Posts tonen met het label staat van het bibliotheekbestel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label staat van het bibliotheekbestel. Alle posts tonen

zondag 4 oktober 2026

De staat van het Bibliotheekbestel 2026: Het gaat goed met bibliotheken maar gemeenten blijven achter

Op 10 september werden de jaarcijfers van bibliotheken over 2025 bekend. En met goed nieuws want heel veel cijfers van het bibliotheekwerk stijgen. De KB bracht al een zeer uitgebreid dossier uit bij de cijfers. Dat verdient elk jaar een pluim voor al dat harde werk. Overigens net als die pluim terecht is voor alle bibliotheken die de cijfers elk jaar aanleveren.

Net als voorgaande jaren zette ik de belangrijkste statistieken weer in een wat langer historisch perspectief. Ik doe het al een paar jaar (lees hier 2025, lees hier 2024, lees hier 2023,  lees hier 2022) en ik noem het maar onbeschaamd: de Staat van het Bibliotheekbestel 2026. 

Lees mee in dit verhaal langs negen grafieken langs de klassieke cijfers over bibliotheken. 

Bezoekers: wel groei maar weer geen record


We beginnen met de bezoekersaantallen. Onlangs publiceerde ik nog een vergelijkend overzicht met andere culturele instellingen maar ook met voetbalstadions en casino's. En dan zie je dat bibliotheken gezamenlijk heel veel bezoekers trekken. En  ja, we zijn afgelopen jaar weer gegroeid. Maar we zijn nog steeds niet terug op het pre-corona-niveau toen we ruim 60 miljoen bezoekers aantikten. 

Ik verwacht overigens dat het de komende jaren nog wel wat gaat stijgen. In de afgelopen paar jaar zijn er met rijksmiddelen het aantal vestigingen met 35 gegroeid en zijn ook de openingstijden van veel bibliotheken verruimd. Daar gaan we de komende jaren nog bij voortduring de vruchten van plukken.  Die 60 miljoen gaan we de komende jaren dus makkelijk passeren. 

Verder kunnen we nog een stijging van bezoekers verwachten door de verruiming van gratis lidmaatschappen voor vooral jong-volwassenen. We zullen het zo terug zien bij de ledenaantallen. Uit onderzoek weten we dat jong-volwassenen die lid zijn de bibliotheek oko meer bezoeken. Dus ook daar moeten nog wel een paar miljoen bezoekers te vinden zijn. Met andere woorden: we doen iets fout als deze stijging niet doorzet. En stiekem had ik al op een grotere stap gehoopt.

Kleine stapjes dus. Eén andere opmerking is daarbij nog op zijn plek. En dat is dat we weten dat de verblijfsduur van bezoekers aan de bibliotheek steeds langer wordt. Steeds meer bezoekers verblijven meer dan anderhalf uur in de bibliotheek. En daarmee leggen dezelfde aantal bezoekers een steeds grotere claim op de beschikbare publieke ruimte. Het bezettingspercentage van bibliotheken stijgt dus sneller dan alleen het bezoekersaantal.   Ik denk dat we schrikken hoeveel jaren de bibliotheken in totaal bezet is. Want als 60.000.000 miljoen bezoekers elk jaar een minuut langer in de bibliotheek blijven praat je al over 1.000.000 uur. Dat is 115 jaar bij elkaar. Elke minuut verblijfsduur telt dus. Een jaarlijks onderzoek dus naar totale verblijfsduur zou de sector kunnen helpen.

Steeds groter aandeel van de bezoekers komt voor activiteiten


Een cijfer dat ik al wat langer volg is de hoeveelheid bezoekers voor activiteiten tegenover het totaal aantal bezoekers. Het aantal deelnemers aan activiteiten in de bibliotheek steeg van 5,4 miljoen naar 5,8 miljoen bezoekers. De spectaculaire stijgingen van de afgelopen jaren vlakt wel wat af maar is nog steeds wezenlijk en groeit ook harder dan het algemene bezoekersaantal. En dus stijgt ook het aandeel van de bezoekers van activiteiten ten opzicht van de alle bezoekers. 

Vorig jaar was nog 9,2% van de bezoekersaantallen afkomstig van deelnemers aan activiteiten en in 2025 steeg dit naar 9,7%. Volgend jaar stijgen we dus boven de 10% uit. 

Dit cijfer wordt pas sinds 2019 landelijk bijgehouden. En dan zie je dat dit sinds 2019 is gestegen van 3,4% naar 9,7%. Het kenmerkt de kanteling van een klassieke bibliotheek naar een maatschappelijk-educatieve bibliotheek. 


Leden: Groei bij jeugd én volwassenen!


Hoewel we als bibliotheken steeds vaker naar bezoekersaantallen kijken, zijn we toch ook nog altijd een echte ledenorganisatie. En ook bij die leden gaat het bijzonder goed. Zowel bij de jeugd als bij de volwassenen zien we groei. Dat was vorig jaar ook al zo maar de groei bij volwassenen was toen nog bijzonder broos. Die groei bij volwassenen zet nu steviger in. Op BNetwerk wordt gemeld dat bij de leeftijdsgroep tussen 18 en 30 jaar de groei zelfs 22% was. Je hoeft geen glazen bol te hebben om te voorspellen dat dat nog een flink aantal jaren door zal gaan. Wie doorrekent komt er dan op uit dat we met een jaar of vijf, zes zijn gestegen van 1,4 naar zo'n  2 miljoen volwassen leden hebben. De komende jaren er dus minimaal 100.000 volwassen leden per jaar bij. 

