zondag 4 oktober 2026

De staat van het Bibliotheekbestel 2026: Het gaat goed met bibliotheken maar gemeenten blijven achter

Op 10 september werden de jaarcijfers van bibliotheken over 2025 bekend. En met goed nieuws want heel veel cijfers van het bibliotheekwerk stijgen. De KB bracht al een zeer uitgebreid dossier uit bij de cijfers. Dat verdient elk jaar een pluim voor al dat harde werk. Overigens net als die pluim terecht is voor alle bibliotheken die de cijfers elk jaar aanleveren.

Net als voorgaande jaren zette ik de belangrijkste statistieken weer in een wat langer historisch perspectief. Ik doe het al een paar jaar (lees hier 2025, lees hier 2024, lees hier 2023,  lees hier 2022) en ik noem het maar onbeschaamd: de Staat van het Bibliotheekbestel 2026. 

Lees mee in dit verhaal langs negen grafieken langs de klassieke cijfers over bibliotheken. 

Bezoekers: wel groei maar weer geen record


We beginnen met de bezoekersaantallen. Onlangs publiceerde ik nog een vergelijkend overzicht met andere culturele instellingen maar ook met voetbalstadions en casino's. En dan zie je dat bibliotheken gezamenlijk heel veel bezoekers trekken. En  ja, we zijn afgelopen jaar weer gegroeid. Maar we zijn nog steeds niet terug op het pre-corona-niveau toen we ruim 60 miljoen bezoekers aantikten. 

Ik verwacht overigens dat het de komende jaren nog wel wat gaat stijgen. In de afgelopen paar jaar zijn er met rijksmiddelen het aantal vestigingen met 35 gegroeid en zijn ook de openingstijden van veel bibliotheken verruimd. Daar gaan we de komende jaren nog bij voortduring de vruchten van plukken.  Die 60 miljoen gaan we de komende jaren dus makkelijk passeren. 

Verder kunnen we nog een stijging van bezoekers verwachten door de verruiming van gratis lidmaatschappen voor vooral jong-volwassenen. We zullen het zo terug zien bij de ledenaantallen. Uit onderzoek weten we dat jong-volwassenen die lid zijn de bibliotheek oko meer bezoeken. Dus ook daar moeten nog wel een paar miljoen bezoekers te vinden zijn. Met andere woorden: we doen iets fout als deze stijging niet doorzet. En stiekem had ik al op een grotere stap gehoopt.

Keine stapjes dus. Eén andere opmerking is daarbij nog op zijn plek. En dat is dat we weten dat de verblijfsduur van bezoekers aan de bibliotheek steeds langer wordt. Steeds meer bezoekers verblijven meer dan anderhalf uur in de bibliotheek. En daarmee leggen dezelfde aantal bezoekers een steeds grotere claim op de beschikbare publieke ruimte. Het bezettingspercentage van bibliotheken stijgt dus sneller dan alleen het bezoekersaantal.   Ik denk dat we schrikken hoeveel jaren de bibliotheken in totaal bezet is. Want als 60.000.000 miljoen bezoekers elk jaar een minuut langer in de bibliotheek blijven praat je al over 1.000.000 uur. Dat is 115 jaar bij elkaar. Elke minuut verblijfsduur telt dus. Een jaarlijks onderzoek dus naar totale verblijfsduur zou de sector kunnen helpen.

Steeds groter aandeel van de bezoekers komt voor activiteiten


Een cijfer dat ik al wat langer volg is de hoeveelheid bezoekers voor activiteiten tegenover het totaal aantal bezoekers. Het aantal deelnemers aan activiteiten in de bibliotheek steeg van 5,4 miljoen naar 5,8 miljoen bezoekers. De spectaculaire stijgingen van de afgelopen jaren vlakt wel wat af maar is nog steeds wezenlijk en groeit ook harder dan het algemene bezoekersaantal. En dus stijgt ook het aandeel van de bezoekers van activiteiten ten opzicht van de alle bezoekers. 

Vorig jaar was nog 9,2% van de bezoekersaantallen afkomstig van deelnemers aan activiteiten en in 2025 steeg dit naar 9,7%. Volgend jaar stijgen we dus boven de 10% uit. 

Dit cijfer wordt pas sinds 2019 landelijk bijgehouden. En dan zie je dat dit sinds 2019 is gestegen van 3,4% naar 9,7%. Het kenmerkt de kanteling van een klassieke bibliotheek naar een maatschappelijk-educatieve bibliotheek. 


Leden: Groei bij jeugd én volwassenen!


Hoewel we als bibliotheken steeds vaker naar bezoekersaantallen kijken, zijn we toch ook nog altijd een echte ledenorganisatie. En ook bij die leden gaat het bijzonder goed. Zowel bij de jeugd als bij de volwassenen zien we groei. Dat was vorig jaar ook al zo maar de groei bij volwassenen was toen nog bijzonder broos. Die groei bij volwassenen zet nu steviger in. Op BNetwerk wordt gemeld dat bij de leeftijdsgroep tussen 18 en 30 jaar de groei zelfs 22% was. Je hoeft geen glazen bol te hebben om te voorspellen dat dat nog een flink aantal jaren door zal gaan. Wie doorrekent komt er dan op uit dat we met een jaar of vijf, zes zijn gestegen van 1,4 naar zo'n  2 miljoen volwassen leden hebben. De komende jaren er dus minimaal 100.000 volwassen leden per jaar bij. 

Hoe dat komt? Dat heeft alles te maken met de verruiming van het gratis lidmaatschap voor (jong-)volwassen. In het voorjaar publiceerde ik hier nog de meest recente onderzoekscijfers over. In meer dan de helft van alle gemeenten wordt dit al aangeboden en steeds meer gemeenten besluiten om hun bibliotheken hier middelen voor te verstrekken. 

Dit cijfer gaan we komende jaren dus flink zien stijgen. De bibliotheek als ledenorganisatie is daarmee terug van nooit weggeweest.  U leest het goed. We gaan snel naar vier misschien wel vijf miljoen leden in totaal. We gaan naar een ledenorganisatie-nieuwe-stijl die naast uitlenen ook draait om activiteiten en bezoek. 

Uitleningen: we zijn lid maar minder om te lenen


Nou, grote woorden meneer Deckers bij die leden. En zien we dat terug bij de uitleningen? Eh, nee. Dat blijft de afgelopen jaren voor uitleningen in de fysieke bibliotheek schommelen rond de 54 miljoen. Waar we vorig jaar misschien nog iets konden mompelen over na-ijlend corona-effect, kom ik daar dit jaar echt niet meer mee weg. Het reële verhaal is: meer leden die gezamenlijk hetzelfde lenen. En per saldo leent en leest elk lid gemiddeld net iets minder dan het voorgaande jaar. In 2015 leende een bibliotheeklid nog gemiddeld 20,1 items. In 2025 waren dat er nog maar 14,1. Hoewel misschien passend bij de ledenorganisatie-nieuwe-stijl is dit natuurlijk iets waar geen bibliothecaris zich zo maar bij neer kan leggen. 

33% meer betaalde formatie in zes jaar


Een trend die al wat langer langzaam speelde is die groei van de formatie. Na jaren van bezuinigen en minder betaald personeel, begon vanaf 2020 het herstel echt in te zetten. In 2025 steeg de totale betaalde formatie naar 5.676 voltijds arbeidsplaatsen. In zes jaar tijd, dus in vergelijking met 2019,  hebben bibliotheken 33% meer formatie gekregen. Dat is een stevige groei en we kunnen ondertussen zeggen dat dat een blijvertje is. 

Het zijn de extra rijksmiddelen die vooral zorgen voor die groei, zullen we straks zien. Veel extra formatie is de afgelopen jaren gegaan naar programma's als Basisvaardigheden maar ook Boekstart en de Bibliotheek op school. Recent is door verruiming van openingstijden ook weer eens geïnvesteerd in betaald personeel in de vestigingen. Groei dus aan alle kanten maar vooral in de brede rol van bibliotheken.

De bibliotheekmedewerker wordt steeds jonger


De bibliotheeksector verjongd. Elk jaar daalt de gemiddelde leeftijd. En dat zal zeker ook te maken hebben met de groei van onze formatie. We nemen graag jonge mensen aan voor een gebalanceerde samenstelling. 

Wie kijkt naar de ontwikkeling sinds 2015 ziet hoe snel dit gegaan is. In 2015 was 65% van het personeelsbestand ouder dan 50 jaar. Dat is in 2025, tien jaar later, nog maar 45%. Elk jaar verschuift het zo'n 2% ten gunste van de medewerkers onder de 50 jaar. En daar moet je bij tellen dat de AOW-leeftijd tussen 2015 en 2024 met bijna twee jaar gestegen is van 65 jaar en 3 maanden naar 67 jaar. Ergo: De werkzame periode tussen 50 en de AOW-leeftijd steeg in die periode met bijna 11% en had bij ongewijzigd beleid dus geleid tot een stijging in die leeftijdscategorie. Om maar aan te geven dat het echt hard gaat met de vergroening van de sector. 

Verdrievoudiging van vrijwilligers in tien jaar


Er is een klassieke tegenstelling tussen betaalde formatie en vrijwilligers. En toegegeven: bibliotheken introduceerden (opnieuw) vrijwilligers in de lastige jaren van  bezuiniging tussen 2010 en 2020. In de grafiek zien we dat vanaf 2015 ook terug. Maar het had niet alleen te maken met bezuiniging. Het past ook bij het adagium om samen met de samenleving de bibliotheek vorm te geven. Met een sjiek woord noemen ze dat de community library. 

Nu sinds 2020 de betaalde formatie weer stijgt, zou je kunnen denken dat bibliotheken dan weer minder met vrijwilligers gaan doen. Dat is zeker niet het geval. De afgelopen jaren steeg elk jaar het aantal vrijwilligers. En het is inmiddels een verdrievoudiging ten opzichte van 2015.  En het tekent ook dat er geen tegenstelling zit tussen betaalde formatie en vrijwilligers maar dat er goede mix is ontstaan van een netwerkorganisatie die zich inzet voor opgaven in de samenleving. Ik hoor ook weinig bibliotheekdirecteuren roepen dat ze zonder vrijwilligers zouden willen en alleen met betaalde formatie willen werken. Vrijwilligers zorgen ook voor een brede inbedding in de samenleving. Ook dat past bij die ledenorganisatie-nieuwe-stijl. 

