zondag 15 januari 2023

Ik liet mijn beleidplan door een tekstrobot maken

Een goede vriendin stuurde me een artikel uit De Tubantia, het ging over drie docenten die een tekstrobot uittesten. En de vraag was natuurlijk: wat betekent die tekstrobot voor werkstukken op school? Want als je opgeeft dat je graag een opstel wilt over kernenergie waarbij zowel argumenten voor als tegen worden gegeven dan schrijft de robot die voor jou. 

De robot waar het over gaat is ChatGPT van het bedrijf OpenAI. Het is kunstmatige intelligentie, ook wel AI of artificial intelligence genoemd. De robot schrijft dus jouw verzoek teksten. Futuroloog Jarno Duursma wees me er vorig jaar bij BibliotheekPlaza voor het eerst op. Nu ik het steeds vaker om me heen zie, besloot ik het zelf eens uit te testen. 

En zoals ik vroeger wel eens gezwendeld heb met een werkstuk, dacht ik dat nu maar eens te doen met mijn echte werk. En dus zette ik de robot aan het werk om voor mij een beleidsplan voor een bibliotheek te maken.

Ik ging dus naar de maker van deze AI-software OpenAI en maakte een account aan. En waar begin je bij een beleidsplan? Precies, wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen voor de bibliotheek!

En dus stelde ik de vraag: 'Wat zijn de vijf belangrijkste ontwikkelingen in openbare bibliotheken in Nederland? Beschrijf ze alle vijf met ongeveer 100 woorden.' 

De hieronder geplaatste tekst is dus niet van mij maar van de kunstmatige intelligentie van ChatGPT. De afbeelding die erbij zitten zijn ook met kunstmatige intelligentie gecreëerd via de AI-software Dall-E, ook van OpenAI. 

De vijf belangrijkste ontwikkelingen bij Openbare Bibliotheken volgens ChatGTP

1. Digitale ontsluiting

Openbare bibliotheken in Nederland ondergaan een digitale transformatie. Er worden verschillende digitale middelen aangeboden om de bibliotheek beter toegankelijk te maken voor de gebruikers. Bibliotheken bieden online catalogi, e-boeken, online databases en andere digitale middelen aan. Ook is er meer koppeling met sociale media en andere digitale platforms zoals YouTube en Spotify. 

2. Fysieke verbouwing

Openbare bibliotheken zijn steeds meer gericht op het creëren van een aangename en comfortabele ruimte. Er worden steeds meer comfortabele zitmogelijkheden aangeboden, waardoor het bezoekers aantrekkelijker maken. Ook worden er verschillende ruimtes gecreëerd, waar bezoekers kunnen werken, lezen, studeren, of gewoon rustig kunnen zitten. 

3. Programmeren en activiteiten 

Openbare bibliotheken bieden ook verschillende programma's aan, waardoor bezoekers meer kennis en informatie kunnen opdoen. Er worden bijvoorbeeld lezingen gehouden, workshops georganiseerd en er worden verschillende soorten activiteiten aangeboden. Deze programma's zijn bedoeld om de bezoekers te inspireren en te helpen bij hun persoonlijke groei. 

4. Collectieversterking 

Er wordt steeds meer gedaan om de collectie binnen openbare bibliotheken te versterken. Er wordt meer geïnvesteerd in het kopen van nieuwe boeken, maar ook in het digitaliseren van bestaande boeken. Daarnaast wordt er ook meer geïnvesteerd in het aanbieden van e-boeken en andere digitale middelen. 


5. Samenwerking 

Openbare bibliotheken staan in Nederland steeds meer open voor de samenwerking met andere organisaties. Er worden steeds meer samenwerkingsverbanden aangegaan met andere organisaties zoals bedrijven, onderwijsinstellingen en culturele instellingen. Dit zorgt ervoor dat openbare bibliotheken nog beter kunnen voldoen aan de behoeftes van de gebruikers.

