zondag 9 mei 2021

Van Swelmen: 'Zijn wij dan niet de supermarkt met voor iedere geest wat wils?' : Bibliotheken in crisistijd, deel 21

De immer erudiete directeur van de bibliotheek van Oppendam, Van Swelmen, heeft ook nu weer simpele oplossingen voor een complex probleem. Want terwijl bibliotheken klagen en niet snappen waarom ze nog niet open mogen, heeft één bibliotheek de deuren nooit dicht gedaan. U raadt het al: Oppendam!

Verdorie, waarom zijn die bibliotheken van jullie nog dicht? En kom me nou niet huilend aan met de opmerking: het mag niet van de overheid. Want kijk even om u heen? Alles is toch al open? U zit alleen in de verkeerde sector. Nou, daar kunt u wat aan doen. 

Ik zal u verklappen: In Oppendam zijn we nooit dicht geweest. U hoort het goed, niet één dag! Terwijl de hele sector druk was met overleg over lobby bij ministeries en veiligheidsregio’s, digitale spreekuren, ebooks, webinars en andere moderne fratsen, liep bij ons gewoon alles door. Niemand in de sector die het zag!

Goed, ik snap dat u, omdat zo druk was met overleg, u geen tijd had voor mijn simpele oplossing.  Daarom leg ik het u nog één keer uit! Op de eerste plaats heb ik mijn SBI-code bij de Kamer van Koophandel gewijzigd. Die stond natuurlijk netje op ‘91011’, de code van openbare bibliotheken. Die heb ik natuurlijk laten wijzigen in ‘471’, de code voor ‘Supermarkten, warenhuizen en dergelijke winkels met een algemeen assortiment’. Want laten we wel wezen, we zijn toch ook gewoon supermarkten met voor ieders geest wat wils? Nou, u ziet, zo simpel is het! Overigens, kon ik mijn personeel nu ook omzetten naar de CAO voor de detailhandel. Dat was dan weer de tweede winst.

Overigens, zonder die simpele truc waren er natuurlijk al tal van alternatieven. Want terwijl heel veel dicht was, was er ook heel veel open. Want waarom zou je geen terras mogen hebben waar je in plaats van een biertje een boek kunt bestellen? Bekijk even het uitgaansplein van uw stad en bedenk even dat u met een iPad op elk tafeltje de bestelling uit uw catalogus kunt laten opnemen die u een paar minuten later aan dat tafeltje bezorgt. Want laten we we wel wezen: Zijn bibliotheken niet het terras waar u vaardigheden en verbeelding kunt bestellen? 

En wat te denken van de tankstations? In Oppendam kreeg iedere bezoeker van een tankstation een boek onder de ruitenwisser. Welk boek hing af van wat ons algoritme adviseerde. Voor Teslarijders rolde er vaak ‘De blikken trommel’ uit van Günther Grass, bij de Fiat Multipla ‘Les Misérables’ en bij de motorrijders natuurlijk: ‘Zen en de kunst van het motoronderhoud’. Bij een enkele auto rolde er ‘Op hoop van zegen’ van Heijermans uit. Want laten we wel wezen: Zijn bibliotheken niet het tankstation voor kennis en cultuur? 

Verder stonden we natuurlijk ook gewoon achter de coronateststraat. Van de mensen die zich daar lieten testen, is ongeveer 10% positief en aan bed gebonden. Toch de ideale plek om een verrassingstas met boeken uit te delen. De bibliotheek Oppendam stond daar gewoon, week na week. Want laten we wel wezen: Zijn bibliotheken niet de teststraat van uw literaire ontwikkeling? 

Ik hoor u denken, hebt u dan helemaal geen geweten en gaat dan niets u te ver, meneer Van Swelmen? Het antwoord is: ja natuurlijk heb ik wel een geweten. Zelfs in Oppendam hebben we kansen laten schieten omdat zelfs wij die te ver vonden gaan. We hebben gespeeld met het idee om toch wat op de IC’s van ziekenhuizen wat te doen. Iets met luisterboeken of zo. Maar uiteindelijk vonden we dat toch niet kunnen. 

Maar goed, dan heb ik het nog niet gehad over onze samenwerking met de pakjesbezorgers, de bouwmarkten, het tuincentrum, het basisonderwijs, het openbaar vervoer, de onderdelenhuizen, de fietsenmakers en garages en de hondenbezitters tijdens de avondklok. 

Dus beste bibliotheken, beste supermarkten voor de geest, beste terrassen voor vaardigheden en verbeelding, beste tankstations voor kennis en cultuur: hup aan de slag!

zondag 25 april 2021

Bibliotheken in crisistijd : deel 20 : Hoe een informatiekloof een vaccinatiekloof wordt

We tikken deel 20 aan van deze serie over 'Bibliotheken in crisistijd'. En we zijn veertien maanden verder. Ruim 400 dagen. Maar hé, deze week gaan de terrassen weer open. Als alles dan blijft kloppen mogen bibliotheken dan over een maand weer open. De heropening van terrassen is het synoniem geworden van het openbare leven en onze vrijheid. Het is nog vitaler dan zorg, onderwijs of wc-papier zoals Pieter Derks in zijn column op Radio 1 toelichtte. En dus openen we de terrassen en niet de bibliotheken of de planbare zorg. 

Want wie naar de cijfers kijkt bij de sluiting van de winkels en de cijfers op dit moment, moet constateren dat met bijna dezelfde cijfers conclusies worden getrokken die diametraal tegenover elkaar staan. Tenminste, zo lijkt het. Het kenmerkende verschil zit in twee zaken: 1) het aantal vaccinaties gaat gestaag door en 2) het aantal doden per dag ligt veel lager. Dat laatste is weer een gevolg van het eerste. Met andere woorden, de ziekenhuizen liggen dus nog steeds even vol maar met minder kwetsbare doelgroepen. Niet-geprikte mensen zijn dus gewaarschuwd, het virus woedt op een steeds kleiner oppervlak maar maakt nog evenveel slachtoffers.


Van informatiekloof naar vaccinatiekloof

In een artikel in de Volkskrant (sorry, met hekje) van zaterdag, maar ook bij de NOS (zonder hekje), doet Shakib Sana, huisarts in Delfshaven zijn verhaal over de informatiekloof die leidt tot een vaccinatiekloof. 

Samen met andere huisartsen in minder welvarende wijken en met bijzonder hoogleraar Gezondheidsverschillen Maria van den Muisenbergh luidt Sana de noodklok, in een manifest. De zorgwekkend lage vaccinatiebereidheid in achterstandswijken. Daar is de kans om besmet te worden twee keer zo hoog. Ook de kans om aan covid-19 te overlijden is twee keer groter dan bij andere mensen. De lage vaccinatiegraad kan - op termijn - leiden tot een 'virusreservoir', waaruit telkens herbesmettingen zullen ontstaan, waarschuwen zij.

Het manifest roep de overheid op om meer moeite te doen om het belang van vaccinatie aan deze groepen uit te leggen, met toegankelijke, op hen toegespitste campagnes. 

Sana bepleit in de Volkskrant dat behalve een gezondheidskloof in deze wijken er door de informatiekloof nu ook een vaccinatiekloof dreigt. Hij legt uit hoe hij in zijn eigen praktijk drie kwartier aan een laaggeletterde heeft uitgelegd dat het toch echt beter was om wel te vaccineren gezien zijn gezondheidstoestand. Na drie kwartier was de man overtuigd en liet zich prikken. Maar hij heeft niet voor iedereen zoveel tijd. Het is een beeld dat huisartsen lijken te kennen. 

Bibliotheken die ondersteunen bij vaccinatie

Er zijn al een redelijk aantal bibliotheken die ook hier ondersteunen. In de onvolprezen nieuwsbrief van de Bibliotheek en Basisvaardigheden, kwam ik deze week een prachtig aantal voorbeelden tegen. De bibliotheken in Leiden (BplusC), Krimpenerwaard en Bollenstreek gaan inwoners helpen bij het maken van een afspraak met de GGD. Want dat is dus lang niet voor iedereen eenvoudig. Op de site van Bibliotheeknetwerk is een heel informatiepakket met toolkit te vinden. Daar zit een uitleg voor medewerkers bij, een flyer die gebruikt kan worden en een afsprakenkaart. 

Ik vind dit een mooie ontwikkeling. Enerzijds omdat we ook hier weer zien hoe bibliotheken mee blijven bewegen met deze crisis. De focus op wat wél kan! Chapeau dus voor Leiden, Krimpenerwaard en Bollenstreek! En tegelijkertijd vind ik dit een mooie ontwikkeling omdat het laat zien hoe handig het bibliotheeknetwerk opereert: lokale ideeën die in no-time worden opgepakt door een landelijk team waar provinciale ondersteuningsinstellingen samenwerken met de Koninklijke Bibliotheek. 

Voor het overige is het het natuurlijk wachten op de eerste bibliotheek die zijn bibliotheek opent op het terras. Want als een strandbibliotheek kan, kan een terrasbibliotheek natuurlijk ook..... 

Nou, het zal niet de laatste aflevering zijn van de serie 'Bibliotheken in crisistijd' maar ik hoop toch dat we het meeste achter de rug hebben. Ik wens u weer veel succes en vooral gezondheid. 

zondag 18 april 2021

Bibliotheken in crisistijd : deel 19 : Tussen hoop en vrees


Bibliotheken zijn inmiddels 18 weken gesloten en slecht open voor afhaal en zeer beperkte andere activiteiten. Mijn laatste blog over bibliotheken in crisistijd dateerde van 14 februari. Inmiddels ook al weer acht weken geleden. Er gebeurt van alles maar niet voor ons. Scholen zijn weer open maar niet-essentiële winkels hebben ongeveer dezelfde status als de afhaalbiebs. Hoewel je in winkels wel weer op afspraak terecht kunt en ook de buitenschoolse opvang nu weer open gaat. 

In de afgelopen persconferentie is bovenstaande openingsplan gepresenteerd. Als ik het goed begrijp vallen bibliotheken onder de 'doorstroomlocaties binnen' en zou 26 mei de datum zijn waarop we weer open kunnen. Als dat dan  zijn bibliotheken in totaal 24 weken gesloten geweest. Bijna een half jaar.  Hoewel we van minister de Jonge de genoemde data niet als een belofte mogen zien maar slechts als een indicatie.

