dinsdag 31 december 2019

De schouders waarop we staan: drie geschiedenisboeken over bibliotheken en boekhandels

2019 is bijna afgelopen. Het is oudjaar. Voor velen een tijd om terug te blikken en vooruit te kijken. Ik doe dat met drie geschiedenisboeken. Twee over bibliotheken en één over een boekhandel. Alle drie las ik ze met plezier en ze geven samen een mooi tijdsbeeld van de groei en transitie van het boekenvak.

Amsterdammers en hun bibliotheek
Het meest uitgebreide en kloeke boek van de drie wel dat over de geschiedenis van de Amsterdamse Openbare Bibliotheek. Met 300 bladzijdens en twee stevige auteur - Joosje Lakmaker en Eke Veldkamp pakt de OBA meer dan uit. En terecht. In 1919 startte de OBA relatief laat. De overige grote steden waren er eerder bij. Politiek gedoe hield lange tijd de leeszaal tegen. Totdat Annie Gebhard van de Nutsbibliotheek er zich mee ging bemoeien en begon te pleiten voor een Openbare Leeszaal en Bibliotheek.

Lakmaker en Veldkamp laten in hun boek prachtig de ontwikkeling van de bibliotheek zien aan de hand van de ontwikkeling van de stad. De stadsuitbreidingen in de verschillende decennia en de verschillende politieke opvattingen die zich laten reflecteren in het bibliotheekwerk.

Het boek leest als een trein en is rijkelijk gelardeerd met anekdotes.  Mooie uitstapjes naar de parkbibliotheken of belangrijke medewerkers van de bibliotheek. Er zit in het boek een mooi eerbetoon aan Celine Polak en Joseph Alfred Josephus Jitta, respectievelijk medewerker en voorzitter van de bibliotheek en beiden van Joodse komaf. Polak wordt ontslagen (maar ontvangt via de ondergrondse nog lange tijd wachtgeld) en Jitta treedt terug. Polak overleeft de oorlog en hervat haar werk in de zomer van 1945. Jitta komt om in Sobibor.

Wie nieuw is in bibliotheekwerk zou dit boek eigenlijk cadeau moeten krijgen. Het laat zien op welke schouders bibliotheekwerk staat en hoe de bibliotheek telkens zichzelf wist te vernieuwen.

Een zaak van evenwicht, over 150 jaar Boekhandel Broekhuis
In Oost-Nederland is Boekhandel Broekhuis een begrip. Terwijl het Polare-rijk in elkaar donderde bleef het voormalige familiebedrijf dat nu onder leiding staat van Kees Schafrat fier overeind. Met thans boekhandels in Enschede, Hengelo, Almelo en Oldenzaal.

Het boek van Joep Scheffer over Broekhuis laat zien hoe het ook 150 jaar bikkelen is. Hoe een boekbinder een uitgever werd, een agentschap, een boekhandel en een studieboekenbedrijf. Ook van het begin van het bedrijf - nog onder leiding van de familie Broekhuis - blijkt nog veel bewaard gebleven. Daar zit knap speurwerk achter of het archief van het bedrijf is zeer zorgvuldig bewaard.

Na de familie Broekhuis neemt Gerard van der Maar na de oorlog de leiding over. Van der Maar is een bevlogen directeur die zich nationaal en internationaal inzette voor het boekenvak en voor boekhandels in het bijzonder. Een combinatie van liefde voor boeken en weten voor welke regio je werkt.  Een ondernemerschap waar bibliotheken denk ik nog steeds van kunnen leren.

In het boek staat een mooi overzicht van alle boekhandels die in 1933 actief zijn in Hengelo. Het zijn er tien. Slechts twee zijn nog actief. Broekhuis is er daar één van. Het toont hoe broos het evenwicht is tussen voortbestaan en verdwijnen. Wie zich niet weet aan te passen aan de tijd, verdwijnt. Het is dan ook zeer terecht dat de geschiedenis van Broekhuis zo te boek is gesteld.


'Wee de mensch die maar één boek leest', de geschiedenis van de Zutphense bibliotheek
Het meest recente boek is dat van Cor Witbraad 'Wee de mensch die maar één boek leest'. Het gaat over de  111-jarige geschiedenis van de Openbare Bibliotheek in Zutphen. In 1908 begonnen als openbare leeszaal en in 1910 als openbare uitleenbibliotheek. Daarmee was Zutphen de zesde openbare uitleenbibliotheek na Dordrecht,  Leeuwarden, Utrecht, Den Haag en Groningen.  De bibliotheek was in 1908 van 10 uur 's ochtends tot 10 uur 's avonds open. Weliswaar met twee sluitingen voor lunch en avondeten maar toch. En elke dag! Ook op zondag. Hoewel op zondagochtend later toch gesloten moest worden op aandrang van de Tweede Kamer.

Nu kende Zutphen voor de Openbare Leeszaal al de Librije, de oudste leeszaal van Nederland. Open gegaan in 1492 en voortkomend uit de boekerij van de Sint Walburgiskerk. Echt openbaar was het nog niet maar 60 kannuniken en notabelen hadden een sleutel van de Librije en konden naar binnen wanneer zij wilden. Een soort onbemande vestiging avant la lettre dus.

De bibliotheek in Zutphen laat mooi de ontwikkeling zien van veel bibliotheken in Nederland. Langs de lijn van de leeszaalbeweging naar de Tweede Wereldoorlog naar de onstuimige groei en de opkomst van provinciale bibliotheekcentrales en de vorming van basisbibliotheken. Witbraad heeft het als auteur aangedurfd om door te schrijven tot in de zeer recente geschiedenis.

Saillant detail is nog wel de geschiedenis in de Tweede Wereldoorlog. De bibliotheek heeft danig te lijden gehad onder mejuffrouw Smelt, de gemeentearchivaris en fanatiek aanhanger van de 'nieuwe tijd'. Ze nam menig gelegenheid te baat om de bibliotheek te dwingen om haar collectie te zuiveren en te censureren. Mejuffrouw Smelt werd als NSB'er na de oorlog veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf.

Terugkerend thema voor de Zutphense bibliotheek is geld. Goede wil is altijd maar geld komt men altijd tekort. Net als bij Broekhuis is ook een bibliotheek een zaak van evenwicht: met beperkte middelen toch een groot mogelijk maatschappelijk rendement realiseren.

De schouders waar wij op staan en het evenwicht dat we zoeken
 Alles bij elkaar drie mooie boeken om zo eens naast elkaar te leggen. Bij beleidssessies wordt vaak geroepen: 'waar zijn wij van, wat is onze missie?'.  Besef van waar we vandaan komen en op welke schouders we staan, mag soms wel wat groter is mijn bescheiden mening. En wat deze geschiedenissen ook aantonen is welke veranderingsgezindheid er is getoond in de afgelopen 100 jaar. Hoe telkens de nieuwe omstandigheden zijn aangegrepen om te vernieuwen. Dat we meer dan 100 jaar bestaan is niet voor niets: als sector hebben we in elke tijd burgers kunnen helpen en zijn we van waarde geweest. Ja, dat is soms zoeken maar wie niet durft te zoeken of te veranderen weet zeker dat hij of zij over enige tijd niet meer bestaat.

Maar wat ook door alle drie de boeken is te lezen is dat het mensen zijn die het verschil maken. De Annie Gebhards, de Hans van Velzens, de Gerard van der Maars, de Kees Schafratten, de Gerard Huis in 't Velds van deze wereld. En samen met hen honderden bibliotheek- en boekcollega's die hen ondersteunden. Kijk op die manier nog eens om u heen en zie dat je samen inderdaad die weg hebt afgelegd en dat juist die combinatie van mensen ervoor zorgde dat we zijn waar we nu zijn.

Nee, we moeten niet blijven hangen maar we moeten onze geschiedenis ook niet zo maar weg gooien en zeggen dat alles anders moet. Wie zijn geschiedenis niet kent is gedoemd die te herhalen. Wie vooruit wil kijken, moet de lessen van  het verleden kennen. Een mooie reden om in het nieuwe jaar eens één van deze geschiedenissen te lezen.

Ik wens u vanaf deze plek een prachtig 2020 toe!

donderdag 19 december 2019

Deckers-index 2019: Stadskanaal is de best presterende bibliotheek van Nederland! : Deel 5 en slot over de Best Presterende Bibliotheek


De bibliotheek Stadskanaal is met het cluster Zuid-Groningen van Biblionet Groningen de best presterende bibliotheek van Nederland! Stadskanaal presteert over de volle breedte het best op de vier kengetallen waar we de afgelopen weken de top-15's van publiceerden. Stadskanaal laat Arnhem en Nijkerk, de nummers 2 en 3, met ruime achterstand achter zich. Gefeliciteerd!

Deckers-index
Maar waar kijkt u eigenlijk naar in deze top-20 en hoe werkt die? Nou dat gaat als volgt. In de afgelopen week publiceerde ik al de top-15's van het aantal uitleningen per lid, het percentage lid, het aantal bezoeken per inwoner en het aantal activiteiten per 1.000 inwoners.

Van elk van deze kengetallen heb ik een lijst van alle bibliotheken. In totaal staan er 146 bibliotheekstichtingen op deze lijst, want zoveel zijn er in Nederland. Degene die op één van bovenstaande lijsten bovenaan staat, krijgt 146 punten, de nummer twee krijgt 145 punten en zo verder. Tel vervolgens alle punten bij elkaar op et voila: de Deckers-index. Wie precies gemiddeld scoort moet precies in het midden met de puntentelling uitkomen. Het landelijk gemiddelde is dus 4 x 73 punten. 

Stadskanaal is Nederlands Kampioen Allround Bibliotheekwerk
Wie door de lijst heen kijkt, ziet dat het een knappe prestatie is om op alle fronten goed te scoren. Daarmee denk ik dat het ook wel een redelijk gewogen verhaal is. Stadskanaal is van alle bibliotheken dan ook de bibliotheek die in de volle breedte het beste scoort. Het kende twee top-15-noteringen: een 8e plek bij  het aantal uitleningen per lid en een 15e plek bij het aantal bezoeken per inwoner. Bij de andere twee kengetallen - percentage van bevolking dat lid is en het aantal activiteiten per 1.000 inwoners - viel men net buiten de top-15. Zoals je met schaatsen wereldkampioen wordt als je alle afstanden goed kunt schaatsen, zo kun je bij deze index alleen goed scoren als je dat in de volle breedte doet. Stadskanaal is dus Nederlands Kampioen Allround Bibliotheekwerk!

