dinsdag 23 mei 2017

Waar komen wij elkaar nog tegen in de samenleving?


Een weekendje Antwerpen. Je plant wat dingen. Maar de mooiste dingen zijn toch vaak de zaken die je plotseling overkomen. Het is zaterdagavond.  Bijna middernacht.  Het concert is afgelopen en we lopen terug richting binnenstad. De weg is versperd.

Wat is er gebeurd? Wat is er aan de gang? Het lijkt wel een soort optocht. Opeens herinneren we de tribune en tentjes die we zagen staan toen we richting het concert gingen.


We raken aan de praat met twee politieagenten waarvan er één en dikke sigaar rookt. Op zaterdagnacht mag dat. Ze leggen ons uit dat we kijken naar een kunstwerk. Een parade met 1.000 Antwerpenaren. De kunstenaar - Thomas Verstraeten - wil de diversiteit van Antwerpen laten zien door 1.000 burgers op te delen in 50 groepen. 50 groepen met mensen die iets gemeen hebben. We zien stratenvegers, mensen met een rollator, wegwerkers, filerijders, bakfietsmoeders, dames met een herenracefiets, directeuren, gekleurde jongens die voetballen en mannen met een dikke auto (die hun asbak leeggooien).


Verstraeten wil laten zien dat de stad al veel diverser is dan wij denken. Ja, wij denken in hokjes. Hokjes met vooroordelen. Het liefst vooroordelen van goed en kwaad. Uiteindelijk lopen we allemaal door dezelfde stad. En juist door kenmerken te nemen die soms verder van de segregatie af  staan, hoe we dat verhaal soms zelf invullen. 

Terwijl je naar de groepen kijkt, krijg je je eigen verhaal. Bij de groep met gelukkige gezinnen, lopen de gezinnetjes allemaal mooi bij elkaar. Er is slechts één iemand die alleen loopt. Waarom vraagt iedereen die toekijkt zich af. En allemaal maken we ons eigen verhaal. 


De metafoor die deze kunstenaar gebruikt is ijzersterk. Met deze parade houdt hij ons een spiegel voor. Over hoe uniek ieder mens is en dat ondanks of juist dankzij al die verschillen dat samenleven zo kleurrijk kan zijn. 

Twee dagen later vindt in Manchester een aanslag plaats. Eén individu treft, door zichzelf op te blazen, vele jonge levens. De aanslag wordt opgeëist door IS. En ik voel hoe deze boodschap weer polariseert. Het doel is om de samenleving te ontwrichten. Als de kunstenaar zaterdagnacht iets liet zien, is het wel hoeveel kracht er zit in onze diverse samenleving.

Waar komen wij elkaar nog tegen?
Tegelijkertijd laat het kunstwerk zien dat het niet vanzelfsprekend is dat groepen onderling verbonden zijn en juist die verbondenheid is nodig om vooroordelen weg te nemen en samenleven mogelijk te maken. Waar komen jong en oud, arm en rijk, autochtoon en allochtoon over de vloer. Waar kunnen ze elkaar ontmoeten?

Op dezelfde dag liep ik even de hoofdvestiging binnen van de Antwerpse bibliotheek: Permeke. Een bibliotheek die op een plek is gebouwd op een plek die wij in Nederland een krachtwijk noemen. De bibliotheek zit stampvol. Overal wordt geleerd en zitten mensen in de boeken. Alle pc's zijn bezet. Ik tel minstens die groepjes die bezig zijn met taalles en de studiezaal zit afgeladen vol. Vol inderdaad met arm, rijk, autochtoon en allochtoon, jong en oud.  Ze zitten allemaal door elkaar. 

Integratie is belangrijker dan segmentatie
Thomas Verstraeten deelt de wereld op in bizarre groepen. Onze marketingdeskundigen segmenteren onze klanten: dynamische gezinnen, welvarende genieters, traditionele gezinnen..... Ik snap dat we het doen. Maar juist de verbindingen tussen deze groepen, konden wel eens belangrijker zijn. 