---einde tekst ChatGPT

Van ontwikkelingen naar een meerjarenplan...

Okee, tot zover de aanzet van ChatGPT van de ontwikkelingen. Niet onaardig moet ik zeggen. Als een journalist met dit lijstje was gekomen hadden we gezegd dat hij of zij het aardig had samengevat. Een wethouder of  lid van de raad van toezicht zou hier ook prima mee weg komen. Het kan natuurlijk wel wat scherper want de hoofdlijnen van het bibliotheekconvenant en de netwerkagenda missen maar de hoofdlijn zit er wel degelijk in.  

Ik besloot een stap verder te gaan. Van bovenstaande ontwikkelingen naar een meerjarenplan. Dus ik stelde de vraag: 

'Schrijf een meerjarenplan voor een openbare bibliotheek in Nederland'

Ik geef toe, de vraag was niet heel specifiek. Ik vroeg niet om tien speerpunten of iets dergelijks. Maar hieronder het antwoord.

Het meerjarenplan voor een openbare bibliotheek volgens ChatGTP

Jaar 1 

Inventarisatie van de huidige situatie. Hierbij zal onder andere gekeken worden naar de huidige bezetting, het aantal bezoekers, de verkoopcijfers van boeken en de gebruikte technologie.

Jaar 2 

Aanpassing van de bibliotheek aan de huidige eisen. Hierbij zal gekeken worden naar de inrichting van de bibliotheek, de aanwezige technologie en de diversiteit van het aanbod.

Jaar 3

Verbetering van de technologische infrastructuur. Hierbij zal gekeken worden naar de aanschaf van nieuwe computers, tablets en e-readers. Daarnaast zal er gekeken worden naar de mogelijkheid om boeken digitaal aan te bieden.

Jaar 4 

Versterking van de relatie met de gemeenschap. Hierbij zal gekeken worden naar de mogelijkheid om activiteiten te organiseren, zoals lezingen, workshops en cursussen. Daarnaast zal er gekeken worden naar de mogelijkheid om samen te werken met lokale organisaties.

Jaar 5 

Evaluatie en bijstelling van het meerjarenplan. Hierbij zal gekeken worden naar de resultaten van de voorgaande jaren en naar de mogelijkheid om het meerjarenplan aan te passen aan de huidige situatie.

Houd er rekening mee dat deze meerjarenplan is een voorbeeld, en het is aan te raden dat je het aanpast aan de specifieke situatie van de bibliotheek. Dit plan is ook geen vervanging voor professioneel advies.

---einde tekst ChatGPT

Van meerjarenplan naar productontwikkeling
Nou, ik denk dat u net als ik even hebt zitten lachen bij deze uitkomst. Nu moet gezegd dat de vesrsie waar je open mee kunt werken beperkt is in de omvang van de tekst tot 4.000 tekens. Maar dan nog, dit is toch wel heel algemeen. Overigens ken ik subsidieaanvragen (natuurlijk niet die van mij :-) die wel eens op dit niveau zijn geformuleerd en ook nog werden toegekend met duizenden euro's. 

Ik besloot nog een stap verder te gaan. Het bedrijf dat ChatGTP en Dall-e maakt heeft ook nog een brainstormmodule die DaVinci heet. En omdat het meerjarenplan wat de algemeen bleef, besloot ik de AI-software de volgende vraag te stellen:

'Geef nieuwe producten voor openbare bibliotheken en geef een toelichting van maximaal honderd woorden per idee.'  

Ik hoor u denken: 'nee, dat kan de robot niet'. Ja, de computer deed het. En dit kwam er uit.

Nieuwe producten voor openbare bibliotheken volgens DaVinci

1. Digitale Bibliotheek 
Een online platform waar mensen kunnen zoeken naar boeken, audio- en videomateriaal en andere informatiebronnen die door bibliotheken worden aangeboden. Het zou gemakkelijk gebruikers moeten toelaten om op het systeem te zoeken, items uit te lenen of direct te downloaden. 

