woensdag 12 juni 2019

Petruskerk: de bazar voor persoonlijke ontwikkeling van Vught




Op een wat onbestemde dinsdag trok met Anja Kaashoek, directeur van de Bibliotheek Wijchen naar Vught.Dit om samen te kijken bij de Petruskerk. Allebei hadden we hem nog niet gezien en de top-3-notering bij de Beste Bibliotheek van Nederland.

Kerken die herbestemd worden zijn altijd een bijzondere locatie. Maar ook locaties waar het niet altijd even eenvoudig is om tot een goede en functionele nieuwe invulling te komen. In Vught is dat echter prima gelukt.

Meer dan dakdelers...
De Petruskerk in Vught is veel meer dan de bibliotheek. Het is een gebouw waarin vele partners samen onderdak vinden en dat in april 2018 officieel geopend werd. Naast de bibliotheek, vinden ook het Vughts museum,  de Wereldwinkel, Welzijn Vught en Anders Bezig Zijn hier een plek. Het bijzondere is dat ze allemaal dezelfde ruimte delen. Het museum zit gewoon in dezelfde ruimte als de bibliotheek en de Wereldwinkel zit daar weer bij in. De bibliotheek verbindt met de boekenkasten eigenlijk alle spelers. De kerk krijgt daardoor een beetje het karakter van een bazar. Achter elke boekenkast verschijnt weer een nieuw winkeltje. En dat de bevolking de Petrus omarmt heeft, zie ik letterlijk gebeuren op de dinsdagmiddag dat wij daar zijn. Mensen vinden het niet alleen leuk om er te komen maar er zijn ook tal van professionals en vrijwilligers op de vloer die het leuk vinden om mee te helpen. En allemaal met een even aanstekelijk enthousiasme lijkt het wel. Niet in het minst Elske Helmich, de community librarian die ons die middag rondleidde.

Schuivende boekenkasten
De Petrus is dan ook het hart geworden van Vught. Het is een vloer waar van alles georganiseerd kan worden. Van Klik en Tik-cursussen tot Harry Potterfeesten (ja, daar is het natuurlijk ideaal voor). Maar hoor ik u denken: die kasten dan, die staan toch ongenadig in de weg? Dat is inderdaad het geval. Maar wie de vloer in de Petruskerk bekijkt ziet dat alle kasten op een soort spoorrails staan en naar links en rechts verschoven kunnen worden. Daarmee kun je met een kleine inspanning toch een grote ruimte maken. Dat is een leuk oplossing die architect Jan David Hanrath heeft toegepast.

Bijzonder is ook wel dat er gebiljart kan worden in de bibliotheek en dat er twee biljartverenigingen actief zijn. Ook de horeca is in Vught op een creatieve manier opgelost. Een horecaondernemer in een aanpalend pand runt het café en kan vanuit de ene bar de andere bar in de gaten houden.

Hart van Vught
Alles bij elkaar zit de Petruskerk in Vught vol slimme oplossingen waarvan de samenwerking tussen de partijen denk ik wel de belangrijkste is. Geen van de partijen had zelfstandig kunnen realiseren wat nu in de Petruskerk toch maar mooi staat. De komst naar Petruskerk van de bibliotheek ging niet echt over rozen.

De samenwerking zorgt er bijvoorbeeld voor dat er veel vloeroppervlakte beschikbaar is. Er zijn bijvoorbeeld drie leslokalen en zoiets zou een bibliotheek van deze omvang alleen nooit voor elkaar krijgen. Maar nu wordt het gedeeld met partners die ook cursussen geven en deels verhuurd aan derden.

Vlog
Voor mij was het weer een moment om weer eens te oefenen met een vlog. En dit keer moest ik ook zelf monteren. Om eerlijk te zijn: een artikeltje tik ik toch nog sneller weg. Maar ik denk dat het goed is dat ik deze vaardigheden ook onder de knie krijg en het eens flink uitprobeer. Ik ben me bewust dat ik nog aan het begin sta maar zonder begin ook geen groei. Ook vond ik het leuk om dit samen met Anja te doen en Anja was zo sportief om mee te doen. Zo helpen we elkaar in groeien.

Iets moois gezien, mooie mensen ontmoet en ondertussen ook nog aan je eigen vaardigheden werken. Ik noem het win-win-win.