Misschien is integratie voor bibliotheken wel een belangrijker thema dan segmentatie.

dinsdag 16 mei 2017

De Liedjeskast: Zingend Nederlands leren met Frans Duijts, Guus Meeuwis, Bennie Jolink en Brigitte Kaandorp


Gisteravond was ik uitgenodigd bij een geweldig initiatief: de lancering van De Liedjeskast van Oefenen.nl. De Liedjeskast is een taalprogramma waar je zingend Nederlands leert. En dat samen met allerlei topartiesten als Frans Duijts, Guus Meeuwis en Bennie Jolink en nog vele andere. Zingend de taal leren. Ik schreef er al wel eens eerder over onder de titel 'Zing Nederlands met me', een programma dat thans langs vele steden in Nederland trekt.

De Liedjeskast
De Liedjeskast is een taalprogramma van Oefenen.nl dat is opgezet door taaldocent Marjan Suilen, levenspartner van de artiest Gé Reinders. Marjan gaf al jaren Nederlandse les aan volwassenen en ze merkte dat lesstof telkens weer wegzakte. Taalregels die voor de vakantie waren geleerd, waren na de vakantie weer weeg. Ze bedacht daarvoor twee oplossingen. De eerste wat een plaat waarop kasten stonden waarin de taalregels stonden. In verschillende kasten waren overzichtelijk alle taalregels nog eens te zien. En bij elke kast kwam een liedje om de regel nog eens uit te leggen. En dat was ook het moment dat Gé Reinders om de hoek kwam kijken.

Met de gedachte: 'daar zou je wat meer mee moeten doen', klopten ze aan bij de Stichting ABC, de stichting van en voor laaggeletterden. De Stichting ABC verwees door naar expertisecentrum Oefenen.nl. Daar groeide het idee verder: kun je meerdere bekende Nederlanders vinden die mee willen doen, kun je financiering vinden voor dit project  en hoe moet het er verder uit zien. Een zoekproces dat alles bij elkaar zo'n zes jaar in beslag nam. Over lange adem gesproken.

Ondertussen verfijnde Marjan haar Liedjeskast en de liedjes die erbij hoorden. Soms bleken cursisten de liedjes toch niet goed te begrijpen en werd de tekst weer aangepast.

Het programma
Het programma 'De Liedjeskast is voor iedereen gratis te volgen via Oefenen.nl. Taalhuizen en bibliotheken kunnen het programma prima inzetten in allerlei cursussen of maatjesprojecten. Via de licentie van Oefenen.nl (die bibliotheken hebben) kun je ook een handleiding, oefenbladen, de tekst van ieder liedje en ook de bladmuziek gebruiken. Vooral dat laatste lijkt me nog allerlei leuke opties te bieden voor een taalfestival bijvoorbeeld. Het oefenboekje en de CD zijn ook los te bestellen.

Ik heb een deel van het programma van De Liedjeskast gevolgd en ik merkte zelf weer hoeveel regels onze taal heeft die ik eigenlijk automatisch toepas. Weet u nog wat korte, lange en duo-klinkers zijn en wat daar allemaal van afhangt? Voor mij weer een eye-opener waar je tegen aanloopt als je de Nederlandse taal machtig probeert te worden en dat dat nog geen eenvoudige klus is. Maar De Liedjeskast is een mooie speelse manier om dat te doen. De animaties en de oefeningen zitten - zoals altijd - weer slim in elkaar en bouwen heel goed op.



Ambassadeurs
Slim aan het concept van de Liedjeskast is ook dat bekende Nederlanders zich verbinden aan dit thema. Een juist ook volkszangers als Guus Meeuwis, Frans Duijts en Bennie Jolink die onder hun fans ongetwijfeld een schare (autochtone) laaggeletterden zullen kennen. Een groep die vaak niet makkelijk te bereiken is. Fantastisch dat al deze mensen zich daar zo voor inzetten.

