donderdag 31 oktober 2019

Slot BibliotheekPlaza: 'De toekomst is de wolf die jij voedt'.



Het publiek begint langzaam naar de borrel te snakken. We zetten de landing in met een voorstelling van Boom Chicago. Ze brengen een deel van hun show 'The future is here, and it is slightly annoying'  Het is improvisatietheater met gebruikmaking van artificial intelligence. Om eerlijk te zijn, niet te bloggen natuurlijk. U doet het maar even met bijgaande filmpje, had u maar moeten komen.

We eindigen met Wouter de Jong. Als dagvoorzitter komt hij nog even terug op het woord 'Geluk'. Een geluksfilosoof vatte geluk samen met twee woorden: Andere mensen. En mijn vraag is dan: kun je andere mensen verder helpen zonder iets terug te verwachten en kun je die kring van mensen die je kunt helpen vergroten?

Eén van de dingen die je kunt doen is iemands kwaliteiten zien en die benoemen. We zijn namelijk gewend om eerder te letten op zwakten van anderen. Maar als je iemands kwaliteiten benoemt heeft twee effecten: ongemak en trots. Dwars door elkaar. En dat laat Wouter de hele zaal doen. Iedereen moet kwaliteiten benoemen bij elkaar. Geroezemoes in de zaal. Een enkeling glipt de zaal uit...  altijd tricky zo aan het eind.

We gaan landen en afronden. De hele dag ging over de toekomst. Maar dat is natuurlijk onzin. Want je kunt niks met de toekomst. Je hebt alleen het nu.

Wouter eindigt met een verhaal over een opa die een verhaal vertelt aan zijn kleinkind. Een verhaal over twee wolven. Eén wolf is goed en één wolf is slecht. Een ieder heeft die wolven in zich. En die wolven vechten.  Het kleinkind vraagt: 'welke wolf wint?' De opa antwoordt: 'de wolf die jij voedt'.

Wie zijn toekomst wil maken, begint vandaag met het voeden van de juiste wolf.   Het was weer een mooie dag. De toekomst begint nu.

Nou, na deze borrel met garnituur natuurlijk. Want eerst moet deze wolf gevoed.

Tot volgend jaar!

Rolf Schrama: 'Tegenslagen waren juist Pokon voor mij'

Rolf Schrama is para-olympisch zeiler. Deze foto stond in NRC Handelblad. Met de tekst: 'zijn ego was te groot voor mijn lichaam. Hij neemt ons mee naar 43 jaar gelden. Hij werd geboren in De Rijp. Een klein dorpje boven Amsterdam. Hij was de derde in rij. Boven hem zat broer Rolf. Hij overleed na een paar dagen. De medische stand gaf aan data het overlijden domme pech was.

Na twee jaar werd Rolf 2 geboren. De Rolf die we nu kennen. Ook hij moest vlak na geboorte naar het ziekenhuis. Er was van alles mis met hem. Nadat hij uit het ziekenhuis kwam, gaf de medische stand aan: 'heb geen verwachtingen met hem'. Hij zou nooit kunnen lopen, hij zou nooit worden als een gewone jongen.



Zijn moeder zette hem na verloop van tijd maar gewoon in het raam. Dan kon hij een beetje naar buiten kijken. Hij kon weinig. Maar zijn moeder daagde hem uit. Ze raapte het speelgoed niet op maar liet het liggen. En Rolf kroop centimeter voor centimeter naar het speelgoed. Telkens legde ze het speelgoed verder weg. En Rolf werd sterker.

Totdat hij zowaar kon staan en lopen. De artsen hadden het blijkbaar niet bij het goede eind. Zijn ouders begonnen een eigen koers te varen.  Eerst ging hij naar het speciaal onderwijs  maar daar was hij doodongelukkig. Hij mocht naar een gewone school.

Op zijn eerste dag kreeg hij een stomp van iemand: 'jij bent een lilliputter'. Zijn moeder zei aan het eind van die dag: 'morgen schop je die jongen zo hard je kan'. Dat deed hij. En  hij won het respect van de grootste jongen van de school. Dat was een goede tijd. Het leven lachte hem toe.  Ik voelde me eigenlijke een gewone jongen.

Tot de dag dat zijn zus prachtige sportschoenen kreeg. En hij realiseerde zich dat hij die nooit zou kunnen dragen. Het werd een obsessie voor hem, hij aaide die schoenen. Toen zijn moeder dat ontdekte, kocht ze die schoenen. Niet om te dragen maar voor zijn zelfvertrouwen.

Als groter jongetje wilde hij op een racefiets. Dat was natuurlijk wel lastig. Tientallen keren is hij van het fietsje gevallen. Maar toen lukte het. Hij fietste het dorp uit! Net zolang tot het donker wordt. Hij eindigde tegen de voorkant van de auto van de buurman.

Zijn eerste levenslessen waren dat hij moest genieten van de kleine dingen, dat hij kracht moest vinden in kleine stapjes, je moet in jezelf geloven en je moet veel werk verzetten voor weinig resultaat.

In de puberteit moest hij bepalen wat hij wilde. Hij wilde sleutelen. Sleutelen aan auto's. Maar dat is verrekte lastig als je je vingers niet kunt buigen. Maar anderen zeiden wel eens achter mijn rug: 'dat is toch zielig voor hem'.

