donderdag 18 oktober 2018

De bibliotheekmeisjes....


Lange tijd was het nummer 'debiliothecaris' van de Bende van Baflo Bill eigenlijk één van de weinige levensliederen over de bibliotheek. Een klein zijspoor is misschien het nummer 'het Winschoter Diep' van Drs P. waar een 'Miep uit de bieb' langs dat Winschoter Diep fungeert.

Debiliothecaris is wat mij betreft niet meer het lijflied. Bij de opening van de nieuwe Bibliotheek Deventer mochten drie taalkunstenaars annex singer/songwriters hun lof op de nieuwe bibliotheek bezingen. Mijn absolute favoriet van die drie was Robin Bleeker die de bibliotheekmeisjes bezong en waarom het de ideale partners zijn....

U snapt, wie mij een beetje kent, snapt dat ik het daar wel mee eens ben. Nou, dat volume op 10, inhaken en meezingen!

En mocht u de nieuwe bibliotheek in Deventer nog niet gezien hebben: ga kijken!


woensdag 17 oktober 2018

Koninklijke Bibliotheek in 1948: Whatsapp avant la lettre


Vandaag mocht ik samen met Erik Boekesteijn een groep Bulgaarse bibliothecarissen ontvangen bij de Koninklijke Bibliotheek. Een goede reden voor mij om nog even kort naar de geschiedenis van de Koninklijke Bibliotheek te kijken. De KB heeft daar een mooie pagina over ingericht waar onder andere bovenstaande filmpje staat.

Het is het Polygoon-journaal uit 1948 en wat ik vooral bijzonder vond was het bestelsysteem met aanvraagbriefjes. Via verschillende routes kwamen aanvragen op verschillende plekken binnen.

Het lijkt me een prachtig systeem om naast aanvragen elkaar ook even een tekstje te sturen als: 'Zo lunchen?'  of  'Heb je een boek van drie centimeter dik om onder mijn typemachine te zetten, het bureau is te laag?'

Een soort Whatsapp avant la lettre.

zaterdag 13 oktober 2018

De hel van 1812, Nederlanders op Veldslag met Napoleon

Zo, dat waren wel weer even genoeg blogjes over bibliotheken en zo. Nu weer eens over een echt boek. En zoals u weet houd ik van bizarre geschiedenissen. De afgelopen weken las ik de dikke pil van Bart Funnekotter over 'De hel van 1812'.

Nederlanders in dienst van Napoleon
Europa heeft een een paar heersers gekend in de afgelopen eeuwen die dachten dat het het hele continent konden bezitten. Napoleon was één van hen. Hij had Nederland al ingenomen, ontdeed zich van zijn eerste vrouw om slim te kunnen trouwen met een Oostenrijkse prinses en dacht daarna dat hij via Pruisen ook wel de Russische tsaar kon tartten. Grootheidswaanzin weten we achteraf.  Want hij vertrok met bijna 600.000 soldaten naar Rusland en daarvan kwamen er - schrik niet - slechts 120.000 terug.

Onder deze 600.000 soldaten bevonden zich zo'n 15.000 Nederlanders. Soldaten die na de inname van Nederland onder Frans gezag waren gekomen of die zich later hadden gemeld bij de Franse leger.

Funnekotter vertelt het hele verhaal van de toch van 1812 aan de hand van dagboekfragmenten van Nederlandse soldaten en officieren. En wie de honderden pagina's overziet die het boek dik is, ziet dus ook gelijk welk monnikenwerk het moet zijn geweest om het boek te maken.

De vijand is nooit de grootste tegenstander
Het begin van de tocht is nog overzichtelijk. Het gemoed is opgewekt, her en der wordt wel geplunderd en het duurt wel erg lang voor de Russen zich laten zien. Het Russische leger speelt in de beginfase een soort verstoppertje waardoor het tijden duurt voordat het tot een veldslag komt. De winter begint vroeg in Rusland en al snel zijn de eerste doden te betreuren door de kou.  En die kou blijkt een veel grotere tegenstander dan de het leger van de tsaar.

De Russen hebben de Fransen zo ver Rusland in gelokt dat men klem komt te zitten en op het moment dat duidelijk wordt dat de Fransen de overwinning nooit zullen krijgen, begint een race tegen de klok om weg te komen uit Rusland. Keer op keer lijkt de vluchtweg bijna afgesloten.

Bloedstollend - letterlijk en figuurlijk - is de vlucht over de rivier de Berezina. Een snel kolkende rivier met ijsschotsen. De Nederlandse genietroepen bouwen een noodbrug waar soldaten elkaar zo ongeveer vertappen om het land te ontvluchtten en waar ondertussen de achterhoede de Russen weg moet zien te houden bij de brug.


Tijdens de studiereis naar Engeland was ik even in het museum van Manchester en kwam daar dit schilderij tegen waarop je commandant Ney stand ziet houden tegen de Russen.

Funnekotter eindigt door van enkele Nederlanders die het overleven ook nog na te gaan wat zij doen nadat zij uit het Franse leger zijn. Velen steken over naar het Nederlandse leger en vechten vrolijk verder bij de slag bij Waterloo of de tiendaagse veldslag die leidt tot de onafhankelijkheid van België.  Sommige mensen blijken vele levens te hebben.

De grootste ramp uit de Nederlandse militaire geschiedenis
Van de 15.000 Nederlanders die meegegaan zijn, zullen slechts tussen de 500 en 1.500 levend zijn teruggekomen. De Nederlanders hebben daarmee relatief veel slachtoffers gekend. In vergelijking met andere oorlogen, betoogt Funnekotter, is dat dan de grootste ramp uit de Nederlandse militaire geschiedenis. Iets wat u en ik tot vandaag wellicht niet wisten.

Funnekotter laat de dagboekfragmenten een hartverscheurend verhaal vertellen van een steeds verder ontsporende onderneming. Een prima boek om lekker bij de verwarming straks te lezen en tevreden vast te stellen dat u het zo slecht nog niet hebt.

maandag 8 oktober 2018

Studiereis Overijssel/Groningen 4 van 4 / Vier observaties voor Nederlandse bibliotheken


De afgelopen week mocht ik met bibliotheken uit Groningen en Overijssel mee op hun studiereis. Een tocht naar Engeland waar ik in vier delen verslag van doe. Het bijzondere is dat ik alle vier delen tegelijk zal publiceren.  Dit is het vierde deel met de 'lessons learned'.

Zo de reizen zitten er op. Veel gezien en veel geleerd. Maar wat is nu de rode draad en welke observaties kunnen we delen? Aan de deelnemers van de reis vroeg ik via de groepsapp om eens een aantal punten te noemen. Samen met mijn eigen gedachten kom ik tot vier observaties.

Observatie 1: De drie V's Visie, visie en visie
Of het nu gaat om het storyhouse of de idea stores, beiden hebben een gezamenlijke drager. Dat is een hele stevige visie. Een visie die zo aanstekelijk is dat je voelt dat dit ook energie bij vele anderen los zal maken. De visie van de idea stores op een leven lang leren zouden heel goed kunnen passen bij de lijn die Nederlandse bibliotheken nu inzetten: een maatschappelijk en educatief programma om Nederland slimmere, creatiever en vaardiger te maken. Van basisvaardigheden tot mindfullness en van creatief schrijven tot 3D-printen.

Ook de visie van verbeelding van Story House past heel goed. Ik denk dat het heel interessant is om met uw schouwburgdirecteur in Chester te gaan kijken.

Deze visie steekt anderen aan. Zowel intern als extern: medewerkers en samenwerkingspartners of financiers. Visie brengt mensen in beweging en waardoor je meer kunt bereiken dan daarvoor.


Observatie 2: Programmering en gebouw moeten in balans zijn
In de afgelopen tien jaar hebben bibliotheken in Nederland een flinke draai gemaakt. Ging het rond 2010 nog veel om herinrichting van bibliotheken op basis van retailprincipes, nu zijn bibliotheek volop bezig met maatschappelijke en educatieve programmering.  Een deel van het educatieve programma vindt buiten het bibliotheekgebouw plaats in schoolbibliotheken. De maatschappelijke programmering vraagt vooral veel aandacht in het vinden van de juiste partners en vaak ook vrijwilligers. De aandacht voor het gebouw 'bibliotheek' lijkt wat naar de achtergrond geschoven te zijn. Als je één ding zit bij Storyhouse en de Idea stores dan is het dat juist die programmering goed tot stand kan komen door een combinatie van mensen én gebouw. En bij de Idea Stores zie je zelfs al dat dat gebouw al weer aan een update toe is.

Nederlandse bibliotheken investeren veel in die programmering. Men trekt intensief samen op om taalhuizen of dienstverlening voor de digitale overheid in te richten. Maar als het gaat om de inrichting van de bibliotheekgebouwen op dat punt zie ik elke bibliotheek toch apart optrekken en iedereen huurt zijn eigen architect in. Legitiem uiteraard vanuit elke situatie. Ik vind dat eigenlijk wel jammer en ik vermoed dat het ook duurder is dan samen optrekken en daar conceptueler naar te kijken. Wat mij betreft mag er echt een stevige gezamenlijke visie op inrichting komen.

Wie zo in een paar dagen een paar van deze prachtige plekken bezoekt, kan weer eens ervaren wat publieke ruimte van goede kwaliteit kan doen.

Observatie 3: Maatwerk in gezamenlijkheid
Als je kijkt naar Storyhouse en de Idea Stores dan zie je dat dit hele verschillende concepten zijn die trouwens ook allebei geen bibliotheek meer heten. De bibliotheek is een functie binnen het geheel. Tegelijkertijd zie je soortgelijke bouwstenen binnen dat geheel die toch wel op elkaar lijken. In beide gevallen begint het met lokaal ondernemerschap en een passende combinatie van partners. Van daaruit werk je verder. Bibliotheekwerk zal steeds vaker een bouwsteen van een geheel gaan vormen. Wen er maar aan, zou ik zeggen. Wat niet wegneemt dat de bibliotheek natuurlijk gewoon blijft bestaan. De landelijke en provinciale bibliotheeksamenwerking moet zo vloeibaar zijn dat deze past in het lokale ondernemerschap.


