maandag 19 februari 2018

Wel bezuinigd op collecties maar niet minder titels.... zelfs meer!



Er wordt flink bezuinigd op collecties maar dat leidt niet tot verschraling van collecties. Sterker nog: collecties krijgen wel minder exemplaren maar meet titels! Dat is een conclusie die je zou kunnen trekken op basis van bovenstaande grafiek.

Naar aanleiding van mijn vorige blog over de daling van aantal boeken in de bibliotheken meldde Elma Lammers van de Koninklijke Bibliotheek iets interessant bij de opmerkingen: 
"Nav het Gezamenlijk Collectieplan en de herijking van de plusfunctie onderzocht Maurits van de Graaf ook de omvang van de OB-collecties. We zagen toen dat de OB-collecties in 2017 (peildatum 1/1) qua aantal beschikbare exemplaren met 2,8% zijn gekrompen tov een jaar eerder, maar dat het aantal beschikbare titels juist 3,7% is gestegen. Totale omvang neemt dus af, maar het aanbod is wel meer divers. Te wijten aan het beter op elkaar afstemmen van collecties dmv o.a. gezamenlijk collectioneren?"
Het onderzoek van Maurits van der Graaf is nog niet gepubliceerd maar Elma verwees mij naar Johan Stapel (uiteraard Johan, wie anders) die hier de cijfers voor aanleverde. De cijfers die Johan mij verstrekte zijn medio vorig jaar al verspreid op Biebtobieb (helaas alleen voor bibliotheekmederwerkers).

4,0% meer titels, 2,7% minder exemplaren
In mijn eigen telling van cijfers kom ik tot 4,0% meer titels en 2,7% minder exemplaren in het jaar 2016. Flevoland spant de kroon met een stijging van het aantal titels met 5,9%. Utrecht volgt met 5,8%. Groningen en Friesland sluiten de rij met een stijging van 1,1% en 1,3%.

De telling is een titel- en exemplarentelling uit de NBC+. Dat betekent dat op 1-1-2016 en 1-1-2017 is gekeken hoeveel titels elke bibliotheek had en hoeveel exemplaren. In totaal waren er zo'n 13 miljoen titels en zo'n 27,5 miljoen exemplaren. Die 27,5 miljoen is dus de totale collectie die bij Nederlandse openbare bibliotheken aanwezig is. In werkelijkheid zijn er echter niet 13 miljoen unieke titels. Dat zal veel lager liggen. Bij elke bibliotheek wordt het aantal titels geteld en niet gekeken naar overlap met andere bibliotheken. De wiskundigen onder u hebben al door dat hiermee er theoretisch gezien er een kleine kans dat het totaal aantal titels in heel Nederland gedaald is als men meer dezelfde titels is gaan kopen. Maar ik vermoed eerlijk gezegd van niet.

De situatie in Groningen
Tja, en dan nog het bijzondere Groningen. Waar het aantal exemplaren gewoon met 10% stijgt. Zijn daar werkelijk zoveel meer boeken? Ja, maar het ligt iets anders dan de kale cijfers doen geloven. Er wordt namelijk nog aan de NBC+ gesleuteld waardoor soms ook deelcollecties nog worden ingelezen. De opmerkelijke stijging van Groningen in aantal exemplaren - een kleine 100.000 boeken en andere media - heeft te maken met het feit dat nu ook schoolbibliotheken worden gekoppeld aan de NBC+.  Reken maar even mee. Groningen heeft een kleine 100 schoolbibliotheken met gemiddeld 6 boeken per leerling en 225 leerlingen per school. Voila, daar zijn de ruim 100.000 boeken. Ook in Groningen zullen in de vestgingen de collecties kleiner worden. Maar ook hier, meer titels. 

Doen we het beter?
Elma hint in haar opmerking dat de betere titeldekking te wijten zou kunnen zijn aan betere afstemming door centraal collectioneren waardoor efficiënter met verdubbeling van het aantal exemplaren in een provinciaal netwerk zou kunnen worden omgegaan. Het zou kunnen maar dat verhaal kun je op basis van deze cijfers denk ik nog niet hard maken. Daar is meer onderzoek voor nodig.

