zondag 3 juli 2022

Hoe een klein berichtje een groot cadeau werd: Zondagskind van Judith Visser

Soms krijg je cadeautjes van het leven. Het overkwam mij afgelopen maand. Schrijver Judith Visser reageerde op een blog over mijn boek. Ze bedankte me dat ik dit boek geschreven had en dat ze het ging lezen. Ik was vereerd en vond het bijzonder dat ze tijd nam om het me even te laten weten. En om eerlijk te zijn: ik had nog nooit wat van Judith Visser gelezen. En als zij de moeite nam om mijn boek te lezen dan was toch de kleinst mogelijke tegenprestatie om een boek van haar te lezen. Het werd haar boek 'Zondagskind' en het bleek een boek dat onder mijn huid kroop en mijn blik veranderde. En als bibliotehcaris neem ik u weer graag mee naar wat een boek kan betekenen.

'Vreemd kind'

Het boek 'Zondagskind' handelt over Jasmijn Vink, geboren op een winterse zondag in 1978. Jasmijn leeft met het syndroom van Asperger, één van de vele vormen van autisme. Het verhaal is autobiografisch. Judith Visser beschrijft hoe de kleine Jasmijn opgroeit in Rotterdam Zuid, in een gezin waar men het niet breed heeft en waar beide ouders sappelen. Jasmijn is een 'vreemd' kind met nogal afwijkend gedrag. Ze trekt zich graag terug, kan slecht tegen prikkels, kijkt mensen niet aan en durft bijna niets te zeggen. In een wereld waar extravert gedrag de norm is, ben je dan al snel apart. Ik zie het gevecht van haar ouders om haar toch in het 'normale' patroon te krijgen en tegelijkertijd zie ik de liefde van vooral haar moeder als ze telkens rekening houdt met haar. Telkens met de opmerking: 'Zo is ze nou eenmaal'. Ze eet niet aan eettafel maar op haar eigen kamer, ze sluit zich af met een koptelefoon op door naar Elvis te luisteren en familiebezoek vermijdt ze. Haar hond Senta is haar steun en toeverlaat. 

Het kost Jasmijn grote moeite om om te gaan met veranderende situaties. En die moeite is niet even een dagje wennen aan iets maar een nieuwe klas kan haar maanden kosten voordat ze zich er enigszins veilig kan voelen. Ze is een ster in taal maar kan minder interesse opbrengen voor ander vakken. School interpreteert haar onterecht als een 'minder getalenteerd kind'. 

'Bibliotheek is mijn school'

Zowel in haar tijd op de basisschool als op de middelbare school vlucht ze naar de bibliotheek. Eerst naar een wijkbibliotheek en daarna naar de Centrale Bibliotheek in Rotterdam. Daar spijbelt ze menig lesuur maar leest ze wel boek na boek. Het is er heerlijk rustig en er is vriendelijk personeel. De bibliotheek is mijn school, zeg ze ergens. Als bibliothecaris is dat natuurlijk fijn om te horen en het benadrukt nog eens dat we een plek zijn voor iedereen.

Beklemming

Hoewel het een knotsdik boek is, las ik hoofdstuk na hoofdstuk. De beklemming van haar leven voelde ik in mijn hart. De worsteling om te overleven lees je bladzijde na bladzijde. Minutieus volg je haar van kleuterschool naar basisschool en van daar naar de middelbare school. Elke keer houd je je hart vast bij de volgende grote verandering die er komt: een nieuwe klas, een nieuwe school, haar hond die overlijdt of een stage die moet worden gelopen. Soms had ik echt de neiging om haar toe te roepen als lezer, om haar over een streep te schreeuwen als ze blokkeerde. 

En zo groeit ze op. Een kind buiten de norm. En de pijn die dat oplevert. Maar ook hoe telkens onverwacht iemand opduikt die naast haar gaat staan. Haar moeder in haar jeugd, een vriendin op de basisschool en een andere vriendin op de middelbare school. Mensen die de tijd namen om te proberen te begrijpen wat ze bedoelt. Mensen die er niet aan voorbij leven. Mensen die de norm niet opleggen. En het zijn die mensen die haar helpen de meest ingewikkelde situaties door te komen. 

Hoe duister sommige passages ook zijn, telkens gloort er toch weer licht. En naar mate ze ouder wordt, lijkt het leven ook iets minder ingewikkeld te worden.

Was ik eigenlijk wel normaal?

Dat is overigens iets dat ik herken van mijn eigen leven. Ik vond mijn schooltijd ook niet altijd even eenvoudig met alle groepsdynamiek en normering.  Tijdens het lezen raakte ik zelfs een beetje in verwarring. Was ik eigenlijk zelf wel normaal? En wat is dat normaal eigenlijk? Luister ik zelf eigenlijk wel goed naar anderen en probeer ik ze goed te begrijpen? Wie stond er naast mij toen ik op school zat en wie hielp mij bij de ingewikkelde situaties?  

In de afgelopen jaren zocht ik zo nog wel eens oude vrienden op om juist daar eens bij stil te staan. Vrienden die me juist door ingewikkelde situaties hadden heen geholpen. En ik merk dat naar mate ik ouder werd en meer regie over mijn leven kreeg, ik het leven toch een stuk makkelijker vond. En toch liet het boek van Judith Visser me weer even wankelen: was ik wel normaal? En ondertussen weet ik: niemand is normaal. Eigenlijk geeft dat het leven ook kleur. Iedereen mag er zijn zoals hij of zij is. De kunst is om ruimte voor elkaar te maken en ervan te genieten.

Ik leef zelf in de nabijheid van iemand met het syndroom van Asperger. In die zin las het boek ook wel voor een deel als een handleiding. Hoewel ook hier geldt dat iedereen verschillend is. Het autistisch spectrum kent namelijk miljoenen kleurschakeringen. Met het boek in de hand, had ik waardevolle gesprekken en hoewel ik de persoon in kwestie al heel lang ken, voelde ik aan de andere kant toch opluchting van herkenning en erkenning. Daar ging een deurtje open naar elkaar.

Een klein berichtje werd een groot cadeau 

In een wereld waar alles luid, fel verlicht, contrasterend en schreeuwerig is, liet Judith Visser een klein berichtje voor me achter. Bijna achteloos. Een berichtje dat je zo maar over het hoofd zou kunnen zien. Dat kleine berichtje werd een groot cadeau.

Ik kan niet anders zeggen dan dat ook dit een boek is dat mijn blik veranderd heeft. Het gaat iets in mijn leven doen. Wat? Geen idee. Maar er is iets gezaaid en daar komt wat uit voort. Dat is het cadeau van een zo'n goed boek. 

Dankjewel Judith Visser.

Ook Zondagskind lezen? Leen het hier het boek bij de bibliotheek of leen het bij de online bibliotheek als ebook. 

donderdag 30 juni 2022

Waar in Nederland zetten bibliotheken zich voor 110% in voor leesbevordering voor de jeugd?


In mijn laatste blog stond ik nogal opzichtig stil bij hoeveel kinderen er lid zijn van de bibliotheek. Dat bleek gemiddeld nog zo'n 55% van alle kinderen tussen de nul en achttien te zijn. Dit op basis van de cijfers van een flink aantal bibliotheken die gematcht waren met bestanden van het CBS. 55% betekent dat 45% van de kinderen nog geen lid is. 

Want een kind dat lid is van de bibliotheek, heeft de mogelijkheid om meer te lezen. En wie meer leest, wordt beter in taal. En wie beter in taal wordt, heeft meer kansen in zijn of haar leven. En dus graag alle kinderen lid. Toch?

Nou, dat blijkt toch nóg genuanceerder te liggen dan ik schreef. En omdat ik nuances belangrijk vind, ga ik er nog een keer bij stil staan om mijn verhaal aan te vullen. 

