zondag 7 juni 2026

Gooi ze levend overboord! - Hoe boeken weer mijn perspectief verrijkten

'Gooi ze levend overboord!' was de opdracht. Ruim 100 tot slaafgemaakten werden levend in zee gegooid na een barre en bizarre tocht over de oceaan. Onkunde en hebzucht kostte velen op die reis het leven... Over dat verhaal vertel ik zo meteen meer. 

Je bent als bibliothecaris geen knip voor de neus waard, als je niet af en toe een paar boeken aanprijst. En dat ga ik dit keer ook doen. Al vaker heb ik betoogd dat boeken je blik op de wereld kunnen veranderen. Zo las ik een flink aantal jaren geleden de biografie over de Surinaamse held Anton de Kom, geschreven door Alice Boots en Rob Woortman. Toen schreef ik al hoe bedroevend weinig ik eigenlijk wist over Suriname en het slavernijverleden. 

Ik las de afgelopen tijd twee boeken en één rapport over die zwarte bladzijde uit onze geschiedenis. Ik stuitte op het bijzondere boek 'Slavenschip de Zorg van Siddhart Kara dat handelt over een door de Engelsen gekaapt Nederlands slavenschip. Het is een waargebeurd verhaal over een massamoord op slaven midden op zee in 1781. Deze massaslachting zal onbedoeld de lange opmaat zijn naar de afschaffing van de slavernij. Daarover straks meer. Nadat ik dat boek had gelezen, besloot ik alsnog 'Wij slaven van Suriname' van Anton de Kom te lezen.  Het boek is het eerste antikoloniale standaardwerk dat de Surinaamse geschiedenis beschrijft vanuit het perspectief van de onderdrukten. En tot slot las ik het rapport over mijn eigen stad Deventer en het slavernijverleden dat de gemeente in 2023 liet opstellen.

En mijn perspectief veranderde.... En dat perspectief is dat ik me bewust ben dat we in een land leven die verschrikkelijke daden op zijn geweten heeft en dat ik me daar medeverantwoordelijk voor kan voelen. En ik kan voelen waarom daar genoegdoening nodig is. En ja, het is lang geleden en ik had er zelf niet direct deel aan maar ik kan me wel degelijk verantwoordelijk voelen. En dat is alleen omdat ik me verdiept heb in het onderwerp.

Maar stap eens mee in mijn leesgeschiedenis die steeds dichterbij kwam.

Slavenschip De Zorg

Het boek Slavenschip De Zorg leest als een thriller. Het is opgedeeld in twee delen. Het eerste deel handelt over de reis van het schip en het tweede deel over de juridische nasleep. De Zorg was een Nederlands schip dat voor de kust van West-Afrika tot slaaf gemaakten moest laden om die vervolgens in Suriname af te leveren. Het schip wordt gekaapt door de Engelsen die hierdoor plotseling een extra slavenschip hebben. Het schip wordt bemand met een onkundige bemanning en wordt overvol geladen met tot slaaf gemaakten en zet zeil naar Jamaica. 

In november 1781 komt men na veel vertraging aan in de buurt van Jamaica, Tobago is net gepasseerd. Op dat moment ontdekt men dat een deel van het drinkwater aan boord niet goed (genoeg) meer zou zijn. Er is echter nog steeds genoeg drinkwater voor de reis maar er moet dan niets misgaan.  Door een navigatiefout raakt men uit koers wat de reis een stuk langer zal maken. En dan slaat de paniek toe. De bemanning denkt dat er niet genoeg water meer is voor iedereen. Men besluit dan om ruim 100 slaafgemaakten levend overboord te gooien die daarna verdrinken of verslonden door meezwemmende haaien. 

Op 22 december komt het schip aan op Jamaica met nog maar de helft van de slaafgemaakten en een handjevol bemanning. Waarna de slaafgemaakten worden verkocht aan plantagehouders. 

De reis was geen financieel succes. Eén van de eigenaren denkt echter kans te zien om alsnog een financiële klapper te maken door de verzekering te claimen die er was voor de lading van het schip. Wat volgt is een lange rechtszaak. Die rechtszaak krijgt zoveel aandacht dat plotseling het grote publiek te horen krijgt wat er op slavenschepen gebeurt. Onbedoeld is dit een eerste stap naar de afschaffing van de slavernij.

Het beangstigende van het boek is misschien wel dat mensen bereid zijn heel ver te gaan om grote winsten binnen te harken. En wie diep in zijn hart kijkt weet ook dat alle goedkope producten die wij nu willen hebben, betaald worden met slechte omstandigheden op andere plekken in deze wereld. 


Wij slaven van Suriname

Het Slavenschip De Zorg zorgde vooral in Engeland voor veel ophef. En Engeland schafte men in 1807 de handel in slaafgemaakten af en in 1834 de slavernij zelf. Nederland zou pas in 1863 volgen. Niet uit eigen overtuiging maar na internationale druk dat de handel er onder zou leiden. Die afschaffing in 1863 was nog een gemeen ding. Slaafgemaakten waren helemaal niet direct vrij maar moesten nog tien jaar blijven werken in wurgcontracten. En omdat slaafgemaakten niet meer mochten, gingen de Nederlanders inwoners van India 'ophalen' die bereid waren voor een hongerloontje te werken. 

De Kom vertelt in het boek Wij slaven van Suriname over de gruwelijke martelingen die tot slaaf gemaakten ondergingen en die door onze voorouders werden uitgevoerd. En hij hij vertelt hoe hij niets leerde over de geschiedenis van Suriname op school maar wel moest weten waar Leeuwarden lag of Groningen. Of wie Willem van Oranje en wie de graaf Van Egmond. 

Tegelijkertijd is het een boek dat het zelfbewustzijn van de Surinamers zal hebben gesterkt. Het boek werd overigens verboden door de koloniale machthebber - door ons dus - en De Kom werd verbannen naar Nederland (het alternatief was een levenslange gedwongen opname in een inrichting).

De Kom laat zien hoe na de afschaffing van de slavernij de uitbuiting nog decennialang doorgaat en doorwerkt. Dat is schrijnend en pijnlijk om te lezen. In 2018 noemde toenmalig minister Stef Blok Suriname een failed state. Wie Wij slaven van Suriname leest, heeft door dat wij zelf degene zijn die de toekomst van Suriname lange tijd geblokkeerd hebben en hoe pijnlijk dus de uitspraak van Blok is. 

Mijn eigen stad en slavernij


Ik woon in Deventer, een oude Hanzestad. De bloeitijd lag ver voor de VOC en dus heeft die niks met die tijd te maken. Toch? Of is dat toch niet zo? Dat laatste is natuurlijk het geval. In 2022 gaf de gemeente Deventer opdracht om daar onderzoek naar te doen en in 2023 kwam het rapport hierover uit. Ook dat las ik de afgelopen tijd.  In het rapport lees je hoe menig burgemeester van Deventer en tal van rijke mensen investeerden in de VOC en daarmee ook in de slavernij. En de VOC was een grote werkgever. Ruim 1.800 Deventernaren waren in de 18e eeuw in dienst van de VOC reisden naar plekken waar ze met eigen ogen de slavernij zagen. Als ze terugkwamen moeten ze die verhalen verteld hebben. Velen wisten er dus van. 

Ook in de West-Indische Compagnie (WIC) die verantwoordelijk was voor slavenhandel van Afrika naar Suriname investeerde Deventer flink. In 1624 haalde de burgemeester ruim 110.000 gulden op  bij rijken in Deventer om er samen in te investeren. Er werd zelfs driemaal een schip naar Deventer vernoemd. Het derde schip vervoerde ook slaafgemaakten. 

En het komt nog dichterbij als de slavernij wordt afgeschaft. Dan volgt namelijk compensatie. Nee, niet voor de slaafgemaakten maar voor de mensen die slaafgemaakten hadden. In totaal ontvingen dertien rijke Deventernaren een vergoeding omdat de slavernij werd afgeschaft en ze een aandeel hadden in plantages die met slaafgemaakten werkten.  De slaafgemaakten zelf kregen niets. Ja, een wurgcontract voor dwangarbeid voor de komende tien jaar. 

