Het was de zomer 1990. Ik was 19, had net mijn rijbewijs en samen met een vriend trokken we door Oost-Europa. In het najaar van 1989 was de Muur gevallen. De Koude Oorlog was voorbij. Een bijzonder hoopvolle tijd waarin we dachten dat elk wereldprobleem was op te lossen.
We reisden samen in het Suzuki-busje dat mijn ouders hadden voor hun winkel. Mijn ouders waren overigens nog nooit zover op vakantie geweest. Die waren toen niet verder gekomen dan net over de grens in België.
Mijn vriend en ik hadden natuurlijk niet echt veel te makken en we sliepen achterin dat busje. Daar hadden we twee matrassen ingelegd en genoeg troep om een paar weken rond te trekken. Als we het busje ergens in het toenmalige Oost-Duitsland of Tsjechoslowakije neerzetten, stonden er binnen de kortste keren mensen om ons heen. Een westerse auto! We waren een bijzonderheid. Het straatbeeld bestond nog uit Trabantjes en Wartburgs.
Het Suzuki-busje op een wilde kampeerplek ergens boven Praag.
Terwijl de Oost-Duitsers ons interessant vonden, vergaapten mijn vriend en ik ons aan de Oostblok-wereld. De heilstaat die geen heilstaat bleek te zijn geweest maar een repressief en autoritair regime. We verbaasden ons. Over de armoede, de slechte huizen en de slechte wegen. Of over de manier hoe men om het systeem heen wist te werken. We toonden daarmee bijna een vorm van ramptoerisme als er niet een vorm van sociale betrokkenheid bij had gezeten. Beiden zouden we niet lang daarna een tijdje in Hongarije studeren. Mijn broer zou niet veel later in Slowakije gaan wonen.
In de wereldpolitiek heerste optimisme. Defensie-uitgaven werden naar beneden bijgesteld en leidde tot ontslag van militairen. In 2011 deed Nederland de allerlaatste tank weg. En hoewel de politiek in die tijd optimistisch was, was het dat voor het milieu zeker niet. In Oost-Duitsland reden we door volledig kale naaldbossen die te gronde waren gegaan aan zure regen. Minutenlang reden we langs volstrekt kale bomen. Dit was het gevolg van uitstoot van zwaveldioxide in de zware industrie. Zure regen kennen we niet meer. Daar is het stikstofprobleem - dat we toen ook al wel hadden - voor in de plaats gekomen.
Loket
Er was één avond waarin we het Tschechoslowaakse plaatsje Loket - ja, lacht u maar om die naam - bezochten. Het had net geregend en de zon brak weer door. Door de regen kleurden de huizen net iets feller dan als het droog is. We maakten een feeërieke wandeling door het dorpje. Een enkele foto heeft nog lang vergroot in mijn huis gehangen.
Mijn vriend en ik hadden een mooie en bijzondere tijd. Als we elkaar weer tegen komen, gaat het ook vaak over die reis. Een leeftijd waar de wereld aan je voeten ligt. En zo hoort het ook.
Loket
De komende tijd zal ik opnieuw een deel van de route afleggen die ik met mijn vriend maakte. Dit keer niet in een busje maar in een comfortabele auto en het matras achterin is vervangen door een comfortabel bed. Veel is veranderd. Het straatbeeld bestaat niet meer uit Trabantjes en Wartburgs.
Het optimisme in de wereldpolitiek is weer weg. Er woedt oorlog op de grens van Europa. Het is maar een land verder dan waar mijn broer woont. En in Amerika regeert een president die graag ruzie maakt met andere landen en die overtuigt is van zijn eigen gelijk. En ja, sommige milieuproblemen zijn opgelost maar het echte milieuprobleem hangt als een donkere wolk boven ons. Het water stijgt ons letterlijk en figuurlijk naar de lippen.
En terwijl ik mijn spullen inpak voor mijn volgende reis door Oost-Europa, demonstreert mijn jongste op de A12 tegen fossiele subsidies en ander onrecht. Mijn jongste is nu 19 en kent dezelfde sociale gedrevenheid en doet er nog veel meer mee dan ik. 19, dezelfde leeftijd waarop ik net mijn rijbewijs had en me verwonderde over verschillen in de wereld. Er is een generatie bij gekomen.
En terwijl ik begin met het inpakken van mijn koffer, krijg ik een berichtje: 'Ben opgepakt op de A12, laat nog wel weten hoe het afloopt'. Niet veel later bericht dat ze snel zijn vrijgelaten en dat het waarschijnlijk niet tot vervolging komt. In het achtuurjournaal van die avond kun je een kleine Deckers voorbij zien lopen.
Mijn wereld van 19 en die van mijn jongste lijken misschien anders. Het lijkt minder optimistisch en toch is het dat niet. De wereld van 1990 is niet de wereld van 2026. Er is veel ten goede veranderd maar er zijn nog evenzeer grote problemen. Maar het is mooi om ook volgende generaties te zien opstaan die sociale betrokkenheid en idealisme tonen.
Daar ga ik de komende weken maar eens over filosoferen. En het is natuurlijk een lang verhaal om te vertellen dat u de komende tijd geen blogjes van mij krijgt. Fijne tijd allemaal en tot later.





1 opmerking:
Fijne vakantie Mark!
Een reactie posten