zondag 28 april 2024

De nacht van de vluchteling en de verlegenheid om te handelen

Op 15 juni loop ik mee bij de Nacht van de vluchteling met een fijn team. Waarom ik meeloop leg ik hieronder uit. 

Het was zomer 2015. Ik ging op vakantie naar mijn broer in Slowakije. We zoefden over snelweg van Duitsland. De grens over bij Oostenrijk. Alles ging voorspoedig. En plotseling in de buurt van Wenen zag je ze lopen langs de snelweg: vluchtelingen. Terwijl wij comfortabel naar het zuiden reden, liepen zij naar het noorden. Groepjes gewoon langs de snelweg. Volwassenen en kinderen. In de auto ruisde de airco maar buiten scheen de zon ongenadig. Wat kun je doen op zo'n moment? Elk op een eigen weghelft en in tegengestelde richting. Het voelde bijzonder ongemakkelijk. Wij op weg naar vakantie, zij op de vlucht voor onheil en dat op dezelfde plek. 

Ik probeer me in te denken wat er met mij moet gebeuren voordat ik alles oppak en langs de snelweg vlucht naar een ander oord. Hoeveel zekerheden moeten er wegvallen voordat je alles achterlaat? Het is niet voor te stellen. 

Toen we achter de Wenen de afslag naar het oosten namen naar Bratislava verdwenen de vluchtelingen weer uit beeld. Hun route lag via Hongarije. Deze bekende persfoto hierboven herinnert hier nog aan.  Die zomer ontmoette ik ook mijn Hongaarse vriend Gábor en hij vertelde mij dat hij vluchtelingen van eten voorzag aan de Servische grens. De Hongaarse president Orban wilde namelijk een muur bouwen tegen al die vluchtelingen.

Herinnert u het zich nog? Velen zullen het eigenlijk ook al weer kwijt zijn. De vluchtelingenstroom kwam op gang door de burgeroorlog in Syrië waarbij president Assad tegen zijn eigen bevolking vocht met de meest brute wapens. We kennen nog de beelden van het volledig verwoeste Aleppo. Angela Merkel zei dapper 'Wir schaffen das'. Erop duidend dat Duitsland de vluchtelingenstroom eensgezind zou doorstaan. Uiteindelijk eindigde het met de Turkijedeal. 

Terug in Nederland

Weet je, ik ben niet dapper en heldhaftig. En ik ben ook niet praktisch. Ja, ik overwoog een vluchteling in huis te nemen maar deed het niet. Ik overwoog iets te doen bij een AZC maar deed het niet. Wat ik wel deed was een artikel schrijven over hoe bibliotheken Syrische vluchtelingen konden helpen. Daar ben ik dan wel weer goed in. En ik organiseerde samen met een aantal mensen een bijeenkomst (zie foto) waar bibliotheekmensen ervaringen konden delen. Zie de foto. Dat waren de echte helpers. En dat gebeurde ook. Anderen namen het stokje over en gingen er mee verder. Prachtige initiatieven. 

En toch knaagt het...

En toch knaagt het. Want velen van ons, ik ook, komen eigenlijk nauwelijks vluchtelingen tegen in onze omgeving. Ik weet nog dat ik op een zondagochtend aan het hardlopen was buiten mijn stad en ergens langs een provinciale weg hield een buitenlandse man me staande. Hij vroeg me de weg naar Ter Apel. Wie weet waar ik woon, weet dat ik op meer dan 100 kilometer afstand van Ter Apel woon. Maar deze man, wandelend langs de provinciale weg, vroeg mij de weg daar naar toe. Een vluchteling. Ik had niks bij me. Zelfs geen telefoon. Ik heb hem maar de weg naar het station gewezen maar ik voelde de verlegenheid om te handelen. 

Ik weet dus ook niet hoe we alle problemen van de wereld kunnen oplossen. Ik zou best meer willen doen maar voel de verlegenheid ook. Daarom was het fijn dat iemand mij vroeg of ik niet mee wilde lopen voor vluchtelingen. Ik was blij met haar vraag. Een uitnodiging om te handelen. Trek me binnenboord en haal me uit de stilstand. 

En zo loop ik mee op 15 juni in de Nacht van de Vluchteling in een gelegenheidscoalitie die ook nog maar z'n weg moet vinden. Een nacht lopen zoals een vluchteling loopt. Zoals de vluchteling die ik trof langs de provinciale weg buiten mijn stad. Of zoals de vluchtelingen die ik zag langs de snelweg in Oostenrijk. Het doel is natuurlijk om geld op te halen voor de stichting Vluchteling. Zij zetten het geld in voor noodhulp aan vluchtelingen in de Democratische Republiek Congo, Tsjaad en Afghanistan.  Op deze pagina vind je daar alle informatie over. 

Wil je helpen?