Het rapport laat tot slot nog zien hoe door de handel de restanten van slavernij nog steeds zichtbaar zijn in het straatbeeld. 

Het zijn namen van personen, straatnamen, winkels die de slavernij wel heel dichtbij brengen. Wij waren er allemaal op een bepaalde manier mee verweven. 

Keti Koti

Over enkele weken vieren we - op 1 juli - de afschaffing van de slavernij. We vieren Keti Koti, het verbreken van de ketenen. Ook voor mij wordt dit nu een moment van herdenken. Jazeker, vieren dat het voorbij is maar ook verantwoordelijkheid voelen voor wat gebeurd is en nooit had mogen gebeuren.

Mij verrijkte het om er zelf wat meer over te lezen. Misschien een tip meer mensen en wellicht ook aardig om eens uit te zoeken of jouw gemeente ook al onderzoek deed naar dit verleden. Het is dichterbij dan je denkt. Mijn overovergrootvader heeft het nog meegemaakt. 

Voor wie geïnteresseerd is: de bibliotheek Deventer heeft een goede pagina over het koloniaal verleden met tal van tips. 

zondag 31 mei 2026

De eerste leesconsultent voor de Bibliotheek op school?

 

Het is 1921. In het tijdschrift Bibliotheekleven staat dan deze advertentie. Gezocht wordt een 'kinderbibliothekaresse' die ook de wisselbibliotheken naar scholen onderhoudt. Op de advertentie wordt de 23-jarige Saskia Lobo aangenomen. Naast Lobo is dan al Louise de Gaay Fortman al aan het werk in Den Haag die al vanaf 1920 voor de jeugd aan het werk is. Voor de goede orde: in veel bibliotheken stond in de statuten dat je alleen gebruik kon maken van de leeszaal boven de 18 jaar. Jongeren en kinderen konden alleen met schriftelijke toestemming van het bestuur (en hun ouders) toegang krijgen. 

In Den Haag startte men dus al rond 1920 met een vorm van de Bibliotheek op school. Fortman en Lob spraken met hun 'leeskinderen' over boeken, indidvidueel en in leesclubs, ze gingen op excursie naar musea, organiseerde voordrachtsavonden en boekbesprekingen met ouders en leerkrachten. 

Lobo zette de Centrale Schoolbibliotheekdienst op, die wisselcollecties naar een reeks scholen zond. Ook toen was daar nog wel wat missiewerk bij nodig. Want scholen die zich aansloten raakten hun eigen aankoopbugdet voor boeken kwijt en kregen daar de hulp van de Openbare Bibliotheek voor terug.  Lobo was ook inititiefnemer van het tijdschrift voor jeugdboeken De kleine vuurtoren.

Lobo zou al in 1930 overlijden als gevolg van complicaties van een operatie. Ze wordt dan opgevolgd door Hannie Wolff die tot begin jaren '70 de leesbevordering voor de jeugd zal leiden.  Zij wordt de 'grand old lady' van het jeugdbibliotheekwerk genoemd.  Wolff bleek dus een hele waardige opvolger van de veel te vroeg gestorven Lobo.

Lobo kunnen we postuum wellicht wel de eerste leeconsulent noemen. En die Bibliotheek op school? Die is misschien wel veel ouder dan we denken.

dinsdag 26 mei 2026

'Gratis bibliotheekpas: lokaal ja, landelijk nee'

'Gratis bibliotheekpas: lokaal ja, landelijk nee', dat was wel de toepasselijke kop die Binnenlands Bestuur plaatste boven een artikel over het onderzoek van AEF over gratis en automatisch bibliotheekmaatschap dat een paar weken geleden uitkwam. Tegelijk met het rapport kwam ook de beleidsreactie van Staatssecretaris Tielen op dit rapport. Maar zo kort als Binnenlands Bestuur het inkopt, is het natuurlijk niet. Want in de politiek zijn er bijna nooit harde ja's en nee's. Lees mee hoe het zit. 

Goede resultaten maar nog te weinig zicht op effect

Ik begin met de beleidsreactie van de staatssecretaris en kom iets verderop nog terug op het rapport van AEF.

Staatssecretaris Tielen stelt in haar reactie:

'Gratis lidmaatschap van de bibliotheek voor volwassenen is in verschillende vormen in Nederland aan een opmars bezig. De laatste jaren groeit het aantal lokale initiatieven snel. Inmiddels kunnen volwassen inwoners in meer dan de helft van de gemeenten gratis lid worden van de bibliotheek. Deze ontwikkelingen volg ik met interesse, omdat een belangrijk doel van mijn bibliotheekbeleid is dat openbare bibliotheken toegankelijk en bereikbaar zijn voor alle inwoners. Uit het onderzoek komt naar voren dat gratis lidmaatschap het bereik van de bibliotheek vergroot. Gratis lidmaatschap kan ook kansen bieden voor bibliotheken om inwoners te bereiken met brede, maatschappelijke dienstverlening naast het uitlenen van materialen.'

Appeltje-eitje zou je denken, die staatssecretaris gaat haast maken om dit zo snel mogelijk in te voeren. En leuk ook dat ze mijn onderzoek aanhaalt naar het gratis lidmaatschap in Nederland. Want het sluit naadloos aan bij haar beleid. 

Nou, dat appeltje-eitje, blijkt voor dit moment nog niet zo te zijn. Want in het vervolg van de brief schrijft ze.

'Zo blijkt het ingewikkeld de  effecten te meten van het invoeren van het gratis lidmaatschap: initieel stijgt het aantal leden, maar het is niet te zeggen of het gratis lidmaatschap ook leidt tot meer gebruik van de bibliotheek, zoals het lenen van boeken of deelname aan activiteiten. De effecten op de langere termijn zijn onduidelijk.' 

Tja, de resultaten zijn dus enorm goed maar het effect is nog moeilijk te meten. Waar ze eerst nog zegt dat dat grote bereik voor haar belangrijk is, geeft ze aan dat ook het effect op langere termijn helder moet zijn. Tja, dat is met een ontwikkeling die voor de meesten echt van de laatste jaren is, natuurlijk ingewikkeld. De invoering in Rotterdam met een gratis lidmaatschap voor elke Rotterdammer is nog maar een jaar oud. En toen het door AEF onderzocht werd, bestond het nog maar vijf maanden. Het verlengde gratis abonnement voor jongvolwassenen is al wat ouder. Daar startte de Boekenberg als eerste in 2018 mee. Dat heel veel gemeenten en bibliotheken, heel snel volgen, is voor de staatssecretaris vooralsnog dus onvoldoende overtuigend. Hm, die fantastische resultaten zijn voor haar dus nog niet voldoende. En dus wordt het lokaal ja, landelijk (vooralsnog) nee.

De staatssecretaris zegt dat met iets meer woorden:

'Ik zie op dit moment onvoldoende bewijs dat een landelijk gratis bibliotheeklidmaatschap leidt tot meer gebruik en een grotere maatschappelijke impact van de bibliotheek. Daarnaast vragen de schaarse middelen om het maken van keuzes. De ervaring met de wetswijziging in 2022 voor gratis jeugdlidmaatschap leert dat gemeenten gecompenseerd moeten worden wanneer het gratis lidmaatschap uitgebreid zou worden in de Wsob naar andere leeftijdsgroepen. Hier is geen budget voor. Ik juich lokale initiatieven toe en blijf de ontwikkelingen met interesse volgen.'

De wetswijziging uit 2022 waar zijn naar verwijst is het volgende. Tot 2022 hadden gemeenten het recht om - bij besluit in de gemeenteraad - om af te wijken van de wettelijke verplichting van contributievrijdom voor de jeugd tot 18 jaar. Ik heb in die tijd voor het ministerie nog het vooronderzoek gedaan naar de bibliotheken die nog zo'n betaald jeugdabonnement hadden en wat dit compensatiebedrag moest zijn. Dat ging over een een handvol bibliotheken en een relatief gering bedrag moet ik zeggen. Bibliotheken die nog zo'n betaald jeugdabonnement hadden, werden voor een paar jaar gecompenseerd op de inkomsten van dit jeugdabonnement. Daarna verdween het kleine bedrag generiek in het gemeentefonds. 

