Posts tonen met het label ministerie van OCW. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ministerie van OCW. Alle posts tonen

zondag 13 oktober 2024

Het bibliotheekconvenant 2024-2027 in een notendop


Op elke basisschool en middelbare school een Bibliotheek op school. En de leeftijd van het gratis lidmaatschap omhoog naar bijvoorbeeld 27 jaar. Het zijn twee van de ronkende doelstellingen die in het nieuwe bibliotheekconvenant staan. Dat convenant werd afgelopen week, op donderdag 10 oktober, in de bibliotheek van Rijswijk ondertekend. Het persbericht kopte: 'Hoera, we hebben een nieuwe Bibliotheekconvenant!'. Mogen we inderdaad hoera roepen? Ik ging het voor u na en maakte een beknopte samenvatting. Die ziet u hierboven.  

Wat doet het convenant?

Het convenant is een inhoudelijke aanvulling op de bibliotheekwet. De wet regelt de stelselverantwoordelijkheid: het zegt wat elke overheidslaag moet doen om tot een goed bibliotheeknetwerk te komen. Maar het zegt weinig over de richting van die inspaning. In 2020 werd een eerste convenant opgesteld en zijn er drie maatschappelijke thema's benoemd waar de overheidslagen en bibliotheekpartners gezamenlijk willen oppakken. Die drie thema's zijn niet gewijzigd. Wel zijn er wat accentverschuivingen gekomen.

Verhoging leeftijd gratis lidmaatschap

In het vorige convenant werd bijvoorbeeld nog als doel opgenomen dat alle kinderen gratis lid zouden moeten zijn in Nederland. Medio 2022 is dat wettelijk verankerd en zijn alle kinderen tot 18 jaar wettelijk gratis lid. In het nieuwe convenant wordt benoemd dat het goed zou zijn deze leeftijd verder te verhogen. Steeds meer gemeenten maken hiervoor inderdaad afspraken met hun bibliotheken en verhogen die leeftijd van het gratis lidmaatschap tot 27 en soms zelfs 30 jaar. 

100% Bibliotheek op school

Ook de 100% dekking van Bibliotheek  op school  in zowel basisonderwijs als voortgezet onderwijs is een stevige aanscherping ten opzichte van het vorige convenant. Daar was toen sprake van inzetten op een leesoffensief en het doorontwikkelen van het voorkeursmodel van de Bibliotheek op school. Wellicht weet u nog dat er nog iets met rechthebbenden geregeld moest worden voor de Bibliotheek op school.  Dat was toen nog een belemmering. Ondertussen zijn er extra gelden van het ministerie van Onderwijs en breiden bibliotheken op volle kracht hun dienstverlening uit. 

De waarde van de bibliotheek als publieke ruimte en een rol in het versterken van de democratie

Ook de tekst dat 'de bibliotheek voor iedereen een openbare, neutrale en laagdrempelige leer-, ontmoetings- en ontwikkelplek moet zijn' geeft iets aan. Het benadrukt de hernieuwde aandacht voor de publieke ruimte die bibliotheken zijn en de rol die publieke ruimte heeft in het goed functioneren van een samenleving en een democratie.  Deze inzet sluit ook aan bij de SPUK-regeling waarbij gemeenten extra gelden konden aanvragen voor nieuwe vestigingen of verruiming van openingstijden. 

Dat goed functioneren van de samenleving zien we ook terug in een programmatische versterking van de thema's democratie en het burgerschap in het convenant.

Hoe maak je een convenant?

Ik heb de totstandkoming van het convenant vanaf de zijlijn gevolgd. Af en toe stuurde iemand eens een concept toe en ik hoorde hoe bibliotheekpartijen de voorbereiding deden. En daarna volgde de afstemming met Rijk, provincies en gemeenten. En telkens is het een beetje stoeien. Eerst om doelstellingen: die erin, die eruit en later nog op woordjes en punten en komma's. Ik heb doelstellingen zien sneuvelen en ik heb doestellingen overeind zien blijven staan. Criticasters kunnen zeggen dat het een gemiste kans is dat de zorgplicht niet nadrukkelijker gekoppeld is aan dit convenant. Of men kan zeggen dat een enkele doelstelling als vaag of enigszins cryptisch is. Maar over het geheel? Dit convenant typeert hoe we werken in een democratie: samen een weg vinden met oog voor veel standpunten. En ik denk dat we er onze handen wel vol aan  hebben de komende vier jaar.

Het vorige convenant telde elf pagina's, het nieuwe convenant nog maar zeven. Deels heeft dat te maken met het feit dat we minder hoeven uit te leggen waarom er een convenant is, deels is het echt puntiger geformuleerd en deels is het omdat er weinig beeldend wordt vormgegeven. 

Stap voor stap bouwen aan de toekomst

Stap voor stap kijken we hier naar hoe beleidsmatig de toekomst van het bibliotheekwerk wordt gebouwd. De afgelopen weken ging over het geld voor 2025 en volgende jaren. Nu is er het convenant en de volgende stap zal de consultatie van de bibliotheekwet worden. Ergens in de komende week zal ook die wel voorbij komen. En tot slot moet er nog iets met het normenkader van de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Het convenant en het normenkader zijn denk ik twee prima documenten om straks gemeentelijke meerjarenplannen op te bouwen.  

Vorige week stond ik stil bij de goede resultaten die de sector toonde. Ik zei toen dat het cijfers waren waarin je kon zien dat de sector zich voorbereid op een groeispurt. Wie het vorige convenant naleest ziet dat er veel gerealiseerd is. Dat geeft goede hoop dat dit nieuwe convenant één van de beleidsmatige documenten zal zijn die die genoemde groeisprong mogelijk gaat maken en richting zal geven. 