Nummer 2: Knappe notering van Rozet
In de top-20 van Best presterende bibliotheken zien we een oververtegenwoordiging van kleinere en middelgrote bibliotheken. Een witte raaf in dit geheel is Rozet Arnhem. Eigenlijk de enige echt grote stad in deze lijst. Vorig jaar nog zevende in deze lijst en dit jaar opgeklommen naar een tweede plek en in drie van de vier top-15's had men zelfs een top-3-notering. De score op uitleningen per lid, nekt Rozet in de eindpositie. Daar heeft men positie 118 in de ranglijst. Overigens laat Rozet aan het stijgende ledental - zowel kinderen als volwassenen - zien veel in huis te hebben op marketinggebied en ik zie ze dus ook in staat om die 118e positie nog flink te verbeteren. Dus wie weet, volgend jaar...

Nummer 3: Nijkerk, de beste van de kleine bibliotheken
Waar Stadskanaal middelgroot is en Arnhem groot is, daar is Nijkerk toch een relatief kleine bibliotheek. Nijkerk scoorde twee keer een top-15-positie: voor uitleningen per lid en voor activiteiten per 1.000 inwoners. Bij het aantal bezoeken per inwoner scoort Nijkerk net buiten de top-15. Als Nijkerk het percentage leden weet te verbeteren, komt de eerste plek in het vizier. Eigenlijk zou Nijkerk in de leer moeten bij Arnhem  en Arnhem bij Nijkerk. Beiden scoren goed waar de ander wel een paar tips kan gebruiken.

Eervolle vermelding: Salland, nieuw binnen op vier!
Een bijzondere vermelding is er voor de bibliotheek Salland (Olst-Wijhe, Raalte e.o.). Vorig jaar nog niet in de top-20 en dit keer nieuw binnen op vier! Salland zat de voorgaande jaren net buiten de top-20 en heeft zich op eigenlijk alle fronten verbeterd. Overals stegen ze een aantal plekken in de ranking en zie daar, dan sta je toch zo maar op nummer vier! Dit moet echt eer naar werken zijn voor de medewerkers van bibliotheek Salland. Chapeau.

Tien van de twintig bibliotheken komen uit Oost-Nederland
Met enig chauvinisme heb ik toch het aantal Gelderse en Overijsselse bibliotheken geteld, het werkgebied waar ik zelf voor werkzaam ben met Rijnbrink. 50% van alle top-20-bibliotheken komt uit deze twee provincies. Laat ik heel voorzichtig zijn met wat ik nu roep, maar ik hou het erop dat er een goed bibliotheekklimaat is in deze provincies. Dat lijkt me een formulering waar iedereen toch mee moet kunnen leven.

De veranderende rol van de bibliotheek en kwaliteit van de cijfers
Voordat we onder de kerstboom duiken, kijk ik altijd nog even terug op deze index. In de loop der jaren heb ik gezien dat de kwaliteit van de cijfers sterk verbeterd is. Uitleen- en ledencijfers waren er altijd al wel. Maar in 2015 - het jaar dat de cijfers voor het eerst per stichting openbaar werden gemaakt - ontbraken voor heel veel stichtingen nog bezoekersaantallen en cijfers rond activiteiten en die levert nu bijna iedereen aan. In die groei in de nieuwe rol ontstaat ook wel een volwassen zoektocht. Zowel rond activiteiten als bezoekers.

Het aantal gegevens dat rond activiteiten wordt verzameld is sterk uitgebreid en ook het aantal bibliotheken dat nog werkt met schattingen is sterk afgenomen. Wel zien we dat er een grote variatie zit in de cijfers. Kun je beter activiteiten tellen of bezoekers bij die activiteiten?  Bij bezoekerscijfers zien we dat gecombineerde instellingen heel succesvol zijn maar dat dit ook komt door meerdere instellingen. Van wie is dan welke bezoeker? Ik vind het vragen die horen bij een groei naar volwassenheid op dit punt. Cijfers vragen altijd om een nadere verklaring en kunnen elke keer weer verbeterd worden. Hulde aan de bibliotheken die aanleverden en hulde aan de mensen van de Koninklijke Bibliotheek die de dataset weer voor elkaar maakten.

Rest ons om de top-3 nogmaals te feliciteren: Stadskanaal, Arnhem en Nijkerk: van harte! En alle lezers: bedankt voor het volgen en fijne dagen!

---------
Voor wie de vorige artikelen nog eens na wil lezen:
Deel 1 De top-15 meeste leden
Deel 2 De top-15 meeste uitleningen
Deel 3 De top-15 meeste bezoekers
Deel 4 De top-15 meeste activiteiten
---------
Voor wie contact met mij wil zoeken naar aanleiding van deze cijfers: mijn contactgegevens vind je in mijn LinkedIn-profiel of stuur mij daar een contactverzoek.

maandag 16 december 2019

Welke bibliotheek heeft de meeste activiteiten? : Deel 4 van 5 over de Best presterende bibliotheek van Nederland


En daar ben ik weer! Dit keer met de laatste top-15. Na deze blog zal ik de top-20 Best Presterende Bibliotheken van Nederland bekend maken (ik verklap vast: dat zal op donderdag 19 december rond 11 uur zijn). En net als de vorige keer langs de meetlat van de vier top-15's die de revue passeerden. 

Maar eerst onze laatste top-15: die van de meeste activiteiten!

Foeteren
Ik zal u eerlijk zeggen: dit is wel de tabel waar ik een paar keer op heb lopen foeteren. Wie deze telling wil maken moet namelijk  uit ongeveer 100 kolommen in de dataset de juiste tien weten te vinden. Er zijn kolommen met opgegeven schattingen op hoofdlijnen en kolommen met uitgesplitste getallen van echt geregistreerde activiteiten en er zijn totalen van die tellingen. Nou, ik heb deze grafiek een paar keer over moeten doen daardoor. Maar goed, hij is er. En er is veel over te vertellen.

Hoogeveen aan kop!
Hoogeveen heeft de koppositie van Haaksbergen vorig jaar over genomen. En de nummer 1 en 2 - Drachten - steken met kop en schouders er boven uit. Zover er bovenuit dat het toch prettig is om naar de onderliggende cijfers te kijken.

Bij Hoogeveen scoren activiteiten rond Kunst en Cultuur uitzonderlijk hoog met 9.845 activiteiten. Dat is echt uitzonderlijk veel. Ik twijfel of men niet toevallig ergens bezoekersaantallen heeft meegeteld, bijvoorbeeld van de mooie Verhalenwerf. Dat waren er in 2018 volgens het jaarverslag zo'n 5.400.

Ook Drachten-Smallingerland scoorde extreem hoog.  Men had daar bijvoorbeeld ruim 1.000 leesactiviteiten, ruim 4.000 digitale educatieve activiteiten voor volwassenen en 2.600 educatieve activiteiten rond taal.

Beide uitslagen heb ik toch maar even laten staan maar wel met een aantekening. Het tekent hoe complex deze registratie eigenlijk is. Want zo'n Verhalenwerf met 5.400 bezoekers, tel je die als één activiteit en is die dan vergelijkbaar met één digitaal spreekuur met twee deelnemers? Iedereen voelt aan dat de vergelijkbaarheid wel wat discutabel is.

Het blijft daarmee een wat lastig lijstje met die grote hoeveelheid aan cijfers die erachter ligt. Eigenlijk ligt hier wel een oproep voor volgende uitvragen van deze cijfers: moet het zo gedetailleerd en moeten we niet meer vragen naar deelnemers dan naar aantal activiteiten? Of moet je misschien niet minder gedetailleerd activiteiten uitvragen en dan tegelijkertijd deelnemers? Dat laatste lijkt mij logisch. Het is nu wel heel veel werk om in te vullen terwijl de bruikbaarheid van de gegevens eerder afneemt dan toeneemt. Tegelijkertijd: activiteiten worden wel een steeds belangrijker deel van ons werk. Een goed overzicht is daarom wel belangrijk.

En verder?
Op drie vinden we Rozet Arnhem. Die kwamen we ook al tegen in de lijst met hoge ledenpercentage en die van de bezoekers. Dat Arnhem dus terugkomt in die top-20 straks, kunt u vast noteren.

Verderop in de lijst normaliseren de uitslagen. Maar dat van alle cijfers dit lijstje nog het meest fluctueert, zien we ook aan de zes nieuwe binnenkomers in deze lijst.  Op nummer vijf de hoogste nieuwe binnenkomer: Noordwest Veluwe. Gezien de veelheid aan cijfers kan ik er niet zo heel veel over zeggen. Wel dat dit een bibliotheek is met een actief lezingen- en cursusbeleid en daar bij de ombouw van alle vestigingen veel aandacht heeft geschonken.

Op nummer zes vinden we de nummer één van vorig jaar: Haaksbergen. Het presteerde iets minder dan vorig jaar maar de explosie van aantallen bovenin zorgt vooral dat Haaksbergen terugzakt.

Op nummer zeven vinden we Meerssen, zoveel Limburgse bibliotheken zien we helaas niet voorbij komen.

Verder komen we Brummen|Voorst en Nijkerk weer tegen die we ook in andere top-15's al tegenkwamen. En een handvol nieuwkomers: Salland, Oldenzaal, Midden-Drenthe, Gooi en Meer en Maassluis|Midden Delfland. Welkom in de top-15!

Het landelijk gemiddelde steeg van 8,5 activiteit per 1.000 inwoners naar 11,8. Ik vermoed dat dit zowel is te wijten aan een betere registratie als aan een toename van activiteiten.

Op naar de top-20 en de Best presterende bibliotheek!
Zo, we zijn door de top-15 op de verschillende onderdelen heen. We gaan ons opmaken voor de algemene score: wie wordt de best presterende bibliotheek van dit jaar?

Op donderdag 19 december rond 11.00 uur maken we hier de einduitslag bekend! Stay tuned!

woensdag 11 december 2019

De kleine revolutie van de bibliotheek en waarom de toekomst definitief begonnen is


Bij mijn laatste artikel over de top-15 van meest bezochte bibliotheken sloot ik af met de ronkende woorden:
Terwijl uitleningen dus daalden met 7% stegen de bezoekersaantallen met 6%. Als we er even vanuit gaan dat die leners normaal ook voor bezoek zorgden (voor lenen moest je naar de bibliotheek), stijgen de bezoekersaantallen dus niet met die 6% maar compenseren ze ook nog eens het bezoek dat uit de daling van 7% uitleningen wegviel.
Kortom: hier voltrekt zich een kleine revolutie: bibliotheken kantelen in heel rap tempo naar verblijfsplaatsen voor ontwikkeling, educatie en debat
En de NRC kopte zaterdag met een groot artikel: 'De bieb wordt een hotspot'. Even dacht ik in een reclamefolder terecht te zijn gekomen: zoveel lovende woorden dat ik er zelfs plaatsvervangend van bloosde.

