maandag 20 mei 2019

Hoe begin je een bibliotheek?


Vorige week was ik te gast in Montfoort. Daar vond een informatieavond plaats om met geïnteresseerde raadsleden en burgers te praten over een bibliotheek in Montfoort. De avond was georganiseerd door Progressief Akkoord, een combinatiepartij van Groen Links, PvdA en onafhankelijken.

Heeft Montfoort dan geen bibliotheek hoor ik u denken? Nee, inderdaad. Montfoort is één van de witte vlekken zoals omschreven in de tussenevaluatie van de bibliotheekwet.In het verleden heeft men een bibliotheek gehad en deze wegbezuinigd ten tijde van de bankencrisis.  En daar heeft men spijt van zeggen velen in Montfoort.

In het college-akkoord is dan ook opgenomen dat er dan ook weer een goede openbare bibliotheek moet komen. En de wethouder, Jocko Rensen, heeft daar bovenstaand prachtig filmpje van gemaakt.


Beresteyn anno 2019
En zo kon het zijn dat ik 2019 - ruim 100 jaar na de oprichting van de eerste openbare leeszalen - geïnteresseerde burgers en raadsleden mocht vertellen over het nut van een openbare bibliotheek. Ik voelde me een beetje als jonkheer Beresteyn, lange tijd voorzitter van de net opgerichte Centrale Vereniging voor Openbare Leeszalen. In de beginjaren - dus inderdaad zo'n 100 jaar geleden - ging hij stad na stad en zaaltje na zaaltje af om gemeenteraden te overtuigen om een leeszaal op te richten. Dat was ook wel ingegeven door de aanstaande rijkssubsidieverordening die eraan zat te komen.  Ook in mijn eigen stad Deventer heeft Beresteyn 'gepreekt' zoals je aan de krantenadvertentie kunt zien. En inderdaad: een jaar na zijn toespraak ging de bibliotheek van Deventer open.

En dat is toch wel bijzonder. Want eigenlijk zijn we altijd gewend om een bestaande bibliotheek te verbeteren maar hier bestaat de kans om vanaf 'scratch' opnieuw te beginnen. Hoe begin je dan? Nou ik denk bij wat je wilt bereiken voor burgers in een stad of dorp.


17,2 miljoen Nederlanders die een leven lang leren
Want hoewel er in honderd jaar een hoop veranderd is in Nederland, er zijn nog altijd forse uitdagingen. Wie niet beschikt over de juiste kennis en informatie of niet over de vaardigheden om ermee om te gaan, heeft toch een fors probleem. Als je vertelt dat van de leerlingen van de twee laagste niveaus van het VMBO 50% laaggeletterd is, schrikken toch veel mensen. En dan te bedenken dat deze jongeren die nu worden opgeleid doorwerken tot hun 70e. En wat denkt u: hebben ze meer of minder vaardigheden nodig om hun 70e werkend te halen? Precies. En daarmee zeggen we eigenlijk dat we in een samenleving zitten waar telkens nieuwe vaardigheden gevraagd worden. Er zijn 17,2 miljoen Nederlanders die een leven lang leren.  Dat is de uitdaging - op economisch niveau - voor Nederland. En dan hebben we de sociale componenten nog niet eens gehad.

Als je het plaatje van Nederland (17,2 miljoen inwoners) doorvertaalt naar Montfoort  (14.000 inwoners) dan ziet die uitdaging er 1:1 vertaald ongeveer als volgt uit.Het zijn voor een gemeente met 14.000 inwoners nog altijd grote getallen.


Uitdagingen genoeg
Bibliotheken kunnen in deze uitdaging ontzettend veel betekenen. Ik kan dan allerlei voorbeelden laten zien van (digi)taalhuizen, Voorleesexpress, samenwerking met volksuniversiteiten, cursussen digisterker, tabletcafés en dergelijke.  En ja, ik laat dan ook zien waarom collecties nog belangrijk zijn. Nou, ik vermoed dat u dat als bibliotheek ook allemaal kent.

Een nieuwe bibliotheek begint niet bij de bibliotheek
En dan? Hoe begin je dan een bibliotheek? Want als één ding duidelijk is: er is niet één partij die tekent om bovengenoemde uitdaging voor de samenleving aan te gaan. Als burgers en samenwerkingspartners als bijvoorbeeld scholen, sociale teams en vluchtelingenwerk niet de handen ineen slaan zal de investering van een gemeente veel meer effect sorteren. En overigens, wie zo kijkt naar de inzet van bibliotheken ziet ook dat dit niet alleen uit het cultuurbudget gefinancierd hoeft te worden maar ook uit de potjes van sociaal domein en onderwijs. Als de samenleving over zijn eigen grenzen organiseert, moet ook de gemeente dat doen.


Wie een bibliotheek wil beginnen moet als gemeente daarom niet bij de bibliotheek beginnen. Men moet beginnen met wat er al is in de samenleving: burgers en bestaande partijen. De vraag is wat zij nodig hebben maar ook wat zij zelf kunnen bijdragen om samen stappen te zetten in deze uitdagingen. Vervolgens kan een gemeente een opdracht geven aan een bibliotheek om aansluitend op deze rol  invulling te geven aan het bibliotheekwerk. De bibliotheek moet dan versterkend gaan werken op die krachten.

In Montfoort bezuinigde men de bibliotheek weg. Soms denk ik dan nog wel eens terug aan dat grapje dat ik wel eens vertel: 'Zegt de ene wethouder tegen de andere: O, hebben jullie de bibliotheek gesloten? Dat zou bij ons niet kunnen, daar zijn wij te arm voor.....' Een mooi doordenkertje.

Goed dat men in Montfoort nieuwe stappen gaat zetten. Met een flinke ambitie. Op 1 januari 2020 wil men starten. Onmogelijk? Nee, ik denk het niet. Wie begint bij wat er al is in de samenleving, kan een snelle start maken om vervolgens uit te bouwen. Een beetje zoals de Kennismakerij al een paar jaar eerder op de nieuwe plek van de Lochal in Tilburg startte om te experimenteren met nieuw bibliotheekwerk. Om vervolgens een paar jaar later een verpletterd concept te introduceren.

100 jaar geleden 'preekte' Beresteyn in Deventer voor de bibliotheek wijzend op een landelijke subsidieregeling. Nu 'preekte' een Deventernaar in Montfoort met een landelijke regeling van de motie Asscher in het achterhoofd.

Hou ze in de gaten in Montfoort. Daar gaat vast iets moois gebeuren!

woensdag 8 mei 2019

Annie en Annie: hoe een gedicht van Schmidt gecensureerd werd, deel 3 van 3


In  drie artikelen vertel ik een paar kleine geschiedenissen over Annie M.G. Schmidt en Annie Timmenga. Annie M.G. Schmidt kent u allemaal. Maar Annie Timmenga wellicht niet. Zij was bibliotheekdirecteur van de bibliotheek in Deventer van 1941 tot 1978.  Ruim 37 jaar. Annie en Annie  kwamen elkaar een aantal keer op een bijzondere manier tegen. Vandaag het slot: over hoe Timmenga gewoon zelf een gedicht van Schmidt aanpast. 

Van 1953 naar 1964
We springen van 1953 - het jaar dat Timmenga Schmidt op de vingers tikte over mejuffrouw Bits naar 1964. In het leven van Schmidt is dan veel veranderd. Ze begint een gevierd schrijver te worden. Jip en Janneke, Abeltje Ibbeltje, Pippeloentje, allemaal komen ze uit tussen 1953 en 1964. Ook het hoorspel van de familie Doorsnee komt op de radio. Schmidt wordt een bekendheid. Timmenga was dat dan al, zij het alleen in de bibliotheekwereld. Timmenga is in de tussenliggende periode druk geweest met plannen voor een nieuwe bibliotheek in Deventer. En met succes. Want in 1964 wordt een compleet nieuwe bibliotheek aan de Brink in Deventer geopend door de staatssecretaris.

Timmenga heeft veel sponsors bereid gevonden om mee te betalen aan die nieuwe bibliotheek. Deze sponsoren moeten bedankt worden. Timmenga - die samen met Schmidt op de directiecursus zat - besluit om haar te vragen een lofdicht te schrijven over de bibliotheek. Die wil ze dan samen met een mooie tekening laten inlijsten als rijmprent. En dat is dan het cadeau voor alle sponsoren: een speciaal gedicht van A.M.G.Schmidt.

