zondag 28 juni 2026

Digitale inclusie zonder vangnet: kabinet speelt met vuur rond IDO’s

Op woensdag 24 juni vond het debat plaats over Digitale Inclusie. En eerlijk gezegd... ik viel van mijn stoel. Want ondanks grote woorden over hoe belangrijk Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) zijn, zet de staatssecretaris niet in op landelijke borging voor deze IDO's. En dat vind ik eigenlijk spelen met vuur. Want daarmee dreigt een vangnet onder Digitale Inclusie zo maar te kunnen verdwijnen.  Hoe dat zit, leg ik graag uit.

Hoe zat het ook al weer?

Even een klein stukje geschiedenis. De IDO's zijn gestart in 2019 op vijftien plekken (inmiddels ruim 850). Na een startssubsidie zijn ze geborgd met een ministriële regeling en specifieke uitkering in de Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer.  De specifieke uitkeringen werden opgeheven door het vorige kabinet. De regeling verviel daarmee en het bedrag werd met 10% korting, zijnde € 1,7 miljoen, overgeheveld naar het gemeentefonds. Daar moest de Kamer vervolgens een jaar over zeuren om er voor te zorgen dat die kleine korting eraf ging en dat gebeurde. Het bedrag is daarmee gered maar de wettelijke plicht dat er IDO's moeten zijn is daarmee vervallen. 

Daarmee is het geld wel weer geregeld maar er is geen verplichting  voor een gemeente en ook geen wettelijke borging meer.

Ondertussen is de digitale overheid verhuist van Binnenlandse Zaken naar Economische Zaken er is er een coördineren staatssecretaris. Dat is Aerdts van D66. Maar de IDO's vallen nog altijd onder staatsecertaris Van Der Burg van Binnenlandse Zaken met in zijn portefeuille Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid. En er is een nieuw Kamer met veel nieuwe leden en een nieuwe regering.  Bijna niemand kent de geschiedenis dus nog. 

Een lekker mengsel om ervoor te zorgen dat wat in het verleden is opgebouwd zomaar te verliezen.

Is er niemand meer die het weet? Nee, één Kamerlid zit hier nog als een bok op de haverkist. En dat is Barbara Kathmann van Pro zullen we zo zien.

In de aanloop van dit debat was al een rondetafel met experts georganiseerd. Ook daar schreef ik al over. Daar riepen al tal van partijen op dat de overheid meer werk moet maken van ondersteuning van burgers maar ook van betere overheidsdienstverlening.

De IDO's als artikel 8b in de Bibliotheekwet

Het debat duurde ruim tweeënhalf uur maar ik breng het voor de IDO's terug tot de vier belangrijkste fragmenten. En dat begint met de genoemde Barbara Kathmann van Pro. In krap twee minuten legt ze uit hoe het zit. 

Er is dus geen wettelijke borging. Met andere woorden, als een gemeente geen Infromatiepunt Digitale Overheid heeft, is er  niemand die er wat van zegt. Als het stopt staan burgers in de kou maar geen enkele burger kan het recht op hulp afdwingen. Nou ja, dat heb ik u hierboven net uitgelegd.

Kathmann stelt voor om de IDO's maar in de bibliotheekwet te verankeren. Net zoals de Bibliotheek op school en Boekstart die in een nieuw artikel, artikel 8a,  in de bibliotheekwet worden verankerd. Als we de IDO's erbij willen, zeg ik dus maar dat dit artikel 8b moet worden.  

Het korte antwoord in negen seconden

Staatssecretaris Van Der Burg kon de vragen over de IDO's in negen seconden samenvatten. Die inbreng ziet u hieronder. Dat is wel wat kort door de bocht. Hij had hiervoor al uitgeweid dat hij vindt dat niet de bibliotheken de regierol moeten hebben maar de gemeenten en dat die daar prima toe in staat zijn. En hij gaf in één hele korte bijzin aan dat hij bereid was om daar te kijken naar wettelijke borging. Want die is er nu dus niet. 

Kijk even naar zijn korte antwoord in negen seconden over de financiering van IDO's.

