zondag 10 november 2019

De stille revolutie van bibliotheken en het kleine wonder van de Veluwe


Ik neem u mee naar twee observaties van de afgelopen week. Omdat in de dagelijkse dingen vaak meer verstopt ligt, dan alleen de dagelijkse dingen. De grotere lijn van de geschiedenis zit verstopt in elke dag.

Observatie 1: het kleine wonder van de Veluwe
Zo was ik woensdag te gast bij drie Veluwse bibliotheken. Drie bibliotheken die intensief met elkaar samenwerken: Brummen-Voorst, Nijkerk en Noord Veluwe. Vijftig medewerkers zaten in een zaaltje in het mooie Oldebroek. Ik legde ze uit dat ik graag iets wilde vertellen over de ontwikkelingen in het bibliotheekwerk maar dat ik dat niet kon doen zonder ook hun eigen verhalen zouden vertellen.

En zo ontstond een genoeglijke ochtend. Een leesconsulent vertelde over hoe ze jongens aan het lezen kreeg, een medewerker die vertelde over ontmoetingsochtenden voor buitenlandse vrouwen en verhalen over 70- of zelfs 80-jarigen die de Digisterkercursussen deden. Samen maakten we rekensommetjes over hoeveel mensen overal mee bereikt werden. En hoe lang deden ze dat al? Soms een paar jaar, soms al jaren. Als je zo met elkaar naar alles keek - en ook zo over een paar jaar heen - dan werden er grote groepen mensen bereikt. En dat praten we niet over bibliotheekwerk in hippe steden met veel geld; nee, dit gaat over bibliotheekwerk in  kleine en middelgrote plaatsen op de Veluwe.

Deden ze dat alleen? Nee, ze deden dit met vele partners, met veel vrijwilligers en met heel veel scholen. Maar die handvol medewerkers zette dat wel allemaal in werking. Zonder die handvol medewerkers was dit allemaal niet gestart. En zo zorgde die handvol medewerkers voor een groot verschil in vele levens. Jongens die zich later nog Mieke zullen herinneren als leesconsulent en zullen zeggen dat ze daardoor zijn gaan lezen.  Een Somalische vrouw die zegt dat ze haar contacten te danken heeft aan de ochtenden in de bibliotheek. En een 80-jarige die dankzij de vrijwilligers van Seniorweb nu zelf haar bankzaken kan doen.

Ik hoor u denken? Is dat bijzonder? Ja, dat is bijzonder. Het bibliotheekwerk heeft dit de afgelopen jaren stilletjes op alle plekken in Nederland geregeld. En zo kom ik bij mijn tweede observatie.

Observatie 2: het guerillaleger van Basisvaardigheid
Op donderdag liep ik rond bij de landelijke dag voor basisvaardigheden. Zo'n 400 bibliotheekmedewerkers, directeuren, medewerkers van taalhuizen maar ook welzijnswerkers, een enkele wethouder en medewerkers van partijen als SVB, CAK of CBR waren aanwezig.  Met mijn ervaring van die Veluwse bibliotheken in mijn achterhoofd keek ik eens naar die 400 medewerkers. Want achter die 400 medewerkers in die zaal in Apeldoorn zaten natuurlijk nog veel meer medewerkers die die dag gewoon aan het werk waren. Sterker: terwijl deze mensen in die schouwburgzaal zaten, werden er in heel Nederland gewoon Klik-en-Tik-cursussen gegeven, liepen er overal leesconsulenten rond, en waren taalmaatjes gewoon bezig om laaggeletterden te helpen met taal.

Achter die 400 medewerkers in die zaal zaten honderden zo niet duizenden samenwerkingspartners in Nederland. En tienduizenden vrijwilligers. In een aantal jaren hebben de bibliotheken samen met hun partners een guerillaleger van basisvaardigheid gebouwd. Elke dag worden er honderden, zo niet duizenden burgers, door ons geholpen.

En hoe lang doen we dat al?
Weet u eigenlijk hoe lang we dat al doen? Op mijn computer vind ik bestanden terug uit 2015. Ik ondersteunde toen een club van mensen van de Koninklijke Bibliotheek en POI's die samen het landelijk team Basisvaardigheden op wilden zetten. Onder aanvoering van mensen als Maaike Toonen en Nicoline Hendriks. Eerste doel was om overal in Nederland taalhuizen op te richten. Het was nog maar een jaar na het verschijnen van het rapport Cohen. En een jaar later, inmiddels 2016,  waren we al met zijn allen bezig met samenwerking met de Belastingdienst, om maar wat te noemen.

Zo kort geleden is dat dus maar..... Nog maar een kleine vier jaar op pad.

En die Bibliotheek op school? Enig idee hoe lang dat al loopt? Het landelijk team startte daar in 2012. Die zijn dus nu zeven jaar op pad en ongeveer de helft van alle basisscholen doet er nu aan mee. Jaar na jaar zorgen we op steeds meer plekken voor leesplezier.

Het is ons werk geworden
Binnen tien jaar tijd hebben we zo twee stevige poten gebouwd onder die maatschappelijk educatieve bibliotheek. Maar nog belangrijker: we bereiken al substantiële groepen kinderen en volwassenen. Het mooie van zo'n landelijke dag Basisvaardigheden is dat je ziet dat deze tak echt onderdeel van ons werk is geworden. Vroeger kon je misschien denken dat dit leuke franje was voor erbij, tegenwoordig is iedereen ervan overtuigd dat dit een basistaak is.

En over tien jaar?
Als wij deze weg met elkaar hebben afgelegd in de afgelopen tien jaar, wat betekent dat dan voor de komende tien jaar? Gaan we nu stilvallen en op onze lauweren rusten of groeit dit nog verder? Ik ben ervan overtuigd dat we verder gaan groeien. Het is een onstuitbare groei en we zien dat de lokale samenleving snakt naar de menselijke oplossingen die we kunnen organiseren. De Nationale Ombudsman roept om lokale loketten om burgers verder te helpen, de landelijke overheid voert het programma Digitale Overheid uit. Banken en verzekeraars zijn al nagenoeg volledig digitaal. Webwinkels breiden steeds verder uit.

Binnen de domeinen Jeugd en Onderwijs en Participatie en Zelfredzaamheid van de innovatieagenda hebben we flinke stappen gezet. Het derde domein van de innovatieagenda: de Persoonlijke Ontwikkeling mag de komende periode een soortgelijke ontwikkeling doormaken. Ik weet zeker dat we dan ook een landelijk team hebben op dit domein.

In vijf jaar tijd bracht het Nederlands bibliotheekwerk een guerillaleger op de been voor Basisvaardigheid. In zeven jaar tijd werd met de helft van de basisscholen een leesprogramma opgezet en een schoolbibliotheek gestart. In meerjarenplannen van bibliotheken zie ik overal groeiende ambities. En ha, de structurele financiering is inderdaad een probleem maar tegelijkertijd zien we dat ook de maatschappelijke waarde van wat we doen groeien. Zelfs op de Veluwe weten jongens de leesconsulent te vinden, buitenlandse vrouwen de ontmoetingsochtenden, laaggeletterden de taalmaatjes en ouderen de digivaardigheidscursussen.

Van hippe steden tot op het stoere platteland hebben bibliotheken dit georganiseerd. Ik noem het een stille revolutie! Een grote pluim aan die duizenden bibliotheekmedewerkers en tienduizenden vrijwilligers  die die verandering in gang hebben gezet. Een beweging die niet meer te stoppen is en waarvan ik razend benieuwd ben, waar die ons nog brengt.

donderdag 31 oktober 2019

Slot BibliotheekPlaza: 'De toekomst is de wolf die jij voedt'.



Het publiek begint langzaam naar de borrel te snakken. We zetten de landing in met een voorstelling van Boom Chicago. Ze brengen een deel van hun show 'The future is here, and it is slightly annoying'  Het is improvisatietheater met gebruikmaking van artificial intelligence. Om eerlijk te zijn, niet te bloggen natuurlijk. U doet het maar even met bijgaande filmpje, had u maar moeten komen.

We eindigen met Wouter de Jong. Als dagvoorzitter komt hij nog even terug op het woord 'Geluk'. Een geluksfilosoof vatte geluk samen met twee woorden: Andere mensen. En mijn vraag is dan: kun je andere mensen verder helpen zonder iets terug te verwachten en kun je die kring van mensen die je kunt helpen vergroten?

Eén van de dingen die je kunt doen is iemands kwaliteiten zien en die benoemen. We zijn namelijk gewend om eerder te letten op zwakten van anderen. Maar als je iemands kwaliteiten benoemt heeft twee effecten: ongemak en trots. Dwars door elkaar. En dat laat Wouter de hele zaal doen. Iedereen moet kwaliteiten benoemen bij elkaar. Geroezemoes in de zaal. Een enkeling glipt de zaal uit...  altijd tricky zo aan het eind.

We gaan landen en afronden. De hele dag ging over de toekomst. Maar dat is natuurlijk onzin. Want je kunt niks met de toekomst. Je hebt alleen het nu.

Wouter eindigt met een verhaal over een opa die een verhaal vertelt aan zijn kleinkind. Een verhaal over twee wolven. Eén wolf is goed en één wolf is slecht. Een ieder heeft die wolven in zich. En die wolven vechten.  Het kleinkind vraagt: 'welke wolf wint?' De opa antwoordt: 'de wolf die jij voedt'.

Wie zijn toekomst wil maken, begint vandaag met het voeden van de juiste wolf.   Het was weer een mooie dag. De toekomst begint nu.

Nou, na deze borrel met garnituur natuurlijk. Want eerst moet deze wolf gevoed.

Tot volgend jaar!

Rolf Schrama: 'Tegenslagen waren juist Pokon voor mij'

Rolf Schrama is para-olympisch zeiler. Deze foto stond in NRC Handelblad. Met de tekst: 'zijn ego was te groot voor mijn lichaam. Hij neemt ons mee naar 43 jaar gelden. Hij werd geboren in De Rijp. Een klein dorpje boven Amsterdam. Hij was de derde in rij. Boven hem zat broer Rolf. Hij overleed na een paar dagen. De medische stand gaf aan data het overlijden domme pech was.

Na twee jaar werd Rolf 2 geboren. De Rolf die we nu kennen. Ook hij moest vlak na geboorte naar het ziekenhuis. Er was van alles mis met hem. Nadat hij uit het ziekenhuis kwam, gaf de medische stand aan: 'heb geen verwachtingen met hem'. Hij zou nooit kunnen lopen, hij zou nooit worden als een gewone jongen.