Financieel: meer geld maar waar blijven de gemeenten?

Zo, en na de prestaties en het personeel maar eens door naar het geld. De hoeveelheid gemeentelijke subsidie steeg vorig jaar opnieuw met ruim € 35 miljoen naar € 511,6 miljoen.


Ik neem voor deze grafiek altijd het totaal aan gemeentelijke subsidie. Dit om het totaal aan geld van gemeenten in beeld te houden. En dan zie je dat er sinds 2017 - twee jaar na de grote decentralisaties - een dieptepunt was bereikt. Daarna zette herstel in. En de laatste drie jaar ging het flink omhoog. Soms tot jaloezie van andere culturele instellingen. Maar dat is niet terecht. Want daar hoort een flinke aantekening bij. 

De stijging van gemeentelijke subsidie komt eigenlijk helemaal niet van extra middelen die gemeenten zelf beschikbaar stelden. In 2023 werden namelijk de middelen voor de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO's en € 15,4 miljoen) niet meer via het Rijk aan bibliotheken verstrekt maar via gemeenten. En daarnaast schreven vele gemeenten in 2023 en 2024 in op de extra SPUK-regeling voor versterking van het bibliotheekwerk waar in 2023 € 17,6 miljoen voor beschikbaar kwam en in 2024 € 38,4 miljoen.  In 2025 ging deze regeling over in een decentralisatieuitkering aan alle gemeenten
van maar liefst € 60 miljoen.  Bibliotheken organiseerden dus zelf dat de koek groter werd voor de cultuursector en ging dus niet ten koste van andere cultuurinstellingen.  

Het Rijk gaf dus geld aan gemeenten voor bibliotheekwerk. Gaven alle gemeenten dat geld door en deden ze er zelf ook nog wat bij? Wie de bedragen optelt moet tot het bedroevende antwoord komen dat er in 2025 per saldo minder geld bij bibliotheken terecht is gekomen. Dat betekent dat de decentralisatieuitkering lang niet altijd bij bibliotheken terecht is gekomen, dat er gemeenten waren die niet indexeerden en zelfs gemeenten die hun bijdrage verlaagden. Hoe hoopvol de landelijk inzet ook is, dit is op lokaal niveau soms wel een flinke domper op het bibliotheekfeestje. Hoe begrijpelijk de financiële situatie op lokaal niveau soms is. Maar begrijp dan van ons ook dat het soms best lastig is om zo vertrouwen te houden in de overheid. 

Subsiede per inwoner stijgt en toch leveren bibliotheken in


Naast het totaal aan gemeentelijke subsidie, kijk ik ook nog even naar de subsidie per inwoner en de subsidie per inwoner exclusief huisvestingslasten. Dat lijkt een mooie stijging. Maar naast de kanttekening die ik hier boven maakte, is er ook hier een stevige disclaimer. 

Tussen 2015 en 2025 steeg de subsidie per inwoner met 16%. Dat lijkt veel maar is het niet. De prijzen stegen in die periode namelijk met 35%. Per saldo leverden bibliotheken dus flink wat koopkracht in, in de afgelopen tien jaar. Bibliotheken deden dus eigenlijk steeds meer met steeds minder. Fatsoenlijke afspraken over indexering zijn dus echt broodnodig. 

De afgelopen twee jaar steeg de susbsidie per inwoner in totaal met € 2,74. Waarom noem ik dat? Nou, omdat de subsidie per inwoner één van de streefwaarden wordt in de handreiking van VNG rond de zorgplicht. Dat bedrag is twee jaar geleden al uitgerekend. Dat bedrag moet dus verhoogd. 

 
Reflectie: De wind in de rug maar nog veel te doen!

Tja, wat is de afdronk als je dit alles leest? Vorig jaar gaf ik drie conclusies en die kon ik dit jaar opnieuw gebruiken maar ook aanscherpen. 

Hier zijn ze. 

Conclusie 1: De sector staat er geweldig op en heeft wind mee
Op de eerste plaats: de sector staat er geweldig op en heeft de wind mee. Alle cijfers in de plus behoudens die uitleningen die maar stabiel blijven. Die wind-mee heeft de sector vooral aan zichzelf te danken in de beweging die de afgelopen tien jaar als stelsel is gemaakt van klassieke bibliotheek naar maatschappelijk-educatieve bibliotheek. Ja, klop uzelf maar even op de schouder. Als u zicht afvraagt waar u zo moe van werd: nou, van het harde werk dat daarbij hoorde.

Conclusie 2: Maar er roept een verantwoordelijkheid en er is werk aan de winkel
Maar daar laat ik het niet bij.  Ik maak deze staat van het bibliotheekstelsel al een aantal jaren. En als ik door de analyses van de afgelopen jaren kijk, dan had ik dit jaar een sterkere stijging verwacht bij bijvoorbeeld bezoekersaantallen en ik had gehoopt dat het aantal uitleningen niet zo stabiel bleef. Dat moet ons scherp houden. Doen we dit eigenlijk wel zo goed?

En we kunnen nu al voorspellen dat ons ledenaantal de komende jaren flink gaat stijgen: wat hebben we voor al die jong-volwassenen in de aanbieding in onze winkel van een leven lang ontwikkelen? 

Vragen die we nu al aan kunnen zien komen nu het zo goed gaat. We moeten kritisch blijven op onszelf. Het gaat niet alleen om aantallen maar ook om impact. En de vraag is of we niet nieuwe wegen moeten vinden om het maatschappelijk rendement verder te vergroten. Denk aan bereik en gebruik door kwetsbare doelgroepen bijvoorbeeld.  De overheden die ons nu zo helpen willen straks het effect zien. 

Succes komt niet vanzelf. En nog meer succes vraagt nog meer aandacht. Kortom sector, begin met denken. We zijn nog lang niet klaar. Een nieuw bibliotheekconvenant moet ons opnieuw uitdagen om over schaduwen heen te springen.

Conclusie 3: Financieel lijkt het gunstig, maar groei kost geld en gemeenten blijven achter
De derde en laatste reflectie gaat over geld. Het lijkt financieel heel goed te gaan met bibliotheekwerk. Maar wie iets verder kijkt dan zijn of haar neus lang is, ziet dat de verbreding en verdieping van het bibliotheekwerk eigenlijk nog niet volledig in de pas loopt met de financiering. Dan zien we dat het een heel wankel evenwicht is en blijft. Ja, er is meer personeel maar daar staan ook heel veel extra taken en prestaties tegenover. Bij de IDO's is geknokt om geen geld kwijt te raken in plaats van er een flinke duit bij te krijgen. Maar vooral: niet alle gemeenten geven de rijksbijdragen door aan bibliotheekwerk en ook indexering is niet overal aan de orde. Op een enkele plek horen we zelfs van bezuinigingen. 

Als ik staatssecretaris was, zou ik de gemeenten toch maar stevig volgen en monitoren op dit punt. Het was natuurlijk niet de bedoeling dat deze middelen naar de bekende lantaarnpalen zouden gaan.

Voor blijvend plezier met de bibliotheek in elke stad of dorp zijn die middelen echt nodig. Stilstand is letterlijk achteruitgang. 

Hup, aan de slag

Er is dus veel om tevreden over te zijn maar klaar zijn we dus zeker niet. Er kan een glimlach op ons gezicht zitten en tegelijkertijd moeten we blijven vernieuwen. Blijf dus scherp en laat u niet in slaap sussen door het succes.

U snapt het al: Hup, aan de slag!

zondag 27 september 2026

Vijf punten die we kunnen leren van Europa voor ons volgende Bibliotheekconvenant

Al een paar maanden geleden verscheen het rapport 'Strengthening Europe through Public Libraries'. Een lijvig rapport van 160 pagina's waarin hele zinnige dingen gezegd worden. Maar ja, de waan van de dag vroeg om artikeltjes over de bibliotheekwet of kaartjes van boetevrije bibliotheken. Dus dit rapport wachtte onterecht lang op dit artikel. 

Want we kunnen veel leren van het Europese rapport. Sterker nog: ik denk dat het een aantal punten bevat waar wij in een volgend bibliotheekconvenant ons voordeel mee kunnen doen. 

Over het rapport

Tja, ik ga 160 pagina's plat slaan tot een artikel. En dat betekent dat ik geen recht ga doen aan de veelheid die erin staat. Want wie eens wil bijlezen over hoe het in veel Europese landen gaat met bibliotheekwerk vindt hierin tal van overzichten en voorbeelden. Het rapport kent ongeveer 100 best practises uit heel Europa. Allemaal voorbeelden waar je wat mee kunt. Zelf was ik bijvoorbeeld heel geïnteresseerd in de 'Libraries of Emotions (helaas wel een onbeveiligde site)'  die tal van vormen van bibliotherapie bij elkaar brengt. Want lezen kan je helpen om jezelf en de wereld om je heen beter te begrijpen en ermee om te gaan. Vier Europese bibliotheken, Anderlecht, Lodz, Kaunas en Kranj werken hierin samen. Hartstikke interessant en van dit soort voorbeelden wemelt het dus. 

Het rapport is opgesteld door ruim 30 experts in opdracht van de Europese Commissie en de voorzitter van deze expertgroep was onze 'eigen' Klaas Gommers van de VOB. Het rapport stelt dat bibliotheken door beleidsmakers structureel worden onderschat én onderbenut, doordat hun verschillende rollen niet of onvoldoende bekend zijn op Europees, nationaal én lokaal niveau. Ze adviseren overheden om bibliotheekwerk beter te verankeren en meer verantwoordelijkheid hiervoor te nemen op alle overheidslagen.  

Over maatschappelijke opgaven en rollen

En dat brengt ons natuurlijk vooral tot: wat moeten wij ermee in Nederland? Onderschatten wij de bibliotheek ook nog? Het rapport onderkent tien maatschappelijke opgaven waar bibliotheken aan kunnen bijdragen. Die tien zijn de volgende.


Maatschappelijke opgaven, waar kennen we dat ook al weer van? Inderdaad, van ons eigen bibliotheekconvenant. Alleen hebben ze er in Europa tien en hebben wij er drie: 1) Geletterde Samenleving, 2) Participatie in de (Informatie)samenleving en 3) een Leven Lang Ontwikkelen. 

Nu is het niet zo dat wij zeven opgaven missen in Nederland maar het is toch wel aardig om de tien Europese opgaven eens te leggen langs ons bibliotheekconvenant en te kijken of we wellicht nog iets kunnen leren van Europa. Ik verklap u vast: dat is zo. 