Wel verkleining, geen verschraling
Genoemde cijfers lijken er in ieder geval op te wijzen dat verkleining van collecties niet ten koste gaat van de breedte van de collecties. Wel een verkleining maar geen verschraling. En dat is denk ik een compliment waard aan de collectioneurs!

woensdag 14 februari 2018

Hoe de collectie uit de bibliotheek sluipt...



1,4 miljoen media minder in twee jaar tijd
Een paar dagen geleden kreeg ik van Johan Stapel van de Koninklijke Bibliotheek een overzicht met tellingen van aantallen titels uit de NBC+. Kort door de bocht: hoeveel boeken (en andere media) heeft elke bibliotheek. De telling ging over februari 2016 en februari 2018. In 2016 kenden de gezamenlijke openbare bibliotheken nog 28,2 miljoen items. Twee jaar later zijn dat er nog 26,8 miljoen. Een kleine 1,4 miljoen minder. In twee jaar tijd is de collectie  5,1% kleiner geworden, een kleine 2,5% per jaar.

In bovenstaande landkaartje heb ik aangegeven hoe elke provincie in dat overzicht scoort. Als u met de muis over landkaart gaat, ziet u de exact stijging of daling in procenten in deze periode. De verschillen zijn opvallend. De meest opvallende is Groningen die een stijging laat zien van bijna +10%. Groningen heeft in de afgelopen tijd ook de boeken die zij gebruiken bij de bibliotheek op school toevoegd aan de NBC+. Daar zit dus de collectiestijging.

Verder zien we in Drenthe een flinke daling en die zit eigenlijk bij alle bibliotheken in die provincie. Midden en Zuid Nederland kennen het mild collectieklimaat met hier een daar nog opvallende stijgers zoals Den Bosch. Hoewel ik me ook daar kan voorstellen dat dit met collecties van schoolbibliotheken te maken heeft.

Het westen van Nederland scoort iets bovengemiddeld met zo'n 7 à 8% teruggang. Als ik door de cijfers kijk zie ik dat ook veel Plusbibliotheken thans hun collecties laten krimpen, zij het vaak lichter dan het landelijk gemiddelde.

Tot slot is mijn indruk dat kleine bibliotheken op dit moment hun collectie harder laten teruglopen dat grote bibliotheken. Bekend is dat kleine bibliotheken vaak een relatief grotere collectie hebben en daardoor nu harder zakken. Maar het kan ook een effect zijn van de vaak zwaardere bezuinigingen op het platteland dan in steden.

Is het erg?
Is het erg dat de collecties kleiner worden? Tja, daarover zullen de meningen verschillen maar wil de omvang van de collecties relateert aan hoeveel er geleend wordt kan even kijken naar de ontwikkeling van de uitleningen in de afgelopen jaren.


Bijgaande cijfers komen uit de statistieken van het CBS en laten zijn dat we jaren achter de rug hebben waarbij landelijk gezien het aantal uitleningen zo'n 3% tot bijna 9% per jaar terugliep. Als de uitleningen met deze percentages teruglopen zou je kunnen zeggen dat je ook je collectie mag verkleinen. In die zin is de teruggang die we op de kaart zien nog mild te noemen. In 2015 en 2016 tezamen liepen de uitleningen met ruim 9% terug. Terwijl de collectie dus slecht met 5% verkleind werd.

Bovenstaande cijfers sluiten aan bij eerder onderzoek dat ik deed naar het gerucht dat bibliotheken louter nog aan rendementsdenken zouden doen als het gaat om collectievorming. Ook toen zagen we dat er een groter vraaguitval was in uitleningen dan teruggang in collecties.

Van lenen naar programmeren
Er is nog een reden waarom het niet zo erg is dat de uitleningen dalen. En dat is dat bibliotheken bezig zijn met een stevige transformatie. Van lenen naar programmeren.

Eerder publiceerde ik bij de cijfers over 2015 al eens dit overzicht van activiteiten in bibliotheken.


