vrijdag 17 juli 2020

Innovatielijnen voor de culturele sector in Coronatijd



Een rapport wat al een tijdje op me lag te wachten was een scenariobrief van de Raad voor Cultuur.  En nu mijn vakantie aanbreekt, kwam het er toch van. De brief is van 18 mei 2020,  precies één week nadat de basisscholen, bibliotheken en kappers weer open mochten.

Naast steunmaatregelen ook innovatie nodig
De brief, zeg maar gerust korte notitie, van de Raad voor Cultuur bepleit dat naast extra steunmaatregelen ook innovaties nodig zijn voor de sector omdat de 'normale' situatie langdurig verstoord zal zijn.De raad wil hiervoor tot 1 november samen met de stedelijke regio’s, fondsen en het veld van makers, instellingen en ongesubsidieerde aanbieders aan de slag.

Denkmodel voor innovatie
Als start van dit denkproces heeft de raad ook een model opgesteld voor dat denken in innovaties. En dat is een interessant denkmodel. Als start van dat denkkader maakt met onderscheid tussen de verschillende cultuuruitingen (zie plaatje hierboven).

Wat betreft die uitingen maakt men onderscheid tussen uitingen die één-op-één zijn tussen maken en gebruiker (denk aan schrijver en lezer) tot meer-op-meer-situaties (denk aan festivals) en alles wat daar tussen ligt.

Vooral de uitingen die van één-op-meer of meer-op-meer hebben het meeste last van de corona-maatregelen. Een schrijver kan nog gewoon in zijn eentje schrijven en de lezer kan (als bibliotheken en boekhandels niet dicht zijn) gewoon lezen. Maar een festival, debat of theater heeft het moeilijk in deze tijd.


Van Lockdown naar 'normaal'


Ten opzichte van dit model maak men drie varianten als het gaat om hoe we met de crisis omgaan: van een volledig lockdown via een 1,5 meter-samenleving met nog een stevig aantal beperkingen (eigenlijk waar we nu nog in zitten) of een nieuw normaal waarin (met inachtneming van nog een beperkt aantal maatregelen) ook de meer-op-meer-initiatieven weer mogelijk zijn. Tegelijkertijd is het mogelijk dat we vooruit of achteruitgaan in die scenario’s.

Welke strategie bij welke fase voor welke uiting?
De Raad voor Cultuur onderzoekt vervolgens welke strategie nu past bij welke fase en voor welke uiting. Dat levert onderstaande beeld op.


Bij de lockdown is het volledig digitaliseren een interessante strategie. En die hebben we bij bibliotheken ook veel voorbij zien komen: van ebooks tot podcasts en digitale spreekuren.

Bij de 1,5-meter-samenleving is vooral sprake van allerlei ontwerpvragen (hoe richt ik iets in?). De capaciteit is in deze fase nog beperkt en om toch voldoende schaal of volume te krijgen zie je nu bijvoorbeeld concerten met deels live-publiek en deels streaming publiek.

Bij de 'normaal'-situatie spreekt de raad de verwachting uit dat, net als bij het voorbeeld dat ik hiervoor gaf, innovaties uit de vorige fasen ook meegaan naar het nieuwe normaal en zullen leiden tot verdere innovatie. Om een praktisch voorbeeld te noemen: vergaderen via Teams zal voor een deel blijven bestaan en zo verwacht de Raad bijvoorbeeld dat hybride optredens (deel in de zaal, deel digitaal aangehaakt) vaker voor zullen komen.

Interessante denklijn
Het is interessant om met je organisatie deze denklijnen nog eens door te lopen: hebben we genoeg gedigitaliseerd, hoe kun je met kleine capaciteit toch een groot publiek bereiken en welke combinaties tussen fysiek en digitaal zijn mogelijk?  Ik ga in het najaar met een collega de trendcurve updaten en ik verwacht dat ik dan ook dit model meeneem om ook de lessen van de Coronacrisis mee te nemen.

Eigenlijk altijd goed om te digitaliseren
Wat mij vooral opvalt is dat hoe treffend deze brief eigenlijk beschrijft hoe wij bezig zijn. In blijven zetten op digitalisering en mensen digitaal weerbaar maken zal voor de komende tijd een prima strategie blijven. Verder is het verstandig in te blijven zetten op hybride werken: vergaderingen die zowel digitaal als fysiek gevolgd kunnen worden en ruimte bieden bij zowel verruiming van mogelijkheden als bij een terugval naar een lockdown.

Ik heb zelf nog niet ontdekt waar ik mee kan denken met de Raad voor Cultuur over dit model dus als iemand me daar nog mee kan helpen, hou ik me aanbevolen. Voor nu: een mooie notitie om nog eens door te lezen. 

zaterdag 11 juli 2020

Tijdens de lockdown leenden bibliotheken nog op 11% van hun normale capaciteit



In mijn artikel van 12 juni meldde ik dat bibliotheken tijdens de lockdown 8,6 miljoen boeken niet hadden uitgeleend die ze in een normale situatie wel hadden uitgeleend. Ik zette daarbij op een rijtje hoe de fysieke uitlening absoluut niet werd vervangen door digitale uitleningen. De cijfers van die digitale inzet zijn tot op het ebook nauwkeurig bijgehouden door de Koninklijke Bibliotheek. Voor de fysieke uitleningen deed ik een schatting dat bibliotheken 5% van hun normale aantal uitleningen hadden gemaakt. Dat was een beredeneerde schatting van mijn kant.

 In een vervolgartikel daarover reageerde Esther Westerveld van Probiblio dat die 5% in Noord- en Zuid-Holland veel hoger lag. Een goed reden om er toch nog eens wat beter naar te kijken. En inderdaad, er blijken flinke verschillen te zitten tussen de provincies tijdens de lockdown. Van Probiblio kreeg ik de cijfers van hun noord- en zuidhollandse bibliotheken, ik vroeg bij onze eigen systeembeheerders de cijfers van Overijssel op en de Gelderse bibliotheken waren zo aardig om hun cijfers van hun Sambissysteem te geven.

De cijfers van de uitleningen van de lockdown zijn afgezet tegen exact dezelfde periode in 2019.  De cijfers zie je in bovenstaande grafiek.

Verschillen per provincie
Overijssel zakte van 1,4 miljoen naar 65.000 uitleningen. Dat is van 175.000 uitleningen per week naar zo'n 8.000. Gelderland 1,5 miljoen naar 161.000. Dat is van 185.000 naar 20.000 uitleningen per week. Noord- en Zuid-Holland zakte van 2,4 miljoen uitleningen in acht weken naar 360.000 uitleningen. Van 300.000 uitleningen ging men daar terug naar 45.000 uitleningen.

Als je dat procentueel doorrekent kom je tot onderstaande grafiek.


In Overijssel zakte men terug naar 4,6% van de capaciteit, in Gelderland tikte men 10,4% aan en in Noord- en Zuid-Holland kwam men zelfs iets boven de 15%. Flinke verschillen. Het gemiddelde zit met deze vier provincies op 11,2%.  Mijn eigen schatting van 5% klopte dus aardig als ik naar mijn eigen woonplaats en provincie keek.

Lokale en provinciale verschillen
Wie verder inzoomt op de cijfers ziet dat er niet alleen verschillen tussen provincies zijn maar ook binnen de provincies. Er waren bibliotheken die heel snel afhaal- of bezorgbibliotheken kwamen en er waren bibliotheken die later begonnen of die juist veel meer hebben ingezet op de digitale dienstverlening. Het hoogste percentage van een afzonderlijke bibliotheek dat ik tegenkwam zat tegen de 30% aan, terwijl er ook bibliotheken waren met bijna 0%.

Zelf zag ik inderdaad wel dat er verschil was tussen Overijssel en Gelderland. In Gelderland waren meer stichtingen die ook sneller begonnen met afhaal- of bezorgbibliotheken. In Noord- en Zuid-Holland lag dat dus nog weer hoger dan in Gelderland.

Ik hecht geen waarde-oordeel aan meer of minder uitleningen per provincie. Het bepalen wat verstandig tijdens de lockdown was een verduveld lastige afweging. Daarbij geldt dat de bibliotheek veel meer is dan alleen deze uitleningen en dat een bibliotheek die wellicht niet uitleende bijvoorbeeld wel ouderen hielp met een telefonische hulpdienst of filmpjes maakte voor kinderen.

De leesachterstand van Corona: 7,9 miljoen minder boeken gelezen
Maar terug naar mijn eerdere cijfers over ruim acht miljoen niet uitgeleende boeken. Ik ging toen uit van 5% van de reguliere uitleen maar dat blijkt dus 11,2% te zijn geweest. Mijn eerdere grafiek heb ik dan ook aangepast en ziet er nu zo uit.


Waar ik eerder meldde dat de bibliotheken zo'n 8,6 miljoen uitleningen waren misgelopen, stel ik dat nu bij naar 7,9 miljoen uitleningen. Van ruim 8 miljoen naar bijna 8 miljoen.

Hoe dan ook, het blijft een hoop gemist leesplezier.

zaterdag 4 juli 2020

Dag Gerard, Dag Generaal van de Geletterdheid!


Afgelopen donderdag 2 juli nam Gerard Huis in 't Veld afscheid als directeur-bestuurder van de Graafschap Bibliotheken. De Graafschap Bibliotheken verzorgt het bibliotheekwerk voor de gemeenten Lochem en Zutphen. Gerard gaat met pensioen en hij wordt opgevolgd door Jacqueline Roelofs.

Gesprek, in de auto, aan het werk
Op deze plek maak ik graag nog een passend hommage aan Gerard. Want ik heb een mooi aantal jaren met Gerard mogen optrekken, genoeg met hem beleefd en ook veel van hem geleerd. Gerard begon zijn bibliotheekcarrière in 1977 in Twello nadat hij net de militaire dienst had afgerond (zie foto, tweede van rechts). Tijdens zijn afscheid donderdag vertelde hij nog hoe dat ging: hij kwam op gesprek, werd gelijk aangenomen, werd in een auto gezet en voorgesteld aan de voorzitter van de bibliotheek. En aan de slag! Kom daar nu nog eens om met alle procedures.