Het origineel...
Timmenga schrijft Schmidt een - helaas ongedateerde - brief met het verzoek om het gedicht. Daarin doet ze ook al allerlei mogelijkheden hoe het gedicht eruit zou kunnen zien en waar het over moet gaan. Het idee van boeken die tot leven komen, komt oorspronkelijk van Timmenga zelf.

De brief met het het verzoek voor het gedicht komt pas na de opening van het gebouw. Er wordt namelijk al gesproken over de acties die tijdens de opening hebben plaats gevonden. De schenkers wisten echter wel dat ze een rijmprent cadeau zouden krijgen van Schmidt.  Blijkbaar hadden ze het er al wel eerder over gehad maar was er nog geen invulling aan gegeven. Echt vroeg was Timmenga dus niet met het verzoek aangezien de sponsoren het geld al hadden gegeven.Maar het kan ook zijn dat Schmidt er door drukte maar geen invulling aan gaf en dat Timmenga zich genoodzaakt zag tot een aanmaning. Het karakter van de brief neigt eerder naar het eerste dan naar het tweede.

Timmenga opereerde redelijk opportunistisch.In die brief schrijft ze aan Schmidt bijvoorbeeld:
'Je zult inde papieren van de geschenkactie zien, dat ik zonder het je nog te vragen heb beloofd dat de eerste 100 schenkers een "getekende" rijmprent zouden krijgen. Ik hoop dat je hiertoe inderdaad bereid bent en met niet vervloekt (of in de kou zet!). We zullen net zolang zoeken to we iets bedenken om "aan je" terug te doen'. 
Het schrijven van het gedicht was vooral een vriendendienst - ze zou er een paar boeken voor krijgen - en Timmenga zat er redelijk strak op.

De eerste versie (zie hierboven) stuurt Schmidt in april 1965 - maanden na de officiële opening in 1964. Dat deed ze met bijgaande toch wat knorrige aanbiedingsbriefje.


Timmenga zit ermee...
Timmenga leest het gedicht en weet dat ze het niet kan gebruiken. Het gedicht is veel te vrijpostig. Het mag dan wel begin jaren '60 zijn maar het zijn wel de jaren '60 van de nog keurige bibliotheek. Zinnen als 'een pond erotiek-maar-geen-vieze', oflaten schockeren door Wolters, of  'OverTieners en sex' of over de borsten van de vrouw van Picasso.... ja dat kon echt niet!  Die keurige sponsoren zouden zich rot schrikken!

Daarbij komt dat Timmenga net op dat moment in 1965 bezig is met de fusie met de R.K. Thomas a Kempisbibliotheek. Gedonder met zo'n gedicht kun je dan niet hebben.

Maar wat doen je dan? Ze had Schmidt al om een gunst gevraagd, die zo ook nog eens zelf strak geregisseerd had met haar suggesties. En nu deed Schmidt dit! Timmenga belt Schmidt op en legt haar uit dat ze er mee zit. Ze draait wel een beetje om de hete brij heen zullen we straks zien. Maar Schmidt belooft een verbeterde versie. Timmenga zal opgelucht zijn geweest.

Tweede versie
Op 5 april 1965 stuurt Schmidt deze tweede versie.


En jawel, de aanstootgevende zaken zijn eruit gehaald! Wolkers is verdwenen, erotiek is verdwenen, de borsten van Picasso zijn verdwenen. Je zou denken, zo zal het wel gaan.

In het aanbiedingsbriefje schrijft Schmidt er het volgende over:


Als het nu dus nog niet goed is, moet Timmenga het zelf maar aanpassen. En jawel, Timmenga was eigenwijs genoeg om dat te doen. In de tweede versie zit u al hoe ze in de tekst bezig is geweest. De achterkant van deze tweede versie bevatte zelfs nog een paar andere opties die allemaal ongeveer de zelfde richting op gingen.

Eindelijk krijgen de sponsoren hun prent

Op 30 augustus 1965 - bijna elf maanden na de officiële opening - kon de rijmprent officieel worden aangeboden aan de sponsoren.


Timmenga excuseert zich nog in de brief voor de late rijmprent. Ze zegt dat het onder andere komt door de ziekte van de auteur. Door het gebruik van het woordje 'onder andere' doet ze de waarheid geen geweld aan. Maar het andere - de discussie over de invulling van het gedicht - houdt ze wijselijk buiten deze brief.

Schmidt kreeg overigens een paar boeken voor de rijmprent.  In januari 1966 stuurt ze echter nog een paar boeken terug. Die vond ze niet goed. En of ze er een paar andere voor terug kon krijgen. Ze verexcuseert zich omdat ze zo druk is met musicals. Het archief vermeld niet meer of die nieuwe boeken er ook kwamen.

Eind goed, al goed?



Met die mooie onthulling sluiten we af. In 1991, de bibliotheek bestond toen 75 jaar, troffen Timmenga en Schmidt elkaar nog een keer (zie foto). Ik vermoed voor het laatst. Ze werden geïnterviewd door Henk van den Beld, oud-directeur van het Deventer Dagblad en voorzitter van de Vrienden van de Bibliotheek.

Timmenga zei dat het beter was geweest voor de literatuur dat ze geen directeur in Deventer was  geworden. Schmidt zei daarop dat het beter voor Deventer is geweest dat Timmenga directeur werd van de bibliotheek.

De dames konden elkaar in hun eigen rol waarderen. Eind goed, al goed.

Met dank aan Jos Debeij voor veel achtergrondinformatie en dank aan Ria Snoeck voor de foto uit 1991. 

dinsdag 7 mei 2019

Annie en Annie : Hoe mejuffrouw Bits ervan langs kreeg, deel 2 van 3


In  drie artikelen vertel ik een paar kleine geschiedenissen over Annie M.G. Schmidt en Annie Timmenga. Annie M.G. Schmidt kent u allemaal maar Annie Timmenga wellicht niet. Zij was bibliotheekdirecteur van de bibliotheek in Deventer van 1941 tot 1978.  Ruim 37 jaar. Annie en Annie  kwamen elkaar een aantal keer op een bijzondere manier tegen. Vandaag deel 2 over een schrijvende Annie M.G. Scmidt en een boze Annie Timmenga. 

Van 1941 naar 1953
We schrijven 1953 Ruim 12 jaar na de sollicitatie in Deventer waar beide Annies elkaars concurrent waren, is ieder haars weegs gegaan. Annie M.G.Schmidt was in 1941 directeur geworden bij de bibliotheek in Vlissingen maar vlak na de oorlog weer teruggekeerd naar Amsterdam. Daar ging ze aan de slag bij het Parool. Eerst als documentalist maar niet veel later ging ze ook schrijven. Annie Timmenga was honkvast in Deventer. Ze had na de oorlog de wind er flink onder. Ze zette een dienst op voor bedrijfsinformatie en ze bouwde het jeugd- en schoolbibliotheekwerk uit.


Hendrik Haarklover
Schmidt begon samen met tekenaar Wim Bijmoer de serie Hendrik Haarklover. Hendrik Haarklover was een feuilleton met bizarre trekjes over spionnen die het hadden gemunt op het atoomgeheim. Het geval wilde dat dit atoomgeheim in handen was van de bibliothecaresse Mejuffrouw Bits. Mejuffrouw Bits was een stereotype bibliothecaresse: een beetje pinnig, een knot en een bril (zie foto).  Zeker stereotype maar tegelijkertijd was ze ook wel een beetje de held van de serie. Ze heeft het atoomgeheim deels op een microfoto verstopt in haar kies en deels in een willekeurig boek in haar bibliotheek. De race naar dat atoomgeheim levert Abeltje-achtige taferelen. Wie het hele feuilleton nog eens wil nalezen kan terecht bij Delpher waar alle afleveringen van Hendrik Haarklover zo zijn na te lezen.

Timmenga is boos...




