donderdag 16 januari 2020

Hellendoorn, Kampen en Katwijk hebben de best presterende jeugdbibiotheek! : De Best Presterende Jeugdbibliotheek van Nederland : Deel 3 van 3


Hellendoorn, Kampen en Katwijk hebben de best presterende jeugdbibliotheek van Nederland. Die geef ik hier bovenaan maar vast weg. Maar ik zeg er wel bij: voorlopig. Want in de vorige twee blogs zette ik op een rij welke bibliotheek de meeste kinderen bereikt met een bibliotheeklidmaatschap en welke bibliotheek jongeren het meeste wist te laten lenen en lezen.

Van die twee kengetallen heb ik een ranking gemaakt. We hebben 146 bibliotheekstichtingen in Nederland en wie het beste scoorde kreeg in één van de twee categorieën kreeg 146 punten, de nummer twee kreeg 145 punten, enzovoort. Als je dan de twee cijfers optelt krijg je bijgaande lijst.

Maar bezoekers en activiteiten dan?
Bij de Best Presterende Bibliotheek die ik eind vorig jaar bekend maakte waren er vier factoren die ik meenam: leden, uitleningen, bezoekers en activiteiten. Bij de jeugdbibliotheken kom ik op dit moment niet verder dan twee kengetallen. Want van jeugdbezoek of van jeugdactiviteiten kan ik op basis van de huidige datasets niet een goed beeld maken. Ja, er zitten zeker jeugdactiviteiten in de dataset van de gegevenslevering maar dat geldt dan alleen weer voor de bibliotheken die dit uitgesplitst hebben in het overzicht. Velen hebben dat niet.  Ook is het aandeel van jongeren als bezoeker van de bibliotheek niet bekend in deze dataset. Bezoeken zij de bibliotheek frequenter dan volwassenen? En is er verschil tussen bibliotheken? Zijn er bibliotheken die kinderen vaker naar de bibliotheek weten te krijgen? Dit soort cijfers zijn onbekend op landelijke schaal.

En dan is er tot slot nog de Bibliotheek op school. Lokale bibliotheken hebben die gegevens van hun eigen situatie. Een openbare dataset met gegevens van elke bibliotheek is hier nog niet. Eigenlijk wel jammer want het zou onderlinge vergelijking makkelijker maken en daar valt denk ik nog wel wat van te leren. Er is goed nieuws op dit front. Ik heb hierover contact gehad met de onderzoeksafdeling van de KB en zij gaven aan dat ze voornemens zijn inderdaad in het voorjaar van 2020 deze gegevens toe te voegen aan hun datasets. Het moet dan dus mogelijk zijn om te zien welk percentage scholen per bibliotheek deelneemt en hoeveel schoolkinderen een bibliotheek bereikt. Hulde!

Zullen we afspreken dat als die cijfers er zijn dat ik dan nog een keer naar de prestaties voor kinderen ga kijken? Dan beschouwen we dit maar even als een eerste uitslag - en daar is niks mis mee -  en vullen we die op een later moment aan.

Terug naar de top-20
Goed, na die toevoeging gaan we toch nog eens naar de top-20 kijken.  In deze top-20 staat geen enkele bibliotheek die in beide top-15's stond. Een topprestatie op beide gebieden lijkt elkaar bijna uit te sluiten: wie veel leden heeft, krijgt ook leden die minder lenen en wie minder leden heeft, lijkt juist meer leden te hebben die veel lezen.

Hellendoorn is de bibliotheekstichtring die het beste presteert op beide fronten: bereik en gebruik. Wie die hele top-20 ziet, ziet dat dat een knappe prestatie is.

Opvallend in deze top-20 is ook de aanwezigheid van veel Brabantse en Limburgse bibliotheken. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Overijsselse bibliotheken die we ook veel in de algemene top-20 zagen, gold dat niet voor de Brabantse en Limburgse bibliotheken. Nuth, Lage Beemden, Venlo, Roermond, Boxmeer, De Kempen en Maas en Peel, geen van allen kwamen ze voor in de algemene top-20 van Best Presterende Bibliotheken. Hier ligt dus nadrukkelijk een accent voor deze provincies. Laat ik dit een eervolle vermelding noemen.

Overigens zien we bibliotheken van het eerste uur die op stap waren met de Bibliotheek op school  veel terug in deze top-20: Den Bosch, Gelderland Zuid, Hengelo en Salland. Ook voor hen is dit denk ik eer naar werken.

De nummer 1 van de algemene top-20, Stadskanaal, zien we in deze lijst nog net terug op nummer 19.  Het is duidelijk dat beide lijsten dus een verschillend accent kennen en dat bibliotheken ook nadrukkelijk verschillend scoren in deze lijsten. Het toont voor mij aan dat deze verschillende top-20's ook echt wat verschillends meten.

Voor nu: mijn felicitaties aan deze helden van het jeugdbibliotheekwerk! Ga door met het goede werk want de samenleving heeft het meer dan nodig. Een bijzondere felicitatie aan Hellendoorn, Kampen en Katwijk die zowel in bereik als gebruik op dit vlak excellent scoren.

Voor wie de andere twee blogs wil teruglezen:
Hier het blog over het percentage jeugdleden
Hier het blog over het aantal uitleningen per jeugdlid

maandag 13 januari 2020

Waar lenen kinderen het meest? : De Best Presterende Jeugdbibliotheek van Nederland : Deel 2 van 3


Na de vorige blog over waar kinderen het meeste lid zijn, gaan we nu kijken naar het gebruik: waar lenen ze het meest? Want veel leden is één maar leden die veel lezen is natuurlijk twee. En lekker en veel lezen is natuurlijk waar heet om gaat.

