maandag 16 april 2018

Miljoenenbibliotheek


Dit artikel is uit het Deventer Dagblad van 1945. De bibliotheek  had regelmatig ruimte in de krant en maakte op  die manier reclame voor de dienstverlening. Er waren nog geen computers. Aangevraagde boeken werden met briefjes rondgestuurd en de Koninklijke Bibliotheek speelde daar toen al een cruciale rol in. De computer deed zijn intrede maar eigenlijk werken zowel voor fysieke als digitale boeken nog steeds op dezelfde manier: op een centrale plek slaan we titels op in een catalogus en sturen we vanaf een andere plek een fysieke of digitaal exemplaar toe.

'Voor iederen leeftijd en voor ieder gezindte' om met de woorden van de bibliotheek te spreken. 

woensdag 4 april 2018

Wie betaalt de € 1,1 miljard die laaggeletterdheid kost?

Vandaag maakte de Stichting Lezen en Schrijven bekend dat de maatschappelijke kosten van laaggeletterdheid zijn opgelopen tot meer dan een miljard euro. Voor de goede orde: dat is een één met negen nullen.

Stichting Lezen en Schrijven liet Price Waterhouse Coopers al eerder onderzoek doen naar deze kosten en kwam tot een berekening van € 556 miljoen. Hoe kan het ineens zoveel meer geworden zijn?

Laaggeletterden verdienen minder
Daar is een vrij eenvoudige verklaring voor. Stichting Lezen en Schrijven heeft dit keer ook meegerekend hoeveel laaggeletterden minder verdienen doordat ze laaggeletterd zijn. Dat dat is zo'n € 572 miljoen. Die was in eerdere berekeningen nog niet meegenomen.

Wie betaalt de laaggeletterdheid?
Hoewel het wel een beetje voelt als 'opbieden' bij dit probleem, denk ik dat dit soort rekensommen wel degelijk van belang zijn. Op tekentafel van beleidsmakers staan niet altijd de verhalen van burgers centraal maar soms de cijfers.  Hoe onterecht dat wellicht ook voelt.

Het meest cruciale plaatje uit het nieuwe PWC-rapport is naar mijn mening dan ook niet het bedrag van € 1,13 miljard aan maatschappelijke kosten maar bijgaande staatje.


Dit staatje geeft namelijk aan wei de kosten van laaggeletterdheid betalen. Voor € 572 miljoen komt die voor rekening van laaggeletterden zelf.  Maar voor € 257 miljoen euro is de zorg aan zet doordat er extra zorgkosten zijn. En voor € 292 miljoen gaat het om overheidskosten waar het gaat om uitkeringen, armoederegelingen en gemiste belastingkomsten..

Is het niet gewoon te weinig?
De rijksoverheid geeft jaar zo'n € 60-65 miljoen uit aan bestrijding van laaggeletterdheid.
Is € 60 tot 65 miljoen dan niet gewoon te weinig om dit probleem op te lossen? Het is makkelijk om daar ja op te zeggen maar ik denk dat het genuanceerder ligt. Naast het rijksgeld betalen ook gemeenten (onder andere via bibliotheken) flink mee aan de bestrijding van laaggeletterdheid. Het bedrag is dus veel groter dan die € 60-65 miljoen. Maar ik denk dat geld zeker één van de factoren is.

Mijn wens is dat we weg kunnen komen bij dit soort berekeningen. Hoe belangrijk ik het werk van Lezen en Schrijven ook vind en ze ook dankbaar ben voor dit soort documenten. Dank, dank en ga vooral door. Weg komen bij de cijfers en terug naar de mensen. Het zou namelijk betekenen dat we een goede oplossing hebben gevonden. En ondanks alles - ondanks al die bevlogen mensen die er mee aan de slag zijn - is die er nog niet.

Tot die tijd vechten 1,3 miljoen Nederlanders met hun taal: met formulieren, met briefjes, met veiligheidsinstructies, met bijsluiters en met (voor)lezen.  En elk jaar tikken wij daarvoor met elkaar € 1,1 miljard af.

Lees hier het hele rapport van Price Waterhouse Coopers.

dinsdag 3 april 2018

1 april 2018: de POI's in Nederland bestaan 70 jaar!


Het zal aan velen voorbij gegaan zijn. U was net eieren aan het zoeken op 1 april (1e paasdag) of u draaide zich nog eens om in bed.  Maar op 1 april 1948 begon de officiële geschiedenis van POI's in Nederland en die van Overijssel in het bijzonder. Op die datum begon juffrouw Goudzwaard als directeur van de Centrale voor PlattelandsLectuurvoorziening in Overijssel (CPLO), welke al .snel PlattelandsBibliotheek Overijssel (PBO) heette.

De CPLO was opgericht op 17 maart 1948 nadat zowel Rijk als provincie Overijssel een toezegging voor subsidie hadden gedaan. Het budget voor 1948 bedroeg fl. 7.295,-. De organisatie werd onder gebracht bij de bibliotheek in Zwolle aan de Kamperstraat.

De man naast Claar Goudzwaard was Abraham van Uxem die als secretaris-penningmeester en tevens lid van de directie van de PBO. Het schijnt een illuster duo te zijn geweest. Van Uxem was de slimme zakenman en Claar Goudzwaard de deskundige bibliothecaris en organisator. Van Uxem trok met zijn motor door Overijssel en legde gemeente na gemeente uit dat er toch echt een bibliotheek moest komen.



Van Uxem had daarvoor twee type bibliotheekgebouwen in de aanbieding: een kleine en een grote. Het verhaal gaat dat hij die tekeningen altijd op zak had en dat hij aan het eind van het gesprek met een gemeente dan zei: "uw buurgemeente kiest trouwens dat grote gebouw". Die standaard Van-Uxem-gebouwtjes kom je op een enkele plek nog wel tegen.

Deze Overijsselse pioniers waren overigens wars van de opkomende bibliobussen. Dat was onzin, vonden ze. Bibliotheekgebouwen moesten er komen. En ze kwamen er ook. Paul Schneiders schrijft in zijn boek 'Lezen voor iedereen' over deze Overijsselse ontwikkeling:
"..1948 is een kroonjaar. Daarbij doelen wij op de oprichting van de Centrale Plattelandsbibliotheek Overijssel. Het initiatief daartoe was genomen door de volkshogeschool Diependaal, enkele landbouworganisaties en de Provinciale Bond van Openbare Leeszalen en Bibliotheken. De CPB Overijssel wees een nieuwe weg in de plattelandslectuurvoorziening. Terecht zijn de mensen erachter - de werkers van het eerste uur Cl.M (Claar) Goudzwaard en bezoldigd secretaris-penningmeester A. van Uxem - pioniers van die werk genoemd. Het tijdschrift 'De Openbare Bibliotheek' wijdde een speciaal Overijsselnummer aan het bibliotheekwezen in die provincie, het bibliotheekmodel Van Uxem (doelmatig, eenvoudig, goedkoop, centraal gelegen, uitnodigend, herkenbaar) werd door de andere provincies gevolgd. Wat aan het begin van deze eeuw (red. 20e eeuw dus) Dordrecht was geweest voor de stedelijke openbare leeszalen, werd Overijssel voor het platteland. "
De provinciale ondersteuningsinstellingen (POI's) hebben inmiddels vele namen gehad via Plattelandsbibliotheek via Provinciale bibliotheekcentrale (PBC) naar nu POI. Met soms exotische namen als Cubiss, Probiblio, Biblionet of Rijnbrink. Net als over de bibliotheek is ook de provinciale laag vaak gezegd dat die niet meer nodig zou zijn. Ik geloof er niks van. Er is geen bibliotheeklaag in Nederland die zonder de andere laag kan. En juist onder de nieuwe bibliotheekwet die in 2015 in ging is stelselsamenwerking tussen bibliotheken maar ook tussen verschillende maatschappelijke en culturele instellingen belangrijker dan ooit.

Ik hef het glas op Goudzwaard en Van Uxem en de provinciale instellingen in Nederland. Op de volgende 70 jaar!

Hier vind je meer informatie over Abraham van Uxem en Claar Goudzwaard

donderdag 29 maart 2018

Bibliotheken als een beweging voor sociale verandering


Een tijdje geleden werd ik door collega's van Digisterker gewezen op the Goodthings Foundation. Mijn aandacht was gewekt. Wat een leuk naam: de goede-dingen-stichting! Deze goede-dingen-stichting schrijft het volgende over hun inzet (het is even wat engels maar lees echt even door):
Good Things Foundation is a social change charity that supports socially excluded people to improve their lives through digital.
Digital technology and community action is at the heart of everything we do.
We bring together thousands of community partners to make up the Online Centres Network, reaching deep into communities to help people across the UK gain the support and skills they need to change their lives and overcome social challenges.
Our online learning platform Learn My Way - used in centres throughout the network - helps thousands of people each year to gain basic digital skills and go on to further informal and formal learning.
Through our research we discover which digital solutions really make a difference to people’s lives. This means we can scale up what works through our network and by working with our partners so that together we increase the impact that we all have. We use this shared experience and knowledge to help Government and other organisations better understand the role that they can play in creating a fully digital nation. 
We want a world where everyone benefits from digital.
Zo, bent u daar nog? Wat een statement, of niet! Een stichting die zich langs drie lijnen inzet om iedereen te laten profiteren van de digitale ontwikkelingen: 1) via een netwerk van centra waar je ondersteuning kunt krijgen, 2) met een online leerplatform en 3) met onderzoek dat nagaat welke technologie daadwerkelijk het leven van mensen verbetert.