In totaal organisseerden de bibliotheken in 2015 zo'n 78.000 activiteiten. Dat betekent ruim 500 activiteiten per bibliotheekstichting per jaar. Bij elke stichting zijn er elke werkdag dus meerdere activiteiten.

Mens volgt werk
En dat bracht mij bij weer een andere klus waar ik mee bezig ben: een samenwerking tussen drie bibliotheken in Overijssel. Bij het op een rijtje zetten van die organisaties brachten we ook in beeld hoeveel personeel er nog nodig was voor de traditionele uitlening (de publieksdienst) en hoeveel personeel er nu al werkt aan al die maatschappelijke en educatieve programma's.

Dat leverde het volgende beeld op.


Wie denkt dat 80% van onze middelen nog in de klassieke bibliotheek zit, komt bedrogen uit. In deze situatie houden de publieksdienst en de programma's elkaar nog net niet in evenwicht. De grotere bibliotheek bij deze drie had al een 50%/50% tussen publieksdienst en programma's. Het aantal leesconsulenten, onderwijsspecialisten en taalhuiscoördinatoren groeit als kool.

Conclusie: bibliotheken zijn stevig de bakens aan het verzetten. En die transformatie is misschien al wel verder dan je denkt.

In 2030 stoppen we met uitlenen?
De fysieke collectie sluipt via de voordeur de bibliotheek uit. Maar de programma's komen er via de achterdeur stevig voor in de plaats.

Blijft die collectie? Met dit tempo in dalende uitleningen en slinkende collectie, zal tussen 2030 en 2035 de fysieke uitlening stoppen. Dat is nog drie beleidsplannen vanaf nu. Als ik bovenstaande bekijk kan ik me er ten dele wat bij voorstellen. En ten dele ook niet.

Anders leren lezen
Misschien is één disruptieve anekdote nog interessant in dit opzicht. Mijn dochter van 11 kijkt soms Engelse films zonder ondertiteling. Nee, ze snapt niet alles maar ze heeft  in haar leven al zoveel Engels gehoord via YouTube en Netflix dat ze ondertussen qua luistervaardigheid veel films kan volgen. Zo leren kinderen dus tegenwoordig. En vraag in uw eigen omgeving maar eens na of er jongeren gamen met andere jongeren in het buitenland.... Die praten via headsets allemaal Engels met elkaar. Op hun niveau en gebied weliswaar maar toch.  Wie ergens goed in wil zijn, moet veel tijd investeren. En hoe laat je mensen dat tegenwoordig doen? We leren anders dan vroeger. En wat betekent dat voor lezen? En wat betekent dat voor bijvoorbeeld bestrijding van laaggeletterdheid. Zetten we wel de juiste middelen in?

De collectie sluipt de bibliotheek uit. Met tedere gevoelens nemen we afscheid maar vol vertrouwen kijken we naar de toekomst.

maandag 5 februari 2018

Bibliotheekstatistieken uit 1868



Veel openbare bibliotheken komen voort uit de leeszaalbeweging die begin 20e eeuw furore maakte. Veel bibliotheken zijn thans dan ook rond de honderd jaar oud. Wat we wel eens vergeten is dat er ook voor die leeszaalbeweging al (semi-)openbare bibliotheken waren. Er was in de 19e eeuw een groot netwerk van Volksbibliotheken die werden onderhouden door de Maatschappij tot Nut van het Algemeen. Het waren en vele honderden!

Bijgaande plaatje komt uit het jaarboek van het nut over 1868 en 1869. Het is open op internet te vinden (lees vanaf pagina 43).  Vele pagina's met bibliotheekstatistiek. Drachten had bijvoorbeeld 355 leden, Deventer 250 en Elburg 34.

Het aantal uitleningen verschilde evenzeer als het aantal leden. Wie door de lijst heen kijkt ziet dat de volksbibliotheken gemiddeld zo'n vijf uitleningen per lid deden. Maar er waren ook wel uitschieters zoals Edam in deze lijst: met 197 leden toch zo'n 2.918 uitleningen halen.

