zondag 17 juni 2018

Van beeldcontemplatie naar beeldinflatie in drie generaties

Onlangs kocht ik een doos met vier oude camera's. Een doos vol curiosa, een beetje een gok. Soms een kat in de zak, soms tref je wat pareltjes. De oudste twee camera's kwamen uit de jaren '30. Toen ik ze controleerde leken ze zo op het oog nog wel te doen. Ik besloot ze maar eens uit te gaan testen. Bovenstaande foto komt uit één van die oude camera's. Namelijk deze.


Dit is een Nettar Zeiss Ikon 515/2 uit ongeveer 1935 met nog een mooie leren hoes erbij.  De films voor dit soort camera's is de 120-film die nog gewoon te koop is bij de fotozaak. Deze camera maakt negatieven van 6x9 cm. Die zijn dus vrij fors.

Fotograferen is niet eenvoudig en geen klik-klak-klaar.  Alles moet je handmatig doen. Je kunt scherpstellen maar je moet zelf de afstand inschatten. Ook de sluitertijd en het diafragma moet je handmatig meten. In mijn geval deed ik dat maar met mijn gewone camera om vervolgens de juiste instellingen op de camera in te stellen. Later vond ik daar overigens een geweldige app voor: Lux. Die app maakt van je mobieltje een handige lichtmeter. Hoe oude en nieuwe techniek samen gaan.

Tja, en moet je zorgen dat wat je wilt fotograferen goed in beeld komt. En dat is nog knap lastig. Want een echt zoeker of een schermpje achterop ontbreekt. Foto's in portretformaat (staand formaat) kun je met het glasoogje boven de lens een beetje inkaderen maar heel scherp is het niet.

Wie een landschapsfoto wil maken kan aan de zijkant een klepje omhoog klappen dat als een soort zoeker kan dienen.


In totaal kun je met een filmpje acht foto's maken (ja lach maar) Het rolletje gaat eruit en.... terug naar de fotograaf om het weer gewoon ouderwets te laten ontwikkelen. En dan krijg je dus weer echte foto's.

Wat mij vooral trof was dat de slechter kwaliteit, het zwart-witte en de vignettering (de zwarte zweem rondom de foto) je eigenlijk gewoon terug brengt naar vroeger tijden. Want uit welke tijd komt bovenstaande kade langs de IJssel?

Alles bij elkaar viel me dat nog niet tegen voor een camera van 80 jaar oud. Zelf ontwikkelen van de film en vervolgens inscannen van het negatief is ook nog een optie. Ik gaf ooit eerder mijn materiaal van de donkere kamer aan een student van de kunstacademie. Dat ik ook mijn ontwikkeltankje heb weggegeven spijt nu toch een beetje. Wel aardig om hier weer eens verder mee te experimenteren.

Beeldcontemplatie en beeldinflatie
Bijzonder is ook wel de tijd die je voor de foto's moet nemen. Je moet echt even de tijd nemen om iets vast te leggen. En je moet ook nog goed nadenken wát je wilt vastleggen. Want met acht foto's op je rolletje wordt je zorgvuldig in wat je vastlegt. Dat was wel even geleden dat ik dat gevoel had. Een soort beeldcontemplatie: zeer bewust bezig zijn met het beeld dat je vastlegt.

Het is iets wat we steeds meer kwijt raken. Beelden schieten we aan de lopende band en we kijken achteraf wel wat we gebruiken. We gaan van beeldcontemplatie naar beeldinflatie.  Ik kan me herinneren dat we enkele decennia geleden wel eens lacherig deden over Japanners die al klikkend door Europa trokken en dat we zeiden dat ze Europa alleen door de lens van hun camera hadden gezien.

De vraag is of we niet zelf het beeld zijn geworden waar we zo hard om lachten. In drie generaties gingen we van beeldcontemplatie naar beeldinflatie.

woensdag 13 juni 2018

Je bibliotheek open op zondag: de vier stappen waar je rekening mee moet houden


Mag ik zo maar open op zondag met mijn bibliotheek? Ik had de vraag nog nooit eerder gehad als adviseur? Maar door mijn werk bij de Koninklijke Bibliotheek kreeg ik de vraag toch nog uit onverwachte hoek. Nee, niet dat de Koninklijke Bibliotheek open wilde op zondag maar de Europese organisatie Eblida was voor Duitse bibliotheken op zoek naar hoe dat is geregeld in andere landen.

Met dank aan informatie van een aantal collega's van verschillende disciplines kon ik het eens op een rijtje zetten. U moet rekening houden met twee wetten, met een plaatselijke verordening, met uw cao en met uw personeel. Ik loop het rijtje even met u af. 

Stap 1: Winkeltijdenwet en de zondagswet
De belangrijkste wet die geldt is de winkeltijdenwet.De winkeltijdenwet is in de afgelopen decennia flink verruimd. Thans geldt dat je zonder probleem altijd open kunt zijn tussen 6.00 en 22.00 uur. In principe is openstelling op zondag nog steeds verboden in de winkeltijdenwet maar kunnen gemeenten zonder voorwaarden toestaan dat winkels open zijn. Daarmee belemmert de winkeltijdenwet het niet om elke zondag open te zijn. Voorwaarde is wel dat uw gemeente het toestaat. 

Wel geldt nog de zondagswet. Een wet die de zondagsrust moet bewaren. De wet stelt in artikel 4 bijvoorbeeld: 
"Het is verboden op zondag voor 13 uur openbare vermakelijkheden te houden, daartoe gelegenheid te geven of daaraan deel te nemen."

Deze strikte regel wordt enigszins genuanceerd:
"Ten aanzien van openbare vermakelijkheden, waarvan redelijkerwijze geen beletselen voor de viering van de Zondag en geen verstoring van de openbare rust op de Zondag zijn te duchten, wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald, dat zij niet als openbare vermakelijkheden in de zin van deze wet zullen worden beschouwd."
Nou, daar zul je als bibliotheek niet al te snel door gehinderd worden. 

Stap 2: Uw plaatselijke winkeltijdenverordening
De belangrijkste sleutel ligt dus bij uw plaatselijke winkeltijdenverordening. Die kunt op deze wettenpagina opzoeken door uw postcode in te vullen en te zoeken op 'winkeltijden'. Ik heb de verordening voor mijn eigen plaats Deventer eens nagekeken en daaruit blijkt dat alle winkels op zondag open mogen zijn.  Ze zijn het niet, maar het mag wel.

Kijk deze verordening echt goed na want deze kan sterk verschillen per gemeente.   

Stap 3: Uw CAO
De derde stap waar u rekening mee hebt te houden is uw CAO. Dat zal voor de meeste bibliotheken de CAO voor openbare bibliotheken zijn. 

In die CAO gaat het om artikel 33 en 34.  In artikel 33 staat dat op zon- of feestdagen geen werkzaamheden worden opgedragen. En u voelt hem al aankomen, in artikel 34 wordt de uitzondering daarop geregeld. 

In afwijking van het in artikel 33 bepaalde geldt dat: 
  • de werkgever een regeling kan treffen voor openstelling op zondagen.
  • De OR met een besluit voor een dergelijke regeling in moet stemmen
  • Als de OR instemt kan de werkgever met individuele werknemers op basis van vrijwilligheid een afspraak maken ten aanzien van het opdragen van werkzaamheden op zondag. Deze afspraak omvat onder andere op hoeveel zondagen per jaar werkzaamheden kunnen worden opgedragen.
  • Behalve wanneer de werknemer specifiek wordt/is aangesteld om werkzaamheden op zondagen te verrichten, kan de werknemer afspraken weigeren om op zondagen te werken.
  • Als de werkgever en de werknemer bij indiensttreding overeenkomen dat de werknemer op zondagen werkt, dan moet deze afspraak vastgelegd worden in de arbeidsovereenkomst. Werknemer kan gemotiveerd op deze afspraak terug komen, dan moet de arbeidsovereenkomst worden gewijzigd. Werknemer moet dus wel een reden hebben om niet langer op zondag te willen werken.
  • Als de werkgever en de werknemer gedurende de looptijd van de arbeidsovereenkomst overeenkomen dat de werknemer op zondagen werkt, dan geldt deze afspraak in principe voor onbepaalde tijd. Werknemer kan gemotiveerd op deze afspraak terugkomen, maar dan moet een opzegtermijn van 6 maanden in acht genomen worden, ingaand op het moment van het verzoek, tenzij een kortere opzegtermijn wordt overeengekomen.
U moet dus als bibliotheek een regeling opstellen voor openstelling op zondag waar u met de OR overeenstemming over moet hebben. Als u dat hebt geregeld gaat u naar de laatste stap.

