat in de gemiddeld in Nederland 21% is.

Bibliotheekwerk kende een stevige groeigolf in de jaren '70  en begin jaren '80. De tijd dat de bibliotheekwet werd ingevoerd, de contributievrijdom en vestigingen als paddenstoelen uit de grond schoten. Wie van de bibliotheekacademie af kwam, werd gelijk hoofd van een bibliotheek. Er was een grote instroom in die periode. Veel van de 55-plussers zullen in die groeiperiode gestart zijn. Het is overigens ook een cohort dat straks voor een grote uitstroom zal zorgen.

Een tijdje is die uitstroom getemperd door steeds wijzigende pensioenleeftijden maar nu ook de AOW zich naar een nieuw evenwicht lijkt te bewegen, zal die grote uitstroom ook echt op gang komen. Ik zie het in mijn werkomgeving in ieder geval al gebeuren.

Is het erg dat we een wat hogere gemiddelde leeftijd kennen? Nee, in grote lijnen niet. Er is veel ervaring in de branche en ik vind zelf ouderen in onze organisaties juist vaak in hoge mate flexibel en zeer bereid om nog bij te leren. Koesteren dus.

De keerzijde is echter wel dat we de 'blik' van jongere generaties missen. Die blik, dat denken en dat doen wordt onvoldoende onze organisaties binnen gebracht.

Dubbelslag: Generatiepact en stimulans voor jongeren
Het rapport constateert dat het verstandig zou zijn om een dubbelslag te maken. Enerzijds zouden organisaties een generatiepact moeten sluiten om ouderen gelegenheid te bieden stapsgewijs af te bouwen. Een generatiepact dus. En anderzijds zou je moeten stimuleren om jongeren de branche te laten instromen.

Dag klantenservicemedewerker, welkom leesconsulent!



Een manier om jongere medewerkers te werven is deels gelegen in de nieuwe functies die in de bibliotheek komen. Hierboven zie je waar naar verwachting de komende jaren meer of minder behoefte zal komen. De afgelopen jaren zag je al dat in bibliotheken functies van administratief medewerker nagenoeg allemaal verdwenen. In het huidige onderzoek zie je dat het volgende 'slachtoffer' de klantenservicemedewerker is. Dit samen met de klassieke bibliotheekmedewerker. In hun kielzog volgen nog de secretariaatsmedewerker en de teamleider. 'Slachtoffer' wil overigens niet zeggen dat de functie zo maar verdwijnt maar wel dat er veel minder behoefte aan zal zijn dan in het verleden.

Er komen echter ook nieuwe functies voor terug: de mediacoach en de leesconsulent. Wie nu klantenservicemedewerker of bibliotheekmedewerker is, zou er over kunnen nadenken om toch maar een scholing op die vlakken te overwegen. Daarnaast wordt aangegeven dat er behoefte is aan meer projectmatige ondersteuning met projectleiders en dat communicatie zwaarder bezet mag worden. je zou bijna zeggen dat teamleiders en secreatariaatsmedewerkers er goed aan doen om dan vooral die richting uit te kijken.

Van klassieke naar maatschappelijke en educatieve bibliotheek
In bovenstaande cijfers zie je de ontwikkeling naar maatschappelijke en educatieve bibliotheek volop terug. De maatschappelijke bibliotheek mag misschien zelfs nog wel wat sterker aangezet worden met bijvoorbeeld 'community librarians' maar wellicht zien we dat pas in het volgende onderzoek. Overigens werd die ontwikkeling van klassieke naar maatschappelijke educatieve bibliotheek pas in 2014 echt benoemd in het rapport Cohen.  Om maar even aan te duiden hoe hard het gaat met die nieuwe functies.

En jongeren?



Tot slot is ook aan medewerkers en directeuren gevraagd waar bibliotheken op zouden moeten inzetten om jongere medewerkers te werven. Dat levert bovenstaande lijstje op: meer loopbaanmogelijkheden, meer scholing, makkelijke werktijden en meer salaris.

Is dat het inderdaad? Volgens mij ontbreekt de belangrijkste in dit rijtje: een HBO-opleiding voor bibliotheken die gewoon weer zorgt voor een natuurlijke instroom. En gezien de uitstroom die we kunnen verwachten in de komende jaren zou daar best ruimte voor kunnen zijn. Wat mij betreft een opleiding die zich positioneert tussen de Pabo en de opleiding Social Work. Met daarnaast nog een paar stevige onderdelen uit de oude bibliotheekopleiding als het gaat om omgaan met informatie.


Daadkracht gevraagd
Het COAP heeft voor de stichting Bibliotheekwerk weer een aardig onderzoek afgeleverd. Het is verplichte kost voor directeuren en zeer lezenswaardig voor een grote groep bibliotheekmedewerkers. Het advies van COAP om een dubbelslag te maken rond ouderen en jongeren lijkt me een hele verstandige. Maar van advies kun je niet leven. Actie is er nodig. En dat zal nog de nodige  daadkracht vergen want met kleine maatregelen red je dit niet. Stevig investeren dus in beide maatregelen wat mij betreft.

Ons werk verandert, onze functies veranderen maar de toekomst van de bibliotheek staat als een paal boven water. Maar mensen maken die toekomst en daar hebben we echt wat te doen. Alle hens aan dek dus om ook in de toekomst met veel goede mensen dat bibliotheekwerk te maken!

vrijdag 29 juni 2018

Elke man onder de 50 is een jonge god in deze sector...


Een jaar geleden schreef ik een artikel over 'Hoe de man verdween uit de bibliotheek'. Ik ga nu nog maar eens een stapje verder: elke man onder de 50 is een jonge god in de bibliotheek! De afgelopen week ging ik nog eens door de statistieken van bibliotheken over 2016 en besloot nog maar eens te kijken naar de statistieken over personeel.