De boekerijen waren blijkbaar niet al te veel open gezien de opmerking dat ze slechts wekelijks of tweewekelijks open waren. De leentermijn bedroeg maximaal twee weken. Ook wel mooi is de opmerking van de bibliotheek in Diemen (met 41 leden) waar de leentermijn afhankelijk was van de dikte van het boek. Voor elke 100 bladzijden krijg je acht dagen de tijd.

Van bibliotheek naar leeskamer
In het algemene jaaroverzicht van de maatschappij worden de volksbibliotheken nog een keer genoemd met een bijzonder ontwikkeling.


De ontwikkeling van de leeszaal - een plek om rustig te lezen - werd geïntroduceerd. Goes, Woerden en Zutphen hadden er al één. Het hoofdbestuur zag graag wat meer navolging hiervan en verstrekte hier een subsidie voor. Blijkbaar was er nog niet zo heel veel animo voor. Wel bijzonder dat men hier de leeszaal al zo introduceert, vele decennia eerder voordat de leeszaalbeweging opkomt.

Nog immer actueel
Als inleiding op deze statistieken in het jaarboek worden enkele zinnen gewijd aan de Volksleesbibliotheken in het algemeen:
'Het veelzijdig nut van wélingerigte Boekerijen ten dienste van mingegoeden, die zelve geen boekwerken - kunnen bekostigen, is te zeer erkend, om nog betoog te behoeven. In de maatschappelijke zámenleving, waar men er prijs op stelt .niet slechts enkele individu's , maar alle zamenlevenden tot een zekeren graad van ontwikkeling en kennis te laten komen' 
Ware het niet dat we niet meer alleen voor 'mingegoeden' werken, zou je kunnen stellen dat deze zinnen nog onverminderd voor openbare bibliotheken gelden.

donderdag 25 januari 2018

Bibliotheekadvertenties uit 1962: een vijfdaagse werkweek als unique selling point


Ik stuitte op een leuke hoeveelheid oude bibliotheekadvertenties uit 1962. Zoals deze: een oude personeelsadvertentie voor een bibliotheekambtenaar in Friesland. Diploma van de Centrale Vereniging vereist. Het salaris conform wat toen gangbaar was. Er was al sprake van salarisschalen. De AOW-premie kennen we ook nog steeds maar de huurcompensatie zijn we kwijt. Bijzonder is dat gemeld wordt dat het om een vijfdaagse werkweek gaat. Andere advertenties uit die tijd laten dat achterwege. Dat betekende dus een vrije zaterdag. Die was in 1960 bevochten door de vakbonden en werd sinds die tijd geleidelijk ingevoerd. Bibliotheken zullen hebben geprofiteerd van die vrije zaterdag: mensen kregen in één keer meer tijd voor recreatie en hobbies. Het lezen zal daar sterk door gestegen zijn.

Uit de oude doos: 37 vacatures
Een tijdje geleden meldde ik al dat ik een paar dozen met oude boeken over bibliotheken had ontvangen van Henk Middelveld, de voormalige directeur van de Overijselse Bibliotheek Dienst. In die doos zat ook een nummer van het tijdschrift Bibliotheekleven uit 1962. Inhoudelijk zal ik later nog wat meer vertellen. Nu even lekker advertenties lezen. Want geloof het of niet: er staan maar liefst 37! vacatures in dit tijdschrift... De arbeidsmarkt stond duidelijk onder druk.

Een flinke assistent(e)
Ook de voorloper van de organisatie van Henk Middelveld adverteerde in het nummer. Zij zochten een flinke assistent(e).


Zo'n assistent gaf dus leiding aan meerdere filialen en mocht en passant ook nog deelnemen aan het cataloguswerk. Er werden overigens veel assistenten gezocht. Nooit een bibliothecaris overigens maar altijd een assistent. Wie een assistent zocht, leek eigenlijk een bibliothecaris te zoeken als ik het zo lees. 

