zondag 16 januari 2022

Waarom het verleden even onzeker is als onze toekomst, drie keer over Nederlands-Indië


In het afgelopen coronajaar las ik drie boeken over Nederlands-Indië en de onafhankelijkheidstrijd van Indonesië. Drie dikke pillen en samen goed voor bijna 2.000 bladzijden over deze geschiedenis. David Van Reybrouck met Revolusi, Martin Bossenbroek met De wraak van Diponegoro en Philip Dröge met Moederstad. Drie verschillende boeken met drie verschillende stijlen maar allemaal schetsen ze de pijnlijke geschiedenis van deze voormalige kolonie. En als bibliothecaris kan ik het toch niet laten om over boeken te schrijven.

Ik neem u mee langs de drie boeken die naar mijn mening nog steeds een tussenstap zijn in het herstel na het koloniale verleden. Maar altijd goed om één van deze pillen te gaan lezen. 


Revolusie van David Van Reybrouck

Het boek van Van Reybrouck is eigenlijk wel het meest klassieke geschiedenisboek van de drie. Het handelt namelijk over de hele geschiedenis van de kolonie Nederlands-Indië tot ver na de onafhankelijkheid van Indonesië. Wie denkt dat hij of zij daarmee een klassiek geschiedenisboek in handen heeft, kent Van Reybrouck nog niet. Zijn gave is om op allerlei plekken in het land - vaak hoogbejaarde - ooggetuigen te vinden en hen het verhaal te laten vertellen. Dat deed hij in zijn meesterwerk 'Congo' en dat doet hij met 'Revolusi' opnieuw. Oral history noemen we dat met een goed Nederlands woord. 

Zo spreekt hij Dajeng Pratomo,  een oude Javaanse kroonprins die geboren is in 1914 maar die uiteindelijk beland is in een bejaardenhuis in Callantsoog. En dat is maar één van de voorbeelden. Hij spreekt dienstweigeraars, troostmeisjes, Indonesische vrijheidsstrijders en Nederlandse soldaten. Ook schetst hij het ingewikkelde internationale spel dat werd gespeeld met Nederlands-Indië. Duidelijk is wel dat Nederland zelf eigenlijk maar een onbeduidende speler was die eigenlijk zo lang mogelijk geprobeerd heeft om profijt te hebben van slavernij en kolonie. Pas als de Amerikanen dreigen met het stopzetten van de Marshallhulp in 1949 geeft Nederland de kolonie weer terug aan de Indonesiërs. 

Indonesië werd na de onafhankelijkheid een voorbeeld voor andere landen en Indonesië zette zich ook in om met de opkomende landen in Azië en Afrika ook een machtsblok te vormen. Dat was natuurlijk ook weer niet de bedoeling volgens het rijke Westen en dus wordt in 1965 met goedkeuring en hulp van de CIA president Soekarno afgezet en opgevolgd door de militair Soeharto. Die zou daarna 30 jaar als dictator regeren.

Van de drie boeken is dit het meest klassieke geschiedenisboek en is het ook het minst verhalend. Iets om rekening mee te houden.


De wraak van Diponegoro van Martin Bossenbroek

Bossenbroek is net als Van Reybrouck een bekende naam als het gaat om historische boeken en werd eerder al bekend met 'De Boerenoorlog' over de Nederlanders in Zuid-Afrika. Bossenbroek schrijft in dit boek over het begin en het eind van Nederlands-Indië. Dat doet hij op een bijzondere manier. Hij neemt van zowel het begin als het eind van de kolonie twee bepalende sleutelfiguren die tegenover elkaar staan. Uit de beginperiode zijn dat Hendrick de Kock en prins Diponegoro. De Kock is militair en later gouverneur over de kolonie. Hij is een man die geweld niet schuwt en daarmee de kolonie ook zijn wil oplegt. Diponegoro is een prins uit Yogja die telkens wordt gepasseerd als sultan. Hij ontwikkelt zich als een religieuze rebellenleider en weet een opstand uit te lokken in 1830. In eerste aanleg hebben de Nederlanders geen goed antwoord maar enige tijd begint een steeds grotere troepenopbouw die Diponegoro verder de bossen indrijft vanaf waar hij een guerrilla leidt. Wel met steeds minder troepen en middelen. Diponegoro en De Kock proberen via allerlei allerlei onderhandelingen een manier te vinden waardoor beiden kunnen krijgen wat ze willen. Maar De Kock verbant Diponegoro uiteindelijk naar een fort op een ander eiland.

Het verhaal over het eind van de kolonie is bijna een spiegelverhaal van het begin. Alleen zijn nu gouverneur Huib van Mook en vrijheidsstrijder Soekarno de hoofdpersonen. Het is tijd waarin Nederland zich vanuit een ontwikkelingsideaal zich nog aanmatigde om een kolonie te blijven bezitten. Dit met de diepe overtuiging dat het land niet zelf in staat zou zijn om zichzelf te besturen.  

Het mooie van het boek van Bossenbroek is hoe hij details uit het privéleven van Van Mook en Soekarno verweeft met hun politieke activiteiten. Het geeft ze beiden een zeer menselijk gezicht, zonder dat ik de details hier alvast wil verklappen.

Ik vond het tweede deel van het boek magistraal, het eerste deel vond ik door de vele moeilijke namen soms lastig te volgen. Dan dook er weer hier een prins op en daar een sultan. Ik las van de drie boeken dit boek als eerste, zodat ik soms ook wat context miste. Later las ik Van Reybrouck en daarmee vielen soms puzzelstukjes weer op zijn plek.


Moederstad van Philip Dröge

Philip Dröge is 80% Europees, 9,5% Indonesisch, 9,5% Chinees en 1% Papoea volgens een DNA-test. Dröge noemt zichzelf met plezier een 'volbloed Indo' en zijn familie heeft eeuwenlang op Batavia, het huidige Jakarta doorgebracht. Hij gaat in dit boek op zoek naar zijn eerste Nederlandse voorvader in 1631 voet aan wal zette in Nederlands-Indië en hij ontdekt zijn eerste Indonesische moeder. En zo gaat hij zijn familiegeschiedenis na die zich telkens in Batavia afspeelt. Die historische verhalen wisselt hij af met verhalen over bezoeken aan de plekken waar die geschiedenissen zich afspeelden maar dan in het huidige Jakarta. Soms vindt hij nog grote of minder grote resten van die familiegeschiedenis maar soms eindigt hij ook in compleet nieuwgebouwde winkelcentra of op vierbaanswegen waar niets meer herinnert aan de geschiedenis. Zelf noemt hij Batavia de mooiste stad die Nederland nooit heeft gehad. Ook vertelt hij tussendoor over zijn vermakelijke zoektochten in archieven en de tunnelvisie waar elke archiefonderzoeker soms in terecht komt.

Van de drie boeken, lees je het makkelijkst door het boek van Dröge heen. Dat is een knap staaltje schrijfwerk. Wil je meer weten dan is dit interview bij OVT wel aardig om naar te luisteren.