Ik werd binnenboord getrokken om mee te lopen. Misschien kan ik jou binnenboord trekken om te helpen. Ja, sorry, hier komt de onvermijdelijke bedelvraag. Maar soms heb je een vraag nodig om in beweging te komen. Dat had ik ook nodig. 

Hier kun je ons sponsoren als team (de link zit hier echt onder) of als je me liever individueel steunt dan kan dat hier. Mij maakt het allemaal niets uit en pas ook gerust het bedrag aan want ze beginnen - vind ik - met al  best een hoog bedrag. Doe wat goed is voor jou.

Dát we iets doen is wat telt. Dankjewel.

zondag 21 april 2024

Het einde van het ravijnjaar, extra geld voor bibliotheken en hoe we steeds minder Nederlands lezen

Het was een gek en druk weekje in bibliotheekland. Want het is niet één onderwerp dat ik vandaag bespreek maar het zijn er meerdere. Soms horen ze bij elkaar maar soms ook niet. Het gaat over het einde van het ravijnjaar, over nog een keer extra geld voor bibliotheken en over hoe we steeds minder Nederlands lezen. En ik begin maar eens met dat laatste. Houd ik het mooie nieuws over het geld nog even vast als toetje.

Eén op de vijf verkochte boeken is anderstalig

Want we lezen steeds minder Nederlands. Begin april maakt het ondergewaardeerde KVB|Boekwerk de kerncijfers boekenmarkt 2023 bekend. En wie een beetje duikt in de cijfers die kan bovenstaande grafiek samenstellen. En dan zie je dat we in de afgelopen tien jaar steeds meer anderstalig zijn gaan lezen. Eén op de vijf boeken die verkocht wordt is een niet-Nederlands boek.

De slimmeriken onder ons zullen zeggen dat het bovenstaande staatje nog niet zegt dat er echt minder Nederlandse boeken worden gelezen. Als het aantal verkochte boeken namelijk ook met 20% is gestegen, zijn er nog altijd evenveel Nederlandse boeken gelezen.

Voor die slimmeriken heb ik het onderstaande staatje. Daarin zie je dat de boekverkoop wel wat fluctueert maar over het geheel genomen de afgelopen tien jaar dus stabiel is rond de 41 à 42 miljoen exemplaren. Niet echt gestegen, niet echt gedaald.


De vraag is: is het erg dat we meer anderstalig gaan lezen? Op lange termijn heeft dit zeker effect. Als 20% van de vraag nu anderstalig is, is de verkoop van Nederlandstalig teruggelopen. Op lange termijn betekent dat, dat er minder Nederlandstalige boeken komen. En we zijn niet zo'n heel groot taalgebied.

Eén op de drie jongeren leest het liefst in het Engels

Dat anderstalig is overigens vooral Engelstalig. En wie wel eens een gemiddelde boekhandel binnenloopt herkent dat ook. Elke boekhandel heeft inmiddels een redelijke collectie in die taal. En binnen dat Engels zie je dat vooral boeken voor jongeren steeds vaker in het Engels zijn.  

Uit eerder onderzoek van KVB, over de leeswereld van jongeren, bleek dat één op de drie jongeren zelfs het liefst in het Engels leest. Dat onderzoek besprak ik hier al eens eerder. En daar plaatste ik destijds onderstaande plaatje bij. 

Wat je in bijgaande overzicht ziet is dat jongeren vanaf 12 jaar een steeds grotere voorkeur voor Engels als leestaal krijgen. Duits, Frans of andere talen scoren in vergelijking nog hele kleine percentages. 

Ik vermoed overigens niet dat deze internationalisering van het lezen iets te maken heeft met slechte leesvaardigheden van jongeren. Het zijn juist de sterke lezers die (de heavy lezers en hoogopgeleiden in het onderzoek) die een sterkere voorkeur voor Engels hebben. 

In bibliotheken zie ik de opkomst van het Engels ook maar de trend is daar toch echt iets minder ver dan bij boekverkopers. Dat heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat een winkelvoorraad een veel kortere looptijd heeft dan een bibliotheekcollectie. Bibliotheken lopen dus iets achter op boekhandels. Maar dat bibliotheken dus verder gaan internationaliseren is zonneklaar als je deze cijfers ziet. 

Vergelijkbare cijfers uit bibliotheken heb ik niet kunnen halen uit openbare bronnen omdat daar niet wordt uitgesplitst in verschillende talen voor bibliotheekcollecties. 

€ 11 miljoen extra voor bibliotheekwerk

En dan nog twee keer prachtig nieuws. Het nieuws dat bibliotheken het meest direct raakte, was dat er nog een keer  € 11 miljoen wordt uitgetrokken voor bibliotheken. Dit als aanvulling op de SPUK-regeling die al twee keer was overtekend en waar nog voor € 11 miljoen aan aanvragen vooralsnog waren afgewezen. 