Vijf vrouwen, één man
Dat de bibliotheken een feminiene sector is, was u waarschijnlijk al opgevallen. Bovenstaande plaatje laat dat ook zien. Op elke vijf vrouwen is er één man in de bibliotheek.

Het wordt echter nog erger als we ook gaan kijken naar de leeftijdsopbouw in onze sector.



Ja, u wist natuurlijk al wel dat we allemaal niet meer de jongste waren maar dit soort grafiekjes is wel altijd pijnlijk. Ruim 80% is ouder dan 40 en bijna 65% van alle medewerkers is ouder dan 50.

Reken even mee. Als 16% een man is en 65% is ouder dan 50 dan is slechts 35% jonger dan 50 en ook daar is slechts 16% een man van. Met andere woorden: slecht 5,6% van de sector is een man van onder de vijftig.

Binnenkort staat bij onze advertenties: dat bij gelijke geschiktheid de voorkeur uitgaat naar een jonge man´

Ik ben nog een aantal jaren een jonge god in deze sector.....

maandag 25 juni 2018

De bibliotheek dichterbij : mooie en praktische voorbeelden voor bibliotheekwerk


Collega-POI Probiblio bracht onlangs een mooi boekwerkje uit over creatieve bibliotheekvormen. Een boekwerkje waarvan ik vind dat het veel breder verspreid mag worden en dat het wel een landelijke uitgave mag zijn.  Vandaar maar eens een mooie attendering. 


Volgens eigen schrijven van het boekje: 
'In de Bibliotheeksector wordt steeds gezocht naar creatieve en innovatieve manieren om de Bibliotheek dichterbij bewoners te brengen. In deze uitgave vind je 21 inspirerende voorbeelden. De voorbeelden zijn divers en doen recht aan de variatie in de branche. Het biedt praktische en bruikbare tips om zelf mee aan de slag te gaan en helpt je om de vertaalslag te maken naar de eigen situatie.....  Deze uitgave is bedoeld voor mensen in de Bibliotheeksector die nadenken over het inzetten van nieuwe Bibliotheekvormen, passende voorzieningen, moderne Bibliotheekoplossingen, aantrekkelijke (rand)programmering. Zoals directeuren, bestuurders en (innovatie)managers binnen de Bibliotheek. Dit document is dus ter inspiratie. De lokale situatie is bij elke Bibliotheek en in elke gemeente weer net even anders; het is een mooie start van waaruit je kunt nadenken. En…hopelijk vind je in dit document inspirerende voorbeelden waar je je voordeel mee kunt doen! ' 
In die opzet is Probiblio volgens mij prima geslaagd. 

Garden Library




Wie op internet goed heeft opgelet de afgelopen jaren zal zeker een paar voorbeelden voorbij zien komen die ook op social media wel gedeeld zijn zoals de Garden Library in Tel Aviv. Een mooie pop-up-bibliotheek in een sociaal zwakke wijk met veel vluchtelingen. Rond deze pop-up-bibliotheek vinden tal van activiteiten plaats.

Mobiele themabieb



Ook hebben de redacteuren een paar voorbeelden opgenomen die volgens mij nog niet uitgevoerd zijn maar die zeker tot de verbeelding spreken. Deze mobiele themabieb is er daar één van. Stiekem hoop ik dat ik het fout heb en dat deze tuk-tuk al is te huren bij Probiblio. 

En dat zijn slechts twee van de 21 voorbeelden. Wie deze nog te spannend vindt: er zitten ook een paar mooie voorbeelden van lokale samenwerkingen en servicepunten in.

Al met al zeker een boekwerk om eens door te lezen! Complimenten voor Alek Dabrowski, Peter Spuij en René Kronenberg die tekenden voor de redactie. 





zondag 17 juni 2018

Van beeldcontemplatie naar beeldinflatie in drie generaties

Onlangs kocht ik een doos met vier oude camera's. Een doos vol curiosa, een beetje een gok. Soms een kat in de zak, soms tref je wat pareltjes. De oudste twee camera's kwamen uit de jaren '30. Toen ik ze controleerde leken ze zo op het oog nog wel te doen. Ik besloot ze maar eens uit te gaan testen. Bovenstaande foto komt uit één van die oude camera's. Namelijk deze.


Dit is een Nettar Zeiss Ikon 515/2 uit ongeveer 1935 met nog een mooie leren hoes erbij.  De films voor dit soort camera's is de 120-film die nog gewoon te koop is bij de fotozaak. Deze camera maakt negatieven van 6x9 cm. Die zijn dus vrij fors.

Fotograferen is niet eenvoudig en geen klik-klak-klaar.  Alles moet je handmatig doen. Je kunt scherpstellen maar je moet zelf de afstand inschatten. Ook de sluitertijd en het diafragma moet je handmatig meten. In mijn geval deed ik dat maar met mijn gewone camera om vervolgens de juiste instellingen op de camera in te stellen. Later vond ik daar overigens een geweldige app voor: Lux. Die app maakt van je mobieltje een handige lichtmeter. Hoe oude en nieuwe techniek samen gaan.

Tja, en moet je zorgen dat wat je wilt fotograferen goed in beeld komt. En dat is nog knap lastig. Want een echt zoeker of een schermpje achterop ontbreekt. Foto's in portretformaat (staand formaat) kun je met het glasoogje boven de lens een beetje inkaderen maar heel scherp is het niet.

Wie een landschapsfoto wil maken kan aan de zijkant een klepje omhoog klappen dat als een soort zoeker kan dienen.