2. Vergaderzalenfaciliteit 
Deze faciliteit zou bibliotheken helpen om inkomsten te genereren van vergaderingverhuur voor lokale organisaties, bedrijven en instellingen die hun ruimtes nodig hebben voor verschillende evenementtypes. 


3. Multimedia-lab 
Dit lab zou computers met internettoegang bevatten alsook multimedia-apparatuur voor video-, audiobewerking en -productie, 3D-modellering etc., wat studentengroepjes in staat zou stellen om samenzijn project toe afmaken met behulp van professionele tools beschikbaar in bibliotheken. 

4. Online cursussen 
Door online cursussen aan te biedingen via eLearningplatforms of webinars kan de openbare bibliotheek gebruikers onderwijzen over alle aspectenv an informatieveleiding . Hierdoor kunnenn ze hun vaardigheden verbeteren op het gebied van research , mediaproductie enzovoorts.

---einde tekst ChatGPT

Dag bibliothecaris en dag beleidsadviseur?
Deze bovenstaande vier ideeën zijn misschien niet heel baanbrekend maar wel allemaal relevant. Dit lijstje had een voorstel van een lokale politieke partij bij eventuele bezuinigingen kunnen zijn. En het aardige is hoe snel zo'n lijstje met ideeën redelijk consistent is met alle stappen die ervoor zijn gezet.

Belangrijk is ook hoe specifiek je de vraag stelt. Hoe specifieker je vraagt (ik wil zoveel punten, zoveel woorden en in deze vorm), hoe beter het wordt. Je kunt vragen om vijf, tien  of twintig nieuwe ideeën voor bibliotheekwerk vragen. Telkens levert dat andere en nieuwe ideeën. Wie om meer ideeën vraagt krijgt voorstellen op een steeds dieper detailniveau.  

Zo vroeg ik bijvoorbeeld nog aan de robot twee redenen waarom een openbare bibliotheek gesloten zou moeten worden. Antwoord: gebrek aan overheidsmiddelen of ingehaald door de technologie. En ik vroeg wat twee redenen waren om meer geld aan de openbare bibliotheken te geven. Antwoord: Met meer geld kunnen er meer educatieve programma's worden uitgevoerd die kinderen en volwassenen meer kansen geven en met meer geld kunnen met name mensen met minder geld of die lijden onder sociale uitsluiting meer kansen kunnen krijgen. En zo ging ik nog even door.... Licht verslavend inderdaad zoals zoeken op internet dat in het begon ook was.

Je kunt de tekstrobot van alles laten schrijven, van liefdesbrief, tot een gedicht of opstel. Ik kan me wel voorstellen dat docenten zich zorgen maken. Want de manier waarop je tekstrobot vragen stelt, is exact hetzelfde als hoe je op een middelbare school een opdracht geeft.  Zelfs vond ik de robot die op jouw verzoek beelden maakt erg leuk.  Daar ga ik denk in nog vaker gebruik van maken. 

Is het werk van de bibliothecaris, docent of de beleidsadviseur dus eindig?  Nee, elke nieuwe stap in technologie levert nieuwe mogelijkheden op waar je gebruik van kunt maken en levert ook weer mensen op die hulp nodig hebben in het gebruik. Binnen bibliotheken is dit denk ik heel interessant voor collega's die met het voortgezet onderwijs werken. Maar reken maar dat dit technologie is die razendsnel ook andere groepen gaat bereiken.  

In mijn vorige blog haalde ik aan welke weg wij al hebben afgelegd met internet. Die weg is dus nog lang niet ten einde. We leerden mailen, we leerden internetten, we leerden omgaan met sociale media.  De trein van digitalisering dendert door. Dat bibliotheken zich druk maken over AI is dus niet zo gek. De AI-parade trekt nog immer door het land en wie er meer over wil weten of wil weten waar die parade nu is, kan terecht bij de agenda van de AI-coalitie.   En als je zelf ChatGPT wil gebruiken, begin dan eens bij deze instructiepagina, daar heb ik veel aan gehad. 