Structurele financiering in het Gemeentefonds is geen structurele borging en is nu al ruim 30% te laag

Dat lijkt een heel sympathiek antwoord van de staatssecretaris. En ja, een klein beetje geld is nu geregeld. Maar twee dingen ontbreken. En het eerste is dat de finaciering niet toereikend is. Dat heeft het ministerie namelijk zelf uitgezocht. En in november 2024 zijn die uitkomsten ook met de Kamer gedeeld. Het ging toen om een rapport van KPMG waaruit bleek dat de financiering voor dit moment al 31% tekort schiet. Eigenlijk kan het dus nu al niet uit en moet je bij de huidige middelen eigenlijk al kiezen wat je wel of niet open houdt. Daar hoorde toen deze grafiek bij waarbij je ziet dat alle overhead als huisvesting, energie, apparatuur en dergelijk niet gedekt is.


Het rapport stelde dat er € 9 miljoen bij moest. De vorige staatssecretaris haalde er echter € 1,7 miljoen af . Het rapport van KPMG ging ook nog eens over 2023 en dat betekent dat we ook al weer drie jaar indexering missen op dat bedrag, want de specifieke uitkering was een vast bedrag. 

En tot slot speelt nog mee dat de IDO's nog maar een druppel op de gloeiende plaat zijn. Er is veel meer geld nodig om echt een deuk in een pakje boter te slaan. Daar pleitte de Alliantie Digitaal Samenleven ook voor tijdens de rondetafel. Die had het over € 90 miljoen.

En het tweede punt is , en ik herhaal mezelf,  dat het niet wettelijk geborgd is en dat de gemeente geen verplichting heeft voor die IDO's. De wettelijke basis is weg. Een gemeente kan het met een pennestreek schrappen.

En dus neemt Kathmann ook geen genoegen met dit antwoord. Kijk maar naar haar vervolgvraag.

Ze pleit voor regie bij de bibliotheken, een wettelijke borging en betere financiering. En dat sluit precies aan bij de geschiedenis die ik hierboven schets. Hier zit een Kamerlid goed op te letten.

En gaat de staatssecretaris daar in mee? Eh, nee. Hij lijkt zelfs een beetje boos op Kamerlid Kathmann. Kijk naar zijn antwoord van een minuut waarin Van Der Burg vindt dat Kathmann foute informatie verstrekt.

Maar wat Kathmann zei was helemaal geen foute informatie. Er moet nu al geld bij en als gemeenten daar scherp naar gaan kijken moet eigenlijk 30% van de IDO's dicht. Dat zijn er dan een kleine 250. Nee, het is dus helemaal niet goed geborgd.

En ja, wat Van Der Burg zei was ook waar: het bedrag is gerepareerd, het zit in het gemeentefonds en het wordt nu geïndexeerd. 

Reactie Vereniging van Openbare Bibliotheken

Op Linkedin reageerde de Vereniging van Openbare Bibliotheken nog heel netjes met het feit dat veel onduidelijk blijft rond de IDO's:

'De Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) pleit al langere tijd voor duurzame borging van de IDO's in de bibliotheek. Juist de landelijke bibliotheekinfrastructuur biedt een stevig fundament voor deze dienstverlening. Dankzij deze inbedding kunnen inwoners rekenen op toegankelijke, professionele en kwalitatieve ondersteuning bij digitale (overheids)zaken, met gelijke toegang tot hulp en ondersteuning voor iedereen, binnen én buiten de muren van de bibliotheek. Het blijft nu onduidelijk voor bibliotheken hoe de IDO's geborgd blijven en welke rol er voor bibliotheken ligt. Dit zet de gelijke toegang tot hulp en ondersteuning bij digitale zaken en de kwaliteit van de IDO's onnodig onder druk.' 

En nu?

Er volgt nog een tweeminutendebat. Dat zal nog wel voor her zomerreces zijn. Meerdere partijen hebben hierom gevraagd en dat betekent dat er moties of amendementen gaan volgen. Kathmann zou dus goed een amendement op de bibliotheekwet kunnen indienen. Het artikel 8b zeg maar. 

Als ik even voor rijksambtenaar speel zou dat artikel er als volgt uit kunnen zien: 

Artikel 8b Informatiepunten Digitale Overheid

1. Als onderdeel van de taak, bedoeld in artikel 5, onderdeel a en b, zorgt de lokale bibliotheek voor ter beschikking stellen van kennis en informatie en het bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie, wordt bepaald dat de bibliotheek daarbinnen mede tot taak heeft: ondersteuning van digitale dienstverlening van de overheid; ondersteuning van digitale inclusie en regie van de lokale netwerken die hiervoor nodig zijn

2. Onze Minister verstrekt hiervoor ten behoeve van de functie, bedoeld in het eerste lid subsidie aan gemeenten die hiermee als opdrachtgever kunnen dienen voor deze rol. 