Het nieuws kwam op maandagochtend en het wachten was op de voorjaarsnota waar dit geld uit zou moeten komen. Om half twaalf die ochtend kreeg een appje van iemand die echt had zitten wachten op de voorjaarsnota en hem snel had doorgespit. Met het verlossende geluid: ja, extra geld.

Hieronder zie je tekst die gaat over die € 11 miljoen. Het is tekst van pagina 140 van 295...  Zo verstopt zit dat dus in beleidstaal. 

Tja, verstopt in de eindejaarsmarge waar nog eens € 100 miljoen naar schulden bij toeslagenouders ging, € 22 miljoen voor schoolmaaltijden en dus ook € 11,3 miljoen voor bibliotheken. De plooien van de Rijksoverheid herbergt bedragen die jij en ik nooit in handen krijgen. Maar de ambtenaren kregen het toch maar mooi naar bibliotheekwerk gemanoeuvreerd. Complimenten weer voor het team bij OCW!

Op de site van de Rijksoverheid geeft staatssecretaris Gräper ook aan wat er gaat gebeuren en om hoeveel gemeenten het gaat:
Aanvragers die in de eerste ronde afvielen, konden in de tweede ronde opnieuw meedoen. In de laatste ronde kregen uiteindelijk 44 gemeenten geen subsidie voor 63 aanvragen. De aanvragen die in de tweede ronde buiten de boot vielen kunnen met deze extra 11 miljoen alsnog – bij een positieve beoordeling – gehonoreerd worden.

Op 63 plekken kan alvast gejuicht worden. Toch zijn er nog twee voorbehouden. De eerste is dat de Kamer officieel nog akkoord moet gaan. Maar er is echt niemand in de Kamer die dit gaat blokkeren. En het tweede is dat de aanvraag natuurlijk officieel nog gehonoreerd moet worden. 

Nog even doorlezen

Interessant is om op de site van de Rijksoverheid nog even verder te lezen. De staatssecretaris meldt daar ook nog even wat er met het geld van 2025 en 2026 - de zogenaamde € 3,- per inwoner - gaat gebeuren. Lees nog even mee:

Om ervoor te zorgen dat gemeenten zich goed kunnen voorbereiden op de zorgplicht is de inzet om een overgangsregeling in te stellen in 2025 en 2026. Staatssecretaris Fleur Gräper: ,,Ik denk aan een basisbedrag per gemeente en kijk naar mogelijkheden om ook kleinere gemeenten in staat te stellen zich voor te bereiden op de zorgplicht.’’

De staatssecretaris bevestigt hier dat er twee jaar een decentralisatieuitkering zal komen met geoormerkt geld voor bibliotheken. Daarna zal het structureel naar het gemeentefonds gaan. En let op: kleine gemeenten zullen nog een kleine plus krijgen in de komende twee jaar 

En weg is ook het ravijnjaar

Het tweede mooie nieuws is dat ook gemeenten extra geld krijgen. Want telkens als ik met wethouders sprak over de kansen met bibliotheken en de extra middelen die ze kregen, begonnen ze telkens over het ravijnjaar. Ook daarover schreef ik al eens eerder.  Dat ravijnjaar, en dat zou 2026 zijn, kwam voort uit een opschalingskorting aan gemeenten. De opschaling werd nooit ingezet maar de korting werd nooit afgeschaft. Gemeenten waren zich al aan het voorbereiden op bezuinigingen. De verwachting was dat dit aan de formatietafel wel zou worden opgelost maar omdat de formatie toch wat lang duurt, pakt het demissionaire kabinet dit punt toch op. Het oordeel is nog aan de kamer natuurlijk. Maar ook hier kan ik me niet voorstellen dat dit het niet haalt. 

Ergo: volle kracht vooruit en alle hens aan dek!


Hebt u door wat er gebeurt in zo'n weekje? Laten we het even samenvatten: ook de laatste SPUK-aanvragen worden goedgekeurd en op 60 plekken vind een extra investering plaats. Het is extra geld in de bovenste lijn. En die lijn wordt vanaf 2025 structureel. 

Tegelijkertijd kan de broekriem bij de gemeente weer een gaatje losser. Ombuigingen en vervelende scenario's kunnen van tafel. 

En dan hebben bibliotheken ook nog de wind meer bij de Boekstart en de Bibliotheek op school en eerder al bij de IDO's. Bovenstaande plaatje dat ik ook al eerder maakte illustreert dat. Overigens: dit voorjaar zal de Kamer nog spreken over het structureel maken van de inzet voor Bibliotheek op school. Daar zouden dan vanaf 2026 nog miljoenen extra moeten komen. 

Alles leidt maar tot één conclusie: er liggen tal van kansen, er liggen bergen werk en de belemmeringen bij gemeenten, die lijken weg. 