Als je kijkt naar de uitleenfunctie verwacht ik zelf dat we in 2021 nog slechtere resultaten neerzetten dan over 2020. Gelukkig zijn we veel meer dan alleen uitlenen.

Rapport Raad voor Cultuur

Is het dan alleen kommer en kwel? Nee, zeker niet. Deze week verscheen een oproep van de Raad voor Cultuur aan de informateur om zorg te dragen voor bijna 500 miljoen extra voor cultuur. De Raad voor Cultuur stelt dat investeren in Cultuur bijdraagt aan economisch en sociaal herstel van de maatschappij en dat dat niet alleen geldt voor tijden van crisis maar voor alle tijden. Structureel investeren dus. 

Voor bibliotheken wordt een bedrag genoemd van € 95 miljoen, structureel. 

In de toelichting wordt daarbij de volgende tekst gegeven:

Lang niet elke Nederlander heeft (nog) toegang tot een bibliotheek in zijn of haar nabije omgeving en de raad verwacht dat het aantal bibliotheken zonder ingrijpen de komende jaren blijft afnemen (zoals de afgelopen jaren als gevolg van bezuinigingen al is gebeurd). Een recente evaluatie van de Bibliotheekwet laat zien dat het aantal bibliotheeklocaties tussen 2012 en 2018 afnam met 27,2 procent. Geletterdheid, taalvaardigheid, digitale vaardigheid, leesmotivatie en leesvaardigheid – vaardigheden waarvoor de bibliotheek een cruciale rol speelt – staan onder druk. Tegelijk bleek recent weer uit onderzoeken dat de taal- en leesvaardigheid van basis- en middelbare scholieren sterk afneemt en dat laaggeletterdheid voor steeds meer Nederlanders een probleem vormt. De raad ziet een groot potentieel voor de bibliotheek, als meest bezochte publieke voorziening in Nederland die bovendien publiek aanspreekt van elke leeftijd, elk opleidingsniveau en elke achtergrond. Hij schreef hierover in zijn advies ‘Een bibliotheek voor iedereen’. Hij adviseert 95 miljoen euro te investeren om elke Nederlander in zijn of haar nabije omgeving toegang te geven tot een bibliotheekvoorziening, én om de landelijke online infrastructuur voor bibliotheken te verbeteren. Dit advies heeft tevens betrekking op het bibliothekenaanbod in Caribisch Nederland, dat op dit moment zeer beperkt is. 

De Raad voor Cultuur bouwt dus voort op het eerder afgegeven advies. Het adviseerde toen om te komen tot een landelijke bibliotheekagenda. Die agenda is er nu met het landelijk convenant en de netwerkagenda die binnenkort afgerond moet worden. Daarin kan het bibliotheekstelsel elkaar met de bestaande middelen nog verder versterken maar de intensivering en verbreding van het beleid vragen ook om extra middelen. 

Dat biedt dus hoop in deze tijden. De zwakste schakel zijn echter de gemeenten. Die staan nog altijd sterk onder druk door de decentralisaties en ondertussen ook door nieuwe verdeelregels voor het gemeentefonds. En leuk als 95 miljoen bij komt voor bibliotheken maar als gemeenten tegelijkertijd een soortgelijk bedrag bezuinigen op bibliotheekwerk, zijn we natuurlijk geen steek verder. Dat vinden de gemeenten zelf ook. De gemeenten, verenigd in VNG, hebben in februari van dit jaar al aangegeven dat eerst de bestaande financiële problemen moeten worden opgelost voordat gepraat kan worden over verdere investeringen. 

En dat terwijl bibliotheken zo'n mooie rol kunnen spelen bij de heropening van de samenleving en het bieden van kansen aan mensen zoals ik eerder al eens bepleitte voor een herstelplan.  Daar hoorde toen dit plaatje bij.

Alle mooie plannen ten spijt, de bibliotheek is vooralsnog een patiënt met twee dokters. De twee dokters staan te kibbelen rondom de patiënt dat eerst de ene dokter wat moet doen voordat de andere dokter in actie komt. En wie heeft daar last van? Precies.

Bibliotheken leven tussen hoop en vrees. En de vraag is wat er eerder is: de vaccinatie met extra beleidsgelden of het virus van de bezuinigende gemeente? Ik wens ons gezond beleid.

zondag 28 maart 2021

De kansenkaart: hoe wordt een dubbeltje een kwartje


Sommige wetenschappelijke onderzoeken lijken wel wat op de ontdekkingsreizen van de afgelopen eeuwen. Je betreedt land dat nog nooit in kaart is gebracht en je probeert te doorgronden hoe het in elkaar zit. Eén van die onderzoeksgebieden is 'Kansongelijkheid'. Zelfs in ons genivelleerde landje zijn de verschillen soms toch nog groot. Het ene gezin leeft van de voedselbank, het andere gezin vraagt zich af waar de tweede of derde vakantie naar toe moet gaan. En in welk gezin heeft een kind de beste kansen denk je? Inderdaad, de logische gedachte is dat kinderen in gezinnen met een hoger inkomen of ouders met een hogere opleiding meer kansen hebben. 

In de regel is dat ook zo. Maar niet altijd, zo blijkt uit onderzoek van de Erasmus-universiteit die dit in beeld brachten met een Kansenkaart. En voor bibliotheken die inzetten op het voorkomen van laaggeletterdheid op jonge leeftijd is dat een interessant gegeven. Maar eerst iets meer over het algemene beeld.

Waarom is opleidingsniveau relevant?
Al jaren volg ik de rapporten over de 'Sociale staat van Nederland' die het SCP met regelmaat uitbrengt. Men staat dan stil bij de 'zachte kant' van Nederland: hoe gaat het met het onderwijs, hoe tevreden zijn we over hoe we wonen, hoe veilig vinden we het en hoe gelukkig zijn we? Rapport na rapport toont elke keer dat mensen die beter opgeleid zijn, vaardiger zijn om hun eigen leven vorm te geven, meer verdienen, beter wonen en hun leven een hoger cijfer geven. Natuurlijk kun je gelukkig zijn met minder opleiding maar je moet er in de regel dan meer moeite voor doen. En uiteraard zijn er veel uitzonderingen die de regel bevestigen: laagopgeleid en opperst gelukkig en hoogopgeleid en diep in de put.

Minder opleiding is niet alleen een issue voor grote steden
Bovenstaande kaart geeft het beeld van het percentage hoogopgeleide dertigers. Had u dit beeld verwacht? Ik was eerlijk gezegd wel overdonderd over het feit dat niet alleen in grote steden grote percentages laag- of middelbaar opgeleid zijn maar ook op het platteland. Er is veel aandacht voor problematiek in grote steden maar de achterstand op het platteland is minstens even groot. Maar het lijkt erop dat dat veel minder aandacht krijgt. Ik verwacht dat als je dit doortrekt, je kunt stellen dat er in grote steden meer mensen wonen waarvoor Nederlands de tweede taal is (de NT2'ers) maar dat er op het platteland een grote groep Nederlanders woont waarvoor taal ook een probleem zal zijn maar die wel zijn opgegroeid met de Nederlandse taal (de NT1'ers). 

Hoogopgeleide dertigers
De generatie die hierboven in beeld is gebracht is de generatie die op dit moment kinderen krijgt en de generatie waarvan de ouders vaak ook nog leeft. Het is dan ook de perfecte middengroep dus om te zien wat er is gebeurd in de generatie ervoor en wat er gaat gebeuren in de generatie erna. Want voor laaggeletterdheid geldt bijvoorbeeld dat dit - net als armoede - vaak overgaat van generatie op generatie. Wie opgroeit in oost-Groningen, het Rivierengebied of de noordwesthoek van de Veluwe loopt een hogere kans op laaggeletterdheid dan bijvoorbeeld in de gemeenten Wassenaar, Wijdemeren, Bunnik of Lochem. 

De Volkskrant publiceerde op basis van dit onderzoek in oktober vorig jaar nog dit lijstje met meest kansarme en kansrijke gemeenten. 



Waar je wiegje stond, maakt dus inderdaad uit. En opvallend is dat de wiegjes met minder kansen echt niet alleen in de grote steden staan. Sterker nog: de vier grote steden komen in het lijstje met meest kansarme gemeenten niet eens voor. We moeten dus van grote-steden-problematiek naar kansongelijkheid-problematiek. 

Maar sommige gemeenten ontworstelen zich


Maar er is meer. Want in mijn vorige paragraaf leg ik de nadruk op het probleem. Maar was is de oplossing? Hoe doorbreek die cirkel van generaties? 

Dit is dezelfde kaart maar nu heb ik gezocht op alle dertigers die uit een gezin komen met een laag inkomen. De algemene verwachting is dan dat je ziet dat een lager percentage hoogopgeleid zal zijn. Die regel wordt in algemene zin wel bevestigd. Er is meer rood gekleurd op deze kaart dan in de vorige. Toch zijn er veel plekken die afwijken van deze regel. Er zijn gemeenten die beter scoren dan anderen.  Zij verspringen in gunstige zin van kleur: kinderen uit een armere gezinnen scoren daar beter dan kinderen uit armere gezinnen in andere gemeenten. In de afgelopen generatie is het daar dus op veel plekken gelukt om in opleidingsniveau een stap vooruit te zetten. In andere gebieden is dat nadrukkelijk niet het geval: in grote steden, oost-Groningen en eigenlijk de hele bible-belt. 

Vervolgonderzoek
Laaggeletterdheid, armoede, gezondheidsachterstand en ten dele ook criminaliteit wordt gekenschetst als 'intergenerationele problematiek' Gezinnen zitten gevangen in hun eigen situatie en zijn niet in staat de vicieuze cirkel te doorbreken. Het feit dat het ons als samenleving niet lukt om daar een goede oplossing voor te vinden, leidt tot een groeiende onrust en polarisatie in de samenleving. Wie namelijk de selectie maakt op bijvoorbeeld meisjes met een niet-westerse achtergrond uit een arme gezin, kan dat zien dat deze groep in de afgelopen generatie een enorme sprong vooruit heeft gemaakt in kansen. Dat terwijl grote groepen met een laag inkomen en een Nederlandse achtergrond die sprong vooruit niet hebben gemaakt. 

