Posts tonen met het label digitale overheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label digitale overheid. Alle posts tonen

zondag 8 september 2024

Namens mijn moeder: Overheid maak werk van de zorgplicht op de Digitale Overheid!

U ziet mij hier met mijn moeder. Ze is 79 en ze is een dappere vrouw. Ze deed de huishoudschool, een kleine aanvullende opleiding en rond haar 16e, 17e ging ze aan het werk. Eerst als gezinsverzorger en na haar trouwen, werkte ze samen met mijn vader in de groentewinkel. Mijn vader deed de administratie en mijn moeder het grootste deel van het huishouden. Dat was hard werken, kan ik u vertellen. 

Toen ze met pensioen gingen veranderden de rollen. Mijn moeder leerde omgaan met de computer, leerde e-mailen en beheerde uiteindelijk de bankzaken. En dat had alles te maken met de computer. Er was geen bankfiliaal meer waar mijn vader altijd heen ging en alles met de bank ging via internet. En daarmee was mijn vader was niet meer de baas in huis maar mijn moeder. Zo kan het gaan.

Mijn moeder knokte hard om zich alles eigen te maken. Ik heb gezien van hoe ver ze moest komen en hoeveel je moet leren om mee te kunnen in deze samenleving. Ze leerde omgaan met de computer, leren printen, leren mailen en een heel klein beetje leren omgaan met internet. Dat was een proces van jaren. Maar nu geniet ze van berichten op Facebook. Later kwam daar de mobiele telefoon bij. Weer zo'n 'ding'. WhatsAppen en videobellen is het belangrijkste wat ze er mee doet. Het is niet makkelijk voor haar maar ze doet het toch maar mooi.

Het begrip Basisvaardigheden is enorm opgerekt

Maar ondanks het harde werken van mijn moeder, lukt veel haar ook niet. De tweewegfactor, of zelfs driewegfactor van Digid is abacadabra voor haar. Een nieuwe app installeren op haar telefoon lukt haar niet. Een vliegticket bestellen om naar haar zoon in Slowakije te vliegen, vindt ze toch nog te spannend. Mijn moeder voelt zich dan dom. En dat is natuurlijk volstrekt onterecht. Ze is helemaal niet dom. Het enige wat het aantoont is hoeveel vaardigheden deze maatschappij vraagt van mensen. Het begrip 'basisvaardigheden' is in de afgelopen twee decennia heel erg opgerekt.  Vroeger hoefde je alleen te kunnen lezen, schrijven en rekenen. Maar dat is allang niet meer genoeg. De overheid (en de samenleving) is stilletje heel erg opgeschoven in het begrip 'Basisvaardigheden'. Twintig jaar geleden wist nog niemand iets van een tweewegfactor.... En zelfs WhatsApp is maar krap vijftien jaar oud. 

Maar het is niet alleen iets van de oudere generatie. Zelfs als ik mensen spreek van jongere generaties geven ze toe dat ze zich bij sommige handelingen toch altijd onzeker voelen: overstappen van een oude telefoon naar een nieuwe bijvoorbeeld. Dat is toch maar hopen dat alle authenticaties goed meegaan en dat je nog bij de app van je bank kunt bijvoorbeeld. 

Met andere woorden: mijn moeder doet het hartstikke goed. Ze werkt hard om bij te blijven. Ze moest van ver komen maar hoe hard ze ook werkt, het gaat haar niet meer lukken om de kenniskloof te dichten. De techniek en overheid bewegen even hard als zij. Het gat blijft. Je bent nooit klaar. 

En ik weet zeker: ook u kent mensen als mijn moeder.

Wie is hier verantwoordelijk?