3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld 

Klinkt best logisch toch? Zeker, maar de vraag is of het kan. De crux zit in de gemeentelijke financiering. De  vorige staatssecretaris heeft de middelen al in de pot van de gemeenten gedaan zonder nadere voorwaarden. Een amendement in de bibliotheekwet zal dus recht moeten doen aan de ruimte voor de gemeente om het in te vullen. Ik vermoed dat gemeenten, met het KPMG-rapport van het ministerie in de hand, gelijk meer geld zullen eisen. En terecht overigens. 

Er zijn wel een paar alternatieven. Het zou ook kunnen landen in andere wetten: opnieuw in de Wet Modernisering Eletkronisch Bestuur, de Wet Digitale Overheid of de Gemeentewet. Voor alles is wel wat te zeggen maar alles kost ontzettend veel tijd. Minimaal twee jaar. En die bibliotheekwet ligt nu voor en gaat in het najaar met gemak door de Kamer. 

Spelen met vuur - Digitale Inlcusie afhankelijk van toeval

Samengevat: het geld overgeheveld naar de gemeenten, wel met indexering, maar zonder wettelijke verplichting. En eigenlijk is het basisbedrag al te laag. Als gemeenten en bibliotheken heel scherp reageren moeten er eigenlijk 250 IDO's dicht.

Dus ja meneer Van Der Burg, het geld van nu is geregeld. En nee meneer Van Der Burg, het is niet wettelijk en structureel geborgd. Van Der Burg en Kathmann hebben allebei een helft van de waarheid. 

Maar met de huidige consctructie - gemeenten mogen zelf kiezen of ze dit doen - wordt Digitale Inclusie afhankelijk van toeval en is daarmee een functie zonder geborgd vangnet. Burgers hebben hiermee geen zekerheid. En dat noem ik voor een overheid spelen met vuur. 

Het Kabinet parkeert IDO’s met te weinig geld in het gemeentefonds—zonder verplichting. Dat is geen beleid, dat is hopen dat het goed komt. Dat moet echt beter.

Welke list kunnen Kathmann en Van Der Burg samen verzinnen?

zondag 21 juni 2026

Ik zie hoe de sporen verdwijnen

 

Het is inmiddels vijf maanden geleden dat mijn moeder overleed. Het verzorgingshuis waar mijn moeder verbleef, organiseert een herdenking voor de mensen die in de afgelopen tijd stierven.  Ik besluit te gaan. Het wordt een wonderlijke reis. Want sinds de dood van mijn moeder ben ik eigenlijk niet meer in het dorp geweest. Er was geen reden meer.

Het is een warme zomeravond wanneer ik ernaartoe rijd. Het verrast me hoe ver het eigenlijk is. En tegelijk hoe vertrouwd die weg nog voelt — hoe vaak ik hem heb gereden. En met elke kilometer keert iets van mijn oude zorg terug. Dat stille gevoel van spanning dat ik altijd had als ik naar haar toe ging. De zorg om hoe ik haar aantrof. En bij elk bezoek was er weer iets verdwenen. Eerst nauwelijks merkbaar, later steeds zichtbaarder. Als een vlam die eerst iets minder fel werd en toen plotseling doofde.

De herdenking vindt plaats in de grote koffiekamer. Oranje slingers en ballonnen voor het WK. In kleine groepjes zitten mensen, elk met hun eigen verlies, hun eigen verhaal. Het is een mooie herdenking. Een zangeres zingt breekbare liedjes. Zonder dat ik het tegen kan houden, komen de tranen. Meer dan ik had verwacht. Het raakt iets diepers, iets dat zich de afgelopen maanden misschien stil heeft gehouden.

Voor ieder die is overleden ligt er een roos klaar. Nabestaanden mogen die één voor één in een vaas zetten. Maar bij veel namen blijft het stil, er is niemand. Dan neemt een medewerker de roos voorzichtig over en plaatst die alsnog. 