Friesland

Zo besteedde Omrop Fryslân naar aanleiding van mijn blog aandacht aan de ledencijfers in Friesland. En Paulien Schreuder, directeur van de Bibliotheken Noord Fryslân werd zo ongeveer ter verantwoording geroepen. In het artikel geeft ze al wel aan hoe het zit:

"Omdat kinderen minder snel naar de bibliotheek gaan, is er een landelijk concept ontwikkeld dat de bieb naar de scholen gaat, legt Schreuder uit. "Dat betekent dat er op de scholen een collectie komt te staan. Bovendien komt er een leesconsulent langs die investeert in het promoten van boeken en de leerkrachten ondersteunt bij het lezen. Dus eigenlijk zijn die kinderen wel allemaal lid van de bieb, maar dan van de schoolbieb."

Aha, dus wel lid van de schoolbibliotheek maar niet automatisch lid van de 'gewone' bibliotheek..... hoe zit dat dan?  Lees dan nog even verder. Ik heb haar gesproken naar aanleiding van de aandacht.

Over AVG en dure schoolbibliotheeksystemen

Dit zelfde verhaal hoorde ik van enkele andere bibliotheken. De AVG-regels maken het nogal omslachtig om telkens de gegevens van leerlingen over te halen naar het bibliotheeksysteem doordat telkens toestemming van de ouders nodig is. Bibliotheken zijn daar ontzettend netje in maar dat levert dus een beste hoeveelheid werk op. Zoveel werk dat sommige bibliotheken een afweging maken: besteed ik hier mijn tijd aan of ben ik meer op een school? En dus valt de afweging soms uit naar meer tijd op school.

De AVG die bedoeld is ter bescherming van de privacy, maakt het dus ingewikkeld om elk kind met weinig inspanning lid te maken van de openbare bibliotheek.

In het geval van Noord Fryslân komt daar ook nog bij dat men er ook voor heeft gekozen om zonder bibliotheeksysteem te werken. Ook de duizenden euro's die ze hiermee besparen stoppen ze liever in extra boeken en vooral extra leesconsulenten. Ook dat is een afweging die iedereen denk ik kan begrijpen. 

Deze punten zorgen er dus voor dat op veel plekken met evenveel of zelfs meer zorg en liefde wordt gewerkt aan leesbevordering voor kinderen. En met boeken op school - het liefst ook nog dat ze mee naar huis kunnen - zijn boeken voor kinderen natuurlijk nog dichterbij dan in een lokale bibliotheek. Ook daar zijn we het met zijn allen over eens.

Maar moeten kinderen dan toch geen lid zijn?

Toch merk ik dat ik dat ik het ingewikkeld vind om me een houding te geven tot dit fenomeen. Ik snap heel goed dat het het beste voor kinderen is om op school de boekencollectie te hebben. En tegelijkertijd gun ik ook elk kind toegang tot de vaak grotere collecties in openbare bibliotheken. Voor allebei is iets te zeggen. En allebei, een schoolbibliotheek én tegelijkertijd lid van de openbare bibliotheek, is natuurlijk ook het mooist. Het levert dan ook nog toegang tot de online bibliotheek op met bijvoorbeeld online luisterboeken. Maar wat doe je als je te weinig tijd en geld hebt? Ik kan me die afweging dan wel voorstellen. 

Overal 110% inzet op leesbevordering

Dat bibliotheken vanwege de AVG niet meer automatisch kinderen lid maakten van de bibliotheek had ik ook in het vorige artikel al genoemd. Toen vooral als verklaring waarom er in de ene meting 66% van de kinderen lid is en in de match met de CBS-gegevens maar 55%. Maar het blijkt dus breder te zijn dan dat. Ook in de kinderen die nu als niet-lid bestempelen zitten dus wel degelijk kinderen die door de openbare bibliotheek ondersteund worden. Alleen zie je dat in de cijfers dus niet terug. Bibliotheken doen met andere woorden veel meer dan kinderen lid maken van de bibliotheek.

En of je nu kinderen automatisch lid maakt van de bibliotheek of niet, het gebeurt allemaal met dezelfde intentie: op elke plek in Nederland willen bibliotheken met de beperkte middelen die ze hebben zo veel mogelijk kinderen zo veel mogelijk leesplezier geven. 

Al die leesconsulenten en onderwijsspecialisten zetten zich daar elke dag 110% voor in. In elk dorp en in elke stad.

En dat mag ook wel eens op een landkaartje. Bij deze.

zondag 26 juni 2022

Nog lang niet alle kinderen zijn lid van de bibliotheek (ook al wordt het nu gratis)


Je zou denken dat bijna alle kinderen wel lid zijn van de bibliotheek. Nou, dat valt toch nog tegen. Slechts 55% van alle kinderen is lid van de bibliotheek. Dat cijfer rolt uit het Dashboard Bibliotheekleden van de Koninklijke Bibliotheek. Ik schreef al eens eerder over dit mooie dashboard waarbij ledengegevens zijn gekoppeld aan CBS-bestanden. Toen ging het over het feit dat niet-westerse migranten net zo goed gebruik maken van de bibliotheken als autochtone Nederlanders. En nu keek ik dus maar een naar het bereik onder de jeugd.

En met een goede reden volgens mij. Want vanaf 1 juli is het bij wet geregeld dat voor alle kinderen tot 18 jaar gratis lid zijn van de bibliotheek. Dat was bij bijna alle bibliotheken al zo maar de bibliotheekwet liet ruimte dat de gemeenteraad anders zou kunnen beslissen. Die uitzonderingsclausule is uit de wet gehaald en per 1 juli zijn alle bibliotheken dus verplicht om kinderen gratis in te schrijven en lid te laten zijn tot en met het zeventiende levensjaar. 

Maar goed, 55% is maar lid, daar valt dus nog wel wat te winnen. Op bovenstaande kaartje heb is het geplot naar gemeente. Daarin zie je dat het per gemeente en provincie nog wel kan verschillen. Overigens zitten niet alle gemeenten in het dashboard zoals je ziet. Van de 140 bibliotheekstichtingen hebben er 106 gegevens aangeleverd voor dit dashboard. Toch zijn de cijfers zeer representatief. Van de 17,5 miljoen Nederlanders zijn er 14,5 miljoen meegenomen in het dashboard. Van die 14,5 miljoen Nederlanders, zijn er 2,7 miljoen onder de achttien. En van die 2,7 miljoen kinderen zijn er 1,5 miljoen lid van de bibliotheek. 1,2 miljoen dus niet. Wie dit doortrekt naar de hele Nederlandse jeugd ziet dat van de 3,3 miljoen jeugdigen er ongeveer 1,5 miljoen geen lid zijn van de bibliotheek. Genoeg reden om eens verder te kijken. Want blijkbaar bereiken bibliotheken nog lang niet alle kinderen.

Dunbevolkte provincies scoren goed

De slechts scorende gemeente is het Gelderse Buren waar minder dan 20% van de kinderen lid zijn. Dit is een gemeente die onlangs weer heeft gekozen voor heraansluiting bij Bibliotheek Rivierenland na jaren gewerkt te hebben met Karmac. De keuze voor Karmac destijds is desastreus geweest voor het bereik onder kinderen. Dat percentage gaat de komende jaren met de bibliotheek Rivierenland daar zeker weer sterk groeien.

Gelderland als geheel scoort trouwens bovengemiddeld. Opvallend is dat relatief dunbevolkte provincies als Zeeland, Drenthe, Groningen en Flevoland relatief goed scoren. Dat terwijl de afstand tot de bibliotheek daar vaak groter is. In de randstedelijke provincie Noord- en Zuid-Holland en Utrecht is de score juist beneden gemiddeld. En dat terwijl de bibliotheek daar vaak dichterbij is. Friesland is tussen deze randstedelijke provincies dan weer een uitzondering. 

