woensdag 25 april 2018

Blij met boetevrij? Grootschalig onderzoek in Groningen


In december 2016 waren de bibliotheken in Groningen de eerste bibliotheken die als hele provincie overstapten op de boetevrije bibliotheek. Wat deed men in Groningen? Men ging van vijftien verschillende abonnementen naar één abonnement:
  • dat boetevrij is
  • een leentijd kent van vier weken
  • waar je 25 stuks media tegelijk mee mag hebben
  • waarvan het tarief € 48,- is
  • dat je per maand kunt betalen
  • dat verlengen niet meer nodig is
  • dat je vijf materialen tegelijk mag reserveren en 
  • dat de e-books erbij in zitten.

Onlangs kwam uitgebreid onderzoek beschikbaar naar de invoering van de boetevrije bibliotheek.  Ik loop samen met u de resultaten eens even langs.

Boetevrije leners zeggen meer te lenen



Hierboven ziet u wat volwassen leners in Groningen zeggen dat het boetevrije abonnement met ze doet. Zoals u ziet geeft ruimt 20% van  de leners aan dat ze meer gaan lenen door het boetevrije abonnement en ruim 60% zegt dat men de boeken langer in huis houdt. Overigens beide feiten zijn alleen gemeten als opgave door de leden zelf. Er is niet naar het werkelijke gedrag gekeken. Men kan dus het gevoel hebben dat men meer is gaan lenen en het langer in huis houdt.

De vraag over reserveren is opgenomen in de vragenlijst omdat het aantal reserveringen  gelimiteerd is naar vijf openstaande reserveringen. Ook het verlengen is afgeschaft in Groningen . Daarover later meer.

85% van de leden zegt nog even vaak of vaker naar de bibliotheek te komen, ongeveer 15% geeft aan dat men minder vaak komt.

Wat betreft kosten zegt 75% niet duurder uit te zijn dan in de vorige situatie. Men is in Groningen van vijftien! abonnementssoorten naar één abonnementssoort gegaan. Voor nagenoeg alle abonnementen betekende dit  een verhoging van de contributie. Uiteraard moet je hierbij nog rekening houden met het gemiddelde boetebedrag dat leners per jaar betalen. Dat is ongeveer € 3,- per lener.  Leners ervaren die prijsverhoging dus maar in zeer beperkte mate.

Kinderen lezen meer!
Mooi is dat het onderzoek zich ook speciaal richt op kinderen. Iets wat nog wel eens vergeten wordt. Bij kinderen zien we ongeveer soortgelijke uitkomsten.


35% van de kinderen zegt meer te lezen door het boetevrije abonnement en 72% zegt boeken langer in huis te houden. Deze cijfers liggen een flink stukje hoger dan bij volwassenen. Ook hier geldt: dit is de opgave van de kinderen zelf en hoeft dus niet het daadwerkelijke gedrag te zijn.  20% van de kinderen geeft aan minder vaak in de bibliotheek te komen door het nieuwe abonnement.

Tevredenheid
Zoals je hierboven al kunt zien is er grote tevredenheid onder de Groningers over het nieuwe abonnement. Met geeft het een 7,8. Een prima cijfer!



Ook heeft men leners gevraagd of men nieuwe abonnement beter vindt dan het oude abonnement. Bij volwassenen geeft 54,5% aan dat men het beter vindt dan het oude. Bij de jeugd is dat 70%. Gevraagd naar de reden naar wat er goed is in het oude e nieuwe abonnement worden onderstaande redenen gegeven.