Dit keer dus de uitleningen per jeugdlid in een top-15. En ik waarschuw maar vast: dit is een ingewikkeld blogje want de cijfers zijn niet makkelijk.

Landelijk gemiddelde 15,1
Het ongemakkelijke nieuws is: kinderen lenen minder dan volwassenen. Het landelijk gemiddelde over het geheel is 18,3 uitlening per lid als je kinderen en volwassenen samen neemt. Voor kinderen ligt het gemiddelde op 15,1, voor volwassenen zal het - ik heb het niet exact nagerekend - ergens rond de 23 à 24 uitleningen per lener liggen.  Interessant is bijvoorbeeld om te zien dat bijvoorbeeld ook plaatsen als Rijssen-Holten en Staphorst die vanwege hun christelijke signatuur een sterkere leestraditie kennen, dit zelfde effect zien. Ook hier lezen kinderen beduidend minder dan de volwassenen.

Nu is daar wel een verzachtend antwoord op te geven: volwassenen betalen voor hun lidmaatschap en kinderen niet. Dat kan ervoor zorgen dat volwassenen die weinig lezen sneller afhaken terwijl kinderen dan nog lid blijven. SCP-rapporten over leestijd bevestigen de teruggelopen leestijd tussen generaties en ik denk eerlijk gezegd dat we dat hier ook zien. Werk aan de winkel dus omdat we allemaal weten hoe belangrijk het is om veel met taal in aanraking te komen.

Drie Overijsselse jeugdbibliotheken aan kop
Tubbergen, Staphorst en Ommen, alle drie Overijsselse bibliotheken, gaan aan kop met meer dan 30 uitleningen per jeugdlid. Voor Tubbergen vind ik het een prachtig resultaat. Het is een bibliotheek die een aantal jaren nog werd geconfronteerd met een flinke teruggang door bezuinigingen. De toenmalige wethouder De Witte, nu  gedeputeerde in Overijssel, zorgde er toen voor dat de bibliotheek de ruimte kreeg om met de Bibliotheek op school aan de slag te gaan. En met succes zien we hier!

Over het geheel van de top-15 staan zelfs zeven Overijsselse bibliotheken. Dat is bijna de helft! De drie bibliotheken aan kop kwamen ook al in de top-15 van uitleningen voor over het geheel. Alle drie zijn het ook bibliotheken die altijd al actief waren in jeugdbibliotheekwerk en contacten met scholen hierover.

Wat meten we precies?
Maar nu ga ik het wat ingewikkelder maken. Want wat meten we precies bij deze telling? Zit de Bibliotheek op school hier wel of niet bij? Het antwoord is: ja en nee. Precies, ingewikkeld dus.

De bibliotheekenquête vraagt namelijk allen uitleningen uit aan bibliotheken. In  vraag 6 van de vragenlijst wordt gevraagd:
U heeft in 2018 [aantal boeken jeugd fictie uitgeleend] boeken jeugd fictie en [aantal boeken jeugd non-fictie uitgeleend] boeken jeugd non-fictie uitgeleend. Hoeveel van deze materialen zijn in 2018 uitgeleend via de Bibliotheek op school? 
Bovenstaande lijst bevat dus ook de uitleningen van de Bibliotheek op school. Van de 34,4 miljoen jeugduitleningen gingen er 5,6 miljoen via de Bibliotheek op school, zo'n 16% van het geheel.  Zo'n 70% van alle bibliotheken geeft bij deze vraag een antwoord. Zo'n 30% vult niks in.

Echter, dat zijn niet alle schooluitleningen. Er is nog vraag 7 in de  vragenlijst:
Hoeveel materialen van uw bibliotheekorganisatie zijn in 2018 uitgeleend via de Bibliotheek op school (exclusief verlengingen), via een uitleensysteem dat niet in beheer is van de bibliotheek?
Uitleningen jeugd: de Bibliotheek op school (exclusief verlengingen): Het gaat hierbij om de uitleningen van materialen die eigendom zijn van uw bibliotheekorganisatie en uitgeleend worden via de Bibliotheek op school, maar niet geregistreerd worden in het ILS van de bibliotheek.
 ILS: Integrated Library System, het systeem waar de klanten in geregistreerd worden en het uitleenproces in beheerd wordt (bijv. Wise, Vubis, Concerto of Brocade).
 Let op: Het gaat om de uitleningen die niet worden meegeteld onder vraag 5 en 6.

Volgt u het nog? Naast de uitlening in je eigen bibliotheeksysteem, kunnen er ook nog uitleningen buiten je eigen bibliotheeksysteem zijn. Denk dan aan uitleningen via Aura of KOHA. Die zijn in bovenstaande telling niet meegenomen. In totaal gaat het hier dan om zo'n 956.000 uitleningen van ongeveer 13 bibliotheekorganisaties.

Vraag 6 wordt wel meegeteld in het totaal en vraag 7 wordt niet meegeteld in het overzicht.  Dit leidt voor mij tot twee aanvullende overzichten.