De staatssecretaris geeft dus de volgende twee argumenten om dit op dit moment niet landelijk te omarmen:

  1. Ze ziet veel resultaat maar vooralsnog onvoldoende bewijs van de effecten op langere termijn dat dit leidt tot meer gebruik en een grotere maatschappelijk impact van de bibliotheek
  2. Als het gebeurt moeten gemeenten gecompenseerd worden en hier is geen budget voor. 

Amendement van Mohandis

Tegenover deze twee argumenten staat het amendement van Kamerlid Mohandis van GroenLinks-PvdA/PRO die ervoor pleit om nu bij de wetswijziging al mee te nemen dat iedereen tot 27 jaar gratis lid moet kunnen zijn van de bibliotheek.  Als dat amendement wordt aangenomen bij de behandeling van de wetswijziging die nu voorligt, wort het toch geregeld. Het is dus helemaal niet zo zeker dat men  landelijk nee zegt. Mohandis wil er graag mee aan de slag en de Tweede Kamer heeft het laatste woord. 

Wat is het nu? Ja of nee? Daar kom ik later op terug? Want ik ga nu eerst stilstaan bij het rapport van AEF. Want dat verdient dit rapport wel. Ik maak geen breed overzicht maar pik er twee punten uit die het meest van de belang zijn. Dat zijn de casus van de Boekenberg (verlengen van de contributievrijdam tot een bepaalde leeftijd, tot 30 jaar bij de Boekenberg) en de casus Rotterdam gratis (beperkt) lidmaatschap voor iedereen.

AEF: Casus Boekenberg

Over de Boekenberg heb ik in het verleden al veel geschreven. In 2018 begonnen ze met hun voor Nederland bijzondere stap: een gratis lidmaatschap voor jongvolwassenen. Het was een uitvloeisel van een bredere beweging waarbij verschillende bibliotheken onderzoek deden naar vormen van gratis lidmaatschap. Maar tussen onderzoeken en de stap zetten om het echt te doen zit nog wel wat verschil. Boekenberg had toen de moed om dit aan te gaan. 

En met succes zoals de grafieken in het rapport laten zien.

87,7% wordt betalend lid, het zijn er veel maar het gebruik is beperkt

Naast het gratis lidmaatschap is er ook altijd een betaald lidmaatschap bij de Boekenberg. Ook voor de 18-30-jarigen. Daarmee kun je dan toegang krijgen tot de online bibliotheek bijvoorbeeld. Tussen de 18 en 30 jaar stapt bijna niemand over naar dit abonnement. Maar als de leden 30 jaar worden krijgen ze toch de vraag om te betalen. Wat blijkt: 87,7% doet dat en wordt betalend lid. Daarbij moet gezegd worden dat deze bibliotheek een goedkoop instapabonnement biedt van € 10,- per jaar. Er is ook een duurder abonnement waar dan bijvoorbeeld ook de online bibliotheek weer in zit. 

Het is dus een interessante rekensom. Stel dat je maar weinig leden had gehad maar die betalen € 50,- per jaar of je hebt heel veel leden die € 10,- betalen. Het kon qua inkomsten wel eens weinig uitmaken denk ik. En dat blijkt ook in de casus van de Boekenberg. Meer bereik dus tegen dezelfde inkomsten.

 En wat zich vertaalt in de inkomsten zien we ook terug bij de resultaten. Het zijn inderdaad geen grootgebruikers die gratis leden. Maar er is zeker gebruik wat er anders niet was geweest omdat ze geen lid zouden zijn geweest. Dat is dus directe winst. En het zijn er veel. Overigens zie je hetzelfde in de casus van Rotterdam. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat in beide situaties het aantal uitleningen die men mag doen met het gratis abonnement ook beperkt is. Je kunt dus ook niet veel lenen met dit abonnement. Als dat je doel is, moet je geen beperking opleggen. Voor activiteiten geldt overigens in grote lijn hetzelfde.

Ook bovenstaande grafiek uit het rapport is interessant. Deze geeft aan waar de leden vandaan komen die instromen in het gratis abonnement. Belangrijke opmerking: deze is van het eerste jaar na invoering. Dat betekent dat er toen nog een groep was die voorheen alleen keuze had voor een betaald abonnement. 

39% zijn nieuwe leden die ze voorheen niet hadden bij de bibliotheek, 34% zijn doorstromers van 17 naar het gratis abonnement voor jongvolwassenen. 23% is een overstapper van betaald naar gratis. In zo'n eerste jaar is die 23% niet zo gek. Helaas zit er in het rapport geen staatje van de afgelopen jaren want het kan niet anders dan dat die 23% ongeveer gedecimeerd is en dat het overgrote deel het  blauwe deel is van jeugdleden die doorstromen naar het gratis abonnement van jongvolwassenen. 

Van kannibalisatie - betalende leden stappen over naar gratis - kan nauwelijks sprake zijn. Waarom? Omdat bij de meeste bibliotheken er maar heel weinige betalende leden waren in deze categorie.

AEF: Casus Rotterdam

Dan naar Rotterdam. Terecht groots gepresenteerd in maart 2025. Eerder was daar al een pilot met 5.000 Rotterdammers aan vooraf gegaan om het uit te testen. Op moment dat AEF Rotterdam onderzocht, kon men gebruik maken van cijfers van vijf maanden na invoering. Dat is uiteraard een uiterst smalle basis. In die zin heeft de staatssecretaris natuurlijk gelijk. Daar zijn natuurlijk nog geen langetermijneffecten te zien. Maar naar mijn mening zie je al wel duidelijk contouren. 

Zo noteerde de bibliotheek na vijf maanden 13.184 leden gratis lid waren. Daarvan was de helft een echt nieuw lid. Dat betekent 6.500 nieuwe leden. Als je dit landelijk door zou trekken, dan kun je dus enorme aantallen mensen interesseren voor de bibliotheek. 

Tegelijkertijd was al te zien dat vooral jonge mensen gebruik maken van dit gratis aanbod. Prijs is dus gewoon echt een ding als het gaat om het bibliotheekabonnement. Het rapport toont daar deze grafiek bij.

Een gratis lidmaatschap werkt wellicht beter dan een minimaregeling

Maar er is meer. Niet alleen jongeren maar ook 'kwetsbare' doelgroepen lijken goed uit de eerste cijfers te komen. Het rapport schrijft daarover:
'Uit verdiepende analyses van de bibliotheek blijkt dat doelgroepen met lagere inkomens en lagere taalvaardigheid bovengemiddeld vaak gebruik maken van het gratis lidmaatschap. Dit kan een indicatie zijn dat het gratis abonnement inderdaad helpt om drempels te verlagen voor groepen voor wie de bieb voorheen onvoldoende toegankelijk was, bijvoorbeeld door financiële drempels. De bibliotheek wijst daarbij ook op het belang van ‘boetevrij’ lenen: juist het risico van boetes zou bepaalde groepen inwoners er eerder van weerhouden om een abonnement af te sluiten.'
Een gratis abonnement kon wel eens interessanter zijn dan een abonnement via ondersteuningsregelingen die nu veel gemeenten kennen. Zo'n regeling kan toch zorgen voor een bepaalde schaamte of stigma. Een gratis abonnement kon daarom dus wel eens beter werken dan een minima-regeling. En het is in ieder geval veel minder administratie.

Voor Rotterdam is er een soortgelijke instroomdiagram gemaakt als voor de Boekenberg. Die toont voor de eerste vijf maanden het volgende aan.

Hier zien we wel een iets andere verdeling dan in het eerste jaar van de Boekenberg. De doelgroep is breder en dat levert in de volle breedte meer nieuwe leden op. Hoewel veel in dezelfde leeftijd als de Boekenberg - ook hier 18-jarigen die doorstromen naar het gratis abonnement.  En ook hier 25% leden die overstappen van een betaald naar een gratis abonnement. En dat laatste baart me een beetje zorgen. Meer dan bij de Boekenberg.