En voor de mensen in Vught: gefeliciteerd met die prachtige plek die terecht in de top-3 staat van Beste Bibliotheken van Nederland. De Petrus is Vught is een prachtige bazar voor een leven lang ontwikkelen!


dinsdag 28 mei 2019

Kinderen zullen wel niet meer lid worden van de bibliotheek? Nou....


We leven in een tijdperk van iPads, smartphones, Netflix en games. Kinderen groeien er mee op en worden er mee groot. Wat denkt u: zijn  er in zo'n tijd meer of minder kinderen lid van de bibliotheek dan vroeger? Nou?

Het echte antwoord is: er zijn meer kinderen dan ooit lid van de bibliotheek. Ik besloot de CBS-gegevens over openbare bibliotheken maar eens te combineren met de cijfers over de ontwikkeling van de bevolking en het aantal kinderen. En wat blijkt? In de afgelopen tien jaar is het aantal kinderen dat lid is gestegen van 58% naar 68%. Dat is een flinke stijging in een tijd waarin het lezen onder druk staat.

Hoe komt het?
Tja, in de grafiek geef ik het antwoord al een beetje weg. De stijging lijkt een gevolg te zijn van de intensieve samenwerking die is ingezet tussen bibliotheken en basisscholen. Dit alles onder de titel Bibliotheek op school.  In 2008 begon Kunst van Lezen en in 2009 startten de eerste bibliotheken in Nederland met het onderzoeken van het nieuwe concept.


Vanaf 2012 ging het snel met de Bibliotheek op school. Het concept stond, er waren scholen enthousiast gemaakt en bibliotheken gingen massaal de scholen in. Leesconsulenten werden opgeleid en de ene na de andere schoolbibliotheek met leesbevorderingsprogramma werd geopend.

In 2018 was 44% van alle basisschoolleerlingen een gebruiker van de Bibliotheek op school en daarmee ook (bijna altijd) lid van de bibliotheek. In totaal ging het binnen die scholen in 2018 om 655.000 kinderen. Dat zijn enorme aantallen! En het toont ook welke inspanning bibliotheken leveren. Het is echt ontzettend knap hoe dit op zoveel plekken is gelukt.

De oplettende lezer ziet overigens dat ik een paar jaar mis in mijn cijfers. Dat heeft te maken dat de aansluiting tussen eerdere cijfers tot en met 2014 en latere jaren die niet helemaal aansluit. Daardoor heb ik even een breuk in de cijfers. Daar is een lange verklaring voor die ik u even bespaar.

Boekstart
Naast de Bibliotheek op school is er nog een tweede programma dat ervoor zorgt dat kinderen in aanraking komen met de bibliotheek en lezen. Dat is het programma Boekstart. Ongeveer 60.000 kinderen per jaar  worden via de Boekstartkoffertjes of de Boekstart programma's in de kinderopvang of de consultatiebureaus lid van de bibliotheek. Niet alleen tijden de basisschoolleeftijd zijn meer kinderen lid maar ook al ver daarvoor dus.  En terecht.

Maar lezen kinderen ook meer?
Leuk die lidmaatschappen en opmerkelijk ook, maar lezen kinderen dan nu ook meer? Helaas, daar moet ik het antwoord op schuldig blijven. Wie kijkt naar de uitleencijfers van alleen bibliotheken ziet dat het aantal uitleningen per jeugdlid jaar na jaar gedaald is. Maar dat is maar het halve verhaal. In de CBS-gegevens zitten niet de uitleningen op de scholen. Het zou goed zijn om die er toch beter bij te krijgen. Bibliotheken geven soms wel en soms uitleencijfers op scholen door bij de gegevenslevering. Dat is een beetje een definitiekwestie maar het lijkt mij toch goed dat we gewoon kunnen zien bij alle bibliotheek welke omvang dit nu is. Maar goed, los van die laatste getallen: veel kinderen komen op deze manier dus in aanraking met taal, met boeken en met de bibliotheek.

En een uitsmijter....


Tot slot nog een kleine verrassing. Ook als blogger moet je met je tijd meegaan. Laatst kwam ik die schetsende wethouder tegen.... En je snapt: ik leer snel.... Tja, zo kun je je verhaal ook vertellen. Het is voor mij leuk om dit ook eens uit te proberen. Laat het me weten als ik vaker zo'n filmpje moet maken.