Overzicht van uitleningen buiten bibliotheeksysteem



Ik heb de bibliotheekorganisaties die ook uit buiten hun bibliotheeksysteem uitlenen even op een rijtje gezet. Het zijn bovenstaande bibliotheken. In rood ziet u de uitleningen buiten het bibliotheeksysteem. In blauw de uitleningen aan de jeugd binnen het bibliotheeksysteem.

Soms gaat het om marginale aantallen zoals bij Nord Fryslan over Zeeuws Vlaanderen. Maar soms gaat het om meer dan wat in het bibliotheeksysteem gebeurt. Kijk maar eens naar BiblioPlus en Bibliorura. Wat ik niet weet is of verschillende systemen ook leidt tot verschillende ledensystemen en of bepaalde jeugdleden bij deze bibliotheken dan ook niet meegeteld zijn.

Deze uitleningen beïnvloeden het totaal maar licht - bijna een miljoen uitleningen op in totaal 35 miljoen uitleningen- maar het kan de uitkomsten van deze bibliotheken wel sterk beïnvloeden. Deze uitleningen zijn niet meegeteld in de reguliere telling. En eigenlijk snap ik niet zo goed waarom. Want het zijn precies hetzelfde soort uitleningen maar niet in het primaire bibliotheeksysteem.

Eigenlijk moet je deze uitleningen dus gaan meetellen.....

U snapt: dat heb ik gedaan en dan nog eens een top-15 gemaakt.

Top-15 inclusief uitleningen buiten het bibliotheeksysteem



En zoals verwacht leidt dat natuurlijk niet tot een aardverschuiving maar er is één bibliotheek die er nu toch in komt. En dat is Bibliorura, de bibliotheek van Roermond en Roerdalen. Op een mooie zevende plek en helaas voor BplusC Leiden dat eerst op de vijftiende plaats stond, die valt er nu net buiten. BiblioPlus

Het landelijk gemiddelde stijgt dan nog van 15,1 naar 15,5 boek per kind.

Alles bij elkaar was het nog wel een lastige exercitie om deze cijfers goed uit elkaar te trekken. Er zullen ongetwijfeld allemaal goede redenen zijn om het zo te doen maar soms denk ik wel bij dit soort zaken: één bibliotheeksysteem voor iedereen en voor elke school zou op dit punt wel een zegen zijn. Maar goed, we hebben de cijfers weer en als u er tussen staat hebt u puik werk geleverd.

Ik maak me op voor een derde en afsluitend blog over activiteiten, bezoek en het antwoord op de vraag: kunnen we een Best Presterende Jeugdbibliotheek aanwijzen? Voor bibliotheken die heel nieuwsgierig zijn: ik publiceer die uitslag donderdagochtend 16 januari.

Stay tuned!

woensdag 8 januari 2020

Waar zijn de meeste kinderen lid? De best presterende jeugdbibliotheek van Nederland : Deel 1 van 3


De eerste blog in het nieuwe jaar! Terwijl u nog uw collega's misschien nog een goed Nieuwjaar wenst en uw eerste goede voornemens al weer sneuvelen, ga ik maar eens verder waar ik eind vorig jaar gebleven was: lijstjes maken over bibliotheken!

Want na het overzicht van de Best Presterende Bibliotheek van Nederland, vroeg ik mij af of het mogelijk was om ook eens te kijken naar de Beste Jeugdbibliotheek. Kinderen en jongeren zijn in ledental onze grootste gebruikersgroep. Daarnaast is zwaar geïnvesteerd in de Bibliotheek op school.  Zou je nu ook op dat gebied tot een bepaald overzicht kunnen komen?

Want nieuw in de dataset van de Koninklijke Bibliotheek is dat men niet alleen de omvang van het totale werkgebied heeft opgenomen maar ook het totaal aantal jongeren tot en met 17 jaar. Door dat te combineren kun je dus het percentage jeugd berekenen dat lid is van de bibliotheek. En dat per bibliotheek.

Dat levert het bovenstaande bijzondere plaatje op.

Landelijk gemiddelde 68,7% lid
In heel Nederland zijn er 3,34 miljoen personen onder de 18 jaar. 2,28 miljoen daarvan hebben een bibliotheekpas. In heel Nederland is 68,4%  van de kinderen lid. Het hoogste bereik hebben we in de basisschoolleeftijd. Ik schat dat het daar rond de 90% zal liggen en in de categorie tot 4 jaar zal ongeveer 40% lid zijn en boven de 12 zien we een afnemend gebruik waarbij de 90% vaak langzaam daalt tot 17 jaar tot zeg 50%. Na 17 jaar volgt vaak de factuur voor een abonnement en decimeert het lidmaatschap vaak tot tussen de 5% en 15%. Zie hier de bibliotheekcarrière van een gemiddeld kind.

Meer dan 100%
In bovenstaande top-15 staan zes bibliotheken met een Noord-Koreaans bereik van boven de 100%. Hoe kan dat zult u denken? Van een aantal bibliotheken die hier tussen zit, weet ik wel hoe dit kan. Men heeft daar afspraken met met name de middelbare scholen en/of ROC's die ook een streekfunctie hebben. Er worden dan dus leerlingen ingeschreven van buiten het eigen werkgebied.

Daarnaast zijn dit bibliotheken met veelal een zeer actief beleid rond Bibliotheek op school op basisscholen en zullen ze vrij actief zijn met Boekstart.

Zwolle waren we als koploper al eerder tegen gekomen bij het totale bereik van de bibliotheek maar een deel van de motor achter dat succes ziet u dus hier.