Online centres network
Op bovenstaande kaartje zie waar de Good Things Foundation allemaal zit. Het zijn duizenden plaatsen in Groot-Brittannië. Die centra zijn niet van de stichting zelf. Het zijn bibliotheken, buurthuizen, scholen en kerken die zich inzetten om burgers verder te helpen. Allerlei partijen in de samenleving hebben zich verbonden aan dat ene doel: burgers verder op weg helpen in de digitale samenleving. Partijen die vroeger naast elkaar opereerden maar die elkaar de hand hebben gegeven en nu als een gezamenlijke beweging opereren.


Die duizenden plekken, ontvangen, honderdduizenden, zo niet miljoenen mensen per jaar. Overal worden ze ontvangen en krijgen ze de tijd en ruimte om stap voor stap op de digitale wereld te ontdekken. Niet opgejaagd, ieder in zijn eigen tempo. Je mag elke dag terugkomen. Waar kan dat nog in de samenleving?

En wie niet nog niet goed met taal is, wordt ook daar in ondersteund. Een digi-taalhuis. Maar bekijk het filmpje maar eens en zie hoe al deze plekken de levens van mensen verandert.

Online learning platform
Wie een plek heeft en mee wil doen aan deze beweging is welkom.  The good things foundation zorgt tevens voor een online leerplatform: Learn my way.  Een open platform dat niet exclusief is voor de centra. Op dit platform staan tientallen cursussen waar je jezelf kunt bekwamen in digitale vaardigheden, solliciteren, omgaan met je geld of je gezondheid. Als je het met de Nederlandse situatie wilt vergelijken is het een combinatie van Digisterker en Oefenen.nl. Kijk maar eens naar onderstaande filmpje hierover.


En bereiken ze wat?
De derde peiler was onderzoek en het moet gezegd dat ze dat zeer netjes aanpakken. De online centre en het leerplatform doen eigenlijk al het werk. Zij maken gebruik van de energie en inzet van vele partijen in de samenleving. De Good Things foundation maakt van al in die inzet zeer kundige overzichten. 


Kijk maar eens naar hun 'Digital inclusion report 2017' Je zou toch willen dat wij als bibliotheken ook samen zo'n rapport konden maken. Maar wees gerust: dezelfde rapporten hebben ze ook over financiële inclusie, ondersteuning naar werk en verbetering van je gezondheid.

Van bibliotheken naar een beweging?
Als u dit zo leest, zou u dan mee willen doen? Zou u dit ook niet in Nederland willen hebben? Ik denk dat u nu allemaal 'ja' zegt. Het mooie is: veel van wat nodig is, is er ook al in Nederland. Er zijn veel bibliotheken, er zijn veel maatschappelijke partijen en er zijn veel particuliere initiatieven. En we hebben een Digisterker en een Oefenen.nl. En we hebben mooie onderzoeksafdelingen bij verschillende organisaties.

Zouden we deze energie beter kunnen verbinden aan elkaar? Zouden wij zo'n kaart van Nederland kunnen krijgen? Zo'n kaart waaruit blijkt dat maatschappelijke instellingen, bibliotheken en burgers schouder aan schouder komen te staan in een gezamenlijke opgave? Zouden wij ook niet zo'n open leerplatform voor iedereen kunnen maken?  En dat allemaal op heel veel plekken in de samenleving: niet op één plek in stad of dorp maar meerdere. Niet los van elkaar maar als bondgenoot.

Krachten versterken door elkaar vast te pakken en als netwerk en beweging in de samenleving te opereren. Bibliotheken als onderdeel van een beweging voor sociale verandering. Maar vooral: veel burgers helpen hun leven te verrijken. Ik zou er graag aan mee doen. U ook? Wat let ons?

vrijdag 16 maart 2018

Van SISO naar Salsa!

Zo, we gaan maar weer eens vrolijk het weekend in. Wie denkt dat het een dooie boel is in de bibliotheken, heeft de afgelopen jaren wel onder een steen geleefd. Maar dat ook die bibliothecarissen van vroeger al helemaal uit hun bol gingen, is misschien nog wel nieuws voor u. Gisteren bevond ik mij een archief van Gelderse bibliotheken. En trof daar onder andere bovenstaande foto aan. Ik vermoed dat deze foto van midden jaren '60 is.

Ja, u ziet het goed: daar wordt gedanst bij de catalogusbakken! Wat zou dit geweest zijn? Een opening van een pand? Een personeelsfeest? Ook toen was het een swingend geheel.

De volgende foto verklaarde overigens waarom er gedanst werd.

Wie goed kijkt ziet op deur het bordje. En jawel: het is een discotheek. Het is maar een kleine stap van de catalogus naar de chachacha en van SISO naar Salsa. 

Volgende week is er weer een bibliotheekcongres... Het wordt dan van Bibliotheek op school naar Breakdance en van Participatie naar Polonaise. Hup voetjes van de vloer!

dinsdag 13 maart 2018

Hoe bibliotheken steeds meer netwerkorganisaties worden



Ik loop al een tijdje mee in bibliotheekland en heb veel zien veranderen. Bibliotheken kantelen van klassieke naar maatschappelijk educatieve bibliotheken. In veel provincies zijn destijds basisbibliotheken gevormd en heeft opschaling plaats gevonden.

Nauwelijks opschaling
Aan Overijssel is dat destijds voorbij gegaan. Daar waren drie goede redenen voor: 1) er was een stevige netwerksamenwerking tussen de Overijsselse bibliotheken, 2) er was een ontwikkeling van Kulturhusen waarbij bredere lokale organisaties ontstonden en 3) er was net een herindeling achter de rug. Dat heeft tot consequentie dat in Overijssel met iets meer dan 1.000.000 inwoners er nog bijna evenveel bibliotheekorganisaties zijn als gemeenten (24 bibliotheken, 25 gemeenten).

Bont palet aan nieuwe samenwerking
Tegelijkertijd laat bovenstaande kaartje zien dat de bibliotheken andere vormen van samenwerking hebben gevonden.

Gezamenlijk management: de directie- of MT-functie wordt gedeeld.
Kulturhus: Organisatie waarbij meerdere cultuur, zorg of welzijnsinstellingen samenwerken onder één management, al dan niet gefuseerd.
Basisbibliotheek: Eén bibliotheekorganisatie die werkt voor meerdere gemeenten. Bijna altijd een fusie van meerdere bibliotheken
Stadkamer: Hier hebben we er nog maar één van maar in Overijssel maar dat is een gecombineerde cultuurinstelling. Vergelijkbare instellingen in Nederland zijn Cultura Ede, BplusC in Leiden en het Cultuurgebouw in Haarlemmermeer.

In het plaatje zie je de hoofdvorm terug maar er zijn zeker combinaties mogelijk. Zo zit de basisbibliotheek Salland in Olst ook het kulturhus het Holstohus.

Juiste mix van samenwerking

Het landkaartje helemaal bovenaan verandert meerdere keren per jaar. Bibliotheken zijn hard op zoek naar de juiste wijze van organiseren. Zo is de bibliotheek in Enschede bezig met een onderzoek naar samenwerking met cultuurpartners in de stad. Zelf begeleid ik een aantal stichtingen die nu nog als 'stand-alone' benoemd zijn naar gezamenlijk management. Mooie initiatieven zitten nu bijvoorbeeld bij de bibliotheken in Oldenzaal, Hengelo en Hof van Twente die naast gezamenlijk management ook gaan zoeken naar gezamenlijk organiseren. Dit alles zonder fusie.

Opschalen in de bibliotheekkolom is allang niet meer een toverwoord. Belangrijk in de huidige tijd is om zowel op de kleine schaal goed te kunnen organiseren (tot op het niveau van kleine kernen) en tegelijkertijd schaalvoordeel door samenwerking te realiseren. Samenwerken met de dorpsraad maar ook samenwerken met het provinciale netwerk van biblliotheken.

Naar hybride samenwerkingsvormen: ook met burgers en techniek


Meer en meer ontstaan daar hybride samenwerkingsvormen waarbij fusies, samenwerkingen en allianties door elkaar lopen. Wie maatschappelijk rendement wil halen, heeft niet genoeg aan klassieke organisatievormen.

Kijk maar eens naar bovenstaande staatje met samenwerkingspartners uit de rapportage basisvaardigheden. Een flink rijtje professionele partners en vrijwilligersorganisaties. Alleen door open te staan voor samenwerking met al deze verschillende vormen ontstaat een flinke massa waarmee maatschappelijk effect in zicht komt.

Individuele burgers of groepen van burgers zijn dan ook steeds vaker een onderdeel van die samenwerking. En datzelfde geldt voor slimme techniek: zonder Klik en Tik en Digisterker was het niet mogelijk om stevige digitale coalities op lokaal niveau neer te zetten. Er ontstaat een driehoeksverhouding tussen professionele partners, burgers en techniek.