Observatie 4: Ons huis is jouw huis
De slogan van Chester gonst nog lang na in mijn hoofd: ons huis is jouw huis. Als je iets leuks weet te doen en het is open voor anderen, mag je altijd bij ons terecht. Het is een slogan die veel energie in een gemeenschap kan ontketenen. Wat wordt mogelijk als iedereen zou gebruik kan maken van de bibliotheek? Stadkamer in Zwolle werkt inmiddels op deze manier en met veel plezier en met leuke resultaten.

Wat heel erg past bij dat beeld is het wegnemen van allerlei ge- en ver-boden. Werk niet vanuit wantrouwen maar vanuit vertrouwen. En als je beveiliging toepast doe dat dan onopvallend en gastvrij.

Tot slot
Zo, weer inspiratie genoeg en weer snel aan de slag. Alleen? Nee, wat mij betreft samen. En dat is wellicht toch een mooie opsteker om mee af te sluiten. Bijna elke bibliotheek die we bezochten zei dat ze zoveel Nederlandse bibliotheken ontvingen. Eigenlijk meer dan Engelse bibliotheken. We gaan graag kijken bij anderen. Maar het tekent ook dat we graag willen leren van elkaar. Mij viel tijdens de reis op dat die samenwerking tussen bibliotheken eigenlijk helemaal niet zo gewoon is als wij in Nederland wel denken. Wij vinden het logisch om zaken samen op te pakken, uit te werken en ervaringen te delen.

'Wie zijn nieuwsgierigheid verliest, is bezig langzaam dood te gaan', zei iemand mijn ooit. Met die nieuwsgierigheid van mijn collega's was niets mis, merkte ik de afgelopen week. En dat is wellicht de beste garantie voor de toekomst. En dat u deze artikelen tot het einde las evenzeer.

Studiereis Overijssel/Groningen 3 van 4 / Manchester Library


De afgelopen week mocht ik met bibliotheken uit Groningen en Overijssel mee op hun studiereis. Een tocht naar Engeland waar ik in vier delen verslag van zal doen. Het bijzondere is dat ik alle vier delen tegelijk zal publiceren.  Dit is het derde deel over de centrale bibliotheek van Manchester.

Het laatste bezoek van deze studiereis is aan de centrale bibliotheek van Manchester. Na Chester is Manchester wel even een ander formaat. Manchester is zeker zo groot als Amsterdam. Voor Nederlandse begrippen gaan we dus van een provinciestadje naar de hoofdstad. De bibliotheek trekt 1,7 miljoen bezoekers per jaar en is daarmee veruit de grootste culturele hotspot van de hele omgeving.

Meer doelgroepen
Enkele jaren geleden is de bibliotheek verbouwd. Het statige pand dat ruim 80 jaar oud is, werd vooral gebruikt door studenten. Na de Primark was dit hun favoriete plek. Maar de bibliotheek wilde zich verbreden naar andere doelgroepen. Meer gezinnen en een diverser publiek. Naast een verbouwing heeft men ingezet op een breed activiteitenprogramma. En dan niet zozeer een programma dat zich in de geijkte zaaltje afspeelt maar juist zoveel mogelijk tussen de mensen. Het meest spannende voorbeeld is misschien de maandelijkse silent disco die men houdt op zaterdagavond met gemiddeld 450 bezoeker per avond en een prima horecaomzet.

Of wat te denken van de spannende erfgoedprogramma's. Want ja, Manchester is ook een bewaarbibliotheek. Men laat taxi's naar de basisscholen rijden met peperdure antieke boeken om daar uitleg te geven over dat boek. Kinderen zijn daar helemaal ondersteboven van: 'Mag ik dat boek zomaar aanraken?' Ja, dat mag dus. Daar is het materiaal voor.


Of wat te denken van een drumstel in je bibliotheek? Of een geluidsmixer waar je dj mee kunt spelen? De directeur zet in op reuring in zijn tent. 'Ja, het kan hier wel wat rumoerig zijn. Als je daar moeite mee hebt, moet je maar op een ander moment terugkomen', zegt hij redelijk laconiek.  Die programmering is echt één van de sterke punten van deze bibliotheek.


Fysiek en digitaal
Ook mooi aan deze bibliotheek is de stevige aandacht voor allerlei gedigitaliseerde materialen. De ingang van de bibliotheek is werkelijk bezaaid met allerlei touch screens waar veel interactieve historische programma's op draaien.  En die schermen worden, als ik rondkijk, best goed gebruikt.


Leeszaal
In het midden van dit monumentale pand is nog een klassiek leeszaal ingericht waar het muiststil moet zijn. Het is een favoriete plek van studenten in examentijd die er dan ook de hele dag zitten met honderden tegelijk. Sommige dingen veranderen dus niet.

Je moet jezelf kunnen zien zitten
Het monumentale pand is krachtig in zijn uitstraling maar natuurlijk ook wel een beperking. Het heeft een bijna intimiderende uitstraling die voor sommige mensen afschrikwekkend kan zijn. Dit is niet een buurthuis om de hoek. Bij de verbouwing zijn wel op veel plekken glasdelen geplaatst waardoor het pand transparanter en opener is geworden. Dat is ook echt noodzaak. 'Mensen moeten zichzelf in dit gebouw kunnen zien zitten', is de opvatting bij de bibliotheek. Als jij ziet: 'oh, die zit er ook', dan durf je zelf ook makkelijker naar binnen.

Manchester is een bibliotheek met een groot verleden en die het verleden ook flink meedraagt. Voor erfgoedprogramma's is dat een voordeel maar voor basisvaardigheden is het niet altijd even handig. Het toont aan hoe een mammoettanker - wat deze hele grote bibliotheek wel een beetje is - probeert zo wendbaar mogelijk te zijn. Op veel plekken lukt dat maar soms zit men zichzelf ook nog wel in de weg. Aan de directeur zal het overigens niet liggen. Met zijn onconventionele aanpak lijkt hij me absolute drager van deze organisatie.

Maar na het gezellige en kleurrijke Chester, straalt Manchester nog heel veel zakelijkheid uit. Zeer functioneel maar het gevoel van nabijheid, raak ik in deze omvang wel wat kwijt. Maar de combinatie digitale en fysieke informatie en hun programmering maakt het wel een bezoek waard.

Het volgende deel gaat over de observaties van deze reis en wat Nederlandse bibliotheken er van kunnen leren. 

Studiereis Overijssel/Groningen 2 van 4: Storyhouse in Chester


De afgelopen week mocht ik met bibliotheken uit Groningen en Overijssel mee op hun studiereis. Een tocht naar Engeland waar ik in vier delen verslag van doe. Het bijzondere is dat ik alle vier delen tegelijk zal publiceren.  Dit is het tweede deel over het Story House in Chester.

Storyhouse was absoluut wat mij betreft het beste plekje van de studiereis. Storyhouse  is een combinatie van bibliotheek, filmhuis en theater waarbij beide functies volledig geïntegreerd zijn. Of beter gezegd: de bibliotheek is om de de zalen heen gedrapeerd.

Storyhouse is in mei 2017 geopend in aanwezigheid van de Engelse koninklijke familie. Het gebouw bestaat uit een oud gebouw - een oude filmzaal uit het begin van de 20e eeuw - en een nieuw aangebouwd gedeelte. De investering was - schrik niet - 34 miljoen pond.


Trots van het personeel en de stad
Het Storyhouse is een enorme boost voor de trots van deze provinciestad met 80.000 inwoners. De stad is trots en het personeel was bang dat door de mooie inrichting oude gebruikers van de bibliotheek niet meer terug zouden komen. Maar niets was minder waar. Mensen waren trots dat zij in zo'n mooi gebouw mogen zinnen dat dat er voor hen is.

Het is ook een trots voor het personeel. En dat is nodig ook want het personeel kimt nog uit verschillende stichtingen en werkt nog onder verschillende condities. Maar omdat men samen werkt aan zoiets moois en goeds, is iedereen bereid om dat voor lief te nemen. Zo'n gedeelde visie is echt nodig om zoiets ook mogelijk te maken.


Sublieme 3rd place
Het hart van het gebouw wordt gevormd door het café dat zowel de foyer van theater en filmhuis is als bibliotheekruimte. Er zitten ladingen jongeren te werken en de sfeer is ongelofelijk relaxed. Dat heb ik echt zelden zo meegemaakt in een bibliotheek. De kwaliteit van deze ruimte is echt ontzettend hoog.

Our house is your house
Zo'n 140 groepen en verenigingen gebruiken het pand. Van danslessen tot schaakgroepen. Wie wil kan de bibliotheek gebruiken en zolang het publiek toegankelijk hoef je daar niet te betalen. Hun slogan is: 'our house is your house'. Het is een aanstekelijke uitspraak. Want er gaat een ongelofelijke uit uitnodigende kracht van uit.


Prachtige jeugdbibliotheek
Één van de pareltjes van story house is de jeugdbibliotheek. Bij de idea store kwam die er wel wat bekaaid vanaf maar bij story house krijgen kinderen een prachtige en bijna feeërieke plek. Een prachtig kleine voorleesruimte en een sfeervol ingerichte bibliotheek. Wel lijkt deze jeugdbibliotheek zich vooral te richten op kinderen tot een jaar of 10/11.

Ik ben diep onder de indruk van deze combinatie van bibliotheek en theater. Wie bang was dat de bibliotheek zou ondersneeuwen in het theatergeweld kan gerust zijn. Daar is echt geen sprake van. Het is een fantastisch huis om te zijn en een huis dat de verbeelding meer dan stimuleert.

Het Storyhouse van Chester is zeker een bezoek waard.

In het volgende deel ga ik in op onze laatste bibliotheek die we bezochten: de centrale bibliotheek van Manchester. 

Studiereis Overijssel/Groningen 1 van 4 / Idea Store Londen


De afgelopen week mocht ik met bibliotheken uit Groningen en Overijssel mee op hun studiereis. Een tocht naar Engeland waar ik in vier delen verslag van zal doen. Het bijzondere is dat ik alle vier delen tegelijk zal publiceren.  Dit is het eerste deel over de Idea Stores in Londen.