Ik legde de tien opgaven langs de drie opgaven van het bibliotheekconvenant en dan zie je het volgende als je het in een schema zet.  

Vijf punten om te overwegen voor een nieuw bibliotheekconvenant

Het huidige bibliotheekconvenant loopt nog tot en met 2027. Dat betekent dat binnenkort overwogen moet worden om een nieuw convenant op te stellen en te bezien wat daarin moet staan. Op de eerste plaats: ik ben een grote fan van het bibliotheekconvenant en het heeft de sector ontzettend geholpen dat men niet alleen agenda als sector afzonderlijk heeft opgesteld maar dat men dat gezamenlijk heeft gedaan met de verschillende overheidslagen. Dat praat echt een stuk makkelijker en niemand loopt weg voor de gezamenlijke verantwoordelijkheid. Iedereen wil zijn stad of dorp, provincie of het hele land wel vooruit helpen. 

En het convenant en het Europese rapport kennen ook veel overlap. Als we kijken naar geletterdheid, digitale vaardigheden, participatie en duurzame inzetbaarheid, lijken de documenten zelfs sterk op elkaar. 

Toch zijn er met het Europese rapport in de hand wel vijf punten om te overwegen voor een nieuw bibliotheekconvenant. In Nederland onderschatten we de bibliotheek misschien niet zozeer maar de invulling kan op punten nog breder en intenser bezien worden. 

Nou, zal ik die punten dan maar geven? 

Punt 1: Sociale cohesie, gemeenschappen en eenzaamheid

Het Europese rapport durft een iets grotere broek aan te trekken dan het Nederlandse convenant. Het Europese rapport ziet bibliotheken als zogeheten 'community hubs' die eenzaamheid verminderen, nieuwkomers helpen integreren en kwetsbare groepen ondersteunen. Nederland raakt dit wel in het convenant. Vooral bij de opgave Leven Lang Ontwikkelen wordt de bibliotheek beschreven als openbare, neutrale en laagdrempelige leer-, ontmoetings- en ontwikkelplek en wordt gesproken over ontmoeting en samen programmeren met de gemeenschap. En als je bij het Nederlandse convenant wat aan elkaar koppelt, kom je daar dichtbij maar het is meer dan de som der delen. Europa durft het groter te benoemen. Sociale cohesie ontstaat pas als er heel veel zaken geregeld zijn en op elkaar aansluiten. Wat mij betreft mag het convenant best die kan op: wij zijn meer dan de afzonderlijke delen. Het geheel bevat een extra meerwaarde. En alleen als je bibliotheken hebt, krijg je die som der delen en die meerwaarde.

Punt 2:  Ruimtelijke ontwikkeling: stad én platteland

Ik heb het zelf al zo vaak meegemaakt: grote discussies over nieuwbouw van een bibliotheek. Vooraf vind men het veel geld en achteraf is iedereen blij dat het is gebeurd. Een nieuwe bibliotheek is een aanjager van allerlei ontwikkelingen in een gebied. Denk aan het Oosterdokseiland in Amsterdam, de Cultuurloper in Deventer, Rozet in Arnhem. Zet een bibliotheek op een plek en ook wat er om heen staat gaat bruisen. En je mag bibliotheek hier ook vervangen door een multifunctionele culturele organisatie (MFCO).  En stad of dorp, ook dat maakt niet uit. Er zijn ook veel dorpsbibliotheken die op kleinere schaal precies hetzelfde bereikten en de ruimtelijk ontwikkeling een flinke zwiep gaven.

Ons convenant zegt wel wat over bereik van de voorziening maar het investeren in nieuwe gebouwen en wat dat betekent, dat kan best breder. Zeker nu er een zorgplicht komt de staatssecretaris zegt te gaan volgen hoeveel bibliotheeklocaties er zijn.  Het Europese perspectief is sterk: de bibliotheek is niet alleen een voorziening in een gebied, maar kan onderdeel zijn van de ontwikkeling van dat gebied.

Voor Nederlandse gemeenten, provincies en bibliotheken vind ik dat heel interessant. En Koppel dit soort investeringen aan thema's als leefbaarheid en regionale ongelijkheid.

Punt 3: Economische ontwikkeling

Een punt dat in dezelfde lijn zit - namelijk, trek een grotere broek aan - is die van economische ontwikkeling. Ons convenant zet wel in op duurzame inzetbaarheid maar ik denk dat bibliotheken ook hier nog best een sprong vooruit kunnen maken. En ja, daar is nog wel wat voor nodig, inclusief extra middelen. 

Maar denk even door vanuit alles wat wij doen rond digitale basisvaardigheden dan moet het toch mogelijk zijn om dat in verbreding te verbinden aan werknemers en werkgevers? En denk aan een veel verdere en structurele ondersteuning bij het zoeken naar werk of zelf een bedrijf beginnen. Ik kan mij herinneren dat voormalig directeur van Bisc, Peter van Eijk, wel eens pleitte voor een budget voor elke burger van € 1.000,- per jaar voor een Leven Lang Ontwikkelen. En dat dat budget ook bij de bibliotheek besteed kon worden. Persoonlijke ontwikkeling dus ook als economische investering in het land.  In het Nederlandse convenant is die bredere economische rol van de bibliotheek veel minder zichtbaar.  Daarmee blijft een interessante maatschappelijke positie liggen: de bibliotheek als laagdrempelige infrastructuur voor economische zelfredzaamheid.

Punt 4: Steviger positioneren van Democratie en burgerschap

Democratisch burgerschap zit best goed in ons convenant. Het zegt expliciet dat bibliotheken bijdragen aan het versterken van democratie en burgerschap en dat deze rol verder moet worden uitgebouwd en bestendigd.

Toch formuleert het Europese rapport het nog steviger. Bibliotheken worden daar beschreven als onderdeel van de kerninfrastructuur van de democratie: vrije en veilige plekken voor kennis, debat en de ontwikkeling van democratische vaardigheden

Het lijkt een klein verschil maar eigenlijk zegt ons convenant: de bibliotheek draagt bij aan democratie en Europa zegt veel nadrukkelijker: de bibliotheek ís infrastructuur voor democratie. Ook hier is betere waardering mogelijk. Maar let wel: dan moeten bibliotheken dat ook breder invullen dan nu. En ik denk zelfs dat daar met overheden best over te praten is. Ik zie daar verschillende mogelijkheden voor met cursussen, debatavonden en ondersteuningen van burgerinitiatief. 

Punt 5: Bibliotheken als essentiële sociale infrastructuur bij crises

Toegegeven, ons convenant werd opgesteld in 2023 en 2024. De wereld is twee jaar alweer verder opgeschoven in allerlei vormen van instabiliteit als oorlogen en natuurrampen. Het Europese rapport beschouwt bibliotheken als essentiële sociale infrastructuur bij oorlog, natuurrampen en andere crises. Zij zijn in staat om te reageren op lokale behoeften en ruimte te bieden voor informatie, opvang, reflectie en herstel. 

Het is een thema dat in Nederland wel rondzweeft maar dat nog niet geland is. En ik vermoed dat deze rol echt een plek mag krijgen in het nieuwe convenant. Misschien is weerbaarheid en publieke basisinfrastructuur wel een goed thema. 

Bedankt Europa, hup Nederland!

Zo dat waren mijn vijf punten. Ter overweging. Ik denk dat ze best in te passen zijn en dat we echt niet naar tien opgaven moeten. En op sommige punten twijfel ik ook wel eens. Zo'n punt waar ik over twijfelde maar uiteindelijk niet toevoegde is de rol van bibliotheken rond gezondheid. Terwijl ik wel zie dat leefstijl nadrukkelijk hoort bij regie houden over je leven. Maar hoe? Zo zie je maar, ik weet ook niet alles. 

Nou, wie dacht dat Nederland met een zorgplicht wel klaar was met bibliotheekwerk, moet toch het Europese rapport eens lezen. Die ziet dat er nog best wat ontwikkelpunten zijn te vinden. En bij elk punt dat ik hierboven aanstip, heeft het rapport dus ook nog eens mooie best practises te bieden. Niet alleen lullen dus, ook poetsen! U kunt gelijk aan de slag. En dubbel goed nieuws: ik begrijp dat dit rapport in vertaling beschikbaar komt. Daar zal de VOB ongetwijfeld nog voor op de lijn komen. Lezen dus dat rapport. Want dat heb ik nog niet genoemd dat ze ook nog met metaforen en rollen van bibliotheken komen. Maar hé, ik moet 160 pagina's voor jullie weer terugbrengen tot de essentie. 

Maar ik deed het weer graag, deel het ook graag en leerde er zelf ook weer van. Een dikke pluim voor expertgroep die dit rapport opstelde.

Bedankt Europa, hup Nederland!

maandag 21 september 2026

Hoe de boetevrije bibliotheek Nederland veroverde

De boetevrije bibliotheek wordt de norm en dat past in de trend dat de bibliotheek een basisvoorziening is waar zo weinig mogelijk drempels voor moeten gelden. Dat kan ik wel stellen na het vervolgonderzoek dat ik er de afgelopen weken naar deed samen met Hidde Stobbe van de Vereniging van Openbare Bibliotheken. Maar voordat ik naar de cijfers ga even een stukje geschiedenis. In 2009 - ja, zeventien jaar geleden - schreef ik namelijk al dat het tijd werd om de boetes af te schaffen. En dat dat ook kon. De eerste bibliotheken die het durfden waren de Bibliotheek Rivierenland en Biblioplus. We schrijven dan het jaar 2012 waarin deze dappere bibliotheken het voortouw namen. 

Steeds meer bibliotheken schaften de boetes af. Omdat boetes ervoor zo
rgden dat af en toe ouders het abonnement van hun kind kwamen opzeggen na een paar vervelende boetes. Tja, dat is natuurlijk het paard achter de wagen spannen. Boete geïnd, kind kwijt. En ook zagen bibliotheken dat bijna iedereen altijd netjes een boek terugbrengt en als het al te laat is, dan vaak net een paar dagen te laat. Geen onwil maar net gemist. En met digitale oplossingen als een inleverattendering of een attendering als een ander het gereserveerd heeft is dat vrij eenvoudig op te lossen. 

En dus steeg het aantal boetevrije bibliotheken na 2012 snel. In 2026 is er in meer dan 90% van alle gemeenten een vorm van boetevrij lenen mogelijk en bij ruim de helft van alle gemeenten geldt dat voor iedereen die van de bibliotheek gebruikt. Kijk maar eens naar onderstaande grafiek.

