zondag 19 september 2021

Wij worden wakker uit een hele lange slaap

Wij worden wakker uit een hele lange slaap.

Sorry, dat moet ik natuurlijk even uitleggen.

Het was ondertussen al meer dan anderhalf jaar geleden dat ik bij een popconcert was geweest. Geen drommen mensen die bij de geur van verschraald bier zich laven aan tonen die over hen worden uitgestort. Een zaal van mensen die zich verbonden weet in vervoering en verbeelding. Donderdagavond was ik bij de allereerste try-out van de nieuwe voorstelling van Wende. Nog voor een zaal die geplaceerd was en daarmee maar op halve capaciteit. En met een coronapas die vlekkeloos werkte. En toch...

De zaal wordt stil. De muziek begint. Ik merk het aan mijn lichaam, er gebeurt iets raars met me. Het lijkt alsof zenuwen worden geraakt die al zolang niet meer gebruikt waren. Snaren die trilden in mijn binnenste, die al lang niet meer getrild hadden. Zintuigen waar het stof werd afgeblazen en die weer aansloegen. De doffe klap van de bassen op je lichaam. Teksten die binnenkomen en met een echo achterblijven. 

Het is alsof ik wakker word na een lange slaap. Uit een comateuze toestand en naar een gevoel van verhoogd bewustzijn. Ik checkte bij de vriendin die mee was of ik niet gek was geworden. Maar haar overkwam hetzelfde. En bij het uitlopen van de zaal mensen die tegen elkaar zeggen hoe ze dit gemist hadden.

En sinds een paar weken repeteren we weer met ons jazzorkestje. Vijftien mensen die overdag hele andere dingen doen maar in de avond samen hun podium maken. Vijftien mensen die met hun hele en halve talenten bij elkaar komen. Vijftien mensen die met hun stem, hun vingers of hun adem hun instrument beroeren. Die met niets beginnen maar door noten bij elkaar te leggen iets creëren wat niet anders kan bestaan dan met die samenwerking. Elke keer ben ik weer verwonderd door die magie van muziek. Het was na ruim een jaar stilzitten in het begin roestig en krakend maar ook hier gaat het stof er langzaam af.  En ja, zelfs uitzien naar een eerste optreden. 

Toch was niet alles weg in deze crisis. Ik ben van nature een ochtendmens. Vaak vroeg wakker. Mijn kleine genot is dan om een kop koffie te maken en in bed een boek te lezen. Hoe groot de coronacrisis ook was, zo een boek lezen in bed, kon altijd. Wat er ook woedde in de buitenwereld. Mijn slaapkamer en boek als schuilkelder en trouwe bondgenoot.

Zo lees ik op dit moment in bed over de ontberingen van Napoleon in 1812. Ik heb er al vaker boeken over gelezen maar het blijft fascineren. De oorlog waar Napoleon met 600.000 soldaten naar vertrok en er met 120.000 terugkwam. Als ik het boek pak en begin te lezen, gaat mijn verbeelding aan de slag. Ik sta zelf op het slagveld en maak ik de ontberingen mee. De kou, de honger, de dood. Een paar jaar geleden stond ik voor bovenstaande schilderij Adolphe Yvon toen ik ook een boek over deze oorlog las. Het is maarschalk Ney van het Franse leger die stand houdt bij de brug over de Berezina waar het  Franse leger bij de terugtocht op wonderbaarlijke wijze ontkomt aan volledige vernietiging door de Russen. 

De coronacrisis heeft wel wat van die veldslag van 1812. Twee grootheden: de mensheid en het virus die slag leveren. De Russen trekken zich keer op keer terug zoals wij in het begin van de crisis. We konden  niet anders dan met lockdowns en quarantaine telkens maar terrein prijsgeven. Geen handen schudden, thuis werken, geen grote bijeenkomsten, geen verenigingsleven. Geen wapens om terug te slaan. Tot er een vaccin kwam. Met horten en stoten. Met vallen en opstaan. Maar prik voor prik, winnen we langzaam weer terrein. 

Na tijden crisis plotseling het gevoel dat de cultuur weer terug is. Van het zuurstof op de IC naar het zuurstof van de cultuur. Hoe een samenleving langzaam de angst weer van zich afschudt. Met de overweldigende indruk van een popconcert. Of van zelf weer muziek maken. Een ontluikend gevoel van bevrijding. Weer ruimte voor verbeelding en schoonheid. Noem me gevoelig of kleinzielig maar het ontroert me om weer zo van de kunst en cultuur te mogen genieten. Drommen mensen, muziek, woorden, de lucht van verschraald bier en een zaal in vervoering. Pas merken hoe je het gemist had, als  je het weer meemaakt. En de dankbaarheid van de trouw van het boek, dat wat er ook gebeurde, altijd was. Laat deze herfst alsjeblieft een lente blijken.

