dinsdag 20 oktober 2020

De leescrisis, gelijke kansen, gemiste kansen en de minister van lucht

Heel soms ben ik teleurgesteld in de politiek. De afgelopen week was zo'n week. Het ging over het leesoffensief en de beleidsbrief hierover van de ministers Slob en Van Engelshoven. Nadat Arjen Lubach zich met de leescrisis was gaan bemoeien had ik gedacht, dat er nu echte stappen zouden volgen. Ik neem u mee in mijn teleurstelling.

Op de eerste plaats: Ik heb iedereen die zich inzet in de politiek hoog zitten. Of je nu minister, burgemeester of gedeputeerde bent, het zijn rotbanen.  Iedereen weet het namelijk altijd beter,  je doet het nooit goed en je verdient een fractie van wat je in het bedrijfsleven zou hebben verdiend.

Arie Slob, onze huidige minister van Onderwijs, heb ik een paar keer ontmoet. Eén keer in zijn functie als directeur van het HCO en een paar keer tijdens verschillende halve marathons die we allebei liepen. Hij harder dan ik trouwens. Altijd vriendelijk en voorkomend. 

Ingrid van Engelshoven heb ik nooit persoonlijk ontmoet. Wel heb ik haar als wethouder van Den Haag ooit een bevlogen verhaal horen vertellen over het leren van de Nederlandse taal tijden een bijeenkomst van Oefenen.nl. 

Allebei goeierikken dus. Zo, dat is maar vast gezegd.

Het probleem: 1 op de 4 jongeren laaggeletterd

Het item van Lubach was grotendeels gebaseerd op het Pisa-rapport. In februari van dit jaar behandelde ik hier dat rapport al en ik noemde dit rapport het luchtalarm van de leescrisis. Uit dat rapport blijkt dat 24% van de 15-jarigen zo slecht kan lezen en schrijven dat deze als volwassenen laaggeletterd zijn. Dat percentage was  zes jaar eerder - schrik niet - 14%. En wie de cijfers binnen Europa vergelijkt ziet dat Nederland is afgegleden naar ongeveer het slechtste jongetje van de klas. Met name op leesmotivatie scoren Nederlandse kinderen dramatisch. Lubach noemt dat de leeshaat.

Met andere woorden: wie het tij wil keren, heeft niets aan halve maatregelen. Met ongewijzigd beleid gaat het percentage jongeren dat laaggeletterd is gewoon verder stijgen. Wie zich afvraagt waarom er steeds meer volwassen laaggeletterden zijn: hier zit dus het lek. En zolang die kraan niet dicht gaat, is het dweilen met de kraan open. In die zin zijn taalhuizen de symptoombestrijders van te weinig aandacht voor taal en lezen bij kinderen.


De Leescoalitie: Tijdvooreenleesoffensief.nl

Toch is er goed nieuws. Er is een leescoalitie die zich hiervoor inzet. Met heus manifest voor een leesoffensief. U vindt dat manifest hier.  

Even ter herinnering: In 2012 werd de Leescoalitie opgericht. Een samenwerkingsverband van toen CPNB, Stichting Lezen, Stichting Lezen & Schrijven, SIOB (nu: KB) en VOB. Bij het bibliotheekcongres in 2014 presenteerde Prinses Laurentien de ambities van de leescoalitie en ik heb ze later nog vaak gebruikt:

In 2025 verlaat geen kind de school met een leesachterstand en 

In 2025 is elke volwassenen geletterd of in een traject op weg daar naar toe.

Het was in de Beurs van Berlage dat ze deze woorden uitsprak tegenover honderden bibliothecarissen. Het werd stil... en iedereen begreep dat dit een ambitieuze maar broodnodige doelstelling was. 

Van de leescoalitie heb ik daarna niet zo heel veel meer gehoord. Tot nu gelukkig. Want het manifest waar men mee komt bevat wel een aantal aanknopingspunten:

Zo stelt het dat:

Lezers worden gemaakt, niet geboren. Het Leesoffensief heeft als uitgangspunt dat alle inwoners van Nederland een goede leesvaardigheid ontwikkelen. Lezen, goed kunnen lezen, zou kabinetsbreed beleid moeten zijn.
Dus beste volksvertegenwoordigers: werk aan de winkel. Kom met beter en intensiever beleid dan er is.