Hoe dat komt? Dat heeft alles te maken met de verruiming van het gratis lidmaatschap voor (jong-)volwassen. In het voorjaar publiceerde ik hier nog de meest recente onderzoekscijfers over. In meer dan de helft van alle gemeenten wordt dit al aangeboden en steeds meer gemeenten besluiten om hun bibliotheken hier middelen voor te verstrekken. 

Dit cijfer gaan we komende jaren dus flink zien stijgen. De bibliotheek als ledenorganisatie is daarmee terug van nooit weggeweest.  U leest het goed. We gaan snel naar vier misschien wel vijf miljoen leden in totaal. We gaan naar een ledenorganisatie-nieuwe-stijl die naast uitlenen ook draait om activiteiten en bezoek. 

Uitleningen: we zijn lid maar minder om te lenen


Nou, grote woorden meneer Deckers bij die leden. En zien we dat terug bij de uitleningen? Eh, nee. Dat blijft de afgelopen jaren voor uitleningen in de fysieke bibliotheek schommelen rond de 54 miljoen. Waar we vorig jaar misschien nog iets konden mompelen over na-ijlend corona-effect, kom ik daar dit jaar echt niet meer mee weg. Het reële verhaal is: meer leden die gezamenlijk hetzelfde lenen. En per saldo leent en leest elk lid gemiddeld net iets minder dan het voorgaande jaar. In 2015 leende een bibliotheeklid nog gemiddeld 20,1 items. In 2025 waren dat er nog maar 14,1. Hoewel misschien passend bij de ledenorganisatie-nieuwe-stijl is dit natuurlijk iets waar geen bibliothecaris zich zo maar bij neer kan leggen. 

33% meer betaalde formatie in zes jaar


Een trend die al wat langer langzaam speelde is die groei van de formatie. Na jaren van bezuinigen en minder betaald personeel, begon vanaf 2020 het herstel echt in te zetten. In 2025 steeg de totale betaalde formatie naar 5.676 voltijds arbeidsplaatsen. In zes jaar tijd, dus in vergelijking met 2019,  hebben bibliotheken 33% meer formatie gekregen. Dat is een stevige groei en we kunnen ondertussen zeggen dat dat een blijvertje is. 

Het zijn de extra rijksmiddelen die vooral zorgen voor die groei, zullen we straks zien. Veel extra formatie is de afgelopen jaren gegaan naar programma's als Basisvaardigheden maar ook Boekstart en de Bibliotheek op school. Recent is door verruiming van openingstijden ook weer eens geïnvesteerd in betaald personeel in de vestigingen. Groei dus aan alle kanten maar vooral in de brede rol van bibliotheken.

De bibliotheekmedewerker wordt steeds jonger


De bibliotheeksector verjongt. Elk jaar daalt de gemiddelde leeftijd. En dat zal zeker ook te maken hebben met de groei van onze formatie. We nemen graag jonge mensen aan voor een gebalanceerde samenstelling. 

Wie kijkt naar de ontwikkeling sinds 2015 ziet hoe snel dit gegaan is. In 2015 was 65% van het personeelsbestand ouder dan 50 jaar. Dat is in 2025, tien jaar later, nog maar 45%. Elk jaar verschuift het zo'n 2% ten gunste van de medewerkers onder de 50 jaar. En daar moet je bij tellen dat de AOW-leeftijd tussen 2015 en 2024 met bijna twee jaar gestegen is van 65 jaar en 3 maanden naar 67 jaar. Ergo: De werkzame periode tussen 50 en de AOW-leeftijd steeg in die periode met bijna 11% en had bij ongewijzigd beleid dus geleid tot een stijging in die leeftijdscategorie. Om maar aan te geven dat het echt hard gaat met de vergroening van de sector. 

Verdrievoudiging van vrijwilligers in tien jaar


Er is een klassieke tegenstelling tussen betaalde formatie en vrijwilligers. En toegegeven: bibliotheken introduceerden (opnieuw) vrijwilligers in de lastige jaren van  bezuiniging tussen 2010 en 2020. In de grafiek zien we dat vanaf 2015 ook terug. Maar het had niet alleen te maken met bezuiniging. Het past ook bij het adagium om samen met de samenleving de bibliotheek vorm te geven. Met een sjiek woord noemen ze dat de community library. 

Nu sinds 2020 de betaalde formatie weer stijgt, zou je kunnen denken dat bibliotheken dan weer minder met vrijwilligers gaan doen. Dat is zeker niet het geval. De afgelopen jaren steeg elk jaar het aantal vrijwilligers. En het is inmiddels een verdrievoudiging ten opzichte van 2015.  En het tekent ook dat er geen tegenstelling zit tussen betaalde formatie en vrijwilligers maar dat er goede mix is ontstaan van een netwerkorganisatie die zich inzet voor opgaven in de samenleving. Ik hoor ook weinig bibliotheekdirecteuren roepen dat ze zonder vrijwilligers zouden willen en alleen met betaalde formatie willen werken. Vrijwilligers zorgen ook voor een brede inbedding in de samenleving. Ook dat past bij die ledenorganisatie-nieuwe-stijl. 

Financieel: meer geld maar waar blijven de gemeenten?

Zo, en na de prestaties en het personeel maar eens door naar het geld. De hoeveelheid gemeentelijke subsidie steeg vorig jaar opnieuw met ruim € 35 miljoen naar € 511,6 miljoen.