Zijn moeder zette hem na verloop van tijd maar gewoon in het raam. Dan kon hij een beetje naar buiten kijken. Hij kon weinig. Maar zijn moeder daagde hem uit. Ze raapte het speelgoed niet op maar liet het liggen. En Rolf kroop centimeter voor centimeter naar het speelgoed. Telkens legde ze het speelgoed verder weg. En Rolf werd sterker.

Totdat hij zowaar kon staan en lopen. De artsen hadden het blijkbaar niet bij het goede eind. Zijn ouders begonnen een eigen koers te varen.  Eerst ging hij naar het speciaal onderwijs  maar daar was hij doodongelukkig. Hij mocht naar een gewone school.

Op zijn eerste dag kreeg hij een stomp van iemand: 'jij bent een lilliputter'. Zijn moeder zei aan het eind van die dag: 'morgen schop je die jongen zo hard je kan'. Dat deed hij. En  hij won het respect van de grootste jongen van de school. Dat was een goede tijd. Het leven lachte hem toe.  Ik voelde me eigenlijke een gewone jongen.

Tot de dag dat zijn zus prachtige sportschoenen kreeg. En hij realiseerde zich dat hij die nooit zou kunnen dragen. Het werd een obsessie voor hem, hij aaide die schoenen. Toen zijn moeder dat ontdekte, kocht ze die schoenen. Niet om te dragen maar voor zijn zelfvertrouwen.

Als groter jongetje wilde hij op een racefiets. Dat was natuurlijk wel lastig. Tientallen keren is hij van het fietsje gevallen. Maar toen lukte het. Hij fietste het dorp uit! Net zolang tot het donker wordt. Hij eindigde tegen de voorkant van de auto van de buurman.

Zijn eerste levenslessen waren dat hij moest genieten van de kleine dingen, dat hij kracht moest vinden in kleine stapjes, je moet in jezelf geloven en je moet veel werk verzetten voor weinig resultaat.

In de puberteit moest hij bepalen wat hij wilde. Hij wilde sleutelen. Sleutelen aan auto's. Maar dat is verrekte lastig als je je vingers niet kunt buigen. Maar anderen zeiden wel eens achter mijn rug: 'dat is toch zielig voor hem'.

En nu switch ik toch maar even naar hoe hij zijn verhaal vertelt, dus naar de ik-vorm:  Het was een moment dat ik langzaam begon te merken dat ik anders was. Als ik niet kon sleutelen aan een Porsche moest ik  maar een Porsche gaan kopen. Van de mavo naar de havo, van de havo naar de heao.

Tegenslagen waren juist Pokon voor mij. Maar ik werd ook cynisch. Ik ging anderen omlaag halen. Van heao ging ik naar de universiteit en haalde ik mijn bul economie.

Mijn ouders waren blij maar voor mij was er nog geen spoortje van geluk. Ik ging werken bij een financieel bedrijf en werkte 60 uur per week. Ik zat op een rijdende naar succes. Dacht ik.

En op een zondagmiddag op een boot zei een vriendin: 'hoe kan het dat je zo hard bent geworden'. En toen vielen de oogkleppen af. En ik heb gehuild. Elke dag was ik bezig om het beter te maken. Dat leek weg. En toen zag ik mezelf als een kleine man. Al die jaren had ik me groot gemaakt. En plotseling kromp ik voor mezelf.

Er was nog een verandering nodig. Hij ging naar een conventie van 'kleine mensen' in Amerika. Daar zag hij 3.000 van die kleine mensen bij elkaar. En ik dacht: 'zouden die wel gelukkig zijn?' Ik had dus dezelfde vooroordelen als alle grote mensen.

Toen zag ik bij thuiskomt dit filmpje:



Ik dacht: 'ik moet gaan sporten!' Alleen zo blijf ik goed. Hij ging zeilen en had een doel om naar de paralympics te gaan. Een jaar later mocht ik voor het eerst op open zee. Tegen golven van vier meter hoog. En ik knokken. Tegen die golven. De coach zei: je moet niet vechten tegen die golven, je moet er gebruik van maken. Ik leerde de wind voelen en snel mijn koers wijzigen.

Stap voor stap werd hij beter. En langzaam kwam hij in de top-10 terecht. Hij kwam tussen de mensen met de meest vreemde handicaps. In een tweemansboot werden we Europees kampioen. Ik werd een echte zeiler!

En toen kwam de dag dat bekend werd gemaakt wie mee mocht naar de Olympische Spelen in Rio. En jawel, we gingen! We werden 7e. Dat was een teleurstelling. We stonden vierde op de wereldranglijst. En het lukte niet. Een half jaar lang heb ik toen 's nachts waker gelegen. Wat had ik fout gedaan?

Maar na een half jaar werd me helder welke weg ik had afgelegd. Zoveel moeite en zweet, zoveel tegenslag. En dat was eigenlijk wel fantastisch. En nu, nu adviseer ik bedrijven rond diversiteit. En adviseer is over de talenten van mensen. Want die kunnen meer dan je denkt.

Het getoonde Tedx Hilversumfilmpje laat grotendeels dit verhaal ook zien.




Huub Purmer en Iris Goedhart: 'Zorg voor creatieve botsingen tussen mensen'


Van een plenaire sessie switchen we weer naar een kleinere workshop. Een beetje onverwacht schuif ik aan bij 'Het Nieuwe Warenhuis' van Huub Purmer en Iris Goedhart.

Wat Het Nieuwe Warenhuis is kun je zien in het filmpje. Het Nieuwe Warenhuis is door vier ondernemers - waaronder Huub en Iris - opgezet om een plek te hebben waar het goed samenwerken is met veel andere ondernemers.  En toevallig kwam het VenD-pand in Alkmaar vrij en ach, daar kon dat. Ingewikkelder is het eigenlijk niet.

Het oude pand van het warenhuis is omgebouwd voor ondernemers om te komen werken. Na het faillisement is men op de eigenaar van het pand afgestapt en op 6 juni 2016 openden ze de deuren en brachten 20 ondernemers hun bureau naar binnen. Het is één grote open ruimte en daardoor ontstaat één groot netwerk. En dat is een belangrijk kenmerk voor ondernemers om te overleven.

Het Nieuwe Warenhuis is niet hetzelfde als Seats2meet of Spaces.  Je kunt hier je eigen bureau meenemen en een eigen ruimte innemen maar het moet wel open blijven. De ondernemers zijn zelf de eigenaar van dat concept. Het Nieuwe Warenhuis is niet begonnen vanuit het eigendom van vastgoed maar vanuit de mensen zelf om hun eigen plek te krijgen.

Maar het Nieuwe Warenhuis is meer dan alleen de eigen ruimte. Men is een gezamenlijke zwerm. En men stuurt samen in dit concept.  Wat is nu een link tussen Het Nieuwe Warenhuis en de bibliotheek? Daarvoor laten een ander filmpje zien (sorry, niet zo snel te vinden) over hoe de ondernemers samen nadenken over hun concept. Dat is wel iets waar je als bibliotheken iets mee kunt. Waarom zou je gebruikers niet op die manier je bibliotheek laten invullen: inrichting van ruimte, inrichting van programmering. Eigenlijk is het Nieuwe Warenhuis een zwerm die je in werking kunt zien.

Op dit punt laat Huub bijgaande filmpje zien van het Burning man festival in de Nevadawoestijn.


Nou, zeg het maar, wat heeft dit er mee te maken, vraag Wouter de Jong? Nou, eigenlijk niks. Maar als je iets verder kijkt, zit er wel wat meer achter. Het Burning Manfestival is niet een festival waar je alleen iets komt halen. Er wordt verwacht dat je bijdraagt.  Die bijdrage vindt plaats in een open ruimte. Die twee kenmerken: een open ruimte waar je wat bijdraagt  dat is iets waar je mooie dingen mee krijgt.  Je kunt dus iets maken waarvan je dacht dat je het nooit kunt maken. Dat is wel iets magisch. 

Eén van de opdrachten die ze in het Nieuwe Warenhuis uitvoerden was die van kinderopvang en basisscholen. Die wilden een betere overdracht van leerlingen. Men ging samen brainstormen middels design thinking in het Nieuwe Warenhuis. Geen rocket science maar je hebt wel zo'n plaats nodig waar je dit soort dingen kunt doen. Je hebt plekken nodig waar mensen bij elkaar kunnen komen. Mensen moeten creatief met elkaar kunnen botsen. 

Nou, ik zie de link met bibliotheken wel hoor als ik dit verhaal zo hoor. Want het is natuurlijk een fantastische metafoor van hoe je met de samenleving iets kunt bereiken wat je alleen niet kunt. Als je dan bedenkt hoe groot de groep is die bij ons komt, dan hebben wij als bibliotheken goud in handen. Lijkt me een mooie uitdaging voor de komende jaren. 

Christian Kromme: 'Van ego naar eco'

De titel van de lezing van Christian is 'leert je surfen op de golven van de disruptieve innovatie'. Nou en dat in 45 minuten. Aan ambitie geen gebrek zullen we zeggen.

Volgens Christian was het tot niet zo lang geleden de wereld stabiel en voorspelbaar. Veranderingen kon je van ver zien aankomen en je kon je daar rustig op voorbereiden. Veranderingen gaan, volgens Christian, als een tsunami op ons afkomen. Je kan dat als een bedreiging zien of als een vloedgolf waarop het goed surfen is.

Kromme heeft een technologie-achtergrond en heeft veel onderzoek gedaan naar disruptieve innovatie. Maar technologie is niet de disruptieve factor. Dat zijn mensen zelf. Hij noemt de ontwikkelingen in de muziekindustrie: van cd's naar ipod en itunes en van ipod en tunes naar Spotify.

Maar zegt u nu: ik zit niet in zo'n digitale sector. U ziet bijvoorbeeld in de autoschade. Dan hebt u daar geen last van, denkt u. Maar technologie verbetert auto's en rijden nu zo dat er veel minder schade wordt gemaakt.

Christian startte in 2000 een bedrijf om bedrijven te helpen die een verouderd business model hadden. Bedrijven die wellicht over vijf jaar geen bestaansrecht meer hebben. Dat ging goed. Hij hielp bedrijven om disruptief op te treden.  Soms ging dat goed, soms minder.

In 2011 ging het leven van Christian zelf op de kop. Haar dochter werd ziek en er werd geen goede  behandeling gevonden. Het perspectief was nog enkele maanden leven. De reguliere zorg bood geen oplossing.