Mijn vader kon - bij leven - boos worden op de overheid, op de bank, op de bedrijven omdat je alleen nog maar digitaal zaken kon doen. Mijn moeder probeerde het te leren. En vaak lukte dat. Je kunt mijn moeder niet verwijten dat ze zich niet tot het uiterste heeft ingezet. En ondanks dat mijn moeder zich tot het uiterste inzet , verwacht die overheid steeds meer van haar. Is dat terecht? En is die overheid dan niet verplicht om ook te zorgen voor adequate scholing? Van het omgaan met een pc, omgaan met internet, tot omgaan met je Digid? Moet daar niet een soort zorgplicht komen?

En dan heb ik goed nieuws en slecht nieuws. Het goede nieuws is: zo'n zorgplicht komt er. Het slechte nieuws is: we weten nog absoluut niet wat het inhoudt.

Een zorgplicht voor de digitale overheid

Wie gaat zoeken naar de wetgeving rond de digitale overheid stuit op twee wetten. De eerste is de Wet Digitale Overheid. Het doel van die Wet Digitale Overheid is: 

' het regelen van het veilig en betrouwbaar kunnen inloggen voor Nederlandse burgers en bedrijven bij de (semi-)overheid.  De wet geeft daarnaast regels over informatieveiligheid en privacy en biedt de grondslag om overheidsinstanties te verplichten tot het toepassen van open standaarden. Het gebruik van open standaarden zorgt voor meer keuzevrijheid in ICT-leveranciers en het efficiënt en in ketens kunnen werken als één overheid.'

Deze wet is op 1 juli 2023 gefaseerd in werking getreden. De wet gaat in op welke middelen de overheid mag gebruiken rond de digitale overheid en welke kosten hier (voor burgers) aan verbonden mogen zijn. De wet zegt niets over de plicht van de overheid om burgers goed op weg te helpen. Die laten we dus links liggen. Overigens kan ik u wel vertellen dat in die wet al wordt voorgesorteerd op de opvolger van de Digid (ja, ook die gaat weer verdwijnen want niet veilig genoeg meer).

De tweede wet is de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer. Deze wet bestaat al maar gaat per 1 januari 2024, 1 juli 2024 of1 januari 2025 een flink aantal wijzigingen krijgen. Alle drie de data ben ik overigens tegen gekomen op informatiesites. De wijziging van die wet heeft zelfs gevolgen voor de grote 'Algemene Wet Bestuursrecht'. De overheid zegt zelf over deze wet:

'De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) regelt dat burgers en bedrijven hun zaken die ze met de overheid moeten doen, digitaal kunnen afhandelen. Zij krijgen daarmee het recht om officiële berichten, zoals aanvragen voor vergunningen en bezwaarschriften, elektronisch aan het bestuursorgaan te zenden. Daarnaast verbetert hun rechtspositie in het digitale contact met de overheid.

De mogelijkheid om per post met de overheid te communiceren blijft; de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) geeft burgers en bedrijven de keuze tussen de papieren of de digitale weg.'

Tot nog toe was het digitale verkeer met de overheid dus niet echt strikt gereguleerd. Er werd natuurlijk afgestemd - anders was er nooit één Digid gekomen - maar echte wettelijke verplichtingen ontbraken. Dat zou voor burgers een soort willekeur in gebruik kunnen opleveren. De Belastingdienst is altijd koploper geweest in het gebruik van digitale diensten en veel andere uitvoeringsorganisaties volgden vervolgens de Belastingdienst. 

Een belangrijk gegeven in de wet is dat er een zorgplicht komt voor overheden om burgers te helpen bij communicatie met de overheid. Artikel 2.1 van de algemene wet Bestuursrecht wordt bij invoering namelijk: 

'Een bestuursorgaan draagt zorg voor passende ondersteuning bij het verkeer met dat bestuursorgaan'

Met andere woorden: mijn moeder hoeft niet zelf alles uit te vinden maar instanties zijn verplicht haar te helpen. En ik zal u vast vertellen: een handleiding of een verstopt introductiefilmpje zal niet genoeg zijn. 