Als iets goeds van het oude abonnement werd met name de mogelijkheid tot verlengen genoemd. Tja, is verlengen nog nodig bij een boetevrij abonnement, kun je afvragen? Bij de goede punten van het nieuwe abonnement wordt namelijk genoemd dat verlengen niet meer nodig is. Te lang in huis houden, levert namelijk toch geen boete op. Die vraag zou je dus lachend kunnen wegwuiven maar er zit een klein addertje onder het gras. Wie namelijk kan verlengen kan het moment uitstellen waarop de bibliotheek het uitgeleende materiaal toch weer terugvraagt. Navraag van mijn kant levert echter op dat het moment dat door de bibliotheken het boek nu weer wordt opgevraagd bij een lener hetzelfde moment is dat men vroeger maximaal kon verlengen.
.
Sommige leners vertrouwen de andere leners niet
Ook vinden de leners die het oude abonnement beter vonden dat er toch een prikkel moet zijn om boeken terug te brengen. Het is wel grappig dat de groep die zegt dat boeken verlengd moeten kunnen worden, tegelijkertijd zegt dat er een prikkel moet zijn om terug te brengen. Blijkbaar leeft er bij een deel van de leners zelf ook een diep gevoel dat uitleningen gewoon goed geregistreerd moeten zijn en dat je niet 'te laat' moet zijn. Met andere woorden: men vertrouwt elkaar als lener niet helemaal en vindt dat er vooral voor 'die ander' natuurlijk wel regels moeten zijn, want anders loopt het in het honderd.

En loopt het in het honderd?

Hebben die leners gelijk? Wordt er inderdaad niks meer teruggebracht waardoor de actualiteit van de collectie of de keuze binnen de collectie zou verminderen? Nee, is het antwoord. Ook dat is onderzocht. Ook een jaar na invoering ervaart men dat de actualiteit van de collectie en  keuze binnen de collectie ruim voldoende is.

De prijs/kwaliteit van het abonnement wordt door velen als zeer gunstig ervaren.



Lid zijn, lid blijven en lid worden


Groningen heeft ook onderzocht of leden volgend jaar de intentie hebben om lid te blijven. Dit levert mooie cijfers op. 98,3% van de volwassenen blijft lid. Helaas weten we niet wat dit cijfer vorig jaar was. Zou interessant zijn om te weten.  En interessant om te volgen of inderdaad 98,3% lid blijft.

Groningen volgt een twee-stappen-strategie: 1) eerst bestaande leden over naar boetevrij en 2) daarna nieuwe leden werven. Het ledenaantal is het afgelopen jaar dan ook niet gestegen maar minder gedaald dan verwacht.  Gezien de tevredenheid van de bestaande leden, ligt een grote ledenwerfactie dan ook voor de hand. Het onderzoek laat zien dat men een goed verhaal heeft waar veel Groningers blij van worden. Die ledenwerfactie gaat dan ook nu van start. Dat doet men overigens met bijgaande filmpje. Wellicht ook een aardig idee voor andere bibliotheken.



Complimenten aan Groningen
Ik ben bijzonder content met het onderzoek van de Groningse bibliotheken. In het afgelopen jaar namen we ze al mee in het onderzoek in het kader van Route2020. Toen constateerden we nog dat er na de pilot bij BiblioPlus in 2014 er eigenlijk geen goed onderzoek meer is geweest onder  gebruikers bij boetevrije bibliotheken. Biblionet vult die leemte goed in met hun onderzoek.

Het enige minpuntje dat je kunt maken bij hun onderzoek is dat een 0-meting soms ontbreekt: soms zou je willen weten hoe gebruikers dachten over iets voordat het ingevoerd werd. Om het vervolgens na de invoering nog eens te vragen. Maar goed, er valt altijd wat te wensen. En verder is het aardig om in het vervolgtraject ook weer eens te kijken wat er gebeurt met de ledenaantallen.

Maar voor nu hulde aan onze Groningse collega’s!Groningen komt met een mooi onderzoek en het is mooi voorbeeld voor andere bibliotheken die het ingevoerd hebben of die invoering overwegen.

Voor wie het hele onderzoek wil zien, moet hier even klikken, er is ook een mooie infographic van het onderzoek. Die vindt u hier.

Vlaams artikel over boetevrij
Ter afsluiting verwijs ik nog even naar een artikel dat ik schreef voor META, het Vlaamse bibliotheektijdschrift met een samenvatting van ons onderzoek van vorig jaar. Wie hier klikt, komt daar op uit.

De update van de boete-barometer
En nu ik toch bezig ben…. Ik ga binnenkort weer een nieuw overzicht maken van de boetebarometer. De laatste update is van juni 2017. Bent u na die periode boetevrij geworden, laat het mij dan weten!

