zaterdag 15 februari 2020

De leescrisis en het luchtalarm dat PISA heet: ouders haal uw kinderen naar binnen!

Er was al veel over dat PISA-rapport gezegd. De Volkskrant heeft het over 'dramatisch slechter lezende jongeren'. NRC kopt: 'leesvaardigheid achteruit gegaan' en de Telegraaf heeft het over een 'Alarm om leesprestaties'. De berichten worden veel geretweet en gedeeld door vakcollega's in het bibliotheekwerk. Maar ik heb eens rondgevraagd onder hen wie het rapport echt gelezen had? Dat viel tegen.... Het aantal was te tellen op de vingers van één hand. En dan ook nog een hand van iemand die daar al weer vier vingers van kwijt was....

Het PISA-rapport wordt dus veel gedeeld maar bijzonder weinig gelezen. Wel ironisch voor een rapport dat ons vertelt dat we zo slecht lezen. Alle reden dus om er eens echt in te duiken en wellicht nog eens wat resultaten toe te lichten. Het rapport zelf lezen is natuurlijk ook een goed idee. Dat rapport vindt u hier.

Wat is het Pisa-rapport?
Het rapport zegt zelf:
"PISA staat voor Programme for International Student Assessment en is een grootschalig vergelijkend trendonderzoek naar de wijze waarop 15-jarige leerlingen worden voorbereid op het functioneren als mondige burger in de huidige kennismaatschappij. In PISA worden leerlingen getoetst in de mate waarin zij hun vaardigheden in lezen, wiskunde en natuurwetenschappen kunnen toepassen in dagelijkse situaties. Daarnaast wordt met vragenlijsten bij de leerlingen en hun schoolleiders informatie verzameld over de context waarbinnen leerlingen deze vaardigheden aangeboden krijgen en over hun welbevinden."
Het is dus een uitgebreid onderzoek in vele landen. Om precies te zijn: bij deze editie deden 77 landen mee en 500.000 leerlingen. In Nederland hebben 4.765 15-jarige leerlingen afkomstig van 156 scholen voor voortgezet onderwijs deelgenomen.

Het onderzoek is dus ook breder dan alleen leesvaardigheid  maar gaat ook over wis- en natuurkunde en een aantal aanpalende onderwerpen. Elke drie jaar is één van de drie thema's het hoofdthema en wordt dan ook verdiept uitgevraagd. In het rapport van 2019 is dat de leesvaardigheid.

Wie overigens de toelichting op het uitgevoerde onderzoek leest, ziet ook dat het onderzoek dat al sinds 2000 wordt uitgevoerd wel elke keer licht wijzigt en wordt aangepast. Het wordt aangepast in de wijze van toetsing, van papier naar digitaal bijvoorbeeld.  En het wordt ook aangepast aan de eisen van de tijd. Hoe je nu moet lezen is anders dan hoe je 20 jaar geleden moest lezen. De onderzoekers gaan er ook op in dat de verandering onderzoekswijze wellicht van invloed zou kunnen zijn op de uitslagen.

We zakken inderdaad flink
Hierboven zie je een grafiek die veel gebruikt is in de media. Hij laat zien hoe de leesvaardigheidsscore van Nederlandse kinderen is gedaald. Tot 2012 scoorde Nederland boven het gemiddelde van de EU15  - zeg maar de 15 rijkste EU-landen - en ver boven het gemiddelde van de OESO-landen. Hoewel ook bij de EU- en OESO-landen het gemiddelde terugloopt, daalt Nederland zo sterk dat het de daling van de EU15 en OESO inhaalt. Dat zegt wel iets.

Het PISA-rapport deelt lezers vervolgens in, in  zeven leesniveaus die ook gekoppeld zijn aan de gemiddelde score. Ik geef u hieronder even de beschrijving van niveau 0 tot en niveau 2.


Met een gemiddelde score in Nederland van 480 komen we in één keer verdacht snel in de onderste regionen terecht.

Het PISA-rapport stelt dat wie onder niveau 2 scoort - en kijk maar even wat je op niveau 2 moet kunnen - waarschijnlijk minder goed kan functioneren op school en in de maatschappij en risico loopt op laaggeletterdheid. Het rapport vergelijkt de score van Nederland met de OESO en de EU-15. Dat ziet er dan als volgt uit.


Een kwart van de Nederlandse jongeren zit in de wachtkamer van laaggeletterdheid
Het percentage 15-jarigen dat in Nederland in deze categorie zit is 24%! Een kwart van de 15-jarigen zit in de wachtkamer van laaggeletterdheid. En ook hier doen we het slechter dan de EU-15 en het OESO. Nu kun je zeggen: ach, drie procentpunt verschil, wat stelt dat voor? Het is echter zorgelijker dan dat. Kijk hieronder maar eens hoe het percentage met risico op laaggeletterdheid zich in de afgelopen jaren ontwikkelde.


De strijd tegen laaggeletterdheid is geen curatief maar een preventief probleem
In 2003 zat slechts 11% van de Nederlandse 15-jarigen in de risicogroep voor laaggeletterdheid. In 2018 was dat meer dan verdubbeld en met 13 procentpunt gestegen naar 24%. De EU-15 ging in die periode van 17%  naar 21%. Slechts een stijging van 4 procentpunt. In Nederland verliezen wij de strijd tegen laaggeletterdheid bij onze kinderen en niet bij de volwassenen. Met andere woorden: het probleem van laaggeletterdheid is niet zozeer een curatief als wel een preventief probleem.

En er ontstaat een nieuwe kloof in Nederland
Wie kijkt naar wie die strijd verliezen in Nederland moet kijken naar bijgaande tabel waarbij gekeken wordt naar leesprestaties afgezet naar de hoogte van opleidingsniveau van de ouders. En daar zien we namelijk iets opvallends.


In 2003 was  het verschil tussen kinderen van laag- en hoogopgeleide ouders 42 punten (het verschil tussen 537 en 495). In 2018 was dat 77 punten. Dat verschil is vooral opgelopen doordat kinderen van laagopgeleide ouders slechter zijn gaan presteren. Dit verschil zie je niet terug bij de verschillende onderwijsvormen. Die lijken ongeveer evenredig terug te lopen. Maar als je kijkt naar de achtergrond van de ouders, zie je wel een groot verschil. Het PISA-rapport doet er geen uitspraak over waarom dat zo is.  Toch durf ik daar wel een schot voor de boeg te doen. En dat heeft alles te maken met voorbeeldgedrag en leesmotivatie.

Nederlandse jongere is één van de slechtst gemotiveerde lezers





Bovenstaande grafiek is geen eenvoudige. De nullijn geeft aan wat de gemiddelde score van alle 77 landen is als het gaat om leesplezier. Zoals je ziet scoren zowel de OESO- als de EU15-landen beneden dat gemiddelde. Maar Nederland is wel ongeveer koploper als het gaat om gebrek aan leesplezier. Helaas heeft men deze tabel nou net niet uitgesplitst naar opleidingstype of opleidingsachtergrond van de ouders.

Mijn vermoeden is namelijk dat voorbeeld-leesgedrag door ouders in het geheel is teruggelopen maar dat dat het meest voelbaar is bij ouders met een laag opleidingsniveau. Bij bibliotheken zien we dat veellezers regelmatige lezers worden en dat regelmatige lezers - weinig tot geen lezers worden. Bij laagopgeleide ouders zul je vroeger meer regelmatige lezers hebben gehad dan veellezers. Dit in tegenstelling tot hoogopgeleide ouders. Daar zaten weer meer veellezers. In de loop der tijd is dat overal minder geworden. En ik vermoed dat er bij laagopgeleide ouders daarom nauwelijks meer voorbeeldgedrag aanwezig is als het gaat om lezen. En ik denk dat dit verklaart waarom de kloof groter wordt. Kinderen volgen het gedrag van hun ouders.

Hoe krijgen we gelijke kansen?
Nederland heeft inderdaad een probleem. De kloof tussen hoog en laag die op veel vlakken zichtbaar wordt, manifesteert zich ook bij lezen. En dat is een probleem omdat om goed deel te kunnen nemen aan de samenleving dat lezen essentieel is. Bij het aanvragen van toeslagen, het invullen van formulieren voor je werkgever of het regelen van je eigen huis of zorgverzekering.

En Nederlandse kinderen hebben hierin geen gelijke kansen. Kinderen met laagopgeleid ouders hebben een flinke achterstand en die achterstand wordt groter.