Voor veel bibliotheekcollega's zullen de Idea Stores geen onbekende meer zijn. In 1998 werd er namelijk al mee gestart en een jaar of tien geleden waren we er met Overijsselse bibliotheken ook al op bezoek. Het bezoek deze keer was dan ook vooral interessant om te zien hoe het concept zich ontwikkeld had.

Wat zijn idea stores?
Idea stores vind je alleen in stadsdeel Tower Hamlets in Londen. In 1998 startte de bibliotheek daar met een grootschalige herpositionering. Tower Hamlets is een zeer divers stadsdeel: arm en rijk wonen er letterlijk naast elkaar. Het gebruik van de bibliotheek bleef in 1998 steken op 18% van de bevolking. Dit terwijl dit elders in het land 50% was. Toch was het een bibliotheek net als andere bibliotheken? Wat gaat er mis, vroeg men zich af?

Een enquête onder de bevolking wees uit dat 98% van de bevolking de bibliotheek wel een goede instelling vond en dat die ook moest blijven. Wel wilde men meer boeken en vooral meer computers. Het was de tijd dat internet op kwam en velen nog geen toegang en apparatuur hadden. De openingstijden vonden gebruikers wel goed maar men vond wel dat bibliotheken op plekken moesten zitten zodat men dit kon combineren met andere activiteiten zoals winkelen.

Compleet nieuw merk
Met een groep architecten is vervolgens een compleet nieuwe opzet gemaakt. Zo anders dan de bestaande bibliotheek dat men het zelf een ander merk ging noemen. Zo ontstond de Idea Store.  Kern van de Idea Store is om mensen te helpen bij een leven lang leren.  Leven lang leren is echt het kernpunt. Hun communicatie, gedrag en hun diensten zijn daar op ingericht. Kernwaarden zijn: enrich, engagement en empowerment (ik vertaal dat maar niet, het Engels is te mooi).

Twee jaar voordat men echt startte met de idea store begin men met het verspreiden van een glossy over het idee.  Deze werd ruim verspreid in het stadsdeel. Op deze manier kon men wennen aan het nieuwe idee en werden mensen voorbereid. Toen ging vestiging White Chapel open. Op de drukste plek van de wijk, pal naast een markt die 6 dagen per week open is.

Men heeft gezocht naar een integratie van collectie, cursussen en andere activiteiten. De idea store heeft heeft een cursusgids die net zo dik is als de catalogus van een grote schouwburg. Boeken en leslokalen lopen door elkaar. Boeken in het midden en leslokalen er om heen.  Elk van de leslokalen heeft glas waardoor je naar binnen kunt kijken. Zien eten, doet eten zullen we maar zeggen.  Als je het naar Nederlandse voorbeelden moet vertalen zijn de Idea Stores een combinatie van bibliotheek en volksuniversiteit. Het cursusaanbod is breed. Van taalles tot Bollywood-dansen.


Allround medewerkers
Medewerkers kunnen zowel helpen met een vraag rond boeken maar helpen met het grootste gemak met alle cursussen. Dat zijn de allround-medewerkers die breed ingezet kunnen worden (en ook iets beter verdienen dan de gemiddelde bibliothecaris). Allemaal betaalde medewerkers ook.  De cursussen worden allemaal door gekwalificeerde docenten gedaan.

Men is 7 dagen per week open, gelijk aan de tijden van de supermarkt. Zo eenvoudig moet het dus zijn. Dat geldt ook voor de regels: it is no rules-rules. Geen verboden dus. Koffie mag je overal mee naar toe nemen en bellen mag ook. Je mag alleen anderen niet te veel storen en daar worden gebruikers ook op actief aangesproken.

Lezingen kosten geen geld end at geldt ook voor het bibliotheeklidmaatschaap. Dat is overigens in heel Engeland gratis.


Nieuwe uitdaging
Tot zover het basisverhaal. Want eigenlijk loopt dit al 10 jaar. Dus waar zitten nog de vernieuwingen? Men gaat nauwer samenwerken met burgerzaken van de gemeente. Men noemt dat de one-stop-shop. Burgers kunnen daar terecht voor een parkeervergunning of andere formulieren. Ook dat alles wordt professioneel opgepakt. Ook hier geen vrijwilligers of andere maatschappelijke partners. Men gruwelt zelfs een beetje daarvan. Dat is echt een andere insteek dan in Nederland. Ik ben er nog niet over uit wat ik daar nou van moet vinden. Enerzijds vind ik het lovenswaardig dat het allemaal betaald is maar het compleet uitsluiten van burgerinitiatief vind ik ook wel weer bijzonder.

27% wordt geholpen met gezondheid
Ten opzichte van 10 jaar geleden zie ik een duidelijke verschuiving in programmering. Waar deze 10 jaar geleden vooral nog vooral op digitale vaardigheden was gericht verschuift deze nu heel hard naar allerlei cursussen rond gezondheid. Uit de gebruikersenquete blijkt dat 27% van de gebruiker aangeeft dat ze geholpen zijn met hun gezondheid.


Inrichting
De inrichting van de Idea Stores kenmerkt zich dus door veel lokalen in combinatie met collectie en veel studie- en pc-plekken. Die inrichting is overigens in de afgelopen tijd niet echt mee-ontwikkeld. Volgens mij wordt dat wel een volgende slag die ze mogen slaan want de 3rd place gedachte heeft zich in de afgelopen tijd echt verder ontwikkeld.

Mij blijft bij dat die idea stores een heel sterk concept blijven dat heel goed past bij de Nederlandse lijn van basisvaardigheden en in het verlengde daarvan naar een leven lang leren. Het is mooi om te zien hoe Idea Stores hun dienstverlening verbreed hebben en een vaste plek in dit stadsdeel hebben gekregen.

Volgende deel is: Story House in Chester

donderdag 27 september 2018

Akwasi: 'speel scrabble'


De slotact biedt het podium aan rapper Akwasi. Een man die leeft van het woord. Hij vertelt in een kort interview dat er binnenkort zijn boek "Laten we het er maar niet meer over hebben" van hem uitkomt en dat hij veel heeft gehad aan bibliotheken in zijn jeugd.

Hij heeft een handleiding gemaakt voor ouderen om om te gaan met jongeren en andersom. Dat doet hij op zijn eigen wijze. Het zijn 27 verzen van een groter gedicht. Elk vers wordt met een luid Yo! ingeluid door de zaal.

Voor de ouderen: Speel FIFA met ze, vertel ze je fouten, geef ze de ruimte, hou het kort en maak het niet te lang, vecht niet tegen internet, wees geen zeur, luister naar wat ze zeggen maar hoor ze niet uit, koop een Rolex, koop een Gucci en wees je toekomstige zelf.

En voor de jongeren: jullie zijn altijd slimmer, doe je ding met Tinder, leer het op een oude fiets, een oude hond kun je geen trucjes leren, leef je in in de oudere, praat langzaam en articuleer goed, help eens een oudere in de zorg, ga op zoek naar je oudere versie van jezelf, maak een oudere instafamous, houd je aan je afspraken met je ouderen, vooral aan de tijd., speel scrabble en tot slot: overhaast niet.

Het spijt me, maar hiervoor had u echt bij BibliotheekPlaza zelf moeten zijn. Dit is niet in woorden te vatten. Die kans krijgt u volgend jaar weer. Zie ik u dan? Ik ben er met plezier weer bij. Aan de borrel!

James Smith: 'Het motto van jongeren is: Ik deel dus ik besta'

Hij wordt voorgesteld als de 'Justin Bieber' van vandaag.... Of moet hij voorgesteld worden als de 'Marco Borsato' gezien de generatiekloof?  Het gaat om James Smith van communicatiebureau YoungWorks, een gespecialiseerd bedrijf in in jongerencommunicatie.

James start met: Maar ach, moet je die generatiekloof niet gewoon loslaten? James heeft voor vandaag een aantal vlogfilmpjes gemaakt. Aan kinderen is gevraagd waar je aan denkt bij jong zijn. Wat zeggen die jongeren:'jong zijn is vrij zijn en nog niet vast zitten aan al die dingen waar je als volwassene aan vast zit'. Nou, de toon is gezet.

En hij doet met ons een quizje: Wat is een Swish Swish, wat is de Kiki Challenge, hoeveel procent van de jongeren (16,17) praat met zijn ouders over relaties?  Weet u de antwoorden? Nee, nog lastig he?



James loopt met ons de belangrijkste trends onder jongeren even door:

Digitalisering
De huidige generatie is de eerste generatie is volledig opgegroeid met internet: de screenagers.

Maakbaarheid
Deze generatie en die van hun ouders is er aan gewend geraakt dat je kunt bereiken wat je graag wilt. Maar het levert ook druk op dat je moet bereiken wat je kunt bereiken. Met burn-out op jonge leeftijd tot gevolg

Individualisering
Zelfontplooiing gaat centraal staan. Het betekent ook dat jongeren steeds vaker eigen keuzes maken.

Financiële crisis
Jongeren hebben geen vertrouwen meer in financiële instellingen. Ze worden dan ook massaal hun eigen ondernemer.

Culturele toenadering tussen jong en oud
De jongerencultuur is dominant geworden. Iedereen wil jong blijven. Vroeger trokken kinderen de kleren van hun ouders aan als ze naar een feestje gaan. Tegenwoordig is dat andersom.

Gewend aan inspraak
Jongeren zijn veel mondiger geworden. Ze willen gelijkwaardigheid in het gezin wat het lastig maakt voor ouders om grenzen te stellen.

Hoe kijken jongeren daar tegen aan? Ook dat heeft men aan het trendteam van jongeren gevraagd. Ook die filmpjes laat hij zien. Jongeren ervaren de generatiekloof nog steeds in muziek maar ook in het gebruik van sociale media.  Die generatiekloof is op deze wijze eigenlijk wel van alle tijden.