Voor nu: snel dat mooie rapport van Groningen lezen!

maandag 16 april 2018

Miljoenenbibliotheek


Dit artikel is uit het Deventer Dagblad van 1945. De bibliotheek  had regelmatig ruimte in de krant en maakte op  die manier reclame voor de dienstverlening. Er waren nog geen computers. Aangevraagde boeken werden met briefjes rondgestuurd en de Koninklijke Bibliotheek speelde daar toen al een cruciale rol in. De computer deed zijn intrede maar eigenlijk werken zowel voor fysieke als digitale boeken nog steeds op dezelfde manier: op een centrale plek slaan we titels op in een catalogus en sturen we vanaf een andere plek een fysieke of digitaal exemplaar toe.

'Voor iederen leeftijd en voor ieder gezindte' om met de woorden van de bibliotheek te spreken. 

woensdag 4 april 2018

Wie betaalt de € 1,1 miljard die laaggeletterdheid kost?

Vandaag maakte de Stichting Lezen en Schrijven bekend dat de maatschappelijke kosten van laaggeletterdheid zijn opgelopen tot meer dan een miljard euro. Voor de goede orde: dat is een één met negen nullen.

Stichting Lezen en Schrijven liet Price Waterhouse Coopers al eerder onderzoek doen naar deze kosten en kwam tot een berekening van € 556 miljoen. Hoe kan het ineens zoveel meer geworden zijn?

Laaggeletterden verdienen minder
Daar is een vrij eenvoudige verklaring voor. Stichting Lezen en Schrijven heeft dit keer ook meegerekend hoeveel laaggeletterden minder verdienen doordat ze laaggeletterd zijn. Dat dat is zo'n € 572 miljoen. Die was in eerdere berekeningen nog niet meegenomen.

Wie betaalt de laaggeletterdheid?
Hoewel het wel een beetje voelt als 'opbieden' bij dit probleem, denk ik dat dit soort rekensommen wel degelijk van belang zijn. Op tekentafel van beleidsmakers staan niet altijd de verhalen van burgers centraal maar soms de cijfers.  Hoe onterecht dat wellicht ook voelt.

Het meest cruciale plaatje uit het nieuwe PWC-rapport is naar mijn mening dan ook niet het bedrag van € 1,13 miljard aan maatschappelijke kosten maar bijgaande staatje.


Dit staatje geeft namelijk aan wei de kosten van laaggeletterdheid betalen. Voor € 572 miljoen komt die voor rekening van laaggeletterden zelf.  Maar voor € 257 miljoen euro is de zorg aan zet doordat er extra zorgkosten zijn. En voor € 292 miljoen gaat het om overheidskosten waar het gaat om uitkeringen, armoederegelingen en gemiste belastingkomsten..

Is het niet gewoon te weinig?
De rijksoverheid geeft jaar zo'n € 60-65 miljoen uit aan bestrijding van laaggeletterdheid.
Is € 60 tot 65 miljoen dan niet gewoon te weinig om dit probleem op te lossen? Het is makkelijk om daar ja op te zeggen maar ik denk dat het genuanceerder ligt. Naast het rijksgeld betalen ook gemeenten (onder andere via bibliotheken) flink mee aan de bestrijding van laaggeletterdheid. Het bedrag is dus veel groter dan die € 60-65 miljoen. Maar ik denk dat geld zeker één van de factoren is.

Mijn wens is dat we weg kunnen komen bij dit soort berekeningen. Hoe belangrijk ik het werk van Lezen en Schrijven ook vind en ze ook dankbaar ben voor dit soort documenten. Dank, dank en ga vooral door. Weg komen bij de cijfers en terug naar de mensen. Het zou namelijk betekenen dat we een goede oplossing hebben gevonden. En ondanks alles - ondanks al die bevlogen mensen die er mee aan de slag zijn - is die er nog niet.