Evolutie van cellen
Christian moest in deze situatie zelf disruptief gaan denken. Gezondheidzorg was een sector die in vele eilandjes naar een probleem kijken. Maar wie kijkt naar het geheel? En hij verdiepte zich in de lichaamscellen.  Cellen lijken op mensen: ze kunnen gestresst zijn en relaxed zijn. Wanneer presteren mensen het best? Precies, op het moment dat we ons prettig en veilig voelen. Dat geldt ook voor cellen. Cellen hebben verschillende evolutiegolven meegemaakt.  De eerste evolutiegolven leerden cellen met elkaar communiceren en zorgden langzaam voor botstructuur.  Daarna volgde het zenuwsysteem en het brein. En dat alles werd allemaal met cellen gedaan. In de zesde evolutiegolf kwam intelligentie en de zevende is die van de pre-frontale cortex  waardoor verbeelding en concept-denken mogelijk was.

De evolutie van technologie
Deze evolutie in golven zien we op vele plekken terug. De mensheid zelf is ook via jagen, landbouw en  infrastructuur en telecom-revolutie. Met de telecom kwam ook automatisering op gang en daarna social media.  Dan zijn we al dichtbij het nu. Nu zitten we in de golf van lerende netwerken en computers. En de voorspelling van Christian is dat de volgende golf zal gaan over creativiteit.

Het kenmerk van deze ontwikkeling is dat de cycli steeds korter zijn en elkaar steeds sneller opvolgen maar dat de impact steeds groter is.

Die ontwikkelingen hebben veel betekend. We kunnen steeds meer. Maar dat betekent ook dat we steeds meer verantwoordelijkheden hebben.   Technologie geeft ons steeds meer mogelijkheden. Het geeft ons steeds vaker de mogelijkheid om echt zelf te doen wat we willen. Onze ontplooiïngsmogelijkheden zijn groter dan ooit.

Evolutie van organisaties
Wij zijn de cellen van de samenleving. Ieder voor zich. Maar tegelijkertijd in onderlinge samenhang. We gaan naar een tijd van samenwerken. Waar al die cellen een zwerm volgen.  De schaal waarop we verbonden zijn is ook groter dan ooit. We kunnen mensen bereiken over de hele wereld.

Hoe gaat dat bij zwermen vogels? In een grote zwerm houdt elke vogel zeven andere volgels in de gaten. En elke vogel houdt zich aan drie regels: 1) vlieg in de zelfde richting, 2) vlieg ongeveer even snel en 3) zorg dat je niet botst.  Die zwerm kan a la minute beslissen. Daar is geen overleg maar iedereen staat in verbinding en de zwerm stuurt dat geheel. Dat is geen top-down-beslissing.

Onze communicatie in bedrijven moeten daar op aangepast zijn. En we hebben daar ook de mogelijkheden voor. Geen eindbaas dus maar die van gedreven professionals die met elkaar bewegen.

De snelheid van verandering
En de snelheid van veranderen wordt steeds groter. Hoe weet je nu wanneer je op een golf moet stappen.

Ook daar kent hij zeven fasen voor:

De eerste fase is die van digitalisering. Kodak maakte de eerste digitale camera. De start van de golf. Maar fase twee is die van Deceptie. De digitalisering is niet goed genoeg. Dan komt de derde fase en dat is die van disruptie. Want er stappen toch mensen over. Want fotograferen werd gratis door het digitaal te maken.

Daarna werd het gedematerialiseerd, fase 4. Camera's komen in telefoons. Fase 5 is die van demonitarisatie. Technologie wordt gratis, denk aan app. Fase 6 is die van Disappearance. Technologie verdwijnt en wordt onzichtbaar. En tot slot: fase 7 is die van het feit dat we niet meer hoef te leren maar dat technologie met ons interacteert zonder dat we het door hebben.  Auto's rijden en sturen bij zonder dat we het weten of rijden helemaal zelf.

Van digitalisering naar humaan


En wat is dan nog de rol van de mens? Nou, dat is de vraag. Computers zijn goed in hard skills, in zaken die te automatiseren zijn. Het zijn de zachte skills die van grote waarde worden voor mensen: creativiteit, gevoel en passie. Die nieuwe technologie is nodig en levert ons veel maar tegelijkertijd kunnen we focussen op de menselijke kan. We gaan naar een tijd van ego (van bazen) naar eco (van iedereen).

Gelukkig, er blijkt nog plek voor ons.


Donald Merks: 'Bouw ecosystemen waarin je elkaar versterkt'

Op het menu stond Ivo Lammers van Van Berlo Agency. Hij is echter vervangen door zijn collega Donald Merks. Donald verontschuldigd zich bij voorbaat als hij wat minder goed in het verhaal staat.

Van Berlo Agency noemt zichzelf de meest innovatieve organisatie van Nederland. Daar wonnen ze in 2017 ook een prijs voor. Het is een innovatiebedrijf dat werkt voor klanten over de hele wereld. Ze doen aan allerlei vormen van design om dat vorm te geven.

De prijs voor meest innovatieve bedrijf werd niet gewonnen door wat ze gemaakt hadden maar door de wijze hoe ze aan innovatie deden. 

De opvatting van Van Berlo is gestoeld op drie peilers: Groei, Empathie en Realisatie. 

Maar wat is innovatie eigenlijk? Daar zijn vele blikken op mogelijk. Neem bijvoorbeeld de Blu-ray en de HD DVD. Beide goede producten. Alleen heeft Blu Ray een beter netwerk gebruikt.  Je moet dus breder kijken dan alleen de kwaliteit van het product. 

Het gaat om vele vormen: hoe zit je in je netwerk, in je proces, is je service, in je business model.  Hij gebruikt hiervoor het model van Ten Types of Innovation.

Design thinking
Om eerlijk te zijn haak ik verderop in het verhaal wat af.  Het is wel duidelijk dat hij moet invallen in dit verhaal. Ik krijg een aantal innovatiemantra's te zien waarna het verhaal verder gaat op desgin thinking.



Hij haalt een voorbeeld aan van hoe ze design thinking hebben toegepast bij ouderen die vallen. Er zijn veel gesprekken gevoerd, een empathisch onderzoek. Het blijkt dat er veel onwetendheid is. Waar zitten voorbeelden op andere plekken? Denk bijvoorbeeld aan de honger naar kennis bij zwangerschap en hoe wordt het daar opgelost? Je komt dan op ideeën als de blije doos of een boek Oei ik groei. Wat als je dit voor ouderen zou gaan doen?

We zijn vaak te oplossingsgericht: we willen te snel naar een oplossing en we kiezen te vaak de geijkte oplossing.

Open innovatie
Toen Van Berlo gehuisvest moest worden, is er bewust voor gekozen om een open bedrijf te zijn. In ons pand zitten partijen die elkaar kunnen versterken in een gebied - Strijp T - waar een aantrekklijke omgeving is. Kies dus ook voor die omgevingen, lijkt zijn boodschap te zijn. Zoek de partijen op en maak combinaties! Door samen te innoveren bouw je ecosystemen waarin je elkaar versterkt.



Bouw zelf zo'n innovatieve organisatie
En hoe doe je dat zelf dan als organisatie? Hoe bouw je dan zo'n innovatieve organisatie? Tja, dat heeft toch wel met cultuur te maken? Een cultuur die bereid is om telkens te blijven wijzigen. Het start met mensen.

Hij stapt hier over op de vergelijking tussen Kodak en Fuji en hoe ze de overstap moesten maken naar het digitale era. Wat velen niet weten is dat Kodak de eerste digitale camera maken. En toch haalden zijn het niet en gingen failliet. Er waren onvoldoende ondernemers binnen Kodak die op durfden te staan voor het ondernemerschap dat nodig was.

Merks noemt vier eigenschappen nodig zijn: innovatieklimaat, ondernemerschap, middelen en verbondenheid.

Hij sluit af met een filmpje van Van Berlo. Nou, we zien vooral het mooie kantoor van Van Berlo. Tja, u proeft wel enige teleurstelling.  Ik heb veel wijze woorden gehoord maar ik mis ook wel wat doorleefdheid in het verhaal. Nou, Merks had geen makkelijke opdracht om Ivo Lammers te vervangen.  Ik hou het erop dat een beetje falen ook hoor bij innovatie.

Hup, op naar de lunch! Tot later!




Deborah Nas: 'Vernieuwing beoordelen we vanuit onze oude referentiekader'

Deborah Nas is toekomstverkenner en professor bij de TU Delft. Zij begint haar verhaal over angst voor vernieuwing en allerlei nieuwe technologieën. Of je nu een optimist of pessimist ben, iedereen herkent dat.

Ze vertelt dat toen haar kinderen jong waren, gaf ze één van haar zoontjes al vroeg een iPad. Ze was bang dat de kinderen teveel achter het scherm zitten. Moeten ze niet meer buiten spelen? Maar als professor kijk ik toch anders naar die ontwikkeling: daar zie ik een toekomstig talent, kijk eens hoe goed hij daar mee om kan gaan.

En die angst die ik als moeder had, is van alle tijden. Ze gaat terug naar de ontdekking van het schrift. Toen dat gebeurde was men bang mensen niets meer zouden onthouden. Bij de uitvinding van het boek was men bang voor overload. Bij de oprichting van scholen waren ouders bang dat kinderen de hele dag binnen zaten. De televisie? Internet? Nou alles was slecht.



Bijgaande filmpje volgt een deel van haar verhaal. Onze weerstand komt voort uit onze sterkste emotie: angst! Negatief nieuws krijgt automatisch meer aandacht dan positief nieuws.  Maar wie terug kijkt ziet dat juist al die veranderingen onze welvaart sterk verhoogd hebben. De feiten zijn dus anders dan onze emotie.

Ze geeft ook aan dat deze weerstand te maken heeft met onze context. Wij zijn opgegroeid met Lego en niet met Minecraft.... Terwijl Minecraft eigenlijk het Lego van deze tijd is. Waar vinden we dat onze kinderen mee moeten opgroeien? Precies, met Lego. En dat heeft alles te maken met onze context. Ze zegt dat als boeken waren uitgevonden na videogames, dat we waarschijnlijk boeken verschrikkelijk zouden vinden: je trekt je terug in je eigen wereld, het is verslavend en het is slecht voor je ogen.

Nieuwe technologieën beoordelen wij dus vanuit ons oude referentiekader. Ontwerpers proberen daarom aan te sluiten bij oude technologie. De eerste Tesla had een grill voorop de auto. Dat was nergens voor nodig.  Maar daardoor leek ie op een 'echte' auto. Ondertussen is die grill in nieuwe ontwerpen verdwenen.

Toch kan het ook zo zijn dat we iets nieuws uitvinden dat we niet kunnen plaatsen. Wat als je je er echt geen voorstelling van kunt maken?  Internet werd in het begin afgekraakt: dat zou nooit wat worden. En nu? Volstrekt veranderd.