Hoe ga je dat keren? Dat is een verdraaid lastig probleem. Dat onderkent ook de Stichting Lezen in een zeer recent gepubliceerd rapport 'Lezen stimuleren via vrij lezen, boekgesprekken en app-berichten' In dat rapport hebben ze op verschillende manieren onderzocht hoe je lezen kunt stimuleren. Daar blijkt uit dat je fervente lezers makkelijk meer kunt laten lezen met vrij lezen. Maar wie lezen al niet leuk vindt - en dat zijn er nogal wat in Nederland - krijg je met vrij lezen niet zo makkelijk verder.

Christiaan Weijts hekelde in  een column in NRC de aanpak van Scoor een Boek om die reden. Zijn stelling: 'Lezen doe je als het een vanzelfsprekende aanwezigheid is in je omgeving. Niet als je het opgedrongen krijgt, met een charitatief geurtje.'  Hij kreeg kritiek van vakcollega's maar het onderschrijft de conclusies van de Stichting Lezen. Wat overigens niet wegneemt dat je vooral door moet gaan met Scoor een Boek.

Je moet verleiden tot leesroutines, stelt stichting Lezen. Dat kan door meer te praten over boeken, door makkelijkere vormen aan te bieden zoals het luisterboek en door het inzetten van rolmodellen en, jawel, nudges.

Gelijke kansen door een leesoffensief
In mijn vorige artikel over de trends in de mediatijd liet ik zien dat lezen nog steeds een belangrijke invulling is van onze vrije tijd en dat met name onder de jeugd de leestijd lijkt te stabiliseren. Deskundigen hebben het er zelfs over dat de bodem van de ontlezing is bereikt. Nou, met het PISA-rapport in de achterzak en het blijven stijgen van het aantal 15-jarigen dat in de wachtkamer van de laaggeletterdheid zit, ben ik daar niet zo zeker van.

Het is leescrisis en het luchtalarm heet PISA. Ouders: haal u kinderen naar binnen en laat ze lezen! We moeten naar een aanpak waarin we ouders stimuleren om zelf het goede voorbeeld te geven. Er is meer en intensieve leesbegeleiding nodig op scholen. We moet rolmodellen zoeken die kinderen laten zien dat lezen leuk is. En ten overvloede: natuurlijk op alle scholen een schoolbibliotheek en alle kinderen gratis lid van de bibliotheek.

Zijn we er dan? Nee, nog lang niet. Wie denkt dat bibliotheken groot en sterk genoeg zijn om dit zelf te doen, bedriegt zichzelf. Er is een hele intensieve samenwerking met het onderwijs nodig. Ja, nog veel intensiever dan we nu doen.

Laten we beginnen met € 100 miljoen.... per jaar
Waar praat je dan over?  Laten we beginnen met zo'n €100 miljoen per jaar extra voor bibliotheken - ja structureel en niet incidenteel. Je kunt er dan voor zorgen dat bibliotheken ook de laatste 50% van de scholen van een schoolbibliotheek kunnen voorzien. Daar heb je, is mijn ruwe schatting, zo'n 30 miljoen voor nodig per jaar. Daarnaast praat je over versteviging van de de bestaande schoolbibliotheken en hun aanpak. Meer leesconsulenten, meer programma's, meer boeken en meer rolmodellen. Zet zo'n € 70 miljoen daar op in.

Maar ook dan zijn we er nog niet. Er is voorbeeldgedrag nodig. Je moet een alliantie met ouders hebben die dit gedrag mee ondersteunen. Dat kan niet zonder het onderwijs schat ik zo in. En dat zullen grote programma's met veel media-aandacht moeten zijn.  Van 'dry january' naar 'read february'. Dat soort ideeën. Het CPNB, Taalhuizen, boekhandels en ja ook sportclubs, je hebt ze allemaal nodig.

Dus naast geld voor onderwijs en programma's is een flinke hoeveelheid media-andacht nodig. Naast die € 100 miljoen voor bibliotheken per jaar mag je dit bedrag wel verdubbelen of verdrievoudigen om tot een landelijke en massieve aanpak te komen.

Ja, dat gaat wel wat kosten. Maar wie begint over een bedrag onder de € 100 miljoen per jaar kun je niet serieus nemen. Die heeft de cijfers nog niet goed begrepen.

Een leescrisis en € 1.000.000.000 per maand over
We leven in een land met een leescrisis en waar het luchtalarm dat PISA heet al een tijdje loeit. En we leven in een land waarin per maand één miljard (€ 1.000.000.000,-) overhouden op de rijksbegroting. Die miljard wordt afgelost aan de staatsschuld en zelfs de meest verstokte liberalen beginnen hier nu van te zeggen dat zoveel overhouden geen goed idee meer is en dat we moeten investeren in ons land.

Zorg dat de wachtkamer van de laaggeletterdheid weer leegloopt! Een overheid die met deze rapportcijfers en met zoveel geld nu niet acteert, is geen knip voor de neus waard.

Aan de slag jongens en meisjes! Over twee jaar begint het volgende PISA-onderzoek...

zondag 9 februari 2020

Hoe ons mediagedrag verandert, waarom lezen van papier blijft en waarom een leesoffensief wel eens succes kon hebben

Het rapport lag al een tijdje op me te wachten: 'Trends in Media: Tijd' van het SCP. Door alle lijstjes van bibliotheken, was het er nog niet van gekomen er op in te gaan. Het rapport komt elke drie jaar uit en geeft een mooi beeld van ons veranderende mediagedrag.

Dag desktopcomputer, dag vaste telefoon, dag dvd-speler!
Want dat ons mediagedrag verandert is zeker. Kijk maar eens rond in je eigen woonkamer. Hierboven zie je het bezit van apparatuur in Nederlandse huishoudens tussen 2013 en 2018. Dan zien je dat we afscheid aan het nemen zijn van de desktopcomputer, de vaste telefoon, de dvd-speler en onze stereo-installatie. Ik weet zeker dat een deel van mijn lezers dat gaat herkennen. De desktopcomputer werd vervangen door de tablet of laptop, de vaste telefoon door de smartphone, de dvd-speler door Netflix en je stereo-installatie werd een Bluethoothspeakerset.

Dag email!
In het hoofdstuk 'Communiceren' gaan de onderzoekers van het SCP in op de verschillende vormen van communiceren. Hoewel de tijd die we daaraan besteden ongeveer gelijk blijft, zien we één grote verliezer: de e-mail. De tijd die we aan e-mail besteden is sinds 2013 met ongeveer een derde teruggelopen. Een gemiddelde Nederlander besteedde in 2013 nog zeventien minuten per dag aan e-mail, in 2018 was dat nog maar twaalf minuten.  En zelf herken je dat ook wel. Heel veel verenigingen werken tegenwoordig met appgroepjes in plaats van email.


Welkom Netflix!
Ik vroeg aan mijn kinderen van 12 en 20 of zij eens wilden inschatten hoeveel procent van de tijd Nederlanders naar Netflix en Uitzending gemist kijken en hoeveel er nog naar 'gewone televisie' wordt gekeken. Hun inschatting was dat 80% van de tijd toch wel naar Netflix zou gaan. En 20% nog naar gewone televisie.... Wat denkt u?

Bij het kijken zien we inderdaad een verschuiving naar non-lineair kijken zoals dat deftig heet. We kijken steeds minder op moment van uitzending en bepalen steeds vaker wanneer we wat kijken. Of beter gezegd: het algoritme van onze streamingdienst bepaalt steeds vaker wat we kijken. Van de drie uur! - mind you - die we gemiddeld per dag kijken is nu bijna een derde voor dat non-lineaire kijken bestemd. In 2013 was nog maar een zesde van het geheel. Dat aandeel is in vijf jaar dus verdubbeld. Toch kijken we nog altijd voor twee derde van de tijd gewoon op het moment van uitzending.

Het gedrag verandert dus zeker maar het gaat langzamer dan mijn kinderen denken.

En het lezen?


In de afgelopen maanden is er veel dramatisch nieuws geweest over met name het leesniveau van kinderen. Het SCP constateert echter dat als het gaat om de leestijd, het eigenlijk minder slecht gaat dan verwacht. Het rapport meldt daarover:
"Het feit dat oudere mensen meer lezen dan jongere mensen is van alle tijden. In de totale leestijd is dit verschil tussen 2015 en 2018 nauwelijks veranderd. De groep 65-plussers leest gemiddeld bijna 1,5 uur per op een dag. Deze tijd gaat voor het grootste deel naar de krant, maar boeken en tijdschriften worden ook veel gelezen. De groep 20-34-jarigen leest gemiddeld 13 minuten op een dag. Wat ook opvalt, is dat de jongste twee leeftijdsgroepen nauwelijks kranten of tijdschriften lezen, maar wel boeken."
Wie in het rapport de verschillende grafieken door de tijd bekijkt ziet inderdaad dat jongeren gestopt zijn met kranten lezen. Dit terwijl boeken zich in een blijvende belangstelling en redelijk gelijkblijvende belangstelling mogen verheugen. Het inzetten van het lezen van boeken voor leesbevordering en taalontwikkeling blijft dus zeker mogelijk en natuurlijk belangrijk.