Na Twello volgde Zutphen in 1987 en in 2007 werd hij officieel directeur-bestuurder bij de Graafschap Bibliotheken. 44 jaar heeft hij volgemaakt bij de bibliotheek. En daarmee is hij een bijzonder vaste waarde geweest voor de bibliotheek maar ook voor de samenwerking tussen Achterhoekse en Gelderse bibliotheken.

Gerard was een enorm harde werker en je kon hem te allen tijde benaderen. Ik kan me herinneren dat ik hem nog aan de telefoon had op de zondagochtend dat de lockdown bekend gemaakt ging worden. Ik  vroeg hem advies wat wijs was in deze situatie. Hij vond het niet raar dat ik hem belde op zondagochtend, dacht met me mee en samen kom je dan wel tot een lijn die je kunt volgen.

Knokken voor bibliotheekwerk
Datzelfde geldt voor bezuinigingen. Gerard zegt zelf liever 'ombuigingen' omdat bezuinigen in zijn ogen niet bestaat: je kunt niet hetzelfde blijven doen met minder geld maar je je kunt het wel anders gaan doen. De laatste bezuinigingsronde in de gemeente Zutphen mocht ik samen met hem beleven. Hij hield zijn gedachten dan vaak tegen me aan, ik gaf wat terug, hij dacht weer door en samen kwam je dan weer tot een lijn. Mathijs ten Broeke, de wethouder van Zutphen die de bezuiniging oplegde, gaf aan dat hij tijdens zijn afscheid aan dat hij respect kon hebben voor de acties die Gerard ondernam om de bezuinigingen af te wenden. Dat kenmerkt de inzet van Gerard: altijd oog houden voor elkaars belangen en weten dat je straks ook weer verder moet met elkaar. De bezuiniging werd overigens met succes gepareerd.


Generaal van de geletterdheid
Maar het hart van Gerard ging misschien nog wel het meest uit naar de kern van het bibliotheekwerk: mensen de vaardigheid en het plezier  van lezen meegeven. De Graafschap Bibliotheken was één van de eerste bibliotheken met een taalhuis. Gerard zette zich in voor tal van initiatieven zoals een leesclub voor mensen van de sociale werkplaats en was een drijvende kracht voor de inzet van bibliotheken in de arbeidsmarktregio.

Als mens is Gerard gewoon een mooie kerel. Of zoals Lianne Busser, collega-directeur, het noemt op Twitter: afscheid van onze liefste, bevlogen en integere collega. En dat vind ik een mooie en rake typering. Altijd handelend met warmte en menselijkheid voor de goede zaak.

Van soldaat naar generaal
De soldaat van 1977 bleef een strijder. Maar nu voor de geletterdheid en het bibliotheekwerk. 44 jaar in de frontlinies van een leven lang ontwikkelen. Geen jobhopper maar wel meegroeien met het werk.

De soldaat van 1977 bleek stap voor stap gegroeid tot een Generaal van de Geletterdheid.

Gerard, het ga je goed!


zaterdag 20 juni 2020

Hebben we nou meer of minder gelezen tijdens de lockdown?



Ruim een week geleden verkondigde ik ronkend en stoer dat Nederland tijdens de sluiting van bibliotheken een leesachterstand had opgelopen van ruim acht miljoen boeken.  Ik gebruikte daar onderstaande plaatje bij en ik baseerde mij op gegevens van de online bibliotheek en een beredeneerde schatting van het beperkte fysieke gebruik.


Maar ja, de NOS meldde vrijdag vrolijk dat Nederlanders in de crisis meer zijn gaan lezen dan gaan Netflixen? Hoe zit dat? Ik verkondigde met enig dedain dat de leesmotor door sluiting van de bibliotheken was stilgevallen en de kop doet vermoeden dat de sluiting van bibliotheken geen effect heeft gehad? Alle reden om eens te duiken in dat bericht.

Het blijkt een stuk genuanceerder te liggen dat de kop doet vermoeden.

#Ikleesthuis
De uitspraken in het bericht van de NOS komen van het CPNB dat rapporteerde over de #Ikleesthuis-actie. Dat was een sympathieke actie om mensen tijden de Coronacrisis lekker te laten lezen. Ook de Online Bibliotheek en Thuisbieb van de bibliotheken sloten goed aan bij dat initiatief. Het CPNB heeft onderzoek gedaan naar het effect van die actie. Het rapport dat daarbij hoort vindt je hier.

Ik loopt het eens met u door.

Onderzoeksmethode: geen kinderen
Belangrijk om te vermelden is dat men twee metingen heeft gedaan onder een steekproef van 514 en 834 deelnemers van 18 jaar of ouder. De eerste meting zat aan het begin van de lock-down, de tweede is aan het eind van de lock-down. De steekproef is representatief voor de Nederlandse bevolking. Voor bibliotheken is het belangrijk om te weten dat in deze cijfers dus iedereen ónder de 18 niet is meegenomen. Dat is overigens wel helft, zo niet meer, van de gebruikers van de bibliotheek.

Lezen vanaf papier in top-10 


Dit is wel een aardig staatje. Het geeft welke vrije-tijdsbesteding we zoal hadden tijdens de lockdown. Als je dit zo zit, lijken we toch vooral een volkje dat de hele avond op de bank met hier en daar een tuinman. Het CPNB stelt dat in de afgelopen tijd meer mensen een boeken hebben gelzen dan Netflix hebben gekeken. Op basis van dit staatje kun je dat niet stellen. Wat CPNB gedaan heeft is de lezers van papieren boeken, ebooks en luisteraars van luisterboeken bij elkaar optellen daar de dubbeling uithalen. Dan kom je op 52% van de bevolking die 'iets' met boeken deed tegenover 43% die streaming diensten keek. Overigens dat zegt nog niks over de tijd die men aan beide activiteiten besteedde. Want ik denk dat er gemiddeld langer Netflix is  gekeken dan een boek gelezen.

Verder: is dat veel 52% van de volwassen die een boek las? Als je het afzet tegen het onderzoek van de Leesmonitor dan wordt daar gesteld dat 80% van de Nederlanders jaarlijks minimaal één boek leest en dat 30% van de bevolking elke dag leest. Dat ligt in lijn met deze uitkomsten.

Mensen zijn meer gaan lezen




Verder heeft het CPNB lezers ingedeeld in categorieën van veel- tot weinig-lezers. Men heeft gekeken wat voor type lezer men was voor de lock-down en welk gedrag deze lezers vertoonden tijdens de lockdown. Daaruit komt inderdaad dat Light en Medium lezers soms meer zijn gaan lezen. Zeker in de eerste meting was dat zo.

Overigens wordt de stelling dat men meer is gaan lezen met de volgende grafiek wel wat onderuit gehaald. Als er gevraagd wordt of men langer achterelkaar is gaan lezen dan antwoordt 43% dat dat zeker niet zo is en 38% geeft aan dat dat wel zo is.

Waar kwamen alle boeken dan vandaan?
Als bibliotheken dicht waren en daar anders 10 miljoen boeken vandaan waren gekomen in die periode, waar kwamen ze nu dan vandaan. Ook daar geeft bovenstaande grafiek een antwoord op. 64% las vooral boeken die al in de boekenkast stonden. De sluiting van bibliotheken is vooral opgevangen door boeken die nog wachtten op een geschikt moment.

Als het gaat om boeken die niet uit de eigen boekenkast kwamen dan komt het CPNB tot het volgende staatje.


Interessant is wel om te zien dat 12% van de steekproef een papieren boek heeft gehaald uit de bibliotheek en 10% uit de online bibliotheek. Als ik die percentages afzet tegen mijn cijfers dan doet dat vermoeden dat mijn beredeneerde schatting van de afhaal- en bezorgbiebs aan de iets te lage kant is. Die zou dan meer richting een miljoen moeten gaan. Hoewel ik me dat haast niet kan voorstellen dat alle bibliotheken samen toch nog 10% van hun uitleningen hebben gehaald in die periode. Als iemand daar cijfers van heeft van een eigen stad of provincie dan ben ik daar wel in geïnteresseerd.

Fysieke boekhandel verlies en online boekhandel wint
Voor de fysieke boekhandel was de lock-down heel er zuur. Zij verloren 24% van hun omzet. Dit komt overigens niet uit het rapport van #ikleesthuis maar komt van de boekhandels zelf. De online verkoop steeg wel met 33% maar in totaal bleef een daling over van 1%. Directeur Aendekerk meldt nog moedig in het persbericht dat hier ook online verkoop in zit van de lokale boekhandels maar de uitsplitsing van online verkoop in het rapport toont aan dat het overgrote deel van deze omzet bij Bol.com terecht komt. 2020 wordt een slecht jaar voor lokale boekhandels. Steun ze dus, als je ze een warm hart toe draagt.

Hebben we nu meer of minder gelezen?
Maar hebben we nu meer of minder gelezen? Bibliotheken moeten wat ambivalent zijn over de rapportage over #ikleesthuis van het CPNB. Als ze onderschrijven dat Nederland meer gelezen heeft tijdens de sluiting, kun je je afvragen welke rol bibliotheken echt spelen met het uitlenen van boeken. Je gumt je eigen rol als leesmotor dan langzaam uit.  Als je mijn cijfers volgt van de ruim acht miljoen boeken die niet gelezen zijn dan kan haast het rapport van het CPNB niet kloppen.

Een paar slotopmerkingen
Een paar opmerkingen dan. Met de opmerking vooraf dat ik de wijsheid niet in pacht heb. Op de eerste plaats meet het CPNB alleen onder volwassenen. Bij bibliotheken is meer dan de helft van de lezers jonger dan 18. Ik vermoed dat de leesachterstand onder kinderen veel groter is dan die onder volwassenen. Zij hebben meer alternatieven: boeken nog niet gelezen in de boekenkast, kiezen sneller voor een ebook dan jeugd en hebben meer middelen om te kopen.

Verder is de stelling dat meer Nederlanders boeken lezen dan Netflix kijken - gemeten over een periode van acht weken - ook buiten coronatijd een waarheid. Er zijn meer mensen die een boek ter hand nemen dan een streaming dienst gebruiken. Ook voor de coronacrisis was dat dus al zo. De tijd die ze aan beiden besteden is weer precies omgekeerd - we kijken langer Netflix dan we een boek lezen - moet je concluderen uit de SCP-rapporten over tijdsbesteding aan media. Het is dus slim van het CPNB om het zo te meten.