En nu switch ik toch maar even naar hoe hij zijn verhaal vertelt, dus naar de ik-vorm:  Het was een moment dat ik langzaam begon te merken dat ik anders was. Als ik niet kon sleutelen aan een Porsche moest ik  maar een Porsche gaan kopen. Van de mavo naar de havo, van de havo naar de heao.

Tegenslagen waren juist Pokon voor mij. Maar ik werd ook cynisch. Ik ging anderen omlaag halen. Van heao ging ik naar de universiteit en haalde ik mijn bul economie.

Mijn ouders waren blij maar voor mij was er nog geen spoortje van geluk. Ik ging werken bij een financieel bedrijf en werkte 60 uur per week. Ik zat op een rijdende naar succes. Dacht ik.

En op een zondagmiddag op een boot zei een vriendin: 'hoe kan het dat je zo hard bent geworden'. En toen vielen de oogkleppen af. En ik heb gehuild. Elke dag was ik bezig om het beter te maken. Dat leek weg. En toen zag ik mezelf als een kleine man. Al die jaren had ik me groot gemaakt. En plotseling kromp ik voor mezelf.

Er was nog een verandering nodig. Hij ging naar een conventie van 'kleine mensen' in Amerika. Daar zag hij 3.000 van die kleine mensen bij elkaar. En ik dacht: 'zouden die wel gelukkig zijn?' Ik had dus dezelfde vooroordelen als alle grote mensen.

Toen zag ik bij thuiskomt dit filmpje:



Ik dacht: 'ik moet gaan sporten!' Alleen zo blijf ik goed. Hij ging zeilen en had een doel om naar de paralympics te gaan. Een jaar later mocht ik voor het eerst op open zee. Tegen golven van vier meter hoog. En ik knokken. Tegen die golven. De coach zei: je moet niet vechten tegen die golven, je moet er gebruik van maken. Ik leerde de wind voelen en snel mijn koers wijzigen.

Stap voor stap werd hij beter. En langzaam kwam hij in de top-10 terecht. Hij kwam tussen de mensen met de meest vreemde handicaps. In een tweemansboot werden we Europees kampioen. Ik werd een echte zeiler!

En toen kwam de dag dat bekend werd gemaakt wie mee mocht naar de Olympische Spelen in Rio. En jawel, we gingen! We werden 7e. Dat was een teleurstelling. We stonden vierde op de wereldranglijst. En het lukte niet. Een half jaar lang heb ik toen 's nachts waker gelegen. Wat had ik fout gedaan?

Maar na een half jaar werd me helder welke weg ik had afgelegd. Zoveel moeite en zweet, zoveel tegenslag. En dat was eigenlijk wel fantastisch. En nu, nu adviseer ik bedrijven rond diversiteit. En adviseer is over de talenten van mensen. Want die kunnen meer dan je denkt.

Het getoonde Tedx Hilversumfilmpje laat grotendeels dit verhaal ook zien.




Huub Purmer en Iris Goedhart: 'Zorg voor creatieve botsingen tussen mensen'


Van een plenaire sessie switchen we weer naar een kleinere workshop. Een beetje onverwacht schuif ik aan bij 'Het Nieuwe Warenhuis' van Huub Purmer en Iris Goedhart.

Wat Het Nieuwe Warenhuis is kun je zien in het filmpje. Het Nieuwe Warenhuis is door vier ondernemers - waaronder Huub en Iris - opgezet om een plek te hebben waar het goed samenwerken is met veel andere ondernemers.  En toevallig kwam het VenD-pand in Alkmaar vrij en ach, daar kon dat. Ingewikkelder is het eigenlijk niet.

Het oude pand van het warenhuis is omgebouwd voor ondernemers om te komen werken. Na het faillisement is men op de eigenaar van het pand afgestapt en op 6 juni 2016 openden ze de deuren en brachten 20 ondernemers hun bureau naar binnen. Het is één grote open ruimte en daardoor ontstaat één groot netwerk. En dat is een belangrijk kenmerk voor ondernemers om te overleven.

Het Nieuwe Warenhuis is niet hetzelfde als Seats2meet of Spaces.  Je kunt hier je eigen bureau meenemen en een eigen ruimte innemen maar het moet wel open blijven. De ondernemers zijn zelf de eigenaar van dat concept. Het Nieuwe Warenhuis is niet begonnen vanuit het eigendom van vastgoed maar vanuit de mensen zelf om hun eigen plek te krijgen.

Maar het Nieuwe Warenhuis is meer dan alleen de eigen ruimte. Men is een gezamenlijke zwerm. En men stuurt samen in dit concept.  Wat is nu een link tussen Het Nieuwe Warenhuis en de bibliotheek? Daarvoor laten een ander filmpje zien (sorry, niet zo snel te vinden) over hoe de ondernemers samen nadenken over hun concept. Dat is wel iets waar je als bibliotheken iets mee kunt. Waarom zou je gebruikers niet op die manier je bibliotheek laten invullen: inrichting van ruimte, inrichting van programmering. Eigenlijk is het Nieuwe Warenhuis een zwerm die je in werking kunt zien.

Op dit punt laat Huub bijgaande filmpje zien van het Burning man festival in de Nevadawoestijn.