Er zijn overigens bibliotheken die in gecombineerde instellingen zitten en waardoor er ook meerder CAO's gelden. Dan is het handig ook even de andere CAO's er op na te slaan. Want ook die kunnen flink verschillen op dit punt. 

Stap 4: Uw personeel
Zoals je kunt zien heeft het personeel de mogelijkheid om wel of niet te werken op zondag. Het is een vrijwillige keus voor bibliotheekpersoneel. Om te kunnen bepalen of u open kunt op zondag, is vooral maatgevend of u voldoende personeel heeft dat het prettig vindt om op zondag te werken. Of u moet open gaan zonder personeel. Dat kan natuurlijk ook nog.

Medewerkers die ooit gestart zijn met op zondag werken, kunnen de medewerking hieraan altijd stopzetten en dat kan een werkgever niet blokkeren. Het blijft dus in de huidige CAO altijd op basis van vrijwilligheid. 

Als compensatie voor werken op zondag geldt (nog) een toeslag.  Deze toeslag is 70% over het maximum van schaal 4 (ongeacht hoe je ingeschaald bent). Verder geldt dat medewerker die ingeschaald zijn is in schaal 11 of hoger niet in aanmerking komt voor een toeslag. 

De snelle scan
Wie open wil op zondag doet er dus goed aan om vooral even te kijken naar de lokale winkeltijdenverordening en aan de koffie met collega's eens even te vragen of er animo zou zijn.  Binnen een half uur kunt u dat hebben uitgevogeld. 

Voor dit artikel heb ik dankbaar gebruik gemaakt van informatie die ik kreeg van Annemarie Beunen (Koninklijke Bibliotheek), Francien van Bohemen (VOB) en Albert Oevering (Rijnbrink). Interessante informatie is ook te vinden in de evaluatie uit 2016 van de winkeltijdenwet.

Afbeelding: Paulbr75

donderdag 7 juni 2018

Waarom de minister van de Rijkssubsidieverordening uit 1921 maar een 2.0-versie moet maken.....


Er zijn 16 gemeenten - van de ruim 300 - waar geen openbare bibliotheek is. Dit werd geconstateerd in de midterm review van de bibliotheekwet begin dit jaar. Lodewijk Asscher diende bij de kamerbehandeling hiervan een motie in om hier werk van te maken. De motie werd aangenomen. Bij de kamerbehandeling pleitte Asscher voor een bedrag van7 miljoen hiervoor. Onlangs herbevestigde ook het advies van Raad van Cultuur dat inzet op dit punt nodig is. 

Kortom, de minister heeft wat werk aan de winkel. En we zijn nooit te beroerd om mee te denken. Minster van Engelshoven zou er goed aan doen om toch weer eens opnieuw te kijken naar de Rijkssubsidieverordening uit 1921.  De bijna 100 jaar oude regeling kon wel eens een goed voorbeeld zijn om het actuele probleem van 'witte vlekken' op te lossen. 

Verleiden van gemeenten
In 1921 waren er op nog maar enkele plekken bibliotheken. De omgekeerde situatie van nu zeg maar. In 1921 bood het Rijk aan om een deel van de kosten van bibliotheekwerk op zich te nemen als de gemeente zelf ook met een groot deel over de brug kwam. Als een gemeente niet mee wilde doen was er nog een mogelijkheid om in combinatie met provinciale subsidie een 'correspondentschap' in te richten. Een correspondentschap was een soort kleine bibliotheek die gestald werd bij een ondernemer of inwoner. Een wel gefinancierde bibliotheek zorgde dan voor de collectie. Dit alles tegen vergoeding.

Deze rijksregeling die jaar na jaar geactualiseerd werd is gebruikt tot de bibliotheekwet in 1975 kwam. Pas in de jaren '80 verdween de rijksbemoeienis met lokale bibliotheken. Nu wordt geschermd dat rijksgeld niet bestemd is voor structurele lokale financiering. Het kan dus verkeren.


Voorwaarden
Wel stelde rijkssubsidieverordening allerlei voorwaarden aan bibliotheken. En dat is logisch: wie betaalt, bepaalt. De bibliotheken mochten geen 'verwerpelijke lectuur' hebben, iedereen moest lid kunnen worden en toegang moest kosteloos zijn. Verder werd een maximum gesteld aan de contributiebijdrage en moest de bibliotheek lid zijn van de Centrale Vereniging (de voorloper van de VOB). Een bijzondere voorwaarde was ook dat de bibliotheek op zondagochtend gesloten moest zijn. Dat was waarschijnlijk bedongen door de katholieken. Die hadden een sterke lobby op dit punt want je kon subsidie aanvragen voor een openbare óf een katholieke leeszaal. Christelijke leeszalen waren uitgesloten.

Co-financiering


De Rijkssubidieverordening dwong tot lokale co-financiering. Hoe groter de bibliotheek werd - en hoe groter de gemeente - hoe meer de gemeente zelf bij moest dragen. De voorzitter van de Centrale Vereniging, de heer Beresteyn, trok samen met de secretaris, de heer Greve, door het land in om spreekbeurten te houden voor lokale raadsleden om deze kans op geld niet te laten liggen.



Denkt u even mee?
Dus stel, je bent minister en je hebt een paar miljoen om ook in de laatste plaatsen te zorgen voor bibliotheken die aangesloten zijn op het landelijke bibliotheeknetwerk. Wat zou je dan doen? Volgens mij is de rijkssubsidieverordening helemaal niet zo'n gekke.

Uiteraard is het eenmalig geld en zou je een fonds kunnen creëren waar de 16 gemeenten zonder openbare bibliotheek een beroep op kunnen doen. Als de gemeenten zelf niet willen zou je via de band van de provincie een 'correspondentschap 2.0' kunnen opzetten.

Leg er een paar verplichtingen bij: aansluiten op de WSOB, toegang bieden tot de digitale bibliotheek en aansluiten bij de VOB. Zo ingewikkeld lijkt het me niet. Looptijd van de regeling 2019-2021. Sluit mooi aan bij de die subsidieverordening uit 1921 die we daarmee weer afstoffen!

En hup aan het werk!

zondag 27 mei 2018

Het Wimbledon van het platteland.... Autocross

01

De finale van Wimbledon trekt nog steeds deftig publiek. Mooie kleren en hoedjes, paraderend naar hun zitplaatsen. De graaf en gravin delen de prijzen uit. Gisteren was ik op het equivalent van Wimbledon, maar dan voor het platteland. Ik was namelijk bij het Nederlands Kampioenschap Autocross dat  een paar dorpen verderop bij mij werd gehouden.  Niks mooie kleren en hoedjes. Maar evenzeer een subcultuur waar de Hokjesman niet misstaan had.

En niks ten nadele van het platteland hoor, ik ben er zelf opgegroeid.  In een dorp weliswaar maar de eerste snelweg lag toch 40 minuten rijden bij ons vandaan. En vroeger ging ik met mijn ouders nog wel eens naar de autocross. De hele dag in de lucht van bezine kijken naar hard rijdende auto's waarvan je stilletjes hoopte dat er wel weer één spectaculair over de kop zou gaan.