De krant stelde:
Van stofnest tot hotspot. Niet eens zo lang geleden werd met de opkomst van de digitale technologie het boek, en daarmee de bibliotheek, doodverklaard. Maar van Riga tot Skokie in de Amerikaanse staat Illinois, van Helsinki tot Groningen, van Tilburg tot New York heeft de bibliotheek zichzelf opnieuw uitgevonden, en daarmee nieuwe doelgroepen aan zich weten te binden.
De opening van iconische panden als Tilburg of Groningen geeft de sector als geheel een enorme boost. Waarvoor dank beste collega's. Maar de vraag is: klopt het ook? Kun je aan de cijfers zien dat dit meer dan een toevallige stijging is? Ik besloot daar nog eens uitgebreider naar te kijken.

Tot 2015: minder uitlenen is minder bezoekers
Hierboven heb ik eens op een rij gezet hoe het sinds 2005 is gegaan met de uitleenaantallen en de bezoekersaantallen in de bibliotheek. Even goed lezen in de tabel want hij heeft twee Y-assen. De linker Y-as geeft het aantal uitleningen in miljoenen en de rechter Y-as geeft het aantal bezoekers in miljoenen.

Dat de uitleenaantallen terugliepen dat wist u al. En dat de bezoekersaantallen vorig jaar stegen, las u in mijn vorige blogpost. Vanaf 2005 ziet u dat de bezoekersaantallen ongeveer daalden met een gelijk tempo als de uitleningen. Minder uitlenen betekende ook minder bezoekers.

Tot 2015. Toen zat het bezoek op een dieptepunt met 55 miljoen bezoekers. Die piek in 2014 kan ik niet verklaren. Dat was overigens wel het laatste jaar dat de VOB de bezoekersaantallen verzamelden en in 2015 deed de KB dat weer. Ik denk dat daar iets in zit.

Een nieuwe reden om naar de bibliotheek te komen!
Want na 2015 stijgen de bezoekersaantallen al een paar jaar achtereen van 55 naar 62 miljoen. En dat terwijl de uitleningen gewoon dalen.  Dat betekent dat er dus er steeds meer mensen naar de bibliotheek komen die niet een boek komen lenen. Die komen dus om een andere reden.

En dan sluiten we aan bij het artikel van de NRC: de bibliotheek werd een hotspot. Een plek om te leren, een plek om af te spreken, een plek om een cursus te volgen, of een spreekuur te bezoeken, of een film, of om een 'mens' te lenen met een andere opvatting dan de eigen.

En ja, bibliotheken werden in de afgelopen jaren ook steeds vaker een instelling met meerdere functies: de verbrede bibliotheek in samenwerking met filmhuis, horeca, archief, muziekschool, theater, welzijn, jongerenwerk, boekhandel en noem maar op. Ook die samenwerking zorgt voor meer bezoek en een langere verblijfsduur. Het zorgt er overigens ook voor dat het steeds moeilijker wordt om te zeggen hoeveel bezoekers er precies voor jou kwamen. Maar de combinatie is vaak ook de succesfactor.

Deze grafiek doet mij dan ook stilletjes juichen. Het is een cijfermatig bewijs dat onze inwoners om nieuwe redenen naar de bibliotheek komen. De bibliotheek die hard zijn best heeft gedaan om zichzelf opnieuw uit te vinden. En is dat gelukt? Ja, of in ieder geval, het eerste begin ziet u hiervan.

Want de eerlijkheid is ook: het aantal bezoekers dat we kregen door die uitleenfunctie was wel gigantisch. In 2005 nog 86 miljoen. Daar zitten we met 62 miljoen nog wel een eindje vanaf. Maar de optimist in mij zegt dan ook gelijk: we kunnen dus nog een heel eind groeien!

Van collectie naar connectie en van connectie naar collectie
Wil dat zeggen dat bibliotheken wel kunnen stoppen met die collecties? Nou, dat denk ik niet. De reden dat mensen de bibliotheek zo'n prettige plek vinden is onder andere door die collecties. En daarmee bedoel ik niet dat het zo'n fijn maar duur behang is. Nee, de combinatie van functies die we binnen de bibliotheek hebben maakt dat de bibliotheek zo prettig is. Werkplekken, café, filmzaal, workshopruimte én collectie. Het maakt de bibliotheek tot de sportschool van de 20e én 21e eeuwse vaardigheden: van lettertaal naar digi-taal en van digi-taal naar techniektaal.

Het is een klein en nog broos wonder. Maar de toekomst is definitief begonnen!

maandag 9 december 2019

Welke bibliotheek trekt de meeste bezoekers? : Deel 3 van 5 over de Best presterende bibliotheek van Nederland


Op naar ons derde van vier top-15-lijstjes! En dit keer geen uitleen- of ledenfeestje. Nee, we gaan naar de bezoekers. Na dit lijstje komt nog het overzicht van de bibliotheek met de meeste activiteiten en daarna gaan we de balans opmaken naar de top-20 van Best presterende bibliotheken van Nederland. Ik zal u verklappen: dat overzicht verwacht ik rond donderdag 19 december.

Maar op naar de meest bezochte bibliotheken!

Een nieuwe nummer 1: Gouda!
Wie de prestaties van vorig jaar nog eens wil zien, kan terecht bij dit artikeltje. Toen stond Scherpenzeel - volgens mij de kleinste bibliotheekstichtring van Nederland- bovenaan. En u ziet, die komt in deze top-15 niet eens meer voor. Daar zit een bijzondere verklaring achter. De tabel achter de gegevenslevering heeft dit jaar twee kolommen met bezoekers. Eén voor werkelijk getelde aantallen en één voor schattingen op basis van de grootte van de bibliotheek. Die schattingen heb ik dit jaar buiten beschouwing gelaten. Vorig jaar was dat nog één kolom waar schattingen en echte tellingen bij elkaar stonden. Dat was lastig uit elkaar te houden. En  Scherpenzeel zat altijd bij de schattingen. Dus helaas voor Scherpenzeel maar wel zuiverder.

De Chocoladefabriek in Gouda komt die vorig jaar Scherpenzeel voor moest laten gaan daarmee op nummer 1. En Gouda steeg ook nog in absolute aantallen: van 7,3 bezoeken per inwoner naar 7,6. Overigens is deze eerste plek ook een felicitatie aan de Drukwerkplaats, het streekarchief Midden-Holland, verzetsmuseum Libertum en de horecavoorziening Kruim (niet onbelangrijk) waar de bibliotheek samen mee in de Chocoladefabriek zit.

Zoetermeer en de gecombineerde instellingen
Op nummer 2 hebben we ook al de hoogste nieuwkomer: Zoetermeer. En dat heeft alles te maken met de opening van de nieuwe bibliotheek in Zoetermeer begin 2018. Het Forum in Zoetermeer is een combinatie van bibliotheek en stadhuis maar kent daarnaast nog tal van andere samenwerkingsorganisaties. Een gecombineerde instelling dus. En dat werpt qua bezoekersaantallen opnieuw flink zijn vruchten af.

Die gecombineerde instellingen komen we meer tegen in de top-15: Rozet Arnhem, Nieuwegein, Eemhuis en Borne, allemaal (ver)brede bibliotheken of dakdelers met andere functies. Samen met andere instellingen kan je een breder programma bieden en neemt het aantal bezoekers en de verblijfsduur toe.

Wageningen
Op de vijfde plaats een stabiele plek voor de bblthk Wageningen. Een bibliotheek die al jaren als bibliotheek inzet op een brede programmering. Ik vind dat een knappe prestatie want dit is geen gecombineerde instelling en dit is echt de vrucht van jarenlang investeren in die programmering.

Voorschoten-Wassenaar
Op nummer 8 in de lijst zien we Voorschoten-Wassenaar, ook nieuw in de top-15. Het jaarverslag over 2018 laat een groei zien in bezoekersaantallen van 258.000 naar 295.000 bezoeken. De stijging komt vooral door sterke groei bij de vestiging in Wassenaar. Er lijkt daar niet één reden te zijn voor die groei maar een veelheid aan ontwikkelingen.

Overijssel
Op de nummers tien tot en met twaalf drie Overijsselse bibliotheken die allemaal nog een beetje dalen op de ranglijst. Daarbij moet aangemerkt dat dit de cijfers van Deventer zijn voordat ze open gingen in de nieuwe bibliotheek. Ik durf u vast te voorspellen dat ze volgend jaar, met de cijfers over 2019 zeker een aantal plaatsen zullen stijgen. En ik geef u ook vast mee dat de Lochal in Tilburg dan waarschijnlijk zijn stem gaat laten horen. Het Forum in Groningen zullen we pas in de lijstjes over 2020 waarschijnlijk terugzien met een opening eind 2019.

De kleine revolutie in bezoekersaantallen
Het landelijk gemiddelde  voor bezoekers steeg vorig jaar van 3,5 naar 3,7 bezoeken per inwoner. Dat lijkt weinig maar is landelijk een stijging van 6%. Daar zouden we bij de uitleenaantallen een moord voor doen.

Terwijl uitleningen dus daalden met 7% stegen de bezoekersaantallen met 6%. Als we er even vanuit gaan dat die leners normaal ook voor bezoek zorgden (voor lenen moest je naar de bibliotheek), stijgen de bezoekersaantallen dus niet met die 6% maar compenseren ze ook nog eens het bezoek dat uit de daling van 7% uitleningen wegviel.

Kortom: hier voltrekt zich een kleine revolutie: bibliotheken kantelen in heel rap tempo naar verblijfsplaatsen voor ontwikkeling, educatie en debat.

Als ik volgend jaar weer dit soort lijstjes maak, zal ik voortaan dit lijstje als eerste presenteren.... het begint zo langzamerhand belangrijker te worden dan de ledenaantallen en de uitleningen. Daarmee toekomst lijkt definitief begonnen.

dinsdag 3 december 2019

Welke bibliotheek leent het meest uit? : Deel 2 van 5 over de Best presterende bibliotheek van Nederland


En daar zijn we weer! Na het lijstje over de leden ditmaal nog een klassiek lijstje: dat van de uitleningen.  Nu zou je kunnen zeggen: de grootste bibliotheek zal ook wel het meeste uitlenen. Helemaal juist natuurlijk maar zo kun je ze niet onderling vergelijken.  We doen dat dus via een ander getal, namelijk het aantal uitleningen per lid. In het vorige overzicht lieten we zien wie de meeste leden had (het bereik van de klassieke bibliotheek) en dit keer wie het meeste leent (het gebruik van die leden).

Staphorst bovenaan!
En ook dit keer een nieuwe koploper: Staphorst! Staphorst stoot Enschede van de eerste plaats. Enschede stond vorig jaar nog bovenaan met 43 uitleningen per lid maar daalt dit jaar stevig tot 35,9 uitleningen per lid. Dit is een combinatie van een stijgende ledental terwijl het aantal uitleningen flink gedaald is. Het kengetal uitleningen per lid gaat dan snel omlaag. En omdat Staphorst nagenoeg stabiel blijft (vorig jaar 36,9 uitleningen per lid) komt Staphorst bovenaan. En de leescultuur in deze plaats is door de christelijke signatuur daar nog stevig aanwezig. We zien meer plaatsen met deze achtergrond in de lijst: Nijkerk,  Rijssen-Holten, Kampen en Nijverdal en Hardenberg in iets mindere mate.