Beide waar
Laten we beiden cijfers maar in hun waarde laten: de #ikleesthuis campagne was een goede campagne en heeft zeker aandacht gevraagd voor lezen. En tegelijkertijd: de leesmotor die bibliotheken en fysieke boekhandels zijn stond stil of kachelde hard achteruit. De online boekhandel boekte wel een plus maar dit dekt bij lange na niet het gat dat bibliotheken en fysieke boekhandels laten vallen.

Volle kracht vooruit!
De leesmotor stond dan misschien niet stil maar toch wel degelijk in een lagere versnelling. De reservetank van onze eigen boekenkast werd aangesproken en aandacht voor lezen blijft onverminderd belangrijk. Dus volle kracht vooruit bibliotheek, volle kracht vooruit boekhandel en volle kracht vooruit CPNB!

zondag 14 juni 2020

Wie niks zinnigs te zeggen heeft, kan beter een boek lezen


Terwijl in Amerika en op vele andere plekken in de wereld antiracismedemonstraties plaats vinden, lees ik ondertussen gewoon een aantal boeken. Gewoon? Nee. Ik lees graag over geschiedenis en een terugkerende hoofdlijn in die geschiedenis is wat de uitsluiting van individuen of hele groepen. Wat ik telkens leer uit die geschiedenis - of ze nu door rechtse, linkse of a-politieke mensen zijn geschreven - is dat uitsluiting de mensheid nooit wat oplevert. Ik neem u mee langs drie boeken die ik in de afgelopen weken las en die mijn blik op de wereld weer verrijkten.

Hendrik Witbooi door Conny Braam
Het laatste boek dat ik las was van Conny Braam over Hendrik Witbooi. Van Conny Braam heb ik al vaker met veel plezier historische romans gelezen. Hendrik Witbooi (1830-1905) is leider van de Witbooi-Nama, een volk dat leefde in Namibië. De Duitsers willen eind negentiende eeuw in navolging van andere Europese landen een Afrikaans wingewest om hun economie te versterken. Koning Leopold II verwerft in die tijd Congo als persoonlijk bezit en de Duitse keizer verwerft Namibië. Eerst wordt lang de lijn van de missie geprobeerd om volkeren onder Duits gezag te brengen en daarna langs militaire weg. Dat gaat soms op bijzonder knullige manieren omdat in Europa wordt gedacht dat je Afrika op een Europese manier kunt inrichten. Het is sluw en gemeen hoe grond afhandig wordt gemaakt en hoe met geweld het ene na het andere volk wordt afgeslacht. Het staat dan ook niet voor niets bekend als de Namibische genocide. Witbooi probeert zich staande te houden tegenover de Duitse overmacht en probeert zelfs eerlijk zijn afspraken te houden en keer op keer wordt zijn vertrouwen beschaamd door bruut en gewelddadig ingrijpen door de Duitsers.

Met plaatsvervangende schaamte heb ik dit boek gelezen want elk West-Europees land met een kolonie heeft zo'n bladzijde in de geschiedenis. En Nederland, met zelfs een zeer lang koloniaal verleden, heeft meerdere van die bladzijden.

Tegelijkertijd leest het boek over Witbooi als een jongensboek want Witbooi is een bijzonder slimme en creatieve krijger. Met veel minder wapens maar door inzet van guerrillatechnieken is hij de Duitsers vaak te slim af.

De eerstgevallenen door Theo Toebosch

We schuiven enkele decennia op in de geschiedenis en komen aan bij de Eerste Wereldoorlog. Theo Toebosch schreef het boek 'De eerstgevallenen' dat handelt over de twee eerste soldaten die sneuvelen in de Eerste Wereldoorlog. Het geval wil dat deze twee soldaten, de Fransman André Peugeot en de Duitser Albert Mayer, 30 uur voordat de oorlog werkelijk begon al omkwamen bij een treffen aan de Frans-Duitse grens. Toebosch ontvlecht dit verhaal door in de streek op zoek te gaan en door met familie van beide heren te spreken en hun archieven na te pluizen. Dat levert een mooi verhaal op van twee gewone soldaten die door het lot sneuvelen. André Peugeot is een man uit een arbeidersgezin, Albert Mayer komt uit een rijk koopmansgezin. De Franse socialist tegen de Pruisische Duitser.

Toebosch laat zien hoe beide heren bezig waren hun leven op te bouwen en hoe de oorlog dat vernietigt. Beiden voerden ze hun opdracht voor het land uit met de dood tot gevolg. En zo volgden er in de Eerste Wereldoorlog nog miljoenen soldaten. Mayer en Peugeot hebben hun eigen herdenkingsmonument en kregen relatief veel aandacht. Dat lot is die andere miljoenen doden niet gegeven.

Verder toont Toebosch aan dat het een bewuste keus is geweest om Mayer en Peugeot tot de eerste doden van de Eerste Wereldoorlog te bestempelen. In een kort hoofdstuk gaat hij na welke andere kandidaten ook hadden kunnen worden genoemd als eerste slachtoffers. Daaruit blijkt dat Mayer en Peugeot twee stereotypen zijn van elk hun eigen land en dat zij daardoor het meest geschikt waren om als eerstgevallennen bestempeld te worden. Er zijn dus meerdere eerstgevallenen maar sommigen zijn meer eerstgevallen dan anderen.

Niets om mijn hoofd op te leggen door Françoise Frenkel

Met het derde boek schuiven we weer enkele decennia op. Nu naar de Tweede Wereldoorlog.  De Joodse Françoise Frankel (1889-1975) is een in Polen geboren boekhandelaar die lange tijd een Franse boekhandel drijft in Berlijn in de jaren dat Hitler aan de macht komt en het antisemitisme hand over hand toeneemt. Ze heeft haar eigen verhaal opgetekend en na de oorlog ook uitgebracht. Het boek werd echter nauwelijks opgepikt zo vlak na de oorlog. In 2010,  35 jaar naar overlijden wordt haar verhaal teruggevonden, en dan ziet men het belang van dit verhaal wel.

Het verhaal van Frenkel gaat over haar vlucht naar Frankrijk en hoe telkens de anti-Joodse maatregelen worden aangescherpt en hoe het deporteren start. Op dat moment start ze haar vlucht naar Zwitserland die na enkele pogingen zal slagen. Zij slaagt maar vele anderen lukt het niet. Je ziet dan ook de een na de andere bekende wegvallen in het verhaal.

Wie niks zinnigs te zeggen heeft, kan beter een boek lezen
Tja, historische boeken sterken je niet altijd in een optimistisch wereldbeeld. Dat is er toch vaak één van veldslagen en veel doden. Peugeot en Mayer zijn daar wel de tragische voorbeelden van. Toch geven deze boeken een ander beeld. Het beeld van Witbooi als vrijheidsstrijder en van Frenkel die weet te ontkomen aan de Naziterreur laten zien dat een groep of individu ook niet volledig kansloos is en dat verzet wel degelijk kan werken en nodig is.

Lezen over de geschiedenis laten je ook zien dat de manier waarop we vroeger naar onze daden keken, niet hetzelfde zal zijn als hoe we nu tegen die daden aankijken. Met andere woorden: onze kleinkinderen gaan een deel van ons handelen als onethisch beschouwen (dat ze de wereld toen zo mochten vervuilen, dat kinderarbeid niet harder werd aangepakt etc.) Lezen helpt je om je eigen standpunt vloeibaarder te maken en meer begrip te krijgen voor de wereld om je heen.

Maar over welk boek het ook gaat: ze laten mij zien dat uitsluiting van de ene groep door een andere groep op lange termijn alleen verliezers kent. Zelfs bij de partij die de andere onderdrukt. Het helpt een land op geen enkele manier verder. Deze boeken leren mij dat de toekomst van ons gebaat is om zo goed mogelijk met elkaar te leven en gebruik te maken van ieders kwaliteiten. Het is niet uitsluiting wat ons laat groeien maar insluiting.

En in sommige discussies die ik tegenwoordig hoor over dit onderwerp denk ik dan ook wel eens: 'als je niks zinnigs te zeggen hebt, kun je een beter een boek gaan lezen'.

Wie deze boeken ook wil lenen, kan hier terecht Alledrie zowel in druk en ebook te leen.

vrijdag 12 juni 2020

De schade van de coronacrisis: een leesachterstand van ruim acht miljoen boeken



Oversterfte en onderuitlening
De Coronacrisis trekt een spoor van vernieling door dit land. Scholen die dicht gingen, podia waar niks meer gebeurt en een economie die met grote steunpakketten overeind word gehouden.  Het CBS had het tijdens het hoogtepunt van de Coronacrisis over 'oversterfte' in Nederland. Ik ga het vandaag hebben over de 'onderuitlening'.

Hoeveel schade is er aangericht doordat bibliotheken acht weken gesloten waren?  En natuurlijk is een bibliotheek meer dan uitleningen, misschien aardig voor een volgend artikel, maar het aardige is wel dat we van die uitleningen veel gegevens van hebben. En wat was eigenlijk het effect van ThuisBieb en de extra uitleningen van ebooks?

 Het was even zoeken naar de juiste cijfers maar ik denk dat dit wel ongeveer klopt. In de acht weken sluiting van bibliotheken zijn ze 8,6 miljoen uitleningen misgelopen. En dat zijn 8,6 miljoen boeken die niet gelezen zijn. Ga er maar vanuit dat de helft van de uitleningen van kinderen komt en dan hebben alle kinderen van Nederland flink minder gelezen. En de schade loopt overigens nog steeds op want ook de uitlening draait met alle voorzorgsmaatregelen nog niet op volle toeren.

Afhaalbieb, ThuisBieb en ebooks maar een beperkte vervanging
In het overzicht zie je ook dat de Afhaalbieb, de ThuisBieb en de ebooks maar een zeer beperkte vervanging waren van de reguliere bibliotheek. Weliswaar verdubbelde in deze periode het gebruik van de ebooks van ruim 560.000 uitleningen in 2019 naar 1,1 miljoen over dezelfde periode in 2020 maar het aantal fysieke uitleningen over dezelfde periode in 2019 moet geschat worden op 10,2 miljoen. Die fysieke bibliotheek is als distributiepunt van boeken voorlopig dus nog wel onmisbaar, hoe sterk het gebruik van ebooks in zo'n korte tijd ook steeg.

