dinsdag 23 april 2019

De mooie rol van bibliotheken bij inburgeren



De wetgeving rond integratie gaat de komende tijd flink op de schop. Veel bibliotheken zullen het al hebben meegekregen maar mocht u het gemist hebben: vanaf 2021 krijgen gemeenten hierin de regie. Gemeenten moeten voor elke inburgeraar een persoonlijk inburgeringsplan maken en gemeente zullen hier ook de middelen voor beheren. Vele uitvoerders zien grote verbeteringen in de nieuwe wetgeving. Maar het betekent ook dat inburgering meer op het lokale niveau terecht komt en ingepast gaat worden bij allerlei partners in het sociaal domein.

Bibliotheken kunnen daar naar mijn gevoel veel in betekenen. Met de inzet rond taalhuizen en digitale overheid heeft de bibliotheek instrumenten in handen om gemeenten goed te ondersteunen. Mijn goede collega Karien van Buuren attendeerde mij op een reeks projecten die in Overijssel zijn uitgevoerd en die denk ik ook zeer interessant zijn voor andere bibliotheken. Alle voorbeelden vind je ook op deze waardevolle pagina van de Overijsselse bibliotheken over integratie.

Ik neem u mee langs drie filmpjes over deze projecten.

Verhaal Ver Weg  en Lokaal
Het filmpje hierboven is van het project Verhaal Ver Weg en Lokaal. Bij inburgeren denken veel mensen vooral aan de taal leren. De bibliotheek kan echter een veel bredere rol spelen dan dat. Het project Ver Weg en Lokaal is zo'n project. Door een bestaande inwoner van het dorp te koppelen aan een nieuwkomer gebeuren eigenlijk twee dingen. De nieuwkomer leert veel van de cultuur, leert iemand kennen uit het dorp en leert pratenderwijs de taal. De inwoner van het dorp leert iets over nieuwe culturen en zorgt op zijn of haar manier voor wat met een sjiek woord 'sociale cohesie'. En als ik er zo naar kijk is het ook nog gezellig.



Thuistaal
Thuistaal is een project waarbij derdejaars PABO-studenten nieuwkomersgezinnen helpen met de taalontwikkeling van de kinderen binnen het gezin. De opzet lijkt daarmee op de VoorleesExpress maar dan specifiek voor nieuwkomers. De studenten geven wel aan dat ze een beetje een mentale drempel over moeten om bij gezinnen met een andere achtergrond in de thuissituatie te helpen. Daar kan ik me wel wat bij voorstellen. Vanuit Thuistaal kunnen gezinnen vervolgens doorstromen naar de VoorleesExpress.



Praatjes maken
Het laatste filmpje is er weer één waarvoor kinderen van nieuwkomers zelf naar de bibliotheek mogen komen. In de bibliotheek worden er taalspelletjes gedaan en vindt logopedie plaats. Kinderen vinden het vooral leuk en leren spelenderwijs.

Veel meer dan taal leren
In alledrie de filmpjes zie je dat inburgeren veel meer is dan alleen de taal leren. Het gaat over mensen leren kennen, het gaat over durven vragen en over zelfvertrouwen om de taal te spreken, ook als het nog niet heel erg goed gaat. De bibliotheek is daarvoor een prima plek. Juist als verbindende plek tussen nieuwkomers en bestaande inwoners. Samen met veel andere partners.

Die nieuwe wet inburgering past daarom goed bij bibliotheken. Het gaat niet alleen om formeel leren maar ook om veel  schrijf- en praatkilometers maken en verbinding maken met de samenleving. Wellicht aardig om ook deze voorbeelden maar eens mee te nemen naar de gemeente die straks die persoonlijke inburgeringsplannen mogen gaan maken.

woensdag 17 april 2019

Digitale inclusie en bibliotheken in 2 minuut 35


Ik vind het wel knap: een ingewikkeld project terugbrengen tot de essentie. Dat gebeurt in de twee minuten en 35 seconden die dit filmpje duurt.