U weet wat u te doen staat: het is volle kracht vooruit en alle hens aan dek!

zondag 14 april 2024

Over AI, over Niek van ZINiN en over het tijdperk van de slimme bibliotheek

Het gaat hard met AI. Heel hard. Deze week werd ik er maar liefst drie keer mee geconfronteerd. Ik neem u mee naar wat ik meemaakte. 

Een vet nummertje van Niek

Op maandag mocht ik spreken bij een mooi feestje in Hellendoorn. In die gemeente in Overijssel werkt de ZINiN-bibliotheken met alle basisscholen samen aan 100% Bibliotheek op school. 

Niek, de geluidsman van het theater zorgde voor de intromziek. Het was een vet nummertje over 100% Bibliotheek op school in Hellendoorn. Het nummer was gegenereerd door AI. Had Niek de avond ervoor nog even gemaakt. Was niet veel werk, zei hij nog. Mijn interesse was gewekt.... Hou die nog even vast.

Een pechgevalletje voor Diederik

Op vrijdagochtend rijd ik naar Zoetermeer voor een overleg met de commissie Digitaal van de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) en aansluitend zal  ik een middag bijwonen over artificial intelligence in de bibliotheekpraktijk. Het is een middag die is georganiseerd door de VOB en NBD|Biblion. 

Terwijl ik in de auto naar Zoetermeer rijdt, hoor ik op de radio dat de ALDI de stem van Diederik Ebbinge in de commercials heeft vervangen door een AI-stem. De stem die de ALDI heeft gekozen, lijkt overigens verrekte veel op de stem die de HEMA nu gebruikt. Diederik Ebbinge geeft aan dat dit natuurlijk een voorbode is van wat komen gaat: stemacteurs gaan brodeloos worden. Ook de Kunstenbond reageert erop en zegt bang te zijn voor verdringing van arbeid. Het verbond van Nederalndse Voice-overs is inmiddels een petitie gestart om het gebruik van AI-stemmen te verbieden. 

Gaan dwergen verdwijnen  uit boeken?

Na mijn overleg in de ochtend schuif ik aan bij het middagprogramma. Het doel van het programma is de vraag: hoe zorg je voor de succesvolle implementatie van AI-toepassingen in jouw organisatie? De VOB en NBD hebben hiervoor verschillende sprekers uitgenodigd en tot slot een panel.In de zaal zitten zo'n 80 geïnteresseerden, bibliotheekdirecteuren maar ook bibliotheekmedewerkers, teamleiders, ICT'ers en collectievormers.

Het theoretische gedeelte van de middag laat ik even achterwege. Want hoe AI precies in elkaar zit, wilt u denk ik niet weten. U wilt net als ik weten wat het in de praktijk gaat doen.

Niels Bogaards en Mireille de Valois Turk van de NBD lieten de zaal zien hoe ze bezig zijn om AI te gebruiken om je collectie inclusiever te maken. Dit doordat je met AI beter door alle teksten van boeken kunt gaan, breder kunt metadateren of doordat je oude metadatering kunt vervangen door nieuwe metadatering. Je moet dan denken aan het detecteren van verouderd of denigrerend taalgebruik, het signaleren van verouderde concepten, het gebruik van genderstereotypes of achterhaalde standpunten. Bedenk daarbij ook dat we niet weten hoe we over vijf of tien jaar aankijken tegen stereotyperingen en dat dit dus steeds dynamischer gaat worden. Als voorbeeld wordt het gebruik van dwergen in verhalen genoemd. Het zou kunnen dat we dit over tien jaar niet meer vinden kunnen. 

Helder is dat dit absoluut nog in de kinderschoenen staat. Maar, ontwikkelingen gaan wel snel. En de vraag wordt dan ook: op welke manier wil je dit inzetten? Denk aan de discussie rondom boeken van Roald Dahl of onze eigen Jip en Janneke. Het ligt allemaal uiterst gevoelig in de samenleving maar dat betekent niet dat je hier niet onderzoek naar moet doen. Interessante gedachte en het geeft ook aan hoe snel onze maatschappij haar blik op de werkelijkheid verandert. Die snelheid van koplopers en achterblijvers is natuurlijk ook precies een deel van de voedingsbodem rond polarisatie.


Ook Ronald Capelle van de bibliotheek AanZet liet zien waar zij mee bezig zijn. Ronald Capelle is een begenadigd verteller en weet hij waar hij het over heeft. Wat mij betreft laat zijn lezing vooral zien, hoe ingewikkeld het eigenlijk is. Het meest concrete voorbeeld dat hij noemt is hoe AanZet Bookarang gebruikt aan inspriatievinder voor boeken (zie afbeelding). Als je dat wilt uittesten kun je hier terecht. Ik geef toe, het is een begin... maar toch ook nog niet meer dan dat. 