Het einde van de stand-alone-bibliotheek...
Een klassieke bibliotheek die alleen het bibliotheekwerk organiseert is een organisatievorm die we steeds minder zullen zien. Als die straks nog bestaat is het bibliotheek die meerdere allianties heeft en daardoor een bouwsteentje is in een breder lokaal raderwerk om samen maatschappelijke en educatieve uitdagingen aan te gaan: iedereen geletterd, iedereen digitaal vaardig, een vangnet voor iedereen om de hoek, toegang tot relevante kennis. Deventer staat hier bijvoorbeeld nog als stand-alone-bibliotheek maar is door haar wijkwinkel-alliantie al zo'n radertje.

Maar niet het einde van de bibliothecaris
De stand-alone-bibliotheek mag misschien op zijn eind lopen maar dat geldt allerminst voor de bibliothecaris. Hoewel die wellicht vroeger tussen de kasten liep, loopt zij (en soms een hij) steeds vaker tussen allerlei organisaties en groepen burgers door. Nog altijd met informatie en kennis als belangrijke brandstof.

Toch puzzelt mij deze samenwerkingen mij nog wel. Hoe zorg je dat de horizontale lokale samenwerking en de verticale bibliotheeksamenwerking allebei goed functioneren. Welke vormen passen daar het beste bij? Het is boeiende speurtocht waar ik me tegenwoordig bijna dagelijks in begeef. Puzzelt u even mee? Ik ben benieuwd wat u allemaal tegen komt.

donderdag 8 maart 2018

Infographic over e-books in bibliotheken

De Koninklijke Bibliotheek publiceerde gisteren bijgaande infographic over e-books . Het is een mooie informatieve versie die makkelijk gebruikt kan worden in allerlei publicaties. De infographic is in verschillende formaten  beschikbaar.

De infographic is een mooie inkleuring van de statistieken die ik al eerder gaf over 2017. Zo laat het onder andere zien dat van alle accounts er 48% actief zijn en dat literatuur en spanning de belangrijkste genres zijn.

Een mooi lijstje titels
Het merendeel van de e-book-uitleningen wordt gehaald door populaire titels. Er waren bijna 10.000 titels die elk meer dan 50 keer werden uitgeleend. De overige 10.000 werden minder dan 50 keer uitgeleend. Verder vind ik de top-5 leuk om te zien. Jaren werken bibliotheken er al aan om populaire titels te 'scoren' bij de e-books en dit lijstje laat zien dat bibliotheken daar steeds beter in worden.

Iedere basisbibliotheek zijn eigen overzicht
Alles bij elkaar een mooi overzicht. Doe er uw voordeel mee. Wat ik verder nog mooi zou vinden: zouden we een PDF-generator kunnen maken die deze statistieken in deze opmaak per basisbibliotheek kan maken zoals we ook met de monitor kunnen? Ik vermoed dat veel lokale bibliotheken dat een tof idee zouden vinden.

Altijd wat te wensen, maar eerst maar eens genieten van deze aardige infographic. Ziet er goed uit!

De infographics zijn hier voor bibliotheken te vinden op MetdeKB.

zondag 4 maart 2018

Een bijzondere speurtocht naar een oorlogsdagboekje


De afgelopen week was ik een paar dagen vrij. Eén van de ochtenden daarvan bracht ik door in het archief van de Bibliotheek Deventer. Ik had al vaker het verhaal gehoord dat de oud-directeur 'mejuffrouw' Timmenga tijdens de oorlog een oorlogsdagboek had bijgehouden. Ik was benieuwd of ik die dagboeken wellicht eens zou mogen inzien.

 Ans Jolink van de bibliotheek hielp me heel behulpvaardig door het archief. Naast heel veel interessant ander materiaal - want er is veel bewaard gebleven - vonden we uiteindelijk de oorlogsdagboekjes. Keurig bewaard in een mooi doosjes.

In het doosje zaten vijf dagboekjes.Vier dagboekjes van de directeur die de periode van 1943 tot en met 1945 beslaan. Het vijfde dagboekje was niet van de directeur maar van twee leeszaal-assistentes. Deze assistentes heten Bettie de Gaay en Corrie van Ommen.

Het dagboekje van beide jongedames handelt over het wel en wee van noodfiliaal 'Jamin' van 23 februari 19450 - 14 april 1945. De 'gewone' bibliotheek aan de Brink in Deventer was beschadigd en om die reden had men drie noodfilialen. Het noodfiliaal Jamin was in de Lange Bisschopstraat, de grote winkelstraat in Deventer.


Hierboven zie je de twee laatste bladzijdes van dit dagboekje. Tussen 10 en 13 april werd Deventer bevrijd. Corrie van Ommen schrijft dan 'De twee hieropvolgende dagen hebben we het filiaal blauw-blauw gelaten en al onze aandacht besteed aan het jubelen en feestvieren in bevrijd Deventer'

En zo zijn de verhalen die je leest in het dagboekje - dat ze moesten bijhouden van de directeur - een mengeling van bibliotheekverhalen, oorlogsverhalen en gewoon bezigheden van jongedames van 20 jaar. Een woordenwisseling met klanten wordt bijna achteloos afgewisseld luchtalarm waarna weer onderling gekissebis volgt  omdat die en die dat taakje niet goed doet.

Op zoek naar de dames
Het geeft een bijzonder inkijkje en ik ben ook zeker van plan er wat meer werk van te maken. De betreffende dames zouden rond de 20 jaar moeten zijn geweest in 1945. Daarmee bestaat er een heel klein kansje dat ze nog leven. Of wellicht zijn er directe familieleden. Mijn eerste prioriteit was daarmee het vinden van de betreffende dames of directe familieleden. Ik plaatste daarvoor gisteren op Facebook en Twitter een oproep.



Nou, dat heb ik geweten. Heel veel mensen deelden het bericht: tot Youp van het Hek aan toe. En mensen gingen meezoeken. Mensen waar ik niet gelijk aan had gedacht: zoals mijn eigen zus die in een heel ander deel van het land woont. Zij wist mij al snel te melden via allerlei genealogische bronnen dat Bettie de Gaay vlak na de oorlog was getrouwd was en een aantal kinderen had gekregen. Via via kreeg ik gistermiddag zo contact met een zoon van haar. Helaas is Bettie al een tijdje overleden maar het contact is gelegd en we gaan elkaar van informatie voorzien.

Een ander verhaal is Corrie van Ommen. Op Facebook meldde de huidige directeur van de Graafschap Bibliotheken dat hij in 1977 is aangesteld door Cor van Ommen. Cor van Ommen was lange tijd samen met Lucie Mesdag directeur van de provinciale bibliotheekcentrale in Gelderland. Ook Cor is overleden en voor zover mijn informatie nu strekt was ze ongetrouwd en had geen kinderen. Het is wel frappant dat ik in dit verhaal een directeur tref van één van de vele rechtsvoorgangers van het bedrijf waar ik nu zelf werk, namelijk Rijnbrink - de ondersteuner van bibliotheken in Overijssel en Gelderland.

Ondertussen wordt op Twitter nog steeds het bericht gedeeld. Mijn eerste belang was om in ieder geval nabestaanden te vinden. Als je ergens over wilt publiceren is dat toch wel netjes. Voor zover ik nu kan overzien lijkt dat gelukt. Maar probeer een tweet maar eens te stoppen. Maar wellicht levert het nog aanvullende informatie op.

Zo ben ik nog wel op zoek naar een foto van de Jamin-zaak in de Lange Bisschopstraat of andere informatie die van belang kan zijn. Ik beloof in ieder geval dat ik weer terugkom met het verhaal. Maar daarvoor moet ik ook nog beter naar het verhaal van 'mejuffrouw Timmenga' kijken. Wordt vervolgd en het werk van deze twee dames gaat dan alsnog het licht zien.

Dank allen voor nu!

woensdag 28 februari 2018

De kantoorregels uit 1983

We blijven nog even in de geschiedenis. Ditmaal gaan we terug naar 1983 naar de Centrale BibliotheekDienst (CBD) voor West-Overijssel. Overijssel had tot 1989 twee Provinciale OndersteuningsInstellingen (POI's) voor bibliotheekwerk: één voor West-Overijssel en één voor Oost-Overijssel. In het archief stuitte ik een tijd geleden op de huisregels van deze organisatie van 1983.

Ik kan u vertellen: het is negen pagina's vermakelijk proza waarin de we de kantoorregels van begin jaren '80 terug zien.

Steeds wisselend personeelsbestand
In inleiding wordt geschreven:


Met zo'n inleiding ben ik al weer bij de les. Want wat heeft ten grondslag gelegen aan het feit dat deze regels moesten worden aangetrokken: hadden nieuwe medewerkers gedrag laten zien dat niet bij het bedrijf hoorde? Feit is dat het bibliotheek tussen 1975 en 1983 explosief groeide. Ook het personeel bij provinciale instellingen zal gegroeid zijn. De herindeling van de centrale kan goed te maken hebben gehad met groei van de organisatie.

Over lunch en buitentemperatuur




Lunchen deed men tussen 12.30 en 13.00 uur. Geen discussie over mogelijk. In één van de vorige regels werd nog gemeld dat men zulke flexibele werktijden had. En dat zag er ook wel modern uit. Dat gold blijkbaar niet voor de lunch.