Gebruik van week tot week en uitleg bij de cijfers


Voor dit staatje heb ik me gebaseerd op een aantal bronnen. Voor de uitleningen in 2019 ben ik uitgegaan van jaarcijfers van het CBS en die heb ik gedeeld door 52 weken. De periode van maart tot mei is een gemiddelde uitleenperiode. Voor 2020 heb ik een aanname moeten doe voor de fysieke uitleningen. Alle bibliotheken waren dicht maar er waren al wel vrij vlot kleine initiatieven als afhaalbiebs en bezorgbibliotheken. Ik heb ingeschat dat deze initiatieven niet meer dan 5% van de regulieren uitlening hebben gehaald. En ik ben dan denk nog aan de hoge kant want er zijn redelijk wat stichtingen geweest die volledig dicht zijn geweest.

Voor de ebooks heb ik gebruik gemaakt van dagcijfers die de KB op MetdeKB bij elkaar heeft gezet. Die cijfers geven dus een werkelijke weergave van  hoe het gebruikt is.

Tot slot heb ik me voor ThuisBieb gebaseerd op het persbericht van de KB en de gebruikscijfers die daar genoemd worden.  De cijfers die daar genoemd worden heb ik gedeeld door het aantal weken dat Thuisbieb vanaf 6 april actief was.

Een schade die we niet meer in gaan halen...
Na acht weken ruim acht miljoen boeken die we niet gelezen hebben. Kinderen, volwassen, ouderen, allemaal zijn we minder in contact geweest met taal. Financieel kun je organisaties compenseren maar dit verlies krijgen we voorlopig niet meer terug. Wie dacht dat we alles nu echt wel digitaal zouden doen, komt bedrogen uit. Slechts een klein deel compenseren we digitaal. En de rest? Die hoopt dat de bibliotheek maar zo snel mogelijk weer helemaal open is.


zondag 7 juni 2020

Een investeringsfonds van ruim € 100 miljoen voor bibliotheken en een driepuntenplan voor de evaluatie WSOB


De evaluatie van de Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen (WSOB) - ook wel bekend als de bibliotheekwet - was al voorzien voor 15 april van dit jaar. Het Coronavirus gooide roet in het eten als het ging om de behandeling van deze evaluatie. Maar niet alleen verschoof hiermee de datum maar ook het financieel perspectief waarin dit plaatsvond. Van een land in overvloed naar een land in recessie. Toch doe ik een pleidooi voor een investering in het bibliotheekwerk.

Ik doe een voorzet en ik nodig u uit om aan te vullen of te verbeteren. Ondertussen is besloten dat de evaluatie van de wet schriftelijk wordt afgedaan en hebben Kamerleden hun vragen ingediend. Daar gaat de minister het niet echt moeilijk mee krijgen. Maar laten we de politici die zich nog moeten buigen over het bibliotheekwerk een handje helpen.

Waar ging het ook al weer over?
De WSOB is in 2015 ingevoerd en kende daarmee in 2019 het einde van een eerste beleidstermijn. Bij de invoering van de wet was aangegeven dat deze wet dan geëvalueerd moest worden. Deze evaluatie is uitgevoerd door de Kwink-groep en die kunt u hier terug vinden.  De KWINK-groep was over het geheel genomen enthousiast over de uitvoering van de wet maar kwam - zoals het hoort bij een evaluatie - met tien uitdagingen voor de komende tijd. Die varieerden van het uitbouwen van de maatschappelijk educatieve rol en een verdere versterking van de samenwerking tot een betere balans in financiën en het realiseren van een collectief landelijk bibliotheeksysteem. Om eerlijk te zijn: nog redelijk brave aanbevelingen.

Daarna kwam de Raad voor Cultuur met het rapport 'Een bibliotheek voor iedereen'. Dat rapport ging er  al wat steviger in met de opmerking dat er nog steeds een flink aantal gemeenten zijn waar het bibliotheekwerk niet fatsoenlijk is geregeld. Dus hoezo, tevredenheid over de bibliotheekwet?

Begin april kwam de minister nog met een beleidsreactie aan de kamer waarin ze ontvouwde wat haar voorstel was op basis van de wetsevaluatie en het rapport van de Raad voor Cultuur. Daarin geeft ze aan dat er vier speerpunten zijn:
1. Iedere inwoner van Nederland heeft toegang tot de openbare bibliotheek;
2. De jeugd heeft gratis toegang tot de bibliotheek;
3. De openbare bibliotheek is een essentiële partner in het Leesoffensief;
4. Succesvol samenwerken in het bibliotheeknetwerk.

Dat zijn puike standpunten. Maar komt er ook boter bij de vis? De minister wil de komende jaren - hou u vast - hier € 1 miljoen per jaar voor uittrekken.... Er is € 50 miljoen bezuinigd bij gemeenten, er is € 10 miljoen bezuinigd bij provincies in de afgelopen jaren en denkt de minister nou werkelijk dat je met € 1 miljoen per jaar er sprake is van beleidsprioriteiten? Mijn gedachte: met alleen dit potje gaan we de oorlog niet winnen dus we moeten iets slimmers verzinnen.

Laten we de minister eens helpen met onze gezamenlijke Nationale Bibliotheekagenda
Laten we de minister eens helpen met dat bibliotheekconvenant, want u en ik zitten natuurlijk dagelijks in dat werk.

De minister wil de lijn volgen van de Raad van Cultuur en samen met IPO en VNG komen tot een Nationale Bibliotheekagenda. Laten we haar daar eens bij helpen en ook eens kijken wat je daarvoor nodig hebt. Want achter de schermen werken natuurlijk allerlei bestuurders en politici hieraan maar laten we eens kijken hoe ver wij met elkaar komen. Ik doe een voorzet met drie punten en vul me rustig aan en corrigeer me als nodig.

Punt 1: In elke gemeente een volwaardige bibliotheek




Het rapport van Kwink stelt dat er in 2019 16 gemeenten waren, waar geen of geen volwaardige bibliotheekvoorziening beschikbaar was. Die gemeenten ziet u op deze kaart. Van die 16 waren er drie waar een commerciële (niet-gecertificeerde) aanbieder actief was,  bij vijf was alleen sprake van afhaalpunten en/of bibliobussen en bij de resterende zes was er sprake van afspraken met buurgemeenten.

Ziet er heel slecht uit voor bibliotheekwerk? Nee. Is er bijna overal een bibliotheek? Ja. Gaat de minister dwingen om in iedere gemeente een bibliotheek te hebben? Nee. Waarom niet? Omdat de gemeente er over gaat.  Is dat een logische keuze? Wat mij betreft niet.

De Raad voor Cultuur schrijft hierover:
'De raad vindt het een ongewenste situatie dat niet iedere inwoner van Nederland toegang heeft tot het aanbod. Hij rekent de bibliotheek tot de ‘humuslaag van het ecosysteem’, een basisvoorziening die dicht bij de inwoners van alle regio’s is gevestigd. Bibliotheken hebben een sleutelpositie in de samenleving; vooral de ontwikkeling van leesvaardigheid wordt steeds belangrijker.'
Het gaat om een beperkt aantal gemeenten en bijna alle gemeenten betalen mee aan een bibliotheekvoorziening. Er gaat dus al geld in om. Allen de hoogte van de bedragen en de invulling staat ter discussie. Met een beperkte bijdrage zouden gemeenten met gemak verleid moeten kunnen worden hun situatie te upgraden. Mijn inschatting is dat je met een bijdrage van € 200.000 per plaats per jaar je al heel ver komt. Met zo'n € 3 miljoen per jaar los je dit dus op en kun je het in de wet verankeren.

Actie 1: in alle gemeenten een volwaardige bibliotheekvoorziening en veranker dit in de wet als verplichting / bespreek met VNG wat nodig is in het gemeentefonds om dit te realiseren - € 3 miljoen

Dan komt punt twee erbij. In veertien  (van de 147) bibliotheken is nog steeds sprake van jeugdcontributie. De Raad voor Cultuur merkt hierover op:
' De raad vindt dat betaling van een bijdrage niet afhankelijk mag zijn van de woonplaats van een kind of jongere. Hij vindt ook dat studenten van mbo-scholen gratis toegang moeten hebben tot de bibliotheek.'
Hierover is in juni 2019 al een motie ingediend door Asscher en Ellemeet. Een motie die overigens is aangenomen door de kamer. De Raad voor Cultuur gaat nog een stapje verder en vindt ook dat alle MBO-studenten gratis lid moeten zijn van de bibliotheek.

Is dit ingewikkeld? Ook  hier gaat het om geld. De bibliotheken die het betreft hebben de inkomsten van deze kinderen in de begroting staan en zullen hier een oplossing voor moeten hebben. Met andere woorden. Het gaat om een klein beetje geld. In de beleidsreactie wordt gesteld dat het hier gaat om € 0,4 miljoen. Ik zou zeggen, tel dit op bij het bedrag wat je nodig hebt voor de volwaardige bibliotheekvoorzieningen en compenseer betreffende gemeente.

Actie 2: schaf de jeugdcontributie af en verreken dit met betreffende gemeenten middels een compensatie de komende jaren. - € 0,4 miljoen.