Het persbericht kopte: 'Hoera, we hebben een nieuwe bibliotheekconvenant'. En dat is geen holle kreet. Het is nu nog papier maar straks zal dit te zien en te voelen zijn in vele gemeenten en voor vele burgers. Want onze sector bestaat namelijk niet uit 'roepers' maar uit 'doeners'. Als er al iets geroepen wordt, gebeurt het ook bijna altijd. Kom daar eens om in onze samenleving van roepers.

Ook ik roep dus één keer: Hoera, we hebben een nieuw bibliotheekconvenant! En dan, hop, aan de slag!

zondag 21 mei 2023

Hoe een regeling 'van stenen' een regeling 'van kansen' werd : over de achterkant van een regeling

Afgelopen maandag werd in Eindhoven door staatssecretaris Uslu het subsidieloket geopend voor - hou u vast  de - '  Eenmalige specifieke uitkeringen lokale bibliotheekvoorzieningen 2023-2024' En daarmee start het Rijk met investeringen in lokaal bibliotheekwerk. Het gaat om een eerste ronde die tot 15 juni loopt. Van 15 november tot 15 december volgt een tweede ronde. In totaal komt er ruim € 50 miljoen eenmalig beschikbaar. Dit met de bedoeling om vanaf 2025 met een gewijzigde bibliotheekwet met een zorgplicht voor gemeenten en provincies ook nog eens structureel jaarlijks ruim € 50 miljoen beschikbaar te stellen. De eenmalige regeling is dus nog maar een opmaat naar een structurele. 

Nu mocht ik in het afgelopen jaar met regelmaat meedenken bij het ministerie over deze regeling. Het gaf mij een bijzonder inkijkje hoe beleid in Nederland tot stand komt en ik zag hoe deze regeling kantelde van een regeling 'van stenen' naar een regeling 'in kansen'. Ik neem u mee in de wereld achter de schermen.

Hoe ambtenaren van OCW in stilte alles voorbereidden met af en toe een knokpartij

Want hoe maak je eigenlijk zo'n regeling? Nou, daar zat een veel langere aanloop aan dan ik zelf dacht. Die aanloop blijkt namelijk te liggen bij de evaluatie van de bibliotheekwet in  2019. In 2015 is de wet ingevoerd. De wet is een stelselwet die drie overheidslagen aanmoedigt om zich in te zetten voor bibliotheekwerk. Een bevorderingstaak, geen zorgplicht. Bij de evaluatie in 2019 wordt geconstateerd dat in de afgelopen jaren het aantal vestigingen terugloopt en dat het aantal gemeenten dat geen volwaardige bibliotheekvoorziening heeft niet is verminderd. Dat heeft vooral te maken met snel teruglopende middelen voor bibliotheekwerk doordat de gemeenten krap bij kas zitten.  De stelselwet zelf werkt over het algemeen goed, maar niet op dit punt. Die conclusie wordt in 2020 bevestigd door het rapport van de Raad voor Cultuur, 'Een bibliotheek voor iedereen'.  Ook de Raad hekelt dat de bibliotheekwet niet heeft geleid tot een bibliotheek in elke gemeente en zij adviseert om de wet op dit punt aan te passen. 

Zeg Deckers, we leven in 2023, hoor ik u denken. Moeten we zo ver terug in geschiedenis? Eh ja, dat moet. En dat heeft te maken met de verkiezingen die daarna volgen. Die vinden plaats in maart 2021. 

In het verlengde van de evaluatie van de bibliotheekwet en in voorbereiding om de komende formatie na de verkiezingen werken de ambtenaren van OCW in de zomer en het najaar van 2020 in relatieve stilte de aan een zogenaamd 'fiche' dat gebruikt kan worden bij de formatie. Ambtenaren sorteren dus voor met hun beleid op de komende formatie. In dat najaar gaat er een paar keer een beleidsstuk heen en weer tussen het ministerie van OCW en het ministerie van Financiën. Daarbij stelt het ministerie van Financiën nog wel wat vragen bij de investeringen. Lekt het geld niet lokaal weg? Geen strooigeld! Kan de investering niet concreter? Hoeveel vestigingen worden het precies? Het ministerie van Financiën stelt behoorlijk wat voorwaarden. Maar de ambtenaren die dit dossier doen, weten behendig en geduldig langs alle opmerkingen te manoeuvreren. En, het 'fiche' haalt de eindstreep en mag mee richting de formatietafel. Voor de goede orde: de meeste plannen halen deze fase niet. Het tij zit mee en de ambtenaren zijn scherp.

Van formatie naar bibliotheekbrief, weer een knokpartij

De verkiezingen volgen en de formatie vraagt ongelofelijk veel tijd. Zoveel tijd dat de formatie pas in december 2021 wordt afgerond met het regeerakkoord. En jawel, daarin wordt een zinnetje opgenomen over bibliotheken bij de paragraaf voor een investering van € 170 miljoen voor cultuur. Die zin luidt dat gestreefd wordt naar een toekomstgerichte bibliotheekvoorziening in elke gemeente. Meer dan dat zinnetje is het niet. Maar op de achtergrond heeft het ministerie dan dus al een plan klaar liggen. Nou ja, klaar... Dat is een groot woord. Er moet namelijk opnieuw een robbertje gevochten worden. Dit keer niet met het ministerie van Financiën maar binnen het ministerie van OCW zelf. Die € 170 miljoen moet adequaat verdeeld worden over de verschillende posten.