Jongeren zijn 'digital natives' terwijl wij nog 'digital immigrants zijn. Het motto van jongeren is 'ik deel dus ik besta'  In onze ogen zijn al die sociale media wellicht minder sociaal maar niets blijkt minder waar.

Er worden drie vormen van social media voor jongeren onderscheiden:
1. Hanging out: delen als je op de bank hangt
2. Messing around: experimenten met allerlei nieuwe zaken, denk aan vervormde filmpjes etc.
3. Geeking out: online leren, bijvoorbeeld gitaar leren spelen, youtube wordt de handleiding van het leven

En als je zo naar kijkt zie je dat dit allemaal sociale bezigheden zijn zij het in een digitale wereld.

Zijn tips
- Wees online zichtbaar: gebruik beeld
- Beleving: maak het leuk en makkelijks
- Sluit aan bij de interesses

Kloof in de aandachtspanne

Wat betreft dat laatste: hij hekelt het thema van de boekenweek voor jongeren: 'Lezen is lit'. Tja, ben je nou niet een oudere die probeert hip te doen? Het luistert dus nog wel nauw.

En dan het lezen.... Papier lezen neemt af maar digitaal lezen neemt toe. Wat betekent dit? De aandachtspanne van jongeren is digtitaal hoger dan voor papier. Daar speelt mee dat digitaal 'instant gratificiation' wordt geboden. Op internet krijg je direct wat je hebben wilt. Alles wat te veel tijd komst zonder die beloning zorgt voor afhaken.

Kinderen langer thuis en studeren graag thuis
Kinderen zijn tussen 2006 en 2013 zijn veel langer thuis blijven wonen. Ze stellen  uit huis gaan uit en blijven graag nog bij ouders. Dat sluit aan bij de opmerking van Pedro de Bruyckere dat de jeugd steeds later volwassen wordt.

Verder studeren ze graag thuis. En dat thuis zorgt ervoor dat jongeren uit hoog-en laagopgeleide achtergrond elkaar niet meer tegen komen op kamers. Dit werkt segregatie en tweedeling  in de hand.

Jongeren zijn dus geen homogene doelgroep. Differentieer dus en werk met rolmodellen.

James Smith betoogt dus dat er niet zozeer een generatiekloof is maar dat er meerdere kloven zijn die over andere assen lopen dan alleen leeftijd.

Verbinding tussen jong en oud
James adviseert om de co-creatie aan te gaan met jongeren. Hij promoot de participizza-avond met jongeren.  Maar één ding: laat alles los wat je denkt te weten van jongeren. Ga luisteren zonder die aannames. Anders wordt het wel ingewikkeld.

De volgende stap moet je reflecteren op je eigen organisatie en zorg dat je intern draagvlak hebt. En zorg daarna dat het kan gebeuren. Het klinkt simpel maar ik vermoed eerlijk gezegd dat het inderdaad minder simpel is dan je denkt.

James sluit af met de laatste paar tips: zorg dat je een echte verbinding met jongere en zorg voor emotie, maak het relevant, leuk en gemakkelijk, jongeren zijn geen homogene doelgroep en neem ze serieus.

Wat het inderdaad de Justin Bieber of Marco Borsato.... Het was zeker een goede spreker. Niet altijd even handig om te volgen voor mij als blogger maar volgens mij kunt u de hoofdlijn er nog wel uit halen.

Op naar de slotact!

Kirsten Andres (KRO-NCRV): 'innovaties moeten in één jaar binnen onze regulier subsidies passen'


De lunch achter de kiezen. Kirsten Andres is directeur Marketing en communicatie bij KRO-NCRV. Via allerlei commerciële bedrijven is ze terecht gekomen bij deze omroep. En blij dat ze nu bij dat bedrijf zit. Ze legt graag uit hoe ook de KRO-NCRV omgaat met die kloof met jongeren. Want om eerlijk te zijn: KRO-NCRV en bibliotheek hebben natuurlijk wel wat gemeen. Ze worden allebei als ouballig gezien. Je mag dan 90 jaar bestaan maar als je geen relevantie meer hebt, houdt het natuurlijk wel op. Voor KRO-NCRV is die relevantie nog steeds naastenliefde.

De presentatie die ze geeft, lijkt een beetje op bijgaande presentatie die open op internet staat.



Maar dat het voor de omroep niet makkelijk is, moge duidelijk zijn. Naast de andere omroepen die er zijn, zijn er de comerciëlen en zijn er de nieuwe vormen als Netflix en Youtube.  Herkenbaar voor bibliotheken? Ik denk het wel toch.

En ze gaat verder: er wordt jaarlijks bezuinigd op de omroepen. Alles bij elkaar is dat de afgelopen jaren bijna de helft van het budget. Herkenbaar? Dat dacht ik al.

Binnen dat kader probeer je te vernieuwen en te innoveren. Ga er maar aan staan. Wat wordt dan een strategie?

KRO-NCRV heeft de keus gemaakt om van een ledenbedrijf naar een maatschappelijk mediabedrijf te groeien.

Maatschappelijk relevant
Ze laat zien hoe ze met hun keuzes voor programma's bijvoorbeeld "Hij is een zij" en "Voor wie steek jij een kaarsje op?" en "Wij zijn lit" invulling geven aan die maatschappelijke relevantie. Het gaat dan om het creëren van dialoog in de samenleving, of het nu gaat om transgenders, rouwverwerking of pesten.

Dat 'Wij zijn Lit' is wel een mooi voorbeeld hoor. Een programma dat een game kent en een programma voor het onderwijs.

Een ander voorbeeld is Eva Jinek die nu via een chatbot jongeren bereikt. Jongeren (18-35 jaar) die 50 minuten kijken om elf uur 's avonds echt niet trekken.

Een thema als diversiteit (ja, dat herkent u ook wel) wordt ingevuld met een programma als YoMo

Kirsten laat zien hoe ze ook als publiek omroep aan het zoeken zijn geweest. Welk platform werk wel of niet. Welk thema werkt wel of niet. En ook niet alles gaat goed. Brandpunt+ is daar bijvoorbeeld een voorbeeld van. Bedoeling was om een combinatie van televisie en online te maken. Dat lijkt nu niet te lukken en dat het sneuvelt. Dat betekent ontslag van mensen want het online budget is vele malen kleiner dan het productiebudget voor televisie.

 Een voorbeeld dat nog niet online is en nog betá is, is een 'doe'platform. Het is een platform waar mensen die 'de wereld willen veranderen' elkaar kunnen helpen. Een soort 'Maak-het-verschil-platform'. Wie meer wil weten kan hier eens kijken.

Dat innoveren is heel veel proberen. De omroep heeft daarbij natuurlijk dat ze makkelijk een groot landelijk bereik kunnen genereren maar het betekent ook dat iets ook vrij snel succes moet hebben. Innovaties financiert men één jaar met eigen middelen en moet na een jaar ondergebracht kunnen worden in de reguliere subsidie.

De laatste tip van Kirsten... de grote vriendelijke Podcast over jeugdliteratuur Kijk dat is nog eens een mooie innovatie heel dicht bij ons huis.

Yvette Belt-Beekman (KPN): 'Kinderen vragen of we niet méér onderwijsmateriaal willen maken'


De plenaire sessies zijn voorbij en stappen over op de workshops en parallelsessies. Ik pak de draad op met Yvette Belt-Beekman. Zij is director marketing communicatie bij KPN. Een hele mond vol maar eigenlijk ben je dan de baas van het 'merk'.


Ze gaat ons meenemen naar een bijzonder project van KPN. Het gaat over het project Evert 45. Het project werd getriggerd door een artikel in het AD over verzetstrijders die nu zo oud zijn dat ze binnenkort niet meer hun verhalen kunnen vertellen. Op het prikbord hing het artikel met de vraag: 'moeten we hier niet wat mee?'

Yvette pakte de handschoen op namens KPN. Wat volgde was een reeks gesprekken met ouderen, verzetstrijders, historici, musea en.... jongeren. Samen met partijen werd gezocht naar een manier om authentiek dit verhaal voor jongeren te vertellen. De zoektocht was begonnen.

Men ging uit van een vloggende jongere die leeft in 1945. Een vlogger die vertelt vanuit de geschiedenis. Kijk maar eens naar bijgaande filmpje.


De filmpjes staan op een Youtube-channel en kun je daar ook volgen. De filmpjes zijn gemaakt en staan klaar. En dan? Hoe bereik je mensen? Yvette vertelt dat ze zelf dacht dat je dan een reclamecampagne moest maken. Dat bleek een misvatting. Jongeren bereik je niet op die manier.

Wat we leerden was dat we plotseling allerlei vragen en communicatie ontstond met de doelgroep. Dat was nieuw. En dat leverde weer allerlei tips.

De vlogs werden gepromoot door andere vloggers. Deze vloggers werd gevraagd om iets te doen met Evert_45. En zo kwam het balletje aan het rollen. Evert werd bijvoorbeeld gevraagd om over eten in de oorlog te komen vertellen in een foodvlog. Jongeren stelde vragen aan Evert en Evert antwoordde. Jongeren maakten zich bezorgd om Evert. Of het wel goed met hem ging na al die bombardementen. Voor jongeren werd de geschiedenis levend. Letterlijk en figuurlijk.

De vlogs worden nu ook gebruikt in schoolklassen en kinderen vragen of er niet méér op deze manier onderwijs kan worden gemaakt. Aan het eind van de campagne waren de filmpjes in totaal 1,7 miljoen minuten bekeken. En dagelijks loopt dit nog op.

Communicatie
De wijze van communiceren en onder de aandacht brengen, kende eigenlijk twee fasen. De eerste fase was vooral gericht op de jongeren via Youtube en Instagram. De tweede fase richtte zich vooral op de ouders van de kinderen. Dat ging weer via klassieke media zoals televisiereclame. De ouders reageerden naar KPN dat ze het mooi vonden en dat zij het allang gezien hadden...

Voor KPN was dit project een manier om te leren over hoe je tegenwoordig iets onder de aandacht brengt en hoe je kunt anticiperen op het huidige online gedrag van jongeren.