In totaal kun je met een filmpje acht foto's maken (ja lach maar) Het rolletje gaat eruit en.... terug naar de fotograaf om het weer gewoon ouderwets te laten ontwikkelen. En dan krijg je dus weer echte foto's.

Wat mij vooral trof was dat de slechter kwaliteit, het zwart-witte en de vignettering (de zwarte zweem rondom de foto) je eigenlijk gewoon terug brengt naar vroeger tijden. Want uit welke tijd komt bovenstaande kade langs de IJssel?

Alles bij elkaar viel me dat nog niet tegen voor een camera van 80 jaar oud. Zelf ontwikkelen van de film en vervolgens inscannen van het negatief is ook nog een optie. Ik gaf ooit eerder mijn materiaal van de donkere kamer aan een student van de kunstacademie. Dat ik ook mijn ontwikkeltankje heb weggegeven spijt nu toch een beetje. Wel aardig om hier weer eens verder mee te experimenteren.

Beeldcontemplatie en beeldinflatie
Bijzonder is ook wel de tijd die je voor de foto's moet nemen. Je moet echt even de tijd nemen om iets vast te leggen. En je moet ook nog goed nadenken wát je wilt vastleggen. Want met acht foto's op je rolletje wordt je zorgvuldig in wat je vastlegt. Dat was wel even geleden dat ik dat gevoel had. Een soort beeldcontemplatie: zeer bewust bezig zijn met het beeld dat je vastlegt.

Het is iets wat we steeds meer kwijt raken. Beelden schieten we aan de lopende band en we kijken achteraf wel wat we gebruiken. We gaan van beeldcontemplatie naar beeldinflatie.  Ik kan me herinneren dat we enkele decennia geleden wel eens lacherig deden over Japanners die al klikkend door Europa trokken en dat we zeiden dat ze Europa alleen door de lens van hun camera hadden gezien.

De vraag is of we niet zelf het beeld zijn geworden waar we zo hard om lachten. In drie generaties gingen we van beeldcontemplatie naar beeldinflatie.

woensdag 13 juni 2018

Je bibliotheek open op zondag: de vier stappen waar je rekening mee moet houden


Mag ik zo maar open op zondag met mijn bibliotheek? Ik had de vraag nog nooit eerder gehad als adviseur? Maar door mijn werk bij de Koninklijke Bibliotheek kreeg ik de vraag toch nog uit onverwachte hoek. Nee, niet dat de Koninklijke Bibliotheek open wilde op zondag maar de Europese organisatie Eblida was voor Duitse bibliotheken op zoek naar hoe dat is geregeld in andere landen.

Met dank aan informatie van een aantal collega's van verschillende disciplines kon ik het eens op een rijtje zetten. U moet rekening houden met twee wetten, met een plaatselijke verordening, met uw cao en met uw personeel. Ik loop het rijtje even met u af. 

Stap 1: Winkeltijdenwet en de zondagswet
De belangrijkste wet die geldt is de winkeltijdenwet.De winkeltijdenwet is in de afgelopen decennia flink verruimd. Thans geldt dat je zonder probleem altijd open kunt zijn tussen 6.00 en 22.00 uur. In principe is openstelling op zondag nog steeds verboden in de winkeltijdenwet maar kunnen gemeenten zonder voorwaarden toestaan dat winkels open zijn. Daarmee belemmert de winkeltijdenwet het niet om elke zondag open te zijn. Voorwaarde is wel dat uw gemeente het toestaat. 

Wel geldt nog de zondagswet. Een wet die de zondagsrust moet bewaren. De wet stelt in artikel 4 bijvoorbeeld: 
"Het is verboden op zondag voor 13 uur openbare vermakelijkheden te houden, daartoe gelegenheid te geven of daaraan deel te nemen."

Deze strikte regel wordt enigszins genuanceerd:
"Ten aanzien van openbare vermakelijkheden, waarvan redelijkerwijze geen beletselen voor de viering van de Zondag en geen verstoring van de openbare rust op de Zondag zijn te duchten, wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald, dat zij niet als openbare vermakelijkheden in de zin van deze wet zullen worden beschouwd."
Nou, daar zul je als bibliotheek niet al te snel door gehinderd worden. 

Stap 2: Uw plaatselijke winkeltijdenverordening
De belangrijkste sleutel ligt dus bij uw plaatselijke winkeltijdenverordening. Die kunt op deze wettenpagina opzoeken door uw postcode in te vullen en te zoeken op 'winkeltijden'. Ik heb de verordening voor mijn eigen plaats Deventer eens nagekeken en daaruit blijkt dat alle winkels op zondag open mogen zijn.  Ze zijn het niet, maar het mag wel.

Kijk deze verordening echt goed na want deze kan sterk verschillen per gemeente.   

Stap 3: Uw CAO
De derde stap waar u rekening mee hebt te houden is uw CAO. Dat zal voor de meeste bibliotheken de CAO voor openbare bibliotheken zijn. 

In die CAO gaat het om artikel 33 en 34.  In artikel 33 staat dat op zon- of feestdagen geen werkzaamheden worden opgedragen. En u voelt hem al aankomen, in artikel 34 wordt de uitzondering daarop geregeld. 