Nou, zeg het maar, wat heeft dit er mee te maken, vraag Wouter de Jong? Nou, eigenlijk niks. Maar als je iets verder kijkt, zit er wel wat meer achter. Het Burning Manfestival is niet een festival waar je alleen iets komt halen. Er wordt verwacht dat je bijdraagt.  Die bijdrage vindt plaats in een open ruimte. Die twee kenmerken: een open ruimte waar je wat bijdraagt  dat is iets waar je mooie dingen mee krijgt.  Je kunt dus iets maken waarvan je dacht dat je het nooit kunt maken. Dat is wel iets magisch. 

Eén van de opdrachten die ze in het Nieuwe Warenhuis uitvoerden was die van kinderopvang en basisscholen. Die wilden een betere overdracht van leerlingen. Men ging samen brainstormen middels design thinking in het Nieuwe Warenhuis. Geen rocket science maar je hebt wel zo'n plaats nodig waar je dit soort dingen kunt doen. Je hebt plekken nodig waar mensen bij elkaar kunnen komen. Mensen moeten creatief met elkaar kunnen botsen. 

Nou, ik zie de link met bibliotheken wel hoor als ik dit verhaal zo hoor. Want het is natuurlijk een fantastische metafoor van hoe je met de samenleving iets kunt bereiken wat je alleen niet kunt. Als je dan bedenkt hoe groot de groep is die bij ons komt, dan hebben wij als bibliotheken goud in handen. Lijkt me een mooie uitdaging voor de komende jaren. 

Christian Kromme: 'Van ego naar eco'

De titel van de lezing van Christian is 'leert je surfen op de golven van de disruptieve innovatie'. Nou en dat in 45 minuten. Aan ambitie geen gebrek zullen we zeggen.

Volgens Christian was het tot niet zo lang geleden de wereld stabiel en voorspelbaar. Veranderingen kon je van ver zien aankomen en je kon je daar rustig op voorbereiden. Veranderingen gaan, volgens Christian, als een tsunami op ons afkomen. Je kan dat als een bedreiging zien of als een vloedgolf waarop het goed surfen is.

Kromme heeft een technologie-achtergrond en heeft veel onderzoek gedaan naar disruptieve innovatie. Maar technologie is niet de disruptieve factor. Dat zijn mensen zelf. Hij noemt de ontwikkelingen in de muziekindustrie: van cd's naar ipod en itunes en van ipod en tunes naar Spotify.

Maar zegt u nu: ik zit niet in zo'n digitale sector. U ziet bijvoorbeeld in de autoschade. Dan hebt u daar geen last van, denkt u. Maar technologie verbetert auto's en rijden nu zo dat er veel minder schade wordt gemaakt.

Christian startte in 2000 een bedrijf om bedrijven te helpen die een verouderd business model hadden. Bedrijven die wellicht over vijf jaar geen bestaansrecht meer hebben. Dat ging goed. Hij hielp bedrijven om disruptief op te treden.  Soms ging dat goed, soms minder.

In 2011 ging het leven van Christian zelf op de kop. Haar dochter werd ziek en er werd geen goede  behandeling gevonden. Het perspectief was nog enkele maanden leven. De reguliere zorg bood geen oplossing.

Evolutie van cellen
Christian moest in deze situatie zelf disruptief gaan denken. Gezondheidzorg was een sector die in vele eilandjes naar een probleem kijken. Maar wie kijkt naar het geheel? En hij verdiepte zich in de lichaamscellen.  Cellen lijken op mensen: ze kunnen gestresst zijn en relaxed zijn. Wanneer presteren mensen het best? Precies, op het moment dat we ons prettig en veilig voelen. Dat geldt ook voor cellen. Cellen hebben verschillende evolutiegolven meegemaakt.  De eerste evolutiegolven leerden cellen met elkaar communiceren en zorgden langzaam voor botstructuur.  Daarna volgde het zenuwsysteem en het brein. En dat alles werd allemaal met cellen gedaan. In de zesde evolutiegolf kwam intelligentie en de zevende is die van de pre-frontale cortex  waardoor verbeelding en concept-denken mogelijk was.

De evolutie van technologie
Deze evolutie in golven zien we op vele plekken terug. De mensheid zelf is ook via jagen, landbouw en  infrastructuur en telecom-revolutie. Met de telecom kwam ook automatisering op gang en daarna social media.  Dan zijn we al dichtbij het nu. Nu zitten we in de golf van lerende netwerken en computers. En de voorspelling van Christian is dat de volgende golf zal gaan over creativiteit.

Het kenmerk van deze ontwikkeling is dat de cycli steeds korter zijn en elkaar steeds sneller opvolgen maar dat de impact steeds groter is.

Die ontwikkelingen hebben veel betekend. We kunnen steeds meer. Maar dat betekent ook dat we steeds meer verantwoordelijkheden hebben.   Technologie geeft ons steeds meer mogelijkheden. Het geeft ons steeds vaker de mogelijkheid om echt zelf te doen wat we willen. Onze ontplooiïngsmogelijkheden zijn groter dan ooit.

Evolutie van organisaties
Wij zijn de cellen van de samenleving. Ieder voor zich. Maar tegelijkertijd in onderlinge samenhang. We gaan naar een tijd van samenwerken. Waar al die cellen een zwerm volgen.  De schaal waarop we verbonden zijn is ook groter dan ooit. We kunnen mensen bereiken over de hele wereld.

Hoe gaat dat bij zwermen vogels? In een grote zwerm houdt elke vogel zeven andere volgels in de gaten. En elke vogel houdt zich aan drie regels: 1) vlieg in de zelfde richting, 2) vlieg ongeveer even snel en 3) zorg dat je niet botst.  Die zwerm kan a la minute beslissen. Daar is geen overleg maar iedereen staat in verbinding en de zwerm stuurt dat geheel. Dat is geen top-down-beslissing.