AEF meldt dat Rotterdam in de eerste vijf maanden niet minder contributie-inkomsten kreeg. Sterker, ook het aantal betalende lidmaatschappen steeg. Dit betekent dat de overstappers van betaald naar gratis worden gecompenseerd door nieuwe leden die juist betalend lid worden. Hoe dat precies te verklaren is, meldt het rapport nog niet en men geeft ook aan dat men voorzichtig moet zijn met deze resultaten gezien het kortlopende effect. Vijf maanden is inderdaad nog erg kort.

Dat is wel iets om te volgen. Want als 25% van al je betalende leden op termijn overstappen naar gratis, verlies je toch 25% van al je contributie-inkomsten. Bij het jongerenabonnement geldt dat veel minder omdat er relatief weinig jongvolwassenen nu betalend lid zijn. Jongvolwassenen, laten we zeggen van 18-27 jaar, werd in het eerder rondetafelgesprek over bibliotheekwerk geschat op 10% van alle betalende leden. Ik denk dat dat gemiddeld wel klopt. De overige 90% zit dus boven die 27 jaar. 

De casus Rotterdam weerspreekt dit tot nu toe. Men zal dat daar ongetwijfeld goed volgen en mijn korte artikel kan geen recht doen aan de veelheid van stappen die men daar nog om heen zet. 

Extra inzet voor nieuwe leden 

Zowel Rotterdam als de Boekenberg geven aan dat je er niet bent met alleen een gratis lidmaatschap. Een lidmaatschap is een randvoorwaarde voor gebruik maar er is meer nodig om gebruik te stimuleren. Denk aan specifieke activiteiten of acties. In het onderzoek dat Rijnbrink deed naar gratis abonnementen voor jongvolwassenen is daar veel over gezegd. Dat rapport 'Boeien en Binden' kun je hier nog terugvinden. In Rotterdam is heel doordacht voorbereid wat er allemaal nodig is voor een brede doelgroep. Daar leert men nu heel snel wat werkt. 

En met die opmerking sluit ik het rapport van AEF af. Daar doe ik het rapport overigens echt nog tekort mee. Want het ging ook nog in op het automatisch lidmaatscha, denk aan automatisch lid bij geboorte. Het korte antwoord is: daar zit nog een berg aan haken en ogen aan. En er was ook nog een derde casus bij gratis lid: het voorbeeld van SCHUNCK waar 65+'ers gratis lid kunnen worden. Maar ook die heb ik even buiten beschouwing gelaten om het toe te kunnen spitsen op de twee meest voorkomende en de politieke discussie. Want de belangrijke vraag is natuurlijk:

Gaat er nu wat gebeuren?

Een snel groeiend aantal gemeenten - 182 van de 342 - biedt samen met hun bibliotheken lokaal een vorm van  gratis lidmaatschap aan. De staatssecretaris zegt (voorlopig) nee en een Kamerlid dient een amendement in om het toch te regelen voor 18-27-jarigen.

Als dit de situatie is wat kan er dan gebeuren? Ik zie drie opties waar het op uit zou kunnen komen. 

Optie 1: Er komt een meerderheid in de Tweede Kamer (nu of straks)

Het gratis lidmaatschap zoals Mohandis voorstelt is in 182 gemeenten al in enige vorm ingevoerd. Van die 182 gemeenten doen 129 al wat Mohandis voorstelt: gratis lid boven de 18 tot een leeftijd van ongeveer 27 jaar. En het aantal stijgt snel. Klaas Gravesteijn had het in het rondetafelgesprek over ongeveer € 5 miljoen gederfde contributie-inkomsten op landelijk niveau als het nu generiek gemaakt wordt. Daar bovenop zul je overigens nog wel wat kosten moeten maken voor extra activiteiten en promotie. 

Is het veel geld? Het politiek antwoord is natuurlijk 'ja' en 'nee'. Ja, want het is er niet zegt de staatssecretaris en het antwoord is 'ja' want in de plooien van de Rijksbegroting gaat dit om minder dan een kruimel. Met een klein bedrag kunnen grote groepen blij gemaakt worden. En waar kun je dit tegenwoordig in de politiek? 

Een variant binnen deze optie is nog dat afgesproken wordt dat er een ingroeimodel is. Dat betekent dat dit deel van de wet niet ingaat op 1 januari 2027 maar dit deel van de wet bijvoorbeeld op 1 januari 2030. Ook dat kan ruimte bieden. 

Het lijkt mij dat er op deze manier nog puzzelstukjes genoeg zijn om politieke bondjes te sluiten.

Optie 2: Er gebeurt niks landelijk maar lokaal groeit het gewoon door

De andere optie is dat er niks gebeurt in de Kamer. Stopt het dan? Nee, natuurlijk niet. Deze ontwikkeling groeit als kool door op lokaal niveau. En dus zullen we volgend jaar weer een overzicht maken waaruit we concluderen dat weer meer gemeenten en bibliotheken hiermee aan de slag zijn. En het jaar erop nog meer.  

En ja, ik vermoed dat we dan ook nog meer varianten krijgen. Overzichtelijker wordt het dan niet. En als we zeggen dat bibliotheken een basisvoorziening zijn waar iedereen tegen ongeveer gelijke voorwaarden gebruik van moet kunnen maken, dan is dat wel wat raar.  Maar het primaat in het decentrale stelsel ligt bij gemeenten en bibliotheken. Dus er is geen speld tussen te krijgen dat dit is hoe we het hebben geregeld met elkaar. 

Kortom, als er niets gebeurt in Den Haag draait het lokaal gewoon door. Tja, en dan is er ook nog een derde optie: het compromis. 

Optie 3: Uitwerking van bibliotheekconvenant: sector (en overheidslagen) zoeken compromis

Het verruimen van het gratis bibliotheeklidmaatschap was één van de punten uit het bibliotheekconvenant. In dat convenant binden de overheidslagen en de bibliotheekpartijen zich aan elkaar. Dit onderwerp zou je ook breder binnen dit convenant kunnen oppakken. 

Want AEF legt wel de zere vinger op deze plek:

'Het uitwerken van een beleidsconcept is de belangrijkste randvoorwaarde voor invoering van een gratis- of automatisch lidmaatschap. Dit vraagt dat er op landelijk niveau een gezamenlijk en gedragen beeld komt over het doel dat ten grondslag ligt aan het invoeren van een gratis of automatisch lidmaatschap en het creëren van een passende (minimale) vorm die hierbij aansluit. Op basis hiervan kan helderheid worden gecreëerd in voor wie het lidmaatschap geldt, welke diensten het omvat en onder welke voorwaarden het lidmaatschap wordt aangeboden.'
Eigenlijk zegt AEF hier: beste politiek en beste sector, zeg nu eerst eens wat je precies wilt en wat daarbij hoort. Tja, dat is natuurlijk wel een beetje een vlucht vooruit op een moment dat er al een praktisch amendement ligt. 

Toch kon dit wel eens de weg zijn in dit polderlandschap. Niet van tafel maar ook niet direct in de wet. Dan komen we dus uit op  een verdere uitwerkingd door het ministerie samen met de VNG en bibliotheken. En dan komt het terug bij de eerste evaluatie van de wet over vijf jaar en wordt het alsnog ingevoerd. 

Starten met Mohandis en uitbreiden in de nabije toekomst

Ik heb het graag allebei: nu het amendement van Mohandis en tegelijkertijd verder ontwikkelen naar een nog breder model zoals bijvoorbeeld Rotterdam. Dat biedt ruimte om te implementeren wat al breed bewezen is en verder onderzoek te doen naar een breder model. Niet wachten tot morgen maar invoeren wat nu kan en onderzoeken wat moet.  Ik ben benieuwd of daar de politieke moed voor bestaat.

De harde 'ja's' en 'nee's'  waar Binnenlands Bestuur mee schermde, bestaan niet in de politiek. Er is altijd een weg te vinden.

Dus hup, aan de slag! Want de toekomst wacht niet. En als we weten wat kan en nodig is, waarom zouden we dat dan niet gaan doen?

zondag 10 mei 2026

Moederdag, dag moeder

Verdriet kan je op de meest onverwachte momenten overvallen. Soms nog voordat je het zelf beseft. Dan weet je lichaam het al, en volgt je hoofd pas later.