Werkende vrouwen


Bijzonder vond ik ook wel deze advertentie. Een gehuwde vrouw van 37 biedt zich aan voor een part-time baan. Dat is om twee redenen opvallend. Op de eerste plaats staat bij de reguliere banen nooit het aantal uur. Dat doet vermoeden dat het om allemaal full-time banen gaat. Iemand die zich part-time aanbiedt is daarmee al een uitzondering. Het tweede is echter dat het om een gehuwde vrouw gaat. Veel vrouwen stopten in die tijd met werken als ze trouwden. Tot 1956 werden getrouwde vrouwen zelfs nog als 'handelingsonbekwaam' beschouwd. Ze mochten niet zelfstandig een bankrekening openen of zonder toestemming van haar man geld opnemen van een bankrekening. Tot ver in de jaren zestig moest je bij veel beroepen stoppen met werken als je trouwde. Deze advertentie is dus een feministisch statement. 

Buitendienst
Ook een functie uit mijn eigen werkgebied: die voor functionaris in de buitendienst voor het plattelandsbibliotheekwerk in Gelderland.


Het lijkt een beetje te gaan om de voorloper van de regio-directeuren. Ware het niet dat er 'slechts' een middelbare schoolopleiding wordt gevraagd. Helder is dat het vooral een organisator moest zijn met goede sociale vaardigheden. Bijzonder is wel dat er genoemd wordt dat er een psychotechnisch onderzoek zal worden gedaan. De voorloper van het assessment!

Boeklon!
Naast personeelsadvertenties staan er ook een paar advertenties in die gaan over bibliotheekproducten. Veel oudere bibliotheekmedewerkers zullen een kreet van herkenning slaken.


Ik heb er zelf nooit meer echt mee gewerkt maar in Deventer hadden we begin jaren '90 nog een kleine afdeling waar boeken hersteld werden en boeken die we los inkochten nog gekaft werden. Met boeklon inderdaad. Kilometers boeklon moet het bibliotheekwerk per jaar verslonden hebben.

Het kopieerapparaat



Ik vermoed dat dit wel één van de eerste versies van het kopieerapparaat zal zijn. Ik herinner me uit mijn jeugd in de 70-er jaren dat kopiëren altijd op speciaal papier moest dat langzaam vervaagde. Een proces dat we later bij faxen nog zagen.

Andere tijden, terug naar de onze...
'Andere tijden, terug naar de onze', dat is de zin waar Hans Goedkoop altijd mee afsluit bij zijn serie 'Andere tijden'. Nederland blaakte van groei, er werden grenzen verlegd in het feminisme, er kwam meer vrije tijd en nieuwe technische middelen zoals het kopieerapparaat gingen ons leven aangenaam maken. Dat alles was terug te zien in de advertenties van een bibliotheektijdschrift. Nu lezen we onze vacatures via internet op de site van Culturele Vacatures. En wat zien we? Het merendeel is part-time. De assistent heeft plaatsgemaakt voor de leesconsulent en de taalhuisspecialist. Vrouwen stoppen niet meer bij hun trouwen, we vragen ons nu af of onze toiletten niet genderneutraal moeten worden. Het kopieerapparaat staat er nog steeds maar wordt minder gebruikt dan vroeger. En die catalogusafdeling? Met een lampje zijn ze nog te vinden, vaak verstopt ergens achter het social media team.


zondag 21 januari 2018

Fake-nieuws uit 1831

Kent u de uitdrukking: 'Dan liever de lucht in!'? Hij wordt toegeschreven aan Jan Carel van Speijk, die zijn kannoneerboot voor de kade van Antwerpen de lucht in liet vliegen omdat hij overmeesterd zou worden door opstandige Belgen. In Nederland werd zijn dood als een heldendood omschreven, er kwamen monumenten en er zou tot in eeuwigheid een marineschip zijn dat zijn naam draagt. En dat laatste is inderdaad nog het geval?

Maar was Van Speijk een held? Het antwoord is  vele malen 'nee' en  zijn actie voor de kade van Antwerpen was geen heldendaad. Deze opmerkelijke conclusie is te lezen in het boek 'Liever niet de lucht in' van maritiem historicus Ronald Prud'homme van Reine. Ik las dit boek over de bizarre geschiedenis van Van Speijk met groot genoegen.