Onze communicatie in bedrijven moeten daar op aangepast zijn. En we hebben daar ook de mogelijkheden voor. Geen eindbaas dus maar die van gedreven professionals die met elkaar bewegen.

De snelheid van verandering
En de snelheid van veranderen wordt steeds groter. Hoe weet je nu wanneer je op een golf moet stappen.

Ook daar kent hij zeven fasen voor:

De eerste fase is die van digitalisering. Kodak maakte de eerste digitale camera. De start van de golf. Maar fase twee is die van Deceptie. De digitalisering is niet goed genoeg. Dan komt de derde fase en dat is die van disruptie. Want er stappen toch mensen over. Want fotograferen werd gratis door het digitaal te maken.

Daarna werd het gedematerialiseerd, fase 4. Camera's komen in telefoons. Fase 5 is die van demonitarisatie. Technologie wordt gratis, denk aan app. Fase 6 is die van Disappearance. Technologie verdwijnt en wordt onzichtbaar. En tot slot: fase 7 is die van het feit dat we niet meer hoef te leren maar dat technologie met ons interacteert zonder dat we het door hebben.  Auto's rijden en sturen bij zonder dat we het weten of rijden helemaal zelf.

Van digitalisering naar humaan


En wat is dan nog de rol van de mens? Nou, dat is de vraag. Computers zijn goed in hard skills, in zaken die te automatiseren zijn. Het zijn de zachte skills die van grote waarde worden voor mensen: creativiteit, gevoel en passie. Die nieuwe technologie is nodig en levert ons veel maar tegelijkertijd kunnen we focussen op de menselijke kan. We gaan naar een tijd van ego (van bazen) naar eco (van iedereen).

Gelukkig, er blijkt nog plek voor ons.


Donald Merks: 'Bouw ecosystemen waarin je elkaar versterkt'

Op het menu stond Ivo Lammers van Van Berlo Agency. Hij is echter vervangen door zijn collega Donald Merks. Donald verontschuldigd zich bij voorbaat als hij wat minder goed in het verhaal staat.

Van Berlo Agency noemt zichzelf de meest innovatieve organisatie van Nederland. Daar wonnen ze in 2017 ook een prijs voor. Het is een innovatiebedrijf dat werkt voor klanten over de hele wereld. Ze doen aan allerlei vormen van design om dat vorm te geven.

De prijs voor meest innovatieve bedrijf werd niet gewonnen door wat ze gemaakt hadden maar door de wijze hoe ze aan innovatie deden. 

De opvatting van Van Berlo is gestoeld op drie peilers: Groei, Empathie en Realisatie. 

Maar wat is innovatie eigenlijk? Daar zijn vele blikken op mogelijk. Neem bijvoorbeeld de Blu-ray en de HD DVD. Beide goede producten. Alleen heeft Blu Ray een beter netwerk gebruikt.  Je moet dus breder kijken dan alleen de kwaliteit van het product. 

Het gaat om vele vormen: hoe zit je in je netwerk, in je proces, is je service, in je business model.  Hij gebruikt hiervoor het model van Ten Types of Innovation.

Design thinking
Om eerlijk te zijn haak ik verderop in het verhaal wat af.  Het is wel duidelijk dat hij moet invallen in dit verhaal. Ik krijg een aantal innovatiemantra's te zien waarna het verhaal verder gaat op desgin thinking.



Hij haalt een voorbeeld aan van hoe ze design thinking hebben toegepast bij ouderen die vallen. Er zijn veel gesprekken gevoerd, een empathisch onderzoek. Het blijkt dat er veel onwetendheid is. Waar zitten voorbeelden op andere plekken? Denk bijvoorbeeld aan de honger naar kennis bij zwangerschap en hoe wordt het daar opgelost? Je komt dan op ideeën als de blije doos of een boek Oei ik groei. Wat als je dit voor ouderen zou gaan doen?

We zijn vaak te oplossingsgericht: we willen te snel naar een oplossing en we kiezen te vaak de geijkte oplossing.

Open innovatie
Toen Van Berlo gehuisvest moest worden, is er bewust voor gekozen om een open bedrijf te zijn. In ons pand zitten partijen die elkaar kunnen versterken in een gebied - Strijp T - waar een aantrekklijke omgeving is. Kies dus ook voor die omgevingen, lijkt zijn boodschap te zijn. Zoek de partijen op en maak combinaties! Door samen te innoveren bouw je ecosystemen waarin je elkaar versterkt.



Bouw zelf zo'n innovatieve organisatie
En hoe doe je dat zelf dan als organisatie? Hoe bouw je dan zo'n innovatieve organisatie? Tja, dat heeft toch wel met cultuur te maken? Een cultuur die bereid is om telkens te blijven wijzigen. Het start met mensen.

Hij stapt hier over op de vergelijking tussen Kodak en Fuji en hoe ze de overstap moesten maken naar het digitale era. Wat velen niet weten is dat Kodak de eerste digitale camera maken. En toch haalden zijn het niet en gingen failliet. Er waren onvoldoende ondernemers binnen Kodak die op durfden te staan voor het ondernemerschap dat nodig was.

Merks noemt vier eigenschappen nodig zijn: innovatieklimaat, ondernemerschap, middelen en verbondenheid.