Meer dan 90% van de inwoners kan kiezen voor een boetevrije bibliotheek


De groei tellen we op drie manieren: naar bibliotheekstichtingen, naar gemeenten en naar inwonertal. Dat deed ik in het begin omdat er toen nog wel iets verschil in zat.  Een verschil dat je nog steeds deels terug ziet. In 2026 heeft 89% van de bibliotheken over naar een vorm van boetevrij. Die bibliotheken zijn actief in ruim 94% van de gemeenten en die vertegenwoordigen 95% van de inwoners.

Opvallend is de snelle groei tussen 2023 en 2026. Want wie kijkt naar de groei tussen 2017 en 2023 kon ook denken dat het aan het afvlakken was. Ik schrijf die groei vooral toe aan extra financiële middelen die beschikbaar zijn gekomen waardoor gemeenten en bibliotheken dit konden realiseren. 

Onderverdeling in boetevrij
Die ruim 90% kent wel een paar 'smaken' in boetevrij. Op de eerste plaats zijn er bibliotheken die volledig boetevrij zijn. Welke abonnementsvorm je ook hebt, niemand hoeft te-laat-geld te betalen. Deze bibliotheken zijn blauw gekleurd in het landkaartje.

Daarnaast heb je bibliotheken die slechts een deel van hun leden geen boete laten betalen. Grofweg zitten daar nog twee mogelijkheden bij: 1) bibliotheken die een topabonnement hebben waarbij tegen extra betaling geen te-laat-geld hoeft te worden betaald en 2) bibliotheken die kinderen geen boete laten betalen. Uiteraard is er ook nog een combinatie van die twee mogelijk. Deze bibliotheken/gemeenten zijn oranje gekleurd in het kaartje.

Als je dat uitsplitst met de laatste onderzoeksgegevens, zie je het volgende. 


Ik ben bij deze onderverdeling even uitgegaan van de uitsplitsing naar inwonertallen. Die komt uit op 95,0% in totaal. 50,6% is daarbij volledig boetevrij is en 44,4% is voor kinderen boetevrij of heeft een pluspakket. Slecht in 5,0% van de gevallen is er nog in alle gevallen sprake van een boete. 

Die 5,0% van de inwoners zit overigens bij 11,2% van de bibliotheekstichtingen. Daaruit kun je halen dat het nog voornamelijk wat kleinere bibliotheekstichtingen zijn.

De laatste bibliotheken zonder boetevrij
In het overzicht dat ik maakte met de VOB staan nog veertien bibliotheekorganisaties. Die veertien organisaties zitten nog in vier provincies: Utrecht, Zuid-Holland, Gelderland en Overijssel. Als ik kijk naar de lijst met bibliotheekorganisaties, zijn het vooral organisaties die het financieel niet al te ruim hebben. Een financieel zetje van de gemeente zou hier dus kunnen helpen. En ik denk dat op een aantal plekken de plannen voor boetevrij ook al in de pijplijn zitten. 

Maar het gaat hard. In de paar weken die Hidde en ik werkten aan het onderzoek moesten we opletten of er niemand overstapte. En verrek, de bibliotheek Wijchen, gestart per 1 september naar boetevrij veranderde van kleur tijdens het onderzoek. En begin volgend jaar stapt Den Haag bijvoorbeeld over op Boetevrij. De laatste hele grote bibliotheek die dat doet. 

Met andere woorden: iedereen is in beweging. Het lukte de ene eerder dan de andere. Een kwestie van tijd (en geld) dus. En oja, opvallend is ook dat alle bibliotheken die ooit begonnen aan boetevrij dit nog steeds handhaven. Niemand krabbelt dus terug. Niemand ziet dus een reden om het terug te draaien.

Hoeveel geld ging er om in boetes?
Dat cijfer is niet landelijk bekend. In de financiële cijfers die uit worden gevraagd voor de gegevenslevering wordt gevraagd om het totaal van inkomsten van gebruikers.  Een oude stelregel was dat het 2% tot 3% van een bibliotheekbegroting was. Tot een aantal jaar geleden zou dat zo'n € 10 miljoen op jaarbasis zijn geweest. Minder dan een euro per inwoner. 

Twee trends: gratis lidmaatschap en boetevrij;  drempelvrije toegang tot een basisvoorziening
Boetevrij gaat nooit meer weg en wordt een de facto standaard. En daar achteraan zien we in bibliotheken allerlei vormen van gratis lidmaatschap voor volwassen. Ook daar publiceerde ik met Hidde Stobbe van de VOB in het voorjaar nog een overzicht van.  Beide stappen passen bij de herpositionering van het lidmaatschap van bibliotheken. Sterker: ze passen bij de bibliotheek als basisvoorziening waarvoor geen drempels zouden moeten gelden. Daarbij kantelen bibliotheken van een distributiemodel voor boeken en andere media naar communitymodel rond een leven lang ontwikkelen. Wie daar meer over wil weten, kan nog eens bij dit artikel uit 2020 verder kijken. 

Trots
Het begon met een artikel in 2009. Eerste bibliotheken in 2012. En nu een de facto standaard waarbij ruim 90% een vorm van boetevrij heeft en meer dan de helft een vorm van gratis abonnement voor volwassenen. Waar ik trots op ben is dat bibliotheken in deze periode het aandurfde om een experiment aan te gaan met het meest kostbare dat ze hebben: de verbinding met inwoners in de vorm van het abonnement. We wisten wat we hadden en we wisten niet zeker wat we kregen. Dank aan al die dappere bibliotheekdirecteuren, specialisten, medewerkers en vrijwilligers die mee gingen in dat avontuur. 

En zijn we klaar?
Nee, nog lang niet.

Weten we dat we het kunnen?
Het antwoord is volmondig ja.


----------

Het dossier Boetevrij / achtergrondinformatie en verantwoording van het onderzoek

Het dossier
In 2009 schreef ik voor het eerst over de mogelijkheid dat een bibliotheek zonder boetes mogelijk moest zijn. Op 1 april 2012 was het Biblioplus (Boxmeer en omgeving) de eerste bibliotheek die bij wijze van pilot startte met een boetevrije bibliotheek. De pilot werd in 2013 grondig geëvalueerd waarna het blijvertje werd in deze bibliotheek. Op 1 januari 2014 startte de Bibliotheek Rivierenland - net voor het aflopen van de pilot bij Biblioplus - met boetevrij lenen in alle vestigingen. En daarmee waren de eerste schapen over de dam. In het najaar van 2016 volgde de eerste complete provincie die volledig boetevrij werd. Dat was de provincie Groningen. 

In november 2017 schreef ik een rapport over de boetevrije bibliotheek. Daarin constateerden we dat het niet de 'rijkste' bibliotheken waren die het invoerden en dat de bibliotheken die startten met volledig boetevrij een doelstelling hadden om 1) het lenen aangenamer te maken voor leden, 2) leden beter vast te houden en 3) om minder tijd en aandacht kwijt te zijn aan dit onderdeel en meer ruimte te maken voor programma's van de bibliotheek. Toen werd geconstateerd dat doel 1 en 3 goed gehaald werden maar dat het tweede doel (leden vasthouden) nog niet goed te meten was. 

Medio 2019 deed ik een update van het aantal boetevrije bibliotheken. In het najaar van 2019 deed ik een  update van het onderzoek van 2017 en heb ik gekeken of toen al meer bekend was over de lange termijnuitkomsten. Uit dat onderzoek bleek dat 1) bibliotheekdirecteuren nog steeds enthousiast waren over de invoering van boetevrij en dat het ze ruimte gaf om te vernieuwen en 2) dat het nog steeds lastig is om dat cijfermatig te onderbouwen. 

Het onderzoek

Het uitzoeken van welke bibliotheek wel of niet boetevrij is, en zo ja, op welke manier, is klus die veel tijd en aandacht vraagt. Er is geen centraal overzicht waar dit bijgehouden wordt. Sinds 2014 houd ik zelf dit overzicht bij. Voor de opzet van het overzicht van 2026 kreeg ik hulp van de VOB in de persoon van Hidde Stobbe. Hij controleerde alle websites en maakte een nieuw overzicht. Daarbij is met name heel zorgvuldig gekeken naar bibliotheken die nog niet boetevrij zijn. Sommige bibliotheken zeggen bijvoorbeeld dat je nooit meer boete hoeft te hebben door de melding van een inleverattendering maar hanteren toch nog boetes. Soms is het dus nog best lastig om er achter te komen. Voor inwonertallen en gemeenten hebben we ons gebaseerd op de opgave van de op dat moment meest recente WSOB-cijfers, die over 2024.  

Wat ik allemaal maar wil zeggen: we hebben ons uiterste best gedaan een zo goed mogelijk overzicht te geven. En toch kan er een foutje in staan. Mocht dat zo zijn, laat het mij weten en dan verander ik dat natuurlijk met alle liefde. 

dinsdag 15 september 2026

De miljoenennota 2027 en de vraag die uw ambtnaar kan gaan stellen...

Prinsjesdag! En de miljoenennota. En natuurlijk duiken we daar even in. Want in de wandelgangen werd al gefluisterd dat de extra middelen voor bibliotheekwerk nog niet overgaan naar het algemene gemeentefonds maar nog een jaar een decentralisatie-uitkering blijven. Dat betekent dat het geld nog een jaar extra gelabeld blijft voor bibliotheekwerk. Maar het kan bij ambtenaren ook tot de verkeerde conclusie leiden dat het incidenteel geld is. Ik leg hieronder uit wat je moet zeggen als bibliotheekdirecteur als dat gebeurt. 

Welkom bij het balletje, balletje tussen ministeries waar je makkelijk het spoor bijster kunt raken. Houd het hoofd koel en lees mee.

De bijlage bij de miljoenennota 

Ok daar gaan we. De afgelopen twee jaar hadden gemeenten al een dentralisatieuitkering voor bibliotheekwerk. € 2,95 per inwoner met een minimum van € 100.000,- per gemeente. Die regeling wordt nog een jaar voortgezet omdat de wetswijziging van de bibliotheekwet nog niet is afgerond. En dus vind je op pagina 268 in de algemene toelichting bij de miljoenenota het volgende staatje over de bedragen die naar het gemeentefonds gaan.