Wie dacht dat in deze tijd van schermpjes men minder lid is van de bibliotheek, heeft dus geen gelijk. Er zijn meer kinderen lid van de bibliotheek dan ooit. En dat is maar goed ook.

zaterdag 25 mei 2019

Requiem voor een laptop


Deze jongen op het plaatje is acht jaar oud. Mijn Toshiba uit 2011. Acht jaar lang zat ie elke dag in mijn werktas. Op welke plek ik ook zat. Duizenden keren schoof ie mee in een vergadering. Ik heb er zeker meer dan duizend presentaties op gegeven. En mee gemaakt.

En deze week neem ik afscheid van hem. Of haar. Ik weet eigenlijk niet of het een hem om haar is. Maar acht jaar is een gezegende leeftijd voor een computer. Hij doet het nog goed en toch is het beter om hem in te wisselen. Hoewel een nieuwe computer ook wennen is en ik ook dat wennen niet makkelijk vind. Langzaam begon het beestje toch oud te worden. Een wankel scharnierpunt bij het scherm dat het ooit gaat begeven. Een besturingssysteem dat nog net kon gezien de veiligheidseisen (of net niet meer zeiden anderen). Ik waakte er ook voor dat er niet teveel meer zou veranderen op dit oude beestje. Je moet oude ezels niet meer zwaarder beladen, dan gaan ze door hun hoeven.

Jaloerse blikken in 2011
Ik weet nog de jaloerse blikken van collega's acht jaar geleden. Als ik vertelde dat de batterij aangaf dat ik nog veertien uur kon werken op deze laptop (en dat kon dan ook nog!).  Het was de eerste laptop in het bedrijf met een SSD-schijf. Je weet wel zo'n stille schijf die niet hoeft te draaien. Een dubbele batterij zorgde er voor dat ik om het jaar de batterij weer wisselde en zo veel langzamer achteruit ging. Nog steeds kan ik bijna een hele kantoordag zonder stroom als ik zuinig ben. En dat na acht jaar!


Requiem voor een laptop
Timmermannen zijn zorgvuldig met hun hamer en schroevendraaier. Ik ben zorgvuldig met mijn laptop. Een laptop is het gereedschap van de kantoortijger. Ik verbaas me dan ook dat mensen zo achteloos een nieuwe laptop nemen en eigenlijk er zo weinig vanaf weten.

Het afscheid is echter nabij. U lacht er misschien om maar ik heb moeite met zo'n afscheid. Acht jaar lang was het mijn zekerheid der dingen. Ik kon lezen en schrijven met dit ding. Nooit greep ik mis. Eigenlijk is het dus wel tijd voor een afscheid. Of een requiem zo u wilt. Misschien zou muziek van het C64-orchestra passend zijn. Zij  hebben in het verleden oude gamemuziek van de Commodore-64 (wie kent hem nog) omgezet naar orkestwerken. In bovenstaande korte documentaire van  een paart minuten hoe dat in zijn werk ging.

Goed, ik pak even de zakdoeken voor dit emotionele moment. En hup daar gaat ie. Het laatste artikeltje op mijn oude laptop. En ik klap hem dicht.

De nieuwe laptop is een HP. Als deze het net zo goed vol houdt als die Toshiba, meldt ik me in 2027 weer voor het afscheid. Kom er maar in met dat Requiem:

donderdag 23 mei 2019

Ontwikkelplein Stadsbibliotheek Dordrecht


Ik weet niet meer hoe er aan kom maar het zal wel weer via-via gegaan zijn op de sociale media. Het gaat over dit filmpje van het ontwikkelplein in de bibliotheek van Dordrecht.  Voor mij reden genoeg om eens met Kelly Oostlander te bellen van de Bibliotheek AanZet. Zij is daar programmamanager Taal bij deze bibliotheek en je ziet haar ook in het filmpje.