02

En hoewel ik ook foto's maakte van de auto's, is eigenlijk het publiek er om heen, minstens zo interessant. Er zijn geen tribunes. Mensen nemen hun eigen tribune mee. Zoals je kunt zien. Tel ook even het aantal vrouwen op deze tribune. Eén vrouw was meer dan genoeg zeiden de heren.

10

Ook voor stoeltjes zorgt het publiek zelf. Niet om op te zitten maar om op te staan. Niet te zien op deze foto maar de man met het shirtje bij de partytent, staat op dat moment de worstjes op zijn barbecue om te draaien. Die heeft hij gewoon bij het hek staan. Je mocht er eens om verlegen zitten.

19

Dit plaatje doet wellicht nog het meest aan Wimbledon denken. Een soort VIP-lounge die boven op de bus gemaakt wordt waarmee deze familie elke keer naar de cross komt. Een autoschadebedrijf lijkt me op een autocross overigens ook prima op zijn plek.

08

Om het autocrossterrein vind je altijd een heel dorp met bussen waarin geslapen, gesleuteld en gegeten wordt. Naast eettentjes vind je er leveranciers van banden, helmen en alle andere zaken die je nodig kunt hebben. Het heeft nog het meest weg van een festivalterrein.

21

In de categorie "humor" kwam deze tribune nog voorbij: de rollende vacaturebank. Ik vermoed dat deze kar toch bij huis stond en dat ze dachten: die nemen we maar mee. 

15

En hoewel je bij een festival vooral gelijkgestemden tegen komt: jongeren of oudere jongeren, zie je hier hele families bij elkaar zitten, zoals deze familie waar op dat moment een auto van meerijdt in de race zoals je aan de gezichten kunt zien (aan de opname met de ipad). 

10a

Kortom, jong en oud komt er op af. Iedereen? Nee, niet iedereen. De autocross is net zo divers als het platteland zelf. De enige met een kleurtje was dit meneertje op de trap.... 

Het Wimbledon van het platteland. Met steigerbuizen en trappen bouwen we onze eigen tribune. Het kledingvoorschrift is een blote bast of een t-shirt (kom niet in een blouse). In je ene hand een trap of steigerbuis en in de andere hand je koelbox. En hop, er naar toe!


Wie de hele fotoserie van de NK-autocross wil zien, moet hier even naar toe klikken. Overigens: shorttrackers Sjinkie Knegt was één van de deelnemers: het is zijn zomerhobby zoals je in de reportage van de NOS kunt zien.

zondag 13 mei 2018

Hoe je van 5 miljoen kilo beton kunt gaan houden....


Terwijl ik dit stukje typ op zondagochtend, zijn er tegenover mijn huis nog een stuk of zestig bouwvakkers, drie kranen, een kleine tien graafmachines en stuk of vijf zandauto's aan het werk. Ik woon namelijk tegenover het station Deventer Colmschate waar al sinds de vorige zomer wordt gewerkt aan een nieuwe tunnel en weg onder het spoor.

Het is een indrukwekkend proces om te zien. Recht voor mijn neus wordt van niets iets gemaakt. En afgelopen weekend kwam het huzarenstukje van dit proces: een tunnelbak van bijna 5 miljoen kilo beton zou dwars door het spoor geschoven worden.  Hemelvaartsdag of  geen Hemelvaartsdag, voor mijn neus werd 24 uur per dag doorgewerkt: het spoor werd eruit gehaald, de andere zijde van het spoor werd afgegraven en daarna werd meter voor meter de tunnelbak verplaatst. Dat gebeurde door zes cilindertjes - sorry, ik kan het niet anders noemen- die aan de vloer van de tunnelbak waren verbonden en die de tunnelbak vooruit schoven.

Dus ik haalde maar eens een extra cameraatje van stal en liet die in timelapse modus en vast aan de stroom een aantal dagen meedraaien. Het spectaculairste gedeelte zie je hierboven. Dit is de opname van vrijdagavond zeven uur 's avonds tot zaterdag half zes 's middags. In minder dan een etmaal verschuift het hele blok 30 meter naar rechts. 

Nachtfoto's


01

Het is een mooi moment om te zien en ook om vast te leggen. Continue staan er mensen te kijken. Ook 's nachts! Dat weet ik, omdat ik zelf ook aan het begin van de nacht aan het kijken was en foto's maakte.

05

Ik geef toe, opvallend veel mannen. Een ook opvallend veel mannen in een scootmobiel. Maar in de vrachtwagens en kraanwagens allemaal stoere vakmensen die als een geolied team in een kleine ruimte toch zo snel mogelijk die hele bak leegscheppen.

07

Maar wie denkt dat dit nog een lekker fysieke bezigheid zonder digitale toeters of bellen, komt bedrogen uit. Zelfs op de bouwplaats staan ze met hun iPad de zaken na te kijken. De landmeter lopen met computers op paaltjes die via GPS-satellieten alles nameten en af en toe cirkelt er een drone om van bovenaf nog zaken na te kijken.

03

Eigenlijk moet je die nachtfoto's (er zijn er nog meer) nog eens op groot scherm bekijken. Dan moet je even op deze link klikken.


Dagfoto's

Ook overdag was er genoeg te zien. Natuurlijk ook hier weer een ballet aan kraanwagens

05

Maar ook vrachtwagens die zand af- en aanvoeren. Twee a drie per minuut, uur in, uur uit. 10.000 - 20.000 kilo zand per wagen. 

06

Van Spijker Infra Bouw en Prorail die de klus uitvoerden hadden een heuse tribune neer gezet. En die zat dan ook de hele tijd vol. Het mooi weer liet mensen lange tijd daar verblijven. Mensen praten met elkaar over wat men weet van het project en ik moet eerlijk zeggen dat dit project de buurt zeker meer in contact heeft gebracht met elkaar. Een absolute bijkomstigheid.  De link naar alle dagfoto's vind je hier. 

Nou, ik blijf nog even op mijn balkonnetje zitten want het gaat vandaag nog de hele dag door. En morgen: rijdt er weer gewoon een trein over heen. Het heeft wat magisch. Dat je ooit nog lyrisch zou kunnen worden over 5 miljoen kilo beton.

vrijdag 4 mei 2018

Hij doet het niet....


Zo op de vrijdagmiddag tappen we maar eens uit een ander vaatje: uit de leuke kinderserie Otje. Voor iedereen waarvan de computer wel eens vastloopt: 'Hij doet het niet'. Briljante tekst:

Hij doet het niet, hij doet het niet
Het spijt me zeer, mevrouw, meneer
De computer wil het niet
Hij doet alleen delete delete
Hij doet het niet, hij doet het niet

Met shift F7 moet het gaan
Maar kijk, ik zie nog steeds niets staan
Hij doet het niet, hij doet het niet
De computer....
Hij doet het niet, hij doet het niet

Wat is dat MS-DOS fout 8?
Oeps, dat het ik niet verwacht
Control escape, dat werkt altijd
Verhip, nu ben ik alles kwijt

Toen ik nog computertrainingen gaf, beloofd ik altijd aan alle cursisten dat de computer een keer vast zou lopen. En ook de garantie dat als dat niet zou gebeuren dat ik er dan zelf voor zou zorgen. Hoewel we al vele jaren verder zijn, hoor ik toch nog best vaak: 'Hij doet het niet'.  Het wordt hoog tijd dat die computers zelf eens op cursus gaan....

woensdag 25 april 2018

Blij met boetevrij? Grootschalig onderzoek in Groningen


In december 2016 waren de bibliotheken in Groningen de eerste bibliotheken die als hele provincie overstapten op de boetevrije bibliotheek. Wat deed men in Groningen? Men ging van vijftien verschillende abonnementen naar één abonnement:
  • dat boetevrij is
  • een leentijd kent van vier weken
  • waar je 25 stuks media tegelijk mee mag hebben
  • waarvan het tarief € 48,- is
  • dat je per maand kunt betalen
  • dat verlengen niet meer nodig is
  • dat je vijf materialen tegelijk mag reserveren en 
  • dat de e-books erbij in zitten.