Wat Yvette niet vermeld is dat dit project natuurlijk een prachtig project is om het 'merk' KPN neer te zetten en te laten zien hoe je maatschappelijk betrokken bent. Dat had wat mij betreft best verteld mogen worden. Want volgens mij is dat volstrekt legitiem voor een bedrijf toch?

Maar dan komt er toch nog een vraag uit de zaal......

'Wat kost dat nou?'  Campagnes bij KPN zijn normaal natuurlijk altijd gericht op het verkopen van abonnementen. Dus geld vrijmaken voor zo'n algemene campagne met een maatschappelijk doel is knap ingewikkeld. Het budget was ongeveer een kwart van een normale campagne maar leverde ons minstens net zoveel op. En wat het ons ook opleverde was dat zoveel mensen, juist vanwege dit doel,  van harte met ons wilde samenwerken. En dat is ook wel eens anders met een commercieel bedrijf.

Kijk, kwam dat verhaal toch nog op zijn pootjes terecht.

Jelle Jolles: 'Kinderen krijgen te weinig prikkels!'


Het verhaal van Pedro was mooi. Humoristisch, een tikje ontregelend en met haakjes om over na te denken. Kijk, dat is wat BibliotheekPlaza doet. Waar ik vooraf wel naar uitkeek was Jelle Jolles. Jelle Jolles is Universiteitshoogleraar Neuropsychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en leidt het Centrum Brein en Leren.

Je bent toch altijd een beetje bang bij hoogleraren dat het saai wordt maar ik heb vooraf wat huiswerk gedaan en ik weet ondertussen wel dat dit een hele slimme man is. Dus ik ben benieuwd.

Lezen is belangrijk
Hij gaat in op het belang van lezen. Het is wel wat preken voor eigen parochie maar in de samenleving is dat wel iets wat aan het verdwijnen is. Veel mensen vinden lezen helemaal niet meer zo belangrijk.

Pedro zei het al: lezen op het scherm is helemaal niet zo effectief als lezen van papier. Maar waarom lezen jongeren dan steeds minder? Het is toch hartstikke leuk, vinden wij tenminste in deze zaal? Waarom is lezen niet leuk genoeg?

Exploreren en nieuwsgierigheid
De mens is een nieuwsgierig wezen. Zonder nieuwsgierigheid kun je niet leven. Je moet openstaan voor prikkels uit de omgeving. Prikkels die moet opslaan om die gegevens later weer te kunnen gebruiken. Onze keuzes worden steeds beter door de prikkels die we telkens verwerken.  Het is dan ook de taak van ouders en opvoeders om die prikkels te geven. En om eerlijk te zijn: we zijn wel zuinig geworden met die prikkels. We moeten veel meer aanbieden: meer cultuur, meer beeld. Die prikkels zijn nodig om volwassen te worden.

Tot een jaar of 25 rijpen hersenen nog onder het aantal prikkels dat men krijgt. Geef kinderen dus vooral veel prikkels. Geef ervaringen. Met slimme woorden heet dat dat je neuropsychologische vaardigheden leert op deze manier.

Zorg dat je mensen tot 25 jaar veel brede ervaringen moeten krijgen. Hersenscans laten zien dat veel en diverse ervaringen ervoor zorgen dat men als volwassene slimmer en creatiever worden. Lezen stimuleert deze ontwikkeling enorm. Het gaat dus niet alleen om die leesvaardigheid maar om alle vaardigheden die je als mens nodig hebt. En echt, daar ligt hard wetenschappelijk onderzoek onder.

Pubers die gevaarlijke dingen doen, doen dus iets heel belangrijks: ze zijn bezig met hun hersenontwikkeling. Juist door die grenzen op te zoeken, leer je.

De waarde van lezen
Lezen is niet alleen belangrijk om een beetje te communiceren... Het gaat om veel meer. Hersenonderzoek laat zien dat vrij lezen voor een verbrede hersenfunctie. Wie leest, kan veel meer aan met zijn hersens.  Bij lezen maak je jezelf een voorstelling van iets via taal. Je leert iets over een moraal. Je kunt je verliezen in een boek. Het prikkelt je fantasie en je leert over verschillende emoties en je scherpt daardoor je empathische vermogen.  Lezen leidt dus zelfs tot wederzijds begrip.

Tien redenen waarom lezen superbelangrijk is
Op  basis van allerlei onderzoeken komt Jelle Jolles tot tien redenen waarom lezen belangrijk is. Belangrijk? Nee, superbelangrijk.

1. Lezen is verhalen
2. Lezen geeft kennis
3. Lezen geeft inzichten
4. Door lezen leren we concentreren
5. Door lezen, leren we verwoorden
6. Door lezen, leer over de moraal (en de verschillen tussen mensen)
7. Door lezen, leren we over gevoelens van anderen
8. Door lezen, leren we over intenties van anderen
9. Door lezen, leer je over scripts en scenario's
10. Lezen is gewoon leuk.

Jolles eindigt met Leesplezier. Lezen leidt tot lezen. Het is een slogan die we natuurlijk al kennen. Het is een herbevestiging voor stappen waar we nu mee bezig zijn. Nou, die zit weer in de pocket!

Verbeelden
Lezen is verbeelden. Bijna iedereen vormt zich een beeld bij het lezen van boeken. Dat begint al bij voorlezen. Dat verbeelden is belangrijk. Want wie dat vroeg leert, kan zichzelf later beter uitdrukken. Jolles laat zien hoe lezen, toneel en visualiseren bij elkaar horen....

... Hier raakt hij me even kwijt. Het zal belangrijk zijn maar hier heb ik even een dip. Waar gaat dit naar toe?  Okee, ik probeer het bij te houden.

Via dat visualiseren leer je mentale voorstellingen te maken. En daarmee raak je de ontwikkeling van het denken. En dat moet je oefenen. Zijn oproep is dat bibliotheken  niet stil blijven staan bij lezen maar doorpakken naar het stimuleren van denken. Stimuleer veel meer het visualiseren en het verbeelden.

Maar ga verder: kun je als bibliotheken ondersteunen bij het stellen van socratische vragen. Help kinderen en volwassen en kinderen daarbij. Jolles vindt dus ook dat je als bibliotheek 'denkstimulerend' materiaal moet hebben. Hij laat wat denkstimulerende foto's zien.

Kind en tiener zijn werk in uitvoering
Ok, meer van lezen naar denken dus bibliotheek. Jolles geeft daar wat praktische handvaten voor maar laat ook nog wel wat ruimte om over door te denken. Maar hij laat tevens zien hoe lezen aan de basis staat aan die al vaker genoemde 21st century skills.

Wie meer wil lezen kan zijn blog volgen. Wie nu toch een surrogaat wil, kan terecht bij onderstaande youtube-video



Pedro de Bruyckere: '18 is het nieuwe 15?'


Hij verontschuldigt zich gelijk: 'ik zeg altijd u tegen mijn publiek'.  Net nadat Saskia had gezegd dat zij altijd je en jij zegt. Maar het is een vlaming: Pedro De Bruyckere.

Pedro De Bruyckere is onderzoeker en pedagoog aan de Arteveldehogeschool in Gent en verdiept zich al jaren in de leefwereld van jongeren.

Dé jongere bestaat niet. Er bestaan meer verschillen binnen generaties dan tussen generaties. Hoe wordt tegenwoordig je verkering uitgemaakt. Precies via Whatsapp, vroeger via SMS en daarvoor kwam een gezamenlijke vriend je dat vertellen. What's new? Precies alleen de vorm verandert maar de inhoud is van alle tijden.

Ook fakenieuws... nee hoor ook van oude tijden. En 21st century skills? Werkten ze dan niet samen in de twaalde eeuw? Onzin toch? We leven echt niet in zulke uitzonderlijke tijden als we denken.

Pedro gaat een paar trends langs. Want de wereld is toch wel ánders dan we denken.

15 is het nieuwe 18
Twenge deed onderzoek naar wanneer keuzes worden gemaakt door jongeren. Wat blijkt: het schuift op. Maar niet naar beneden maar naar boven. Wie nu 18 is maakt dezelfde keuzes als iemand die vroeger 15 was.

Techlash
Een tweede trend waar hij op ingaat is de Techlash. Nieuwe technogie blijkt niet altijd beter te zijn. Onderzoek wijst uit dat lezen vanaf papier nog altijd leidt tot betere leerprestaties dan lezen vanaf scherm. En de klassen waar geen smartphone mag zijn neemt toe

GAFA in de problemen?
De GAFA, de Google, Apples en Facbooks van de wereld hebben het lastig. Het altijd maar op een schermpje zitten wordt niet als iets goeds gezien. We spreken zelfs over verslaving. Zijn die partijen nu in paniek? Zou ik wel zijn.

Maar eerlijke gezegd. Zitten we elkaar niet gek maken. Laten we eens terug gaan naar de schooltelevisie... Weet u dat dat vroeger als revolutionair werd gezien? Men dacht echt dat dit het bestaande onderwijs volledig zou veranderen. Maar wat is schooltelevisie nog? Inderdaad, het is weg.  Maar is het beeld weg uit het onderwijs? Nee, het wordt meer gebruikt dan ooit. Het is geïntegreerd maar op een andere manier dan verwacht.  Moeten we dan ook niet anders naar smartphones en schermpjes kijken?

Divers en stedelijk
Hij haalt nog twee trends aan: een vergrote urbanisatie en een veel grotere diversiteit. En kijk even de zaal rond: inderdaad he, het is niet heel divers hier. Hoe denkt u straks nog aansluiting te hebben met de jongeren die wel zo zijn opgegroeid?

Beschermde kinderen
En hoe gaan we om met kinderen? We volgen hun mobiele telefoons (of kijken ze stiekem na) en laten onze kinderen nooit meer alleen. We zijn bang geworden om kinderen nog zelf te laten leren. Sterker nog, we willen zelfs vrienden blijven met onze kinderen en gaan mee naar hun rockfestivals.