Omdat de formatie van 2021 zo lang duurde, is de begroting van 2022 allang vastgesteld en is de eerstvolgende ronde dus eigenlijk de begroting van 2023. Met Prinsjesdag, en we zitten dan al in september 2022,  wordt dan ook helder hoeveel geld er de komende jaren echt naar bibliotheken gaat. Het wordt een oplopend bedrag van ongeveer € 60 miljoen. Wie kijkt naar de verdeling van de extra cultuurgelden, ziet dat bibliotheken eigenlijk wel de hoofdprijs in de wacht hebben gesleept. Hoewel het bedrag wat lager begint, eindigt het hoog, en structureel. Reken maar dat er met jaloerse ogen naar gekeken is door anderen. Ook nu weer geldt: het tij zit mee en de ambtenaren zijn scherp. 

Kort daarop, begin november 2022 volgt dan de Bibliotheekbrief waarin de plannen definitief ontvouwd worden: een tijdelijke regeling voor de korte termijn en een zorgplicht voor de lange termijn. En een oplopend en structureel bedrag van ruim € 50 miljoen naar een zorgplicht op lokaal niveau. 

Van bibliotheekbrief naar een regeling, en weer een knokpartij

Nu helder is wat er moet gebeuren op hoofdlijnen, moet de regeling ingevuld gaan worden. Het is inmiddels ver in het najaar 2022. Vooraf is al advies ingewonnen hoe die regeling juridisch het beste kan: het zou een specifieke uitkering moeten worden (SPUK). Het eerste geld moet in 2023 uitgegeven worden. De tijd gaat dringen. De ambtenaren starten een overleg met zo ongeveer alle betrokken partijen over hoe de tijdelijke regeling eruit moet zien.  De gemeenten zijn ervoor om het geld gewoon naar inwonertal over te maken. Maar dat kan niet want het 'fiche' dat is goedgekeurd door het ministerie van Financiën laat daar geen ruimte voor, het moet specifieker. De focus in de lobby de afgelopen jaren zat op het verdwijnen van vestigingen. De regeling moet dus koersen op dat probleem. Met andere woorden: nieuwe vestigingen of versterking van beperkte voorzieningen. Om die reden spreken partijen al snel over een regeling 'die over stenen' gaat. Een geluid dat hardnekkig zal blijken maar onterecht zal zijn. 

Het proces dat ik meemaakte was dat het ministerie van OCW probeert om met alle partijen de juiste beleidsruimte te vinden ten opzichte van de eerdere afspraak met het ministerie van Financiën. Dat vergt edel duw- en trekwerk. Anderen zouden zeggen een knokpartij... maar dat is het toch ook niet.  Het is meer met druk zoeken naar een gezamenlijke invulling. En dat duw- en trekwerk gaat zowel via de formele partijen als partijen die zich toch ook onuitgenodigd opdringen. Maar voor iedereen is, op zijn of haar niveau, aandacht. 

En door dat proces  verandert er nog wel wat. Zo is de regeling eerst nog bestemd voor een beperkt aantal gemeenten maar dat is op te rekken naar alle gemeenten als een bepaalde prioriteitsvolgorde wordt aangehouden op afstand en maatschappelijke opgaven. Naast nieuwe vestigingen komt er ook de mogelijkheid om een servicepunt te upgraden of om openingstijden te verruimen met betaald personeel. Zowel bij de verbetering van een beperkte voorziening als verruiming van openingstijden, gaat het niet om investeringen in gebouwen maar vooral om een investering in personeel. Een daar kantelt de regeling: de regeling wordt voor iedere gemeente en de regeling zal vooral investeringen vragen in personeel. En zo wordt de regeling 'van stenen' een regeling 'van mensen'.

Van een regeling op hoofdlijnen naar een regeling in detail 

Toch zijn we er dan nog niet. De laatste details volgen. Die gaan over  hoe ruim je mag omgaan met de middelen en dat het ook nodig is om niet alleen in vestigingen of openingsuren te investeren maar ook in programmering of verblijfsruimte. Er komt dus nog meer beleidsruimte. En de opzet wordt om de regeling eenvoudig te houden. Dus-i, die de regeling zal uitvoeren, maakt een model voor de aanvraag. In een paar bespreekrondes wordt dat voorstel teruggebracht tot de essentie. De kern: een voorstel van 500 woorden en een begroting. Ik heb gemeentemensen van hun stoel zien vallen, toen ze zagen hoe eenvoudig het was gemaakt. 'Was elke regeling maar zo', verzuchtte een lokale ambtenaar. 

De regeling is dan klaar. Wat er dan staat is dan een brede regeling die veel ruimte biedt maar die nog steeds focus geeft op een brede versterking van het bibliotheekstelsel.

Schetsontwerp nieuwe bibliotheek Rotterdam

Van een regeling naar kansen

De regeling wordt gepubliceerd en Provinciale OndersteuningsInstellingen (POI's) lijnen hun bibliotheken en gemeenten op met informatierondes en ondersteuning. Het bibliotheekstelsel is goed in dit soort processen. Het wordt samen een klus klaren. Dat hebben bibliotheken vaker gedaan. 

Ondertussen ontmoet ik de staatssecretaris zelf ook tijdens de netwerkdag van de Koninklijke Bibliotheek. De collega's van OCW zijn zo aardig me even voor te stelen. In het gesprekje dat daar volgt, gaat het onder andere over mijn ervaringen bij OCW en mijn weblog. En ze zegt: 'Dáár moet je eens over schrijven, dat weten niet veel mensen.' Waarvan akte.