Verbouwing als opmaat naar nieuw pand
Het Ontwikkelplein in Dordrecht maakte onderdeel uit van een verbouwing van de stadsbibliotheek. Daarbij werden verschillende onderdelen vernieuwd. Naast het ontwikkelplein kwam er ook een jongerenvloer. Kenmerk van de verbouwing is wel om de nieuwe functies van de bibliotheek een meer prominente plek te geven. Meer over die verbouwing lees je hier.  Daarin lees je ook dat de bibliotheek later nog zal verhuizen naar nieuwbouw. In die zin is deze verbouwing dan ook vooral een opmaat naar die verhuizing en een goede gelegenheid om die nieuwe bibliotheek al live voor te bereiden.

Partners van het ontwikkelplein
Het ontwikkelplein is een uitbouw van het taalpunt. Het is dan ook meer dan een taalpunt. Het kent een samenwerking met het leerwerkloket en het vrijwilligershuis. Naast taal en computervaardigheden staat ook werk en inkomen dus nadrukkelijk op de agenda. De aanpak is die van kleine groepen of individueel leren. Dat plein is dus eigenlijk ook een oefenplein of open leercentrum.

Het is een veelheid aan partners die meedoet, met een veelheid aan vormen. Denk dan bijvoorbeeld aan spreekuren van Seniorweb of het hulpplatform van WeHelpen en MEE.

Van losse activiteiten naar geïntegreerde aanpak
Het ontwikkelplein is ingestoken om samen met particuliere en professionele partners een integrale oplossing te vinden voor persoonlijke ontwikkeling van mensen. Samen met al die mensen en partners wordt je het Huis van de Stad.  Van losse activiteiten naar een geïntegreerde aanpak. Met de energie die er nu al is.  Het ontwikkelplein krijgt dan ook (nog) geen aanvullende financiering. Eerst maar eens samen oppakken en kijken wat nu kan en daarna maar eens zien wat nog meer kan en nodig is.

Dordrecht zal dit ontwikkelplein meenemen als koploperbibliotheek in het project voor de informatiepunten van de digitale overheid.

Ik zet Ontwikkelplein Dordrecht maar eens op mijn lijstje 'Nog eens te bezoeken initiatieven'. Lijkt me interessant om eens in de gaten te houden. En voor meer mensen dan voor mij alleen denk ik.

maandag 20 mei 2019

Hoe begin je een bibliotheek?


Vorige week was ik te gast in Montfoort. Daar vond een informatieavond plaats om met geïnteresseerde raadsleden en burgers te praten over een bibliotheek in Montfoort. De avond was georganiseerd door Progressief Akkoord, een combinatiepartij van Groen Links, PvdA en onafhankelijken.

Heeft Montfoort dan geen bibliotheek hoor ik u denken? Nee, inderdaad. Montfoort is één van de witte vlekken zoals omschreven in de tussenevaluatie van de bibliotheekwet.In het verleden heeft men een bibliotheek gehad en deze wegbezuinigd ten tijde van de bankencrisis.  En daar heeft men spijt van zeggen velen in Montfoort.

In het college-akkoord is dan ook opgenomen dat er dan ook weer een goede openbare bibliotheek moet komen. En de wethouder, Jocko Rensen, heeft daar bovenstaand prachtig filmpje van gemaakt.


Beresteyn anno 2019
En zo kon het zijn dat ik 2019 - ruim 100 jaar na de oprichting van de eerste openbare leeszalen - geïnteresseerde burgers en raadsleden mocht vertellen over het nut van een openbare bibliotheek. Ik voelde me een beetje als jonkheer Beresteyn, lange tijd voorzitter van de net opgerichte Centrale Vereniging voor Openbare Leeszalen. In de beginjaren - dus inderdaad zo'n 100 jaar geleden - ging hij stad na stad en zaaltje na zaaltje af om gemeenteraden te overtuigen om een leeszaal op te richten. Dat was ook wel ingegeven door de aanstaande rijkssubsidieverordening die eraan zat te komen.  Ook in mijn eigen stad Deventer heeft Beresteyn 'gepreekt' zoals je aan de krantenadvertentie kunt zien. En inderdaad: een jaar na zijn toespraak ging de bibliotheek van Deventer open.

En dat is toch wel bijzonder. Want eigenlijk zijn we altijd gewend om een bestaande bibliotheek te verbeteren maar hier bestaat de kans om vanaf 'scratch' opnieuw te beginnen. Hoe begin je dan? Nou ik denk bij wat je wilt bereiken voor burgers in een stad of dorp.