Zwarte bladzijde

Soms noemen we iets in onze geschiedenis een zwarte bladzijde. Daar bedoelen we dan mee dat er iets gebeurde in de geschiedenis waar we ons collectief voor schamen. Hoe meer ik lees over onze vaderlandse geschiedenis, hoe meer ik begrijp dat de rijkdom en ontwikkeling van ons land zijn grond vindt in een eeuwlange uitbuiting van kolonies en de instandhouding van slavernij. Dat is zelfs wel iets meer dan een zwarte bladzijde. Noem het in plaats van een rode draad door onze geschiedenis gerust een zwarte draad. En het is meer dan een zwarte bladzijde. Want ook na bijna 2.000 pagina's ben je nog niet uitgepraat. Uiteraard maakten ook anderen landen zich aan dezelfde praktijken schuldig en was het iets wat in die tijd 'normaal' was. Het neemt het leed echter niet weg van de geschiedenis die verder weg ligt of nog wat dichterbij. 

Nederland en Indonesië hebben nog flinke stappen zetten in het herstel. Zo erkent Nederland nog steeds niet de onafhankelijkheid zoals deze op 17 augustus 1945 door onder andere Soekarno werd uitgeroepen. Nederland houdt nog steeds vast aan 27 december 1949, het moment dat Nederland zelf het bewind overdroeg (na die druk van de Marshall-gelden). Het is dan wel weer zo dat deze drie boeken allemaal ongeveer uitkwamen rond of net na het 75-jarig bestaan van Indonesië in 2020 en dat de schrijvers en uitgevers dus weer wel uitgaan van 1945. U ziet de dominee (de politiek) en de koopman (de uitgever) houden er een verschillend beeld op na. 

De geschiedenis is even onzeker als onze toekomst

Tegelijkertijd zijn deze drie boeken nog altijd geschreven door westerlingen. Hoewel Philip Dröge met zijn gemengde achtergrond daar misschien niet helemaal invalt. Het zou mooi zijn als een Indonesische historicus ook in dit rijtje had gezeten. Hoe onafhankelijk deze schrijvers ook zijn, en ik heb ze alle drie zeer hoog zitten, onze blik blijft beperkt hoe goed we het ook proberen. Daarom denk ik dat er op een volgend moment - laten we zeggen bij het 100-jarig bestaan van Indonesië - de blik op het verleden weer veranderd zal zijn. Wie denkt dat de geschiedenis al vastligt komt dus bedrogen uit. 

Het verleden is op sommige punten even onzeker als onze toekomst. En dan heeft de toekomst nog het voordeel dat we die zelf nog kunnen bepalen.

Wie de boeken wil lenen, kan hier terecht voor:

Revolusie van David Van Reybrouck (ook als ebook en luisterboek)

De wraak van Diponegoro van Martin Bossenbroek (ook als ebook en luisterboek) en

Moederstad van Philip Dröge (alleen gedrukt)

zondag 9 januari 2022

Van hondenfobie naar burgerfobie


Het nieuwe jaar is weer begonnen en ik wens u het allerbeste vanaf deze plek. Het nieuwe jaar is een plaats van goed voornemens. Velen hebben die. Ik ook. En eentje zal ik hier met u delen. 

Hondenfobie

Het is een publiek geheim dat ik bang ben voor honden. Een hondenfobie. En dat is soms best onhandig. Ik durf niet goed bij mensen op bezoek die een hond hebben of ben bang dat mensen een hond hebben als ik er voor het eerst op bezoek ga. Met hardlopen is het ook niet echt handig. Mijn hardlooproutes plan ik zo dat ik logische plekken met honden vermijd. Dus ja, dat is best beperkend. Ik ga er wat aan doen en ik overweeg een behandeling in een instelling die hierin is gespecialiseerd met nazorg door een hondenspecialist. Nou, als u nog tips hebt, zijn die welkom. 

Dat ik wat laat doen aan die fobie is niet eenvoudig. Het staat al lang op mijn lijstje en ik hik er al tijden tegen aan. Waarom? Omdat ik mijn eigen angst onder ogen moet komen en het aan moet durven om door die angst heen te gaan. En dat terwijl het vermijden van die angst al jaren mijn strategie is. 

Ondertussen heb ik geleerd van de gesprekken die ik al gevoerd heb met hulpverleners dat ik moet gaan leren om juist het tegengestelde te gaan doen van wat ik gewend ben: van wegrennen en vermijden van honden, naar met ze omgaan. En daarbij geldt: ik kan niet de honden of hun baasjes veranderen, ik kan alleen veranderen hoe ik er zelf mee omga. Nou, wens me maar succes.

Van vermijden van honden naar vermijden van burgers

Een andere plek met vele goede voornemens vinden we in het nieuwe kabinet. Er is een regeerakkoord opgesteld 'Omzien naar elkaar en vooruitzien naar de toekomst'. Met grote ambities en nog meer geld gaat het kabinet Rutte IV, met nieuw elan aan de slag. 

Rutte IV begint wat betreft die goede voornemens en dat nieuwe elan wel met 3-0 achterstand. Het vertrouwen in de politiek is namelijk historisch laag. In een recent artikel schreef ik over het rapport 'De laagevertrouwensamenleving' Uit dat rapport bleek dat sinds het uitbreken van de coronacrisis het vertrouwen in de overheid gedaald was van 70% naar 29%.


En laten we eerlijk zijn, niemand is verbaasd als je dat zegt dat dat vertrouwen zo gedaald is.  Een paar voorbeelden? Nog voor het nieuwe kabinet gestart is, blijkt de gaskraan in Groningen toch nog weer even open gedraaid te moeten worden. We zijn het land met de Toeslagenaffaire waarvoor het kabinet aftrad en beloofde het snel op te lossen. En we zijn het land waar dat nog steeds niet is opgelost. We zijn het land dat zo ongeveer het laatste startte met boosteren. We zijn het land waar een politiek vriendje miljoenen verdiende aan een mondkapjesdeal. We zijn het land waar dat vriendje vervolgens beloofde dat geld terug te geven. En we zijn het land waar dat vriendje dat toch niet deed. We zijn het land waar een kwart van de kinderen in de wachtkamer van de laaggeletterdheid zit. En we zijn het land waar de formatie twee maanden langer duurde door gekonkel rond een 'functie-elders-affaire'. 

Het is makkelijk scoren en ik zou best nog even door kunnen gaan. 

Het CBS meldde afgelopen week dat de lonen in Nederland in de afgelopen tien jaar slechts in vier jaren de inflatie konden bijbenen. Dat betekent dat lonen in de afgelopen tien jaar niet de prijsontwikkeling konden volgen. Gepensioneerden klagen dat ze al jaren op nullijn zitten of gekort zijn. 

En dan nog klein leed: mijn minder digitaal vaardige maar wel kwetsbare vader van bijna tachtig klaagt dat de overheid hem geen brief stuurt dat hij geboosterd moet worden maar dat hij zelf via vrienden en familie er maar achter moet komen hoe hij snel zijn prik moet krijgen. 

Het wantrouwen tegenover de overheid zit dus diep. Burgers kunnen makkelijk het gevoel krijgen dat er niet meer voor hen gezorgd wordt en dat zij degenen zijn die telkens de rekening moeten betalen. Dat er wel veel mooie woorden zijn maar geen echte daden. Dat wordt nog eens versterkt door Wilders en Baudet die als eens soort Waldorf en Statler, de oude mannetjes van de Muppetshow, vanaf de zijkant roepen hoe schandalig het allemaal is. Hun goed recht maar daardoor wordt de kloof alleen maar dieper. Veel burgers hebben niet meer het gevoel dat de politiek en de overheid nog echt contact met ze maakt. Het lijkt wel of de politiek en de overheid de burger lijken te vermijden.