Een overijverige ambtenaar van de financiële afdeling - die het dossier niet kent - zal zeggen dat dit eenmalig geld is. En toegegeven, de toelichting op pagina 269 van de bijlage helpt niet echt. Daar staat namelijk dit.

Dit laat niet doorschemeren dat er structureel geld komt. Maar wie goed leest, ziet dat het geld overgeboekt is vanuit de begroting van het ministerie van OCW. Je moet voor de structurele middelen overschakelen naar de begroting van dat ministerie. Daar zit dat nog vast. Daar zal ik zo ook het voorbeeld van geven. 

Maar ook in de toelichting bij de miljoenennota vind je het nog terug. Maar wel een heel eind verder dan het vorige staatje. En daar was die overijverige ambtenaar al afgehaakt. Het is op pagina 310 van de toelichting op de miljoennota, waar je vervolgens nog een tekst met een toelichting op de cultuurbegroting. En daar wordt het volgende gemeld. 

En daar leest u dat er nog extra middelen op de OCW-begroting staan die de komende jaren nog naar het gemeentefonds moeten. Het structurele geld zit dus nog bij OCW. 

Dus op naar de begroting van het OCW!

De begroting van het ministerie van OCW

De bijlage bij de miljoenennota was ruim 400 pagina's, die van het ministerie van OCW net geen 200. Een stuk overzichtelijker dus. En op pagina 110 van deze begroting, kom je onderstaande staatje tegen met bedragen voor bibliotheekwerk voor de komende jaren. 


En dan zie je dus dat het bedrag voor bibliotheekwerk in 2028 plotseling met € 62 miljoen stijgt. En dat is precies het bedrag dat in 2027 werd toegevoegd als decentralisatieuitkering voor het gemeentefonds. Als de wetswijziging met de zorgplicht dus door de Kamer is zal in de volgende begroting alles worden overgeboekt naar het ministerie van Binnenlandse zaken en die zal het toevoegen aan het gemeentefonds. 

Met andere woorden: de middelen zijn dus structureel geregeld. 

De bedragen die erbij horen

Wat betreft de middelen voor 2027: het minimumbedrag wordt € 105.000,- of € 3,05 per inwoner. Meer dus dan het was. Die bedragen moeten in de september-circulaire die een dezer dagen uitkomt, bevestigd worden. Dat bedrag wordt ook doorgetrokken in volgende jaren (inclusief indexering in het gemeentefonds). Nee, dat staat niet in de begroting maar dat kun je weer halen uit de vraagbeantwoording bij de wetswijziging die ik op deze plek een paar weken geleden behandelde. 

De bedragen per gemeente staan in de septembercirculaire voor gemeenten op pagina 87. Die tabel begint zo.


Nou, met dit dossier kunt u de hele puzzel leggen en alle vragen beantwoorden die u mogelijk kunt krijgen van een overijverige financiële ambteraar. Ik geef toe, het lijkt op balletje-balletje maar hier zijn ambtenaren echt bezig met een knap staaltje werk voor bibliotheken. 

Zo, bent u weer bij. Kunnen we ons weer met echt werk bezig houden.

zondag 13 september 2026

Bibliotheek meest bezochte instelling van Nederland

De afgelopen week kwamen de jaarcijfers van bibliotheken over 2025 uit. Mooie cijfers die op alle fronten een groei lieten zien: meer locaties, meer leden, meer bezoekers en meer (deelnemers aan) activiteiten. De sector glom weer van trots. En terecht: want dit heeft de sector goed voor elkaar. De bibliotheken hebben er veel werk aan en de KB brengt het geweldig samen, maar het brengt ons ook veel goeds. 

En natuurlijk ga ik in de komende tijd weer veel doen met die cijfers: er komt weer een staat van het bibliotheekbestel, de provinciale atlas van bibliotheekwerk zal ik weer maken en tegen de Kerst natuurlijk de lijstjes van bibliotheken. 

Een grafiek die ik al een paar jaar niet meer gemaakt had was die van de bezoekers zoals hierboven. En zoals u ziet, blijven bibliotheken de meest bezochte instelling van Nederland.

Perceptiekloof tussen bibliotheken, casino's en voetbalstadions
U en ik weten dat bibliotheken goed bezocht worden. Toch is dat voor velen nog een klein geheim. Dat noemen ze de perceptiekloof: het lijkt klein maar in werkelijkheid is het groter dan gedacht. Of andersom. Want als  je vertelt dat je een organisatie bent met 1.280 locaties, 3,8 miljoen leden en... bijna 60 miljoen bezoekers, blijkt die kleine bibliotheek in een dorp ineens onderdeel van een heel groot geheel. 

Met andere woorden: als je iets organiseert bij een bibliotheek heb je altijd publiek. Dat maakt samenwerken met een bibliotheek natuurlijk ook bijzonder interessant. De top-3 voor bibliotheken met bezoekersaantallen zijn de OBA (4,3 miljoen), Rotterdam (2,4 miljoen) en Den Haag (2,2 miljoen).

Bibliotheken worden dus vaak onderschat. Ook casino's - die heb ik hier maar eens toegevoegd - kennen dit effect. Die krijgen met 5,3 miljoen bezoekers per jaar - aan alleen al Holland Casino - bijna net zoveel bezoekers als alle voetbalstadions. En voetbalstadions worden dan weer altijd te hoog ingeschat, hoewel die maar 10% van de bezoekersaantallen van bibliotheken halen, zo'n 6,1 miljoen bezoekers. Daarbij zijn Ajax, Feyenoord en PSV samen alleen al voor 2,4 miljoen bezoekers zorgen. De OBA met 4,3 miljoen bezoekers heeft ruim vier keer zoveel bezoekers als de Johan Cruijffarena. Maar toegegeven die voetbalstadions maken wel meer herrie.

Post-corona
De verhouding tussen de partijen maakt elkaar ten opzichte van 2019 en 2023 - de jaren waarin ik eerder dit overzicht maakte, niet zo heel veel. Wel zie je dat bijna iedereen nog moeite heeft om de cijfers van voor de coronaperiode te overtreffen.  

Musea, theaters en poppodia zijn, net als bibliotheken, nog niet of nog maar nauwelijks op het niveau van voor corona. De musea haalden in de afgelopen jaren wel de bioscopen maar ook zij zijn nog niet terug op het niveau van voor corona. Toen tikten ze 34 miljoen bezoekers aan en nu nog maar ruim 30. Poppodia groeien goed maar wel naar hun omvang. Dus de stijging zit in honderdduizenden en niet in miljoenen. Wel knap werk. 

Attractieparken zijn wel ruim boven hun bezoekersaantal van voor corona. Voor corona stonden ze op 21 miljoen, nu op ruim 27 miljoen. Dat is vooral te danken aan koploper De Efteling die flink investeerde in nieuwe attracties. 

Een mooi rijtje
Toch is dit een mooi rijtje naast elkaar. De culturele instellingen als bibliotheken, musea, theaters en poppodia zijn met elkaar groter dan de attractieparken, voetbalstadions en casíno's. Een mooi beeld dat de culturele instellingen breed gewaardeerd en gebruikt worden naast instelling voor een algemener vermaak. 

Niks groter dan de bibliotheek?
Is er dan niks groter dan een bibliotheek. In een vorig blogje haalde ik al aan dat de kerk, de moskee of  een andere religieuze instelling in Nederland wellicht nog dicht tegen de bezoekersaantallen van de bibliotheek aan kan komen.  Er zijn alleen geen officiële cijfers van en onze lieve Heer heeft geen teller bij de deur. Ik vroeg AI of deze toch een berekening kon maken van het aantal bezoekers aan religieuze instellingen. Het antwoord daarop was: '12% tot 13% van de bevolking vanaf 15 jaar regelmatig (minstens één keer per maand) een religieuze dienst. Hoewel je uit dit percentage met een wiskundige formule een schatting kunt maken van het totale aantal kerkbezoeken per jaar, is het in de praktijk zeer complex en onnauwkeurig om hier een exact aantal bezoekers uit af te leiden.' 

Toch geeft AI dan een berekening en die komt uit op ongeveer 60 miljoen bezoekers per jaar. Ongeveer gelijk aan bibliotheken dus.

Heer der wetenschappen...


Bovenstaande gebed kreeg ik ooit toegestuurd door Jos Debeij. Mocht u als bibliotheekdirecteur toch nog tandenknarsend naar die bezoekersaantallen van de kerken en moskeeën kijken, dan rest u slechts bovenstaand gebed tot de Allerhoogste. "Moge de bibliotheek bewaard worden voor brand en in de toekomst passend worden uitgebreid...." Het komt uit een oud missaal met gebeden. En daar was er dus ook één voor de inzegening van een nieuwe bibliotheek. Het zal bij oude bibliotheken met een Katholieke oorsprong - vooral in het zuiden van het land - begin vorige eeuw nog wel eens gebruikt zijn. 

Wie naar het rijtje met bezoekersaantallen kijkt, zou zomaar kunnen vermoeden dat menig bibliotheekdirecteur of de directeur van de VOB dit gebed ook inderdaad gepreveld heeft in de afgelopen jaren.... 

Hard werken
Gekkigheid. Een glimlach op het gezicht door de nieuwe cijfers. Het gebed ten spijt, wij weten allemaal dat het gewoon hard werken is. Maar met succes. En dat geldt ook voor onze collega's bij musea, theaters en poppodia. De culturele sector als geheel zorgt voor veel bezoek en daarbinnen is de bibliotheek veruit de meest bezochte instelling van Nederland!

En nu snel weer aan de slag... want er wachten, eh, bezoekers.

zondag 6 september 2026

De vijf dossiers waar het bibliotheekwerk dit najaar mee te maken heeft

Nu u allemaal weer terug bent van vakantie, de kinderen naar school en de agenda's weer gevuld, maak ik de balans maar weer eens op. Welke dossiers gaan in het najaar van 2026 nog aan de orde komen? Ik legde mijn oor weer te luister in de wandelgangen en geef u een update van wat we nu weten. 

Het komende half jaar - nou ja, nog vijftien weken tot de Kerst - worden historisch beloof ik u. Want de wetswijziging zal in de Kamer komen en dat betekent dat we heel dicht tegen een heuse zorgplicht voor het bibliotheekwerk gaan komen. 

Lees mee hoe dit historische kwartaal waarschijnlijk vorm gaat krijgen. Want er zijn nog een paar dossiers meer. 