Onlangs kwam uitgebreid onderzoek beschikbaar naar de invoering van de boetevrije bibliotheek.  Ik loop samen met u de resultaten eens even langs.

Boetevrije leners zeggen meer te lenen


Hierboven ziet u wat volwassen leners in Groningen zeggen dat het boetevrije abonnement met ze doet. Zoals u ziet geeft ruimt 20% van  de leners aan dat ze meer gaan lenen door het boetevrije abonnement en ruim 60% zegt dat men de boeken langer in huis houdt. Overigens beide feiten zijn alleen gemeten als opgave door de leden zelf. Er is niet naar het werkelijke gedrag gekeken. Men kan dus het gevoel hebben dat men meer is gaan lenen en het langer in huis houdt.

De vraag over reserveren is opgenomen in de vragenlijst omdat het aantal reserveringen  gelimiteerd is naar vijf openstaande reserveringen. Ook het verlengen is afgeschaft in Groningen . Daarover later meer.

85% van de leden zegt nog even vaak of vaker naar de bibliotheek te komen, ongeveer 15% geeft aan dat men minder vaak komt.

Wat betreft kosten zegt 75% niet duurder uit te zijn dan in de vorige situatie. Men is in Groningen van vijftien! abonnementssoorten naar één abonnementssoort gegaan. Voor nagenoeg alle abonnementen betekende dit  een verhoging van de contributie. Uiteraard moet je hierbij nog rekening houden met het gemiddelde boetebedrag dat leners per jaar betalen. Dat is ongeveer € 3,- per lener.  Leners ervaren die prijsverhoging dus maar in zeer beperkte mate.

Kinderen lezen meer!
Mooi is dat het onderzoek zich ook speciaal richt op kinderen. Iets wat nog wel eens vergeten wordt. Bij kinderen zien we ongeveer soortgelijke uitkomsten.


35% van de kinderen zegt meer te lezen door het boetevrije abonnement en 72% zegt boeken langer in huis te houden. Deze cijfers liggen een flink stukje hoger dan bij volwassenen. Ook hier geldt: dit is de opgave van de kinderen zelf en hoeft dus niet het daadwerkelijke gedrag te zijn.  20% van de kinderen geeft aan minder vaak in de bibliotheek te komen door het nieuwe abonnement.

Tevredenheid
Zoals je hierboven al kunt zien is er grote tevredenheid onder de Groningers over het nieuwe abonnement. Met geeft het een 7,8. Een prima cijfer!



Ook heeft men leners gevraagd of men nieuwe abonnement beter vindt dan het oude abonnement. Bij volwassenen geeft 54,5% aan dat men het beter vindt dan het oude. Bij de jeugd is dat 70%. Gevraagd naar de reden naar wat er goed is in het oude e nieuwe abonnement worden onderstaande redenen gegeven.


Als iets goeds van het oude abonnement werd met name de mogelijkheid tot verlengen genoemd. Tja, is verlengen nog nodig bij een boetevrij abonnement, kun je afvragen? Bij de goede punten van het nieuwe abonnement wordt namelijk genoemd dat verlengen niet meer nodig is. Te lang in huis houden, levert namelijk toch geen boete op. Die vraag zou je dus lachend kunnen wegwuiven maar er zit een klein addertje onder het gras. Wie namelijk kan verlengen kan het moment uitstellen waarop de bibliotheek het uitgeleende materiaal toch weer terugvraagt. Navraag van mijn kant levert echter op dat het moment dat door de bibliotheken het boek nu weer wordt opgevraagd bij een lener hetzelfde moment is dat men vroeger maximaal kon verlengen.
.
Sommige leners vertrouwen de andere leners niet
Ook vinden de leners die het oude abonnement beter vonden dat er toch een prikkel moet zijn om boeken terug te brengen. Het is wel grappig dat de groep die zegt dat boeken verlengd moeten kunnen worden, tegelijkertijd zegt dat er een prikkel moet zijn om terug te brengen. Blijkbaar leeft er bij een deel van de leners zelf ook een diep gevoel dat uitleningen gewoon goed geregistreerd moeten zijn en dat je niet 'te laat' moet zijn. Met andere woorden: men vertrouwt elkaar als lener niet helemaal en vindt dat er vooral voor 'die ander' natuurlijk wel regels moeten zijn, want anders loopt het in het honderd.

En loopt het in het honderd?

Hebben die leners gelijk? Wordt er inderdaad niks meer teruggebracht waardoor de actualiteit van de collectie of de keuze binnen de collectie zou verminderen? Nee, is het antwoord. Ook dat is onderzocht. Ook een jaar na invoering ervaart men dat de actualiteit van de collectie en  keuze binnen de collectie ruim voldoende is.

De prijs/kwaliteit van het abonnement wordt door velen als zeer gunstig ervaren.



Lid zijn, lid blijven en lid worden


Groningen heeft ook onderzocht of leden volgend jaar de intentie hebben om lid te blijven. Dit levert mooie cijfers op. 98,3% van de volwassenen blijft lid. Helaas weten we niet wat dit cijfer vorig jaar was. Zou interessant zijn om te weten.  En interessant om te volgen of inderdaad 98,3% lid blijft.

Groningen volgt een twee-stappen-strategie: 1) eerst bestaande leden over naar boetevrij en 2) daarna nieuwe leden werven. Het ledenaantal is het afgelopen jaar dan ook niet gestegen maar minder gedaald dan verwacht.  Gezien de tevredenheid van de bestaande leden, ligt een grote ledenwerfactie dan ook voor de hand. Het onderzoek laat zien dat men een goed verhaal heeft waar veel Groningers blij van worden. Die ledenwerfactie gaat dan ook nu van start. Dat doet men overigens met bijgaande filmpje. Wellicht ook een aardig idee voor andere bibliotheken.



Complimenten aan Groningen
Ik ben bijzonder content met het onderzoek van de Groningse bibliotheken. In het afgelopen jaar namen we ze al mee in het onderzoek in het kader van Route2020. Toen constateerden we nog dat er na de pilot bij BiblioPlus in 2014 er eigenlijk geen goed onderzoek meer is geweest onder  gebruikers bij boetevrije bibliotheken. Biblionet vult die leemte goed in met hun onderzoek.

Het enige minpuntje dat je kunt maken bij hun onderzoek is dat een 0-meting soms ontbreekt: soms zou je willen weten hoe gebruikers dachten over iets voordat het ingevoerd werd. Om het vervolgens na de invoering nog eens te vragen. Maar goed, er valt altijd wat te wensen. En verder is het aardig om in het vervolgtraject ook weer eens te kijken wat er gebeurt met de ledenaantallen.

Maar voor nu hulde aan onze Groningse collega’s!Groningen komt met een mooi onderzoek en het is mooi voorbeeld voor andere bibliotheken die het ingevoerd hebben of die invoering overwegen.

Voor wie het hele onderzoek wil zien, moet hier even klikken, er is ook een mooie infographic van het onderzoek. Die vindt u hier.

Vlaams artikel over boetevrij
Ter afsluiting verwijs ik nog even naar een artikel dat ik schreef voor META, het Vlaamse bibliotheektijdschrift met een samenvatting van ons onderzoek van vorig jaar. Wie hier klikt, komt daar op uit.

De update van de boete-barometer
En nu ik toch bezig ben…. Ik ga binnenkort weer een nieuw overzicht maken van de boetebarometer. De laatste update is van juni 2017. Bent u na die periode boetevrij geworden, laat het mij dan weten!

Voor nu: snel dat mooie rapport van Groningen lezen!

maandag 16 april 2018

Miljoenenbibliotheek


Dit artikel is uit het Deventer Dagblad van 1945. De bibliotheek  had regelmatig ruimte in de krant en maakte op  die manier reclame voor de dienstverlening. Er waren nog geen computers. Aangevraagde boeken werden met briefjes rondgestuurd en de Koninklijke Bibliotheek speelde daar toen al een cruciale rol in. De computer deed zijn intrede maar eigenlijk werken zowel voor fysieke als digitale boeken nog steeds op dezelfde manier: op een centrale plek slaan we titels op in een catalogus en sturen we vanaf een andere plek een fysieke of digitaal exemplaar toe.