Tot slot liet ik ChatGPT nog één ding doen: een gedicht maken. En dan een gedicht waar ikzelf in voor zou komen. Ik deel het graag. 


Mark reisde ver weg. Op de trein, zijn nieuwe pad. Deze digitale trein dendert door en mijn hart klopt in mijn keel voor een avontuur dat begint.  Ik wens u weer een fijne dag en tot een volgend blog.

donderdag 12 januari 2023

Welkom op het internet: van 1998 naar 2023

Ik stond af te wassen met mijn jongste dochter. Nou ja, jong, ook zestien inmiddels. Haar spotify-playlist was aangezet als afwasmuziek. En terwijl de borden en bekers passeerden kwam bovenstaande nummer van Bo Burnham voorbij. Mijn dochter had de Amerikaanse cabaretier ontdekt via zijn Netflixserie Inside tijdens de coronacrisis. 

Luister het nummer maar eens af. Het is in een paar minuten tijd wat internet van onze samenleving gemaakt heeft. Een grote zegen maar evenzeer een monster. 

Burnham zingt:
'Could I interest you in everything?
All of the time?
A little bit of everything
All of the time
Apathy's a tragedy
And boredom is a crime
Anything and everything
All of the time'

Verveling is een misdaad... dat is toch een rake typering. 

In zijn lied gaat hij terug naar 1999 als startpunt van internet. Toen zat ik zelf overigens er toch al een paar jaar op. Ik zat op voorlopers van internet in 1994 en 1995. En toen ik overstapte in 1998 naar de Overijsselse Bibliotheek Dienst was mijn eerste klus om in alle vestigingen internet aan te leggen, internet-pc's te installeren en cursussen te geven. Een mooie tijd met veel pionieren. 

Een man die mij nog les had gegeven op de Bibliotheekacademie was Jeroen Teelen. Hij ging in 1996 bij Teleac aan de slag om heel Nederland uit te leggen hoe internet werkte. Kijk dit nog eens terug. Voor wie wat ouder is, zal het toch enige nostalgie oproepen. Wie jonger is, zal zich rot lachen om hoe ingewikkeld en technisch het toen was. 


1996 versus 2023. Van internet alleen op een pc met een telefoonlijn naar internet op zo ongeveer alle 'slimme' apparaten in ons huis. De rol van de bibliotheek is eigenlijk niet eens zo heel veel veranderd. Ik kan mij herinneren dat er ergens aan het begin van het millennium eens een onderzoek is geweest hoe mensen hadden leren internetten. Ruim 10% van alle Nederlanders bleek dat geleerd te hebben in de bibliotheek. 

25 jaar internet in de bibliotheek
In veel Overijsselse bibliotheken installeerde ik zelf in 1998 het internet. In die vestigingen, en ik vermoed dat het er ook vele zijn buiten Overijssel, vieren we dus 25 jaar internet. Hele hordes bibliothecarissen gingen op cursus internet en toen social media opkwam, kwam daar de cursus 23dingen bij van Rob Coers. Overigens is dit weblog nog steeds een uitvloeisel van die cursus.

Non-fictie-collecties hadden te lijden onder het internet, informatie was steeds vaker buiten de bibliotheek te vinden. Voor een uittreksel hoefde je niet meer naar de uittrekselkast. Voor informatie voor je werkstuk, kon je plotseling overal en altijd terecht bij Google.

Ondertussen is internet zo dominant geworden dat TikTok of een ander platform binnen enkele seconden van ons een profiel heeft aangemaakt en ons binnen dat algoritme blijft voeren. Kinderen die meer dan tien uur per dag actief zijn op hun smartphone zijn geen uitzondering. 