Tegelijkertijd stel het dat:

De Leescoalitie roept daarom alle onderwijs- en leesbevorderingsorganisaties, en iedereen die zich inzet voor lezen, op tot een Leesoffensief. Alleen samen kunnen wij het tij keren. Het Leesoffensief zien wij als een beweging van onderwijs-, leesbevorderings- en andere relevante maatschappelijke organisaties die het belang van lezen maatschappelijk en politiek agenderen vanuit een gezamenlijk gedragen visie.

Dat is een mooie balans. Het mes moet aan twee kanten snijden: meer aandacht van de politiek maar ook nog meer samenwerking tussen alle partijen die zich voor onderwijs en leesbevordering inzetten.

Hier word ik blij van. Het was nog mooier geweest als er ook al een bedrag was genoemd. Mensen die er verstand van hebben, zeggen dat dat nog te vroeg is. Daar word ik dan weer moedeloos van... We zijn al van 14% naar 24% laaggeletterdheid gegaan onder 15-jarigen. Hoe lang wil je dan nog wachten met ingrijpen?

Beleidsbrief Slob en Van Engelshoven over Leesoffensief

Op dezelfde dag dat de Leescoalitie het manifest openbaarde, stuurden de ministers Slob en Van Engelshoven de beleidsbrief over het leesoffensief naar de kamer. Een afgesproken een-tweetje dus.

De twaalf pagina's tellende brief start met:

Kinderen leren lezen is een van de belangrijkste doelen van het onderwijs. Leesvaardigheid is nodig om kennis te vergaren, kritisch te zijn op informatiestromen en om mee te kunnen doen in de maatschappij. Wij maken ons zorgen over de leesvaardigheid en het leesplezier in Nederland. We zien al een aantal jaren dat het leesplezier daalt, en we zien ook dat de leesvaardigheid van met name zwakke lezers daalt. We vinden dit onacceptabel en leggen ons hier niet bij neer. 

Dat is een hoopvol begin... men gaat zich er niet bij neerleggen.  Maar daarna voel ik mezelf tijdens het lezen in een moeras zakken. Er komt een technische analyse wat er mis gaat in het onderwijs en er worden speciale doelgroepen benoemd.

Daaruit vloeien voor de ministers drie actielijnen:

1) Een betere structurele verankering van leesvaardigheid in het onderwijs 

2) Stimuleren van meer leesplezier 

3) Actie-agenda met maatschappelijke partners 

Bij die drie lijnen noemen ze telkens allerlei projecten die al lopen, hoe belangrijk ze zijn en dat we daarmee door moeten.

Het gaat niet om een klein probleem of beperkte doelgroepen

En daar gaat het naar mijn gevoel mis in de brief.... Als het hier zou gaan om een klein probleem voor een beperkte doelgroep zou dat allemaal kloppen. Dat los je op met een paar projecten. 

Maar het is geen klein probleem en het gaat niet om beperkte doelgroepen! Als een kwart van de jongeren laaggeletterd is, moet er iets fundamenteel anders, is er veel meer gevoel van urgentie nodig en bovenal: veel meer inzet.

Waar ik ook kijk in de brief: er wordt niets nieuws aangekondigd. Niet anders dan dat het met curriculumvernieuwing maar mee moet. Het onderwijs moet hier het gevoel krijgen dat zij het zoveelste probleem zelf mogen oplossen. En misschien dat het nu nog niet lukt want we hebben onze handen ook nog vol aan corona. 

De beleidsbrief stelt:

Tegelijkertijd is het in de huidige situatie, waarin de coronacrisis scholen in zijn greep houdt en het uiterste vergt van schoolleiders en leraren, niet eenvoudig om dit complexe probleem van teruglopende leesvaardigheid en teruglopend leesplezier aan te pakken en er extra aandacht aan te besteden. 

Deze minister stelde onlangs 360 miljoen beschikbaar voor de verbetering van luchtventilatie op scholen. 360 miljoen omdat op 11% van de scholen het systeem onvoldoende was. Het PISA-rapport stel dat 24% van de jongeren laaggeletterd is... Welk bedrag denkt u dat er in de brief staat?