Nijkerk is ook de hoogste nieuwe binnenkomer. In 2017 scoorden zij nog 27,7 uitleningen per lid en in 2018 is dat gestegen naar maar liefst 34,6 uitleningen per lid. Het jaarverslag over 2018 meldt inderdaad dat het aantal uitleningen inderdaad flink gestegen is doordat er weer verlengd zou kunnen worden. Blijkbaar was dat een tijdje niet mogelijk. Mijn vermoeden is dat dat wellicht te maken heeft met boetevrij lenen. Omdat er geen boete is, wordt dan soms gestopt met de mogelijkheid om te verlengen. Maar het  heeft dus iets met verlengen te maken.

Op de vierde plek treffen we het Nijverdalse Kulturhus Zinin. Zij zijn licht gestegen maar zoals je ziet zijn de verschillen tussen plek 4 en plek 15 niet heel erg groot. Een beetje groei, terwijl anderen dalen kan je dan al snel plekken laten stijgen.

En landelijk?
Landelijk daalde het gemiddelde best stevig: van 19,7 naar 18,3 uitleningen. Een daling van 1,4 uitlening. Onze leden lazen, luisterden of keken dus 7,1% minder dan vorig jaar. Om eerlijk te zijn, zie je hier toch echt wel iets van ontlezing. Veel-lezers beginnen regelmatige lezers te worden en regelmatige lezers worden weinig-lezers. Ja we lezen nog. Maar minder dan vroeger.

Wie dat gemiddelde van 18,3 uitleningen afzet tegen de top-3 met 36 uitleningen per lid, ziet dan ook dat de lezers in Staphorst, Enschede en Nijkerk een grote prestatie leveren.

Volgende keer bezoekers
De volgende keer gaan we kijken naar de bezoekers van de bibliotheek. Spoiler: die blijken te stijgen want bibliotheken komen dan wel minder voor het lenen maar steeds vaker voor andere zaken! Stay tuned!

donderdag 28 november 2019

Forum Groningen: Zeldzaam goed doordacht concept met gebalanceerde variëteit aan functies


Een tijdje geleden mocht ik al eens kijken in het lege gebouw van Forum Groningen. En toen schreef ik er al enthousiast over. Vanavond is een opening met bobo's en vrijdag gaat het Forum open voor publiek. Jaren van wachten wordt dan beloond. Het is letterlijk een knots van een gebouw. Een beetje stug zelfs van de buitenkant. Maar van binnen?

Dinsdagavond was al een opening voor niet-bobo's en daar was ik bij. Sommige mensen verweten mij dat ik het Forum al te veel prees voordat het open was. Sterker: voordat het ingericht was.

Maar ik kan u vertellen, ik was er dit keer toen het klaar en ingericht was en ik was niets van mijn enthousiasme kwijt geraakt. Ik ben niet zo snel onder de indruk van een gebouw maar het Forum is zo'n gebouw dat je van de sokken blaast met een veelheid aan indrukken.


Wat zit er in het Forum?
Okee, even bij het begin beginnen Deckers..... Wat zat er ook al weer in het Forum? Het Forum Groningen is letterlijk een knots van een gebouw. Over de vorm en uiterlijk wordt in de stad nog flink getwist. Maar het telt tien verdiepingen, herbergt vijf filmzalen, twee expositieruimtes, story world (het voormalige stripmuseum), de VVV en een bibliotheek (die eerder al de Volksuniversiteit had overgenomen).

Het Forum is een organisatie die een aantal jaren geleden al fuseerde maar nog wel op verschillende locaties  verbleef. Maar die vroeg fusie blijkt bij de inrichting van dit pand een gouden greep te zijn geweest. Organisaties zijn daardoor al aan elkaar gewend en inrichting is dan ook zodanig dat de functies vloeibaar in elkaar over gaan.Het pand zal dagelijks open zijn van 9 uur 's ochtends tot ergens in de nacht. Als de laatste film of voorstelling is afgelopen sluit het pand. Fantastische openingstijden dus.

Naast deze functies kent het op drie plekken een horecabedrijf: op de begane grond met terras, een bar bij de filmzalen en een bar-restaurant op het dakterras.

Het pand wordt doorsneden met veertien roltrappen wat gelijk een enorm gevoel van ruimte geeft. Je kijkt prachtig door het pand en de roltrappen zuigen je als het ware het pand in.

Bibliotheek




De eerste bibliotheek die je tegen komt is de jeugdbibliotheek. Waar andere bibliotheken een glijbaan kregen, kreeg het Forum een hangnet waarbij kinderen boeken kunnen lezen terwijl ze boven de boekenkasten hangen - een lees/loungnet.  Iets verderop een prima lab met 3D-printers, green screens en dito programmering. Niet te groot, niet te klein, precies passend bij het gebouw naar mijn gevoel.


Andere bibliotheekafdelingen zijn gedrapeerd als het ware rond de andere functies. En dat gaat heel natuurlijk zonder dat de bibliotheekfunctie verdwijnt of naar de achtergrond gaat. Dat vind ik echt ontzettend knap gedaan. De functies zijn ontzettend goed uitgebalanceerd ten opzichte van elkaar. Daarbij moet ik aangeven dat de expositieruimtes (ter grootte van een middelgroot museum) en de Story World nog niet open zijn. Die volgen nog.


Eén van de meest fascinerende plekken was wel de klassieke bibliotheek met heus poolbiljart, met drankkastje en een opgezette raaf waardoor je je in een Zweinsteinachtige 'man-cave' waande. Het gebouw met vele vloeren en hoeken en gaatjes en zal qua toezicht nog wel een uitdaging zijn.  Daar helpt denk ik maar één remedie tegen: veel bezoekers.  Op de avond dat ik er was waren er zeker 500 mensen in het pand en behalve bij de horeca oogde het toen nog verre van druk. Het pand heeft dus een enorme capaciteit. 


Verblijfsfunctie
Het pand kent een grote rijkdom aan werk- en verblijfsplekken. Veel fauteuils en banken maar ook werkplekken voor groepen op individuen. Vaak bij het raam gepositioneerd zodat er eigenlijk altijd van prachtig uitzicht valt te genieten. 

Het feit dat de horeca op drie plekken in het gebouw zit maakt dat verblijven denk ik nog aantrekkelijker. 


Aarhus revisited
Als ik één ding zie in het Forum van Groningen is wel de parallel met Dokk1 in Aarhus: beide gebouwen zijn ingericht om studenten maar ook hele gezinnen langdurig te kunnen laten verblijven. Het is letterlijk een warenhuis waar verschillende gezinsleden zowel samen als apart dingen kunnen doen. Ik hoop dan ook van harte dat Storyworld meer wordt dan een museum maar dat dit actief mee gaat lopen in de programmering van het gebouw. Maar als ik zien hoe de rest van dit gebouw in elkaar is gestoken dan moet dat toch haast goed komen. 

Het toetje: het dakterras


De bovenste verdieping kent een lounge- en clubachtige horeca. Met achter die horeca een klein amphitheater. Hier kun je in de zomer in de buitenlucht nog films draaien. En wie op de bovenste ring van dit theater staat, heeft het mooiste uitzicht over Groningen. Met een drankje in de hand, hier je dag afsluiten nadat je een lezing hebt gevolgd of een film hebt gezien. En dan weten dat je de volgende ochtend om 9 uur alweer terug kunt komen...

Ondanks het feit dat Storyworld en de expositieruimte - geloof me, dat gaat echt nog iets bijzonders worden -  nog niet open zijn, maakt dit gebouw op mij al een verpletterende indruk. Groningen is een warenhuis van de verbeelding rijker. Complimenten aan allen die eraan werkten. Een zeldzaam goed doordacht concept met gebalanceerde variëteit aan functies. Een knots van een gebouw, hard van buiten maar zacht van binnen. Misschien wel een beetje zoals de meeste Groningers.

En mijn felicitaties aan de inwoners van Groningen!

dinsdag 26 november 2019

Welke bibliotheek heeft de meeste leden? : Deel 1 van 5 over de Best presterende bibliotheek van Nederland


Daar zijn ze weer! De Koninklijke Bibliotheek maakte afgelopen week de nieuwe cijfers bekend over bibliotheken in Nederland. Een moment waar ik elke keer weer naar uitkijk en op twitter werd zelfs al weer gevraagd om de eerste lijstjes.

En ik ga u niet teleurstellen: ook dit jaar zal ik in vijf artikelen bekend maken wat de best presterende bibliotheek van Nederland is. Vorig jaar mocht Hoogeveen zich de best presterende bibliotheek van het jaar noemen. Sleept Hoogeveen dit jaar weer die prijs in de wacht of ma iemand die titel overnemen?

De kengetallen van de Deckers-index
Ik ga dat doen langs vier lijnen zoals ik in de vorige twee jaren heb gedaan. Samen vormen ze - niet van ijdelheid gespeend - de Deckers-index. De vier indicatoren die ik langs loop zijn: het aantal bezoekers, het aantal leden, het aantal uitleningen en het aantal activiteiten. De absolute cijfers zijn natuurlijk onvergelijkbaar: Amsterdam leent meer uit dan Staphorst. Daarom maken we er kengetallen van. Bij leden kijken we naar het percentage inwoners dat lid is, bij uitlenen naar uitleningen per lid, bij bezoekers naar het aantal bezoeken per inwoner en bij activiteiten naar activiteiten per 1.000 inwoners.  Ik heb de lijst nu een aantal keren gemaakt en het is mij opgevallen dat het een bibliotheek nog flink wat moeite kost om op alle fronten goed te scoren.

Maar genoeg gedraald: kom op met die lijstjes! Dat doen we en we trappen af met het aantal leden.

De top-15 'Wie heeft de meeste leden?'
Ook dit jaar staat Stadkamer Zwolle weer bovenaan deze top-15. Met 35,4%  van de bevolking die lid is van de bibliotheek. Het geheim van Zwolle zit in afspraken met scholen. Van 45.000 mensen die in Zwolle lid zijn, gaat het om 35.000 jeugdabonnementen. Dit zijn afspraken met basisscholen, middelbare scholen en ROC's. Wie naar de cijfers in Zwolle kijkt ziet ook dat er jaarlijks ruim 10.000 jeugdabonnementen worden uitgeschreven en weer opnieuw ingeschreven. Dat heeft alles te maken met die afspraken met scholen.  Zwolle daalde overigens wel iets in bereik. Over 2017 tekende men een score van 36,9% lid.