Ondertussen heb ik ook zelf de regeling dan al een aantal keren mogen uitleggen En ik heb gezien hoe, als je de regeling goed uitgelegd krijgt, er plotseling bij  bibliotheekdirecteuren, ambtenaren en wethouders radertjes gaan draaien. Zelf zat ik bij een club van wethouders, die vooraf nog redelijk voorzichtig was, en wilde zien of ze wellicht in een tweede ronde mee wilde doen. Na afloop van het gesprek was de opinie om toch even vaart te maken en mee te doen in de eerste ronde.

Maar naast het feit dat er wellicht geïnvesteerd wordt, is er nog een ander soort winst. Eén directeur appte mij met de opmerking ‘hoewel ik eerste sceptisch was over de regeling, levert het me op korte termijn al zoveel gesprekken op met de gemeente en alleen dat al is winst.’ Door de regeling wordt in heel veel hoofden nagedacht over de bibliotheek. We zijn 'top of mind'. 

Het mooie geluid in Eindhoven

En met die geluiden kom ik dan uit bij de start in Eindhoven, afgelopen maandag. De opening van de eerste aanvraagronde, perfect verzorgd door het team van Albert Kivits met een leuke openingshandeling. Er moest gesoldeerd worden, draden doorgeknipt en pijltje op elkaar geschoten worden. Er volgde een rondleiding waarbij de breedte van de functie van de bibliotheek werd getoond. En passant trof ik Annie Maessen, die alleen nog virtueel had ontmoet. Alsof je elkaar al jaren kent. Gek is dat.

Ook inhoudelijk was er een glimlach. De wethouder maakte bekend te willen opteren voor nieuwe wijkvestigingen naast verruiming van openingstijden voor de centrale vestiging. U hoort het goed: nieuwe vestigingen. We gaan weer uitbreiden! Dit geluid is een kentering van wat we jaren gehoord hebben. En het geluid klinkt op meer plekken. Utrecht trekt bezuinigingen op wijkvestigingen vooralsnog in. Den Haag gaat investeren in nieuwe wijkvestigingen. In Rotterdam komt de schets van een nieuwe centrale op tafel. Nee, het heeft niet allemaal met deze regeling te maken maar wat wel helder is, is dat de beweging die het ministerie van OCW maakt, andere bestuurslagen uitdaagt om ook te investeren. Op heel veel bureaus wordt op dit moment gewerkt aan plannen. Zodanig dat ik begin te vermoeden dat die eerste ronde wel eens flink overtekend zou kunnen worden. Is dat erg? Nee, want er is nog een tweede ronde met meer middelen en het tekent het enthousiasme van gemeenten om in deze richting te investeren. En we investeren niet om over twee jaar weer te sluiten, hoorde ik volgens mij Albert Kivits zeggen.

Gebeurt dat overal? Nee, er zijn altijd een Gallisch dorpjes. Deze keer is dat Noordwijkerhout, zij overwegen de bibliotheek te sluiten ten gunste van de exploitatie van het zwembad. Een 88-jarige inwoner schreef daarom dit briefje aan het college. 

In Noordwijkerhout moet dus nog een robbertje gevochten worden maar op veel plekken ziet men de kansen wel. Gelukkig. 

Voor mij was deze samenwerking met het ministerie een mooi inkijkje in hoe je in Nederland van beleid tot uitvoering komt en hoe ingewikkeld dat soms is. Het was mooi om daar een bescheiden bijdrage aan te leveren. Er is niemand die in zijn eentje kan beslissen en er is veel om rekening mee te houden. Maar het was ook mooi om te ontdekken dat belangen heel vaak op elkaar lijken en dat je elkaar best goed tegemoet kan komen. Ik had al veel waardering voor de ambtenaren en die is door dit proces nog wel een stukje gegroeid. Maar het meest in het oog springende is misschien wel: dit begon dus al jaren geleden. Het vergt lange adem van veel partijen en het kan op vele momenten sneuvelen. Zo broos is het. 

En zo werd een regeling 'van stenen' een regeling 'van kansen'. Er gaat een wereld achter schuil die inderdaad bijna niemand ziet. De staatssecretaris had gelijk. Hulde aan mijn collega's bij OCW en natuurlijk allen die er om heen aan meewerkten. 

maandag 16 november 2015

Verplicht leesvoer: Cultuur in beeld 2015: Vijf observaties en één paar gefronste wenkbrauwen

Onlangs verscheen bij het ministerie van OCW de mooie rapportage: Cultuur in beeld 2015. Elke bibliotheekdirecteur zou deze rapportage minstens een keer moeten doorlezen. Al was het maar omdat u uw beleid voor een deel kunt onderbouwen met de prachtige infographics die zijn meegeleverd.

Ik las de rapportage voor u en kwam tot vijf observaties en één paar gefronste wenkbrauwen.

Observatie 1: De stad is een magneet


U wist het misschien al maar in de afgelopen decennia zijn we steeds vaker in steden gaan wonen. Waren steden vroeger vooral voor studenten en arbeiders, tegenwoordig willen ook hoger opgeleiden weer graag in de stad wonen. De creatieve industrie groeit als kool en binnensteden transformeren van distributiecentra met winkels tot belevingsgebieden van 'leisure and culture'. Het geschetste beeld sluit nauw aan bij het boek 'De culturele stad' van Cor Wijn waar ik eerder over schreef.



Niet alleen groeien de steden maar krimpt ook het platteland. En dat betekent dat steden de motoren worden voor regionale groei. Voorzieningen zullen in de komende tijd steeds vaker op elkaar leunen: een kleine schouwburg die met een grote schouwburg samenwerkt, lokale clustering van voorzieningen in Kulturhusen of andere multifunctionele eenheden, en nieuw lokale verbindingen tussen zorg, welzijn, onderwijs en cultuur.