Opleiding als sleutel naar geluk
De onderzoekers van de Erasmus-universiteit gaan nu op zoek naar de kenmerkende verschillen waarom het in de ene gemeente wel lukt om een te groeien in opleidingsniveau en op andere plekken niet. Sterker nog, men onderzoekt zelfs verschillen tussen wijken in steden. Er zijn wijken waar het inkomen veel lager ligt, maar waar toch veel grotere vooruitgang wordt geboekt in opleidingsniveau. Waarom? Dat is voor een groot deel onbekend terrein. De ontdekkingsreizigers van de Erasmus School of Economics, zoals het in goed Nederlands heet, gaat dat de komende jaren verder onderzoeken. 

En bibliotheken? Twee tips
Ik vind dat bibliotheken mee moeten kijken en mee moeten doen bij dat onderzoek. Interventies als de VoorleesExpress, Boekstart, Mamacafés of Taalhuizen richten zich direct of indirect op deze problematiek. En ook met de Bibliotheek op School of met de Informatiepunten Digitale Overheid proberen we iets aan te reiken dat op lange termijn impact moet hebben op de samenleving. En natuurlijk is de bibliotheek niet de oplossing voor dit hele probleem maar het is toch aardig om te weten waar wel impact is en waar niet. En waarom.

En het tweede wat bibliotheken wellicht mee kunnen nemen: het zijn niet altijd de grote steden waar de achterstand zit of waar het meest bereikt kan worden. Juist de roodgekleurde gebieden die wat achterblijven kennen veel gemeenten die hun bibliotheek maar mager voorzien van financiering. Dat snap ik niet. Want ik zou denken dat de bibliotheek onderdeel kan zijn van de oplossing van de gemeentelijke begroting op lange termijn (minder mensen zonder werk, hoger inkomen) dan dat het gezien wordt als een kostenpost op korte termijn (grootste ontvanger cultuursubsidie). De overheid belijdt wel vaak dat regeren vooruitzien is, maar in de praktijk betekent dat vooral toch de begroting van volgend met bezuinigingen sluitend maken.

Nou ja, ik zou zeggen, kijk uw eigen gemeente eens na hoe het ervoor staat en kijk eens of u beredeneren waarom het zo is. En voor de eerst: ik ga met spanning uitkijken naar de vervolguitkomsten van dit onderzoek. Hulde aan deze onderzoekers, de ontdekkingsreizigers van de moderne tijd. 

zondag 21 maart 2021

Ebookstatistieken 2020: Forse groei maar vooral door bestaande lezers

Op 19 januari van dit jaar meldde de KB al dat er fors meer ebooks uitgeleend waren. De uitleen van ebooks steeg fors van 3,8 miljoen naar 5,6 miljoen uitleningen. Een stijging van 46%. Het duurde echter nog een tijdje voor ook de dataset die daarbij behoord beschikbaar was en die liet ik vervolgens ook nog eens even liggen. Maar ik heb alle cijfers weer eens voor u (en voor mezelf) op een rijtje gezet.

Dat er meer ebooks zijn geleend in een tijd van bibliotheken die maar heel beperkt open mochten, was natuurlijk niet vreemd. Ook ikzelf schafte dit jaar een e-reader aan en ging actiever gebruik maken de Online Bibliotheek. De Online Bibliotheek heeft tijdens de pandemie dus zeker zijn waarde bewezen. Sommige mensen denken dat die online variant volledig de teruggang in uitleningen wel zal opvangen maar dat is geenzins het geval. 

In een eerder blog ging ik daar al op in en liet ik bijgaande grafiek zien die ook al een eerste prognose bevat van de fysieke uitleningen van openbare bibliotheken op basis van de opgave van leenrecht.


De digitale uitleningen is dus met bijna 2 miljoen items gestegen maar de fysiek uitlening lijkt met 20 miljoen gedaald te zijn. De uitlening van ebooks compenseert dus ongeveer 10% van het wegvallen van fysieke uitleningen. Vanuit dat oogpunt is helder dat ebooks voor velen - zelfs niet in een crisis - een aantrekkelijk alternatief is voor een fysiek boek. Overigens is het aandeel ebooks binnen het totaal van uitleningen wel gestegen van 6% naar 12%. Maar dat komt dus grotendeels door de daling van de uitlening van fysieke boeken.

Nauwelijks nieuwe gebruikers? 


Om gebruik te kunnen maken van ebooks moet je jezelf registreren. Dat kan door je gewone bibliotheekkaart te registreren bij de online bibliotheek of door rechtstreeks lid te worden van de online bibliotheek. In bovenstaande staatje zie je hoeveel gebruikers er door de jaren heen waren die één of meer ebooks leenden. Dit noemt men de 'actieve accounts'.  Hoewel de uitleningen van ebooks steeg met 46% kwamen er nauwelijks nieuwe actieve leners bij. Als je het omrekent, zou de groei slecht 3% zijn. Daaruit zou je kunnen concluderen dat er een groot bestand is dat zowel digitaal als fysiek leent en dat die groep veel actiever is gaan lenen in het afgelopen jaar.  

Aanvulling op 29 maart: Daar is echter een kanttekening op zijn plek. Nadat ik de eerste cijfers had gepubliceerd, meldde Eric Daamen, waarnemend hoofd Marketing & Educatie mij dat 2020 echter een bijzonder jaar was voor het ebookplatform . Door Bij het in gebruik nemen van een het nieuwe online Bibliotheek-platform zijn namelijk alle gebruikerstellers  medio dit jaar op nul gezet, en zijn de voorheen aparte accounts voor e-books en voor luisterboeken omgezet naar één nieuw account, waarmee zowel e-books als luisterboeken geleend kunnen worden. Bij actieve gebruikers geldt normaal de regel dat ze in het afgelopen jaar minimaal één keer dat jaar actief moeten zijn geweest (dus 1 e-book of 1 luisterboek moeten hebben geleend). Nu hadden gebruikers daar maar een half jaar voor. Het werkelijk aantal actieve accounts stijgt dan ook nog en zal in 2021 daardoor nog een flinke groei laten zien. Bovendien zitten in tegenstelling tot eerdere jaren (met alleen e-bookaccounts) tussen de nu 240.280 gerapporteerde accounts over 2020 ook accounts waarmee mogelijk alleen luisterboeken zijn geleend.

Op basis van bovenstaande aantallen kom je dan tot onderstaande grafiek.

In 2020 leende elke gebruiker gemiddeld 23 ebooks. De jaren daarvoor zat dat rond de 15 ebooks. Je kunt hieruit concluderen dat het grootste deel van de gebruikers van de Online Bibliotheek zowel fysiek als digitaal leent en dat juist zíj in deze crisis volledig digitaal zijn gaan lezen. Met de opmerking dat er nog een correctie komt door bovenstaande aanvulling die dit nog iets zal afvlakken. Ook dat herken ik wel van mezelf. Ik was een kleine gebruiker van de Online Bibliotheek tot vorig jaar en las dan boeken op mijn tablet. Door de crisis ben ik overgestapt naar een e-reader en heb ik de ebooks tijdens de lockdown veel gebruikt. Hoewel ik -  nu het wat langer duurt - ook weer veel titels reserveer bij de fysieke bibliotheek omdat het titelaanbod in de fysieke bibliotheek nog steeds veel groter is. Maar ik denk dat ik inderdaad het afgelopen jaar ook wel die 23 digitale uitleningen gehaald heb.

Ebookleners worden weer ouder.... en jonger!

Veel mensen denken nog steeds dat ebooks iets is voor de jongere generatie. Dat is echt volledig bezijden de waarheid. Het zijn vooral ouderen die er gebruik van maken. Het zijn vooral de 50- en 60-jarige die ebooks lezen. En elk jaar verzuchtte ik bij de statistieken dan ook dat de gemiddelde leeftijd ook dit jaar weer met één jaar was gestegen. Want de groep 70-jarigen toont jaar na jaar een forse stijging. Dit ten koste van de 40-jarigen waar het aandeel juist afneemt. Het cohort ebooklezers schuift dus gewoon op qua leeftijd. Als je kijkt naar het gebruik over de afgelopen jaren ziet het gebruik naar leeftijd er zo uit als in onderstaande tabel.


Maar naast de stijging van de 70-jarigen is er dit jaar een tweede opvallende stijging te zien. Die zit bij de middelbare scholieren, de tieners. Ook die pakken dit jaar een paar procent winst. Ook kinderen die net kunnen lezen (0-9 jaar) vertonen een stijging. Net als volwassenen zijn ook  hier scholieren ten dele uitgeweken naar de Online Bibliotheek. 

Het overgrote deel wil dus gewoon op papier lezen

Alle bij elkaar zie je dus een forse stijging in het gebruik van ebooks door de crisis. Dat gebruik is voor de ebooks wellicht fors maar het dempt maar een fractie van de daling die de fysieke uitlening te zien geeft. Bij alle cijfers is echter geen rekening gehouden met de Vakantiebieb- en Thuisbieb-app. Deze cijfers zitten niet in de dataset. Maar in het persbericht van de KB van januari staat dat deze app in totaal nog 857.000 geleende ebooks leverde. Zelfs als je die erbij optelt, blijven ebooks dus maar voor een beperkt deel van de lezers een aantrekkelijk alternatief. Zelfs in deze tijden van crisis, en zelfs als je de later toegevoegde correctie meeneemt. De conclusie kan dan ook niet anders zijn dan dat een groot deel van de lezers gewoon van papier wil blijven lezen.

Groei leidt tot knellende exploitatie

Mooi die groei maar de KB geeft in een bericht van 16 maart wel aan dat die groei ook geld kost. Men heeft daarom besloten om in 2021 daarom geen Vakantiebieb open te stellen. Ondanks de forse miljoen die in 2015 aan het gemeentefonds werden onttrokken, piept en kraakt het dus nu. In het KWINK-rapport bij de evaluatie van de bibliotheekwet wordt gemeld dat het hier gaat om € 12,3 miljoen (over 2018) per jaar. Het wordt met deze cijfers interessant om eens financiële vergelijking te gaan maken tussen fysiek en digitaal uitlenen. In 2019 gaven openbare bibliotheken volgens het CBS € 54,8 miljoen uit aan mediakosten. Dit kun je afzetten tegen de ruim 60 miljoen uitleningen van dat jaar. Dan kom je onder de € 1,- per uitlening uit aan mediakosten. In deze mediakosten zitten naast de aanschafkosten ook de kosten voor leenrecht en kosten voor bijvoorbeeld tijdschriftabonnementen. 