Punt 2: Overal een schoolbibliotheek

U bent het al even kwijt maar Lodewijk Asscher diende in 2018 tijdens nachtelijk overleg over de begroting van OCW een motie in waarin hij tot het volgende opriep:
Voorgesteld tijdens het Wetgevingsoverleg van 19 november 2018
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
van mening dat kinderen zeker moeten zijn van de beschikbaarheid van een bibliotheek ter bevordering van de leesvaardigheid, om boeken te lenen en om informatie op te zoeken;
constaterende dat de aanwezigheid van goed uitgeruste schoolbibliotheken volgens onderzoek een sterke impuls is voor de leesbevordering van kinderen in het basisonderwijs;
constaterende dat het programma van Stichting Lezen en lokale bibliotheken heeft bijgedragen aan bibliotheekvoorzieningen op 45% van de scholen maar dat daarmee 55% nog niet is bereikt;
verzoekt de regering, bij de evaluatie van het programma «Tel mee met Taal» in kaart te brengen op welke wijze het bereik onder basisscholen, voor het tot stand brengen van dergelijke schoolbibliotheekvoorzieningen, kan worden vergroot en de Kamer hierover in het voorjaar van 2019 te informeren bij het besluit op het vervolg van «Tel mee met Taal»,
en gaat over tot de orde van de dag.
Asscher
Wat denkt u? Deze motie werd met algemene stemmen 's nachts aangenomen. Deze motie is echter zeker nog niet tot uitvoering gekomen. En met dat miljoen dat de minister nu uittrekt gaat dat ook niet lukken. Er is een koppeling nodig met de 'O' van OCW. Bibliotheken zitten bij de C van Cultuur.

In de motie, eind 2018 word nog gerept over een bereik van 45%. Laat dat nu al gestegen zijn tot 50%. Dan hebben we nog zo'n 700.000 leerlingen in het basisonderwijs te gaan. En laten we eens zeggen dat we dit programma voor deze tweede helft van leerlingen voor € 30,- per leerling per jaar kunnen uitvoering. Dan praten we over € 21 miljoen per jaar dat we nodig hebben. Dat moet een bedrag zijn dat nog wel een keer gevonden moet kunnen worden bij onderwijs... Zeker als we als bibliotheken garanderen dat wij de eerste 50% blijven betalen met gemeentegeld. Deal? Deal!

Kijk zo start je een echt leesoffensief!

Actie 3: We sluiten ook de laatste 50% van de basisscholen aan. - 21 miljoen

Punt 3: Alle bibliotheken worden een informatiepunt voor de Digitale Overheid
Op dit moment zijn bibliotheken bezig met een tweejarig invoeringsplan voor de informatiepunten voor de Digitale Overheid (IDO). Vorig jaar zijn 15 koplopers gestart en in 2020 en 2021 volgen de andere 130 bibliotheekstichtingen. Het ministerie van Binnenlandse zaken stelde in de afgelopen jaren hier een bijdrage van bijna € 8 miljoen. Bibliotheken gaven al bij de start aan van dit project dat de richting goed is maar dat blijvende financiering wel een zorg is. Ook was onduidelijk welk bedrag nou nodig is hiervoor.

Maar laten we daar eens een paar aannames doen. Laten we zeggen dat BZK bereid is de financiering hiervan voort te zetten als bibliotheken ook bereid blijven om mee te doen. Daarmee zeggen gemeenten in feite dat ze de bibliotheek ook die rol zullen toedichten op lokaal niveau. Stel nou elk van de bibliotheekstichtingen zo'n € 120.000,- per jaar zou krijgen voor dit informatiepunt van BZK. Dit om alle extra kosten mogelijk te maken. Er zijn natuurlijk kleine en grote stichtingen, daar moet je wat mee, maar reken deze eens door. Dan  kom je met afgerond 150 stichtingen op zo'n € 18 miljoen per jaar.

Zo doen? Lijkt me ook en snel weer verder. Dus ik noteer:
Actie 4: Alle bibliotheken een IDO - 18 miljoen

Een investeringsfonds van ruim € 100 miljoen



Hierboven heb ik de vier acties neergezet. Als je die acties bij elkaar optelt kom je tot bijgaande staatje. Ik ga maar eens uit van een horizon van vier jaar.

Als je die bedragen bij elkaar optelt, kom je tot het respectabele bedrag van  ruim € 100 miljoen.  Ik ga er bij de alle scholen een schoolbibliotheek vanuit dat we tijd nodig hebben om met het ministerie van Onderwijs tot overeenstemming te komen en dat er ruimte voor hen moet zijn om het in begrotingen te verwerken. Dat geldt ook wel bij de informatiepunten Digitale Overheid. Daar loop de huidige subsidie volgens mij nog door tot 2021 dus het kan ook goed zijn dat je daar pas in 2022 tot een doorgroei in geld kunt komen. Hoewel er volgens mij in de komende tijd nog wel een kostenmodel doorgerekend zou moeten zijn. Misschien dat dat er voor kan zorgen dat er eerder extra geld komt.

En € 100 miljoen voor bibliotheekwerk



Hoe kom je aan dat geld? Een deel heb ik al aangegeven in de tekst en voor een deel moeten we een creatieve invulling vinden. Ik kom tot de volgende mogelijkheid.

Met die vier miljoen van minister Van Engelshoven kunnen we dus 100 miljoen maken met een beetje goede wil. En voor het overgrote deel kan ik ook dekking vinden, hoewel je voor het grote geld wel wat tijd nodig hebt. Verder zie ik in de beginfase nog geen dekking voor gemeenten zonder bibliotheek en voor de gemeenten zonder jeugdcontributie. Ik snap dat het ingewikkeld ligt maar waarom zou hier het stelsel van bibliotheken en POI's niet zelf opstaan en ook een bijdrage doen? En overigens: in 2023 houden we met z'n allen een miljoen over. Ik stel voor dat die dan gewoon naar de bibliotheken en POI's terugvloeit.

Laten we samen dat plan maken
Nou, dit is wat ik op een druilerige zondag zo bij elkaar tik. Mijn 'best shot' voor dit moment. Kan het beter? Vast. Laat het weten? Zijn er aanvullingen? Vast. Laat het weten. En laten we eens kijken of we ondanks de coronacrisis waar we in zitten en de financiële crisis die we aan zien komen, toch een vlucht vooruit kunnen maken.

Aanval is de beste verdediging, denk ik zo.

zaterdag 30 mei 2020

Hulde aan de jeugdbibliothecaris!



Ik ben een bibliothecaris. En hoewel mijn functie allang niet meer zo heet, draag ik die titel toch graag. Omdat ik trots ben op dat vak. Bibliothecarissen doen er namelijk toe. Ze helpen gemeenschappen om creatiever, slimmer en vaardiger te worden. En hoewel daar van allerlei vaardigheden bij zijn gekomen, blijf lezen toch de basis, zoals Frederique Westera in dit interview betoogt. 

En dat lezen kan niet vroeg genoeg beginnen. Jonge kinderen die veel lezen ontwikkelen sneller hun woordenschat en die woordenschat vormt de context om je te ontwikkelen. Ik heb iemand wel eens horen zeggen dat een VMBO'er eigenlijk een slecht lezende HAVO-leerling is en dat een HAVO-leerling eigenlijk een slecht lezen VWO-leerling is. Blijft natuurlijk de slecht lezende VWO-leerling over. Die zal dan wel gewoon lui zijn. Maar goed.

Wie de basis legt voor lezen, legt de basis voor onze samenleving
Ik durf de stelling wel aan dat wie de basis legt voor lezen, de basis legt voor onze samenleving. Kinderen die nog het begin staan van hun leven. Waar de kansen nog eindeloos lijken. En toch worden op vroege leeftijd sommige kansen wel verzilverd en lopen andere kinderen al achterstand op. Het zijn de leesconsulenten en onderwijsspecialisten van bibliotheken die zich inzetten om zoveel mogelijk van die kansen wel te verzilveren. En ik vind het prachtig dat NBD|Biblion al enige jaren een prijs uitreikt voor Beste Jeugdspecialist. Hoewel van mij de functie ook nog gewoon jeugdbibliothecaris had mogen heten. Maar ik snap dat de functiebenaming meegroeit met de tijd.

Drie kandidaten
Dit jaar zijn de drie kandidaten voor deze prijs. Het zijn Miriam Bakker jeugdbibliothecaris bij  Bibliotheek Hilversum, Roos Visser, leesconsulent bij Bibliotheek Den Haag en Annette Janssen, beleidsmedewerker Educatie bij Babel Den Bosch.

Zo is Roos Visser de presentator van Lezen Nou! Lezen Nou! is een fantastische reeks filmpjes waarbij met name leraren worden geholpen bij leesbevordering. Prachtig hoe geattendeerd wordt op leuke boeken en hoe je er in de klas mee om kunt gaan.  Het is bijzonder knap en professioneel gemaakt.



Miriam Bakker is jeugdbibliothecaris in Hilversum en onderhoudt de website Boekmama.nl waar ze al een paar jaar voornamelijk jeugdboeken toelicht. Het is mooie rustige site en als je haar stukjes zo elke keer leest,  doe je toch een hoop titelkennis op.

En tot slot Annette Jansen van Babel Den Bosch, zij is beleidsmedewerker Educatie. Helaas van haar geen filmpjes of een website. Haar nominatie wordt als volgt toegelicht:
Annette Janssen wordt door de jury gekarakteriseerd als ‘een verbinder. Een spil in het team die zowel inhoudelijk ontzettend goed op de hoogte is als de vertaalslag naar de praktijk weet te maken. Annette is een collega die een onuitwisbare indruk achterlaat op velen.’
Hulde aan de jeugdbibliothecaris
Of het nu leesconsulent, beleidsmedewerker of jeugdbibliothecaris heet, het zijn vaak stille helden in de samenleving. De waarde van het ontdekken van leesplezier wordt door velen onderschat. Het verspreiden van het leesvirus zorgt ervoor dat kinderen meer leeskilometers maken. Wan wie meer leeskilometers maakt, wordt beter in taal en ontwikkelt zichzelf daardoor sterker, krijgt daardoor meer regie over zijn of haar leven en het draagt daardoor langdurig bij aan hoe gelukkig iemand is. Leesplezier is iets kleins meer zeer grote gevolgen.

Wie de basis legt voor lezen, legt de basis van onze samenleving. Hulde voor jeugdbibliothecaris, de jeugdconsulent, de onderwijsspecialist of welke mooie naam het ook mag hebben.