In afwijking van het in artikel 33 bepaalde geldt dat: 
  • de werkgever een regeling kan treffen voor openstelling op zondagen.
  • De OR met een besluit voor een dergelijke regeling in moet stemmen
  • Als de OR instemt kan de werkgever met individuele werknemers op basis van vrijwilligheid een afspraak maken ten aanzien van het opdragen van werkzaamheden op zondag. Deze afspraak omvat onder andere op hoeveel zondagen per jaar werkzaamheden kunnen worden opgedragen.
  • Behalve wanneer de werknemer specifiek wordt/is aangesteld om werkzaamheden op zondagen te verrichten, kan de werknemer afspraken weigeren om op zondagen te werken.
  • Als de werkgever en de werknemer bij indiensttreding overeenkomen dat de werknemer op zondagen werkt, dan moet deze afspraak vastgelegd worden in de arbeidsovereenkomst. Werknemer kan gemotiveerd op deze afspraak terug komen, dan moet de arbeidsovereenkomst worden gewijzigd. Werknemer moet dus wel een reden hebben om niet langer op zondag te willen werken.
  • Als de werkgever en de werknemer gedurende de looptijd van de arbeidsovereenkomst overeenkomen dat de werknemer op zondagen werkt, dan geldt deze afspraak in principe voor onbepaalde tijd. Werknemer kan gemotiveerd op deze afspraak terugkomen, maar dan moet een opzegtermijn van 6 maanden in acht genomen worden, ingaand op het moment van het verzoek, tenzij een kortere opzegtermijn wordt overeengekomen.
U moet dus als bibliotheek een regeling opstellen voor openstelling op zondag waar u met de OR overeenstemming over moet hebben. Als u dat hebt geregeld gaat u naar de laatste stap.

Er zijn overigens bibliotheken die in gecombineerde instellingen zitten en waardoor er ook meerder CAO's gelden. Dan is het handig ook even de andere CAO's er op na te slaan. Want ook die kunnen flink verschillen op dit punt. 

Stap 4: Uw personeel
Zoals je kunt zien heeft het personeel de mogelijkheid om wel of niet te werken op zondag. Het is een vrijwillige keus voor bibliotheekpersoneel. Om te kunnen bepalen of u open kunt op zondag, is vooral maatgevend of u voldoende personeel heeft dat het prettig vindt om op zondag te werken. Of u moet open gaan zonder personeel. Dat kan natuurlijk ook nog.

Medewerkers die ooit gestart zijn met op zondag werken, kunnen de medewerking hieraan altijd stopzetten en dat kan een werkgever niet blokkeren. Het blijft dus in de huidige CAO altijd op basis van vrijwilligheid. 

Als compensatie voor werken op zondag geldt (nog) een toeslag.  Deze toeslag is 70% over het maximum van schaal 4 (ongeacht hoe je ingeschaald bent). Verder geldt dat medewerker die ingeschaald zijn is in schaal 11 of hoger niet in aanmerking komt voor een toeslag. 

De snelle scan
Wie open wil op zondag doet er dus goed aan om vooral even te kijken naar de lokale winkeltijdenverordening en aan de koffie met collega's eens even te vragen of er animo zou zijn.  Binnen een half uur kunt u dat hebben uitgevogeld. 

Voor dit artikel heb ik dankbaar gebruik gemaakt van informatie die ik kreeg van Annemarie Beunen (Koninklijke Bibliotheek), Francien van Bohemen (VOB) en Albert Oevering (Rijnbrink). Interessante informatie is ook te vinden in de evaluatie uit 2016 van de winkeltijdenwet.

Afbeelding: Paulbr75

donderdag 7 juni 2018

Waarom de minister van de Rijkssubsidieverordening uit 1921 maar een 2.0-versie moet maken.....


Er zijn 16 gemeenten - van de ruim 300 - waar geen openbare bibliotheek is. Dit werd geconstateerd in de midterm review van de bibliotheekwet begin dit jaar. Lodewijk Asscher diende bij de kamerbehandeling hiervan een motie in om hier werk van te maken. De motie werd aangenomen. Bij de kamerbehandeling pleitte Asscher voor een bedrag van7 miljoen hiervoor. Onlangs herbevestigde ook het advies van Raad van Cultuur dat inzet op dit punt nodig is. 

Kortom, de minister heeft wat werk aan de winkel. En we zijn nooit te beroerd om mee te denken. Minster van Engelshoven zou er goed aan doen om toch weer eens opnieuw te kijken naar de Rijkssubsidieverordening uit 1921.  De bijna 100 jaar oude regeling kon wel eens een goed voorbeeld zijn om het actuele probleem van 'witte vlekken' op te lossen. 

Verleiden van gemeenten
In 1921 waren er op nog maar enkele plekken bibliotheken. De omgekeerde situatie van nu zeg maar. In 1921 bood het Rijk aan om een deel van de kosten van bibliotheekwerk op zich te nemen als de gemeente zelf ook met een groot deel over de brug kwam. Als een gemeente niet mee wilde doen was er nog een mogelijkheid om in combinatie met provinciale subsidie een 'correspondentschap' in te richten. Een correspondentschap was een soort kleine bibliotheek die gestald werd bij een ondernemer of inwoner. Een wel gefinancierde bibliotheek zorgde dan voor de collectie. Dit alles tegen vergoeding.

Deze rijksregeling die jaar na jaar geactualiseerd werd is gebruikt tot de bibliotheekwet in 1975 kwam. Pas in de jaren '80 verdween de rijksbemoeienis met lokale bibliotheken. Nu wordt geschermd dat rijksgeld niet bestemd is voor structurele lokale financiering. Het kan dus verkeren.


Voorwaarden
Wel stelde rijkssubsidieverordening allerlei voorwaarden aan bibliotheken. En dat is logisch: wie betaalt, bepaalt. De bibliotheken mochten geen 'verwerpelijke lectuur' hebben, iedereen moest lid kunnen worden en toegang moest kosteloos zijn. Verder werd een maximum gesteld aan de contributiebijdrage en moest de bibliotheek lid zijn van de Centrale Vereniging (de voorloper van de VOB). Een bijzondere voorwaarde was ook dat de bibliotheek op zondagochtend gesloten moest zijn. Dat was waarschijnlijk bedongen door de katholieken. Die hadden een sterke lobby op dit punt want je kon subsidie aanvragen voor een openbare óf een katholieke leeszaal. Christelijke leeszalen waren uitgesloten.