Van Speijk was een wees met een grote hunkering naar erkenning die depressieve stemmingen had.Door bij de marine te gaan kon hij zich ontworstelen aan het arme bestaan op de wal. Door promotie was meer sociale mobiliteit mogelijk. Zijn grote voorbeeld was Michiel de Ruijter, die net als hij als arme sloeber opklom op de sociale ladder.

Het verhaal
Na ingezet te zijn in Nederlands Indië wordt hij naar de Belgische opstand gestuurd. De Schelde naar Antwerpen wordt door de Nederlanders afgesloten en bewaakt om de Belgen economisch te treffen. Van Speijk is als luitenant verantwoordelijk voor één van de kannoneerboten. In de winter van 1831 ligt er veel ijs op de Schelde en is er weinig activiteit. Als de Schelde toch enigzins bevaarbaar is, is Van Speijk één van de eersten die graag weer aan de slag wil. De boten zijn zeilschepen die lastig te besturen zijn op de rivieren. Hij drijft daardoor naar één van de kades waar de Belgen zich verzamelen om oproer te kraaien.

Het verhaal gaat dat de Belgen het schip bestormen, de Nederlandse vlag neer halen en dat dat het moment is dat Van Speijk beslist het schip niet in Belgische te laten vallen: 'Dan liever de lucht in'.


De feiten
Prud'homme van Reine analyseert de feiten en komt tot een aantal conclusies. Op de eerste plaats laten de historische feiten zien dat de Belgen die op het schip kwam geen oproerkraaiers waren maar leden van het Orangistische vrijkorps die juist bescherming wilden bieden. Het feit of de vlag werd neergehaald wordt niet bewezen geacht.

Op de tweede plaats laat hij zien hoe zijn commandanten Koopman en Chassé dit feit snel verdraaien tot een heldendaad en het op die wijze naar buiten brengen. Zij konden zich geen slecht nieuws veroorloven omdat ten koste zou gaan van de middelen die aan deze oorlog werden besteed. Want om eerlijk te zijn: er stierven meer Nederlanders dan Belgen bij deze actie en een kostbare boot van de toch al kleine marine ging naar z'n grootje. Prud'homme laat zien hoe met name commandant Koopman de media bespeelt en zelfs onder een hoedje lijkt te hebben gespeeld met een aantal kranten.

Op de derde plaats tekent Prud'homme het karakter van Van Speijk: onberekenbaar, driftig, halsstarrig en een neiging tot depressie. Van Speijk was al voor eerder inzet in het leger in de Willemsorde verheven. Hij leek koste wat het kost zijn inzet voor de Nederlandse koning te willen bewijzen. Chassé had in eerdere toespraken al vermeld dat men bereid moest zijn liever het leven en het schip op te geven dan om de Nederlandse vlag in handen van de vijand te laten vallen.

Fake-nieuws
De heldendood van Van Speijk was fake-nieuws in 1831. De feiten werden verdraaid in het voordeel van de Nederlanders. Met name de analyse van al die heldenverering - er zijn veel publicaties en schilderijen over gemaakt - is uiterst vermakelijk. Van Speijk kreeg een praalgraf in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, vlakbij het praalgraf van Michiel de Ruijter, zijn grote held.

Prud'homme herschrijft bijna 200 jaar na dat Van Speijk de lucht in ging de geschiedenis. Hij deed dat met een onnoemelijke hoeveelheid archiefmateriaal. Het bewijst eens te meer de kracht van informatie zoals we die heden ten dage kennen.

Zou er in deze tijd weer een Van Speijk kunnen zijn? Ik bedoel dan in de zin van dat overheden of media moedwillig een ander verhaal laten zien dan de werkelijkheid? Ja, ik denk zeker dat je zelf nog flink moet blijven nadenken. Een actueel boek daarover is bijvoorbeeld 'Het zijn net mensen' van Joris Luyendijk. Krijgen we dan alles te zien of krijgen we te zien wat we moeten zien?

Fake-nieuws is niets nieuws.

Wie het boek wil bestellen bij de bibliotheek, kan dat hier doen.

maandag 15 januari 2018

Alle ebook-statistieken over 2017 en drie top-10's!