Wie wil blijven ontwikkelen doet er goed aan te kijken waar deze motor zit.

Voor bibliotheken betekent dit een verdere horizontale lokale clustering met maatschappelijk en culturele partners en tegelijkertijd een verticale ketenintegratie in de bibliotheekkolom. Meer samenwerking op alle vlakken zal het adagium zijn: niet alleen voor behoud van functies maar vooral voor vernieuwing van functies.

Observatie 2: Bibliotheek is het meest fijnmazige culturele netwerk


Ook weer zo'n mooi plaatje. De bibliotheek is het meest fijnmazige culturele netwerk en is ook het minst 'elitair' van alle ingezette 'instituten'. Wie dus iets wil bereiken met de maatschappij heeft met bibliotheken dus goud in handen. Het is echter wel zaak om dat netwerk van bibliotheken ook te koesteren. De notitie toont namelijk aan wat er gebeurt als de afstand tot een instelling groeit, bijvoorbeeld door sluiting van vestigingen.

Dat levert het volgende beeld op.


Beste bibliotheken: bovenstaande tabel laat zien dat het gebruik van de bibliotheek met bijna een derde afneemt als de afstand tot de bibliotheek groeit van 1 naar 5 kilometer. Gemeenten vragen hier vaak naar bij bezuinigingsplannen.

Observatie 3: Glokalisering: De wereld aan je voeten maar wel lokaal verbinden
Geen plaatje maar wel een goede beschrijving van 'glokalisering' zit in deze mooie beleidsnotitie. Met 'glokalisering' wordt bedoeld dat er zowel globalisering is als een groeiende belangstelling voor het lokale, zoals lokale producten, diensten en tradities Wereldwijde ontwikkelingen krijgen een lokale vertaling. Ook bibliotheken hebben daar volop mee te maken: informatie is steeds meer digitaal en  is wereldwijd te krijgen. Tegelijkertijd is er behoeften aan lokale verbinding en lokale communities. Het wereldwijde daagt uit tot het versterken van lokale identiteit door deze juist met dit wereldwijde te verbinden.

Bibliotheken zijn er deels al wel mee bezig. Door de digitale bibliotheek met e-books te verbinden aan bijvoorbeeld lokale leeskringen of aan iPad-cafés. Maar het kan nog veel meer en het wordt een terrein waar we het komende decennium nog veel voorbeelden van gaan ontdekken.


Observatie 4: Wie geld zoekt: begin een museum!


Ik weet niet hoor, maar volgens mij doen bibliotheken en podia iets fout. De musea hebben er sinds 2009 12% bij gekregen terwijl de bibliotheken en podia 8% hebben moeten inleveren. Alle musea? Nee, mijn beeld is dat kleine en traditionele musea minder hebben gekregen maar grotere en vernieuwende musea meer. Lokale overheden investeren in 'leisure and culture' in hun stad. Beeldbepalende en kenmerkende musea die goed zijn voor de profilering van de stad passen prima bij die strategie. En daar heeft een gemeente geld voor over: profilering van de stad. Dat bepaalt of nieuwe inwoners zich graag vestigen.

Les voor bibliotheken: leer onderscheidend te zijn voor je stad en profileer je meerwaarde.

Observatie 5: Cultuureducatie op scholen is booming


Veel bibliotheken hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in de Bibliotheek op School. Hoewel het vaak niet zo wordt benoemd, zijn de programma's binnen de Bibliotheek op School wel degelijk een vorm van cultuureducatie. Toch worden dit soort programma's vaak niet gefinancierd vanuit deze gelden.

Het ministerie voert nu al een tijdje het landelijke programma 'Cultuureducatie met kwaliteit'. En de vruchten daarvan kunnen zo onderhand worden geplukt. Kijk maar naar bovenstaande staatje.

Het rapport toont echter ook aan dat de inzet op cultuureducatie nog verre van structureel. Slechts 6% van de scholen geeft aan dat er sprake is van één samenhangend en structureel programma rond cultuureducatie.

De bibliotheek is in veel gemeenten vaak de enige culturele instelling die met álle basisscholen structureel contact heeft. Daar zijn twee lessen uit te halen: 1) de bibliotheek kan een coördinerende rol vervullen voor een structureel programma en 2) programma van de Bibliotheek op School kunnen worden ondergebracht (en betaald vanuit cultuureducatie).

Eén paar gefronste wenkbrauwen: Het bereik van bibliotheken


In de samenvatting wordt dit plaatje getoond: het bereik van de verschillende cultuurinstellingen. Nou, daar worden echt appels met peren vergeleken. 53% van inwoners bezoekt wel eens een museum en slechts 39% bezoekt een bibliotheek. Ergo: het bereik van musea zou groter zijn dan dat van bibliotheken.  

Daar klopt natuurlijk niets van. Natuurlijk kan het zo zijn dat 53% van de Nederlanders één keer per jaar een museum bezoekt maar dat zegt nog niks over het bereik. Die 39% die de bibliotheek bezoekt kan dit wel elke week doen. Het zegt dus niks over wat een instelling bereikt met dit percentage. Het doet echter vermoeden dat schouwburgen en musea het op dit punt beter doen dan bibliotheken. Dat is geenszins het geval. Dit doet mij dus ook de wenkbrrauwen fronsen.

Daarbij komt: ik heb mijn twijfels over de juistheid van de gegevens. Ik ben voorzichtig met die twijfel, want ik weet hoe secuur deze rapportages worden opgebouwd. Op de eerste plaats die 39% lijkt mij aan de lage kant. Uit rapportages uit Deventer weet ik dat de bibliotheek daar ruim boven de 50% scoort.  De VOB meldt dat bibliotheken gezamenlijk meer dan 60 miljoen bezoekers hebben en heeft het ook altijd over dat 50% van de burgers met regelmaat in de bibliotheek komt.

