zondag 27 november 2022

Hoe je de geschiedenis in de ogen kijkt als die plotseling levend voor je neus staat...

In het afgelopen half jaar hield ik op vele plekken lezingen over mijn boek 'Geruisloos verdwenen uit de bibliotheekgeschiedenis'. Een boek waarin ik verhaal over elf ontslagen Joodse bibliotheekmedewerkers en hen weer een gezicht probeer te geven. Hun naam weer noemen. Bij sommige lezingen sta ik plotseling oog-in-oog met de geschiedenis. Ook deze week gebeurde dat. Ik neem u mee naar een paar belevenissen, die me elke keer doen beseffen hoe pijnlijk de geschiedenis nog is. 

Salomon van der Meusen, de onbeduidende zaalwacht van Dordrecht

Agelopen maandag was ik te gast in Dordrecht bij de Bibliotheek AanZet en bij de Stolpersteine Dordrecht. Ik hield er een lezing over Salomon van Meusen, de zaalwacht van de bibliotheek die eind 1940 op 66-jarige leeftijd werd ontslagen. Reden? Hij was Joods. 

De functie van zaalwacht voerde hij altijd op zondag uit. Het was een bijbaantje dat niet al te zwaar was en dat prima uit te voeren was door een oudere man in een tijd dat er nog geen pensioenen waren. Hij verdiende er fl. 2,50 (€ 1,20) per maand mee. Eigenlijk een hele onbeduidende en bijna onzichtbare medewerker. We komen hem ook niet tegen op personeelsfoto's. 

Salomon leefde samen met zijn eveneens ongetrouwde twee zussen Rosetta en Esther in een bejaardenwoning aan de Houttuinen 13 in Dordrecht, vlakbij de huidige bibliotheek aan de Groenmarkt. Eind november en begin december 1942 worden ze alle drie vermoord in Auschwitz. Zijn zussen Rosetta en Esther worden opgepakt bij een razzia in november in 1942. Salomon niet. Onderzoek leerde dat hij vlak daarvoor is opgepakt door de Duitsers omdat hij heeft meegeholpen bij het verstoppen van kostbare zaken uit de synagoge in Dordrecht. Hij wordt hiervoor naar de gevangenis in de Rotterdam gestuurd. Terwijl Salomon in de gevangenis zit, worden zijn zussen ook opgepakt en naar Westerbork gestuurd. Als Salomon ook overgebracht wordt naar Westerbork, zijn zijn zussen net de dag ervoor op transport gezet naar Auschwitz. Salomon heeft zijn zussen nooit meer gezien. 

De werkgroep Stolpersteine Dordrecht besloot om voor deze Van der Meusens Stolpersteine neer te leggen en de onthulling van deze steentjes te koppelen aan de lezing die ik hield in Dordrecht. 

In de omgeving van Dordrecht leefde naast Salomon, Rosetta en Esther nog zo'n 20 andere familieleden. Van deze 23 Van der Meusens, worden er in de oorlog 22 vermoord. Slechts één overleeft het. Dit verhaal is ooit uitgezocht door Hans Middendorp. Hij is zelf een kleinkind van de enige overlevende. Hans is dus zoiets als een achter-achter-achter-neef van Salomon van der Meusen. Vlak voor de lezing heb ik nog even contact met Hans Middendorp maar hij denkt niet aanwezig te kunnen zijn bij de lezing. 

Als de lezing bijna op het punt van beginnen staat, stelt een jongvolwassen dame zich aan me voor. Met de achternaam: Van der Meusen. Het blijkt een dochter van Hans Middendorp te zijn en ze vertelt over het feit dat ze achternaam weer heeft veranderd naar Van der Meusen om de lijn van de familiegeschiedenis voort te zetten en de naam van de familie  te behouden. Ze legt ook uit dat ze geen neven en nichten heeft omdat zij en haar zus de enige directe nakomelingen zijn op dit moment van de ene overlevende Van der Meusen. Op dat moment kijk ik de pijnlijke geschiedenis recht in de ogen.

Ik weet niet hoe het u vergaat maar ik sta op dit soort momenten met een brok in mijn keel. Omdat je ziet hoe veel leed en consequenties ook na de oorlog nog gedragen worden. Kinderen zonder neefjes en nichtjes. Kinderen die hun naam laten wijzigen om de Joodse naam te laten voortbestaan. En tegelijkertijd maken dit soort momenten, het schrijven van een boek en het vertellen van de verhalen ook ontzettend dankbaar. 

Even later mag deze achter-achter-achter-achter-nicht de stolpersteine leggen. Hun naam wordt genoemd en dat is het kleine recht dat we nu kunnen doen bij het grote onrecht. 

Het AD en Dordrechtnet schreven over deze bijzonder bijeenkomst.

Op andere plekken

Hoewel de onverwachte ontmoeting in Dordrecht heel bijzonder was, was ze niet enig zijn soort. Zo kwam ik bij een lezing in Leeuwarden in het oude huis van Henriëtte de Leve, één van de Joodse medewerkers die in Leeuwarden werd ontslagen en door onderduik de oorlog overleefde. Bleek dat in dat huis nu ook weer bibliotheekmedewerkers woonden. Of die lezing Hilversum waar speciaal voor de ontslagen Joodse medewerker, Gonda Jacobs, een gedenkbord werd onthuld (zie foto). 

Bij een lezing overdag in Zeist kwam een dame naar me toe die 'gewoon geïnteresseerd was in dit onderwerp' maar pratenderwijs vertelde ze over een  huisvriend die zij oom noemde en die ook van alles had meegemaakt in de oorlog. Toen ze de lezing bijwoonde vielen plotseling heel veel kwartjes. Bleek dat deze man ongeveer hetzelfde had meegemaakt als Dora Belinfante, de Joodse medewerker die in Zeist ontslagen was. In de famlie was er nooit over gepraat wat er nou precies gebeurd was in de oorlog. Ik deed later onderzoek naar deze persoon en vond inderdaad uit dat hij inderdaad dezelfde kampen had bezocht. 

Of die lezing in Krimpen aan den IJssel waar een nabestaande van Elsa van Gool was. Elsa was de verzetsstrijdster die werkte bij de Bibliotheek in Den Haag en werd vermoord in een kamp vanwege haar acties.  De Elsa die mijn lezing bezocht heette ook Elsa is naar haar genoemd en werkt ook nog in een bibliotheek. 

En ik ben niet de enige die dit overkomt. Bij een lezing in Winterwijk, waar de Joodse bibliotheekassistent Jet Meijler werd ontslagen, ontmoette ik collega-schrijver Astrid Dekkers. Zij staat dit weekend in het NRC met een groot verhaal over het verraad in het Korenburgerveen. Zij hield deze week een lezing in Winterswijk. Op haar facebookpagina schreef zij het volgende over die lezing.


De kracht van verhalen

Ik vind schrijven leuk om te doen en ik vind het mooi om geschiedenissen opnieuw in het licht te zetten. Ten diepste doe ik dat dus voor mijn eigen verwondering of ontroering. Het is mooi om te zien hoe woorden die je zelf typt, vervolgens een ander weer kunnen raken. Hoe mijn verwondering en ontroering over kan slaan op een ander. Soms meer dan je zelf had kunnen bedenken. Woorden kunnen dus een groot cadeau zijn. Maar dat wist u natuurlijk al in de bibliotheek. 

En zo werd ik deze week ook verrast door de tweet van  de Koninklijke Bibliotheek die ook weet dat woorden een prima cadeau kunnen zijn. 


Nou laten we met die boodschap maar afsluiten. U weet uw boekhandel wel te vinden... 

zondag 20 november 2022

Op het platteland hebben ze de meeste bibliotheekvoorzieningen en moeten ze toch het verste fietsen....

U houdt van lijstjes en kaarten. Ik weet het. En vandaag krijgt u zo'n artikel. Dit keer over het rare fenomeen dat men op het platteland de meer bibliotheekvoorzieningen per inwoner heeft dan in de stad maar dat men toch verder moet fietsen om er te komen. Huh, hoor ik u denken, heeft het platteland meer bibliotheekvoorzieningen dan de stad? Inderdaad. Kijkt u maar eens mee naar bovenstaande kaart. Daar ziet u hoeveel bibliotheekvestigingen of servicepunten er zijn per 100.000 inwoners in elke provincie. Dunbevolkte provincies zoals Zeeland, Friesland, Groningen, Drenthe en vlak daarachter Overijssel scoren aanmerkelijk hoger dan dichtbevolkte provincies als Noord- en Zuid-Holland, Utrecht en Brabant.

In bovenstaande kaartje is nog geen rekening gehouden met álle bibliotheekplekken. Zo zijn mini-servicepunten, afhaalpunten en zelfbedieningsvestigingen nog niet meegeteld. Als je die meetelt dan wordt het verschil tussen stad en platteland nog groter. Provincies als Zeeland, Drenthe met relatief veel bibliobushaltes schieten dan nog verder omhoog.

Een extreem afwijkende provincie is de jonge provincie Flevoland. Dat kent een bevolkingsdichtheid die vergelijkbaar is met Overijssel maar kent een aantal bibliotheekvestigingen per 100.000 inwoners die het laagste van Nederland is.  In Overijssel heeft men 7,0 bibliotheekvestigingen per 100.000 inwoners of 9,4 bibliotheeklocaties (1 per 10.600 inwoners) terwijl dit in Flevoland er maar 3,7 zijn (1 per 27.000 inwoners). 

Als je op dit manier kijkt kan het ook nog iets ander pesenteren: per hoeveel inwoners is er één bibliotheeklocatie? Dan krijg het volgende bijzondere staatje. 


In Zeeland is er dus één bibliotheekvoorziening per 3.000 inwoners terwijl dit in Flevoland bijna het negenvoudige is. Hier zijn bijna 27.000 inwoners nodig voor één voorziening. Overigens zie je wel dat dit verschil vooral gemaakt wordt door de inzet van de bibliobus. Als je die weglaat dan kom je uit bij de provincie Drenthe die één bibliotheekvestiging of servicepunt heeft op elke 11.500 inwoners.

Maakt dit het bibliotheekwerk in Zeeland of Drenthe beter dan in Flevoland? Dat durf ik niet te zeggen en ik betwijfel dat ook. Ik denk dat in alledrie de provincies prima bibliotheekwerk mogelijk is met die uitgangspunten.  Maar er is een duidelijk verschil in opzet.  

Afstand tot de bibliotheek
Het paradoxale is dat ondanks alle inspanningen van de dunner bevolkte provincies de afstand tot de bibliotheek niet kleiner is dan in dichtbevolkte gebieden. Kijk maar eens naar deze kaart. Dit is de kaart voor alle bibliotheeklocaties. Echt heel gek is dat natuurlijk niet. In dunbevolkte gebieden heb je relatief meer vestigingen nodig om dichter bij burgers te blijven dan in dichtbevolkte gebieden.

In een discussie over wat volwaardig bibliotheekwerk is, wordt soms wel gezegd dat je niet alle vestigingen mee mag tellen maar dat het dan gaat om volwaardige vestigingen of servicepunten.  Dat was ook de opmerking van het SGP-kamerlid Bisschop in het Kamerdebat. Die vroeg zich af of een afhaalpunt in een kleine gemeente die onderdeel was van een grotere bibliotheek ook niet voldoende kon zijn en wat dan de afstand moet zijn.  

Als je de kaart terugbrengt naar vestigingen en servicepunten wordt de afstand per provincie zoals in onderstaande kaartje. Haltes van de bibliobus vallen er dan ook af en Drenthe en Zeeland schieten dan bijvoorbeeld omhoog. 
Wie het misschien nu duizelt wat nu valt onder welke definitie, die verwijs ik graag naar onderstaande overzicht naar de definities van vestigingen zoals dit gehanteerd word bij de gegevenslevering door bibliotheken. 

En als je de kaart van de bevolkingsdichtheid er naast legt, dan zie je ook hoe verschillend het spreidingsbeleid in verschillende gebieden moet zijn. Hieronder zie je dat Drenthe een bevolkingsdichtheid kent die zes keer zo laag is als in Zuid-Holland. Met andere woorden: om in Drenthe dezelfde nabijheid van een bibliotheek te halen moet je in Drenthe eigenlijk zes keer zoveel bibliotheekvoorzieningen hebben dan in Zuid-Holland. Dit geeft wel aan welke opgave het bibliotheekwerk in wat dunner bevolkte gebieden hebben. 


Wat is een goed netwerk?
De reden om dit overzicht eens te maken, was een reactie van Anja Oosterlaken op mijn artikel over het extra geld voor bibliotheken. Het Rijksgeld dat nu gaat komen, is bestemd om straks de zorgplicht voor bibliotheken bij gemeenten mogelijk te maken. De aanloopregeling voor de komende twee jaar is bedoeld voor versterking van het netwerk en reparatie van 'gaten' in dit netwerk. Bij zo'n reparatie lijkt een definitie van wanneer je dan een vestiging of servicepunt moet hebben handig. Ook daar werd in het Kamerdebat over de brief door hetzelfde SGP-kamerlid wel naar gevraagd. Op dit moment is daar geen norm voor.  Ik vroeg aan Anja wat zij redelijk zou vinden in spreiding en zij gaf me een kordaat en overzichtelijk antwoord:

'Bij 5.000 inwoners een bibliotheekvestiging, bij 3.000 tot 5.000 inwoners een servicepunt en tot 3.000 inwoners een afhaalpunt. Dit alles wel afhankelijk van de afstand tot de volgende kern, maar als de afstand groter wordt dan 3 kilometer zou je dit kunnen aanhouden '

Dit is natuurlijk een definitie voor het platteland. In stedelijk gebied denk ik dat het al snel anders ligt. Maar ik ben eens op zoek gegaan naar gegevens die aansluiten bij de definitie van Anja. Maar ik heb niet zo snel een overzicht gevonden van alle kernen en wijken in Nederland met inwonertallen. Het overzicht dat er het dichtste bij komt is, zijn de cijfers van de Plaatsengids.  Ook is er een lijst met plaatsen bij Metatopos. De Plaatsengids stelt dat er 6.500 steden, dorpen en kleine kernen zijn in Nederland. 500 daarvan zijn groter dan 5.000 inwoners en er zijn 2.000 dorpen  met die minder dan 5.000 inwoners hebben maar meer dan 500 honderd. En tot slot zijn er zo'n 4.000 buurtschappen met minder inwoners. Leg je dit naast het overzicht van Metatopos. Dan zou je kunnen concluderen dat er zo'n 2.500 kleine kernen zijn van enige omvang. Maar een exact aantal kan ik niet zo snel geven. Toch komen bibliotheken met hun huidige spreiding een heel eind. 

Wat zijn we kwijt geraakt?


Toch is er ook nog wel op een andere manier naar te kijken. Waar zijn vestigingen verdwenen en waar is afstand groter geworden? Het CBS publiceerde in 2021 een tabellenset over de veranderde nabijheid van de bibliotheek. Ze pakken daar 2014 als startjaar en vergelijken dit met 2020.  De rode vlekken op de kaart geeft aan in welke gemeenten de afstand tot een vestiging of service is toe- of afgenomen. De rode kleur geeft aan de bibliotheek verder weg kwam en er dus vestigingen gesloten zijn en de blauwe kleur geeft aan dat er vestigingen bij zijn gekomen of dat een vestiging gunstiger is komen te liggen door bijvoorbeeld verhuizing.

Zelf ben ik nog op zoek gegaan naar een beeld van voor 2014 omdat ik weet dat er ook tussen 2010 en 2014 nog hard bezuinigd is. Ik kom echter zo snel niet verder terug dan 2012. Ik kom dan tot het volgende totaaloverzicht. 


Je ziet dan bijvoorbeeld dat in de aanloop naar de bibliotheekwet veel bibliobussen gesneuveld zijn. Dat kwam omdat toen veel provincies bezuinigden en de conclusie trokken dat het subsidiëren van bibliobussen geen provinciale taak meer was maar dat gemeenten dat moesten financieren. Gemeenten die zelf op dat moment door de nasleep van de banken- en eurocrisis en de grote decentralisaties ook helemaal niet goed bij kas zaten, konden die verplichting niet overnemen. En daar verdwenen veel van de bussen.

Maar ook bij de vestigingen en servicepunten zie je een daling in tien jaar van zo'n 100 vestigingen en 60 servicepunten. Dat het netwerk is uitgehold, zie je hier sterk terug.

Bibliotheekwerk op het platteland is nog knap ingewikkeld

Conclusie van deze kaartjes? Nou, vooral dat dat spreidingsbeleid van bibliotheekwerk niet op een Haagse tekentafel kan plaatsvinden. Er is geen norm te geven van inwonertallen naar mijn idee. Je kan wellicht enige richtlijnen meegeven maar veel is toch afhankelijk van de lokale dynamiek van dorpen en kernen. Helder is ook dat er per 100.000 inwoners er meer bibliotheekvoorzieningen zijn op het platteland maar dat met die extra bibliotheekvoorzieningen toch de afstand niet snel verkleind. Wil je die afstand verkleinen dan heb je nog heel wat vestigingen extra nodig. 

Maar er is nog iets anders. Helder is ook dat het denken in servicepunten of vestigingen alleen niet werkt. Op het platteland zijn andere vormen nodig. En  het kan niet anders of men is daar ook al volop mee bezig. Bibliotheekwerk in kleine kernen kan nooit stand-alone zijn. Het moet altijd met samenwerking en met slimme oplossingen. Oplossingen die soms pas jaren later ook in de stad gebruikt worden. Het 'community-denken' kende men in kleine dorpen en kernen allang. Als je dat niet deed, was je er allang niet meer als voorziening. En nu schermen ook steden ermee.

En laat ik op dit punt ook zeggen dat we eigenlijk ook nog steeds tegen een gapend gat aankijken van bibliobussen die ermee gestopt zijn. De val van 1.600 naar 1.200 locaties zit vooral daar. En daar hebben we nog lang niet altijd een passend antwoord gevonden.

Als er extra geld komt voor niet-stedelijke regio's zoals de bibliotheekbrief stelt, dan is alleen klassieke vestigingen openen dus niet de enige oplossing. Het zal slimmer moeten dan dat. En nee, de randstedelijke oplossing dat iedereen op het platteland net als in de randstad maar wat dichter bij elkaar moet gaan wonen, gaat het niet halen, zeg ik u maar vast. 

Tegelijkertijd vraag ik mij hoe de sector hier zelf iets kan doen. Is het handig om zelf, vooruitlopend op een zorgplicht, alvast na te denken over definities of toch een eerste invulling van normen? Dat kan maar hou oog voor maatwerk op het lokale niveau, is zo mijn idee. Of breng juist de veelheid aan goede oplossingen voor het daglicht en laat zien dat alleen en klassieke bibliotheekvestiging niet de enige manier is van een toekomstgerichte bibliotheek. 

De oplossing van morgen is niet de oplossing van gisteren. Zoveel is maar weer duidelijk. Tot die tijd blijft het op het platteland, ondanks hun extra inspanningen, toch nog even een eindje fietsen naar vaak creatieve oplossingen voor de bibliotheek. Hup bibliotheken op het platteland!

zondag 13 november 2022

Hoe bibliotheken geen Nazi-instituut werden en de enge parallellen met onze tijd


De Tweede Wereldoorlog is nog steeds een zwarte bladzijde in de geschiedenis. Ook voor openbare bibliotheken. Er werden Joodse medewerkers ontslagen en er werd preventief en actief meegewerkt aan censuur op boeken die de bezetter onwelgevallig waren. Toch werd mij in de afgelopen duidelijk dat Nederlandse bibliotheken de mazzel hebben gehad dat niet volledig te worden ingezet voor Nazi-propaganda. Dat lag niet aan de houding van de bibliotheken en hun meebewegen met de bezetter. Het was iets anders. Er was een reis naar Luxemburg voor nodig om daar achter te komen. Ik zal uitleggen hoe dat ging en ook waar de link ligt met onze actuele geschiedenis.

In Luxemburg onderzoekt men de geschiedenis

Een paar weken geleden mocht ik deelnemen aan een bijzondere groep mensen: uit heel Europa waren historici en bibliotheekkenners uitgenodigd bij de Nationale Bibliotheek van Luxemburg. Doel van deze groep van zo'n 30 experts was om de situatie van bibliotheken in de Tweede Wereldoorlog met elkaar te vergelijken. De Luxemburgse bibliotheek heeft namelijk de opdracht om dit in kaart te brengen voor de regering zodat vastgesteld kan worden of deze bibliotheek nog iets recht te zetten heeft ten opzichte van de geschiedenis. Dat onderzoek doen ze vrij uitgebreid want de paar dagen die deze experts bij elkaar waren, waren nog maar het begin van een uitgebreider onderzoek. Het vervolgonderzoek moet zich vooral toespitsen op geroofde collecties en als die er zijn, hoe dit nog tot herstel kan leiden. 

Op de eerste plaats was het natuurlijk vleiend om als expert uitgenodigd te worden. Maar het echt interessante was toch om uit heel Europa te horen hoe bibliotheken gehandeld hadden. En dat veranderde toch licht mijn mening over de Nederlandse openbare bibliotheken. Wat mij helder werd is dat de administratieve inrichting van het Duitse rijk nog wel verschillend was en dat dat forse consequenties had voor bibliotheken. 

Bibliotheken in het Duitse rijk

Op de eerste plaats had je het groot Duitse rijk dat bestond uit Duitsland zelf, Oostenrijk, Sudetenland, een stuk van Polen en Luxemburg. Dit rijk was ingericht in Gau-gebieden. Bibliotheken in deze gebieden waren volledig genazificeerd. Dat betekent dat ze ingezet werden als ondersteuning van het nationaalsocialistische gedachtengoed. Oude bibliotheken werden gesloten en nieuwe opgericht. Oude collecties werden in beslagen genomen en hergebruikt voor zover het kon. Waardevolle collecties en ook Joodse collecties gingen naar Berlijn. De Nationale Bibliotheek van  Luxemburg werd zo omgevormd tot een Landesbibliotheek van het Gau-gebied Moselland. 

Bibliotheken in andere gebieden

Andere gebieden die door de Duitsers bezet werden kenden verschillende regimes. Zo kende Moravië en Bohemen (in Tsjechië) de status van een protectoraat dat ongeveer dezelfde aanpak kreeg als de Gau-gebieden terwijl Slowakije net als Nederland en België tot bezet gebied werden verklaard. Toch waren ook bezette gebieden niet hetzelfde. Nederland en België werden als Germaans broedervolk gezien en de Nazi's wilden op lange termijn een gelijkschakeling van Nederland en België met Duitsland. De gebieden in het oosten met Slavische volken werden door de Nazi's als minderwaardig gezien. Met dito gedrag van de bezetter. 

Openbare bibliotheken niet onder de Kultuurkamer, winkelbibliotheken wel

In november 1940 wordt het nieuwe departement van Volksvoorlichting en Kunsten in het leven geroepen. De NSB'er Tobi Goedewaagen wordt secretaris-generaal van dit departement. Het is dit departement dat - ook naar Duits model - in 1941 de Kultuurkamer invoert.  Bibliotheken komen er echter niet te vallen onder dit nieuwe departement. Die blijven onder het departement Onderwijs, Kunsten en Wetenschap vallen dat door de inkrimping en Duitse invloed wordt omgedoopt tot Onderwijs, Wetenschap en Cultuurbescherming. 

Deze Kultuurkamer werkte met verschillende gilden en alleen als je je liet registreren mocht je als uitgever, kunstenaar, schrijver of filmmaker aan de slag. Uiteraard wel volledig binnen de Nazi-richtlijnen. De Kultuurkamer zorgde er voor dat de kunst volledig gecontroleerd werd en actief in dienst kwam te staan van het dictatoriale nationaalsocialisme. Er kwam meer geld voor cultuur maar vooral om deze cultuur tot eer en meerdere glorie van het bezettersregime in te zetten. Goedewaagen stond wat dat betreft wel aan de wieg van het cultuurbeleid want dat kende de regering eigenlijk voor de oorlog nog niet.

Winkelbibliotheken vielen niet onder het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuurbescherming. En daar legde de Kultuurkamer vervolgens wel de hand op. Je kon alleen nog een winkelbibliotheek hebben als je je inschreef bij de Kultuurkamer. Je moest je dus committeren aan het Duitse beleid als je op deze manier nog geld wilde verdienen aan de uitlening. Lisa Kuitert van de Universiteit van Amsterdam die ook in Luxemburg aanwezig was, gaf aan dat een groot aantal zich inschreef. Het feit dat er zes inspecteurs werden ingezet om het te controleren zal daarbij zeker meegespeeld hebben.  

Uiteindelijk had men de bibliotheken willen inzetten voor propaganda

Wie de Europese bibliotheken naast elkaar legt, kan niet anders dan tot de conclusie komen dat de bezetter in Nederland uiteindelijk de bibliotheken toch had willen inzetten voor propaganda. Men begon met verbodslijsten, daarna kwam men met acties voor het 'goede Duitse boek' en uiteindelijk zou de bezetter de bibliotheken toch genazificeerd hebben. Het gedraal, het onderhandelen, het vragen stellen van Greve en de bibliotheekdirecteuren zal dit proces licht hebben afgeremd. Het feit dat bibliotheken niet direct onder de Kultuurkamer kwamen, heeft te maken met het feit dat de bezetter de bibliotheken minder publicitaire macht toedichtte dan kranten, film, schrijvers, kunstenaars en uitgevers.  Met andere woorden: bibliotheken waren niet essentieel genoeg voor de bezetter. 

Toch ontkwamen ook de Nederlandse bibiotheken niet aan controle. Maar de Duitsers speelden dat slim. Ze schoven Dr. Friedrich Ernst Plutzar, een Oostenrijkse kunsthistoricus, naar voren om de namens Wimmer, de 'generalkommisar für Verwaltung und Justiz', contact te houden met de bibliotheken. Greve, de secretaris van de CV (de toenmalige VOB), probeerde Plutzar op afstand te houden door zelf zoveel mogelijk mee te bewegen. Plutzar hoefde Greve dus niet onder druk te zetten en Greve hoopte zo van verdere inmenging af te zijn. En uiteraard schoven de grenzen zo steeds verder op.

Schneiders schrijft in zijn geschiedenisboek voor bibliotheken dat Greve te bang is geweest voor de Duitsers en dat er meer speelruimte was voor bibliotheken. Men boog te snel mee naar zijn oordeel. Ik kan dat eerlijk gezegd niet beoordelen.  Helder is wel dat bibliotheken niet zo belangrijk werden geacht dat men er nu al actief mee aan de slag moest. Maar wie het beleid van 'gelijkschakeling' ziet - een proces waarbij Nederland en België uiteindelijk gewoon bij Duitsland zouden gaan horen - kan niet anders dan de conclusie trekken dan dat bibliotheken uiteindelijk actie het nationaal-socialistische beleid hadden moeten gaan uitdragen. Greve was er in het begin van de oorlog ook van overtuigd dat Nederland bij Duitsland zou gaan horen. Dat ontdekte ik in een verstopt interview met oud-collega Hannie Wolff van de bibliotheek Den Haag. Wolff was als Joodse medewerker ontslagen en Greve had geen verwachting dat de Duitsers ooit nog weg zouden gaan. Zo alomvattend was de bezetting in het begin. 

De giftige werking van jarenlange desinformatie

Waar ik in Luxemburg van schrok was wat de giftige werking was van jarenlange desinformatie en misleiding. Greve dacht aan het begin van de oorlog al dat de bezetter nooit meer zou verdwijnen. Wat heeft het Duitse volk dus over zich uitgestort gekregen in al die jaren propaganda? De Duitse historice en bibliothecarissen die aanwezig waren bevestigden dat beeld. Stap voor stap werd het onmogelijk om nog een ander geluid te horen in de samenleving dat dan van het nationaal-socialisme. De pers werd aan banden gelegd, dissidenten werden opgepakt, schoolboeken vervangen en ga zo maar door. Als je dat jarenlang volhoudt, weten grote delen van de bevolking niet meer wat de waarheid is. Het geluid van de waarheid verdwijnt naar de achtergrond. Het was voor het eerst dat dat me zo duidelijk werd en het raakte me dat dat zo sterk kan uitwerken.

Propaganda en censuur in onze tijd

En dan zie je gelijk parallellen met onze huidige tijd. Een paar grenzen verderop woedt een oorlog die gestart is door een land waar burgers nauwelijks meer kunnen weten wat de waarheid is. De pers is gecontroleerd, dissidenten worden opgepakt en schoolboeken eenzijdig gekleurd. En dat vind ik eng. Eng dat foute informatie dus die uitwerking kan hebben. 


Hoewel het in Rusland misschien wel heel helder is, zijn er ook in de westerse wereld voorbeelden.  In Florida werd dit voorjaar de 'Stop Wake Act' aangenomen waardoor ongemakkelijke onderwerpen niet meer op school behandeld mogen worden. Boeken over slavernij, burgerrechten, onderdrukking, genderidentificiatie en dergelijke worden daarom nu geweerd.  Het dagboek van Anne Frank mag daar in schoolbibliotheken niet meer uitgeleend worden evenals werken van Martin Luther King. Wie gouverneur DeSantis van Florida hoort die hoort woorden als 'cultureel marxisme van verderfelijke ideologieën die on tegenwoordig worden opgedrongen'.  Hier grijpt een overheid dus actief in. Dit is geen oppositie meer of 'een geluid in de samenleving' maar overheidsbeleid. 

Als we teruggaan naar Nederland dan zien we dat deze geluiden in onze politiek vooral terugkomen bij Forum voor Democratie en de Partij voor de Vrijheid. In de afgelopen cultuurdebatten in de Tweede Kamer heeft Martin Bosma van de PVV meerdere malen het cultuurbeleid van Tobi Goedewaagen geprezen en aangegeven dat het goed zou zijn als we naar dat (NSB-)beleid zouden terugkeren. Strafbaar is zo'n uiting niet maar tendentieus en provocerend is het zeker. De PVV heeft overigens als partijstandpunt dat men tegen cultuursubsidies is. 

De casus Bol

Aan de andere kant werd in in Nederland deze week bekend dat Bol.com antisemitische boeken gaat weren. Het bedrijf heeft daarover afspraken gemaakt met de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding, Eddo Verdoner. Bol.com is de eerste partij waarmee afspraken zijn gemaakt over het bestrijden van antisemitisch materiaal. In een toelichting geeft Bol aan dat het gaat om strafbaar materiaal als niet-strafbaar materiaal maar wel duidelijk antisemitisch. 

Strafbaar materiaal mag je gewoon niet verkopen maar niet-strafbaar materiaal is een grijs gebied. Wie het artikel goed leest, ziet ook dat men graag afspraken maakt met meer partijen hierover. Blijkbaar is het niet mogelijk om verspreiding van deze boeken strafbaar te verklaren en zet men dus de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding in. Ik durf nog niet zo goed te zeggen wat ik hiervan vind omdat ik eigenlijk geen beeld heb om welke boeken het gaat. 

Een snelle speurtocht naar Mein Kampf of Mijn Strijd van Hitler, leert me dat dit boek te leen is bij bibliotheken. Het bezitten of uitlenen is ook niet verboden.  In 2018 bracht Prometheus nog een verantwoorde geannoteerde uitgave uit. Zonder foto of schreeuwerige tekst op de voorkant. Ook dat boek is overigens bij Bol nog wel te koop. 

En bibliotheken?

Na een discussie over boeken met Zwarte Piet wacht ons dus wellicht een nieuwe discussie over onze collectie. Hoe ga je om met boeken met bijvoorbeeld complottheorieën of met een antisemitische inhoud die niet strafbaar is? Ik denk dat veel bibliotheken zeer terughoudend zijn op dit gebied. Maar een ingewikkelde kwestie is het wel. 

Artikel 4 van de Bibliotheekwet luidt: 'Een openbare bibliotheekvoorziening heeft een publieke taak die zij voor het algemene publiek vervult op basis van de waarden onafhankelijkheid, betrouwbaarheid, toegankelijkheid, pluriformiteit en authenticiteit.' 

Op basis van de toegankelijkheid en pluriformiteit zou je deze boeken kunnen aanschaffen. De memorie van toelichting bij de wet wijst ook bij dit artikel op de vrijheid van meningsuiting. Als een boek verkocht mag worden, mag het dus in een bibliotheek zijn. Bij complottheorieën kun je overigens wel vraagtekens zetten bij de betrouwbaarheid van informatie maar dat zal acuut betwist worden door de aanhangers van de theorie.   

De memorie van toelichting verwijst ook nog naar het Unesco-manifest voor bibliotheken uit 1994. Daarin wordt gesteld: 'Collecties en diensten mogen niet onderworpen zijn aan enige vorm van ideologische, politieke of godsdienstige censuur of onder druk staan van commerciële belangen.' 

Nu kennen openbare bibliotheken 'gebruikscollecties' en geen 'bewaarcollecties' en budgetten zijn beperkt. Er wordt dus vraaggericht gecollectioneerd. Naar veel complottheorieën is maar beperkt vraag. Wie de huidige Bestseller top-60 bekijkt, ziet dat er geen controversiële boeken in staan. Begin dit jaar zou je het boek 'Het corona-bedrog' van Thierry Baudet hier wellicht onder kunnen scharen. Het stond een aantal weken - vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen - op nummer 1 in deze top-60. Dat boek is in ruime mate voorhanden in bibliotheken. Niet overmatig maar zeker ook niet genegeerd. 

Mag Thierry Baudet als schrijver in een bibliotheek optreden? Het zou niet mijn eerste keus zijn maar het is niet ondenkbaar en zeker niet strafbaar. En het lijkt me zeker denkbaar als hij bijvoorbeeld samen komt met zorgminister Ernst Kuipers en dat ook hij zijn visie geeft. Pluriform dus. Maar ik kan me ook voorstellen dat je het juist niet doet en je schaarse middelen aan andere onderwerpen wilt besteden. Hoe groot is het thema dus echt?

Waarom ik toch voorzichtig ben

De discussie over wat wel en niet in een collectie hoort, is van alle tijden. En die discussie moet blijven. Open en eerlijk. Vrijheid van meningsuiting is een heel groot goed en tegelijkertijd is het niet eindig. Bibliotheken volgen de vraag van de lezers en die vraag die verschuift met het tijdsbeeld. 

Wij kennen in ons land geen overheid die ons iets oplegt of die ons als propaganda-instituut gebruikt. Wij mogen zelf onze keuzes maken en kunnen er een goed gesprek over voeren. En dat gesprek mag soms best schuren.

En toch ben ik voorzichtig. Langdurige blootstelling aan informatie die niet juist is, laat grote groepen uiteindelijk toch geloven dat het waar is. Burgers helpen om fake-nieuws en desinformatie te herkennen is iets waar meer aandacht naar toe moet. Als u dan toch een lezing organiseert, dan hier toch over. 

En van zo'n ontwikkeling als in Florida waar boeken over geaardheid of zelfs Anne Frank verboden  zijn daar word ik bang van. Een overheid die actief ingrijpt omwille van het eigen politieke beeld en daarmee de blik op de samenleving moedwillig vernauwt en groepen uitsluit, is naar mijn mening begonnen met geestelijke terreur. 

Verantwoording van illustraties:

Foto Groot Duitse Rijk

Foto Kultuurkamer en winkelbibliotheken

Foto DeSantis

Foto Mijn Strijd

zondag 6 november 2022

Wat betekent de bibliotheekbrief voor lokale bibliotheken?

 

"Hé Mark, kun je ons even kort uitleggen wat er in de bibliotheekbrief staat?" Het zal een vraag zijn die me de komende week wel een paar keer gesteld zal worden dus ik pak hier de handschoen maar op. Wat moet u er als lokale bibliotheek mee en waar moet u zich op voorbereiden?

Want dat er een sloot geld aankomt dat is zeker. Met ronkende termen  - 'Miljoenen voor biblitoheken' werd dat al afgelopen weken in de ether geslingerd. Lees hier de artikelen van De Volkskrant en hier van de NRC. En de berichten hebben gelijk, de bibliotheekbrief die nu uitkomt is de laatste politieke stop voordat de staatssecretaris en de ambtenaren het geld ook werkelijk kunnen uitgeven. 

Ik zette het voor u op een rijtje wat de bedragen voor gemeenten en lokale bibliotheken gaan betekenen en geef er wat toelichting en duiding bij. Zo kennen we elkaar toch? 

Waar ging het ook al weer om?

In het regeerakkoord was aangekondigd dat er € 170 miljoen extra beschikbaar zou komen voor Cultuur. Bibliotheken zouden daar één van de ontvangers van zijn. In het voorjaar kwam de hoofdlijnenbrief Cultuur uit en werd een eerste aanzet gegeven maar nog steeds niet gemeld hoeveel geld er beschikbaar zou zijn. Die duidelijkheid kwam pas bij de miljoenennota. Helder werd  toen dat er 62 miljoen beschikbaar zou komen in een opbouwend bedrag. Bij de behandeling van de hoofdlijnenbrief Cultuur zegde de staatssecretaris toe in het najaar met een bibliotheekbrief te komen. En die brief is er nu dus en geeft inzicht hoe die 62 miljoen de komende jaren verdeeld zal worden. En die verdeling van dat geld ziet er als volgt uit.

Die brief waar het allemaal om gaat vindt u hier. En als u bibliotheekdirecteur bent, is het eigenlijk wel verplichte literatuur zeg ik er vast bij.Okee, tot zover de inleiding. Wat moet u ervan onthouden voor uw lokale bibliotheek? Nou twee grote punten en paar randzaken. 

Punt 1: Er komt vanaf 2025 zorgplicht en gemeenten krijgen hier structureel zo'n € 3,- per inwoner extra voor

Het grootste en wat mij betreft historische wapenfeit is dat deze brief de gemeenten gaat verplichten om een bibliotheek te hebben. En niet zo maar een bibliotheek maar een 'toekomstgerichte' bibliotheek. Het moet uit zijn met de verschraling in het aanbod, de sluiting van vestigingen of het verminderen van activiteiten. Voor dit punt is vanaf 2025 € 53,7 miljoen gereseveerd. Structureel. 

De staatssecretaris schrijf hierover: 

'Het is mijn voornemen de huidige ‘bevorderingstaak’ om te zetten in een zorgplicht voor gemeenten en provincies. De zorgplicht heeft als doel dat het netwerk kwantitatief en kwalitatief in stand blijft en kan bijdragen aan lokale maatschappelijke opgaven. Bij de invoering van de wetswijziging worden structurele middelen toegevoegd aan het gemeentefonds volgens een nader te bepalen verdeelmodel.'

Bijzonder is dat de staatssecretaris een zorgplicht noemt voor zowel provincies en gemeenten maar het geld vervolgens volledig toewijst aan de gemeenten. Specialisten die het verdeelmodel voor gemeenten kennen, zeggen dat binnen het culturele domein dit soort gelden vooral langs de lijn van het aantal inwoners wordt toegevoegd aan het gemeentefonds. Dat zou met deze omvang per 2025 zo'n € 3,- per inwoner extra zijn voor bibliotheekwerk. De mopperaars onder ons zullen zelf bij zo'n historisch feit nog zeggen dat de gemeente daar zelf nog wel wat vrijheid bij heeft en dat we dan nog moeten zien dat het bij bibliotheken komt. Nou, dat is maar ten dele waar. Op de eerste plaats hebt u als bibliotheek twee jaar de tijd om mooie plannen te maken die precies bij die € 3,- passen en ten tweede moet het begrip 'toekomstgerichte bibliotheek' nog ingevuld worden.

Want het begrip 'toekomstgerichte bibliotheek' zal datgene zijn waartoe de gemeente verplicht zal worden en dat zal in een wetswijziging van onze bibliotheekwet moeten worden vastgelegd. De staatssecretaris heeft een bijna kamerbrede opdracht op dit punt en ze maakt het zelf ook tot prioriteit. Geloof maar dat dit punt niet zo maar van tafel gaat of dat men het zover laat komen dat gemeenten het geld in de beroemde lantaarnpalen kunnen stoppen. 

Probleem is echter wel die definitieve van die robuuste en toekomstgericht bibliotheek. Vraag tien mensen wat de definitie hiervan is en je krijgt tien verschillende antwoorden. Je kan aan tal van zaken denken: nabijheid van bibliotheken, breedte en aantal van activiteiten, omvang collectie, kwaliteit van personeel, certificering en ik vermoed dat u er zelf nog wel wat aan toe kunt voegen. Als ik directeur van de VOB was, had ik daar nu een werkgroep voor gestart en het ministerie aangeboden dat samen met ze in te vullen. En ook gemeenten zullen er ongetwijfeld wat over te zeggen willen hebben. Kortom, u ziet hier het poldertraject al aankomen.

Maar samengevat: die plicht komt en dat extra geld ook. Dus beste bibliotheekmensen: maak plannen wat er kan met € 3,- per inwoner extra! Welke toekomstgerichte stap gaat u zetten? 

Voor de goede orde: in 2021 was de gemeentelijks subsidie voor exploitatie van bibliotheken € 23,92 per inwoner. Het Rijk legt er dus meer dan 10% bij. Wijs mij de overheid aan die u dat er de afgelopen jaren er in één klap bij heeft gegeven. En dat weet u hoe blij u moet zijn met deze stap.

Punt 2: Een tijdelijke regeling in 2023 en 2024

In aanloop naar 2025 staat voor 2023 en 2024 oplopende bedragen genoemd voor de fysieke bibliotheek van € 18,7 miljoen en € 38,7 miljoen. Dan is er nog geen zorgplicht voor gemeenten, die is dan nog in voorbereiding. Wat moet er met deze bedragen gebeuren?

Daar schrijft de staatsecretaris over:

'Ik wil het beschikbare budget inzetten waar dit het hardst nodig is en het meeste maatschappelijke effect kan hebben. De nadruk van de maatregelen voor de korte termijn ligt daarom op gemeenten zonder fysieke bibliotheek en op de terugkomst en verbetering van de bibliotheek in wijken met een grote maatschappelijke opgave en in niet-stedelijke regio’s waar de afstand tot de bibliotheek te groot is geworden. In kleinere gemeenten kan het de voorkeur hebben als buurgemeenten samen een volwaardige bibliotheekvoorziening realiseren boven ieder afzonderlijk een beperkte eigen fysieke locatie.'

De staatssecretaris noemt hier drie specifieke groepen: gemeenten zonder bibliotheek, bibliotheken in gebieden met grote maatschappelijke opgaven en bibliotheken in niet-stedelijke regio's waar de afstand tot de bibliotheek groter is. En bij dat laatste zegt ze dat het daarbij kan dat een gemeente geen bibliotheekvoorziening heeft maar goede afspraken kan maken met nabije buurgemeenten. Op een andere plek meldt ze ook nog dat deze regeling moet aansluiten op de verdeling zoals die later gaat plaatsvinden bij de zorgplicht. 

Wie de beslisnota leest die ook bij de brief leest, ziet dat daar ook een planning bij zit waarin gemeld wordt dat op dit moment die regeling moet worden voorbereid en dat in 2023 en 2024 deze regeling twee aanvraagmomenten zal kennen en in twee tranches zal uitkeren. 

Nu mag ik zelf af en toe meedenken bij het ministerie en dan zie ik wel dat die regeling nog best een puzzel is. Enerzijds moet de regeling zich beperken tot bepaalde bibliotheken maar zie je tegelijkertijd dat maatschappelijke opgaven zoals in het bibliotheekconvenant staan, in elke gemeente voorkomen.

Op één punt ben ik nog eens dieper gedoken. En dat is die van de bibliotheken zonder bibliotheek of zonder volwaardige bibliotheek. Om hoeveel gaat het er dan eigenlijk? In de wetsevaluatie die Kwink destijds opstelde is daarbij stil gestaan. Kwink kwam destijds tot zestien gemeenten. Als ik die lijst doorkijk, zie ik dat er daar ondertussen al vijf gemeenten van afgevallen zijn. Dat komt door gemeentelijke herindelingen (Haaren), door her-aansluiting bij een bibliotheek in het stelsel (Montfoort, Buren) of door fusie van een bibliotheek (Brunssum). Tot slot stond Zaanstad om een wat semantische kwestie op de lijst maar dat weiger ik toch niet een onvolwaardige bibliotheek te noemen. 

Blijven er - maar - elf gemeenten over. En zelfs daar is nog wel wat bij op te merken, het ligt behoorlijk genuanceerd. De kaart van die elf gemeenten is de volgende. 

Zo staan Blaricum en Rozendaal (een mini-gemeente bij Arnhem) op de kaart. Beiden gemeenten nemen al deel aan een volwaardige bibliotheek namelijk Huizen-Laren-Blaricum en Veluwezoom. Blaricum ligt tegen Huizen aan en Rozendaal tegen Velp. Voor beide gemeenten en hun inwoners al jaren een passende oplossing. Voor Roerdalen geldt dat er wel vrijwilligersbibliotheken zijn maar dat de gemeente wel bijdraagt aan Bibliorura voor ondersteuning. Zo'n zelfde constructie kent Alphen Chaam.  Voor Veere en Noord-Beveland geldt dat hier een uitgebreide servicebus rijdt. En in Lopik en Waterland is Karmac nog actief met beperkte dienstverlening maar ook hier investeren gemeenten al wel in bibliotheekwerk. En de gemeente Waterland keer per 2023 dan ook nog eens terug naar de bibliotheek Waterland. Allemaal gemeenten die al investeren in bibliotheekwerk en Waterland verdwijnt per 2023 van deze kaart. Vanaf dat moment is Karmac alleen nog in Lopik actief. In Albrandswaard zijn twee afhaalpunten van Bibliotheek AanZet. De enige gemeente die echt niks uit lijkt te geven aan bibliotheekwerk is Uitgeest. 

Als je dat zo op een rijtje zet dan zie je dat zelfs bij deze elf gemeenten het reparatiewerk ook nog wel meevalt. Zeker, investeren kan zeker nuttig zijn maar we beginnen niet op nul. Dus breng Lopik weer onder bij Lek en IJssel, kijk nog eens een naar de afhaalpunten bij Albrandswaard en de bussen in Zeeland. En ook voor Alphen Chaam en Uitgeest zijn wel passende oplossingen te verzinnen met naastliggende bibliotheken. Dit met aandacht en zorg voor al het werk dat afgelopen tijden vaak door vrijwilligers werd gedaan.  Nou ja, u ziet het wel, ik denk dat het wel moet lukken om hier in twee jaar uit te komen. 

Dat sluitende netwerk gaat er dus komen, wat ik u brom. De middelen zijn er dus aan de slag! Dus naastliggende bibliotheken: hup, aan het werk!  En om eerlijk te zijn, hier is echt geen € 18,7 miljoen en € 38,7 miljoen voor nodig in 2023 en 2024 Met andere woorden er blijft zeker geld beschikbaar om (veel) breder te investeren. En die investeringen zullen breder zijn dan vestigingen en stenen. Want wie de staatssecretaris hoorde bij Op1, hoorde iemand die bevlogen vertelde over alles wat de bibliotheek maakt. En dat is veel meer dan stenen. 

Punt 3: Verder nog iets Deckers?

Verder nog iets in die brief, Deckers? Tja, ik leg natuurlijk de nadruk op de gelden voor lokale bibliotheken maar er worden ook nog wat goede zaken gemeld over bibliotheekwerk in Caribisch Nederland, over digitaal bibliotheekwerk en... over leesbevordering. Over die leesbevordering wil ik nog wel wat zeggen. Want wat je daar in de brief bij ziet staan gaat over twee zaken. Op de eerste plaats is de langlopende vete over leenrechtvergoeding op scholen nu structureel opgelost. Het ministerie zal hier de komende jaren een structureel bedrag voor beschikbaar stellen. En ten tweede geeft ze nog een kleine impulssubsidie op dit vlak. Maar de staatssecretaris geeft ook aan dat het vervolg nu moet komen uit het masterplan Basisvaardigheden van minister Wiersma. Uslu parkeert de bibliotheken met haar brief maximaal voor zodat Wiersma het stokje over kan nemen bij zijn Masterplan Basisvaardigheden.  Handig gedaan. Nu Wiersma nog. Hoewel ik daar verwacht dat hij het initiatief laat aan de scholen als ze het geld krijgen. Dus beste bibliotheken: begin met plannen voor 100% Bibliotheek op school in uw gemeente. Maar het geld daarvoor zou van de scholen moeten komen. Nu om tafel dus met de scholen over een lees-ecosysteem in uw hele werkgebied. Dit dus naast het geld dat u vanaf 2025 van uw gemeente krijgt. 

Dus?

Wanneer las u voor het laatst een overheidsdocument waarin zo fors werd geïnvesteerd in bibliotheekwerk? Om eerlijk te zijn schreef ik de laatste tien jaar mijn vingers blauw aan creatieve bezuinigingsplannen. En u waarschijnlijk ook. Maar de knop moet om. Ga weer denken in investeringen en uitbreiding van dienstverlening en maak de plannen hiervoor klaar. Ga onderhands in overleg met uw gemeente, verken waar u samen naar toe wilt en welke snode plannen u kunt maken om uw inwoners slimmer, creatiever en vaardiger te maken. De tijd is rijp! 

Met deze bibliotheekbrief en het kameroverleg dat er op volgt passeren wij nu de laatste politieke stop voordat die investeringen zullen starten. We gaan op weg naar een zorgplicht voor gemeenten voor een toekomstgerichte bibliotheek. Ik noem dat een historisch moment in de bibliotheekgeschiedenis.

maandag 31 oktober 2022

Hoe een digitale actie uit 2012 na elf jaar een vervolg krijgt


Het was juni 2012. Ik was koud een paar maanden interim-directeur van de Bibliotheek in Hengelo en we lanceerden bovenstaande actie. Over ebooks werd als sinds 2009 gezegd dat ze nu écht gingen doorbreken. 2009 werd het niet maar 2010 zou dan toch echt het jaar van de ebooks worden. Toen zou 2011 dat worden, en toen 2012... Wat ook hip was in 2012 waren QR-codes. Als je al een smartphone had, had je er vaak nog een speciaal programma op je telefoon nodig om het te kunnen lezen. 

Maar goed, daar ging het niet om. We wilden graag aandacht schenken aan de collectie van maar liefst 40.000 ebooks die - ja, toen al - beschikbaar waren via het Gutenbergproject. Toegegeven, rechtenvrij en daardoor ouder materiaal, maar toch. Die ebooks waren toen gewoon beschikbaar in de Overijsselse catalogus, via de Aquabrowser-zoeksoftware.  


Dat aandacht schenken aan al die ebooks deden we via speciale posters waarop aansprekende ebooks stonden die je vervolgens met je QR-code direct kon downloaden. 24 per dag, 365 dagen per jaar. Auke van der Meer, die toen de marketing van de bibliotheek deed, had het uitgedacht. En de posters werden door de posterplakker van het poppodium Metropool door de hele stad gehangen. Ik schreef er destijds ook al een artikel over. En toen dacht ik al dat het wel een aardige actie zou zijn om breder in te zetten.

Eén van de posters was die van de Kama Sutra. Dat vond ik toen nog wel een spannende. Niet vanwege de inhoud maar of ik daar geen gedonder mee kreeg met vragen van raadsleden van wat conservatievere partijen. Je zou kunnen zeggen: any publicity is good publicity maar ik wilde wél publiciteit maar géén gedonder.  

De vragen bleven gelukkig uit, de actie kreeg veel aandacht maar het gebruik bleef nihil. 2012, nu tien jaar geleden, was dus toch niet hét jaar van de ebooks. De grootste groei in ebooks kwam pas jaren later en werd gestimuleerd door een COVID-pandemie en gesloten bibliotheken.

Gejat van Tesco

Het idee van die QR-codes en die posters hadden wij als Bibliotheek Hengelo ook weer gejat van Tesco. Kijk maar eens naar dit filmpje waar ik in september 2011 over schreef. U leest het goed, al weer elf jaar geleden!

Landelijke acties in 2023

Een kleine glimlach kon ik dan ook niet onderdrukken toen ik de afgelopen week de digitale nieuwsbrief van de Koninklijke Bibliotheek kreeg met daarin de oproep om je aan te melden voor de posteractie voor ebooks die je met QR-codes kunt downloaden. Deze actie, die best een beetje veel lijkt op die van Hengelo in 2012, is een initiatief van Fieldlab Noord. Want: 2023 wordt het jaar van de ebooks! 

Het bericht meldt:

"Er zijn ontelbaar veel toepassingen. QR-codes kunnen in plattelandsbibliotheken worden ingezet als aanvulling op een kleine collectie. Of toon voorleesboeken en boeken met korte verhalen op plaatsen waar mensen wachten, bijvoorbeeld OV-hubs. In samenwerking met campings en recreatieparken kunnen gasten tijdens hun vakantie worden voorzien van talloze e-books van de bieb. Of QR-codes kunnen op specifieke plekken worden ingezet om nieuwe doelgroepen zoals jongeren te bereiken met het (digitaal) aanbod van de Bibliotheek. Daarbij versterken collectie en programmering elkaar."

Het doel is dan ook, als ik het goed lees, om vooral te experimenteren met die QR-codes. Wat kun je er allemaal mee? Het lijkt mij een interessante en ook aardig inderdaad om op vele plaatsen eens te kijken wat kan. Vanuit de KB zal, zoals we inmiddels gewend zijn, aan effectmeting worden gedaan. 

Wie mee wil doen, doet er goed aan om op 1 december deel te nemen aan de online vragenronde op 1 december. Op deze pagina, lees je er meer over en kun je je ook aanmelden. 


De poster die bij het bericht zit is die met het boek van Marco van Basten. Dit is dus precies wat Bibliotheek Hengelo ruim tien jaar geleden deed! 

De wet van de remmende voorspong

Wie denkt dat dit ik dit bericht cynisch bedoel, die leest dit verkeerd. Ik vind het een mooie actie en fijn dat op zoveel plekken er straks met creativiteit naar gekeken wordt. Wel vind ik het opvallend dat het tien jaar duurt voor het zover is.  Deze actie lag tien jaar geleden al bijna voor het grijpen. 


Wat is er in die tien jaar gebeurd? Nou, het ebookaanbod is echt flink verbeterd en gecentraliseerd. Mooie stappen vooruit. Maar op andere plekken hebben we stappen achteruit gedaan. De zoekfunctionaliteit die destijds via de Aquabrowser (zie plaatje) beschikbaar was, is nog altijd superieur boven de huidige gemiddelde bibliotheekcatalogus. Je kon zoeken door krantenartikelen, lokale beeldbanken of ingescande AO-boekjes. Uiteindelijk werd landelijk gestopt met de Aquabrowser en was content niet meer op die manier beschikbaar. 

Er voor in de plaats kwamen de - verschillende - interfaces van de leveranciers van bibliotheeksystemen. In het samenvoegen van die systemen zijn bibliotheken ook nog niet heel veel verder.  Daar hebben de Vlamingen ons links en rechts ingehaald. Wie grote stappen wil zetten zal toch een keer iets moeten doen in het verkavelde landschap van catalogi en gebruikersgegevens.

Het is dus een beeld van een stapje achteruit en twee stapjes vooruit. Of andersom als u iets pessimistischer bent. 

Blijven investeren in digitaal én in de combinatie

Het is mooi dat de Koninklijke Bibliotheek de taak heeft om de digitale bibliotheek van Nederland te verzorgen. Maar die bibliotheek moet verbonden zijn met al die lokale bibliotheekvestigingen. Tien jaar geleden werd er actief nagedacht met de lokale en provinciale aquabrowsers, hoe je invloed kon uitoefenen op hoe burgers zoeken. Hoe je lokale fysieke bibliotheekcollecties kon combineren met allerlei digitale content. Dat denken lijkt volledig verschoven naar het landelijke niveau. Krantenartikelen waren toen in één zoekgang samen met bibliotheekboeken én ebooks te vinden. Nu moet je met een lampje zoeken waar die toegang tot de artikelen van Financieel Dagblad te vinden is. In totaal maakte afgelopen maand in heel Nederland bij bibliotheken daar maar 259 mensen gebruik van. Hoeveel waren dat er geweest als die artikelen gewoon in onze catalogus te vinden waren geweest?

En zeg eens eerlijk: wie denkt er in uw organisatie nog na over hoe er in uw catalogus gezocht kan worden, hoe die er uit moet zien of welke content toegevoegd kan worden? Hoeveel mensen weten in uw organisatie precies welke digitale content er is en hoe je die kunt bereiken? En wanneer keek u zelf waar die digitale bronnen eigenlijk te vinden zijn?

Ik zal een klein voorbeeld geven. Als ik in mijn eigen bibliotheek zoek op het theorieexamen vind ik wel de boeken maar niet de online inlog naar het de oefenexamens die landelijk ingekocht worden. En om eerlijk te zijn vind ik het ook niet zo snel op de site. Ik denk dat mijn eigen bibliotheek daar niet uniek in is. De afgelopen maand  werd met bibliotheekabonnementen er ruim 2.900 keer gebruik gemaakt van Theorie.nl. Maar ook hier geldt: dat kan en moet beter.

Voor het onderwijs zou het toch prachtig zijn als krantenartikelen, Literom en de WinklerPrins Junior gewoon in de catalogus zitten? Ooit werd beloofd dat dit in de Nationale BibliotheekCatalogus zou komen. Die belofte is ergens onder het stof terecht gekomen. Maar wat mij betreft mag die er zo weer onder vandaan. Zoeken en vinden zijn  nog steeds een kerncompetenties van de bibliotheek. 

Alleen ga je sneller, samen kom je verder?

Als het gaat over het samenwerken in het netwerk van bibliotheken hoor ik met regelmaat het Afrikaanse spreekwoord 'Alleen ga je sneller, samen kom je verder' voorbij komen. Vaak bedoeld om te benadrukken dat je vooral samen tot grote dingen moet komen. Om eerlijk te zijn voel ik me altijd een beetje ambivalent als dit gezegde gebruikt wordt. 

Als er tussen 'alleen' en 'samen' altijd tien jaar verschil zit (en dan zijn we eigenlijk nog niet een zo heel veel verder) dan is er voor ons toch nog wel wat te leren in de snelheid van 'samen' dingen doen. En er zit er dat 'alleen'gaan ook een kracht die we 'samen' zouden moeten benutten. Verkenners die vooruit gaan maar niet zonder de anderen kwijt te raken. En dat is precies wat volgens mij nu met deze actie gaat gebeuren. 

Ik verheug me vast op welk alternatief er komt van de Kama-Sutra-poster van tien jaar geleden en welke directeur dit keer denkt: 'het is een fantastisch bedacht idee maar ik hoop dat ik er geen ruzie krijg met deze actie'.  En voor het overige: laten we van onze catalogus weer een zoekmachine maken met meer bronnen. We hadden het maar zijn het in de gezamenlijkheid kwijt geraakt. Terug op de agenda ermee!

zondag 16 oktober 2022

Het Masterplan Leesplezier


Als de politiek ons de afgelopen jaren iets heeft geleerd dan is het wel dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken. Het niet of te laat ingrijpen bij grote maatschappelijke problemen lijkt op korte termijn interessant maar keert als een boemerang naar ons terug. De voorbeelden kunt u zelf wel verzinnen als u om u heen kijkt, denk ik.

Laaggeletterdheid is niet alleen een curatief maar vooral een preventief probleem

Eén van die crises, die slechts in de zijlijn telkens voorbij komt, is de leescrisis. Het gaat dan om de slechte leesvaardigheid van kinderen en er wordt op dit moment zelfs een heus masterplan basisvaardigheden voor gemaakt.  Het getal dat daarbij telkens wordt genoemd is dat van het Pisa-rapport. Daaruit blijkt dat 24% van de 15-jarigen zich in het voor portaal van de laaggeletterdheid bevindt. Een kwart dus. En allemaal kinderen die na 2000 geboren zijn. We hebben het dus niet over 19e of vroeg-20e-eeuwse taferelen. Nee, dit is de realiteit van de 21e eeuw. Er komen kinderen van onze scholen die uiteindelijk laaggeletterd blijken en daarmee belangrijke vaardigheden  missen om regie te krijgen over hun eigen leven.

Bij elk onderzoek dat gedaan wordt door stichting Lezen en Schrijven stijgt het aantal laaggeletterden. Ondanks alle inspanningen. Laaggeletterdheid is dan ook niet alleen een curatief probleem van volwassenen maar een preventief probleem bij kinderen. Wie laaggeletterdheid wil oplossen moet beginnen met het leesniveau van kinderen. Als je dat niet doet, blijft het dweilen met de kraan open. Draai de kraan dus dicht!

Dat leesniveau van kinderen kent een directe relatie met leesmotivatie. Kinderen die lezen leuk vinden, lezen meer en scoren daardoor beter. En u raadt het al: de Nederlandse kinderen scoren bijzonder laag in het internationale Pisa-rapport op die leesmotivatie.  

Met beperkte middelen aan de slag...

In 2011 schreef ik over een driepuntenplan voor het onderwijs. De sector moest zich toen nog en masse achter de Bibliotheek op school scharen. Veel bibliotheken hadden eigen programma's met meer of minder resultaat. Dat de sector dat samen oppakte had succes. Het landelijk programma werd beter gemonitord en een landelijk team stimuleerde op vele plaatsen de samenwerking. Die samenwerking met onderwijs werd ook structureler en professioneler. Er werd een concept gebouwd waarmee structureel vooruitgang geboekt kon worden op leesplezier.

In de afgelopen jaren hebben bibliotheken dan ook veel van hun schaarse middelen hiervoor vrij gemaakt. En met succes. De helft van de basisscholen heeft inmiddels een Bibliotheek op school. Met een collectie en met, minstens zo belangrijk, een leesconsulent. En om eerlijk te zijn: dat was best een opgave want er werd tegelijkertijd flink bezuinigd. In 2010 had het bibliotheekwerk nog ruim 5.000 volledige arbeidsplaatsen. In 2021 waren er daar nog 4.400 van over. Tel daarbij dat bibliotheken van die 4.400 arbeidsplaatsen een flink deel hebben weten te verschuiven naar de functies van leesconsulenten en onderwijsspecialisten. Deze omwenteling van dienstverlening is dus dwars door de bankencrisis en later de dencentralisatiecrisis doorgevoerd. 

En werkt de Bibliotheek op school? Het antwoord is ja. Maar het antwoord is ook: ja, maar het kan nog veel beter. Dat leg ik uit. 

Naar een volgende ambitie voor de Bibliotheek op school 

In de afgelopen week las ik over de geschiedenis van het Overijsels bibliotheekwerk in de jaren '50 van de vorige eeuw. In de jaren '50 en '60 groeide het bibliotheekwerk op het platteland onder leiding van de heer Van Uxem. Overal werden vestigingen geopend. Het lijkt een beetje op de snelle groei van de Bibliotheek op school  in onze tijd. De professionele bemensing van die vestigingen was een probleem.

In het boekje dat ik daar over las staat daarover:

'In plaats van de "rijdende bibliotheek" introduceerde Van Uxem "de reizende assistente", die voor de service aan het publiek van plaats naar plaats trok. ... Voorwaar hadden deze reizende assistenten een avontuurlijke boeiende werkkring met ontberingen en nauwe contacten, passende bij het pioniersbestaan.' 

Van Uxem had door dat de vestigingen de ankerpunten waren waar hij verder op kon bouwen maar dat het de mensen waren die het verschil maakten in de dienstverlening. De bibliotheken waren daardoor maar beperkt open want de mogelijkheid om bibliothecarissen in te zetten was altijd te schaars. 

Herkent u de parallel met de Bibliotheek op school? De leesconsulenten die van school naar school trekken overal maar een beperkt aantal uur hebben om hun goede werk te doen. Twee uur hier, vier uur daar en hoera, maar liefst acht uur op plek drie. En ja, je kunt veel in samenwerking met de leraren doen maar ook het onderwijs zelf heeft een capaciteitsprobleem. 

Ergo: we doen ontzettend ons best maar we komen gewoon capaciteit tekort voor een echte grote stap.

Elke basisschool een fulltime leesconsulent en een robuuste, toekomstbestendige en volwaardige schoolbibliotheek

We weten dus dat we een groot probleem hebben in ons land met laaggeletterdheid en leesvaardigheid. En in de crisis van het afgelopen decennium is het bibliotheken gelukt om met de helft van de scholen een start te maken met een beter leesprogramma. Programma's waar een school een tientje per leerling op tafel legt en de bibliotheek er per leerling er nog een paar tientjes bij legt. Groot geld? Nee. Op de grote onderwijsbegroting blijven dit kruimels. 

Volgend jaar komt het volgende Pisa-rapport uit. Hebben we in de afgelopen drie jaar een stap vooruit gezet op leesvaardigheid? Nee. Door corona is zelfs de verwachting dat de achterstanden verder zijn opgelopen. 

Wie dit ziet, kan niet anders dan pleiten voor een veel forsere aanpak tussen bibliotheken en scholen. Het gaat niet om een paar procent erbij. Het gaat om veel grotere stappen. Verdubbeling, verdrie- en verviervoudiging van de capaciteit die we beschikbaar hebben. In mei van dit jaar stuurde onderwijsminster Wiersma zijn brief over Basisvaardigheden naar de de Kamer. Toen pleitte ik er al voor om in 2026 op alle scholen een Bibliotheek op school  te hebben. Leesconsulent met collecties. Maar ik realiseer me dat dat eigenlijk nog te weinig is. Het moet nog forser willen we niet alleen het probleem dempen maar echt terugdringen.

Ik zou een fulltime leesconsulent op elke basisschool geen overbodige luxe vinden. Een leesconsulent overigens met een didactische bevoegdheid die ook betaald wordt op het niveau van de leerkracht basisonderwijs. En vergroot die schoolbibliotheken flink en maak daar een leeslandschappen van waar elke dag geïnvesteerd wordt in leesplezier. De leesconsulent die elke dag in dat leeslandschap kan werken aan leesmotivatie. Denk groot en maak meters!

Zoals nu in het regeerakkoord gepraat wordt over een volwaardige bibliotheek in elke gemeente, zou ik alvast willen pleiten voor een volwaardige schoolbibliotheek op elke school. 

Masterplan basisvaardigheden en NPO-gelden: Naar een volwaardig leeslandschap!

Hoewel bibliotheken voor het eerst sinds lange tijd zich mogen verheugen op wat extra geld, is dat voor het onderwijs nog steeds een druppel op de gloeiende plaat. De € 60 miljoen die bibliotheken de komende jaren extra gaan krijgen in het regeerakkoord staan in schril contrast met de € 8,5 miljard eenmalig voor het Nationaal Programma Onderwijs om corona-achterstanden in te halen en komt er € 1 miljard structureel voor het Masterplan Basisvaardigheden om taal rekenen en digitaal burgerschap vorm te geven. 

Van mij mag de ambitie dus flink omhoog. Want we hebben het al jaren over een leesoffensief maar ik durf het met die luttele miljoenen die er tot nu in gestoken werden geen leesoffensief te noemen. Een offensief vraagt veel meer inzet. Een aanzet voor de middelen is er. Durft de bibliotheeksector het aan om zichzelf in vijf tot tien jaar tijd zichzelf te verdubbelen in omvang? In vijf tot tien jaar een paar duizend leesconsulenten aanstellen, opleiden en inzetten?  

Parlementaire enquêtecommissie Leesvaardigheid

We kennen het probleem al jaren, we weten ook al lang wat we er aan moeten doen en de uitvoerders zouden niets liever willen dan het uitvoeren. Maar in de politiek werden te laat te kleine besluiten genomen. Zie hier de samenvatting van een rapport van een gemiddelde parlementaire enquêtecommissie.  Zover gaat het hier toch niet komen, beste politiek?

En beste bibliotheken, kom met de scholen tot grotere plannen. In uw plaats, in uw provincie maar ook voor heel het land. De landelijke uitstraling van de Bibliotheek op school  heeft onze sector als geheel geholpen. En dat met de zeer beperkte middelen die we hadden terwijl we tegelijkertijd bezuinigden. Kom met een Masterplan, parallel aan dat van Wiersma: het Masterplan Leesplezier. En ga zoals Van Uxem in Overijssel bouwde aan zijn bibliotheken, bouwen aan een groot netwerk van schoolbibliotheken met lesprogramma's en fulltime leesconsulenten. Leg de middelen bij elkaar die er zijn: reguliere onderwijsgelden, NPO-gelden, Masterplangelden, bibliotheekgelden, WEB-gelden, gelden rondom gezinsaanpak etc. 

Maak lokale, provinciale en landelijke coalities. Het kostte tien jaar om de helft van de basisscholen aan te voorzien van een Bibliotheek op school. Laten we in de komende tien jaar doorbouwen en zorgen dat we op elke school zitten maar dat onze inzet echt veel groter zal zijn. Ik ben ervan overtuigd dat het kan. Van Uxem liet het zien in de jaren '50 in Overijssel en wij zelf lieten het de afgelopen tien jaar zien met de Bibliotheek op school.

Denk vooral niet te klein, daar is het probleem te groot voor. Hier zijn geen zachte heelmeesters nodig maar ambitieuze en enthousiaste vakmensen.

zondag 9 oktober 2022

Een gemiste afslag van het leven, een reünie en een middernachtsbibliotheek


Het was in een discotheek. Ik was een jaar zestien of zeventien. Ik praatte met een meisje dat hoorde bij een andere vriendengroep maar onze groepen hadden zich wat in elkaar gevlochten die avond. Het was een leuk en vrolijk gesprek.  Ze vroeg of ik niet even met haar mee wilde om wat te drinken te halen. Ik bedankte vriendelijk. Waarom? Geen idee meer van. Pas toen ik weer thuis was, had ik door, dat deze vriendin hele andere bedoelingen had gehad. Via het drankje had het moeten leiden tot wat in onze streken 'brommers kieken' heet. En toen ik dat, toen ik al thuis was, door had, kon ik me wel voor het hoofd slaan. Het was een leuke meid en het leven had daar een hele andere afslag kunnen nemen. Maar ik had de afslag niet gezien.

Spijt? Nee, dat niet maar wel het besef dat je leven heel anders had kunnen lopen. Soms zijn die keuzes heftig en zie je de consequenties, soms zijn die keuzes heel impliciet en intuïtief en zie je pas achteraf dat je een belangrijke afslag in je leven hebt genomen. Of hebt gemist. Over die kruispunten van het leven gaat het volgende boek. En ik ga die als een ouderwetse bibliothecaris bij u onder de aandacht brengen.

De middernachtbibliotheek 

Meerdere mensen hadden al gezegd dat ik het moest lezen. En een onverwacht iemand gaf me het cadeau. Hoeveel signalen heb je nodig om te weten dat dit dus blijkbaar een boek voor jou is? Het ging over het boek 'Middernachtbibliotheek' van Matt Haig. Dat boek gaat precies over wat ik hierboven beschrijf: hoe had mijn leven eruit gezien als ik een andere afslag had genomen op dit kruispunt van het leven? Had ik inderdaad alles kunnen worden wat ik wilde?  

Matt Haig werd in 2015 bekend met zijn boek 'Redenen om te blijven leven' waarin hij schrijft over de helletocht van zijn eigen depressie. Dat boek leerde hem dat je op het dieptepunt van je leven, niet kunt weten welke mooie momenten er nog voor je liggen. Maar het leerde hem ook hoe ingewikkeld het is om boven je leven te staan en het te overzien. Dat element heeft hij in feite in dit boek uitgewerkt.

De cruciale rol in het boek wordt gespeeld door een bibliotheek en een bibliothecaresse: de middernachtbibliotheek waar mevrouw Elm de baas van is. De middernachtbibliotheek is een plaats tussen leven en dood waar je nog opnieuw richting kunt geven aan je leven. De middernachtbibliotheek bevat evenveel boeken als levens die je geleefd had kunnen hebben. Dat is dus een ontelbare hoeveelheid boeken, evenzoveel als je keuzes had kunnen maken. De hoofdpersoon, Nora Seed, mag zelf kiezen welk leven ze wil leiden. En dat leidt natuurlijk tot vragen als, waar heb je spijt van gehad en wat had je eigenlijk willen doen? 

Schrijfster Susan Smit zegt over dit boek dat het eigenlijk een zelfhulpboek is in romanvorm. Die opmerking kan ik wel volgen. Het is een boek dat je probeert te helpen je te gidsen door je eigen leven en de grote vragen die daar bij horen. Het lijkt wel iets op 'De alchemist' van Paolo Coelho

Het boek leest als een filmscript, kent korte hoofdstukken en is opmerkelijk eenvoudig geschreven.  Sommige recensenten vallen daarover. Ik had daar minder moeite mee. Ik had namelijk net het boek 'Het lied van de ooievaar en de dromedaris' uit,  een compexe roman in Brönte-stijl van ruim 700 pagina's. Ook mooi, maar het boek van Matt Haig las daarna wel als een speer. Ik denk dat dit boek het ook goed doet als Young Adult-boek, maar ik ben geen specialist in die materie.

En nu we toch wat filosofisch bezig zijn, blijf ik daar maar even bij. Wat Haig laat zien is dat de samenleving zelf één grote bibliotheek van levens is. Sommige boeken zijn al helemaal klaar en opgeborgen maar onze eigen levens kennen nog steeds lege bladzijden. Bladzijden die we nog zelf in kunnen vullen. Boeken die we nog met elkaar kunnen schrijven. 

Reünie

Zelf had ik een paar weken geleden een reünie van de klas van mijn basisschool. De foto van die klas ziet u hierboven. Probeer me maar te vinden. Een club mensen die ik al heel lang niet meer had gezien. Een collectie mensen die een tijdje naast elkaar op de plank had gestaan in de bibliotheek van levens die de basisschool heet. Daarna ging ieder zijn eigen pad en schreef zijn eigen boek.  In hoog tempo trekken op zo'n avond de verhalen aan je voorbij. De een had geluk, de ander pech. Zoveel afslagen en kruispunten in evenzovele levens. 

Maar ondanks al die jaren die waren afgelegd en hoe levens veranderd waren, viel me ook op hoe mijn eigen oude klas, na bijna veertig jaar, zich weer ordende in patronen van evenzoveel jaar geleden. Ongeschreven regels en verhoudingen die toen golden, lagen nog als fundament onder de reünie. De klas plooide zich bijna precies zo als we hem zo lang geleden achter ons hadden gelaten. Het verhaal dat we samen die avond vertelde ging verder waar het veertig jaar geleden eindigde.

Een bibliotheek vol levens

Die reünie en dat boek van Matt Haig vielen dus opmerkelijk samen. Als je dit artikeltje hebt gelezen, weet je wel of dit boek iets voor je is. En anders is de boodschap toch vooral om zelf de bladzijden van je eigen boek te blijven schrijven. Je eigen keuzes doen ertoe terwijl spijt over het verleden vaak groter wordt gemaakt dan het is.  

Blijft nog over: dat meisje waar ik niet wat mee ging drinken. Volgens mij heette ze Nicole. En welk toeval zou ze het zijn dat ze dit leest. Nemen we alsnog die afslag en doen we dat drankje. Ik garandeer overigens niet dat het 'brommers kieken' wordt.