In Bibliotheekleven - het Bibliotheekblad van die tijd - verschijnt begin 1954 bovenstaande artikel van de hand van A.T. A.T. is de afkorting van Annie Timmenga. Die was in die tijd in de bibliotheekwereld zo beroemd dat ze blijkbaar op die wijze kon worden aangeduid. Timmenga verwijt Schmidt rancune tegenover de bibliotheekwereld en zegt zelfs: Foei Annie!

Toen ik de serie zo las, zag ik het vooral als een leuk feuilleton. Een grappig verhaal waar een bibliothecaris een heldenrol in speelt. Ja, die bibliothecaris is wellicht wat stereotype maar hé, alle karakters in dat feuilleton waren stereotypen, van de kapper tot de spionnen, het waren allemaal typetjes. Typetjes die ze in haar latere kinderboeken ook allemaal opvoert.

Timmenga weet hier de fictie niet van de werkelijkheid te scheiden. En het grappige is natuurlijk dat juist door dit artikel te schrijven Timmenga zelf een stereotype wordt: die van bitse bibliothecaresse.

Obstructie voor een emanciperend beroep
Wie het echter in perspectief ziet, snapt wel waar de frustratie van Timmenga vandaan komt. Na de oorlog emancipeert het bibliotheekwerk zich sterk. Niet dat er meer vrouwen nodig waren. Maar wel het zelfbewustzijn rond het beroep. Tot en met de oorlog is de bibliotheek vooral een leuk baantje voor mejuffrouwen die er toch niet van hoeven te leven. Meestal uit gegoede kringen en de bibliotheek was een tussenstation tussen HBS en het huwelijk. Alleen directeuren konden eigenlijk alleen van het salaris leven dat ze kregen.

Dat veranderde na de oorlog. Men zette zich volop in om van de functies van assistenten en de bibliothecarissen volwaardige banen te maken. Een baan waar je van kon leven. De eerste stevige salarisverhogingen waren er net geweest en men knokte voor een volwaardige positie. Het feuilleton van Hendrik Haarklover voelde voor Timmenga dus als een obstructie in die emancipatie. Het voelde waarschijnlijk als een vorm van verraad voor haar voor datgene waar zij zich nou juist voor inzette.

En Schmidt? Die was gewoon mooie verhaaltjes aan het schrijven. Die dacht helemaal niet aan obstructie van een beroepsgroep.  Ze tikte verhaaltjes en maakte gebruik van de wereld die ze kende. Schmidt en Timmenga keken beiden op dat moment op een verschillende manier naar de werkelijkheid.

In deel 3 zullen we Timmenga nog een keer paternalistisch zien optreden. Het is dan 1964 en ze vraagt Annie M.G. Schmidt om een gedicht te schrijven. Maar daarover meer in het volgende deel.

Het artikel uit Bibliotheekleven is geleend van de zeer informatieve site van Hans Krol.

maandag 6 mei 2019

Annie en Annie : De sollicitatie, deel 1 van 3


In  drie artikelen vertel ik een paar kleine geschiedenissen over Annie M.G. Schmidt en Annie Timmenga. Annie M.G. Schmidt kent u allemaal. Maar Annie Timmenga wellicht niet. Zij was bibliotheekdirecteur van de bibliotheek in Deventer van 1941 tot 1978.  Ruim 37 jaar. Annie en Annie  kwamen elkaar een aantal keer op een bijzondere manier tegen. Vandaag deel 1 over hoe ze allebei solliciteerden op dezelfde baan.


Sollicitant nummer 14
Een geschiedenis die onlangs vrij uitgebreid in het nieuws kwam is het feit dat beide Annies solliciteerden op dezelfde baan in november 1940: die van directeur van de bibliotheek in Deventer. Tijdens mijn archiefwerk voor het boek Alles behouden over de oorlogsdagboeken van de bibliotheek Deventer, kwam ik ook de sollicitaties tegen voor de functie van directeur in november 1941.

Annie M.G.Schmidt was sollicitant  nummer veertien - de Johan Cruijff van de literatuur zeg ik maar - en Annie Timmenga was sollicitant nummer 17. In totaal solliciteerden er 24 mensen. 23 vrouwen en één man. Schmidt was 30 jaar oud, Timmenga 27. Timmenga was daarmee nog niet de jongste, er waren twee sollicitanten die 26 waren. De oudste sollicitant was 41 jaar.

Deze details weten we omdat de complete kandidatenlijst bewaard is gebleven. Deze kandidatenlijsten werd toegestuurd aan landelijke kopstukken als Henri Greve (secretaris van de Centrale Vereniging) en Philipp Molhuysen (directeur van de Koninklijke Bibliotheek). Dat was redelijk gebruikelijk.  Zij gaven de lokale besturen advies welke kandidaten op gesprek gevraagd zou kunnen worden. Uit de notulen van de bibliotheek Deventer blijkt dat Timmenga  door beide heren als bijzonder intelligent werd bestempeld. Men onthield zich van een aanbeveling voor Schmidt. Het bestuur neemt het advies over en nodigt Timmenga wel uit en Schmidt niet.


Sollicitatie in Vlissingen
Annie M.G.Schmidt schreef echter op dezelfde dag dat ze solliciteerde in Deventer nog een brief. Er was namelijk ook een vacature voor bibliotheekdirecteur: in Vlissingen. De brief die Schmidt schreef in Vlissingen was bijna hetzelfde als in Deventer. In Vlissingen voegde ze er nog aan toe dat ze ook had gewerkt in Middelburg en dat haar vader dominee is te Kapelle. Ook is er een referentiebrief van mejuffrouw Boerlage toegevoegd. Mejuffrouw Boerlage was bibliothecaresse van de Kinderleeszaal van Amsterdam.  Schmidt heeft dus iets meer werk gemaakt van de sollicitatie in Vlissingen dan in Deventer.

Ook het bestuur in Vlissingen vraagt advies. Molhuysen schrijft aan het bestuur dat 'Schmidt terecht niet om een aanbeveling van hem en Greve vraagt'. Het bestuur in Vlissingen legt het advies - in tegenstelling tot in Deventer - naast zich neer. Schmidt komt in Vlissingen wel op gesprek en wordt directeur!


Het rookincident
Waarom bevolen Greve en Molhuysen Schmidt niet aan? In het artikel van De Stentor wordt ingegaan  daarbij ingegaan op het rookincident bij de Koninklijke Bibliotheek. Schmidt wordt geroyeerd van de directeursopleiding omdat ze betrapt wordt op roken in de bibliotheek. Iets wat ten strengste verboden was. Schmidt smeekt bij Molhuysen en Greve om toch weer toegelaten te worden. De dan 29-jarige vrouw die Schmidt dan is, mag weer meedoen na het maken van strafwerk: het opstellen van een bibliografie over de haardracht van de Egyptenaren tot nu. Schmidt aanvaard de straf en behaalt het diploma.

De suggestie lijkt gerechtvaardigd of het rebelse gedrag van Schmidt haar wellicht later parten zou hebben gespeeld. Deskundigen die daarover geraadpleegd zijn, geven aan dat Greve en Molhuysen waarschijnlijk niet op deze wijze rancuneus zijn geweest. Maar een mooi verhaal blijft het natuurlijk wel.


Overdracht aan het literatuurmuseum
De brief van Schmidt heeft bijna 80 jaar onaangeroerd in het archief van de bibliotheek Deventer gelegen. Een aantal bibliotheekmensen wist dat ze gesolliciteerd had maar dat deze brief er nog was, wist eigenlijk niemand. De vondst van de brief bracht ook wel de vraag met zich mee, waar deze brief eigenlijk thuis hoort. Het Literatuurmuseum in Den Haag - dat het archief van Schmidt beheert - is een hele logische plaats.  Op maandag 29 april 2019 mocht ik zelf de brief overdragen aan het museum. Bertram Mourits, hoofd collecties,  nam de brief dankbaar in ontvangst. Dit vergezeld met een voetbalshirt. Met nummer 14. Maar wel met de naam A.M.G. Schmidt, de nummer 14 van Deventer en de Johan Cruijff van de jeugdliteratuur.


In deel 2 van deze serie ga ik in op een akkefietje tussen Schmidt en Timmenga in 1954, ruim 13 jaar later. Schmidt werkt inmiddels bij het Parool en schrijft. Timmenga zit nog bij de bibliotheek. En Timmenga is boos op Schmidt.... waarover? Dat leest u in het volgende artikel.

donderdag 2 mei 2019

Mijn eerste vlog!