Leest u even mee en kijkt u even mee of u het bedrag kunt ontdekken voor de crisis die groter is dan de luchtventilatie:

Bij alle betrokken partijen die wij in de afgelopen maanden hebben gesproken, is het besef aanwezig dat het tij gekeerd moet worden en dat alle Nederlandse leerlingen goed moeten kunnen lezen als zij van school af komen. Er is echter nog een slag te maken tussen dit besef en de daadwerkelijke aanpak op scholen. Het leesoffensief moet ervoor zorgen dat vereende krachten en een gecombineerde inzet op zowel korte als lange termijn leidt tot een duurzame verandering in het leesonderwijs en in de leescultuur. 

Ik keek nog een keer goed. Hield hier de brief op? Miste er niet een velletje? Nee, hier hield het op. 360 miljoen voor ventilatiesystemen. Voor de leescrisis een paar lieve woorden. 

Lobby!

Mensen die wijzer en geduldiger zijn dan ik, zeggen dat er nog beleid komt na deze brief. Dat het opgebouwd wordt. Dat het iets wordt van de nieuwe regering en het regeerakkoord.  Als dat zo is, is het vooral een oproep aan onszelf als bibliotheken om een krachtige lobby in te zetten. Niet alleen maar samen met vele partijen uit onderwijs en maatschappelijk middenveld.

Voor goede taalontwikkeling moeten leeskilometers worden gemaakt. Daar kunnen scholen, kinderopvang, bibliotheken en ouders elkaar de hand reiken. Bibliotheken kunnen daar collectie, expertise en enthousiasme in aanbieden. Bibliotheken zijn een schakel. We hebben iedereen nodig om dit tij te keren.

Beste ministers, dank voor jullie werk en jullie zullen er ook alles aan proberen te doen. Ik twijfel er geen moment aan. Maar ik, als bibliothecaris begin langzaam de hoop te verliezen. In 2014 hoorde ik de grote ambities voor 2025. Daar heb ik me achter geschaard en voor ingezet. 

Bibliotheken hebben dwars door de banken- en Eurocrisis op 50% van de basisscholen een leesprogramma en een schoolbibliotheek opgezet. En dat terwijl onze budgetten krompen. We hebben 20%-25% van ons personeel omgeschoold naar leesconsulenten. Er zijn taalhuizen opgericht met veel betrokken en vrijwillige taalmaatjes. 

Dat alles gedaan en ondertussen overal bezuinigingen. 

Wij willen ons bijdrage leveren aan het oplossen van de leescrisis. We willen ook op de tweede 50% van de basisscholen een leesprogramma en een schoolbibliotheek starten. We willen alle VO-leerlingen helpen met het boek dat hen raakt. We willen nog meer ouders helpen om voor te lezen. 

Leesplezier zorgt voor gelijke kansen

Maar bovenal willen we leesplezier maken. Want plezier is een motor die zorgt dat je er mee doorgaat. Overal lees ik in verkiezingsprogramma's over gelijke kansen. Die gelijke kansen beginnen echt met gelijke kansen in taal. En gelijke kansen in taalontwikkeling begint met (voor)leeskilometers.

Leesplezier zorgt voor gelijke kansen. En daar niet in investeren is naar mijn gevoel een gemiste kans. Stop met dweilen terwijl de kraan nog open staat. Zorg dat jongeren geen leesachterstand oplopen. Met meer voorleesplezier thuis of in de kinderopvang met minder achterstand naar het basisonderwijs. Met meer leeskilometers in het basisonderwijs gaan kinderen naar een hoger schoolniveau. En met mooie leesprogramma's in het voortgezet onderwijs zorgen we zo dat dat percentage laaggeletterde jongeren eindelijk teruggedrongen wordt. 

Mogelijk? Zeer zeker! Maar bij bibliotheken zit geen lucht meer om te investeren. En sorry minister, dit luchtprobleem los je niet op met een ventilatiesysteem. Minister van Engelshoven had het in haar beleidsbrief bij de evaluatie van de WSOB nog over 90 miljoen om ervoor te zorgen dat in het hele onderwijs de bibliotheek op school mogelijk was. En als u met zo'n bedrag tegelijk gemeenten verleid om mee te doen, kijk, dan verleidt u tot het nemen van echte verantwoordelijkheid. 