Wat ik overigens wel zorgelijk vind is dat met name jongere generaties voor alle informatie eigenlijk volledig zijn overgestapt naar digitale kanalen. Op zich is daar niks mis mee maar de curatie van die informatie gebeurt zoals bij Netflix grotendeels op algoritmes. Als Facebook gaat bepalen welk nieuws je ziet - op basis van je eigen voorkeuren van nieuws - heb ik zelf toch het gevoel dat je een nogal eenzijdig beeld van de wereld krijgt. Informatie- en mediawijsheid gaat voor de komende decennia een nog belangrijker onderwerp worden.



Papier blijft en de bodem van ontlezing lijkt bereikt!
Het SCP meldt over de manier waarop we lezen het volgende:
"Het lezen vanaf papier neemt in vergelijking met 2015 verder af, maar niet zo snel als tussen 2013 en 2015. Nederlanders lezen verreweg nog het meest vanaf papier. Aan de andere apparaten is te zien dat die niet zo sterk stijgen om de daling van het lezen in zijn geheel te compenseren. Het lezen vanaf een computer- of laptopscherm is gelijk gebleven, en tussen 2015 en 2018 is het lezen vanaf een mobiel scherm of vanaf een e-reader met maar 1 minuut toegenomen."
Op een andere plek in het rapport stelt het SCP dat men denkt dat de bodem van de ontlezing bereikt is. Het minder lezen neemt nu zo langzaam af dat daarin de verwachting wordt uitgesproken dat dit niet veel verder meer zal zakken.

En we blijven dus van papier lezen. Menig boekhandel zal een zucht van verlichting slaken. De conclusie sluit overigens aan bij de cijfers die we rond ebooks en bibliotheken zien.  In de analyse die ik een paar weken geleden daarvoor maakte, zag je dat ebooks maar zeer ten dele het verlies aan uitleningen bij fysieke boeken compenseert.

Een Leesoffensief kon wel eens succes gaan hebben
Langzaam verandert het medialandschap. Apparaten komen en gaan. Bibliotheken bewegen daar - vaak volgend - op mee.

Maar een paar dingen geven mij hoop: boeken lezen blijft een bezigheid die de jeugd blijft doen ondanks alle andere media-aanbod.  Tegelijkertijd lijkt de bodem van de ontlezing bereikt. Een Leesoffensief, zoals de minister graag wil, is dus zeker mogelijk als je die signalen volgt. Al jaren knokken wij als bibliotheken voor leesbevordering. Ik zie lichtpuntjes dat het mogelijk moet zijn om in de komende tien jaar niet verder achteruit maar weer vooruit te gaan met lezen.

Makkelijk?
Nee.
Onmogelijk?
Nee, ook niet.

Dus wat gaan wij doen?
Precies!

Dan wordt het volgende rapport waar ik me op ga storten het PISA-rapport over leesresultaten. Ook zo'n rapport waar iedereen het over heeft maar die maar weinigen gelezen hebben. Alle reden dus om er eens wat beter naar te kijken.

donderdag 6 februari 2020

Liveblog Landelijke Innovatiedag Bibliotheken


Spoiler alert: dit is een lang verhaal
10.00 uur
Zo, een paar honderd bibliothecarissen in een oude Prodentfabriek in Amersfoort. Bijeengedreven door één thema: innovatie. De innovatieraad van de sector - onder aanvoering van de Koninklijke Bibliotheek - organiseert deze dag nu al een paar keer. Een dag om met elkaar bij te praten en kennis te nemen van ontwikkelingen en waarbij een paar sprekers ons meenemen. Eén van deze sprekers is  Nate Hill van Metro New York. Jacqueline Roelofs trapt af als voorzitter van de Innovatieraad en leidt ons door het programma. Voor mij staat als eerste een deelsessie op het programma over het gratis lidmaatschap.


10.20 uur
Gratis lidmaatschap
Een ontwikkeling die al even met belangstelling volg is die van het gratis lidmaatschap. Eerder schreef ik al eens over het initiatief van de Boekenberg waarbij iedereen tot en met 29 jaar een gratis basislidmaatschap kon krijgen.  De Boekenberg is samen met een handvol andere bibliotheken bezig met een project om voor alle Nederlanders een gratis basislidmaatschap te onderzoeken.  Victor Thissen, de directeur van de Boekenberg licht hun initiatief nog een toe. Daarna krijgt een accountant het woord. Ho, die had ik niet zien aankomen... een accountant op een innovatiedag.  Het blijkt namelijk dat er nog een BTW-kwestie zit aan het gratis lidmaatschap. Doordat bibliotheken namelijk nu geld vragen voor hun lidmaatschap, geniet men BTW-aftrek. Als het betaald lidmaatschap wegvalt zou ook die BTW-aftrek wegvallen. De uitdaging die de accountant met de zaal wil aangaan is hoe je toch voor andere vormen van inkomsten zou kunnen zorgen zodat je toch die vooraftrek zou kunnen behouden. Bij bibliotheken is ongeveer 15%-20% eigen inkomsten die komt uit boetes en contributies. Als je de BTW-aftrek kwijt raakt, raak je daar ook nog een 10%-20% van je budget kwijt raakt.

Men zoekt nu dus naar een nieuw verdienmodel waarbij iedereen gebruik kan maken van een basislidmaatschap maar tevens de mogelijkheid heeft om betaald gebruik te maken van extra diensten. Thissen geeft aan dat doordat er meer leden komen, er bijvoorbeeld meer inkomsten zijn bij de horeca.

Tja, wat moet ik er van zeggen? Ik zelf een beetje verwacht dat we bevlogen zouden nadenken over hoe we iedereen in heel Nederland lid zouden gaan maken. En dat dat zou passen in een samenleving voor een Leven Lang Leren. Tussen droom en daad, staan hier dus nog wat wetten in de weg en een horde fiscalisten. Wat overigens niks wegneemt van het goede werk van deze bibliotheken. Wat mij betreft gewoon idealistisch voorwaarts en een pleidooi dat elke Nederlander toegang moet hebben tot de bibliotheek. Lodewijk Asscher pleitte in een eerdere bijeenkomst voor een flinke impuls in bibliotheekwerk. Ik zou het daar lekker in meenemen.

Zo. die zit er op. Op naar de tweede deelsessie over Talentontwikkeling!

11.00 uur

Buiten zinnen, over talent van jongeren
Deze deelsessie wordt gedaan door Marjolein Hordijk van Bibliotheek Gelderland Zuid. Ondanks het feit dat ze de afgelopen dagen een groot festival voor jongeren deed, staat ze hier toch weer vol energie te vertellen.  'Buiten zinnen' is een festival over schrijven.... Huh, schrijven? Dat doe je toch thuis ergens op een zolderkamer? Nou, dan ken je Marjolein nog niet. Buiten zinnen is een project dat er in gelooft dat iedereen kan (leren) schrijven. Het bestaat uit vier lijnen. Het eerste is een lijn met workshops. De tweede lijn is Buiten Zinnen op het Podium. Daarbij kunnen jongeren op verschillende podia voordragen. De derde lijn is Buiten Zinnen Vertelt. Dat zijn tutorials voor jongeren. Met bijvoorbeeld René Oskam (ik moest het even opzoeken, ik word oud). En tot slot hebben ze een lijn Buiten Zinnen laat van zich horen. Dat zijn filmpjes die door studenten van de HKU van die jongeren om uit te dragen.

Social media is het hart van het project. Via Instagram, via Youtube en Facebook (nog wel). Het feit dat het vooral op social media was, was overigens de reden dat het Letterenfonds het niet wilde financieren (te Instagrammerig). Nou, een gemiste kans van dit fonds als je het mij vraagt.

Marjolein zegt dat ze zelf niet al die jongeren binnenhaalt. Daar heeft ze alle partners voor nodig waar ze mee samenwerkt. Ze moet vooral een spin in het web zijn. En eigenlijk komt het uiteindelijk neer op: kun je een lokaal regelen waar we een schrijfsessie kunnen doen (maar wel met een fles cola).

Met een glimlach verlaat ik deze zaal. En op naar het Future Library Lab! (waarvan ik nu nog geen idee heb wat het is).