En bibliotheken? Die blijken in al dat geweld steeds meer van belang. Nog steeds om te leren over het omgaan met een steeds diverser internetlandschap. En steeds vaker als studieplek om de afleiding van het zuigende scherm uit te schakelen. 

Het internet is een blijvertje gebleken. Maar dat voorspelde Joop van Zijl in 1996 al bij het jaaroverzicht. In een interview gaf hij toe dat hij er eigenlijk helemaal niks van af wist. "Ik snapte er helemaal niets van. Collega Peer Ulijn had deze tekst voor mij geschreven. Achteraf is dat inderdaad wel komisch." 


Maar mocht u dus nog niets te vieren hebben dit jaar, dan is 25 jaar internet in uw bibliotheek vast reden voor een klein feestje of een reden om eens terug te blikken. 

En bedenk nog even: wat deden wij eigenlijk toen we twee jaar oud waren? Hoe redde je het zonder iPad? 

Verveling is inderdaad een misdaad geworden.

zondag 8 januari 2023

Wij plunderen onze kleinkinderen en waarom we cultuur nodig hebben om leven te geven aan onze levens

Zo, hierbij weer de eerste post van 2023. Mag ik u nog een gelukkig nieuwjaar wensen? Hierbij dan! We eindigden vorig jaar met mooie woorden van de conciërge van het bibliotheekwerk. Met een goed gevoel gingen we onder de kerstboom. Maar daar ga ik u nu toch echter onder vandaan halen. Want er is werk aan de winkel. En flink ook. Dus hup, aan de slag en begin met dit artikel zou ik zeggen. 

En om de toon maar even te zetten, lees even dit citaat. Het eindigt ermee dat u uw eigen kleinkinderen aan het bestelen bent dus bereid u maar vast voor. Vertel ik u later meer.

'Geachte aanwezigen, misschien had u verwacht dat ik over Indonesië zou praten of Congo, twee landen waarin ik mijn jaren heb verdiept en die mij zoveel hebben geleerd. Misschien ha u gehoopt dat ik over het kolonialisme zou praten en over welke schuld en verantwoordelijkheid wij daarvoor dragen. Welaan dan, ja, dat is wat ik wil doen. Laat ons vandaag over kolonialisme praten, laat het ons hebben over schuld en verantwoordelijkheid. Laat het ons hebben over de rol van het Westen. Maar niet enkel achteruitblikkend. Want zelfs als we met het kolonialisme uit het verleden ooit helemaal in het reine zijn gekomen, hebben we nog steeds niets gedaan aan de dramatische manier waarop we nu de toekomst koloniseren. De mensheid palmt de komende eeuw in met dezelfde meedogenloosheid, dezelfde hebzucht en dezelfde kortzichtigheid waarmee in vroeger tijden werelddelen werden toegeëigend. Kolonialisme is niet langer iets territoriaals maar iets temporeels geworden; het ergste ligt wellicht niet achter ons, maar vóór ons. Wij gedragen ons als de kolonisatoren van de toekomstige generaties. Wij ontnemen hun hun vrijheid, hun gezondheid, misschien zelfs hun leven - net zoals kolonialen in het verleden deden. We zadelen de mensen na ons op met onszelf en we doen dat met een brutaliteit en onverschilligheid die doen duizelen. Wij doen als zij er niet zijn, alsof hun lang het onze is, alsof hun wereld leeg is, alsof wij zomaar mogen graaien in de daar voorradige grondstoffen - drinkbaar water, vruchtbare grond, gezonde lucht - er niet aan denkend dat zij die grondstoffen misschien ook nodig zullen hebben. Wij plunderen onze kleinkinderen, wij bestelen onze kinderen, wij vergiftigen onze kroost.'
In de kerstvakantie las ik het boekje 'De kolonisatie van de toekomst' van David van Reybrouck. Het boekje telt slechts 51 pagina's tekst maar elk van die pagina's is even indringend als bovenstaande tekst. Het is de tekst die is uitgesproken bij de Huizinga-lezing in december 2021.  Van Reybrouck kent u waarschijnlijk als de historicus die met 'Congo' en met 'Revolusi' de koloniale verledens van zowel België als Nederland magistraal beschreef. Minder bekend is dat Van Reybrouck zich ook inzet voor vormen van politieke vernieuwing. Hij schreef daarover de boeken met de prikkelende titels 'Pleidooi voor populisme' en 'Tegen verkiezingen'. In beide titels gaat hij in op hoe burgers weer beter betrokken kunnen bij de politiek. En in zijn boekje 'Vrede kun je leren' dat hij schreef na de aanslagen in Bataclan, zoekt hij samen met Thomas D'Ansembourg naar hoe methoden voor wederzijds begrip beter ingebed kunnen worden in onze samenleving. Van Reybrouck behoort met die laatste titels voor mij tot iemand die zoekt naar oplossingen voor bijna onmogelijke opgaven in onze samenleving. 