Ik ben dus op zoek gegaan naar de genoemde bron. Die bron  is de vrijetijdsmonitor die in 2014 verscheen. Die monitor meldt geen percentage van 39% maar van 42% en het gaat om een cijfer over 2012. Naar mijn gevoel rammelt er iets wezenlijks. Maar goed dat is dan ook het enige in een verder keurige rapportage die zeer bruikbaar is.

Op uw leeslijstje
Een mooie rapportage dus weer voor op uw leeslijstje. Ik vind dat je aals bibliotheekdirecteur een aantal van dit soort basisfeiten moet weten. En weet ook vooral welke feiten uw beleid onderbouwen. Daar biedt dit rapport dus alle mogelijkheden toe. Een zeer gewaardeerde rapportage uit neutrale bron.

Veel succes ermee.

dinsdag 27 maart 2012

De vlag uit: Overijssel is klaar met de eerste ronde Digitale Bibliotheek!

connection


Met enige trots melden we graag dat de eerste zes bibliotheken van Overijssel zijn aangesloten op de infrastructuur van Bibliotheek.nl. Wij zijn mooi op tijd klaar voor de eerste deadline van 1 april. En wij feliciteren de bibliotheken Kampen, Raalte, Hengelo, Staphorst, Losser en de Kop van Overijssel met ons gezamenlijk resultaat. Een moment om toch even bij stil te staan.

Loterij met louter winnaars?
Op 16 september 2010 schreef ik voor het eerst over de subsidie van het ministerie van OC&W voor de aansluiting op de digitale bibliotheek. Ik noemde dat destijds een loterij met louter winnaars.

Nadat de eerste en tweede ronde van de loting plaats vond, is er nog wel wat water door de IJssel gegaan. Een proces van bloed, zweet en ja ook tranen om de juiste producten te krijgen, de juiste communicatie en de juiste implementatie.

Voor de subsidie is het nodig om je website deels aan te laten sluiten op onderdelen van Bibliotheek.nl. In Overijssel pakken de 25 bibliotheken dat gezamenlijk op met hun sites en bouwen ze voort op eerdere resultaten van Deventer en Enschede.

Daarnaast is het voor de subsidie nodig dat je enkele voorbereidende werkzaamheden uitvoert voor de Nationale BibliotheekCatalogus en het Datawarehouse. Ook dat is voor deze zes gebeurd. Maar dat is uiteraard veel minder zichtbaar

Het nationale leermoment
Toen ik in september 2010 al schreef over deze subsidie, zei ik al dat dit het nodige van de landelijke samenwerking zou vragen. We maken ons onderling afhankelijk, we moeten samen de innovatieagenda gaan bepalen en samen stappen zetten voor een goed beheer. Dat proces is met alle turbulentie die daarbij hoort nu in volle gang. Een proces met veel druk en soms stoom. Ik beschouw dat proces als een collectief en landelijk leermoment. 160 bibliotheekorganisaties, 11 provinciale steunorganisaties en één bibliotheek.nl moeten samen één beweging maken. En ja, dat vergt wel wat training.

Dank, dank, dank!
Ik heb in dit proces makkelijk kletsen. Ik mag af en toe mijn mening geven en nog vaker blij zijn met mooie mensen die dit doen. Ook nu weer tekenden Willard van den Berg, Marc van der Meulen, Diane Berghuis en Marianne Elsjan of Wipper in Overijssel voor de uitvoering. Van de zijde van Bibliotheek.nl was Frank Hepkema regelmatig een steun en toeverlaat. Voor de coördinatie tekenden Erwin Dekker (Blauwe Brug) en Wouter ter Meulen (Bibliotheek.nl). Allen dank!

Daarom hang ik graag vandaag de vlag uit: voor die zes bibliotheken in Overijssel, Bibliotheek.nl en het ministerie van OC&W. Opnieuw een mijlpaaltje en een stap in een proces. Op naar het vervolg!

Foto: Connected door Rent-a-moose

donderdag 14 oktober 2010

Hoe de Overijsselse bibliotheken van kleine stappen een groot succes kunnen maken

Dit was weer een bijzondere week. Een week waarin een aantal kleine stappen werden gezet. Kleine stappen waarvan ik verwacht dat ze nog wel eens tot een groot succes kunnen leiden. Ik neem u even mee wat mijn waarnemingen waren...

Maandag: opening Deventer
Ik heb al gemeld dat maandag in Deventer de opening plaats vond van de nieuwe website en daarmee de eerste White Label Website. Ik zag vele geïnteresseerde vakgenoten. Ik zag veel enthousiasme. Maar vooral hoorde ik veel mensen zeggen dat de tijd dat we alles zelf nog een keer uitvinden, wel voorbij is. Zo'n website als in Deventer past vele bibliotheken. Er is duidelijk draagvlak om samen op te trekken. En ja, er zijn ook nog veel onduidelijkheden, en ja er moet ook nog veel gebeuren. Ja, er zijn wel zorgen of alles betaalbaar blijft.

Dinsdag: 27 subsidieaanvragen naar het ministerie van OC&W
Op dinsdagochtend krijg ik informatie dat nog steeds alles goed gaat met de subsidieregeling van het ministerie van OC&W. Maar wel moet er vandaag worden verstuurd per post om zeker te zijn dat de aanvragen op tijd binnen zijn. Mijn collega Erwin Dekker neemt contact op met alle bibliotheken en zorgt ervoor dat alle 25 bibliotheken hun aanvraag indienen en dat ook de OBD en het Stadsarchief en Athenaeumbibliotheek (WSF) de aanvraag doet. Aan het eind van de dag kunnen we concluderen dat iedereen heeft ingediend. De regeling zorgt ervoor dat de Overijsselse Bibliotheken snel over kunnen op de landelijke infrastructuur.