Mijn ondersteuning bij de Koninklijke Bibliotheek hield afgelopen jaar vooral in dat ik met allerlei partijen bezig was om te kijken of een samenwerking met openbare bibliotheken mogelijk is. Eén daarvan is met de zogenaamde ManifestGroep, een club waar veel uitvoeringsorganisaties van de rijksoverheid in samenwerken. Elk van die partijen ervaart dat de digitale ontwikkelingen soms sneller gaan dan de burgers zelf. En wie moet die burger dan helpen? Er is geen partij in Nederland groot genoeg om dat probleem op te lossen. Maar in samenwerking kom je verder. Natuurlijk is dat ingewikkeld. Maar dat gaan we uitzoeken en uitproberen. En ja, dat gaat vast ook nog wel eens fout. Maar wie niet probeert, weet zeker dat er niks gebeurt.

Het komende jaar zijn er vijftien bibliotheken die 'op kop' gaan en starten met een informatiepunt. Kleine bibliotheken, grote bibliotheken, arme bibliotheken en bibliotheken met iets meer subsidie. Bibliotheken met verschillende lokale samenwerkingspartners en verschillende startsituaties. En toch samen proberen op al die plekken iets te creëren waardoor we mensen helpen in hun situatie. En kijken hoe het werkt, kijken wat nodig aan scholing, kijken wat nodig aan financiering en kijken wat nodig is om het ook bij andere bibliotheken te laten werken. Vijftien bibliotheken die een mooie doorsnee zijn van bibliotheekland.

Een mooi filmpje om zo her en der bij partners of gemeenten te laten zien. Ik vind het wel een stoer project. Hup kopgroep!

zondag 14 april 2019

Hoe een twaalfjarige je marketingafdeling wordt....


Het is zondagmiddag. Voor mij zit er net een halve marathon op. Ik puf uit op de bank bij mijn lief die om de hoek woont bij die hardloopwedstrijd. Op mijn mobieltje komt een mailtje binnen van mijn twaalfjarige dochter Eva-Lotta. Gisteren had ze me al gevraagd of ik haar wat foto's uit mijn boek kon  toesturen. En vandaag heeft ze een booktrailer voor me gemaakt. Ik bekijk het korte filmpje. Alle vermoeidheid lijkt weg uit mijn lichaam en een grote grijns zit op mijn gezicht. Zo ziet een trotse vader er dus uit.

Hoe een twaalfjarige je marketingafdeling wordt.

zaterdag 13 april 2019

Het dagboek van een amateur-schrijver


De afgelopen week op woensdag kwam mijn boek uit. U weet wel dat boek over dat bijzondere noodfiliaal van de bibliotheek Deventer aan het eind van de oorlog. Ik vond dagboekjes en reconstrueerde het bijzondere verhaal. Dat boek kwam uit en het werd een bijzondere week. Ik neem u even mee wat allemaal voorbij kwam. Het dagboek van een amateur-schrijver. 

Zaterdag: regionale krant


De week begon al op de zaterdag ervoor. De Stentor/Deventer Dagblad besteedde veel aandacht aan het boek. Dat levert natuurlijk altijd leuke reacties op.

Maandag: laatste kaartjes....
Op maandag krijg ik aan het eind van de dag een mailtje dat de rondleiding door de bibliotheek (die voorafgaat aan boekpresentatie) helemaal vol zit en dat we ook de laatste kaarten hebben voor de boekpresentatie zelf. De teller staat dan inmiddels op 130 mensen met een kaartje.

Dinsdag: misgrijpers
Op dinsdag krijg ik van een paar bekenden een berichtje dat ze inderdaad niet meer aan kaartjes kunnen komen voor de rondleiding en of ik niet wat kan ritselen. Nou, de eerste mensen kan ik nog wel helpen maar daarna zijn ook mijn troefkaarten wel op. Het is jammer maar helaas.


Woensdag: onderweg naar de boekpresentatie
Op woensdagochtend verschijnt het huis-aan-huis-blad van Deventer met een interview. Het is een mooi artikel geworden maar de journalist - die ik nog kende uit een ver verleden - heeft consequent elke naam fout gespeld.  Ook wel een prestatie.

In de ochtend signeer veel boekjes die in de avond aan mensen zullen worden gegeven die hebben meegewerkt en voor de familieleden van Corrie van Ommen en Betty de Gaaij, de twee hoofdpersonen in het dagboek.

