dinsdag 20 november 2018

Is het einde van de vrijwilliger nabij?

Het einde van de vrijwilliger is nabij.... Ik zie u schrikken. Nee, toch? We hebben er net weer een hele hoop aan het werk! En dan bent u in goed gezelschap getuige de grafiek hierboven. De inzet van vrijwilligers kent een stevige herwaardering in bibliotheken.

Maar toch, het einde van de vrijwilliger zou wel eens nabij kunnen zijn. Dat zou namelijk mijn conclusie kunnen zijn nadat ik de afgelopen weken een flink aantal burgerinitiatieven bezocht in het oosten van het land. Bij elk bezoek hoorde ik weer: 'het is zo moeilijk om vrijwilligers te werven'. Is de vrijwilliger dan toch een uitstervend ras en is het eind van de vrijwilliger nabij?

Misschien goed om toch even verder te lezen.

Ze zijn zo moeilijk te vinden...
Even iets meer achtergrond. De reden dat ik die kleine burgerbibliotheken bezocht had te maken met het feit dat deze bibliotheek graag wilde weten hoe ze de samenwerking met deze initiatieven zou kunnen vergroten en hoe men wederzijds meer profijt van elkaar zou hebben. Stuk voor stuk prachtige initiatieven waar mensen zich echt met hart en ziel voor inzetten en die echt gedragen worden door deze dorpjes. Niets dan lof daarvoor en petje af voor al die mensen die zich inzetten.

Bij elk van de initiatieven constateerde men echter wel dat de vrijwilligers steeds ouder werden, dat jongeren nauwelijks mee wilden doen en dat ouders tegenwoordig allebei werken en zo druk zijn. Soms klonk daar ook wel wat frustratie in door: 'Als mensen willen dat we iets houden in ons dorp, moeten ze zich daar wel voor inzetten!' Een hele logische gedachte.

Overdonderd 
Toch ken ik ook een hele andere ervaring. In 2012 mocht ik in  de Bibliotheek Hengelo, waar ik toen directeur was, het taalpunt openen. Het was opgezet door een zeer betrokken ambtenaar die zag dat haar baan rond inburgering op de tocht stond. En dus was ze maar begonnen om in de stad een hulpstructuur op te zetten. Als zij dan straks ontslagen was dan zou haar werk toch door kunnen gaan.

Ik zal eerlijk zijn dat ik daar toen ambivalente gevoelens bij had. Ik zag een overheid die zich letterlijk aan het terug trekken was en die het initiatief overliet aan de participatiesamenleving. Bij de start gingen we op zoek naar taalmaatjes: mensen die het leuk vinden om een ander te helpen met taal.  Wat bleek? Binnen enkele weken was er een grote groep van - vaak - hoogopgeleide vrijwilligers die graag aan de slag wilde. Huisartsen-in-ruste, docenten, jonge studenten en zelfs rechters.  Het vinden van de taalmaatjes was makkelijker dan het vinden van de laaggeletterde die een taalmaatje nodig had.

Het zette mij wel aan het denken. Had men dan toch gelijk dat de overheid wel een paar stapjes achteruit kon doen? Kon de maatschappij het zelf wel?


Hoe rijmen deze twee ontwikkelingen zich met elkaar? Hoe kan het dat men op de ene plek naarstig zoekt naar vrijwilligers en dat ze op de andere plek bijna uit de lucht lijken te vallen?

Bovenstaande plaatje komt uit een prima recent onderzoek van de Stichting Bibliotheekwerk over vrijwilligerswerk in bibliotheken.  Bibliotheken zetten vrijwilligers om heel verschillende redenen in. De twee meest gehoorde reden zijn laaggeletterdheid en programmering. Twee onderdelen die redelijk in de speerpunt van het bibliotheekbeleid zitten. Pas daarna volgen ruimer open en meer bezorging (denk aan boek-aan-huis). Dat zijn wat klassiekere taken. Wat je ziet is dat door nieuwe taken er ook een nieuw type vrijwilliger wordt geworven.

De grootste vrijwilliger is de gebruiker zelf
Overigens de grootste vrijwilliger ontbreekt altijd in alle overzichten En dat is de bibliotheekgebruiker zelf. Door zelfbediening is de gebruiker zelf steeds vaker zijn eigen vrijwilliger bij het uitlenen en zelfs bij het opruimen. Door het afschaffen van bibliotheekboetes verdwijnt ook hier het werk. Werk dat vroeger door betaalde krachten of vrijwilligers werd gedaan.

In een artikel deze zomer schreef ik al dat de 'klantenservicemedewerker' verdwijnt en dat deze verschuift naar 'de leesconsulent'. In de volle linie zie je gewoon dat we volop bezig zijn om te transformeren van klassiek uitleenbibliotheek naar maatschappelijke en educatieve bibliotheek.