In een volgende lezing leggen Michel de Gruijter (KB) en Niels Boogaard (NBD|Biblion/Bookarang) uit welk normenkader je zou moeten ontwikkelen voor AI en welk stappenplan je daar voor zou kunnen volgen (zie afbeelding). Daar schreef ik twee maanden geleden al eens uitgebreider over toen het advies uit kwam. De zaal stelt dat de KB en NBD best het voortouw mogen nemen namens de sector omdat de relatief kleine bibliotheekorganisaties hier echt kennis ontberen. Dat normenkader kunt u hier overigens helemaal lezen.

De praktijk  mag nog wel volgen... 

Om heel eerlijk te zijn, heb ik op dat moment nog niet heel veel praktische voorbeelden gehoord over het gebruik van AI in de bibliotheek, behalve het ene voorbeeld van AanZet. Geen voorbeelden van hoe ChatGPT al gebruikt wordt bij IDO's of gewoon bij het beantwoorden van vragen van gebruikers van de bibliotheek. Of hoe we met zijn allen de Lees Simpel-app kunnen gebruiken. Volgens mij hebben we nog wel wat te doen als sector. 

Overigens zijn er al wel veel bibliotheken die een cursus ChatGPT aanbieden. Als je even googelt vind ik de bibliotheken Veenendaal, Oost- en West-Achterhoek, Midden-Brabant, Deventer, Emmen, Zeewolde, Breda en dat was nog maar de eerste pagina met zoekresutlaten. 

Het eindigt met een paneldiscussie. Daarvan noteer ik nog dat een directeur bekende dat hij zijn voorwoord van zijn jaarverslag en ook sommige columns wel eens met chatGPT had geschreven. 

Nina Nannini van NBD|Biblion vatte het eind van de middag wel goed samen.  De industriële revolutie zorgde voor mechanisering. Een proces dat, ook na anderhalve eeuw, nog steeds geoptimaliseerd wordt. Dat kun je letterlijk zien als je bij de NBD het proces ziet van de boekverwerking waar met tal van machines en robots wordt gewerkt. AI gaat voor dezelfde revolutie zorgen. Ook voor onze sector. Of juist zelfs voor onze sector waar we zoveel met informatie werken. En wij maken daar nu het allereerste begin van mee en het zal onze wereld nog op zijn kop zetten. Ik geef haar gelijk.  Wen er maar vast aan en investeer er in. Dus ja, werk zelf eens met ChatGPT, Dall-e of eh... Nou, lees maar verder. 


Terug naar Niek: maak je eigen song met AI!

In het weekend laat ik de week nog eens aan me voorbij trekken. Van wie heb ik nou het meest geleerd deze week? Dat blijkt Niek te zijn, de technicus van ZINiN. Met het muzieknummer dat hij liet horen heeft hij me getriggerd. Hoe deed hij dat? Met welk pakket? Ik Google en vind een goed artikel over het AI-pakket Suno.  Ik log in met mijn Google-account, klik op 'explore' en ik geef mijn vraag op: een afro-beat song over AI in bibliotheken. Klik. Twintig seconden later staat het voor me klaar. Het was letterlijk twee minuten werk en het nummer staat als video voor me klaar. Ik upload het naar YouTube en kan het hier met u delen.  Het is het nummer en de video die u boven dit artikel vindt. Als ik ergens van van mijn stoel viel deze week was het hiervan. Niek was deze week mijn gids in AI-lind.

Kom er maar in en speel maar af: Het tijdperk van de slimme bibliotheek! En Niek: bedankt!

zaterdag 6 april 2024

Amsterdam-Utrecht: twee steden en twee bibliotheekvisies

In de afgelopen maand kwamen zowel de gemeente Amsterdam als de gemeente Utrecht naar buiten met een nieuwe bibliotheekvisie. Hoewel, nieuw... Voor Amsterdam was het voor het eerst in het 105-jarig bestaan dat de gemeente überhaupt een visie op bibliotheekwerk ontwikkelde. Beide steden hebben een ambitieuze bibliotheekwethouder: Moorman in Amsterdam en Eerenberg in Utrecht. Reden genoeg om beide plannen eens te lezen en naast elkaar te leggen en een paar conclusies te trekken. 

Wilt u ze zelf lezen, de visie van de gemeente Amsterdam vindt u hier en die van Utrecht vindt u hier. 

Amsterdam: Lang leve de Bieb


De bibliotheekvisie van Amsterdam draagt de titel: Lang leve de Bieb: de eerste Amsterdamse bibliothekenvisie. Het is een speelse titel en die speelsheid en enthousiasme voor de bibliotheek blijft de hele beleidsvisie voelbaar. Het straalt uit dat Amsterdam blij is met de bibliotheek en deze van grote waarde vindt. 