 In bijna 30% van de gemeenten is minder dan 50% van de kinderen lid


Ik heb een uitsplitsing gemaakt naar gemeenten waar minder dan 50% lid is van de bibliotheek, waar 50% tot 75% lid is en waar meer dan 75% van de kinderen lid zijn van de bibliotheek. Dan zie je dat in bijna 30% van de gemeenten minder dan de helft van de kinderen lid is van de bibliotheek. Bij het merendeel is 50% tot 75% lid van de bibliotheek en maar in 6% van de gemeenten is meer dan 75% van de jeugd bibliotheeklid.

Kunnen wel alle kinderen lid worden?


Ja, en nu hoor ik u denken: 'maar alle kinderen lid, dat kan toch ook niet?' Want je hebt toch ook heel veel jonge kinderen en die zullen wel niet allemaal lid zijn. Dat klopt inderdaad. Hoewel programma's als Boekstart proberen om zoveel mogelijk zuigelingen al lid te maken, is dat ook de leeftijdscategorie waar nog het meest te winnen is. Van de de kinderen tot zes jaar is inderdaad maar 32% lid. Dat stijgt stapsgewijs tot 70% in de bovenbouw van de basisschool en dat blijft ook zo in de eerste jaren van de middelbare school.  Van de vijftien- tot achttienjarigen is nog 60% lid. 

Na achttien, en waar men dus bijna overal moet gaan betalen, decimeert het letterlijk en figuurlijk. Het percentage lidmaatschap daalt van 60% naar 9%. Die contributievrijdom werkt dus wel. Maar de vraag is ook hoeveel 'slapende' leden er al zitten tussen de vijftien- tot achttienjarigen.

Conclusie is dat er over de volle linie een flink aantal kinderen geen lid is van de bibliotheek. 45 op 100 gemiddeld. 

Verschil tussen de WSOB-gegevenslevering en het Dashboard leden


Ik vond zelf die 55% aan de lage kant. Ik had altijd gedacht dat het percentage hoger lag. Ik pakte de cijfers van de WSOB gegevenslevering erbij. De meest recente zijn van 2020, het eerste coronajaar. Uit die cijfers blijkt dat 66% van de kinderen lid is. Daar zit een verschil tussen van 11 procentpunt. Dat is best significant. Toch valt dat verschil wel voor een groot deel te verklaren en ik heb hierover ook contact gehad met de onderzoekers van de Koninklijke Bibliotheek. Ik zet een paar punten op een rij.
  • Jaar verschil: De WSOB is van 2020 en het dashboard is van 2021. Beide getallen komen uit de coronacrisis maar het dashboard is van verder in de crisis. Bekend is dat we minder jeugdleden hebben ingeschreven door een lange periode waarin de bibliotheek dicht was. Dit kan een verklaring geven van enkele procentpunten.
  • Dubbele inschrijvingen: Kinderen zijn soms ingeschreven bij twee bibliotheken. Men woont in de ene plaats maar gaat naar de middelbare school in de andere plaats. Dat levert twee abonnementen op. De WSOB telt deze als twee abonnementen omdat de cijfers van afzonderlijke stichtingen telt, het dashboard ontdubbelt deze doordat naar huisadres wordt gekeken. Ook dit kan een verklaring van enkele procentpunten geven. Ik was zelf zo'n leerling. Wonen in de ene plaats en ook lid in de plaats waar mijn middelbare school stond.
  • Inschrijvingen schoolbibliotheken: Een aantal bibliotheken kan door de strenge AVG-regels kinderen nog wel inschrijven in het schoolbibliotheeksysteem maar niet meer als gewoon bibliotheeklid omdat daar telkens toestemming van de ouders voor nodig is.  Soms worden deze leden dan wel opgegeven in de WSOB-gegevenslevering maar komen ze niet door het filter van het dashboard bibliotheekleden. Overigens kunnen deze kinderen dan ook geen gebruik maken van bijvoorbeeld de luisterboeken van de online bibliotheek. Verder komt het voor dat schoolbibliotheeksystemen soms niet gekoppeld zijn aan de bibliotheeksystemen. Ook in dat geval zijn kinderen wel lid van de schoolbibliotheek en niet van de openbare bibliotheek. Hoe wijdverbreid dit fenomeen is, durf ik niet te zeggen. Maar ik ben het op verschillende plekken tegengekomen. Lijkt me overigens een goed onderwerp om eens nader onderzoek naar te doen bij de Bibliotheek op school.
  • Onbekende adressering: Het dashboard bibliotheekleden matcht bibliotheekleden met postcodes bij het CBS. In een zeer gering aantal gevallen kan geen goede match gemaakt worden om verschillende redenen. Deze aantallen worden uit de selectie gehaald. Als de deze aantallen afwijken van het gemiddelde zouden ze invloed kunnen hebben op de percentages. Het kan een hele kleine invloed hebben gehad maar de eerste drie samen lijken me de meest logische verklaring.
Naast het verschil in aantallen is er ook nog een ander belangrijk verschil tussen de WSOB en het ledendashboard dat is aangevuld door het CBS. De leden zijn in het dashboard geplaatst in de plaats waar ze wonen. Stedelijke bibliotheken die bijvoorbeeld veel regionale leerlingen inschrijven, zullen dus een groot verschil in bereik zien tussen de WSOB-cijfers (waar de regionale leerlingen meetellen bij de bibliotheek) en het ledendashboard (waar de regionale leerlingen meetellen in hun eigen gemeente). Stadkamer Zwolle is daar met abonnementen voor alle ROC- en VO-leerlingen het beste voorbeeld van.

Werk aan de winkel!


Tja, 45 op de 100 kinderen is geen lid van de bibliotheek. Zo'n 1,5 miljoen in totaal. Nogmaals er wordt door iedereen hard gewerkt, en ja, we hebben heel veel geïnvesteerd in leesbevordering met scholen. Ga zo door, zou ik zeggen. En ja, we bereiken heel veel kinderen, meer dan enige andere instelling. Maar we bereiken er ook nog heel veel niét. En ik weet, een bibliotheeklidmaatschap is niet zaligmakend maar het is, zeker voor kinderen, toch wel een sleutel naar heel veel leesplezier en een rijke taalomgeving. En juist de kinderen die we nu niet bereiken, zijn waarschijnlijk de kinderen die die rijke taalomgeving nu missen. En juist deze kinderen hebben onder andere de bibliotheek nodig om tot kansengelijkheid te komen. De Bibliotheek Utrecht is om deze reden dan ook een campagne gestart. Men werft actief via ambassadeurs om kinderen lid alsnog lid te maken. Utrechters kunnen een poster achter hun raam hangen om aan te geven dat je daar aan mag bellen om hulp te krijgen om je kind lid te maken van de bibliotheek. Nooit gedacht dat dat in dit land nodig zou zijn maar ik denk dat de Bibliotheek Utrecht de spijker wel op zijn kop slaat. 

Wie dacht dat we alle kinderen wel bereiken, komt dus bedrogen uit. 45 van de 100 kinderen is (nog) geen lid.  100% kan en hoeft het ook niet te worden maar volgens mij ligt hier echt nog wel groeiruimte. Dus ligt er volgens mij nog heel veel werk op ons te wachten. En na 1 juli is het dus misschien ook niet zo gek om gewoon ordinair een ledenwerfcampagne te starten voor jeugdleden. Want het is nu overal gratis en we kunnen een hoop kinderen er nog mee helpen.  

De minister heeft de laatste contributiedrempel geslecht, nu is het aan ouders, scholen maar ook zeker de bibliotheken. Hup, aan het werk!

Aanvulling op 30 juni: Ik heb een kort vervolgartikel geschreven met nog meer nuance over deze ledencijfers naar aanleiding van aanvullende informatie die ik ontving. Dat artikel vind je hier.