Gisteren rende ik de halve marathon in het Drentse Gieten. Ik had een drukke week achter de rug en keek ernaar uit om alles eruit te lopen, om even alleen te zijn met mijn adem en mijn stappen. Ook vorig jaar stond ik hier aan de start. Toen was mijn moeder er nog.

Als ik naar de start loop, kom ik langs de winkel van Greving — zo’n typische dorpswinkel met bloemen, doe-het-zelf-artikelen en nog veel meer. Opeens gaat er een rilling door me heen. Zonder dat ik het wil, zonder dat ik het tegen kan houden. Mijn lichaam herkent het moment eerder dan mijn gedachten. In mijn hoofd volgen razendsnel de beelden die erbij horen.

Vorig jaar kocht ik hier mijn laatste Moederdagcadeau. Het werd een grote mand met margrieten. Ze was er blij mee. Iets wat ik haar nog kon geven.

Rennen is soms een manier om verdriet te dragen. Stap voor stap. Gisteren liep het met me mee. Stil maar onmiskenbaar. En gek genoeg gaf het me ook kracht. Alsof het gemis zelf me vooruit duwde.

Na afloop loop ik weer langs Greving.
Ik koop een plantje.

Dit keer voor mezelf.

En toch ook voor haar.

Moederdag.
Dag moeder. 

zaterdag 25 april 2026

De week van Elsa en de lessen die ik leerde van bibliotheekmensen in de oorlog

De afgelopen week was een bijzondere week voor me. Mijn vierde boek kwam uit: Elsa van Gool, bibliotheekvrouw in het verzet. Elsa werkte in de bibliotheek van Den Haag in de oorlog en ging in het verzet. Ze werd verraden en opgepakt. Ze gaat van het Oranjehotel in Scheveningen naar Kamp Vught. Daar vindt ze nog de liefde bij Nicolas. En waar haar vriendinnen na een half jaar vrij komen, wordt Elsa, vanwege haar dunne Joodse draadje, doorgestuurd naar Westerbork en naar Auschwitz waar ze wordt vermoord. Nicolas is tijdens de oorlog en ook daarna nog wanhopig op zoek naar haar.

In de Bibliotheek Den Haag vond de boekpresentatie plaats. Op de eerste rij enkele familieleden zichtbaar ontroerd omdat Elsa opnieuw in het licht werd geplaatst. Een verhaal dat al te lang vergeten was dat opnieuw onder het stof vandaan kwam. En niet alleen een verhaal kwam te voorschijn maar ook een mooi en moedig mens. Elsa gaan we nooit meer vergeten. Er zit famlie van Elsa maar ook een ver familielid van Nicolas. Als het lot niet zo wreed was hadden beide families, familie van elkaar hebben kunnen worden.

Rikkert Boonstra van NBD Biblion kondigde tijdens de presentatie aan dat alle openbare bibliotheekorgansisatie in Nederland gratis een exemplaar ontvangen.  Om het verhaal maar niet te vergeten. En Sam Hermans, directeur van de Bibliotheek Den Haag, gaf aan dat het verhaal van Elsa ook de vraag terugstelt: wat zou ik hebben gedaan? En Sam was eerlijk in haar antwoord door te zeggen dat ze dat niet wist.

Einde aan acht jaar speurwerk

Met dit vierde boek sluit ik de serie over Bibliotheekmensen in de oorlog. Bij elk boek wist ik al wat het volgende boek moest zijn. En bij de moedige Elsa was dat niet meer het geval. Alsof er zachtjes tegen me gezegd werd: 'Mark, dit is het'. ...daM uitgeverij die het boek van Elsa fantastisch vormgaf, zorgde daarom voor een mooie verzamelcassette om alle boeken. Die verzamelcassette werd met liefde in ontvangst genomen door Klaas Gravesteijn (VOB), Sam Hermans, Wilma van Wezenbeek (KB Nationale Biblioheek) en Martin Berendse (OBA).

Daarmee komt een einde aan acht jaar speurwerk. Wat deed dat met mij? Wat leerde ik ervan? Kan ik wél antwoord geven op de vraag die Sam Hermans zichzelf stelde? Ik neem u mee naar mijn eigen binnenwereld.

Mensen zoals jij en ik

En dan begin ik bij de woorden van Martin Berendse, directeur van de OBA en oud-directeur van het Nationaal Archief. Hij was zo aardig om bij de boekpresentatie ook terug te blikken op alle vier de boeken die ik schreef. Hij begon zijn verhaal met de volgende woorden:

'Mark heeft me gevraagd om met u en met hem terug te kijken op zijn bijzondere onderzoeksreis door de geschiedenis van de openbare bibliotheken -en vooral de medewerkers van die bibliotheken- in de meest ingrijpende periode uit onze recente geschiedenis: de bezettingsjaren 1940-1945. Die reis heeft de afgelopen zeven jaar vier boeken opgeleverd. Uit het feit dat die nu in een verzamelcassette worden gepresenteerd, mogen we afleiden dat Marks reis is geëindigd en dat hij op zijn bestemming is aangekomen. 

Ik begrijp dat, want met het vandaag ten doop gehouden boek over Elsa van Gool, een jonge talentvolle vrouw, zeer gewaardeerd medewerker van de Bibliotheek Den Haag, opgepakt, gevangen en -met nog een heel leven voor zich- vermoord in Auschwitz, is de cirkel wel rond. Dichter bij het persoonlijke drama, het onrecht, de woede daarover en het totale gevoel van onmacht, kan je volgens mij niet komen. Als ik Marks eerdere boeken goed heb begrepen is dat wat hem drijft. Niet de grote “institutionele” geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in ons land, de treurige rol van de bibliotheeksector en het bestuurlijke gedoe, maar de impact daarvan op gewone mensen, onze directe collega’s, die het ongeluk hadden onder de bezetting te moeten leven en werken. Mensen zoals u en ik.'

Inderdaad. Mensen zoals jij en ik. Wij hadden het kunnen zijn. De grote geschiendenis wordt altijd geleefd vanuit onze eigen kleine geschiedenis En ook ons had de vraag kunnen worden gesteld wat te doen. En hij eindigt met:
'Beste mensen, het is, ook na of misschien wel juist na lezing van de serie van vier boeken van Mark, heel moeilijk te bevatten hoe in ons land en in onze bibliotheken is omgegaan met het onrecht en de ontmenselijking tijdens de bezettingsjaren. We zeggen allemaal tegen elkaar dat het moeilijk is om daar ruim tachtig jaar later een moreel oordeel over uit te spreken,…
… maar waar ik me wèl over durf uit te spreken is de manier waarop we in onze openbare bibliotheek sector in de afgelopen tachtig jaar met die geschiedenis zijn omgegaan. Voor zover ik kan zien, hebben we die duistere periode ’40-’45 best lang klein gehouden in onze geschiedschrijving en weinig oog gehad voor al die persoonlijke drama’s.  Dat grijze verleden van onze bibliotheken schuurt, maar we kunnen er niet om heen. Daarom denk ik dat Mark uiterst waardevol werk heeft verricht. Werk dat ons -vol als we zijn van de grote rol van openbare bibliotheken op het gebied van emancipatie, burgerschap, rechtvaardigheid en inclusie- aan het denken zou moeten zetten.'
Juist waar we ons als instelling of instituut belangrijk of essentieel achten voor de samenleving, slaat dit terug op onze eigen houding in het klein. Wat zou ik hebben gedaan? Ook wij maken deel uit van een grote geschiedenis en dat stelt vragen aan onszelf op onze eigen plek. De middag wordt afgesloten met aardige woorden van Klaas Gravesteijn voor al mijn onderzoek.

Wat zou ik hebben gedaan?

Na alle drukte van zo'n middag, komt pas de echte reflectie. Ik voel mee met Sam Hermans, dat je niet weet wat je zou hebben gedaan. Als de verhalen die ik schreef me één ding hebben geleerd, is het wel dit: ik weet dat ik niet moedig ben van mezelf. Maar ik heb ook iets anders geleerd. Ik kan wel dicht in buurt gaan staan van iemand die wel moedig is. En moed zit in kleine dingen. Moedige mensen vragen andere mensen om mee te doen. Dan komt moed ineens dichterbij. 