Nou, en dat kabinet, Rutte IV, die met nieuw elan maar met dezelfde partijen en dezelfde premier verder gaat schrijft in het regeerakkoord: 

Bij onze ambities hoort ook dat we de overheid zelf verbeteren. Te beginnen bij de verbetering en versnelling van afhandeling van de schade van de gedupeerden van de toeslagenaffaire en de aardbevingsschade in Groningen. De sterke overheid die wij voor ons zien heeft oog voor de menselijke maat, is begrijpelijk, bereikbaar en aanspreekbaar door inwoners, en herstelt op die manier het vertrouwen.

Dit kabinet heeft zich op zijn minst voor een ambitieuze opgave gesteld. Een ambitie die duidelijk niet alleen met meer geld te maken heeft.

Participatiesamenleving 

In de troonrede van 2013, aan het begin van Rutte II, gaf de koning aan dat we transformeren van een verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving. Burgers moesten weer meer zelf doen en niet alles van de overheid verwachten maar dat betekende ook dat de overheid meer faciliterend moet optreden en ook meer regelruimte bij burgers moet laten. Dat er tegelijkertijd bezuinigd werd maakte dit wel een hele dubbele boodschap.

Toch hebben we op veel plekken gezien dat die participatiesamenleving best mooie dingen kan opleveren. Bij bibliotheken zie je dat terug bij Taalhuizen maar ook bij een programmering die veel meer samen met allerlei partijen in stad of dorp tot stand komt. 

Een participatiesamenleving vraagt van de gemeenschap dat burgers die voldoende vaardigheden, capaciteiten of financiële middelen hebben deze deels inzetten voor burgers die dat niet hebben. En de taak van de overheid wordt dan om dat vooral te faciliteren en oog te hebben voor hoe dat kan gaan werken. En daar waar dat niet werkt of waar geen aanbod door burgers kan worden gedaan, moet die overheid dan toch zelf aan de slag. 

Het vraagt een luisterende houding van de overheid. Een overheid die meebeweegt maar die vooral elke burger serieus neemt. Ten diepste betekent dat, dat je eigenlijk niet elke burger of elk dorp gelijk moet behandelen maar dat je moet kijken welke inzet voor de burger  of voor het dorp het meeste effect heeft. En dat is voor een overheid die opgebouwd is met regels en wetten natuurlijk een hele ingewikkelde opgave. En probeer dan ook nog maar eens betrouwbaar en consistent te zijn. 

Oud ombudsman Brenninkmeijer deed hier ook onderzoek naar en adviseerde de overheid om veel meer te experimenteren met nieuwe principes van democratische besluitvorming. Ook het SCP adviseerde medio 2021 al dat het vertrouwen in de overheid na deze coronacrisis alleen teruggewonnen kan worden door veel beter rekening te houden met burgerrechten en het vertrouwen weer terug te geven aan de samenleving. Maar na een paar referenda in binnen- en buitenland met een ongewenste uitkomst, is de politiek kopschuw geworden op dit punt. Men weet niet hoe men de burger serieus moet nemen. Dit los van al het goede werk dat ik zie bij wethouders, gedeputeerden en ministers. Ik heb diep respect voor ze. 

Klimaattransitie en de woningcrisis

En laten we dan eens twee grote thema's die dit kabinet moet oppakken bij de kop nemen: de klimaattransitie en de woningcrisis. Denkt u dat de burger het gevoel heeft dat hij daarbij betrokken gaat worden? Ik denk het niet. Maar het zijn wel twee thema's die dicht bij ons komen en waar we mee te maken krijgen. Waar komen windmolens en zonneparken? En waar wordt op welke wijze gebouwd? Het zijn wat mij betreft twee thema's waar je met veel en grote groepen burgers iets mee moet. Een uitgelezen kans voor het kabinet om bovenstaande belofte uit het regeerakkoord gestalte te geven. Hoe zou je met bijvoorbeeld een G1000, een burgertop, voorstellen voor die transitie op nationaal niveau kunnen doen? Of hoe zou je op lokaal niveau kunnen kijken naar burgercoöperaties rond woningbouw

De politiek en de overheid moeten de burger niet vermijden maar juist veel serieuzer nemen. En laat burgers dan ook de verantwoordelijkheid voelen en nadenken over de dilemma's.  

Rol voor bibliotheken?

Dat we langzamerhand in een redelijk gepolariseerd land leven, spreekt niemand tegen. Het organiseren van een gesprek waar burgers nog gewoon naar elkaar luisteren en waar de overheid naar burgers luistert  en vice versa wordt steeds schaarser. Initiatieven als de Human Library waar je 'iemand' kunt lenen die in de regel als afwijkend wordt ervaren of waar veel vooroordelen over bestaan past daar bijvoorbeeld goed in. 

Maar je zou ook kunnen denken aan burgerparlementen of burgergesprekken rond thema's. Misschien ligt daar in het verlengde van de Informatiepunten Digitale Overheden best ruimte. Ik ben wel benieuwd waar hier al mooie voorbeelden bekend zijn bij bibliotheken. Kernpunt is wel dat de overheid dit soort initiatieven mee moet dragen en uiterst serieus moet nemen. Burgers hebben feilloos door als de zoveelste ronde van verplichte inspraak zonder echte invloed voorbij komt.

Niet de hond moet veranderen maar ik

Leuk dat bibliotheken daar iets in kunnen betekenen maar dat is niet de kern. Ik begon met mijn goede voornemens voor dit jaar en mijn angst voor honden. Moeten de hond of het baasje veranderen? Nee, het zijn niet de hond of het baasje die moeten veranderen maar ík moet veranderen. Ik ben zelf de enige die mijn houding naar honden kan aanpassen en daarom moet ik me inzetten om me over mijn angst heen te zetten. Alleen dan ontstaat een nieuwe situatie.

En wat voor mij geldt als iemand die bang is voor honden, dat geldt ook voor de politiek en de overheid. De overheid en de politiek moeten niet bang zijn voor de burger. Er moeten wegen gevonden worden hoe overheid en politiek weer om kunnen gaan met burgers. Moet de burger veranderen? Nee, het is niet de burger die moet veranderen maar de overheid en de politiek. Ook zij moeten over hun eigen angst heen weten te stappen en hun houding fundamenteel aanpassen. Alleen dan ontstaat een nieuw samenspel waarbij ook de burger weer een nieuwe houding zal aannemen. 

Elke overheid krijgt de burgers die het verdient. 

Beloof ik ondertussen te gaan werken aan die hondenangst.

Foto: Dimtri_C

zondag 19 december 2021

Het land is moe : bibliotheken in crisistijd, deel 28


Het land is moe.
Het moreel geknakt.
En in dit vlakke land,
onder grijze lucht,
zover je kijkt ,
slechts moedeloosheid.