'Voor iederen leeftijd en voor ieder gezindte' om met de woorden van de bibliotheek te spreken. 

woensdag 4 april 2018

Wie betaalt de € 1,1 miljard die laaggeletterdheid kost?

Vandaag maakte de Stichting Lezen en Schrijven bekend dat de maatschappelijke kosten van laaggeletterdheid zijn opgelopen tot meer dan een miljard euro. Voor de goede orde: dat is een één met negen nullen.

Stichting Lezen en Schrijven liet Price Waterhouse Coopers al eerder onderzoek doen naar deze kosten en kwam tot een berekening van € 556 miljoen. Hoe kan het ineens zoveel meer geworden zijn?

Laaggeletterden verdienen minder
Daar is een vrij eenvoudige verklaring voor. Stichting Lezen en Schrijven heeft dit keer ook meegerekend hoeveel laaggeletterden minder verdienen doordat ze laaggeletterd zijn. Dat dat is zo'n € 572 miljoen. Die was in eerdere berekeningen nog niet meegenomen.

Wie betaalt de laaggeletterdheid?
Hoewel het wel een beetje voelt als 'opbieden' bij dit probleem, denk ik dat dit soort rekensommen wel degelijk van belang zijn. Op tekentafel van beleidsmakers staan niet altijd de verhalen van burgers centraal maar soms de cijfers.  Hoe onterecht dat wellicht ook voelt.

Het meest cruciale plaatje uit het nieuwe PWC-rapport is naar mijn mening dan ook niet het bedrag van € 1,13 miljard aan maatschappelijke kosten maar bijgaande staatje.


Dit staatje geeft namelijk aan wei de kosten van laaggeletterdheid betalen. Voor € 572 miljoen komt die voor rekening van laaggeletterden zelf.  Maar voor € 257 miljoen euro is de zorg aan zet doordat er extra zorgkosten zijn. En voor € 292 miljoen gaat het om overheidskosten waar het gaat om uitkeringen, armoederegelingen en gemiste belastingkomsten..

Is het niet gewoon te weinig?
De rijksoverheid geeft jaar zo'n € 60-65 miljoen uit aan bestrijding van laaggeletterdheid.
Is € 60 tot 65 miljoen dan niet gewoon te weinig om dit probleem op te lossen? Het is makkelijk om daar ja op te zeggen maar ik denk dat het genuanceerder ligt. Naast het rijksgeld betalen ook gemeenten (onder andere via bibliotheken) flink mee aan de bestrijding van laaggeletterdheid. Het bedrag is dus veel groter dan die € 60-65 miljoen. Maar ik denk dat geld zeker één van de factoren is.

Mijn wens is dat we weg kunnen komen bij dit soort berekeningen. Hoe belangrijk ik het werk van Lezen en Schrijven ook vind en ze ook dankbaar ben voor dit soort documenten. Dank, dank en ga vooral door. Weg komen bij de cijfers en terug naar de mensen. Het zou namelijk betekenen dat we een goede oplossing hebben gevonden. En ondanks alles - ondanks al die bevlogen mensen die er mee aan de slag zijn - is die er nog niet.

Tot die tijd vechten 1,3 miljoen Nederlanders met hun taal: met formulieren, met briefjes, met veiligheidsinstructies, met bijsluiters en met (voor)lezen.  En elk jaar tikken wij daarvoor met elkaar € 1,1 miljard af.

Lees hier het hele rapport van Price Waterhouse Coopers.

dinsdag 3 april 2018

1 april 2018: de POI's in Nederland bestaan 70 jaar!


Het zal aan velen voorbij gegaan zijn. U was net eieren aan het zoeken op 1 april (1e paasdag) of u draaide zich nog eens om in bed.  Maar op 1 april 1948 begon de officiële geschiedenis van POI's in Nederland en die van Overijssel in het bijzonder. Op die datum begon juffrouw Goudzwaard als directeur van de Centrale voor PlattelandsLectuurvoorziening in Overijssel (CPLO), welke al .snel PlattelandsBibliotheek Overijssel (PBO) heette.

De CPLO was opgericht op 17 maart 1948 nadat zowel Rijk als provincie Overijssel een toezegging voor subsidie hadden gedaan. Het budget voor 1948 bedroeg fl. 7.295,-. De organisatie werd onder gebracht bij de bibliotheek in Zwolle aan de Kamperstraat.

De man naast Claar Goudzwaard was Abraham van Uxem die als secretaris-penningmeester en tevens lid van de directie van de PBO. Het schijnt een illuster duo te zijn geweest. Van Uxem was de slimme zakenman en Claar Goudzwaard de deskundige bibliothecaris en organisator. Van Uxem trok met zijn motor door Overijssel en legde gemeente na gemeente uit dat er toch echt een bibliotheek moest komen.



Van Uxem had daarvoor twee type bibliotheekgebouwen in de aanbieding: een kleine en een grote. Het verhaal gaat dat hij die tekeningen altijd op zak had en dat hij aan het eind van het gesprek met een gemeente dan zei: "uw buurgemeente kiest trouwens dat grote gebouw". Die standaard Van-Uxem-gebouwtjes kom je op een enkele plek nog wel tegen.

Deze Overijsselse pioniers waren overigens wars van de opkomende bibliobussen. Dat was onzin, vonden ze. Bibliotheekgebouwen moesten er komen. En ze kwamen er ook. Paul Schneiders schrijft in zijn boek 'Lezen voor iedereen' over deze Overijsselse ontwikkeling:
"..1948 is een kroonjaar. Daarbij doelen wij op de oprichting van de Centrale Plattelandsbibliotheek Overijssel. Het initiatief daartoe was genomen door de volkshogeschool Diependaal, enkele landbouworganisaties en de Provinciale Bond van Openbare Leeszalen en Bibliotheken. De CPB Overijssel wees een nieuwe weg in de plattelandslectuurvoorziening. Terecht zijn de mensen erachter - de werkers van het eerste uur Cl.M (Claar) Goudzwaard en bezoldigd secretaris-penningmeester A. van Uxem - pioniers van die werk genoemd. Het tijdschrift 'De Openbare Bibliotheek' wijdde een speciaal Overijsselnummer aan het bibliotheekwezen in die provincie, het bibliotheekmodel Van Uxem (doelmatig, eenvoudig, goedkoop, centraal gelegen, uitnodigend, herkenbaar) werd door de andere provincies gevolgd. Wat aan het begin van deze eeuw (red. 20e eeuw dus) Dordrecht was geweest voor de stedelijke openbare leeszalen, werd Overijssel voor het platteland. "
De provinciale ondersteuningsinstellingen (POI's) hebben inmiddels vele namen gehad via Plattelandsbibliotheek via Provinciale bibliotheekcentrale (PBC) naar nu POI. Met soms exotische namen als Cubiss, Probiblio, Biblionet of Rijnbrink. Net als over de bibliotheek is ook de provinciale laag vaak gezegd dat die niet meer nodig zou zijn. Ik geloof er niks van. Er is geen bibliotheeklaag in Nederland die zonder de andere laag kan. En juist onder de nieuwe bibliotheekwet die in 2015 in ging is stelselsamenwerking tussen bibliotheken maar ook tussen verschillende maatschappelijke en culturele instellingen belangrijker dan ooit.

Ik hef het glas op Goudzwaard en Van Uxem en de provinciale instellingen in Nederland. Op de volgende 70 jaar!