11.50 uur





Future Libraries Lab

Nou dat is nog eens een titel: Future Libraries Lab! Ik zie gelijk Chriet Titulaer voor . Maar geen Chriet maar Martijn Kleppe, hoofd onderzoek van de KB,  staat op het podium als moderator om het Lab toe te lichten. Lily Knibbeler, directeur KB, voegt toe dat de bibliotheek echt volledig veranderd en getransformeerd is. Net alleen naar inhoud maar ook hoe je dat doet. Het gaat om samenwerken en over de grenzen van je eigen organisatie heen organiseren.  Het is groot denken en klein doen.

De KB is daarom een alliantie met TU Delft aangegaan om het Future Libaries Lab op te zetten. Marjolein Oomes, onderzoeker bij de KB, pakt het stokje over. Marjolein stelt dat we als sector goed naar onszelf kijken en evalueren maar dat we eigenlijk nog niet genoeg naar buiten en vooruit kijken. Het gaat dan om thema's als de rol van de bibliotheek in de publieke ruimte, hoe gaan we om met verdergaande digitalisering en de informatiefunctie van de samenleving en hoe steken we in op het maatschappelijk thema van een leven lang ontwikkelen. Dat zijn de drie thema's uit de kennsagenda.

Bij elk van de thema's is de KB allianties aangegaan, de Rijksuniversiteit Groningen, TU Delft, het Rathenau-instituut  en dergelijke.

Vanuit de TU Delft is Allesandro Bozzon aanwezig. Hij is professor bij de TU Delft. Mensen van  TU Delft, bibliotheken en KB hebben samen verkend hoe bibliotheken verder geholpen kunnen worden in hun innovatie. Dit gaat langs een aantal thema's. Het eerste thema is 'Knowledge Acces and Discovery'. Inderdaad wel een gebied waar het afgelopen decennium zijn kwijt geraakt. Het tweede thema is 'Libraries for individuals and communities'. Dit gaat vooral de de fysieke bibliotheek en de plek in de gemeenschap. Een derde thema is 'Diversity and inclusion in Future Libraries'.  Mooi thema en inderdaad iets waar we iets mee moeten.

De TU Delft wil dit samen met de KB oppakken met bibliotheek. Bibliotheken kunnen zich melden bij de TU Delft of KB met ideeën of vragen.

Als eerste voorbeeld van dit Future Libraries Lab wordt een voorbeeld uit Drenthe gepresenteerd: Parels van Drenthe. In de Parels van Drenthe worden de verhalen van en over Drenthe verzameld. In elk van de twaalf gemeenten van Drenthe wordt een verhaal opgehaald. Samen met partners en samen met inwoners. Vooral de oudere inwoners zullen die parels en verhalen kennen en we willen die verhalen doorverteld krijgen naar de jonge mensen. De TU Delft ondersteunt dit door het digitale concept hierbij te ontwikkelen, burgers erbij te betrekken en de bibliotheken hier aan te koppelen.

Daarna kwam er overigens nog een assistent professor die vertelde over deep learning in neurale netwerken. Volgens mij haakte de zaal een beetje af en dat toont wel aan dat dat ook echt een blinde vlek aan het worden is voor ons. Na de catalogiseerders en de systeembeheerders, zijn we een beetje de technologie wel kwijt geraakt Wie denkt er nog na over zoekmachines voor kinderen?

Ik vind dit een mooi initiatief, we trekken als sector meer mensen naar onze eigen innovatie. Innovatie die soms goed gaat maar die soms ook wel wat gedreven is door onze leveranciers. Die eigen innovatie verder versterken en daar juist andere organisaties bij betrekken is inderdaad hard nodig.

Zo de halve dag zit er al op! Ik meld me weer na de lunch!

13.20 uur


Nate Hill, METRO New York
Nate Hill is directeur van de bibliotheek van de staat New York en zijn presentatie is beschikbaar via deze link. Hij neemt ons mee op de zoektocht die hij zelf met zijn organisatie onderging. In New York zijn drie typen bibliotheken: openbare bibliotheken, schoolbibliotheken en provinciale bibliotheken. Deze laatste moeten de samenwerking tussen de verschillende bibliotheekorganisaties bevorderen. Qua takenpakket lijkt het wel wat op een Provinciale OndersteuningsInstelling in Nederland.

Hij legt uit dat zijn provinciale organisatie nogal veranderd is. Men organiseerde een online platform op een centrale plaats om informatie op te lossen. Maar met informatie uitwisselen los je geen problemen op. Het gaat om verbinden van mensen.

Gebouw
Bij het inrichten van het nieuwe kantoor van METRO is daar rekening mee gehouden. Er is bijvoorbeeld een grote keuken, een chillruimte, een paar cursusruimtes en een heuse studio. Alles is gericht om een ruimte te maken om professionals op een prettige manier te laten leren.

Programma's
In de programmering van zijn organisatie gaat het vooral om allerlei trainingen en cursussen voor bibliothecarissen. Bijvoorbeeld over privacy-issues en web-vaardigheden. Dit doen ze samen met Davis Erin Anderson

Software
Dit samenwerken wordt ondersteund door software waar medewerkers bestanden kunnen bewaren (een repository) en kunnen uitwisselen.

Toch wel inspirerend om te zien. En met name hoe hij echt een lerend netwerk maakt van professionals door een goede fysieke en digitale plek te creëren.

Nou, dus hij heeft het mooi voor elkaar in New York... maar ideeën en software zijn niet aan plaats gebonden. Met andere woorden, hoe verbind je de staat New York aan andere staten en zelfs internationaal. En het is ook niet aan onze sector gebonden. Met steeds meer samenwerkingspartners ben je steeds meer verbonden aan andere sectoren.

14.00

NBD Biblion Innovatie Challenge





Een onderdeel waar ik wel benieuwd naar ben is wel deze challenge. Er komen vijf pitches van startups in bibliotheekwerk. Elk project mag vijf minuten pitchen. De beoordeling is door een jury en publiek.

Initiatief 1: Tau Omega / Recommenders
'You also might like this'... dat kennen we overal van. De techniek daarachter heet een recommender. Tau Omega wil graag dat bibliotheken meer een recommender gaan gebruiken. Je kunt het niet alleen voor informatie gebruiken maar ook voor agenda of mensen.

Vijf minuten is wel kort merk ik. Mogelijkheden? Jazeker.  Maar ik vraag me af of bibliotheken die eigenlijk al niet gebruiken?  Deden we dit al niet in het bibliotheeksysteem. En inderdaad... de vragen van de jury gaan daarover.

Initiatief 2: Vraag, luister, lees: Empower laaggeletterden
Voice- en speechsturing maakt een grote opkomst door. Siri op je telefoon vindt al heel redelijk antwoorden voor je. En zoeken gebeurt nog steeds overwegend in zoekmachines. En zijn bibliotheken goed te vinden in deze twee technieken? Nou nee.

Dit initiatief wil daarop aansluiten door informatie van de bibliotheek beter vindbaar te maken met voice search en zorg ook voor cursussen omgaan met voicesearch voor laaggeletterden. Verder wil men de vindbaarheid van bibliotheekinformatie.

Een mooi project wat mij betreft wat wel een beetje hangt tussen of dit nou een keus is voor techniek of juist een manier om laaggeletterden te bereiken.

Initiatief 3: Leesgroep OBA
Het derde initiatief is van Jaeques Koeman van EDIA. Hij wijst op de achterstand in lezen daarvoor is zowel preventieve als curatieve inzet nodig. Hoe zorg je er nou voor dat alle jongeren gepersonaliseerde leesinformatie krijgt.

EDIA maakt al tien jaar leesprogramma's op basis van gepersonaliseerde informatie. Hij stelt voor om een voorziening te maken die voor elke jongere nieuwsberichten en uittreksels te geven die bij hen passen. Dit kunnen ze doen voor 1 euro per kind per jaar te doen.

Ze stellen voor om dit in een pilot met 2 basisscholen uit te voeren en daar doelen te stellen over meer lezen. En oja, de Amsterdamse bibliotheek heeft al interesse en wil eigenlijk wel starten.

Tot nu toe het meest concrete project wat mij betreft.

Initiatief 4: Biep!
Iris Erkelens en Jasper Hoogenboom zijn de volgende die presenteren en zij willen een Biep!-app introduceren. En dan vooral voor een groep tussen 16 en 40 jaar. Het moet een app worden met een avatar en je kunt er gebruik maken met of zonder abonnement. In de app moet je aanbevelingen kunnen zien van boeken en recensies kunnen toevoegen.

Okee, hier haak ik een beetje af. Dit ligt wel heel dicht tegen de bestaande bibliotheekapps. Behalve dat het open source is en systeemonafhankelijk, zie ik nog niet wat nieuws. Dit ondanks de kinky-feature dat als je 'dracula' leest, je avatar ook tandjes krijgt.