Wij worden wakker uit een hele lange slaap.

zondag 12 september 2021

Waarom de nieuwe bibliotheek Lichtenvoorde een ode is voor kleinere bibliotheken


Afgelopen donderdag werd de nieuwe bibliotheek in Lichtenvoorde geopend. Lichtenvoorde, waar kent u dat ook al weer van? Nou, de meesten zullen het kennen van de Zwarte Cross, want die vindt in de achtertuin van dit stadje. Lichtenvoorde telt zo'n 13.000 inwoners. Een plaatsje als vele andere zou je denken. Het is ook een plaatsje dat lijkt op het plaatsje waar ik zelf opgroeide, een paar dorpen verder in de Achterhoek. Ik maakte in mijn jeugd graag gebruik van die bibliotheek. Als plek om boeken te vinden van Campert, Biesheuvel of Poe, om te lezen over geschiedenissen of om platen te lenen van U2, The Smiths of soortgelijke bands. De bibliotheek heeft me daardoor mede gevormd tot wie ik ben. Heeft die bibliotheek veel moeite voor gedaan? Ja en nee. Ja, want het is best veel werk om zo'n bibliotheek te onderhouden en nee, want ik vond zelf met mijn vrienden mijn weg in de bibliotheek. Die bibliotheek moest er vooral zijn. Tot zover de nostalgie, terug naar de werkelijkheid in Lichtenvoorde

Nuchter boerenverstand

De bibliotheek in Lichtenvoorde is één van de zeven vestigingen van de bibliotheek Oost-Achterhoek en is al maanden open maar door corona liet de officiële opening op zich wachten. De bibliotheek Oost-Achterhoek behoort al jaren tot de laagst gefinancierde bibliotheken van Nederland. Met andere woorden: veel middelen zijn er niet. Toch zijn in de afgelopen jaren bijna alle vestigingen vernieuwd. Hoe doen ze dat? Nou, vooral met nuchter boerenverstand: investeren waar het echt nodig en geen overbodige opsmuk.

En dat zien we ook terug in de bibliotheek van Lichtenvoorde, een bibliotheek die alles heeft wat je nodig hebt voor een moderne bibliotheek en die vervolgens toch nog een klein geheim kent. Maar dat verklap ik nog niet. 

De bibliotheek is gesitueerd in hartje centrum van Lichtenvoorde. Wel op een plek die in ontwikkeling is maar de bibliotheek zal daar met haar bezoekersaantallen een positieve rol bij spelen. Grappig detail is dat de straat van de bibliotheek 'De Leest' is. Eigenlijk een verwijzing naar de schoenmakers van Lichtenvoorde maar als bibliotheek kan je het toch ook anders uit leggen. 

De ruimte is mooi overzichtelijk met een volledige doorkijk door de bibliotheek door de lage kasten. Veel zit- en studiemogelijkheden en een soort nisvormige boekenhoeken die tevens als 'taalhuis' of als 'informatiepunt' kunnen dienen. Allemaal niet spannend maar heel functioneel. 

Aan de zijkant van de grote ruimte bevindt zich nog een cursuslokaal. Een mooi open lokaal dat - op het moment dat er geen cursus is - eenvoudig bij de bibliotheek betrokken kan worden en dienst kan doen als lees- of studieplek. Zie hier, een functionele moderne bibliotheek in een notendop. Alles zit erop en er is geen cent teveel aan uit gegeven.

De andere helft van het verhaal 

En toch. Dat is maar de helft van het verhaal. De gasten die de opening bijwoonden, liet men een kleine rondgang door de bibliotheek maken. En in kleine gesprekjes werd zichtbaar gemaakt wat de bibliotheek allemaal deed voor of achter de schermen. Een gesprekje met de onderwijsconsulent, een gesprekje bij het informatiepunt digitale overheid, een kleine toelichting bij het bieblab en een gesprekje met een taalmaatje. Het liet zien hoe deze ruimte gebruikt gaat worden en hoe van dagdeel tot dagdeel het karakter van een bibliotheek kan veranderen. Op het ene moment is deze bibliotheek een voorleestheater, het andere moment een taalhuis, het moment erop gewoon een stamtafel van krantenlezers en drie tellen later weer een cursuslokaal voor cursussen. 

Ze zeggen wel eens 'put your money where your mouth is'. Nou, dat is dus eigenlijk precies wat in de bibliotheek Lichtenvoorde en al die vestigingen van Oost-Achterhoek gebeurt. Er wordt geen cent teveel uitgegeven aan de inrichting, het geld zit in de programma's. Niet dat je wat kunt zeggen van die inrichting hoor, het ziet er echt keurig en functioneel uit. Maar het echte geheim zijn toch de activiteiten. Kijk maar eens op de activiteitenkalender van deze laag gefinancierde bibliotheek. En dan zie je dus dat er elke dag op meerdere plekken iets te doen is. Niet het pand maar wat er gebeurt, doet er toe. Niet de hardware maar de software. 

Nou, allemaal pluimen voor Lichtenvoorde. Is er dan niets negatiefs over te zeggen? Nou vooruit, ik had het mooi gevonden als de bibliotheek niet alleen had gezeten in de pand maar dat er nog een tweede passende organisatie bij had gezeten. Maar goed, dat moet ook maar op je pad komen en passen.

Cadeau voor het leven, je eigenontwikkeling zonder dat je het door hebt

Toen ik zelf klein was in de Achterhoek vormde de bibliotheek mij door er te zijn met een collectie.  Nu is die bibliotheek getransformeerd tot een platform van activiteiten. Activiteiten die georganiseerd worden door bibliotheek maar die evenzeer spontaan ontstaan doordat scholieren er gaan studeren of doorat mensen een praatje met elkaar maken. De vorm van de bibliotheek  is anders maar de inhoud is ongewijzigd. En nog steeds vormt die bibliotheek mensen. En nog steeds geeft die bibliotheek bezoekers, soms zonder dat ze het door hebben, iets mee waar ze hun hele leven plezier van hebben: hun eigen ontwikkeling. 