Co-financiering


De Rijkssubidieverordening dwong tot lokale co-financiering. Hoe groter de bibliotheek werd - en hoe groter de gemeente - hoe meer de gemeente zelf bij moest dragen. De voorzitter van de Centrale Vereniging, de heer Beresteyn, trok samen met de secretaris, de heer Greve, door het land in om spreekbeurten te houden voor lokale raadsleden om deze kans op geld niet te laten liggen.



Denkt u even mee?
Dus stel, je bent minister en je hebt een paar miljoen om ook in de laatste plaatsen te zorgen voor bibliotheken die aangesloten zijn op het landelijke bibliotheeknetwerk. Wat zou je dan doen? Volgens mij is de rijkssubsidieverordening helemaal niet zo'n gekke.

Uiteraard is het eenmalig geld en zou je een fonds kunnen creëren waar de 16 gemeenten zonder openbare bibliotheek een beroep op kunnen doen. Als de gemeenten zelf niet willen zou je via de band van de provincie een 'correspondentschap 2.0' kunnen opzetten.

Leg er een paar verplichtingen bij: aansluiten op de WSOB, toegang bieden tot de digitale bibliotheek en aansluiten bij de VOB. Zo ingewikkeld lijkt het me niet. Looptijd van de regeling 2019-2021. Sluit mooi aan bij de die subsidieverordening uit 1921 die we daarmee weer afstoffen!

En hup aan het werk!

zondag 27 mei 2018

Het Wimbledon van het platteland.... Autocross

01

De finale van Wimbledon trekt nog steeds deftig publiek. Mooie kleren en hoedjes, paraderend naar hun zitplaatsen. De graaf en gravin delen de prijzen uit. Gisteren was ik op het equivalent van Wimbledon, maar dan voor het platteland. Ik was namelijk bij het Nederlands Kampioenschap Autocross dat  een paar dorpen verderop bij mij werd gehouden.  Niks mooie kleren en hoedjes. Maar evenzeer een subcultuur waar de Hokjesman niet misstaan had.

En niks ten nadele van het platteland hoor, ik ben er zelf opgegroeid.  In een dorp weliswaar maar de eerste snelweg lag toch 40 minuten rijden bij ons vandaan. En vroeger ging ik met mijn ouders nog wel eens naar de autocross. De hele dag in de lucht van bezine kijken naar hard rijdende auto's waarvan je stilletjes hoopte dat er wel weer één spectaculair over de kop zou gaan.

02

En hoewel ik ook foto's maakte van de auto's, is eigenlijk het publiek er om heen, minstens zo interessant. Er zijn geen tribunes. Mensen nemen hun eigen tribune mee. Zoals je kunt zien. Tel ook even het aantal vrouwen op deze tribune. Eén vrouw was meer dan genoeg zeiden de heren.

10

Ook voor stoeltjes zorgt het publiek zelf. Niet om op te zitten maar om op te staan. Niet te zien op deze foto maar de man met het shirtje bij de partytent, staat op dat moment de worstjes op zijn barbecue om te draaien. Die heeft hij gewoon bij het hek staan. Je mocht er eens om verlegen zitten.

19

Dit plaatje doet wellicht nog het meest aan Wimbledon denken. Een soort VIP-lounge die boven op de bus gemaakt wordt waarmee deze familie elke keer naar de cross komt. Een autoschadebedrijf lijkt me op een autocross overigens ook prima op zijn plek.

08

Om het autocrossterrein vind je altijd een heel dorp met bussen waarin geslapen, gesleuteld en gegeten wordt. Naast eettentjes vind je er leveranciers van banden, helmen en alle andere zaken die je nodig kunt hebben. Het heeft nog het meest weg van een festivalterrein.

21

In de categorie "humor" kwam deze tribune nog voorbij: de rollende vacaturebank. Ik vermoed dat deze kar toch bij huis stond en dat ze dachten: die nemen we maar mee. 

15

En hoewel je bij een festival vooral gelijkgestemden tegen komt: jongeren of oudere jongeren, zie je hier hele families bij elkaar zitten, zoals deze familie waar op dat moment een auto van meerijdt in de race zoals je aan de gezichten kunt zien (aan de opname met de ipad). 

10a

Kortom, jong en oud komt er op af. Iedereen? Nee, niet iedereen. De autocross is net zo divers als het platteland zelf. De enige met een kleurtje was dit meneertje op de trap.... 

Het Wimbledon van het platteland. Met steigerbuizen en trappen bouwen we onze eigen tribune. Het kledingvoorschrift is een blote bast of een t-shirt (kom niet in een blouse). In je ene hand een trap of steigerbuis en in de andere hand je koelbox. En hop, er naar toe!


Wie de hele fotoserie van de NK-autocross wil zien, moet hier even naar toe klikken. Overigens: shorttrackers Sjinkie Knegt was één van de deelnemers: het is zijn zomerhobby zoals je in de reportage van de NOS kunt zien.

zondag 13 mei 2018

Hoe je van 5 miljoen kilo beton kunt gaan houden....


Terwijl ik dit stukje typ op zondagochtend, zijn er tegenover mijn huis nog een stuk of zestig bouwvakkers, drie kranen, een kleine tien graafmachines en stuk of vijf zandauto's aan het werk. Ik woon namelijk tegenover het station Deventer Colmschate waar al sinds de vorige zomer wordt gewerkt aan een nieuwe tunnel en weg onder het spoor.