Ik neem voor deze grafiek altijd het totaal aan gemeentelijke subsidie. Dit om het totaal aan geld van gemeenten in beeld te houden. En dan zie je dat er sinds 2017 - twee jaar na de grote decentralisaties - een dieptepunt was bereikt. Daarna zette herstel in. En de laatste drie jaar ging het flink omhoog. Soms tot jaloezie van andere culturele instellingen. Maar dat is niet terecht. Want daar hoort een flinke aantekening bij. 

De stijging van gemeentelijke subsidie komt eigenlijk helemaal niet van extra middelen die gemeenten zelf beschikbaar stelden. In 2023 werden namelijk de middelen voor de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO's en € 15,4 miljoen) niet meer via het Rijk aan bibliotheken verstrekt maar via gemeenten. En daarnaast schreven vele gemeenten in 2023 en 2024 in op de extra SPUK-regeling voor versterking van het bibliotheekwerk waar in 2023 € 17,6 miljoen voor beschikbaar kwam en in 2024 € 38,4 miljoen.  In 2025 ging deze regeling over in een decentralisatieuitkering aan alle gemeenten
van maar liefst € 60 miljoen.  Bibliotheken organiseerden dus zelf dat de koek groter werd voor de cultuursector en ging dus niet ten koste van andere cultuurinstellingen.  

Het Rijk gaf dus geld aan gemeenten voor bibliotheekwerk. Gaven alle gemeenten dat geld door en deden ze er zelf ook nog wat bij? Wie de bedragen optelt moet tot het bedroevende antwoord komen dat er in 2025 per saldo minder geld bij bibliotheken terecht is gekomen. Dat betekent dat de decentralisatieuitkering lang niet altijd bij bibliotheken terecht is gekomen, dat er gemeenten waren die niet indexeerden en zelfs gemeenten die hun bijdrage verlaagden. Hoe hoopvol de landelijk inzet ook is, dit is op lokaal niveau soms wel een flinke domper op het bibliotheekfeestje. Hoe begrijpelijk de financiële situatie op lokaal niveau soms is. Maar begrijp dan van ons ook dat het soms best lastig is om zo vertrouwen te houden in de overheid. 

Subsiede per inwoner stijgt en toch leveren bibliotheken in


Naast het totaal aan gemeentelijke subsidie, kijk ik ook nog even naar de subsidie per inwoner en de subsidie per inwoner exclusief huisvestingslasten. Dat lijkt een mooie stijging. Maar naast de kanttekening die ik hier boven maakte, is er ook hier een stevige disclaimer. 

Tussen 2015 en 2025 steeg de subsidie per inwoner met 16%. Dat lijkt veel maar is het niet. De prijzen stegen in die periode namelijk met 35%. Per saldo leverden bibliotheken dus flink wat koopkracht in, in de afgelopen tien jaar. Bibliotheken deden dus eigenlijk steeds meer met steeds minder. Fatsoenlijke afspraken over indexering zijn dus echt broodnodig. 

De afgelopen twee jaar steeg de susbsidie per inwoner in totaal met € 2,74. Waarom noem ik dat? Nou, omdat de subsidie per inwoner één van de streefwaarden wordt in de handreiking van VNG rond de zorgplicht. Dat bedrag is twee jaar geleden al uitgerekend. Dat bedrag moet dus verhoogd. 

 
Reflectie: De wind in de rug maar nog veel te doen!

Tja, wat is de afdronk als je dit alles leest? Vorig jaar gaf ik drie conclusies en die kon ik dit jaar opnieuw gebruiken maar ook aanscherpen. 

Hier zijn ze. 

Conclusie 1: De sector staat er geweldig op en heeft wind mee
Op de eerste plaats: de sector staat er geweldig op en heeft de wind mee. Alle cijfers in de plus behoudens die uitleningen die maar stabiel blijven. Die wind-mee heeft de sector vooral aan zichzelf te danken in de beweging die de afgelopen tien jaar als stelsel is gemaakt van klassieke bibliotheek naar maatschappelijk-educatieve bibliotheek. Ja, klop uzelf maar even op de schouder. Als u zicht afvraagt waar u zo moe van werd: nou, van het harde werk dat daarbij hoorde.

Conclusie 2: Maar er roept een verantwoordelijkheid en er is werk aan de winkel
Maar daar laat ik het niet bij.  Ik maak deze staat van het bibliotheekstelsel al een aantal jaren. En als ik door de analyses van de afgelopen jaren kijk, dan had ik dit jaar een sterkere stijging verwacht bij bijvoorbeeld bezoekersaantallen en ik had gehoopt dat het aantal uitleningen niet zo stabiel bleef. Dat moet ons scherp houden. Doen we dit eigenlijk wel zo goed?

En we kunnen nu al voorspellen dat ons ledenaantal de komende jaren flink gaat stijgen: wat hebben we voor al die jong-volwassenen in de aanbieding in onze winkel van een leven lang ontwikkelen? 

Vragen die we nu al aan kunnen zien komen nu het zo goed gaat. We moeten kritisch blijven op onszelf. Het gaat niet alleen om aantallen maar ook om impact. En de vraag is of we niet nieuwe wegen moeten vinden om het maatschappelijk rendement verder te vergroten. Denk aan bereik en gebruik door kwetsbare doelgroepen bijvoorbeeld.  De overheden die ons nu zo helpen willen straks het effect zien. 

Succes komt niet vanzelf. En nog meer succes vraagt nog meer aandacht. Kortom sector, begin met denken. We zijn nog lang niet klaar. Een nieuw bibliotheekconvenant moet ons opnieuw uitdagen om over schaduwen heen te springen.