17,2 miljoen Nederlanders die een leven lang leren
Want hoewel er in honderd jaar een hoop veranderd is in Nederland, er zijn nog altijd forse uitdagingen. Wie niet beschikt over de juiste kennis en informatie of niet over de vaardigheden om ermee om te gaan, heeft toch een fors probleem. Als je vertelt dat van de leerlingen van de twee laagste niveaus van het VMBO 50% laaggeletterd is, schrikken toch veel mensen. En dan te bedenken dat deze jongeren die nu worden opgeleid doorwerken tot hun 70e. En wat denkt u: hebben ze meer of minder vaardigheden nodig om hun 70e werkend te halen? Precies. En daarmee zeggen we eigenlijk dat we in een samenleving zitten waar telkens nieuwe vaardigheden gevraagd worden. Er zijn 17,2 miljoen Nederlanders die een leven lang leren.  Dat is de uitdaging - op economisch niveau - voor Nederland. En dan hebben we de sociale componenten nog niet eens gehad.

Als je het plaatje van Nederland (17,2 miljoen inwoners) doorvertaalt naar Montfoort  (14.000 inwoners) dan ziet die uitdaging er 1:1 vertaald ongeveer als volgt uit.Het zijn voor een gemeente met 14.000 inwoners nog altijd grote getallen.


Uitdagingen genoeg
Bibliotheken kunnen in deze uitdaging ontzettend veel betekenen. Ik kan dan allerlei voorbeelden laten zien van (digi)taalhuizen, Voorleesexpress, samenwerking met volksuniversiteiten, cursussen digisterker, tabletcafés en dergelijke.  En ja, ik laat dan ook zien waarom collecties nog belangrijk zijn. Nou, ik vermoed dat u dat als bibliotheek ook allemaal kent.

Een nieuwe bibliotheek begint niet bij de bibliotheek
En dan? Hoe begin je dan een bibliotheek? Want als één ding duidelijk is: er is niet één partij die tekent om bovengenoemde uitdaging voor de samenleving aan te gaan. Als burgers en samenwerkingspartners als bijvoorbeeld scholen, sociale teams en vluchtelingenwerk niet de handen ineen slaan zal de investering van een gemeente veel meer effect sorteren. En overigens, wie zo kijkt naar de inzet van bibliotheken ziet ook dat dit niet alleen uit het cultuurbudget gefinancierd hoeft te worden maar ook uit de potjes van sociaal domein en onderwijs. Als de samenleving over zijn eigen grenzen organiseert, moet ook de gemeente dat doen.


Wie een bibliotheek wil beginnen moet als gemeente daarom niet bij de bibliotheek beginnen. Men moet beginnen met wat er al is in de samenleving: burgers en bestaande partijen. De vraag is wat zij nodig hebben maar ook wat zij zelf kunnen bijdragen om samen stappen te zetten in deze uitdagingen. Vervolgens kan een gemeente een opdracht geven aan een bibliotheek om aansluitend op deze rol  invulling te geven aan het bibliotheekwerk. De bibliotheek moet dan versterkend gaan werken op die krachten.

In Montfoort bezuinigde men de bibliotheek weg. Soms denk ik dan nog wel eens terug aan dat grapje dat ik wel eens vertel: 'Zegt de ene wethouder tegen de andere: O, hebben jullie de bibliotheek gesloten? Dat zou bij ons niet kunnen, daar zijn wij te arm voor.....' Een mooi doordenkertje.

Goed dat men in Montfoort nieuwe stappen gaat zetten. Met een flinke ambitie. Op 1 januari 2020 wil men starten. Onmogelijk? Nee, ik denk het niet. Wie begint bij wat er al is in de samenleving, kan een snelle start maken om vervolgens uit te bouwen. Een beetje zoals de Kennismakerij al een paar jaar eerder op de nieuwe plek van de Lochal in Tilburg startte om te experimenteren met nieuw bibliotheekwerk. Om vervolgens een paar jaar later een verpletterd concept te introduceren.

100 jaar geleden 'preekte' Beresteyn in Deventer voor de bibliotheek wijzend op een landelijke subsidieregeling. Nu 'preekte' een Deventernaar in Montfoort met een landelijke regeling van de motie Asscher in het achterhoofd.