Het is als het gedicht van Remco Campert over verzet dat eindigt met de woorden:

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet
en dan die vraag aan een ander stellen.

Als je erop gaat letten, merk je dat het klopt. Zo was er iemand in de afgelopen jaren die me uitnodigde om mee te doen aan de Nacht van de Vluchteling. Zij had zelf die vraag voor zichzelf al beantwoord en stelde die vraag nu aan mij. Het lijkt klein maar in dit kleine schuilt iets groots. Kijk eens op die manier om je heen: wie heeft je in de afgelopen jaren jou zo'n vraag gesteld? Wie vroeg jou om mee te doen met die goede doelenactie, of wie vroeg jou om te helpen als vrijwilliger bij NLdoet of wie vroeg jou om mee te gaan naar die demonstratie? Mijn les is om dicht bij dit soort mensen te gaan staan. Ik wil het wel maar stel mij een vraag. En grote kans dat als het echt spannend wordt, dat zij degenen zijn die mij die vraag gaan stellen. En ik hoop dat ze dat dan ook gaan doen. Het zijn de praktische idealisten. Het zijn de mensen die het verschil overbruggen tussen zeggen en het ook daadwerkelijk doen. Ik weet van mijn vrienden en bekenden inmiddels wie dat waarschijnlijk zijn. 

Het gewone en de liefde

Het waren mensen zoals jij en ik. En wat me opviel bij elk onderzoek: iedereen probeerde vooral zo 'gewoon' mogelijk door te leven. Alsof men zich daaraan vasthield. In het eerste boek - Alles behouden - gaat het om een noodfiliaal in Deventer aan het einde van de oorlog. Corrie en Betty die daar de scepter zwaaien, proberen daar nog 'gewoon' bibliotheekwerk voort te zetten. Ze worden boos op mensen die boeken te laat terugbrachten en hielpen oude mensen aan een goed boek. Om vervolgens de kelder in te gaan omdat het luchtalarm voor de zesde keer die dag ging. Na het alarm er weer uit. En dan proberen 'gewoon' weer door te gaan. Het liefst had iedereen dat alles weer 'gewoon' werd. 

En wat mezelf pas opviel nadat alle boeken klaar waren: in elk boek zit een liefdesverhaal. Van Corrie die verliefd wordt op een Engelse soldaat tot Julia die trouwt in Westerbork en van Mejuffrouw Gehner die haar meneer Zwager vindt tot Elsa en haar Nicolas. 

En zoals Martin al aanhaalde: we vinden in het bibliotheekwerk onszelf natuurlijk allemaal verschrikkelijk belangrijk en essentieel... Maar alles is betrekkelijk. 

De les van acht jaar archiefwerk is dan ook: Het 'gewone' en de liefde wint van alles. 

En stel elkaar vooral een vraag.

Foto's: Eimer Wieldraaijer

maandag 20 april 2026

De wetwijziging van de Bibliotheekwet in de Kamer is begonnen!

Na jaren aan voorbereidingen en inleidende beschietingen is het dan eindelijk zover: de behandeling van de wijziging van de Bibliotheek in de Kamer gaat beginnen. Op donderdag 16 april werd hiervan de aftrap gegeven met een rondetafelgesprek. Een gesprek dat bestond uit twee delen: het eerste deel ging in op de zorgplicht voor gemeenten en provincies en het tweede deel ging in op de samenwerking met het onderwijs die ook een verplichtend karakter krijgt in de bibliotheekwet. 

In de zaal een handvol Kamerleden: Mohandis (PRO), Dijk (D66), Tijmstra (CDA), Maas (VVD) en Van Houwelingen (FVD). De laatste twee kwamen overigens later binnen doordat een ander debat was uitgelopen. Dit is overigens wel een redelijke opkomst voor dit type overleg dus bibliotheken hoeven zich hier geen over zorgen te maken. 

Voor het eerste deel over de zorgplicht waren verschillende experts gevraagd om kort toe te lichten. Van de zijde van bibliotheken waren Klaas Gravesteijn (VOB) en Lidy Vos (Rivierenland) aanwezig. Daarnaast de wethouder van kleine gemeente Rozendaal Tineke van der Pas, de VNG met Ingrid Hoogstrate en de portefeuillehouder van IPO en gedeputeerder van Overijssel Tijs de Bree. Elk mochten ze van hun kant nog een korte toelichting geven. Wie het dossier tot nu toe gevolgd had, hoorde daar niet direct iets nieuws. 

Toegang tot de bibliotheek mag geen toeval zijn maar is een recht

Lidy Vos hield daar een goed en helder verhaal met een aantal schitterende zinnen waarvan ik wilde dat ik ze zelf verzonnen had. Zo had ze het er over dat toegang tot de bibliotheek geen toeval mag zijn maar een recht is. En dat het geen zorgplicht op papier moet zijn maar een zorgplicht in de praktijk. Waarvan akte. Die video zet ik graag boven dit artikel. Een prima tekst in twee minuten.

Komt het geld bij de bibliotheek?

In het gesprek met de Kamerleden werd nog wel gevraagd of de middelen die het Rijk geeft wel bij de bibliotheek terecht komen. De middelen die via de SPUK zijn uitgekeerd worden in nagenoeg alle gevallen door de bibliotheek besteed. Maar gaf Klaas Gravesteijn aan dat als het gaat om de decentralistatie-uitkering die straks wordt toegevoegd aan de algemene uitkering wordt dat het daar nog geen gelopen race is. Na uitvraag blijkt dat in de helft van de gevallen de gemeenten het geld wel hebben toegezegd en in de andere helft  niet, nog niet of slechts gedeeltelijk hebben toegezegd.

Daar volgde nog een vraag op over of er inderdaad meerjarenfinanciering moest komen voor bibliotheken. VNG antwoordde hierop dat dat inderdaad de bedoeling is dat gemeenten dat gaan doen en dat structurele financiering ongelofelijk belangrijk is. Handig om te weten dat VNG dat in de Kamer al gezegd heeft. En dat moeten we dus terug gaan zien in de gemeentelijke meerjarenplannen.

Gratis lid tot 27 jaar? 

\

Mijn eigen '15 seconds of fame' waren er toen Kamerlid Mohandis nog even het onderzoek aanhaalde dat ik afgelopen weekend pulbliceerde. Nou ja, dat had ie dus gelezen! Hij haalde dat aan om navraag te doen bij de VOB over gratis lidmaatschappen boven 18 jaar. Mohandis diende daar ook al een amendement voor in en wil in de wet geregeld hebben dat iedereen tot 27 jaar gratis lid kan zijn van de bibliotheek. Gravesteijn antwoordde hierop dat dit inderdaad een ontegenzeggelijke trend is en dat - als je dit wil regelen - er zeker zo'n  € 5 miljoen voor nodig is, zijnde ongeveer 10% van de contributie-inkomsten. 

Verder waren er ook wel vragen van Kamerleden waaruit nog wel bleek dat ze hun dossier nog een beetje moeten bijlezen. Nee, ik klap niet uit de school maar wie het debat terug kijkt, weet waar ik het over heb. En geef toe: het is ook best complex met een wet, streefwaarden, meerjarenplannen en dergelijke. 

Samenwerking met het onderwijs

In het tweede blok kwam de samenwerking met het onderwijs aan bod.Ook dat wordt met de wetswijziging een wettelijke taak. Daarvoor zaten Adriaan Langendonk (Stichting Lezen en KB), Geny Nijboer (Stadkamer/Kampen) en de leraren Luten, Kastelijn en Keijzer. Ook hier geldt dat wie het dossier een beetje kent - en dat is eigenlijk iedereen in de sector - heeft  hier weinig nieuws gehoord. 

Wel zag je dat de Kamerleden vooral zoeken naar concrete oplossingen. De enthousiaste verhalen van de docenten spraken voor hen boekdelen. Maar uiteraard hoort daar wel de organisatorische inbedding bij die Langendonk en Nijboer bepleitten. Die is misschien wat minder sexy maar minstens even belangrijk.