Conclusie 3: Financieel lijkt het gunstig, maar groei kost geld en gemeenten blijven achter
De derde en laatste reflectie gaat over geld. Het lijkt financieel heel goed te gaan met bibliotheekwerk. Maar wie iets verder kijkt dan zijn of haar neus lang is, ziet dat de verbreding en verdieping van het bibliotheekwerk eigenlijk nog niet volledig in de pas loopt met de financiering. Dan zien we dat het een heel wankel evenwicht is en blijft. Ja, er is meer personeel maar daar staan ook heel veel extra taken en prestaties tegenover. Bij de IDO's is geknokt om geen geld kwijt te raken in plaats van er een flinke duit bij te krijgen. Maar vooral: niet alle gemeenten geven de rijksbijdragen door aan bibliotheekwerk en ook indexering is niet overal aan de orde. Op een enkele plek horen we zelfs van bezuinigingen. 

Als ik staatssecretaris was, zou ik de gemeenten toch maar stevig volgen en monitoren op dit punt. Het was natuurlijk niet de bedoeling dat deze middelen naar de bekende lantaarnpalen zouden gaan.

Voor blijvend plezier met de bibliotheek in elke stad of dorp zijn die middelen echt nodig. Stilstand is letterlijk achteruitgang. 

Hup, aan de slag

Er is dus veel om tevreden over te zijn maar klaar zijn we dus zeker niet. Er kan een glimlach op ons gezicht zitten en tegelijkertijd moeten we blijven vernieuwen. Blijf dus scherp en laat u niet in slaap sussen door het succes.

U snapt het al: Hup, aan de slag!

zondag 6 oktober 2024

De staat van het bibliotheekbestel 2024: deze sector bereidt zich voor op een groeispurt...

Zoals beloofd loop ik ook dit jaar met u weer de statistieken door van het bibliotheekwerk. En 2023 was in de cijfers een interessant jaar kan ik u vertellen met een flink aantal opmerkelijkhe zaken. n aan het eind trek ik een bijzondere conclusie over de toekomst. Blijf dus even lezen, ook al is het een wat langer artikel met veel grafieken. 

Bijna 1.500 kolommen met data van 130 bibliotheekinstellingen

Op 12 september van dit jaar publiceerde de Koninklijke Bibliotheek de statistieken over het bibliotheekwerk over 2023. Wat later dan vorig jaar maar er was een goede reden voor, die ik helaas ook weer ben vergeten. Daarmee kwamen de statistieken wel net terecht in de week voor Prinsjesdag en de septemberciruclaire. Een snelle analyse van mijn kant kwam daardoor in een bestuurlijke file terecht. 

Ook vorig jaar maakte ik al de staat van het bibliotheekbestel, gewoon omdat het handig is om zelf nog af en toe de cijfers in te duiken. En ook om zelf conclusies te trekken. Nu moet ik wel zeggen dat ik even schrok toen ik de Excel met cijfers van dit jaar opende. Elk groeit namelijk het aantal kenmerken (en dus het aantal kolommen). Dit jaar omvat het bestand 1.495 kenmerken van 133 bibliotheekinstellingen. In 2016 bevatte de gegevenslevering nog maar 213 kenmerken. Dat geeft wel aan dat we veel meer zijn gaan registreren en uitsplitsen. We worden daarmee nauwkeuriger als sector maar je moet als onderzoeker ook steeds betere op letten welke kolom voor jou relevant is.

Volgend jaar weer een record aan bezoekers?

Maar genoeg gekletst. Tijd voor cijfers. 'En houd het een beetje beknopt Deckers', hoor ik u denken. We beginnen met de bezoekersaantallen. Dit bezoekersaantal verklapte ik al in een eerder blog. Daaruit bleek dat bibliotheken veruit de meest bezochte instellingen van Nederland zijn.  

Het gaat dus lekker met die bezoekersaantallen. Maar we zijn nog niet terug op pré-corona. Nu was 2019 ook een recordjaar. En dat record komt gewoon weer in zicht. En ik voorspel daar gaan we binnenkort gewoon weer over heen. Misschien al wel in dit jaar. Nou ja, het zal er een beetje om spannen. Doe uw best!

En een steeds groter aandeel van de bezoekers komt voor activiteiten

In de persberichten werd de stijging van het aantal activiteiten vaak genoemd. Nu weet ik dat die groei niet alleen voortkomt uit echte groei maar ook omdat we steeds nauwkeuriger registreren. 

In de cijfers zit daar sinds 2019 ook het aantal deelnemers aan activiteiten bij. Daarmee is het dus mogelijk om totaal aantal bezoekers van bibliotheken en deelnemers aan activiteiten naast elkaar te zetten. Dat zie je in bovenstaande grafiek. In 2019 hadden 2,1 miljoen deelnemers aan activiteiten. Dat is in 2023 gestegen tot boven de vijf miljoen. In 2019 was het aantal deelnemers aan activiteiten 3,4% van het totale bezoek en in 2023 is dat inmiddels bijna 9%. Deelnemers aan activiteiten vormen dus een steeds substantiëler deel van het bibliotheekbezoek.

Het zou interessant zijn een nog verdere uitsplitsing te kunnen maken. Bijvoorbeeld: hoeveel komen er om te lenen en hoeveel komen er dan nog voor bijvoorbeeld werk- en studieplekken of spreekuren? Ik denk dat het mogelijk moet zijn om daar nog iets meer over te zeggen door een aantal databestanden te combineren. Ik ga proberen daar de komende tijd nog eens achteraan te gaan. Voor nu: deelnemers aan activiteiten zijn een steeds groter bestanddeel van onze resultaten. 