Ergens op de zaterdagochtend pak ik mijn telefoon maar eens op. Een paar appjes van vrienden en bekenden. Er spreekt moedeloosheid uit. Een nieuwe harde lockdown dreigt. Na de aangekondigde ophokplicht voor basisschoolleerlingen, volgen nu ook alle niet-essentiële winkels en culturele instellingen. Nederland gaat vlak voor Kerst toch helemaal op slot. En uit de berichtjes die ik via de app wissel, spreekt slechts één boodschap: 'Hoe slaan we ons hier nu weer door heen?'. Bij mezelf herken ik die moedeloosheid die ochtend ook. Vooral ook omdat helemaal niet duidelijk is hoe we uit deze crisis gaan komen met telkens nieuwe varianten. Als een labyrint zonder uitgang.  


Drive-thru
En dat terwijl het eigenlijk zo'n leuk week was. Een week die begon met een fantastisch Kerst drive-thru met onze Rijnbrinkcollega's. Een alternatief voor een kerstborrel en ik mag met mijn goede collega Wout samen het verkeer regelen. Op onze manier wel te verstaan. Het levert me nog twee dagen een piep in mijn oor op vanwege het fluiten. Maar de glimlach is urenlang niet van ons gezicht te branden.


Regeerakkoord
Op woensdag volgt de presentatie van het regeerakkoord. En warempel, bibliotheken blijken er dit keer inderdaad in te staan. Er moet extra geld komen om ervoor te zorgen dat de bibliotheken goed verder kunnen groeien in hun rol en dat er in elke gemeente ook echt een bibliotheek is. Bibliotheken staan  met name in onderstaande passage maar worden ook nog genoemd bij de de rijke schooldag en kansengelijkheid. 
Het gaat weliswaar nog om een koepelbedrag van € 170 miljoen. Dat betekent eigenlijk dat er dus nog een robbertje gevochten gaat worden tussen verschillende doelen in de cultuursector die het geld allemaal goed kunnen gebruiken. Collega's om me heen zijn nog sceptisch. Na alles wat we mee hebben gemaakt in de politiek, is zelfs hier het vertrouwen wel een beetje weg. Het is toch vooral: 'eerst zien, dan geloven'. Ik blijf hoopvol. Noem het ongefundeerd rasoptimisme. Het zou de sector ontzettend goed kunnen helpen.

Hardlopen en kerstmuziek
Maar mijn moedeloosheid verdwijnt die ochtend niet. Het betekent dat ik mezelf bij de lurven moet pakken. En daar heb ik een befaamd recept voor. Mijn hardloopschoenen gaan aan en ik loop me het snot voor de ogen. Je lichaam voelen, de blik op oneindig en het verstand op nul. Als ik weer thuis kom en weer fris ben, zet ik een ordinaire playlist op met Kersthits. Hoewel het grijs blijft buiten, begint in mijzelf de zon dan toch wel weer te schijnen.

Tijdlijn
Ik zet me maar eens aan een tijdlijn voor 2021 voor bibliotheken en het coronavirus. Hoewel de persconferentie dan nog moet komen die avond.  2021 was een overzichtelijker jaar voor bibliotheken dan 2020. Vergelijk het maar eens met de tijdlijn die ik over vorig jaar maakte. In het vorige jaar werd veel meer geschakeld in de samenleving en met instellingen. Dit jaar zal echter wel de boeken in gaan met de langste sluiting van bibliotheken ooit. Dat zullen we volgend jaar ook terug zien in de resultaten. Waren de resultaten over 2020 al een bloedbad, over 2021 verwacht ik dat die resultaten niet beter zullen zijn. 

Toch zijn die slechte resultaten ook maar weer de helft van het verhaal. Want bibliotheken waren in 2021 wel telkens de uitzondering bij de culturele instellingen. We mochten eerder open na de lockdown, kregen geen beperking met coronatoegangsbewijzen en we kregen een ontheffing bij de avondlockdown.

De playlist met Kerstmuziek staat nog steeds op en ik merk dat ik ondertussen zachtjes meezing met die oorwurm 'All I want for Christmas' van Mariah Carey. Het moet niet gekker worden. Maar de moedeloosheid is verdwenen.

Bibliotheken als uitzondering
Ergens op de middag krijg ik een appje. Bibliotheken zijn waarschijnlijk ook nu weer een uitzondering. Hoewel sommigen zich misschien een beetje generen dat we opnieuw een uitzondering zijn, geeft dit aan dat deze regering voor bibliotheken toch een speciale rol ziet. 

Tijdens de persconferentie die avond blijkt dat het inderdaad zo is. Nederland gaat op slot, de bibliotheken blijven open. De Jonge verwijst nog eens naar de bibliotheken waar je geholpen kunt worden met het maken van een vaccinatieafspraak. Bibliotheken zijn de vluchthaven voor burgers met digitale wanhoop. Dat idee van die Informatiepunten Digitale Overheid blijkt deze week een ticket voor openstelling te zijn. 

Dichter Ingmar Heytze maakt onderstaande gedicht over die speciale dag gisteren. Daar sluit ik graag mee af.



En in het zuiden wacht de zon. Droom van 
de warmte op je gezicht, de langste nacht blijft
de langste nacht. Het donkerste uur komt
vlak voor het licht.

Hou vol!


 

woensdag 15 december 2021

Bibliotheken met extra geld genoemd in regeerakkoord!

Vanmiddag werd het nieuwe regeerakkoord gepresenteerd. Een akkoord waar door de bibliotheeksector met smart op gewacht werd: zouden de bibliotheken genoemd worden met een bedrag? Het antwoord is: ja, de bibliotheken worden genoemd maar nog wel met een koepelbedrag. Er wordt 170 miljoen structureel extra uitgetrokken voor de culturele en creatieve sector. Een bedrag dat nog verdeeld moet worden over het verbeteren van de arbeidsmarktpositie, een herstelplan voor de sector, regionale spreiding in de cultuurparticipatie, een Nationaal Historisch Museum, extra cultuureducatie en het betrekken van de creatieve industrie bij de grote maatschappelijke opgaven. 

Wie dat lijstje bekijkt ziet daar nog wel verschillende grootheden tussen zitten. Ook is het bedrag nog niet verder gespecificeerd per onderdeel. Als de één meer krijgt, krijgt de ander dus minder.  Eigenlijk dus een potje armworstelen tussen partijen die allemaal goede redenen hebben om te investeren. Dat voelt wel wat vervelend. 

De VOB pleitte eerder, in het verlengde van het advies van de Raad voor Cultuur, voor 95 miljooen extra per jaar. De VOB geeft in een eerste reactie op haar website aan blij te zijn met de plek in het regeerakkoord maar geeft ook aan dat: 'we als bibliotheken graag het gesprek aangaan over wat er nodig is om deze ambitie gezamenlijk te realiseren'

De term 'een toekomstgerichte bibliotheek(voorziening) in elke gemeente sluit aan bij het landelijk convenant dat is afgesloten. Dat het een 'streven' is kan betekenen dat de primaire plicht voor een openbare bibliotheek bij de gemeente blijft liggen maar ook dat het wellicht geen verplichting wordt. En dit laatste zal weer afhangen van hoeveel geld er van die 170 miljoen beschikbaar komt. 

Verder worden bibliotheken in het regeerakkoord nog genoemd als partner bij het bieden van kansengelijkheid en de verrijkte schooldag. Daar moet je dus vooral denken aan activiteiten rond Boekstart en de Bibliotheek op school. 