Of om het met Roos te zeggen: Lezen nou!

zaterdag 23 mei 2020

De zoektocht naar de geschiedenis van mejuffrouw Franchimont


Soms heb je een geschiedenis die je moet uitzoeken.  Een tijdje geleden schreef ik over het boekje 'Bibliotheekschrift' van mejuffrouw Franchimont. Een boekje uit 1927 over het zakelijke en ordelijke handschrift dat alle bibliothecarissen decennialang hebben moeten leren. Mejuffrouw Franchimont was 25 jaar oud toen ze haar boekje schreef en ik vond nog een mooi gedicht van haar in de Gids uit 1928. Wat mij intrigeerde was het ordelijke en wat koele bibliotheekschrift aan de ene kant en haar poëtische schrijven aan de andere kant. Zou er nog meer over haar te vinden zijn? U snapt de speurtocht naar het verborgen verleden was begonnen.

Ik neem u mee in wat ik meemaakte in verschillende archieven. En vooraf alvast mijn dank aan René Siteur van Bibliotheek Hengelo en zijn broer en Frank Verbeek en Ton van de Laar van de OBA.

Mejuffrouw Franchimont
Elise Adelaïde Nicole Pauline Franchimont werd geboren op 14 mei 1902 in Amsterdam. Elise is enige kind en in 1919 vertrekt het gezin naar Zutphen. Bij de inschrijving bij de gemeente geeft haar vader als beroep 'Geen' op.  In Amsterdam is haar vader nog boekhouder. De haar mooie voor en achternamen doen een afkomst in goede doen vermoeden.


Na het doorlopen van de HBS doet ze in 1923 staatsexamen voor toelating tot de Universiteit in Utrecht, getuige dit artikeltje uit De Tijd. Wat ze wilde studeren blijft onduidelijk maar het lijkt niet logisch dat ze de opleiding heeft afgemaakt. In 1924 begint ze namelijk aan de opleiding tot bibliotheekassistent en die voltooit ze in 1926.



Waarschijnlijk was ze assistent in Zutphen want in 1927 verschijnt onderstaande bericht in Bibliotheekleven dat ze overgaat naar Bussum.

Het is dus zeer aannemelijk dat ze of in Zutphen of in Bussum het boekje voor het bibliotheekschrift heeft gemaakt. In 1927 en 1928 lijkt ze eerst een tijdelijke baan te hebben in Hengelo daarna een vaste baan om vervolgens in terug te keren naar Bussum getuige onderstaand bericht uit Bibliotheekleven in 1928.



Een bibliotheekhuwelijk met J.C.G. Wesseling



Op 14 oktober 1939, Elise is dan inmiddels 37 jaar oud en nog steeds vrijgezel verschijnt bovenstaand bericht in de krant. De ondertrouw is in oktober 1939 en de echte trouwdatum is op 25 oktober 1939. Johan Wesseling is zeven jaar jonger dan zij en uit 1902.

Maar er is nog iets bijzonders aan meneer Wesseling.  In het tijdschrift Bibliotheekleven lees ik dat hij in 1932 is toegelaten tot de opleiding tot bibliotheekassistent. Johan Wesseling woont dan in Bussum en zal ook in die bibliotheek zijn opleiding volgen. Mejuffrouw Franchimont zal dus één van de dames zijn geweest die Johan Wesseling heeft opgeleid.

Maar er is nog meer. Johan Wesseling doet zijn assistentenopleiding in 1932 met twee andere bekende bibliothecarissen.



Johan Wesseling zat in de klas bij Annie M.G. Schmidt en ook bij Annie Timmenga die tientallen jaren directeur was van de bibliotheek in Deventer. Overigens solliciteerden zowel Annie M.G. Schmidt als Annie Timmenga in 1941 op die functie en werd Timmenga het.

Als Johan klaar is met zijn assistentenopleiding gaat hij door met de directeursopleiding in daarvoor slaagt hij in 1937.


Johan Wesseling doorloopt zijn opleiding en gaat daarna gelijk aan de slag met de CV directeursopleiding. Die opleiding rond hij in 1937 met goed gevolg af. Overigens vond ik nog wel een vermakelijk artikel van zijn hand waarbij hij in 1937 pleit voor de opname van de betere 'detective-roman' in de collectie. Dat schijnt in die tijd een gewaagde stellingname te zijn geweest.

In 1939 schrijft in Bibliotheekleven het artikel 'Morele herbewapening van bibliotheken', een artikel die bibliotheken aanspoort om een veel sterkere rol in de samenleving in te nemen door samen te werken met allerlei bedrijven en instellingen. Hij beticht de bibliotheken van luiheid en in dit artikel veegt hij de romanlezer die al het collectiebudget vraagt de mantel juist weer uit.

Het spoor van Johan Wesseling loopt daarna een beetje dood. Ik had verwacht dat hij wel ergens directeur zou worden maar in Bibliotheekleven vind ik daar geen spoor van. Overigens publiceerde meneer Wesseling in zijn latere leven nog over classificaties en over overheidsinformatie.  Hij is zeker nog actief geweest in het informatiewerk maar ik vermoed niet meer direct in het openbare bibliotheekwerk.

Goed of fout in de oorlog?


Zowel Elise Franchimont als Johan Wesseling geven blijk van een grote maatschappelijke betrokkenheid. Van Johan Wesseling kom ik later nog artikelen tegen over kunstenaarsverzet in de oorlog.

Maar in de Tweede Wereldoorlog gebeurt iets vreemds.  Op 18 juli 1941 staat bovenstaande bericht in de Bussumse courant onder de kop: 'Vertrokken'. Ze ging naar Wargashuyse in Vught. Wie dat nazoekt, ziet dat dit landhuis in die jaren het centrale centrum was van de 'Nederlandsche Unie'.

De Nederlandsche Unie was een politieke beweging die in juli 1940 werd opgericht. De Nederlandsche Unie erkende de Duitse overheersing maar wilde er ook voor zorgen dat de NSB niet alle macht kreeg. In korte tijd werden bijna een miljoen Nederlanders lid van deze partij. Veel mensen werden lid omdat het de enige toegestane manier was om tegen de NSB in te gaan. Tegelijkertijd is het deze partij verweten dat men meeging in de vervolging van Joden. De partij werd eind 1941 verboden om de bezetter nog meer ruimte te geven.  De inzet van Elise Franchimont voor de Nederlandsche Unie is op basis van zo weinig informatie moeilijk te duiden.

Van Vught naar Driebergen en Wassenaar



Op haar administratiekaart van het stadsarchief in Amsterdam staat dat ze daar maar twee weken is geweest en dat ze daarna terugkeerde naar een adres in Driebergen. Het zou kunnen dat ze een programma volgde bij de Nederlandse Unie of dat ze toch weer vlot vertrokken is.

Het feit dat ze in de krant stond dat ze vertrokken was en dat dit zonder Johan Wesseling, roept vragen op. De adressen in Driebergen en Wassenaar zijn allemaal mooie herenhuizen en voor zover ik kan zien, leeft ze dan ook nog samen met Johan Wesseling. In Wassenaar trekt ook haar vader bij haar in en deze overlijdt ook in Wassenaar.

Na het overlijden van haar vader volgt in 1954 de scheiding en ontbinding van het huwelijk en vertrekt ze naar Amsterdam. Frank Verbeek van de OBA wist met inderdaad te vertellen dat ze daar in die jaren gewerkt heeft. Mensen gingen in die tijd met 60 jaar met pensioen dus dan zou ze daar nog tot 1962 gewerkt hebben als leeszaalassistent.

Vanaf 1968 woont ze in appartementencomplex boven de bibliotheek op het Roelof Hartplein. Het complex heette het 'Nieuwe Huis' en was een vorm van gemengd wonen voor alleenstaanden. In de volksmond werd ook pesterig 'De laatste kans' genoemd. Ik vermoed dat Elise nog met regelmaat in de bibliotheek te vinden zal zijn geweest.

Op 8 november 1975 overlijdt Elise Franchimont op 73-jarige leeftijd op de plek waar haar leven 73 jaar geleden ook begon: in Amsterdam.


Kunstschilder en gemeenteambtenaar?


En daar eindigt vooralsnog mijn speurtocht naar de dame die het bibliotheekschrift ontwikkelde. Een leven met vele kanten maar ook met nog een aantal raadsels. Dus wie mee wil zoeken, kan me nog helpen.

Op de administratiekaart van de gemeente Amsterdam prijken de beroepen die ze uitoefende. Die van leeszaalassistent hebben we nagelopen. Maar die van kunstschilderes heb ik niet meer terug kunnen vinden. Ik heb daar bij het RKD geen verwijzing naar kunnen vinden. Dus hoe en wanneer blijft helaas onduidelijk. Maar het past in het verlengde van haar dichtkunst. Het zou fantastisch zijn daar nog iets van te ontdekken.

Ook de gem Ambt (o) is een raadsel. Dit is het beroep wat ze naar verwachting in Wassenaar heeft uitgeoefend. Het zou kunnen dat ze bij de bibliotheek in Den Haag heeft gewerkt in de periode. Dat was en is een gemeentelijke bibliotheek. Maar misschien heeft ze ook wat anders gedaan. Er is ongetwijfeld iemand die me daar nog mee kan helpen.

En wat weten we nog meer van Johan Wesseling. Hij moet meer sporen achter hebben gelaten dan ik gevonden heb. En hoe zat dat nou met de Nederlandsche Unie?

Elise Franchimont was enig kind. Ze had zelf geen kinderen en ze is al lang geleden overleden. Dat maakt het lastig om wellicht nog via erfgenamen iets te vinden.

Een klein saluut voor Elise
Velen hebben het bibliotheekschrift geleerd van E.A.N.P Franchimont. Velen zullen op haar gevloekt hebben terwijl ze bezig waren met die 'rotletters'. Ik vind het mooi om iemand als Elise Franchimont weer even aan de vergetelheid te ontrukken en haar weer even in het licht te zetten. En ik ben gefascineerd wat ik via regionale archieven en grote databestanden toch nog terug kan vinden over haar.

Elk mens blijkt zo toch weer een bijzonder mens.

Mocht u nog wat vinden over Elise Franchimont of Johan Wesseling, laat me dan nog weten. Ik beg geïnteresserd.

zaterdag 16 mei 2020

Bibliotheken in crisistijd : deel 10


Op 11 mei konden de eerste bibliotheken - met een flinke lijst beperkende voorwaarden - weer open. En elke dag zag ik in mijn omgeving berichten van weer nieuwe vestigingen. Een flinke lading start aankomende maandag 18 mei en dan is denk ik bijna iedereen op een of andere manier wel weer aan de slag. Ik neem u ook deze week weer mee naar de bibliotheken in crisistijd.