Woensdag: Directieoverleg Overijsselse Bibliotheken
Op woensdagochtend presenteer ik de uitkomsten van een puzzel rondom alle ICT-ontwikkelingen. Ik heb voor de Overijsselse Bibliotheken op een rij gezet wat er allemaal speelt: lokaal, provinciaal en landelijk. En ik laat zien hoe ze op elkaar ingrijpen. Samen met diverse collega's is het gelukt om daar goed zicht op te krijgen.

Samen met de directies kiezen we ervoor om de provinciale ontwikkeling (zoals de overgang op BicatWise) te koppelen aan landelijke ontwikkelingen (zoals de white label website). Naast een koppeling tussen deze provinciale en landelijke ontwikkeling, staan we er ook bij stil hoe we gezamenlijk de ICT-ontwikkelingen betaalbaar kunnen houden.

In de presentatie gebruik ik bovenstaande plaatje om aan te tonen dat ICT een steeds prominentere plaats heeft gekregen. En dat de budgetten ook steeds groter zijn geworden.

In mijn verhaal opper ik om te onderzoeken om het huidige prijspeil voor alle ICT-producten te hanteren als prijsplafond. De OBD en Blauwe Brug zien het als hun taak om voor bibliotheken ICT betaalbaar te houden. Wel is verdere samenwerking - ook in Overijssel - hiervoor noodzakelijk.

Ik ga - samen met mijn collega Erwin Dekker - weg met een dubbele opdracht. Het eerste deel van de opdracht is om een plan van aanpak te maken voor de gezamenlijke uitrol van de aansluiting op de digitale bibliotheek. Het tweede deel van de opdracht is om een proces te beschrijven waarmee de Overijsselse bibliotheken de mogelijkheid hebben om hun ICT-kosten de komende jaren zoveel mogelijk gelijk te houden, terwijl er toch steeds meer functionaliteit en diensten beschikbaar komen.

Ik denk dat als alle puzzelstukjes goed gelegd worden, als we voor nog meer samenwerking durven te kiezen en er óók voor zorgen dat PSO's hun krachten bundelen, dat dat tot de mogelijkheden behoort. Zo'n opdracht pak ik dus graag op. Een win-win-situatie voor iedereen lijkt me.

Het zijn kleine stapjes. Maar ik denk dat ze het begin zijn van een hele mooie ontwikkeling.

donderdag 16 september 2010

Subsidie OC&W: Loterij met louter winnaars?

Een loterij met louter winnaars? Het klinkt bedrieglijk maar ik geloof dat ik iets heb gezien dat er toch dicht in de buurt komt. Waar gaat het over? De subsidieregeling Aansluiting Digitale Bibliotheek.

Op woensdag 15 september 2010 organiseerde het ministerie van OC&W een bijeenkomst over deze regeling. Ik geef u voor de vuist weg maar mijn bevindingen. Wat zouden we daar in Overijssel nou mee moeten?

Wie scoort wat?
De regeling in 2010 is bedoeld voor alle PSO’s, alle WSF-bibliotheken en 42 basisbibliotheken. Voor elke PSO en WSF-bibliotheek is € 75.000,- beschikbaar. Voor elke basisbibliotheek € 37.000,-.

Niet elke basisbibliotheek kan dus in 2010 in aanmerking komen. Bij overintekening volgt een wonderlijke loting waarbij maximaal vier bibliotheken per provincie geloot kunnen worden. Jammer voor de rest?

Nee, want de verwachting is dat de regeling in 2011 wordt voortgezet dat dan de overige 100 bibliotheken in aanmerking komen voor een zelfde bedrag. Dit is echter onder voorbehoud van Prinsjesdag en de vorming van een nieuw kabinet. Maar het ministerie was hier zelf optimistisch over. Zeker als het aanbod ruim overtekend zou worden.

Als we dat in ogenschouw nemen, komt iedereen dus aan de beurt. Hetzij in 2010, hetzij in 2011. Een snelle rekensom voor Overijssel leert dat het dan gaat om een mooi budget (reken zelf maar uit 25 x basisbibliotheek, 1 x PSO, 1 x WSF).

De aanvraag is van eenvoudige schoonheid. U vult één formulier in, zet uw handtekening, voeg uw KvK-uittreksel toe en een recent bankafschrift. Deze aanvraag regelt u in 15 minuten.

Wat moet u ervoor doen?
Voor de subsidie moet u het volgende doen:
1. Aansluiten op de white label website infrastructuur
2. Meedoen aan de Nationale Bibliotheek Catalogus
3. Aansluiten op een landelijk datawarehouse

Op elk van de punten zal ik even ingaan over hoe we er voor staan in Overijssel.

White label website
Overijssel heeft de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in een nieuwe website. Dat werpt hier wel flinke vruchten af. In Deventer komt het eerste voorbeeld voor dit white label te staan. Die lijn blijven we doortrekken en de intentie is om alle Overijsselse bibliotheken hierin mee te laten doen. Die lijn hadden we al en trekken we door. Het ministerie van OC&W is dus bereid die lijn te ondersteunen.