De jury stelt inderdaad terecht een paar kritische vragen... Het is 'by far' de meest schattige presentatie.

Initiatief 5: Sping: Audioboeken luisteren via de slimme spraakassistant
De bibliotheken kennen de Luisterbiebapp. Sinds dat die app uitkwam is er nog wel wat gebeurd technisch. Denk aan de slimme speakers. Niet alleen in de slimme speaker van Google maar ook in je telefoon of je auto zitten ze. Eigenlijk hebben we altijd een spraakassistent bij ons.

Zou het niet fantastisch zijn om alle audiocontent van de bibliotheek beschikbaar te maken via een spraakassistent. Via een leuk filmpje laten ze zien hoe het kan werken met voor te lezen boeken. Ze willen met het pilotbedrag een deel van de content geschikt te maken voor de Google-assistent.

Een klein haalbaar concept inderdaad. De jury heeft nog wel wat vragen rond privacy en over wie er mee luistert.


Dat waren de vijf initiatieven. Ik moet zeggen. Een ontzettend leuke vorm. Complimenten! De deelnemers mogen kiezen. Daarna mag er gestemd worden. Je krijgt wel een soort songfestivalgevoel. De stem van het publiek is duidelijk. Nu nog wachten op de vakjury.




15.20 uur
En de winnaar!
Nina Nanini, de directeur van NBD Biblion mag de prijs uitreiken. De publieksprijs telt voor 1/5 mee in de jury. Eén startup mag volgend jaar terugkomen. Dat is Biep! Niet gewonnen maar een idee dat zeker waard is om verder te komen. Zij worden geïntroduceerd bij Bicat-Wise om daar tussendoor verder te studeren.

En dan de winnaar..... EDIA is de winnaar. en dat is wel opmerkelijk want het was de laagste scorende bij de deelnemers. Ik was wel gecharmeerd dus ik kan me er wel in vinden. De NBD Biblion belooft het ook volgend jaar weer te doen. Prima idee!

De afsluiting gaat over de proeftuinen die vorig jaar zijn gehonoreerd: de creatieve universiteit Alkmaar, van de Bibliotheek Kennemerwaard Data Detox van Fers,  Literaire speeltuin van de Bibliotheek Helmond-Peel en Dordrecht Leest voor van Bibliotheek AanZet

Het merendeel van deze projecten bestaat uit filmpjes dus dat is niet echt handig meetikken maar via de linkjes krijg je wel een aardig beeld.

Nou, daar sluit het inhoudelijke deel van de dag. De zaal mag leeg en door naar het café-gedeelte voor de innovatiepubquiz. U vergeeft me vast dat ik dat niet versla.

16.00 uur
Later!



zaterdag 1 februari 2020

Bibliotheken zijn veruit de best bezochte instellingen van Nederland!


Op sociale media circuleerde in bibliotheekkringen de afgelopen dagen een artikel van Dan Sheehan op de Literary Hub. Het artikel gaat erover dat de Amerikaanse bibliotheken meer bezoekers trekken dan de bioscopen.  Het twitterteam van  Probiblio vroeg zich in een tweet af hoe dat voor Nederland zou zijn? Björn Franke, verbonden aan Biblionet Groningen, zocht alvast uit dat in Nederland bibliotheken ook meer bezoekers hebben dan bioscopen.

Ik bood aan om nog eens verder te zoeken. Zo ingewikkeld was dat overigens niet want veel branchevereningen publiceren zelf of via het CBS jaarcijfers. En binnen een half uurtje had ik zo de cijfers van atrractieparken, theaters, voetbalstadions bij elkaar gevonden. Vervolgens plak je die cijfers in de nieuwste grafiekoptie van Excel - de hiërarchiegrafiek - et voila!

Bibliotheken veruit de meest bezochte instellingen
En wie dat zo op een rijtje zet ziet dat bibliotheken veruit de best bezochte instellingen van Nederland zijn. En oja, we groeien ook nog! Voetbalstadions komen niet verder dan 5,8 miljoen bezoekers waarvan 1,5 miljoen bij zowel Ajax als Feyenoord.  Daar lachen bibliotheken om.

Bij de attractieparken blijft de teller op 21 miljoen steken waarbij de Efteling met 5 miljoen de grootste is. Musea komen tot 32 miljoen en hier is het Rijksmuseum in Amsterdam met 2,3 miljoen als omvangrijkste.

Bij de bibliotheken was over 2018 de OBA in Amsterdam veruit de grootste qua bezoekersaantal: 3,8 miljoen in alle vestigingen samen. Den Haag volgt met 2,5 miljoen en Rotterdam met 2,4 miljoen. Op de vierde plaats stond in 2018 de Bibliotheek Midden-Brabant met 1,5 miljoen bezoekers. De Lochal was bij die statistieken nog niet open. Interessant dus waar die gaan uitkomen met de statistieken over 2019!

Is er echt niks groters?
Er is één instelling waar ik niet direct achter bezoekcijfers per jaar kon komen. Dat zijn de kerken in Nederland. Die hebben behalve in hun eigen zuil niet echt een gezamenlijk 'branchevereniging' die met dit soort 'prestatie-indicatoren' komt. Het CBS maakte in een persbericht nog wel bekend dat van alle Nederlanders in 2018 zo'n 10% nog wekelijks naar de kerk gaat. Dat zouden er dan zo'n 1,7 miljoen per week moeten zijn. Op jaarbasis worden dat er dan 85 miljoen. Maar goed, harde cijfers zijn daar niet van. Onze Lieve Heer heeft geen bezoekerstellers bij de ingang.  Overigens daalt het kerkbezoek al decennialang dus het is wachten tot de bibliotheken de kerken voorbij gaan in bezoekersaantallen.

Heer der wetenschappen....




Mocht u als bibliotheekdirecteur dan toch nog tandenknarsend naar die bezoekersaantallen van de kerken kijken, dan rest u slechts bovenstaand gebed tot de Allerhoogste. "Moge de bibliotheek bewaard worden voor brand en in de toekomst passend worden uitgebreid...."

Als ik de bezoekersaantallen bij bibliotheken overigens zo bekijk, is het niet ondenkbaar dat menig bibliotheekdirecteur dit gebed ook inderdaad gepreveld heeft in de afgelopen jaren.  Nou gekkigheid natuurlijk. Voor nu: Bibliotheken zijn veruit de best bezochte instellingen van Nederland!



Verantwoording
De cijfers van bibliotheken komen van het CBS en zijn over 2018
De cijfers van attractieparken komen van het CBS en zijn over 2018
De cijfers van musea komen van de museumvereniging en zijn over 2018
De cijfers van voetbalstadions komen van transfermarkt.nl en zijn over 2017
De cijfers van bioscopen komen van het ministerie van OCW en zijn over 2016
De cijfers van theaters komen van het CBS en zijn over 2018

donderdag 30 januari 2020

Presteren bibliotheken beter als ze meer subsidie krijgen?


Toen ik in de afgelopen tijd de lijstjes publiceerde van Best Presterende Bibliotheken, kreeg ik wel eens de opmerking van bibliotheekdirecteuren dat ik ook eens moest kijken naar de hoeveelheid geld die een bibliotheek krijgt. Vaak kwam de opmerking van directeuren die het met minder subsidie moesten zien te redden.

Spreidingsdiagram subsidie versus prestaties
Zou dat in beeld te brengen zijn dacht ik toen? En hoe dan? Het resultaat ziet u in het spreidingsdiagram hier boven. Ik heb alle 146 bibliotheken hierin getekend. Elk met hun totale gemeentelijke subsidie in 2018 en hun totale score in de berekeningen van de Best Presterende Bibliotheek. Die totale score was opgebouwd uit de rankingpositie die bibliotheken innamen bij vier indicatoren: het aantal activiteiten per 1.000 inwoner, het aantal bezoeken aan de bibliotheek per inwoner, het percentage inwoners dat lid is van de bibliotheek en het aantal uitleningen per lid. De best scorende op een indicator kreeg 146 punten, de slechts scorende 1 punt. Tel je alle vier bij elkaar op dan heb je een overall-score op deze vier indicatoren.

Grote variatie
Zoals u kunt zien is er een grote variatie in zowel subsidie als in prestaties. Eén bibliotheek lijkt geen subsidie te krijgen. Dat is een fout in de dataset. Verder fluctueert de subsidie tussen de € 10,- en bijna € 47,- per inwoner.  Prestaties variëren van een kleine 100 punten tot 504 punten. Die laatste was Stadskanaal waar we voor de Kerst ook de bokaal voor Best Presterende Bibliotheek konden uitreiken.