Hier vind je meer informatie over Abraham van Uxem en Claar Goudzwaard

donderdag 29 maart 2018

Bibliotheken als een beweging voor sociale verandering


Een tijdje geleden werd ik door collega's van Digisterker gewezen op the Goodthings Foundation. Mijn aandacht was gewekt. Wat een leuk naam: de goede-dingen-stichting! Deze goede-dingen-stichting schrijft het volgende over hun inzet (het is even wat engels maar lees echt even door):
Good Things Foundation is a social change charity that supports socially excluded people to improve their lives through digital.
Digital technology and community action is at the heart of everything we do.
We bring together thousands of community partners to make up the Online Centres Network, reaching deep into communities to help people across the UK gain the support and skills they need to change their lives and overcome social challenges.
Our online learning platform Learn My Way - used in centres throughout the network - helps thousands of people each year to gain basic digital skills and go on to further informal and formal learning.
Through our research we discover which digital solutions really make a difference to people’s lives. This means we can scale up what works through our network and by working with our partners so that together we increase the impact that we all have. We use this shared experience and knowledge to help Government and other organisations better understand the role that they can play in creating a fully digital nation. 
We want a world where everyone benefits from digital.
Zo, bent u daar nog? Wat een statement, of niet! Een stichting die zich langs drie lijnen inzet om iedereen te laten profiteren van de digitale ontwikkelingen: 1) via een netwerk van centra waar je ondersteuning kunt krijgen, 2) met een online leerplatform en 3) met onderzoek dat nagaat welke technologie daadwerkelijk het leven van mensen verbetert.

Online centres network
Op bovenstaande kaartje zie waar de Good Things Foundation allemaal zit. Het zijn duizenden plaatsen in Groot-Brittannië. Die centra zijn niet van de stichting zelf. Het zijn bibliotheken, buurthuizen, scholen en kerken die zich inzetten om burgers verder te helpen. Allerlei partijen in de samenleving hebben zich verbonden aan dat ene doel: burgers verder op weg helpen in de digitale samenleving. Partijen die vroeger naast elkaar opereerden maar die elkaar de hand hebben gegeven en nu als een gezamenlijke beweging opereren.


Die duizenden plekken, ontvangen, honderdduizenden, zo niet miljoenen mensen per jaar. Overal worden ze ontvangen en krijgen ze de tijd en ruimte om stap voor stap op de digitale wereld te ontdekken. Niet opgejaagd, ieder in zijn eigen tempo. Je mag elke dag terugkomen. Waar kan dat nog in de samenleving?

En wie niet nog niet goed met taal is, wordt ook daar in ondersteund. Een digi-taalhuis. Maar bekijk het filmpje maar eens en zie hoe al deze plekken de levens van mensen verandert.

Online learning platform
Wie een plek heeft en mee wil doen aan deze beweging is welkom.  The good things foundation zorgt tevens voor een online leerplatform: Learn my way.  Een open platform dat niet exclusief is voor de centra. Op dit platform staan tientallen cursussen waar je jezelf kunt bekwamen in digitale vaardigheden, solliciteren, omgaan met je geld of je gezondheid. Als je het met de Nederlandse situatie wilt vergelijken is het een combinatie van Digisterker en Oefenen.nl. Kijk maar eens naar onderstaande filmpje hierover.


En bereiken ze wat?
De derde peiler was onderzoek en het moet gezegd dat ze dat zeer netjes aanpakken. De online centre en het leerplatform doen eigenlijk al het werk. Zij maken gebruik van de energie en inzet van vele partijen in de samenleving. De Good Things foundation maakt van al in die inzet zeer kundige overzichten. 


Kijk maar eens naar hun 'Digital inclusion report 2017' Je zou toch willen dat wij als bibliotheken ook samen zo'n rapport konden maken. Maar wees gerust: dezelfde rapporten hebben ze ook over financiële inclusie, ondersteuning naar werk en verbetering van je gezondheid.

Van bibliotheken naar een beweging?
Als u dit zo leest, zou u dan mee willen doen? Zou u dit ook niet in Nederland willen hebben? Ik denk dat u nu allemaal 'ja' zegt. Het mooie is: veel van wat nodig is, is er ook al in Nederland. Er zijn veel bibliotheken, er zijn veel maatschappelijke partijen en er zijn veel particuliere initiatieven. En we hebben een Digisterker en een Oefenen.nl. En we hebben mooie onderzoeksafdelingen bij verschillende organisaties.

Zouden we deze energie beter kunnen verbinden aan elkaar? Zouden wij zo'n kaart van Nederland kunnen krijgen? Zo'n kaart waaruit blijkt dat maatschappelijke instellingen, bibliotheken en burgers schouder aan schouder komen te staan in een gezamenlijke opgave? Zouden wij ook niet zo'n open leerplatform voor iedereen kunnen maken?  En dat allemaal op heel veel plekken in de samenleving: niet op één plek in stad of dorp maar meerdere. Niet los van elkaar maar als bondgenoot.

Krachten versterken door elkaar vast te pakken en als netwerk en beweging in de samenleving te opereren. Bibliotheken als onderdeel van een beweging voor sociale verandering. Maar vooral: veel burgers helpen hun leven te verrijken. Ik zou er graag aan mee doen. U ook? Wat let ons?

vrijdag 16 maart 2018

Van SISO naar Salsa!

Zo, we gaan maar weer eens vrolijk het weekend in. Wie denkt dat het een dooie boel is in de bibliotheken, heeft de afgelopen jaren wel onder een steen geleefd. Maar dat ook die bibliothecarissen van vroeger al helemaal uit hun bol gingen, is misschien nog wel nieuws voor u. Gisteren bevond ik mij een archief van Gelderse bibliotheken. En trof daar onder andere bovenstaande foto aan. Ik vermoed dat deze foto van midden jaren '60 is.

Ja, u ziet het goed: daar wordt gedanst bij de catalogusbakken! Wat zou dit geweest zijn? Een opening van een pand? Een personeelsfeest? Ook toen was het een swingend geheel.

De volgende foto verklaarde overigens waarom er gedanst werd.

Wie goed kijkt ziet op deur het bordje. En jawel: het is een discotheek. Het is maar een kleine stap van de catalogus naar de chachacha en van SISO naar Salsa. 

Volgende week is er weer een bibliotheekcongres... Het wordt dan van Bibliotheek op school naar Breakdance en van Participatie naar Polonaise. Hup voetjes van de vloer!

dinsdag 13 maart 2018

Hoe bibliotheken steeds meer netwerkorganisaties worden



Ik loop al een tijdje mee in bibliotheekland en heb veel zien veranderen. Bibliotheken kantelen van klassieke naar maatschappelijk educatieve bibliotheken. In veel provincies zijn destijds basisbibliotheken gevormd en heeft opschaling plaats gevonden.

Nauwelijks opschaling
Aan Overijssel is dat destijds voorbij gegaan. Daar waren drie goede redenen voor: 1) er was een stevige netwerksamenwerking tussen de Overijsselse bibliotheken, 2) er was een ontwikkeling van Kulturhusen waarbij bredere lokale organisaties ontstonden en 3) er was net een herindeling achter de rug. Dat heeft tot consequentie dat in Overijssel met iets meer dan 1.000.000 inwoners er nog bijna evenveel bibliotheekorganisaties zijn als gemeenten (24 bibliotheken, 25 gemeenten).

Bont palet aan nieuwe samenwerking
Tegelijkertijd laat bovenstaande kaartje zien dat de bibliotheken andere vormen van samenwerking hebben gevonden.

Gezamenlijk management: de directie- of MT-functie wordt gedeeld.
Kulturhus: Organisatie waarbij meerdere cultuur, zorg of welzijnsinstellingen samenwerken onder één management, al dan niet gefuseerd.
Basisbibliotheek: Eén bibliotheekorganisatie die werkt voor meerdere gemeenten. Bijna altijd een fusie van meerdere bibliotheken
Stadkamer: Hier hebben we er nog maar één van maar in Overijssel maar dat is een gecombineerde cultuurinstelling. Vergelijkbare instellingen in Nederland zijn Cultura Ede, BplusC in Leiden en het Cultuurgebouw in Haarlemmermeer.

In het plaatje zie je de hoofdvorm terug maar er zijn zeker combinaties mogelijk. Zo zit de basisbibliotheek Salland in Olst ook het kulturhus het Holstohus.