Veranderingen in het lezen
Ze stapt over naar voorbeelden uit onze wereld. Wat gebeurt er met lezen? Bij Bol moet je kiezen tussen fysieke boeken en e-books.  Als je kijkt naar de iBooks-app van Apple dan gebruikte men in het begin een old fashioned boekenkast. Dat om voldoende aan te sluiten bij de oude beleving. Een voorbeeld analoog aan de grill van Tesla.



Ze laat dit filmpje zien van de New York Public Library over InstaNovels. Ze bereiken een hele nieuwe doelgroep en het is eenvoudig om te zetten naar de Nederlandse markt.

Maar maak eens een overstap naar wearables en kijk eens naar deze demo van Spritz.



Verandering in het schrijven
Maar kijk eens naar het schrijven... Er is steeds meer selfpublishing. En  wat als elke bibliotheek nou een kast zou maken met schrijvers uit de eigen plaats die nog ontdekt moeten worden?

Of kijk eens naar deze film over Google Books.


Je ziet hier hoe verschillende vormen van maken, zoeken, vinden en bewaren hier wel heel strak bij elkaar komen. Lijkt dit niet heel veel op de bibliotheek inclusief de depotfunctie van de Koninklijke Bibliotheek? Wat gaat deze ontwikkeling nog betekenen voor de wereld? 

Naar artificial intillegence
Als we dit soort ontwikkelingen zien, gaat het nog wel even door. Wij winnen als mens niet meer met schaken. Onze algoritmes denken sneller dan we zelf kunnen. We hebben machine learning en deep learning. De computer leert zichzelf tegenwoordig al en dus wordt ie ook steeds slimmer. Dit vraagt veel rekenkracht maar gelukkig is rekenkracht erg goedkoop geworden. En dat gaat nog even door. En eerlijk: we hebben geen flauw benul waar dit naar toe gaat. Er worden krantenartikelen al geschreven door algortimes... de eerste roman op die manier is er al. 

Veranderingen in de communicatie
Tot slot gaat ze in op de communicatie. Kijk eens naar dit filmpje  van Google Duplex. Hier communiceren we met een computer. En hebben we nog door dat het een computer is?


Of kijk eens naar dit filmpje van Novel Effect. Je leest zelf maar je leeswereld wordt verrijkt met geluidseffect. 


En zo gaat ze nog door langs virtual reality en chatbots. Is onze communicatie daarop al uitgelijnd? Nou, daar valt nog wel wat te doen.

Haar slotwoorden: 'Het wordt niet zozeer beter of slechter, maar wel anders'. Zo, dan weet u dat vast.

Wouter de Jong: Het allerbelangrijkste is niet te vergeten wat het allerbelangrijkste is

Het is frisse maar mooie herfstdag. Degenen die met de auto kwamen mochten nog even krabben. In de trein naar Den Haag  zie ik mijn tijdlijn berichten van bibliotheken die vechten tegen bezuinigen. Maar ook een bericht van de Nationale Ombudman. Hij spreekt vandaag op een congres over de Overheid in 2030 en betoogt dat de overheid een machine is geworden en dat elke gemeente een loket zou moeten krijgen waar burgers geholpen zouden moeten worden met vragen..... Maar dat is toch gewoon de bibliotheek hoor ik collega's via diezelfde tijdlijn zeggen. Nou goed, een mooi begin van de dag.

Hop, naar BibliotheekPlaza met als thema... o, ironie: Tot straks in 2030! Exact hetzelfde thema als bij de ambtenaren. We hadden de congressen kunnen samenvoegen denk je zomaar.

Wouter de Jong, acteur en schrijver van het boek Mindgym, mag aftrappen bij wat ik het leukste bibliotheekcongres van het jaar vind. Alleen sprekers van buiten die bibliotheekmedewerkers dwingen zich te verhouden tot die buitenwereld.

Wouter begint met een spelletje om elkaar beter te leren kennen. Alle vrouwen mogen opstaan, alle mannen, en willen alle mensen opstaan die slimmer zijn dan de gemiddelde Nederlander?  En wie is vrijgezel? En wie heeft wel eens iets gejat? Hilariteit...

In zijn boeken Mindgym geeft hij aan dat het eigenlijk vreemd is dat we wel voor ons lichaam naar de sportschool gaan maar niet voor onze geest. Onze lichamelijke gezondheid krijgt meer aandacht dan de mentale.

Wat maakt dat we een goede dag hebben? Dat hangt sterk af  van onze mindset. In de theorie onderscheidt men daarvoor vier factoren: aandacht, veerkracht, positiviteit en altuïsme. Elk van die factoren kun je trainen. Maar doen we dat? Nee, daar zijn we niet mee bezig.



Hij laat het filmpje zien van het Marshmallowexeperiment. Dit experiment gaat over impulscontrole. Deze kinderen zijn gevolgd en wat bleek: kinderen die hun impulsen beter konden controleren, bleken significant beter te presteren in hun leven. 

Het gaat dus vooral over controleren waar je aandacht naar toe gaat. Hij doet een volgend experiment met de zaal en vraagt wat ze zouden doen als ze nog maar 5 jaar, 1 jaar of een maand te leven zouden hebben? Wat komt er dan bij je op?

Er is een top-5 van zaken mensen spijt van hebben op hun sterfbed. Die ziet er als volgt uit.

Ik had:
1. meer trouw moeten blijven aan mezelf
2. minder hard moeten werken
3. meer moed moeten hebben om gevoelens te uiten
4. meer in contact moeten blijven met vrienden
5. mezelf meer moeten toestaan om gelukkig te zijn.

En bedenk dan eens: wat moet ik dus gaan doen en maar  dat concreet. Met andere woorden wat moet ik dus deze week gaan doen? De zaal krijgt drie minuten om dat met elkaar te bespreken.

Hij sluit af dat iedereen deze zin moet onthouden:  Het allerbelangrijkst is niet te vergeten wat het allerbelangrijkste is.



woensdag 30 oktober 2019

Wie de jeugd heeft, heeft geen toekomst? Is ontgroening definitief een feit?

Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het CBS,  postte op Twitter vandaag bijgaande grafiek over de bevolkingsgroei. Een interessante tabel. Het laat zien waar de groei zit bij de Nederlandse bevolking. Want die bevolking groeit nog steeds maar slechts heel langzaam.

In de tabel zie je dat er steeds mee 65+-ers komen in Nederland. Mensen worden gemiddeld ouder en de babyboom gaat massaal met pensioen. Het aantal personen onder de 20 jaar neemt sinds 2005 alleen maar af. Naast vergrijzing die we al langer kenden, zien we nu dus ook de forse 'ontgroening' van Nederland plaats vinden.

Daling leerlingen PO
Minder jonger kinderen leidt tot minder leerlingen in het basisonderwijs. Het Ministerie van Onderwijs geeft daarover de volgende prognose af.


Dit lijkt een niet zo spannende tabel maar jaar na jaar zijn er tienduizenden minder jongeren. Het CBS geeft in een toelichting aan dat die daling niet overal gelijk is.

Het CBS meldt daarover in een ander bericht:
"De meeste regio’s waar het aantal kinderen de afgelopen vijf jaar is afgenomen, zullen naar verwachting ook de komende jaren te maken krijgen met een verdergaande daling van het aantal 4- tot 12-jarigen. Veel van deze krimpregio’s zijn relatief sterk vergrijsd en ontgroend, waardoor er niet veel kinderen bijkomen. De regio’s waar het aantal kinderen in de basisschoolleeftijd het sterkst zal dalen zijn Limburg, Groningen, Friesland, de Achterhoek en Twente."
De klap in krimpregio's
Zelf ben ik betrokken geweest bij overleggen met scholen in de Achterhoek. In de gemeente Berkelland ziet het plaatje er voor de krimp bijvoorbeeld als volgt uit.


In zeven jaar tijd in neemt in deze Achterhoekse gemeente het aantal leerlingen met bijna 20% af. Veel kernen kennen nu nog een kleine school met minder dan 100 leerlingen. Vaak zelfs scholen met 50 of 60 leerlingen. Deze scholen kunnen alleen bestaan dankzij de speciale financieringsregeling voor kleine scholen. Maar voor hoelang nog?

Wat betekent dit voor bibliotheken?
Voor bibliotheken is deze daling van jongeren wel degelijk relevant. En wel op verschillende manieren.

Effect 1: Herstructurering van basisonderwijs
Op de eerste plaats heeft deze daling van jongeren effect op het basisonderwijs. Scholen in kleine kernen zullen de komende jaren flink onder druk komen te staan. Het aantal scholen zal dus naar verwachting afnemen. Hoewel alle kleine scholen die ik sprak aangaven bestaansrecht voor zichzelf te zien, laten de cijfers toch een andere werkelijkheid zien.  Het CBS schrijft hierover:
"De afgelopen jaren nam dan ook het aantal basisscholen in Nederland af. In het schooljaar 2015/’16 telde Nederland 6584 basisscholen, 382 minder dan in 2011/’12. In Groningen en Zeeland daalde het aantal scholen relatief het sterkst. Hier sloten respectievelijk 37 en 32 scholen."
Zeker voor bibliotheken in krimpgebieden is dit een aandachtspunt. Aandacht van scholen zal vooral gericht zijn op voortbestaan of men zal opgaan in grotere gehelen. Scholen hebben op zo'n moment minder aandacht voor samenwerking met allerlei partijen. Toch denk ik ook dat het wel kansen biedt. Meer grote scholen betekent dat je minder fysieke schoolbibliotheken hoeft te ondersteunen. Ik denk dat dit een concept als Bibliotheek op school nog wel kan vergemakkelijken.

Effect 2: Sociale cohesie in kleine kernen
Een tweede effect is dat kleine kernen zonder jeugd een deel van hun levendigheid verliezen. Het schoolplein was één van de laatste fysieke plekken waar veel mensen elkaar ontmoetten. Met minder jeugd en zonder school krijgt de sociale cohesie in een kern een flinke knauw.

Bibliotheken zouden daarop in kunnen spelen en samen met kleine kernen best kunnen kijken naar programmering waardoor je die sociale cohesie een nieuwe richting geeft. Veel provincies met krimpgebieden kennen hier subsidieregelingen voor. Ik geef toe dat dat niet makkelijk is en dat we daar als bibliotheken dan nog wel wat te ontwikkelen hebben maar ik denk dat het best een interessante lijn is om verder te onderzoeken.

Effect 3: Urgentie tot samenwerking
Een derde effect is dat er door krimp een verdere urgentie tot samenwerking komt. Samenwerking met scholen en samenwerking met kleine kernen. Maar ook kan het hier gaan om samenwerking met andere partners. Want hoe klein een kern ook is, je zal versteld staan hoeveel organisaties er nog actief zijn en hoeveel verenigingen er zijn.