Gaat u vooral oefenen(.nl)
Bibliotheekdirecteuren of -medewerkers die Oefenen.nl nog nooit hebben gezien moeten nu toch echt even gaan kijken. En wie het al wel kende: verrijk je ook met deze methode.

Als u dat ondertussen doet, druk ik de CD nog even in de speler en zing nog even mee met mijn favoriet: 'de voltooide tijd' van Lange Frans. Complimenten voor Marjan Suilen en Gé Reinders en aan het kleine team van Oefenen.nl voor weer een mooie productie.

maandag 8 mei 2017

Zeven observaties bij de voortgang van het Vlaamse bibliotheeksysteem

De afgelopen week woonde ik  in Brussel een informatiesessie bij van de Vlaamse bibliotheken. De Vlamingen, ik heb er al vaak over geschreven, zijn bescheiden maar maken ondertussen vele meters. Met het onderzoek naar een Vlaams bibliotheeksysteem zitten zij op dit moment in een fase die ongeveer één tot twee jaar voor ligt op de Nederlandse situatie. En daarmee is Vlaanderen zeer interessant om goed te volgen.

En zo zat ik temidden van bijna 100 Vlaamse bibliotheekcollega's te luisteren naar de voortgang. Ik geef u een paar van mijn observaties van die bijeenkomst.

Observatie 1: Stevige aanbesteding
De Vlamingen zitten inmiddels ver in hun aanbesteding. Uiterlijk 15 mei moeten leveranciers hun offertes inleveren. Dan volgen presentaties door de leveranciers en eind juli moet de beslissing zijn gevallen. Als alles meezit gaan de Vlamingen dus in 2018 starten met de migratie. Kijk, daar wordt stevig doorgepakt!

De aanbesteding is overigens gebaseerd op een zogeheten 'Bestek'. In Nederland zouden we dat het Programma van Eisen noemen of het aanbestedingsdocument noemen. Dat document vindt u op deze keurige pagina, net als veel andere interessante informatie.  Het 'bestek' bevat bijvoorbeeld een vrij complete beschrijving van wat een bibliotheeksysteem allemaal moet kunnen: hoe je moet kunnen uitlenen, hoe een lid moet kunnen inschrijven, hoe je titel- of exemplaargegevens muteert maar ook wordt gevraagd naar beschikbare helpdesk en regelingen rond intellectueel eigendom. Het is een document wat ons in Nederland, als wij ook verder kunnen, nog veel van over kunnen nemen. Daar is echt al heel veel denkwerk verricht. Leveranciers zullen echt een tijdje zoet zijn om dit allemaal goed aan te leveren.

Er zijn vijf partijen die ene offerte in deze gunningsfase kunnen aanbieden. Dat zijn:
  • Brocade/Cipal
  • Infor samen Cevi
  • Ex Libris samen met KU Leuven
  • OCLC met HKA
  • Systematic

Deze vijf kwamen uit een eerdere selectiefase waarin men al moest bewijzen dat men deze klus aan zou kunnen en men een deugdelijk product had dat op hoofdlijnen zou moeten kunnen functioneren.

Observatie 2: Maak onderscheid tussen operationeel en innovatie
Het Vlaams Bibliotheeksysteem maakt onderscheid tussen wat een systeem moet kunnen vanaf de eerste dag  dat het operationeel is wat de ontwikkelagenda is voor de komende jaren. Die ontwikkelagenda is ondergebracht in tien projecten. Die projecten zijn echt superconcreet. Daar kunnen wij in Nederland nog wel wat van leren. Dat heeft ook te maken met het feit dat het Vlaams Bibliotheeksysteem plotseling geen rekening meer hoeft te houden met allerlei verschillende systemen. Het gaat niet meer over koppelen maar over ontwikkeling binnen het systeem.

Projecten in de doorontwikkeling zijn bijvoorbeeld een nieuwe doorontwikkeling op de frontend, een API ter vervanging van het SIP-protocol en de inrichting van de statistiekmodule.