Wie de cijfers op gemeenteniveau (of zelfs op wijkniveau) nog eens na wil kijken in een excelbestand, die kan terecht bij deze bestanden van het cbs.

zondag 19 juni 2022

In dit land van verwarring, groeien in stilte de bibliotheken

Laten we het beestje maar bij zijn naam noemen... Een beetje afhankelijk van welke politieke partij u stemt, noemt u ons land nu een 'chaos' of een 'politieke uitdaging'.  Op zijn minst zien we een land in verwarring. Kijkt u even mee?

Een land in verwarring

Aan de rand van Europa woedt een venijnige en smerige oorlog. Ons opvangcentrum voor asielzoekers in Ter Apel kraakt in zijn voegen en wordt mensonwaardig genoemd. Twee weilanden naast dit opvangcentrum vervloekt de boer de stikstofregels en met hem het hele boeren-beschermings-leger. Weer twee huizen verder wachten nog vele huizen op herstel van de aardbevingsschade. En weer twee huizen verderop wacht een gezin nog op de afhandeling van de Kinderopvangtoeslagcrisis. En of dat nog niet genoeg is maken maken tegelijkertijd klimaatwetenschappers bekend dat we de klimaatopwarming, ondanks alle beleid, niet gaan tegenhouden. Daarnaast bedreigt ons een nieuwe Coronagolf en stelt de hoge inflatie ons voor ingewikkelde financiële vraagstukken. Ons onderwijs leert ons niet meer lezen, schrijven en rekenen waardoor bijna een kwart van de 15-jarigen in het voorportaal van laaggeletterdheid zit.  

En dan nog in de categorie klein leed: op Schiphol krijgt men de afhandeling van bagage niet rond en wordt afgekondigd dat één op de zeven reizigers die deze zomer vanaf Schiphol wilde vertrekken, waarschijnlijk een geannuleerde vlucht heeft.  

En ja, Nederland is nog steeds een gaaf land. U moet alleen even zorgen dat u geen boer bent, geen klimaatwetenschapper, niet in Groningen woont, geen kinderopvangtoeslag ontvangt en u deze zomer niet op vliegvakantie gaat. Zie hier, het recept voor een gelukkig leven.

Tussen al dat sombere nieuws zijn bibliotheken een positieve uitzondering. Terwijl buiten de verwarring woedt, groeien ze in stilte verder in hun rol, bouwen ze aan hun ecosysteem van persoonlijke ontwikkeling en helpen ze ondertussen vele inwoners. Of het nu gaat om laaggeletterdheid, het omgaan met de digitale overheid of gewoon om leesplezier. En, deze week werd bekend dat ze extra geld gaan krijgen! Ik neem u mee door deze bijzondere week voor bibliotheken. 

Maandag: Column

Maandagochtend begint met een column van Aleid Truijens in de Volkskrant onder de titel 'Het onderwijs zou één groot leesbevorderingsproject moeten zijn'. Ik citeert een klein stukje uit haar column. 

Het zal de opmaat zijn voor dinsdag, want dan vindt het debat plaats in de kamer over de brief over het Masterplan Basisvaardigheden van onderwijsminister Wiersma.  De column is dus wel heel goed getimed.

Dinsdag: debat basisvaardigheden

Op dinsdag vindt in de avond het debat plaats tussen de Kamer en minister Wiersma. In een eerder blog heb ik al eens stilgestaan bij zijn brief. Daarin gaf ik al aan dat het leesoffensief nu definitief onder dit masterplan komt te vallen. Het masterplan moet overigens nog opgesteld worden. De brief was dus vooral een aankondiging dat hij dat masterplan gaat maken en wat zijn uitgangspunten zijn. Komend jaar gaat hij vooral werken met interventieteams voor een beperkt aantal scholen maar vanaf schooljaar 2023/2024 komt er geld voor alle scholen. Dat geld moet dus nog in de begroting voor volgend jaar vastgeklikt worden en dat geeft de minister nog een beetje tijd voor de uitwerking.

Er is veel verwarring in de Kamer over hoe de minister dat nou gaat doen met die extra teams en waar hij denkt deze mensen vandaan te halen in deze overspannen arbeidsmarkt? Ook de Bibliotheek op school wordt genoemd in deze brief en op aangeven van Mariëlle Paul van de VVD ontlokte dit Kamerlid de toezegging van de minister dat bibliotheken toegevoegd gaan worden aan het NPO-menu voor scholen en dat het extra NPO-geld van de scholen dus ook aangewend kan worden voor dit doel. Daarnaast zal in het masterplan zelf ook de Bibliotheek op school  nog een plek moeten krijgen. 

De discussie in de Kamer spitste zich ook toe op het feit in hoeverre de minister nu gewoon een bedrag over maakt aan scholen en ze vervolgens succes wenst of dat hij toch meer voorschrijvend te werk zal gaan. De minister biedt graag de scholen veel ruimte en de Kamerleden geven aan dat er best een beetje sturing op mag zitten. Ook voor bibliotheken kan dat nog wel een wereld van verschil uitmaken of de minister zegt dat op elke school een Bibliotheek op school moet zijn of dat alle bibliotheken de Bibliotheek op school  moeten 'verkopen' aan elk van de scholen. 

Alles bij elkaar heeft het debat vooral nog het karakter dat er van alles meegegeven kan worden aan de minister. Het plan is er immers nog niet. Dat plan moet vlot na de zomervakantie in de Kamer komen. 

RTLNieuws zond die avond een item uit over de Bibliotheek op school. Die video zie je hierboven. 

Woensdag: toezegging van extra geld voor bibliotheken!

Op woensdag is vervolgens het debat met staatssecretaris Uslu over haar hoofdlijnenbrief Cultuur. Dit is de uitwerking van de passage over Cultuur in het regeerakkoord waarin is genoemd dat er € 170 miljoen extra wordt geïnvesteerd. Ook bibliotheken horen tot het rijtje waarvoor extra geld beschikbaar is. 

De staatssecretaris haast zich bij de opening van het debat om te melden dat ze alleen wat kan zeggen over de gelden van 2022 omdat de bedragen vanaf 2023 pas bij Prinsjesdag bekend zullen worden. Ze heeft het nog niet uitgesproken of verschillende partijen buitelen over elkaar heen als het gaat om de bibliotheek. Het is volstrekt helder: de bibliotheek staat vol op het vizier van de Kamerleden. PvdA en CDA spreken openlijk over een zorgplicht voor gemeenten en dus een verplichting van een bibliotheek in elke gemeente. D66 en VVD zijn minder openlijk maar hintten wel in die richting. Als dat zo is, is er een ruim Kamermeerderheid voor een wetswijziging. De staatssecretaris, die overigens niet echt heel sterk in het debat zat, zegde toe dat er na Prinsjesdag een 'bibliotheekbrief' naar de Kamer komt. 

Ergo: er komt extra geld voor bibliotheken vanaf 2023! Hoe dat wettelijk verankerd wordt moet nu bestuurlijk afgetast worden met IPO en VNG. De staatssecretaris wil natuurlijk garanties van gemeenten dat extra geld van het Rijk niet mag leiden tot bezuinigingen op lokaal niveau. Daarvoor deed ik overigens in een vorig blog al wat suggesties over hoe dat zou kunnen. 

En de ambtenaar bij OCW mag vast gaan nadenken welke twee zinnen er in de troonrede moeten komen over bibliotheekwerk.... 