Bij warm weer was het geoorloofd om een tropenrooster te draaien. Ik vind die 25 graden trouwens nog best snel trouwens. Maar geloof  maar dat er gediscussieerd of het 25 of 30 graden moest zijn. Bibliobussen kenden overigens nog lang de regel dat de bus boven een bepaalde temperatuur niet reed. In de bibliobus werd het simpelweg te warm om nog fatsoenlijk te werken.

De laatste regel ken ik nog uit mijn eigen begintijd bij de Overijsselse BiblitoheekDienst (OBD), één van de rechtsopvolgers van de CBD. Bij de telefoniste lag een dagagenda en daar schreef je op dat je afwezig was door werk in de buitendienst of dat je op vakantie was. Die faciliteit is vervangen door digitale agenda's.

Bureautaken
Het meest vermakelijke hoofdstukje is misschien wel over bureautaken.


Privé bellen mocht, maar moest wel via een apart telefoontoestel in de gang bij personeelszaken. Even naar huis bellen vanaf je eigen toestel was blijkbaar niet de bedoeling. Overigens betaalde je natuurlijk voor zo'n belletje.... Net als voor de kopieën. In een tijd met mobiele  telefoons en whatsapp zijn deze afspraken van nog maar dertig jaar geleden al ongeveer antiek.

Blijkbaar hielden collega's elkaar nog wel eens van het werk (what's new?) want er wordt gevraagd collega's alleen te storen als het om werkzaken gaat. Dit samen met de regels rond het telefoongebruik was het blijkbaar vooral zaak om werk en privé flink gescheiden te houden.

Stapels met boeken of cataloguskaartje mocht je niet zo maar laten slingeren. Altijd een briefje erop van wie het is en wat er mee moet. Je mocht eens ziek worden en een ander moest het overnemen. In combinatie met de allereerste opmerking:  'het steeds wisselende personeelsbestand' kon het blijkbaar nog wel eens zo zijn dat een medewerker plotseling een nieuwe functie had en oude stapels achter liet.

Wat de functie van regel 4.5 is - gebruik de juiste formulieren - is een raadsel.  Blijkbaar was er soms discussie over welk formulier en welke procedure er moest worden gevolgd.

 Timmer niet zelf 



Ook artikel 6.4 spreekt tot de verbeelding: Gij zult niet timmeren of zelf verbouwen. Waren er medewerkers geweest die zelf alvast waren begonnen met het inrichten van hun kantoor en dat iets te ingrijpend hadden opgepakt? Of was er een overijverige conciërge die vooral zijn eigen werk wilde bewaken?

Gedragsafspraken



Hoofdstuk 7 gaat over gedragsafspraken. Daar zitten een paar juweeltjes tussen. Koffie, thee en melk waren streng gereglementeerd. Toen ik in 1998 bij de OBD begon werd daar net de koffiejuffrouw afgeschaft die een ronde maakte met koffie door het gebouw. 

Artikel 7.4 zal ook menig wenkbrauw doen fronsen: geen kinderen mee naar het werk. Ik vermoed dat dit een regel is die komt uit de tijd dat kinderopvang nog niet bestond. Zorgtaken lagen meer dan nu bij de vrouw en daar bibliotheekwerk veel vrouwen kent, zou dit nog wel eens kunnen zijn voorgekomen dat er kinderen mee kwamen. Overigens stonden kinderen in de notitie in dezelfde rang als huisdieren.... alleen als de directie het toestond mochten ze mee. 

Ook artikel 7.8 is een mooie: help  om negatieve publiciteit te voorkomen. Ik zou zeggen: help met goede publiciteit maar alles in het stuk ademt nog dat personeel 'iets was was je in toom moest houden'.  

En vrij met je verjaardag....
En tot slot: een relikwie dat ik zelf nog één keer heb meegemaakt want de regel werd in 1999 of 2000 geschrapt: 


Je hoefde dus maar een halve dag te werken op je verjaardag. In de middag was je lekker vrij. Wat overigens weer discussie opriep bij de part-timers. Die waren al vrij op hun verjaardag en die vonden dat ze die halve dag dan wel weer ergens anders in de week mochten 'terug pakken'.  Het ene hoofd stond dit wel toe en de andere niet.  Dat was natuurlijk de dood in de pot. 

Een mooi inkijkje in de regels van 30 jaar geleden. Een tijdperk met nauwelijks computers, waarbij werk-spullen en privé-spullen strikt gescheiden waren en waar op elke stapel een briefje hoorde. En natuurlijkboven de 25 graden een tropenrooster. 

Wie het hele handboek wil hebben, kan het hier downloaden.

donderdag 22 februari 2018

De minister-president spreekt de bibliotheken toe


Het komt zelden voor dat de minister-president zich bemoeit met openbare bibliotheken. Een minister of staatssecretaris zien we nog wel eens maar een minister-president? Nee. Eén van die unieke momenten was er echter in 1975 toen minister-president Den Uyl het bibliotheekwerk toesprak. De reden was de installatie van de Bibliotheekraad die weer gelieerd was aan de bibliotheekwet die werd ingevoerd in 1975. Het Rijk nam het heft in handen als het ging om bibliotheken. Overal moest het gelijke recht op informatie komen.

Het is bijzonder om delen van zijn toespraak in het huidige licht nog eens terug te lezen. Contouren van de moderne maatschappelijke educatieve bibliotheek komen voorbij: bibliotheek op school een leven lang leren en informatievaardigheden.  En tegelijkertijd: het geloof in de maakbaarheid van de samenleving door oprichting van allerlei instituten was enorm.

Lees nog eens mee wat hij die ochtend vertelde.

Over spreiding van kennis
Over waarom hij de zaal toespreekt die ochtend:
"Het eerste argument is dat de minister-president van een regering dei spreiding van inkomen en macht als doelstelling heeft aanvaard, niet heen kan om de spreiding van kennis. En met die spreiding van kennis heeft het bibliotheekwezen alles van doen"

"De overheid die lezen bevordert, een overheid die het bibliotheekwezen in belangrijke mate financiert, hanteert een tweesnijdend zwaard. Ik heb de revolutie van het midden van de zestiger jaren nooit los kunnen zien van de verbreding van het algemeen vormend onderwijs, het opbloeien van het bibliotheekwezen, zoals die in de na-oorlogse periode zijn beslag kreeg. Het verstrekken van informatie is geen vrijblijvende bezigheid. Kennis wordt gebruikt ten goede en ten kwade. Spreiding van kennis is allerminst een garantie voor het rustig houden van de maatschappij. Ik zou willen zeggen het tegendeel. Toch kiest het kabinet, toch kiest de regering voor een actief informatiebeleid, voor spreiding van kennis. Maar juist omdat kennis en informatie niet alleen gebruikt maar ook misbruikt kunnen worden, daarom moeten aan het overheidshandelen op dit terrein twee eisen worden gesteld. In de eerste plaats dient de overheid het gelijke recht van een ieder op informatie te verwerkelijken en in de tweede plaats moet de overheid zo goed mogelijk waken voor de veelvormigheid en de compleetheid van de informatie, als u wilt met de term die ik ontleen aan het onderwijs, waken voor de de deugdelijkheid van de informatie. Dat zijn e twee centrale uitgangspunten die de regering hanteert waar het gaat om de spreiding van kennis."

"Wel nu, mijn basisstelling van vanmorgen is dat dat zo gemakkelijk gesloten circuits van kennis, macht, inkomen en bezit doorbroken kan en moet worden door een doelbewust proces van informatie en educatie. Noodzakelijke voorwaarde voor spreiding van kennis is spreiding van educatie en informatie, het scheppen van concrete mogelijkheden voor vrije toegang tot gegevens en feiten en het zelfstandig en kritisch leren omgaan met beschikbare informatie.
Fundament daarvoor wordt gelegd in de vroegste kinderjaren en in de eerste schoolperiode, de jaren van basis-, het funderend onderwijs. Verruiming van scholingsmogelijkheden en grotere toegang tot informatie zal juist ten goede moeten komen aan diegenen die tot dusver nog zo weinig deelden in de spreiding van kennis, de mensen in de achterstandssituaties."

Contributievrijdom, bibliotheek op school en een Leven Lang Leren
"Het is die achtergrond ook die ertoe heeft geleid dat de bibliotheken gratis toegankelijk zijn gemaakt voor jongeren tot 18 jaar. De gunstige invloed van de contributievrijdom blijkt uit, ik neem een voorbeeld,  de cijfers van het filiaal Diemen van de openbare bibliotheek van Amsterdam, waarin in  1972 de contributievrijdom werd ingevoerd. Dat was in 1974 98,5 procent van de jongeren tussen 14 en 17 jaar ingeschreven en van de nog jongere groep bijna 74 procent. Dat betekent praktisch een verdubbeling ten opzichte van het laatste jaar 1971 van voor de invoering van de contributievrijdom. Aan de vorming van jonge mensen die zelf de informatie die ze willen hebben weten op te zoeken en te vinden dragen uiteraard ook de schoolbibliotheken en de school-documentatiecentra bij. Een goede relatie tussen school en openbare bibliotheek heeft ertoe bijgedragen den in '74 van het totaal aantal ingeschreven lezers bij openbare bibliotheken van 2,3 miljoen ongeveer de helft tot de jeugd behoort, hoewel het aandeel van de jeugd in de totale bevolking maar een derde is. Jongeren gaan meer naar de bibliotheek dan ouderen vandaag de dag.
Voor wie jong heeft geleerd bibliotheken en centra voor documentatie als verschaffers van informatie te gebruiken en te hanteren, i shet in latere jaren ook geen probleem meer om gegevens en informatie te verkrijgen op het terrein van de de vorming en ontwikkeling voor volwassenen. Voor de concretisering van de voornemens die ik zoëven schetste, wordt gewerkt vanuit het principe van durende vorming. Ik heb begrepen dat dit zo langzamerhand de standaardterm is voor het levenslange leren."