En om eerlijk te zijn, ook Lichtenvoorde is hier niet uniek in. Het is te danken aan al die bibliotheekdirecteuren en hun teams die knokken om met die o zo beperkte middelen ook in de kleinere plaatsen dit wonder van ontwikkeling te laten plaats vinden. En dat is waarom ik zo ontzettend houd van dit soort bibliotheken. 

Hup Lichtenvoorde!

zondag 5 september 2021

Van een Bibliotheekwet naar een wet op Leven Lang Ontwikkelen?


 In Nederland geven we een slordige € 30 miljard uit aan regulier onderwijs. Zo'n € 12,5 miljard aan de basisscholen, zo'n € 10 miljard voor de scholen van voorgezet onderwijs en zo'n € 5,5 miljard voor het hoger onderwijs en tot slot bijna een soortgelijk bedrag aan studiefinanciering. Zet dat eens af tegen de investering in bibliotheken, zo'n € 0,4 miljard of de investeringen in volwasseneducatie, let op: dat is volgens de minister zelf € 0,06 miljard. Eén ding is direct duidelijk: wie niet gelijk als kind zorgt dat ie goed is opgeleid, heeft in Nederland in de loop van zijn leven het nakijken. We zijn als land van harte bereid om je als kind goed op te leiden maar daarna moet je vooral jezelf redden. 

Het is daarom interessant om het rapport 'Noodzaak van volwasseneducatie voor iedereen' eens te lezen. Het rapport ging naar de kamer net voor mijn vakantie.  Het is geschreven door Maurice de Greef en Mieke de Haan, beide van de leerstoel Volwasseneducatie van de Vrije Universiteit Brussel en Marieke Brugman van de Nederlandse tak van de Unesco. Bibliotheken kennen de Volwasseneducatie vooral van de zogeheten WEB-gelden waarbij in arbeidsmarktregio's tot inzet van onder andere taalhuizen wordt gekomen. Het is een complexe regeling met weinig beleidsvrijheid en inderdaad, hele beperkte middelen.

In het rapport vergelijken de schrijvers de investeringen van Nederland met andere landen in Europa. Wat denkt u, staat Nederland op 'pole position' om maar eens in de racetermen te blijven?

Nederland is maar een matige middenmoter in dit tabelletje. Enerzijds valt de grote variatie op maar ook dat er in deze lijst niet heel veel lijn is. Hoewel Scandinavische landen echt bovenaan staan, zoals verwacht, doen ook landen als Malta en Polen het goed. Ook de variatie is groot, een paar landen die tientjes per inwoner uitgeven en veel landen die met een paar euro's of dubbeltjes aan komen zetten.

Lobby van bibliotheken
Ondertussen zetten bibliotheken in op extra middelen in de formatie. De inzet van de VOB is € 95 miljoen extra. Het lijken me hele noodzakelijke middelen. De formatie schiet echter nog niet echt op en wie kijkt naar de opgaven die we zowel als bibliotheken als met volwasseneducatie hebben, ziet dat we met deze middelen natuurlijk nog maar in de schaduw staan van de bedragen die aan formeel onderwijs worden uitgegeven. En dat is eigenlijk raar. Iedereen is het erover eens dat als je nu van het MBO, HBO of universiteit af komt, je echt nog niet klaar bent met leren. We hebben de mond vol van een Leven Lang Ontwikkelen. Het rapport over Volwasseneducatie stelt eigenlijk dat met de bedragen die nu op tafel liggen, het eigenlijk nog niet eens mogelijk is om een fatsoenlijke infrastructuur op te zetten. Dat hadden u en ik in de praktijk natuurlijk ook al vastgesteld. Alle gelden moeten vooral programmatisch en met zeer beperkte beleidsvrijheid worden ingezet. De financiering van Taalhuizen is geen vetpot en wordt met inzet van vrijwilligers, die ik een zeer warm hart toedraag, overeind gehouden.  

Van bibliotheekwet naar Wet voor Leven Lang Ontwikkelen
Maar denk eens verder: zouden we in Nederland niet een infrastructuur moeten hebben voor een Leven Lang Ontwikkelen? Een platform in elke gemeente waar je een breed scala aan cursussen, workshops, online trainingen en studieboeken kunt gebruiken? Waar burgers en professionals elkaar verder helpen. 

Op onderdelen bouwen we die nu in Nederland: taalhuizen, volksuniversiteiten en informatiepunten digitale overheid. Maar het is heel beperkt naar inhoud en financiële middelen. Volgens mij mag en moet het breder: van taal, tot techniek, tot kunst en cultuur. In elke plaats een infrastructuur waar iedereen kan aankloppen om zichzelf te ontwikkelen. In samenwerking met lokale partners en burgers. De 'community university' of 'Universteit van de straat'. Voor mij is het een ontwikkelperspectief dat nog verder reikt dan de maatschappelijk-educatieve bibliotheek. 