Juiste mix van samenwerking

Het landkaartje helemaal bovenaan verandert meerdere keren per jaar. Bibliotheken zijn hard op zoek naar de juiste wijze van organiseren. Zo is de bibliotheek in Enschede bezig met een onderzoek naar samenwerking met cultuurpartners in de stad. Zelf begeleid ik een aantal stichtingen die nu nog als 'stand-alone' benoemd zijn naar gezamenlijk management. Mooie initiatieven zitten nu bijvoorbeeld bij de bibliotheken in Oldenzaal, Hengelo en Hof van Twente die naast gezamenlijk management ook gaan zoeken naar gezamenlijk organiseren. Dit alles zonder fusie.

Opschalen in de bibliotheekkolom is allang niet meer een toverwoord. Belangrijk in de huidige tijd is om zowel op de kleine schaal goed te kunnen organiseren (tot op het niveau van kleine kernen) en tegelijkertijd schaalvoordeel door samenwerking te realiseren. Samenwerken met de dorpsraad maar ook samenwerken met het provinciale netwerk van biblliotheken.

Naar hybride samenwerkingsvormen: ook met burgers en techniek


Meer en meer ontstaan daar hybride samenwerkingsvormen waarbij fusies, samenwerkingen en allianties door elkaar lopen. Wie maatschappelijk rendement wil halen, heeft niet genoeg aan klassieke organisatievormen.

Kijk maar eens naar bovenstaande staatje met samenwerkingspartners uit de rapportage basisvaardigheden. Een flink rijtje professionele partners en vrijwilligersorganisaties. Alleen door open te staan voor samenwerking met al deze verschillende vormen ontstaat een flinke massa waarmee maatschappelijk effect in zicht komt.

Individuele burgers of groepen van burgers zijn dan ook steeds vaker een onderdeel van die samenwerking. En datzelfde geldt voor slimme techniek: zonder Klik en Tik en Digisterker was het niet mogelijk om stevige digitale coalities op lokaal niveau neer te zetten. Er ontstaat een driehoeksverhouding tussen professionele partners, burgers en techniek.

Het einde van de stand-alone-bibliotheek...
Een klassieke bibliotheek die alleen het bibliotheekwerk organiseert is een organisatievorm die we steeds minder zullen zien. Als die straks nog bestaat is het bibliotheek die meerdere allianties heeft en daardoor een bouwsteentje is in een breder lokaal raderwerk om samen maatschappelijke en educatieve uitdagingen aan te gaan: iedereen geletterd, iedereen digitaal vaardig, een vangnet voor iedereen om de hoek, toegang tot relevante kennis. Deventer staat hier bijvoorbeeld nog als stand-alone-bibliotheek maar is door haar wijkwinkel-alliantie al zo'n radertje.

Maar niet het einde van de bibliothecaris
De stand-alone-bibliotheek mag misschien op zijn eind lopen maar dat geldt allerminst voor de bibliothecaris. Hoewel die wellicht vroeger tussen de kasten liep, loopt zij (en soms een hij) steeds vaker tussen allerlei organisaties en groepen burgers door. Nog altijd met informatie en kennis als belangrijke brandstof.

Toch puzzelt mij deze samenwerkingen mij nog wel. Hoe zorg je dat de horizontale lokale samenwerking en de verticale bibliotheeksamenwerking allebei goed functioneren. Welke vormen passen daar het beste bij? Het is boeiende speurtocht waar ik me tegenwoordig bijna dagelijks in begeef. Puzzelt u even mee? Ik ben benieuwd wat u allemaal tegen komt.

donderdag 8 maart 2018

Infographic over e-books in bibliotheken

De Koninklijke Bibliotheek publiceerde gisteren bijgaande infographic over e-books . Het is een mooie informatieve versie die makkelijk gebruikt kan worden in allerlei publicaties. De infographic is in verschillende formaten  beschikbaar.

De infographic is een mooie inkleuring van de statistieken die ik al eerder gaf over 2017. Zo laat het onder andere zien dat van alle accounts er 48% actief zijn en dat literatuur en spanning de belangrijkste genres zijn.

Een mooi lijstje titels
Het merendeel van de e-book-uitleningen wordt gehaald door populaire titels. Er waren bijna 10.000 titels die elk meer dan 50 keer werden uitgeleend. De overige 10.000 werden minder dan 50 keer uitgeleend. Verder vind ik de top-5 leuk om te zien. Jaren werken bibliotheken er al aan om populaire titels te 'scoren' bij de e-books en dit lijstje laat zien dat bibliotheken daar steeds beter in worden.

Iedere basisbibliotheek zijn eigen overzicht
Alles bij elkaar een mooi overzicht. Doe er uw voordeel mee. Wat ik verder nog mooi zou vinden: zouden we een PDF-generator kunnen maken die deze statistieken in deze opmaak per basisbibliotheek kan maken zoals we ook met de monitor kunnen? Ik vermoed dat veel lokale bibliotheken dat een tof idee zouden vinden.

Altijd wat te wensen, maar eerst maar eens genieten van deze aardige infographic. Ziet er goed uit!

De infographics zijn hier voor bibliotheken te vinden op MetdeKB.

zondag 4 maart 2018

Een bijzondere speurtocht naar een oorlogsdagboekje


De afgelopen week was ik een paar dagen vrij. Eén van de ochtenden daarvan bracht ik door in het archief van de Bibliotheek Deventer. Ik had al vaker het verhaal gehoord dat de oud-directeur 'mejuffrouw' Timmenga tijdens de oorlog een oorlogsdagboek had bijgehouden. Ik was benieuwd of ik die dagboeken wellicht eens zou mogen inzien.

 Ans Jolink van de bibliotheek hielp me heel behulpvaardig door het archief. Naast heel veel interessant ander materiaal - want er is veel bewaard gebleven - vonden we uiteindelijk de oorlogsdagboekjes. Keurig bewaard in een mooi doosjes.

In het doosje zaten vijf dagboekjes.Vier dagboekjes van de directeur die de periode van 1943 tot en met 1945 beslaan. Het vijfde dagboekje was niet van de directeur maar van twee leeszaal-assistentes. Deze assistentes heten Bettie de Gaay en Corrie van Ommen.

Het dagboekje van beide jongedames handelt over het wel en wee van noodfiliaal 'Jamin' van 23 februari 19450 - 14 april 1945. De 'gewone' bibliotheek aan de Brink in Deventer was beschadigd en om die reden had men drie noodfilialen. Het noodfiliaal Jamin was in de Lange Bisschopstraat, de grote winkelstraat in Deventer.


Hierboven zie je de twee laatste bladzijdes van dit dagboekje. Tussen 10 en 13 april werd Deventer bevrijd. Corrie van Ommen schrijft dan 'De twee hieropvolgende dagen hebben we het filiaal blauw-blauw gelaten en al onze aandacht besteed aan het jubelen en feestvieren in bevrijd Deventer'

En zo zijn de verhalen die je leest in het dagboekje - dat ze moesten bijhouden van de directeur - een mengeling van bibliotheekverhalen, oorlogsverhalen en gewoon bezigheden van jongedames van 20 jaar. Een woordenwisseling met klanten wordt bijna achteloos afgewisseld luchtalarm waarna weer onderling gekissebis volgt  omdat die en die dat taakje niet goed doet.

Op zoek naar de dames
Het geeft een bijzonder inkijkje en ik ben ook zeker van plan er wat meer werk van te maken. De betreffende dames zouden rond de 20 jaar moeten zijn geweest in 1945. Daarmee bestaat er een heel klein kansje dat ze nog leven. Of wellicht zijn er directe familieleden. Mijn eerste prioriteit was daarmee het vinden van de betreffende dames of directe familieleden. Ik plaatste daarvoor gisteren op Facebook en Twitter een oproep.