Zorg dat u de minister van onderwijs en leesplezier blijft en niet de minister van lucht. Geef lucht aan leesplezier.

vrijdag 16 oktober 2020

De bibliotheekverrijker: een broodnodig en moedig experiment

De 'online presence' van bibliotheken kan en moet nog steeds veel beter. Maar hoe? Mensen zijn gemiddeld 6 uur per dag online actief. Informatie wordt gezocht via Google, filmpjes via Youtube, series via Netflix. En wat is de killer-app van bibliotheken.....? Tja, moet ik nou zeggen, online reserveren of ebooks? U voelt ook wel aan dat dat van een andere orde is. 

Bisc en Cubiss zijn en experiment gestart om mensen digitaal te boeien en te verleiden om gebruik te maken van digitale of fysieke diensten van de bibliotheek. Dit experiment staat onder leiding van Almar van der Krogt die eerder voor de Overijsselse bibliotheken en Bibliotheek.nl de ideale website ontwikkelde. Het afgelopen voorjaar deed ik mee aan een hacketon voor dit experiment en de eerste bibliotheken testen het op dit moment uit. 

Maar wat is die bibliotheekverrijker? U scrollt vast wel eens door Instagram, Twitter, Facebook of een ander sociaal medium. Bij welk bericht blijf u hangen? Het zijn niet de droge berichten of advertenties maar het zijn de berichten met een zogeheten 'trigger'. Voor de één is dat een kattenfilmpje, voor de ander een filmpje in de achtbaan of een gek bericht over een knappe menselijke prestatie of juist een enorme blunder. 


Landingspagina

De gedachte van de Biblitoheekverrijker is om zo'n bericht te vinden en te verrijken met informatie. In bovenstaande bericht van de Graafschap Bibliotheken is de trigger een foto van hoe een Koala gewogen wordt. Als je doorklikt op dit bericht dan wordt je naar een landingspagina geleid op de site van de Bibliotheekverrijker.nl. Op die pagina vind je bronnen van de bibliotheek zelf maar ook extra links naar YouTube, Pinterest of voor velen minder bekende bronnen als Delpher, tijdschrijften of kennis en expertisecentra.

De site is op 1 oktober gestart en de bibliotheken Kennemerwaard, Langendijk, Roermond, Z-O-U-T,  Purmerend, de Graafschapbibliotheken, Muziekweb, en Enschede werken er aan mee. De bedoeling is dat ze het twee keer een maand uittesten en uiteraard ondertussen verbeteringen aanbrengen in het concept.

Moedig experiment

Ik vind het een moedig experiment. Want zoveel experimenten zijn er niet in deze digitale wereld. We hebben soms geen flauw benul wat we in deze wereld zouden kunnen doen. Experimenteren en maar gewoon gaan doen om zelf ook gevoel te krijgen wat kan en niet kan, is lovenswaardig. 

Daar komt bij dat de aandacht op dit moment meer lijkt de gaan naar de maatschappelijke en educatieve bibliotheek (en terecht uiteraard) en dat daardoor de aandacht voor de digitale bibliotheek lijkt te verslappen. Of dat wordt gezegd: dat is alleen van de Koninklijke Bibliotheek. En dan terwijl wijzelf en ook onze inwoners elk jaar meer tijd online doorbrengen.  Ik vind echt dat we ook in die digitale wereld nog veel meer stappen moeten maken. 

Op de derde plaats vind ik het moedig omdat in deze dienst ook weer gewoon over informatie wordt gesproken. Eigenlijk is het een pro-actief inlichtingenbureau op internet. Die informatiefunctie is naar mijn gevoel nog steeds een essentieel onderdeel van ons werk. 