Het is een indrukwekkend proces om te zien. Recht voor mijn neus wordt van niets iets gemaakt. En afgelopen weekend kwam het huzarenstukje van dit proces: een tunnelbak van bijna 5 miljoen kilo beton zou dwars door het spoor geschoven worden.  Hemelvaartsdag of  geen Hemelvaartsdag, voor mijn neus werd 24 uur per dag doorgewerkt: het spoor werd eruit gehaald, de andere zijde van het spoor werd afgegraven en daarna werd meter voor meter de tunnelbak verplaatst. Dat gebeurde door zes cilindertjes - sorry, ik kan het niet anders noemen- die aan de vloer van de tunnelbak waren verbonden en die de tunnelbak vooruit schoven.

Dus ik haalde maar eens een extra cameraatje van stal en liet die in timelapse modus en vast aan de stroom een aantal dagen meedraaien. Het spectaculairste gedeelte zie je hierboven. Dit is de opname van vrijdagavond zeven uur 's avonds tot zaterdag half zes 's middags. In minder dan een etmaal verschuift het hele blok 30 meter naar rechts. 

Nachtfoto's


01

Het is een mooi moment om te zien en ook om vast te leggen. Continue staan er mensen te kijken. Ook 's nachts! Dat weet ik, omdat ik zelf ook aan het begin van de nacht aan het kijken was en foto's maakte.

05

Ik geef toe, opvallend veel mannen. Een ook opvallend veel mannen in een scootmobiel. Maar in de vrachtwagens en kraanwagens allemaal stoere vakmensen die als een geolied team in een kleine ruimte toch zo snel mogelijk die hele bak leegscheppen.

07

Maar wie denkt dat dit nog een lekker fysieke bezigheid zonder digitale toeters of bellen, komt bedrogen uit. Zelfs op de bouwplaats staan ze met hun iPad de zaken na te kijken. De landmeter lopen met computers op paaltjes die via GPS-satellieten alles nameten en af en toe cirkelt er een drone om van bovenaf nog zaken na te kijken.

03

Eigenlijk moet je die nachtfoto's (er zijn er nog meer) nog eens op groot scherm bekijken. Dan moet je even op deze link klikken.


Dagfoto's

Ook overdag was er genoeg te zien. Natuurlijk ook hier weer een ballet aan kraanwagens

05

Maar ook vrachtwagens die zand af- en aanvoeren. Twee a drie per minuut, uur in, uur uit. 10.000 - 20.000 kilo zand per wagen. 

06

Van Spijker Infra Bouw en Prorail die de klus uitvoerden hadden een heuse tribune neer gezet. En die zat dan ook de hele tijd vol. Het mooi weer liet mensen lange tijd daar verblijven. Mensen praten met elkaar over wat men weet van het project en ik moet eerlijk zeggen dat dit project de buurt zeker meer in contact heeft gebracht met elkaar. Een absolute bijkomstigheid.  De link naar alle dagfoto's vind je hier. 

Nou, ik blijf nog even op mijn balkonnetje zitten want het gaat vandaag nog de hele dag door. En morgen: rijdt er weer gewoon een trein over heen. Het heeft wat magisch. Dat je ooit nog lyrisch zou kunnen worden over 5 miljoen kilo beton.

vrijdag 4 mei 2018

Hij doet het niet....


Zo op de vrijdagmiddag tappen we maar eens uit een ander vaatje: uit de leuke kinderserie Otje. Voor iedereen waarvan de computer wel eens vastloopt: 'Hij doet het niet'. Briljante tekst:

Hij doet het niet, hij doet het niet
Het spijt me zeer, mevrouw, meneer
De computer wil het niet
Hij doet alleen delete delete
Hij doet het niet, hij doet het niet

Met shift F7 moet het gaan
Maar kijk, ik zie nog steeds niets staan
Hij doet het niet, hij doet het niet
De computer....
Hij doet het niet, hij doet het niet

Wat is dat MS-DOS fout 8?
Oeps, dat het ik niet verwacht
Control escape, dat werkt altijd
Verhip, nu ben ik alles kwijt

Toen ik nog computertrainingen gaf, beloofd ik altijd aan alle cursisten dat de computer een keer vast zou lopen. En ook de garantie dat als dat niet zou gebeuren dat ik er dan zelf voor zou zorgen. Hoewel we al vele jaren verder zijn, hoor ik toch nog best vaak: 'Hij doet het niet'.  Het wordt hoog tijd dat die computers zelf eens op cursus gaan....

woensdag 25 april 2018

Blij met boetevrij? Grootschalig onderzoek in Groningen


In december 2016 waren de bibliotheken in Groningen de eerste bibliotheken die als hele provincie overstapten op de boetevrije bibliotheek. Wat deed men in Groningen? Men ging van vijftien verschillende abonnementen naar één abonnement:
  • dat boetevrij is
  • een leentijd kent van vier weken
  • waar je 25 stuks media tegelijk mee mag hebben
  • waarvan het tarief € 48,- is
  • dat je per maand kunt betalen
  • dat verlengen niet meer nodig is
  • dat je vijf materialen tegelijk mag reserveren en 
  • dat de e-books erbij in zitten.

Onlangs kwam uitgebreid onderzoek beschikbaar naar de invoering van de boetevrije bibliotheek.  Ik loop samen met u de resultaten eens even langs.