Alle bibliotheken waren dicht. Allemaal? Nee, deze week bleek dat in ieder geval één bibliotheekvestiging van de Bibliotheek Deventer, "stiekem" was open gebleven. Het ging om de vestiging in het kleine dorpje Lettele (1.695 inwoners). De bibliotheek wordt daar gerund door de speelgoed- en huishoudwinkel van Erwin Kleine Koerkamp. Het winkeltje zit recht tegenover de school en werd ooit gestart toen de bibliobus daar stopte. Het dorpje Lettele kunt u ook nog kennen van koe Hermien die in 2017 ontsnapte toen ze naar de slacht moest en zich dagenlang verstopte in het bos. Lettele was een paar dagen landelijk nieuws.

Kleine Koerkamp maakte keurig de zelfbedieningsbalies schoon en er was desinfecterende gel. Maar hij geeft ook aan dat hij er maar geen ruchtbaarheid aan gaf. Ik kan er - zeker zo achteraf - wel om glimlachen. Ik ken de situatie daar best goed en het is louter aan deze ondernemer te danken dat de bibliotheek in dit dorp nog steeds aanwezig kan zijn.


Boeken in winkelwagentjes
Die openstelling maakt de tongen wel los.  De mensen in het appartementenblok waar ik woon weten dat ik 'iets' doe bij de bibliotheken. En een aantal buurvrouwen klampten me vorige week al aan wanneer ze weer boeken konden halen. Ik kon ze gerust stellen dat de bibliotheek weer open ging en legde ze en passant uit hoeveel maatregelen er genomen moesten worden. "Nou, jullie hebben er meer werk aan dan de supermarkt. Bij de supermarkt pakt toch ook iedereen spullen op en legt ze weg en daar hoeft niks in quarantaine." Ik legde uit dat we de richtlijnen moeten volgen anders mogen we gewoon niet open. Het is dit of niet. "Tja, dan toch maar dit", zei de buurvrouw. Precies, dat dacht ik ook.

Dat terugbrengen van de bibliotheekboeken is natuurlijk wel een dingetje. Boeken die 72 uur in quarantaine gaan, moeten ergens opgeslagen worden. En dan zie je natuurlijk in één keer hoeveel boeken er in omloop zijn. Op de foto zie je René Lueks van Zinin in Nijverdal (uit dit artikel van de Tubantia)  met op de achtergrond de karretjes van ze supermarkt. Daar kunnen klanten hun boeken dan in leggen en de karretjes kunnen dan in quarantaine. Die oplossing zag ik deze week wel vaker voorbij komen.

Wat gaan gemeenten doen? Krijgen die veel extra geld of juist extra bezuinigingen?



Dat vele sectoren knetterhard geraakt worden door deze crisis ziet iedereen. Ik denk dat velen ook wel onderschrijven dat de regering alles probeert te doen om de gevolgen van deze crisis zo goed mogelijk te dempen. Wellicht hadden accenten net iets anders kunnen liggen maar dat doet niets af aan de grote lijn. De regering stevent af op het grootste begrotingstekort van na de Tweede Wereldoorlog: 92 miljard. In totaal verwacht de regering dit jaar 112 miljard extra uit te geven.

De Pavlovreactie  op dergelijke tekorten is altijd een rigoureuze bezuiniging. En daar is iedereen ook bang voor. Een opvallende lezersbrief op 11 mei in de Volkskrant stelt dat gemeenten juist 10 miljard extra zouden krijgen dit jaar en daarmee hun budget met een derde zou zien groeien. De briefschrijver legt uit dat het trap-op-trap-af-systeem dat met zich mee zou brengen. Kort uitgelegd: gemeenten groeien of krimpen mee met de lopende uitgaven en inkomsten van het Rijk. Geeft het Rijk meer uit, dan krijgen gemeenten ook meer in dat jaar. Geeft het Rijk minder uit, dan krijgen gemeenten ook minder. In de afgelopen jaren - met dalende rijksuitgaven door een groeiende economie - daalde daardoor ook de inkomsten van het gemeentefonds.

Zou het inderdaad zo mooi zijn? Een derde extra geld voor gemeenten om alle problemen op te lossen? In Binnenlands Bestuur wordt gemeld dat die vlieger niet opgaat. Minister Hoekstra heeft die extra miljarden aan corona-uitgaven buiten het trap-op-trap-af-systeem gehouden. Er komen dus niet zo maar extra gelden voor gemeenten. Tegelijkertijd heeft men ook het trap-af-systeem uitgeschakeld waardoor aankomende bezuinigingen van de baan zijn voor gemeenten. Wethouders zijn tevreden over deze stap en zeggen dat het rust oplevert.

Ook bezuinigingen op rijksniveau lijken van de baan. Deze week maakte minister Hoekstra bekend dat nu bezuinigen toch echt het verkeerde moment zou zijn. De verwachting is dat pas na de verkiezingen van 2021 een nieuw kabinet mag gaan bezuinigen. Op zijn vroegst dus 2022 en dan is dus nog de vraag of dat gemeenten gaat raken.

Aanvullend staat in de ledenbrief van VNG dat de gemeenten nog onderhandelen over een extra eenmalige bijdrage voor de coronacrisis. VNG lijkt dus een soort salami-tactiek toe te passen: eerste het structurele bedrag veilig stellen zonder bezuiniging en daarna onderhandelen voor een incidentele bijdrage.

Concluderend kun je zeggen dat de structurele uitgaven van een gemeenten zeker zijn. Dat is beter dan dat het in de afgelopen jaren was. Op basis daarvan zou je niet direct bezuinigingen verwachten maar nog ongewis is welk effect de crisis gaat hebben en welke incidentele bijdrage gemeenten krijgen.

Slot?
En daarmee sluit ik deel 10 van de bibliotheken in crisistijd. Zijn we uit de crisis? Nee. Het virus waart nog rond en eist nog elke dag slachtoffers. We zijn gemigreerd naar een anderhalvemetersamenleving waar we nog lang mee te maken hebben. Nog lang niet alle functies van de bibliotheek kunnen we uitvoeren.

Maar we zijn wel naar een volgende fase gegaan. En dat merkte ik zelf aan den lijve deze week. Acht weken hebben we in een crisismodus gewerkt in de ondersteuning voor bibliotheken. Deze weken gingen we voor een deel terug naar normaal. Ons transport, ons bibliotheeksysteem en zelf eerste werksessies met medewerkers begon allemaal weer te lopen. Het voelde voor mij alsof een storm ging liggen en overging naar gemiezer. Ik hoop dat die storm ook wegblijft.

Elke week maakte ik een update en op dit moment twijfel ik. Ga ik hier zo consequent mee door? Elk weekend nog een update? Nee, dat ga ik niet meer zo consequent doen. We gaan zeker nog lessen trekken uit deze periode en ik ga er zeker nog over schrijven. Maar soms moet je jezelf dwingen om je blik ook weer op iets anders te richten. Daar wil ik mezelf weer de ruimte voor geven.

Volgens mij hebben we een mooi klus geklaard met elkaar. Ieder in zijn rol, dank daarvoor. Blijf gezond en let op elkaar en.... ook langzaam de blik weer naar de horizon.

zaterdag 9 mei 2020

Bibliotheken in crisistijd : deel 9


Week nummer acht van de sluiting van de bibliotheken zit erop. En hoewel we niet stil zaten in al die tijd - ik weiger eigenlijk te zeggen dat we dicht waren - zullen volgende week de bibliotheekvestigingen als bloemknoppen weer openschieten. Onze lente is dan toch eindelijk begonnen. Ik geef u  weer mijn observaties over deze week

Woensdagavond, 7 uur
Woensdagavond, zeven uur 's avonds. Het begint een soort Studio-Sport-moment te worden. Premier Rutte begint aan zijn wekelijkse persconferentie over Corona.  Rond het middaguur, dus bijna zes uur vóór de persconferentie, schrijft de Telegraaf al dat bibliotheken weer open zouden kunnen. Slechts heel kort daarvoor had dat bericht mij ook al bereikt van mensen die dicht bij het vuur zitten. Maar daar zat een flinke winstwaarschuwing bij: bibliotheken waren er eerder ook al dichtbij geweest en toen gestrand. Niet te vroeg juichen.

Maar dit keer worden bibliotheken wel genoemd. En ook nog met de snelste ingangsdatum: maandag 11 mei! Ik hoor honderden bibliotheekmedewerkers denken: dat is verrekte snel!  De originele datum ging nog uit van 18 mei. Op Twitter geven een aantal bibliotheekdirecteuren dan ook al aan dat veiligheidsmaterialen op die datum nog niet binnen zijn. Blijdschap, zeker! Maar het wordt wel aanpoten. En hoewel duidelijk aangegeven wordt dat bibliotheken open 'mógen' en niet 'moeten', voelt iedereen ook wel de druk om nu al het mogelijke te doen dat kan.

Hoe open?
Op donderdag en vrijdag zie ik dat veel bibliotheken tot hun beslissing komen over wat er wanneer kan. De één start een paar dagen later, een ander start op 11 mei met een beperkte dienstverlening en weer een ander kan op 11 mei volgens het protocol open. Ik ben geabonneerd op een reeks nieuwsbrieven van bibliotheken en ik kan u vertellen dat ik van elke bibliotheek wel informatie heb gekregen.

Trots
Er wordt een ongelooflijke klus geklaard. Ik ben trots om onderdeel te zijn van dit bibliotheekwerk en daaraan bij te dragen. Want als ik zie welke geoliede machine er op gang kwam en welke flexibiliteit er weer aan de dag is gelegd in de afgelopen dagen dan is dat bijzonder knap. Alles wordt geregeld en iedereen geïnfromeerd. Chapeau!

Bibliotheken komen er zeer genadig van af
Maar nu we zo druk met ons zelf zijn is het wellicht ook goed om nog eens om ons heen te kijken. Hoe is met de andere sectoren? Een tijdje geleden schreef ik over het feit dat bibliotheken veruit de best bezochte instellingen van Nederland zijn.  Bovenstaande infographic hoorde daar ook bij. Bibliotheken laten bioscopen, musea, attractieparken en theaters ver achter zich. Maar als je kijkt naar welke maatregelen voor versoepeling er nu komen, kun je niet anders constateren dan dat bibliotheken er zeer genadig vanaf komen.