Tegelijkertijd zie ik ook wel dat we er nog niet zijn met dit experiment. Zowel qua vorm als qua omvang is er nog veel nodig. Cubiss en Bisc pakten de handschoen op en een paar dappere bibliotheken doen mee. Ik ben benieuwd naar het vervolg! 

zondag 11 oktober 2020

Bibliotheken in Crisistijd : deel 12


Het aantal besmettingen loopt gestaag op in Nederland. In de afgelopen week mochten middelbare scholieren mondkapjes gaan dragen en zagen we ze ook steeds vaker bij bezoekers van bibliotheken. Een enkele bibliotheek verplicht het zelfs bij de ingang. De verwachting is dat de komende week extra maatregelen gaan komen.  Een soort stilte voor de storm dus. Misschien nog even te kijken naar de schade die achter ons ligt. Want het derde kwartaal is afgesloten en ik heb van verschillende plekken de cijfers eens bij elkaar gebracht. 

30% minder uitleningen

Om maar met het slechte nieuws te beginnen: 2020 is qua uitleningen een hopeloos jaar aan het worden. Tot en met het derde kwartaal leenden we in Gelderland en Overijssel zo'n 30% minder uit dan in het jaar ervoor.  Ik heb geen reden om te denken dat dit in de rest van Nederland anders is. 

In Gelderland missen we zo'n 1,5 miljoen uitleningen en zo'n half miljoen verlengingen tot nu toe. In Overijssel, waar ik nog even de cijfers van verlengingen ontbeer, zijn er zo'n 1,7 miljoen uitleningen minder. In Overijssel is de teruggang dus groter dan in Gelderland terwijl men minder uitleningen heeft. In Gelderland startte men in de lock-down iets eerst met breng- en afhaalbibliotheken en ik heb het vermoeden dat ook wel meespeelt dat er in Overijssel meer kleine - en meer onbemande - vestigingen zijn die zich minder makkelijke lieten heropenen of waarvoor langer beperkingen in openingstijden golden.

Ebooks maar een hele beperkte vervanger

Naast de cijfers van de uitleensystemen heb ik ook de cijfers van de KB erbij gepakt rond de uitleningen van ebooks. Omdat velen zeggen dat ebooks dat gat wel gevuld zullen hebben. Nou, dat blijkt maar zeer beperkt het geval. In Overijssel zijn er in de eerste negen maanden zo'n 80.000 extra ebooks geleend ten opzicht van vorig jaar. Dit tegenover 1,5 miljoen minder fysieke uitleningen. In Gelderland kwamen er ruim 100.000 extra ebook-uitleningen tegenover een daling van 2 miljoen fysieke uitleningen en verlengingen.  Ebooks vangen dus ongeveer 5% op van de totale daling. 95% is weg of is alternatief ingevuld (denk aan de boekenkast thuis met ongelezen boeken).

Acht weken dicht

Van de 39 weken die de drie kwartalen beslaan waren we er acht volledig gesloten of hadden we alleen een haal- of brengservice. Dat is zo'n 20% van alle weken. Als je dat meetelt hebben het bibliotheken het nog goed gedaan. Want ook nu merken we nog wel dat een deel van onze bezoekers huiverig is om te komen. 

Overigens leenden we tijdens de lockdown wel degelijk boeken uit. Eerder berekende ik dat we op zo'n 11% van de normale capaciteit zaten, met grote verschillen per provincie.  

20 miljoen minder uitleningen landelijk en waarschijnlijk ook minimaal 20 miljoen minder bezoekers

In 2018 - ik wacht nog op het cijfer over 2019 - leenden bibliotheken zo'n 66,5 miljoen materialen uit. Als dat over 2020 het 30% minder is dan zal de schade ongeveer 20 miljoen minder geleende boeken zijn. 

Overigens hebben we ongeveer evenveel bezoekers als uitleningen in de bibliotheken. En ik verwacht dus ook dat onze bezoekersaantallen voor 2020 ook met minimaal 30% gedaald zullen zijn. Terwijl die nou net zo lekker in de lift zaten. Want de afhaalbieb zorgde voor de uitlening nog voor een beperkte vervanging maar voor ander bezoek bestond vaak geen fysiek alternatief. Daarbij komt dat er minder groepen zijn ontvangen en van kleinere omvang. Reken dus ook ook maar op minimaal 20 miljoen bezoekers minder. 