Boetevrije leners zeggen meer te lenen


Hierboven ziet u wat volwassen leners in Groningen zeggen dat het boetevrije abonnement met ze doet. Zoals u ziet geeft ruimt 20% van  de leners aan dat ze meer gaan lenen door het boetevrije abonnement en ruim 60% zegt dat men de boeken langer in huis houdt. Overigens beide feiten zijn alleen gemeten als opgave door de leden zelf. Er is niet naar het werkelijke gedrag gekeken. Men kan dus het gevoel hebben dat men meer is gaan lenen en het langer in huis houdt.

De vraag over reserveren is opgenomen in de vragenlijst omdat het aantal reserveringen  gelimiteerd is naar vijf openstaande reserveringen. Ook het verlengen is afgeschaft in Groningen . Daarover later meer.

85% van de leden zegt nog even vaak of vaker naar de bibliotheek te komen, ongeveer 15% geeft aan dat men minder vaak komt.

Wat betreft kosten zegt 75% niet duurder uit te zijn dan in de vorige situatie. Men is in Groningen van vijftien! abonnementssoorten naar één abonnementssoort gegaan. Voor nagenoeg alle abonnementen betekende dit  een verhoging van de contributie. Uiteraard moet je hierbij nog rekening houden met het gemiddelde boetebedrag dat leners per jaar betalen. Dat is ongeveer € 3,- per lener.  Leners ervaren die prijsverhoging dus maar in zeer beperkte mate.

Kinderen lezen meer!
Mooi is dat het onderzoek zich ook speciaal richt op kinderen. Iets wat nog wel eens vergeten wordt. Bij kinderen zien we ongeveer soortgelijke uitkomsten.


35% van de kinderen zegt meer te lezen door het boetevrije abonnement en 72% zegt boeken langer in huis te houden. Deze cijfers liggen een flink stukje hoger dan bij volwassenen. Ook hier geldt: dit is de opgave van de kinderen zelf en hoeft dus niet het daadwerkelijke gedrag te zijn.  20% van de kinderen geeft aan minder vaak in de bibliotheek te komen door het nieuwe abonnement.

Tevredenheid
Zoals je hierboven al kunt zien is er grote tevredenheid onder de Groningers over het nieuwe abonnement. Met geeft het een 7,8. Een prima cijfer!



Ook heeft men leners gevraagd of men nieuwe abonnement beter vindt dan het oude abonnement. Bij volwassenen geeft 54,5% aan dat men het beter vindt dan het oude. Bij de jeugd is dat 70%. Gevraagd naar de reden naar wat er goed is in het oude e nieuwe abonnement worden onderstaande redenen gegeven.


Als iets goeds van het oude abonnement werd met name de mogelijkheid tot verlengen genoemd. Tja, is verlengen nog nodig bij een boetevrij abonnement, kun je afvragen? Bij de goede punten van het nieuwe abonnement wordt namelijk genoemd dat verlengen niet meer nodig is. Te lang in huis houden, levert namelijk toch geen boete op. Die vraag zou je dus lachend kunnen wegwuiven maar er zit een klein addertje onder het gras. Wie namelijk kan verlengen kan het moment uitstellen waarop de bibliotheek het uitgeleende materiaal toch weer terugvraagt. Navraag van mijn kant levert echter op dat het moment dat door de bibliotheken het boek nu weer wordt opgevraagd bij een lener hetzelfde moment is dat men vroeger maximaal kon verlengen.
.
Sommige leners vertrouwen de andere leners niet
Ook vinden de leners die het oude abonnement beter vonden dat er toch een prikkel moet zijn om boeken terug te brengen. Het is wel grappig dat de groep die zegt dat boeken verlengd moeten kunnen worden, tegelijkertijd zegt dat er een prikkel moet zijn om terug te brengen. Blijkbaar leeft er bij een deel van de leners zelf ook een diep gevoel dat uitleningen gewoon goed geregistreerd moeten zijn en dat je niet 'te laat' moet zijn. Met andere woorden: men vertrouwt elkaar als lener niet helemaal en vindt dat er vooral voor 'die ander' natuurlijk wel regels moeten zijn, want anders loopt het in het honderd.

En loopt het in het honderd?

Hebben die leners gelijk? Wordt er inderdaad niks meer teruggebracht waardoor de actualiteit van de collectie of de keuze binnen de collectie zou verminderen? Nee, is het antwoord. Ook dat is onderzocht. Ook een jaar na invoering ervaart men dat de actualiteit van de collectie en  keuze binnen de collectie ruim voldoende is.

De prijs/kwaliteit van het abonnement wordt door velen als zeer gunstig ervaren.



Lid zijn, lid blijven en lid worden


Groningen heeft ook onderzocht of leden volgend jaar de intentie hebben om lid te blijven. Dit levert mooie cijfers op. 98,3% van de volwassenen blijft lid. Helaas weten we niet wat dit cijfer vorig jaar was. Zou interessant zijn om te weten.  En interessant om te volgen of inderdaad 98,3% lid blijft.

Groningen volgt een twee-stappen-strategie: 1) eerst bestaande leden over naar boetevrij en 2) daarna nieuwe leden werven. Het ledenaantal is het afgelopen jaar dan ook niet gestegen maar minder gedaald dan verwacht.  Gezien de tevredenheid van de bestaande leden, ligt een grote ledenwerfactie dan ook voor de hand. Het onderzoek laat zien dat men een goed verhaal heeft waar veel Groningers blij van worden. Die ledenwerfactie gaat dan ook nu van start. Dat doet men overigens met bijgaande filmpje. Wellicht ook een aardig idee voor andere bibliotheken.



Complimenten aan Groningen
Ik ben bijzonder content met het onderzoek van de Groningse bibliotheken. In het afgelopen jaar namen we ze al mee in het onderzoek in het kader van Route2020. Toen constateerden we nog dat er na de pilot bij BiblioPlus in 2014 er eigenlijk geen goed onderzoek meer is geweest onder  gebruikers bij boetevrije bibliotheken. Biblionet vult die leemte goed in met hun onderzoek.