Over-informatie en informatievaardigheden
"De bibliotheek is geworden tot een kanalisator van een overstelpende informatiestroom. Een zelfstandig vak, een eigen wetenschap met een eigen object van onderzoek, met eigen methoden en technieken. In toenemende mate dringt zich de vraag op of in de het bijzonder aan de bibliotheek niet de taak is gegeven en behoort te worden gegeven om een dam op te werpen tegen de de over-informatie. De informatie-explosie heeft immers in vele opzichten geleid tot een over-informatie die in de samenleving een permanente ruis veroorzaakt waarin niemand meer iets kan horen. En de zin van informatie is dat informatie begrepen en gehoord kan worden."

Over een landelijk bibliotheeksysteem
"Nog een andere opmerking. Het principe van de durende vorming, de education permanente, het levenslange leren, vraagt dat er voor iedereen gedurende zijn hele leven studiemogelijkheden, dus mogelijkheden tot het verwerven van informatie aanwezig, bereikbaar en toegankelijk zijn.  ... Voor het tot stand brengen van spreiding van kennis en gelijke kansen op toegang tot informatie is het nodig dat het bezit van grote informatiecentra zoals b.v. de universiteitsbibliotheken ook duidelijk toegankelijk is. Dit zou wellicht kunnen worden bereikt via een samenhangend bibliotheeksysteem dat in vloeiende lijn alle literatuur in Nederland bereikbaar en toegankelijk maakt en mogelijkheden biedt om ook de grote buitenlandse centra te benutten. Uiteraard gaat het daarbij om een toegankelijkheid in dubbele zin. Aan de ene kant de ideële toegankelijkheid die niemand uitsluit, aan de andere kant een technische toegankelijkheid waarvoor de ontwikkeling van goede, eenvoudig hanteerbare catalogusapparaten van wezenlijk belang is."

Stevige visie in een eigen tijdsbeeld
Het blijft vermakelijk om zo af en toe terug te duiken in de tijd. Wat een stevige visie liet de minister-president hier zien! Hij had een beeld van hoe hij Nederland verder wilde helpen en liet bibliotheken hier op een stevige rol in spelen.  En tegelijkertijd: Den Uyl was een kind van zijn tijd met woorden van die tijd. Industrieën gingen failliet en de kennissamenleving kwam op. Er waren arbeiders 2.0 nodig die meer konden dan alleen met hun handen werken.

1975-2015:  Ingevoerd, afgeschaft en weer ingevoerd
De bibliotheekwet werd ingevoerd, het aantal vestigingen explodeerde en jeugdleden stroomde massaal toe. Tot begin jaren '80 er toch zware bezuinigingen volgden en bibliotheken via de Welzijnswet toch weer volledig naar de gemeentelijke verantwoordelijkheid gingen. In 2015 werd de bibliotheekwet weer ingevoerd maar nu als 'stelselwet'. Een wet waarin de gelaagdheid werd benadrukt en het samenspel de benodigde kracht moest opleveren.

Een speech voor Mark Rutte?
Ziet u Mark Rutte het bibliotheekwerk al toespreken? Waarom niet eigenlijk? Hij zou kunnen ingaan op de grote problemen die laaggeletterdheid bieden. Problemen die mensen hebben als geen formulieren kunnen invullen of niet met computers over weg kunnen. En dat bibiotheken daar als een spin in het web samen met allerlei partners zouden kunnen functioneren. Jos Debeij verteld op de Digisterkerdag over een pact om 1.000.000 burgers over de digitale kloof te helpen. Zou mooi zijn als we Mark Rutte zo ver zouden kunnen krijgen. Ik acht de tijd er overigens wel rijp voor. Uiteraard zouden we nu niet pleiten voor nog meer instituten maar voor meer samenwerking tussen professionele partners en burgerkracht. En dat dan weer gecombineerd met slimme technologie.

Zo heeft elke tijd zijn vorm. Maar de richting lijkt onveranderd: mensen op weg helpen in de samenleving.

De tekst en foto's komen uit het boek "10 jaar Bibliotheekraad 1975-1985", 1986 en komt uit de collectie waar ik eerder over schreef met bibliotheekadvertenties en de handleiding voor het leenverkeer in 1972 

maandag 19 februari 2018

Wel bezuinigd op collecties maar niet minder titels.... zelfs meer!



Er wordt flink bezuinigd op collecties maar dat leidt niet tot verschraling van collecties. Sterker nog: collecties krijgen wel minder exemplaren maar meet titels! Dat is een conclusie die je zou kunnen trekken op basis van bovenstaande grafiek.

Naar aanleiding van mijn vorige blog over de daling van aantal boeken in de bibliotheken meldde Elma Lammers van de Koninklijke Bibliotheek iets interessant bij de opmerkingen: 
"Nav het Gezamenlijk Collectieplan en de herijking van de plusfunctie onderzocht Maurits van de Graaf ook de omvang van de OB-collecties. We zagen toen dat de OB-collecties in 2017 (peildatum 1/1) qua aantal beschikbare exemplaren met 2,8% zijn gekrompen tov een jaar eerder, maar dat het aantal beschikbare titels juist 3,7% is gestegen. Totale omvang neemt dus af, maar het aanbod is wel meer divers. Te wijten aan het beter op elkaar afstemmen van collecties dmv o.a. gezamenlijk collectioneren?"
Het onderzoek van Maurits van der Graaf is nog niet gepubliceerd maar Elma verwees mij naar Johan Stapel (uiteraard Johan, wie anders) die hier de cijfers voor aanleverde. De cijfers die Johan mij verstrekte zijn medio vorig jaar al verspreid op Biebtobieb (helaas alleen voor bibliotheekmederwerkers).

4,0% meer titels, 2,7% minder exemplaren
In mijn eigen telling van cijfers kom ik tot 4,0% meer titels en 2,7% minder exemplaren in het jaar 2016. Flevoland spant de kroon met een stijging van het aantal titels met 5,9%. Utrecht volgt met 5,8%. Groningen en Friesland sluiten de rij met een stijging van 1,1% en 1,3%.

De telling is een titel- en exemplarentelling uit de NBC+. Dat betekent dat op 1-1-2016 en 1-1-2017 is gekeken hoeveel titels elke bibliotheek had en hoeveel exemplaren. In totaal waren er zo'n 13 miljoen titels en zo'n 27,5 miljoen exemplaren. Die 27,5 miljoen is dus de totale collectie die bij Nederlandse openbare bibliotheken aanwezig is. In werkelijkheid zijn er echter niet 13 miljoen unieke titels. Dat zal veel lager liggen. Bij elke bibliotheek wordt het aantal titels geteld en niet gekeken naar overlap met andere bibliotheken. De wiskundigen onder u hebben al door dat hiermee er theoretisch gezien er een kleine kans dat het totaal aantal titels in heel Nederland gedaald is als men meer dezelfde titels is gaan kopen. Maar ik vermoed eerlijk gezegd van niet.

De situatie in Groningen
Tja, en dan nog het bijzondere Groningen. Waar het aantal exemplaren gewoon met 10% stijgt. Zijn daar werkelijk zoveel meer boeken? Ja, maar het ligt iets anders dan de kale cijfers doen geloven. Er wordt namelijk nog aan de NBC+ gesleuteld waardoor soms ook deelcollecties nog worden ingelezen. De opmerkelijke stijging van Groningen in aantal exemplaren - een kleine 100.000 boeken en andere media - heeft te maken met het feit dat nu ook schoolbibliotheken worden gekoppeld aan de NBC+.  Reken maar even mee. Groningen heeft een kleine 100 schoolbibliotheken met gemiddeld 6 boeken per leerling en 225 leerlingen per school. Voila, daar zijn de ruim 100.000 boeken. Ook in Groningen zullen in de vestgingen de collecties kleiner worden. Maar ook hier, meer titels. 

Doen we het beter?
Elma hint in haar opmerking dat de betere titeldekking te wijten zou kunnen zijn aan betere afstemming door centraal collectioneren waardoor efficiënter met verdubbeling van het aantal exemplaren in een provinciaal netwerk zou kunnen worden omgegaan. Het zou kunnen maar dat verhaal kun je op basis van deze cijfers denk ik nog niet hard maken. Daar is meer onderzoek voor nodig.

Wel verkleining, geen verschraling
Genoemde cijfers lijken er in ieder geval op te wijzen dat verkleining van collecties niet ten koste gaat van de breedte van de collecties. Wel een verkleining maar geen verschraling. En dat is denk ik een compliment waard aan de collectioneurs!

woensdag 14 februari 2018

Hoe de collectie uit de bibliotheek sluipt...