In de middag ben ik nog even in de bibliotheek bij het WOII-café. Dit een project van het Historisch Centrum Overijssel, Rijnbrink en RTV Oost. Met de dagboekjes onder de arm vertel ik ook daar een verhaal en dat zou zo maar binnenkort eens uitgezonden kunnen worden bij dit programma.

Aan het eind van de middag bereid ik de laatste zaken voor, voor de boekpresentatie. Sommige stukken die ik 's avonds wil voorlezen, lees ik nog eens hardop voor. En ik merk dat ik opnieuw ontroerd raak bij het lezen van de dagboekfragmenten.


De boekpresentatie
En dan tikken de laatste uren weg. Ik merk dat de spanning bij me toeneemt. We zijn op tijd bij de bibliotheek. De eerste mensen komen binnen. Mijn eigen bandje - het Deventer Jazz Orkest - bouwt op  en begint met spelen. Het klinkt prachtig. Ik ben zelf nooit luisteraar maar speel normaal gesproken mee maar dan luister je toch anders. Ik hoor wat de muziek met de ruimte doet, de ruimte krijgt meer kleur en sfeer. De presentatie staat klaar op het scherm, het geluid getest, de boekjes liggen klaar.....

En daar gaan we. Alice van Diepen, de directeur van de bibliotheek, heet welkom en vertelt iets over de vondst van de dagboekjes. Daarna mag ik vertellen over het boek. Heb ik niet teveel fragmenten uitgekozen? Past het in de tijd?

De zaal is muisstil en ik zie dat de zaal hetzelfde meemaakt wat ik zelf meemaakte bij de dagboeken: ontroering om de kleine gebeurtenissen in de grote geschiedenis. De opluchting komt als de bevrijding er werkelijk is.

De familie van Corrie van Ommen en  Betty de Gaaij krijgen de eerste exemplaren. Probeer u voor te stellen dat iemand u opbelt en dat diegene zegt dat hij of zij een dagboekje heeft van uw familielid dat al is overleden? Dat is wat zij meemaakten. En dat is wat ik hen mocht vertellen. Samen met hen legde ik delen van de puzzel. Maar evenzeer met een natuurlijk netwerk dat ontstond rond het boek: iemand die goed in genealogie was, iemand die kind aan huis was bij het stadsarchief of iemand die telkens hielp als ik toch nog wat nodig had uit de bibliotheek.

Iedereen die aan het boek meewerkte zetten we nog één keer in het zonnetje. Het applaus klinkt nog één keer en dan ben ik geruime tijd zoet met het signeren van boekjes voor bekende en minder bekende mensen. Heel even voel je je dan echt beroemd. De band staat al weer te spelen, er zijn hapjes en drankjes en mensen bedanken voor de mooie avond.

Donderdag en vrijdag
Op donderdag en vrijdag krijg ik  eerst veel complimenten over de avond en langzaam verandert dat in reacties van mensen die het boek ondertussen zelfs al gelezen hebben. En die reacties zijn zonder uitzondering positief.

Een bibliotheekdirecteur die het leest laat me weten:
Ik ben je boekje met veel enthousiasme aan het lezen. Het zet de dagelijkse beslommeringen van de bibliotheek geweldig af tegen de crisis waarin de stad verkeert. Een zakje dropjes is even belangrijk als de hulp aan 3 voortvluchtige jongens op weg naar huis. En de dames reflecteren met humor op alledaagse zaken die niet minder actueel zijn geworden, zoals de heer die stampei schopt over een boek dat hij wel of niet nog thuis heeft... Hulde! Eigenlijk zou iedereen die zich voor de bibliotheek inzet dit moeten lezen
En een boekhandelaar schrijft op internet:
Wat een mooie bibliotheekhistorie van Mark Deckers. Het speelt in de Deventer oorlogsjaren, maar het geeft ook een prachtig beeld van de geschiedenis van de bibliotheken in Nederland in deze periode. Zeer onderhoudend!


Ook verschijnt InformatieProfessional op vrijdag en die besteed vijf! pagina's aan het dagboek. Dat hadden we inderdaad al samen voorbereid maar als het het in handen hebt, is het toch prachtig om te zien. Volgende week tijdens het bibliotheekcongres komt ook het nieuwe Bibliotheekblad uit en zal ook dit blad nog aandacht besteden aan de dagboekjes.