Donderdag: Mark Rutte bezoekt een IDO

Begin van de week hoorde ik al dat minister-president Rutte op bezoek wilde bij een Informatiepunt Digitale Overheid (IDO). Hij was hiertoe uitgedaagd door CDA-kamerlid Inge van Dijk in een debat over uitvoeringsinstanties. Zij nodigde uit om eens op de vloer van de samenleving te komen kijken. Rutte nam de uitnodiging aan en samen bezochten ze het IDO in de Haagse Bibliotheek Escamp. Rutte was zeer positief over de dienstverlening van bibliotheken. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het toch knap vindt dat iemand met zo'n agenda hier toch gewoon weer tijd voor maakt. 

Vrijdag en zaterdag: de VOB nodigt PostNL uit


Op vrijdagmiddag is de digitale opiniepagina van Trouw voor de zaterdag al klaar. Die komt dan op zaterdag nog op papier. Klaas Gravesteijn, directeur van de VOB,  reageert op deze pagina op dit artikel over het feit dat PostNL gaat stoppen met bovenstaande briefjes (helaas achter hekje). Je kunt je 'nietthuis'-berichtje dan alleen nog zien als je je hebt laten registeren met je mailadres. Overigens, bovenstaande briefje is uit mijn eigen recente praktijk. 

PostNL geeft aan dat mensen nog niet hebben geklaagd hierover. Dat gebeurt natuurlijk pas na 1 juli. Dan raken pakketjes zoek, weten mensen niet meer wat is gestuurd en wordt het land te klein. En dan zegt iedereen: dat had je toch kunnen zien aankomen? Iets met een kalf, verdrinken en een put.  

Gravesteijn wijst in zijn reactie (hier openbaar te lezen) erop dat PostNL hiermee de digitale kloof opnieuw vergroot voor mensen die niet digitaal vaardig zijn. En dat zijn er zo'n vier miljoen in dit land. De VOB doet twee  uitnodigingen aan PostNL:

  • Investeer een deel van de besparing op de pakketjesdienst in programma’s om digitale inclusie te bevorderen. En doe dat in samenwerking met maatschappelijke organisaties, zoals bijvoorbeeld bibliotheken.  
  • Laten we gezamenlijk een bijeenkomst organiseren over digitaal burgerschap en participatie in de informatiesamenleving. Het oude postkantoor in Utrecht, recent getransformeerd tot een prachtige bibliotheek, lijkt mij hiervoor de uitgelezen plek.

In een land van verwarring, groeien in stilte de bibliotheken

Op de zondagochtend na zo'n week moet ik denken aan Baron Sloet tot Oldhuis. Deze Overijsselse baron en Tweede en Eerste Kamerlid pleitte in 1851(!) al voor een bibliotheekwet en een bibliotheek in elke gemeente. Zijn medeliberaal Thorbecke wees het omwille van de kosten af. Sloet tot Oldhuis schreef als motivatie bij dit voorstel: 

'Nu steeds bredere lagen van de bevolking betrokken raakten bij de politiek, moeten deze kennis kunnen verwerven. Niet alleen konden zo de talenten naar voren komen, maar ook konden daarmee opstanden, zoals die in het buitenland te zien waren geweest, worden voorkomen.'

Herkenbaar?

Het is een land in verwarring. Onze leefsituatie is in de afgelopen decennia verbeterd maar de ongelijkheid is vergroot. Het vertrouwen van burgers in hun overheid houdt niet over en dat is heel voorzichtig uitgedrukt. En de uitdagingen waar we voor staan lijken van een ieder van ons offers te vragen. Het moet anders en dat gaat onzekerheid opleveren. Dat alles levert voor de samenleving een explosief mengsel op. Baron Sloet tot Oldhuis had het niet zo gek gezien. In zijn tijd vroeg de samenleving om een herziening tussen de rol van adel en gegoeden ten opzichte van arbeiders. Nu vragen we om een nieuwe bestuurscultuur. Opnieuw voelt een deel van de bevolking zich niet gehoord. En opnieuw wordt aangedrongen op een zorgplicht voor gemeenten als het gaat om bibliotheken. 

In al die drukte zijn bibliotheken geruisloze ecosystemen voor persoonlijke ontwikkeling en ontmoeting en debat. 

In een land van verwarring, groeien in stilte de bibliotheken.

zondag 12 juni 2022

Twee op de drie bibliotheken krijgen te weinig geld


Op woensdag 15 juni wordt de hoofdlijnenbrief Cultuur van staatssecretaris Uslu behandeld.  Bibliotheken komen in deze brief op een prettige manier aan bod. Ik schreef er al over en gaf aan dat het mijn verwachting is dat er vanaf 2023 extra rijksgeld komt voor bibliotheken. Met dat debat in aantocht dacht ik, laat ik nog één keer naar de financiële cijfers kijken van de bibliotheken. En wat blijkt, op dit moment krijgen twee van  de drie bibliotheken te weinig geld. Twee op de drie. Tenminste als je het afzet tegen het minimale instapniveau dat gemeenten zelf ooit definieerden.  

Ik neem u even mee hoe ik tot die conclusie kom.

De instapnorm

De instapnorm of het instapniveau dateert al van 2003. In die tijd vond de opschaling van het bibliotheekwerk plaats. Het rijk financierde toen ook tijdelijk extra de lokale bibliotheken. Dat had te maken met de overgang naar grotere bibliotheken en de frictiekosten die daarmee waren gemoeid maar ook met een versnelling van de bibliotheekvernieuwing. Het Rijk betaalde tussen 2004 en 2007 op deze manier mee aan het lokale bibliotheekwerk. Eis van het ministerie was dat men voldeed aan de instapnorm. Die norm was (op prijspeil 2003):

€ 11,- per inwoner voor gemeenten met minder dan 30.000 inwoners

€ 12,- per inwoner voor gemeenten met meer dan 30.000 inwoners maar minder dan 90.000 inwoners en

€ 15,- per inwoner voor gemeenten met meer dan 90.000 inwoner.

Het ging hier overigens om de bibliotheeksubsidie minus de huisvestingskosten. VNG kwam overigens zelf met deze norm en deze was gebaseerd op het feit dat 80% van de gemeenten op dit moment aan die norm zouden voldoen. In 2011 werd de norm overigens nog genoemd in de VNG-handreiking maar in 2015 was deze er uit. Ergens rond die tijd is de norm dan ook afgeschaft. Veel wethouders begonnen het in de crisistijd ook als norm te gebruiken waarmee men kon bezuinigen en dat was nou ook weer niet de bedoeling. Wie meer over deze geschiedenis wil lezen verwijs ik graag naar het boek 'Twintig jaar bibliotheekvernieuwing' van Wim Keizer.

Maar goed, 2003 was natuurlijk een andere tijd met andere prijzen. Wat zou er gebeuren als we dat doorvertalen? Bij het CBS is een mooie tool beschikbaar waarmee je de normen van toen kunt doorrekenen naar de normen van nu. Wie de instapnorm van 2003 vertaalt naar 2020 (het laatste jaar dat we volledige WSOB-gegevens hebben) komt afgerond tot € 15, € 16 en € 20 per inwoner. 

En hoe staan we er nu voor?

Tja, en dan wordt het natuurlijk interessant. Want hoe staan we ervoor? Ik heb die geïndexeerde VNG-norm eens gelegd tegen de subsidiebedragen zoals ze in de gegevenslevering komen. Het meest recente jaar is dan 2020. 

Wie kijkt naar de gemiddelden per categorie ziet het volgende. 


Twee van de drie categorieën scoren gemiddeld al onder het normbedrag. Dan weet je al dat het zorgelijk is. Bij 30.000-90.000 inwoner zitten we net boven het geïndexeerde normbedrag. Maar ook daar zullen dus veel bibliotheken zitten die onder het gemiddelde scoren. 

Ik besloot dus maar eens op een rijtje te zetten welk percentage van de stichtingen onder de norm zat. En dan schrik je pas echt. Dat ziet er namelijk als volgt uit.