Als je kijkt naar de Online Bibliotheek moet je naast de 5,6 miljoen ebooks, ook de 2,6 miljoen luisterboeken en 857.000 ebooks van Vakantiebieb en Thuisbieb meetellen. Alles bij elkaar net iets meer dan 9 miljoen uitleningen. Als je dat deelt door die € 12,3 miljoen dan zit je boven € 1,- per uitlening. Daar moet bij vermeld worden dat in dit budget niet alleen kosten voor ebooks en luisterboeken zitten maar ook inkoop van pakketten als Digisterker en Oefenen.nl. Voor de KB toch interessant om dat rekensommetje eens te maken in de onderhandeling met uitgevers. 

Maar niet alleen de KB heeft een rekensommetje te maken. Voor openbare bibliotheken zal de puzzel zijn hoe bij een heropening van alle bibliotheken die 20 miljoen verloren gegane uitleningen weer teruggewonnen kunnen worden. Komt dat automatisch weer goed of zijn we versneld naar een lager niveau gegaan? En zo ja, wat betekent dat dan voor de exploitatie van fysieke collecties. De puzzel van de KB en de lokale bibliotheken ligt naast elkaar. Het is interessant om die in onderling verband te bekijken.

Samengevat

Nou, u bent weer bij met de trends van ebooks in de openbare bibliotheken. Een forse groei van ruim 40%. Die groei compenseerde 10% van de gemiste uitleningen bij fysieke bibliotheken. Wel zien we voor het eerst een gestegen gebruik onder jongeren en lijkt de groei te nopen tot het nadenken over exploitatie op langere termijn. Zowel voor de digitale als voor de fysieke collectie.  

dinsdag 16 maart 2021

Statistieken over de achterkant van de Bibliotheek op school



In een eerder blog meldde ik al dat ik maar eens was begonnen aan de dataset over de samenwerking tussen bibliotheken en het basisonderwijs. Toen presenteerde ik de eerste overzichten die ik daaruit kon halen. Ondertussen heb ik er nog eens beter naar kunnen kijken en ga ik in op de collectie, formatie en de prijs.

Collectie

Hoewel de Bibliotheek op school niet draait om het bezit van boeken maar om het gebruik ervan middels programma's is een gegeven dat vaak vergeleken wordt toch het aantal boeken per leerling in de schoolbibliotheek. Het gemiddelde ligt op 6,6 boek per leerling maar de meest voorkomende score is 5 boeken per leerling. Aan de hoogste waarde van 24 boeken per leerling - dat moet een leeswalhalla zijn - zie je dat een paar hoge waardes het gemiddelde omhoog stuwen. De laagste waarde is 2 boeken per leerling. 

Overigens heeft niet elke school die samenwerkt voor de Bibliotheek op school  een collectie met boeken. 

In ruim 20% van de schoolbibliotheken is de collectie het eigendom van de openbare bibliotheek en in 35% van de gevallen is de collectie eigendom van de school. In een kwart van de gevallen is een deel van de school en een deel van de bibliotheek. Dit kan een soort wisselcollectie zijn maar het ook het uitfaseren van de oude schoolcollectie zijn. In 6,7% van de gevallen is er geen collectie. Dat is niet zo heel veel. 

Maar let op: het gaat hier om alle scholen, niet alleen de scholen die met Bibliotheek op school werken. Heel veel scholen hebben dus wel degelijk een schoolbibliotheek die buiten de verantwoordelijkheid valt van de openbare bibliotheek. Aan de ene kant denk je dat samenwerken dan wel makkelijk zal zijn omdat de collectie er al is maar het kan ook tegelijkertijd het argument zijn om niet samen te werken. Want de collectie is er al. En natuurlijk gaat het bij de samenwerking om veel meer dan alleen collectie maar het wel een lekker tastbare bouwsteen.

Mijn eye-opener was in ieder geval dat er al veel meer schoolbibliotheken zijn dan je denkt... 

Prijs

In de dataset wordt wel iets gemeten over de prijs die wordt gevraagd voor de samenwerking voor de Bibliotheek op school.  Maar het is complex omdat de prijsstelling door bibliotheken verschillend berekend wordt. Zo zijn er bibliotheken die afrekenen per dienst, een soort cafetariamodel, er zijn bibliotheken die factureren per schoollocatie en het overgrote deel factureert een prijs per leerling. En overigens: er zijn ook mengvormen, een deel per leerling en een deel per dienst bijvoorbeeld. Het is al net zo'n bonte lijst als met gewone bibliotheekabonnementen.

Maar als je de bibliotheken die een prijs per leerling reken - en dat zijn er 43 - op een rijtje zet, zie je het volgende grafiekje ontstaan.


De meest voorkomende prijs is € 10,- per leerling. Dat is volgens mij ook wel altijd de geadviseerde prijs geweest. Maar blijkbaar wordt die niet geïndexeerd want dat is al een paar jaar zo. De hoogste waarde ligt daar met € 12,- per leerling niet ver vanaf.  Als je al bijna 10 jaar de Bibliotheek op school uitvoert en elk jaar zou hebben geïndexeerd, kom je wel ongeveer op dat bedrag.

Er zijn een paar bibliotheken met een extreem lage prijs met als bodem € 1,- per leerling. Dat lijkt me een symbolisch bedrag of er is sprake van een zeer beperkte dienstverlening, dat kan natuurlijk ook. Die lage waarde waardes trekken het gemiddeld wat naar beneden maar de eigenlijk blijkt de standaardprijs inderdaad nog steeds € 10,- per leerling.

Personele inzet en opleiding

In de dataset wordt ook een overzicht gegeven van de formatie die wordt ingezet voor de samenwerking met het basisonderwijs. Niet alle bibliotheken hebben dat ingevuld maar ik heb een extrapolatie op basis van de bibliotheken die het wel invulden. Dan komen we uit op 433 arbeidsjaren in heel Nederland. Als je dat afzet tegen alle formatieplaatsen in het bibliotheekwerk - dat zijn er ruim 4.200 - dan zie je dat ruim 10% van onze formatie nu naar deze samenwerking gaat. Dit gaat dus alleen om basisonderwijs; de teams educatie zijn vaak groter en worden ook ingezet voor vroeg- en voorschoolse activiteiten, kinderopvang, voortgezet onderwijs en soms zelfs MBO of HBO. 

Overigens: in het hele primair onderwijs waren in 2019 127.000 fulltime formatieplaatsen ingezet. Dit ter relativering van onze grote inzet. Wie een echt leesoffensief wil starten moet eigenlijk de formatie-inzet een aantal keer zien te vergroten. Ik zou zeggen: laten we er bij een volgende regering 1.000 formatieplaatsen bijvragen. 


Tot slot nog de opleiding van de collega's die al dat goede werk doen. Tweederde is HBO-opgeleid, een kwart is MBO-opgeleid en een kleine 8% heeft een universitaire graad. Het is alles bij elkaar een leesbevorderingsleger dat het niet ontbreekt aan opleiding en die een goede ondersteuner kan zijn van het basisonderwijs. 

En verder?

Tja, en verder? Wat kunnen we nog meer uit deze dataset halen. Er worden veel vragen gesteld die niet met cijfers worden beantwoord: is er een leesplan, wat zijn succesfactoren, welk bibliotheeksysteem wordt er gebruikt. Allemaal input- of throughputmetingen.  En het valt me op dat een belangrijke vraag: 'Gaan kinderen meer lezen?' niet gelijk wordt beantwoordt. Het is eigenlijk gek dat we in deze sector niet een goed beeld hebben van de gelezen boeken in zowel jeugdbibliotheek als schoolbibliotheken en de effecten daarvan.  

Dat we niet alle uitleningen weten heeft deels natuurlijk ook te maken met het feit dat lang niet alle uitleningen in schoolbibliotheken onder verantwoordelijkheid vallen van de openbare bibliotheek. Maar dan nog: waar is het staatje van de bibliotheken waar dat wel zo is? Als we gelezen boeken zien als bouwstenen voor kinderen die beter worden in taal, is dat eigenlijk wel een essentieel gegeven om door de tijd bij te houden. In de algemene dataset over openbare bibliotheken ben ik dat wel tegen gekomen maar ik weet niet zeker of dat hier helemaal op aansluit. Lijkt me nog een aardige om toe te voegen.

Was leuk om weer eens op een rijtje te zetten. En wat verzetten we toch een hoop werk met elkaar! Klasse!

zondag 14 maart 2021

De N344 is mijn levensweg

Het hardlooprondje wat ik het meeste loop, kent een stuk langs de provinciale weg. De N344, de weg tussen Deventer en Holten. Ik loop er al jaren. Zo ook afgelopen week. En terwijl ik aan het rennen was bedacht ik me dat ik al duizenden kilometers op dit stukje weg heb afgelegd. De komende week word ik 50 en ik hoop op dit stukje nog vele kilometers te maken. Deze weg is een stukje van mezelf geworden. 

En terwijl ik aan het rennen was en mijn gedachten zo liet gaan, zag ik voor me in de berm iets groots en bruins. Even dacht ik dat het een grote hond was. Zat die hond daar nu alleen? En moest ik wat voorzichtiger gaan lopen? Het was geen hond. Het was een donkere man met en donkere jas die in de berm zat. Hij zat schuin en keek wazig uit zijn ogen. Dit was niet goed. Ik stopte. 'Hallo, gaat alles goed?' Geen reactie. 'Hello, everything ok?' Geen reactie. De hardloper die achter me rende, haalt me in en rent door. 

De man kijkt me aan maar geeft verder geen reactie. Ik vraag of hij gevallen is. Geen reactie. Langzaam valt hij om en gaat in het natte gras liggen. Hij verstart en even ben ik bang dat deze man mij voor mijn ogen door de vingers glipt en gaat overlijden. Er stopt gelukkig een auto. De meneer heeft een telefoon en belt 112. Een tweede auto stopt met een verpleegkundige. Die neemt de man van mij over en legt hem in een stabiele zijligging. Nog geen tien minuten later is de ambulance er. Mijn gegevens worden genoteerd voor als er nog wat mocht zijn en ik maak mijn hardlooprondje af. 

Terwijl ik verder loop bedenk ik me wat ik allemaal nog meer heb meegemaakt in die jaren dat ik langs dit stukje weg loop. Het is opvallend veel. 

Zo was er die keer (2) op een vroege zondagochtend dat ik een vluchteling tegen kwam. Hij vroeg me de weg naar Ter Apel (waar een aanmeldcentrum is voor vluchtelingen). Hij liep daar gewoon. Ter Apel was nog 150 kilometer verderop. Ik heb hem maar naar het station gewezen. 