Een ander onderwerp dat ik er graag even uitlicht is  de koppeling met de basisregistratie door de overheid. De Vlaamse bibliotheken maken onderdeel uit van de lokale overheid. Een koppeling met de Gemeentelijke BasisAdministratie (het heet in Vlaanderen het Rijksregister) ligt voor de hand. Als je een lid inschrijft kun je dan automatisch de gegevens overhalen van deze burger. Ook tussentijdse wijzigingen in de GBA zouden op termijn dan doorgegeven kunnen worden. Dit gaat via een koppeling met het platform Magda. Deze koppeling wordt nog niet verwacht bij de oplevering van het Vlaamse systeem maar zeker op niet al te lange termijn beschikbaar komen. 




Observatie 3: Over de kracht van standaardiseren
In het haalbaarheidsonderzoek dat in Vlaanderen is uitgevoerd was al geconstateerd dat het nodig zou zijn om een aantal zaken nog verder te standaardiseren. Een deel van die uitkomsten werd gedeeld op deze bijeenkomst maar ook concreet gemaakt. Zo komt er een standaardlijst met abonnementen die een bibliotheek kan aanbieden. Dat zullen er enkele tientallen zijn en bibliotheek kan zelf bepalen welke echt worden aangeboden aan publiek. De prijs van elk abonnement kan de lokale bibliotheek zelf vaststellen. Het is een standaardisatie die ook in de Nederlandse projectgroep voorbij is gekomen en wellicht ook voorgesteld zal worden. 

Verder werd het proces van inschrijven van leners beschreven en daar werd plotseling zichtbaar hoe handig het is als je maar één lenersbestand hebt. 1 op de 7 inwoners verhuist elk jaar. Soms buiten de eigen gemeente. Hoe handig zou het zijn dat die gewoon 'meeverhuist' naar de volgende bibliotheek. 

Ook werd aangegeven hoe je mededelingen over een lener die ook buiten de eigen bibliotheek leent, zou kunnen doorzetten naar andere bibliotheken of naar het hele netwerk. 

Maar ook bijvoorbeeld een standaardlijst voor de kasverkoop in bibliotheken. Die wordt nu ook door elke bibliotheek apart ingevuld. Nou ja, een hoop kleine dingen dus waar veel mensen op veel plekken toch druk mee zijn. 

Observatie 4: Eén zoekinterface 
Geen onderdeel van de aanbesteding of het Vlaamse Bibliotheeksysteem maar hij kwam toch een aantal keer voorbij: alle Vlaamse bibliotheken gebruiken dezelfde zoekinterface. En dat is eigenlijk toch wel verrekte handig. Want die zoekinterface moet straks gekoppeld worden met het Vlaamse bibliotheeksysteem. En als dat allemaal verschillende leveranciers zijn, krijg je het daar nog knap druk mee. De aquabrowser vervult in Vlaanderen zowel de rol van index als van zoekinterface. De interface is lokaal instelbaar maar alle koppelingen zijn uniform en wijzigingen zijn daardoor voor alle bibliotheken door te voeren. 

In Nederland hebben we wel de index landelijk beschikbaar (NBC+) maar niet de zoekinterface. Als Nederland echt werk wil maken van een landelijk bibliotheeksysteem dan zou ik er een groot voorstander van zijn om ook die zoekinterface te standaardiseren. 


Observatie 6: Hoe de catalogus verdween uit Vlaanderen
Over indexen gesproken. In de aanbesteding wordt ook aangegeven hoe men om wil gaan met de OpenVlacc (ongeveer de NBC+ van Vlaanderen). Het eengemaakt bibliotheeksysteem zal in de beginfase nog kopiëren uit het OpenVlacc. Maar op termijn zal men de OpenVlacc en de titelindex uit het landelijk bibliotheeksysteem in elkaar schuiven. En daarmee verdwijnt in feite de lokale catalogus uit Vlaanderen. En dat is wel bijzonder want in Vlaanderen maakt men nog veel meer werk van catalogiseren. Dat komt omdat men veel minder kan terugvallen op het werk dat in Nederland door de NBD wordt gedaan. In Nederland zien we zelf bijna niet meer hoe efficiënt we dat hebben geregeld. 