De dag voorafgaand aan het bibliotheekcongres vonden vier stadssafari's plaats. Drie van deze safari's waren met bibliothecarissen die vooral naar buiten bibliotheken gingen. De vierde - en daar deed ik aan mee - was met allerlei samenwerkingspartners.

Over elke safari zou een vlog gemaakt worden en ze hadden mij gevraagd om dat van deze safari te doen. 'Maar ik heb nog noot gevlogd', sputterde ik nog. 'Heel goed', zeiden ze, 'want we geven een kleine training vooraf''.  Nou die training duurde op de kop af 12 minuten en 22 seconden. Wat ik vooral onthouden heb: geen gesprek langer dan 45 seconden, daarna haken mensen af. Nou 45 seconden is verrekte kort kan ik u alvast vertellen.

En dus was ik de hele dag bezig om kleine interviewtjes te doen een paar sfeerbeelden te maken en vooral om de gesprekken kort te houden.

Ik blog al jaren maar vloggen is echt een heel ander vak. Ik zag mezelf worstelen met een nieuwe methode alsof ik moest leren zwemmen of leren autorijden. Je moet op het beeld letten dat je maakt, op het gesprek blijven letten en het geluid een beetje prettig houden. Het monteren hoefde ik gelukkig niet zelf te doen.

Zelf ben ik wel tevreden met het resultaat en om eerlijk te zijn: eigenlijk vind ik dat ik hier meer mee moet doen. Dus ik was heel blij dat ik uitgedaagd werd hiervoor. Beelden zijn enorm sterk. Misschien soms wel sterker dan veel tekstjes die ik schrijf.

Ik ga er eens op broeden. Maar eerlijk gezegd weet ik het antwoord al. Ik moet hier meer mee gaan doen. Dus organisatie van het bibliotheekcongres: Dank voor de uitdaging!

Wie meer terug wil zien van het biblitoheekcongres kan terecht op deze speciale site.

zondag 28 april 2019

In Flanders Field : deel 2

Begin maart van dit jaar was ik een weekend in Ieper. Ik schreef er al eerder over in een blogje met de titel 'In Flanders Field'.  In Flanders Field was een gedicht van de Engelse militaire arts John McCrae uit 1915. Toen liet ik een aantal foto's zien die ik had gemaakt met een camera die bijna net zo oud was als de Eerste Wereldoorlog.

De afgelopen Koningsdag - druilerig en  niet direct andere verplichtingen - was een mooi moment om de andere foto's die nog op mijn digitale camera stonden eens langs te lopen. Deels nam het me weer terug naar het indrukwekkende verhaal van de Eerste Wereldoorlog. En deels ook wel naar momenten met een glimlach. En zo vlak voordat wij in Nederland onze doden herdenken en de bevrijding vieren van de Tweede Wereldoorlog is het misschien ook wel een goed moment om u nog eens mee te nemen.

Bovenstaande foto heeft iets weg van de stelling bij een drogist. Het is echter de veelheid aan bommen die gebruikt werden. Sommige conventioneel met springlading maar anderen met gifgas. De kleuren moesten ervoor zorgen dat in de snelheid van handelen niet de verkeerde bom werd gebruikt. Die kleuren hadden dus nadrukkelijk een functie.
Indrukwekkend was ook het herdenkingsbeeld van Helen Pollock dat staat in Passchendale. Het kunstwerk bestaat uit armen die uit de grond komen. De Grote Oorlog kostte rond de 9 miljoen mensen - vooral soldaten - hun leven. Wie weet dat de frontlijn in België in vier jaar maar een paar kilometer heen en weet schoof, weet dus dat bijna op elke meter soldaten gestorven zijn. Het slagveld was volledig kaal en vol kraters. Als de doden hun armen omhoog zouden steken, zou het gebied rond Ieper eruit zien zoals hierboven. 
Het gebied rond Ieper bestaat honderden begraafplaatsen, klein en groot. En overal kom je de klaproos tegen. De klaproos komt uit het gedicht van John McCrae. Hij beschrijft daarin dat ondanks alles de klaproos bloeit. De klaproos is een overlever - een 'last man standing' in de natuur. Op deze foto is het één man-één graf maar even zo vaak kwamen we graven tegen wat vier, vijf of zes soldaten één graf delen. Soms met naam maar evenzo vaak, zoals hierboven zonder naam. We bezochten graven van geallieerden maar ook grote begraafplaatsen van Duitsers. Rijen, rijen, rijen met namen van mannen die gesneuveld zijn. 
Ruim 50.000 soldaten werden nooit terug gevonden op de slagvelden. De Menenpoort in Ieper bevat die namen. Het is een grote triomfboog waar al deze namen ingebeiteld zijn. Elke avond, ja, élke avond, wordt hier om acht uur de last post geblazen door een trompetterskorps en worden kransen gelegd. Elke avond, ja élke avond, staan hier honderden mensen. En zo ziet modern herdenken er dan uit. De tradiotionele Last Post maar wel gestreamd via vele mobieltjes. 
Ieper is een mooi maar soms ook wat grijs stadje, zeker wie wat naar de randen loopt van de stad. Zo'n foto met zo'n rode auto vind ik dan wel even grappig. 
Dit is een foto van de Sint Maartenskerk, de grote kerk van Ieper. Ook volledig vernietigd in de Eerste Wereldoorlog en daarna herbouwd. Op plekken die zoveel indruk maken, zijn kerken toch vaak de plekken waar reflectie het beste plaats vindt. Het is er wat rustiger dan op de toeristische plekken, mensen branden een kaarsje en soms helpt het om dingen die te groot zijn om te bevatten toch maar even een plek te geven. 

Een weekend in Ieper doet je beseffen hoeveel levens er verwoest zijn en hoeveel leed er is dat weer geheeld moet worden. En misschien plaatst het onze eigen problemen ook wel in een ander perspectief. Daarbij stil staan - en dat noemen we herdenken - blijft daarom bijzonder waardevol voor onze samenleving. 

dinsdag 23 april 2019

De mooie rol van bibliotheken bij inburgeren



De wetgeving rond integratie gaat de komende tijd flink op de schop. Veel bibliotheken zullen het al hebben meegekregen maar mocht u het gemist hebben: vanaf 2021 krijgen gemeenten hierin de regie. Gemeenten moeten voor elke inburgeraar een persoonlijk inburgeringsplan maken en gemeente zullen hier ook de middelen voor beheren. Vele uitvoerders zien grote verbeteringen in de nieuwe wetgeving. Maar het betekent ook dat inburgering meer op het lokale niveau terecht komt en ingepast gaat worden bij allerlei partners in het sociaal domein.

Bibliotheken kunnen daar naar mijn gevoel veel in betekenen. Met de inzet rond taalhuizen en digitale overheid heeft de bibliotheek instrumenten in handen om gemeenten goed te ondersteunen. Mijn goede collega Karien van Buuren attendeerde mij op een reeks projecten die in Overijssel zijn uitgevoerd en die denk ik ook zeer interessant zijn voor andere bibliotheken. Alle voorbeelden vind je ook op deze waardevolle pagina van de Overijsselse bibliotheken over integratie.

Ik neem u mee langs drie filmpjes over deze projecten.

Verhaal Ver Weg  en Lokaal
Het filmpje hierboven is van het project Verhaal Ver Weg en Lokaal. Bij inburgeren denken veel mensen vooral aan de taal leren. De bibliotheek kan echter een veel bredere rol spelen dan dat. Het project Ver Weg en Lokaal is zo'n project. Door een bestaande inwoner van het dorp te koppelen aan een nieuwkomer gebeuren eigenlijk twee dingen. De nieuwkomer leert veel van de cultuur, leert iemand kennen uit het dorp en leert pratenderwijs de taal. De inwoner van het dorp leert iets over nieuwe culturen en zorgt op zijn of haar manier voor wat met een sjiek woord 'sociale cohesie'. En als ik er zo naar kijk is het ook nog gezellig.