In de zomer ga ik graag zo vroeg mogelijk rennen. Om zes uur of half zeven in de ochtend als het licht wordt. Tijdens zo'n rondje kwam ik eens (3) een das tegen.  Het was echt net buiten de bebouwde kom! Ik dacht eerst nog, wat zie ik toch? Het is een beest dat een beetje onbeholpen loopt alsof het dronken is.

Of die keer dat ik (4) een oude dame tegenkwam met een rollator ook vroeg in de ochtend. Ze bleek dement en 'ontsnapt' uit het verzorgingshuis een kilometer verderop. Ze werd weer netjes opgehaald door het huis en ik kon mijn rondje afmaken.

Dat rondje werd ook onderbroken toen ik een keer in de middag liep. Het was in de zomer en het was heet. Twee auto's die uit verschillende rijrichtingen kwamen, probeerden tegelijkertijd dezelfde weg in te rijden. Eén van de auto's reed veel te hard en duwde de andere auto volledig van de weg af. Vel herrie en blikschade. Ik stopte mijn hardlooprondje om te controleren of iedereen nog heel was. Wonderbaarlijk genoeg stapte iedereen zonder problemen uit. En ik mocht mijn gegevens weer achterlaten als getuige voor de verzekeringspartijen. 

Op de plek waar ik afgelopen week de duizelige man vond, ben ik ook al eens aangevallen door (6) een buizerd. Die bewaakte zijn territorium in het broedseizoen. Doodeng overigens want hij scheerde verschillende malen over me heen. In het broedseizoen mijd ik dit plekje dus maar. 

En  gebeuren regelmatig ongelukken op deze weg. Zelf reed ik (7) net buiten mijn hardlooprondje ooit mijn Fiat total loss omdat iemand zonder te kijken overstak. Inmiddels ook al tien jaar geleden. Het had niet veel gescheeld of ik had  hier nooit meer gerend.

Terwijl ik zo mijn hardlooprondje afmaak, zie ik wat ik in al die jaren al heb meegemaakt en hoe die weg een beeld is geworden van mijn eigen leven. Een beeld van vele mooie kilometers en van vele mooie opgedane ideeën. Maar ook van lastige kilometers waar het tegen zat. En net het echte leven: plotseling gebeurt er iets raars voor je op de weg.

Hardlopen is een noodzaak voor mij. Het geeft me rust in mijn hoofd en het laat me mijn lichaam voelen. Ik loop niet voor een tijd, ik loop om te zijn. Die paar kilometer provinciale weg weerspiegelt mijn leven. Ik liep er met een glimlach als het mee zat en ik gelukkig was en ik vocht er tegen mijn tranen als het tegen zat. Op weg naar de 50 met fantastische herinneringen maar ook met butsen en schrammen. De N344 is mijn levensweg.

Ik ren dus ik ben.

woensdag 10 maart 2021

Waar doen bijna alle scholen al mee aan Bibliotheek op school? En welk schoolbibliotheeksysteem gebruiken ze?


 Dit is mijn 1.317e artikel op dit weblog. En dit is het eerste artikel dat een echte rectificatie is op een eerder artikel. Bovenstaande plaatje heb ik eerder getoond op 9 februari maar het toen geplaatste overzicht bleek onjuiste gegevens te bevatten. Het databestand dat ik gebruikte kende een rijtje van acht kolommen met een 'totaal aantal scholen'. Achter dat totaal aantal scholen stond dat nog een klein detail. Een niet onbelangrijk detail. Ik klikte inderdaad de verkeerde kolom aan. Een zeer attente collega van Stadkamer attendeerde mij erop. In de herhaling dus en nu correct. Ik neem aan dat u mij dat vergeeft na meer dan 1.300 artikelen maar toch mijn oprechte excuses. U hebt recht op juiste feiten.

Er is in het afgelopen jaar een mooie dataset  erbij gekomen over bibliotheken, namelijk die over de samenwerking met het basisonderwijs. Omdat ik in de afgelopen tijd vooral druk was met de Best Presterende Bibliotheek had, had ik er nog niet naar gekeken. Maar onlangs heb ik er toch een eerste blik op kunnen werpen. 

De dataset levert per bibliotheek de gegevens die eerder ook al via rapportages aan bibliotheken werden gestuurd. Alleen was er nog nooit een overzicht van alle afzonderlijke bibliotheken. Die zit nu dus ook openbaar in deze dataset. En daar kun je toch nog wel een aardig aantal zaken uithalen. Bijvoorbeeld met hoeveel procent van de scholen elke bibliotheek al werkt aan het concept van Bibliotheek op school. 

Drie van de 142 bibliotheekstichtingen hebben met alle basisscholen afspraken over de Bibliotheek op school en nog eens acht bibliotheken scoren een percentage dat hoger ligt dan 85%Daaronder veel 'usual suspects' als Venlo, Schiedam, Den Bosch en Eindhoven. Bibliotheken die al lang inzetten op dit concept.

Ze scoren ook fors hoger dan het landelijk gemiddelde. Daar ligt de samenwerking op 39% van alle basisscholen. 23 bibliotheekstichtingen geven aan met nog geen enkele school iets met Bibliotheek op school te doen. Dat zijn overigens geen bibliotheken die niets doen met het onderwijs. Ik vermoed dat hier andere concepten gevolgd worden of men kiest bewust voor het laten komen van schoolkinderen naar de bibliotheek. Hoewel het concept van Bibliotheek op school ook daar wel ruimte voor biedt. 

Schoolbibliotheeksystemen

Er wordt ook gevraagd naar de schoolbibliotheeksystemen die gebruikt worden door de scholen. Dat leverde bijgaande beeld op. Marktleider is Schoolwise van OCLC/HKA dat op 1576 scholen wordt gebruikt (ongeveer 25% van alle scholen). Op 535 scholen wordt V@School van Infor gebruikt. Op sommige scholen wordt naast de schoolvariantnen van OCLC/HKA en Infor soms ook nog het 'gewone bibliotheeksysteem' gebruikt. Voor Wise gebeurt dit nog op 117 scholen en bij Infor met Vubis nog met 85 scholen. Aura is met 190 sholen eigenlijk de enige grote concurrent voor de gevestigde bibliotheeksystemen. Het wordt op bijna 200 scholen gebruikt.

Eigenlijk is het wel treurig om te zien dat dus ook op de schoolbibliotheken al weer een ratjetoe aan systemen wordt gebruikt en dat het eigenlijk gewoon bibliotheekland in het klein is. Allemaal met goede bedoelingen natuurlijk maar iedereen mag zijn eigen innovatie regelen. 

Toch is Schoolwise niet de meest gebruikte methode om uit te lenen. Dat zie je in het volgende overzicht. 


Het meest gebruikte systeem is 'geen systeem'. Op 1716 van de schoolbibliotheken die werken met de Bibliotheek op school wordt helemaal geen systeem gebruikt. Dat kan zijn omdat er niet echt uitgeleend wordt of het wordt gewoon niet bijgehouden. En als boeken niet mee naar huis gaan - wat op best veel basisscholen beleid is - is dat natuurlijk best een optie. Ik kan er om lachen: het beste systeem is geen systeem...  En laten we wel zijn: het gaat niet om de systemen, het gaat om kinderen die met plezier veel lezen. 

Nou, tot zover een eerste vingeroefening met dit databestand. En dus ook gelijk met een rectificatie. In een volgende blog zal ik nog wat meer gegevens geven uit deze set.

dinsdag 2 maart 2021

De 15.000 studie- en werkplekken van de openbare bibliotheken

Er is in Nederland een organisatie die ruim 15.000 studie- en werkplekken heeft. Het is een plek waar iedereen - behoudens coronamaatregelen - altijd naar binnen mag lopen, waar geen entree wordt gevraagd en waar je niet tot consumptie verplicht bent. Een plek die altijd dichtbij is of je nu in Limburg, Friesland of Utrecht woont. Die plek heet de Openbare Bibliotheek.

Bijgaande cijfers komen uit de Bibliotheekatlas, een handige bron voor iedereen die wat meer wil weten over bibliotheekvestigingen, openingsuren en vernieuwde bibliotheeklocaties. Een handige site om eens te bekijken. En het bevat dus ook aantal studie- en werkplekken. Die heb ik maar eens bij elkaar gezet. Elke dag staan er dus 15.000 studieplekken voor Nederland klaar. Ik vind het een mooi aantal. En ik vermoed dat dit aantal nog gaat groeien. Dus wellicht interessant om eens een paar jaar te gaan volgen.

2.600 Oefen-pc's

Naast het aantal studie- en werkplekken vermeld het ook het aantal oefen-pc's. Terwijl de meeste studie- en werkplekken in Zuid-Holland zitten, zijn de meeste oefen-PC's aanwezig in Gelderland. Ik heb daar niet gelijk een verklaring voor. 

Wat het voor mij wel mooi weergeeft, is dat de Nederlandse openbare bibliotheken met elkaar een prachtig dekkend netwerk hebben met faciliteiten om je een leven lang te ontwikkelen: studie- en werkplekken, oefen-pc's, boeken en databanken, vriendelijke medewerkers en ook steeds vaker goede koffie. 

Als ik soort plaatje maak, denk ik vaak dat we van een veel grotere waarde zijn, dan we zelf door hebben.

zondag 21 februari 2021

Er is iets moois mogelijk voor Nederland en het heet de bibliotheek.

De meest gestelde vraag aan mij als lijstjesman gaat altijd over geld. Ik schrijf er niet vaak over. Schrijven over geld lijkt altijd gevaarlijk. Maar meerdere keren per week krijg ik de vraag of ik in beeld kan brengen hoe een bepaalde bibliotheek scoort op de subsidieladder. Die cijfers zijn inderdaad te halen uit de openbare dataset van de Koninklijke Bibliotheek. Hierboven tref je de cijfers aan van het gemiddelde subsidiebedrag per inwoner over 2019, de meest recente cijfers. Daarnaast heb ik ook het laagste en het hoogste subsidiebedrag geplaatst zodat je de bandbreedte ziet waar het zich tussen bevindt.

Nu zijn er minstens drie manieren om subsidies met elkaar te vergelijken. De meest gebruikte is de onderste uit dit overzicht. Het gaat dan om de totale gemeentelijk subsidie en die deel je door het inwonertal van het werkgebied. Gemiddeld kom je dan uit op € 24,19 in Nederland. De laagste financiering is dan € 11,72 per inwoner en de hoogste € 43,50. 