Ik zou zeggen: kop nu die lobby in voor de € 95 miljoen voor bibliotheken. Het is noodzakelijk alleen al voor onze basistaken. Maar durf ook verder te kijken. Laten we gaan bouwen aan een wenkend perspectief waarbij we ooit van een bibliotheekwet naar een wet voor Leven Lang Ontwikkelen gaan. Want ten diepste hebben we in Nederland geen behoefte aan een bibliotheek die voldoet aan vijf functies maar een een infrastructuur waarmee elke Nederlander in elke situatie zichzelf kan ontwikkelen. Niet alleen een infrastructuur tot en met de universiteit maar ook voor al die jaren die daarna nog volgen.  

Op naar een wet voor Leven Lang Ontwikkelen!

zondag 29 augustus 2021

Hoe drie 15-jarige jongens in de Achterhoek zichzelf ontdekken

Nou, de vakantie loopt op zijn eind, ik ben al weer begonnen maar ga u nog even niet lastig vallen met bibliotheekzaken. Ik diep nog eens een geschiedenis op uit mijn eigen archief. Een verhaal met een lach en diepere ondergrond. Een verhaal over de vleesgeworden Titaantjes van Nescio: 'Jongens waren we—maar aardige jongens. Al zeg ik 't zelf. We zijn nu veel wijzer, stakkerig wijs zijn we'. Lees maar mee. 

Het was 1986. Ik was 15 en op dat moment moet ik dus in de 3e of de 4e van de HAVO hebben gezeten. Ik weet niet hoe het begonnen is maar samen met mijn vrienden Marco en Eric-Jan zijn we begonnen met muziek maken. Een bandje moest het worden. Het werd 'Volk uit Neede' dat consequent werd afgekort met VUN waarbij de N gespiegeld geschreven moest worden.

We werden niet gehinderd door al te veel muzikale vaardigheden. Eric-Jan en ik hadden allebei wel op een muziekschool gezeten maar daar dat was niet het soort kennis dat we zochten. Ook instrumenten hadden we eigenlijk niet. Hoewel, Eric-Jan had een oude gitaar waar zeker een paar snaren van ontbraken en die hij als een soort bas gebruikte. Ik gebruikte de mandoline van mijn moeder waar ze nooit meer op speelde. Marco zou drummen, maar we hadden ook geen drumstel. Het werd een bamboeblok en een plastic jerrycan. Hij had overigens wel echte drumsticks waar hij erg trots op was.

En daarmee kon ons feest kon beginnen. We repeteerden op mijn slaapkamer en na een tijdje hadden we een heuse demo - lees een cassettebandje van zeven minuten - bij elkaar met een paar nummers. Het cassettebandje circuleerde onder vrienden en bekenden. De demo was de opmaat naar het cassettebandje 'Navratilova wil een baby'. Die kon je voor fl. 5,- bij ons bestellen. 

Qua stijl keken we af van pretpunk, punk of psychobilly maar ik kan me voorstellen dat als u naar de nummers luistert denkt: welke stijl? Want muzikaal-technisch stelde het natuurlijk weinig voor. De inhoud was soms lachwekkend zoals bij 'Wekker' maar vaak ook maatschappijkritisch. Het grootste feestnummer op dat vlak van 'Fuck Ruding'. Dat was het nummer dat vrienden ook het meest waardeerden. En zoals je kunt horen in het nummer zat er niet zo heel veel argumentatie of nuance in. 

In een blogpost van 2018  schreef ik al eens over dit bandje, toen omdat ik de foto's terugvond die we maakten. Onze foto's waren beter dan de kwaliteit van de muziek durf ik wel te stellen. En nu vond ik dus ook de muziek weer terug en zag ik kan het te digitaliseren en samen te voegen met de foto's. Met deze blogpost ga ik meer mensen bereiken dan we als 15-jarigen in de jaren '80 ooit konden. Hadden we nu dit bandje gehad dan hadden we ongetwijfeld de sociale media gebruikt. 

Ik betwijfel of we ooit hebben opgetreden. Er is sprake van geweest dat we zouden optreden op het eindexamenfeest maar volgens mij is dat niet doorgegaan. Maar mijn geheugen laat me hier in de steek. 

Het is voor mij een dierbare herinnering aan een groepje jongens, diep in de Achterhoek, die zichzelf ontdekt en daar uitdrukking aan geeft. Misschien wel mijn meest dierbare jeugdherinnering. Het gaat over meer willen dan kunnen maar aan bravoure geen gebrek. Naarmate je ouder wordt krijgt de wereld meer nuance en meer grijstinten maar om eerlijk te zijn: de jongens zijn nooit verdwenen. En dat is maar goed ook. Have VUN!

Voor de liefhebbers, op YouTube staan ook nog 'Instrumentaeltje' en 't Is mooi weer'. 

zondag 18 juli 2021

Wat leest u deze zomer? Acht tips van uw bibliothecaris


De vakantie is voor velen een tijd om - eindelijk - eens te lezen. Maar wat gaat u lezen? Ik geef u acht tips uit mijn eigen boekenkast. Niet allemaal even nieuw maar allemaal boeken waar geen wachtlijst meer op zit bij de bibliotheek.... Mijn smaak: historische en waargebeurde verhalen. Het liefst een geschiedenis die wat onbekender is en  het verdient om aan het licht te komen. Verhalen die vaak beter zijn dan het script van de beste Netflixserie. En aangezien u zelf voorzicht moet zijn met reizen naar het buitenland, bieden onderstaande boeken meer dan u zelf mee kunt maken. 