Nou, dat heb ik geweten. Heel veel mensen deelden het bericht: tot Youp van het Hek aan toe. En mensen gingen meezoeken. Mensen waar ik niet gelijk aan had gedacht: zoals mijn eigen zus die in een heel ander deel van het land woont. Zij wist mij al snel te melden via allerlei genealogische bronnen dat Bettie de Gaay vlak na de oorlog was getrouwd was en een aantal kinderen had gekregen. Via via kreeg ik gistermiddag zo contact met een zoon van haar. Helaas is Bettie al een tijdje overleden maar het contact is gelegd en we gaan elkaar van informatie voorzien.

Een ander verhaal is Corrie van Ommen. Op Facebook meldde de huidige directeur van de Graafschap Bibliotheken dat hij in 1977 is aangesteld door Cor van Ommen. Cor van Ommen was lange tijd samen met Lucie Mesdag directeur van de provinciale bibliotheekcentrale in Gelderland. Ook Cor is overleden en voor zover mijn informatie nu strekt was ze ongetrouwd en had geen kinderen. Het is wel frappant dat ik in dit verhaal een directeur tref van één van de vele rechtsvoorgangers van het bedrijf waar ik nu zelf werk, namelijk Rijnbrink - de ondersteuner van bibliotheken in Overijssel en Gelderland.

Ondertussen wordt op Twitter nog steeds het bericht gedeeld. Mijn eerste belang was om in ieder geval nabestaanden te vinden. Als je ergens over wilt publiceren is dat toch wel netjes. Voor zover ik nu kan overzien lijkt dat gelukt. Maar probeer een tweet maar eens te stoppen. Maar wellicht levert het nog aanvullende informatie op.

Zo ben ik nog wel op zoek naar een foto van de Jamin-zaak in de Lange Bisschopstraat of andere informatie die van belang kan zijn. Ik beloof in ieder geval dat ik weer terugkom met het verhaal. Maar daarvoor moet ik ook nog beter naar het verhaal van 'mejuffrouw Timmenga' kijken. Wordt vervolgd en het werk van deze twee dames gaat dan alsnog het licht zien.

Dank allen voor nu!

woensdag 28 februari 2018

De kantoorregels uit 1983

We blijven nog even in de geschiedenis. Ditmaal gaan we terug naar 1983 naar de Centrale BibliotheekDienst (CBD) voor West-Overijssel. Overijssel had tot 1989 twee Provinciale OndersteuningsInstellingen (POI's) voor bibliotheekwerk: één voor West-Overijssel en één voor Oost-Overijssel. In het archief stuitte ik een tijd geleden op de huisregels van deze organisatie van 1983.

Ik kan u vertellen: het is negen pagina's vermakelijk proza waarin de we de kantoorregels van begin jaren '80 terug zien.

Steeds wisselend personeelsbestand
In inleiding wordt geschreven:


Met zo'n inleiding ben ik al weer bij de les. Want wat heeft ten grondslag gelegen aan het feit dat deze regels moesten worden aangetrokken: hadden nieuwe medewerkers gedrag laten zien dat niet bij het bedrijf hoorde? Feit is dat het bibliotheek tussen 1975 en 1983 explosief groeide. Ook het personeel bij provinciale instellingen zal gegroeid zijn. De herindeling van de centrale kan goed te maken hebben gehad met groei van de organisatie.

Over lunch en buitentemperatuur




Lunchen deed men tussen 12.30 en 13.00 uur. Geen discussie over mogelijk. In één van de vorige regels werd nog gemeld dat men zulke flexibele werktijden had. En dat zag er ook wel modern uit. Dat gold blijkbaar niet voor de lunch.

Bij warm weer was het geoorloofd om een tropenrooster te draaien. Ik vind die 25 graden trouwens nog best snel trouwens. Maar geloof  maar dat er gediscussieerd of het 25 of 30 graden moest zijn. Bibliobussen kenden overigens nog lang de regel dat de bus boven een bepaalde temperatuur niet reed. In de bibliobus werd het simpelweg te warm om nog fatsoenlijk te werken.

De laatste regel ken ik nog uit mijn eigen begintijd bij de Overijsselse BiblitoheekDienst (OBD), één van de rechtsopvolgers van de CBD. Bij de telefoniste lag een dagagenda en daar schreef je op dat je afwezig was door werk in de buitendienst of dat je op vakantie was. Die faciliteit is vervangen door digitale agenda's.

Bureautaken
Het meest vermakelijke hoofdstukje is misschien wel over bureautaken.


Privé bellen mocht, maar moest wel via een apart telefoontoestel in de gang bij personeelszaken. Even naar huis bellen vanaf je eigen toestel was blijkbaar niet de bedoeling. Overigens betaalde je natuurlijk voor zo'n belletje.... Net als voor de kopieën. In een tijd met mobiele  telefoons en whatsapp zijn deze afspraken van nog maar dertig jaar geleden al ongeveer antiek.

Blijkbaar hielden collega's elkaar nog wel eens van het werk (what's new?) want er wordt gevraagd collega's alleen te storen als het om werkzaken gaat. Dit samen met de regels rond het telefoongebruik was het blijkbaar vooral zaak om werk en privé flink gescheiden te houden.

Stapels met boeken of cataloguskaartje mocht je niet zo maar laten slingeren. Altijd een briefje erop van wie het is en wat er mee moet. Je mocht eens ziek worden en een ander moest het overnemen. In combinatie met de allereerste opmerking:  'het steeds wisselende personeelsbestand' kon het blijkbaar nog wel eens zo zijn dat een medewerker plotseling een nieuwe functie had en oude stapels achter liet.

Wat de functie van regel 4.5 is - gebruik de juiste formulieren - is een raadsel.  Blijkbaar was er soms discussie over welk formulier en welke procedure er moest worden gevolgd.

 Timmer niet zelf 



Ook artikel 6.4 spreekt tot de verbeelding: Gij zult niet timmeren of zelf verbouwen. Waren er medewerkers geweest die zelf alvast waren begonnen met het inrichten van hun kantoor en dat iets te ingrijpend hadden opgepakt? Of was er een overijverige conciërge die vooral zijn eigen werk wilde bewaken?

Gedragsafspraken



Hoofdstuk 7 gaat over gedragsafspraken. Daar zitten een paar juweeltjes tussen. Koffie, thee en melk waren streng gereglementeerd. Toen ik in 1998 bij de OBD begon werd daar net de koffiejuffrouw afgeschaft die een ronde maakte met koffie door het gebouw. 

Artikel 7.4 zal ook menig wenkbrauw doen fronsen: geen kinderen mee naar het werk. Ik vermoed dat dit een regel is die komt uit de tijd dat kinderopvang nog niet bestond. Zorgtaken lagen meer dan nu bij de vrouw en daar bibliotheekwerk veel vrouwen kent, zou dit nog wel eens kunnen zijn voorgekomen dat er kinderen mee kwamen. Overigens stonden kinderen in de notitie in dezelfde rang als huisdieren.... alleen als de directie het toestond mochten ze mee. 

Ook artikel 7.8 is een mooie: help  om negatieve publiciteit te voorkomen. Ik zou zeggen: help met goede publiciteit maar alles in het stuk ademt nog dat personeel 'iets was was je in toom moest houden'.  

En vrij met je verjaardag....
En tot slot: een relikwie dat ik zelf nog één keer heb meegemaakt want de regel werd in 1999 of 2000 geschrapt: 


Je hoefde dus maar een halve dag te werken op je verjaardag. In de middag was je lekker vrij. Wat overigens weer discussie opriep bij de part-timers. Die waren al vrij op hun verjaardag en die vonden dat ze die halve dag dan wel weer ergens anders in de week mochten 'terug pakken'.  Het ene hoofd stond dit wel toe en de andere niet.  Dat was natuurlijk de dood in de pot. 

Een mooi inkijkje in de regels van 30 jaar geleden. Een tijdperk met nauwelijks computers, waarbij werk-spullen en privé-spullen strikt gescheiden waren en waar op elke stapel een briefje hoorde. En natuurlijkboven de 25 graden een tropenrooster. 

Wie het hele handboek wil hebben, kan het hier downloaden.