1,4 miljoen media minder in twee jaar tijd
Een paar dagen geleden kreeg ik van Johan Stapel van de Koninklijke Bibliotheek een overzicht met tellingen van aantallen titels uit de NBC+. Kort door de bocht: hoeveel boeken (en andere media) heeft elke bibliotheek. De telling ging over februari 2016 en februari 2018. In 2016 kenden de gezamenlijke openbare bibliotheken nog 28,2 miljoen items. Twee jaar later zijn dat er nog 26,8 miljoen. Een kleine 1,4 miljoen minder. In twee jaar tijd is de collectie  5,1% kleiner geworden, een kleine 2,5% per jaar.

In bovenstaande landkaartje heb ik aangegeven hoe elke provincie in dat overzicht scoort. Als u met de muis over landkaart gaat, ziet u de exact stijging of daling in procenten in deze periode. De verschillen zijn opvallend. De meest opvallende is Groningen die een stijging laat zien van bijna +10%. Groningen heeft in de afgelopen tijd ook de boeken die zij gebruiken bij de bibliotheek op school toevoegd aan de NBC+. Daar zit dus de collectiestijging.

Verder zien we in Drenthe een flinke daling en die zit eigenlijk bij alle bibliotheken in die provincie. Midden en Zuid Nederland kennen het mild collectieklimaat met hier een daar nog opvallende stijgers zoals Den Bosch. Hoewel ik me ook daar kan voorstellen dat dit met collecties van schoolbibliotheken te maken heeft.

Het westen van Nederland scoort iets bovengemiddeld met zo'n 7 à 8% teruggang. Als ik door de cijfers kijk zie ik dat ook veel Plusbibliotheken thans hun collecties laten krimpen, zij het vaak lichter dan het landelijk gemiddelde.

Tot slot is mijn indruk dat kleine bibliotheken op dit moment hun collectie harder laten teruglopen dat grote bibliotheken. Bekend is dat kleine bibliotheken vaak een relatief grotere collectie hebben en daardoor nu harder zakken. Maar het kan ook een effect zijn van de vaak zwaardere bezuinigingen op het platteland dan in steden.

Is het erg?
Is het erg dat de collecties kleiner worden? Tja, daarover zullen de meningen verschillen maar wil de omvang van de collecties relateert aan hoeveel er geleend wordt kan even kijken naar de ontwikkeling van de uitleningen in de afgelopen jaren.


Bijgaande cijfers komen uit de statistieken van het CBS en laten zijn dat we jaren achter de rug hebben waarbij landelijk gezien het aantal uitleningen zo'n 3% tot bijna 9% per jaar terugliep. Als de uitleningen met deze percentages teruglopen zou je kunnen zeggen dat je ook je collectie mag verkleinen. In die zin is de teruggang die we op de kaart zien nog mild te noemen. In 2015 en 2016 tezamen liepen de uitleningen met ruim 9% terug. Terwijl de collectie dus slecht met 5% verkleind werd.

Bovenstaande cijfers sluiten aan bij eerder onderzoek dat ik deed naar het gerucht dat bibliotheken louter nog aan rendementsdenken zouden doen als het gaat om collectievorming. Ook toen zagen we dat er een groter vraaguitval was in uitleningen dan teruggang in collecties.

Van lenen naar programmeren
Er is nog een reden waarom het niet zo erg is dat de uitleningen dalen. En dat is dat bibliotheken bezig zijn met een stevige transformatie. Van lenen naar programmeren.

Eerder publiceerde ik bij de cijfers over 2015 al eens dit overzicht van activiteiten in bibliotheken.


In totaal organisseerden de bibliotheken in 2015 zo'n 78.000 activiteiten. Dat betekent ruim 500 activiteiten per bibliotheekstichting per jaar. Bij elke stichting zijn er elke werkdag dus meerdere activiteiten.

Mens volgt werk
En dat bracht mij bij weer een andere klus waar ik mee bezig ben: een samenwerking tussen drie bibliotheken in Overijssel. Bij het op een rijtje zetten van die organisaties brachten we ook in beeld hoeveel personeel er nog nodig was voor de traditionele uitlening (de publieksdienst) en hoeveel personeel er nu al werkt aan al die maatschappelijke en educatieve programma's.

Dat leverde het volgende beeld op.


Wie denkt dat 80% van onze middelen nog in de klassieke bibliotheek zit, komt bedrogen uit. In deze situatie houden de publieksdienst en de programma's elkaar nog net niet in evenwicht. De grotere bibliotheek bij deze drie had al een 50%/50% tussen publieksdienst en programma's. Het aantal leesconsulenten, onderwijsspecialisten en taalhuiscoördinatoren groeit als kool.

Conclusie: bibliotheken zijn stevig de bakens aan het verzetten. En die transformatie is misschien al wel verder dan je denkt.

In 2030 stoppen we met uitlenen?
De fysieke collectie sluipt via de voordeur de bibliotheek uit. Maar de programma's komen er via de achterdeur stevig voor in de plaats.

Blijft die collectie? Met dit tempo in dalende uitleningen en slinkende collectie, zal tussen 2030 en 2035 de fysieke uitlening stoppen. Dat is nog drie beleidsplannen vanaf nu. Als ik bovenstaande bekijk kan ik me er ten dele wat bij voorstellen. En ten dele ook niet.

Anders leren lezen
Misschien is één disruptieve anekdote nog interessant in dit opzicht. Mijn dochter van 11 kijkt soms Engelse films zonder ondertiteling. Nee, ze snapt niet alles maar ze heeft  in haar leven al zoveel Engels gehoord via YouTube en Netflix dat ze ondertussen qua luistervaardigheid veel films kan volgen. Zo leren kinderen dus tegenwoordig. En vraag in uw eigen omgeving maar eens na of er jongeren gamen met andere jongeren in het buitenland.... Die praten via headsets allemaal Engels met elkaar. Op hun niveau en gebied weliswaar maar toch.  Wie ergens goed in wil zijn, moet veel tijd investeren. En hoe laat je mensen dat tegenwoordig doen? We leren anders dan vroeger. En wat betekent dat voor lezen? En wat betekent dat voor bijvoorbeeld bestrijding van laaggeletterdheid. Zetten we wel de juiste middelen in?

De collectie sluipt de bibliotheek uit. Met tedere gevoelens nemen we afscheid maar vol vertrouwen kijken we naar de toekomst.

maandag 5 februari 2018

Bibliotheekstatistieken uit 1868



Veel openbare bibliotheken komen voort uit de leeszaalbeweging die begin 20e eeuw furore maakte. Veel bibliotheken zijn thans dan ook rond de honderd jaar oud. Wat we wel eens vergeten is dat er ook voor die leeszaalbeweging al (semi-)openbare bibliotheken waren. Er was in de 19e eeuw een groot netwerk van Volksbibliotheken die werden onderhouden door de Maatschappij tot Nut van het Algemeen. Het waren en vele honderden!

Bijgaande plaatje komt uit het jaarboek van het nut over 1868 en 1869. Het is open op internet te vinden (lees vanaf pagina 43).  Vele pagina's met bibliotheekstatistiek. Drachten had bijvoorbeeld 355 leden, Deventer 250 en Elburg 34.

Het aantal uitleningen verschilde evenzeer als het aantal leden. Wie door de lijst heen kijkt ziet dat de volksbibliotheken gemiddeld zo'n vijf uitleningen per lid deden. Maar er waren ook wel uitschieters zoals Edam in deze lijst: met 197 leden toch zo'n 2.918 uitleningen halen.

De boekerijen waren blijkbaar niet al te veel open gezien de opmerking dat ze slechts wekelijks of tweewekelijks open waren. De leentermijn bedroeg maximaal twee weken. Ook wel mooi is de opmerking van de bibliotheek in Diemen (met 41 leden) waar de leentermijn afhankelijk was van de dikte van het boek. Voor elke 100 bladzijden krijg je acht dagen de tijd.

Van bibliotheek naar leeskamer
In het algemene jaaroverzicht van de maatschappij worden de volksbibliotheken nog een keer genoemd met een bijzonder ontwikkeling.


De ontwikkeling van de leeszaal - een plek om rustig te lezen - werd geïntroduceerd. Goes, Woerden en Zutphen hadden er al één. Het hoofdbestuur zag graag wat meer navolging hiervan en verstrekte hier een subsidie voor. Blijkbaar was er nog niet zo heel veel animo voor. Wel bijzonder dat men hier de leeszaal al zo introduceert, vele decennia eerder voordat de leeszaalbeweging opkomt.