Hou ze in de gaten in Montfoort. Daar gaat vast iets moois gebeuren!

woensdag 8 mei 2019

Annie en Annie: hoe een gedicht van Schmidt gecensureerd werd, deel 3 van 3


In  drie artikelen vertel ik een paar kleine geschiedenissen over Annie M.G. Schmidt en Annie Timmenga. Annie M.G. Schmidt kent u allemaal. Maar Annie Timmenga wellicht niet. Zij was bibliotheekdirecteur van de bibliotheek in Deventer van 1941 tot 1978.  Ruim 37 jaar. Annie en Annie  kwamen elkaar een aantal keer op een bijzondere manier tegen. Vandaag het slot: over hoe Timmenga gewoon zelf een gedicht van Schmidt aanpast. 

Van 1953 naar 1964
We springen van 1953 - het jaar dat Timmenga Schmidt op de vingers tikte over mejuffrouw Bits naar 1964. In het leven van Schmidt is dan veel veranderd. Ze begint een gevierd schrijver te worden. Jip en Janneke, Abeltje Ibbeltje, Pippeloentje, allemaal komen ze uit tussen 1953 en 1964. Ook het hoorspel van de familie Doorsnee komt op de radio. Schmidt wordt een bekendheid. Timmenga was dat dan al, zij het alleen in de bibliotheekwereld. Timmenga is in de tussenliggende periode druk geweest met plannen voor een nieuwe bibliotheek in Deventer. En met succes. Want in 1964 wordt een compleet nieuwe bibliotheek aan de Brink in Deventer geopend door de staatssecretaris.

Timmenga heeft veel sponsors bereid gevonden om mee te betalen aan die nieuwe bibliotheek. Deze sponsoren moeten bedankt worden. Timmenga - die samen met Schmidt op de directiecursus zat - besluit om haar te vragen een lofdicht te schrijven over de bibliotheek. Die wil ze dan samen met een mooie tekening laten inlijsten als rijmprent. En dat is dan het cadeau voor alle sponsoren: een speciaal gedicht van A.M.G.Schmidt.

Het origineel...
Timmenga schrijft Schmidt een - helaas ongedateerde - brief met het verzoek om het gedicht. Daarin doet ze ook al allerlei mogelijkheden hoe het gedicht eruit zou kunnen zien en waar het over moet gaan. Het idee van boeken die tot leven komen, komt oorspronkelijk van Timmenga zelf.

De brief met het het verzoek voor het gedicht komt pas na de opening van het gebouw. Er wordt namelijk al gesproken over de acties die tijdens de opening hebben plaats gevonden. De schenkers wisten echter wel dat ze een rijmprent cadeau zouden krijgen van Schmidt.  Blijkbaar hadden ze het er al wel eerder over gehad maar was er nog geen invulling aan gegeven. Echt vroeg was Timmenga dus niet met het verzoek aangezien de sponsoren het geld al hadden gegeven.Maar het kan ook zijn dat Schmidt er door drukte maar geen invulling aan gaf en dat Timmenga zich genoodzaakt zag tot een aanmaning. Het karakter van de brief neigt eerder naar het eerste dan naar het tweede.

Timmenga opereerde redelijk opportunistisch.In die brief schrijft ze aan Schmidt bijvoorbeeld:
'Je zult inde papieren van de geschenkactie zien, dat ik zonder het je nog te vragen heb beloofd dat de eerste 100 schenkers een "getekende" rijmprent zouden krijgen. Ik hoop dat je hiertoe inderdaad bereid bent en met niet vervloekt (of in de kou zet!). We zullen net zolang zoeken to we iets bedenken om "aan je" terug te doen'. 
Het schrijven van het gedicht was vooral een vriendendienst - ze zou er een paar boeken voor krijgen - en Timmenga zat er redelijk strak op.

De eerste versie (zie hierboven) stuurt Schmidt in april 1965 - maanden na de officiële opening in 1964. Dat deed ze met bijgaande toch wat knorrige aanbiedingsbriefje.


Timmenga zit ermee...
Timmenga leest het gedicht en weet dat ze het niet kan gebruiken. Het gedicht is veel te vrijpostig. Het mag dan wel begin jaren '60 zijn maar het zijn wel de jaren '60 van de nog keurige bibliotheek. Zinnen als 'een pond erotiek-maar-geen-vieze', oflaten schockeren door Wolters, of  'OverTieners en sex' of over de borsten van de vrouw van Picasso.... ja dat kon echt niet!  Die keurige sponsoren zouden zich rot schrikken!