Wat mij verder opvalt is de sterke vertegenwoordiging van Drenthe in deze lijst. Zowel Biblionet Drenthe als Emmen, samen goed voor een zeer groot deel van deze provincie. Ik denk dat dit wel eer naar werken is want jeugdbibliotheekwerk en ondersteuning van scholen heeft in deze provincie altijd hoog in het vaandel gestaan. En met succes dus.

En verder?
Zo dit was deel één. In een volgende blog ga ik kijken naar uitleencijfers en jeugd. Waar lezen ze veel en zijn dat ook de bibliotheken waar veel jeugdleden lid zijn? Dat zou pas echt winst zijn natuurlijk.  Verder zal ik nog wat zeggen over activiteiten en bezoek en zal ik zo toewerken of het mogelijk is om een Best Presterende Jeugdbibliotheek aan te wijzen.

Stay tuned!

dinsdag 31 december 2019

De schouders waarop we staan: drie geschiedenisboeken over bibliotheken en boekhandels

2019 is bijna afgelopen. Het is oudjaar. Voor velen een tijd om terug te blikken en vooruit te kijken. Ik doe dat met drie geschiedenisboeken. Twee over bibliotheken en één over een boekhandel. Alle drie las ik ze met plezier en ze geven samen een mooi tijdsbeeld van de groei en transitie van het boekenvak.

Amsterdammers en hun bibliotheek
Het meest uitgebreide en kloeke boek van de drie wel dat over de geschiedenis van de Amsterdamse Openbare Bibliotheek. Met 300 bladzijdens en twee stevige auteur - Joosje Lakmaker en Eke Veldkamp pakt de OBA meer dan uit. En terecht. In 1919 startte de OBA relatief laat. De overige grote steden waren er eerder bij. Politiek gedoe hield lange tijd de leeszaal tegen. Totdat Annie Gebhard van de Nutsbibliotheek er zich mee ging bemoeien en begon te pleiten voor een Openbare Leeszaal en Bibliotheek.

Lakmaker en Veldkamp laten in hun boek prachtig de ontwikkeling van de bibliotheek zien aan de hand van de ontwikkeling van de stad. De stadsuitbreidingen in de verschillende decennia en de verschillende politieke opvattingen die zich laten reflecteren in het bibliotheekwerk.

Het boek leest als een trein en is rijkelijk gelardeerd met anekdotes.  Mooie uitstapjes naar de parkbibliotheken of belangrijke medewerkers van de bibliotheek. Er zit in het boek een mooi eerbetoon aan Celine Polak en Joseph Alfred Josephus Jitta, respectievelijk medewerker en voorzitter van de bibliotheek en beiden van Joodse komaf. Polak wordt ontslagen (maar ontvangt via de ondergrondse nog lange tijd wachtgeld) en Jitta treedt terug. Polak overleeft de oorlog en hervat haar werk in de zomer van 1945. Jitta komt om in Sobibor.

Wie nieuw is in bibliotheekwerk zou dit boek eigenlijk cadeau moeten krijgen. Het laat zien op welke schouders bibliotheekwerk staat en hoe de bibliotheek telkens zichzelf wist te vernieuwen.

Een zaak van evenwicht, over 150 jaar Boekhandel Broekhuis
In Oost-Nederland is Boekhandel Broekhuis een begrip. Terwijl het Polare-rijk in elkaar donderde bleef het voormalige familiebedrijf dat nu onder leiding staat van Kees Schafrat fier overeind. Met thans boekhandels in Enschede, Hengelo, Almelo en Oldenzaal.

Het boek van Joep Scheffer over Broekhuis laat zien hoe het ook 150 jaar bikkelen is. Hoe een boekbinder een uitgever werd, een agentschap, een boekhandel en een studieboekenbedrijf. Ook van het begin van het bedrijf - nog onder leiding van de familie Broekhuis - blijkt nog veel bewaard gebleven. Daar zit knap speurwerk achter of het archief van het bedrijf is zeer zorgvuldig bewaard.

Na de familie Broekhuis neemt Gerard van der Maar na de oorlog de leiding over. Van der Maar is een bevlogen directeur die zich nationaal en internationaal inzette voor het boekenvak en voor boekhandels in het bijzonder. Een combinatie van liefde voor boeken en weten voor welke regio je werkt.  Een ondernemerschap waar bibliotheken denk ik nog steeds van kunnen leren.

In het boek staat een mooi overzicht van alle boekhandels die in 1933 actief zijn in Hengelo. Het zijn er tien. Slechts twee zijn nog actief. Broekhuis is er daar één van. Het toont hoe broos het evenwicht is tussen voortbestaan en verdwijnen. Wie zich niet weet aan te passen aan de tijd, verdwijnt. Het is dan ook zeer terecht dat de geschiedenis van Broekhuis zo te boek is gesteld.


'Wee de mensch die maar één boek leest', de geschiedenis van de Zutphense bibliotheek
Het meest recente boek is dat van Cor Witbraad 'Wee de mensch die maar één boek leest'. Het gaat over de  111-jarige geschiedenis van de Openbare Bibliotheek in Zutphen. In 1908 begonnen als openbare leeszaal en in 1910 als openbare uitleenbibliotheek. Daarmee was Zutphen de zesde openbare uitleenbibliotheek na Dordrecht,  Leeuwarden, Utrecht, Den Haag en Groningen.  De bibliotheek was in 1908 van 10 uur 's ochtends tot 10 uur 's avonds open. Weliswaar met twee sluitingen voor lunch en avondeten maar toch. En elke dag! Ook op zondag. Hoewel op zondagochtend later toch gesloten moest worden op aandrang van de Tweede Kamer.