Dossier 1: Bibliotheekwet

De komende week komen naar verwachting de nieuwe WSOB-cijfers. Ik verheug me erop. Ik hoop dat we daar de eerste landelijke effecten gaan zien van het gratis lidmaatschap boven 18 en dat bezoekerscijfers opnieuw gestegen zijn. Het zal het goede werk van bibliotheken. 

En voor bibliotheken wordt dit ook een historich najaar door de bibliotheekwet. Toen ik de vorige update schreef was net het advies van de Raad van State terug over de wetswijziging. Dat advies luidde min of meer dat dit een wetswijziging was die een tien met een griffel verdiende. Een zogeheten dictum A. Het stuk is naar de Kamer gegaan en er vond een internconsultatie plaats voor de Algemene Maatregel van Bestuur voor de gemeentelijke meerjarenplannen.

Net voor de zomervakantie werd het zogenaamde schriftelijke debat met de Kamer afgerond. Daar schreef ik vorige week over. Uit die vraagbeantwoording kon je vooral aflezen dat de staatssecretaris stevig vasthoudt aan het decentrale stelsel waar de gemeente de leidende partij is en blijft voor de invulling van het bibliotheek. Belangrijk nieuws was wel dat de rijksbedragen verhoogd worden per 2027. Het zou € 100.000,- per gemeente als minimum zijn en € 2,90 per inwoner maar het wordt minimaal € 105.000,- en € 3,05 per inwoner. Direct na Prinsjesdag zal dit voor gemeenten in de circulaire staan. En er wordt gefluisterd dat het nog een jaar een decentralistatie-uitkering blijft en nog niet overgeheveld naar het algemeen gemeentefonds. Dat gebeurt dan een jaar later en dat past bij het volgende.

Vraag is nog wel hoe ver we in 2026 komen. Behandeling in de Tweede Kamer lijkt iedereen nog wel te doen. Maar of we ook de Eerste Kamer halen en daarmee afhandeling van de behandeling van de wetswijziging, achten velen twijfelachtig. En daarmee lijkt de invoering op 1 januari 2027 niet haalbaar. Het zou dan bijvoorbeeld 1 juli 2027 kunnen worden. 

Krijgen we nog vuurwerk bij de afhandeling van Bibliotheekwet? Ik vermoed van niet. Hoewel? Kijk nog even bij dossier 3 over het gratis lidmaatschap. Dat gaat behandeling en voortgang niet in de weg staan. Er is breed draagvlak voor de bibliotheek en zelfs als dit kabinet zou vallen, zal de behandeling doorgang vinden. Want controversieel is het allerminst. 



Dossier 2: Handreiking VNG en streefwaarden (voorheen normenkader)

Een dossier dat ogenschijnlijk al een tijdje stil staat is dat van de handreiking die door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten beschikbaar moet komen en die door KWINK gemaakt is. Er circuleerden al concepten maar het VNG heeft besloten pas een handreiking uit te brengen als de wet definitief is. Die gaan we voorlopig dus nog niet zien. 

Wel heeft de provincie Gelderland al het initiatief genomen om een voorlopig format vrij te geven voor een gemeentelijk meerjarenplan. Dat format hebben ze eveneens laten opstellen en KWINK heeft hier gebruik gemaakt van de handreiking die ze zelf in concept al geschreven hadden en waarbij naast de provincie ook VNG Gelderland betrokken was.  Let op: dit is dus een format dat nog niet op de definitieve wetswijziging of defnitieve handreiking is gebaseerd. Vandaar ook het voorlopige karakter. 

Dan de streefwaarden, voorheen het normenkader. Dat kader met streefwaarden is bedoeld om gemeenten uit te dagen meer ambitie te tonen met bibliotheekwerk.  Die streefwaarden zijn nog nergens officieel gepubliceerd. Officieus kun je ze hier op mijn website vinden. Sinds voorjaar 2024 circuleren deze waarden al. 

In de wandelgangen hoor je dat deze streefwaarden nog een update krijgen. Vooral om bedragen weer aan te passen naar deze tijd omdat er inmiddels door inflatie en indexering alweer hogere bedragen in moeten staan. De streefwaarden zullen een plek krijgen in de nog te publiceren handreiking van VNG en zullen geen onderdeel zijn van de wet en zijn dus niet afdwingbaar. 

Dossier 3: Onderzoek naar gratis bibliotheekabonnementen

In het voorjaar is er veel voortgang geboekt op dit dossier. Het ministerie maakte  in maart het AEF-rapport bekend 'Toegang zonder drempels' dat al lang verwacht werd. Het rapport laat zien, welke effecten zijn te verwachten van verschillende vormen van gratis en automatisch lidmaatschap. Daarnaast publiceerden de VOB samen met Rijnbrink een nieuwe overzicht van gemeenten met een vorm van gratis lidmaatschap.  De staatssecretaris stuurde het rapport met een brief naar de Kamer waarin ze zei dat ze blij was met de initiatieven maar dat ze nog onvoldoende zicht had op de impact en dat ze ook geen geld had voor landelijke invoering. 

Is de kous daarmee af? Nee. Kamerlid Mohandis van PRO heeft een amendement ingediend op de bibliotheekwet waarin hij vraag om de leeftijd van het gratis bibliotheeklidmaatschap te verhogen van 18 naar 27 jaar. De crux voor dat amendement zal liggen in de hoogte van de kosten voor landelijke invoering en een potje met geld dat nodig is om het te realiseren. U kunt zich dus voorstellen dat er op dit moment rekensommetjes gemaakt worden om te kijken wat dat bedrag zou moeten zijn en dat nagedacht wordt over een slim antwoord op de vraag hoe deze kosten te dekken.

Kortom, dit dossier loopt nu gelijk op met de behandeling van de bibliotheekwet in dossier 1.  En ondertussen blijft dit lokaal natuurlijk gewoon doorgroeien. Zoals altijd is een wettelijke borging iets dat vooral bevestigt wat al op heel veel plekken gebeurt. Het komt dus een keer. Ik ben er zeker van. Nu of straks. 

Dossier 4: Wettelijke borging IDO’s

Vorig jaar dreigde er plotseling een bezuiniging op de Informatiepunten Digitale Overheid, de IDO's. Dit omdat het financieringsvehikel, de zogenaamde SPUK, werd afgeschaft en de middelen werden overgeheveld naar een decentralistatie-uitkering. De landelijke overheid deed bij alle regelingen die hieronder vielen een korting van 10%. De Kamer heeft vorig jaar een heel jaar gevochten om dat van tafel te krijgen. Dat is gelukt. 

De IDO's kenden met die SPUK-regeling een wettelijke borging omdat ze een soor zijlijn waren van de  Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer. Door het vervallen van de regeling per 1 januari 2026 zitten de IDO's in een juridisch vacuüm. Daar wordt op dit moment nog naar gekeken maar haast wordt er zeker niet gemaakt. Op 10 juli 2026 stuurde staatssecretaris Eric van de Burg hier nog een brief over naar de Kamer. 

Over de wettelijke borging zegt hij daar:
'Daarnaast onderzoek ik of op termijn een wettelijke verankering mogelijk is van de regierol van gemeenten bij het bieden van laagdrempelige en empathische ondersteuning. Wetgeving is een mogelijke oplossing, maar niet de enige om de doelstellingen op het gebied van overheidsbrede dienstverlening te behalen. Het is daarom van belang om dit traject zorgvuldig, met alle betrokken partijen, te doorlopen.'
Naast de IDO's lopen tal van pilots voor Overheidsbrede Dienstverlening. Daarbij worden (betaalde) ambtenaren ingezet die ook daadwerkelijk zaken mogen regelen voor de overheid. Dat gaat dus verder dan de IDO-dienstverlening waar je wel geholpen kan worden met formulieren maar waar geen beslissing namens de overheid mag worden genomen. Als je dit een beetje wil optuigen gaat dit voor het ministerie nog wel wat betekenen, ook financieel. En ja, die IDO's zitten al op ruim 800 punten en kennen een mooie mix van professionals, partners en vrijwilligers. En die doen dat voor een paar rotcenten. Van de Burg lijkt een beetje te gokken op dat dit naast elkaar en door elkaar moet gaan bestaan. Of dat gaat werken weet hij pas als hij meer weet over de pilots die nu lopen. Een klassiek gevalletje "tijd kopen" en "wedden op twee paarden" lijkt me.  

Dus nee, op dit dossier gaan we niet veel voortgang zien het komende half jaar. En ja, de basisfinanciering is op dit moment geregeld. Overigens ligt er en nog een claim uit een KPMG-rapport dat het ministerie in 2024 zelf had laten opstellen. Dat rapport stelde dat de IDO's er nog flink geld bij moesten krijgen. Hoor je niemand meer over.

Dossier 5: Extra middelen Bibliotheek op school en Boekstart

De komende week, ik dacht dinsdag, worden de nieuwe PISA-cijfers bekend. Het PISA-onderzoek is in Nederland vooral bekend omdat elke twee jaar hieruit blijkt dat kinderen weer slechter zijn geworden in lezen. En de kans is nagenoeg 100% dat dat dit keer weer geval zal zijn. U snapt wat er gebeurt: er gaan weer een noodklok geluid worden over de kwaliteit van het leesonderwijs. 

De Bibliotheek op school en Boekstart, die verankerd worden in artikel 8 van de bibliotheekwet, zijn de komende decennia dus bitterhard nodig. En dit wordt ook een  dossier dat dit najaar toch echt moet gaan lopen: een structurele regeling voor de Bibliotheek op school en Boekstart! In de zomer van 2025 werd bekend dat er € 50 miljoen structureel beschikbaar komt voor Bibliotheek op school en Boekstart. Daarbij is € 25 miljoen gereserveerd voor het onderwijs en € 25 miljoen voor bibliotheken. Voor 2027 was een aanloopbedrag van € 19 miljoen gereserveerd maar doordat men iets gaat schuiven met bedragen zal er ook vanaf 2027 een bedrag van ongeveer € 25 miljoen beschikbaar zijn. 

Hoe krijgen bibliotheken dat geld? Dat zullen ze moeten aanvragen bij DUS-I en dus niet meer bij Stichting Lezen waar alle tijdelijke middelen tot nog toe mochten worden aangevraagd. Officieel is er nog niets bekend over die regeling. De verwachting is dat de inhoud van de regeling pas officieel bekend wordt in november en dat de aanvragen voor 2027 pas in het voorjaar van 2027 kunnen worden ingediend. Met andere woorden: voor 2027 zullen bibliotheken pas heel laat weten waar ze aan toe zijn. 