Veel leesplezier!

Tip 1: Stasiland van Anna Funder

Anna Funder tekende verhalen op van mensen uit de voormalige DDR. Ze sprak zowel dissidenten als oud-medewerkers van de Stasi, de toenmalige geheime dienst. Je wordt meegenomen in de geraffineerde volksterreur en hoe 'gewone' burgers hiermee omgingen. Je mond valt open bij gesprekken met de de oud-Stasi-medewerker die nog heilig gelooft in het reeds lang verdwenen systeem en die gelooft in een wederopstanding van de onderdrukte heilstaat.

Als je dit boekt interessant vond moet je als opvolger 'Veertig herfsten' van Nina Wilner lezen, een geschiedenis van vijf generaties vrouwen uit de DDR. Van het begin van de DDR tot na de val.

Klik hier om Stasiland te lenen

Klik hier om Veertig herfsten te lenen

Tip 2: Batavia van Peter Fitzsimons

In 1629 voer het VOC-schip de Batavia naar Nederlands-Indië. Het kwam nooit meer terug. Het schip verging voor de kust van Australië en alle opvarenden strandden op een rif. Veel van het schip wordt gered waardoor. Er is veel eten maar er zijn ook veel mondden te voeden. De ruwe scheepsbemanning grijpt zijn kans en muit. Kapitein Pelsaert gebruikt de laatste sloep om met een aantal mannen van Australië naar Nederlands-Indië te roeien in een bizarre poging om hulp te halen. De roversbende die bij de Batavia achterblijft, verbrast de lading en terroriseert eenieder die probeert deze roversbende tegen te houden. De geschiedenis kent een zinderend slot en het had weinig gescheeld of deze geschiedenis was nooit bewaard gebleven. 

Als dit boek nou is uitgeleend kun je ook 'De ondergang van de Batavia' van Mike Dash lezen. Mike Dash heeft meer archiefonderzoek gedaan en kleurt meer feiten in van de mensen aan boord. Maar is daardoor soms ook een beetje taaier en zeker dikker. En dat terwijl het boek van Fitzsimons als 454 pagina's telt vol spanning en sensatie.

Klik hier om Batavia te lenen

Tip 3: Joséphine van Kate Williams

Terwijl de mannen hun macht vaak ontlenen aan spierballen en wapens, zo ontlenen de vrouwen uit de geschiedenis hun macht vaak aan zachtheid. Dat is de overtuiging van Kate Williams,  zij schreef een fenomenaal boek over Joséphine de Beauhairnais, de grote liefde en lange tijd de vrouw van Napeleon Bonaparte. Het hoofd van haar eerste man, de markies Beauhairnas, rolde tijdens de Franse revolutie. Via de gevangenis komt ze terug als minnares van bevelhebber Barras. Bij een etentje ontmoet ze Napoleon die ondersteboven van haar is. Hij kaapt de minnares van zijn bevelhebber. 

De boerse Napoleon  heeft opeens een societyster aan zijn zij. Later kantelt dit natuurlijk als Napoleon zelf grootheidswaanzin kan worden verweten. Hij veroverde vrouwen alsof het landen waren, tot groot verdriet van Joséphine. Hoewel ze ontegenzeggelijk van elkaar blijven houden, is het feit dat ze geen kinderen krijgen een probleem in de erfenis. Joséphine wordt om die reden en om geopolitiek gewin aan de kant gezet voor de Oostenrijkse Marie-Louise. 

Wie het verhaal van Joséphine leest, kan bijna niet anders dan een parallel trekken met Lady Diana. Geliefd bij het volk, verstoten door de kroon. Ik was verliefd op Joséphine na het lezen van het boek.

Klik hier om Joséphine te lenen.

Tip 4: De hel van 1812 van Bart Funnekotter

Nu we toch bij Napoleon zijn, dan ook maar door naar de hel van 1812. De veldtocht van Napoleon naar Rusland in 1812 is namelijk de grootste ramp uit de Nederlandse militaire geschiedenis. Wat velen niet weten, is dat het leger van Napoleon 15.000 Nederlandse soldaten meevocht. Napoleon trok in totaal met 680.000 soldaten richting Rusland. Hij keerde met 40.000 soldaten terug. De meeste soldaten overlijden niet in gevechten maar aan de ontberingen. Alle beroemde veldslagen komen voorbij maar telkens vanuit het perspectief van de Hollandse soldaten. Funnekotter deed fantastisch archiefonderzoek en legde alle puzzelstukjes bij elkaar. Het resultaat is een onthutsend relaas waarbij hele groepen soldaten doodvriezen of via sluwe tactieken genadeloos in de pan worden gehakt. Hitler zou een kleine eeuw later exact dezelfde fout maken als Napoleon. En opnieuw trokken de Russen zich terug en deed de ijzige Russische winter de rest. Soms herhaalt de geschiedenis zich op een zeer morbide manier.

Klik hierom De hel van 1812 te lenen.