En waarom zou dat bij 'vrijwilligers' dan niet zo zijn? Het klassieke werk verdwijnt... en daarmee ook de klassieke vrijwilliger.

Hoog opgeleid Nederland
Ondertussen is het Nederland van deze tijd natuurlijk niet meer het Nederland van vijftig of zestig jaar geleden. Nederland kent jaar na jaar een hoger opleidingsniveau. We worden een kennissamenleving. Ons land concurreert niet op loonkosten maar op kennis. Van arbeidsintensieve naar kennisintensieve productie.

Dat proces is in volle gang en de maatschappij verandert mee. Zoals we steeds minder mensen hebben die in de massa-productie werken, zo zullen we ook steeds minder medewerkers én vrijwilligers hebben rond onze eigen massa-productie: het uitlenen. Taken worden geautomatiseerd en gedigitaliseerd en overigens: het aantal uitleningen is in de laatste 20 jaar gehalveerd en daarmee ook het werk.

Zowel het werk als de (vrijwillige) medewerker die dit werk leuk vindt verdwijnt dus. Wie luistert naar de trends in vrijwilligerswerk ziet dat vrijwilligers steeds meer gericht is op het individu van de vrijwilliger en minder op de samenleving als geheel. Vrijwillige inzet als transactie dus; als een mogelijkheid je eigen talenten te ontwikkelen. Vrijwilligerswerk dat steeds vaker op CV's terug komt in plaats van als maatschappelijk plicht. Een verdere individualisering van de motivatie van de vrijwillige inzet. Niet minder welkom overigens hoor.

Van vrijwilligers naar maatjes?
In dat licht bezien is het dus de vraag of je op lange termijn nog vrijwilligers vindt voor - als ik het wat oneerbiedig zeg -  de 'onderkant van het klassieke bibliotheekwerk'.

En voor de inzet van vrijwilliger in programma's of projecten is het dan voor mij de vraag of het woord 'vrijwilliger' wel de lading dekt. Is die niet te veel verbonden aan dat klassiek werk? En gaat het hier niet veel meer om burgerkracht of actief burgerschap? Zijn het niet allemaal 'maatjes'?

Dat neemt niet weg dat op dit moment de bibliotheek beide soorten 'vrijwilligers' nodig heeft. Of het nu om klassieke taken gaat of om die van de maatschappelijke en educatieve bibliotheek. Laat dat wel gezegd zijn.

Maar de bibliotheek is wel steeds minder de organisatie die vrijwilligers nodig heeft om de eigen organisatie goed te laten draaien. Nee, de bibliotheek faciliteert steeds vaker de samenleving en professionele partners om samen tot oplossingen te komen. Dat is een hele andere rol. We gaan daarbij van vrijwilligers naar maatjes.

In dat licht kon het einde van de vrijwilliger inderdaad wel eens nabij zijn.

Geluk bij een ongeluk: u krijgt wel meer maatjes..... Ook fijn.

donderdag 15 november 2018

De trendcurve voor Openbare bibliotheken


Het afgelopen half jaar ben ik met mijn collega Duco van Minnen druk geweest met bovenstaande trendcurve. En gisteren kwam die officieel uit. Ik ben er wel trots op.

Wat is een trendcurve? Wie mijn blog met regelmaat leest, kan hem al een keer zijn tegen gekomen die trendcurve. In januari van dit jaar schreef ik over de trendcurve voor gemeenten. De trendcurve duidt trends voor een specifieke sector en geeft aan in welke fase trends zitten zodat je kunt bepalen óf en op welke wijze je er op in moet spelen.

Werksessie, werksessie, werksessie
In het voorjaar en in de zomer hield ik samen met Duco een flink aantal werksessies met allerlei collega's binnen Rijnbrink. Onderwijsspecialisten, managers, specialisten in het sociaal domein, organisatiedeskundigen en ga zo maar door. Allemaal vroegen we ze op welke trends nu relevant zijn voor openbare bibliotheken. Dat leverde een lijst op met 200 trends. Sommige werden maar één keer genoemd, andere werden meerdere keren genoemd.

Van 200 naar 28 trends
In de zomer brachten we de trends terug tot de 28 meest belangrijke. Een hachelijke zaak. Want hoe bepaal je dat? Deels doordat ze vaker genoemd worden, deels omdat je in een veelheid van trends een lijn denkt te ontdekken. Toen we er 28 hadden grapten we vaak dat het er eigenlijk 29 moeten zijn. Want uiteraard hebben net die trend weggelaten die iemand heel belangrijk vond. Maar al met al denk ik dat het toch een hele aardige set is.

Trends op de trendcurve
De trends zijn gerangschikt op mate van 'volwassenheid'. Trends volgen een cyclus. Die zie je op bovenstaande lijn. Per fase gebeurt er het volgende.


Een groot deel van de trends bereikt niet de 'overwinningsfase'. Die sneuvelen in de reactiefase en weten zich onvoldoende aan te passen.