Weten we dan helemaal niks? Nee, ook hier wordt wel gefluisterd in wandelgangen. Daar circucleert een bedrag van € 7,- naar rato van het totaal aantal inwoners van 0 - 18 jaar. Daarbij wordt een minimumbedrag genoemd van € 60.000,- per jaar per bibliotheekorganisatie. Een nadrukkelijke disclaimer: dit is de wandelgang en nog geen officieel nieuws. En er zit nog wat tijd tot november. Maar als ik bibliotheekdirecteur was, hield ik indicatief hiermee rekening voor 2027 en volgende jaren. Structureel dus!

Bibliotheken moeten het geld zelf aanvragen. Het geld zal besteed moeten worden aan samenwerking met scholen en kinderopvang door inzet van leesmediaconsulenten. De incidentele regelingen die we tot nu toe kenden, kenden een bredere bestedingsmogelijkheid. Als ik het goed begrijp mag je hiermee ook bestaande leesmediaconsulenten betalen (of verder opleiden). Daarmee zou je dus de incidentele middelen kunnen laten overgaan in de structurele financiering. 

Is dat alles? Nee, want deze regeling biedt zeker mogelijkheden. Zeker in een mix met middelen die de scholen ook krijgen via de structurele financiering van basisvaardigheden. De kunst is dus om de middelen die via DUS-I lopen te matchen met middelen die scholen krijgen. Verleiden dus! En om vervolgens met die samenwerking ook de gemeente uit te dagen nog een extra stap te zetten. En andersom kan natuurlijk ook: eerst de gemeente vragen een extra stap te zetten en daarna scholen uitdagen om mee te doen.

Tot slot zal er in het najaar nog één keer een regeling komen via de Stichting Lezen. Die zullen nog een extra impuls uitzetten van naar verwachting € 5 miljoen voor kinderopvang en beroepsonderwijs. Die regeling zal nog dit jaar open gaan.


Een nieuw dossier en een historisch najaar

Zo volg ik al een tijdje deze vijf dossiers. Het gaat nooit sneller dan verwacht maar we naderen wel een historisch kantelpunt. Daarover zo meer. Want veranderen die vijf dossiers nooit, komt er nooit eentje bij of gaat er nooit eentje af? Nou, ik vermoed dat er in het komende jaar een dossier bij gaat komen. Dat dossier heet Weerbaarheid en heeft alles te maken met crisissituaties in onze samenleving. Denk dan aan hitteplannen, energiearmoede en warme plekken en voorbereiding op oorlogssituaties met noodsteunpunten. Op lokaal niveau zijn een aantal bibliotheken daar al actief mee en zeker gemeenten maken nu beleid. Het zou best eens kunnen dat daar - net zoals met de IDO's - ook wat landelijke regie bij komt kijken. Ook weer een mix van overheden dus. Dat onderwerp gaan we maar eens wat nauwlettender volgen. 

Dan terug naar dat historische kantelpunt. Tja, als je het zo op een rijtje zet, speelt er altijd veel. En dit is nog maar de samenvatting op een beperkt aantal dossiers. Ik loop zelf al lang mee in bibliotheekwerk. Dat geeft me de mogelijkheid om achterom te kijken en te zien welke lange weg er is afgelegd. Na de bankencrisis en eurocrisis tussen 2008 en 2010 brak er een lelijke periode aan voor cultuur in het algemeen en bibliotheekwerk in het bijzonder. Op veel plekken werd bezuinigd. Er waren wethouders die zeiden dat de bibliotheek binnenkort niet meer zou bestaan omdat alles digitaal was. Dat bleek een flinke misrekening. De digitale wereld schreeuwt om bibliotheken waar hulp wordt geboden en waar mensen hun vaardigheden op peil houden.  

Dwars door die rottijd wisten bibliotheken een nieuwe koers te vinden met de maatschappelijk-educatieve bibliotheek. Meer naar buiten gericht, meer samenwerking en een grotere focus op meerdere maatschappelijke thema's. Taalhuizen, IDO's, bibliotheken op school, allemaal thema's die zich terug laten brengen tot het motto van het Nederlands bibliotheekstelsel. En dat motto is: lokaal manifesteren, provinciaal faciliteren en landelijk organiseren. Er staat een krachtig bibliotheekwerk dat klaar is voor de toekomst en dat gaat dit najaar bezegeld worden met een zorgplicht. 

Ik koop alvast een fles champagne voor als de wet door de Tweede Kamer is en noem het alvast een historisch najaar.

En nu, hop, snel aan de slag. Er is veel te doen. Succes.

zondag 30 augustus 2026

Vier punten die u moet weten over de beantwoording van de vragen over de bibliotheekwet

Het was alsof de staatssecretaris het erom deed. Ik was koud op vakantie of ze publiceerde de antwoorden op de 212 vragen die waren gesteld over de wijziging van de bibliotheekwet. Die antwoorden heten overigens 'Nota naar aanleiding van het verslag' als u het zoekt als u op de link klikt.  Maar met die vragen en antwoorden is het debat over wijziging van de Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen (WSOB) schriftelijk in ieder geval begonnen. In het najaar moet dan het debat met de Kamer plaatsvinden. 

Die 212 vragen over de wijziging van de bibliotheekwet leverden 90 pagina's aan antwoorden op. Die las ik voor u en ik pikte er vier punten uit waarvan ik denk dat u ze wilt weten. Die antwoorden liggen overigens in het verlengde van eerdere episoden die ik schreef.  Deze blog staat dus niet op zich. Wie het hele dossier wil lezen kan terecht bij:
Episode 1: De wijziging van de bibliotheekwet in vijf vragen (oktober 2025)
Episode 2: Het gemeentelijk meerjarenplan voor de bibliotheek in vier vragen (februari 2026)
Episode 3: Rondetafelgesprek wijziging WSOB en samenwerking onderwijs (april 2026)

Punt 1: Hogere rijksbijdrage: € 2,90 wordt 3,05, basisbedrag van € 100.000 wordt 105.000

Het staat verstopt in voetnoten op pagina 39, 47 en 81 van alle vragen maar voor gemeentelijke bibliotheekambtenaren en bibliotheekdirecteuren toch belangrijke informatie: de toegezegde bijdrage van het Rijk gaan nog iets omhoog. De bijdrage die in 2025 en 2026 € 2,95 bedroeg zou in 2027 dalen naar € 2,90. Maar door indexeringen gaat die bijdrage omhoog naar € 3,05 per inwoner. En dat bedrag zal blijvend geïndexeerd blijven omdat het in het gemeentefonds meegaat. 

Daarnaast was er een minimale bijdrage van € 100.000,- en die wordt € 105.000,- per jaar.

De gemeentebegroting en de subsidieaanvraag kan hier dus op aangepast worden. De bedragen zullen in de septembercirculaire (direct na Prinsjesdag) zichtbaar worden.

Punt 2: Lokale context bepaalt bibliotheekwerk; staatssecretaris volgt de cijfers

De vraagbeantwoording geeft op heel veel plekken aan dat gemeenten zelf echt aan zet zijn om te bepalen wat goed bibliotheekwerk is. Er wordt veel gevraagd waar men nu aan moet voldoen? Het antwoord is dat er geen mal is en geen strenge normen waar gemeenten zich aan kunnen vasthouden. Veel discussie is er bijvoorbeeld over het begrip 'redelijke afstand' tot een bibliotheekvoorziening. Wat is die redelijke afstand? Is dat één kilometer, twee of vijf kilometer?

Om te illustreren hoe je daar naar moet kijken en hoe dus gemeente aan zet is, laat ik hier het antwoord van de staatssecretaris zien op die vraag:

"Of het aanbod aan bibliotheekvoorzieningen binnen een gemeente of openbaar lichaam binnen redelijke afstand toegankelijk is, hangt af van de lokale context, dat wil zeggen van demografische en geografische kenmerken van gemeenten en openbare lichamen waaronder de oppervlakte en het aantal inwoners, plus sociaal-maatschappelijke factoren. Alle gemeenten en openbare lichamen moeten in het meerjarenplan toelichten hoe zij de zorgplicht invullen en hoe zij, rekening houdend met bovengenoemde lokale context, voorzien in een aanbod van bibliotheekvoorzieningen, dat als geheel binnen redelijke afstand voor de inwoners toegankelijk is.  Om ruimte te bieden om met de lokale context rekening te houden is in het wetsvoorstel en in het concept-Besluit stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen bewust niet gekozen voor een feitelijke definitie in absolute termen van het begrip ‘redelijke afstand’"

In simpel Nederlands: de gemeente bepaalt zelf wat een redelijke afstand is. De gemeente bepaalt de norm. Niemand anders. Eén van de partijen vraagt de staatssecretaris of de gemeenten wel te vertrouwen zijn met zoveel beleidsvrijheid. Het wordt in iets andere bewoordingen gevraagd maar daar komt het wel op neer. De staatssecretaris antwoordt daar met keurige bewoordingen op met: 

"Doel van de wetswijziging is een verdere versteviging van het bibliotheekstelsel in de komende jaren. In de samenleving is breed enthousiasme en draagvlak voor bibliotheken. Gemeenten én bibliotheken staan positief tegenover de komst van een zorgplicht. Het bibliotheekstelsel is een decentraal stelsel waarbinnen overheden op basis van vertrouwen met elkaar samenwerken. De regering opereert binnen dit kader en zal regelmatig de balans voor het stelsel opmaken."

 De zin 'Het bibliotheekstelsel is een decentraal stelsel.' of zinnen van gelijke strekking komen negen keer voor in de hele beantwoording en is daarmee het meest gebezigde inhoudelijke thema. En dat onderstreept wat ik hierboven al zei: het is de gemeente die bepaalt wat goed bibliotheekwerk is. 

Hoe gaat de staatssecretaris dan toch de gemeenten volgen en ingrijpen als het nodig is? Daarover wordt aangegeven dat er twee middelen worden ingezet. Op de eerste plaats zal de staatssecretaris via de gegevenslevering jaarlijks volgen hoe het bibliotheekwerk zich ontwikkeld. Daarbij zal ze specifiek letten op 1) het aantal en de verschillende soorten bibliotheekvoorzieningen, 2) het bereik en het gebruik van de bibliotheek en 3) omvang van de gemeentelijke financiële bijdrage. Ze geeft aan dat ze op al deze punten een stijging verwacht. Dus meer voorzieningen, meer bezoekers, activiteiten en leden en meer gemeentelijke subsidie. 