ThuisTaal
ThuisTaal is een project waarbij derdejaars PABO-studenten nieuwkomersgezinnen helpen met de taalontwikkeling van de kinderen binnen het gezin. De opzet lijkt daarmee op de VoorleesExpress maar dan specifiek voor nieuwkomers. De studenten geven wel aan dat ze een beetje een mentale drempel over moeten om bij gezinnen met een andere achtergrond in de thuissituatie te helpen. Daar kan ik me wel wat bij voorstellen. Vanuit ThuisTaal kunnen gezinnen vervolgens doorstromen naar de VoorleesExpress.



PraatjesMaken
Het laatste filmpje is er weer één waarvoor kinderen van nieuwkomers zelf naar de bibliotheek mogen komen. In de bibliotheek worden er taalspelletjes gedaan en vindt logopedie plaats. Kinderen vinden het vooral leuk en leren spelenderwijs.

Veel meer dan taal leren
In alledrie de filmpjes zie je dat inburgeren veel meer is dan alleen de taal leren. Het gaat over mensen leren kennen, het gaat over durven vragen en over zelfvertrouwen om de taal te spreken, ook als het nog niet heel erg goed gaat. De bibliotheek is daarvoor een prima plek. Juist als verbindende plek tussen nieuwkomers en bestaande inwoners. Samen met veel andere partners.

Die nieuwe wet inburgering past daarom goed bij bibliotheken. Het gaat niet alleen om formeel leren maar ook om veel  schrijf- en praatkilometers maken en verbinding maken met de samenleving. Wellicht aardig om ook deze voorbeelden maar eens mee te nemen naar de gemeente die straks die persoonlijke inburgeringsplannen mogen gaan maken.

woensdag 17 april 2019

Digitale inclusie en bibliotheken in 2 minuut 35


Ik vind het wel knap: een ingewikkeld project terugbrengen tot de essentie. Dat gebeurt in de twee minuten en 35 seconden die dit filmpje duurt.

Mijn ondersteuning bij de Koninklijke Bibliotheek hield afgelopen jaar vooral in dat ik met allerlei partijen bezig was om te kijken of een samenwerking met openbare bibliotheken mogelijk is. Eén daarvan is met de zogenaamde ManifestGroep, een club waar veel uitvoeringsorganisaties van de rijksoverheid in samenwerken. Elk van die partijen ervaart dat de digitale ontwikkelingen soms sneller gaan dan de burgers zelf. En wie moet die burger dan helpen? Er is geen partij in Nederland groot genoeg om dat probleem op te lossen. Maar in samenwerking kom je verder. Natuurlijk is dat ingewikkeld. Maar dat gaan we uitzoeken en uitproberen. En ja, dat gaat vast ook nog wel eens fout. Maar wie niet probeert, weet zeker dat er niks gebeurt.

Het komende jaar zijn er vijftien bibliotheken die 'op kop' gaan en starten met een informatiepunt. Kleine bibliotheken, grote bibliotheken, arme bibliotheken en bibliotheken met iets meer subsidie. Bibliotheken met verschillende lokale samenwerkingspartners en verschillende startsituaties. En toch samen proberen op al die plekken iets te creëren waardoor we mensen helpen in hun situatie. En kijken hoe het werkt, kijken wat nodig aan scholing, kijken wat nodig aan financiering en kijken wat nodig is om het ook bij andere bibliotheken te laten werken. Vijftien bibliotheken die een mooie doorsnee zijn van bibliotheekland.

Een mooi filmpje om zo her en der bij partners of gemeenten te laten zien. Ik vind het wel een stoer project. Hup kopgroep!

zondag 14 april 2019

Hoe een twaalfjarige je marketingafdeling wordt....


Het is zondagmiddag. Voor mij zit er net een halve marathon op. Ik puf uit op de bank bij mijn lief die om de hoek woont bij die hardloopwedstrijd. Op mijn mobieltje komt een mailtje binnen van mijn twaalfjarige dochter Eva-Lotta. Gisteren had ze me al gevraagd of ik haar wat foto's uit mijn boek kon  toesturen. En vandaag heeft ze een booktrailer voor me gemaakt. Ik bekijk het korte filmpje. Alle vermoeidheid lijkt weg uit mijn lichaam en een grote grijns zit op mijn gezicht. Zo ziet een trotse vader er dus uit.

Hoe een twaalfjarige je marketingafdeling wordt.

zaterdag 13 april 2019

Het dagboek van een amateur-schrijver


De afgelopen week op woensdag kwam mijn boek uit. U weet wel dat boek over dat bijzondere noodfiliaal van de bibliotheek Deventer aan het eind van de oorlog. Ik vond dagboekjes en reconstrueerde het bijzondere verhaal. Dat boek kwam uit en het werd een bijzondere week. Ik neem u even mee wat allemaal voorbij kwam. Het dagboek van een amateur-schrijver. 

Zaterdag: regionale krant


De week begon al op de zaterdag ervoor. De Stentor/Deventer Dagblad besteedde veel aandacht aan het boek. Dat levert natuurlijk altijd leuke reacties op.

Maandag: laatste kaartjes....
Op maandag krijg ik aan het eind van de dag een mailtje dat de rondleiding door de bibliotheek (die voorafgaat aan boekpresentatie) helemaal vol zit en dat we ook de laatste kaarten hebben voor de boekpresentatie zelf. De teller staat dan inmiddels op 130 mensen met een kaartje.

Dinsdag: misgrijpers
Op dinsdag krijg ik van een paar bekenden een berichtje dat ze inderdaad niet meer aan kaartjes kunnen komen voor de rondleiding en of ik niet wat kan ritselen. Nou, de eerste mensen kan ik nog wel helpen maar daarna zijn ook mijn troefkaarten wel op. Het is jammer maar helaas.


Woensdag: onderweg naar de boekpresentatie
Op woensdagochtend verschijnt het huis-aan-huis-blad van Deventer met een interview. Het is een mooi artikel geworden maar de journalist - die ik nog kende uit een ver verleden - heeft consequent elke naam fout gespeld.  Ook wel een prestatie.

In de ochtend signeer veel boekjes die in de avond aan mensen zullen worden gegeven die hebben meegewerkt en voor de familieleden van Corrie van Ommen en Betty de Gaaij, de twee hoofdpersonen in het dagboek.

In de middag ben ik nog even in de bibliotheek bij het WOII-café. Dit een project van het Historisch Centrum Overijssel, Rijnbrink en RTV Oost. Met de dagboekjes onder de arm vertel ik ook daar een verhaal en dat zou zo maar binnenkort eens uitgezonden kunnen worden bij dit programma.

Aan het eind van de middag bereid ik de laatste zaken voor, voor de boekpresentatie. Sommige stukken die ik 's avonds wil voorlezen, lees ik nog eens hardop voor. En ik merk dat ik opnieuw ontroerd raak bij het lezen van de dagboekfragmenten.


De boekpresentatie
En dan tikken de laatste uren weg. Ik merk dat de spanning bij me toeneemt. We zijn op tijd bij de bibliotheek. De eerste mensen komen binnen. Mijn eigen bandje - het Deventer Jazz Orkest - bouwt op  en begint met spelen. Het klinkt prachtig. Ik ben zelf nooit luisteraar maar speel normaal gesproken mee maar dan luister je toch anders. Ik hoor wat de muziek met de ruimte doet, de ruimte krijgt meer kleur en sfeer. De presentatie staat klaar op het scherm, het geluid getest, de boekjes liggen klaar.....

En daar gaan we. Alice van Diepen, de directeur van de bibliotheek, heet welkom en vertelt iets over de vondst van de dagboekjes. Daarna mag ik vertellen over het boek. Heb ik niet teveel fragmenten uitgekozen? Past het in de tijd?

De zaal is muisstil en ik zie dat de zaal hetzelfde meemaakt wat ik zelf meemaakte bij de dagboeken: ontroering om de kleine gebeurtenissen in de grote geschiedenis. De opluchting komt als de bevrijding er werkelijk is.