Het enige minpuntje dat je kunt maken bij hun onderzoek is dat een 0-meting soms ontbreekt: soms zou je willen weten hoe gebruikers dachten over iets voordat het ingevoerd werd. Om het vervolgens na de invoering nog eens te vragen. Maar goed, er valt altijd wat te wensen. En verder is het aardig om in het vervolgtraject ook weer eens te kijken wat er gebeurt met de ledenaantallen.

Maar voor nu hulde aan onze Groningse collega’s!Groningen komt met een mooi onderzoek en het is mooi voorbeeld voor andere bibliotheken die het ingevoerd hebben of die invoering overwegen.

Voor wie het hele onderzoek wil zien, moet hier even klikken, er is ook een mooie infographic van het onderzoek. Die vindt u hier.

Vlaams artikel over boetevrij
Ter afsluiting verwijs ik nog even naar een artikel dat ik schreef voor META, het Vlaamse bibliotheektijdschrift met een samenvatting van ons onderzoek van vorig jaar. Wie hier klikt, komt daar op uit.

De update van de boete-barometer
En nu ik toch bezig ben…. Ik ga binnenkort weer een nieuw overzicht maken van de boetebarometer. De laatste update is van juni 2017. Bent u na die periode boetevrij geworden, laat het mij dan weten!

Voor nu: snel dat mooie rapport van Groningen lezen!

maandag 16 april 2018

Miljoenenbibliotheek


Dit artikel is uit het Deventer Dagblad van 1945. De bibliotheek  had regelmatig ruimte in de krant en maakte op  die manier reclame voor de dienstverlening. Er waren nog geen computers. Aangevraagde boeken werden met briefjes rondgestuurd en de Koninklijke Bibliotheek speelde daar toen al een cruciale rol in. De computer deed zijn intrede maar eigenlijk werken zowel voor fysieke als digitale boeken nog steeds op dezelfde manier: op een centrale plek slaan we titels op in een catalogus en sturen we vanaf een andere plek een fysieke of digitaal exemplaar toe.

'Voor iederen leeftijd en voor ieder gezindte' om met de woorden van de bibliotheek te spreken. 

woensdag 4 april 2018

Wie betaalt de € 1,1 miljard die laaggeletterdheid kost?

Vandaag maakte de Stichting Lezen en Schrijven bekend dat de maatschappelijke kosten van laaggeletterdheid zijn opgelopen tot meer dan een miljard euro. Voor de goede orde: dat is een één met negen nullen.

Stichting Lezen en Schrijven liet Price Waterhouse Coopers al eerder onderzoek doen naar deze kosten en kwam tot een berekening van € 556 miljoen. Hoe kan het ineens zoveel meer geworden zijn?

Laaggeletterden verdienen minder
Daar is een vrij eenvoudige verklaring voor. Stichting Lezen en Schrijven heeft dit keer ook meegerekend hoeveel laaggeletterden minder verdienen doordat ze laaggeletterd zijn. Dat dat is zo'n € 572 miljoen. Die was in eerdere berekeningen nog niet meegenomen.

Wie betaalt de laaggeletterdheid?
Hoewel het wel een beetje voelt als 'opbieden' bij dit probleem, denk ik dat dit soort rekensommen wel degelijk van belang zijn. Op tekentafel van beleidsmakers staan niet altijd de verhalen van burgers centraal maar soms de cijfers.  Hoe onterecht dat wellicht ook voelt.

Het meest cruciale plaatje uit het nieuwe PWC-rapport is naar mijn mening dan ook niet het bedrag van € 1,13 miljard aan maatschappelijke kosten maar bijgaande staatje.


Dit staatje geeft namelijk aan wei de kosten van laaggeletterdheid betalen. Voor € 572 miljoen komt die voor rekening van laaggeletterden zelf.  Maar voor € 257 miljoen euro is de zorg aan zet doordat er extra zorgkosten zijn. En voor € 292 miljoen gaat het om overheidskosten waar het gaat om uitkeringen, armoederegelingen en gemiste belastingkomsten..

Is het niet gewoon te weinig?
De rijksoverheid geeft jaar zo'n € 60-65 miljoen uit aan bestrijding van laaggeletterdheid.
Is € 60 tot 65 miljoen dan niet gewoon te weinig om dit probleem op te lossen? Het is makkelijk om daar ja op te zeggen maar ik denk dat het genuanceerder ligt. Naast het rijksgeld betalen ook gemeenten (onder andere via bibliotheken) flink mee aan de bestrijding van laaggeletterdheid. Het bedrag is dus veel groter dan die € 60-65 miljoen. Maar ik denk dat geld zeker één van de factoren is.

Mijn wens is dat we weg kunnen komen bij dit soort berekeningen. Hoe belangrijk ik het werk van Lezen en Schrijven ook vind en ze ook dankbaar ben voor dit soort documenten. Dank, dank en ga vooral door. Weg komen bij de cijfers en terug naar de mensen. Het zou namelijk betekenen dat we een goede oplossing hebben gevonden. En ondanks alles - ondanks al die bevlogen mensen die er mee aan de slag zijn - is die er nog niet.

Tot die tijd vechten 1,3 miljoen Nederlanders met hun taal: met formulieren, met briefjes, met veiligheidsinstructies, met bijsluiters en met (voor)lezen.  En elk jaar tikken wij daarvoor met elkaar € 1,1 miljard af.

Lees hier het hele rapport van Price Waterhouse Coopers.