En dan heb ik het nog niet over minder krantenlezers die zo bij blijven en wat sociaal contact hebben en dan hebben we nog niet over minder cursussen en spreekuren.  De schade is enorm. 

En ja, daar staan zeker mooie initiatieven tegenover: online trainingen via digitale taalhuizen, kekke programma's voor de jeugd via internet, telefonische ondersteuning bij digitale vragen en natuurlijk de bezorgservice.

Stilletjes ben ik verdrietig over de grote aantallen en de gaten die het slaat in lees- en studieplezier voor zoveel mensen. Maar ik tel ook mijn zegeningen: de meesten van ons zijn gezond en financieel is het te overzien voor bibliotheken. Dit in tegenstelling tot ander cultuurcollega's.  En, op veel plekken worden we uitgedaagd iets nieuws te verzinnen.

Hou vol, er gaat eens een einde komen aan deze crisis!

zaterdag 3 oktober 2020

Bibliotheken in crisistijd : deel 11 (helaas)

 

Op 16 mei van dit jaar schreef ik deel 10 van Bibliotheken in crisistijd. De bibliotheken waren net weer open en ik hoopte dat ik het laatste deel van deze serie wel geschreven had. Misschien een hopen tegen beter weten in. Maar deze week kwam de crisis voor bibliotheken weer in volle hevigheid terug.

Ik neem u mee door deze week en hoe ik die zelf beleefde.  Van Kinderboekenweek naar mondkapjesbibliotheek.

Vorig weekend

Vlak voor het weekend zegt burgemeester Aboutaleb van Rotterdam dat de regionale aanpak niet meer werkt. Er zijn landelijk maatregelen nodig vindt hij. In het weekend is er extra overleg in het torentje en zien we mensen in en uit lopen bij Rutte. Gemeld wordt dat er op dinsdag een extra persconferentie komt met maatregelen. 

Overigens zijn in de week ervoor al extra maatregelen afgekondigd voor veertien regio's. Eén daarvan ligt deels in ons werkgebied: Gelderland-Zuid. En de maatregelen gaan zondagavond in. Het heeft tot consequentie dat in dat gebied onze chauffeurs met mondkapjes gaan werken. Er is wat kritiek dat het pas zondagavond in gaat want er kan dan nog een avond flink uitgegaan worden.  Dat weekend loop ik op zaterdagavond door de binnenstad. Ik schrik zelf eigenlijk hoeveel groepjes mensen ik heel dicht op elkaar zie zitten of staan. Overigens ook veel mensen die het wel allemaal netjes proberen te doen.

Maandag

Op maandag heb ik werksessie met een team. Tijdens de dag wordt bekend gemaakt dat de persconferentie niet dinsdagavond maar al maandagavond zal zijn. Dat lijkt niet veel goeds te beloven. Er circuleren dan maandag al lijstjes 

Op de persconferentie worden inderdaad maatregelen genomen die een flinke stap terug zijn. Geen toeschouwers meer bij sportwedstrijden, de horeca sluit de deur om 21.00 uur en veegt de laatste gasten er om 22.00 uur uit. En thuiswerken tenzij het echt niet anders kan. Hugo de Jonge spreekt de magische woorden: Wij doen ons best, maar het virus doet het beter. 

Voor bibliotheken geldt dat toegangscontrole weer belangrijk wordt. Weer striktere controle op het aantal mensen dat binnen is. Bibliotheken worden wel genoemd als doorstroomlocatie en dat zou het mogelijk moeten maken dat niet iedereen geregistreerd hoeft te worden. De vraag is dan nog hoe dat voor werkplekken zit. Groepen mogen niet groter zijn dan 30 personen tenzij er een ontheffing komt.


Dinsdag
De maatregelen gaan pas in op dinsdag 18.00 uur. Iedereen heeft dus precies een dag om uit te zoeken hoe het zit.  Bij Rijnbrink starten we die volgende ochtend weer met het Corona-kernteam dat ook bij de lockdown vaak vergaderde. De consequenties voor ons als provinciale instelling vallen mee. Veel medewerkers kunnen goed thuiswerken, zij het wel met frisse tegenzin. Ons meest kwetsbare onderdeel in deze crisis zijn onze buschauffeurs. We willen voorkomen dat een besmetting bij één van de chauffeurs kan leiden tot een quarantaine van alle chauffeurs. Tja, wat spreek je daar slim over af? We kunnen onderling contact tussen chauffeurs niet helemaal verbieden.