De middelste in dit overzicht gaat alleen over de structurele subsidie, ook wel de exploitatiesubsidie genoemd. Veel bibliotheken krijgen nog incidentele middelen voor projecten, taalhuizen of projecten voor het onderwijs en die gaat hier nog vanaf. 

De bovenste is de exploitatiesubsidie met aftrek van de huisvestingskosten. Ook dat bedrag wordt  vaak gebruikt omdat de huisvestingskosten soms versluierend kunnen werken. Soms wordt er tegen een laag bedrag gehuurd van de gemeente of juist tegen een hoog bedrag dat weer gecompenseerd wordt. 

In de regel kun je stellen dat stedelijke gebieden gemiddeld een iets hogere financiering kennen dan plattelandsgebieden. Dat is historisch deels te verklaren omdat provincies vroeger een groter deel van de exploitatie van plattelandsbibliotheken op zich namen en plattelandsbibliotheken later professionaliseerden dan stadsbibliotheken. En deels is het te verklaren naar de aard en omvang van de begroting van kleinere gemeenten.

In het verleden heb ik ook wel eens onderzoek gedaan naar de correlatie tussen prestaties en subsidie. Bibliotheken met meer subsidie lijken inderdaad beter te scoren. Toegegeven, de correlatie was dun. En dat had naar mijn mening met name te maken met het ontbreken van een brede set aan vergelijkbare prestatiegegevens. 

Tegelijkertijd zie ik bibliotheken met beperkte middelen hele creatieve oplossingen verzinnen en zie ik bibliotheken met meer middelen juist hele goede investeringen doen en dienstverlening professioneler borgen. Maar hoe je het ook wendt of keert: met meer subsidie kan er ook gewoon meer.

Hoe bibliotheken meer gingen doen en minder kregen


En dat bibliotheken meer zijn gaan doen in de afgelopen jaren daar twijfelen alleen raadsleden aan die de afgelopen jaren echt onder een steen hebben geleefd. Er zijn duizenden schoolbibliotheken met leesprogramma's en leesconsulenten gestart, overal zijn taalhuizen opgericht, er kwamen spreekuren voor de Belastingdienst en we ontwikkelen nu Informatiepunten voor de Digitale Overheid. En dan hebben we het nog niet over allerlei 3D-labs of een breed aanbod aan cursussen.

En kwamen er meer middelen? Als u in deze sector werkt, weet u het antwoord: Nee. De gemiddelde subsidie per inwoner ging in de afgelopen tien jaar van 27 naar 24 euro. Zo'n 14% eraf. Als u denkt: waarom heb ik het zo druk in mijn bibliotheekbaan, dan vindt u hier een belangrijk deel van het antwoord. 

Overigens, wie snel de cijfers vergelijkt van 2019 is deze tabel en de bovenstaande ontdekt kleine verschillen. Daar is een logische verklaring voor. De twee datasets hanteren verschillende inwonertallen. De dataset van de KB gaat uit van het totaal van werkgebieden van openbare bibliotheken. Een aantal gemeenten heeft geen openbare bibliotheek en daardoor valt het inwonertal iets lager uit. In de tweede grafiek is uitgegaan van het totaal aan inwoners van Nederland. Ook kent het CBS-overzicht voor bibliotheken geen uitsplitsing tussen structurele en incidentele subsidie en wordt daar alleen het totaal aan subsidies weergegeven. 

Het is echter nog iets erger dan u denkt


Dat u in tien jaar zo'n 14% minder subsidie kreeg, is niet het enige. Ondertussen gingen de prijzen wel omhoog. In de periode tussen 2010 en 2019 met zo'n 16%. In totaal kregen bibliotheken dus effectief zo'n 30% minder te besteden.  

Is dat erg? Het politieke antwoord is: Ja en nee. Nee, omdat we in de afgelopen tien jaar een ongelofelijke slag hebben gemaakt in de vernieuwing van het bibliotheekwerk. De maatschappelijk-educatieve bibliotheek als concept heeft nieuwe energie losgemaakt en de bibliotheek gepositioneerd als lokaal platform voor een leven lang ontwikkelen. De bibliotheek is gekanteld van een instituut naar een netwerkorganisatie die met alles en iedereen samenwerkt. Hartstikke mooi. Maar er is ook een Nee. Ik heb me de afgelopen tien jaar de vingers blauw geschreven aan bezuinigingsplannen en tegelijkertijd geprobeerd creatieve oplossingen te verzinnen om die brede bibliotheek gestalte te geven. Vaak lukte dat maar het waren ook vaak compromissen. 

Nu ik gemeenten al angstig naar de financiële toekomst zie kijken, weet ik straks eigenlijk niet goed waar u nog méér moet bezuinigen. En mensen die mij kennen weten dat ik geen zwartkijker of pessimist ben. Als de optimist zegt dat het slecht weer wordt, stormt het buiten waarschijnlijk al.

Kansen
Toch blijf ik een optimist. Ik zie namelijk in rap tempo kansen op het bibliotheekwerk af komen. Er moet een Corona bijspijkerplan komen voor 8,5 miljard voor het onderwijs. Ik denk dan: nu door naar op elke school een schoolbibliotheek met professionele leesconsulenten. Als ik bibliotheekdirecteur was, belde ik nú alle basisscholen op. Middelbare scholieren snakken er naar dat bibliotheken weer open gaan en weer daar kunnen studeren. Afspraken dus over meer en betere studieplekken. Verder heeft de crisis heeft aangetoond dat velen niet vaardig genoeg zijn in de digitale wereld. Wie gaat deze burgers helpen? 

Kortom: er wachten bergen werk op ons! Kansen te over. 

Verkiezingsprogramma's
Dat treft want ook landelijk lijken partijen met verkiezingen in aantocht over elkaar heen te buitelen. D66 zegt 400 miljoen te willen investeren in cultuur waarvan 80 miljoen voor bibliotheken. U hoor het goed, 80 miljoen - structureel. Dat is bijna 5 euro per inwoner als dat netjes wordt verdeeld over het gemeentefonds. Dit is overigens in lijn met wat minister Van Engelshoven zelf zei in het afrondende overleg rond de evaluatie van de bibliotheekwet in september vorig jaar. Maar ook het CDA, Groen Links, Christenunie, en PvdA noemen bibliotheken in het verkiezingsprogramma.

Als je die programma's naast elkaar legt is er breed draagvlak voor: een bibliotheek in elke gemeente, een leesoffensief met schoolbibliotheken en een verbrede rol voor het taalhuis en en informatiepunt Digitale Overheid. En laten dat nou ook de speerpunten zijn van wat al is vastgelegd in en landelijk bibliotheekconvenant. Met een extra impuls kan het Rijk hier inderdaad een geweldige impuls aan geven. Noot voor het ministerie: wel natuurlijk even afdwingen bij gemeenten dat als ze extra geld krijgen voor bibliotheken dat ze de komende vijf jaar niet mogen bezuinigen op de lokale bijdrage voor bibliotheekwerk. 

Bibliotheken hebben 30% minder inderdaad. Maar wel ondertussen de hele winkel verbouwd naar een maatschappelijk-educatieve bibliotheek. En de politiek geeft ons wind-mee. 

Er is iets moois mogelijk voor Nederland en het heet de bibliotheek!

zondag 14 februari 2021

Bibliotheken in crisistijd : deel 18 : Scenarioverkenning cultuursector ná corona

Op de valreep van deze week, kreeg ik nog een aardige tip van Cor Wijn van Berenschot. Hij tipte op de scenarioverkenning die Berenschot uitvoerde over de cultuursector ná corona. Het is wel een aardig rapport dat overigens in sneltreinvaart in elkaar is gezet. Op 9 februari werd een brainstorm georganiseerd met 25 deelnemers uit het cultuurveld en de gemeentewereld. En op 12 februari werd het rapport al gedeeld. Berenschot maakt in opdracht van VNG een gids voor gemeenten over de cultuursector ná corona en daar zal dit in terug komen. Uw ambtenaar gaat dit dus ook krijgen. Handig om alvast te lezen dus.

Twee drijvende krachten, vier scenario's

Berenschot onderkent twee drijvende krachten waarbij vier scenario's ontstaan. De eerste drijvend kracht is of we terug keren naar het oude normaal en eigenlijk iedereen alles weer wil hebben zoals het was óf dat de crisis ons gedrags- en behoeftepatroon toch definitief heeft veranderd. De tweede kracht is die van de overheid zelf: treedt de overheid terug en gaat zij bezuinigen óf gaat zij juist ruimhartig investeren? Voor beide lijnen zijn goede redenen te noemen: het op orde brengen van overheidsfinanciën of juist investeren in het cement van de samenleving dat cultuur juist is.

Deze krachten leveren vier scenario's op, die van krimp, herstel, aanpassing en vernieuwing. Nu is het met scenario's eigenlijk altijd dat nooit één scenario het wordt maar het is goed om voor je eigen organisatie de verschillende opties eens langs te lopen. 

Nu positioneren van je eigen transitie

Wat betekenen deze scenario's voor bibliotheken? Zelf heb ik al gemerkt bij een aantal bibliotheken die ik ondersteun dat gemeenten zeer voorzichtig zijn met financiën omdat ze zelf ook niet weten waar ze aan toe zijn. Wel zie ik dat bibliotheken volop in transitie zijn: van klassieke naar maatschappelijk-educatieve bibliotheek. Dit is hét moment om die transitie maximaal positioneren naar gemeente. U denkt misschien: 'dat weten ze allang' maar voor veel raadsleden is dat echt nog een aangename vernieuwing. Met andere woorden: wij waren ons al aan het voorbereiden op ná corona...  Berenschot neemt bibliotheken zelfs als voorbeeld met het volgende plaatje. 


Ik weet het, het is een gevaarlijk plaatje want het maakt het een versimpeling van het bibliotheekwerk. Ik weet dat een aantal van mijn lezers daardoor afhaakt of daarover struikelt, Tegen hen zeg ik: slik even die kritiek in en probeer er even over heen te kijken. Want waar ik naar toe wil is hoe Berenschot de transitie van bibliotheken in beeld brengt en begrijpelijk maakt voor gemeenten. Eerst zat al ons geld in boeken en gebouwen en straks gaat het ook nog steeds naar boeken en gebouwen maar vooral ook naar de programma's rond laaggeletterdheid, basisvaardigheden of voor scholen. En onze gebouwen passen zich daarop aan. Wij veranderen de kurk waar wij op drijven.  Daar waren we al mee bezig maar de coronacrisis geeft aan dat dit een goede stap was.  Dit is dus het moment om die verandering te laten zien.