Observatie 7: Het gaat niet over de prijs
Tot slot: het gaat in Vlaanderen niet over de prijs van het systeem. Veel gesprekken in Nederland gaan daar wel over. Hetgeen uiteraard het vooroordeel bevestigd dat wij op de penning zijn in Nederland. Dat het daar in Vlaanderen minder over gaat is dat de budgetten van de provincies (die tot nu tot het overgrote deel van de kosten betaalde) worden overgeheveld naar Vlaams niveau. De rekening zal dus wellicht voor het overgrote deel bij Cultuurconnect terecht komen. Nu waren niet alle Vlaamse bibliotheken aangesloten bij die provinciale systemen dus daar zal nog wel iets voor verzonnen zijn, maar in grote lijnen ligt het wel zo.

Er zijn in Nederland ook wel eens mensen geweest die zeiden dat dit geld maar naar het niveau van de KB moest worden getild. Net zoals bij de ebooks is gebeurd met een uitname uit het gemeentefonds. Maar anders dan bij ebooks is er geen standaardbedrag in lokale of provinciale begrotingen te vinden dat gecentraliseerd kan worden. En aangezien het ook niet een directe taak is voor de KB in de WSOB zie ik dat ook nog niet gebeuren. Wie echter de Vlamingen bezig ziet, zal niet kunnen ontkennen dat één bibliotheeksysteem het werk van de KB voor de digitale bibliotheek toch wel eenvoudiger zou maken.

Tot slot: Wat de Vlamingen nog kunnen leren van de Nederlanders
Wij kunnen veel leren van de Vlamingen. Ze flikken dit toch maar mooi en zijn ondertussen gewoon uit de startblokken. Petje af dus voor het team van Johan Mijs. Toch zijn er nog wel een aantal zaken die de Vlamingen weer van ons kunnen leren.

Eén van de zaken die mij opviel is dat het collectie- en catalogiseerproces in Vlaanderen veel minder is gestandardiseerd dan in Nederland. Door de titelaanlevering door de NBD zijn de cataloguswerkzaamheden in Nederland tot een minimum beperkt en variëren we ook nauwelijks meer met alternatieve plaatsingen. Ook het werken met centraal collectioneren is in Nederland eerder regel dan uitzondering. In Vlaanderen staat dat echt in de kinderschoenen.

Tot slot viel mij op dat veel van de verbeteringen in de projecten worden gezocht binnen het bibliotheeksysteem terwijl we in Nederland daar toch al veel meer om heen durven te programmeren. Ik ben er zelf nog niet helemaal uit wat nu beter is. Ik zie het pragmatisme en tempo van de Vlamingen. En ik zie het principiële en de hang naar autonomie over eigen systemen in Nederland.

Het was me een genoegen zo tussen honderd vakgenoten in Vlaanderen te zitten. Collega's waar we in Nederland nog veel plezier van kunnen hebben.

Dank aan u allen daar voor wat u mij leerde en graag tot een volgende keer!

Wie de presentaties van deze bijeenkomst wil zien, kan deze hier vinden.

zaterdag 6 mei 2017

Be my eyes, en waarom bibliotheken aan de slag moeten met digitale communties


Een tijdje geleden attendeerde collega Erik Boekesteijn mij op een mooie app: 'Be my eyes'. Door drukte bleef zijn attendering even liggen. Tot ik op een vrijdagmiddag er eens wat beter in dook en erg blij van werd. Bekijk het filmpje maar eens.

'Be my Eyes' laat blinden zien door de camera van hun smartphone. Honderdduizenden 'vrijwilligers'  zijn bereid even hun ogen te lenen voor deze blinden. Vrijwilligers over de hele wereld zodat er dag en nacht een netwerk ontstaat die blinden of slechtzienden kunnen helpen.