Zoveel mogelijk mensen bereiken met een verhaal
Wat een jaar geleden begon met een speurtocht in een archief en avond waarin ik in één keer het dagboekje van Jamin uitlas, is dan nu een echt boek. Mijn doel om zoveel mogelijk mensen met dit bijzondere verhaal te bereiken is daarbij werkelijkheid geworden. Ik heb er ontzettend veel plezier aan  beleefd. Of het nu het onderzoek en het schrijven was of het organiseren van de financiering of de onbeschaamde promotie. Het project heeft me twee keer een vakantieweek gekost en vele avonden en weekenden. Een tijdlang heb ik echt het gevoel gehad dat ik twee banen tegelijk had. Maar je kunt je niet voorstellen hoe mooi het kan zijn om puzzelstukje voor puzzelstukje de geschiedenis te onthullen en iets wat lange tijd verborgen bleef op een waardevolle wijze aan het licht te brengen.

woensdag 3 april 2019

Ik nodig je uit voor mijn boekpresentatie!


Op woensdagavond 10 april om 20.00 uur in de bibliotheek in Deventer is het zover! Dan zal mijn boek 'Alles behouden' het licht zien. Je weet wel, dat boek over de oorlogsdagboeken van Bibliotheek Deventer.  Een heel bijzonder verhaal.  En jij kan erbij zijn. Je kunt je gratis aanmelden op deze site!

Die datum - 10 april - is niet zomaar gekozen. Het is de dag waarop Deventer bevrijd werd. De laatste maanden van de oorlog waren in Deventer vol spanning. Iedereen wist dat de bevrijding aanstaande was. Maar ook wist iedereen dat om bevrijd te worden er eerst nog gevochten moest worden. Men leefde tussen hoop en vrees. Op woensdagavond 10 april zal ik er meer over vertellen en kun je ook gelijk het boek in bezit krijgen. Het belooft een ontroerende avond te worden, durf ik al wel te stellen.




Bijvangst: Brief van Annie M.G. Schmidt
De laatste keer dit ik jullie bijpraatte over mijn boek was midden januari. Het manuscript was net ingeleverd en de eerste drukproef kwam eraan. Een belangrijke volgende stap was het organiseren van een beetje reuring rond het boek. Zo komen er bijvoorbeeld mooi artikelen in zowel Bibliotheekblad, InformatieProfessional als in het Vlaamse Meta. En verschillende lokale kranten bereiden iets voor.

Maar de grootste publiciteit haalde ik afgelopen weekend geloof ik met de bijvangst van het boekje. Ik meldde bij het interview met het Deventer Dagblad dat ik in de oorlogsarchieven ook nog de sollicitatiebrief had gevonden van Annie M.G. Schmidt uit 1941. Zij solliciteerde destijds naar de functie van directeur. Ze werd het niet in Deventer maar even later had ze wel succes in Vlissingen. Daar zat nog een bijzonder verhaal aan vast. Maar dat moet je hier even lezen in de versie van journalist Judah Bolink van de Stentor.  De Stentor plaatste dit artikel in alle weekendbijlagen van de krant.

En dan gaat de bel....
Het weekend na de brief van Annie, ben ik op die maandag thuis. De uitgever heeft gemeld dat mijn boek in de loop van de dag bezorgd zal gaan worden. Maar als ik om half acht 's ochtends onder de douche sta, gaat de bel.... Het zal toch niet? Ja, dus. Ik trek een sprint naar de intercom en laat een waterspoor achter door het appartement. Inderdaad het is de bezorger van het boek. Het is maar goed dat hij even tijd nodig heeft om bij het appartement te komen. Ik klok: in één minuut en achtendertig seconden kan ik me afdrogen, aankleden, m'n haren in de plooi doen en een waterspoor uitwissen. Maar.... dan heb ik mijn boek ook echt in handen. Een bijzonder moment na zoveel werk.