In mijn loopbaan heb ik zelden meegemaakt dat bibliotheken met extra geld werden genoemd in het regeerakkoord. Ik vermoed dat de laatste keer is geweest eind  jaren '90 van de vorige eeuw toen bibliotheken onderdeel uitmaakten van het Nationaal Actieplan Elektronische Snelwegen voor de aansluiting op internet. Bibliotheken kregen toen een flinke subsidie om internet-pc's te installeren. Hoewel, het zou ook zo maar kunnen dat bibliotheken toen alleen in de troonrede zaten.

Tja, na een belrondje langs wat partijen, hoor ik twee geluiden. Op de eerste plaats, blij dat we er in staan maar ook enige terughoudendheid omdat de definitieve invulling nog moet komen. En beiden hebben natuurlijk gelijk. Het glas is half vol of half leeg. En aan het eind telt natuurlijk dat tweede: de concrete invulling en een vol glas graag. Ik wens de sector veel succes bij het vervolg.

zondag 12 december 2021

Van distributiemodel naar communitymodel : hoe driekwart van de volwassen bibliotheekgebruikers al geen lid meer is maar wel binnenkomt


Afgelopen week werd ik door Theo Kemperman, directeur van de Rotterdamse bibliotheken, gewezen op een mooi rapport: 'Meer bereik vraagt nieuwe businessmodellen : een handreiking om van start te gaan'.  Het rapport is opgesteld door de bibliotheken die sinds enige jaren experimenteren met een gratis basislidmaatschap voor bibliotheken. Een initiatief dat ik met belangstelling volg en over de bijzondere uitkomsten bij de Boekenberg schreef ik ook al eens. Het genoemde rapport is nog beschrijvend van aard maar in het voorjaar van 2022 zal ook een resultaat- en effectmeting verschijnen van deze experimenten. 

In de netwerkagenda (zie de plaat boven) wordt in het verlengde van het landelijk convenant voor bibliotheken betoogt dat het bereik van de bibliotheek mag groeien van 4 miljoen leners naar 8 miljoen gebruikers.  In dat kleine zinnetje 'van 4 miljoen leners naar 8 miljoen gebruikers' ligt een hoop besloten dat te maken heeft met het anders kijken naar leden van de bibliotheek en uitkomsten van de bibliotheken die ermee experimenteren. Ik neem u eens mee langs wat cijfers en uitkomsten waarom dat zo is. 

Van distributiemodel naar communitymodel

In maart 2020 schreef ik al eens een artikel waarbij ik betoogde dat bibliotheken veranderden van een distributiemodel naar een communitymodel. Ik gebruikte daarbij onderstaande grafiek van de ontwikkeling van het aantal volwassen leden bij bibliotheken. 


In 19 jaar tijd halveerde dus ongeveer het volwassen ledenbestand van bibliotheken. Bedenk daarbij overigens dat het aantal inwoners in Nederland steeg van 15,7 miljoen in 1999 tot 17,2 miljoen in 2018. Van de volwassen Nederlanders is dus een steeds groter aandeel niet lid van de bibliotheek. 

Minder uitleningen, minder leden maar meer bezoekers

Ondertussen stijgt het bezoek van de bibliotheek wel, dat liet ik in een artikel eind 2019 al een keer zien dat vooraf ging aan bovenstaande artikel. Daar zat toen deze grafiek bij.

De terugloop van het aantal volwassen leden loopt dus redelijk gelijk op met de terugloop in uitleningen. Maar bij de bezoekersaantallen zien we wat anders. Sinds 2015 zien we dat de bezoekersaantallen stijgen en dat de uitleningen blijven dalen. Mensen begonnen dus steeds vaker voor iets anders te komen dan voor het lenen van boeken. Dat wil niet zeggen dat ze dat daarvoor niet deden maar het aandeel van niet-leners wordt steeds groter. Tel daarbij op dat sinds het begin van de eeuw steeds vaker hun boeken verlengden via internet en daardoor ook voor die verlengde uitlening niet meer naar de bibliotheek hoefden te komen. Die omslag van 'komen lenen in de bibliotheek' naar 'verblijven in de bibliotheek' begon dus al een tijdje eerder.  

Zelf durfde ik de stelling al wel een tijdje aan dat in grote bibliotheken met veel studie- en werkplekken het aantal leners van boeken een minderheid is geworden ten opzicht van mensen die studeren, een workshop volgen of een taalmaatje treffen. 

Dat dat zo is, kreeg ik afgelopen week bevestigd. En zelfs dat die ontwikkeling al veel verder is dan we denken. De afgelopen week presenteerde de marketingcommissie van de VOB onderzoeksresultaten naar het merk 'Openbare Bibliotheek' en had onderzoek laten doen door bureau 37celsius.  Daarbij was onderstaande plaatje één van de honderd sheets die gepresenteerd werden. Toch aardig om even te zien. 

Je moet bovenstaande tabel als volgt lezen: van alle volwassen Nederlanders maakt 36,3% met regelmaat gebruik van de openbare bibliotheek. 63,7% gebruikt de bibliotheek weinig tot eigenlijk nooit. Dit sluit redelijk goed aan op de monitor Cultuur in beeld. Maar kijk even verder. Van die 36% die de bibliotheek vaak of regelmatig gebruikt is maar een kwart ook lid. Met andere woorden: driekwart van de volwassen bezoekers is niet lid maar maakt wel gebruik van de bibliotheek. Driekwart kan de bibliotheek dus prima gebruiken zonder lid te zijn. En dat is dus gemiddeld. Daar zitten grote en kleine bibliotheken tussen.

Rechts zie je overigens dat ongeveer 9% van alle volwassenen lid is van openbare bibliotheek en dat ongeveer 10% daarvan (die 0,9% die in de tabel staat) daarvan nooit de bibliotheek gebruikt. Dit zijn de slapende leden. Dat beeld klopt ook wel met de werkelijke gebruikscijfers. 

Wel een gebruiker maar niet verbonden

Wat zegt ons dat? Dat leert ons dat de bibliotheek met het lidmaatschap maar een beperkt deel van de volwassen gebruikers aan zich bindt.  Is dat erg? Nee, niet direct maar een gemiste kans is het denk ik wel. Je weet namelijk niet wie wat gebruikt en je kunt moeilijker communiceren met mensen die je niet kent. 

In verbinding blijven met gebruikers wordt dus belangrijker dan het registreren van uitleningen. En daar zit precies de kanteling van een distributie- naar een communitymodel. Het gaat steeds meer om het faciliteren van een community die zich laat ondersteunen door de bibliotheek of daar zelf actief aan bijdraagt dan om de distributie van geleende materialen. Laat ik er overigens gelijk bij zeggen dat dit geenzins het einde van het lenen van materialen betekent. Ook dat is nog steeds een belangrijke taak. Maar dat een bibliotheek alleen een abonnement biedt voor het lenen van materialen is een gepasseerd station. Dat mag wel duidelijk zijn. 

Gratis basislidmaatschap
Toch is er dus een grote groep die gebruik maakt van bibliotheken maar die je niet direct in beeld hebt.
In 2019 schreef ik al over hierboven genoemde experiment bij de Boekenberg, de bibliotheek van Spijkenisse en omstreken, waarbij een gratis basislidmaatschap werd aangeboden aan 18-30 jarigen. Een soort Freemium dus.  Dat abonnement gaf je een heel beperkt recht om iets te lenen maar was vooral bedoeld om deze groep, die traditioneel afhaakt met lenen op deze leeftijd, toch verbonden te houden. Want hoewel ze niet meer lenen, is dit wel weer vaak een doelgroep die studeert in de bibliotheek. 