Op de website laten ze zien hoe vaak de app al is aangeroepen (217.000 keer) en hoeveel blinden deelnemen (34.000). Er is een netwerk van bijna een half miljoen mensen die de app heeft geïnstalleerd.

Meer helpers dan hulpvraag

Er is dus nu al een groter netwerk van mensen die wil ondersteunen dan dat er vragen zijn van blinden. Het is een beetje dezelfde ervaring die ik heb met het werven van taalmaatjes voor laaggeletterden: er zijn veel mensen die willen helpen maar de hulpvraag loopt daar nog niet mee in de pas.

Digitale maatjes

Naast het feit dat ik dit een heel sympathiek initiatief vindt, is het ook om een andere reden nog een bijzonder interessante ontwikkeling. Dat is namelijk die van de creatie van digitale hulpstructuren. Want als je blinden op deze manier zou kunnen helpen, wie zou je dan nog meer kunnen helpen? Zou je laaggeletterden ook op die manier kunnen ondersteunen?  Of zou je huiswerkbegeleiding zo kunnen organiseren?  Of zou je belastingspreekuren zo kunnen doen?


Digitale communities toevoegen aan ons samenwerkingsmodel

De klassieke oplossing van bibliotheken was in de afgelopen eeuw om boekcollecties op te bouwen rond onderwerpen. Met de opkomst van interenet hebben we afscheid genoemen van het idee dat de bibliotheek alles zelf moet organiseren: de informatie kwam namelijk gewoon uit de hele wereld.

Tegelijkertijd zijn we veel meer lokale netwerken gaan activeren en laten we actieve burgers meedoen in het creëren van een nieuwe hulpstructuur voor de samenleving. Uiteraard kunnen bibliotheken dat niet alleen en doen ze dat samen met andere professionele organisaties of burgerinitiatieven.

Met andere woorden: bibliotheken hebben hun kracht flink vergroot door deze vormen van samenwerking. Kenmerk is dat ze vooral nog lokaal of regionaal georganiseerd waren. Wat als we daar nou ook nog eens de hele digitale wereld aan toe zouden kunnen voegen?

En helemaal met niks beginnen we natuurlijk ook niet. Denk bijvoorbeeld eens aan Oefenen.nl, de instructievideo's die door meer dan 100.000 cursisten in samenwerking met de bibliotheek worden gebruikt. Hoe gaaf zou het zijn om zo'n community als bij 'Be my eyes' toe te voegen aan deze omgeving? Of voeg zo'n community toe aan de Digisterkercursussen.

Tot nog toe gebruikte om die samenwerkingsvormen aan te duiden, bijgaande plaat. Een bibliotheek die in de maatschappij en haar problemen haar kracht probeert te bundelen en zo tot oplossingen te komen. Maar je ziet dus dat de digitaliseringslaag nu een verbinding aangaat met de 'burger'laag. En dat daar nieuwe kracht uit voort komt.

Ik ben onverminderd optimistisch over onze toekomst en ben razend benieuwd welke kracht wij nog allemaal kunnen organiseren voor deze snel veranderende samenleving.

maandag 24 april 2017

In welke provincie leest men het meest en waar heeft men de meeste boeken?


In Overijssel leest men het meest. Met Groningen, Gelderland en Utrecht als goede tweede. Tenminste als we af mogen gaan op het aantal uitleningen per inwoner bij bibliotheken in deze provincies. Het afgelopen weekend dook ik maar weer eens in wat cijfers van het bibliotheekwerk.  Daarbij kwamen twee bronnen op een leuke manier samen. Maar daarover aan het eind meer.

Eerst maar eens naar deze cijfers. Want zeggen ze ook iets?