Tip 5: Lutine van Martin Hendriksma

Minder bloedig en veel dichter bij huis: Lutine, een boek over de jacht naar gezonken goud. De Lutine is een Engels fregat dat in 1799 tussen Terschelling en Vlieland verging. Leuk om te lezen als je toch naar de Waddeneilanden gaat. Het fregat zat stampvol goud en zilver om de Duitse economie te redden. De avond voor vertrek heeft de bemanning in Engeland nog flink gefeest.  In de storm de nacht daarna vergaat het schip en zinkt de schat naar de bodem. Nadat het schip vergaan is, ontstaat een steekspel om de lading. Schippers uit Urk hangen tijdenlang boven het wrak en roven een deel van het goud.  De drost, zeg maar de burgemeester, van het eiland is bezeten van de schat en wint een rechtszaak waardoor hij als enige naar de schat mag zoeken. Wie het boek uit heeft, weet dat het raadsel van de Lutine nog altijd niet helemaal is opgelost en wil zelf acuut naar de bodem duiken. Er moeten nog goudstaven liggen.

Klik hier om Lutine te lenen.

Tip 6: De barones en de dominee van Wim Coster

Wim Coster schreef een prachtig boek over barones Jeanette van Dedem, dat zich afspeelt in het Zwolle van de 19e eeuw. De Van Dedems zijn dan wel van adel maar in hele goede doen zijn ze zijn. Jeanette trouwt dan ook met een koopman en niet met adel. De goed overlijdt en ze laat Jeanette als weduwe met een klein kind achter. Het is de dominee Johannes Gerrit van Rijn die zich dan over deze weduw ontfermt. Hij bezoekt haar wel erg vaak, en ook op bijzondere tijden. U snapt het al, de dominee en de barones hebben een affaire. Een dominee met vrouw en vier kinderen in het Zwolle van de 19e eeuw die er een relatie nahoudt met een andere vrouw, is natuurlijk voer voor roddel, achterklap en veroordeling.  De dominee en de barones gaan er vandoor,  de schepen achter hen worden verbrand en het hart en de liefde wordt gevolgd. Wim Coster geeft een prachtig kijkje in deze geschiedenis en en passant ontdekt hij in de 20e eeuw een niet vermoede nazaat. Downtown Abbey in Nederland.

Klik hier om De barones en de dominee te lenen.

Tip 7 Erebus van Michael Palin

Michael Palin kennen de meeste  van mijn generatie nog van Monty Python. Dat doet hij allang niet meer. De inmiddels bijna 80-jarige Palin schrijft nog wel boeken en maakt zo nu en dan een documentaire. De Erebus is een boek over het schip de Erebus dat in het midden van de 19e eeuw op ontdekkingstocht ging naar de zuidpool en de noordpool. Die waren nog lang niet volledig in kaart gebracht. Het boek laat je meereizen op die ontdekkingstochten en je ontdekt dat die tochten veel voorzichtiger en minder roekeloos gaan dan je dacht. Op ontdekkingsreis gaan betekent vooral dat je zelf in leven moet blijven, anders kun je het nooit navertellen. Je wordt meegenomen in de maandenlange kou rond de zuidpool. Een expeditie met maar een gedeeltelijk succes. Dan volgt een expeditie naar de noordpool met een andere expeditieleider. Een leider die eens zal laten zien wat ontdekken is. Dat heeft fatale gevolgen. Het schip komt vast te zitten en de bemanning moet zien te ontsnappen rond de poolcirkel. Hoe dat afloopt verklap ik niet. 

Klik hier om Erebus te lenen.

Tip 8 De rechtvaardigen van Jan Brokken

Tja, behoeft Jan Brokken nog toelichting? Hij heeft ondertussen een zeer indrukwekkend oeuvre opgebouwd van geschiedenisverhalen. Ik pik er deze uit maar het had ook een andere kunnen zijn. De rechtvaardigen van Jan Brokken verhaalt over Jan Zwartendijk, de Nederlandse consul van Litouwen. Consul is overigens meer een erebaantje dan een echte baan. Zwartendijk werkt bij de Litouwse afdeling van Philips. Als de oorlog uitbreekt vluchten veel Joden naar Litouwen. De consul weet een manier te vinden waarop hij Joden kan laten vluchten. Met een visum naar Curaçao via Japan. Samen met de Japans consul zet hij een heel stempelbedrijf van visa op waarmee duizenden Joden zo weg kunnen komen. Het is het omgekeerde van de toeslagenaffaire: de consul rekt zijn bevoegdheid maximaal op om te doen wat juist is. Dag en nacht stempelt hij door want de klok tikt. Maar hij moet zelf ook weg. Hoe lang kan hij blijven stempelen en kan hij zichzelf dan nog redden?  Lees zelf hoe het afloopt met Zwartendijk.

Klik hier om De rechtvaardigen te lenen.

donderdag 15 juli 2021

René Siteur: Over het S-woord en de lange termijn laten regeren


Vandaag neemt René Siteur officieel afscheid als directeur van de bibliotheek Hof van Twente en Hengelo. In kleine kring door de maatregelen. Een jaar eerder nam hij al afscheid van de bibliotheek Oldenzaal waar hij ook directeur van was. Sinds 1985 was hij werkzaam in het Overijssels bibliotheekwerk. Ruim 35 jaar en nu met pensioen. Zelf maakte ik hem  van die periode bijna 25 jaar mee. Niet altijd van even dichtbij maar ook nooit ver weg. Op internet gelden geen corona-beperkingen, dus hier kunnen we René met zijn allen het beste wensen. 