Handreiking van Binnenlandse Zaken

Het ministerie van Binnenlandse Zaken, waar deze wet onder valt, heeft een handreiking gemaakt voor de implementatie van de wet. 

In die handreiking wordt ook ingegaan op wat passende ondersteuning is. De handreiking zegt daarover:

De ondersteuning moet zodanig zijn, dat de doelgroep waarop een dienst zich richt, normaal gesproken deze dienst kan afnemen, mede gelet op de beschikbare maatschappelijke voorzieningen en de eigen verantwoordelijkheid om aan bepaalde kwalificaties te voldoen. De ondersteuning is dus passend wanneer de doelgroep hiermee zaken met de overheid met succes kan regelen. 

Concreet: 

  • Het gaat om het geven van voorlichting en het beantwoorden van vragen op een manier die aansluit bij de doelgroep. In bepaalde situaties gaat het ook om praktische hulp bij het invullen, berekenen, lezen of vertalen.  
  • In de praktijk zal de ondersteuning vaak op verschillende niveaus moeten wordt geboden. De algemene voorlichting zal daarbij worden afgestemd op het niveau waarmee de meeste mensen kunnen worden bereikt. Aanvullende voorzieningen, bijvoorbeeld in de vorm van een helpdesk, zullen de vertaalslag moeten kunnen maken naar mensen die hiermee niet uit de voeten kunnen.
  • Van een burger mag een eigen inspanning worden verwacht. Het bestuursorgaan hoeft niet te helpen bij zaken die de burger met enige inspanning ook zelf kan doen.  
  • Burgers hebben een eigen verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat zij over basisvaardigheden beschikken. Wie bijvoorbeeld alleen de Chinese taal machtig is kan niet verlangen dat de ondersteuning in het Chinees wordt geboden.  
  • Als een dienst gericht is op een specifieke doelgroep dan kan de ondersteuning zijn afgestemd op de kwalificaties waaraan die doelgroep geacht wordt te voldoen. Van leden van een beroepsgroep mag bijvoorbeeld worden verwacht dat zij over de vereiste vakkennis beschikken, van studenten mag worden verwacht dat ze over digitale vaardigheden beschikken. 
  • Passende ondersteuning is niet het optreden als adviseur, belangenbehartiger, hulp- of zorgverlener. Daarvoor moet een beroep worden gedaan op andere maatschappelijke voorzieningen zoals een bewindvoerder of een gemachtigde. 

Tja,  ik onderstreep maar even de zin over basisvaardigheden. Want wat zijn dat? Is kunnen omgaan met een computer een basisvaardigheid of heeft overheid hier een plicht? Is zelfstandig een tweewegfactor van Digid installeren een basisvaardigheid? Het voorbeeld van de Chinese taal is een makkelijk voorbeeld maar er is hier echt een grijs gebied. 

Tegelijkertijd moet een dienst voldoen aan de kwalificaties waaraan de doelgroep geacht wordt te voldoen. 

Hier staan teveel subjectieve begrippen en dit is dan al de nadere uitleg. De handreiking trekt dan ook zelf de conclusie dat er geen eenduidige richtlijnen zijn te geven. Dus uitvoeringsorganen: u mag het zelf uitzoeken. Overigens: u heeft alleen succes als uw doelgroep er succesvol mee weet te werken. Dat is een belangrijk ijkpunt. 

2,5 tot 4 miljoen Nederlanders zijn onvoldoende digitaal vaardig

Uit onderzoek blijft dat 2,5 tot 4 miljoen Nederlanders tussen de 16 en 74 jaar onvoldoende digitaal vaardig zijn. Ook heeft een miljoen Nederlanders met lage inkomens moeite om faciliteiten te kopen die goed passen bij digitaal gebruik. Is het hun eigen verantwoordelijkheid om het te leren of moet de overheid de ondersteuning bieden zodat burgers het kunnen of kunnen leren? Als de groep zo groot is, kun je niet stellen dat het alleen de eigen verantwoordelijkheid is. Verre van. De overheid heeft hier nadrukkelijk een taak.