Langzaam verdwijnen zo onze doden. Sommigen sneller dan anderen.

Na afloop blijf ik nog even. En dan rijd ik, bijna vanzelf, een rondje langs de huizen en dorpen waar mijn ouders hebben gewoond. Overal is het veranderd. Of misschien ben ik veranderd.

Later, in het dorp waar ik zelf opgroeide, blijf ik staan en kijk ik naar de zon die langzaam ondergaat. Het licht wordt zachter, de kleuren dieper. Het zicht wordt minder.

Ik zie hoe de sporen verdwijnen.
Eén voor één.
Geruisloos
de nacht in.

zondag 14 juni 2026

Big Tech zijn de nieuwe banken.... Over een rondetafel over Digitale Inclusie

In 2015 publiceerde Joris Luyendijk zijn boek 'Dit kan niet waar zijn' over de financiële wereld en de financiële crisis die daarvoor had plaatsgevonden. Hij beschrijft daarbij hoe wij allen samen in het vliegtuig zitten dat 'financieel stelsel' heet en dat hij ontdekt dat de cockpit leeg is. Er zit niemand aan de stuurknuppel die de koers kan bepalen of ons uit de gevarenzone kan loodsen. En net als bij de banken: we kunnen niet zonder Big Tech - dit stukje wordt gemaakt met Big Tech - en tegelijkertijd zien we hoe ze ons in de tang houden.

Dat gevoel kreeg ik ook toen ik op donderdag 11 juni de rondetafel in de Tweede Kamer volgde over Digitale Inclusie. De Kamerleden hadden twaalf experts uitgenodigd als voorbereiding op een commissiedebat op 24 juni. Ook twee jaar geleden was er zo'n rondetafelgesprek en sommige experts waren daarbij ook al uitgenodigd en herhaalden - soms geïrriteerd - wat ze twee jaar geleden ook al hadden gezegd. Wat was er ondertussen nu gebeurd? En wie heeft de regie?

Ik neem u mee naar een verhaal waar het maatschappelijk middenveld het schompes werkt, er een paar Kamerleden zijn die ervoor knokken en ministeries die de hete aardappel doorschuiven. En Big Tech is de lachende derde. Welkom in de cockpit van Digitale Zaken. 

Aan de experts lag het niet. Ze zaten er weer. En wie wat rondloopt in het wereldje komt ze vaker tegen. Allemaal gedreven mensen die zich een slag in de rondte werken. Dus daar zat de altijd strijdvaardige Kamsma van de Alliantie Digitaal Samenleven, de genuanceerde en goedhartige Piet Boekhoudt van Digisterker, Frederique Westera van  de Bibliotheek Twente die voorop lopen met ontwikkelpleinen en de breed geïnformeerde professor Van Deursen van de Universiteit Twente. Ik noem er maar een paar. 

Er is geen samenhangend beleid en het team is verdwenen

Het meest in het oog springende betoog kwam wat mij betreft van Victor Zuydweg van de Gebruiker Centraal. Het is duidelijk iemand met vele jaren ervaring met automatisering bij de overheid en je ziet hoe hij zich verbijt. Het laatste stukje van zijn betoog is: 'er is geen samenhangend beleid, er is geen visie op digitale inclusie en er was een team bij Binnenlandse Zaken maar dat is weg en het is niet bekend waar het is gebleven.' Zie daar de lege cockpit. 

Want hoe zat dit? Digitale Zaken viel onder het vorige kabinet nog onder Binnenlandse Zaken en is bij de formatie ondergebracht bij een 'coördinerend staatssecretaris' bij Economische Zaken. Overigens moesten ook vorige staatssecretarissen al coördineren want er waren vele ministeries bezig met tal van digitale onderwerpen. Aerdts van D66 die nu deze portefeuille invult moest al flink aan de bak om DigiD niet in Amerikaanse handen terecht te laten komen. Kamerlid Kathmann van PRO haalde vele handtekeningen op die uiteindelijk leidden tot het bijdraaien van het kabinet. Big tech gaat gewoon door als je zelf niet ingrijpt, is wat je telkens ziet.