Nu kende Zutphen voor de Openbare Leeszaal al de Librije, de oudste leeszaal van Nederland. Open gegaan in 1492 en voortkomend uit de boekerij van de Sint Walburgiskerk. Echt openbaar was het nog niet maar 60 kannuniken en notabelen hadden een sleutel van de Librije en konden naar binnen wanneer zij wilden. Een soort onbemande vestiging avant la lettre dus.

De bibliotheek in Zutphen laat mooi de ontwikkeling zien van veel bibliotheken in Nederland. Langs de lijn van de leeszaalbeweging naar de Tweede Wereldoorlog naar de onstuimige groei en de opkomst van provinciale bibliotheekcentrales en de vorming van basisbibliotheken. Witbraad heeft het als auteur aangedurfd om door te schrijven tot in de zeer recente geschiedenis.

Saillant detail is nog wel de geschiedenis in de Tweede Wereldoorlog. De bibliotheek heeft danig te lijden gehad onder mejuffrouw Smelt, de gemeentearchivaris en fanatiek aanhanger van de 'nieuwe tijd'. Ze nam menig gelegenheid te baat om de bibliotheek te dwingen om haar collectie te zuiveren en te censureren. Mejuffrouw Smelt werd als NSB'er na de oorlog veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf.

Terugkerend thema voor de Zutphense bibliotheek is geld. Goede wil is altijd maar geld komt men altijd tekort. Net als bij Broekhuis is ook een bibliotheek een zaak van evenwicht: met beperkte middelen toch een groot mogelijk maatschappelijk rendement realiseren.

De schouders waar wij op staan en het evenwicht dat we zoeken
 Alles bij elkaar drie mooie boeken om zo eens naast elkaar te leggen. Bij beleidssessies wordt vaak geroepen: 'waar zijn wij van, wat is onze missie?'.  Besef van waar we vandaan komen en op welke schouders we staan, mag soms wel wat groter is mijn bescheiden mening. En wat deze geschiedenissen ook aantonen is welke veranderingsgezindheid er is getoond in de afgelopen 100 jaar. Hoe telkens de nieuwe omstandigheden zijn aangegrepen om te vernieuwen. Dat we meer dan 100 jaar bestaan is niet voor niets: als sector hebben we in elke tijd burgers kunnen helpen en zijn we van waarde geweest. Ja, dat is soms zoeken maar wie niet durft te zoeken of te veranderen weet zeker dat hij of zij over enige tijd niet meer bestaat.

Maar wat ook door alle drie de boeken is te lezen is dat het mensen zijn die het verschil maken. De Annie Gebhards, de Hans van Velzens, de Gerard van der Maars, de Kees Schafratten, de Gerard Huis in 't Velds van deze wereld. En samen met hen honderden bibliotheek- en boekcollega's die hen ondersteunden. Kijk op die manier nog eens om u heen en zie dat je samen inderdaad die weg hebt afgelegd en dat juist die combinatie van mensen ervoor zorgde dat we zijn waar we nu zijn.

Nee, we moeten niet blijven hangen maar we moeten onze geschiedenis ook niet zo maar weg gooien en zeggen dat alles anders moet. Wie zijn geschiedenis niet kent is gedoemd die te herhalen. Wie vooruit wil kijken, moet de lessen van  het verleden kennen. Een mooie reden om in het nieuwe jaar eens één van deze geschiedenissen te lezen.

Ik wens u vanaf deze plek een prachtig 2020 toe!

donderdag 19 december 2019

Deckers-index 2019: Stadskanaal is de best presterende bibliotheek van Nederland! : Deel 5 en slot over de Best Presterende Bibliotheek


De bibliotheek Stadskanaal is met het cluster Zuid-Groningen van Biblionet Groningen de best presterende bibliotheek van Nederland! Stadskanaal presteert over de volle breedte het best op de vier kengetallen waar we de afgelopen weken de top-15's van publiceerden. Stadskanaal laat Arnhem en Nijkerk, de nummers 2 en 3, met ruime achterstand achter zich. Gefeliciteerd!

Deckers-index
Maar waar kijkt u eigenlijk naar in deze top-20 en hoe werkt die? Nou dat gaat als volgt. In de afgelopen week publiceerde ik al de top-15's van het aantal uitleningen per lid, het percentage lid, het aantal bezoeken per inwoner en het aantal activiteiten per 1.000 inwoners.

Van elk van deze kengetallen heb ik een lijst van alle bibliotheken. In totaal staan er 146 bibliotheekstichtingen op deze lijst, want zoveel zijn er in Nederland. Degene die op één van bovenstaande lijsten bovenaan staat, krijgt 146 punten, de nummer twee krijgt 145 punten en zo verder. Tel vervolgens alle punten bij elkaar op et voila: de Deckers-index. Wie precies gemiddeld scoort moet precies in het midden met de puntentelling uitkomen. Het landelijk gemiddelde is dus 4 x 73 punten. 