Hengelo groeide nog wel iets (van 33,9% in 2017 naar 34,8% in 2018) en schuift door naar een tweede positie in deze lijst. Zij plussen met een kleine 800 jeugdleden en blijven stabiel in hun volwassen leden. En doordat twee nummer twee en drie van vorig jaar een stapje terug doen eindigt Hengelo op nummer twee. Bij de Zeeuwse Bibliotheek gaat dat om kleine verschuivingen maar bij de de Bibliotheek voor de Zaanstreek gaat het om een terugval met enkele procenten. In de onderliggende cijfers kan ik daar zien dat men daar veel minder jeugdleden had in 2018 ten opzichte van 2017. Dat zou kunnen duiden op het wegvallen van een afspraak met scholen of een andere opzet van bibliotheek op school. Maar ik ken de details hierachter niet.

Op positie vier een opvallende stijger: Arnhem. Stond vorig jaar nog dertiende met 28,4% van de inwoners die lid zijn en dit jaar meldden ze zich met 31,4%. Een opvallende stijging. Naast een stijging van de betalende leden - en dat is een knappe prestatie - zit hier de sterkste stijging ook bij de jeugd. Ook hier werpt samenwerking met onderwijs zijn vruchten af.

Op nummer 12, 13 en 14 komen we nog drie nieuwkomers in de lijst tegen: Brummen-Voorst, Katwijk en Gooi en Meer.  Bibliotheken die vorig jaar net buiten de top-15 vielen en doordat zij hun aantallen goed op peil wisten te houden en anderen daalden, staan ze nu in de top-15. Een mooie verdienste.

Beeld in heel Nederland
Over het geheel in Nederland daalde het aantal leden.  Bibliotheken verloren een half procent en zakten van 21,8% naar 21,3%. Het totaal aantal leden daalde van 3,70 miljoen naar 3,63 miljoen. Een daling van 70.000. Het aantal volwassen (en betalende) leden daalde van 1,37 miljoen leden naar 1,34 miljoen leden. Een daling van 30.000.

Het aantal kinderen dat lid was daalde van 2,33 naar 2,29 miljoen leden. Een daling van 40.000.  Voorgaande jaren steeg het aantal jeugdleden en daalde het aantal volwassen leden. Over 2018 daalde ook het aantal jeugdleden toch weer.  Er zijn stemmen die zeggen dat dit komt door de nieuwe AVG-regeling. Deze maakt het omslachtiger om makkelijk leerlinggegevens te importeren naar bibliotheeksystemen.

Een kleine analyse laat dus zien dat stijgers vooral plussen op jeugdleden en dat daar ook hun strategie zit. Uitzondering is Arnhem waar we ook een redelijke stijging van volwassen leden zien. Ik heb zo een vermoeden dat daar meer is ingezet op marketing en promotie van abonnementen.

Op naar de volgende lijsten. De volgende keer een hele klassieke: over uitleningen! Stay tuned!

woensdag 20 november 2019

Drie keer zeven magere jaren voor bibliotheken en drie manieren om ermee om te gaan


Een tijdje geleden schreef ik hoe lang er al bezuinigd wordt op bibliotheekwerk. Daar had ik toen bijgaande plaatje bij. Van de bankencrisis vielen we in de gemeentecrisis en beide keren waren bibliotheken aan de beurt om geknipt en geschoren te worden. En we zijn met die bezuinigingen nog niet aan het eind getuige een recent onderzoek van de Vereniging van Openbare Bibliotheken. Deze geeft aan de ongeveer een derde van alle bibliotheken ook bezuinigingen aangezegd heeft gekregen voor gemiddeld 4,2%

 In zeven jaar tijd daalde de subsidie met ongeveer 15%. Die 15% is gemiddeld. Want er zijn bibliotheken die de relatieve 'mazzel' hadden op de nullijn te blijven maar dat betekent dat er ook bibliotheken waren die 30%, 40% of zelfs 50% subsidie verloren.

Een weinig rooskleurig beeld voor iemand als mijzelf die toch vaak optimistisch is. Maar ik ga nog een stapje verder. Het is nog erger dan u denkt.....

De gebruikerinkomsten daalden ook met ruim 20%



Naast subsidies worden bibliotheken gefinancierd met bijdragen van gebruikers via contributies en boetes. Op beide vlakken schuift het. Op de eerste plaats is het aantal betalende volwassenleden -  kinderen zijn bijna overal gratis - in de periode 2010 tot 2017 gedaald van 1,9 miljoen naar net 1,4 miljoen leden. Een daling van ruim 35%. Tegelijkertijd hebben veel bibliotheken besloten om de boetes af te schaffen in bibliotheken. Vanuit oogpunt van gebruik natuurlijk heel aantrekkelijk maar ook een financiële aderlating van ongeveer 3% van de totale begroting.

En beide ontwikkelingen zien we terug in de tabel. De gebruikersinkomsten daalden in absolute zin in deze periode van € 71,8 miljoen naar € 58 miljoen. Omgerekend naar bedragen per inwoner over die jaren betekent dat een daling van € 4,33 per inwoner naar € 3,40. Een daling van ruim 20%.

Het aantal betalende leden daalde met 35% en de gebruikersinkomsten daalden met ruim 20%. Dat betekent dat elk lid van de bibliotheek meer is gaan bijdragen. Anders waren de gebruikersinkomsten ook wel met 35% gaan dalen.

Dubbele terugval
Als je beide ontwikkelingen - bezuinigingen op subsidies en terugloop op gebruikersinkomsten - bij elkaar zet, krijg je de volgende ontwikkeling.



Waar in 2010 nog € 32,90 per inwoner binnenkwam bij bibliotheken, was dat in 2017 gedaald naar € 27,71. Een daling van ongeveer 16%. Gemiddeld.... lokaal kunnen daar zeer forse verschillen in zitten.

Minder geld en meer gaan doen
Hoewel bibliotheken wel minder uitlenen zijn ze toch niet bepaald minder gaan doen. Duizenden schoolbibliotheken zijn gestart en in elk bibliotheek is een taalhuis en vaak zelfs een heel programma aan basisvaardigheden. Maar ja, daar zaten duidelijk nog geen nieuwe gebruikersinkomsten bij of substantiële andere bijdragen. En ook de gemeentelijke subsidies zijn dus nadrukkelijk niet aangepast op die nieuwe taken.

Nee, we hebben niet geklaagd. We hebben ons een slag in de rondte gewerkt. We hebben onszelf opnieuw uitgevonden. We zijn meer open dat ooit. Met meer diensten dan ooit. Met meer waarde dan ooit.

Bij mijn vorige artikel over de zeven magere jaren eindigde ik met een oproep aan overheden en vooral aan gemeenten.  Die herhaal ik hier onverminderd.

Beste gemeenten....
Beste gemeenten: kom bij mij niet meer aanzetten dat wij nog niet naar de kosten hebben gekeken, kom bij mij niet aanzetten dat we nog wel wat meer kunnen doen aan samenwerking en kom bij mij ook niet aanzetten dat wij heel anders naar onze vestigingen moeten kijken. Het zouden terechte opmerkingen zijn als we de afgelopen jaren niet hadden laten zien hoe we dwars door de crisis toch al deze veranderingen wisten te bewerkstelligen.

En beste gemeenten: er ligt een nog een peut werk. Zijn er minder laaggeletterden? Nee. Vraagt u met al uw digitale dienstverlening en minder gemeentebalies meer zelfredzaamheid van uw burgers? Ja. Kunnen ze dat allemaal? Nee. Wie gaat ze dat leren?  De bibliotheken zouden dat graag doen. We staan klaar voor elke burger in elke plaats.

Maar beste gemeente: na vele rondes meer met minder, is het ook gepast om na te denken wat u telkens vraagt van de bibliotheek.

Zo langzamerhand begin zelfs ik - als rechtgeaarde optimist - te denken dat het hoog tijd wordt dat gemeenten extra geld voor bibliotheken beschikbaar gaan stellen. De bibliotheken hebben een forse bijdrage geleverd toen het slecht ging in Nederland. Bibliotheken hebben meebetaald aan de bankencrisis en de gemeentecrisis. We staan klaar voor de toekomst maar denk niet dat het met nog minder geld kan.

Zo eindigde ik mijn vorige blog. En ja, gemeenten hebben ook niet veel geld. En die knokken ook.   Maar ik wil toch wat verder gaan dan in mijn vorige blog. Wat kun je zelf dan toch nog doen als bibliotheek of groep van bibliotheken?

Ik zie drie manieren. En dat zijn geen makkelijke manieren. Want ik ga ervan uit dat u alle makkelijke manieren - meer open samen met partners, bijdragen van scholen, gezamenlijk inkopen, verhoging contributie, slimmer collectioneren en dergelijke - allemaal al hebt gedaan natuurlijk.

Optie 1: Rigoureus samenwerken
Okee, daar gaan we. Rigoureus samenwerken, dat is dus meer dan een ruimte verhuren of hier en daar een spreekuur. Nee, dan gaat het echt over intensieve samenwerking op het niveau van allianties of fusies. Makkelijk? Nee, maar de makkelijke dingen had u al gehad. Zelf het initiatief nemen zet u wel op voorsprong ten opzichte van de gemeente. U kunt namelijk zelf becijferen welke opbrengst samenwerking kan hebben en wat u daarmee extra zou kunnen doen. Als de gemeente begint met zo'n onderzoek is de opgave meestal om 10% of meer aan bezuiniging te vinden. Waarom dan zelf nu niet over die schaduw heen stappen?  Mijn ervaring is dat directeuren achteraf vaak zeggen dat ze dit soort processen eerder en zelf hadden moeten starten. 

Samenwerken kan op lokaal niveau met cultuur- of welzijnspartners. Beide komt voor en is tegenwoordig ook populairder dan nog verder opschalen met nog meer gemeenten. Hoewel voor kleinere gemeenten de bibliotheken Rivierenland en AanZet, denk ik, goede voorbeelden zijn dat ook daar goede oplossingen zijn te vinden.

Optie 2: Burgerkracht
Het moet gezegd: door alle bezuinigingen zijn we met een hernieuwde blik naar burgerkracht gaan kijken. Dat gaat van gastheren en gastvrouwen tot taalmaatjes en ondersteuning bij cursussen. Vaak zoeken we een combinatie tussen professionals en vrijwilligers en vinden we dat de professionals het beleid moeten bepalen en vrijwilligers moeten ondersteunen.

Wie echt op zoek wil naar meer kracht moet wellicht nog een stapje verder gaan. Bij Rozet in Arnhem overlegt de directeur met regelmaat met de vrijwilligers en luistert naar hun adviezen. En kijk bijvoorbeeld eens naar een voorbeeld als Tradeschool dat is een soort Volkuniversiteit voor en door burgers. Je betaalt niet voor de cursussen maar je doet iets terug. Een transactie in natura. Ook Stadkamer in Zwolle kent zo'n model rond het gebruik van ruimtes. Je mag ruimtes gebruiken van Stadkamer als je iets terug doet voor Zwolle.