Informatiepunten Digitale Overheid: geen luxe maar noodzaak

Hetzelfde overkwam de Informatiepunten Digitale Overheid vorig jaar. Er dreigde een bezuiniging van € 1,7 miljoen, zijnde 10% van het totale budget, doordat een specifieke uitkering omgezet zou worden naar een decentralisatieuitkering. De knokkende Kamerleden hebben toen een jaar bij de staatssecretaris moeten 'zeuren' om dit recht te zetten. € 1,7 miljoen hè, dat is echt geen groot bier. Pas in de allerlaatste brief voor het Kerstreces kwam hierover uitsluitsel. Het geeft aan hoe dun de portemonnee is voor dit soort zaken. 

Frederique Westera van de Bibliotheek Twente en bestuurslid bij de Vereniging van Openbare Bibliotheken, liet zien wat de bibliotheken allemaal doen voor dat luttele bedrag. Zolang overheid en bedrijven hun dienstverlening niet makkelijker toegankelijk maken blijven Informatiepunten Digitale Overheid (IDO's) nodig. En dat is geen luxe maar noodzaak, betoogt ze terecht. En hoewel die kleine bezuiniging waar men zolang over deed weg is, is er nog geen wettelijke borging van de IDO's en blijft de toekomst daarmee onzeker.

Die situatie rond de IDO's laat zien hoeveel kracht de overheid nog moet ontwikkelingen om echt stevig bezig te zijn op dit thema. Anders blijft het bij grote woorden en kleine daden. Andere experts spraken er zelfs schande van dat het maatschappelijk middenveld dit allemaal moet oplossen met netwerken die allemaal van goedheid aan elkaar hangen. De overheid laat het zelf stevig liggen, is hun betoog.

0,02% van de overheidsbegroting

Kan het anders? Daar had Kamsma van de Alliantie Digitaal Samenleven wel ideeën voor. Nadat ze op een vriendelijke manier toch had gezegd dat er niet voldoende geld is, geen wettelijke borging en 'slechts' een coördinerend staatssecretaris is gaf ze ook een oplossing. Daarbij  gaf ze aan dat er 0,02% van de overheidsbegroting nodig is om tot uitvoering te komen. Als ik dat snel omreken zou dat zo'n € 90 miljoen zijn. Dat lijkt me overigens nog een koopje maar er op dit moment is er dus helemaal niks structureel. En ja, er zijn tal van instellingen in Nederland, bibliotheken voorop, die zich het vuur uit de sloffen lopen en hun best doen. 

0,02%. Dat lijkt best fors. Maar wie weet dat onze defensie-uitgave oploopt naar 5% - het 500-voudige van het bedrag dat hier gevraagd wordt - vraagt zich toch af welke verhouding gezond is. Welke investering voor weerbaarheid is nodig op welke plek?

Big Tech zijn de nieuwe banken

Ik begon met de bankenwereld. Die bleken vanaf 2008 'too big to fail' en werden met miljarden overheidssteun gered. Nu is het Big Tech. We kunnen niet zonder ze en niet met ze. Als we ze de ruimte geven, verkwanselen ze onze data maar niemand wil ook zonder. Want wat als onze systemen uitvallen of in verkeerde handen komen? Daarbij komen tal van vragen op: hebben we nog zeggenschap over onze eigen data, kunnen we dat nog organiseren, en kunnen overheden nu eindelijk eens vriendelijke dienstverlening maken en wanneer komt de structurele borging voor ondersteuning? Ik zou maar heel snel beginnen met die 0,02%. Het lijkt mij nog maar het begin.  

Ik leerde deze week: Big Tech zijn de nieuwe banken. 

En net als bij de banken is de vraag of er iemand in de cockpit zit,  en zo ja, wie?

Niet wij in ieder geval.

zondag 7 juni 2026

Gooi ze levend overboord! - Hoe boeken weer mijn perspectief verrijkten

'Gooi ze levend overboord!' was de opdracht. Ruim 100 tot slaafgemaakten werden levend in zee gegooid na een barre en bizarre tocht over de oceaan. Onkunde en hebzucht kostte velen op die reis het leven... Over dat verhaal vertel ik zo meteen meer. 

Je bent als bibliothecaris geen knip voor de neus waard, als je niet af en toe een paar boeken aanprijst. En dat ga ik dit keer ook doen. Al vaker heb ik betoogd dat boeken je blik op de wereld kunnen veranderen. Zo las ik een flink aantal jaren geleden de biografie over de Surinaamse held Anton de Kom, geschreven door Alice Boots en Rob Woortman. Toen schreef ik al hoe bedroevend weinig ik eigenlijk wist over Suriname en het slavernijverleden. 