Een muisstille zaal...
De volgende ochtend, op dinsdag, is bij Rijnbrink de maandelijkse medewerkersbijeenkomst. Ik mag er iets  vertellen over het boekje en het is voor mij ook de eerste keer dat ik voor zo'n grote groep een paar fragmenten voorlees. Het is muisstil in de zaal en zelf heb ik bij sommige fragmenten ook wel weer een brok in de keel. Door het voor te lezen voel ik weer precies hetzelfde als wat ik voelde toen ik zelf voor het eerst de dagboekjes doorlas. Het is een ontroerend verhaal met een lach en een traan.

Volgende week mag het echt het licht zien. Woensdagavond om 20.00 uur bij de Bibliotheek in Deventer. Je kan er (gratis) bij zijn. Hier even aanmelden. Het belooft een mooie avond te worden!

Tot dan?

zondag 24 maart 2019

Boekenweek: De vader- en moederdag voor de literatuur

Het is boekenweek! De nationale feestweek voor boeken! En natuurlijk is de boekenweek net als vaderdag en moederdag en valentijnsdag natuurlijk géén commerciële uitvinding maar heeft het alleen met de liefde te maken voor datgene dat we liefhebben: het boek, de vader, de moeder of Valentijn.

Eigenlijk is het volstrekt terecht dat we de boekenweek op dezelfde lijn stellen als vaderdag of moederdag. Want als ik achterom kijk in mijn leven dan zie ik dat boeken minstens een even grote invloed hadden op mijn leven als mijn vader en moeder. Een andere invloed maar wel een even grote invloed. En dan mag u weten dat ik ook nog eens een prima vader en moeder had.

Maar herken je dat zelf niet? Hoe je een lijn door je eigen leven kunt trekken met boeken die je vergezeld hebben door je leven? Bij mij via Vestdijks  dromerige 'Terug tot Ina Daman' naar het fantastische 'Rumeiland'. Via het decadente werk van F. Scott Fitzgerald naar de meer eigentijdse en onstuimige Jay McInerney. De tijd was anders maar zijn thematiek was hetzelfde. Om stap voor stap steeds meer je eigen smaak en voorkeur te ontdekken. In mijn geval richting de geschiedenis.

Nog altijd is één van mijn lievelingsboeken 'De ondergang van de Batavia' van Mike Dash. Over een onwaarschijnlijke terreuractie na het stranden van dit schip voor de westkust van Australië. Ik kon mij niet voorstellen dat het echt gebeurd was en dat het Dash gelukt was om in archieven zoveel details boven tafel te krijgen. Mijn liefde voor bizarre geschiedenissen was gewekt. Een lange lijst van dit soort boeken volgde: 'Stasiland' van Anna Funder,  de geschiedenissen van James Cook en Anna's Enquists 'De thuiskomst' er gelijk achteraan. Of recenter: 'De handelsreiziger van de Nederlandsche Cocaïnefabriek' van Conny Braam of  'De barones en de dominee' van Wim Coster'

Mijn boekenlijst is eigenlijk één grote streng met DNA.En elk boek dat je leest, verrijkt dat DNA.

Maar goed daar hadden we het niet over. Het was boekenweek. En een boekenweek zonder boek is hetzelfde als een nudist met kleren. Dus hop, ik smeer u nog eens een goed boek aan.

Erebus
In de categorie bizarre geschiedenissen dit keer een boek van Michael Palin. Het is het boek 'Erebus, het verhaal van een schip'.  Ik hoor u denken: waar ken ik die ook al weer van. Nou van Monty Python. Nu is Michael Palin, net als de andere makers van Monty Python, wel wat breder inzetbaar dan alleen als komiek.

Het boek Erebus gaat over het schip de Erebus, een in 1826 gebouwd oorlogschip dat in 2014 is teruggevonden bij de Noordpool.  Het schip is gebouwd vlak na de Napoleonitische oorlogen. Voor Engelsen breekt dan een tijd aan van relatieve rust.  Engeland investeert in wetenschap en industrie en wil zijn grootheid tonen. Niet door militair machtsvertoon maar door ontdekkingen en wetenschappelijk vernuft. Het als oorlogsschip gebouwde Erebus wordt daaroom - bij gebrek aan oorlog - in 1839 omgebouwd tot expeditieschip.