Kinderen komen helemaal centraal te staan en we doen er echt alles aan om ze alles mee te geven: extra bijlessen, naar de beste sport etc. Kortom, wie geld heeft, heeft meer kansen om kinderen te helpen. Dat is echt een welvaartsverschijnsel. En dus zijn bibliotheken nu bezig met extra programma's voor kinderen met minder kansen.  Dat kun je stom vinden, maar het is zo.

Wat moet de bibliotheek dan doen? Nou, die kloven dichten. Blijf je inzetten voor de bibliotheek op school. Blijf ook zorgen voor lezen en die constante waarde van bibliotheken. En blijf geloven dat er een kloof is tussen ouders en jongere. Hij is er niet.... Veel kinderen zien hun ouders maar wat graag.

En daar kunnen de ouder in de zaal het mee doen.

Voor wie het miste, deze youtube biedt u enig surrogaat.

Saskia Weerstand: 'Wie kent mij?'


We zijn los op BibliotheekPlaza. En de dag wordt geopend en geleid door Saskia Weerstand, presentator, dj, en Youtuber.  Ze begint met de vraag wie het verste heeft moeten reizen. Dat blijkt iemand uit Groningen en Enschede te zijn. Mensen die al om kwart voor zeven weg moesten om om 10 uur in Haarlem te zijn.

Wie kent haar? Een handje vol mensen steekt de hand op. Kijk, dat is een generatiekloof, want alle kinderen tussen 7 en 13 kennen haar en willen een handtekening. Zulke harde grenzen zijn er dus.

Ze heeft een eigen kanaal op YouTube waarbij ze haar gezinsleven  laat zien.

 

Locatie is vandaag de lichtfabriek. Een plek waar vroeger letterlijk en figuurlijk het licht vandaan kwam. We zijn los en gaan door met de eerste spreker: Pedro de Bruyckere.


woensdag 26 september 2018

Morgen: vijfde jaar op rij een liveblog vanaf Bibliotheekplaza!


Ik vier morgen een jubileum! Voor het vijfde jaar op rij doe ik weer een liveblog vanaf het BibliotheekPlaza. Een jaarlijkse bijeenkomst die altijd puik georganiseerd wordt door Probiblio. Door mij steevast aangekondigd als het meest okselfrisse sympsosium. Er worden geen verhalen of succes van onszelf verteld maar buitenstaanders brengen kennis in over thema's die relevant zijn. En wat u er mee doet? Dat is aan u.

Vorig jaar durfde Probiblio een stevig experiment aan met een grote game waar 900 mensen aan deelnamen. Wie dat nog eens wil teruglezen moet hier nog eens kijken. Dit jaar lijkt de opzet weer iets klassieker en is het thema: 'Is de kloof te dichten?' Een dag vol generatieconflicten dus. Menig gezin zal zich er in gaan herkennen.

Ik zie u morgen dus weer! De enige kloof die ik nog moet dichten is zorgen dat ik op tijd in Haarlem ben morgenochtend.

Stay tuned!

dinsdag 4 september 2018

Van Swelmen: ‘Van scoor een boek naar Koe Lo Yuk!’


De immer erudiete directeur van het pittoreske stadje Oppendam laat ook nu zijn licht weer schijnen over schier onmogelijke opdrachten. Ditmaal over hoe toch in al die kleine kernen een bibliotheekvestiging overeind te houden. 

Krokodillentranen zijn het! Al die directeuren die zeggen dat al die vestigingen in die dorpen zo duur zijn! Is er nou werkelijk zo weinig creativiteit in de branche om zo’n futiel probleem even op te lossen?

Ik ben de beroerdste niet dus  ik leg het nog één keer uit. Want het is zo simpel: sluit uw hoofdvestiging! Ruim driekwart van uw budget gaat op aan die bibliotheekpuist die op de AAA-locatie in uw stad moet staan. Waar u de hoofdprijs aan huur betaalt om een paar boeken op te slaan en waar u moet concurreren met hippe koffietenten om toch nog een beetje een ‘third- place-gevoel’  te creëren. Laat die hippe koffietenten dat zelf maar organiseren! En als u echt een slechte directeur bent hebt u uw laatste centen ook nog eens uitgegeven aan een hangplek voor jongeren. Misschien hebt u zelfs die jongeren wel uw portemonnee gegeven om die plek zelf in te richten. Dan bent u echt geen knip voor de neus waard. Want wie is hier nou de baas van de bibliotheek, beste directeur?

Dus dicht die geldverslindende hoofdvestiging. Als uitgeklede Starbucks redt u het toch niet. En driekwart van uw begroting kunt u opnieuw inzetten.

Nadat ik die beslissing in Oppendam had genomen lag er een zee aan beleidsmogelijkheden voor me open. Op alle basisscholen een Bibliotheek op school? Met gemak! Ik hoor alle directeuren in den lande er over puffen en steunen. In Oppendam doen we dat met twee vinders in de neus.  En ik hoef niet karig te zijn met een paar uur per week voor een leesconsulent. Welnee, elke school een eigen leesconsulent!

En nog geld en personeel over…

Ja, en nu gaat u natuurlijk zeggen: ‘Ja maar je hebt nog niks voor volwassenen!’ Maar Oppendam zou Oppendam niet zijn als we ook daar niet een briljante oplossing voor hadden waar u natuurlijk weer niet aan had gedacht.

Oppendam is een stadje met vele kleine dorpen er om heen. En denkt u nou eens even gewoon na: wat heeft elk zichzelf respecterend gehucht? Precies: een Chinees restaurant! U snapt hem al: onze vestigingen heten tegenwoordig Kota Radja, Chinese Muur, Fong Sheng en China Garden. Op de bestellijst van elke Chinees prijkt nu naast Tjap Tjoy en Saté ook Geert Mak en Stephen King (op nummer 39 en 48). En het is opvallend hoeveel boeken eigenlijk precies hetzelfde formaat hebben als die bakjes van de Chinees. Hup, wit papiertje er omheen en ‘Lees smakelijk’!

En laten we wel wezen: die bibliotheekvestigingen hadden het ook wel een beetje gehad. Ze trokken alleen nog mensen die zich toch wel redden: hoog opleidingsniveau, dubbel modaal. Maar bij de Chinees kom je echt iedereen tegen. Vooral ook de doelgroep die we graag willen helpen. Bij elk restaurant stellen we dan ook heel snel vast wie laaggeletterd is. Want wie de lijst van de Chinees niet kan lezen, is laaggeletterd! Niks ingewikkelde taaltest!

En natuurlijk heeft Oppendam een speciaal programma voor die laaggeletterden: ‘Scoor een Kroepoek!’. Daarin leer je alle woorden van het menu van de Chinees: nasi rames, bami speciaal, tjap tjoy. Want wie geen Chinees kan bestellen, heeft in onze Nederlandse cultuur een groot probleem.
Zo ziet u maar. Het leven is zo ingewikkeld niet. Dus weg met die dure hoofdvestiging! En vervolgens elke school een Bibliotheek op school en elke Chinees een hotspot voor basisvaardigheden.

Ha, maar ik ziet dat u nog één prangende vraag heeft: waar is dan het kantoor van de directeur? Tja, dat was in mijn geval simpel: mijn kantoor is tegenwoordig aan de toog van café het Duifje, recht tegenover de oude hoofdvestiging. ‘Dus u zit tegenwoordig altijd in het café?’ vragen ze mij dan. ‘Welnee’, antwoord ik dan. ‘Ik ben de vleesgeworden community librarian’. Geen woord aan gelogen toch? Dus doet u mij nog maar een biertje en straks weer een lekkere rijsttafel.

En u maar denken: waarom heb ik dat zelf niet verzonnen? Ik weet het, het is een gave.

Bijgaande artikel verscheen ook als column in Bibliotheekblad nummer 6 van 2018. 

Foto: Ysjmj

maandag 23 juli 2018

Halfjaarcijfers ebooks openbare bibliotheken


Ik heb slecht nieuws, slecht nieuws en  iets minder slecht nieuws voor u over ebooks in openbare bibliotheken. Wat wilt u het eerste horen? Dat dacht ik al: het slechte nieuws.

Het slechte nieuws is dat de uitlening van ebooks nauwelijks meer groeit. Dit concludeer ik op basis van de halfjaarcijfers die de KB op 5 juli presenteerde op MetdeKB. Het ruwe excelsheetje heb ik voor u even verwerkt naar een paar grafieken. Kijk even mee.

Hierboven ziet u het totaal aantal uitleningen van ebooks in de afgelopen jaren met een prognose over 2018. Zoals u ziet stijgt het aantal uitleningen dit jaar met 1,7% (afgerond 2%). Dat is aanmerkelijk minder dat de stijging van de afgelopen jaren.

Het kan overigens nog iets meevallen met de uitleencijfers over 2018. De prognose van 2018 heb ik berekend door het aantal uitleningen tot en met juni te verdubbelen. In de praktijk blijkt dat er in de tweede helft van het jaar meer gelezen wordt. Maar zelfs als we er nog en paar honderdduizend uitleningen bij optellen is de vraag of de stijging nog de dubbele cijfers haalt. De groei die de afgelopen jaren al afvlakte, zet dus door.

Overigens in de koopmarkt werd over het afgelopen kwartaal ook al een flinke aflvlakking geconstateerd. Lees hiervoor het blog van Raymond Snijders.

KB stijgt, bibliotheken dalen



Maar er is nog iets aan de hand. Bij bibliotheken kun je via twee soorten abonnementen gebruik maken van het ebookaanbod. Wie lid is van een openbare bibliotheek heeft in bijna alle gevallen ook toegang tot het ebookaanbod.  Met je bibliotheekpas kun je een account aanmaken voor de ebooks. Dat is de eerste methode. De tweede methode is dat je ook een 'Digital only'-abonnement kunt nemen via de Koninklijke Bibliotheek. Je kunt in dat geval niet lenen bij een openbare bibliotheek maar wel gebruik maken van het ebookaanbod.

Wie de cijfers over 2017 en 2018 voor beide categorieën vergelijkt ziet bovenstaande. De stijging over het geheel van nog geen 2% komt volledig voort uit de stijging bij de KB. Het aantal uitleningen bij bibliotheken zal als het dit jaar zo blijft nagenoeg gelijk blijven.