Volwassen leden stijgen en dat is echt een trendbreuk, aantal jeugdleden is hersteld na corona, 

Hoewel we als bibliotheken steeds vaker naar bezoekersaantallen kijken, zijn we toch nog altijd een echte ledenorganisatie. En ook bij die leden gaat het bijzonder goed. Zowel bij de jeugd als bij de volwassenen zien we in het afgelopen jaar een stevige groei. En zeker bij de volwassenen is dat opmerkelijk. Wie de lijn volgt vanaf 2015 ziet dat daar telkens wat vanaf ging. Tot 2023... Wat is daar gebeurd?

Nou, het ligt zeer voor de hand dat dit het eerste effect is van het feit dat steeds meer bibliotheken hun gratis lidmaatschap doortrekken naar 27 jaar. Soms zelfs 30 jaar. In februari 2023 maakte ik hier een eerste overzicht van. Toen bleek dat in 13% van de gemeenten dat al een feit was en dat aantal stijgt snel. Ook hier geef ik me zelf maar een opdracht om daar binnenkort maar eens een update van de maken. Deze ontwikkeling is dus nog lang niet ten einde. Ik voorspel dat we hier de komende jaren nog een paar honderdduizend extra leden gaan zien. U leest het goed. We gaan snel naar vier miljoen leden in totaal. De ledenorganisatie is terug van weggeweest.

Ook de jeugdleden groeiden vorig jaar. Daar was met corona namelijk wel een beetje de klad in gekomen. Met bibliotheken die dicht waren, werden jonge kinderen even geen lid gemaakt. Dat lijkt in 2023 weer voor een groot deel goed gemaakt te zijn. Daar komt bij dat er in 2023 extra gelden beschikbaar kwamen voor de Bibliotheek op school en ook dat is een programma dat vaak bijdraagt aan lidmaatschap van kinderen. 

We zijn hier getuige van een  heuse trendbreuk....

Zien we ook een trendbreuk bij lenen?


Tja, dan door naar de fysieke uitleningen bij bibliotheken. Die kwamen in 2023 uit op 54,4 miljoen. En dat was 100.000 meer dan in het jaar ervoor. Wie de trendlijn sinds 2015 volgt ziet dat het fysiek lenen jaar naar jaar licht terugliep. Met corona klapte het naar beneden en in 2022 veerde het weer terug. Alles bij elkaar zijn we terug op de trendlijn. Het kan zijn dat we ook hier getuige zijn van een trendbreuk. Maar helemaal zeker ben ik daar niet van. Het wordt dus interessant wat er volgend jaar gebeurt. Stijgen de ledentallen door en is dat inderdaad de trigger om ook meer uit te lenen of vallen we terug in de trendlijn? 

Meer resultaten en meer formatie


Een trend die al wat langer langzaam sluimerde is de groei van de formatie. Na jaren van bezuinigen en minder betaald personeel, begon vanaf 2020 het herstel echt in te zetten. In 2023 steeg de totale betaalde formatie naar 5.049 voltijds arbeidsplaatsen, een groei van bijna 10%. En ik voorspel u vast: dat gaat volgend jaar weer gebeuren. De extra rijksmiddelen gaan zorgen voor een forse extra stijging van de formatie zorgen. Met name bij de Bibliotheek op school en Boekstart hoor ik wel bij bibliotheken dat het flink zoeken is naar de juiste kandidaten voor vacatures. En ik voorspel dus ook maar vast dat we hier ook wel krapte gaan krijgen. Werving van nieuw personeel zal de komende jaren dus wel creativiteit gaan vragen. Conventionele oplossingen zullen zeker niet altijd voldoende zijn. We gaan taferelen krijgen dat we vierdejaars PABO al hun studie betalen als ze in het jaar na hun slagen bij ons als onderwijsspecialist gaan werken. Dat soort oplossingen.

Voor het eerst meer dan 50% van personeel onder de 50 jaar


En dan gebeurde er in 2023 nog wat bijzonders. Onze sector stond decennia te boek als een vergrijsde sector. Maar al jaren verjongt onze sector. Was in 2015 nog 65% van het bibliotheekpersoneel boven de 50 jaar, in 2023 daalt dit voor het eerst onder de 50%! En dat terwijl de AOW-leeftijd ondertussen is gestegen.  De sector is hard op weg naar een goede en diverse balans in leeftijdscategorieën. Ik denk dat dit een hele gezonde ontwikkeling is voor de sector, zegt deze man die net de vijftig gepasseerd is en dus nu tot de minderheid behoort. 

Lichte groei in aantal vrijwilligers


De vrijwilligers vormen al jaren een groeiend leger om de maatschappelijke en educatieve taak van de bibliotheek vorm te geven. Als taalmaatje, als voorlezer bij gezinnen of als gastheer/gastvrouw en tal van andere taken. In de coronaperiode kwam de groei van dit leger wel enigszins tot stilstand maar in de afgelopen jaren steeg het weer keurig door. De groei is wel wat kleiner dan voorgaande jaren. Dat durf ik nog niet te duiden. Heeft dit te maken dat we langzaam aan het eind komen van het aantal vrijwilligers of lag hier het afgelopen jaar gewoon wat minder de nadruk op? Maar zorgelijk is dit geenzins, we groeien nog altijd door. 

Wat gebeurt er nu precies bij de subsidie? 