Effect 4: Meer ouderen en aanpassing van aanbod
In de afgelopen jaren kenden we steeds meer jongeren in de bibliotheek. Hoewel we daar nog steeds veel voor kunnen betekenen is het toch ook aardig om ook veel nadrukkelijker naar ouderen te gaan kijken. Ik ken bibliotheken die dementvriendelijk worden, Alzheimercafés organiseren of samenwerken met ouderenbonden voor spreekuren. Ons aanbod op dit punt zal zich nog veel meer moeten ontwikkelen dan thans het geval is. Want als één ding duidelijk is, is het wel dat ouderen de toekomst hebben.

Na 2025 groeit het weer?

Overigens is de prognose dat deze krimp van tijdelijke aard is dat we na 2025 weer meer kinderen zullen krijgen. Het verbaast me wel een beetje maar er zijn vast mensen die er veel meer op gestudeerd hebben dan ik. Overigens wil dat niet zeggen dat die groei dan ook weer overal is.  Een andere trend is namelijk een verdergaande urbanisatie in Nederland en dat weer meer mensen naar de stad trekken.  Bovenstaande effecten zullen dus zeker voor krimpgebieden blijven gelden. Vergelijk bovenstaande tabel maar eens met die van Berkelland. Die stijgt niet na 2025 terwijl de landelijke trend dat wel doet.

De titel 'Wie de jeugd heeft, heeft geen toekomst' is misschien wat sterk uitgedrukt maar het is zeker een ontwikkeling om in de gaten te houden en over in gesprek te zijn met gemeenten en samenwerkingspartners.




woensdag 2 oktober 2019

Hoe de bibliotheken de bankencrisis en de gemeentecrisis betaalden


U kent mij als een optimistisch mens. Meestal zie ik overal wel kansen. Elk nadeel, heeft zijn voordeel, zoiets. Maar bovenstaande staatje bevestigt een gevoel wat mij al wat langer bekroop. Ik had het idee dat ik nu toch al een kleine tien jaar alleen maar loop te bezuinigen binnen het bibliotheekwerk. De ene bezuiniging in de ene gemeente is nog niet opgelost of de andere dient zich aan. Meer met minder of nog meer met nog minder, dat waren de smaken die we hadden.

Van bankencrisis....
In 2008 ging Lehman Brothers failliet. Het was september. Overheidsbegrotingen  voor dat jaar waren al gemaakt. In 2009 ging men de begrotingen voor 2010 maken. De bibliotheken bereikten hun hoogtepunt wat financiën betreft. In dat jaar werd 473 miljoen gemeentesubsidie aan bibliotheken uitgegeven. De bankencrisis werd onder andere betaald met minder subsidie aan de bibliotheken. In het derde kwartaal van 2013 kon het CBS melden dat Nederland definitief uit de recessie was.

In overheidsland waren de begrotingen voor 2014 toen al gemaakt. De groei moest zich maar in 2015 gaan vertalen naar de gemeenten. De subsidie aan bibliotheken was ondertussen gedaald naar 431 miljoen. Landelijk was er meer dan 40 miljoen euro verdampt.

....naar gemeentecrisis
2015, weet u dat nog? Precies, het jaar waarin de grootste bestuurlijke herverdeling van de Nederlandse geschiedenis plaats vond: de drie decentralisaties. Gemeenten kregen veel meer geld en verantwoordelijkheid voor zorgtaken. De gedachte was dat dit lokaal veel beter en efficiënter uitgevoerd kon worden. Er zat dus stevige korting op deze budgetten. Alom werd hiervoor gewaarschuwd.  En jawel, het afgelopen jaar meldde de ene na de andere gemeente zich met forse tekorten op de jeugdzorg. In de beginjaren waren bibliotheken al gekort omdat er geen geld van zorg naar bibliotheken mocht maar wel andersom. Nu er tekorten zijn op de zorg, wordt er opnieuw een greep gedaan uit cultuurbudgetten.

In 2017 was de subsidie aan bibliotheken verder gedaald 415 miljoen euro.

Bijna 15% ingeleverd
Bibliotheken daalden in hun subsidie per inwoner - gemiddeld - van € 28,57 naar € 24,31. Een verval in zeven jaar van € 4,26 oftewel nagenoeg 15% van het totale budget. Wie kijkt naar subsidie exclusief huisvestingslasten ziet een nagenoeg gelijke trend.

Maar laten we wel wezen: de gemiddelde bibliotheek bestaat niet. Deze 15% daling is betaald door bibliotheken die soms 25% of 30% korting aan de broek kregen. Soms zelfs nog met een motie erbij dat met dat mindere geld wel alle vestigingen open gehouden moesten worden.

Minder geld maar meer opbrengst
Hebben bibliotheken bij de pakken neergezeten? Geenszins. Dwars door de crisis zijn er duizenden schoolbibliotheken geopend. Elke bibliotheekstichtring kent ondertussen een taalhuis en overal in het land is men gestart met ondersteuning voor de Belastingdienst en dat groeit nu uit naar informatiepunten voor de Digitale Overheid.  Ondertussen draaide de uitleenbibliotheek ook gewoon door en kwamen er jaarlijks 60 miljoen bezoekers bij de ruim 1.000 vestigingen.

En hebben we geklaagd? Nee, we hebben dapper ons werk gedaan. We hebben geïnnoveerd tot we een ons wogen en onszelf drie keer opnieuw uitgevonden.

Het resultaat? Ja, we worden door gemeenten zeker gezien in die nieuwe rollen. En ja, daar is veel respect voor. Maar nee, dat vertaalt zich nog niet echt door naar extra geld.  Ondertussen help ik al ruim tien jaar bibliotheken die vechten van de ene naar de andere bezuiniging.

Beste gemeenten....
Beste gemeenten: kom bij mij niet meer aanzetten dat wij nog niet naar de kosten hebben gekeken, kom bij mij niet aanzetten dat we nog wel wat meer kunnen doen aan samenwerking en kom bij mij ook niet aanzetten dat wij heel anders naar onze vestigingen moeten kijken. Het zouden terechte opmerkingen zijn als we de afgelopen jaren niet hadden laten zien hoe we dwars door de crisis toch al deze veranderingen wisten te bewerkstelligen.

En beste gemeenten: er ligt een nog een peut werk. Zijn er minder laaggeletterden? Nee. Vraagt u met al uw digitale dienstverlening en minder gemeentebalies meer zelfredzaamheid van uw burgers? Ja. Kunnen ze dat allemaal? Nee. Wie gaat ze dat leren?  De bibliotheken zouden dat graag doen. We staan klaar voor elke burger in elke plaats.

Maar beste gemeente: na vele rondes meer met minder, is het ook gepast om na te denken wat u telkens vraagt van de bibliotheek.

Zo langzamerhand begin zelfs ik - als rechtgeaarde optimist - te denken dat het hoog tijd wordt dat gemeenten extra geld voor bibliotheken beschikbaar gaan stellen. De bibliotheken hebben een forse bijdrage geleverd toen het slecht ging in Nederland. Bibliotheken hebben meebetaald aan de bankencrisis en de gemeentecrisis. We staan klaar voor de toekomst maar denk niet dat het met nog minder geld kan.

Laten dit de zeven magere jaren geweest zijn. Het vet is van de botten. Het wordt tijd om weer te investeren. Investeren in de zelfredzaamheid en regie van onze burgers. Investeer in de bibliotheek!

woensdag 25 september 2019

Is het einde levencyclus voor de klassieke bibliotheek?


Enige weken geleden publiceerde de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) een lezenswaardig maar taai rapport over een leenrechtkwestie. De casus is dat Stichting Leenrecht en Openbare Bibliotheken nog geen vergelijk hebben gevonden voor een leenrechtvergoeding rond uitleningen in schoolbibliotheken. Stichting Leenrecht vindt dat er meer betaald moet worden, de bibliotheken zeggen dat dat niet klopt. Pleiade, het onderzoeksbureau dat is ingehuurd door de VOB, stelt in het rapport met verwijzing naar bovenstaande grafiek:
Bij voortzetten van de huidige daling van het aantal uitleningen kan men op basis van de hier gepresenteerde trendlijn verwachten dat in de jaren na 2025 de opbrengsten van de leenrechtafdracht niet meer opwegen tegen de apparaatskosten van de collectieve beheersorganisaties. De onontkoombare conclusie lijkt dan ook dat het leenrechtstelsel zich aan het einde van haar levenscyclus bevindt.
Zo, die zit, zal men bij de VOB gedacht hebben. Het model dat de uitgevers voorstaan is gewoon niet meer houdbaar....

Einde levenscyclus leenrecht = einde levenscyclus klassieke bibliotheek?
Ik wil mij niet mengen in die leenrechtdiscussie. Want behalve dat een aantal bibliotheekdirecteuren zich wellicht in de handen wrijven dat ze minder leenrecht hoeven te betalen is er ook wat anders aan de hand. Want zegt de bibliotheek hier over zichzelf eigenlijk niet dat we rond 2027 wel kunnen stoppen met uitlenen? En verkondigt de VOB hier eigenlijk niet mee dat niet alleen de levenscyclus van het leenrecht in zicht is maar ook de levenscyclus van de klassieke uitleenbibliotheek?

Zijn we klaar soms?
Zijn we klaar met lezen dan? Nou, als je de leestijd door de tijd heen bekijkt zoals de leesmonitor die weergeeft (zie grafiek) zou je dat wel denken. Noteer daarbij wel even dat men in 2006 een andere methode is gaan gebruiken. De werkelijkheid is dat we gewoon in een vlucht naar beneden zitten met lezen.


Nou kun je zeggen dat de tijd veranderd is en dat lezen daar minder bij past. Het is zeker waar dat ons mediagebruik veel diverser is geworden maar dat vraagt vooral méér en nieuwe vaardigheden en juist ook nog die leesvaardigheden. Probeert u maar eens een vliegticket te boeken met weinig leesvaardigheden.... dat gaat u niet lukken. Of op zijn minst mist u die opmerking over de omvang van de koffers. Kortom, ja wij lezen minder maar lezen is niet minder belangrijk geworden.

Het feit dat we zoveel aandacht besteden aan laaggeletterdheid onderschrijft dat natuurlijk. Aan de preventieve kant is het natuurlijk mooi  dat we op veel scholen nu leesprogramma's doen maar het is ook ontzettend nodig. Dat is geen luxe maar noodzaak. Bibliotheken  zouden -samen met scholen en ouders - alle kinderen van Nederland moeten uitdagen om elke dag te lezen!