De Informatiepunten Digitale Overheid die we kennen zijn uitvloeisel van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer. Het is namelijk een ministeriële regeling die u hier kunt vinden. 

En die Informatiepunten zijn een succes. Gestart in 2019 met vijftien en ondertussen zijn het er 778 in de 342 gemeenten in Nederland. De laatste voortgangsbrief aan de Kamer over de Digitale Overheid, laat de IDO's telkens als succes terugkomen. 

Het bijzondere is dat in die regeling de verantwoordelijkheid voor ondersteuning bij de gemeenten neer wordt gelegd. Een beetje analoog aan het sociaal domein. Dat terwijl de wetswijziging die er aan komt de zorgplicht neerlegt bij álle bestuurs- en uitvoeringsorganen. Dus ook bij Rijk en provincies, ook bij de UWV's, Belastingdiensten en SVB's van deze wereld. 

En als we kijken naar het financiële gedeelte van deze ministeriële regeling op gemeentelijk niveau, is dat in de basis € 0,83 per inwoner en € 0,70 per inwoner tussen de 15 en 75 jaar die ten hoogste vmbo heeft afgerond. In de regel kom je dan rond de € 1,00 per inwoner terecht. Zo'n € 18 miljoen dus. Uitgaande van vier miljoen inwoners met een achterstand is dat zo'n € 4,- per inwoner die ondersteuning nodig heeft. 

Terug naar mijn moeder: overheid maak werk van de zorgplicht voor de digitale overheid!

Als ik zie hoeveel stappen mijn moeder al heeft gezet - en ja met de nodige ondersteuning van kinderen en anderen - dan is die € 4,- per inwoner met digitale achterstand natuurlijk een lachertje. Mooi geld natuurlijk, en nodig, en bibliotheken weten met die middelen prima resultaten te bereiken. Geen misverstand daarover. Hulde voor al die medewerkers en vrijwilligers. Het is goud waard. Maar met deze omvang aan middelen krijg je resultaten passend bij die omvang. Wie dus verwacht met € 18 miljoen alle vier miljoen mensen die het digitaal moeilijk hebben te kunnen scholen, draait zichzelf een rad voor ogen. 

De wetswijziging wijst terecht álle bestuurs- en overheidsorganen aan met een zorgplicht voor passende ondersteuning in de omgang met de overheid. Passend bij de doelgroep. Ik zal vast verklappen dat veel mensen die in die groep van 2,5 tot 4 miljoen minder digitaal vaardige Nederlanders zitten, ook vaak de doelgroep is die ondersteuning nodig heeft van de overheid. Met € 4,- per Nederlander die geschoold moet worden red je dat niet. Kijk naar mijn moeder: ze was jaren bezig om het zich eigen te maken. Wij bieden in bibliotheken Oefenen.nl en Digisterker aan. Dat soort programma's moet veel sterker en langduriger ondersteund worden. Financieel gaat het daar om kruimelwerk. Druppels op een gloeiende plaat. En de overheidsinstanties weten dat ook.  

En let wel: ik ben niet tegen digitalisering. Zeker niet. Maar ik ben wel voor een overheid die zijn burgers serieus neemt. Ik ben voor een overheid die snapt dat wat handig is voor de overheid nog niet zo maar handig is voor burgers. En ik ben voor een overheid die snapt dat die overheid dan ook mee aan zet is om die burger te helpen. Langdurig, met zorg en professioneel. 

Dus overheid en beste staatssecretaris Zsolt Szabó : investeer serieus in die zorgplicht op passende ondersteuning voor de digitale overheid. Zet druk op alle bestuurs- en uitvoeringsorganen. En zorg voor een nog betere regeling voor de Informatiepunten Digitale Overheid. 