Nog immer actueel
Als inleiding op deze statistieken in het jaarboek worden enkele zinnen gewijd aan de Volksleesbibliotheken in het algemeen:
'Het veelzijdig nut van wélingerigte Boekerijen ten dienste van mingegoeden, die zelve geen boekwerken - kunnen bekostigen, is te zeer erkend, om nog betoog te behoeven. In de maatschappelijke zámenleving, waar men er prijs op stelt .niet slechts enkele individu's , maar alle zamenlevenden tot een zekeren graad van ontwikkeling en kennis te laten komen' 
Ware het niet dat we niet meer alleen voor 'mingegoeden' werken, zou je kunnen stellen dat deze zinnen nog onverminderd voor openbare bibliotheken gelden.

donderdag 25 januari 2018

Bibliotheekadvertenties uit 1962: een vijfdaagse werkweek als unique selling point


Ik stuitte op een leuke hoeveelheid oude bibliotheekadvertenties uit 1962. Zoals deze: een oude personeelsadvertentie voor een bibliotheekambtenaar in Friesland. Diploma van de Centrale Vereniging vereist. Het salaris conform wat toen gangbaar was. Er was al sprake van salarisschalen. De AOW-premie kennen we ook nog steeds maar de huurcompensatie zijn we kwijt. Bijzonder is dat gemeld wordt dat het om een vijfdaagse werkweek gaat. Andere advertenties uit die tijd laten dat achterwege. Dat betekende dus een vrije zaterdag. Die was in 1960 bevochten door de vakbonden en werd sinds die tijd geleidelijk ingevoerd. Bibliotheken zullen hebben geprofiteerd van die vrije zaterdag: mensen kregen in één keer meer tijd voor recreatie en hobbies. Het lezen zal daar sterk door gestegen zijn.

Uit de oude doos: 37 vacatures
Een tijdje geleden meldde ik al dat ik een paar dozen met oude boeken over bibliotheken had ontvangen van Henk Middelveld, de voormalige directeur van de Overijselse Bibliotheek Dienst. In die doos zat ook een nummer van het tijdschrift Bibliotheekleven uit 1962. Inhoudelijk zal ik later nog wat meer vertellen. Nu even lekker advertenties lezen. Want geloof het of niet: er staan maar liefst 37! vacatures in dit tijdschrift... De arbeidsmarkt stond duidelijk onder druk.

Een flinke assistent(e)
Ook de voorloper van de organisatie van Henk Middelveld adverteerde in het nummer. Zij zochten een flinke assistent(e).


Zo'n assistent gaf dus leiding aan meerdere filialen en mocht en passant ook nog deelnemen aan het cataloguswerk. Er werden overigens veel assistenten gezocht. Nooit een bibliothecaris overigens maar altijd een assistent. Wie een assistent zocht, leek eigenlijk een bibliothecaris te zoeken als ik het zo lees. 

Werkende vrouwen


Bijzonder vond ik ook wel deze advertentie. Een gehuwde vrouw van 37 biedt zich aan voor een part-time baan. Dat is om twee redenen opvallend. Op de eerste plaats staat bij de reguliere banen nooit het aantal uur. Dat doet vermoeden dat het om allemaal full-time banen gaat. Iemand die zich part-time aanbiedt is daarmee al een uitzondering. Het tweede is echter dat het om een gehuwde vrouw gaat. Veel vrouwen stopten in die tijd met werken als ze trouwden. Tot 1956 werden getrouwde vrouwen zelfs nog als 'handelingsonbekwaam' beschouwd. Ze mochten niet zelfstandig een bankrekening openen of zonder toestemming van haar man geld opnemen van een bankrekening. Tot ver in de jaren zestig moest je bij veel beroepen stoppen met werken als je trouwde. Deze advertentie is dus een feministisch statement. 

Buitendienst
Ook een functie uit mijn eigen werkgebied: die voor functionaris in de buitendienst voor het plattelandsbibliotheekwerk in Gelderland.


Het lijkt een beetje te gaan om de voorloper van de regio-directeuren. Ware het niet dat er 'slechts' een middelbare schoolopleiding wordt gevraagd. Helder is dat het vooral een organisator moest zijn met goede sociale vaardigheden. Bijzonder is wel dat er genoemd wordt dat er een psychotechnisch onderzoek zal worden gedaan. De voorloper van het assessment!

Boeklon!
Naast personeelsadvertenties staan er ook een paar advertenties in die gaan over bibliotheekproducten. Veel oudere bibliotheekmedewerkers zullen een kreet van herkenning slaken.


Ik heb er zelf nooit meer echt mee gewerkt maar in Deventer hadden we begin jaren '90 nog een kleine afdeling waar boeken hersteld werden en boeken die we los inkochten nog gekaft werden. Met boeklon inderdaad. Kilometers boeklon moet het bibliotheekwerk per jaar verslonden hebben.

Het kopieerapparaat



Ik vermoed dat dit wel één van de eerste versies van het kopieerapparaat zal zijn. Ik herinner me uit mijn jeugd in de 70-er jaren dat kopiëren altijd op speciaal papier moest dat langzaam vervaagde. Een proces dat we later bij faxen nog zagen.

Andere tijden, terug naar de onze...
'Andere tijden, terug naar de onze', dat is de zin waar Hans Goedkoop altijd mee afsluit bij zijn serie 'Andere tijden'. Nederland blaakte van groei, er werden grenzen verlegd in het feminisme, er kwam meer vrije tijd en nieuwe technische middelen zoals het kopieerapparaat gingen ons leven aangenaam maken. Dat alles was terug te zien in de advertenties van een bibliotheektijdschrift. Nu lezen we onze vacatures via internet op de site van Culturele Vacatures. En wat zien we? Het merendeel is part-time. De assistent heeft plaatsgemaakt voor de leesconsulent en de taalhuisspecialist. Vrouwen stoppen niet meer bij hun trouwen, we vragen ons nu af of onze toiletten niet genderneutraal moeten worden. Het kopieerapparaat staat er nog steeds maar wordt minder gebruikt dan vroeger. En die catalogusafdeling? Met een lampje zijn ze nog te vinden, vaak verstopt ergens achter het social media team.


zondag 21 januari 2018

Fake-nieuws uit 1831

Kent u de uitdrukking: 'Dan liever de lucht in!'? Hij wordt toegeschreven aan Jan Carel van Speijk, die zijn kannoneerboot voor de kade van Antwerpen de lucht in liet vliegen omdat hij overmeesterd zou worden door opstandige Belgen. In Nederland werd zijn dood als een heldendood omschreven, er kwamen monumenten en er zou tot in eeuwigheid een marineschip zijn dat zijn naam draagt. En dat laatste is inderdaad nog het geval?

Maar was Van Speijk een held? Het antwoord is  vele malen 'nee' en  zijn actie voor de kade van Antwerpen was geen heldendaad. Deze opmerkelijke conclusie is te lezen in het boek 'Liever niet de lucht in' van maritiem historicus Ronald Prud'homme van Reine. Ik las dit boek over de bizarre geschiedenis van Van Speijk met groot genoegen.

Van Speijk was een wees met een grote hunkering naar erkenning die depressieve stemmingen had.Door bij de marine te gaan kon hij zich ontworstelen aan het arme bestaan op de wal. Door promotie was meer sociale mobiliteit mogelijk. Zijn grote voorbeeld was Michiel de Ruijter, die net als hij als arme sloeber opklom op de sociale ladder.

Het verhaal
Na ingezet te zijn in Nederlands Indië wordt hij naar de Belgische opstand gestuurd. De Schelde naar Antwerpen wordt door de Nederlanders afgesloten en bewaakt om de Belgen economisch te treffen. Van Speijk is als luitenant verantwoordelijk voor één van de kannoneerboten. In de winter van 1831 ligt er veel ijs op de Schelde en is er weinig activiteit. Als de Schelde toch enigzins bevaarbaar is, is Van Speijk één van de eersten die graag weer aan de slag wil. De boten zijn zeilschepen die lastig te besturen zijn op de rivieren. Hij drijft daardoor naar één van de kades waar de Belgen zich verzamelen om oproer te kraaien.

Het verhaal gaat dat de Belgen het schip bestormen, de Nederlandse vlag neer halen en dat dat het moment is dat Van Speijk beslist het schip niet in Belgische te laten vallen: 'Dan liever de lucht in'.


De feiten
Prud'homme van Reine analyseert de feiten en komt tot een aantal conclusies. Op de eerste plaats laten de historische feiten zien dat de Belgen die op het schip kwam geen oproerkraaiers waren maar leden van het Orangistische vrijkorps die juist bescherming wilden bieden. Het feit of de vlag werd neergehaald wordt niet bewezen geacht.

Op de tweede plaats laat hij zien hoe zijn commandanten Koopman en Chassé dit feit snel verdraaien tot een heldendaad en het op die wijze naar buiten brengen. Zij konden zich geen slecht nieuws veroorloven omdat ten koste zou gaan van de middelen die aan deze oorlog werden besteed. Want om eerlijk te zijn: er stierven meer Nederlanders dan Belgen bij deze actie en een kostbare boot van de toch al kleine marine ging naar z'n grootje. Prud'homme laat zien hoe met name commandant Koopman de media bespeelt en zelfs onder een hoedje lijkt te hebben gespeeld met een aantal kranten.

Op de derde plaats tekent Prud'homme het karakter van Van Speijk: onberekenbaar, driftig, halsstarrig en een neiging tot depressie. Van Speijk was al voor eerder inzet in het leger in de Willemsorde verheven. Hij leek koste wat het kost zijn inzet voor de Nederlandse koning te willen bewijzen. Chassé had in eerdere toespraken al vermeld dat men bereid moest zijn liever het leven en het schip op te geven dan om de Nederlandse vlag in handen van de vijand te laten vallen.