Een tijdje geleden deden de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad nog een oproep tot een leesoffensief: Lees! De twee raden deden drie grote aanbevelingen:
1. Voer een krachtig en samenhangend leesbeleid Voor scholen is het stimuleren tot lezen een belangrijke taak. Maar zij mogen er niet alleen voor staan. Voor de landelijke overheid, de gemeenten, de scholen en de bibliotheken samen moet het vergroten van leesmotivatie een speerpunt zijn.
2. Zorg voor een rijk leesaanbod . De raden pleiten ervoor om jongeren in hun gehele schoolloopbaan te voorzien van een rijk leesaanbod – boeken en langere verhalende teksten,hetzij van papier hetzij digitaal.
3. Breng een leescultuur tot stand Jongeren zijn meer geneigd om te lezen wanneer ze worden omgeven door een leescultuur. In een leescultuur zijn behalve boeken ook volwassenen aanwezig die de rol van leesbevorderaar vervullen.
Wie deze aanbevelingen leest ziet dat de bibliotheek zich eigenlijk toch wel flinke zorgen moet maken als men zelf constateert dat de levencyclus van het leenrecht eindig is en daarmee eigenlijk ook de levenscyclus van de klassieke uitleenbibliotheek. Het zegt namelijk ook iets over het lezen en de vaardigheid om met teksten om te gaan.

De maatschappelijk-educatieve bibliotheek kan niet zonder de klassieke bibliotheek
Zelf vertel ik vaak verhalen over bibliotheken bij gemeenteraden, wethouders en bibliotheken zelf. We constateren dan altijd dat bibliotheken een flinke transitie doormaken. Van collectie naar connectie, van een ruimte met kasten en boeken erin naar een bruisende werk- en leerplek voor de samenleving.

Zeker: het karakter van de bibliotheek is veranderd. Hoogleraar Bart Brouwers verwoorde dat goed  in een opiniestuk in Trouw deze week:
Bibliotheken leveren niet alleen letterlijk kennis, maar zorgen er ook voor dat er een op feiten beruste uitwisseling van gedachten kan plaatsvinden tussen mensen die kunnen accepteren het niet met elkaar eens te zijn over de consequenties van die feiten. Ze openen verborgen werelden, bieden beschutting en ontmoetingen, leren respect te hebben voor cultureel en fysiek bezit, helpen bij de opvoeding van kinderen, vullen specifieke gaten in kennis van hen die het nodig hebben, faciliteren vriendschappen en zorgen ervoor dat ontbrekende literaire en digitale geletterdheid wordt opgelost. Dat alles maakt dat bibliotheekbezoekers sterkere burgers worden en meer kunnen bijdragen aan onze democratische samenleving. Doorslaggevend daarbij is dat bibliotheken open zijn: iedereen is er welkom, ongeacht geloof, politieke voorkeur, ras, leeftijd, overtuiging of wat dan ook.
Ja, bibliotheken zijn plaatsen geworden met cursuslokalen om te leren, met studieplekken en cafés om te ontmoeten. Mooie plekken om een leven lang te leren. Maar een bibliotheek waar niet meer gelezen wordt, is ondenkbaar.  Lezen is van wezenlijk belang voor een ieder die zich wil blijven ontwikkelen.

Geen leesoffensief zonder boeken! En geen leesoffensief zonder bevlogen bibliothecarissen, leesconsulenten, vrolijke leraren en andere enthousiaste lezers! En het einde van de levenscyclus van de klassieke uitleenbibliotheek? Welnee, het is een belangrijke bouwsteen van die maatschappelijke educatieve bibliotheek!

Lezen en laten lezen!

woensdag 18 september 2019

Een gemiddeld bibliotheeklid bespaart € 300,- per jaar


Een goede collega attendeerde mij op bijgaande uitleenbon die op Instagram te vinden was. Het is een bijzondere bon want op elke uitleenbon krijg je als bibliotheeklid te zien hoeveel je bij deze uitlening hebt bespaard.  En ook nog eens hoeveel je in dit lopende jaar en vorig jaar al bespaard hebt met de bibliotheek. Blijkbaar registreerde men bij elke uitlening wat de aanschafprijs was en hoeveel je dus als bibliotheeklid al bespaard had. Ik vond het wel een briljante gedachte. Zo eentje waarvan je dacht: waarom hadden wij dat al niet op onze bonnen staan?

Gemiddeld bibliotheeklid bespaart € 300,- per jaar!
Het is toch leuk om even door te rekenen. De bibliotheken leenden in 2017 71 miljoen materialen uit aan 3,7 miljoen leden. Gemiddeld per lid betekent dit 19,3 uitleningen. De gemiddelde boekenprijs in 2018 was bij de bibliotheekboekeninkoper NBD/Biblion € 15,68. Een gemiddeld lid - voor zover die natuurlijk bestaat - bespaart dus jaarlijks € 302,18 (19,3 x € 15,68). Misschien iets om bij de volgende ronde contributie-inning even te vermelden aan uw leden.

€ 1,1 miljard besparing op jaarbasis
Als we dan toch aan het rekenen zijn..... Laten we dan ook de rekensom eens maken voor heel Nederland. Want stel je toch eens voor dat er nergens een bibliotheek was.... Wie de rekensom van bovenstaande bibliotheek doortrekt komt dan op een jaarlijkse besparing van € 1,1 miljard (71 miljoen  uitleningen x € 15,68).  Voorwaar toch geen kattenpis.

Overigens zou je van die € 1,1 miljard dan de € 415 miljoen aan overheidssubsidie die bibliotheken ontvangen moeten aftrekken. Je houdt dan nog altijd een netto maatschappelijk rendement over van € 700 miljoen. Vanuit die redenering is het altijd te duur om een bibliotheek te sluiten.

Wat als we niet meer zouden uitlenen?
Ik snap wel, de rekensom gaat natuurlijk wat mank. Natuurlijk gaat niet iedereen die boeken kopen als er geen bibliotheek zou zijn. Wat overigens dan ook wel weer zorgelijk zou zijn. Want hoeveel minder zou er dan gelezen worden in Nederland? En welk effect zou dat hebben op onze collectieve taalvaardigheden. Jaar na jaar tellen we ondanks alle inspanningen steeds meer laaggeletterden.

Goed, leuke rekensommetjes voor tussendoor. Nu weer aan de slag met het echte werk: mensen helpen om zich te kunnen redden in de samenleving. En een boek uitlenen hoort daar nog steeds knetterhard bij zoals u ziet.

maandag 16 september 2019

Hoe in één jaar het aantal volwassen leden tussen 18-30 jaar meer dan verdubbelde...


In mijn vorige post ging het nog over de resultaten van de boetevrije bibliotheken maar vandaag ga ik het hebben over het experiment van de Boekenberg waar een gratis basisabonnement werd uitgetest voor volwassenen. Directeur Victor Thissen presenteerde op Linkedin de resultaten van dit basisabonnement. En ik citeer er graag uit.

In 2017 veranderde men de tarievenstructuur. Bijzonder daarbij was dat een gratis basisabonnement werd in gevoerd voor volwassenen van 18-30 jaar. Men ziet dit als opmaat naar een gratis basisabonnement voor alle burger.

Waarom een gratis abonnement?

Waarom zou je dat willen, een gratis bibliotheek. Om  het in hun eigen woorden te citeren:
  • "Geen financiële drempels voor onze basisdienstverlening, waardoor meer bereik.
  • Een gratis basisdienstverlening sluit aan bij de brede, maatschappelijke bibliotheek die we willen zijn. 
  • Als alle gebruikers van onze (veranderende) dienstverlening lid zijn, kunnen we veel beter monitoren wat ze komen doen. Dat is de basis voor een langdurige relatie met meer klantparticipatie, wat leidt tot meer innovatie van de dienstverlening.
  • Zo kunnen we monitoren en beter zichtbaar en meetbaar maken wat ons maatschappelijk rendement is, waarom we ertoe doen. 
  • Het maakt de weg vrij te gaan werken met verschillende aspecten van het freemium verdienmodel, waardoor op termijn een stevige financiële basis van de bibliotheek."
Voor de liefhebber: het aantal betalende leden loopt al jaren terug in openbare bibliotheken en de contributies beslaan ongeveer 10% van de begroting. Best een redelijk aandeel maar ook geen aandeel dat je nooit anders zou kunnen organiseren als je het zou willen.

Maar toch, je moet ook maar de lef hebben om het te gaan doen en de Boekenberg had dat. Hoewel de directeur ongetwijfeld zou zeggen dat het met dat lef ook wel meeviel want zoveel betalende leden zijn er niet in deze leeftijdcategorie. Vaak worden volwassenen opnieuw lid als er kinderen in het gezin worden geboren.

Wat was het basisabonnement?
Het basisabonnement was - zoals de naam al aangeeft - een beperkt maar in mijn ogen een mooi aanbod. Het bestaat uit:
- Max 12 materialen gratis lenen per jaar (geen e-books).
- Gratis wifi, internet en gebruik databestanden.
- Gratis deelname aan workshops, spreekuren en proeflessen.
- Korting op cursussen, lezingen, films.

Wil je meer dan neem het grotere betaalde abonnement.

1.100 nieuwe leden in deze categorie in één jaar!
Tja, wie dacht dat het contributiebedrag geen issue was in deze categorie, die kun je met bovenstaande cijfers uit de droom helpen. Het aantal volwassen van 18-30 jaar steeg in één jaar van 730 naar 1.839 leden. Een stijging van 1.100! In een categorie die tot nu toe jaar na jaar daalde.

Men heeft ook gekeken waar deze 1.100 leden vandaan kwamen. Dat zie je in onderstaande tabel.


Het grootste deel van de leden met een gratis basisabonnement zijn leden die nog niet eerder lid waren (39%). Echt nieuwe mensen dus! Daarnaast is er een groep van 34% die automatisch overging van het jeugdabonnement naar het gratis vervolg voor 18-jarigen.

Daarna komt er een groep van 23% die overstapt van een betaald abonnement naar een gratis abonnement. Dit zullen kleingebruikers zijn geweest in de categorie 18-30 jaar want wie minder dan 12 boeken per jaar leest is inderdaad goedkoper uit. En tot slot is er een groep van 4% die ooit lid was en nu weer lid is geworden.

De rekenaars onder ons zullen zeggen dat de bibliotheek inkomsten derft in de categorie van 34% die gratis van jeugd naar een gratis volwassen abonnement instroomt en in de groep van 23% van leden die overstappen van een betaald naar een gratis abonnement. Bij die overstappers is dat natuurlijk heel helder maar bij die instroom van 18-jarigen is dat natuurlijk al veel complexer. Daarvan haakte namelijk het overgrote deel af zodra de acceptgiro binnenkwam. De Boekenberg houdt het er voorlopig op dat men gedurende het experiment € 3.950,- aan directe inkomsten is misgelopen. Daar staan beperkte inkomsten tegenover van horeca en activiteiten. Wel constateert men dat het drukker is geworden in de bibliotheek.... Is dat erg?  Nee, daar zijn we altijd blij mee maar het kan natuurlijk op termijn om meer ruimte vragen. Maar volgens mij kun je mét succes altijd beter een gesprek voeren dan zonder dat succes.

 Alles bij elkaar een redelijk overzichtelijk geheel zou ik zeggen. Geen reden om ermee te stoppen, eerder om het uit te breiden.

Over 5 jaar?
En dat is dus ook wat men gaat doen. In het evaluatierapport geeft men aan dat men in 2020 een tweede groep wil toevoegen aan het gratis basisabonnement. Welke dat is, wordt nog niet genoemd. En over vijf jaar moet iedere burger in Nissewaard de mogelijkheid hebben om een gratis basisabonnement te hebben.

Komt de gratis bibliotheek in zicht?
Het experiment bij de Boekenberg toont aan dat het gebruik van de bibliotheek bij een gratis basisabonnement fors toeneemt. Dit zonder al te veel marketing en promotie. Een groep die nauwelijks bereikt werd lijkt zonder problemen terug te komen of te blijven hangen. Zelfs een kleine contributie kan dus een aanzienlijk verschil maken.

Voor bibliotheken is het interessant om nog eens na te denken waarom men ook al weer een contributie vroeg. Levert het vragen van een contributie een bijdrage aan het bereik in de samenleving? Zijn we daardoor beter in staat te helpen? En waarom zijn kinderen wel gratis en volwassenen niet en zijn die argumenten nog steeds van toepassing?

Wie de cijfers van de Boekenberg ziet en de snelheid waarmee het bereik stijgt, moet toch reden hebben om daar eens over na te denken. Zouden bibliotheken als basisvoorziening voor burgers niet een gratis basisdienstverlening moeten hebben?  Ik neig er inderdaad naar en ben dus zeer benieuwd naar  het vervolg!

Hulde voor de helden bij de Boekenberg!

woensdag 11 september 2019

Factcheck: Presteren boetevrije bibliotheken beter?



45% van de bibliotheken kent een vorm van boetevrij abonnement. Soms voor alle leden, soms alleen voor kinderen en soms alleen voor lezers die bereid zijn er extra voor te betalen. Net voor de zomervakantie publiceerde ik hier de nieuwe cijfers over en constateerde dat het aantal boetevrije bibliotheken weer flink gestegen was.

Mijn conclusie was toen dat de boetevrije bibliotheek 'een blijvertje' is geworden. Rivierenland en Biblioplus waren in 2014 de eerste bibliotheken die er mee startten. Nadat ik het nieuwe overzicht had gemaakt, berichtte Herman Horst, directeur in Midden-Brabant mij dat hij de ontwikkelingen met belangstelling volgt maar dat hij ook benieuwd is naar de cijfers. Presteren presteren boetevrije bibliotheken ook beter? Tijd om maar eens op onderzoek te gaan naar die cijfers.

Onderzoek in 2017: 'Een duidelijke visie maar nog te vroeg voor conclusies'


Het rapport van Route2020
In 2017 deed ik voor het project Route2020 een onderzoek naar boetevrije bibliotheken samen met Paul Adels en Guido de Gans. We onderzochten toen drie volledig boetevrije bibliotheken: Rivierenland, Eindhoven en alle bibliotheken in de provincie Groningen.

In dat onderzoek constateerden we dat de reden van invoering van boetevrij vooral te maken heeft met de transitie van klassieke bibliotheek naar maatschappelijke en educatieve bibliotheek. Door invoering van boetevrij wordt een oude irritatie in de klassieke bibliotheek weggenomen en wordt tegelijkertijd het aantal baliehandelingen teruggebracht en ontstaat meer tijd voor nieuwe taken. Meer uitlenen of meer leden was dus niet een primair doel van de invoering van boetevrij. 

In interviews met de drie bibliotheken bleek dat klanten inderdaad in de regel erg tevreden waren met boetevrij. De bibliotheken konden laten zien dat ze meer tijd hadden gekregen voor programmering door een andere inzet van personeel. Wel constateerden we toen dat er nog erg weinig onderzoek naar was gedaan. Bij een kwantitatieve analyse van ledenaantallen en uitleningen werd het volgende geconstateerd:
De voorlopige conclusie is dat invoering van boetevrij niet leidt tot een significante extra stijging of daling van het aantal betalende leden. Maar we merken op dat deze conclusie op bijzonder weinig cijfers stoelt.
Het hele rapport is nog te downloaden op innovatiebieb.nl en bevat nog steeds een actuele lijst met tips voor bibliotheken die overwegen te starten.

En hoe is dat nu, nu we twee jaar verder zijn?  Ik deed navraag bij de drie bibliotheken die destijds meededen en zette hun uitleen- en ledencijfers op een rijtje. Is er nu al meer over te zeggen?

Klanttevredenheid: 90% leden blij met boetevrij


Het meest uitgebreide klantonderzoek heeft Biblionet Groningen gedaan. Dat onderzoek werd gepubliceerd in 2018. De invoering van boetevrij eind 2016 was dus ruim een jaar aan de gang. Overigens ging het in Groningen niet alleen om de invoering van boetevrij maar om een heel nieuw abonnementensysteem. In bijgaande grafiek uit het onderzoek zie je dat ruim 90% van alle leden in Groningen tevreden of zeer tevreden is over boetevrij is.

Het hele onderzoek kun je hier overigens terugvinden.

Ook van andere bibliotheken kreeg ik in de afgelopen tijd soortgelijke reacties terug. Theek5 meldde mij dat vooral het feit dat we hier geen discussie meer over hebben voor zowel lezers als bibliotheekmedewerkers erg prettig is. Er zat vooral negatieve energie in.

Overigens meldden verschillende bibliotheken dat uit hun evaluaties blijkt dat er nog steeds leden zijn die nog niet weten dat de bibliotheek boetevrij is. Ingrid Fest van Eindhoven meldde bijvoorbeeld dat in het laatste klanttevredenheidsonderzoek nog steeds een paar mensen opmerkingen maakten over die vermaledijde boetes. En dat terwijl het al sinds eind 2016 afgeschaft is!

Cyril Crutz, directeur van BiblioPlus, meldt dat sinds de invoering van boetevrij het inderdaad gelukt is om het aantal activiteiten en programma's voor nieuwe doelgroepen te vergroten en dat daar de echte winst zit van boetevrij.

En leden en uitleningen?
Ook die cijfers heb ik van een update voorzien. Meer uitleningen of meer leden was geen doel op zich van de invoering van boetevrij. Toch is het wel interessant om naar die cijfers te kijken. Het verhogen van klanttevredenheid door invoering van boetevrij zou ervoor kunnen zorgen dat minder leden afhaken. En het ontbreken van een boete zou er ook voor kunnen zorgen dat mensen zorgelozer gaan lenen en wellicht dus wat meer meenemen.

In eerdere onderzoeken zagen dat effect nog niet maar waren er ook nog maar weinig gegevens over.

Uitleningen: Geen direct verband met boetevrij



Hierboven ziet u een update van een grafiek die we bij het eerdere onderzoek ook gebruikten. De paarse stippellijn is de landelijke benchmark van ontwikkeling van de uitleningen. De index hebben we op 100 gezet in 2014, het jaar waarin Rivierenland boetevrij werd. Groningen en Eindhoven werden pas later boetevrij.

Rivierenland volgt sinds 2014 ongeveer exact de landelijke benchmark. Eindhoven kende het jaar na de invoering een kleine dip maar herstelde zich in 2018. Groningen kende in 2017 een zware val omdat in het nieuwe abonnement verlengen niet meer mogelijk was. Die uitleningen verdwenen dus uit de statistieken. In 2018 volgde Groningen de landelijke index.

Alles bij elkaar is hier ook nog niet veel te zeggen. Ook van BiblioPlus en Theek5 heb ik cijfers gezien en ook die presteren ongeveer zoals de landelijke index.

De voorlopige conclusie die we destijds deden dat boetevrij weinig invloed heeft op het leengedrag lijkt bevestigd te worden. Maar nogmaals, het gaat nog steeds om een zeer beperkt aantal jaren en een beperkt aantal gevolgde bibliotheken.

Leden: Lijken beter te scoren dan landelijk gemiddeld?


En dan hier dezelfde grafiek maar dan voor betalende leden. Ook hier is de paarse stippellijn weer het landelijk gemiddelde. Helaas hebben we nog geen cijfers over 2018  maar als je de lijn doortrekt en vergelijkt met de drie bibliotheken zie je toch iets opmerkelijks.

Bijna elke bibliotheek die de abonnementenstructuur wijzigt kent in het eerste jaar na invoering extra uitval. Vaak vraagt de abonnementswijziging iets van leden  en daardoor wordt het een natuurlijk afhaakmoment. Wie al van plan was een keer uit te stappen, doet dat vooral op dit soort momenten. Bij Rivierenland zie je dat goed terug in 2014.  Maar daarna stijgt het aantal weer. Men heeft hier overigens redelijk consequent aan ledenwerving gedaan. Rivierenland scoort beter dan de landelijke index in de afgelopen jaren.  Ook Eindhoven kende in 2018 een groei van het aantal betalende leden na inderdaad een klein dipje in 2017 wat het jaar na de invoering was. Groningen ten slotte zit licht onder de landelijke index maar kende het afgelopen jaar wel een afvlakking.

Ook hier dus nog een enigszins diffuus beeld. Twee van de drie bibliotheken presteren beter tot aanmerkelijk beter dan de landelijke benchmark. Eén bibliotheek zit net onder de landelijke benchmark.

Zelf houd ik het er voorlopig op dat boetevrij nooit het enige 'ding' kan zijn dat uitleningen of ledentallen kan laten stijgen of dalen. Hier een complex aan factoren  aan het werk: openen of sluiten van vestigingen, prijspolitiek, veranderde leenvoorwaarden of zelfs een ander bibliotheeksysteem dat makkelijker of minder makkelijk is dan het vorige systeem.

Gratis maar niet Gratuit
Overigens is rond die ledenaantallen al een interessant nieuw initiatief gestart van een groep bibliotheken onder aanvoering van Bibliotheek Rotterdam. En dat is om een gratis basislidmaatschap te onderzoeken. Dat zou ledentallen natuurlijk weer in een heel ander daglicht zetten en ik zie dit wel als een doorgaande trend dat het lidmaatschapsmodel dat alleen nog op de klassieke bibliotheek is geënt op enig moment wel moet veranderen naar een model dat past bij de maatschappelijke en edcuatieve bibliotheek. Meer informatie over dit initiatief - dat inmiddels is gehonoreerd door de innovatieraad - vind je hier.