Hij sluit af met een filmpje van Van Berlo. Nou, we zien vooral het mooie kantoor van Van Berlo. Tja, u proeft wel enige teleurstelling.  Ik heb veel wijze woorden gehoord maar ik mis ook wel wat doorleefdheid in het verhaal. Nou, Merks had geen makkelijke opdracht om Ivo Lammers te vervangen.  Ik hou het erop dat een beetje falen ook hoor bij innovatie.

Hup, op naar de lunch! Tot later!




Deborah Nas: 'Vernieuwing beoordelen we vanuit onze oude referentiekader'

Deborah Nas is toekomstverkenner en professor bij de TU Delft. Zij begint haar verhaal over angst voor vernieuwing en allerlei nieuwe technologieën. Of je nu een optimist of pessimist ben, iedereen herkent dat.

Ze vertelt dat toen haar kinderen jong waren, gaf ze één van haar zoontjes al vroeg een iPad. Ze was bang dat de kinderen teveel achter het scherm zitten. Moeten ze niet meer buiten spelen? Maar als professor kijk ik toch anders naar die ontwikkeling: daar zie ik een toekomstig talent, kijk eens hoe goed hij daar mee om kan gaan.

En die angst die ik als moeder had, is van alle tijden. Ze gaat terug naar de ontdekking van het schrift. Toen dat gebeurde was men bang mensen niets meer zouden onthouden. Bij de uitvinding van het boek was men bang voor overload. Bij de oprichting van scholen waren ouders bang dat kinderen de hele dag binnen zaten. De televisie? Internet? Nou alles was slecht.



Bijgaande filmpje volgt een deel van haar verhaal. Onze weerstand komt voort uit onze sterkste emotie: angst! Negatief nieuws krijgt automatisch meer aandacht dan positief nieuws.  Maar wie terug kijkt ziet dat juist al die veranderingen onze welvaart sterk verhoogd hebben. De feiten zijn dus anders dan onze emotie.

Ze geeft ook aan dat deze weerstand te maken heeft met onze context. Wij zijn opgegroeid met Lego en niet met Minecraft.... Terwijl Minecraft eigenlijk het Lego van deze tijd is. Waar vinden we dat onze kinderen mee moeten opgroeien? Precies, met Lego. En dat heeft alles te maken met onze context. Ze zegt dat als boeken waren uitgevonden na videogames, dat we waarschijnlijk boeken verschrikkelijk zouden vinden: je trekt je terug in je eigen wereld, het is verslavend en het is slecht voor je ogen.

Nieuwe technologieën beoordelen wij dus vanuit ons oude referentiekader. Ontwerpers proberen daarom aan te sluiten bij oude technologie. De eerste Tesla had een grill voorop de auto. Dat was nergens voor nodig.  Maar daardoor leek ie op een 'echte' auto. Ondertussen is die grill in nieuwe ontwerpen verdwenen.

Toch kan het ook zo zijn dat we iets nieuws uitvinden dat we niet kunnen plaatsen. Wat als je je er echt geen voorstelling van kunt maken?  Internet werd in het begin afgekraakt: dat zou nooit wat worden. En nu? Volstrekt veranderd.

Veranderingen in het lezen
Ze stapt over naar voorbeelden uit onze wereld. Wat gebeurt er met lezen? Bij Bol moet je kiezen tussen fysieke boeken en e-books.  Als je kijkt naar de iBooks-app van Apple dan gebruikte men in het begin een old fashioned boekenkast. Dat om voldoende aan te sluiten bij de oude beleving. Een voorbeeld analoog aan de grill van Tesla.



Ze laat dit filmpje zien van de New York Public Library over InstaNovels. Ze bereiken een hele nieuwe doelgroep en het is eenvoudig om te zetten naar de Nederlandse markt.

Maar maak eens een overstap naar wearables en kijk eens naar deze demo van Spritz.



Verandering in het schrijven
Maar kijk eens naar het schrijven... Er is steeds meer selfpublishing. En  wat als elke bibliotheek nou een kast zou maken met schrijvers uit de eigen plaats die nog ontdekt moeten worden?

Of kijk eens naar deze film over Google Books.


Je ziet hier hoe verschillende vormen van maken, zoeken, vinden en bewaren hier wel heel strak bij elkaar komen. Lijkt dit niet heel veel op de bibliotheek inclusief de depotfunctie van de Koninklijke Bibliotheek? Wat gaat deze ontwikkeling nog betekenen voor de wereld? 

Naar artificial intillegence
Als we dit soort ontwikkelingen zien, gaat het nog wel even door. Wij winnen als mens niet meer met schaken. Onze algoritmes denken sneller dan we zelf kunnen. We hebben machine learning en deep learning. De computer leert zichzelf tegenwoordig al en dus wordt ie ook steeds slimmer. Dit vraagt veel rekenkracht maar gelukkig is rekenkracht erg goedkoop geworden. En dat gaat nog even door. En eerlijk: we hebben geen flauw benul waar dit naar toe gaat. Er worden krantenartikelen al geschreven door algortimes... de eerste roman op die manier is er al. 

Veranderingen in de communicatie
Tot slot gaat ze in op de communicatie. Kijk eens naar dit filmpje  van Google Duplex. Hier communiceren we met een computer. En hebben we nog door dat het een computer is?


Of kijk eens naar dit filmpje van Novel Effect. Je leest zelf maar je leeswereld wordt verrijkt met geluidseffect. 


En zo gaat ze nog door langs virtual reality en chatbots. Is onze communicatie daarop al uitgelijnd? Nou, daar valt nog wel wat te doen.

Haar slotwoorden: 'Het wordt niet zozeer beter of slechter, maar wel anders'. Zo, dan weet u dat vast.

Wouter de Jong: Het allerbelangrijkste is niet te vergeten wat het allerbelangrijkste is

Het is frisse maar mooie herfstdag. Degenen die met de auto kwamen mochten nog even krabben. In de trein naar Den Haag  zie ik mijn tijdlijn berichten van bibliotheken die vechten tegen bezuinigen. Maar ook een bericht van de Nationale Ombudman. Hij spreekt vandaag op een congres over de Overheid in 2030 en betoogt dat de overheid een machine is geworden en dat elke gemeente een loket zou moeten krijgen waar burgers geholpen zouden moeten worden met vragen..... Maar dat is toch gewoon de bibliotheek hoor ik collega's via diezelfde tijdlijn zeggen. Nou goed, een mooi begin van de dag.

Hop, naar BibliotheekPlaza met als thema... o, ironie: Tot straks in 2030! Exact hetzelfde thema als bij de ambtenaren. We hadden de congressen kunnen samenvoegen denk je zomaar.

Wouter de Jong, acteur en schrijver van het boek Mindgym, mag aftrappen bij wat ik het leukste bibliotheekcongres van het jaar vind. Alleen sprekers van buiten die bibliotheekmedewerkers dwingen zich te verhouden tot die buitenwereld.

Wouter begint met een spelletje om elkaar beter te leren kennen. Alle vrouwen mogen opstaan, alle mannen, en willen alle mensen opstaan die slimmer zijn dan de gemiddelde Nederlander?  En wie is vrijgezel? En wie heeft wel eens iets gejat? Hilariteit...

In zijn boeken Mindgym geeft hij aan dat het eigenlijk vreemd is dat we wel voor ons lichaam naar de sportschool gaan maar niet voor onze geest. Onze lichamelijke gezondheid krijgt meer aandacht dan de mentale.

Wat maakt dat we een goede dag hebben? Dat hangt sterk af  van onze mindset. In de theorie onderscheidt men daarvoor vier factoren: aandacht, veerkracht, positiviteit en altuïsme. Elk van die factoren kun je trainen. Maar doen we dat? Nee, daar zijn we niet mee bezig.



Hij laat het filmpje zien van het Marshmallowexeperiment. Dit experiment gaat over impulscontrole. Deze kinderen zijn gevolgd en wat bleek: kinderen die hun impulsen beter konden controleren, bleken significant beter te presteren in hun leven. 

Het gaat dus vooral over controleren waar je aandacht naar toe gaat. Hij doet een volgend experiment met de zaal en vraagt wat ze zouden doen als ze nog maar 5 jaar, 1 jaar of een maand te leven zouden hebben? Wat komt er dan bij je op?

Er is een top-5 van zaken mensen spijt van hebben op hun sterfbed. Die ziet er als volgt uit.

Ik had:
1. meer trouw moeten blijven aan mezelf
2. minder hard moeten werken
3. meer moed moeten hebben om gevoelens te uiten
4. meer in contact moeten blijven met vrienden
5. mezelf meer moeten toestaan om gelukkig te zijn.

En bedenk dan eens: wat moet ik dus gaan doen en maar  dat concreet. Met andere woorden wat moet ik dus deze week gaan doen? De zaal krijgt drie minuten om dat met elkaar te bespreken.

Hij sluit af dat iedereen deze zin moet onthouden:  Het allerbelangrijkst is niet te vergeten wat het allerbelangrijkste is.



woensdag 30 oktober 2019

Wie de jeugd heeft, heeft geen toekomst? Is ontgroening definitief een feit?

Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het CBS,  postte op Twitter vandaag bijgaande grafiek over de bevolkingsgroei. Een interessante tabel. Het laat zien waar de groei zit bij de Nederlandse bevolking. Want die bevolking groeit nog steeds maar slechts heel langzaam.

In de tabel zie je dat er steeds mee 65+-ers komen in Nederland. Mensen worden gemiddeld ouder en de babyboom gaat massaal met pensioen. Het aantal personen onder de 20 jaar neemt sinds 2005 alleen maar af. Naast vergrijzing die we al langer kenden, zien we nu dus ook de forse 'ontgroening' van Nederland plaats vinden.

Daling leerlingen PO
Minder jonger kinderen leidt tot minder leerlingen in het basisonderwijs. Het Ministerie van Onderwijs geeft daarover de volgende prognose af.


Dit lijkt een niet zo spannende tabel maar jaar na jaar zijn er tienduizenden minder jongeren. Het CBS geeft in een toelichting aan dat die daling niet overal gelijk is.

Het CBS meldt daarover in een ander bericht:
"De meeste regio’s waar het aantal kinderen de afgelopen vijf jaar is afgenomen, zullen naar verwachting ook de komende jaren te maken krijgen met een verdergaande daling van het aantal 4- tot 12-jarigen. Veel van deze krimpregio’s zijn relatief sterk vergrijsd en ontgroend, waardoor er niet veel kinderen bijkomen. De regio’s waar het aantal kinderen in de basisschoolleeftijd het sterkst zal dalen zijn Limburg, Groningen, Friesland, de Achterhoek en Twente."
De klap in krimpregio's
Zelf ben ik betrokken geweest bij overleggen met scholen in de Achterhoek. In de gemeente Berkelland ziet het plaatje er voor de krimp bijvoorbeeld als volgt uit.