70-plussers lezen meer digitaal, jongeren minderen




In de statistieken van de KB wordt ook altijd netjes een uitsplitsing gemaakt naar leeftijd van de uitleningen. Het is even pieren om verschillende jaren eens even te vergelijken maar wie het bestand van vorig jaar erbij pakt ziet kleine verschuivingen.

Het aandeel jongeren neemt helaas af. Of we daar blij mee zijn, vraag ik me af.  Het aandeel 70-plus daarentegen neemt licht toe. Het lijkt een beetje erop dat we gewoon een jaar opgeschoven zijn met zijn allen.

Zo, u bent weer bij op hoofdlijnen. Om eerlijk te zijn: ik blijf wel met wat gemengde gevoelens achter.  Ik denk dat het toch interessant is om voor uw eigen bibliotheek toch ook nog even de cijfers eens te bekijken.

Tja, wat moeten we ermee? Denkt u: ach, het is nu eenmaal zo of moet er misschien toch wat gebeuren? Ik geef toe, de temperaturen zijn niet echt uitnodigend om in actie te komen maar een jaar geleden schreef ik naar aanleiding van de halfjaarcijfers een aantal tips. Ik zie dat ik die tips helaas zonder problemen kan herhalen.

Tip 1: meer marketinginspanningen
Als bibliotheken een verdere groei van ebooks willen krijgen zullen extra marketinginspanningen nodig zijn waardoor meer leden hun ebookaccount gaan activeren en gebruiken. Zeker ook het blijven stimuleren van dat gebruik is van belang. Dit vraagt absoluut om individuele en gezamenlijke inzet van bibliotheken. Hier is zeker nog een wereld te winnen bij de huidige doelgroep, de 40+'ers. 

Tip 2: meer met kinderen/jongeren
Verder zien we dat de helft van de doelgroep van bibliotheken - kinderen - nauwelijks gebruik maakt van ebooks. Het ligt voor de hand om dit in combinatie te doen met de Bibliotheek op school. Volgens mij wordt daar op dit moment ook al naar gekeken.

Tip 3: onderzoek effect digital only en mogelijke verdere groei
Tot slot denk ik dat het interessant is om nader onderzoek te doen naar de leden die nu gebruik maken van het digital-only-abonnement van de Koninklijke Bibliotheek. Ik heb een vermoeden - maar ik weet dat niet zeker - dat dit leden zijn die anders niet lid waren geworden van een 'gewone' openbare bibliotheek. Als dat zo is, werken deze abonnementen niet kannibaliserend op de bestaande abonnementen. En dan zou het te overwegen zijn ook hier marketing inspanningen op in te zetten. Maar ik weet dat dit gevoelig ligt bij openbare bibliotheken vandaar dat dat ledenonderzoek wel eens interessant kon zijn.

Tip 4: maak het nog makkelijker
De laatste tip gaat over het product zelf  Ook dat is nog wel te vereenvoudigen. De klacht dat boeken overzetten naar een e-reader nog steeds lastig is, blijf je onverminderd horen. Verder blijf ik de koppeling vanuit bestaande leden eigenlijk raar vinden. Je moet toch weer een nieuw account aanmaken terwijl ik met mijn Facebookaccount op veel plekken zo in kan loggen.

De tijd dat we niets hoefden te doen voor groei is voorbij
De tijd dat ebookleners maar gewoon elk jaar een groei zouden vertonen is voorbij.  Er zijn vele meters gemaakt maar als bibliotheken willen blijven groeien op dit terrein is extra inzet zowel landelijk als lokaal blijven nodig.

zondag 22 juli 2018

Titaantjes

'Jongens waren we. Maar aardige jongens.' De beginregels van Titaantjes van Nescio. En ze schoten me nog wel door het hoofd, bij het inscannen van bijgaande negatieven. 1987 vermoed ik. Vierde klas HAVO, over naar de vijfde.

We hadden een bandje 'VUN', een afkorting voor Volk Uit Neede. Met een jerrycan als drum, een halve gitaar en, jawel, een mandoline maakten we muziek. Topnummers waren 'Navritalova wil een baby' en 'Fuck Ruding!'. Het kwam ooit tot een cassettebandje dat aftrek vond onder vrienden.

Ik twijfel of we ooit hebben opgetreden. Volgens mij was daar sprake van op een examenfeest, maar ik weet niet zeker of het ook uitvoering vond.


Misschien ook wel kenmerkend voor de drieste jeugdigheid: meer willen dan al kunnen. Maar dat we de wereld zouden veranderen stond als een paal boven water. We hadden overal een mening over en schopten tegen alles aan. Vooral tegen de burgerlijkheid.

Het toppunt voor die kleinburgerlijkheid was voor ons in die tijd uiteraard Staphorst. Wie het verzonnen heeft, weet ik niet meer, maar we zouden samen foto's gaan maken in dat dorpje. Voor ons bandje. Voor als we doorbraken of zo.

We kochten een dagkaart voor de bus. De goedkoopste manier van reizen. Voor een paar gulden reisden we zo uren via Deventer, Zwolle naar Staphorst. Het moet zeker tweeënhalf of drie uur zijn geweest met zo'n streekbusje vanuit de Acherhoek.

Staphorst hadden we overigens wel snel gezien. Want naast het kerkhof, de melkfabriek en het dorpsbord vonden wij het niet interessant, wat natuurlijk helemaal in ons wereldbeeld paste. Op de terugweg zijn wij ergens uitgestapt waar we vervolgens ook maar foto's maakte. Jaren heb ik me afgevraagd waar dit ook al weer was, maar nu ik de negatieven zag kon ik zien dat er Groot-Hoenlo staat op de zuilen. Het is het landhuis tussen Deventer en Zwolle dat Mulisch een tijdje woonde dat hij in zijn 'Ontdekking van de hemel' opvoert als Groot Rechteren. Op één dag in Staphorst en op de plek waar de 'Ontdekking van de hemel' zich afspeelt. Veel symbolischer kon het achteraf gezien niet.

Die foto's maken was nog wel een klusje. We waren met z'n drieën, dus telkens moest de camera op het statief en maakten we foto's met de zelfontspanner. En dan snel rennen om samen op de foto te gaan. Maar ik kan me ook herinneren hoe verrukt ik was toen ik de foto's ontwikkelde en afdrukte. Want dit was precies hoe wij wilden zijn.

De foto's haalden nooit de voorkant van een plaat. Ze kwamen zelfs nooit buiten het dorp. Ze prijkten op onze slaapkamers.

En nu ik de foto's herontdek overvalt me een lieve zachtheid. Helden waren we. Weliswaar van onze eigen gedachten, maar toch.  De wilskracht en de bravoure. Het willen, maar nog lang niet altijd kunnen. Hoe de jeugd aanstormt op de maatschappij en op de eigen volwassenheid in het bijzonder. Een proces dat ik nu bij mijn eigen kinderen zie.

De negatieven hebben krassen en vertonen vlekjes. Zoals ons eigen leven. En daarom horen ze er ook gewoon op te blijven zitten.

Jongens waren we. Maar aardige jongens.

dinsdag 17 juli 2018

POI-directeur.... dat zal toch wel een deeltijdbaantje zijn?


Gisteren werd bekend dat Annelies Bakelaar de nieuwe directeur van Biblionet Drenthe wordt. Gefeliciteerd met de benoeming vanaf deze plaats! Een nieuwe POI-directeur dus en uiteraard is dat een stevige baan. Ze zal vast fulltime aan de slag gaan. Denkt u ook niet?

Dat de functie van POI-directeur een fulltime functie was, was bij de start van de POI's in Nederland wel anders. Een tijdje geleden scheef ik al over de eerste POI-directeur in Nederland: mejuffrouw Goudzwaard. Ze werd in 1948 aangesteld als directeur van de Centrale voor PlattelandsLectuurvoorziening in Overijssel.

Onlangs kreeg ik het boekje 'Centrale Plattelandsbibliotheek voor Overijssel, 1948-1958' in handen. Het is een gedenkboekje ter ere van het 10-jarig bestaan. Daarin kun je lezen dat de functie van POI-directeur niet zomaar een fulltime functie werd. Het boekje schrijft namelijk:
"Mej. Goudzwaard werd met ingang van 1 april aangesteld tot directrice. Enkele aanwezigen ter vergadering uitten de vrees dat een directrice voor het plattelandswerk in Overijssel geen volledige dagtaak zou hebben en wellicht voor een gedeelte van de tijd kon werken in een stedelijke leeszaal!"
Ik probeer me het voor te stellen, de huidige POI-directeuren in de stedelijke leeszaal. Nee, volgens mij zijn ze op hun huidige plekken echt waardevoller. Maar misschien is het nog wel een mooie inwerktip voor Annelies Bakelaar om haar een tijdje mee te laten lopen. Dat lijkt me wel echt waardevol.

1948-1952 Collectie, collectie, collectie
Maar goed, deze opmerking werd door de tijd achterhaalt. Want het bibliotheekwerk in Overijssel groeide als kool. Tussen 1948 en 1952 werd geïnvesteerd in vele wisselcollecties in Overijssel. Kijk maar eens naar het overzicht hierboven. De Centrale PlattelandsBibliotheek nam de correspondentschappen over die er op vele plekken waren geweest voor de oorlog maar die werden uitgevoerd door stedelijke bibliotheek. Daarnaast ontstonden ook veel nieuwe plekken waar geleend kon worden. Qua opzet was het marginaal.

1953-1958 Bouwen, bouwen, bouwen
De Centrale Plattelandsbibliotheek overlegde met vele gemeentebesturen om tot een betere invulling van het bibliotheekwerk te komen. Er was gezaaid met wisselcollecties en nu werd ingezet op structurele ondersteuning door de gemeenten door ze aan te laten sluiten bij de Rijkssubsidievoorwaarden. Daarmee kwam er structureel flink wat geld bij.