Leeshoofdstad en gratis tot 27 jaar 
Wethouder Moorman laat dat enthousiasme al in de introductie merken:
'In ’Lang leve de Bieb: de eerste Amsterdamse bibliothekenvisie’ delen we als gemeente voor het eerst onze visie en doelstellingen voor de openbare bibliotheek in Amsterdam. Laat ik hier als wethouder gelijk een van mijn ambities noemen: ik wil samen met de bibliotheek zorgen dat Amsterdam de leeshoofdstad van Nederland wordt. Daarom investeren we in lezen en in de bibliotheek. Dat doen we onder meer door samen met de OBA het programma ‘Liefde voor Lezen’ te lanceren en door in Zuidoost de bibliotheek van de toekomst te bouwen: OBA Next.

We hebben nog een ander cadeau voor de Amsterdammers in petto. In Nederland is het bibliotheeklidmaatschap gratis voor jongeren tot en met 18 jaar. Daarna betalen ze voor hun lidmaatschap. In Amsterdam zetten we nu de volgende stap. Een bibliotheek van de toekomst kan niet zonder de generatie van de toekomst. Daarom maken we voor Amsterdammers tot 27 jaar en al hun leraren het lidmaatschap gratis.'

Het is duidelijk, de gemeente heeft een ambitie met de bibliotheek en men wil investeren in maatschappelijk rendement. Dat doet men in de notitie langs vijf lijnen:

  1. De bieb voor groei en ontwikkeling
  2. De bieb voor verbinding
  3. De bieb voor digitale participatie
  4. De bibliotheek in de groeiende stad
  5. OBA Next
In de lijnen van de programma's wordt een keurige opsomming gegeven van alles wat moet gebeuren van leesoffensief tot gezinsaanpak en van meertaligheid tot maakplaatsen en cultuureducatie. Toch zijn er drie grote zaken die eruit springen als ik het zo bekijk. 

Bibliotheek op school
Op de eerste plaats is dat de verbinding met de scholen met het programma OBA op school, een Amsterdamse variatie op Bibliotheek op school. Amsterdam was geen koploper op dit gebied maar lijkt hier toch in te zetten op een flinke inhaalrace. Wel zal men dat doen in een bepaalde volgorde van uitrol.

De visie merkt daarover op:
'We passen hierbij het principe ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’ toe, want onvoldoende taal- en andere basisvaardigheden liggen aan de basis van veel ongelijkheid in onze samenleving. We starten daarom in 2024 in de stadsdelen waar laaggeletterdheid het meeste voorkomt, namelijk Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Op termijn is de ambitie om het programma over de hele stad uit te rollen.' 

Beleid voor spreiding: bibliotheekvestiging per 30.000 inwoners

Naast de samenwerking met scholen, gaat het ook heel erg over het aantal vestigingen en de invulling ervan.  In de afgelopen jaren is er landelijk veel aandacht geweest voor te nabijheid van bibliotheken. Door sluiting van vestigingen kwam die nabijheid onder druk te staan. Nu heeft Amsterdam altijd gestaan voor een sterk netwerk van vestigingen en die lijn trekken ze onverkort door in deze visie. Sterker, het straalt groei uit. Ze durven de groei van de stad te koppelen aan de groei van het aantal vestigingen. 

De visie zegt daarover het volgende
'In de basis willen we een gelijkwaardige verdeling van het aantal bibliotheken per inwoners. De richtlijn van 30.000 inwoners per bibliotheek geeft een goede indicatie van hoeveel inwoners een bibliotheek effectief kan bedienen. We starten de spreidingsbenadering vanuit het uitgangspunt dat er binnen de grenzen van elk stadsdeel genoeg bibliotheken zijn om een goede dienstverlening te bieden aan de inwoners van ieder stadsdeel.'

Wat betreft de invulling van de vestigingen, sluit het erg aan bij de visie van de OBA zelf. Daar schreef ik in 2022 al over en daarin zie je dat samenwerken het belangrijkste onderdeel van het DNA van de OBA moet worden. Samenwerken met de inwoners en samenwerken met tal van partners.  

OBA Next als vlaggenschip
Een derde opvallend lijn is die van OBA Next. Lag dit een aantal jaren geleden nog lelijk onder vuur en werd uiteindelijk verplaatst van de Zuidas naar Zuidoost. Het is maar een klein verschil in afstand en toch een wereld van verschil. 