Over bereik en collectiegebruik
Ja, ze zeggen zeker wat. Neem bijvoorbeeld Overijssel. Die kennen dus een hoog gebruik 7,1 uitleningen per inwoner waar 4,6 het  landelijk gemiddelde is. 54% boven het landelijk gemiddelde.  Veel uitleningen per inwoner dus. Dat betekent dat in Overijssel relatief veel mensen lid zijn van de bibliotheek en dat zij relatief veel lenen. Hoe komt dat? Deels zal dit verklaren zijn uit het 'formule'beleid dat men de afgelopen jaren voerde. Daar schreef ik al eerder over.

Verder zien we dat Overijssel iets bovengemiddelde hoeveelheid collectie heeft: 2,0 stuks media per inwoner tegenover 1,6 als landelijk gemiddelde. 25% boven het landelijk gemiddelde.  Men kent een gebruik dat 54% hoger ligt dan het landelijk gemiddelde terwijl de collectie slechts 25% groter is dan landelijk gemiddeld. Uit dat cijfer kun je weer afleiden dat die collectie best efficiënt gebruikt wordt. Dat weerspiegelt zich ook in de uitleenfrequentie (het aantal uitleningen gedeeld door het aantal media). Die uitleenfrequentie geeft aan hoe vaak een boek of DVD wordt uitgeleend.

De bovenste vier provincies zijn ook allemaal provincies die (nagenoeg) provinciebreed centraal collectioneren. Heel even dacht ik dat daar ook nog een succespunt zat maar volgens mij collectioneren ook Zeeland en Drenthe (nagenoeg) op provinciaal niveau.

Maar zoals gezegd: cijfers zeggen niet alles. Zeeland en Friesland hebben bijvoorbeeld grote collecties gezien hun inwonertal. Dat komt door de grote historische collecties die Tresoar en de Zeeuwse Bibliotheek hebben.Collecties die niet direct bedoeld zijn als openbare bibliotheekcollectie en die dus een relatief laag gebruik zullen kennen. Dat weerspiegelt zich ook in de lage uitleenfrequentie. Dus voordat u de conclusie trekt dat Zeeland en Friesland het niet efficiënt doen, is het ook goed om te kijken naar de collecties die daarachter zitten en de functie van die collecties. Een ander detail is bijvoorbeeld dat ik moeilijk kan taxeren is het feit dat één van de Friese bibliotheken geen uitleencijfers heeft aangeleverd bij de WOB-gegevens waar ik me op baseer.

Over de bronnen van deze cijfers
Zoals ik al zei, hier zijn twee bronnen op een leuke manier samen gekomen.

Johan Stapel had mij begin dit jaar de tellingen uit nationale bibliotheekcatalogus gestuurd. Hij telt maandelijks hoeveel media de verschillende bibliotheken hebben. Johan had die ook al getotaliseerd naar provincies. Het aantal per inwoner per provincie was dus vrij eenvoudig boven tafel te krijgen. Ik ben er daarna een tijdje mee aan het stoeien geweest om deze cijfers te koppelen aan de aanvraagcijfers uit het landelijk aanvraagverkeer. Maar dat blijkt door de complexe routing en uitval nog knap ingewikkeld te zijn om daar iets zinnig over te zeggen. En toen kwamen die WOB-statistieken en verschoof mijn aandacht naar die cijfers.

Tot dit weekend dus. Ik pakte de cijfers van Johan er nog eens bij en bedacht me dat het aantal media per inwoner niet zoveel zegt.  Want als je veel leden hebt dan heb je meer media per inwoner nodig dan wanneer je minder leden hebt. Eigenlijk moest ik dus de goede tegenhanger hiervoor vinden. Die vond ik in het aantal uitleningen per inwoner. 

Uit de cijfers van het WOB-verzoek is per basisbibliotheek aangegeven bij welke provincie deze hoort. De provinciale cijfers zijn hier door clustering vrij eenvoudig uit te halen. Toen ik de cijfers bij elkaar legde zag ik dat de meeste nieuwswaarde natuurlijk zit in het gegeven in welke provincie men het meeste leest. En zo kwam dat cijfer bovenaan.