Het tweede punt waar de staatssecretaris wat mee kan is het bestuurlijk overleg waar gemeenten, provincies en de bibliotheekpartners samen om tafel zitten om de voortgang te bespreken. Daar kan ze gemeenten aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Dat is niet hard en daar kun je wat van vinden maar dat is natuurlijk wel precies ons polderlandschap.

Punt 3: Toezicht door de provincie is in de basis risicogericht en niet inhoudelijk

In onze rechtstaat is geregeld dat er bij een zorgplicht door een lagere overheid, de volgende overheidslaag het interbestuurlijk toezicht verzorgd. Dat betekent dat de provincies toezicht houden op de gemeenten waar het gaat om de zorgplicht voor bibliotheken. Die zorgplicht houdt in dat elke gemeente een volwaardige bibliotheekvoorziening binnen redelijke afstand (mede) in stand moet houden en dat de gemeente een meerjarenplan opstelt inclusief meerjarige financieel perspectief. Met die twee vereisten is geregeld dat zowel nu als in de komende jaren goed bibliotheekwerk mogelijk is. 

Mag de provincie ook iets van het bibliotheekwerk vinden bij gemeenten? Nee, dat is niet direct de bedoeling. De staatssecretaris meldt dat dit toezicht 'in beginsel risicogericht is  en in beginsel geen instrument om de kwaliteit van de taakuitvoering van gemeenten te verbeteren'. In eerste aanleg moet een provincie dus vaststellen of er een bibliotheek is en of er een meerjarenplan is. Pas als dat er niet is, is er vanuit interbestuurlijk toezicht een mogelijkheid om in te grijpen. Maar de vaststelling of iets binnen redelijke afstand is, of een volwaardige voorziening is niet aan de provincie maar aan de gemeente zelf. Als de uitleg er maar bij is in het meerjarenplan. 

Kan een provincie meer doen dan alleen vinkjes zetten? Ja, dat kan. En wel op twee manieren. Op de eerste plaats is er een hele escalatieladder in het interbestuurlijk toezicht. Dat begint met een vriendelijk gesprek en een kop koffie om het erover te hebben. Maar als een gemeente duidelijk in gebreke blijft en bijvoorbeeld in het geheel geen bibliotheek in stand houdt kan de provincie de taak van de gemeente overnemen. Dan ben je echt al wel een tijdje verder en ik vermoed dat het nergens zo ver gaat komen.

De tweede manier om toch verder te gaan dan alleen vaststellen dat er een bibliotheek is en een plan  is dat de provincie samen met (alle) gemeenten afspreekt om samen een inhoudelijk traject te volgen. In ons poldermodel komt dat vaak voor. En dat zal zeker in provincie waar de provinciale ondersteuningsinstelling gekoppeld is aan lokaal bibliotheekwerk het geval zijn. Dan praten we over Groningen, Drenthe en Zeeland. 

Maar ook in andere provincies is dat mogelijk maar dan moet je overeenstemming hebben met de gemeenten dat je samen zo'n traject ingaat. Je moet het dus met elkaar eens worden. Dat kan bijvoorbeeld met een bestuurlijk akkoord, een convenant of een samenwerkingsafspraak. In Gelderland is men nu bijvoorbeeld bezig met de voorbereiding van mogelijke afspraken. Dit doet men met een stuurgroep van gemeenten en bibliotheken. Vooruitlopend heeft men daar ook al een format voor een meerjarenplan vrijgegeven waar gemeenten die nu al willen starten mee aan de slag kunnen. De provincie geeft aan dat wie vooruitlopend op de vaststelling van de wet nu conform dat format werkt, de provincie niet tegen zal komen in het toezicht. Dat biedt ruimte om nu al aan de slag te gaan. Overigens gaat dat format verder dan de wetswijziging waarschijnlijk zal voorschrijven. Maar daar is via de stuurgroep dus overeenstemming over. Op provinciaal niveau zal dat zeker gaan verschillen. En dat is ook passend voor de verschillende situaties.  

Overigens zegde de staatssecretaris bij de beantwoording toe dat de gemeenten de meerjarenplannen ook moeten opsturen aan de provincie en dat wordt bij wet geregeld. Dat was nog een kleine fittie tussen de gemeenten en de provincie waar ik niet zoveel van begreep. Hoe ingewikkeld kon dat zijn?

Punt 4: De streefwaarden

Wat uit de hele vraagbeantwoording spreekt, is dat de staatssecretaris een groot vertrouwen heeft in de gemeenten als het gaat om het beschikbaar stellen van de extra middelen en de insteek om het bibliotheekwerk te versterken. Het spel tussen Rijk en gemeenten als het gaat om geld is veel breder dan alleen bibliotheken en dat maakt dat veel gemeenten bredere afwegingen moeten maken dan alleen extra geld geven aan bibliotheken. 

De zorgplicht geeft een ondergrens aan. De kans bestaat dat gemeenten hiermee ook de zorgplicht als basis gaan gebruiken. Als dat gebeurt krijg je een 'race to the bottom'. Dat is gezien de huidige positie van bibliotheken en de serieuze aandacht van bijna alle gemeenten op dit moment niet de verwachting. Maar stel dat we in financieel slecht weer zouden komen dan zou dat natuurlijk kunnen. 

Eerder werd hiervoor een zogeheten 'normenkader' ontwikkeld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Vereniging van Openbare Bibliotheken. Dat normenkader is alweer van naam veranderd en heet nu 'streefwaarden' omdat het geen afdwingbare normen zijn. Die streefwaarden zijn nog nergens officieel gepubliceerd. Officieus kun je ze hier op mijn website vinden. Sinds voorjaar 2024 circuleren deze waarden al. 

De staatssecretaris zegt hierover:

"Lopende de voorbereiding van het wetsvoorstel en de afstemming hierover met betrokken partijen, waaronder de VNG en de VOB, hebben beide partijen besloten in aanloop naar de introductie van het wetsvoorstel met een zorgplicht streefwaarden te ontwikkelen, in eerste instantie aangeduid met de term ‘normenkader’. Het betreft streefwaarden ten aanzien van de gewenste financiering en kwaliteit van openbare bibliotheken, waarbinnen gemeenten worden gecategoriseerd op basis van inwonertallen. Het gegeven dat de zorgplicht een minimale ondergrens bevat, was voor de betrokken partijen een belangrijke aanleiding om tot streefwaarden te komen: partijen willen de streefwaarden gebruiken om gemeenten te stimuleren de zorgplicht ambitieus in te vullen. De streefwaarden zijn niet formeel gepubliceerd en ook nog niet in gebruik, al is het eerdere ‘normenkader’ wel digitaal terug te vinden . De streefwaarden worden overigens niet opgenomen in de Wsob maar worden gepubliceerd in een handreiking voor gemeenten die de VNG in samenspraak met de VOB ontwikkelt."

De handreiking van VNG is in concept ook al enige tijd klaar maar wacht op de afhandeling van de wet in de Kamer. Eerder was al wel geopperd om de concept-handreiking al vrij te geven en later een definitieve versie te maken.  Men wilde toch graag de behandeling in de Kamer afwachten. Tja, voor alles is iets te zeggen. 

Ook bij de streefwaarden geldt dat de staatssecretaris de bal terug legt bij gemeenten: zij hebben de sleutel voor goed bibliotheekwerk en zij moeten overtuigd zijn dat investeren in bibliotheekwerk een investering in de toekomst is.

In de beantwoording werd zijdelings ook melding gemaakt dat er voor provincies en hun zorgplicht ook nog een handreiking komt. 


Op naar de echte behandeling in de Kamer en halen we 1 januauri 2027?

De schriftelijke ronde is geweest. De eerste schijnbewegingen zijn gemaakt. De ambtenaren hebben weer 90 pagina's puik werk geleverd met de beantwoording. Er is veel waardering voor deze wetswijziging bij alle partijen die gereageerd hebben. Dat waren er acht in getal. Ook kun je hieruit aflezen dat deze wetswijziging zeker een meerderheid zal krijgen. Zelfs bij een mogelijke val van het kabinet zal dit naar verwachting niet controversieel worden verklaard. Dat gebeurde bij de vorige val van het kabinet ook niet. 

De vraag is alleen nog even wanneer de wet precies ingaat en wat er nog in het debat met de Kamer gebeurt. Wat betreft planning zal begin september meer bekend worden. De behandeling zal zeker niet voor Prinsjesdag zijn en we hobbelen dus al verder het najaar in voordat de Tweede Kamer aan zet is. En dan nog de Eerste Kamer.
 
Oorspronkelijk zou de wetswijziging ingegaan moeten zijn op 1 januari 2025. Dat is wat toenmalig staatssecretaris Uslu aangaf. Dat station is inmiddels ver gepasseerd. 1 januari 2027 is theoretisch nog steeds mogelijk maar 1 juli 2027 lijkt eigenlijk aannemelijk. Dit datum circuleert informeel ook. Voor de financiële bijdrage vanuit het Rijk maakt het niets uit. Dat is allemaal al geborgd in begrotingen. Hoewel ook wordt gefluisterd dat de overheveling naar gemeentefonds nog een jaar uitgesteld zou kunnen worden en dat het nog een jaar een decentralisatie-uitkering wordt. Het maakt voor de uitvoering niet heel veel uit.

Inhoudelijk is de race zeker nog niet gelopen. Mijn ervaring leert dat bij het sluiten van de markt nog wel een paar afspraken worden gemaakt. Zie de beantwoording dus niet als eindbod. Zo ligt er nog een amendement van Mohandis om het gratis lidmaatschap te verruimen naar 27 jaar. De staatssecretaris is er niet principieel tegen maar heeft er geen geld voor en ziet nog te weinig impact hiervan. Ik vermoed dat het vooral een geldkwestie is. Dus als daar iets slims wordt gevonden, zou het toch nog kunnen. En dat moet je bijna denken dat dit nog een uitruil wordt rond de begrotingsbehandeling. Maar of het punt daarvoor groot genoeg is, is de vraag. En zo zijn er nog wel een paar, weliswaar kleinere punten, die om nadere uitwerking zullen vragen. 

Zo, u bent weer bij met een nieuwe episode in de bibliotheekwet. Dit najaar zal ik er zeker nog een paar keer over schrijven. Op naar episode 5 en 6! Net zolang tot het geregeld is!

Zoals gezegd: wie terug wil lezen kan alle episodes van de wetswijziging hier vinden: