maandag 24 april 2017

In welke provincie leest men het meest en waar heeft men de meeste boeken?


In Overijssel leest men het meest. Met Groningen, Gelderland en Utrecht als goede tweede. Tenminste als we af mogen gaan op het aantal uitleningen per inwoner bij bibliotheken in deze provincies. Het afgelopen weekend dook ik maar weer eens in wat cijfers van het bibliotheekwerk.  Daarbij kwamen twee bronnen op een leuke manier samen. Maar daarover aan het eind meer.

Eerst maar eens naar deze cijfers. Want zeggen ze ook iets?

Over bereik en collectiegebruik
Ja, ze zeggen zeker wat. Neem bijvoorbeeld Overijssel. Die kennen dus een hoog gebruik 7,1 uitleningen per inwoner waar 4,6 het  landelijk gemiddelde is. 54% boven het landelijk gemiddelde.  Veel uitleningen per inwoner dus. Dat betekent dat in Overijssel relatief veel mensen lid zijn van de bibliotheek en dat zij relatief veel lenen. Hoe komt dat? Deels zal dit verklaren zijn uit het 'formule'beleid dat men de afgelopen jaren voerde. Daar schreef ik al eerder over.

Verder zien we dat Overijssel iets bovengemiddelde hoeveelheid collectie heeft: 2,0 stuks media per inwoner tegenover 1,6 als landelijk gemiddelde. 25% boven het landelijk gemiddelde.  Men kent een gebruik dat 54% hoger ligt dan het landelijk gemiddelde terwijl de collectie slechts 25% groter is dan landelijk gemiddeld. Uit dat cijfer kun je weer afleiden dat die collectie best efficiënt gebruikt wordt. Dat weerspiegelt zich ook in de uitleenfrequentie (het aantal uitleningen gedeeld door het aantal media). Die uitleenfrequentie geeft aan hoe vaak een boek of DVD wordt uitgeleend.

De bovenste vier provincies zijn ook allemaal provincies die (nagenoeg) provinciebreed centraal collectioneren. Heel even dacht ik dat daar ook nog een succespunt zat maar volgens mij collectioneren ook Zeeland en Drenthe (nagenoeg) op provinciaal niveau.

Maar zoals gezegd: cijfers zeggen niet alles. Zeeland en Friesland hebben bijvoorbeeld grote collecties gezien hun inwonertal. Dat komt door de grote historische collecties die Tresoar en de Zeeuwse Bibliotheek hebben.Collecties die niet direct bedoeld zijn als openbare bibliotheekcollectie en die dus een relatief laag gebruik zullen kennen. Dat weerspiegelt zich ook in de lage uitleenfrequentie. Dus voordat u de conclusie trekt dat Zeeland en Friesland het niet efficiënt doen, is het ook goed om te kijken naar de collecties die daarachter zitten en de functie van die collecties. Een ander detail is bijvoorbeeld dat ik moeilijk kan taxeren is het feit dat één van de Friese bibliotheken geen uitleencijfers heeft aangeleverd bij de WOB-gegevens waar ik me op baseer.

Over de bronnen van deze cijfers
Zoals ik al zei, hier zijn twee bronnen op een leuke manier samen gekomen.

Johan Stapel had mij begin dit jaar de tellingen uit nationale bibliotheekcatalogus gestuurd. Hij telt maandelijks hoeveel media de verschillende bibliotheken hebben. Johan had die ook al getotaliseerd naar provincies. Het aantal per inwoner per provincie was dus vrij eenvoudig boven tafel te krijgen. Ik ben er daarna een tijdje mee aan het stoeien geweest om deze cijfers te koppelen aan de aanvraagcijfers uit het landelijk aanvraagverkeer. Maar dat blijkt door de complexe routing en uitval nog knap ingewikkeld te zijn om daar iets zinnig over te zeggen. En toen kwamen die WOB-statistieken en verschoof mijn aandacht naar die cijfers.

Tot dit weekend dus. Ik pakte de cijfers van Johan er nog eens bij en bedacht me dat het aantal media per inwoner niet zoveel zegt.  Want als je veel leden hebt dan heb je meer media per inwoner nodig dan wanneer je minder leden hebt. Eigenlijk moest ik dus de goede tegenhanger hiervoor vinden. Die vond ik in het aantal uitleningen per inwoner. 

Uit de cijfers van het WOB-verzoek is per basisbibliotheek aangegeven bij welke provincie deze hoort. De provinciale cijfers zijn hier door clustering vrij eenvoudig uit te halen. Toen ik de cijfers bij elkaar legde zag ik dat de meeste nieuwswaarde natuurlijk zit in het gegeven in welke provincie men het meeste leest. En zo kwam dat cijfer bovenaan.

Met als leuke bijkomstigheid dat dat natuurlijk mijn eigen provincie is. Maar u snapt, meer tijd om er over te vertellen heb ik niet, want ik hoognodig verder lezen in mijn boek.

vrijdag 21 april 2017

De schatkamer van Stadkamer


Gisteren werd een nieuwe parel toegevoegd aan de Overijsselse bibliotheken: Stadkamer Zwolle.De Stadkamer , een combinatie van bibliotheek, kunsteducatie en amateurkunst, verhuisde haar centrale vestiging. Van een plek in de Diezerstraat, de koopgoot van Zwolle, naar de Zeven Alleetjes aan de rand van het centrum.

Tegelijkertijd werd er niet een compleet nieuw gebouw neergezet maar een oud gebouw van de GGD in Zwolle gestript en opnieuw ingericht. De buitenkant van het gebouw is dan ook geen 'landmark'.


En daarmee had de Stadkamer toch een redelijke opgave: hoe ga je op die plek de bibliotheek van de toekomst maken? Mijn persoonlijke mening is dat die buitenkant van een 'functionele lelijkheid' is. Want het contrast met de binnenkant is enorm. Zodra je twee stappen binnen bent, ben je die buitenkant vergeten.  Het is bijna een statement: het draait hier niet om de buitenkant maar de binnenkant. Het gaat hier om persoonlijke ontwikkeling.

Na een paar rondjes door het gebouw te zijn gelopen is het mij wel duidelijk dat dit gebouw inderdaad gaat doen wat het moet doen: huiskamer worden van Zwolle. Een prachtige horecafunctie die in eigen beheer wordt opgepakt. Veel studieruimtes voor groepen en individuen. Veel plekken waar samen met partners uit de stad invulling wordt gegeven aan allerlei functies.


Amsterdam en Arnhem lieten het al eerder zien: je hoeft niet op de AAA-locatie te zitten om toch veel bezoekers te trekken. Sterker nog: door een bibliotheek ergens neer te zetten, wordt dat een AAA-locatie. En door de inrichting van Stadkamer - sterk gericht op verblijf, programma's en activiteiten zal dat ook hier gebeuren. Ik twijfel er niet aan.

Stadkamer is er in geslaagd een gebouw te maken waar elke Zwollenaar zich thuis mag voelen. Waar elke Zwollenaar zijn eigen schat mag vinden: worden wie je bent. Ik feliciteer de Zwollenaren er graag mee en mijn oproep: neem bezit van deze huiskamer!

Foto's: Astrid Kroon en Mark Deckers

maandag 17 april 2017

'Heer, behoed ons voor horden mensen'


Eind 2015 was ik ook al in Zuid-Limburg. Toen een aantal dagen wandelen door de laatste zonnestralen van dat jaar. De bossen rood van de herfst. Dit keer waren we in het voorjaar. De lente stond op punt van uitbreken. Limburg is ook bekend van de vele kruisbeelden langs de wegen. Ik besluit de kruisbeelden te fotograferen. Pas dan valt op hoeveel je er tegen komt. En bijna allemaal op een kruispunt.

Het is Pasen. Nederland heeft net weer massaal te Passion gevolgd. Met Kerst hebben we Serious Request. We kennen in ons land een herinvuling van de oude christelijke tradities. Er zijn zelfs niet-christelijke politieke partijen die vinden dat we onze joods-christelijke tradities moeten beschermen.Waar twintig jaar geleden nog nadrukkelijk werd afgezet tegen deze waarden, lijkt de ontzuiling inmiddels zover weg dat een herinvuling weer mogelijk is.

Ik vind het allemaal best. Mijn stille gebed is slechts: 'Lieve Heer, bescherm ons voor horden mensen op al deze wandelpaden'

Hieronder alle kruisbeelden. U hebt wel Flash nodig om het te zien. Dat werkt dus niet op Apple. Toch zien? Volg dan deze link


zaterdag 8 april 2017

Hoe zwaar is een dag?


Het is zaterdagochtend. Een vast ritueel is dat ik samen met mijn dochter Eva-Lotta boodschappen doe. Ze is tien en altijd gezellig om deze klus te klaren. Op weg naar huis loop ik met een hele volle boodschappentas. Zeldzaam vol. Zo vol dat ik af en toe stop om de tas neer te zetten en van hand te wisselen.

Als we thuis zijn, wipt ze haar kamer in en komt ze even later terug met dit gedicht. Haar gedachten zijn aan de haal gegaan met de zware tas.  Een dag die zo begint, is uiterst licht, kan ik u vertellen.

donderdag 30 maart 2017

Deckers-index: de Beste Bibliotheek staat in Stadskanaal!


deze column verscheen in licht gewijzigde versie ook in Bibliotheekblad nr. 3 van 2017

Leuk hoor die Beste Bibliotheek van Nederland, maar klopt het eigenlijk wel? Uiteraard zijn het allemaal prachtige plekken waar goed is nagedacht over de inrichting van de bibliotheek van toekomst. Maar presteren ze ook?

‘Fact check’
Hoog tijd dus voor een ‘fact check’ naar de resultaten van bibliotheken. En dat treft: want dankzij een WOB-verzoek liggen alle bibliotheekcijfers op straat en kunnen we de prestaties van alle bibliotheken in een benchmark rangschikken. Zo presenteerde ik op mijn blog de afgelopen tijd al menig top-10: activiteiten, bezoekers, leden en uitleningen.  Speciaal voor Bibliotheekblad maakte ik daar de Deckers-index van. De Deckers-index is een optelling van al die resultaten. En wat blijkt: Bibliotheek Stadskanaal is de Beste Bibliotheek van Nederland! Op de voet gevolgd door Maas en Peel en op de derde plaats ex aequo Twenterand en Deventer.



En de genomineerden?
Ook de genomineerde bibliotheken heb ik maar eens door deze cijfermolen gehaald. Van de genomineerde bibliotheken is Winschoten de Beste Bibliotheek van Nederland. Overigens is Winschoten wel gemeten binnen het geheel van Biblionet Groningen (zie ook de top-15). Wijchen is tweede en Schiedam derde.  Bij de werkelijke prijs was Den Helder de Beste bibliotheek gevolgd door Schiedam en Winschoten. Een iets andere top-3 maar ook niet heel ver van de werkelijkheid (hoewel ze dat in Winschoten wellicht toch anders zien en toch graag die eerste prijs hadden gepakt).

Deckers-index
Hoe werkt deze Deckers-index precies? Zoals je ziet zijn er vier factoren gemeten: leden, uitleningen, bezoekers en activiteiten. Die zijn niet in absolute aantallen gemeten, maar als kengetal: het percentage van de bevolking dat lid is, het aantal uitleningen per lid, het aantal bezoeken per inwoner en het aantal activiteiten per 1.000 inwoners. Van elk kengetal heb ik de 156 stichtingen onder elkaar gezet. De stichting die het beste presteert op een bepaald kengetal krijgt daarvoor 156 punten, de volgende 155 en zo verder. Wie geen gegevens heeft aangeleverd komt onderaan terecht. De bibliotheek Stadskanaal komt in geen enkele top-10 voor maar presteert ook nergens slechter dan de 17e plaats (bij activiteiten). Een heel stabiel beeld dus.

Kan het beter?
Is dit alleszeggend? Driedubbel nee. Nee, want achter elk cijfer zit een verhaal.  Daar doet zo’n kort top-15 geen recht aan.  En nogmaals nee,  want er ontbreken zeker nog wel kengetallen als je echt een wat breder beeld wilt hebben.  Bijvoorbeeld cijfers over de Bibliotheek op school. Die zaten niet  in dit WOB-verzoek. En ook voor de digitale dienstverlening moeten betere cijfers beschikbaar komen dan alleen de term ‘bezoekers website’. Want de manier waarop die geteld worden verschilt nogal. Tot slot vullen nog veel bibliotheken ‘weet niet’ in bij sommige basale gegevens en her en der staan zelfs nog wat fouten. Ik vermoed overigens dat als we elk jaar deze gegevens openbaar maken, we die kwaliteit snel gaan verbeteren.

Mijn felicitaties aan de top-3: Stadskanaal, Maas en Peel, Twenterand en Deventer!

Mark Deckers is strategisch adviseur bij Rijnbrink en publiceerde op zijn blog diverse top-10’s van bibliotheken. Deze zijn terug te vinden  via deze link.

zaterdag 25 maart 2017

Leve de Boekenweek! Waarom je verboden vruchten moet koesteren

Het is zaterdagochtend en ik word wakker op de eerste ochtend van de boekenweek. Thema: verboden vruchten. Ik draai me om en pak nog slaperig mijn boek van het nachtkastje: 'Mi have een droom, alle vaderlandse gedichten' van  Ramsey Nasr. Ik lees verder waar ik aan het begin van de nacht geëindigd was. 
Een verhaal over zijn bezoek aan Beijing in september 2011. Nederland was gastland op de boekenbeurs. Ik zie hem worstelen: 'Wat moet ik in dit land waar geen schrijver vrij is, waar geen gedachte onbespied en waar de kunst niet zo maar mag bestaan?'  Moet hij opstaan en zich uitspreken tegen het regime? Moet hij in bedekte termen en metaforen zich uitdrukken zodat mensen tussen de regels zijn boodschap horen? Of moet hij helemaal niks zeggen omdat hij lokale schrijvers daarmee in gevaar brengt. 
Hij ontmoet de kunstenaar Ai Weiwei in een ruimte die vergeven van camera's. En daar bespreken ze dit thema. En langzaam wordt helder hoe censuur letterlijk en figuurlijk hele werelden verborgen houdt voor burgers. Dat men niet kan weten hoe de wereld in elkaar omdat men is afgesneden van informatie. 
Onze Tweede Kamerverkiezingen zitten er net op. We hebben zelf mogen kiezen hoe dit land eruit ziet. We kunnen ons vol enthousiasme storten op de boekenweek is 'Verboden vruchten'.  Ik zie boekhandels die fruit inzamelen voor de voedselbank, bibliotheken met bierproeverijen en lezingen in de kroeg. Ik zal zelfs een boekhandelaar op het NOS-journaal erotische gedichten voordragen. 
Het kan allemaal. Of het nu banaal is, triviaal of literair.  Ik kan zelf een mening vormen. Mijn internet is ongefilterd. Mijn huis wordt niet bewaakt met een camera. Ik woon in het witte del op deze kaart.

Ik kan schrijven wat ik wil.
Ik kan lezen wat ik wil.
Leve de Boekenweek
Koester uw verboden vruchten
Sonnet voor 456 letters
En hier gebeurt het allemaal: vanbinnen
liggen de zinnen doodstil ingeklapt
als chromosomen, diep onder mijn kaft.
Ze wachten op een oog om te beginnen.
U leest – en loom weet zich een vers te ontspinnen.
Het was een val, u bent erin getrapt.
Geen geld of eeuwigheid wordt u verschaft.
Hooguit een ander heeft hier bij te winnen.
Andermans letters kapen uw gedachten:
mijn minutieus verzonnen DNA
heeft uit het niets al wat bestaat onttroond.
Mijn lichaam fonkelt op geroofde krachten.
Voel hoe ik groei en blakend openga.
Wie leest, wordt door het leven zelf bewoond
Ramsey Nasr

dinsdag 14 maart 2017

Column Jonge Bibliothecarissen Netwerk Bibliotheekcongres: Over de gevaren van drank, moeilijke woorden en conducteurs


Onderstaande column is een column die live werd geschreven tijdens een deelsessie van het Nationaal Bibliotheekcongres op 14 maart 2017 in Assen. De deelsessie wat georganiseerd over het netwerk van jonge bibliothecarissen en ging over hun rol in het bibliotheeknetwerk. Wie meer wil weten over het Jonge Bibliothecarissen Netwerk kan terecht op hun eigen site.

Een broekie. Dat was ik.

Ik was 21 toen ik begon te werken voor de bibliotheeksector. Jarenlang was ik in elk overleg dat ik bijwoonde de jongste. Hé, maar dat is niet zo moeilijk. In onze sector is 80% van het personeel boven de veertig en 64% boven de vijftig.

Mijn eerste baan was die van stafmedewerker bij het WSF-bureau. Zeg maar de huidige Plusfunctie. Ik werkte tussen allemaal bibliotheekdirecteuren die zo ongeveer allemaal tegen hun pensioen aanzaten. De WSF had toen nog heus bureau met een directeur. En een staf. En die staf die bestond uit één persoon: ik.

Ik weet nog dat ik in die tijd allerlei nieuwe woorden leerde. Gewoon omdat ik ze nog nooit gehoord had. Woorden als notoir, lethargisch en evident. Meestal knikte ik dan maar als ik zo’n woord hoorde in de hoop dat het het juiste knikje was en dat het niet verraadde dat ik dat woord nog niet kende. Om het dan in de pauze maar even stiekem op te zoeken in het woordenboek.

Niet veel later stapte ik over naar een echte bibliotheek. En ik kwam terecht in de wereld van echte bibliothecarissen: aanschaffen, baliediensten, vragen beantwoorden, lezingen organiseren en afschrijven. Ik werd omringd door dames die allemaal met gemak mijn moeder hadden kunnen zijn. Met namen als Truus, Gerrie, Hannie en  Roelie. Kloeke moeders waren het die in mij allemaal een ideale schoonzoon zagen. Ik was echter al voorzien in de liefde want anders  hadden ze mij zeker hun huwbare dochters aangesmeerd. Maar toen internet hun intrede deden was ik hun whizzkid. Wekenlang oefende ik met ze naar het zoeken op internet. En maar uitleggen dat je niet op auteur kon zoeken op internet. Maar het was een dankbaar publiek. Ik leerde ze internet en ze gaven me moederliefde terug.

En toen ik inmiddels net de dertig voorbij was begon ik - als jonge leidinggevende - zelf jonge mensen aan te nemen. Ik investeerde in Richard de briljante bibliothecaris-in-opleiding. Ik zorgde voor een betaalde stage en een betaalde afstudeeropdracht. Hij was een begenadigde trainer voor allerlei digitale cursussen en in ik zag hoe de dames met huwbare dochters zich plotseling op hem richten, in plaats van op mij. Hij had slechts één onhebbelijkheid. Hij hield van treintjes. Elke twee weken wilde hij wel een dag vrij om ergens naar treinen te kijken. Maar hij ging aan de slag bij ons. Tenminste: dat dacht ik. Eén dag voor hij bij ons begon vertelde hij me:  ‘ik ga toch beginnen als conducteur bij de NS’.

Weg alle investeringen in hem.

Of neem nou Herbert. Herbert was een briljante ROC-student die op internet kon maken wat zijn ogen ergens anders zagen. Zelden zo’n handige jongen gezien. Dat hij ook andere sites hackte, zag ik maar door de vingers. Herbert had echter één onhebbelijkheid, hij dronk de hele dag sinas. Kwam je om acht uur ’s ochtends binnen dan had hij zijn eerste blikje al open. Ging je aan het eind van de dag weg, dan zat hij nog steeds aan de sinas.

Tot we erachter kwamen dat hij die sinas flink aanlengde met wodka en hij eigenlijk de hele dag in licht benevelde toestand doorbracht. Dat was het eerste ontslag op staande voet dat ik als jonge leidinggevende meemaakte. En ik brak daarmee een jeugdige carrière in de knop.

Kortom de grote gevaren voor jonge medewerkers zijn wel moeilijke woorden, de drank en het lonkend perspectief van het conducteurschap bij de NS.

'Alles kids' is het thema van het bibliotheekcongres, maar zorgt de bibliotheek wel voor haar eigen kids? Maartje, Tamar en Evi organiseerden een heuse deelsessie met drie stellingen hierover onder leiding van Piet-Hein Peeters. Laat de revolutie maar starten zou ik denken!

De eerste stelling was of kennisoverdracht van oudere naar jongere medewerkers goed geregeld is. Wat is dat nou voor stelling, dacht ik? Hoezo van ouderen naar jongeren? Niet van jongeren naar ouderen dan?  Want voor mij is één ding wel duidelijk wordt dan is het wel dat de hele vakontwikkeling echt nog wel beter kan. Vraag maar eens aan de gemiddelde medewerker: ‘En wat heb jij het afgelopen jaar aan bijgedragen aan de vakontwikkeling van de branche’ en ik vermoed dat het dan toch enige tijd stil zijn. Nu we geen opleiding meer hebben voor bibliothecarissen zullen we daar samen veel harder aan moeten trekken. En als er iets is wat jonge bibliothecarissen ons bij bij deze stelling meegeven is het wel: hoor ons, gebruik onze kennis, laat ons experimenteren!

De tweede stelling is dat jonge medewerkers een meerwaarde hebben voor bibliotheken door hun leeftijd. Het merendeel is het hier wel mee eens. Frank Huysmans is het hier helemaal mee eens. Want hij vindt dat bibliotheken wel een afspiegeling moeten zijn van de samenleving. Ik kan zijn opvatting wel volgen maar vraag me af of we echt een afspiegeling moeten zijn van de hele samenleving: want gaan we ook bejaarden in dienst nemen, minderjarigen, postzegelverzamelaars en voetbalhooligans? De jongeren vinden overigens zelf de stelling bijna discriminerend. Jongeren als excuustruus is wel een heel verkeerd idee. Het gaat meer om passie dan om leeftijd.

De laatste stelling gaat over dat jongeren zich eenzaam kunnen voelen in hun werk en dat dit niet wordt onderkend. Veel zwevers bij deze stelling. Blijkbaar weten we ons daar nog niet goed houding in weten te geven.  De meest concrete oplossing die ik hier hoorde was om samen vaker naar het café te gaan. Maar elke dag naar het café is wellicht ook niet de beste oplossing.  Zijn we jongeren hierdoor kwijt geraakt in de bibliotheek? Een jonge collega vertelt haar kwetsbare verhaal over hoe ze na een reorganisatie alleen over bleef. Ze kan haar privé-wereld niet meer delen en daarmee is de bibliotheek haar wereld niet meer. Hoe breekbaar het verhaal ook is, het slaat de spijker op zijn kop.

Ondertussen zie ik ze wel loeren hoor: de Anki Kesselers, Chris Wiersma’s  en Nan van Schendels. Het zijn de slimme werkgevers die hier zitten. Want ik zie ze denken: werkte die Tamar of Evi maar bij mij. En ja, ik zie ze ook denken: ik heb nog een huwbare zoon. Een bibliothecaresse als vriendinnetje is toch de ideale schoondochter.

En ja, na deze bijeenkomst zie je ze smoezen en is het headhuntseizoen begonnen. De jongeren gaan zometeen allemaal met een nieuw contract de deur uit. En daarmee begint een nieuwe trend. Want volgend jaar doen ze dit weer op het bibliotheekcongres. En ook dan zit u als werkgevers hier weer klaar. U gaat tegen elkaar opbieden: bij mij een personeelsabonnement zonder boetes, bij mij gratis reserveren of bij mij een bibliobusje van de zaak. Volgende bibliotheekcongressen worden de nieuwe transferperiode voor jonge bibliothecarissen!

Ik ben nu 45 en ik behoor nog immer tot de 30% jongste medewerkers. Er is geen sector waar je je zo lang jong kunt voelen. Eeuwig jong. Zeg nou zelf: wie wil er nou niet in zo’n sector werken?
Dus koester deze jongeren. Geef jong talent de tijd, de ruimte en het vertrouwen. Geef ze een woordenboek voor de moeilijke woorden, hou ze weg bij de drank en vooral bij de NS. Voor je het weet zijn ze conducteur. Dat moeten we toch echt zien te voorkomen.

Succes!