Nationale Bibliotheek Catalogus (NBC)
Dit is een iets lastiger punt dan het vorige. Dat komt omdat we nog niet precies weten hoe die nationale bibliotheek catalogus eruit gaat zien. Wel is bekend dat voor deze NBC er een koppeling moet komen tussen de huidige Bicatcatalogus en OCLC. Dat is iets dat landelijk ontwikkeld zal moeten worden. Daarna zal daar met elk systeem een aansluiting op gemaakt moeten worden. Overijssel heeft daarbij twee voordelen. De eerste is dat we allemaal met hetzelfde systeem werken. De verwachting is zelfs dat we van drie huidige catalogi zelfs teruggaan naar één gezamenlijke. Dat is in andere provincies echt andere koek.

Op de tweede plaats weet ik dat in Overijssel er redelijk goede catalogi zijn. Op andere plekken zullen voor de catalogi nog verrijkt moeten worden en aangepast. Het enige probleem dat zou kunnen ontstaan is de koppeling met de CD-uitleen in Enschede. Maar die hebben in het verleden ook bij de aansluiting op Zoek & Boek getoond hier erg flexibel in te zijn.

Datawarehouse
Op dit moment vult u elk jaar de BIS-enquete in. En elk jaar zeggen we tegen elkaar: dat zou toch beter kunnen. Daar wordt met het datawarehouse aan gewerkt. Biblionet Groningen heeft hier op dit moment de lead in en de OBD werkt mee aan de voorbereidingen. Kortom, we zijn al bezig met de voorbereidingen. Ook is er afstemming tussen de Bibliotheek Nederland en dit traject. Hier ontstaat dus een dashboard waar u uw winkel mee kunt besturen.

Maar doen dan?
Mijn conclusie is dan ook dat de regeling die OC&W hier start goed in lijn ligt met wat in Overijssel al gebeurde. Ik beschouw het als een bijzondere duw in de rug en een prima versneller. Mijn oproep zal dan ook zijn om alle bibliotheken aan te laten melden.

Maar wie gaat het doen?
Mijn voorstel zou zijn om deze acties provinciaal op te pakken. We dienen afzonderlijk in maar regelen de uitvoering vervolgens gezamenlijk. Dit vanuit de lijn die we toch al hadden voor de websites en vanuit de lijn die we toch al hadden rond BicatWise.

Louter winnaars?
De regeling is bijzonder sympathiek maar het is wel goed om twee kanttekeningen te maken. De eerste is dat veel onderdelen nog niet klaar zijn. Er moet rond de website nog veel gebeuren, er moet nog een NBC komen en ook het datawarehouse moet nog gebouwd. In bouwtermen: er ligt een ruw bestek, er zijn een hoop bouwakkers en de steigers staan er net. In dit stukje maak een snelle analyse. Een breder analyse is nodig om de impact van alle onderdelen verder in te vullen. En eerlijk gezegd: daar gaan we echt nog wel moeilijke punten tegen komen. Ook zal de branche nog met elkaar afspraken moeten maken over de exploitatie van de verschillende onderdelen. Daar zijn we overigens wel zelf bij.

Op de tweede plaats denk ik dat HKA en Infor nog twee belangrijke spelers zijn die in dit geheel nog beter geïntegreerd kunnen worden. Ik denk dat een oproep om dat te doen hier dan ook op zijn plek is.

Tot slot
De hele regeling staat en valt echter met samenwerking. In Overijssel kan geen enkele bibliotheek dit alleen uitvoeren. Aan de andere kant: als we het regelen voor één bibliotheek is het vaak ook geregeld voor alle andere bibliotheken. Het lijkt dan ook voor de hand te liggen de uitvoering gezamenlijk op te pakken en gezamenlijk die investeringen te doen.

Voor Overijssel geldt dat de investering die we in de samenwerking hebben gedaan, zich op dit soort momenten echt uitbetaald. Kortom: indienen, plan maken en aan de slag!

Foto

maandag 18 januari 2010

Masterclass Biebsearch is succes! Extra masterclass!

Biebsearch blijft een prachtig product om voor te werken met een prachtig team mensen. Eerder meldde ik al dat we met een masterclass zouden beginnen. Daar schreef ik toen het volgende over:

Met Biebsearch zoeken we eigenlijk naar tien tot twintig van dit soort organisaties. Daarmee is het mogelijk om met elkaar een sterk landelijk merk neer te zetten. Ja, een landelijk merk maar wel elke keer met een lokale binding. Uitgaande van lokale bibliotheken en regionale en provinciale ondersteuners. Die ondersteuners en bibliotheken willen we graag samen roepen in een masterclass.

Een masterclass om samen scholen enthousiast te maken maar tegelijkertijd een mogelijkheid om met elkaar een sterke ondersteuning op te bouwen.

Daar stuurden we afgelopen week dus ook een folder voor het land in. Wij zoeken die enthousiaste teammanagers en onderwijsspecialisten die met een flink mandaat van hun directeur met ons op pas mogen.

Nou, dat heb ik geweten. Inmiddels staat de teller op ruim 20 aanmeldingen, van meer dan 15 instellingen! Op één na, doen alle PSO's mee en daarnaast een flink stel grote stadsbibliotheken. En inderdaad allemaal van plan om er een sterk merk van te maken.

Wij hadden gedacht om met één masterclass te starten. Maar de groep is te groot. Afwijzen behoort niet tot onze aard en dus hebben we vanochtend besloten om een tweede groep te starten!

En om heel eerlijk te zijn: we hebben eigenlijk nog maar een paar plaatsen te vergeven. Pak dus je kans en meldt je aan bij Annemarie van Essen van de OBD. Of reageer gewoon via de reactiepagina.
We beginnen met de tweede groep eind maart, begin april. Zie voor het overige de folder. Voor plaatsing vindt een kennismakingsgesprek plaats.

De training wordt mogelijk gemaakt dankzij subsidie van het ministerie van OC&W