Als bibliotheek is het daarom goed om - als u daar al niet aan was begonnen - de komende tijd na te denken welk verhaal je aan de gemeente gaat vertellen over de route ná corona. Ik had eerder al een artikel over het bijspijkerplan dat bibliotheken kunnen aanbieden aan de gemeenschap en ik denk dat je dat heel concreet kunt maken. Het betekent echter ook: opnieuw nadenken over hoe je weer de bakens verzet binnen je eigen organisatie. Hoewel er zeker wel wat opties zijn rond extra geld - denk aan bijvoorbeeld de uitspraak van D66 om 80 miljoen voor bibliotheken uit te trekken na de verkiezingen - moet je ook weer opnieuw naar jezelf kijken. Wat als we vorig jaar 30% minder hebben uitgeleend en een deel van de uitleningen komt niet terug? Want doen we dan met het collectiebudget? Wat als we willen versnellen naar basisvaardigheden of bibliotheek op school, waar gaan we dan een klein beetje ruimte vinden om te starten? Ook dat is deel van het verhaal, hoe lastig ook.

En overigens, ik werk bij een provinciale instelling maar wij hebben de dure plicht bibliotheken te ondersteunen in dit proces. En dat doen we graag.

Let's do it to them before they do it to us..

Zelf een plan maken als bibliotheek en aangeven hoe je ná corona de gemeenschap verder gaat helpen en hoe je zelf ook de bakens verzet, is een krachtig signaal. En ik denk eerlijk gezegd dat dat ook het perspectief is waarbij de gemeente het meest bereid is om de subsidie voor de bibliotheek zo maximaal mogelijk te handhaven.  

Of zoals ze bij de politieserie Hill Street Blues altijd zeiden: Let's do it to them before they do it to us. Kom zelf met het verhaal voordat de gemeente er mee komt. Dat is 1-0 voor u.

donderdag 11 februari 2021

De Rijnbrink Trendcurve 2021 voor bibliotheken is uit!


Vandaag presenteren we met trots de  nieuwe trendcurve voor bibliotheken! Eind 2018 publiceerde ik met mijn collega Duco van Minnen de eerste trendcurve voor bibliotheken. Met 28 trends die van invloed zijn op ons werk. Trends die zich in verschillende fasen bevinden en daardoor ook verschillende benaderd moeten worden. Dit keer maakte ik hem met Georges Elissen samen en met ondersteuning van Emma Bijl. 

Ook dit keer weer 28 trends in een curve die we in veel werksessies met collega's binnen en buiten Rijnbrink hebben opgehaald. In dit filmpje van Rocket Boys leggen we kort uit hoe het werkt.


Sommige trends zaten ook al in de vorige trendcurve zoals laaggeletterdheid, digitalisering, privacy en AVG en thuisbezorging. Dit zijn trends die opgeschoven zijn in de curve. Er zijn ook nieuwe trends zoals fake news, netflixisering en woke. 

Wat betreft de opmaak is deze anders dan de vorige. Waar de vorige nog een PDF-bestand was, hebben we nu een digitaal magazine waar je makkelijk op door kunt klikken. Daarvoor tekenden Hanneke Plomp, Mirjam Hagendijk en Hellen Heesink bij Rijnbrink.  

Drie onvermijdelijke conclusies

De trendcurve reflecteert ook op de stand van het bibliotheekwerk en de ontwikkelingen van het convenant en de netwerkagenda en geeft daar nog drie 'onvermijdelijke' conclusies bij. Conclusies die je welhaast moet trekken als je alle trends op een rijtje zijn. 

Die drie conclusies zijn:

  • Het is niet fysiek óf digitaal maar fysiek én digitaal
  • Leven lang ontwikkelen: de micro-samenleving in een macro-structuur positioneren 
  • Goed geïnformeerde burgers in een polariserende samenleving

Die conclusies zal ik u hier vast verklappen.

Conclusie 1: Het is niet fysiek óf digitaal maar fysiek én digitaal

De samenleving is in de afgelopen jaren definitief hybride geworden. We steunen onze lokale winkeliers als we een binding met ze voelen maar we bestellen net zo makkelijk via internet. We krijgen les op school maar corona leerde ons versneld te digitaliseren. Dienstverlening moet zowel fysiek als digitaal zijn. Alleen de combinatie zal grote groepen blijvend binden. Daar ligt een zorg. Het aantal bibliotheken met een echte digitaliseringsstrategie is op een hand te tellen. De digitale bibliotheek die door de Koninklijke Bibliotheek wordt uitgevoerd is nog steeds niet integraal verbonden aan de fysieke bibliotheek. Een landelijk bibliotheeksysteem, met een geïntegreerd bestand waar alle gebruikers in zitten, kan hier bindend in zijn. Maar er is veel meer nodig: nog meer digitale content die programmering ondersteunt en die ook lokaal beter zichtbaar maken en integreren. Veel meer attendering à la Netflix waarmee binge-lezen, binge-luister, binge-kijken en daarmee binge-leren mogelijk wordt gemaakt. Anders dan Netflix moeten bibliotheken natuurlijk juist verleiden om buiten je eigen bubbel te kijken. Er is geen enkele bibliotheek die deze opgave alleen kan invullen. Alleen een stevige strategie voor de sector met respect voor lokale kleuring kan hier voldoende stevigheid bieden.

Conclusie 2: Leven lang ontwikkelen: de micro-samenleving in een macro-structuur positioneren

Terwijl bibliotheken hun taalhuizen verbreden met thema’s als werk, inkomen, gezondheid en digitale vaardigheden, begint een brede ontwikkeling zichtbaar te worden. En dat is die van een Leven Lang Ontwikkelen. Een thema dat terecht in het landelijk convenant zijn plek heeft gevonden. Een leven lang ontwikkelen is een thema dat aansluit bij duurzame inzetbaarheid van mensen. Mensen die elke dag blijven leren en zo met de tijd meegaan. Een thema van werknemers en werkgevers en een thema van opleiders en beleidsmakers. Waar taalhuizen al kleine micro-samenlevingen van samenwerking waren met veel lokale partijen, daar is leven lang ontwikkelen een thema dat niet alleen die micro-samenlevingen maar de macro-structuur van Nederland raakt. Van werkgevers, ministeries tot vakbonden. Bibliotheken moeten zich landelijk positioneren in het krachtenveld van de kennissamenleving en tegelijkertijd voldoende ruimte krijgen om lokaal te kleuren. Dat betekent een dubbele opgave: bibliotheken moeten het samen eens zien te worden over die positionering en die positionering moet aantrekkelijk genoeg zijn om samen te gaan werken met grote landelijke partijen. Wie dacht dat de bibliotheek zich al heruitgevonden had met de maatschappelijk-educatieve bibliotheek, mag zijn tanden zetten in de opgave. Voorwaar, een mooie uitdaging voor de komende jaren!

Conclusie 3: Goed geïnformeerde burgers in een polariserende wereld

Journalistiek die onder druk staat, fakenews dat zelfs door een president van een grote democratie kan worden verspreid en bubbels die ervoor zorgen dat andere meningen niet meer gezien worden. Tel dat op bij een polariserend polderlandschap en je ziet dat het niet vanzelfsprekend is dat alle burgers goed geïnformeerd zijn. Dat dit geen goede zaak is, zullen velen onderschrijven. Wat het effect zal zijn op lange termijn is veel minder helder. Ook overheden acteren hier nog nauwelijks op. Voor de lange termijn kon dit wel eens een thema gaan worden. Maar overheden komen waarschijnlijk pas in actie als de negatieve effecten zichtbaar worden van deze trend. Goed om nu al te starten om die rol in te vullen. Qua fasering ligt deze duidelijk achter op de trend van een leven lang ontwikkelen  en nog verder achter op die van de digitalisering.

Zo, u staat weer op scherp. En hup nu snel naar die trendcurve. Klik hier om er te komen. 

zondag 7 februari 2021

Bibliotheken in crisistijd : deel 17 : 12,5 miljoen niet-gelezen kinderboeken en het nationale Coronacrisis bijspijkerplan


Merel Vroonhoven schreef zaterdag in de Volkskrant een prachtige column over het nationale Coronacrisis bijspijkerplan. Ze schrijft daar:

"Maandag gaan de basisscholen weer open. Leraren verruilen het scherm voor het klaslokaal. Volgens de PO-Raad is er jaren nodig om onderwijsachterstanden in te halen. Dat is schokkend. Vooral omdat het al voor corona niet best gesteld was met de leesvaardigheid van veel kinderen. Maar liefst 24 procent van de 15-jarigen heeft zelfs zoveel moeite met lezen dat er een reëel risico is dat ze laaggeletterd de schoolbanken verlaten. En dat in welvarend Nederland. 

Binnenkort komt demissionair onderwijsminister Slob met zijn ‘nationale coronacrisis bijspijkerplan’. Een uitgelezen kans om ook de leescrisis aan te pakken en van (voor)lezen een topprioriteit te maken. Thuis, op de pabo en op school. Plus op elke school een schoolbibliotheek."

Gejuich natuurlijk bij bibliotheken! Ja, meer (voor)lezen en ja, meer schoolbibliotheken. 

Maar eh, hoe groot is het gat eigenlijk dat afgelopen jaar is geslagen? Kunnen we dat aangeven? Nou, dat is voor bibliotheken inmiddels redelijk in te schatten. Mijn  conclusie: kinderen hebben het afgelopen jaar minstens 12,5 miljoen boeken minder gelezen. Gemiddeld zo'n 30% minder.  En zwakke lezers - die al weinig lazen - zullen daardoor bijna in het geheel niet hebben gelezen. 

Ik neem u mee hoe ik aan die cijfers kom. 

Hoe kom ik aan die cijfers?

Hoewel de Koninklijke Bibliotheek enkele weken geleden nog een positief persbericht de wereld in deed onder de titel: ' Fors meer uitleningen online bibliotheek' wat dat wel een wat wrange conclusie. Want de werkelijkheid is dat de ebooks inderdaad wel gestegen zijn met 2 miljoen uitleningen maar dat daar tegenover staat dat bij de bibliotheken zelf er 20 miljoen minder is uitgeleend. Toch een beetje: de één zijn dood is de ander zijn brood. Maar, de ebooks compenseerden slechts 10% van het gat dat de coronacrisis sloeg. 