De familie van Corrie van Ommen en  Betty de Gaaij krijgen de eerste exemplaren. Probeer u voor te stellen dat iemand u opbelt en dat diegene zegt dat hij of zij een dagboekje heeft van uw familielid dat al is overleden? Dat is wat zij meemaakten. En dat is wat ik hen mocht vertellen. Samen met hen legde ik delen van de puzzel. Maar evenzeer met een natuurlijk netwerk dat ontstond rond het boek: iemand die goed in genealogie was, iemand die kind aan huis was bij het stadsarchief of iemand die telkens hielp als ik toch nog wat nodig had uit de bibliotheek.

Iedereen die aan het boek meewerkte zetten we nog één keer in het zonnetje. Het applaus klinkt nog één keer en dan ben ik geruime tijd zoet met het signeren van boekjes voor bekende en minder bekende mensen. Heel even voel je je dan echt beroemd. De band staat al weer te spelen, er zijn hapjes en drankjes en mensen bedanken voor de mooie avond.

Donderdag en vrijdag
Op donderdag en vrijdag krijg ik  eerst veel complimenten over de avond en langzaam verandert dat in reacties van mensen die het boek ondertussen zelfs al gelezen hebben. En die reacties zijn zonder uitzondering positief.

Een bibliotheekdirecteur die het leest laat me weten:
Ik ben je boekje met veel enthousiasme aan het lezen. Het zet de dagelijkse beslommeringen van de bibliotheek geweldig af tegen de crisis waarin de stad verkeert. Een zakje dropjes is even belangrijk als de hulp aan 3 voortvluchtige jongens op weg naar huis. En de dames reflecteren met humor op alledaagse zaken die niet minder actueel zijn geworden, zoals de heer die stampei schopt over een boek dat hij wel of niet nog thuis heeft... Hulde! Eigenlijk zou iedereen die zich voor de bibliotheek inzet dit moeten lezen
En een boekhandelaar schrijft op internet:
Wat een mooie bibliotheekhistorie van Mark Deckers. Het speelt in de Deventer oorlogsjaren, maar het geeft ook een prachtig beeld van de geschiedenis van de bibliotheken in Nederland in deze periode. Zeer onderhoudend!


Ook verschijnt InformatieProfessional op vrijdag en die besteed vijf! pagina's aan het dagboek. Dat hadden we inderdaad al samen voorbereid maar als het het in handen hebt, is het toch prachtig om te zien. Volgende week tijdens het bibliotheekcongres komt ook het nieuwe Bibliotheekblad uit en zal ook dit blad nog aandacht besteden aan de dagboekjes.

Zoveel mogelijk mensen bereiken met een verhaal
Wat een jaar geleden begon met een speurtocht in een archief en avond waarin ik in één keer het dagboekje van Jamin uitlas, is dan nu een echt boek. Mijn doel om zoveel mogelijk mensen met dit bijzondere verhaal te bereiken is daarbij werkelijkheid geworden. Ik heb er ontzettend veel plezier aan  beleefd. Of het nu het onderzoek en het schrijven was of het organiseren van de financiering of de onbeschaamde promotie. Het project heeft me twee keer een vakantieweek gekost en vele avonden en weekenden. Een tijdlang heb ik echt het gevoel gehad dat ik twee banen tegelijk had. Maar je kunt je niet voorstellen hoe mooi het kan zijn om puzzelstukje voor puzzelstukje de geschiedenis te onthullen en iets wat lange tijd verborgen bleef op een waardevolle wijze aan het licht te brengen.

woensdag 3 april 2019

Ik nodig je uit voor mijn boekpresentatie!


Op woensdagavond 10 april om 20.00 uur in de bibliotheek in Deventer is het zover! Dan zal mijn boek 'Alles behouden' het licht zien. Je weet wel, dat boek over de oorlogsdagboeken van Bibliotheek Deventer.  Een heel bijzonder verhaal.  En jij kan erbij zijn. Je kunt je gratis aanmelden op deze site!

Die datum - 10 april - is niet zomaar gekozen. Het is de dag waarop Deventer bevrijd werd. De laatste maanden van de oorlog waren in Deventer vol spanning. Iedereen wist dat de bevrijding aanstaande was. Maar ook wist iedereen dat om bevrijd te worden er eerst nog gevochten moest worden. Men leefde tussen hoop en vrees. Op woensdagavond 10 april zal ik er meer over vertellen en kun je ook gelijk het boek in bezit krijgen. Het belooft een ontroerende avond te worden, durf ik al wel te stellen.




Bijvangst: Brief van Annie M.G. Schmidt
De laatste keer dit ik jullie bijpraatte over mijn boek was midden januari. Het manuscript was net ingeleverd en de eerste drukproef kwam eraan. Een belangrijke volgende stap was het organiseren van een beetje reuring rond het boek. Zo komen er bijvoorbeeld mooi artikelen in zowel Bibliotheekblad, InformatieProfessional als in het Vlaamse Meta. En verschillende lokale kranten bereiden iets voor.

Maar de grootste publiciteit haalde ik afgelopen weekend geloof ik met de bijvangst van het boekje. Ik meldde bij het interview met het Deventer Dagblad dat ik in de oorlogsarchieven ook nog de sollicitatiebrief had gevonden van Annie M.G. Schmidt uit 1941. Zij solliciteerde destijds naar de functie van directeur. Ze werd het niet in Deventer maar even later had ze wel succes in Vlissingen. Daar zat nog een bijzonder verhaal aan vast. Maar dat moet je hier even lezen in de versie van journalist Judah Bolink van de Stentor.  De Stentor plaatste dit artikel in alle weekendbijlagen van de krant.

En dan gaat de bel....
Het weekend na de brief van Annie, ben ik op die maandag thuis. De uitgever heeft gemeld dat mijn boek in de loop van de dag bezorgd zal gaan worden. Maar als ik om half acht 's ochtends onder de douche sta, gaat de bel.... Het zal toch niet? Ja, dus. Ik trek een sprint naar de intercom en laat een waterspoor achter door het appartement. Inderdaad het is de bezorger van het boek. Het is maar goed dat hij even tijd nodig heeft om bij het appartement te komen. Ik klok: in één minuut en achtendertig seconden kan ik me afdrogen, aankleden, m'n haren in de plooi doen en een waterspoor uitwissen. Maar.... dan heb ik mijn boek ook echt in handen. Een bijzonder moment na zoveel werk.

Een muisstille zaal...
De volgende ochtend, op dinsdag, is bij Rijnbrink de maandelijkse medewerkersbijeenkomst. Ik mag er iets  vertellen over het boekje en het is voor mij ook de eerste keer dat ik voor zo'n grote groep een paar fragmenten voorlees. Het is muisstil in de zaal en zelf heb ik bij sommige fragmenten ook wel weer een brok in de keel. Door het voor te lezen voel ik weer precies hetzelfde als wat ik voelde toen ik zelf voor het eerst de dagboekjes doorlas. Het is een ontroerend verhaal met een lach en een traan.

Volgende week mag het echt het licht zien. Woensdagavond om 20.00 uur bij de Bibliotheek in Deventer. Je kan er (gratis) bij zijn. Hier even aanmelden. Het belooft een mooie avond te worden!

Tot dan?

zondag 24 maart 2019

Boekenweek: De vader- en moederdag voor de literatuur

Het is boekenweek! De nationale feestweek voor boeken! En natuurlijk is de boekenweek net als vaderdag en moederdag en valentijnsdag natuurlijk géén commerciële uitvinding maar heeft het alleen met de liefde te maken voor datgene dat we liefhebben: het boek, de vader, de moeder of Valentijn.

Eigenlijk is het volstrekt terecht dat we de boekenweek op dezelfde lijn stellen als vaderdag of moederdag. Want als ik achterom kijk in mijn leven dan zie ik dat boeken minstens een even grote invloed hadden op mijn leven als mijn vader en moeder. Een andere invloed maar wel een even grote invloed. En dan mag u weten dat ik ook nog eens een prima vader en moeder had.

Maar herken je dat zelf niet? Hoe je een lijn door je eigen leven kunt trekken met boeken die je vergezeld hebben door je leven? Bij mij via Vestdijks  dromerige 'Terug tot Ina Daman' naar het fantastische 'Rumeiland'. Via het decadente werk van F. Scott Fitzgerald naar de meer eigentijdse en onstuimige Jay McInerney. De tijd was anders maar zijn thematiek was hetzelfde. Om stap voor stap steeds meer je eigen smaak en voorkeur te ontdekken. In mijn geval richting de geschiedenis.