Wie een trendlijn tekent door deze dataset, komt tot de rode lijn in de grafiek. Daarin zie we dat er meer prestaties zijn als er meer subsidie komt. Er lijkt dus een correlatie te zijn tussen subsidie en prestaties. Voor de statistiekfetisjisten onder u: de correlatiecoëfficiënt is 0,25. Dat betekent dus dat er een lichte correlatie is, wat ook wel te zien is aan de spreiding van de stippen. Maar desalniettemin er is een relatie.

Uiteraard is geld niet het enige dat de prestatie bepaalt. Ook de achtergrond van het werkgebied, de kwaliteit van de medewerkers, de samenwerkingspartners of de locatie kunnen van invloed zijn. Maar geld telt dus ook zeker mee. Verder tel ik met mijn vier indicatoren maar een deel van het bibliotheekwerk, het zegt nog niks over het aantal scholen dat bereikt wordt of het aantal laaggeletterden. Die kanttekening is dus wel op zijn plaats.

Bibliotheken met de hoogste prijs/kwaliteit-verhouding



In bovenstaande grafiek heb ik de gemiddelde waarden getekend voor zowel de score (292 punten) als voor subsidie (€ 23,82 per inwoner). Je krijgt dan vier segmenten: bibliotheken die lager of hoger dan het gemiddelde gefinancierd zijn en bibliotheken die hoger of lager presteren dan het gemiddelde.

In het vlak rechtsonder zitten de bibliotheken die minder dan gemiddeld gesubsidieerd worden maar die hoger dan gemiddeld scoren op de vier indicatoren. Ik noem voor het gemak maar even de bibliotheken met een goede prijs/prestatie-verhouding.  Ik heb een selectie gemaakt van bibliotheken die  meer dan vijf euro beneden het landelijk gemiddelde gefinancierd worden (€ 18,82 dus) en die ruim boven het landelijk gemiddelde scoren (> 325 punten in de index). Om eerlijk te zijn: daar is geen top-15 van te maken. Er zijn maar 13 bibliotheken die aan dat criterium voldoen.


Nijkerk, Borne en Noordwest Veluwe bibliotheken met de beste Prijs-Prestatie
Een bijzondere top-13 van bibliotheken die eigenlijk beter verdienen. Lage financiering en toch een hele hoge prestatie. Veel plattelandsbibliotheken of kleinere plaatsen in de lijst. De eerste drie kwamen we ook in de overall-top-20 tegen. Maar ik vind het toch wel aardig om ook die overige tien bibliotheken hier in het zonnetje te zetten. In dit lijstje staan de bibliotheekhelden die met minimale middelen toch een bovengemiddelde prestatie leveren. Bibliotheken als Voorschoten-Wassenaar, Brummen-Voorst, Midden-Drenthe of Westland.

Tegelijkertijd zie ik er bibliotheeknamen tussen staan die in het recente verleden nog te kampen hadden met flinke bezuinigingen. Als je dit lijstje ziet, moet je als gemeente toch denken dat je met een bibliotheek in deze gemeente je handjes moet dichtknijpen. Dit zijn de gemeenten die eigenlijk voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Niks mis mee, maar ga niet zeggen dat daar nog wel op bezuinigd kan worden. Als bovenstaande schema's ziet dan zie je dat je dan eigenlijk het onmogelijke vraagt.

Samengevat: de hoogte subsidie doet er wel degelijk toe maar is niet zaligmakend. U bent weer bij!

dinsdag 28 januari 2020

Ebooks en openbare bibliotheken: wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen?


Als er iets is wat de Koninklijke Bibliotheek goed heeft geregeld, zijn het de statistieken van ebooks. Ruim een week geleden meldde Bertil Voogd van de KB dat de jaarcijfers voor bibliotheken weer beschikbaar zijn op MetdeKB (sorry, alleen met code). Net als vorig jaar heb ik de cijfers weer op een rijtje gezet en geef ik u de belangrijkste ontwikkelingen.

Uitleningen +9%
Het afgelopen jaar steeg het aantal uitleningen van ebooks met 9% naar 3,8 miljoen ebookuitleningen. Dat is eigenlijk wel knap. Ik had zelf al een verdere afvlakking verwacht. Wie namelijk de groeicijfers van de afgelopen vijf jaar bekijkt, ziet namelijk dat de groei steeds kleiner wordt. Voor 2019 was de groei even sterk als in 2018.  Wellicht is een verklaring dat 2018 eigenlijk niet zo'n heel goed jaar was omdat er toen nog wel wat problemen waren met de app.


Ebookaccounts +3% / Bestaande leners lezen meer
Wie gebruik wil maken van ebooks moet hiervoor een account hebben. Dat kun je aanmaken op de Online Bibliotheek met je bibliotheekpas of je kunt een ebook-only-abonnement via de KB afsluiten.

Binnen de ebook-statistieken wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten accounts: geldige accounts en actieve accounts. Actieve accounts zijn alle accounts die het afgelopen jaar minimaal één keer een ebook hebben geleend. Een geldig account wil zeggen dat je je hebt geregistreerd maar zegt niks over je gebruik. In de jaren dat ik de ebooks volg, gebruik ik altijd het cijfer van de actieve accounts.

Hoewel er 9% meer ebooks zijn uitgeleend, zijn er niet 9% meer actieve ebooksaccounts. Het aantal actieve accounts is gestegen naar 233.885, een stijging van 3%. Het aantal uitleningen stijgt al een aantal jaren harder dan het aantal actieve accounts. Je kunt daaruit afleiden dat de bestaande ebookleners  dus jaar op jaar meer ebooks lenen en actiever worden.

Van de volwassen bibliotheekleden, leent 5% een ebook



Ik heb eens een combinatie gemaakt van twee datasets: die van de ebooks en die van de fysieke bibliotheekleden zoals ze in de dataset van gegevenslevering zitten. Ik heb het aantal volwassen leden en het aantal jeugdleden eens afgezet tegen het aantal geldige en actieve accounts in deze categorie.

Van alle volwassen leden (dus 100%) bij de bibliotheek heeft 23% een ebookaccount. 5% van  alle volwassen leden heeft in 2019 ook daadwerkelijk een ebook geleend. Bij jeugdleden is dat ongeveer de helft minder: 13% heeft ooit een ebookaccount aangemaakt en slechts 2% heeft vorig jaar ook echt een ebook geleend.

Voor kinderen zijn ebooks op dit moment dus nog absoluut geen vervanger voor papieren boeken. Dat pleit ervoor om in de komende tijd dus ook gewoon te blijven investeren in schoolbibliotheken met fysieke boeken. Lezen voor je plezier is voor de jeugd zeker nog geen gedigitaliseerde hobby. Informatie opzoeken is natuurlijk wat anders....

Ook dit jaar is de gemiddelde ebooklezer weer een jaar ouder geworden




Ook vorig jaar schreef ik al dat de ebooklener eerder ouder dan jonger wordt. En kijk even naar de groep 71-80-jarigen. Zij nemen een steeds groter deel van het aantal ebook-uitleningen voor hun rekening. Deze groep wordt steeds digitaler en kan steeds vaker goed overweg met een tablet of ereader.

Verder lijken alle groepen te groeien. Dat is een beetje optisch bedrog. Vorig jaar was ruim 6% van de leners nog ongeïdentificeerd met leeftijd. Dat is dit jaar teruggebracht tot bijna 0%. Die  6% onbekende leners is nu verdeeld over alle leeftijdssegmenten.

Maar alles bij elkaar lijkt ook dit jaar de gemiddelde leeftijd van de ebooklezer weer met een jaar gestegen te zijn.

Ebooks zijn net als vorig jaar 5% van het totaal aantal uitleningen




Ebooks vormen net als vorig jaar 5% van het totaal aantal uitleningen. Hoewel het aantal fysieke uitleningen daalde van 72 miljoen naar 66 miljoen, en het aantal uitleningen van ebooks steeg van 3,5 naar 3,8 miljoen blijft het toch 5%. Kleine nuance: vorig jaar wat het 4,6% en dit jaar is het 5,4%. Toch blijft het procentenwerk. Volgend jaar is het wellicht 6% of 7% en dat is dan vooral afhankelijk van hoe snel het aantal fysieke uitleningen daalt. In perpspectief: we verliezen elk jaar dus 6 miljoen fysieke uitleningen en we wonnen dit jaar 300.000 ebookuitleningen. Er is dus zeker geen sprake van volwaardig substitutie van fysieke boeken door ebooks.