Fake-nieuws
De heldendood van Van Speijk was fake-nieuws in 1831. De feiten werden verdraaid in het voordeel van de Nederlanders. Met name de analyse van al die heldenverering - er zijn veel publicaties en schilderijen over gemaakt - is uiterst vermakelijk. Van Speijk kreeg een praalgraf in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, vlakbij het praalgraf van Michiel de Ruijter, zijn grote held.

Prud'homme herschrijft bijna 200 jaar na dat Van Speijk de lucht in ging de geschiedenis. Hij deed dat met een onnoemelijke hoeveelheid archiefmateriaal. Het bewijst eens te meer de kracht van informatie zoals we die heden ten dage kennen.

Zou er in deze tijd weer een Van Speijk kunnen zijn? Ik bedoel dan in de zin van dat overheden of media moedwillig een ander verhaal laten zien dan de werkelijkheid? Ja, ik denk zeker dat je zelf nog flink moet blijven nadenken. Een actueel boek daarover is bijvoorbeeld 'Het zijn net mensen' van Joris Luyendijk. Krijgen we dan alles te zien of krijgen we te zien wat we moeten zien?

Fake-nieuws is niets nieuws.

Wie het boek wil bestellen bij de bibliotheek, kan dat hier doen.

maandag 15 januari 2018

Alle ebook-statistieken over 2017 en drie top-10's!


Zo daar ben ik weer. Vorige week publiceerde ik al vlot en vluchtig twee grafieken over de ebook-cijfers van bibliotheken. Ik publiceer die twee grafieken hier ook nog een keer om een totaaloverzicht van alle ebook-statistieken bij elkaar te hebben. En verderop nog een paar top-10's met lokale bibliotheken.

Uitleningen +15%
Zoals ik eerder al meldde: de uitleningen van ebooks steeg in 2017 met 15% nar 3,2 miljoen ebooks. De turbulente stijging van voorgaande jaren vlakt iets af, hoewel menig bibliotheekdirecteur nog steeds jaloers zou zijn op dit soort groeicijfers bij fysieke boeken.

De fysieke uitleningen stonden in 2016 nog op 73 miljoen. Ebooks blijven met 3 miljoen uitleningen de komende jaren dus een aanvulling op het gedrukte aanbod. Er zeker geen sprake van massale verdringing.

Aantal gebruikers +28%



Het aantal ebookaccounts steeg opnieuw met bijna 100.000. Het jaar ervoor was er een stijging van 110.000 nieuwe accounts. Hoewel procentueel de stijging dus iets afvlakt, is de stijging in absolute zin nog ongeveer even groot. Het aantal accounts stijgt harder dan het aantal uitleningen wat er op lijkt te wijzen dat de bestaande gebruikersgroep bestaat uit lezers die meer ebooks lezen dan de nieuwe accounts.

Vooral 40-plussers lezen ebooks



Wie die 440.000 accounts afzet tegen het totaal van 3,7 miljoen bibliotheekleden ziet dat ongeveer 11% van alle bibliotheekleden een account heeft. Dat lijkt nog niet zo heel veel maar wie kijkt naar wie die ebooks lezen, ziet dat het vooral 40-plussers zijn. Het merendeel van de 3,7 miljoen leden van de openbare bibliotheek bestaat uit kinderen. Van de volwassen heeft een aanzienlijk deel dus een ebookaccount. Mijn schatting is dat ongeveer 20% van de volwassen bibliotheekleden wel eens een ebook leent of heeft geleend. Maar dat zal ik nog eens een keer uitzoeken door een ledenbestand van bijvoorbeeld de provincie Overijssel er eens tegen aan te leggen.

Welke bibliotheek leent de meeste ebooks uit?




Zo, genoeg algemene cijfers. Laten we gauw eens kijken hoe de individuele bibliotheken presteren.
Eind juli van dit jaar publiceerde ik al een prognose over 2017 en had daarin ook een aantal top-10-overzichten zitten. Daar gaan we de definitieve balans maar eens van op maken.

Biblionet Groningen is met de Groningse bibliotheken de grootste uitlener van ebooks met ruim 150.000 uitleningen. Daarna volgt de Koninklijke Bibliotheek met de digital-only-leners met ruim 120.000 leners. Amsterdam volgt op de derde plaats. In de zomer stonden deze organisaties ook in de top-3, ware het niet dat Amsterdam toen tweede stond. Die is dus voorbij gestreefd door de KB.

Opvallend is dat Groningen, dat in omvang kleiner is dan de OBA, Aanzet of Rotterdam toch zoveel meer digitale uitleningen maakt. Hoe zou dat komen? Misschien dat de volgende top-10's daar nog wat licht op werpen.

Gemiddelde uitleningen per account



Om bibliotheken, die qua grootte nogal kunnen verschillen, beter onderling te kunnen vergelijken met ebooks kunnen we gebruik maken van twee kengetallen. De eerste is het aantal uitleningen per account. Zie hier de top-10 van bibliotheken  waar per account het meest wordt geleend.

Gemiddeld leent elke ebookgebruiker iets meer dan zeven ebooks per jaar. De digital only leners via de KB staan stijf bovenaan met ruim zeventien ebooks per jaar. Dat is ook wel logisch want die digital-only-leners gebruiken ook echt alleen ebooks en geen gedrukte media uit een gewone bibliotheek. Als je het vergelijkt met de gewone bibliotheekleden die samen met 3,7 miljoen zijn en 73 miljoen uitleningen doen, weet dat een gewone bibliotheeklid gemiddeld negentien materialen per jaar leent. Die digital-only-leners van de KB komen daar dus aardig bij in de buurt.

Bij de verder top-10 valt op dat er veel bibliotheken in zitten met een werkgebied van christelijke signatuur: denk aan  Barneveld, Staphorst, Zwartewaterland, Altena en Veenendaal. Zou het ebookaanbod zo geschikt zijn voor deze doelgroep? Zijn ebooks lekker anoniem zodat men niet van elkaar ziet  wat men leest ? Of heeft het toch gewoon te maken met een sterkere leescultuur in deze kringen?  Het zal een combinatie zijn denk van deze factoren.

Welk percentage van de leden heeft een ebookaccount?


Het tweede kengetal om bibliotheken te vergelijken is hoeveel procent van de bibliotheekleden een ebookaccount heeft. Je bent namelijk niet automatisch lid van de online bibliotheek en je moet je bibliotheekpas daarvoor activeren. Wie niet zijn account activeert  kan ook niet lenen. Het is dus naast het aantal ebooks dat men per account leent een belangrijke graadmeter over hoeveel mensen interesse hebben in ebooks.

Om dit in beeld te brengen moet ik twee databestanden combineren: die van het aantal leden per bibliotheek (die beschikbaar zijn in de kb-dataset over 2016) en het aantal accounts dat elke bibliotheek heeft. Die cijfers komen uit twee verschillende bestanden en niet alle stichtingen sluiten dan op elkaar aan (door stichtingen die infuseren sluiten vooral Zeeland en Groningen niet aan helaas). Maar het overgrote deel is goed te berekenen.

Dat levert dan bovenstaande top-10 op. Met DOK Delft strak bovenaan met 18%, gevolgd door Dommeldal en Noord West Veluwe. Wat mij hier opvalt is dat het ook hier, behalve Utrecht en Zuid Kennemerland en Centre Ceramique Maastricht, het wat kleinere stichtingen zijn. Wie dan naar de andere twee top-10's kijkt ziet dat dat eigenlijk elke keer zo is. En wellicht verklaart dat ook wel de hoge plekken van de provincies Groningen en Zeeland in de eerste top-10. Het lijkt erop dat vooral landelijk gebied meer lijkt te profiteren van het aanbod dan de randstad. Zou daar een plausibele verklaring voor zijn?

Zo, en daarmee hebben we alle cijfers over 2017 weer eens naast elkaar. Volgend jaar maar weer?

vrijdag 12 januari 2018

15% groei uitleningen ebooks in openbare bibliotheken over 2017


De Nederlandse openbare bibliotheken leenden in 2017 ruim 3,2 miljoen ebooks uit via het ebookplatform van de Koniklijke Bibliotheek. Dit is zo'n 15% meer dan in 2016 toen nog zo'n 2,7 miljoen ebooks werden uitgeleend. Dit blijkt uit cijfers die de KB onlangs aan bibliotheken verstrekte.

De groei van het aantal uitleningen gaat wel minder snel dan in de jaren daarvoor zoals te zien is in bovenstaande tabel. Hiermee lijken ebooks de onstuimige groei voorbij te zijn en lijkt een fase langzaam een fase van stabilisatie aan te breken. Dat de uitlening van ebooks op dezelfde hoogte komt als die van fysieke boeken (73 miljoen in 2016) lijkt daarmee voorlopig wel uitgesloten. Ebooks en gedrukte media vullen elkaar dus aan.

Naar leeftijd


Uit de cijfers is ook af te leiden, wie de meeste ebooks leent. Evenals voorgaande jaren zijn het vooral 40+'ers die ebooks lezen. Ook in de koopmarkt is dat het geval. Ik heb deze cijfers snel vergeleken met voorgaande jaren maar er zit geen wezenlijke verschuiving in. Het ebookpubliek lijkt zelfs iets ouder te worden.

Binnenkort kom ik nog even terug op deze cijfers en kijk ik ook nog even wat de best presterende bibliotheken waren. Maar daarvoor moet ik eerst een paar bestanden aan elkaar koppelen.