Uit dat experiment bleek dat men in een jaar tijd een explosieve groei zag in deze leeftijd. Bij het onderzoeksrapport dat daarover uitkwam zat toen deze grafiek. 


Zeven bibliotheken die op expeditie gingen....
Het rapport dat deze week uitkwam gaat over zeven bibliotheken die het aandurfden om hier ook mee te gaan experimenteren: Kennemerwaard, Theek 5, AanZet, Eemland, de Boekenberg, Groningen en Venlo. In het rapport beschrijven ze wat ze tot nu gedaan hebben. Je merkt wel dat corona hier wel roet in het eten heeft gegooid, want iets nieuws introduceren wat vooral is gebaseerd op het bezoek naar de bibliotheek is juist in coronatijden lastig. Elk van de bibliotheken pakt het net weer anders aan en heeft net weer een iets andere insteek. Het rapport ontbeert helaas een overzicht van de nieuwe gratis abonnementen naast elkaar maar dat is misschien iets voor het vervolgrapport. 

In een artikel dat vooraf gaan aan de beschrijvingen van de bibliotheken wordt nog eens op een rijtje gezet wat de basisaanpak is en die ziet er als volgt uit.


Het freemium-model - het gratis basislidmaatschap in goed Nederlands - bevat een beperkt pakket van basisdiensten. Het zorgt ervoor dat gebruikers geregistreerd zijn en daarmee kun je doelgroepen beter benaderen als je iets hebt dat goed bij hen past. De verschillende bibliotheken geven ook aan hoe ze met kleine zaken als korting op een ontbijt in de bibliotheek of gratis kluisjes die registratie interessant maken. Natuurlijk kun je altijd ook anoniem in de bibliotheek binnen blijven komen. Het premium-model is eigenlijk het 'oude' bibliotheekabonnement dat steeds vaker ook een aanbod in programma's zal kennen. Men denkt hier aan aanbiedingen op specifieke interessegebieden. Daarbovenop kan nog een Premium+-abonnement komen, in goed Nederland het Top-abonnement waar nog meer service wordt geboden. 

Levert het wat op?
En levert het wat op? Om eerlijk te zijn moeten we daarvoor echt de resultaten van volgend jaar afwachten. De Boekenberg heeft in dat opzicht wel het meeste ervaring en geeft in het rapport aan dat ze het volgende willen bereiken, dat geeft wel een aardig beeld: 
'Vooruitkijkend naar 2025 willen een aantal doelen hebben bereikt. Zo willen we graag
275.000 bezoekers ontvangen, een stijging van ruim 35 procent tegenover 2019 en hopen we 32.000 leden te hebben, een stijging van 39 procent ten opzichte van oktober 2020. 75 procent van alle leden moet actief gebruikmaken van het gratis basisabonnement en in 2025 verwachten we dat het aandeel in de eigen inkomsten, inclusief fondsen en projectsubsidies, is gestegen tot 34 procent van de totale exploitatie. Dit zijn de harde cijfers, maar ze zeggen niet alles. Het gaat om waarde en effect. We
willen weten wat onze dienstverlening voor mensen betekent en dat maken we zichtbaar door te meten, monitoren en vragen te stellen. Dat blijven we doen om de uitkomsten vervolgens te implementeren in onze strategie'

Kinderen en jongeren?

Meer dan de helft van 'onze' gebruikers zijn jonger dan 18 jaar. Die zitten natuurlijk allemaal niet in dit denken. Deels komt dat omdat juist met het lezen dat we stimuleren op de basisschool, het uitlenen natuurlijk nog ongelofelijk belangrijk is. En bij kinderen hebben we natuurlijk al het gratis abonnement. Daar zien we dan ook dat we die ook voor een groot deel geregistreerd hebben. 

Van 4 miljoen leners naar 8 miljoen gebruikers: tussen marketingdenken en communitywerken

Ik vind dit denken een mooie bouwsteen in de route waarbij we van een distributiemodel meer naar een communitymodel gaan. Een model waarbij activiteiten, het verblijven in de bibliotheek en het verbinden van mensen even belangrijk wordt als het uitlenen. Het mooie is dat veel volwassenen die nu al binnenkomen in de bibliotheek, de bibliotheek ook al op die manier gebruiken. Onze inwoners bewegen heel natuurlijk mee naar die maatschappelijk educatieve bibliotheek. En misschien laten ze in hun gedrag al wel zien dat ze verder in dat denken zijn dan wij.  

Toch vind ik het soms nog wel een beetje laveren tussen het marketingdenken en het communitywerken. Daarmee bedoel ik dat ik heel goed snap hoe dit in marketing- en communicatietermen werkt maar dat je tegelijkertijd met inwoners te maken hebt die samen met jou de bibliotheek maken. Bibliotheken moeten organisaties van de menselijke maat blijven en voelbaar blijven op dat niveau. Een woord als 'gratis basislidmaatschap' voelt voor mij daarom beter als het woord 'freemium'.  Bij het woord 'gratis basislidmaatschap' heb ik gevoel onderdeel te zijn van iets van wat voor ons georganiseerd wordt. Bij het woord 'freemium' heb ik het gevoel bij te dragen een verdienmodel. Dat gevoel. Ik geef toe, het is gevoel en het zit in woorden en het doet niks af aan de goede initiatieven en de goede richting. 

Van vier miljoen leners naar acht miljoen gebruikers, gaat dat lukken? Nou, met bovenstaande lijkt de vraag stellen hem beantwoorden. Er liggen meer dan voldoende mogelijkheden.  Want 1/3 van de volwassen Nederlanders gebruikt de bibliotheek al wel maar 2/3 mag die nog ontdekken. Een gratis basislidmaatschap met een bibliotheek waar het prettig verblijven is,  waar je telkens iets leert en waar je ook nog iets kunt lenen, kon wel eens een hele mooie 'propositie' zijn. Om maar eens in die marketingtermen te blijven. Hé, en dan tel ik al die kinderen nog niet eens mee. 

Bibliotheken gaan dit samen met partners en de inwoners waarmaken!

zaterdag 27 november 2021

Tussen fatalisme en feestdagen : bibliotheken in crisistijd, deel 27

Ik weet niet hoe het u verging in de laatste weken. Maar ik merkte dat mijn motivatie in deze coronacrisis kantelde. Om mij heen kreeg de ene na de andere corona. Allemaal gevaccineerd. En gelukkig knapten ze ook allemaal goed en snel op.  In mijzelf veranderde de opvatting van dat het niet meer de vraag is óf ik corona krijg maar wannéér. Zelfs met een hoge mate van zelfisolatie, die ik mezelf vrij makkelijk kan opleggen, voel ik me niet meer gevrijwaard. Ik moet een modus zien te vinden om tussen het virus te leven en niet om me van het virus af te zonderen. En wat past dan wel en wat niet? Terwijl ik zo een beetje met mezelf worstelde, liepen de besmettingscijfers ondertussen op. De 10.000 per dag voorbij, de 15.000, de 20.000 en naar dagrecords in deze crisis. De werkelijke aantallen moeten nog veel hoger liggen want de testcapaciteit was op sommige plekken onvoldoende om tijdig te testen. 