Samengevat
Het aantal uitleningen van ebooks groeit gestaag tempo maar vooral doordat bestaande leners meer gaan lenen. De gemiddelde leeftijd van de ebooklener wordt elk jaar hoger. Jeugd lijkt absoluut niet over te stappen op ebooks. Tot slot blijven ebooks een omvang van ongeveer 5% van het totaal aantal uitleningen houden. U bent weer bij!

donderdag 16 januari 2020

Hellendoorn, Kampen en Katwijk hebben de best presterende jeugdbibiotheek! : De Best Presterende Jeugdbibliotheek van Nederland : Deel 3 van 3


Hellendoorn, Kampen en Katwijk hebben de best presterende jeugdbibliotheek van Nederland. Die geef ik hier bovenaan maar vast weg. Maar ik zeg er wel bij: voorlopig. Want in de vorige twee blogs zette ik op een rij welke bibliotheek de meeste kinderen bereikt met een bibliotheeklidmaatschap en welke bibliotheek jongeren het meeste wist te laten lenen en lezen.

Van die twee kengetallen heb ik een ranking gemaakt. We hebben 146 bibliotheekstichtingen in Nederland en wie het beste scoorde kreeg in één van de twee categorieën kreeg 146 punten, de nummer twee kreeg 145 punten, enzovoort. Als je dan de twee cijfers optelt krijg je bijgaande lijst.

Maar bezoekers en activiteiten dan?
Bij de Best Presterende Bibliotheek die ik eind vorig jaar bekend maakte waren er vier factoren die ik meenam: leden, uitleningen, bezoekers en activiteiten. Bij de jeugdbibliotheken kom ik op dit moment niet verder dan twee kengetallen. Want van jeugdbezoek of van jeugdactiviteiten kan ik op basis van de huidige datasets niet een goed beeld maken. Ja, er zitten zeker jeugdactiviteiten in de dataset van de gegevenslevering maar dat geldt dan alleen weer voor de bibliotheken die dit uitgesplitst hebben in het overzicht. Velen hebben dat niet.  Ook is het aandeel van jongeren als bezoeker van de bibliotheek niet bekend in deze dataset. Bezoeken zij de bibliotheek frequenter dan volwassenen? En is er verschil tussen bibliotheken? Zijn er bibliotheken die kinderen vaker naar de bibliotheek weten te krijgen? Dit soort cijfers zijn onbekend op landelijke schaal.

En dan is er tot slot nog de Bibliotheek op school. Lokale bibliotheken hebben die gegevens van hun eigen situatie. Een openbare dataset met gegevens van elke bibliotheek is hier nog niet. Eigenlijk wel jammer want het zou onderlinge vergelijking makkelijker maken en daar valt denk ik nog wel wat van te leren. Er is goed nieuws op dit front. Ik heb hierover contact gehad met de onderzoeksafdeling van de KB en zij gaven aan dat ze voornemens zijn inderdaad in het voorjaar van 2020 deze gegevens toe te voegen aan hun datasets. Het moet dan dus mogelijk zijn om te zien welk percentage scholen per bibliotheek deelneemt en hoeveel schoolkinderen een bibliotheek bereikt. Hulde!

Zullen we afspreken dat als die cijfers er zijn dat ik dan nog een keer naar de prestaties voor kinderen ga kijken? Dan beschouwen we dit maar even als een eerste uitslag - en daar is niks mis mee -  en vullen we die op een later moment aan.

Terug naar de top-20
Goed, na die toevoeging gaan we toch nog eens naar de top-20 kijken.  In deze top-20 staat geen enkele bibliotheek die in beide top-15's stond. Een topprestatie op beide gebieden lijkt elkaar bijna uit te sluiten: wie veel leden heeft, krijgt ook leden die minder lenen en wie minder leden heeft, lijkt juist meer leden te hebben die veel lezen.

Hellendoorn is de bibliotheekstichtring die het beste presteert op beide fronten: bereik en gebruik. Wie die hele top-20 ziet, ziet dat dat een knappe prestatie is.

Opvallend in deze top-20 is ook de aanwezigheid van veel Brabantse en Limburgse bibliotheken. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Overijsselse bibliotheken die we ook veel in de algemene top-20 zagen, gold dat niet voor de Brabantse en Limburgse bibliotheken. Nuth, Lage Beemden, Venlo, Roermond, Boxmeer, De Kempen en Maas en Peel, geen van allen kwamen ze voor in de algemene top-20 van Best Presterende Bibliotheken. Hier ligt dus nadrukkelijk een accent voor deze provincies. Laat ik dit een eervolle vermelding noemen.

Overigens zien we bibliotheken van het eerste uur die op stap waren met de Bibliotheek op school  veel terug in deze top-20: Den Bosch, Gelderland Zuid, Hengelo en Salland. Ook voor hen is dit denk ik eer naar werken.

De nummer 1 van de algemene top-20, Stadskanaal, zien we in deze lijst nog net terug op nummer 19.  Het is duidelijk dat beide lijsten dus een verschillend accent kennen en dat bibliotheken ook nadrukkelijk verschillend scoren in deze lijsten. Het toont voor mij aan dat deze verschillende top-20's ook echt wat verschillends meten.

Voor nu: mijn felicitaties aan deze helden van het jeugdbibliotheekwerk! Ga door met het goede werk want de samenleving heeft het meer dan nodig. Een bijzondere felicitatie aan Hellendoorn, Kampen en Katwijk die zowel in bereik als gebruik op dit vlak excellent scoren.

Voor wie de andere twee blogs wil teruglezen:
Hier het blog over het percentage jeugdleden
Hier het blog over het aantal uitleningen per jeugdlid

maandag 13 januari 2020

Waar lenen kinderen het meest? : De Best Presterende Jeugdbibliotheek van Nederland : Deel 2 van 3


Na de vorige blog over waar kinderen het meeste lid zijn, gaan we nu kijken naar het gebruik: waar lenen ze het meest? Want veel leden is één maar leden die veel lezen is natuurlijk twee. En lekker en veel lezen is natuurlijk waar heet om gaat.

Dit keer dus de uitleningen per jeugdlid in een top-15. En ik waarschuw maar vast: dit is een ingewikkeld blogje want de cijfers zijn niet makkelijk.

Landelijk gemiddelde 15,1
Het ongemakkelijke nieuws is: kinderen lenen minder dan volwassenen. Het landelijk gemiddelde over het geheel is 18,3 uitlening per lid als je kinderen en volwassenen samen neemt. Voor kinderen ligt het gemiddelde op 15,1, voor volwassenen zal het - ik heb het niet exact nagerekend - ergens rond de 23 à 24 uitleningen per lener liggen.  Interessant is bijvoorbeeld om te zien dat bijvoorbeeld ook plaatsen als Rijssen-Holten en Staphorst die vanwege hun christelijke signatuur een sterkere leestraditie kennen, dit zelfde effect zien. Ook hier lezen kinderen beduidend minder dan de volwassenen.

Nu is daar wel een verzachtend antwoord op te geven: volwassenen betalen voor hun lidmaatschap en kinderen niet. Dat kan ervoor zorgen dat volwassenen die weinig lezen sneller afhaken terwijl kinderen dan nog lid blijven. SCP-rapporten over leestijd bevestigen de teruggelopen leestijd tussen generaties en ik denk eerlijk gezegd dat we dat hier ook zien. Werk aan de winkel dus omdat we allemaal weten hoe belangrijk het is om veel met taal in aanraking te komen.

Drie Overijsselse jeugdbibliotheken aan kop
Tubbergen, Staphorst en Ommen, alle drie Overijsselse bibliotheken, gaan aan kop met meer dan 30 uitleningen per jeugdlid. Voor Tubbergen vind ik het een prachtig resultaat. Het is een bibliotheek die een aantal jaren nog werd geconfronteerd met een flinke teruggang door bezuinigingen. De toenmalige wethouder De Witte, nu  gedeputeerde in Overijssel, zorgde er toen voor dat de bibliotheek de ruimte kreeg om met de Bibliotheek op school aan de slag te gaan. En met succes zien we hier!

Over het geheel van de top-15 staan zelfs zeven Overijsselse bibliotheken. Dat is bijna de helft! De drie bibliotheken aan kop kwamen ook al in de top-15 van uitleningen voor over het geheel. Alle drie zijn het ook bibliotheken die altijd al actief waren in jeugdbibliotheekwerk en contacten met scholen hierover.

Wat meten we precies?
Maar nu ga ik het wat ingewikkelder maken. Want wat meten we precies bij deze telling? Zit de Bibliotheek op school hier wel of niet bij? Het antwoord is: ja en nee. Precies, ingewikkeld dus.