Nog altijd is één van mijn lievelingsboeken 'De ondergang van de Batavia' van Mike Dash. Over een onwaarschijnlijke terreuractie na het stranden van dit schip voor de westkust van Australië. Ik kon mij niet voorstellen dat het echt gebeurd was en dat het Dash gelukt was om in archieven zoveel details boven tafel te krijgen. Mijn liefde voor bizarre geschiedenissen was gewekt. Een lange lijst van dit soort boeken volgde: 'Stasiland' van Anna Funder,  de geschiedenissen van James Cook en Anna's Enquists 'De thuiskomst' er gelijk achteraan. Of recenter: 'De handelsreiziger van de Nederlandsche Cocaïnefabriek' van Conny Braam of  'De barones en de dominee' van Wim Coster'

Mijn boekenlijst is eigenlijk één grote streng met DNA.En elk boek dat je leest, verrijkt dat DNA.

Maar goed daar hadden we het niet over. Het was boekenweek. En een boekenweek zonder boek is hetzelfde als een nudist met kleren. Dus hop, ik smeer u nog eens een goed boek aan.

Erebus
In de categorie bizarre geschiedenissen dit keer een boek van Michael Palin. Het is het boek 'Erebus, het verhaal van een schip'.  Ik hoor u denken: waar ken ik die ook al weer van. Nou van Monty Python. Nu is Michael Palin, net als de andere makers van Monty Python, wel wat breder inzetbaar dan alleen als komiek.

Het boek Erebus gaat over het schip de Erebus, een in 1826 gebouwd oorlogschip dat in 2014 is teruggevonden bij de Noordpool.  Het schip is gebouwd vlak na de Napoleonitische oorlogen. Voor Engelsen breekt dan een tijd aan van relatieve rust.  Engeland investeert in wetenschap en industrie en wil zijn grootheid tonen. Niet door militair machtsvertoon maar door ontdekkingen en wetenschappelijk vernuft. Het als oorlogsschip gebouwde Erebus wordt daaroom - bij gebrek aan oorlog - in 1839 omgebouwd tot expeditieschip.

Op naar de zuidpool
James Clark Ross wordt de kapitein die tussen 1839 en 1843 een expeditie naar de zuidpool zal ondernemen. Men is letterlijk vier jaar van huis. Het schip wordt geflankeerd door een tweede schip, de Terror. Men had verschillende doelen: het vinden van het magnetische zuiden, het doen van allerlei astronomisch onderzoek, het in kaart brengen van vaarroutes en het doen van botanisch onderzoek. De reis van James Clark Ross laat je zien hoe behoedzaam - net als James Cook bijvoorbeeld - men handelde. Het behoud van de schepen, de mensen en de spullen staat in alle stappen voorop. Het doen van ontdekkingen betekent risico's nemen maar elk risico kan ook fataal zijn. Dus welk risico neem je? Ross blijkt een zeer wijs kapitein te zijn op dit punt.

James Clark Ross maakt een paar keer gebruik van de havens van Tasmanië waar hij allervriendelijkst wordt ontvangen door gouverneur Franklin en zijn nogal dominante vrouw.

Op naar de noordpool
James Clark Ross keert in 1843 veilig terug. Hij gaat niet meer de zee op. Maar voor de Erebus is een nieuw plan voorzien: een expeditie naar de zuidpool. En ditmaal wordt de charmante Franklin - inmiddels geen gouverneur meer in Tasmanië - de kapitein. Tot Groenland gaat alles goed maar daarna..... Tja, dat blijft een beetje de vraag.Want hoe goed gedocumenteerd de reis rond de zuidpool was, na Groenland is er geen enkel teken van leven meer beschikbaar. Het verhaal gaat uit als een nachtkaars. Zoekactie na zoekactie vind plaats. Eskimo's blijken de bemanning nog gezien en gesproken te hebben. Eén van de zoektochten levert op dat wellicht de bemanning zich heeft bezondigd aan kannibalisme. Dit verhaal wordt door de autoriteiten  - en de vrouw van Franklin - als ongewenst in de doofpot gestopt.

De ontdekking van 2014 werpt nieuw licht en nog meer details op de zaak. Welke? Dat laat ik lekker in het midden..... Dan moet u dat boek zelf maar eens gaan lezen. Michael Palin heeft met dit boek een bijzonder puik boek geschreven over - inderdaad - een bizarre geschiedenis.

Misschien dus een boek voor uw boekenlijst.  Maar kies uw boeken voorzichtig. Uw boekenlijst is namelijk uw eigen streng met DNA. En met elk boek dat je leest, verrijk je dat DNA.

Lees een boek en: Leve de boekenweek!

donderdag 14 maart 2019

Fundament Losser: De bibliotheek van niet lullen maar poetsen / Beste Bibliotheek 3 van 3


Rijnbrink werkt voor de provincies Gelderland en Overijssel. In dit werkgebied zijn dit jaar maar liefst drie bibliotheken genomineerd als Beste Bibliotheek van Nederland. Ik bezoek elk van de drie bibliotheken en leg uit waarom ze terecht genomineerd zijn. Het publiek mag vervolgens kiezen. In deze serie van drie als laatste: Fundament Losser met een bibliotheek in het Lossers Hoes. 

Losser. U moet het waarschijnlijk even op de kaart opzoeken. Maar net achter Enschede en tegen de Duitse grens aan ligt het mooie Losser. Wie er naar toe rijdt, rijdt de laatste kilometers door het prachtige Twentse coulissenlandschap. Een gemeente met een kleine 20.000 inwoners.Van de drie nominaties in Overijssel en Gelderland veruit de kleinste. En ook met het minste geld..... Veruit met het minste geld. De hele inrichting van de bibliotheek inclusief kantoren was een kwestie van een paar ton. Maar een peperdure inrichting zou eigenlijk ook niet passen bij Losser. Want de volksaard is er één van nuchterheid. Geen mooie praatjes maar goede dienstverlening.


Gouden driehoek: bibliotheek, muziekschool, welzijnswerk
De bibliotheek Losser was tot enige jaren geleden een eigen stichting. De gemeente heeft met zachte dwang aangedrongen op een fusie met Welzijnswerk en de Muziekschool. Losser is een gemeente die lang heeft gezucht onder een financieel debacle en waar de financiële crisis  die daar achteraan kwam extra hard aankwam. Kortom, geen ideaal gesternte. Maar Ans Dijkhuijs, eerst directeur bibliotheek en nu directeur van de fusieorganisatie, is een taaie. Die heeft elke storm overleefd die rond die in deze gemeente heeft gewoed. De combinatie van muziekschool en bibliotheek óf  welzijnsorganisatie en bibliotheek lijken logisch maar een combinatie van deze drie zie je niet heel vaak. En toch is die logischer dan je denkt, zo meldt Ans Dijkhuijs mij. Want de muziekschool trekt de bibliotheek mee in cultuureducatie. Het welzijnswerk biedt mogelijkheden om  hele programma's samen uit te voeren rond het Taalhuis. Wie dus inzet op de maatschappelijk én educatieve bibliotheek heeft aan beide partners een hele goede.


Huisvesting met vele partners
De bibliotheek is gehuisvest in 't Lossers Hoes. 't Lossers Hoes is eigenlijk een gemeentehuis waar de gemeente nogal ingeschikt heeft. En zo werd het een multifunctioneel centrum of Kulturhus. In die zin lijkt Losser veel op Harderwijk maar in Losser hebben ze nog veel meer partners naar binnen getrokken (binnen of buiten de fusie van het Fundament). Zo is er een historische kring met een eigen ruimte, een ontzettend goed lopend belastingspreekuur met vrijwilligers van het Welzijnswerk. Er is een werkproject van een organisatie voor mensen met een beperking en de lokale radio en televisie heeft er een studio. En dan hebben we het nog niet over het consultatiebureau van de GGD waar de bibliotheek dan weer een boekstartcoach heeft.   Tot slot hebben de woningcorporatie  en de thuiszorgorganisatie een balie in de bibliotheek. En die balies zitten weer net naast de balies van de gemeente. En daar dan weer naast de VVV-balie. Ik heb zelden een pand gezien met zoveel gebruikers. Voor burgers is dit wel zo ongeveer een one-stop-shop.