Op naar de zuidpool
James Clark Ross wordt de kapitein die tussen 1839 en 1843 een expeditie naar de zuidpool zal ondernemen. Men is letterlijk vier jaar van huis. Het schip wordt geflankeerd door een tweede schip, de Terror. Men had verschillende doelen: het vinden van het magnetische zuiden, het doen van allerlei astronomisch onderzoek, het in kaart brengen van vaarroutes en het doen van botanisch onderzoek. De reis van James Clark Ross laat je zien hoe behoedzaam - net als James Cook bijvoorbeeld - men handelde. Het behoud van de schepen, de mensen en de spullen staat in alle stappen voorop. Het doen van ontdekkingen betekent risico's nemen maar elk risico kan ook fataal zijn. Dus welk risico neem je? Ross blijkt een zeer wijs kapitein te zijn op dit punt.

James Clark Ross maakt een paar keer gebruik van de havens van Tasmanië waar hij allervriendelijkst wordt ontvangen door gouverneur Franklin en zijn nogal dominante vrouw.

Op naar de noordpool
James Clark Ross keert in 1843 veilig terug. Hij gaat niet meer de zee op. Maar voor de Erebus is een nieuw plan voorzien: een expeditie naar de zuidpool. En ditmaal wordt de charmante Franklin - inmiddels geen gouverneur meer in Tasmanië - de kapitein. Tot Groenland gaat alles goed maar daarna..... Tja, dat blijft een beetje de vraag.Want hoe goed gedocumenteerd de reis rond de zuidpool was, na Groenland is er geen enkel teken van leven meer beschikbaar. Het verhaal gaat uit als een nachtkaars. Zoekactie na zoekactie vind plaats. Eskimo's blijken de bemanning nog gezien en gesproken te hebben. Eén van de zoektochten levert op dat wellicht de bemanning zich heeft bezondigd aan kannibalisme. Dit verhaal wordt door de autoriteiten  - en de vrouw van Franklin - als ongewenst in de doofpot gestopt.

De ontdekking van 2014 werpt nieuw licht en nog meer details op de zaak. Welke? Dat laat ik lekker in het midden..... Dan moet u dat boek zelf maar eens gaan lezen. Michael Palin heeft met dit boek een bijzonder puik boek geschreven over - inderdaad - een bizarre geschiedenis.

Misschien dus een boek voor uw boekenlijst.  Maar kies uw boeken voorzichtig. Uw boekenlijst is namelijk uw eigen streng met DNA. En met elk boek dat je leest, verrijk je dat DNA.

Lees een boek en: Leve de boekenweek!

donderdag 14 maart 2019

Fundament Losser: De bibliotheek van niet lullen maar poetsen / Beste Bibliotheek 3 van 3


Rijnbrink werkt voor de provincies Gelderland en Overijssel. In dit werkgebied zijn dit jaar maar liefst drie bibliotheken genomineerd als Beste Bibliotheek van Nederland. Ik bezoek elk van de drie bibliotheken en leg uit waarom ze terecht genomineerd zijn. Het publiek mag vervolgens kiezen. In deze serie van drie als laatste: Fundament Losser met een bibliotheek in het Lossers Hoes. 

Losser. U moet het waarschijnlijk even op de kaart opzoeken. Maar net achter Enschede en tegen de Duitse grens aan ligt het mooie Losser. Wie er naar toe rijdt, rijdt de laatste kilometers door het prachtige Twentse coulissenlandschap. Een gemeente met een kleine 20.000 inwoners.Van de drie nominaties in Overijssel en Gelderland veruit de kleinste. En ook met het minste geld..... Veruit met het minste geld. De hele inrichting van de bibliotheek inclusief kantoren was een kwestie van een paar ton. Maar een peperdure inrichting zou eigenlijk ook niet passen bij Losser. Want de volksaard is er één van nuchterheid. Geen mooie praatjes maar goede dienstverlening.