Stadskanaal is Nederlands Kampioen Allround Bibliotheekwerk
Wie door de lijst heen kijkt, ziet dat het een knappe prestatie is om op alle fronten goed te scoren. Daarmee denk ik dat het ook wel een redelijk gewogen verhaal is. Stadskanaal is van alle bibliotheken dan ook de bibliotheek die in de volle breedte het beste scoort. Het kende twee top-15-noteringen: een 8e plek bij  het aantal uitleningen per lid en een 15e plek bij het aantal bezoeken per inwoner. Bij de andere twee kengetallen - percentage van bevolking dat lid is en het aantal activiteiten per 1.000 inwoners - viel men net buiten de top-15. Zoals je met schaatsen wereldkampioen wordt als je alle afstanden goed kunt schaatsen, zo kun je bij deze index alleen goed scoren als je dat in de volle breedte doet. Stadskanaal is dus Nederlands Kampioen Allround Bibliotheekwerk!

Nummer 2: Knappe notering van Rozet
In de top-20 van Best presterende bibliotheken zien we een oververtegenwoordiging van kleinere en middelgrote bibliotheken. Een witte raaf in dit geheel is Rozet Arnhem. Eigenlijk de enige echt grote stad in deze lijst. Vorig jaar nog zevende in deze lijst en dit jaar opgeklommen naar een tweede plek en in drie van de vier top-15's had men zelfs een top-3-notering. De score op uitleningen per lid, nekt Rozet in de eindpositie. Daar heeft men positie 118 in de ranglijst. Overigens laat Rozet aan het stijgende ledental - zowel kinderen als volwassenen - zien veel in huis te hebben op marketinggebied en ik zie ze dus ook in staat om die 118e positie nog flink te verbeteren. Dus wie weet, volgend jaar...

Nummer 3: Nijkerk, de beste van de kleine bibliotheken
Waar Stadskanaal middelgroot is en Arnhem groot is, daar is Nijkerk toch een relatief kleine bibliotheek. Nijkerk scoorde twee keer een top-15-positie: voor uitleningen per lid en voor activiteiten per 1.000 inwoners. Bij het aantal bezoeken per inwoner scoort Nijkerk net buiten de top-15. Als Nijkerk het percentage leden weet te verbeteren, komt de eerste plek in het vizier. Eigenlijk zou Nijkerk in de leer moeten bij Arnhem  en Arnhem bij Nijkerk. Beiden scoren goed waar de ander wel een paar tips kan gebruiken.

Eervolle vermelding: Salland, nieuw binnen op vier!
Een bijzondere vermelding is er voor de bibliotheek Salland (Olst-Wijhe, Raalte e.o.). Vorig jaar nog niet in de top-20 en dit keer nieuw binnen op vier! Salland zat de voorgaande jaren net buiten de top-20 en heeft zich op eigenlijk alle fronten verbeterd. Overals stegen ze een aantal plekken in de ranking en zie daar, dan sta je toch zo maar op nummer vier! Dit moet echt eer naar werken zijn voor de medewerkers van bibliotheek Salland. Chapeau.

Tien van de twintig bibliotheken komen uit Oost-Nederland
Met enig chauvinisme heb ik toch het aantal Gelderse en Overijsselse bibliotheken geteld, het werkgebied waar ik zelf voor werkzaam ben met Rijnbrink. 50% van alle top-20-bibliotheken komt uit deze twee provincies. Laat ik heel voorzichtig zijn met wat ik nu roep, maar ik hou het erop dat er een goed bibliotheekklimaat is in deze provincies. Dat lijkt me een formulering waar iedereen toch mee moet kunnen leven.

De veranderende rol van de bibliotheek en kwaliteit van de cijfers
Voordat we onder de kerstboom duiken, kijk ik altijd nog even terug op deze index. In de loop der jaren heb ik gezien dat de kwaliteit van de cijfers sterk verbeterd is. Uitleen- en ledencijfers waren er altijd al wel. Maar in 2015 - het jaar dat de cijfers voor het eerst per stichting openbaar werden gemaakt - ontbraken voor heel veel stichtingen nog bezoekersaantallen en cijfers rond activiteiten en die levert nu bijna iedereen aan. In die groei in de nieuwe rol ontstaat ook wel een volwassen zoektocht. Zowel rond activiteiten als bezoekers.

Het aantal gegevens dat rond activiteiten wordt verzameld is sterk uitgebreid en ook het aantal bibliotheken dat nog werkt met schattingen is sterk afgenomen. Wel zien we dat er een grote variatie zit in de cijfers. Kun je beter activiteiten tellen of bezoekers bij die activiteiten?  Bij bezoekerscijfers zien we dat gecombineerde instellingen heel succesvol zijn maar dat dit ook komt door meerdere instellingen. Van wie is dan welke bezoeker? Ik vind het vragen die horen bij een groei naar volwassenheid op dit punt. Cijfers vragen altijd om een nadere verklaring en kunnen elke keer weer verbeterd worden. Hulde aan de bibliotheken die aanleverden en hulde aan de mensen van de Koninklijke Bibliotheek die de dataset weer voor elkaar maakten.

Rest ons om de top-3 nogmaals te feliciteren: Stadskanaal, Arnhem en Nijkerk: van harte! En alle lezers: bedankt voor het volgen en fijne dagen!