Het enthousiasme van de leraren was overigens zeer aanstekelijk. Wat daaruit telkens bleek: GA MEER LEZEN! Het vurige pleidooi van VMBO-docent Kastelijn wil ik u daarbij niet onthouden, en dat lijkt me een prima video om mee af te sluiten.

zondag 12 april 2026

Meer dan 50% van alle bibliotheken kent een gratis lidmaatschap boven 18 jaar



Een ruime meerderheid van alle inwoners, gemeenten of bibliotheken kan gebruik maken van een vorm van gratis lidmaatschap boven 18 jaar voor de bibliotheek. Dat blijkt uit onderzoek dat ik de afgelopen tijd deed samen met Hidde Stobbe van de Vereniging van Openbare Bibliotheken uitvoerde.

Het is voor de derde keer dat ik een overzicht publiceer van bibliotheken met een gratis lidmaatschap boven de 18 jaar. In 2023 maakte ik een eerste overzicht en had 18% van de bibliotheken een vorm van gratis lidmaatschap boven 18 jaar. In maart 2025 herhaalde ik het onderzoek en bleek het percentage gestegen naar 38%. Een week na dat onderzoek maakte Rotterdam bekend een gratis lidmaatschap voor alle Rotterdammers aan te bieden. Samen met Hidde Stobbe van de Vereniging van Openbare Bibliotheken maakten we in de afgelopen weken een update van de vorige onderzoeken. En wat bleek: het percentage waar nu een gratis vorm van lidmaatschap boven 18 jaar beschikbaar is, is gestegen naar 53,5%. Geteld in aantal gemeenten. Als je telt naar aantal bibliotheekstichtingen is het 56% en naar inwonertal 58%. Op alle fronten dus een meerderheid.

Het groeit snel en inmiddels is in meer dan de helft van de bibliotheken en gemeenten een vorm van gratis bibliotheeklidmaatschap voor volwassenen 

Wat opvalt is hoe snel het in het afgelopen jaar is gegaan. De stijging in het afgelopen jaar is bijna even groot als in de twee jaar daarvoor. Daarbij groeit het hardst het aandeel waarbij men de leeftijd van het gratis lidmaatschap laat stijgen.  De groep met een gratis lidmaatschap voor iedereen groeide maar beperkt.

Wie kijkt naar het landkaartje ziet dat sommige provincie achter lijken te blijven: Zeeland, Utrecht en Groningen. Maar schijn bedriegt want ook in deze provincies wordt achter de schermen al hard gewerkt. In Zeeland onderzoekt men een overstap met alle bibliotheken tegelijk, in de stad Groningen is de gemeenteraad al akkoord en wacht men om te mogen starten en in de stad Utrecht is al wel een gratis lidmaatschap voor leraren. Met andere woorden: óveral wordt er over nagedacht.

Gratis lid voor iedereen tot een bepaalde leeftijd: Tot 27 jaar wordt de de facto standaard.

Bij die vormen van gratis lidmaatschap voor volwassenen kent in hoofdlijnen twee vormen. De meest voorkomende - bij 37,7% van alle gevallen - is dat het gratis lidmaatschap tot een bepaalde leeftijd geldt: vaak tot 27 jaar. In een enkel geval tot 30 jaar en soms ook tot 23 of 24 jaar. In een enkel geval is zo'n abonnement voor jongvolwassenen wel beperkt tot bijvoorbeeld 12 of 20 uitleningen per jaar. Wil je meer dan moet je een volledig abonnement nemen.

Heerlen en Diemen zijn overigens een uitzonderingen op deze leeftijdsophoging aan de onderkant. Hier krijg je juist een gratis bibliotheekpas als je 65 wordt. 

Maar van een gecoördineerd beleid naar leeftijd is nog echt geen sprake. Maar er tekent zich wel steeds meer een natuurlijke grens af: 27 jaar. 


Van de 131 gemeenten waar het gratis lidmaatschip in leeftijd is verhoogd, is dit in 46 gevallen tot  tot 27 jaar. Daarna volgen 25, 26 of 30 jaar. Maar tot 27 jaar is echt een de facto standaard aan het worden. 

De andere grote vorm van gratis abonnement, die bij 50 gemeenten voorkomt, is die van het gratis lidmaatschap voor iedereen. Maar dat 'gratis' is relatief want bij een redelijk aantal gemeenten in dit overzicht waar dit is ingevoerd moet je leengeld betalen. Helemaal gratis is dat natuurlijk niet. Rotterdam is daar dus wel echt een doorbraak geweest. Die is echt helemaal gratis - inclusief boetevrij - maar wel beperkt in het aantal boeken dat je per jaar mag lenen.  

Waarom een gratis lidmaatschap boven 18 jaar?

Waarom willen we zo graag een gratis lidmaatschap boven de 18 jaar? Nou, voor kinderen is de bibliotheek, zoals bekend, altijd al gratis. Alle bibliotheken kennen een wettelijke verplichte vrijstelling van contributie tot 18 jaar. Wat je dus veel ziet is dat bibliotheken die leeftijd van 18 oprekken. Bijvoorbeeld naar 21, 23, 24, 27 of zelfs 30 jaar. In 2021 maakte ik dit grafiekje over wat er gebeurt met lidmaatschappen na 18 jaar.  Ik houd dat jaar even aan omdat je nadien al ziet wat het effect is van het oprekken van de leeftijd.

Dat gratis lidmaatschap tot 18 jaar zorgt er dus voor dat veel kinderen een bibliotheekpas hebben. Na 12 jaar zie je dat overigens al dalen. Want hoewel het gratis is, wordt je na een periode van niet-gebruik toch uitgeschreven. Maar je ziet hier ook wat er in ons land gebeurt zodra we met 18 jaar onze inwoners feliciteren met hun verjaardag en zeggen dat ze vanaf nu moeten betalen voor de bibliotheek.... Het aantal leden decimeert. 

Maar dit grafiekje gaat de komende jaren dus veranderen. En dat weten we dankzij de Boekenberg.

De Boekenberg startte deze trend en de gratis leden worden ook betaald lid!

De Boekenberg in Spijkenisse - thans door een fusie  Bibliotheek Zuid-Hollandse Eilanden genaamd - is wellicht het bekendste voorbeeld waar men het gratis lidmaatschap een flink eind oprekte. In 2017 veranderden zij al de abonnementenstructuur waardoor iedereen tot 30 jaar gratis lid was van de bibliotheek. Door het gratis lidmaatschap te verlengen naar 30 jaar verliest een bibliotheek nauwelijks inkomsten maar blijven ze wel lid. 

Het aantal leden nam snel toe bij de Boekenberg. Kijk maar even wat er bij hen gebeurde terwijl in de rest van Nederland de leden aan het dalen waren. De cijfers lopen door tot 2023. Na 2023 fuseerde de Boekenberg met de Bibliotheek Zuid-Hollandse Delta.


Waar in Nederland de aantallen stap voor stap daalden, stegen ze bij de Boekenberg explosief. Als je de cijfers van de Boekenberg  - als een index vanaf 2017 - afzet tegen de landelijke ontwikkeling van het aantal volwassen leden kom je tot deze grafiek. 


Van de 100 volwassenen die in 2017 lid waren in Nederland, waren er in 2023 nog 96 over. Waar er in Spijkenisse in 2017 100 volwassen leden waren, zijn er nu 224. Zijn het ook actieve gebruikers? Nou, in klassiek zien misschien iets minder dan gewone gebruikers maar onderzoek van Rijnbrink naar soortgelijke situatie in Oost-Nederland liet zien dat jongeren deze gratis lidmaatschappen ook wel degelijk gebruiken. Ze lezen waar ze anders niet meer zouden lezen en ze gebruiken de bibliotheek op een veel bredere manier waarbij de bibliotheek als verblijf- en studieplek een hele belangrijke is.

Ondertussen meldde de Boekenberg - nu dus Bibliotheek Zuid-Hollandse Eilanden in een LinkedIn-bericht dat 85% van de jongeren die zich actief hebben ingeschreven voor een gratis lidmaatschap (jongeren die dus nog géén lid waren), lid blijven als ze 30 jaar worden en een betaald abonnement. nemen. Het gratis lidmaatschap wordt op latere leeftijd dus voor de overgrote meerderheid omgezet naar betaalde abonnementen. 