Bij innovatie vangen die hele nieuwe trends vaak de meeste aandacht. Toch is dat niet helemaal terecht. Artificial Intelligence kan heel interessant zijn maar een bibliotheek die nu niet bezig is met laaggeletterdheid maar wel met AI slaat toch de plank mis.

Van trends naar beleid
De volgende vraag is wat je met al die trends moet? In het rapport bieden we daar een model voor waar je mee aan de slag kunt. En als voorbeeld matchen we de trends met de thema's van de innovatieagenda van bibliotheken. We trekken conclusies voor de lijnen Jeugd en Onderwijs, Participatie en Zelfredzaamheid, Persoonlijke ontwikkelingen en Verandering en verbreding van de klassieke bibliotheek. Als dat nu ook uw beleidslijnen zijn  - en dat is bij veel bibliotheken zo - dan kunt u die conclusies eens tegen uw eigen beleid houden.

Een nieuwe traditie?
Dit is nog maar een eerste trendcurve. Wij zijn benieuwd wat jullie er van vinden. Is het handig? Kan het beter? En vooral: moeten we het vaker doen? Want deze lijst met trends is natuurlijk maar beperkt houdbaar. Je kunt je voorstellen dat je dit document jaarlijks aanvult en vernieuwt. Maar goed, dat hangt natuurlijk ook af van hoe prettig iedereen dit vindt.

Dank, dank, dank
Het maken van zo'n trendcurve doe je niet in je eentje. Op de eerste plaats vanaf hier dank aan Duco. Duco en ik delen beiden de passie voor alles wat nieuw is maar voor het overige zijn we redelijk verschillend. En ik mag wel zeggen heel aanvullend in dit traject. Duco heeft veel meer geduld dan ik bijvoorbeeld. Dank ook aan Karin Nijhuis en Frank de Wit die in een moordend tempo het rapport nog hebben afgerond en er iets moois van hebben gemaakt. Dank aan Astrid Kroon, Carola Oortwijn, Paul Hulman en Elin Groot Rouwen voor hun toetsing van alle trends. Dat leidde soms tot zeer goede aanvullingen of een instemmend: 'hier kun je niks van zeggen'.  En natuurlijk dank aan die vele tientallen collega's die hielpen bij het vinden van al die trends.

Veel leesplezier. En laat ons weten wat je er van vindt.

Het hele rapport kun je op deze plaats downloaden.

maandag 12 november 2018

Over minister Dekker, juridische spreekuren en het ministerie van bibliotheekwerk


De afgelopen week vond de landelijke dag van de basisvaardigheden plaats. Ik blogde daar flink over. Eén van de meest opvallende onderwerpen die op mij flinke indruk maakte was hoeveel kennis nodig is om uit de financieel-juridische klauwen te blijven. Ingewikkelde brieven die gestuurd worden - vaak ook door de overheid zelf - die voor een gemiddelde Nederlander al niet te begrijpen zijn, laat staan voor een laaggeletterde.

De afgelopen zaterdag viel mijn oog op een klein artikeltje in De Volkskrant waarin minister Dekker aangeeft dat hij 'Een halt wilt toeroepen aan de juridisering van de samenleving' . Het hele artikel vind je onder de link maar ik knipte bovenstaande uit en twitterde erover.

En daar staat: 'Allereerst moeten er veel meer juridische spreekuren komen in bibliotheken en wijkcentra' . Naar mijn gevoel sluit dat mooi aan bij de ontwikkeling dat bibliotheken zich steeds meer ontwikkelen tot een 'Hulp om de hoek'.

Plannen van Dekker

Tijd om er maar eens iets dieper in te duiken. Welke stukken zijn er en wat wordt er nu al echt gezegd? Dekker maakte zijn plannen vrijdag 9 november bekend. In zijn brief aan de kamer schrijft hij hierover:
De exacte inrichting en organisatievorm van deze voorziening wil ik de komende tijd samen met mensen werkzaam in en rondom het stelsel vormgeven. Voor mensen die  genoeg zelfredzaam zijn valt te denken aan de ontwikkeling van verbeterde internettools, die hen in staat stellen zelf problemen aan te pakken.
Voor mensen die minder zelfredzaam zijn, zet ik, meer dan nu het geval is, in op laagdrempelige voorzieningen in de wijk (in bibliotheken, wijkcentra of bijvoorbeeld gemeenteloketten). Als meer specialistische hulp nodig is, volgt een verwijzing naar aanbieders van rechtshulppakketten. De ambitie hierbij is snelle, daadwerkelijke hulp vanaf het moment dat een verzoek om rechtsbijstand is ingediend.
De mensen die deze eerstelijns rechtsbijstand verlenen (waaronder medewerkers van het Juridisch Loket), moeten onafhankelijk kunnen opereren. Daarom komt er een stevig professioneel statuut, dat waarborgt dat de eerstelijns rechtsbijstand en eventuele verwijzing naar rechtshulppakketten in alle vrijheid en onafhankelijkheid verleend kan worden. Waar nodig en mogelijk gaan we hulp zoveel mogelijk integraal vormgeven, met een goede verbinding tussen het juridische en het sociale domein. Op dit moment komt de samenwerking tussen verschillende hulpverleners (advocaten, wijkteams, sociaal raadslieden, GGZ of schuldhulpverleners) nog onvoldoende tot stand. De rechtsbijstandverlening moet aansluiten op de lokale netwerken van sociale en andere hulpverlening. Dit vraagt om maatwerk, want de sociale hulpverlening is per gemeente anders georganiseerd. Naast de sociale wijkteams zijn er in gemeenten rechtswinkels, sociaal raadslieden en/of andere lokale initiatieven waar mensen kosteloos juridisch advies en andere hulp kunnen krijgen. Het kabinet wil zo goed mogelijk aansluiten bij deze bestaande structuren.
Bibliotheken worden hier inderdaad genoemd maar in een brede range met andere partners. En terecht denk ik.  Bibliotheken als laagdrempelige schakel in een breder geheel.

Bij de brief aan de kamer zit ook een document van de Policy Design Studio die in opdracht van Dekker themasessies organiseerde over de modernisering van de rechtsbijstand. Op basis van deze themasessies werden verschillende hoofdlijnen benoemd. Hoofdlijnen die Dekker overnam. De eerste hoofdlijn is:

Radicaal investeren en innoveren in de voorkant; laagdrempelige multidisciplinaire intake, fysiek (bijv. bieb), telefonisch en online. Om mensen adequater te kunnen helpen en minder van hun problemen te laten ontaarden in juridische procedures, is het nodig om hulp (informatie, advies, bijstand) eerder in te zetten, die meer direct toe te spitsen op de kern van de problemen en direct te richten op oplossingen

Uitholling en overheidsprostituering
Naast retweets en likes leverde het twitterbericht ook wel wat aandachtspunten op. Een herstructurering om verder juridischering te voorkomen betekent dat men nieuwe wegen zoekt. Andere wegen dan men deed. De sector  van de rechtsbijstand is daar inderdaad nog wel verdeeld over.



De toegang tot de rechtspraak stond al onder druk en het zoeken naar die nieuwe wegen kan inderdaad voelen als inperken van die toegang. Nog wel even zaak om op te letten als bibliotheek. Alice van Diepen (Deventer) komt dan ook onderstaand advies.


Dekker zoekt inderdaad ook naar een nieuw model waarmee hij de kosten die gemoeid zijn met juridische ondersteuning te beheersen. Want die groeien wel erg hard. En om eerlijk te zijn, word ik ook wel eens moe van overheden of instellingen die hun bezuinigingen als verbeteringen voor de klant of burger verkopen. 

In een discussie waar je zelf wellicht kansen ziet maar waar bestaande partijen het gevoel hebben gekort te worden, is het lastig manoeuvreren.

De meest radicale zie je hieronder.  Sjaak Driessen (bibliotheek Wageningen) heeft het zelfs over vrijwillige overheidsprostituering.


Nou, dat zijn de woorden van Sjaak. Maar als je kijkt naar de teksten hierboven dat zie je er nadrukkelijk gekeken moet worden naar een onafhankelijke rol met een professioneel statuut. Het ministerie van Jusititie zal zich nadrukkelijk met gemeenten moeten verhouden aangezien men het op deze schaal wil inregelen. U kunt zich voorstellen dat gemeenten daar ook wel wat (onder andere financiële) eisen aan zullen stellen. Ook gemeenten kunnen nog wel het idee krijgen dat er iets 'over de schutting' gaat. Maar dat een bibliotheek die hieraan mee wil werken zich aan de leiband legt? Nee, dat haal ik uit bovenstaande teksten echt niet.

Per saldo zie ik een overheid die zoekt hoe men het voor burgers zo goed mogelijk kan regelen en die zelf constateert dat de huidige oplossing steeds minder binnen de bestaande kaders past.

1 op de 4 bibliotheken biedt al juridische hulp



Overigens: op heel veel plekken in Nederland gebeurt al wat Dekker voorstelt. Eén op de vier bibliotheken biedt al juridische ondersteuning. Hierboven zie je de uitkomsten van de monitor basisvaardigheden over 2017. In 2016 had 20% van de bibliotheken een juridische dienstverlening en in 2017 was dit gegroeid naar 25%.



Wie zoekt op internet naar bibliotheken en een juridisch spreekuur vindt tal van voorbeelden. Vaak gaat het om een inloopspreekuur waarbij de advocatenkantoor of een juridisch loket wordt ingezet. Zoals bijvoorbeeld het voorbeeld hierboven van Bibliotheek Zuid-Oost Friesland.

Met alle respect maar ik zie in dit soort voorbeelden geen 'vrijwillige overheidsprostituering'. Ik zie bibliotheken die op lokaal niveau proberen om samen met partners tot een goede ondersteuning van burgers te komen. Burgers met goede informatie van hulp en advies voorzien. Volgens mij ligt dat heel dicht tegen onze kerntaak aan.

En ja, het is opnieuw een ministerie dat de bibliotheken weet te vinden. Na het ministerie van OCW (als financier KB), ministerie van Financiën (Belastingdienst), Binnenlandse zaken (pilots hoger bereik) en VWS (pilots zorg en welzijn) meldt zich dus nu ook het ministerie van Justitie. Zoals je hierboven kunt zien, moet daar nog wel en hoop uitgezocht worden.

Als je dat zo ziet, kan het toch niet lang meer duren voor er een ministerie van bibliotheekwerk komt.

donderdag 8 november 2018

Amersfoort: Hoe Emmy en Daan met schulden omgaan


De laatste sessie van deze dag voor mij. Een deelsessie over Schulden en laaggeletterdheid. De deelsessie is een samenwerking tussen Mariet Hattink van Stichting Lezen en Schrijven, Sita Goedendorp van  bibliotheek Eemland en Joëlle van Kommer van Stadsring51. Het gaat dus om een aanpak uit de omgeving Amersfoort.

Laaggeletterd is natuurlijk niet analfabeet. Dat wist u al. Maar laaggeletterd betekent wel dat iemand veel moeite heeft met formulieren. Denkt u dat teksten zijn afgestemd op het niveau van laaggeletterden? Nee, natuurlijk niet. Formulieren en teksten zijn volledig juridisch dichtgetimmerd.

De workshophouders hebben een brief uitgereikt met een exploot. Een exploot is een dwangbevel. Als je zoekt op internet naar een exploot zie je wel dat dat geen eenvoudige brieven zijn. En die krijgt dus juist de groep die dit al moeilijk vindt.

Emmy en Daan
Joëlle van Kommer neemt het verhaal over vanuit Stadsring51. Stadsring51 is een organisatie die mensen in Amersfoort helpt die moeite hebben met hun financiën. Joëlle geeft een opdracht van het fictieve echtpaar Emmy en Daan. Het is een paar dat € 250,- per maand tekort komt en niet rond weet te komen.

De zaal mag een oplossing verzinnen en met elkaar worden de oplossingen uitgewisseld. Dan meldt Joëlle nog even dat er een schuld van € 8.000,- bijkomt omdat de deurwaarder van de zorgverzekeraar langs komt.  De ideeën worden nu al wat schaarser.

En tot slot komt er een loonbeslag bij. Een deel van het inkomen valt weg en het gezin heeft nog minder inkomen. Ons groepje weet het nu ook niet meer. En eigenlijk geen eigenlijk groepje meer. Hoe kom je hier nu nog uit?

Joëlle legt uit dat Emmy en Daan hulp vragen bij een sociaal raadsvrouw. Die zorgt dat het loonbeslag verlaagd kan worden. Maar de volgende brief dient zich al aan: een schoolreis van € 350,- voor één van de kinderen op de middelbare school.

Joëlle laat mooi zien hoe ingewikkeld het is en hoe mensen met schulden gewoon niet meer goed vooruit kunnen kijken en blokkeren. En dat je eigenlijk een HBO-opleiding met specifieke kennis nodig hebt om uit zo'n situatie te komen.

Stadsring51 leert mensen hoe ze om moeten gaan met deurwaarders maakt ook een planning voor mensen hoe je uit deze situatie kunt komen. Zij merken ook in hun praktijk dat er veel laaggeletterden komen. Laaggeletterden vallen tijdens dit soort trajecten vaker uit. Dat komt omdat ze de communicatie van Stadsring51 minder goed kunnen volgen (en dat goed weten te verbergen).

Stadsring51 heeft daarom zelf een groot traject ingezet om zelf beter om te gaan met laaggeletterden. Dat betekent goed kijken naar alle schriftelijke en mondelinge communicatie. Maar ook samen met deurwaarders en zorgen dat zij beter leesbare brieven maken. En wonderwel: ook die willen best meewerken.

Taalaanbod voor mensen met financiële problemen
Tot slot vertelt Sita namens bibliotheek Eemland over de samenwerking met Stadsring51. Het taalhuis van de bibliotheek had natuurlijk al allerlei contacten met partners. Maar partners rond geld zaten daar eigenlijk nog niet bij. Had dat met elkaar te maken? Dat is men gaan onderzoeken. Men heeft mensen die zich meldden bij Stadsring51 een taalmeter af te nemen. Het bleek dat bijna de helft van de mensen laaggeletterd was. Die zijn benaderd een aanbod door het taalhuis voor een cursus of taalmaatjes. Soms was dat heel prettig maar soms waren mensen ook afwerend.

Wat bood men dan aan als taalhuis? De meeste mensen zitten eigenlijk niet te wachten op een taalcursus. Ze willen van de schulden af. Het taalhuis maakt gebruikt van de cursus 'Voor hetzelfde geld' van stichting Lezen & Schrijven.

De samenwerking met Stadsring51 heeft geleid tot nieuwe samenwerkingspartners: schuldhulpverlening en armoedefonds. Ook bied men nu budgetcoaches aan om laaggeletterdheid te herkennen. De zaal discussieert nog even door hoe je mensen zover krijgt om zowel aan laaggeletterdheid te werken terwijl men vooral van de schulden af wil. Men zoekt duidelijk naar een koppeling van beide: zorg dat men leert omgaan met formulieren en geld en laat taal daar tegelijk in meegaan.

Het is duidelijk dat er veel geleerd is in deze samenwerking in Amersfoort. Hoe zorg je voor de overdracht van een partner naar het taalhuis? Hoe geef je dat vorm in de bibliotheek en is de bibliotheek wel de juiste plek? Wat is een goed taalaanbod en hoe betrek je het hele gezin?

Goed om te zien hoe dit zo in de praktijk gaat. Goede verhalen. En naast deze plek en deze workshop waren er zo tientallen workshops deze middag. Er valt zoveel te leren van elkaar. Dat blijkt.

Tijd voor de afronding en een mooie afsluiting bij de borrel.

Tot volgend jaar!

Wieb Broekhuijsen: 'Ouderen stonden met smart te wachten tot we ze hielpen met hun telefoon'



De lunch achter de rug en door naar de deelsessies. Eén van de deelsessies is van mijn collega Laurie de Zwart en die van Wieb Broekhuisen, directeur van de Bibliotheek West-Achterhoek. Zij vertellen over het onderzoek 'Bijblijven in Bronckhorst. Bronckhorst is een grote plattelandsgemeente die langzaam - maar wel zeker - vergrijst.

De gemeente vroeg aan de bibliotheek in grote lijnen wat nodig was voor ouderen om goed bij te blijven. Mijn collega Laurie voerde dit onderzoek uit. Er werden schriftelijk 2.000 enquetes verstuurd waardoor en ruim 600 door ouderen in Bronckhorst werden ingevuld.


Men vroeg bijvoorbeeld aan ouderen welk cijfer men zichzelf gaf in het omgaan met nieuwe media. Op basis van dat rapportcijfer heeft men ouderen in verschillende groepen kunnen indelen.  Zo ontstonden verschillende groepen van nietsgebruikers via laptopgebruikers naar allesgebruikers. Voor elk van groepen is een set van compenties gemaakt en is benoemd hoe je deze groepen verder zou kunnen helpen. Voor zover ik het ken is dat echt uniek in Nederland en redelijk goed te gebruiken voor alle bibliotheken (en andere instellingen) in Nederland.



Roadshow
Vervolgens is men ook daadwerkelijk op zoek gegaan naar deze ouderen en te proberen hen te verleiden om meer te gaan doen. Men deed dat onder andere met de Wowi-bus van Rijnbrink. Een technieklab dat voor deze reden werd omgebouwd voor ouderen. Voor deze tour was er ook een aardige promotiecampagne met Tante Riky van de Zwarte Cross.  Op 11 locaties in één maand ging men zo langs alle dorpen. Mensen stonden met hun telefoon in de hand te wachten tot de bus kwam. Want men wilde geholpen worden met hun telefoon, smartphone of iPad.

Vanuit deze bus stuurde men mensen door naar cursussen. Vaak zijn dat mensen die nog nooit een cursus hadden gevolgd. En de mensen die de cursussen hebben gevolgd dragen nu ook weer nieuwe mensen aan.

Vervolg
Men heeft de smaak te pakken. En men kijkt nu verder: een mini-symposium voor verschillende dorpen, een vervolgonderzoek. Een mooi voorbeeld hoe men hele praktische uitwerking en gedegen onderzoek gecombineerd heeft.  Maar goed, een beetje bevooroordeeld ben ik natuurlijk wel....

De factsheet van het onderzoek vind je hier.

Het hele rapport vind je hier.

Petra Doelen en Neele Kistemaker: 'Van 10 pilots hoger bereik naar een strategiekit hoger bereik'


Petra Doelen en Neele Kistemaker ondersteunen pilots voor de bibliotheken rondom hoger bereik. Mensen die niet zelfredzaam zijn, kent u hun verhaal? Wij hoorden die verhalen. Bijvoorbeeld van die meneer die tijden insuline in een sinaasappel spoot, omdat hij dat zo had gezien in een filmpje. Of die chauffeur die elk weekend met zijn vrouw alle routes alvast reed omdat hij niet om kon gaan met de routeplanner.



Petra  werkt bij Lost Lemon en Neele werkt bij Muzus. Zij deden onderzoek naar verschillende soort groepen van mensen met lage basisvaardigheden. Op basis van deze profielen zijn persona's ontwikkeld en de bestaande producten van de bibliotheken. Sommige mensen zijn namelijk beter te bereiken dan anderen.  Vind je dat iets buiten jezelf ligt of denk je dat je er zelf wat aan kunt doen?

Met 10 pilots dit jaar heeft men dit onderzocht. Plaatsen als West-Achterhoek, Purmerend, Kennemerwaard, Katwijk, Den Haag, Flevomeer, De Kempen, Schunck, Drenthe en Mar en Fean. Met deze 10 heeft men geëxperimenteerd. We weten wat niét werkt maar we gaan nu kijken wat wel werkt.

Lessen?
Nou 1) wees bewust van de vindplaatsen, 2) zorg voor passsende communicatie bij de doelgroep en 3) werk vanuit de doelgroep.

Bij de vindplaatsen zijn niet zo maar oplossingen beschikbaar. Het kost tijd en moeite. Mensen moeten erover nadenken. Dat lijkt voor de hand liggend maar tijd is inderdaad best een schaars middel.

Bij passende communcatie is bijvoorbeeld het voorbeeld van Drenthe waar de zangeres van BZN laaggeletterden aansprak. In West-Achterhoek ging men met een bus langs allerlei vindplaatsen.  Bijgaande filmpje van Mar en Fean is ook aardig.




Overleg met de doelgroep blijkt voor ons soms toch nog niet altijd heel logisch. Maar het blijkt een hele effectieve methode. Vraag aan laaggeletterden om mee te denken.




Hun onderzoek leidde tot de strategiekit hoger bereik. De strategiekit vind je hier op internet.  Tijdens hun presentatie laten ze zien welke vier stappen gedaan kunnen worden. Ze lichtten bovenstaande stappenplan toe. Dat stappenplan kun je hier downloaden.  De bibliotheken die meededen geven dat ze met deze lessen een vliegende start kunnen maken. Interessant om dus naar te kijken.

Sarah Sylbing: 'Vier miljoen Nederlanders zijn financieel analfabeet'




Volgende gast is Sarah Sylbing. Met een nummer van Solomon Burke over kansongelijkheid. Sarah Sylbing, waar kent u die ook al weer van? Nou van bijvoorbeeld 'Schuldig' (zie video).

Zij trok veel op met mensen die niet alles mee hebben zitten in het leven. Met haar documentaire wil ze graag wat op de agenda zetten. Ze heeft gezien dat er rondom arme mensen een zodanig circus werd opgetuigd waar de mensen niet beter van werd maar juist slechter.



Ze vertelt het verhaal van Laika. Een alleenstaande moeder in Amsterdam-Noord. Laika vertelt over haar problemen. Sinds haar vader is overleden heeft ze moeite de eindjes aan elkaar te knopen. Met jonge kindjes en weinig hulp in haar omgeving kan ze maar beperkt werken. Sarah leest een brief voor van de deurwaarder. Juridisch jargon waarin wordt uitgelegd dat haar een boete van € 2.700,- wordt opgelegd. Maar wat denkt Laika? Laika denkt dat ze een erfenis heeft gekregen.

Ze laat een filmpje zien uit 'Schuldig'. Een filmpje over Paul die in de Vogelbuurt probeert mensen te helpen met financiële problemen. Je ziet hoe hij worstelt om grote groepen te helpen die brieven en formulieren krijgen zoals die van Laika. Dat zijn echt bakken vol.

Een verslaggever van de Correpsondent zocht eens uit hoeveel formulieren en instellingen je te maken krijgt als je alleenstaande moeder met een deeltijdbaan te maken krijgen. Dat zijn er 80. Elk jaar weer. En wat gebeurt er als je een foutje maak? Precies, je wordt gezien als fraudeur. Ruim vier miljoen mensen zijn in dit land financieel analfabeet.

In het bovenstaande filmpje zie je ook de eigenaar van een klein dierenwinkeltje en hoe hij na 7! jaar uitsluitsel krijgt van een subsidie. Een subsidie die hij niet krijgt.... Na 7 jaar! En je ziet hoe ook hij worstelt.

Maar het zijn niet alleen laagopgeleiden. Ook hoogopgeleiden blijken er flink moeite mee te hebben. Vooral als armoede in het spel is. Mensen die arm zijn, blijken een lager IQ te krijgen. Omdat de stressfactor het goede denken in de weg zit. En als het nog erger wordt, verdwijnt zelfs het initiatief tot handelen. Ze heeft meegemaakt hoe mensen met schulden letterlijk en figuurlijk maar gewoon op de bank gaan zitten, te wachten tot de jeugdzorg de kinderen komt ophalen.

Sarah Sylbing laat een indrukwekkend verhaal zien. Zelfredzaamheid blijkt voor heel veel mensen echt nog iets dat nog een heel eind van hen vandaan ligt. Er zijn heel veel mensen die een Paul nodig hebben.....