Tja, en dan gaan we toch nog eens naar het geld kijken bij bibliotheken. Als er tien procent meer personeel is, zouden de budgetten dan ook met 10% zijn gestegen? En daar is toch iets opmerkelijks te zien. Kijk maar eens mee.


Ik neem voor deze grafiek altijd het totaal aan gemeentelijke subsidie. Dit om het totaal aan geld van gemeenten in beeld te houden. En dan zie je dat er sinds 2017 - twee jaar na de grote decentralisaties - een dieptepunt was bereikt. Daarna zette herstel in, of laten we zeggen dat het weer een beetje groeide. Herstel is namelijk een te groot woord want de inflatie was ook hoog in die periode. 

Het afgelopen jaar steeg de subsidie met ongeveer € 17,5 miljoen. Maar tegelijkertijd vond er een financiële verschuiving plaats in 2023. De middelen voor de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO's) kwamen niet meer via het Rijk naar bibliotheken maar via gemeenten. Je zou dus verwachten dat het gemeentelijk subsidiebedrag niet alleen zou stijgen met indexering, want de inflatie was nog altijd hoog, maar ook met het bedrag van de IDO's. 

En dat zien we niet terug in de cijfers. 

Nu heb ik echt het beeld dat alle gemeenten die middelen hebben doorgegeven aan de bibliotheken. Tja, dan blijf voor mij de conclusie over dat het bedrag voor bibliotheken niet echt gestegen is in het afgelopen jaar. De toelichting van de Koninklijke Bibliotheek bij de cijfers laat ook zien dat er het afgelopen jaar van de 130 bibliotheekstichtingen er nog zo'n tien waren die met bezuinigingen geconfronteerd werden.

In de afgelopen acht jaar steeg de subsidie in totaal met 8%

Wie vervolgens gaat kijken het bedrag per inwoner ziet hoe weinig er eigenlijk maar gecompenseerd is in de afgelopen jaren.


Tussen 2015 en 2023, acht jaar, steeg de subsidie met maar 8% in totaal. En daar zaten jaren tussen waarbij de inflatie 10% bedroeg. Met andere woorden: de afgelopen jaren hebben bibliotheken - opnieuw - flink ingeteerd op hun koopkracht. Als dit met uw loon was gebeurd, had het Malieveld nu vol gestaan met demonstranten. En hoewel er zeker een beeld is van een lichte stijging, steeg het aantal inwoners ook gewoon. En ik hoorde laatst een bibliotheekdirecteur zeggen, dat zijn gemeente vindt dat dat de bibliotheeksubsidie omhoog moet als het inwonertal stijgt. Dit naast prijscompensatie.

Eindconclusie: alle seinen op groen voor een volgende stap...

Tja, alles bij elkaar: het bibliotheekwerk er natuurlijk heel fijn op. 

Het zijn fantastische resultaten en er is zicht op extra financiële investeringen. En het mooie is dat de groei van de resultaten ook de transitie onderstreept die de bibliotheken succesvol doormaken. We zijn op weg naar een recordjaar voor bezoekers, ook het aantal volwassen leden stijgt weer, kinderen worden weer volop lid na corona en het aantal deelnemers aan activiteiten groeit met ruime dubbele cijfers. Ondertussen verruimen we met de rijksmiddelen onze openingstijden en bouwen we nieuwe vestigingen. Ons personeelsbestand groeit en vernieuwt.

We kunnen niet anders constateren dan dat we hier kijken naar een sector die bezig is om zich voor te bereiden op een groeispurt. Een sector die bezig is om een volgende stap te maken in rendement voor de samenleving. Maar ook een sector die gemeenten bij de les moet houden als het gaat om de financiering die bij dat maatschappelijk rendement hoort. De zorgplicht die aanstaande is een mooi bevestiging van het feit dat deze functie in elke gemeente nodig is. 

Alle seinen staan op groen. Stap in, durf te dromen. Ja, het blijft hard werken. We gaan vertrekken naar de toekomst!

zondag 30 juli 2023

De staat van het bibliotheekbestel 2023 in acht grafieken


Net als iedereen net op vakantie is, publiceert de KB, samen met CBS, VOB en SPN het overzicht met alle statistieken van bibliotheken. En en net als vorig jaar maak ik op basis daarvan de 'Staat van het Bibliotheekbestel' op. Opnieuw in acht grafieken.  Vorig jaar waren de cijfers een bloedbad als gevolg van corona met lockdowns en andere beperkende maatregelen. In 2022 waren bibliotheken weer nagenoeg zonder enige beperking open en zou dit dus het jaar van herstel moeten zijn. Waar staan we, een jaar na corona?

BNetwerk begint het persbericht dan ook als volgt: 

'Bibliotheken organiseerden in 2022 meer activiteiten dan ooit tevoren: 247 duizend. Daarnaast zijn er meer mensen lid geworden van een openbare bibliotheek dan in 2021 en nam ook het aantal bezoeken weer toe. Dat en meer blijkt uit de Gegevenslevering Wsob 2022 die nu is gepubliceerd.'

Ook de VOB opent met een soortgelijk statement. De hoofdboodschap: er is herstel na corona. En ze hebben gelijk zullen we  zien in de grafieken. Maar, er is meer te zeggen dan dat. Want klaar zijn we nog zeker niet. Ik neem u mee naar de staat van het bibliotheekbestel. 

Aantal activiteitenweer aan bij groei en maar liefst 3,4 miljoen deelnemers

Het beste nieuws is inderdaad te vinden bij activiteiten. Daar zien we de volgende cijfers. 