Tot die tijd vechten 1,3 miljoen Nederlanders met hun taal: met formulieren, met briefjes, met veiligheidsinstructies, met bijsluiters en met (voor)lezen.  En elk jaar tikken wij daarvoor met elkaar € 1,1 miljard af.

Lees hier het hele rapport van Price Waterhouse Coopers.

dinsdag 3 april 2018

1 april 2018: de POI's in Nederland bestaan 70 jaar!


Het zal aan velen voorbij gegaan zijn. U was net eieren aan het zoeken op 1 april (1e paasdag) of u draaide zich nog eens om in bed.  Maar op 1 april 1948 begon de officiële geschiedenis van POI's in Nederland en die van Overijssel in het bijzonder. Op die datum begon juffrouw Goudzwaard als directeur van de Centrale voor PlattelandsLectuurvoorziening in Overijssel (CPLO), welke al .snel PlattelandsBibliotheek Overijssel (PBO) heette.

De CPLO was opgericht op 17 maart 1948 nadat zowel Rijk als provincie Overijssel een toezegging voor subsidie hadden gedaan. Het budget voor 1948 bedroeg fl. 7.295,-. De organisatie werd onder gebracht bij de bibliotheek in Zwolle aan de Kamperstraat.

De man naast Claar Goudzwaard was Abraham van Uxem die als secretaris-penningmeester en tevens lid van de directie van de PBO. Het schijnt een illuster duo te zijn geweest. Van Uxem was de slimme zakenman en Claar Goudzwaard de deskundige bibliothecaris en organisator. Van Uxem trok met zijn motor door Overijssel en legde gemeente na gemeente uit dat er toch echt een bibliotheek moest komen.



Van Uxem had daarvoor twee type bibliotheekgebouwen in de aanbieding: een kleine en een grote. Het verhaal gaat dat hij die tekeningen altijd op zak had en dat hij aan het eind van het gesprek met een gemeente dan zei: "uw buurgemeente kiest trouwens dat grote gebouw". Die standaard Van-Uxem-gebouwtjes kom je op een enkele plek nog wel tegen.

Deze Overijsselse pioniers waren overigens wars van de opkomende bibliobussen. Dat was onzin, vonden ze. Bibliotheekgebouwen moesten er komen. En ze kwamen er ook. Paul Schneiders schrijft in zijn boek 'Lezen voor iedereen' over deze Overijsselse ontwikkeling:
"..1948 is een kroonjaar. Daarbij doelen wij op de oprichting van de Centrale Plattelandsbibliotheek Overijssel. Het initiatief daartoe was genomen door de volkshogeschool Diependaal, enkele landbouworganisaties en de Provinciale Bond van Openbare Leeszalen en Bibliotheken. De CPB Overijssel wees een nieuwe weg in de plattelandslectuurvoorziening. Terecht zijn de mensen erachter - de werkers van het eerste uur Cl.M (Claar) Goudzwaard en bezoldigd secretaris-penningmeester A. van Uxem - pioniers van die werk genoemd. Het tijdschrift 'De Openbare Bibliotheek' wijdde een speciaal Overijsselnummer aan het bibliotheekwezen in die provincie, het bibliotheekmodel Van Uxem (doelmatig, eenvoudig, goedkoop, centraal gelegen, uitnodigend, herkenbaar) werd door de andere provincies gevolgd. Wat aan het begin van deze eeuw (red. 20e eeuw dus) Dordrecht was geweest voor de stedelijke openbare leeszalen, werd Overijssel voor het platteland. "
De provinciale ondersteuningsinstellingen (POI's) hebben inmiddels vele namen gehad via Plattelandsbibliotheek via Provinciale bibliotheekcentrale (PBC) naar nu POI. Met soms exotische namen als Cubiss, Probiblio, Biblionet of Rijnbrink. Net als over de bibliotheek is ook de provinciale laag vaak gezegd dat die niet meer nodig zou zijn. Ik geloof er niks van. Er is geen bibliotheeklaag in Nederland die zonder de andere laag kan. En juist onder de nieuwe bibliotheekwet die in 2015 in ging is stelselsamenwerking tussen bibliotheken maar ook tussen verschillende maatschappelijke en culturele instellingen belangrijker dan ooit.