Factcheck: presteren boetevrije bibliotheken beter?
Terug naar de eerste vraag. Kunnen we nu zeggen dat boetevrije bibliotheken het beter doen? Het antwoord  zweeft tussen  ja en nee.

Ja, ze presteren beter
Aan de ja-kant is te noemen dat het overgrote deel van lezers inderdaad blij zijn met het wegvallen van de boetes en dat bibliotheken aangeven minder irritatie aan balies ervaren. Ook is het gelukt om meer tijd vrij te spelen voor nieuwe taken. Tot slot is het interessant de ledentallen te gaan volgen. Kennen boetevrije bibliotheken inderdaad minder afhakers?  Er zijn lichte signalen voor. De toekomst moet het uitwijzen.

Nee, je kunt nog niet zeggen dat ze beter presteren
Wie naar uitleencijfers kijkt moet constateren dat boetevrij niet zorgt voor meer uitleningen. Leden vinden boetevrij wel prettig maar doen niet drie boeken extra in hun tas.  Hoewel we hierboven zeggen dat het ledental wellicht stijgt, is dat resultaat nog wel heel dun en ook nog niet voor elke bibliotheek zichtbaar.

Of boetevrije bibliotheken beter presenteren hangt ervan af welk doel u nastreeft. De doelen die de deelnemende boetevrije bibliotheken zichzelf stelden, zijn inderdaad gehaald (tevredenheid leden, minder handelingen waardoor meer tijd voor programmatische inzet). Wie denkt dat boetevrij een deus ex machina is voor ledentallen en uitleningen kan vooralsnog beter iets anders verzinnen.

Dank aan Paul Adels (Theek5), Ingrid Fest en Lizet Bekkers (Bibliotheek Eindhoven), Alian Spelde en Jacqueline Roelofs (Biblionet Groningen) en Inge de Haas (Bibliotheek Rivierenland) voor de informatie die zij beschikbaar stelden.


zondag 1 september 2019

Bizarre geschiedenissen tijdens de vakantie


Mijn vakantie zit erop en ik ben alweer een weekje aan het werk. Toch kijk ik nog even terug op de vakantie. Net zozeer op die mooie tijd, zoals hierboven op een blokart maar door weer een paar boeken aan te bevelen. Want hoe spannend ook is wat we doen, de spannendste verhalen lees je natuurlijk in boeken.  Hoewel ik altijd wel lees, zorgt de vakantie er altijd wel voor dat ik een gat sla in mijn voorraad te lezen boeken. Naast een paar romans (Aanrader: Heilige Rita van Wieringa) en wat vakliteratuur (afknapper: The game van Baricco) vooral veel bizarre geschiedenissen.  Want als u me al een tijdje volgt, weet u dat ik daar van hou. De geschiedenis herbergt altijd bijzondere verhalen. Ik neem u mee langs vier aanraders. 

Laatste getuige door Frank Krake
Dit boek stond al een tijdje op mijn verlanglijstje. Het is geschreven door Frank Krake die ik nog kende van die andere bizarre geschiedenis over Menthol, de eerste 'zwarte' man in Hengelo. De laatste getuige vertelt de oorlogsgeschiedenis van Wim Aloserij. Wim Aloserij overleefde drie concentratiekampen en de scheepsramp met Arcona aan het eind van de oorlog. Wim Aloserij is eigenlijk een hele gewone Nederlander.  Hij heeft alleen de pech dat hij moet deelnemen aan de 'arbeitseinsatz'. Dat doet hij maar ma verloop van tijd vlucht hij hier uit weg. Dan begint een leven van onderduiken, gepakt worden en kampleven. Frank Krake laat beeldend zien hoe Wim zich staande hield. Hoe hij wist te overleven en hoe hij ongelofelijk vaak door het oog van de naald glipte. Maar ook een verhaal over hoe Wim Aloserij zijn eigen leven eerst moest organiseren om vervolgens ook anderen te kunnen helpen. Het is bijzonder om te zien hoe Aloserij toch veel van zijn waardigheid en normen wist te handhaven. Aloserij overleed kort na het verschijnen van het boek. Frank Krake is een meester in dit soort boeken: veel illustratiemateriaal en een schrijfstijl die echt heel lekker leest. 

Lutine door Martin Hendriksma
De Lutine is een Engels schip dat in 1799 zonk voor de kust van Terschelling.  Een zeer toepasselijk boek om te lezen als je daar op vakantie bent. De Lutine was een Engels oorlogsschip maar werd eenmalig ingezet voor het vervoer van heel veel goud en zilver. Het goud en zilver was bedoeld om de Hamburgse en Duitse economie te stutten die in een enorme financiële crisis terecht was gekomen. Vergelijkbaar met onze financiële crisis een kleine tien jaar geleden. Het schip loopt op onverklaarbare wijze op een zandplaat en alle bemanningsleden (op één na) komen om het leven. Martin Hendriksma maakte een reconstructie van de reis maar vooral van alle pogingen om het goud weer terug te vinden van het schip. Poging na poging mislukt. Slecht mondjesmaat wordt het goud teruggevonden. Fantastische bizarre geschiedenis met excellent archief- en speurwerk van Hendriksma. Stap voor stap ontrafelt hij het mysterie. Of hij het oplost? Dat verklap ik niet. 

Arnold Douwes, jodenredder door Johannes Houwink ten Cate en Bob Moore
Een andere geschiedenis over de Tweede Wereld 
Oorlog is die van verzetsman Arnold Douwes. Douwes woonde enige tijd in Nieuwlande  (Drenthe) en leidde daar min of meer de onderduik van honderden joden. Douwes werd daar tijdens zijn leven al voor onderscheiden voor met de Yad Vashem-onderscheiding. Maar Douwes zorgde er ook voor dat heel het dorp Nieuwlande werd onderscheiden met die eer. Het enige dorp dat ooit die onderscheiding kreeg.

Douwes hield gedurende zijn verzetstijd een dagboek bij. Levensgevaarlijk maar hij begroef na het schrijven telkens zijn bladen en deze zijn na de oorlog opgegraven. Douwes laat een beeld zien van hoe een heel dorp meehelpt, hoe het verzet zorgt voor distributiekaarten, hoe boeren helpen met voedsel, hoe de politie waarschuwt als er onraad of acties dreigen en hoe de dominee mensen oproept om vooral mee te doen. Elke keer krijgt Douwes weer nieuwe verzoeken voor onderduikers en telkens luidt zijn antwoord: 'laat maar komen'. Als de invasie van de geallieerden dichterbij kimt gaat het mis. Er zijn zoveel Duitsers en NSB'ers die naar het noorden vluchten dat het wel een keer mis moest gaan. Douwes reist onvermoeibaar rond, slaapt de helft van het jaar in hooibergen of onder de grond en moet ondertussen dealen met onderduikers die het niet kunnen vinden met de mensen die hen onderdak bieden of vind versa. net als het boek van Wim Aloserij laat het zien met welk ondernemerschap mensen wisten te overleven. Het boek van Douwes is uniek in zijn soort. Er zijn nauwelijks dagboeken van mensen bekend die onderduikers faciliteerde. Het boek zelf zet zij op één lijn met het dagboek van Anne Frank. Zelf drong bij mij vooral de vergelijking op met het dagboek van Philip Mechanicus die gedurende een jaar een dagboek bijhield van het kampleven in Westerbork. 

Vrijwillig naar Auschwitz door Jack Fairweather
De titel triggert je gelijk: vrijwillig naar Auschwitz? Ja, inderdaad. De pool Witold Pilecki besluit om zich in september 1940 op te laten pakken en op te laten sluiten in Auschwitz. Pilecki was voor de oorlog een kleine herenboer en vocht als officier in het Poolse leger toen de de Duitser met overmacht Polen binnenvielen in 1939. Hij sluit zich aan bij het Poolse verzet. Het kamp Auschwitz wordt dan al snel opgezet en het verzet wil graag van binnenuit informatie over wat er in het kamp gebeurt. Pilecki wordt min of meer als vrijwilliger aangewezen.

Auschwitz is in september 1940 nog een werkkamp. In die zin dat mensen zich er letterlijk doodwerken. Het regime is barbaars maar vooral nog een kamp voor Poolse mensen. Het is dan nog niet het vernietigingskamp dat wij kennen. Pilecki verblijft tot 1943 in het kamp en laat zien hoe langzaam het karakter van het kamp verandert. Hoe experimenten worden uitgevoerd in ziekenbarakken en hoe de eerste gaskamers worden uitgetest. En hoe vervolgens een tweede veel groter kamp wordt gebouwd en hoe transporten vanuit vele plekken uit Europa met Joden op gang komen. Ook de bekende trein uit Westerbork komt voorbij.

Pilecki weet vanuit het kamp het interne verzet te organiseren, weet informatie door te spelen nar geallieerden en verzoekt meerdere malen om bombardementen op het kamp. Fairweather laat zien hoe de geallieerden een groter machtsspel spelen waarin de algehele bevrijding centraal staat en hoe Stalin beloofd wordt dat hij Oost-Europa mag gaan beheersen. Wat ook direct gebeurt na de bevrijding van Polen.

Pilecki weet in 1943 zelf uit het kamp te ontsnappen - na 10 andere vluchtpogingen voor anderen te hebben georganiseerd - en zet zich tot het eind in om het kamp Auschwitz met verzetstrijders aan te vallen. Telkens krijgt hij nul op het rekest. Na de oorlog wordt Pilecki opgepakt door het communistische regime en ter dood veroordeeld voor hoogverraad. Hij weigerde te dansen naar de pijpen van de communistische overheerser.

Pas na de val van de muur komen de notities van Pilecki, die gelukkig zijn bewaard, beschikbaar en zijn dan 60-jarige zoon leest dan voor het eerst wat zijn vader allemaal heeft meegemaakt. Fairweather maakt op basis hiervan een meer dan indrukwekkend boek.

Terug naar het gewone leven
Ik pak de draad weer op en ga me weer inzetten voor bibliotheken. Dat kan klein en onbeduidend lijken als je de bovenstaande geschiedenissen leest. Natuurlijk zetten wij ons - gelukkig - niet meer met gevaar voor eigen leven in. Maar bibliotheken hebben wel degelijk een belangrijke rol om mensen bewust te maken en te helpen zichzelf goed te informeren. Het maatschappelijk debat organiseren en zorgen dat verschillende groepen in de samenleving elkaar blijven zien en elkaar ook blijven verstaan. Mensen gelijke kansen geven en zorgen dat ze regie kunnen houden over hun eigen leven. Nou, dat noem ik zeker niet niks! The war on ignorance, noemde ik het ooit. Moedig voorwaarts met dat bovengronds verzet!