Vanuit die grondhoudig is burgerkracht niet een ondersteuning van jouw beleid maar faciliteer je burgers om zelf te creëren. Een zeer wezenlijk verschil.

Optie 3: Meer subsidie
Lekker makkelijk hoor, hoor ik u denken: roepen dat er meer subsidie moet komen. Nou, ook dat ligt wel wat genuanceerder. Roepen dat er meer subsidie moet komen is namelijk zeker niet genoeg. U moet dat zelf aantonen. Maar ook hier geldt: vaak beginnen we daar pas mee als de gemeente de bezuiniging aankondigt.

Ook hier geldt dus: eerder mee beginnen. Hoe doe je dat? Nou, je kunt bijvoorbeeld daar onderzoek naar laten doen door onafhankelijk adviseurs. Wie wil, kan ik meerdere namen geven van mensen die dat doen. En zelf zo'n onderzoek doen, geeft ook aan dat je dit probleem zelf uiterst serieus neemt. Ja, dat kost een paar centen maar ook dat geeft aan dat als u zelf van uw schaarse middelen zo'n onderzoek laat doen, het u blijkbaar ook hoog zit.

Overigens kunnen Provinciale OndersteuningsInstellingen hier vaak nog wel hulpvaardig in zijn. Voor het onderzoek zelf zijn ze wellicht niet onafhankelijk genoeg maar  ik heb zelf bijvoorbeeld meerdere malen geholpen bij het maken van factsheets voor bibliotheken over hun opbrengst voor de samenleving. Ook dat soort overzichten hebben we nog niet op de plank liggen.

Zelf zeggen dat je je subsidie wel wilt onderzoeken, is dus ook hier sterker dan afwachten tot de gemeente die discussie start.

Tot slot: subsidies komen uit steeds meer bronnen en worden steeds projectmatiger. Bibliotheken kennen lokale structurele subsidies, vaak incidentele subsidies op programma's, soms provinciale subsidies op innovatie en landelijke subsidies. Bij Rijnbrink werken we met een subsidiecoördinator die met regelmaat allerlei 'potjes' scant. Ik moet eerlijk zeggen dat dat wel loont en dat dat soms ook om forse bedragen kan gaan.

Investeer in de bibliotheek!
Zoals ik al zei: makkelijke wegen zijn het niet want alle makkelijke oplossingen hebben we al gehad. En wellicht heeft u bovenstaande wegen ook al bewandeld. Want wat ik verzin, kunt u zelf natuurlijk ook verzinnen.

Maar bij de pakken neer zitten is wel de slechtste optie, lijkt me. En samen optrekken als stelsel lijkt me ook niet verkeerd. En ook daar zie ik nog wel kansen. Dus kop omhoog en moedig voorwaarts.

Mijn vorige blog over dit onderwerp eindigde ik met deze woorden en die herhaal ik graag:
'Laten dit de zeven magere jaren geweest zijn. Het vet is van de botten. Het wordt tijd om weer te investeren. Investeren in de zelfredzaamheid en regie van onze burgers. Investeer in de bibliotheek!'

zondag 10 november 2019

De stille revolutie van bibliotheken en het kleine wonder van de Veluwe


Ik neem u mee naar twee observaties van de afgelopen week. Omdat in de dagelijkse dingen vaak meer verstopt ligt, dan alleen de dagelijkse dingen. De grotere lijn van de geschiedenis zit verstopt in elke dag.

Observatie 1: het kleine wonder van de Veluwe
Zo was ik woensdag te gast bij drie Veluwse bibliotheken. Drie bibliotheken die intensief met elkaar samenwerken: Brummen-Voorst, Nijkerk en Noord Veluwe. Vijftig medewerkers zaten in een zaaltje in het mooie Oldebroek. Ik legde ze uit dat ik graag iets wilde vertellen over de ontwikkelingen in het bibliotheekwerk maar dat ik dat niet kon doen zonder ook hun eigen verhalen zouden vertellen.

En zo ontstond een genoeglijke ochtend. Een leesconsulent vertelde over hoe ze jongens aan het lezen kreeg, een medewerker die vertelde over ontmoetingsochtenden voor buitenlandse vrouwen en verhalen over 70- of zelfs 80-jarigen die de Digisterkercursussen deden. Samen maakten we rekensommetjes over hoeveel mensen overal mee bereikt werden. En hoe lang deden ze dat al? Soms een paar jaar, soms al jaren. Als je zo met elkaar naar alles keek - en ook zo over een paar jaar heen - dan werden er grote groepen mensen bereikt. En dat praten we niet over bibliotheekwerk in hippe steden met veel geld; nee, dit gaat over bibliotheekwerk in  kleine en middelgrote plaatsen op de Veluwe.

Deden ze dat alleen? Nee, ze deden dit met vele partners, met veel vrijwilligers en met heel veel scholen. Maar die handvol medewerkers zette dat wel allemaal in werking. Zonder die handvol medewerkers was dit allemaal niet gestart. En zo zorgde die handvol medewerkers voor een groot verschil in vele levens. Jongens die zich later nog Mieke zullen herinneren als leesconsulent en zullen zeggen dat ze daardoor zijn gaan lezen.  Een Somalische vrouw die zegt dat ze haar contacten te danken heeft aan de ochtenden in de bibliotheek. En een 80-jarige die dankzij de vrijwilligers van Seniorweb nu zelf haar bankzaken kan doen.

Ik hoor u denken? Is dat bijzonder? Ja, dat is bijzonder. Het bibliotheekwerk heeft dit de afgelopen jaren stilletjes op alle plekken in Nederland geregeld. En zo kom ik bij mijn tweede observatie.

Observatie 2: het guerillaleger van Basisvaardigheid
Op donderdag liep ik rond bij de landelijke dag voor basisvaardigheden. Zo'n 400 bibliotheekmedewerkers, directeuren, medewerkers van taalhuizen maar ook welzijnswerkers, een enkele wethouder en medewerkers van partijen als SVB, CAK of CBR waren aanwezig.  Met mijn ervaring van die Veluwse bibliotheken in mijn achterhoofd keek ik eens naar die 400 medewerkers. Want achter die 400 medewerkers in die zaal in Apeldoorn zaten natuurlijk nog veel meer medewerkers die die dag gewoon aan het werk waren. Sterker: terwijl deze mensen in die schouwburgzaal zaten, werden er in heel Nederland gewoon Klik-en-Tik-cursussen gegeven, liepen er overal leesconsulenten rond, en waren taalmaatjes gewoon bezig om laaggeletterden te helpen met taal.

Achter die 400 medewerkers in die zaal zaten honderden zo niet duizenden samenwerkingspartners in Nederland. En tienduizenden vrijwilligers. In een aantal jaren hebben de bibliotheken samen met hun partners een guerillaleger van basisvaardigheid gebouwd. Elke dag worden er honderden, zo niet duizenden burgers, door ons geholpen.

En hoe lang doen we dat al?
Weet u eigenlijk hoe lang we dat al doen? Op mijn computer vind ik bestanden terug uit 2015. Ik ondersteunde toen een club van mensen van de Koninklijke Bibliotheek en POI's die samen het landelijk team Basisvaardigheden op wilden zetten. Onder aanvoering van mensen als Maaike Toonen en Nicoline Hendriks. Eerste doel was om overal in Nederland taalhuizen op te richten. Het was nog maar een jaar na het verschijnen van het rapport Cohen. En een jaar later, inmiddels 2016,  waren we al met zijn allen bezig met samenwerking met de Belastingdienst, om maar wat te noemen.

Zo kort geleden is dat dus maar..... Nog maar een kleine vier jaar op pad.

En die Bibliotheek op school? Enig idee hoe lang dat al loopt? Het landelijk team startte daar in 2012. Die zijn dus nu zeven jaar op pad en ongeveer de helft van alle basisscholen doet er nu aan mee. Jaar na jaar zorgen we op steeds meer plekken voor leesplezier.

Het is ons werk geworden
Binnen tien jaar tijd hebben we zo twee stevige poten gebouwd onder die maatschappelijk educatieve bibliotheek. Maar nog belangrijker: we bereiken al substantiële groepen kinderen en volwassenen. Het mooie van zo'n landelijke dag Basisvaardigheden is dat je ziet dat deze tak echt onderdeel van ons werk is geworden. Vroeger kon je misschien denken dat dit leuke franje was voor erbij, tegenwoordig is iedereen ervan overtuigd dat dit een basistaak is.

En over tien jaar?
Als wij deze weg met elkaar hebben afgelegd in de afgelopen tien jaar, wat betekent dat dan voor de komende tien jaar? Gaan we nu stilvallen en op onze lauweren rusten of groeit dit nog verder? Ik ben ervan overtuigd dat we verder gaan groeien. Het is een onstuitbare groei en we zien dat de lokale samenleving snakt naar de menselijke oplossingen die we kunnen organiseren. De Nationale Ombudsman roept om lokale loketten om burgers verder te helpen, de landelijke overheid voert het programma Digitale Overheid uit. Banken en verzekeraars zijn al nagenoeg volledig digitaal. Webwinkels breiden steeds verder uit.

Binnen de domeinen Jeugd en Onderwijs en Participatie en Zelfredzaamheid van de innovatieagenda hebben we flinke stappen gezet. Het derde domein van de innovatieagenda: de Persoonlijke Ontwikkeling mag de komende periode een soortgelijke ontwikkeling doormaken. Ik weet zeker dat we dan ook een landelijk team hebben op dit domein.

In vijf jaar tijd bracht het Nederlands bibliotheekwerk een guerillaleger op de been voor Basisvaardigheid. In zeven jaar tijd werd met de helft van de basisscholen een leesprogramma opgezet en een schoolbibliotheek gestart. In meerjarenplannen van bibliotheken zie ik overal groeiende ambities. En ha, de structurele financiering is inderdaad een probleem maar tegelijkertijd zien we dat ook de maatschappelijke waarde van wat we doen groeien. Zelfs op de Veluwe weten jongens de leesconsulent te vinden, buitenlandse vrouwen de ontmoetingsochtenden, laaggeletterden de taalmaatjes en ouderen de digivaardigheidscursussen.

Van hippe steden tot op het stoere platteland hebben bibliotheken dit georganiseerd. Ik noem het een stille revolutie! Een grote pluim aan die duizenden bibliotheekmedewerkers en tienduizenden vrijwilligers  die die verandering in gang hebben gezet. Een beweging die niet meer te stoppen is en waarvan ik razend benieuwd ben, waar die ons nog brengt.

donderdag 31 oktober 2019

Slot BibliotheekPlaza: 'De toekomst is de wolf die jij voedt'.