Het aantal activiteiten is inderdaad naar een recordhoogte gestegen. Ruim 247.000 maar liefst. Je ziet de dip van corona maar ook dat het herstel zelfs zit in lijn van de groei die er voor corona al in zat. Het is een groei van zo'n 12% ten opzichte van 2019, het pre-coronajaar. 

Mooi, is ook dat de VOB meldt dat het aantal deelnemers aan activiteiten zo'n 3,4 miljoen was in 2022. In 2019 was dit nog 2,2 miljoen. Ook daar een hele forse stijging dus. Het werken met die deelnemersaantallen is overigens een mooie verbetering die de KB heeft doorgevoerd in de statistieken. Daar gaan we nog profijt van hebben als sector (lees: daar ga ik nog eens extra induiken). Want zo'n cijfer van 3,4 miljoen deelnemers is indrukwekkend. 

Bezoekersaantallen bijna verdubbeld en toch niet terug op oude niveau

Dat die activiteiten zo prominent in de persberichten zitten, snap ik wel. Het is inderdaad het beste cijfer van 2022. De bezoekersaantallen over 2022 zitten in onderstaande grafiek. 

Ook het herstel in bezoekersaantallen is sterk in 2022. Van 31,3 miljoen in het coronajaar 2021 gaan we naar 50,3 miljoen. Een beetje ruim gerekend is dat bijna een verdubbeling. Nu was 2021 ook wel een rampjaar voor bibliotheken waarbij er een sluiting was van ruim vier maanden. 

Toch zijn we niet terug op het niveau van topjaar 2019. We missen nog steeds zo'n 10 miljoen bezoekers en bevinden zich nog op een niveau van voor 2015. Toch heb ik het gevoel dat het beeld op die bezoekersaantallen wisselvallig is. Ik hoor sommige bibliotheken die zeggen dat ze weer helemaal op het oude niveau zitten en dat betekent dat er andere bibliotheken zijn die daar nog ver onder zitten en waar het dus nog echt een stuk rustiger is dan voor corona. Misschien dat ik dat uit de statistieken nog kan filteren maar dat vraagt wat meer onderzoek.

Meer uitleningen en weer terug in lijn met neerwaartse trend


Dan door naar de uitleningen van bibliotheken. Ook die herstellen zich sterk. Van 40,6 miljoen in 2021 naar 54,3 miljoen in 2022. Een sterk herstel maar nog altijd een daling van 15% ten opzichte van 2019.  Wie echter kijkt naar de dalende trend die er daarvoor al in zat, die ziet dat 2022 eigenlijk zit op het niveau dat je had kunnen verwachten als er geen corona was geweest. Volg de trendlijn maar eens die door de grafiek loopt. Eigenlijk dus een volledig herstel naar verwacht niveau. Hoewel je telkens toch weer hoopt dat mensen weer meer gaan lezen.

Bovenstaande drie grafieken leveren dus toch nog wel wat vragen op. Want we hebben meer activiteiten en de uitleningen zijn weer redelijk op niveau maar de bezoekersaantallen blijven nog echt achter. Dus welke bezoekers missen we nou precies? Zijn dat studenten en scholieren die vooral studeren en geen boeken lenen of activiteiten bezoeken? En natuurlijk: minder uitleningen dan voor 2019 is natuurlijk ook minder bezoekers maar ondanks die dalende trend hadden we voor 2019 toch nog groeiende bezoekersaantallen. Wie het weet mag het zeggen. 

Ledentallen: een inhaalrace bij volwassenen, nog altijd minder jeugdleden


Bij de ledentallen is het beeld wat gemixt. Het mooie nieuws is dat het aantal volwassen leden met een inhaalrace bezig is. In de coronaperiode zijn door gesloten gebouwen er tijdelijk minder mensen als nieuw lid ingeschreven terwijl er wel opzeggingen waren. Dat trekt dus echt goed bij. En wie de trendlijn volgt ziet dat die inhaalrace zelfs boven de trendlijn uitkomt. Een mooi teken! Het gaat nog niet om hele grote aantallen. Zelf wijt ik deze groei ten dele ook aan de bibliotheken die gratis lidmaatschappen tot 27 of 30 jaar beschikbaar stellen. In die groep blijkt het percentage lid dan flink te stijgen waar het eerder decimeerde als men met 18 jaar moest gaan betalen. En dat is een groeiende groep bibliotheken, liet ik begin dit jaar zien.  Ook hier is een nadere analyse interessant.

Bij de jeugd vind ik de ontwikkeling zorgelijker. We veren daar nog nauwelijks terug. Ik mis daar ten opzicht van de trend nog steeds zo'n 130.000 jeugdleden. Deels zal dat te wijten zijn aan het feit dat we door corona even minder makkelijk konden schakelen met het onderwijs maar eigenlijk hadden we in 2022 dan toch een sterker herstel mogen zien. Misschien volgt het volgend jaar maar ik zou er als bibliotheek of als sector toch aandacht aan besteden. 

De maatschappelijke waarde groeit, het aantal formatieplaatsen groeit


Sinds 2021 zien we een stapsgewijze groei van formatie. Na jarenlange stabilisatie rond de 4.200 formatieplaatsen zie je in de afgelopen twee jaar dat er 10% personeel bij is gekomen. Dat extra personeel reflecteert het optimisme van de branche dat de wind mee kreeg door een grote maatschappelijke zichtbaarheid. Het kwam in het regeerakkoord met extra middelen en eerder werden al stappen gezet met extra miljoenen voor IDO's. Ook op lokaal niveau werd minder bezuinigd en weer geïndexeerd. De jaren van stilstand lijken dus voorbij op dit punt. 