Ik hef het glas op Goudzwaard en Van Uxem en de provinciale instellingen in Nederland. Op de volgende 70 jaar!

Hier vind je meer informatie over Abraham van Uxem en Claar Goudzwaard

donderdag 29 maart 2018

Bibliotheken als een beweging voor sociale verandering


Een tijdje geleden werd ik door collega's van Digisterker gewezen op the Goodthings Foundation. Mijn aandacht was gewekt. Wat een leuk naam: de goede-dingen-stichting! Deze goede-dingen-stichting schrijft het volgende over hun inzet (het is even wat engels maar lees echt even door):
Good Things Foundation is a social change charity that supports socially excluded people to improve their lives through digital.
Digital technology and community action is at the heart of everything we do.
We bring together thousands of community partners to make up the Online Centres Network, reaching deep into communities to help people across the UK gain the support and skills they need to change their lives and overcome social challenges.
Our online learning platform Learn My Way - used in centres throughout the network - helps thousands of people each year to gain basic digital skills and go on to further informal and formal learning.
Through our research we discover which digital solutions really make a difference to people’s lives. This means we can scale up what works through our network and by working with our partners so that together we increase the impact that we all have. We use this shared experience and knowledge to help Government and other organisations better understand the role that they can play in creating a fully digital nation. 
We want a world where everyone benefits from digital.
Zo, bent u daar nog? Wat een statement, of niet! Een stichting die zich langs drie lijnen inzet om iedereen te laten profiteren van de digitale ontwikkelingen: 1) via een netwerk van centra waar je ondersteuning kunt krijgen, 2) met een online leerplatform en 3) met onderzoek dat nagaat welke technologie daadwerkelijk het leven van mensen verbetert.

Online centres network
Op bovenstaande kaartje zie waar de Good Things Foundation allemaal zit. Het zijn duizenden plaatsen in Groot-Brittannië. Die centra zijn niet van de stichting zelf. Het zijn bibliotheken, buurthuizen, scholen en kerken die zich inzetten om burgers verder te helpen. Allerlei partijen in de samenleving hebben zich verbonden aan dat ene doel: burgers verder op weg helpen in de digitale samenleving. Partijen die vroeger naast elkaar opereerden maar die elkaar de hand hebben gegeven en nu als een gezamenlijke beweging opereren.


Die duizenden plekken, ontvangen, honderdduizenden, zo niet miljoenen mensen per jaar. Overal worden ze ontvangen en krijgen ze de tijd en ruimte om stap voor stap op de digitale wereld te ontdekken. Niet opgejaagd, ieder in zijn eigen tempo. Je mag elke dag terugkomen. Waar kan dat nog in de samenleving?

En wie niet nog niet goed met taal is, wordt ook daar in ondersteund. Een digi-taalhuis. Maar bekijk het filmpje maar eens en zie hoe al deze plekken de levens van mensen verandert.

Online learning platform
Wie een plek heeft en mee wil doen aan deze beweging is welkom.  The good things foundation zorgt tevens voor een online leerplatform: Learn my way.  Een open platform dat niet exclusief is voor de centra. Op dit platform staan tientallen cursussen waar je jezelf kunt bekwamen in digitale vaardigheden, solliciteren, omgaan met je geld of je gezondheid. Als je het met de Nederlandse situatie wilt vergelijken is het een combinatie van Digisterker en Oefenen.nl. Kijk maar eens naar onderstaande filmpje hierover.


En bereiken ze wat?
De derde peiler was onderzoek en het moet gezegd dat ze dat zeer netjes aanpakken. De online centre en het leerplatform doen eigenlijk al het werk. Zij maken gebruik van de energie en inzet van vele partijen in de samenleving. De Good Things foundation maakt van al in die inzet zeer kundige overzichten. 


Kijk maar eens naar hun 'Digital inclusion report 2017' Je zou toch willen dat wij als bibliotheken ook samen zo'n rapport konden maken. Maar wees gerust: dezelfde rapporten hebben ze ook over financiële inclusie, ondersteuning naar werk en verbetering van je gezondheid.

Van bibliotheken naar een beweging?
Als u dit zo leest, zou u dan mee willen doen? Zou u dit ook niet in Nederland willen hebben? Ik denk dat u nu allemaal 'ja' zegt. Het mooie is: veel van wat nodig is, is er ook al in Nederland. Er zijn veel bibliotheken, er zijn veel maatschappelijke partijen en er zijn veel particuliere initiatieven. En we hebben een Digisterker en een Oefenen.nl. En we hebben mooie onderzoeksafdelingen bij verschillende organisaties.

Zouden we deze energie beter kunnen verbinden aan elkaar? Zouden wij zo'n kaart van Nederland kunnen krijgen? Zo'n kaart waaruit blijkt dat maatschappelijke instellingen, bibliotheken en burgers schouder aan schouder komen te staan in een gezamenlijke opgave? Zouden wij ook niet zo'n open leerplatform voor iedereen kunnen maken?  En dat allemaal op heel veel plekken in de samenleving: niet op één plek in stad of dorp maar meerdere. Niet los van elkaar maar als bondgenoot.

Krachten versterken door elkaar vast te pakken en als netwerk en beweging in de samenleving te opereren. Bibliotheken als onderdeel van een beweging voor sociale verandering. Maar vooral: veel burgers helpen hun leven te verrijken. Ik zou er graag aan mee doen. U ook? Wat let ons?

vrijdag 16 maart 2018

Van SISO naar Salsa!

Zo, we gaan maar weer eens vrolijk het weekend in. Wie denkt dat het een dooie boel is in de bibliotheken, heeft de afgelopen jaren wel onder een steen geleefd. Maar dat ook die bibliothecarissen van vroeger al helemaal uit hun bol gingen, is misschien nog wel nieuws voor u. Gisteren bevond ik mij een archief van Gelderse bibliotheken. En trof daar onder andere bovenstaande foto aan. Ik vermoed dat deze foto van midden jaren '60 is.

Ja, u ziet het goed: daar wordt gedanst bij de catalogusbakken! Wat zou dit geweest zijn? Een opening van een pand? Een personeelsfeest? Ook toen was het een swingend geheel.

De volgende foto verklaarde overigens waarom er gedanst werd.

Wie goed kijkt ziet op deur het bordje. En jawel: het is een discotheek. Het is maar een kleine stap van de catalogus naar de chachacha en van SISO naar Salsa. 

Volgende week is er weer een bibliotheekcongres... Het wordt dan van Bibliotheek op school naar Breakdance en van Participatie naar Polonaise. Hup voetjes van de vloer!

dinsdag 13 maart 2018

Hoe bibliotheken steeds meer netwerkorganisaties worden



Ik loop al een tijdje mee in bibliotheekland en heb veel zien veranderen. Bibliotheken kantelen van klassieke naar maatschappelijk educatieve bibliotheken. In veel provincies zijn destijds basisbibliotheken gevormd en heeft opschaling plaats gevonden.

Nauwelijks opschaling
Aan Overijssel is dat destijds voorbij gegaan. Daar waren drie goede redenen voor: 1) er was een stevige netwerksamenwerking tussen de Overijsselse bibliotheken, 2) er was een ontwikkeling van Kulturhusen waarbij bredere lokale organisaties ontstonden en 3) er was net een herindeling achter de rug. Dat heeft tot consequentie dat in Overijssel met iets meer dan 1.000.000 inwoners er nog bijna evenveel bibliotheekorganisaties zijn als gemeenten (24 bibliotheken, 25 gemeenten).

Bont palet aan nieuwe samenwerking
Tegelijkertijd laat bovenstaande kaartje zien dat de bibliotheken andere vormen van samenwerking hebben gevonden.

Gezamenlijk management: de directie- of MT-functie wordt gedeeld.
Kulturhus: Organisatie waarbij meerdere cultuur, zorg of welzijnsinstellingen samenwerken onder één management, al dan niet gefuseerd.
Basisbibliotheek: Eén bibliotheekorganisatie die werkt voor meerdere gemeenten. Bijna altijd een fusie van meerdere bibliotheken
Stadkamer: Hier hebben we er nog maar één van maar in Overijssel maar dat is een gecombineerde cultuurinstelling. Vergelijkbare instellingen in Nederland zijn Cultura Ede, BplusC in Leiden en het Cultuurgebouw in Haarlemmermeer.

In het plaatje zie je de hoofdvorm terug maar er zijn zeker combinaties mogelijk. Zo zit de basisbibliotheek Salland in Olst ook het kulturhus het Holstohus.

Juiste mix van samenwerking

Het landkaartje helemaal bovenaan verandert meerdere keren per jaar. Bibliotheken zijn hard op zoek naar de juiste wijze van organiseren. Zo is de bibliotheek in Enschede bezig met een onderzoek naar samenwerking met cultuurpartners in de stad. Zelf begeleid ik een aantal stichtingen die nu nog als 'stand-alone' benoemd zijn naar gezamenlijk management. Mooie initiatieven zitten nu bijvoorbeeld bij de bibliotheken in Oldenzaal, Hengelo en Hof van Twente die naast gezamenlijk management ook gaan zoeken naar gezamenlijk organiseren. Dit alles zonder fusie.

Opschalen in de bibliotheekkolom is allang niet meer een toverwoord. Belangrijk in de huidige tijd is om zowel op de kleine schaal goed te kunnen organiseren (tot op het niveau van kleine kernen) en tegelijkertijd schaalvoordeel door samenwerking te realiseren. Samenwerken met de dorpsraad maar ook samenwerken met het provinciale netwerk van biblliotheken.

Naar hybride samenwerkingsvormen: ook met burgers en techniek


Meer en meer ontstaan daar hybride samenwerkingsvormen waarbij fusies, samenwerkingen en allianties door elkaar lopen. Wie maatschappelijk rendement wil halen, heeft niet genoeg aan klassieke organisatievormen.

Kijk maar eens naar bovenstaande staatje met samenwerkingspartners uit de rapportage basisvaardigheden. Een flink rijtje professionele partners en vrijwilligersorganisaties. Alleen door open te staan voor samenwerking met al deze verschillende vormen ontstaat een flinke massa waarmee maatschappelijk effect in zicht komt.

Individuele burgers of groepen van burgers zijn dan ook steeds vaker een onderdeel van die samenwerking. En datzelfde geldt voor slimme techniek: zonder Klik en Tik en Digisterker was het niet mogelijk om stevige digitale coalities op lokaal niveau neer te zetten. Er ontstaat een driehoeksverhouding tussen professionele partners, burgers en techniek.

Het einde van de stand-alone-bibliotheek...
Een klassieke bibliotheek die alleen het bibliotheekwerk organiseert is een organisatievorm die we steeds minder zullen zien. Als die straks nog bestaat is het bibliotheek die meerdere allianties heeft en daardoor een bouwsteentje is in een breder lokaal raderwerk om samen maatschappelijke en educatieve uitdagingen aan te gaan: iedereen geletterd, iedereen digitaal vaardig, een vangnet voor iedereen om de hoek, toegang tot relevante kennis. Deventer staat hier bijvoorbeeld nog als stand-alone-bibliotheek maar is door haar wijkwinkel-alliantie al zo'n radertje.

Maar niet het einde van de bibliothecaris
De stand-alone-bibliotheek mag misschien op zijn eind lopen maar dat geldt allerminst voor de bibliothecaris. Hoewel die wellicht vroeger tussen de kasten liep, loopt zij (en soms een hij) steeds vaker tussen allerlei organisaties en groepen burgers door. Nog altijd met informatie en kennis als belangrijke brandstof.

Toch puzzelt mij deze samenwerkingen mij nog wel. Hoe zorg je dat de horizontale lokale samenwerking en de verticale bibliotheeksamenwerking allebei goed functioneren. Welke vormen passen daar het beste bij? Het is boeiende speurtocht waar ik me tegenwoordig bijna dagelijks in begeef. Puzzelt u even mee? Ik ben benieuwd wat u allemaal tegen komt.