Gouden driehoek: bibliotheek, muziekschool, welzijnswerk
De bibliotheek Losser was tot enige jaren geleden een eigen stichting. De gemeente heeft met zachte dwang aangedrongen op een fusie met Welzijnswerk en de Muziekschool. Losser is een gemeente die lang heeft gezucht onder een financieel debacle en waar de financiële crisis  die daar achteraan kwam extra hard aankwam. Kortom, geen ideaal gesternte. Maar Ans Dijkhuijs, eerst directeur bibliotheek en nu directeur van de fusieorganisatie, is een taaie. Die heeft elke storm overleefd die rond die in deze gemeente heeft gewoed. De combinatie van muziekschool en bibliotheek óf  welzijnsorganisatie en bibliotheek lijken logisch maar een combinatie van deze drie zie je niet heel vaak. En toch is die logischer dan je denkt, zo meldt Ans Dijkhuijs mij. Want de muziekschool trekt de bibliotheek mee in cultuureducatie. Het welzijnswerk biedt mogelijkheden om  hele programma's samen uit te voeren rond het Taalhuis. Wie dus inzet op de maatschappelijk én educatieve bibliotheek heeft aan beide partners een hele goede.


Huisvesting met vele partners
De bibliotheek is gehuisvest in 't Lossers Hoes. 't Lossers Hoes is eigenlijk een gemeentehuis waar de gemeente nogal ingeschikt heeft. En zo werd het een multifunctioneel centrum of Kulturhus. In die zin lijkt Losser veel op Harderwijk maar in Losser hebben ze nog veel meer partners naar binnen getrokken (binnen of buiten de fusie van het Fundament). Zo is er een historische kring met een eigen ruimte, een ontzettend goed lopend belastingspreekuur met vrijwilligers van het Welzijnswerk. Er is een werkproject van een organisatie voor mensen met een beperking en de lokale radio en televisie heeft er een studio. En dan hebben we het nog niet over het consultatiebureau van de GGD waar de bibliotheek dan weer een boekstartcoach heeft.   Tot slot hebben de woningcorporatie  en de thuiszorgorganisatie een balie in de bibliotheek. En die balies zitten weer net naast de balies van de gemeente. En daar dan weer naast de VVV-balie. Ik heb zelden een pand gezien met zoveel gebruikers. Voor burgers is dit wel zo ongeveer een one-stop-shop.

Ook Ans Dijkhuijs geeft, net als Harderwijk, aan dat 'samenwonen' met de gemeente veel voordelen heeft. Even afstemmen en binnenlopen wordt veel makkelijker. Vroeger maakte je een afspraak om een ambtenaar even te spreken, nu loop je gewoon even binnen. 'En ja, zij ook bij ons.'

Wie het verhaal van Ans Dijhuijs hoort moet het gevoel hebben dat het Fundament al jaren bestaat en dat ze al jaren in het Lossers Hoes zitten. Maar niets is minder waar: men woont sinds begin 2018 samen in het gemeentehuis. De fusie is van 2014 maar heeft verschillende stadia van groeiende samenwerking gekend.




Niet lullen maar poetsen
Maar goed, we zitten dus nog steeds met deze verhalen bij de verkiezing van 'Beste' bibliotheek. Maar waar gaat het om als het om de 'Beste' gaat? Moet dat de mooiste bibliotheek zijn? Of gaat het om dienstverlening?  Om eerlijk te zijn: 't Lossers Hoes is geen architectonisch icoon van de buitenkant. Toch is naar mijn mening Losser een zeer terechte kandidaat voor de Beste Bibliotheek van Nederland. De samenwerking die men binnen en buiten de fusieorganisatie weet te realiseren is - gezien de omvang van de organisatie - fenomenaal. Elk van de samenwerkingspartners lijkt telkens te handelen vanuit de gedachte: hoe kunnen we het voor inwoners van Losser zo goed en makkelijk mogelijk maken? Men lijkt elkaar daar echt bij te vinden en tegelijkertijd ook weer voldoende ruimte te laten. Losser geeft hier voor de rest van het land echt een visitekaartje af.

Losser: dat is niet denken maar doen,  geen woorden maar daden en niet lullen maar poetsen. Terecht dat daar nou eens de schijnwerper op komt.

Wie op Losser wil stemmen, kan hier klikken. 

Moge de beste bibliotheek winnen! En dat zal nog niet niet makkelijk worden. Het was me een genoegen de drie kandidaten van Oost-Nederland te laten zien. Doe er uw voordeel mee!