En dit keer schreef hij dus hoe onze generaties zich als koloniaal gedragen ten opzichte van onze volgende generaties. 

Tussen individuele en gezamenlijke verantwoordelijkheid

Maar kunt u het verhaal van Van Reybrouck ontkrachten? Nee, we weten allemaal dat Van Reybrouck gelijk heeft. Ook Claudia de Breij ging in haar oudejaarsconference in op de excuses die mensen boven de dertig nu al moeten maken naar mensen onder de dertig omdat ze de aarde in slechte staat gaan achterlaten en de schuld doorschuiven naar volgende generaties. Een schuld die steeds verder oploopt.

En sommigen van ons doen dappere pogingen: vliegen niet meer, eten geen vlees, rijden geen auto, en ontzeggen zichzelf veel. Anderen zeggen: ja, maar een keer vliegen moet toch nog kunnen en zonder auto kunnen we toch niet? De ruimte die ene burger wint voor het klimaat door zijn of haar goede gedrag wordt door een andere burger straffeloos weer ingepikt. Winst voor het milieu: per saldo nul.

Van Reybrouck gaat in zijn boek dan ook in op vier mogelijke oplossingen voor de klimaatcrisis, het thema dat de komende decennia een allesbepalende rol zal spelen op de politieke agenda. En geloof me we gaan ons in de komende decennia nog heel vaak afvragen waarom we niet eerder gehandeld hebben. Van Reybrouck geeft aan dat we leven aan de vooravond van een klimaatcatastrofe. 

Burgerberaad en 'Carbo'-rechten

De vier oplossingen die Van Reybrouck aandraagt, gaan in de kern allemaal over hoe dit probleem moet verplaatsen van een individuele naar een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Niet één burger moet wat doen maar een heel land. Niet één land moet wat doen maar álle landen. Hij hekelt daarbij hoe de politiek - die juist gekozen wordt om goede beslissingen te nemen - om electorale redenen telkens die goede beslissingen uitstelt.  

Drie van de vier oplossingen gaan over het creëren van gezamenlijke verantwoordelijkheid. Hij pleit voor een wereldwijd en bindend burgerberaad dat jaarlijks zou moeten plaatsvinden. Hij verwacht dat gelote burgers in staat zijn om met elkaar in staat zijn keuzes te maken die politici niet durven te nemen. En daar zijn eerlijk gezegd redelijk wat goede voorbeelden van. En hij wil dat niet alleen op nationaal niveau maar ook op globaal niveau. De derde oplossing is dat hij aangeeft dat er - wereldwijd - geïndividualiseerde 'carbo'-rechten moeten komen. Geen rechten om CO2 of andere giftige stoffen uit te stoten maar rechten om fossiele brandstoffen te gebruiken. Het voert te ver om exact uit te leggen hoe hij dit voorstaat maar hij zet daarbij een aanzet neer die burgers bevoordeelt ten opzichte van bedrijven en die arme landen kan bevoordelen ten opzichte van rijke landen. 