Zo daar ben ik weer. Vorige week publiceerde ik al vlot en vluchtig twee grafieken over de ebook-cijfers van bibliotheken. Ik publiceer die twee grafieken hier ook nog een keer om een totaaloverzicht van alle ebook-statistieken bij elkaar te hebben. En verderop nog een paar top-10's met lokale bibliotheken.

Uitleningen +15%
Zoals ik eerder al meldde: de uitleningen van ebooks steeg in 2017 met 15% nar 3,2 miljoen ebooks. De turbulente stijging van voorgaande jaren vlakt iets af, hoewel menig bibliotheekdirecteur nog steeds jaloers zou zijn op dit soort groeicijfers bij fysieke boeken.

De fysieke uitleningen stonden in 2016 nog op 73 miljoen. Ebooks blijven met 3 miljoen uitleningen de komende jaren dus een aanvulling op het gedrukte aanbod. Er zeker geen sprake van massale verdringing.

Aantal gebruikers +28%



Het aantal ebookaccounts steeg opnieuw met bijna 100.000. Het jaar ervoor was er een stijging van 110.000 nieuwe accounts. Hoewel procentueel de stijging dus iets afvlakt, is de stijging in absolute zin nog ongeveer even groot. Het aantal accounts stijgt harder dan het aantal uitleningen wat er op lijkt te wijzen dat de bestaande gebruikersgroep bestaat uit lezers die meer ebooks lezen dan de nieuwe accounts.

Vooral 40-plussers lezen ebooks



Wie die 440.000 accounts afzet tegen het totaal van 3,7 miljoen bibliotheekleden ziet dat ongeveer 11% van alle bibliotheekleden een account heeft. Dat lijkt nog niet zo heel veel maar wie kijkt naar wie die ebooks lezen, ziet dat het vooral 40-plussers zijn. Het merendeel van de 3,7 miljoen leden van de openbare bibliotheek bestaat uit kinderen. Van de volwassen heeft een aanzienlijk deel dus een ebookaccount. Mijn schatting is dat ongeveer 20% van de volwassen bibliotheekleden wel eens een ebook leent of heeft geleend. Maar dat zal ik nog eens een keer uitzoeken door een ledenbestand van bijvoorbeeld de provincie Overijssel er eens tegen aan te leggen.

Welke bibliotheek leent de meeste ebooks uit?




Zo, genoeg algemene cijfers. Laten we gauw eens kijken hoe de individuele bibliotheken presteren.
Eind juli van dit jaar publiceerde ik al een prognose over 2017 en had daarin ook een aantal top-10-overzichten zitten. Daar gaan we de definitieve balans maar eens van op maken.

Biblionet Groningen is met de Groningse bibliotheken de grootste uitlener van ebooks met ruim 150.000 uitleningen. Daarna volgt de Koninklijke Bibliotheek met de digital-only-leners met ruim 120.000 leners. Amsterdam volgt op de derde plaats. In de zomer stonden deze organisaties ook in de top-3, ware het niet dat Amsterdam toen tweede stond. Die is dus voorbij gestreefd door de KB.

Opvallend is dat Groningen, dat in omvang kleiner is dan de OBA, Aanzet of Rotterdam toch zoveel meer digitale uitleningen maakt. Hoe zou dat komen? Misschien dat de volgende top-10's daar nog wat licht op werpen.

Gemiddelde uitleningen per account



Om bibliotheken, die qua grootte nogal kunnen verschillen, beter onderling te kunnen vergelijken met ebooks kunnen we gebruik maken van twee kengetallen. De eerste is het aantal uitleningen per account. Zie hier de top-10 van bibliotheken  waar per account het meest wordt geleend.

Gemiddeld leent elke ebookgebruiker iets meer dan zeven ebooks per jaar. De digital only leners via de KB staan stijf bovenaan met ruim zeventien ebooks per jaar. Dat is ook wel logisch want die digital-only-leners gebruiken ook echt alleen ebooks en geen gedrukte media uit een gewone bibliotheek. Als je het vergelijkt met de gewone bibliotheekleden die samen met 3,7 miljoen zijn en 73 miljoen uitleningen doen, weet dat een gewone bibliotheeklid gemiddeld negentien materialen per jaar leent. Die digital-only-leners van de KB komen daar dus aardig bij in de buurt.