Ik las de afgelopen tijd twee boeken en één rapport over die zwarte bladzijde uit onze geschiedenis. Ik stuitte op het bijzondere boek 'Slavenschip de Zorg van Siddhart Kara dat handelt over een door de Engelsen gekaapt Nederlands slavenschip. Het is een waargebeurd verhaal over een massamoord op slaven midden op zee in 1781. Deze massaslachting zal onbedoeld de lange opmaat zijn naar de afschaffing van de slavernij. Daarover straks meer. Nadat ik dat boek had gelezen, besloot ik alsnog 'Wij slaven van Suriname' van Anton de Kom te lezen.  Het boek is het eerste antikoloniale standaardwerk dat de Surinaamse geschiedenis beschrijft vanuit het perspectief van de onderdrukten. En tot slot las ik het rapport over mijn eigen stad Deventer en het slavernijverleden dat de gemeente in 2023 liet opstellen.

En mijn perspectief veranderde.... En dat perspectief is dat ik me bewust ben dat we in een land leven die verschrikkelijke daden op zijn geweten heeft en dat ik me daar medeverantwoordelijk voor kan voelen. En ik kan voelen waarom daar genoegdoening nodig is. En ja, het is lang geleden en ik had er zelf niet direct deel aan maar ik kan me wel degelijk verantwoordelijk voelen. En dat is alleen omdat ik me verdiept heb in het onderwerp.

Maar stap eens mee in mijn leesgeschiedenis die steeds dichterbij kwam.

Slavenschip De Zorg

Het boek Slavenschip De Zorg leest als een thriller. Het is opgedeeld in twee delen. Het eerste deel handelt over de reis van het schip en het tweede deel over de juridische nasleep. De Zorg was een Nederlands schip dat voor de kust van West-Afrika tot slaaf gemaakten moest laden om die vervolgens in Suriname af te leveren. Het schip wordt gekaapt door de Engelsen die hierdoor plotseling een extra slavenschip hebben. Het schip wordt bemand met een onkundige bemanning en wordt overvol geladen met tot slaaf gemaakten en zet zeil naar Jamaica. 

In november 1781 komt men na veel vertraging aan in de buurt van Jamaica, Tobago is net gepasseerd. Op dat moment ontdekt men dat een deel van het drinkwater aan boord niet goed (genoeg) meer zou zijn. Er is echter nog steeds genoeg drinkwater voor de reis maar er moet dan niets misgaan.  Door een navigatiefout raakt men uit koers wat de reis een stuk langer zal maken. En dan slaat de paniek toe. De bemanning denkt dat er niet genoeg water meer is voor iedereen. Men besluit dan om ruim 100 slaafgemaakten levend overboord te gooien die daarna verdrinken of verslonden door meezwemmende haaien. 

Op 22 december komt het schip aan op Jamaica met nog maar de helft van de slaafgemaakten en een handjevol bemanning. Waarna de slaafgemaakten worden verkocht aan plantagehouders. 

De reis was geen financieel succes. Eén van de eigenaren denkt echter kans te zien om alsnog een financiële klapper te maken door de verzekering te claimen die er was voor de lading van het schip. Wat volgt is een lange rechtszaak. Die rechtszaak krijgt zoveel aandacht dat plotseling het grote publiek te horen krijgt wat er op slavenschepen gebeurt. Onbedoeld is dit een eerste stap naar de afschaffing van de slavernij.

Het beangstigende van het boek is misschien wel dat mensen bereid zijn heel ver te gaan om grote winsten binnen te harken. En wie diep in zijn hart kijkt weet ook dat alle goedkope producten die wij nu willen hebben, betaald worden met slechte omstandigheden op andere plekken in deze wereld. 


Wij slaven van Suriname

Het Slavenschip De Zorg zorgde vooral in Engeland voor veel ophef. En Engeland schafte men in 1807 de handel in slaafgemaakten af en in 1834 de slavernij zelf. Nederland zou pas in 1863 volgen. Niet uit eigen overtuiging maar na internationale druk dat de handel er onder zou leiden. Die afschaffing in 1863 was nog een gemeen ding. Slaafgemaakten waren helemaal niet direct vrij maar moesten nog tien jaar blijven werken in wurgcontracten. En omdat slaafgemaakten niet meer mochten, gingen de Nederlanders inwoners van India 'ophalen' die bereid waren voor een hongerloontje te werken. 