Een deel van de cijfers kun je afleiden uit het persbericht van de de VOB over de top 100 meest uitgeleende boeken.  De cijfers over 2019 van de ebooks heb ik uit een eerder gepubliceerd overzicht van de Koninklijke Bibliotheek gehaald.

'Kind' van de rekening: 12,5 miljoen niet gelezen boeken

Bibliotheken - en hier zitten ook de meeste uitleningen van de Bibliotheek op school bij - zijn dus gedaald van 67 naar 47 miljoen. Een daling van 20 miljoen en maar liefst 30% van het geheel. Kinderen vormden in 2019 volgens de de CBS-statistieken 63% van het ledenbestand. Als je dat doortrekt naar die verdwenen 20 miljoen dan komt het aantal gemiste uitleningen door kinderen op ongeveer 12,5 miljoen boeken.  

En waarschijnlijk is het nog meer dan die 12,5 miljoen. Dat heeft twee redenen. De eerste is dat kinderen minder gebruik maakten van alternatieve diensten van openbare bibliotheken. Ik heb cijfers van een paar bibliotheken gezien over 2020 en daarin zie ik dat de fysieke uitlening aan kinderen harder is gedaald dan die volwassen. Blijkbaar was reserveren en afhalen voor volwassenen toch makkelijker dan voor kinderen. De tweede reden is dat kinderen ook minder van het andere alternatief gebruik maakten: ebooks. Van de twee miljoen extra ebooks is niet 63% door kinderen geleend maar juist door volwassenen. Binnenkort duik ik nog in de statistieken van de ebooks en kan ik daar meer over zeggen.  Ik houd het  voorlopig op zo'n 12,5 miljoen niet gelezen boeken in 2020 door kinderen en jongeren. Dat betekent dat elk jeugdlid gemiddeld zes boeken minder heeft gelezen. Zwakke lezers die al minder lazen, hebben dus per saldo waarschijnlijk nauwelijks gelezen. En daar zit dus het geslagen gat. 

Minder boeken betekent minder lezen en minder lezen betekent minder goed in taal. Van lezen stijgt je woordenkennis en het is bekend dat die achterstand in woordenkennis nauwelijks wordt ingehaald op latere leeftijd. Een niet gelezen boek is dus letterlijk en figuurlijk een gemiste kans.

Nationale Coronacrisis Bijspijkerplan: op elke school een schoolbibliotheek!

Vorige week schreef ik nog over het herstelplan na de crisis en de bouwsteen die bibliotheken daar in kunnen zijn. Bibliotheken kunnen daar zoals je ziet een formidabele bijdrage in leveren. Ik stel voor dat we - de Verenigde Nederlandse Openbare Bibliotheken - nog voor de verkiezingen een plan aanbieden aan minister Slob waarbij we garanderen om binnen anderhalf jaar op elke school een schoolbibliotheek te hebben en binnen drie jaar die 12,5 miljoen niet-gelezen boeken in te halen.

Zullen we dat plannetje maar even maken? Kan het volgende kabinet dat dan mooi meenemen in het regeerakkoord. Want dat dat regeerakkoord vooral over herstel ná de coronacrisis zal gaan, kun je op je klompen aanvoelen. 

Want 12,5 miljoen niet-gelezen boeken door kinderen, zijn 12,5 miljoen gemiste kansen.

zondag 31 januari 2021

Bibliotheken in crisistijd : deel 16 : Herstelplan voor ná de crisis

 

Ik geef toe, we zitten in de donkerste maanden van deze coronacrisis: er is een avondklok, niet-essentiële winkels zijn gesloten en ouders zitten opgehokt met hun kinderen in een spagaat van thuiswerk en thuisonderwijs. Met heel misschien een lichtpuntje dat basisonderwijs over een week weer open gaat. En tegelijkertijd wordt een derde golf voorspeld in maart of april tenzij het vaccineren dat nog voorkomt. Ik snap dat u nog niet al te ver vooruit kijkt. 

Maar stel, ik weet het is nog moeilijk voor te stellen, dat we straks uit de crisis zijn? Wat dan? We zullen ons bevrijd voelen en we zullen een gevoel krijgen van wederopbouw. En ja, daarna moeten de overheidsfinanciën weer op orde en volgen bezuinigingen. Voordat dat echter gebeurt zal de overheid nog één keer diep in de buidel tasten om de samenleving weer op weg te helpen. Een herstelplan zeg maar. Wat is er nodig in Nederland om met elkaar de draad weer op te pakken?

Bibliotheken als bouwsteen voor herstel
En zou het niet verstandig zijn om daar als bibliotheken nu al met elkaar over na te denken? Aanval is immers de beste verdediging... Precies, dus ik dacht laat ik daar eens een begin mee maken. Wat zouden bibliotheken gezamenlijk kunnen aanbieden aan Nederland om na de crisis weer goed te starten? Ik doe een voorzet, als u nou aanvult doen we er straks samen een strik om heen en bieden we het aan, aan Mark Rutte (of een andere minister-president). Het zou zo maar kunnen dat hier landelijke middelen voor beschikbaar zijn.

Ik neem u eens mee door mijn eerste lijstje voor een herstelplan.

Nationaal leesfeest
Voor de hand ligt om te kijken naar opgelopen leesachterstanden van kinderen. En nu niet saai dat er weer veel gelezen moet worden maar maak er een nationaal leesfeest van. Het lijkt mij aantrekkelijk. Ik ben geen specialist op dit gebied maar daar is vast iets voor te bedenken. En het mag natuurlijk wat kosten want deze achterstand nú wegwerken, bespaart ons een veelheid aan kosten later. Nog even los van het feit dat lezen gewoon één van de leukste dingen is die je kunt doen.

Wat moet Nederland leren van de crisis?
We komen uit de crisis en dat voelt een beetje als een nieuwe start. Veel mensen zeggen dat we het na de crisis anders gaan doen. Wat we anders gaan doen en hoe we dat anders gaan doen, verschilt nog wel eens van persoon tot persoon. Zou het niet mooi zijn om heel veel plekken een - fysieke of digitale - dialoogavond te houden en te vragen om zo mee te schrijven aan een manifest 'Wat Nederland moet leren van de crisis'. Laat heel veel mensen hun zegje doen en bundel de uitkomsten. Kan samen met de lokale, provinciale en landelijke politiek. Een beetje Nederland Leest maar dan rond de lessen van de coronacrisis.

Nationaal programma digitale vaardigheden
We hebben gemerkt dat digitale vaardigheden essentieel bleken in deze pandemie. Fysieke hulpstructuren vielen bijna allemaal weg. Huisartsen die consult deden via Zoom, webwinkels die een topomzet draaiden en familiebezoek via videobellen. Wie dat niet kon had een flinke handicap. Alle reden dus om daar nu wel werk van te maken. Past goed in programma's die de bibliotheek al aanbiedt maar waarom daar niet landelijk de nadruk op leggen en dat juist na deze crisis flink aanjagen?

Terug naar de publieke ruimte
Wat hebben we de publieke ruimte gemist in de afgelopen tijd! De ruimte waar je gewoon kunt neerstrijken, kunt studeren of kunt ontmoeten. Daar gaan we na de crisis dus extra aandacht aan besteden. Als u de crisis nog niet had benut om kleine verbouwingen door te voeren om na de crisis mensen goed een plek te geven dan heeft u nog heel even de tijd. En laten we nadenken wat een mooi literair en cultureel programma kan zijn en hoe we gaan vieren dat we dit weer kunnen doen!  

Museum van de Coronacrisis
Over 100 jaar zullen we nog praten over de coronacrisis. Velen zijn getroffen door diep verdriet omdat iemand is overleden maar allen zijn we geraakt door de maatregelen. Leven we snel verder of staan we er nog even bij stil? Wat mij betreft dat laatste en hebben we met bibliotheken als huiskamer van ons stad en dorp de gelegenheid om verhalen en herinneringen vast te leggen. Mooi om te doen samen met onderwijs en archieven. 

Terug naar werk
Velen hebben een baan verloren in deze crisis of verliezen deze zodra noodsteun wegvalt. Bibliotheken hebben programma's om mensen weer te helpen met vaardigheden om werk te vinden. Laten we die landelijk aanbieden en inzetten en ons aandeel hiermee leveren naar herstel.

Feit of fake?
Het coronavirus was het eerste grote onderwerp waarbij feit en fake voor sommigen moeilijk te onderscheiden waren. Hoe weet je of iets een feit is of dat het fakenieuws is? Lijkt me een mooi programma over mogelijk en ik kan me voorstellen dat de NOS daar wel aan mee wil werken. Stel je voor dat bekende nieuwslezers met een zaal in gesprek gaan over hoe journalisten nieuws maken en feiten moeten checken.

Weg met de coronakilo's
Tja, de crisis drukte zwaar op ons. Letterlijk, want menigeen kreeg er een paar kilo bij. Na de crisis gaan we dat natuurlijk weer anders doen. Zullen we een programma aanbieden van gezond eten en voldoende bewegen? Er zijn vast mooie partners te vinden die dat met alle bibliotheken willen doen.

Mentaal spreekuur
De GGZ kent een zware drempel. Je kunt een echte patiënt voelen als je daar op af moet stappen. Veel mensen wachten daar dus vaak te lang mee. Zouden bibliotheken een mentaal spreekuur kunnen organiseren na de crisis? Uiteraard doen we dat niet zelf maar faciliteren we een partner die dat laagdrempelig kan oppakken. 

Denk mee, bespreek en strik erom!
Dit lijstje kostte me niet veel moeite. En ik heb voor de vuist weg ook maar een paar doelstellingen erbij genoemd. Daar houden ze namelijk van in de politiek. Maar denk eens mee, er zijn vast nog meer en betere ideeën. Ik ruil mijn ideeën er graag voor in. 

Deze week organiseert de Koninklijke Bibliotheek weer een directeurendag. Alle directeuren van openbare bibliotheken zijn daar weer voor uitgenodigd. Een mooie gelegenheid om door te pakken toch? En om eerlijk te zijn, bijna alle punten zijn ook goed te plaatsen in het landelijk convenant en de netwerkagenda.  Ik zeg: bespreek even dit plan, zet de schouders eronder en biedt het aan de regering. 

Uit de crisis en naar herstel! Bibliotheken kunnen daar een mooie bouwsteen voor zijn.