Aan het begin van dit jaar dachten we nog dat als tweederde van de bevolking gevaccineerd zou zijn, het virus wel zou uitdoven. Nu constateren we dat zelfs nu meer dan 80% gevaccineerd is, het virus zich nog prima thuis voelt bij ons. Waar eerst ongevaccineerden riepen dat hun vrijheid werd ingeperkt, beginnen nu gevaccineerden te roepen dat de ongevaccineerden de samenleving gijzelen. Maar om eerlijk te zijn: zelfs als iedereen gevaccineerd zou zijn, is het virus nog niet weg. 

Fatalisme

Het ergste is misschien nog wel dat ik,  als simpele leek, niet meer zie, hoe we hier ooit nog uit gaan komen. En hoewel ik mezelf tot de 'voorzichtigen' reken, denk ook ik, dat ik daarmee het virus niet  meer kan ontlopen. Soms betrap ik mezelf op de gedachte: 'had ik het maar gehad, dan was ik er door heen'. Een hele fout gedachte natuurlijk want het maakt fatalistisch en je kunt overigens ook gewoon nog een keer ziek worden. Dus zelfs het gehad hebben, is geen garantie dat je er vanaf bent. 

Dat gevoel van fatalisme, wordt natuurlijk versterkt als blijkt dat in Zuid-Afrika een nieuwe variant opduikt. Waarna weer net te lang gewacht wordt met stoppen met vliegen en blijkt dat op de laatste vluchten, veel besmette passagiers zaten. Ook die variant is dus binnen. Moedeloos wordt je ervan. En tegelijkertijd voelt het egoïstisch van me, want wij in Europa hadden al die vaccins toch maar mooi voor de neus van de Afrikanen weggekocht.  Maar alles bij elkaar geeft het mij op dit moment het gevoel dat het water ons langzaam maar onvermijdelijk tot de lippen stijgt. 

Dat fatalisme baart me zorgen. Samenlevingen die niet meer weten hoe ze iets moeten oplossen, zijn een kruitvat voor ongerichte woede en ongenoegen waar alle nuance en begrip verdwijnt. 

De vijf-tot-vijf-samenleving

En dus: nieuwe maatregelen. Maatregelen waarbij scholen open blijven en de rest van de samenleving zich moet redden tussen vijf uur 's ochtends tot vijf uur 's middags. En opnieuw steunpakketten. Een simpele leek als ik, snapt niet dat er zoveel geld kan zijn. En tegelijkertijd vraag ik me af of met deze maatregelen het virus echt snel wordt teruggedrongen. Ik heb meer het gevoel dat ze proberen te overbruggen naar de Kerstvakantie en die zowel gaan vervroegen als verlengen. De echte lockdown moet dan in die periode komen.

Bibliotheken opnieuw een uitzondering

Niet alleen scholen en supermarkten zijn een uitzondering maar ook bibliotheken. Voor hen geldt vijf uur niet als sluitingstijd. In het overzicht van de Rijksoverheid staat dat zij geen beperking hebben voor hun openingstijden maar de Vereniging van Openbare Bibliotheken geeft aan dat bibliotheken vallen onder dezelfde regels als 'essentiële dienstverlening'. Bibliotheken mogen dus net zo lang openblijven als de supermarkten, tot 20.00 uur. Opnieuw krijgen bibliotheken een uitzonderingspositie. Eerder kregen ze die al omdat ze als enige culturele instelling niet een corona-toegangsbewijs hoefden te vragen. En bij eerdere lock-downs mochten ze ook weer eerder open.  

Overal in de stad en in het dorp is na vijf uur het licht dus uit. Behalve bij de supermarkt en de bibliotheek. Beide warenhuizen. Een warenhuis voor het lichaam en een warenhuis voor de geest. 

En zo gaan we zwevend tussen fatalisme en feestdagen. En deze simpele ziel zegt maar weer: houd moed en blijf gezond! En dit deel 27 uit deze serie 'Bibliotheken in crisistijd' zal nog lang niet de laatste zijn. 

Helaas.

zondag 21 november 2021

Hoe bibliotheken dwars door de bezuinigingen vernieuwden...

Maandag 22 november overlegt de Tweede Kamer over Monitor Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen.  Dit overleg vloeit voort uit de brief die de minister onlangs naar de Kamer stuurde en waar ik ook al over schreef.  Het meest opvallende in deze brief was wel dat deze minister op de valreep nog de jeugdcontributie afschaft. Met de beperkte middelen die ze had, heeft ze dat toch maar mooi bereikt. 

De Vereniging van Openbare Bibliotheken stuurde voorafgaand aan dit overleg nog een keer een oproep aan de Tweede Kamer om toch breder te investeren in bibliotheekwerk. En wel 95 miljoen extra. Dit bedrag komt voort uit het advies van de Raad voor Cultuur die dit bedrag noemde in het rapport 'Een bibliotheek voor iedereen'.  In de brief van de VOB wordt ook gesteld dat het subsidiebedrag van gemeenten tussen 2010 en 2019 met 15% is gedaald en als de indexering mee wordt gerekend zelfs met 30%. 

Ik besloot de cijfers bij dit overleg nog eens na te lopen. Laten we het een technische briefing noemen, naar analogie van Jaap van Dissel.

Groei in nieuwe taken

Wie kijkt naar de resultaten ziet dat bibliotheken in de afgelopen jaren flink aan de weg hebben getimmerd en met Informatiepunten Digitale Overheid, Bibliotheken op school, activiteiten en bezoekers flink in de lift zaten. Voor het gemak heb ik bij bezoekers en activiteiten toch maar even het laatste pre-coronajaar genomen. Tegenover die groei staat ook nog wel een daling van de uitleenaantallen van 80 miljoen in 2015 naar 64 miljoen in 2019. Het coronajaar laat ik dan nog buiten beschouwing. Maar over het geheel genomen zie je een sector die volop in transitie is. En die transitie zal wel geld kosten, toch? Nou, dat ligt even anders. 

Hoe de subsidie daalde


Want wie kijkt hoe gemeenten investeerden in bibliotheekwerk in het afgelopen decennium schrikt toch wel. Die totale gemeentelijke subsidie in 2010 bedroeg € 457,8 miljoen. In 2011 begonnen veel gemeenten als gevolg van de bankencrisis - die in 2008 startte maar vanaf 2011 effect had op gemeentebegrotingen - te bezuinigen. In 2014 kwam Nederland uit die crisis maar in 2015 werd de decentralisatie van het sociaal domein een feit en bezuinigden gemeenten nog een keer. Vanaf 2018 begon weer een voorzichtige groei, die niet meer is dan een gedeeltelijke indexering. Al met al een daling van ruim 9% als je het op deze manier bekijkt.

Maar er is nog iets....


Toch is dit nog maar een deel van het verhaal. Er is namelijk niet alleen bezuinigd maar Nederland groeide ook nog. In 2010 had Nederland 16,5 miljoen inwoners en in 2019 waren dat er inmiddels 17,4. Er was dus niet alleen minder subsidie maar die subsidie moest ook besteed worden aan meer inwoners. De subsidie per inwoner daalde van € 27,62 naar € 24,07. Wie het zo bekijkt, ziet een daling van bijna 13%. 

Maar er is nog meer....