In zeven jaar tijd in neemt in deze Achterhoekse gemeente het aantal leerlingen met bijna 20% af. Veel kernen kennen nu nog een kleine school met minder dan 100 leerlingen. Vaak zelfs scholen met 50 of 60 leerlingen. Deze scholen kunnen alleen bestaan dankzij de speciale financieringsregeling voor kleine scholen. Maar voor hoelang nog?

Wat betekent dit voor bibliotheken?
Voor bibliotheken is deze daling van jongeren wel degelijk relevant. En wel op verschillende manieren.

Effect 1: Herstructurering van basisonderwijs
Op de eerste plaats heeft deze daling van jongeren effect op het basisonderwijs. Scholen in kleine kernen zullen de komende jaren flink onder druk komen te staan. Het aantal scholen zal dus naar verwachting afnemen. Hoewel alle kleine scholen die ik sprak aangaven bestaansrecht voor zichzelf te zien, laten de cijfers toch een andere werkelijkheid zien.  Het CBS schrijft hierover:
"De afgelopen jaren nam dan ook het aantal basisscholen in Nederland af. In het schooljaar 2015/’16 telde Nederland 6584 basisscholen, 382 minder dan in 2011/’12. In Groningen en Zeeland daalde het aantal scholen relatief het sterkst. Hier sloten respectievelijk 37 en 32 scholen."
Zeker voor bibliotheken in krimpgebieden is dit een aandachtspunt. Aandacht van scholen zal vooral gericht zijn op voortbestaan of men zal opgaan in grotere gehelen. Scholen hebben op zo'n moment minder aandacht voor samenwerking met allerlei partijen. Toch denk ik ook dat het wel kansen biedt. Meer grote scholen betekent dat je minder fysieke schoolbibliotheken hoeft te ondersteunen. Ik denk dat dit een concept als Bibliotheek op school nog wel kan vergemakkelijken.

Effect 2: Sociale cohesie in kleine kernen
Een tweede effect is dat kleine kernen zonder jeugd een deel van hun levendigheid verliezen. Het schoolplein was één van de laatste fysieke plekken waar veel mensen elkaar ontmoetten. Met minder jeugd en zonder school krijgt de sociale cohesie in een kern een flinke knauw.

Bibliotheken zouden daarop in kunnen spelen en samen met kleine kernen best kunnen kijken naar programmering waardoor je die sociale cohesie een nieuwe richting geeft. Veel provincies met krimpgebieden kennen hier subsidieregelingen voor. Ik geef toe dat dat niet makkelijk is en dat we daar als bibliotheken dan nog wel wat te ontwikkelen hebben maar ik denk dat het best een interessante lijn is om verder te onderzoeken.

Effect 3: Urgentie tot samenwerking
Een derde effect is dat er door krimp een verdere urgentie tot samenwerking komt. Samenwerking met scholen en samenwerking met kleine kernen. Maar ook kan het hier gaan om samenwerking met andere partners. Want hoe klein een kern ook is, je zal versteld staan hoeveel organisaties er nog actief zijn en hoeveel verenigingen er zijn.

Effect 4: Meer ouderen en aanpassing van aanbod
In de afgelopen jaren kenden we steeds meer jongeren in de bibliotheek. Hoewel we daar nog steeds veel voor kunnen betekenen is het toch ook aardig om ook veel nadrukkelijker naar ouderen te gaan kijken. Ik ken bibliotheken die dementvriendelijk worden, Alzheimercafés organiseren of samenwerken met ouderenbonden voor spreekuren. Ons aanbod op dit punt zal zich nog veel meer moeten ontwikkelen dan thans het geval is. Want als één ding duidelijk is, is het wel dat ouderen de toekomst hebben.

Na 2025 groeit het weer?

Overigens is de prognose dat deze krimp van tijdelijke aard is dat we na 2025 weer meer kinderen zullen krijgen. Het verbaast me wel een beetje maar er zijn vast mensen die er veel meer op gestudeerd hebben dan ik. Overigens wil dat niet zeggen dat die groei dan ook weer overal is.  Een andere trend is namelijk een verdergaande urbanisatie in Nederland en dat weer meer mensen naar de stad trekken.  Bovenstaande effecten zullen dus zeker voor krimpgebieden blijven gelden. Vergelijk bovenstaande tabel maar eens met die van Berkelland. Die stijgt niet na 2025 terwijl de landelijke trend dat wel doet.

De titel 'Wie de jeugd heeft, heeft geen toekomst' is misschien wat sterk uitgedrukt maar het is zeker een ontwikkeling om in de gaten te houden en over in gesprek te zijn met gemeenten en samenwerkingspartners.




woensdag 2 oktober 2019

Hoe de bibliotheken de bankencrisis en de gemeentecrisis betaalden


U kent mij als een optimistisch mens. Meestal zie ik overal wel kansen. Elk nadeel, heeft zijn voordeel, zoiets. Maar bovenstaande staatje bevestigt een gevoel wat mij al wat langer bekroop. Ik had het idee dat ik nu toch al een kleine tien jaar alleen maar loop te bezuinigen binnen het bibliotheekwerk. De ene bezuiniging in de ene gemeente is nog niet opgelost of de andere dient zich aan. Meer met minder of nog meer met nog minder, dat waren de smaken die we hadden.