Namens mijn moeder (en vast vele andere moeders): bedankt.

donderdag 24 juni 2021

'Velen praten over maatschappelijk opgaven, bibliotheken doen er wat aan' : Opening 200e Informatiepunt Digitale Overheid

Op 1 juli 2019 schreef ik over de opening van het eerste Informatiepunt Digitale Overheid in Venlo. En vandaag, net geen twee jaar later, opent al de 200e! En dat dwars door de coronacrisis. In 100 weken dus 200 informatiepunten. En dat terwijl de eerste doelstelling 'maar' lag op 150 informatiepunten en dat dat aantal misschien bereikt zou worden eind 2021. Met andere woorden, het zijn er meer en het gaat sneller dan verwacht.  Kom er eens om in overheidsland.

De 200e staat in Oegstgeest, onderdeel van de Bibliotheek Bollenstreek. En ook vandaag wordt de opening gedaan staatsecretaris Raymond Knops. Ook de opening in Venlo, zijn thuisbasis, deed hij toen al. Het tekent hoe hij als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en portefeuillehouder voor de Digitale Overheid, begaan is met die onderwerp. Hij kwam graag opnieuw langs. 

Ditmaal is ook Reinier van Zutphen, de nationaal ombudsman erbij. De overheid die een menselijke maat hanteert is natuurlijk ook voor deze instantie een thema dat belangrijk is. 

Hans Portengen, directeur van Bollenstreek, heet een ieder welkom en Maaike Toonen - toch wel ongeveer de moeder van alle Informatiepunten - is gespreksleider. Drie burgers uit Oegstgeest leggen aan de staatssecretaris en de ombudsman uit waarom ze blij zijn met het Informatiepunt en wat die aanvult op wat de overheid zelf doet. Zij spreken uit dat die menselijke maat zo belangrijk is en dat het eigenlijk er al wel eerder had mogen zijn.


De burgers die geïnterviewd worden laten weten dat ze geholpen zijn met het belastingformulier of hoe je met je DigiD moet werken. Ze geven aan dat ze nu iets kunnen wat ze hier voorheen niet konden. Er volgt een filmpje over de ervaringen van het eerste Informatiepunt Digitale Overheid in Venlo. Ook hier weer een verhaal van burgers die aangeven dat ze geholpen zijn door het Informatiepunt. Ook hier weer blije gezichten. 

Aron Bell, directeur van het CAK en voorzitter van de Manifestgroep (de club van organisaties zoals Belastingdienst, RDW, CJIB etc) geeft aan dat ze twee jaar geleden met acht organisaties zijn begonnen en dat nu veel andere partijen ook graag mee willen doen. 

Lily Knibbeler, directeur van de Koninklijke Bibliotheek geeft aan dat ze ontzettend trots is op het bibliotheeknetwerk. Van 1 naar 200 punten in twee jaar tijd. Het past goed bij de maatschappelijke-educatieve bibliotheek en het sluit nauw aan bij het landelijk bibliotheekconvenant dat onlangs is afgesloten door het Rijk, provincies en gemeenten en waarbij participatie in de informatiesamenleving één van de drie grote maatschappelijke opgaven is. 'Velen praten over die opgaven, bibliotheken doen er wat aan', betoogt ze. Mooie oneliner. 

Aansluitend volgt een gesprek tussen de Ombudsman, de Staatssecretaris en de wethouder. Reinier van Zupthen, de ombudsman, betoogt dat deze informatiepunten nu precies aansluiten bij de vraag naar menselijk contact. Raymond Knops sluit daarbij aan. Hij geeft aan dat mensen die worden geholpen door mensen, een positiever beeld krijgen van de instelling die hem helpt. Daarom is het goed dat de overheid ondersteuning organiseert. 