Ook Ans Dijkhuijs geeft, net als Harderwijk, aan dat 'samenwonen' met de gemeente veel voordelen heeft. Even afstemmen en binnenlopen wordt veel makkelijker. Vroeger maakte je een afspraak om een ambtenaar even te spreken, nu loop je gewoon even binnen. 'En ja, zij ook bij ons.'

Wie het verhaal van Ans Dijhuijs hoort moet het gevoel hebben dat het Fundament al jaren bestaat en dat ze al jaren in het Lossers Hoes zitten. Maar niets is minder waar: men woont sinds begin 2018 samen in het gemeentehuis. De fusie is van 2014 maar heeft verschillende stadia van groeiende samenwerking gekend.




Niet lullen maar poetsen
Maar goed, we zitten dus nog steeds met deze verhalen bij de verkiezing van 'Beste' bibliotheek. Maar waar gaat het om als het om de 'Beste' gaat? Moet dat de mooiste bibliotheek zijn? Of gaat het om dienstverlening?  Om eerlijk te zijn: 't Lossers Hoes is geen architectonisch icoon van de buitenkant. Toch is naar mijn mening Losser een zeer terechte kandidaat voor de Beste Bibliotheek van Nederland. De samenwerking die men binnen en buiten de fusieorganisatie weet te realiseren is - gezien de omvang van de organisatie - fenomenaal. Elk van de samenwerkingspartners lijkt telkens te handelen vanuit de gedachte: hoe kunnen we het voor inwoners van Losser zo goed en makkelijk mogelijk maken? Men lijkt elkaar daar echt bij te vinden en tegelijkertijd ook weer voldoende ruimte te laten. Losser geeft hier voor de rest van het land echt een visitekaartje af.

Losser: dat is niet denken maar doen,  geen woorden maar daden en niet lullen maar poetsen. Terecht dat daar nou eens de schijnwerper op komt.

Wie op Losser wil stemmen, kan hier klikken. 

Moge de beste bibliotheek winnen! En dat zal nog niet niet makkelijk worden. Het was me een genoegen de drie kandidaten van Oost-Nederland te laten zien. Doe er uw voordeel mee!

woensdag 13 maart 2019

Bibliotheek Deventer: waarom dit een plek is voor iedere Deventenaar / Beste bibliotheek 2 van 3


Rijnbrink werkt voor de provincies Gelderland en Overijssel. In dit werkgebied zijn dit jaar maar liefst drie bibliotheken genomineerd als Beste Bibliotheek van Nederland. Ik bezoek elk van de drie bibliotheken en leg uit waarom ze terecht genomineerd zijn. Het publiek mag vervolgens kiezen. In deze serie van drie als tweede: de bibliotheek Deventer.

Juffrouw Timmenga
Deventer is van alle genomineerde bibliotheken de grootste.  Deventer is van oudsher een vooruitstrevende bibliotheek. Vlak na de oorlog begonnen ze met een uitgebreide schoolbibliotheekdienst en een aparte bedrijfsbibliotheek. 'Juffrouw Timmenga' die er vanaf het begin van de oorlog tot ver in de jaren '70  de scepter zwaaide drukte verder een zwaar stempel op de bibliotheekopleidingen. En last but not least: ik woon zelf in Deventer en heb er ook nog eens een paar mooie jaren gewerkt. Adel verplicht, zullen we maar zeggen.

Het nieuwe pand van de bibliotheek bevindt zich in een gebied van de binnenstad dat zich verder mag ontwikkelen tot een zogeheten 'cultuurloper'. Ook het filmtheater De Viking bouwt één pleintje verderop. Wie op die manier door dit gebied kijkt ziet dat hier iets heel moois aan het ontstaan is aan deze kant van de binnenstad. Ook hier worden net als in Amsterdam en Arnhem de cultuurinstellingen gebruikt als ontwikkelmagneet voor de binnenstad.


Oud en nieuw verbonden
De bibliotheek kent een oud en nieuw gedeelte. Het oude gedeelte maakt onderdeel uit van het oudste stenen huis  van Nederland. Dat deel is in een authentieke stijl is gelaten waar vooral de stilteplekken van de bibliotheek zitten. Naast de prachtige studiezaal een kleine zaal waar ook lezingen kunnen plaatsvinden. Karin Barth van de bibliotheek - die ook de nieuwbouw begeleidde - meldde mij dat deze studieplekken eigenlijk altijd goed bezet zijn. In het hele pand zijn er 400 beschikbaar en dan telt met de horeca en het theater nog niet mee. Men heeft inmiddels na de opening in september 2018 een paart toetsweken meegemaakt. En dan zit de bibliotheek dus 'nokkie' vol.

Een prachtige houten trap loopt als een lint door de hele bibliotheek. Een beproefd recept maar nog altijd zeer functioneel en  erg mooi. Op de eerste verdieping springen de 'rode' studiecabines in het oog. Het zijn ruimtes waar je zittend of liggend gebruik van kunt maken. Jan David Hanrath trad op als interieurarchitect.


De jeugdbibliotheek kent prachtige onderdelen die het voor kinderen aantrekkelijk maken om lekker lang te blijven hangen op de jeugdbibliotheek. Dat is trouwens het kenmerk van het hele pand: blijf lekker hangen. De bibliotheek is definitief veranderd van 'distributiecentrum' tot 'ontmoetingsplaats'.

In het verlengde van de jeugdbibliotheek ligt een makersplaats waar een aanstekelijke medewerker iedereen aanspreekt die voorbij komt. Er staan werkbanken, knutselsetjes met robots, lasersnijders en nog veel meer. Het is een snoepwinkel van de 21st centrury skills die hier voorbij komt en de bibliothecaris is de snoepverkoper.

En wie op dit punt is aangekomen in het pand, komt op het dakterras uit. Toen ik de foto maakte, was het minder mooi weer. Maar dit terras gaat in de zomer een toffe plek worden. En dan zal ook de horeca die op de begane grond zit, ook op het dakterras acte de presence geven. Ik zie me daar al wel zitten met een wit biertje. Wat betreft die horeca: die wordt door een horeca-exploitant gevoerd. De kaart gaat verder dan alleen de koffie en een drankje en ook een hapje is mogelijk. Dat zie je niet altijd.


En de boeken? Ja, die zijn er ook nog. De collectie verbindt eigenlijk de verschillende onderdelen aan elkaar. Als cement tussen de stenen. En dan vergeet ik nog het mooie theaterzaaltje en de mini-bioscoop.


Rijk aan functies
Wat moet ik nog zeggen van de bibliotheek die ik eigenlijk zo goed ken? Een paar dingen vallen me op. Op de eerste plaats is dat de enorme rijkdom aan functies: stilteplekken, praatplekken, maakplekken,  kijkplekken, leesplekken en nog veel meer. Alles is gericht op verblijven. Of op een leven lang leren als je het zo zou willen zeggen.Van de drie bibliotheken die ik bezocht, is Deventer het breedst voorzien.

Op de tweede plaats valt mij op dat deze bibliotheek een plek van jongeren is geworden. De vele studieplekken en de makerplaats maken dit tot een '21st century library'. Met de bibliotheek op school zagen we al dat leerlingen van de basisschool weer actiever worden met de bibliotheek. Dit nieuwe bibliotheekpand laat zien, hoe je pand eruit moet zien om grote hoeveelheden scholieren een plek en een aanbod kunt geven.

Ik begon de beschrijving met 'mejufrouw Timmenga' en de voorbeeldfunctie die Deventer al decennia lang heeft. Dit pand is een volgende stap in die voorbeeldfunctie. De enorme variatie van functies die we terugzien in dit pand zijn een teken van de grote ambitie die de bibliotheek heeft: de bibliotheek als een plek van persoonlijke ontwikkeling in alle levensfasen en ongeacht je achtergrond. Deze bibliotheek is er inderdaad voor iedere Deventenaar.

Wie op Deventer wil stemmen, kan hier klikken.

Morgen bezoeken we als laatste Losser. Ik beloof u alvast: de keus gaat moeilijk worden.