Op bovenstaande foto, uit 2018, zie je hem zitten (rechts). Samen met Ans Dijkhuijs (Losser) en Gerard Kocx (Enschede). Alle drie opgeleid als bibliothecaris. Alle drie directeur. En alle drie inmiddels met pensioen. We nemen langzaam afscheid van de generatie directeuren die nog echt bibliothecaris is geweest. 

Directie-overleg met 45 hoofdbibliothecarissen

René Siteur begon zijn loopbaan bij de provinciale bibliotheekcentrale van Oost-Overijssel in 1985. Ja, u leest het goed, Overijssel had toen nog meerdere provinciale bibliotheekcentrales (PBC): west en oost. René volgde de bibliotheekopleiding en werkte ondertussen ook al bij de PBC. Vanaf eind jaren '80 komt hij te werken in Goor. Eerst nog onder Jan Steffens (thans bij Flevomeerbibliotheek) en later werd hij zelf de hoofbibliothecaris. De twee PBC's waren ondertussen gefuseerd. Dat is ongeveer het moment vanaf waar ik er ook bij kwam kijken. Het was de tijd van een provinciaal directie-overleg met 45! hoofdbibliothecarissen. Overigens dat was dan weer zonder de steden want die wilden niet met al die 'kleintjes' overleggen. Daar was weer een apart overleg voor waarbij de directeur van de PBC de kleinere bibliotheken vertegenwoordigde. En geloof het of niet: de kleine en de grote bibliotheken maakten het elkaar niet makkelijk. 

Pas na het midden van de jaren '90 neemt die onderlinge rivaliteit af en begon het echte samenwerken. Ondertussen vond er ook een gemeentelijke herindeling plaats en aan het begin van het nieuwe millennium worden de gemeenten Goor, Markelo, Diepenheim, Ambt Delden en Stad Delden samengevoegd tot de gemeente Hof van Twente. René wordt directeur van deze bibliotheek. 

Eerst de pers bellen en dan de loodgieter

Ik weet nog dat hij in die tijd knokte voor een nieuwe bibliotheek in Goor. Die is er uiteindelijk ook gekomen maar er moest veel water door de Regge. De oude bibliotheek was aftands en niet meer van deze tijd en ook het onderhoud liet veel te wensen over. Na een zware regenbui stond de kelder van de bibliotheek onder water. Elke normale bibliotheekdirecteur belt dan gelijk de loodgieter om de kelder leeg te pompen. Maar niet René, hij belde eerst de krant. Dan konden ze nog mooi even een foto maken van hoe beroerd het er aan toe was. Pas nadat de foto gemaakt was, belde hij de loodgieter. 

Fietroutes naar Delden

Later vochten we samen nog tegen de bezuinigingen in Hof van Twente. Als die allemaal geëffectueerd zouden moeten worden, zou er  van de vier vestigingen alleen nog een bibliotheek in Delden kunnen overblijven hadden we berekend. Delden was volstrekt onlogisch want het lag in een hoek van de gemeente Hof van Twente. Maar ja, daar was een 40-jarig huurcontract afgesloten bij de nieuwbouw van die bibliotheek. Dus die kon je niet sluiten. Als communicatie rond die bezuiniging werden door de bibliotheek flyers gedrukt met landkaartjes met fietsroutes voor kinderen hoe ze - soms 18 kilometer - naar Delden moesten fietsen als dit werkelijkheid werd. De bezuiniging ging niet van tafel maar werden wel verzacht en René slaagde erin om toch alle vestigingen overeind te houden. 

Eén van de trucs die hij daarvoor uithaalde was door zijn eigen personeelskosten te halveren. Hij werd namelijk toen ook directeur in Hengelo, gedeeld management dus. Ik sloot in Hengelo toen net mijn functie als interim-directeur af. Die stap heeft er dus eigenlijk voor gezorgd dat de kleine vestigingen bij de bibliotheek Hof van Twente open konden blijven. Voor die stap heb ik veel bewondering gehad, hij sprong met die samenwerking over zijn eigen schaduw heen want ik denk dat hij dat wel een spannende sprong heeft gevonden. 

En samenwerking is iets wat ons allebei verbonden heeft. Want ook op provinciaal vlak was René een stabiele en verbindende factor. René is geen schreeuwer, weet goed te luistern, relativeert en kan met enigszins onderkoelde humor de scherpe randjes verzachten. Hij zette zich voor het Overijsselse bibliotheeksysteem en de digitale commissie, was lid van het dagelijks bestuur en... last but not least lid van de reiscommissie die zorgde voor de studiereizen. Zoals de foto hierboven bewijst, want dit was een onder andere door hem georganiseerde studiereis naar bibliotheken in Engeland.