OBA Next moet het nieuwe vlaggenschip worden van de OBA. De visie schrijft over OBA Next:
'Een bibliotheek van wereldformaat die uitblinkt op innovatie en duurzaamheid en die vanuit een gemeenschapsbasis werkt. Met de OBA Next wordt een grootstedelijke bibliotheek gerealiseerd die alle Amsterdammers bedient. Enerzijds door de ontmoetingsplek waar de energie van het stadsdeel voelbaar aanwezig is en de programmering drijft. Anderzijds door te leren en te experimenteren met innovatieve programma’s. Wat in de OBA Next succesvol is, wordt uitgerold naar andere vestigingen.'
Op een aantal andere punten uit de visie kom ik straks in de vergelijking nog wel terug. Zonneklaar is wel dat Amsterdam  een puike visie heeft om leeshoofdstad van Nederland te worden.... Kan Utrecht daar over heen?

Utrecht:  Beleidsnota Bibliotheek 2024-2034



Waar Amsterdam nog een feestelijke titel heeft voor het beleid 'Lang leve de bieb' daar heet in Utrecht de visie gewoon degelijk: 'Beleidsnota Bibliotheek 2024 - 2034'. De inhoud daarentegen kan zeker de toets met Amsterdam doorstaan. En daar zijn zeker ook paralellen te zien. 

In de inleiding schetst wethouder Eerenberg waarom deze visie nodig is. En daar lezen we dezelfde liefde voor bibliotheekwerk als die we bij Moorman in Amsterdam zien:
'Utrecht is een stad met veel ontwikkelkansen voor jong en oud. Op het gebied van taalvaardigheid is al veel bereikt. Toch kunnen te veel Utrechters niet goed genoeg lezen. Een deel van de kinderen begint met een taalachterstand aan het basisonderwijs en te veel jongeren komen, ondanks grote inspanningen van leraren, met een taalachterstand van de middelbare school. Door armoede wonen gezinnen soms klein, waardoor niet elk kind een rustige plek heeft om te studeren of wifi tot de beschikking heeft.
Volwassenen kunnen door laaggeletterdheid informatie van de overheid of een bijsluiter niet lezen, hebben minder kansen op de arbeidsmarkt en worden belemmerd in het ontwikkelen van een gezonde leefstijl. Hierdoor groeit de kloof tussen de mensen die goed kunnen lezen en schrijven en zij die daar moeite mee hebben.
(…)
Bij deze opdracht heeft Bibliotheek Utrecht een belangrijke, verbindende taak. De bibliotheek is de enige plek in de stad waar dagelijks duizenden bezoekers komen om te lenen, lezen, leren, kennis te delen en te reflecteren. Een plek die een onmisbare, verbindende rol speelt bij de aanpak van laaggeletterdheid, onderwijsachterstanden en eenzaamheid. Waar je naartoe kan om geholpen te worden met vragen over tal van onderwerpen, waar je gratis een boek of de krant kunt lezen en - als je dat (nog) niet kunt – waar je taalles kunt volgen. Waar je je kunt terugtrekken om te studeren, maar waar je ook juist mensen kunt ontmoeten of een debat bijwonen. In de bibliotheek is iedereen welkom en veel mensen weten de bibliotheek te vinden. Het is een plek waar mensen samen kunnen leven.'
De Utrechtse visie kent ook vijf lijnen maar andere lijnen: 
  1. Een bibliotheek van de wijk
  2. Optimale spreiding in de stad
  3. Toegankelijkheid als uitgangspunt voor gelijke kansen voor alle Utrechters
  4. Een toekomstgerichte en vooruitstrevende maatschappelijke voorziening
  5. Focus op het versterken en vergroten van samenwerkingen
In de prioriteiten en uitwerking zien we wel veel gelijkenissen. Ook hier heeft de wethouder een cadeau: boetevrij voor de jeugd en gratis lid voor alle leerkrachten. Dat eerste had Amsterdam al, dat tweede heeft Amsterdam ook beloofd. 

Ook in Utrecht is de Bibliotheek op school - die hier gewoon Bibliotheek op school heet - een speerpunt. En ook hier wordt gezegd dat er prioriteit wordt gegeven aan de scholen met de meeste leerlingen met een taalachterstand. 

En ja, ook in Utrecht wordt iets gezegd over het spreidingsbeleid en hoe dat moet gaan. De visie zegt daar het volgende over:
Belangrijk uitgangspunt is dat de voorzieningen in de stad voor al die inwoners toegankelijk blijven. Dat Utrecht een stad is waarin alles wat je nodig hebt, dichtbij is; een 10-minuten stad. Hoewel in de RSU (Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040, red.) de bibliotheek niet wordt genoemd, verklaren we dit concept ook van toepassing op de bibliotheekfunctie.'
Hier wordt dus gerefereerd aan de tijd die je nodig hebt om bij een voorziening te komen. Maar even verderop in de visie staat ook het volgende: 
'De toenemende verdichting van onze stad vraagt om één bibliotheekvesting voor 30.000 inwoners overeenkomstig de landelijke norm.'
Hier volgt men dus de lijn van Amsterdam. Overigens wordt verwezen naar een landelijke norm die er naar mijn weten nog helemaal niet is maar nog op gesprekstafels ligt. Daar wordt voor grote steden inderdaad verwezen naar één vestiging per 28.000 inwoners. Eerenberg is zelf overigens voorzitter van de VNG-commissie waar dit besproken wordt dus enige invloed heeft hij er wel op.  