De staatssecretaris was  aangenaam verrast door het tempo dat bibliotheken aan de dag leggen. Hij had niet verwacht dat er al 200 zouden zijn. En hij zegde ter plekke toe dat hij ook bij nummer 300 weer een opening zal verwachten. De digitale overheid is een weg die zeker doorgaat. Het wordt niet minder digitaal maar meer digitaal. Dat keer je niet om. Maar daarom heb je wel de plicht om mee te helpen. Hij gaf ook aan hoe hij koning Willem-Alexander meenam naar Venlo om ook hem het informatiepunt Digitale Overheid te laten zien. Hij kreeg daar ook te zien hoe mensen die een cursus hadden gevolgd in Venlo vervolgens ook weer als 'maatje' weer anderen wilden helpen. 

Hans Portengen noemt nog hoe de coronacrisis ervoor zorgde dat er nieuwe wegen werden gevonden: van taalwandelingen en via online oplossingen. De crisis stopte de bibliotheek niet in deze dienstverlening maar daagde wel uit tot de nodige creativiteit. 

De staatssecretaris geeft aan dat de bibliotheken een groot compliment verdienen. Ze hebben aangetoond een infrastructuur te kunnen opbouwen. Het podium staat maar nu op naar meer publiek! We zijn nog lang niet klaar, ga de samenleving in en laat het weten!

Het punt wordt daarna feestelijk geopend. Tien hoogopgeleiden prikken een ballon door en feliciteren elkaar lachend. Zo gaat het. Maar achter deze opening staat een groot netwerk van hardwerkende bibliotheken die op lokaal niveau met vele partijen en vele burgers die mogelijk maakt. Dat maakt het tot een prestatie van formaat. Een belofte waarmee we heel veel inwoners verder kunnen helpen. En dat is het echte feestje. 

donderdag 23 juni 2016

Hoe bibliotheken steeds meer de essentiële hulpstructuur worden voor een snel veranderende samenleving...


In januari 2014 hield ik een presentatie in Enschede met de titel: 'Boeken, bier, prozac, viagra en bibliotheken' over de ontwikkelingen in bibliotheekwerk. De drie decentralisaties waren nog geen feit, de bibliotheekwet was nog niet ingevoerd en we zaten nog midden in de crisis.Twee jaar geleden nog maar.

In het aansluitende gesprek met wethouder Hatenboer noemde hij de bibliotheek 'een essentiële hulpstructuur voor een snel veranderende samenleving'.  Deze week moest ik nog eens even terug denken aan die woorden uit 2014 van hem en hoe snel die woorden werkelijkheid worden.


Belastingdienst
Deze week begon ik met een landelijke bijeenkomst over de samenwerking met de Belastingdienst. 70 bibliotheekmensen hadden zich aangemeld maar in de zaal zaten er meer dan 100! Ik begon die bijeenkomst met de woorden dat het nog maar een half jaar geleden was dat we de eerste gesprekken met de Belastingdienst startten. En in deze bijeenkomst presenteerde Lisenka Akse - namens de KB en Eline Ophof en Brenda Jacobs namens de Belastingdienst de voortgang. Er is een subsidieregeling, er is een checklist voor bibliotheken, er zijn tips voor veiligheid en privacy, er zijn sessies gepland voor dienstverleners die spreekuren willen houden en ook de  toolkit is bijna klaar.

Overigens gebruikten we daar ook het mooie voorbeeld van de Bibliotheek Den Haag dat u hierbonder vindt.


We sluiten de bijeenkomst af met de belofte dat we elkaar in het najaar weer zien en dat we ons dan gaan voorbereiden op een mooie promotiecampagne voor de aangiftecampagne van volgend jaar. Ik zie bibliotheken als stelsel acteren waarbij iedere bibliotheek zijn eigen lokale netwerk meeneemt. Petje af.

Minister Plasterk en de pilot van Binnenlandse zaken
Twee dagen later staan we in Bussum met minister Plasterk. Hij tekent een overeenkomst met de bibliotheken. De overeenkomst is gericht op het ondersteunen van burgers in het communiceren met de digitale overheid. Wat hebben burgers daarvoor nodig? Wie kan daarbij helpen? Hoe veranker je dat in lokale netwerken? Dit soort vragen - waar u overigens als bibliotheek ook al mee bezig bent - worden uitgewerkt in drie pilotbibliotheken: Katwijk, Gooi en Meer en Venlo.