Met als leuke bijkomstigheid dat dat natuurlijk mijn eigen provincie is. Maar u snapt, meer tijd om er over te vertellen heb ik niet, want ik hoognodig verder lezen in mijn boek.

Wie de openbare bronnen zoekt bij dit artikel: hier de cijfers van Johan Stapel en hier de cijfers uit het wob-verzoek.

vrijdag 21 april 2017

De schatkamer van Stadkamer


Gisteren werd een nieuwe parel toegevoegd aan de Overijsselse bibliotheken: Stadkamer Zwolle.De Stadkamer , een combinatie van bibliotheek, kunsteducatie en amateurkunst, verhuisde haar centrale vestiging. Van een plek in de Diezerstraat, de koopgoot van Zwolle, naar de Zeven Alleetjes aan de rand van het centrum.

Tegelijkertijd werd er niet een compleet nieuw gebouw neergezet maar een oud gebouw van de GGD in Zwolle gestript en opnieuw ingericht. De buitenkant van het gebouw is dan ook geen 'landmark'.


En daarmee had de Stadkamer toch een redelijke opgave: hoe ga je op die plek de bibliotheek van de toekomst maken? Mijn persoonlijke mening is dat die buitenkant van een 'functionele lelijkheid' is. Want het contrast met de binnenkant is enorm. Zodra je twee stappen binnen bent, ben je die buitenkant vergeten.  Het is bijna een statement: het draait hier niet om de buitenkant maar de binnenkant. Het gaat hier om persoonlijke ontwikkeling.

Na een paar rondjes door het gebouw te zijn gelopen is het mij wel duidelijk dat dit gebouw inderdaad gaat doen wat het moet doen: huiskamer worden van Zwolle. Een prachtige horecafunctie die in eigen beheer wordt opgepakt. Veel studieruimtes voor groepen en individuen. Veel plekken waar samen met partners uit de stad invulling wordt gegeven aan allerlei functies.


Amsterdam en Arnhem lieten het al eerder zien: je hoeft niet op de AAA-locatie te zitten om toch veel bezoekers te trekken. Sterker nog: door een bibliotheek ergens neer te zetten, wordt dat een AAA-locatie. En door de inrichting van Stadkamer - sterk gericht op verblijf, programma's en activiteiten zal dat ook hier gebeuren. Ik twijfel er niet aan.

Stadkamer is er in geslaagd een gebouw te maken waar elke Zwollenaar zich thuis mag voelen. Waar elke Zwollenaar zijn eigen schat mag vinden: worden wie je bent. Ik feliciteer de Zwollenaren er graag mee en mijn oproep: neem bezit van deze huiskamer!

Foto's: Astrid Kroon en Mark Deckers

maandag 17 april 2017

'Heer, behoed ons voor horden mensen'


Eind 2015 was ik ook al in Zuid-Limburg. Toen een aantal dagen wandelen door de laatste zonnestralen van dat jaar. De bossen rood van de herfst. Dit keer waren we in het voorjaar. De lente stond op punt van uitbreken. Limburg is ook bekend van de vele kruisbeelden langs de wegen. Ik besluit de kruisbeelden te fotograferen. Pas dan valt op hoeveel je er tegen komt. En bijna allemaal op een kruispunt.

Het is Pasen. Nederland heeft net weer massaal te Passion gevolgd. Met Kerst hebben we Serious Request. We kennen in ons land een herinvuling van de oude christelijke tradities. Er zijn zelfs niet-christelijke politieke partijen die vinden dat we onze joods-christelijke tradities moeten beschermen.Waar twintig jaar geleden nog nadrukkelijk werd afgezet tegen deze waarden, lijkt de ontzuiling inmiddels zover weg dat een herinvuling weer mogelijk is.

Ik vind het allemaal best. Mijn stille gebed is slechts: 'Lieve Heer, bescherm ons voor horden mensen op al deze wandelpaden'

Hieronder alle kruisbeelden. U hebt wel Flash nodig om het te zien. Dat werkt dus niet op Apple. Toch zien? Volg dan deze link