Ondertussen vernieuwde hij na de vestigingen in Goor en Delden ook de vestigingen in Markelo en Diepenheim. Na zijn aantreden in Hengelo werd filiaal Hasseler Es vernieuwd en later ook de centrale vestiging in Hengelo. Ondertussen was hij ook directeur geworden van de bibliotheek in Oldenzaal. Ook die zou vernieuwd worden. Die laatste opdracht liet hij aan zich voorbij gaan en hij trad daar al een jaar eerder terug. Het kenmerkt hem zoals ik hem ken: hij weet donders goed wat hij zelf moet doen en hij weet wanneer hij hulp moet vragen of het een ander moet laten doen. Die opdracht kon een ander beter uitvoeren en Anke Bruggeman nam deze klus aan en bracht het tot een mooie  vernieuwing in Oldenzaal. 

Stevig netwerk van bibliotheekvestigingen

Hoewel René zich veel inzette voor het digitale bibliotheekwerk, zie je in zijn prestaties dat hij juist oog heeft gehad voor het behoud van de spreiding en de kwaliteit van de bibliotheekvestingen. Onder zijn leiding hebben al die vestigingen een sprong gemaakt van uitleenbibliotheek naar maatschappelijk-educatieve bibliotheek. 

René was geen schreeuwer, geen poeha en geen megalomane plannen. Maar ook geen ruzies, positiespel en confrontaties. Wie zo werkt houdt energie over om in stilte en stap voor stap toch hele grote prestaties leveren. Want wie door de tijd kijkt, ziet welke enorme afstand is afgelegd. 

Lang op dezelfde plek directeur zijn, is tegenwoordig misschien minder in de mode. Maar wie naar René kijkt ziet ook dat zo iemand niet de korte maar de lange termijn kan laten regeren.  Frederique Westera mag René opvolgen bij alle drie de stichtingen. Frederique succes! 

En voor René: bedankt. Het was een eer om met elkaar invulling te geven aan wat we allebei het S-woord noemden: samenwerking!

zondag 11 juli 2021

Wees lief!


Kent u dit beeld nog? Het is een beer achter een raam. In de eerste lockdown plaatsten mensen beren achter ramen om kinderen te vermaken en ze zoveel mogelijk beren te laten vinden. Je kon immers niet veel anders dan ommetjes maken. Ik vond het een lief beeld en het gaf aan hoe we ons samen door die crisis sloegen. De wereld kwam tot stilstand. Het aantal inbraken en andere criminaliteit nam spectaculair af. We zetten ons in voor mensen die boodschappen nodig hadden en in quarantaine zaten en we klapten voor de zorg.  Na het thuisonderwijs hadden we een mateloos respect voor het onderwijs en vonden we dat ze meer salaris verdienden. Nederland was een lief land geworden. Er mocht alleen niet meer geknuffeld worden.  Inmiddels zijn we bijna anderhalf jaar verder. Er is ondertussen veel veranderd.

Het vaccin kwam en daarmee de hoop dat op korte termijn alles weer gewoon zou zijn. Dat blijkt nu weer tegen te vallen met nieuwe varianten.  Het geduld wordt eindeloos op de proef gesteld. Burgers eisen zo ongeveer hun vakantie naar het buitenland, jongeren willen weer uit, ondernemers willen weer maximaal ondernemen en de zorg wil gewoon de achterstallige operaties inhalen.

Nu het eind van de crisis gloort, staat iedereen te dringen om als eerste bij de uitgang te zijn. Het ‘wij’ uit de crisis is weer definitief het ‘ik’ geworden. Waar we aan het begin van de crisis nog bereid waren ons eigen belang even opzij te schuiven, lijkt nu het recht van de sterkste weer te gelden. Of het recht van de grootste schreeuwer. Cynisch gezegd: Je elleboog is er niet meer om in te niezen maar om de ander opzij te duwen.

Dit soort borden zag u aan het begin van de crisis door heel Nederland. Ik vond het prachtig. Een overheid die communiceert dat u  ‘lief’ moet zijn.  Die zachte woorden van de overheid zijn allang weer weg maar van mij hadden ze mogen blijven. Met borden als: ‘Wees lief en betaal belasting’ en ‘Wees lief en houd je een beetje aan de snelheid’.  Maar sinds deze borden geplaatst werden is het kabinet gevallen over de Toeslagenaffaire en lieten bijna alle leiders na, hun eigen positie daaraan te verbinden. Er werd gelogen over een ‘functie elders’ en partijvriendjes bleken miljoenen verdiend te hebben aan mondkapjes. En ondertussen bleek de zorgbonus niet meer dan een zorgfooi. Laat ik het netjes zeggen door te stellen dat de voorbeeldfunctie van onze leiders op de meest minimale manier is ingevuld. Dit ondanks al het respect dat ik heb voor al het werk dat verzet is.

Morgen krijg ik mijn tweede prik. En ik weet niet of het mijn laatste is.  Maar ik merk dat ik wat verdrietig ben dat iedereen alweer zo voor zijn eigen belang op komt. Het lieve Nederland is weer verdwenen en het ellebogenwerk is weer begonnen. Nu het einde van de crisis lonkt, lijkt iedereen vooral geïnteresseerd in een zo goed mogelijke startpositie voor zichzelf ná de crisis. 

Noem het naïef, maar ik zet vandaag een beer voor mijn raam. En ik geef u allen een virtuele knuffel. En als de overheid het niet meer zegt, zeg ik het maar: Wees lief!