Bestuurlijke daadkracht om te verruimen

De verruiming van het gratis lidmaatschap is dus een ontegenzeggelijke trend. Wettelijk zijn bibliotheken en gemeenten verplicht om het bibliotheeklidmaatschap gratis te laten zijn voor kinderen tot en met 17 jaar (artikel 13 Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen). Ook de online bibliotheek, die landelijk georganiseerd wordt, moet voor jeugdigen zonder financiële drempel toegankelijk zijn. Maar ondertussen zijn bibliotheken en gemeenten dus al een stuk verder dan wat nu wettelijk wordt voorgeschreven. 

Die ontwikkeling sluit aan op het in 2024 ondertekende Bibliotheekconvenant waarin het Rijk, de provincies (IPO), de gemeenten (VNG), de Koninklijke Bibliotheek, de provinciale ondersteuningsinstellingen (SPN) en de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) inhoudelijke afspraken maakten. 

Eén van die doelstellingen - onder de lijn Leven Lang Ontwikkelen is:

'Partijen onderzoeken hoe het bereik en gebruik van bibliotheken te vergroten, bijvoorbeeld door in gemeenten het gratis lidmaatschap voor de lokale bibliotheek te verruimen.' 

In het najaar van 2025 gaf het ministerie van OCW in het verlengde van deze doelstelling opdracht aan AEF om dit nader te onderzoeken. De uitkomsten van dit onderzoek worden zeer binnenkort verwacht. 

Het amendement van Mohandis: bibliotheek gratis tot 27 jaar

Ondertussen komt de behandeling van de wetswijziging er aan. En in die aanloop heeft Kamerlid Mohandis van GroenLinks-PvdA (PRO) een amendement ingediend om bovengenoemde artikel 13 te wijzigen en te zorgen dat iedereen tot 27 jaar gratis gebruik kan maken van de bibliotheek. Hij had hier eerder al op aangedrongen maar toen was de wetswijziging nog niet in behandeling. Dat is nu wel het geval. 

Het amendement van Mohandis sluit dus aan bij de ontwikkeling die we bij veel bibliotheken zien en die op een groot aantal plekken dus al gemeengoed is. We zagen ook dat 20% van de bibliotheken die stap binnen een jaar zette. De implementatie is dus goed en snel mogelijk. Het sluit ook aan op de bestuurlijke afspraken die zijn gemaakt in het bibliotheekconvenant. En we zien dat het werkt... 

Natuurlijk zijn er wel wat beren op de weg te noemen. Zo moeten er afspraken komen voor de Online Bibliotheek. Boven de 18 mag je die niet aanbieden bij gratis abonnementen. Wil je dat tot 27 jaar wel regelen dan moeten daar nadere afspraken komen met rechthebbenden. Deze worden gemaakt tussen ministerie, de Vereniging van Openbare Bibliotheken, de KB en auteurs en uitgevers. Dit betekent dat hier een aanvullende bijdrage voor moet komen. 

Daarnaast kennen bibliotheken wel degelijk wat verlies van inkomsten van bibliotheken. Het gaat niet om de grootste post maar toch. Het onderzoek dat AEF doet - in opdracht van het ministerie - zou daar wel eens wat licht op kunnen werpen denk ik. 

Niet van belang bij gratis lid tot 27 jaar maar wel bij iedereen gratis lid: het BTW-probleem

Tja, en dan nog zoiets saais als BTW. Bibliotheken hebben inkomsten met zowel subsidie als eigen inkomsten. Omdat bibliotheken voldoende eigen inkomsten hebben mogen ze BTW verrekenen. We dragen ontvangen BTW af maar betaalde BTW mogen we terugvorderen. Met andere woorden: wij kopen in feite in exclusief BTW. Als onze inkomsten te ver dalen zou de Belastingdienst kunnen zeggen dat we die BTW niet meer mogen verrekenen. 

Toch hoef je daar bij het gratis lidmaatschap (tot een bepaalde leeftijd) niet echt bang voor te zijn. Bibliotheken hadden namelijk bijna geen inkomsten uit die leeftijdsgroep en er gaan dus ook nauwelijks inkomsten verloren zoals blijkt uit de langjarige ervaring van de Boekenberg.

Mocht je ooit álle Nederlanders gratis lid willen maken dan is dit nog wel een punt. Mocht dat ooit wel het geval worden dan begreep ik van een fiscaal specialist dat de sector gebruik zou kunnen maken van het BTW-compensatiefonds. Dit fonds compenseert namelijk ook wettelijke taken van overheden en aangezien er een zorgplicht gaat gelden, kun je dit als wettelijke taak aanmerken.

Alternatieve abonnementen voor minima, stadspassen, professionals en vrijwilligers

Dan voeg ik hier toch nog apart woord toe over het beleid van gemeenten zelf, dus niet van de bibliotheken. Veel gemeenten kennen beleid waarbij mensen met een laag inkomen ondersteund worden om lid te worden van een sportclub of bibliotheek. Deze regelingen vallen vaak buiten de reguliere abonnementenstructuur en heb ik ook buiten beschouwing gelaten. In bijna elke gemeente is wel zo'n regeling aanwezig. De provincie Limburg startte hier een provinciebreed traject voor dat inmiddels met interesse door meerdere provincies gevolgd wordt. 

Wat we ook niet in het onderzoek hebben meegenomen zijn de abonnementen die op sommige plekken aan groepen professionals of vrijwilligers worden verstrekt. In Utrecht en Amsterdam krijgen leraren bijvoorbeeld een gratis bibliotheekpas. En op andere plekken hoorde ik plannen om alle vrijwilligers van een dorp of stad een abonnement te geven.

Tot 27 jaar gratis in de bibliotheekwet?... Graag! 

Tja, wie naar de snelheid van deze ontwikkeling kijkt, ziet dat dat amendement van Mohandis helemaal geen gekke gedachte is. En dat het helemaal niet gek is om nu dat balletje op te gooien bij de behandeling van de bibliotheekwet. Een groot deel van de gemeenten is al overgestapt naar een model waarbij een vorm van gratis lidmaatschap bestaat. Daarbij is het verhogen van de leeftijd van 18 jaar naar een leeftijd van bijvoorbeeld 27 jaar de meest gevolgde vorm. En ja, daar is natuurlijk wel wat implementatietijd voor nodig, een oplossing voor de online bibliotheek en wellicht ook nog wat extra middelen. 

En op langere termijn zou een gratis lidmaatschap voor alle Nederlanders zo maar eens tot de mogelijkheden behoren. Zie dat als een pas voor alle Nederlanders om toegang te krijgen tot een Leven Lang Ontwikkelen. Voor nu nog een weg met te veel hobbels verwacht ik door het BTW-probleem. Maar het zou een prachtige stap zijn voor een land waarbij een Leven Lang Ontwikkelen hoog in het vaandel staat.

Ik zou zeggen: verhoging van de leeftijd van een gratis bibliotheekabonnement mag wat mij betreft mee bij de wijziging van de Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen!

Toelichting op het onderzoek en dank

Voor deze cijfers heb ik samengewerkt met Hidde Stobbe van de Vereniging van Openbare Bibliotheken. Hij heeft in de afgelopen maand alle websites van bibliotheken bezocht en gekeken welke abonnementen er zijn. Soms met navraag bij bibliotheken als er onduidelijkheden waren. Dat alles is met  zoveel mogelijk zorgvuldigheid en naar eer en geweten gedaan. Daarbij geldt dat we een momentopname maakten in een situatie die snel verandert. Toch kan het zijn dat we iets gemist hebben. Word niet boos maar geef het door, liefst via een persoonlijk bericht.  Van een paar bibliotheken hebben we te horen gekregen dat zij op het punt stonden van invoering. Daarbij hanteerden we de regel dat er  harde zekerheid moest bestaan over de invoeringsdatum en dat die datum binnen twee maanden na uitvoering van het onderzoek lag.