---------
Voor wie de vorige artikelen nog eens na wil lezen:
Deel 1 De top-15 meeste leden
Deel 2 De top-15 meeste uitleningen
Deel 3 De top-15 meeste bezoekers
Deel 4 De top-15 meeste activiteiten
---------
Voor wie contact met mij wil zoeken naar aanleiding van deze cijfers: mijn contactgegevens vind je in mijn LinkedIn-profiel of stuur mij daar een contactverzoek.

maandag 16 december 2019

Welke bibliotheek heeft de meeste activiteiten? : Deel 4 van 5 over de Best presterende bibliotheek van Nederland


En daar ben ik weer! Dit keer met de laatste top-15. Na deze blog zal ik de top-20 Best Presterende Bibliotheken van Nederland bekend maken (ik verklap vast: dat zal op donderdag 19 december rond 11 uur zijn). En net als de vorige keer langs de meetlat van de vier top-15's die de revue passeerden. 

Maar eerst onze laatste top-15: die van de meeste activiteiten!

Foeteren
Ik zal u eerlijk zeggen: dit is wel de tabel waar ik een paar keer op heb lopen foeteren. Wie deze telling wil maken moet namelijk  uit ongeveer 100 kolommen in de dataset de juiste tien weten te vinden. Er zijn kolommen met opgegeven schattingen op hoofdlijnen en kolommen met uitgesplitste getallen van echt geregistreerde activiteiten en er zijn totalen van die tellingen. Nou, ik heb deze grafiek een paar keer over moeten doen daardoor. Maar goed, hij is er. En er is veel over te vertellen.

Hoogeveen aan kop!
Hoogeveen heeft de koppositie van Haaksbergen vorig jaar over genomen. En de nummer 1 en 2 - Drachten - steken met kop en schouders er boven uit. Zover er bovenuit dat het toch prettig is om naar de onderliggende cijfers te kijken.

Bij Hoogeveen scoren activiteiten rond Kunst en Cultuur uitzonderlijk hoog met 9.845 activiteiten. Dat is echt uitzonderlijk veel. Ik twijfel of men niet toevallig ergens bezoekersaantallen heeft meegeteld, bijvoorbeeld van de mooie Verhalenwerf. Dat waren er in 2018 volgens het jaarverslag zo'n 5.400.

Ook Drachten-Smallingerland scoorde extreem hoog.  Men had daar bijvoorbeeld ruim 1.000 leesactiviteiten, ruim 4.000 digitale educatieve activiteiten voor volwassenen en 2.600 educatieve activiteiten rond taal.

Beide uitslagen heb ik toch maar even laten staan maar wel met een aantekening. Het tekent hoe complex deze registratie eigenlijk is. Want zo'n Verhalenwerf met 5.400 bezoekers, tel je die als één activiteit en is die dan vergelijkbaar met één digitaal spreekuur met twee deelnemers? Iedereen voelt aan dat de vergelijkbaarheid wel wat discutabel is.

Het blijft daarmee een wat lastig lijstje met die grote hoeveelheid aan cijfers die erachter ligt. Eigenlijk ligt hier wel een oproep voor volgende uitvragen van deze cijfers: moet het zo gedetailleerd en moeten we niet meer vragen naar deelnemers dan naar aantal activiteiten? Of moet je misschien niet minder gedetailleerd activiteiten uitvragen en dan tegelijkertijd deelnemers? Dat laatste lijkt mij logisch. Het is nu wel heel veel werk om in te vullen terwijl de bruikbaarheid van de gegevens eerder afneemt dan toeneemt. Tegelijkertijd: activiteiten worden wel een steeds belangrijker deel van ons werk. Een goed overzicht is daarom wel belangrijk.

En verder?
Op drie vinden we Rozet Arnhem. Die kwamen we ook al tegen in de lijst met hoge ledenpercentage en die van de bezoekers. Dat Arnhem dus terugkomt in die top-20 straks, kunt u vast noteren.

Verderop in de lijst normaliseren de uitslagen. Maar dat van alle cijfers dit lijstje nog het meest fluctueert, zien we ook aan de zes nieuwe binnenkomers in deze lijst.  Op nummer vijf de hoogste nieuwe binnenkomer: Noordwest Veluwe. Gezien de veelheid aan cijfers kan ik er niet zo heel veel over zeggen. Wel dat dit een bibliotheek is met een actief lezingen- en cursusbeleid en daar bij de ombouw van alle vestigingen veel aandacht heeft geschonken.

Op nummer zes vinden we de nummer één van vorig jaar: Haaksbergen. Het presteerde iets minder dan vorig jaar maar de explosie van aantallen bovenin zorgt vooral dat Haaksbergen terugzakt.

Op nummer zeven vinden we Meerssen, zoveel Limburgse bibliotheken zien we helaas niet voorbij komen.

Verder komen we Brummen|Voorst en Nijkerk weer tegen die we ook in andere top-15's al tegenkwamen. En een handvol nieuwkomers: Salland, Oldenzaal, Midden-Drenthe, Gooi en Meer en Maassluis|Midden Delfland. Welkom in de top-15!

Het landelijk gemiddelde steeg van 8,5 activiteit per 1.000 inwoners naar 11,8. Ik vermoed dat dit zowel is te wijten aan een betere registratie als aan een toename van activiteiten.

Op naar de top-20 en de Best presterende bibliotheek!
Zo, we zijn door de top-15 op de verschillende onderdelen heen. We gaan ons opmaken voor de algemene score: wie wordt de best presterende bibliotheek van dit jaar?