De Vereniging van Openbare Bibliotheken komt al snel met eigen communicatie en dat is prettig. Dat was aan het begin van de vorige piek in de crisis anders en moesten we samen met bibliotheken in het begin nog veel zelf uitzoeken. In mijn eigen agenda zet ik weer veel zaken om naar digitaal overleggen. Hoewel een enkele afspraak echt uit moet vallen, kan veel ook doorgaan. Dat is echt anders dan de vorige keer. We schakelen soepel terug. 

Wel is het dinsdag relatief druk op kantoor. We houden dat overigens keurig bij met een registratietool en het werken in ons kantoor is veilig. Toch weten veel collega's dat het vandaag wel even de laatste dag zal zijn en dat verklaart wat extra aanwezigheid. 

Aan het eind van de dinsdag merk ik een terugslag krijg en zelfs dat ik een beetje bang ben. Ja, bang voor het virus. Bang voor wat het deze keer zal brengen. Bang voor de voortdurende onzekereheid. Bang of dierbare kwetsbaren om me heen er goed doorheen komen. Het is echt een stap terug. 



Woensdag
Terwijl op dinsdagavond 18.00 uur de nieuwe maatregelen zijn ingegaan, is er op woensdag een debat in de kamer over de maatregelen. En tussen de middag hoor ik al dat de Tweede Kamer de regering lijkt te dwingen tot een mondkapjesadvies voor publieke binnenruimtes. Geen plicht, wel een dwingend advies. De vorige maatregelen zijn precies 24 uur oud als Rutte live op televisie meldt dat er per direct een mondkapjesadvies. Geen plicht, wel een dringend advies. 

Dus toch. Het voelt als een nieuwe mentale klap. Ik had gehoopt dat het niet nodig was. Nu ook nog het mondkapje. Ik ben teneergeslagen. Niet fysiek maar wel mentaal geveld door het virus. 

Die avond speel ik toch in ons bandje. Op de weg daar naar toe, koop ik mijn eerste mondkapjes. Alle regels worden gevolgd en we houden ons er keurig aan. De barman staat al met een mondkapje. Het voelt dubbel. Wel thuiswerken maar dit mag dan nog net wel. Doe ik er goed aan of niet? Mentaal doet het me in ieder geval goed. 

Donderdag en vrijdag

Op donderdag en vrijdag hoor ik van verschillende bibliotheken hoe het gaat. Bibliotheken hebben contact met de veiligheidsregio, worden doorverwezen naar de gemeente en de ene gemeente bedankt de bibliotheek voor de goede zorgen en de andere gemeente zegt dat het strenger moet. In de ene bibliotheek moeten alle bezoekers geregistreerd worden, in de andere alleen die voor langdurig gebruik. Er is discussie over het tellen van kinderen onder de 13. Het klinkt wellicht verwarrend maar ik zie ook dat bibliotheken steeds meer eigen verantwoordelijkheid durven nemen.

Het belangrijkste kompas blijft het gezond verstand dat is wel helder want in Nederland-Regelland weten we elke regel ook wel weer verschillend te interpreteren.

In de bibliotheek waar ik kom zie ik mondkapjes of een vaste plek achter een kuchscherm. Dat lijkt op bijna geen enkele plek tot problemen te leiden. Blijkbaar zien we allemaal het nut maar hoe lang moeten we dit volhouden? 

Nog weer geen 24 uur na het mondkapjesadvies maakt het kabinet bekend dat vanaf maandag er ook een mondkapjesadvies is voor scholen in het Voortgezet Onderwijs. Zo snel gaat het dus.

Ik sluit deze gekke week af. Ik hervind mijn energie wel weer en we slaan ons ook hier wel weer door heen. Terwijl ik mijn laptop afsluit, ontvang ik nog een laatste berichtje op mijn telefoon. Mijn Coronamelder geeft aan dat ik ook deze week met niemand in contact ben geweest die besmet is en zich gemeld heeft bij de GGD. Blijf gezond!