Maar er is hoop. Ze vertelt hoe Laika veranderde nadat hulpverleners haar verder hielpen. Het was een andere vrouw geworden nadat de toeslagen eindelijk goed geregeld waren en ze uit de schulden kwam. Wat schulden en armoede dus doen. En.... dat hoe donker het is, er toch nog altijd een uitweg blijkt. Uiteindelijk is het een verhaal van hoop.


Job Cohen: 'VNG zorg dat gemeenten en bibliotheken dichter bij elkaar komen.


Job Cohen komt wandelend het podium op. Als een grootvader vertelt hij nog eens hoe de ontwikkeling is van bibliotheken. Hij haalt het naar hem genoemde rapport nog een keer aan. 'Van collectie naar connectie, 21st century skills, goed omgaan met informatie, onafhanelijkheid en betrouwbaarheid'. Nou ja, u kent dat allemaal natuurlijk. Het rapport heeft zijn uitwerking gehad. Overheden zien die nieuwe rol van bibliotheken.

Bibliotheken als ontmoetingsplaats voor burgers maar ook voor samenwerking met partners.En dan vertelt ie losjes over de projecten van OBA. Over de NT2-projecten, over speciale projecten in de wijk. Hij laat zien wat dat betekent voor mensen: door te leren krijgen mensen meer eigenwaarde.

Bibliotheken doen veel meer dan een paar jaar geleden. Hartstikke goed. Hij spreekt gemeenten direct aan: zorg dat bibliotheken de gemeenten meer ondersteunen. Zorg dat burgers en politiek dichter bij elkaar komen. VNG zorg dat bibliotheken dichter bij elkaar komen.  Een voorbeeld zoals in Zoetermeer.

Vanzelf gaat niks, maar met deze club mensen in deze zaal gebeurt er ontzettend veel! Zo, daar kunt u het mee doen.

woensdag 7 november 2018

Morgen: liveblog vanaf de landelijke dag basisvaardigheden!


Morgen wordt in Lelystad, ik denk de vierde of vijfde, landelijke dag basisvaardigheden georganiseerd. Koninklijke Bibliotheek en de samenwerkende POI's tekenen voor de organisatie. En.... ik ga er voor het eerst een liveblog doen. Dat werd natuurlijk ook hoog tijd. Want deze landelijke dag ontwikkelt zich naast het bibliotheekcongres en BiblioPlaza van Probiblio in rap tempo tot één van de belangrijke congressen in bibliotheekland.

Het programma kent klinkende namen als sprekers: Sabine Uitslag, Job Cohen en Sarah Sylbing in het ochtendgedeelte. In het middaggedeelte zijn vele deelsessies te volgen. Ook dit jaar is daar voor bibliotheken (en hun partners) veel te leren van andere bibliotheken en instellingen.

Vanaf 10.30 uur begint het dus van vanaf 11.00 uur kunt u de eerste blogs verwachten.

Als u komt heb u van mij na afloop gelijk het verslag. Als u niet komt: dan kunt u het toch een beetje volgen.

Stay tuned!

dinsdag 6 november 2018

1998-2015 Publieke sector: +66%, bibliotheken -22%




Bovenstaand berichtje stond vandaag op Teletekst. Vandaag kwam het SCP met het bericht dat de publieke sector in Nederland over de periode 1998-2015 gegroeid was met 66%. Een groei van 3% per jaar.  Hoe zit dat in bibliotheken? Zijn die ook met 3% gegroeid per jaar? Ik besloot er eens naar te kijken.


Bij de publieke sector was de kostenindex dus gestegen van 100 naar 166 in de periode 1998-2015.  Voor bibliotheken kun je met de CBS vrij eenvoudig alle gegevens vanaf 1999 gebruiken. Ik heb dus niet de periode 1998-2015 gebruikt maar 1999-2016. Dat leverde de bovenstaande grafiek op.

De index van bibliotheken stijgt van 100 naar 108,5 (van € 472 naar € 513 miljoen). Nog altijd een stijging van een 0,5% per jaar. Dit tegenover drie procent bij de gehele publieke sector.

Maar toen ik wat verder doorlas bij het SCP zag ik dat zij de index ook nog gecorrigeerd hebben voor inflatie. Dus ik heb de inflatiecijfers er maar bij gepakt en heb de rekensom voor de doorgaande inflatiecorrectie maar weer eens ter hand genomen.

Toen zag ik een heel ander beeld. Het budget van bibliotheken is - inflatiegecorrigeerd - gedaald van 100 naar 77,5 (van € 472 miljoen naar € 366 miljoen).Een daling van ruim zo'n 22%  Een daling van zo'n 1,3% per jaar. En dat jaar na jaar.

Wellicht kunt u dit plaatje nog eens gebruiken bij uw wethouder als het weer eens gaat over de financiering en als men zegt dat de bibliotheek zoveel kost.