 In 2003 haalde 80% de financieringsnorm, nu nog maar 33%

Ziehier het financiële bloedbad dat de bibliotheken in de afgelopen tien jaar hebben meegemaakt. In 2003 haalde nog 80% de financieringsnorm van VNG en in 2020 is dat nog maar 33%. 67% haalt die norm niet. Tot 90.000 inwoners haalt de helft van de bibliotheken die norm niet en bij grotere stichtingen loopt dit op tot boven de 80%. 

Daar is één kleine kanttekening bij te maken. In de gegevenslevering leveren bibliotheken hun financiële gegevens per stichting aan en niet per gemeente. In de categorie met meer dan 90.000 bestaat ongeveer de helft uit stichtingen met meerdere gemeenten. Het zou dus kunnen dat die eigenlijk in een lagere categorie horen en daarmee per saldo toch de financieringsnorm in een lagere categorie zouden halen. Dit zorgt voor enige onbetrouwbaarheid maar zal het grote beeld niet veranderen. Daar komt bij dat gemeenten ook nog steeds herindelen waardoor weer grotere gemeenten ontstaan die in een andere categorie gaan vallen. 

Reparatie naar de norm vraagt € 60 miljoen

Als je weet welke bibliotheken er onder de norm scoren, kun je ook berekenen wat er nodig is om weer op die norm uit te komen. Dat is een kleine € 60 miljoen per jaar wat bibliotheken dan tekort komen. En daarmee heb je dus alleen nog maar geregeld dat je op de instapnorm zit, zeg maar het basisbedrag voor bibliotheek die een beetje mee kan komen, voldoende vestigingen heeft en een basisformatie. 

Wie ook nog wil bouwen aan de maatschappelijke opgaven heeft echt nog meer middelen nodig. De Raad voor Cultuur noemde altijd een bedrag van € 95 miljoen. 

Kun je de norm nog wel gebruiken?

Tja, het bibliotheekwerk van 2003 is natuurlijk niet het bibliotheekwerk van 2022. En is die VNG-norm dan nog wel klakkeloos te gebruiken?  Daar is wel iets over te zeggen. Op de eerste plaats zullen de bibliotheken zeggen dat ze veel meer taken zijn gaan doen: meer cursussen, meer activiteiten en meer programma's als bibliotheek op school, informatiepunten digitale overheid etc. Vanuit dat perspectief zou je zeggen: de norm moet omhoog.

Daar staat echter tegenover dat bibliotheken minder zijn gaan uitlenen. Ongeveer de helft minder dan in 2003 als ik de coronacrisis nog even niet meeneem. Maar goed, ook voor minder uitleningen heb je nog wel steeds dezelfde gebouwen nodig en personeel en iets minder collectie. Dus er valt wel wat weg maar welk deel? Daar zit in ieder geval enige neerwaartse druk. 

Alles bij elkaar zegt mijn gevoel dat die norm dus nog steeds een basis heeft. Maar misschien prima om daar weer eens naar te kijken en de onderbouwing opnieuw te maken. 

Gemeenten: breng financiering bibliotheek op orde; Rijk: investeer in maatschappelijke opgaven

Uslu zegt in haar brief dat ze met alle bestuurslagen wil praten over de toekomstbestendigheid van bibliotheekwerk. Het is duidelijk dat gemeenten in de afgelopen jaren flink hebben bezuinigd op bibliotheekwerk. Dat het ministerie dat nu eenzijdig gaat bijlappen en lijkt me een illusie. Maar een kongsi tussen rijk en gemeenten middels een nieuwe instapnorm zou misschien nog eens niet zo gek zijn. De gedachten is dan dat gemeenten hun bibliotheek op orde moeten hebben met een goede financiering, moeten beloven dat ze niet gaan bezuinigen en dat daarna rijksmiddelen beschikbaar komen om extra te investeren in de maatschappelijke opgaven. Dan wordt de investering van de minister ook echt een versnelling van beleid.  

En om eerlijk te zijn, ik denk dat zo'n afspraak tussen gemeenten en rijk best een haalbare kaart zou kunnen zijn. Maar de voorlopige conclusie is toch wel dat twee op de drie bibliotheken gewoon te weinig geld krijgen voor een goede uitvoering.

Voor dit onderzoek heb ik eerder samengewerkt met Thomas van Dalen. Hij bracht mij op het spoor van de VNG-normen en de doorrekening per stichting. Zijn eerdere berekeningen heb ik geactualiseerd en voorzien van grafieken. Thomas van Dalen moet op deze plek dan ook zeker genoemd worden als mede-initiatiefnemer. 

dinsdag 7 juni 2022

Hondenshow


In januari van dit jaar vertelde ik u een kleine bekentenis: die van mijn angst voor honden. Knap lastig bij het hardlopen. Mijn hoofd kent een plattegrond met rode kruizen. Bij die rode kruizen op de kaart kom ik niet meer omdat er ooit een hond tegen kwam of bang werd. Ik beloofde begin dit jaar er werk van te maken. 'Face your fear' dus. Ik ging naar een kliniek, waar een behandeling niet slaagde omdat ik niet bang genoeg was voor hun oefenhond. De makkelijke route viel hiermee af. De confrontatie bleef over. En dus zit ik nu in schema waarbij ik hondenveldjes afstruin, ren door hondenlosloopgebied en het bezoeken van honden. 

Een goede vriendin zei dat ik misschien eens naar een grote hondenshow zou moeten gaan en daar foto's zou moeten maken. 'En ik zie die foto's graag een keer', zei ze er achteraan. Dat was nog niet zo'n gekke gedachte want dat een hondenshow een bijzondere wereld oplevert met bijzondere honden en met misschien met even bijzondere baasjes was me wel duidelijk. 

En zo toog ik op een vroege zaterdagochtend naar een grote evenementenhal. Daar zou één van de grootste internationale hondenshows plaats vinden. Als ik aankom op de parkeerplaats is het al een drukte van belang. Het is een parkeerchaos en waar ik ook kijk, ik zie overal honden. Dit is inderdaad de juiste plek voor me. Maar om eerlijk te zijn verloopt alles nogal ordelijk. Honden blaffen nauwelijks, zijn keurig aangelijnd en baasjes sjouwen met karren om hun stoeltjes, benches, tafeltjes en koelboxen mee te nemen. Ik hobbel achter de meute aan. En ik ben ook eigenlijk de enige zonder hond.

In de evenementhal aangekomen lijkt het alsof ik ben aangekomen in een opvanghal voor vluchtelingen. Overal zitten baasjes met hun honden, de baasjes op stoeltjes, de honden in hun hokjes. Het is een grote dagcamping. In het midden zijn vele 'ringen' te vinden. De ring is een klein vierkant terrein waar verschillende honden worden voorgebracht voor een keurmeester die zijn oordeel geeft en telkens prijzen uitreikt voor de beste hond. De beste honden mogen dan weer door naar een ereronde waar weer ereprijzen zijn te verdienen. 

Op tafeltjes om mijn heen worden honden gekamd, gewassen en getoupeerd. Het zijn heuse kapsalons. En menig hond heeft beter gekamd haar dan het baasje. Ik vermoed dat er echt een aantal hairstylisten tussen zitten.  Wat ook opvalt zijn de pakjes van de hondenbezitters. Als je in de ring je hond moet tonen moet blijkbaar niet alleen de hond maar ook het baasje er op en top uit zien. Ik zie vele kokerkrokjes, glittertruitjes en glimmende stoffen bij de dames en de heren in pak. Maar bij de dames heeft niemand heeft hoge hakken. Het zijn allemaal platte schoenen want je moet een paar rondjes rennen met je hond. 