Van bankencrisis....
In 2008 ging Lehman Brothers failliet. Het was september. Overheidsbegrotingen  voor dat jaar waren al gemaakt. In 2009 ging men de begrotingen voor 2010 maken. De bibliotheken bereikten hun hoogtepunt wat financiën betreft. In dat jaar werd 473 miljoen gemeentesubsidie aan bibliotheken uitgegeven. De bankencrisis werd onder andere betaald met minder subsidie aan de bibliotheken. In het derde kwartaal van 2013 kon het CBS melden dat Nederland definitief uit de recessie was.

In overheidsland waren de begrotingen voor 2014 toen al gemaakt. De groei moest zich maar in 2015 gaan vertalen naar de gemeenten. De subsidie aan bibliotheken was ondertussen gedaald naar 431 miljoen. Landelijk was er meer dan 40 miljoen euro verdampt.

....naar gemeentecrisis
2015, weet u dat nog? Precies, het jaar waarin de grootste bestuurlijke herverdeling van de Nederlandse geschiedenis plaats vond: de drie decentralisaties. Gemeenten kregen veel meer geld en verantwoordelijkheid voor zorgtaken. De gedachte was dat dit lokaal veel beter en efficiënter uitgevoerd kon worden. Er zat dus stevige korting op deze budgetten. Alom werd hiervoor gewaarschuwd.  En jawel, het afgelopen jaar meldde de ene na de andere gemeente zich met forse tekorten op de jeugdzorg. In de beginjaren waren bibliotheken al gekort omdat er geen geld van zorg naar bibliotheken mocht maar wel andersom. Nu er tekorten zijn op de zorg, wordt er opnieuw een greep gedaan uit cultuurbudgetten.

In 2017 was de subsidie aan bibliotheken verder gedaald 415 miljoen euro.

Bijna 15% ingeleverd
Bibliotheken daalden in hun subsidie per inwoner - gemiddeld - van € 28,57 naar € 24,31. Een verval in zeven jaar van € 4,26 oftewel nagenoeg 15% van het totale budget. Wie kijkt naar subsidie exclusief huisvestingslasten ziet een nagenoeg gelijke trend.

Maar laten we wel wezen: de gemiddelde bibliotheek bestaat niet. Deze 15% daling is betaald door bibliotheken die soms 25% of 30% korting aan de broek kregen. Soms zelfs nog met een motie erbij dat met dat mindere geld wel alle vestigingen open gehouden moesten worden.

Minder geld maar meer opbrengst
Hebben bibliotheken bij de pakken neergezeten? Geenszins. Dwars door de crisis zijn er duizenden schoolbibliotheken geopend. Elke bibliotheekstichtring kent ondertussen een taalhuis en overal in het land is men gestart met ondersteuning voor de Belastingdienst en dat groeit nu uit naar informatiepunten voor de Digitale Overheid.  Ondertussen draaide de uitleenbibliotheek ook gewoon door en kwamen er jaarlijks 60 miljoen bezoekers bij de ruim 1.000 vestigingen.

En hebben we geklaagd? Nee, we hebben dapper ons werk gedaan. We hebben geïnnoveerd tot we een ons wogen en onszelf drie keer opnieuw uitgevonden.

Het resultaat? Ja, we worden door gemeenten zeker gezien in die nieuwe rollen. En ja, daar is veel respect voor. Maar nee, dat vertaalt zich nog niet echt door naar extra geld.  Ondertussen help ik al ruim tien jaar bibliotheken die vechten van de ene naar de andere bezuiniging.

Beste gemeenten....
Beste gemeenten: kom bij mij niet meer aanzetten dat wij nog niet naar de kosten hebben gekeken, kom bij mij niet aanzetten dat we nog wel wat meer kunnen doen aan samenwerking en kom bij mij ook niet aanzetten dat wij heel anders naar onze vestigingen moeten kijken. Het zouden terechte opmerkingen zijn als we de afgelopen jaren niet hadden laten zien hoe we dwars door de crisis toch al deze veranderingen wisten te bewerkstelligen.

En beste gemeenten: er ligt een nog een peut werk. Zijn er minder laaggeletterden? Nee. Vraagt u met al uw digitale dienstverlening en minder gemeentebalies meer zelfredzaamheid van uw burgers? Ja. Kunnen ze dat allemaal? Nee. Wie gaat ze dat leren?  De bibliotheken zouden dat graag doen. We staan klaar voor elke burger in elke plaats.

Maar beste gemeente: na vele rondes meer met minder, is het ook gepast om na te denken wat u telkens vraagt van de bibliotheek.

Zo langzamerhand begin zelfs ik - als rechtgeaarde optimist - te denken dat het hoog tijd wordt dat gemeenten extra geld voor bibliotheken beschikbaar gaan stellen. De bibliotheken hebben een forse bijdrage geleverd toen het slecht ging in Nederland. Bibliotheken hebben meebetaald aan de bankencrisis en de gemeentecrisis. We staan klaar voor de toekomst maar denk niet dat het met nog minder geld kan.

Laten dit de zeven magere jaren geweest zijn. Het vet is van de botten. Het wordt tijd om weer te investeren. Investeren in de zelfredzaamheid en regie van onze burgers. Investeer in de bibliotheek!