Daarbij komt dat Timmenga net op dat moment in 1965 bezig is met de fusie met de R.K. Thomas a Kempisbibliotheek. Gedonder met zo'n gedicht kun je dan niet hebben.

Maar wat doen je dan? Ze had Schmidt al om een gunst gevraagd, die zo ook nog eens zelf strak geregisseerd had met haar suggesties. En nu deed Schmidt dit! Timmenga belt Schmidt op en legt haar uit dat ze er mee zit. Ze draait wel een beetje om de hete brij heen zullen we straks zien. Maar Schmidt belooft een verbeterde versie. Timmenga zal opgelucht zijn geweest.

Tweede versie
Op 5 april 1965 stuurt Schmidt deze tweede versie.


En jawel, de aanstootgevende zaken zijn eruit gehaald! Wolkers is verdwenen, erotiek is verdwenen, de borsten van Picasso zijn verdwenen. Je zou denken, zo zal het wel gaan.

In het aanbiedingsbriefje schrijft Schmidt er het volgende over:


Als het nu dus nog niet goed is, moet Timmenga het zelf maar aanpassen. En jawel, Timmenga was eigenwijs genoeg om dat te doen. In de tweede versie zit u al hoe ze in de tekst bezig is geweest. De achterkant van deze tweede versie bevatte zelfs nog een paar andere opties die allemaal ongeveer de zelfde richting op gingen.

Eindelijk krijgen de sponsoren hun prent

Op 30 augustus 1965 - bijna elf maanden na de officiële opening - kon de rijmprent officieel worden aangeboden aan de sponsoren.


Timmenga excuseert zich nog in de brief voor de late rijmprent. Ze zegt dat het onder andere komt door de ziekte van de auteur. Door het gebruik van het woordje 'onder andere' doet ze de waarheid geen geweld aan. Maar het andere - de discussie over de invulling van het gedicht - houdt ze wijselijk buiten deze brief.

Schmidt kreeg overigens een paar boeken voor de rijmprent.  In januari 1966 stuurt ze echter nog een paar boeken terug. Die vond ze niet goed. En of ze er een paar andere voor terug kon krijgen. Ze verexcuseert zich omdat ze zo druk is met musicals. Het archief vermeld niet meer of die nieuwe boeken er ook kwamen.

Eind goed, al goed?



Met die mooie onthulling sluiten we af. In 1991, de bibliotheek bestond toen 75 jaar, troffen Timmenga en Schmidt elkaar nog een keer (zie foto). Ik vermoed voor het laatst. Ze werden geïnterviewd door Henk van den Beld, oud-directeur van het Deventer Dagblad en voorzitter van de Vrienden van de Bibliotheek.

Timmenga zei dat het beter was geweest voor de literatuur dat ze geen directeur in Deventer was  geworden. Schmidt zei daarop dat het beter voor Deventer is geweest dat Timmenga directeur werd van de bibliotheek.

De dames konden elkaar in hun eigen rol waarderen. Eind goed, al goed.

Met dank aan Jos Debeij voor veel achtergrondinformatie en dank aan Ria Snoeck voor de foto uit 1991. 

dinsdag 7 mei 2019

Annie en Annie : Hoe mejuffrouw Bits ervan langs kreeg, deel 2 van 3


In  drie artikelen vertel ik een paar kleine geschiedenissen over Annie M.G. Schmidt en Annie Timmenga. Annie M.G. Schmidt kent u allemaal maar Annie Timmenga wellicht niet. Zij was bibliotheekdirecteur van de bibliotheek in Deventer van 1941 tot 1978.  Ruim 37 jaar. Annie en Annie  kwamen elkaar een aantal keer op een bijzondere manier tegen. Vandaag deel 2 over een schrijvende Annie M.G. Scmidt en een boze Annie Timmenga. 

Van 1941 naar 1953
We schrijven 1953 Ruim 12 jaar na de sollicitatie in Deventer waar beide Annies elkaars concurrent waren, is ieder haars weegs gegaan. Annie M.G.Schmidt was in 1941 directeur geworden bij de bibliotheek in Vlissingen maar vlak na de oorlog weer teruggekeerd naar Amsterdam. Daar ging ze aan de slag bij het Parool. Eerst als documentalist maar niet veel later ging ze ook schrijven. Annie Timmenga was honkvast in Deventer. Ze had na de oorlog de wind er flink onder. Ze zette een dienst op voor bedrijfsinformatie en ze bouwde het jeugd- en schoolbibliotheekwerk uit.


Hendrik Haarklover
Schmidt begon samen met tekenaar Wim Bijmoer de serie Hendrik Haarklover. Hendrik Haarklover was een feuilleton met bizarre trekjes over spionnen die het hadden gemunt op het atoomgeheim. Het geval wilde dat dit atoomgeheim in handen was van de bibliothecaresse Mejuffrouw Bits. Mejuffrouw Bits was een stereotype bibliothecaresse: een beetje pinnig, een knot en een bril (zie foto).  Zeker stereotype maar tegelijkertijd was ze ook wel een beetje de held van de serie. Ze heeft het atoomgeheim deels op een microfoto verstopt in haar kies en deels in een willekeurig boek in haar bibliotheek. De race naar dat atoomgeheim levert Abeltje-achtige taferelen. Wie het hele feuilleton nog eens wil nalezen kan terecht bij Delpher waar alle afleveringen van Hendrik Haarklover zo zijn na te lezen.

Timmenga is boos...




In Bibliotheekleven - het Bibliotheekblad van die tijd - verschijnt begin 1954 bovenstaande artikel van de hand van A.T. A.T. is de afkorting van Annie Timmenga. Die was in die tijd in de bibliotheekwereld zo beroemd dat ze blijkbaar op die wijze kon worden aangeduid. Timmenga verwijt Schmidt rancune tegenover de bibliotheekwereld en zegt zelfs: Foei Annie!

Toen ik de serie zo las, zag ik het vooral als een leuk feuilleton. Een grappig verhaal waar een bibliothecaris een heldenrol in speelt. Ja, die bibliothecaris is wellicht wat stereotype maar hé, alle karakters in dat feuilleton waren stereotypen, van de kapper tot de spionnen, het waren allemaal typetjes. Typetjes die ze in haar latere kinderboeken ook allemaal opvoert.

Timmenga weet hier de fictie niet van de werkelijkheid te scheiden. En het grappige is natuurlijk dat juist door dit artikel te schrijven Timmenga zelf een stereotype wordt: die van bitse bibliothecaresse.

Obstructie voor een emanciperend beroep
Wie het echter in perspectief ziet, snapt wel waar de frustratie van Timmenga vandaan komt. Na de oorlog emancipeert het bibliotheekwerk zich sterk. Niet dat er meer vrouwen nodig waren. Maar wel het zelfbewustzijn rond het beroep. Tot en met de oorlog is de bibliotheek vooral een leuk baantje voor mejuffrouwen die er toch niet van hoeven te leven. Meestal uit gegoede kringen en de bibliotheek was een tussenstation tussen HBS en het huwelijk. Alleen directeuren konden eigenlijk alleen van het salaris leven dat ze kregen.

Dat veranderde na de oorlog. Men zette zich volop in om van de functies van assistenten en de bibliothecarissen volwaardige banen te maken. Een baan waar je van kon leven. De eerste stevige salarisverhogingen waren er net geweest en men knokte voor een volwaardige positie. Het feuilleton van Hendrik Haarklover voelde voor Timmenga dus als een obstructie in die emancipatie. Het voelde waarschijnlijk als een vorm van verraad voor haar voor datgene waar zij zich nou juist voor inzette.

En Schmidt? Die was gewoon mooie verhaaltjes aan het schrijven. Die dacht helemaal niet aan obstructie van een beroepsgroep.  Ze tikte verhaaltjes en maakte gebruik van de wereld die ze kende. Schmidt en Timmenga keken beiden op dat moment op een verschillende manier naar de werkelijkheid.

In deel 3 zullen we Timmenga nog een keer paternalistisch zien optreden. Het is dan 1964 en ze vraagt Annie M.G. Schmidt om een gedicht te schrijven. Maar daarover meer in het volgende deel.

Het artikel uit Bibliotheekleven is geleend van de zeer informatieve site van Hans Krol.