Zelf verwacht ik dat die groei de komende jaren nog zal toenemen. De zorgplicht moet leiden tot extra lokale middelen en een groot deel daarvan zal geïnvesteerd worden in personeel, zoals dit altijd een hoofdbestanddeel van onze begroting is. Ik houd er dus rekening mee dat er in de komende jaren in onze sector nog zeker zo'n  400-600 formatieplaatsen bij komen, een groei dus van 10% tot 15%.

De sector vergrijst niet maar verjongt


Een trend die ik vorig ook al signaleerde maar die onverminderd doorzet is de verjonging van onze sector. Was in 2015 het aandeel 50+ers nog 65%, in 2022 is dat nog maar 51%. En dat terwijl de pensioenleeftijd telkens stapsgewijs verhoogd is in die periode. Het aandeel 50+ en 50- is daarmee ongeveer in balans gekomen. Een aangezien we de komende jaren nog gaan groeien in formatie, vermoed ik dat de gemiddelde leeftijd nog verder omlaag zal gaan. Ik denk dat dat een goede ontwikkeling is voor een diverse samenstelling naar leeftijd. 

Groei aantal vrijwilligers in gelijke tred met betaalde formatie


De vrijwilligers vormen een groeiend leger om de maatschappelijke en educatieve taak van de bibliotheek vorm te geven. Als taalmaatje, als voorlezer bij gezinnen of als gastheer/gastvrouw en tal van andere taken. In de coronaperiode kwam de groei van dit leger wel enigszins tot stilstand maar in 2022 steeg het van 23.000 naar 25.000 personen. Ook hier verwacht ik dat we absoluut nog niet aan het eind van de groei zitten. Wie ziet op hoeveel vlakken we onze impact nog kunnen en moeten vergroten, ziet dat deze goede krachten een onontbeerlijke schakel zijn. 

Het is fijn om te zien dat de groei van zowel betaalde formatie als vrijwillige formatie gelijke tred houden. Dat betekent enerzijds dat er geen verdringing plaats vindt maar anderzijds dat er ook betaalde formatie is om vrijwillige formatie te ondersteunen. 

Gemeentelijke bijdrage stijgt (maar de kosten ook)

Uiteindelijk gaat het natuurlijk ook altijd over geld... Hoewel we het soms wat moeilijk vinden om erover te praten. Maar ook die cijfers zitten er dit jaar ook gewoon weer in. Ook daar zien we in 2022 een groei in de gemeentelijke subsidie. 


We zien een aardige stijging van de gemeentelijke subsidie. Ik hanteer die gemeentelijke subsidie de definitie die het CBS altijd hanteert. Dat is het totaal aan gemeentelijke subsidie, de reguliere exploitatiesubsidie inclusief de projectsubsidies. In de onderlinge vergelijking halen we daar dan vaak weer de huisvestingskosten af om dat die door broekzak-vestzakconstructies van gemeenten soms versluierend kunnen werken. Maar beide bedragen zijn gestegen en dat verklaart dus bijvoorbeeld ook de groei in formatieplaatsen. Daar was dus ook ruimte voor. 

In 2023, volgend jaar dus, zal de gemeentelijke subsidie in de statistieken nog een sprongetje maken. Want naast mogelijke indexering gaat dan ook de IDO-subsidie (€ 0,83 per inwoner plus een beetje) dan in de statistiek via de gemeentelijke subsidie lopen. Dat was in 2022 nog een subsidie via de KB. 

De sector is veerkrachtig maar er is nog wel wat te doen!
Het bericht dat de sector veerkracht toont en maatschappelijke relevantie toont, zoals de KB en de VOB dat verwoorden, is meer dan terecht. Er zijn bergen verzet om weer met deze resultaten voor de dag te komen. Chapeau dus.

We groeien als sector, zowel in financiële als in personele zin. De sector is ook qua leeftijd steeds meer in balans. Allemaal signalen dat we ook in de toekomst nog meer waarde kunnen bieden. 

Maar wie daar stopt, mist toch nog wat. Er liggen nog wel een paar opgaven. Er ligt nog potentie bij de bezoekersaantallen en het is goed om dat nog eens te analyseren en wellicht stappen in te zetten. Ook het aantal jeugdleden blijft nog teveel achter. Verder gaf ik op sommige punten aan dat nadere analyse fijn zou zijn. Wat is bijvoorbeeld van de gratis lidmaatschappen tot 27 of 30 jaar en moet je daar als sector niet breder wat mee? De eerste brede cijfers zijn er nu. 

Tot slot opnieuw een compliment aan het team van de KB die elk jaar deze cijfers weer verzamelt. Zij hebben sinds 2015 - het eerste jaar dat zij deze taak kregen - een geweldige ontwikkeling doorgemaakt. En elk jaar ontdek ik weer een mooie nieuwe verbetering. Dit jaar is bijvoorbeeld een eerste stap gezet rond uitsplitsing voor multifunctionele organisaties. Dit team zorgt er voor dat de sector professionele overzichten oplevert waar menige andere sector jaloers op is. Hulde dus aan Mirjam Klaren, Annemiek van de Burgt en Mirjam van den Bremen die er dit keer voor zorgden. 

En zij zorgen er dan dus weer voor dat een zondagmorgenblogger zoals ik met een uurtje die statistieken dan weer klaar kan hebben. Doe er uw voordeel mee!