Op donderdag 19 december rond 11.00 uur maken we hier de einduitslag bekend! Stay tuned!

woensdag 11 december 2019

De kleine revolutie van de bibliotheek en waarom de toekomst definitief begonnen is


Bij mijn laatste artikel over de top-15 van meest bezochte bibliotheken sloot ik af met de ronkende woorden:
Terwijl uitleningen dus daalden met 7% stegen de bezoekersaantallen met 6%. Als we er even vanuit gaan dat die leners normaal ook voor bezoek zorgden (voor lenen moest je naar de bibliotheek), stijgen de bezoekersaantallen dus niet met die 6% maar compenseren ze ook nog eens het bezoek dat uit de daling van 7% uitleningen wegviel.
Kortom: hier voltrekt zich een kleine revolutie: bibliotheken kantelen in heel rap tempo naar verblijfsplaatsen voor ontwikkeling, educatie en debat
En de NRC kopte zaterdag met een groot artikel: 'De bieb wordt een hotspot'. Even dacht ik in een reclamefolder terecht te zijn gekomen: zoveel lovende woorden dat ik er zelfs plaatsvervangend van bloosde.

De krant stelde:
Van stofnest tot hotspot. Niet eens zo lang geleden werd met de opkomst van de digitale technologie het boek, en daarmee de bibliotheek, doodverklaard. Maar van Riga tot Skokie in de Amerikaanse staat Illinois, van Helsinki tot Groningen, van Tilburg tot New York heeft de bibliotheek zichzelf opnieuw uitgevonden, en daarmee nieuwe doelgroepen aan zich weten te binden.
De opening van iconische panden als Tilburg of Groningen geeft de sector als geheel een enorme boost. Waarvoor dank beste collega's. Maar de vraag is: klopt het ook? Kun je aan de cijfers zien dat dit meer dan een toevallige stijging is? Ik besloot daar nog eens uitgebreider naar te kijken.

Tot 2015: minder uitlenen is minder bezoekers
Hierboven heb ik eens op een rij gezet hoe het sinds 2005 is gegaan met de uitleenaantallen en de bezoekersaantallen in de bibliotheek. Even goed lezen in de tabel want hij heeft twee Y-assen. De linker Y-as geeft het aantal uitleningen in miljoenen en de rechter Y-as geeft het aantal bezoekers in miljoenen.

Dat de uitleenaantallen terugliepen dat wist u al. En dat de bezoekersaantallen vorig jaar stegen, las u in mijn vorige blogpost. Vanaf 2005 ziet u dat de bezoekersaantallen ongeveer daalden met een gelijk tempo als de uitleningen. Minder uitlenen betekende ook minder bezoekers.

Tot 2015. Toen zat het bezoek op een dieptepunt met 55 miljoen bezoekers. Die piek in 2014 kan ik niet verklaren. Dat was overigens wel het laatste jaar dat de VOB de bezoekersaantallen verzamelden en in 2015 deed de KB dat weer. Ik denk dat daar iets in zit.

Een nieuwe reden om naar de bibliotheek te komen!
Want na 2015 stijgen de bezoekersaantallen al een paar jaar achtereen van 55 naar 62 miljoen. En dat terwijl de uitleningen gewoon dalen.  Dat betekent dat er dus er steeds meer mensen naar de bibliotheek komen die niet een boek komen lenen. Die komen dus om een andere reden.

En dan sluiten we aan bij het artikel van de NRC: de bibliotheek werd een hotspot. Een plek om te leren, een plek om af te spreken, een plek om een cursus te volgen, of een spreekuur te bezoeken, of een film, of om een 'mens' te lenen met een andere opvatting dan de eigen.

En ja, bibliotheken werden in de afgelopen jaren ook steeds vaker een instelling met meerdere functies: de verbrede bibliotheek in samenwerking met filmhuis, horeca, archief, muziekschool, theater, welzijn, jongerenwerk, boekhandel en noem maar op. Ook die samenwerking zorgt voor meer bezoek en een langere verblijfsduur. Het zorgt er overigens ook voor dat het steeds moeilijker wordt om te zeggen hoeveel bezoekers er precies voor jou kwamen. Maar de combinatie is vaak ook de succesfactor.

Deze grafiek doet mij dan ook stilletjes juichen. Het is een cijfermatig bewijs dat onze inwoners om nieuwe redenen naar de bibliotheek komen. De bibliotheek die hard zijn best heeft gedaan om zichzelf opnieuw uit te vinden. En is dat gelukt? Ja, of in ieder geval, het eerste begin ziet u hiervan.

Want de eerlijkheid is ook: het aantal bezoekers dat we kregen door die uitleenfunctie was wel gigantisch. In 2005 nog 86 miljoen. Daar zitten we met 62 miljoen nog wel een eindje vanaf. Maar de optimist in mij zegt dan ook gelijk: we kunnen dus nog een heel eind groeien!

Van collectie naar connectie en van connectie naar collectie
Wil dat zeggen dat bibliotheken wel kunnen stoppen met die collecties? Nou, dat denk ik niet. De reden dat mensen de bibliotheek zo'n prettige plek vinden is onder andere door die collecties. En daarmee bedoel ik niet dat het zo'n fijn maar duur behang is. Nee, de combinatie van functies die we binnen de bibliotheek hebben maakt dat de bibliotheek zo prettig is. Werkplekken, café, filmzaal, workshopruimte én collectie. Het maakt de bibliotheek tot de sportschool van de 20e én 21e eeuwse vaardigheden: van lettertaal naar digi-taal en van digi-taal naar techniektaal.

Het is een klein en nog broos wonder. Maar de toekomst is definitief begonnen!