Bij de verder top-10 valt op dat er veel bibliotheken in zitten met een werkgebied van christelijke signatuur: denk aan  Barneveld, Staphorst, Zwartewaterland, Altena en Veenendaal. Zou het ebookaanbod zo geschikt zijn voor deze doelgroep? Zijn ebooks lekker anoniem zodat men niet van elkaar ziet  wat men leest ? Of heeft het toch gewoon te maken met een sterkere leescultuur in deze kringen?  Het zal een combinatie zijn denk van deze factoren.

Welk percentage van de leden heeft een ebookaccount?


Het tweede kengetal om bibliotheken te vergelijken is hoeveel procent van de bibliotheekleden een ebookaccount heeft. Je bent namelijk niet automatisch lid van de online bibliotheek en je moet je bibliotheekpas daarvoor activeren. Wie niet zijn account activeert  kan ook niet lenen. Het is dus naast het aantal ebooks dat men per account leent een belangrijke graadmeter over hoeveel mensen interesse hebben in ebooks.

Om dit in beeld te brengen moet ik twee databestanden combineren: die van het aantal leden per bibliotheek (die beschikbaar zijn in de kb-dataset over 2016) en het aantal accounts dat elke bibliotheek heeft. Die cijfers komen uit twee verschillende bestanden en niet alle stichtingen sluiten dan op elkaar aan (door stichtingen die infuseren sluiten vooral Zeeland en Groningen niet aan helaas). Maar het overgrote deel is goed te berekenen.

Dat levert dan bovenstaande top-10 op. Met DOK Delft strak bovenaan met 18%, gevolgd door Dommeldal en Noord West Veluwe. Wat mij hier opvalt is dat het ook hier, behalve Utrecht en Zuid Kennemerland en Centre Ceramique Maastricht, het wat kleinere stichtingen zijn. Wie dan naar de andere twee top-10's kijkt ziet dat dat eigenlijk elke keer zo is. En wellicht verklaart dat ook wel de hoge plekken van de provincies Groningen en Zeeland in de eerste top-10. Het lijkt erop dat vooral landelijk gebied meer lijkt te profiteren van het aanbod dan de randstad. Zou daar een plausibele verklaring voor zijn?

Zo, en daarmee hebben we alle cijfers over 2017 weer eens naast elkaar. Volgend jaar maar weer?

vrijdag 12 januari 2018

15% groei uitleningen ebooks in openbare bibliotheken over 2017


De Nederlandse openbare bibliotheken leenden in 2017 ruim 3,2 miljoen ebooks uit via het ebookplatform van de Koniklijke Bibliotheek. Dit is zo'n 15% meer dan in 2016 toen nog zo'n 2,7 miljoen ebooks werden uitgeleend. Dit blijkt uit cijfers die de KB onlangs aan bibliotheken verstrekte.

De groei van het aantal uitleningen gaat wel minder snel dan in de jaren daarvoor zoals te zien is in bovenstaande tabel. Hiermee lijken ebooks de onstuimige groei voorbij te zijn en lijkt een fase langzaam een fase van stabilisatie aan te breken. Dat de uitlening van ebooks op dezelfde hoogte komt als die van fysieke boeken (73 miljoen in 2016) lijkt daarmee voorlopig wel uitgesloten. Ebooks en gedrukte media vullen elkaar dus aan.

Naar leeftijd


Uit de cijfers is ook af te leiden, wie de meeste ebooks leent. Evenals voorgaande jaren zijn het vooral 40+'ers die ebooks lezen. Ook in de koopmarkt is dat het geval. Ik heb deze cijfers snel vergeleken met voorgaande jaren maar er zit geen wezenlijke verschuiving in. Het ebookpubliek lijkt zelfs iets ouder te worden.

Binnenkort kom ik nog even terug op deze cijfers en kijk ik ook nog even wat de best presterende bibliotheken waren. Maar daarvoor moet ik eerst een paar bestanden aan elkaar koppelen.