Het publiek begint langzaam naar de borrel te snakken. We zetten de landing in met een voorstelling van Boom Chicago. Ze brengen een deel van hun show 'The future is here, and it is slightly annoying'  Het is improvisatietheater met gebruikmaking van artificial intelligence. Om eerlijk te zijn, niet te bloggen natuurlijk. U doet het maar even met bijgaande filmpje, had u maar moeten komen.

We eindigen met Wouter de Jong. Als dagvoorzitter komt hij nog even terug op het woord 'Geluk'. Een geluksfilosoof vatte geluk samen met twee woorden: Andere mensen. En mijn vraag is dan: kun je andere mensen verder helpen zonder iets terug te verwachten en kun je die kring van mensen die je kunt helpen vergroten?

Eén van de dingen die je kunt doen is iemands kwaliteiten zien en die benoemen. We zijn namelijk gewend om eerder te letten op zwakten van anderen. Maar als je iemands kwaliteiten benoemt heeft twee effecten: ongemak en trots. Dwars door elkaar. En dat laat Wouter de hele zaal doen. Iedereen moet kwaliteiten benoemen bij elkaar. Geroezemoes in de zaal. Een enkeling glipt de zaal uit...  altijd tricky zo aan het eind.

We gaan landen en afronden. De hele dag ging over de toekomst. Maar dat is natuurlijk onzin. Want je kunt niks met de toekomst. Je hebt alleen het nu.

Wouter eindigt met een verhaal over een opa die een verhaal vertelt aan zijn kleinkind. Een verhaal over twee wolven. Eén wolf is goed en één wolf is slecht. Een ieder heeft die wolven in zich. En die wolven vechten.  Het kleinkind vraagt: 'welke wolf wint?' De opa antwoordt: 'de wolf die jij voedt'.

Wie zijn toekomst wil maken, begint vandaag met het voeden van de juiste wolf.   Het was weer een mooie dag. De toekomst begint nu.

Nou, na deze borrel met garnituur natuurlijk. Want eerst moet deze wolf gevoed.

Tot volgend jaar!

Rolf Schrama: 'Tegenslagen waren juist Pokon voor mij'

Rolf Schrama is para-olympisch zeiler. Deze foto stond in NRC Handelblad. Met de tekst: 'zijn ego was te groot voor mijn lichaam. Hij neemt ons mee naar 43 jaar gelden. Hij werd geboren in De Rijp. Een klein dorpje boven Amsterdam. Hij was de derde in rij. Boven hem zat broer Rolf. Hij overleed na een paar dagen. De medische stand gaf aan data het overlijden domme pech was.

Na twee jaar werd Rolf 2 geboren. De Rolf die we nu kennen. Ook hij moest vlak na geboorte naar het ziekenhuis. Er was van alles mis met hem. Nadat hij uit het ziekenhuis kwam, gaf de medische stand aan: 'heb geen verwachtingen met hem'. Hij zou nooit kunnen lopen, hij zou nooit worden als een gewone jongen.



Zijn moeder zette hem na verloop van tijd maar gewoon in het raam. Dan kon hij een beetje naar buiten kijken. Hij kon weinig. Maar zijn moeder daagde hem uit. Ze raapte het speelgoed niet op maar liet het liggen. En Rolf kroop centimeter voor centimeter naar het speelgoed. Telkens legde ze het speelgoed verder weg. En Rolf werd sterker.

Totdat hij zowaar kon staan en lopen. De artsen hadden het blijkbaar niet bij het goede eind. Zijn ouders begonnen een eigen koers te varen.  Eerst ging hij naar het speciaal onderwijs  maar daar was hij doodongelukkig. Hij mocht naar een gewone school.

Op zijn eerste dag kreeg hij een stomp van iemand: 'jij bent een lilliputter'. Zijn moeder zei aan het eind van die dag: 'morgen schop je die jongen zo hard je kan'. Dat deed hij. En  hij won het respect van de grootste jongen van de school. Dat was een goede tijd. Het leven lachte hem toe.  Ik voelde me eigenlijke een gewone jongen.

Tot de dag dat zijn zus prachtige sportschoenen kreeg. En hij realiseerde zich dat hij die nooit zou kunnen dragen. Het werd een obsessie voor hem, hij aaide die schoenen. Toen zijn moeder dat ontdekte, kocht ze die schoenen. Niet om te dragen maar voor zijn zelfvertrouwen.

Als groter jongetje wilde hij op een racefiets. Dat was natuurlijk wel lastig. Tientallen keren is hij van het fietsje gevallen. Maar toen lukte het. Hij fietste het dorp uit! Net zolang tot het donker wordt. Hij eindigde tegen de voorkant van de auto van de buurman.

Zijn eerste levenslessen waren dat hij moest genieten van de kleine dingen, dat hij kracht moest vinden in kleine stapjes, je moet in jezelf geloven en je moet veel werk verzetten voor weinig resultaat.

In de puberteit moest hij bepalen wat hij wilde. Hij wilde sleutelen. Sleutelen aan auto's. Maar dat is verrekte lastig als je je vingers niet kunt buigen. Maar anderen zeiden wel eens achter mijn rug: 'dat is toch zielig voor hem'.

En nu switch ik toch maar even naar hoe hij zijn verhaal vertelt, dus naar de ik-vorm:  Het was een moment dat ik langzaam begon te merken dat ik anders was. Als ik niet kon sleutelen aan een Porsche moest ik  maar een Porsche gaan kopen. Van de mavo naar de havo, van de havo naar de heao.

Tegenslagen waren juist Pokon voor mij. Maar ik werd ook cynisch. Ik ging anderen omlaag halen. Van heao ging ik naar de universiteit en haalde ik mijn bul economie.

Mijn ouders waren blij maar voor mij was er nog geen spoortje van geluk. Ik ging werken bij een financieel bedrijf en werkte 60 uur per week. Ik zat op een rijdende naar succes. Dacht ik.

En op een zondagmiddag op een boot zei een vriendin: 'hoe kan het dat je zo hard bent geworden'. En toen vielen de oogkleppen af. En ik heb gehuild. Elke dag was ik bezig om het beter te maken. Dat leek weg. En toen zag ik mezelf als een kleine man. Al die jaren had ik me groot gemaakt. En plotseling kromp ik voor mezelf.

Er was nog een verandering nodig. Hij ging naar een conventie van 'kleine mensen' in Amerika. Daar zag hij 3.000 van die kleine mensen bij elkaar. En ik dacht: 'zouden die wel gelukkig zijn?' Ik had dus dezelfde vooroordelen als alle grote mensen.

Toen zag ik bij thuiskomt dit filmpje:



Ik dacht: 'ik moet gaan sporten!' Alleen zo blijf ik goed. Hij ging zeilen en had een doel om naar de paralympics te gaan. Een jaar later mocht ik voor het eerst op open zee. Tegen golven van vier meter hoog. En ik knokken. Tegen die golven. De coach zei: je moet niet vechten tegen die golven, je moet er gebruik van maken. Ik leerde de wind voelen en snel mijn koers wijzigen.

Stap voor stap werd hij beter. En langzaam kwam hij in de top-10 terecht. Hij kwam tussen de mensen met de meest vreemde handicaps. In een tweemansboot werden we Europees kampioen. Ik werd een echte zeiler!

En toen kwam de dag dat bekend werd gemaakt wie mee mocht naar de Olympische Spelen in Rio. En jawel, we gingen! We werden 7e. Dat was een teleurstelling. We stonden vierde op de wereldranglijst. En het lukte niet. Een half jaar lang heb ik toen 's nachts waker gelegen. Wat had ik fout gedaan?

Maar na een half jaar werd me helder welke weg ik had afgelegd. Zoveel moeite en zweet, zoveel tegenslag. En dat was eigenlijk wel fantastisch. En nu, nu adviseer ik bedrijven rond diversiteit. En adviseer is over de talenten van mensen. Want die kunnen meer dan je denkt.

Het getoonde Tedx Hilversumfilmpje laat grotendeels dit verhaal ook zien.




Huub Purmer en Iris Goedhart: 'Zorg voor creatieve botsingen tussen mensen'


Van een plenaire sessie switchen we weer naar een kleinere workshop. Een beetje onverwacht schuif ik aan bij 'Het Nieuwe Warenhuis' van Huub Purmer en Iris Goedhart.

Wat Het Nieuwe Warenhuis is kun je zien in het filmpje. Het Nieuwe Warenhuis is door vier ondernemers - waaronder Huub en Iris - opgezet om een plek te hebben waar het goed samenwerken is met veel andere ondernemers.  En toevallig kwam het VenD-pand in Alkmaar vrij en ach, daar kon dat. Ingewikkelder is het eigenlijk niet.

Het oude pand van het warenhuis is omgebouwd voor ondernemers om te komen werken. Na het faillisement is men op de eigenaar van het pand afgestapt en op 6 juni 2016 openden ze de deuren en brachten 20 ondernemers hun bureau naar binnen. Het is één grote open ruimte en daardoor ontstaat één groot netwerk. En dat is een belangrijk kenmerk voor ondernemers om te overleven.

Het Nieuwe Warenhuis is niet hetzelfde als Seats2meet of Spaces.  Je kunt hier je eigen bureau meenemen en een eigen ruimte innemen maar het moet wel open blijven. De ondernemers zijn zelf de eigenaar van dat concept. Het Nieuwe Warenhuis is niet begonnen vanuit het eigendom van vastgoed maar vanuit de mensen zelf om hun eigen plek te krijgen.

Maar het Nieuwe Warenhuis is meer dan alleen de eigen ruimte. Men is een gezamenlijke zwerm. En men stuurt samen in dit concept.  Wat is nu een link tussen Het Nieuwe Warenhuis en de bibliotheek? Daarvoor laten een ander filmpje zien (sorry, niet zo snel te vinden) over hoe de ondernemers samen nadenken over hun concept. Dat is wel iets waar je als bibliotheken iets mee kunt. Waarom zou je gebruikers niet op die manier je bibliotheek laten invullen: inrichting van ruimte, inrichting van programmering. Eigenlijk is het Nieuwe Warenhuis een zwerm die je in werking kunt zien.

Op dit punt laat Huub bijgaande filmpje zien van het Burning man festival in de Nevadawoestijn.


Nou, zeg het maar, wat heeft dit er mee te maken, vraag Wouter de Jong? Nou, eigenlijk niks. Maar als je iets verder kijkt, zit er wel wat meer achter. Het Burning Manfestival is niet een festival waar je alleen iets komt halen. Er wordt verwacht dat je bijdraagt.  Die bijdrage vindt plaats in een open ruimte. Die twee kenmerken: een open ruimte waar je wat bijdraagt  dat is iets waar je mooie dingen mee krijgt.  Je kunt dus iets maken waarvan je dacht dat je het nooit kunt maken. Dat is wel iets magisch. 