De Kom vertelt in het boek Wij slaven van Suriname over de gruwelijke martelingen die tot slaaf gemaakten ondergingen en die door onze voorouders werden uitgevoerd. En hij hij vertelt hoe hij niets leerde over de geschiedenis van Suriname op school maar wel moest weten waar Leeuwarden lag of Groningen. Of wie Willem van Oranje en wie de graaf Van Egmond. 

Tegelijkertijd is het een boek dat het zelfbewustzijn van de Surinamers zal hebben gesterkt. Het boek werd overigens verboden door de koloniale machthebber - door ons dus - en De Kom werd verbannen naar Nederland (het alternatief was een levenslange gedwongen opname in een inrichting).

De Kom laat zien hoe na de afschaffing van de slavernij de uitbuiting nog decennialang doorgaat en doorwerkt. Dat is schrijnend en pijnlijk om te lezen. In 2018 noemde toenmalig minister Stef Blok Suriname een failed state. Wie Wij slaven van Suriname leest, heeft door dat wij zelf degene zijn die de toekomst van Suriname lange tijd geblokkeerd hebben en hoe pijnlijk dus de uitspraak van Blok is. 

Mijn eigen stad en slavernij


Ik woon in Deventer, een oude Hanzestad. De bloeitijd lag ver voor de VOC en dus heeft die niks met die tijd te maken. Toch? Of is dat toch niet zo? Dat laatste is natuurlijk het geval. In 2022 gaf de gemeente Deventer opdracht om daar onderzoek naar te doen en in 2023 kwam het rapport hierover uit. Ook dat las ik de afgelopen tijd.  In het rapport lees je hoe menig burgemeester van Deventer en tal van rijke mensen investeerden in de VOC en daarmee ook in de slavernij. En de VOC was een grote werkgever. Ruim 1.800 Deventernaren waren in de 18e eeuw in dienst van de VOC reisden naar plekken waar ze met eigen ogen de slavernij zagen. Als ze terugkwamen moeten ze die verhalen verteld hebben. Velen wisten er dus van. 

Ook in de West-Indische Compagnie (WIC) die verantwoordelijk was voor slavenhandel van Afrika naar Suriname investeerde Deventer flink. In 1624 haalde de burgemeester ruim 110.000 gulden op  bij rijken in Deventer om er samen in te investeren. Er werd zelfs driemaal een schip naar Deventer vernoemd. Het derde schip vervoerde ook slaafgemaakten. 

En het komt nog dichterbij als de slavernij wordt afgeschaft. Dan volgt namelijk compensatie. Nee, niet voor de slaafgemaakten maar voor de mensen die slaafgemaakten hadden. In totaal ontvingen dertien rijke Deventernaren een vergoeding omdat de slavernij werd afgeschaft en ze een aandeel hadden in plantages die met slaafgemaakten werkten.  De slaafgemaakten zelf kregen niets. Ja, een wurgcontract voor dwangarbeid voor de komende tien jaar. 

Het rapport laat tot slot nog zien hoe door de handel de restanten van slavernij nog steeds zichtbaar zijn in het straatbeeld. 

Het zijn namen van personen, straatnamen, winkels die de slavernij wel heel dichtbij brengen. Wij waren er allemaal op een bepaalde manier mee verweven. 

Keti Koti

Over enkele weken vieren we - op 1 juli - de afschaffing van de slavernij. We vieren Keti Koti, het verbreken van de ketenen. Ook voor mij wordt dit nu een moment van herdenken. Jazeker, vieren dat het voorbij is maar ook verantwoordelijkheid voelen voor wat gebeurd is en nooit had mogen gebeuren.

Mij verrijkte het om er zelf wat meer over te lezen. Misschien een tip meer mensen en wellicht ook aardig om eens uit te zoeken of jouw gemeente ook al onderzoek deed naar dit verleden. Het is dichterbij dan je denkt. Mijn overovergrootvader heeft het nog meegemaakt. 

Voor wie geïnteresseerd is: de bibliotheek Deventer heeft een goede pagina over het koloniaal verleden met tal van tips.