Maar er is nog meer. En nu wordt het iets ingewikkelder. Niet alleen daalde de subsidie (de oranje lijn) en steeg het aantal inwoners waardoor de subsidie per inwoner afnam (de grijze lijn) maar de prijzen stegen ook de blauwe lijn). Met andere woorden: iets dat je in 2010 met € 100,- subsidie kon kopen, kostte is 2019 bijna € 116,-. De huren stegen, de boekenprijzen stegen en de salarissen stegen.

Wie de prijsstijging afzet tegen de gedaalde subsidies ziet dat bibliotheken ongeveer 25% tot 30% koopkracht zijn kwijt geraakt in de afgelopen tien jaar.

Ik vergeleek mijn staatje nog even met het onderzoek van de Raad voor Cultuur en ik zag dat we ongeveer tot dezelfde financiële conclusies kwamen. De Raad gebruikt echt de index voor de collectieve sector en die is iets gematigder dan de prijsindex. 

Wie ving het op?
Een hoop koopkracht kwijt geraakt maar ondertussen wel vernieuwd. Meer schoolbibliotheken, taalhuizen, meer activiteiten en  meer bezoekers die ook nog eens langer blijven.  Hoe krijgen bibliotheken dat geregeld? Nou, het eerlijke antwoord is: dat gaat net (en soms net niet).  

De vraag is: wie heeft de klap opgevangen?  Dus zette ik de belangrijkste kostenposten, huisvesting, personeel en collectie nog eens met dezelfde index op een rijtje. Als 2010 100 was, hoeveel was daar dan van over in 2019? Dat ziet er als volgt uit. 


Afgezet tegen de prijsindex hebben bibliotheken op geen enkel punt dit met de kosten kunnen bijhouden. De mediakosten daalden daarbij het hardst. Deels is dit logisch te verklaren uit de daling van de uitleningen. Tel daarbij op dat sinds 2012 over de verlengingen geen leenrecht meer hoeft te worden afgedragen en dan zit je wel ongeveer op het extra verschil met de huisvestingkosten en de personeelskosten. Bij de huisvestingskosten valt op dat deze eerst nog stegen en pas later weer daalden. Dit is te verklaren uit lopende huurcontracten die pas na enkele jaren weer heronderhandelbaar waren. Ook is er in de afgelopen tien jaar nog meer ingezet op multifunctionele gebouwen en het delen van vierkante meters met partners. Ook daar is bespaard. 

Tot slot de personeelskosten. Sinds 2010 zijn die eerst iets omlaag gegaan en in 2019 weer ongeveer op het niveau van 2010. Maar let wel: dat betekent dat er in 2019 net zoveel geld aan werd besteed, niet dat er net zoveel mensen aan het werk waren. 

Dat laat ik je zien in de volgende grafiek. Ook nu weer met diezelfde index.


Als we 2010 weer op 100 stellen maar nu in fte in plaats van in geld dan zie je het volgende. Als je een bibliotheek had in 2010 met 100 arbeidsplaatsen dan had je in 2019 nog een bibliotheek met maar 80 arbeidsplaatsen. In 2010 had de sector nog 5.190 fte, in 2019 was dit gedaald naar 4.228 fte. Een afname van bijna 20%. 

Wel getransformeerd maar niet klaar voor verdere groei

Bibliotheken hebben zichzelf opnieuw uitgevonden, zijn nog meer gaan samenwerken met allerlei partners en groepen burgers die zich voor de goede zaak inzetten. Ook de landelijke inzet op allerlei programmalijnen heeft enorm geholpen. Maar bovenal is het een prestatie van die kleine 7.000 bibliotheekmedewerkers (die samen die 4.228 fte vullen) en het leger van 22.000 vrijwilligers. 

Een prachtige prestatie. En toch, het is maar het halve verhaal. De sprong naar een nieuwe bibliotheek is gemaakt maar het is nog lang niet af. Er is veel meer slagkracht nodig om maatschappelijke opgaven als de geletterde samenleving, participatie in de informatiesamenleving of een leven lang ontwikkelen vorm te geven. 

Ja, op een hoop scholen ondersteunen we met de Bibliotheek op school, maar op een hoop scholen nog niet. Ja, we hebben overal taalhuizen, maar we bereiken nog lang niet iedereen die het nodig heeft. En ja, we hebben veel informatiepunten Digitale Overheid maar wie gaat alle vragen beantwoorden als het flink gaat lopen? Daar is inderdaad geld voor nodig. Veel geld. De transformatie is gemaakt en bibliotheken zijn klaar voor groei.

Dat is het positieve verhaal. De andere kant van de medaille is er ook. Bibliotheken door de afgenomen middelen uiterst kwetsbaar geworden. Kwetsbaar als het gaat om de samenwerking met andere partners waar er ook wel eens één van omvalt. Kwetsbaar als het gaat om het delen van vierkante meters in multifunctionele gebouwen en kwetsbaar in werken met vrijwilligers. Als directeur van bibliotheken maakte ik in deze periode zelf mee dat de marges uiterst dun waren.  Je moet continue in beweging blijven om te zorgen dat je tegenslag voor blijft.

Overigens is het beeld van bibliotheek tot bibliotheek wel verschillend. In het rapport van de Raad van Cultuur 'Een bibliotheek voor iedereen' wordt bijgaande overzicht getoond. 




Hoe zorg je voor een eerlijke verdeling van extra geld?
Op de kaart hierboven zie je welke subsidies per inwoner er gegeven werden aan bibliotheken in 2018. Daarbij zie je nogal wat variatie en het tekent hoe verschillende gemeenten met de opdracht aan bibliotheken omgaan. Wel kan ik u vertellen dat de 'roze' en 'licht blauwe' bibliotheken, een ontzettend zware opgave hebben. 

Wat nou als er € 95 miljoen extra zou komen voor bibliotheken, hoe doe je dat dan? Verdeel je dat vooral onder de arme bibliotheken of geef je hiermee juist een premie aan gemeenten die weinig betalen? En hoe zorg je dat een extra rijksbijdrage niet leidt tot een verlaging van de gemeentelijke bijdrage? Nou, daar is wel iets op te verzinnen, je zou eens moeten kijken hoe dat in 1921 ging met de Rijkssubsidievoorwaarden voor bibliotheken. Rijk en gemeenten investeerden toen gezamenlijk in bibliotheken. Voorwaarde was wel dat, afhankelijk van de grootte van de gemeente, de gemeente ook een minimale bijdrage op tafel legde. Met andere woorden: spreek ook nu weer een fatsoenlijke norm af waaraan gemeenten moeten voldoen om voor extra geld in aanmerking te komen. 

De vraag stellen, is hem beantwoorden
Nou, een lang verhaal achter een briefje van de VOB aan de Kamerleden voor een debat dat morgen plaatsvindt. Bibliotheken hebben in de eerste beleidsperiode van de Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen (WSOB) laten zien dat ze gezamenlijk in staat zijn om iets moois voor Nederland te betekenen. Er is hard gewerkt en er zijn creatieve oplossingen gevonden om het mogelijk te maken. De transformatie vond plaats dwars door een periode van bezuinigingen. Een dubbele opgave. En: zijn de problemen allemaal al opgelost in Nederland? Nou, dat dacht ik niet. We zijn pas net begonnen.  Moeten we dus verder investeren? 

De vraag stellen is hem beantwoorden.