Bioscopen
Bioscopen, na bibliotheken de grootste publiekstrekker, mogen pas op 1 juni open, moeten alle bezoekers minimaal 1,5 meter uit elkaar zitten en mogen er maximaal 30 bezoekers in een zaal zitten. Vanaf 1 juli, mits de situatie het toelaat, wordt dit 100 personen per zaal. De Nederlandse Vereniging voor Bioscopen en Filmtheaters is teleurgesteld over dit resultaat en had graag gelijk naar 100 personen gewild.

Musea
Musea kunnen ook per 1 juni open en voor hen geldt de restrictie van 30 personen niet. De museumvereniging laat weten dat het wel verplicht is om vooraf een kaartje te kopen en moeten musea zorgen voor 1,5 meter afstand. Veel musea zullen per zaal aangeven hoeveel mensen er mogen zijn en elk museum heeft een maximum aantal personen dat binnen mag zijn.




Atrractieparken
Attractieparken, en ik geloofde het even niet toen ik het hoorde, hebben nooit de verplichting gehad om dicht te gaan. De club van Elf, de belangenorganisatie voor attractieparken, heeft een wervend protocol opgesteld. Dat is echt leuk om te zien hoe ze dat hebben aangepakt. Ronkende teksten over de Value Case (zie afbeelding) en de Customer Journey. Die hebben hun marketing goed voor elkaar.

Overigens zijn nu alle parken dicht. Die verantwoordelijkheid hebben ze zelf genomen. De Efteling gaat weer open op 21 mei - Hemelvaartsweekend dus - terwijl veel andere parken op 25 mei open gaan. Net erna maar wel voor het Pinksterweekend.

Theaters
Theaters kennen hetzelfde regime als bioscopen. Maar omdat er bij theater veel meer mensen betrokken zijn is die regel van 30 mensen in de zaal per 1 juni praktisch onuitvoerbaar aldus Gabbi Mesters van de vereniging van Schouwburgdirecties tegen het ANP. Per 1 juli gaat dat naar 100 mensen maar het gaat wachten worden op het nieuwe seizoen. Maar hoe dat gaat is onduidelijk. Want dan geldt eigenlijk nog het zelfde als voor de voetbalstadions...

Voetbalstadions
De grote 'verliezers', als je in die termen mag spreken, zijn de voetbalstadions. Zij hebben enkel de garantie dat de betaald voetbalcompetitie weer mag beginnen op 1 september maar dat dit nog moet zonder publiek. En ook nog geen enkele toezegging wanneer dan wel. Overigens, ook publiek bij amateur-wedstrijden mag voorlopig niet.

Hugo de Jonge liet zich in het Kamerdebat ontvallen dat publiek in stadions pas weer kan als er een vaccin is. Dit geldt ook voor evenementen. U snapt, daar was iedereen nog wel even ontdaan van.

De balans? Tel uw zegeningen en vervul uw dure plicht!
Wie dit rijtje zo ziet, moet zeggen dat de regering bibliotheken een prominente plaats heeft gegeven.  Als instellingen met veruit de meeste bezoekers mogen ze toch als eerste open. Hoe dat kan? Ik denk dat dit een mix is van het type instelling dat wij zijn, de hoge frequentie waarin wij gebruikt worden en ja, het heeft ook te maken met goede lobby en samenwerking in het stelsel. Mijn complimenten aan een ieder die daar aan bij heeft gedragen.

Het levert ook een dure plicht op. Het virus is niet weg en de crisis is niet over. Verre van dat. In het AD van vandaag waarschuwt een viroloog nu al voor een tweede Coronagolf. Met ruim 60 miljoen bezoekers kunnen bibliotheken een bron van verspreiding van het virus zijn. Maar ik heb altijd gezegd dat ik geen bibliotheekdirecteur ken die onverantwoord handelt. Ieder weegt zeer zorgvuldig. Laten we dus in plaats van het virus juist geletterdheid, verbeelding en verstrooiing verspreiden.

Ik weiger te zeggen dat we de afgelopen weken echt dicht waren maar ik weet wel dat we ons de komende weken meer open dan ooit zullen voelen.

Ik wens u allemaal veel succes!

dinsdag 5 mei 2020

Die andere oorlog waar we zo gênant weinig van weten


We vieren 75 jaar bevrijding en we doen dat onder een collectief huisarrest in Nederland vanwege het Coronavirus. Maar de omstandigheden waaronder wij dit huisarrest en deze vrijheidsbeperking ondergaan staat in geen vergelijking met de onderdrukking van een oorlog.

In de afgelopen weken las ik twee boeken over de oorlog. De 'grote' andere oorlog. Die oorlog waarin Nederland neutraal bleef. Twee boeken met een verschillend perspectief: dat van de oorlog en dat van de neutraliteit. En beiden even bizar en pijnlijk om te lezen.

Koen Koch: De derde slag van Ieper
In het voorjaar van 2019 was ik een lang weekend in het Belgische Ieper. Ieper is één van de grote slagvelden van de Eerste Wereldoorlog. In 1917 en 1918 ligt het front hier verankerd en verschuift in die tijd slechts enkele kilometers. Soms wat naar het oosten en soms wat naar het westen. Elke verplaatsing van de frontlijn kost vele tienduizenden jonge soldaten het leven. Het is een oorlogsmachine die gevoed wordt met jonge militairen.

Soldaten bivakkeerden in loopgraven, de grond rond Ieper was verworden tot een kale moddervlakte met kraters van de vele mortierinslagen. De helft van alle soldaten die naar het front ging, keerde niet meer terug.

Het bijzonder van het boek van Koen Koch is dat hij analyseert welk militair en politiek machtsspel is gespeeld in het laatste jaar van deze oorlog. En vooral hoe desastreus de keuzes van de geallieerde generaals en politici uitpakten. Koch laat zien hoe Engelse generaals niet onder willen doen voor Franse. Hoe elke generaal toch zijn eigen succes wil hebben en hoe politici heel graag de politicus willen zijn die uiteindelijk de laatste goede beslissing neemt, die de oorlog in hun voordeel zal beëindigen. Hoe slimme plannen van generaals weer worden getorpedeerd door diezelfde politici omdat ze weer zoveel garanties eisen en voorbehouden maken dat die generaal nooit meer de beslissende slag kunnen leveren. En tot slot: hoe de Engelsen de Amerikanen voor wilden zijn en eigenlijk de oorlog wilden beëindigen voordat de Amerikanen er zouden zijn. En daar had men dus ook de nodige mensenlevens voor over.

Koch geeft een ontluisterend beeld van hoe macht en prestige zoveel tol hebben geëist. Dat na de Eerste Wereldoorlog in heel Europa zo ongeveer de revolutie uitbrak is in dat licht dan ook niet vreemd. Als machthebbers zo makkelijk zoveel levens op het spel zetten, is het duidelijk dat het niet gaat om de welvaart van burgers.

Conny Braam: De onweerstaanbare bastaard
Een verhaal van de andere kant van het prikkeldraad dat rond de Nederlandse grens stond is dat van Conny Braam. Van haar las ik al eens de ongelooflijke geschiedenis van de Nederlandse cocaïnefabriek. Een cocaïnefabriek in Nederland? Ja, wel degelijk en deze produceerde ook rond de Eerste Wereldoorlog en leverde aan zowel de Duitsers als de geallieerden. Later werd cocaïne verboden maar stapte de fabriek (waar de Koninklijke familie op afstand aandelen van had) over op amfetamine. In de jaren zestig werd de fabriek verkocht aan Akzo.

Van diezelfde Conny Braam las ik dit keer het boek de onweerstaanbare bastaard. Dit boek handelt over het IJmuiden in de Eerste Wereldoorlog. De vissers in IJmijden floreren door de schaarste aan vis door de oorlog. Verschillende vishandelaren beginne een lucratief handeltje met Duitsers en soms met Engelsen. Er ontstaat een heuse 'niveau riche' in het verder toch wat achterlijk bevonden IJmuiden. Toch gaat niet iedereen mee in deze oorlogshandel en het splijt het dorp dan ook in tweeën: zij die oorlogswinst verwerpelijk vinden en zij die er flink van profiteren. Want de oorlog maakt Nederland wel degelijk arm en de schaarste aan goederen en de grote hoeveelheid vluchtelingen uit alle windstreken maken het leven niet eenvoudig.  Braam schetst dit beeld aan de hand van de lotgevallen van de familie Boerhaave.

Net als in het boek over de cocaïnefabriek laat Braam zien, welke dubbelhartige houding ons land eigenlijk had in die oorlog. Terwijl zo'n 250 kilometer verderop in Ieper de jonge levens bij duizende worden vermalen, maken wij ons in dit land druk over aan wie we het meeste kunnen verdienen.

Het verhaal van Braam leest, net als het boek van de cocaïnefabriek, als een trein. De boeken van Braam zijn een hele toegankelijke en spannende manier om te lezen over de geschiedenis.

Beide boeken zijn als ebook te leen in de online bibliotheek. De derde slag bij Ieper, vind je hier. De onweerstaanbare bastaard van Braam, vind je hier.  Maar uiteraard is het ook te bestellen bij je eigen bibliotheek (als het al weer kan).

Ik lees verder in dit spoor. Ik ben ondertussen begonnen aan het boek 'De eerstgevallenen' van Theo Toebosch over de eerste Duitse en de eerste Franse soldaat die sterven in diezelfde oorlog. Meld ik me later weer mee.

Vrolijke literatuur is het natuurlijk niet. Oorlog is een monster dat mensenlevens vermaald. En wie er niet direct bij betrokken is probeert er ook nog aan te verdienen. Goed om nog eens te lezen zo rond de bevrijding en uw kennis ook rond die eerste grote oorlog, die onze zuideburen zo onbarmhartig trof,  nog eens op te vijzelen. Want eigenlijk weten we daar als Nederlanders gênant weinig vanaf.

Ik wens u een mooie Bevrijdingsdag!