Het boekje meldt dat tussen 1953 en 1958 bibliotheken tot stand kwamen in:


Ruim 30 vestigingen werden in vijf jaar geopend! Elke twee maanden opende er een nieuwe bibliotheek. Kom er nog eens om. Maar het geeft wel aan welk werk verzet werd en in welk tempo. Mejuffrouw Goudzwaard gaf al gauw leiding aan een grote organisatie. In 1958 waren en 32 medewerkers in dienst. Dat waren er 30 meer dan bij de start.

Ook de resultaten lieten een duizelingwekkende groei zien.



Nu snapt u ook waarom de schrijver van dat boekje een uitroepteken plaatste achter die opmerking van het deeltijdbaantje. Wie vooraf voorzien had dat het zo snel zou groeien, had dat natuurlijk nooit gezegd.


Het plaatje in 1958 zag er dan ook als volgt uit. Op vele plekken waren volwaardige bibliotheken gekomen met eigen collecties en eigen personeel. Overigens was al dat personeel wel allemaal in dienst bij de Centrale Plattelandsbibliotheek en ging ook al het geld naar één centrale rekening. Lokale commissies gingen vervolgens over de lokale uitvoering.

Steden
Opvallend is de arcering van de steden. Dit waren gebieden die conform de rijkssubsidievoorwaarden niet onder de steun van een provinciale instelling konden vallen maar die zelfstandig subsidie moesten aanvragen. De tegenstelling tussen stad en platteland die je her en der nog wel ziet (waaronder op de plek waar Annelies aan het werk gaat) is daaruit te verklaren. Het is een relikwie van oude wetgeving en financieringsstromen.

Deeltijdbaantje
Dat de POI-directeur een deeltijdbaantje zou moeten hebben, durft bijna niemand meer te denken. Het zijn stevige managementbanen met veel verantwoordelijkheid in een complexe bestuurlijke omgeving. Toch zou je kunnen zeggen dat een flink aantal POI-directeuren toch een deeltijdbaan heeft. In Noord-Holland en Zuid-Holland delen een POI-directeur evenals Gelderland en Overijssel en Noord-Brabant en Limburg. Eén directeur voor twee provincies. Eigenlijk dus toch twee deeltijdbanen.

En zo is de geschiedenis toch weer rond.

maandag 9 juli 2018

Veranderende functies: dag klantenservicemedewerker, welkom leesconsulent!


Alsof de duvel ermee speelt. Een paar dagen na  mijn vorige post 'Elke man onder de 50 is een jonge god in deze sector', komt de stichting Bibliotheekwerk met een nieuw rapport met de arbeidsmarktanalyse voor bibliotheken. De conclusie van dat rapport is dat er een grote uitstroom op gang komt van oudere medewerkers en dat het knap ingewikkeld zal zijn om jonge medewerkers te werven.  Alle reden om zo snel mogelijk weer een goede opleiding te starten, denk ik zo.

Maar goed laten we eerst eens wat beter kijken naar het rapport dat is uitgevoerd door CAOP

Ja, ja, we  zijn oud.....
In mijn blogje constateerde ik al de hoge gemiddelde leeftijd van bibliotheekpersoneel. Het CAOP heeft dat netjes naast elkaar gezet met de cijfers van de gemiddelde werkzame beroepsbevolking. En dan zie je ook goed dat de bibliotheeksector geen afspiegeling is van de gemiddelde beroepsbevolking. 43% is 55 t/m 64 jaar oud terwijl dit gemiddeld maar 17% Terwijl maar 10% tussen de 25 en 34 jaar is terwijl dat in de gemiddeld in Nederland 21% is.

Bibliotheekwerk kende een stevige groeigolf in de jaren '70  en begin jaren '80. De tijd dat de bibliotheekwet werd ingevoerd, de contributievrijdom en vestigingen als paddenstoelen uit de grond schoten. Wie van de bibliotheekacademie af kwam, werd gelijk hoofd van een bibliotheek. Er was een grote instroom in die periode. Veel van de 55-plussers zullen in die groeiperiode gestart zijn. Het is overigens ook een cohort dat straks voor een grote uitstroom zal zorgen.

Een tijdje is die uitstroom getemperd door steeds wijzigende pensioenleeftijden maar nu ook de AOW zich naar een nieuw evenwicht lijkt te bewegen, zal die grote uitstroom ook echt op gang komen. Ik zie het in mijn werkomgeving in ieder geval al gebeuren.

Is het erg dat we een wat hogere gemiddelde leeftijd kennen? Nee, in grote lijnen niet. Er is veel ervaring in de branche en ik vind zelf ouderen in onze organisaties juist vaak in hoge mate flexibel en zeer bereid om nog bij te leren. Koesteren dus.

De keerzijde is echter wel dat we de 'blik' van jongere generaties missen. Die blik, dat denken en dat doen wordt onvoldoende onze organisaties binnen gebracht.

Dubbelslag: Generatiepact en stimulans voor jongeren
Het rapport constateert dat het verstandig zou zijn om een dubbelslag te maken. Enerzijds zouden organisaties een generatiepact moeten sluiten om ouderen gelegenheid te bieden stapsgewijs af te bouwen. Een generatiepact dus. En anderzijds zou je moeten stimuleren om jongeren de branche te laten instromen.

Dag klantenservicemedewerker, welkom leesconsulent!



Een manier om jongere medewerkers te werven is deels gelegen in de nieuwe functies die in de bibliotheek komen. Hierboven zie je waar naar verwachting de komende jaren meer of minder behoefte zal komen. De afgelopen jaren zag je al dat in bibliotheken functies van administratief medewerker nagenoeg allemaal verdwenen. In het huidige onderzoek zie je dat het volgende 'slachtoffer' de klantenservicemedewerker is. Dit samen met de klassieke bibliotheekmedewerker. In hun kielzog volgen nog de secretariaatsmedewerker en de teamleider. 'Slachtoffer' wil overigens niet zeggen dat de functie zo maar verdwijnt maar wel dat er veel minder behoefte aan zal zijn dan in het verleden.

Er komen echter ook nieuwe functies voor terug: de mediacoach en de leesconsulent. Wie nu klantenservicemedewerker of bibliotheekmedewerker is, zou er over kunnen nadenken om toch maar een scholing op die vlakken te overwegen. Daarnaast wordt aangegeven dat er behoefte is aan meer projectmatige ondersteuning met projectleiders en dat communicatie zwaarder bezet mag worden. je zou bijna zeggen dat teamleiders en secreatariaatsmedewerkers er goed aan doen om dan vooral die richting uit te kijken.

Van klassieke naar maatschappelijke en educatieve bibliotheek
In bovenstaande cijfers zie je de ontwikkeling naar maatschappelijke en educatieve bibliotheek volop terug. De maatschappelijke bibliotheek mag misschien zelfs nog wel wat sterker aangezet worden met bijvoorbeeld 'community librarians' maar wellicht zien we dat pas in het volgende onderzoek. Overigens werd die ontwikkeling van klassieke naar maatschappelijke educatieve bibliotheek pas in 2014 echt benoemd in het rapport Cohen.  Om maar even aan te duiden hoe hard het gaat met die nieuwe functies.

En jongeren?



Tot slot is ook aan medewerkers en directeuren gevraagd waar bibliotheken op zouden moeten inzetten om jongere medewerkers te werven. Dat levert bovenstaande lijstje op: meer loopbaanmogelijkheden, meer scholing, makkelijke werktijden en meer salaris.

Is dat het inderdaad? Volgens mij ontbreekt de belangrijkste in dit rijtje: een HBO-opleiding voor bibliotheken die gewoon weer zorgt voor een natuurlijke instroom. En gezien de uitstroom die we kunnen verwachten in de komende jaren zou daar best ruimte voor kunnen zijn. Wat mij betreft een opleiding die zich positioneert tussen de Pabo en de opleiding Social Work. Met daarnaast nog een paar stevige onderdelen uit de oude bibliotheekopleiding als het gaat om omgaan met informatie.


Daadkracht gevraagd
Het COAP heeft voor de stichting Bibliotheekwerk weer een aardig onderzoek afgeleverd. Het is verplichte kost voor directeuren en zeer lezenswaardig voor een grote groep bibliotheekmedewerkers. Het advies van COAP om een dubbelslag te maken rond ouderen en jongeren lijkt me een hele verstandige. Maar van advies kun je niet leven. Actie is er nodig. En dat zal nog de nodige  daadkracht vergen want met kleine maatregelen red je dit niet. Stevig investeren dus in beide maatregelen wat mij betreft.

Ons werk verandert, onze functies veranderen maar de toekomst van de bibliotheek staat als een paal boven water. Maar mensen maken die toekomst en daar hebben we echt wat te doen. Alle hens aan dek dus om ook in de toekomst met veel goede mensen dat bibliotheekwerk te maken!

vrijdag 29 juni 2018

Elke man onder de 50 is een jonge god in deze sector...


Een jaar geleden schreef ik een artikel over 'Hoe de man verdween uit de bibliotheek'. Ik ga nu nog maar eens een stapje verder: elke man onder de 50 is een jonge god in de bibliotheek! De afgelopen week ging ik nog eens door de statistieken van bibliotheken over 2016 en besloot nog maar eens te kijken naar de statistieken over personeel.

Vijf vrouwen, één man
Dat de bibliotheken een feminiene sector is, was u waarschijnlijk al opgevallen. Bovenstaande plaatje laat dat ook zien. Op elke vijf vrouwen is er één man in de bibliotheek.

Het wordt echter nog erger als we ook gaan kijken naar de leeftijdsopbouw in onze sector.



Ja, u wist natuurlijk al wel dat we allemaal niet meer de jongste waren maar dit soort grafiekjes is wel altijd pijnlijk. Ruim 80% is ouder dan 40 en bijna 65% van alle medewerkers is ouder dan 50.

Reken even mee. Als 16% een man is en 65% is ouder dan 50 dan is slechts 35% jonger dan 50 en ook daar is slechts 16% een man van. Met andere woorden: slecht 5,6% van de sector is een man van onder de vijftig.

Binnenkort staat bij onze advertenties: dat bij gelijke geschiktheid de voorkeur uitgaat naar een jonge man´

Ik ben nog een aantal jaren een jonge god in deze sector.....