Waar Utrecht een stap verder is dan Amsterdam, is in de financiële paragraaf. Daar wordt inderdaad al een meerjarig financieel perspectief geboden. Nog wel zonder de extra rijksmiddelen die per 2025 beschikbaar moeten komen. En de wethouder merkt er ook bij op dat dit een richtinggevend financieel kader is en dat de gemeentebegroting nog aanleiding kan geven tot wijzigingen. Ja, dat is nog wel onder enige voorbehoud, maar het is meer dan alleen het subsidie voor volgens jaar. Ik zou daar als directeur wel mee kunnen leven omdat de visie inhoudelijk wel richting geeft wat de gemeente wil. Opdracht en financiering liggen zo dicht bij elkaar. 

Kunnen we nog wat conclusies trekken?
Amsterdam en Utrecht laten allebei zien dat ze een ambitie hebben met het bibliotheekwerk. Uit beide visies spreekt dat het bibliotheekwerk van grote waarde is en beiden kiezen op hoofdlijnen dezelfde prioriteiten.

Ik trek drie conclusies en doe nog één constatering om vervolgens nog een slotconclusie te doen. 

Conclusie 1: Spreidingsbeleid is weer helemaal terug

Het spreidingsbeleid is weer helemaal terug. Waar we vanaf 2010 met bezuinigen lang niet meer durfden na te denken over méér vestigingen maar alleen maar het woord 'minder' kenden, lijkt het tij toch echt te keren. Voor gemeenten wordt weer evident dat een goed voorzieningenniveau dat dichtbij burgers beschikbaar is, van groot belang is voor de leefbaarheid van dorp en stad. De SPUK-regeling van het ministerie was al een eerste zet in die richting maar het vertaalt zich nu ook in de eerste gemeentelijke visies. 

Het Utrechtse beleidsplan laat dat schematisch als volgt zien in de visie.


Conclusie 2: Scholen en jeugd als prioriteit
In beide visies heeft de ondersteuning van de jeugd en het onderwijs alle prioriteit. Dat zijn programma's die tijd vragen en in de aanloop geven de wethouders allebei al een snel cadeau in die richting. In beide steden mogen de leerkrachten gratis lid zijn van de bibliotheek. In Utrecht wordt de jeugd boetevrij en in Amsterdam wordt het gratis lidmaatschap verhoogd naar 27 jaar. Bibliotheken gaan de komende jaren hier flinke meters maken. 

Conclusie 3: Op naar een meerjarenfinanciering
Zowel Amsterdam als Utrecht geven aan dat men streeft naar meerjarenfinanciering waardoor zekerheid en rust ontstaat om ook echt te gaan bouwen. In de Utrechtse visie gaat het naar iets dat daar al op lijkt en Amsterdam spreekt men de ambitie hiertoe uit. Dit onder verwijzing dat dit een eis zal worden bij de zorgplicht. 

Eén constatering: de bibliotheekwet gaat in, in 2027? 
Bijzonder is dat beide visies aangeven dat de nieuwe bibliotheekwet ingaat in 2027. Die zou oorspronkelijk in 2025 ingaan, stond voor zover ik weet nu op 2026 maar staat in beide visies op 2027. Ik had dat nog niet gehoord. Nu is het wel zo dat iets dat nu op 2026 staat nooit eerder plaats vindt en wel vaak later. Overigens zullen de rijksmiddelen wél per 2025 beschikbaar gaan komen. Wat dus de bijzonderheid op gaat leveren dat er nog geen zorgplicht is maar wel geld.

Slotconclusie
De slotconclusie is toch wel dat deze twee steden het spits afbijten rond bibliotheekvisies. Want eerlijk gezegd, denk ik dat er nog veel zullen volgen. De zorgplicht zal vragen om gemeentelijke meerjarenbeleidsplannen. Dat is niet helemaal hetzelfde als een visie maar bevat op onderdelen toch wel degelijk dezelfde onderdelen. Amsterdam en Utrecht geven hun mooie visitekaartjes af. Amsterdam en Utrecht doen niet veel voor elkaar onder. Als dit een voetbalwedstrijd was, zou het een gelijkspel zijn na een zinderende wedstrijd.

Andere gemeenten kunnen mooi de kunst afkijken van dit goede voorbeeld. De groeiende rol van bibliotheken die we de afgelopen tien jaar al zagen en waar met velen aan gewerkt is, zien we nu ook vertaald in het hart van gemeentelijk beleid. 

Ik zeg samen met de gemeente Amsterdam: Lang leve de Bieb!