Het is een kortdurende pilot want hij volgend jaar al geëvalueerd. Dat geeft ook wel aan dat beide partijen: ministerie en bibliotheken haast hebben. Want als dit werkt - en mijn stellling: waarom zou dat niet werken? - dan moeten we dit snel verbreden naar heel het bibliotheeknetwerk.

In een interview met Bibliotheekblad zegt Plasterk daarover: 
'De bibliotheek is de meest laagdrempelige plek in de samenleving. Een instelling waar iedereen zich thuis voelt. Dat geldt voor buitenlandse mensen, voor moslimmoeders met kinderen, voor degenen die een groot deel van de dag op straat doorbrengen en die even de bibliotheek ingaan om een krantje te lezen. Werkelijk iedereen komt in de bibliotheek en deze is ook ingesteld op het bedienen van zo’n breed publiek. De mensen die er werken hebben de toegankelijke houding die daarvoor benodigd is. Zij weten hoe ze met al die verschillende mensen moeten omgaan. Bovendien beschikt de bibliotheek over een fijnmazig netwerk door het hele land. In die zin is de bibliotheek de meest voor de hand liggende plek om mensen wegwijs te maken op de snelweg van de digitale overheid. .... De bibliotheek is de stille kracht van de samenleving.’
De bibliotheek als stille kracht van de samenleving... dat komt toch in de buurt van de uitspraak: de bibliotheek als essentiële hulpstructuur in een snel veranderende samenleving.

Sociale dienst Oost-Achterhoek
Wie denkt dat het vooral grote landelijke partijen zijn die hiermee bezig zijn, heeft ongelijk. Op lokaal en regionaal niveau gebeurt ook van alles. Zo ben ik zelf bijvoorbeeld nog betrokken bij gesprekken die we nu voeren met de Sociale Dienst Oost-Achterhoek. Samen met directeur Ton Mengerink en zijn team van de bibliotheek maken we nu samen de de sociale dienst een aanbod op regionaal niveau. Het lijkt op het aanbod van Belastingdienst en Binnenlandse Zaken. Naar verwachting gaat men in Oost-Achterhoek daar dit najaar mee aan de slag.

Stille kracht van de samenleving
Zijn Katwijk, Venlo en Gooi en Meer bijzonder? Is Oost-Achterhoek bijzonder? Ongetwijfeld zullen ze elk iets hebben waarmee ze uniek zijn in Nederland. Maar tegelijkertijd zie ik nog zoveel meer bibliotheken precies hetzelfde spoor volgen. Allemaal hard op weg om burgers verder te helpen.

Van mij hadden alle bibliotheken van Nederland gelijk in de pilot van Binnenlandse Zaken mogen zitten. Ik denk dat bibliotheken daar wel klaar voor zijn. Maar geef de partijen om eens heen ook wat ruimte om daar aan te wennen. Wie weet wat er over een jaar in de evaluatie staat.

Regeerakkoord
Wie ziet hoe snel het beeld van bibliotheken nu kantelt - van uitleenbibliotheek naar maatschappelijke en educatieve bibliotheek - moet zich afvragen waar we over een aantal jaar staan. Op 15 maart 2017 zijn er landelijke verkiezingen. Kort daarna wordt het regeerakkoord gemaakt. Bibliotheken zitten dan vol in de campagne van de Belastingdienst, de eerste resultaten van de pilot van Binnenlandse Zaken zijn er dan ook wel.

Ik denk dat het helemaal niet ondenkbaar is dat bibliotheken in het nieuwe regeerakkoord genoemd worden als 'essentiële hulpstructuur voor een snel veranderende samenleving'. Onder het kopje 'Stille kracht'.

Foto ondertekening overeenkomst: KB