Eén van de opdrachten die ze in het Nieuwe Warenhuis uitvoerden was die van kinderopvang en basisscholen. Die wilden een betere overdracht van leerlingen. Men ging samen brainstormen middels design thinking in het Nieuwe Warenhuis. Geen rocket science maar je hebt wel zo'n plaats nodig waar je dit soort dingen kunt doen. Je hebt plekken nodig waar mensen bij elkaar kunnen komen. Mensen moeten creatief met elkaar kunnen botsen. 

Nou, ik zie de link met bibliotheken wel hoor als ik dit verhaal zo hoor. Want het is natuurlijk een fantastische metafoor van hoe je met de samenleving iets kunt bereiken wat je alleen niet kunt. Als je dan bedenkt hoe groot de groep is die bij ons komt, dan hebben wij als bibliotheken goud in handen. Lijkt me een mooie uitdaging voor de komende jaren. 

Christian Kromme: 'Van ego naar eco'

De titel van de lezing van Christian is 'leert je surfen op de golven van de disruptieve innovatie'. Nou en dat in 45 minuten. Aan ambitie geen gebrek zullen we zeggen.

Volgens Christian was het tot niet zo lang geleden de wereld stabiel en voorspelbaar. Veranderingen kon je van ver zien aankomen en je kon je daar rustig op voorbereiden. Veranderingen gaan, volgens Christian, als een tsunami op ons afkomen. Je kan dat als een bedreiging zien of als een vloedgolf waarop het goed surfen is.

Kromme heeft een technologie-achtergrond en heeft veel onderzoek gedaan naar disruptieve innovatie. Maar technologie is niet de disruptieve factor. Dat zijn mensen zelf. Hij noemt de ontwikkelingen in de muziekindustrie: van cd's naar ipod en itunes en van ipod en tunes naar Spotify.

Maar zegt u nu: ik zit niet in zo'n digitale sector. U ziet bijvoorbeeld in de autoschade. Dan hebt u daar geen last van, denkt u. Maar technologie verbetert auto's en rijden nu zo dat er veel minder schade wordt gemaakt.

Christian startte in 2000 een bedrijf om bedrijven te helpen die een verouderd business model hadden. Bedrijven die wellicht over vijf jaar geen bestaansrecht meer hebben. Dat ging goed. Hij hielp bedrijven om disruptief op te treden.  Soms ging dat goed, soms minder.

In 2011 ging het leven van Christian zelf op de kop. Haar dochter werd ziek en er werd geen goede  behandeling gevonden. Het perspectief was nog enkele maanden leven. De reguliere zorg bood geen oplossing.

Evolutie van cellen
Christian moest in deze situatie zelf disruptief gaan denken. Gezondheidzorg was een sector die in vele eilandjes naar een probleem kijken. Maar wie kijkt naar het geheel? En hij verdiepte zich in de lichaamscellen.  Cellen lijken op mensen: ze kunnen gestresst zijn en relaxed zijn. Wanneer presteren mensen het best? Precies, op het moment dat we ons prettig en veilig voelen. Dat geldt ook voor cellen. Cellen hebben verschillende evolutiegolven meegemaakt.  De eerste evolutiegolven leerden cellen met elkaar communiceren en zorgden langzaam voor botstructuur.  Daarna volgde het zenuwsysteem en het brein. En dat alles werd allemaal met cellen gedaan. In de zesde evolutiegolf kwam intelligentie en de zevende is die van de pre-frontale cortex  waardoor verbeelding en concept-denken mogelijk was.

De evolutie van technologie
Deze evolutie in golven zien we op vele plekken terug. De mensheid zelf is ook via jagen, landbouw en  infrastructuur en telecom-revolutie. Met de telecom kwam ook automatisering op gang en daarna social media.  Dan zijn we al dichtbij het nu. Nu zitten we in de golf van lerende netwerken en computers. En de voorspelling van Christian is dat de volgende golf zal gaan over creativiteit.

Het kenmerk van deze ontwikkeling is dat de cycli steeds korter zijn en elkaar steeds sneller opvolgen maar dat de impact steeds groter is.

Die ontwikkelingen hebben veel betekend. We kunnen steeds meer. Maar dat betekent ook dat we steeds meer verantwoordelijkheden hebben.   Technologie geeft ons steeds meer mogelijkheden. Het geeft ons steeds vaker de mogelijkheid om echt zelf te doen wat we willen. Onze ontplooiïngsmogelijkheden zijn groter dan ooit.

Evolutie van organisaties
Wij zijn de cellen van de samenleving. Ieder voor zich. Maar tegelijkertijd in onderlinge samenhang. We gaan naar een tijd van samenwerken. Waar al die cellen een zwerm volgen.  De schaal waarop we verbonden zijn is ook groter dan ooit. We kunnen mensen bereiken over de hele wereld.

Hoe gaat dat bij zwermen vogels? In een grote zwerm houdt elke vogel zeven andere volgels in de gaten. En elke vogel houdt zich aan drie regels: 1) vlieg in de zelfde richting, 2) vlieg ongeveer even snel en 3) zorg dat je niet botst.  Die zwerm kan a la minute beslissen. Daar is geen overleg maar iedereen staat in verbinding en de zwerm stuurt dat geheel. Dat is geen top-down-beslissing.

Onze communicatie in bedrijven moeten daar op aangepast zijn. En we hebben daar ook de mogelijkheden voor. Geen eindbaas dus maar die van gedreven professionals die met elkaar bewegen.

De snelheid van verandering
En de snelheid van veranderen wordt steeds groter. Hoe weet je nu wanneer je op een golf moet stappen.

Ook daar kent hij zeven fasen voor:

De eerste fase is die van digitalisering. Kodak maakte de eerste digitale camera. De start van de golf. Maar fase twee is die van Deceptie. De digitalisering is niet goed genoeg. Dan komt de derde fase en dat is die van disruptie. Want er stappen toch mensen over. Want fotograferen werd gratis door het digitaal te maken.

Daarna werd het gedematerialiseerd, fase 4. Camera's komen in telefoons. Fase 5 is die van demonitarisatie. Technologie wordt gratis, denk aan app. Fase 6 is die van Disappearance. Technologie verdwijnt en wordt onzichtbaar. En tot slot: fase 7 is die van het feit dat we niet meer hoef te leren maar dat technologie met ons interacteert zonder dat we het door hebben.  Auto's rijden en sturen bij zonder dat we het weten of rijden helemaal zelf.

Van digitalisering naar humaan


En wat is dan nog de rol van de mens? Nou, dat is de vraag. Computers zijn goed in hard skills, in zaken die te automatiseren zijn. Het zijn de zachte skills die van grote waarde worden voor mensen: creativiteit, gevoel en passie. Die nieuwe technologie is nodig en levert ons veel maar tegelijkertijd kunnen we focussen op de menselijke kan. We gaan naar een tijd van ego (van bazen) naar eco (van iedereen).

Gelukkig, er blijkt nog plek voor ons.


Donald Merks: 'Bouw ecosystemen waarin je elkaar versterkt'

Op het menu stond Ivo Lammers van Van Berlo Agency. Hij is echter vervangen door zijn collega Donald Merks. Donald verontschuldigd zich bij voorbaat als hij wat minder goed in het verhaal staat.

Van Berlo Agency noemt zichzelf de meest innovatieve organisatie van Nederland. Daar wonnen ze in 2017 ook een prijs voor. Het is een innovatiebedrijf dat werkt voor klanten over de hele wereld. Ze doen aan allerlei vormen van design om dat vorm te geven.

De prijs voor meest innovatieve bedrijf werd niet gewonnen door wat ze gemaakt hadden maar door de wijze hoe ze aan innovatie deden. 

De opvatting van Van Berlo is gestoeld op drie peilers: Groei, Empathie en Realisatie. 

Maar wat is innovatie eigenlijk? Daar zijn vele blikken op mogelijk. Neem bijvoorbeeld de Blu-ray en de HD DVD. Beide goede producten. Alleen heeft Blu Ray een beter netwerk gebruikt.  Je moet dus breder kijken dan alleen de kwaliteit van het product. 

Het gaat om vele vormen: hoe zit je in je netwerk, in je proces, is je service, in je business model.  Hij gebruikt hiervoor het model van Ten Types of Innovation.

Design thinking
Om eerlijk te zijn haak ik verderop in het verhaal wat af.  Het is wel duidelijk dat hij moet invallen in dit verhaal. Ik krijg een aantal innovatiemantra's te zien waarna het verhaal verder gaat op desgin thinking.



Hij haalt een voorbeeld aan van hoe ze design thinking hebben toegepast bij ouderen die vallen. Er zijn veel gesprekken gevoerd, een empathisch onderzoek. Het blijkt dat er veel onwetendheid is. Waar zitten voorbeelden op andere plekken? Denk bijvoorbeeld aan de honger naar kennis bij zwangerschap en hoe wordt het daar opgelost? Je komt dan op ideeën als de blije doos of een boek Oei ik groei. Wat als je dit voor ouderen zou gaan doen?

We zijn vaak te oplossingsgericht: we willen te snel naar een oplossing en we kiezen te vaak de geijkte oplossing.

Open innovatie
Toen Van Berlo gehuisvest moest worden, is er bewust voor gekozen om een open bedrijf te zijn. In ons pand zitten partijen die elkaar kunnen versterken in een gebied - Strijp T - waar een aantrekklijke omgeving is. Kies dus ook voor die omgevingen, lijkt zijn boodschap te zijn. Zoek de partijen op en maak combinaties! Door samen te innoveren bouw je ecosystemen waarin je elkaar versterkt.



Bouw zelf zo'n innovatieve organisatie
En hoe doe je dat zelf dan als organisatie? Hoe bouw je dan zo'n innovatieve organisatie? Tja, dat heeft toch wel met cultuur te maken? Een cultuur die bereid is om telkens te blijven wijzigen. Het start met mensen.

Hij stapt hier over op de vergelijking tussen Kodak en Fuji en hoe ze de overstap moesten maken naar het digitale era. Wat velen niet weten is dat Kodak de eerste digitale camera maken. En toch haalden zijn het niet en gingen failliet. Er waren onvoldoende ondernemers binnen Kodak die op durfden te staan voor het ondernemerschap dat nodig was.

Merks noemt vier eigenschappen nodig zijn: innovatieklimaat, ondernemerschap, middelen en verbondenheid.

Hij sluit af met een filmpje van Van Berlo. Nou, we zien vooral het mooie kantoor van Van Berlo. Tja, u proeft wel enige teleurstelling.  Ik heb veel wijze woorden gehoord maar ik mis ook wel wat doorleefdheid in het verhaal. Nou, Merks had geen makkelijke opdracht om Ivo Lammers te vervangen.  Ik hou het erop dat een beetje falen ook hoor bij innovatie.

Hup, op naar de lunch! Tot later!