Een paar duizend mensen en evenzoveel honden. Er worden vele talen gesproken, ik heb met Poolse, Schotse, Vlaamse, Waalse, Franse, Duitse en Nederlandse hondenbezitters gesproken. En allemaal hebben ze even tijd voor me. Nu bestaat het deelnemen aan zo’n show ook grotendeels uit wachten dus iedereen heeft die tijd ook wel. Velen blijken op deze manier weekend aan weekend op pad. Het is een gemeenschap die elkaar met regelmaat tegen komt op deze evenementen. Een mooie jongedame die ik spreek, zegt dat dit ook wel belangrijk is bij een relatie. Een man die dit niet ziet zitten, hoeft voor haar niet. En waarschijnlijk vindt ze dus ook op deze gelegenheden een partner. 

Een vrouw uit Zeeuws-Vlaanderen die haar Afghaanse windhond aan het kammen is, legt uit dat het inderdaad wel een grote familie is maar ook dat er concurrentie is. ‘Buiten de ring zijn we aardig maar in de ring probeer ik toch wel met de prijs naar huis te gaan’ zegt ze. En overigens er gaat flink geld om in deze wereld. Meedoen is niet goedkoop maar velen zijn ook fokker en goed presterende honden zijn veel meer geld waard.

Een man die naast een vrouw zit die een hond kamt, zegt dat deze shows vooral 'haar ding' zijn. Maar hij vindt het niet erg om mee te gaan. Als ik vraag of hij dan niet stiekem hoopt of de hond van haar vrouw vroegtijdig afvalt, want de ererondes zijn echt pas aan het eind van de dag, zegt hij dat dat toch niet zo is. Ze gunt haar al het succes. En hij gaat verder met zijn puzzelboekje.


Uren dwaal ik zo tussen de baasjes en de honden. Ik zie trotse prijswinnaars op de foto gaan met hun keurmeester. Er is zelfs een heuse fotostudio aanwezig waar een lange rij voor staat. De baasjes zijn geduldig maar de honden vinden het wachten in de rij een stuk minder. Net buiten de evenementenhal is zelfs een kleine grasmat-voor-een-dag uitgerold. Zelf aan toiletvoorzieningen voor de viervoeters is gedacht. Meerdere malen was het baasje overigens te laat bij de grasmat. En mocht hij als dank een tapijttegel in de evenementenhal schoonmaken. En plein public. 

Terwijl het hondenfeest nog in volle gang is, verlaat ik de hal met een grijns op mijn gezicht. Het is een bijzondere wereld. Enige tijd geleden was er de serie 'De hokjesman', nou, de hokjesman had hier niet misstaan. Ik heb me nog nooit zo op mijn gemak gevoeld met zoveel honden. En ook met hun baasjes trouwens. Dat pakt niemand me meer af.


Als ik aan het eind van de middag nog een rondje door het bos ren en door het hondenlosloopgebied ren, kom ik geen hond tegen. Nee, natuurlijk niet. Want die zitten natuurlijk allemaal op de hondenshow. 

Wie de hele fotoserie wil zien die ik maakte, moet hier even klikken. 
 


zondag 29 mei 2022

De hoofdlijnenbrief Cultuur: drie observaties en één wenkend perspectief voor bibliotheken


Ook deze week las ik weer een beleidsbrief voor u. Zoals ik al zei: het regent op dit moment beleid. Dit keer de hoofdlijnenbrief voor cultuur van staatssecretaris Uslu. Ook hier gaat het, net als bij het masterplan Basisvaardigheden van minister Wiersma, om de eerste uitwerking van paragrafen uit het regeerakkoord. Ik loop de brief weer eens even met u door, ik geef u drie observaties en één wenkend perspectief. En de conclusie is dat het haast niet anders kan dan dat er in 2023 extra geld komt voor bibliotheken. Lees maar mee.

Regeerakkoord

Om te beginnen, deze beleidsbrief is de uitwerking van het regeerakkoord. Wat stond daar ook al weer in over cultuur? Wel dat was het volgende:  


Voor 2022 zou er € 135 miljoen beschikbaar komen dit zou in de komende jaren oplopen naar € 170 miljoen. Te verdelen over bovenstaande punten. 

Korte termijn: herstel langs vijf lijnen

Toen het regeerakkoord uitkwam schreef ik al dat dit een mix was van incidentele en structurele bedragen. Dat incidentele zat hem vooral in herstelmaatregelen na corona. Die lijn trekt Uslu inderdaad door in de hoofdlijnenbrief. En ook met een volgorde: eerst herstellen en daarna de structurele zaken. De € 135 miljoen gaat dit jaar dus ook vooral naar herstel en een stukje innovatie.

Bij dat herstel kijkt ze vooral naar 1) maatregelen om publiek weer uit te dagen om naar culturele instellingen te komen, 2) herstel van de arbeidsmarktpositie in het algemeen en 3) die van makers in het bijzonder en tot slot wil ze 4) extra aandacht voor jongeren en 5) voor innovatie. Hoewel er voor bibliotheken zeker op onderdelen wel haakjes te vinden zijn in deze herstelmaatregelen is deze toch vooral bedoeld voor de podia, de musea en de producenten. Als je haakjes voor bibliotheken wil vinden, zitten ze bij jongeren (extra cultuur op het MBO, pilot met mentale gezondheid van jongeren via cultuur) en bij innovatie (hybride burgerdialogen en kennisdeling met andere sectoren). Ik denk dat veel bibliotheekdirecteuren deze paragraaf aan zich voorbij laten gaan. Het echte bibliotheeknieuws staat namelijk in het tweede deel van de brief. 

Bibliotheken en leesbevordering

Waar in het eerste deel al concrete bedragen werden genoemd voor herstel staat er onder de structurele lijn nog geen enkel bedrag genoemd. Voor nog geen enkele partij en geen enkele lijn. Het tweede deel bestaat uit investeringen voor 1) een Nationaal Slavernijmuseum en een Nationaal Historisch Museum, 2) de gevolgen van ruimtelijke transities voor het cultureel erfgoed, 3) het potentieel van de creatieve industrie, 4) een bibliotheekvoorziening in elke gemeente, 5) leesbevordering en 5) een cultureel audiovisueel aanbod.

Voor bibliotheken is natuurlijk die lijn over bibliotheken en de leesbevordering van belang. Maar kijk ook even wat er verder nog op de rol staat want die € 170 miljoen moet dus verdeeld gaan worden over deze partijen. En om eerlijk te zijn, dat lijkt toch wel aardige ruimte op te leveren. Bibliotheken gaan niet met lege handen naar huis kunt u alvast noteren.

De staatssecretaris zegt over bibliotheken: 

'De bibliotheek is de meest laagdrempelige, algemene publieke cultuurvoorziening die door alle bevolkingsgroepen wordt bezocht, ongeacht leeftijd, inkomen, opleiding of sociale klasse. Door het brede aanbod van diensten en activiteiten draagt de bibliotheek bij aan persoonlijke ontwikkeling, aan verbetering van maatschappelijke kansen en aan sociale cohesie. De evaluatie van de Bibliotheekwet uit 2020 laat over de afgelopen circa tien jaar een afname van het aantal bibliotheekvestigingen zien. De behoefte blijft echter groot. Daarom streeft het kabinet de komende periode naar een toekomstbestendige bibliotheekvoorziening in elke gemeente. Ik wil samen met de gemeenten en provincies inzetten op deze ambitie uit het coalitieakkoord, waarbij aanpassing van de Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen tot de mogelijkheden behoort.'

Naast deze paragraaf gaat ze met bijna evenveel woorden ook in op het bibliotheekwerk in Caribisch gebied.  Die zijn ruim bedeeld in deze brief. Hun lobby voor meer geld werpt vruchten af. Daar ga ik in dit kader even aan voorbij maar het gejuich aan de overkant van de plas kun je als je goed luistert nog horen.