De bibliotheekenquête vraagt namelijk allen uitleningen uit aan bibliotheken. In  vraag 6 van de vragenlijst wordt gevraagd:
U heeft in 2018 [aantal boeken jeugd fictie uitgeleend] boeken jeugd fictie en [aantal boeken jeugd non-fictie uitgeleend] boeken jeugd non-fictie uitgeleend. Hoeveel van deze materialen zijn in 2018 uitgeleend via de Bibliotheek op school? 
Bovenstaande lijst bevat dus ook de uitleningen van de Bibliotheek op school. Van de 34,4 miljoen jeugduitleningen gingen er 5,6 miljoen via de Bibliotheek op school, zo'n 16% van het geheel.  Zo'n 70% van alle bibliotheken geeft bij deze vraag een antwoord. Zo'n 30% vult niks in.

Echter, dat zijn niet alle schooluitleningen. Er is nog vraag 7 in de  vragenlijst:
Hoeveel materialen van uw bibliotheekorganisatie zijn in 2018 uitgeleend via de Bibliotheek op school (exclusief verlengingen), via een uitleensysteem dat niet in beheer is van de bibliotheek?
Uitleningen jeugd: de Bibliotheek op school (exclusief verlengingen): Het gaat hierbij om de uitleningen van materialen die eigendom zijn van uw bibliotheekorganisatie en uitgeleend worden via de Bibliotheek op school, maar niet geregistreerd worden in het ILS van de bibliotheek.
 ILS: Integrated Library System, het systeem waar de klanten in geregistreerd worden en het uitleenproces in beheerd wordt (bijv. Wise, Vubis, Concerto of Brocade).
 Let op: Het gaat om de uitleningen die niet worden meegeteld onder vraag 5 en 6.

Volgt u het nog? Naast de uitlening in je eigen bibliotheeksysteem, kunnen er ook nog uitleningen buiten je eigen bibliotheeksysteem zijn. Denk dan aan uitleningen via Aura of KOHA. Die zijn in bovenstaande telling niet meegenomen. In totaal gaat het hier dan om zo'n 956.000 uitleningen van ongeveer 13 bibliotheekorganisaties.

Vraag 6 wordt wel meegeteld in het totaal en vraag 7 wordt niet meegeteld in het overzicht.  Dit leidt voor mij tot twee aanvullende overzichten.

Overzicht van uitleningen buiten bibliotheeksysteem



Ik heb de bibliotheekorganisaties die ook uit buiten hun bibliotheeksysteem uitlenen even op een rijtje gezet. Het zijn bovenstaande bibliotheken. In rood ziet u de uitleningen buiten het bibliotheeksysteem. In blauw de uitleningen aan de jeugd binnen het bibliotheeksysteem.

Soms gaat het om marginale aantallen zoals bij Nord Fryslan over Zeeuws Vlaanderen. Maar soms gaat het om meer dan wat in het bibliotheeksysteem gebeurt. Kijk maar eens naar BiblioPlus en Bibliorura. Wat ik niet weet is of verschillende systemen ook leidt tot verschillende ledensystemen en of bepaalde jeugdleden bij deze bibliotheken dan ook niet meegeteld zijn.

Deze uitleningen beïnvloeden het totaal maar licht - bijna een miljoen uitleningen op in totaal 35 miljoen uitleningen- maar het kan de uitkomsten van deze bibliotheken wel sterk beïnvloeden. Deze uitleningen zijn niet meegeteld in de reguliere telling. En eigenlijk snap ik niet zo goed waarom. Want het zijn precies hetzelfde soort uitleningen maar niet in het primaire bibliotheeksysteem.

Eigenlijk moet je deze uitleningen dus gaan meetellen.....

U snapt: dat heb ik gedaan en dan nog eens een top-15 gemaakt.

Top-15 inclusief uitleningen buiten het bibliotheeksysteem



En zoals verwacht leidt dat natuurlijk niet tot een aardverschuiving maar er is één bibliotheek die er nu toch in komt. En dat is Bibliorura, de bibliotheek van Roermond en Roerdalen. Op een mooie zevende plek en helaas voor BplusC Leiden dat eerst op de vijftiende plaats stond, die valt er nu net buiten. BiblioPlus

Het landelijk gemiddelde stijgt dan nog van 15,1 naar 15,5 boek per kind.

Alles bij elkaar was het nog wel een lastige exercitie om deze cijfers goed uit elkaar te trekken. Er zullen ongetwijfeld allemaal goede redenen zijn om het zo te doen maar soms denk ik wel bij dit soort zaken: één bibliotheeksysteem voor iedereen en voor elke school zou op dit punt wel een zegen zijn. Maar goed, we hebben de cijfers weer en als u er tussen staat hebt u puik werk geleverd.

Ik maak me op voor een derde en afsluitend blog over activiteiten, bezoek en het antwoord op de vraag: kunnen we een Best Presterende Jeugdbibliotheek aanwijzen? Voor bibliotheken die heel nieuwsgierig zijn: ik publiceer die uitslag donderdagochtend 16 januari.

Stay tuned!

woensdag 8 januari 2020

Waar zijn de meeste kinderen lid? De best presterende jeugdbibliotheek van Nederland : Deel 1 van 3


De eerste blog in het nieuwe jaar! Terwijl u nog uw collega's misschien nog een goed Nieuwjaar wenst en uw eerste goede voornemens al weer sneuvelen, ga ik maar eens verder waar ik eind vorig jaar gebleven was: lijstjes maken over bibliotheken!

Want na het overzicht van de Best Presterende Bibliotheek van Nederland, vroeg ik mij af of het mogelijk was om ook eens te kijken naar de Beste Jeugdbibliotheek. Kinderen en jongeren zijn in ledental onze grootste gebruikersgroep. Daarnaast is zwaar geïnvesteerd in de Bibliotheek op school.  Zou je nu ook op dat gebied tot een bepaald overzicht kunnen komen?

Want nieuw in de dataset van de Koninklijke Bibliotheek is dat men niet alleen de omvang van het totale werkgebied heeft opgenomen maar ook het totaal aantal jongeren tot en met 17 jaar. Door dat te combineren kun je dus het percentage jeugd berekenen dat lid is van de bibliotheek. En dat per bibliotheek.

Dat levert het bovenstaande bijzondere plaatje op.

Landelijk gemiddelde 68,7% lid
In heel Nederland zijn er 3,34 miljoen personen onder de 18 jaar. 2,28 miljoen daarvan hebben een bibliotheekpas. In heel Nederland is 68,4%  van de kinderen lid. Het hoogste bereik hebben we in de basisschoolleeftijd. Ik schat dat het daar rond de 90% zal liggen en in de categorie tot 4 jaar zal ongeveer 40% lid zijn en boven de 12 zien we een afnemend gebruik waarbij de 90% vaak langzaam daalt tot 17 jaar tot zeg 50%. Na 17 jaar volgt vaak de factuur voor een abonnement en decimeert het lidmaatschap vaak tot tussen de 5% en 15%. Zie hier de bibliotheekcarrière van een gemiddeld kind.

Meer dan 100%
In bovenstaande top-15 staan zes bibliotheken met een Noord-Koreaans bereik van boven de 100%. Hoe kan dat zult u denken? Van een aantal bibliotheken die hier tussen zit, weet ik wel hoe dit kan. Men heeft daar afspraken met met name de middelbare scholen en/of ROC's die ook een streekfunctie hebben. Er worden dan dus leerlingen ingeschreven van buiten het eigen werkgebied.

Daarnaast zijn dit bibliotheken met veelal een zeer actief beleid rond Bibliotheek op school op basisscholen en zullen ze vrij actief zijn met Boekstart.

Zwolle waren we als koploper al eerder tegen gekomen bij het totale bereik van de bibliotheek maar een deel van de motor achter dat succes ziet u dus hier.

Wat mij verder opvalt is de sterke vertegenwoordiging van Drenthe in deze lijst. Zowel Biblionet Drenthe als Emmen, samen goed voor een zeer groot deel van deze provincie. Ik denk dat dit wel eer naar werken is want jeugdbibliotheekwerk en ondersteuning van scholen heeft in deze provincie altijd hoog in het vaandel gestaan. En met succes dus.

En verder?
Zo dit was deel één. In een volgende blog ga ik kijken naar uitleencijfers en jeugd. Waar lezen ze veel en zijn dat ook de bibliotheken waar veel jeugdleden lid zijn? Dat zou pas echt winst zijn natuurlijk.  Verder zal ik nog wat zeggen over activiteiten en bezoek en zal ik zo toewerken of het mogelijk is om een Best Presterende Jeugdbibliotheek aan te wijzen.

Stay tuned!