Over leesbevordering zegt ze:  

'Het maatschappelijke belang van goed kunnen lezen is groot. Goed kunnen lezen geeft toegang tot de basisvoorzieningen in onze samenleving. We zien echter dat jongeren moeite hebben met diep en kritisch lezen.25 Door de coronacrisis hebben leerlingen extra vertraging opgelopen in begrijpend lezen.26 Het is ook slecht gesteld met de leesmotivatie; bijna de helft van de 15-jarigen vindt lezen tijdverspilling, terwijl juist leesmotivatie leesniveaus verhoogt. Onderzoek heeft aangetoond dat lezen leidt tot meer begrip en genuanceerde opvattingen. Het lezen van verhalen brengt ons dichter bij elkaar. Leesbevordering vormt dan ook een grote uitdaging, zowel voor ouders, leerkrachten als de professionals in de bibliotheken en de letterensector. Dit onderwerp raakt de portefeuilles van alle OCW-bewindslieden. Wij zullen ons gezamenlijk inzetten om de samenwerking tussen scholen (inclusief het MBO), bibliotheken en de omgeving rond jongeren te versterken.'

Nou, dat is het. Wat kun je hier bij opmerken en wat kun je tussen de regels lezen? Ik deel graag drie observaties met u. 

Observatie 1: Hoe stilletjes leesbevordering van afdeling verandert

Ik begin bij de laatste paragraaf over leesbevordering. Daar zijn we namelijk snel mee klaar maar hier gebeurt wel iets groots zonder dat je het doorhebt. Bij de behandeling van de beleidsbrief van minister Wiersma merkte ik het al op: het leesoffensief wordt een masterplan basisvaardigheden en daar komt leesbevordering in terug. Uslu geeft, door op te merken dat de bewindslieden zich gezamenlijk gaan inzetten, Wiersma de leiding over leesbevordering met zijn masterplan. Ik vind dat heel slim want die leesbevordering viel tot nog toe vooral onder de C van Cultuur en niet onder de O van onderwijs. Uslu laat hier bijzonder handig een onderwerp verspringen van afdeling. Leesbevordering gaat van de C van Cultuur naar de O van Onderwijs. Ja, natuurlijk in afstemming enzovoort enzovoort maar dat is wat hier tussen de regels gebeurt. En geloof me, dat is goed en groot nieuws.

Observatie 2: Kom met een plan met meer vestigingen, voorzieningen en toekomstbestendigheid

Terug naar de paragraaf over bibliotheken. Wat valt daar op? Op de eerste plaats blijft de politiek vooral aanslaan op het gedaalde aantal vestigingen. De veranderde rol: van klassieke bibliotheek naar maatschappelijk-educatieve bibliotheek vraagt inderdaad om vestigingen die dichtbij blijven maar ook om vestigingen die anders ingericht zijn. Als de sector dus dicht bij het kabinetsbeleid wil blijven en aansluiten op de gelden in het regeerakkoord dan moeten er beloftes komen over extra vestigingen en nabijheid. Niet alleen in gemeenten waar nu nog geen bibliotheek is maar ook op plekken waar we nog niet nabij genoeg zijn. Een soort nationaal deltaplan voor spreiding van bibliotheken dus. Denk daarbij overigens niet alleen aan eigen vestigingen maar vooral ook aan gedeelde voorzieningen: kulturhusen, multifunctionele organisaties of multifunctionele accommodaties. 

En voordat u nou denkt: mogen we dan alleen nog maar vestigingen openen en verder niets? Dat is niet het geval. Welk haakje zit er dan nog in de tekst. Nou, dat is het woordje 'toekomstbestendig', onder die titel kan inhoudelijk nog een hoop ingevuld worden. Zowel inhoudelijk als financieel.  Inhoudelijk kun je dit ook invullen met extra investeringen voor maatschappelijke en educatieve programma's.  En over het financiële gaat de derde observatie.

Observatie 3: Extra geld in 2023 en een afspraak van het Rijk met gemeenten en provincies

De staatssecretaris schrijft dat ze samen met gemeenten en provincies deze ambities wil inzetten. Het wordt dus niet alleen een feestje van het land maar ook provincies en gemeenten moeten dus een financiële stap zetten. Tenminste, dat betekent dit meestal in beleidstaal. En die zin die erachter staat, namelijk dat ze bereid is de bibliotheekwet hiervoor aan te passen, lijkt ook daar op te slaan. Al langer wordt gesproken over een mogelijke zorgplicht voor gemeenten waardoor er in elke gemeente een bibliotheek zou moeten zijn. Maar het is ook mogelijk dat de staatssecretaris hint op een ministeriële matchingsregeling waarbij eisen worden gesteld aan een landelijke bijdrage. 

Wat het ook wordt: er komt geld. Als ik dit zo bekijk voorspel ik dat er in 2023 extra middelen komen voor bibliotheken. Het kan haast niet anders. Eerder kan niet, want dat geld is net verdeeld en later wordt ongeloofwaardig als passage uit het regeerakkoord. Het bedrag dat vrijkomt zal wel een groeiend bedrag zijn met ook groeiende afspraken (met de overige beleidslagen).  En nee, dit staat niet zo in de tekst maar met deze brief durf ik er wel een fles wijn op in te zetten.  



Toekomstkracht Overijssel als wenkend perspectief ?

Als de staatssecretaris nog een voorbeeld zoekt van die matching is het misschien toch aardig om nog te kijken naar de provincie Overijssel. Deze provincie zette onlangs zelf al stappen in deze richting. Begin dit jaar is een subsidieregeling Toekomstkracht Overijsselse bibliotheken opengesteld door gedeputeerde Roy de Witte. Daarbij biedt hij de Overijsselse bibliotheken de mogelijkheid om € 95.000,- per bibliotheekstichting aan te vragen voor toekomstbestendig bibliotheekwerk. Er zijn twee voorwaarden: op lokaal niveau moet een vergelijkbaar bedrag op tafel gelegd worden en de gemeente moet aangeven de komende jaren niét te bezuinigen op bibliotheekwerk. Die cofinanciering komt vaker voor maar de afspraak dat er niet bezuinigd mag worden is redelijk uniek. De provincie vindt dat er niet aan de ene kant geïnvesteerd kan worden en aan de andere kant tegelijk bezuinigd. Als de provincie overigens tegen de gemeenten zegt dat ze niet mogen bezuinigen, kunnen ze zelf natuurlijk ook niet bezuinigen op bibliotheekwerk. Ook mooi meegenomen. 

Deze constructie levert rust op om te bouwen aan die toekomstbestendige bibliotheek. Wellicht nog een wenkend perspectief. Op veel kleinere schaal natuurlijk, maar toch.

Bouwen!

Wat is de afdronk van deze brief? Nou, die is zeer positief wat mij betreft. Veel daadkracht op korte termijn voor herstel en wat tijd om nog eens goed naar die structurele uitgaven te kijken. De afgelopen jaren hebben de bibliotheekambtenaren van het ministerie stap voor stap extra investeringen voor bibliotheekwerk op de kaart gehouden. Via de motie Asscher, via de evaluatie van de bibliotheekwet en nu de hoofdlijnenbrief. Dat kostte geduld, altijd blijven opletten en geen misstap maken. Knap werk daar, een huzarenstukje! Want geloof dat het weinig moeite kost een onderwerp van de agenda te laten verdwijnen en dat het veel aandacht vraagt om het erop te houden.  En als ik het zo inschat kort er in 2023 toch echt extra geld voor bibliotheken.  Goed nieuws dus. En en passant laat de de staatssecretaris het onderwerp leesbevordering ook nog eens verspringen naar het budget van onderwijs.  

Alles bij elkaar: zicht op kansen om te bouwen aan bibliotheekwerk. Niet krimpen, niet afbreken maar bouwen! De sector moet zich na jaren bezuinigen gaan voorbereiden op investeringen. En dat zal wel even wennen zijn. Aan de slag!