Burgerlijke ongehoorzaamheid

Het vierde voorstel van hem is, zoals hij zelf zegt, grimmiger. Hij vraagt zich namelijk af of de politiek het wel aandurft om de eerste drie acties in gang te zetten. Er komt een punt waarop de houding van politici en het vooruitschuiven van het probleem niet langer houdbaar wordt. Hoe lang mag je mee blijven werken aan je eigen ondergang? De politiek heeft in de afgelopen decennia een grote nalatigheid laten zien: zie de stikstofcrisis, zie de gascrisis of het wankele beleid rond Schiphol en vliegen. Zolang bedrijven belangrijker zijn dan burgers, zal economie boven leefbaarheid gaan. Van Reybrouck zegt dat het punt dat burgers ongehoorzaam moeten worden wel eens dichterbij ligt dan we denken. Hij stelt dan ook voor om - in dat geval - een beweging op te zetten waarbij burgers eisen een deel van hun belasting terug te geven omdat deze alleen wordt gebruik voor beleid dat afbreuk doet aan de aarde. Er is zelfs al een rekenformule voor die wereldwijd gebruikt wordt.

In het interview na afloop van zijn lezing geeft hij aan dat hij graag de eerste is die de overheid wil aanspreken op deze manier en dat het nodig is om die acties nu al voor te bereiden. Het zijn harde woorden van iemand die zich eigenlijk continue inzet om polarisatie tegen te gaan.   

Wat kunnen we doen?

Ik ben, net als Van Reybrouck, geen activist maar ik heb wel kinderen. En ik herken wat Van Reybrouck zegt en hoe ik met mijn gedrag de vrijheid van mijn kinderen beperk. En ja, ik worstel daarmee. Ik zie ook hoe onze samenleving nog steeds uitgaat van een eeuwigdurende groei van consumptie: ja, we leggen zonnepanelen op ons dak maar nemen tegelijkertijd een airco. Poetin was in die zin met zijn verschrikkelijke oorlog de eerste die Nederlanders massaal hun verwarming lager liet zetten. Daar gingen we in één keer van individuele naar gezamenlijke verantwoordelijkheid. Maar wel via ieders eigen eigen portemonnee. Het toont aan hoe diep ons economische systeem zit en hoe ingewikkeld dat deze verandering maakt. 

Van Van Reybrouck naar Uslu

Toevallig of niet, de Huizinga-lezing van 2022, werd gedaan door Gunay Uslu, onze staatssecretaris met zo'n groot hart voor bibliotheken. Haar lezing ging over de culturele waardering in Nederland.  En daar klonk een heel ander geluid dan het ongemakkelijke verhaal van Van Reybrouck een jaar eerder. Haar titel: Cultuur geeft leven aan onze levens. In haar lezing gaf ze vier voorbeelden van wegbereiders voor de liefde voor kunst en cultuur. Om deze vervolgens te verbinden aan de grote vraagstukken van deze tijd:

'Terwijl Oekraïne strijdt en lijdt, verandert er veel in de wereld. Naast een oorlog in onze achtertuin, de geopolitieke verschuivingen die plaatsvinden, vragen het klimaatprobleem, het energievraagstuk, en toenemende tegenstellingen onze aandacht. In steeds meer landen.

Angela Merkel zei over de grote, ingewikkelde uitdagingen van onze tijd eens dat we de antwoorden alleen kunnen vinden als we door de ogen van een ander naar de wereld kijken. Laat dat nu precies zijn waartoe cultuur in staat is! Je verplaatsen in een ander. Dat verbindt! En het is juist deze verbindende kracht waar deze tijd om schreeuwt. Verbinding door kunst en cultuur, zonder groepen en individuen buiten te sluiten, zoals we in het verleden te vaak hebben gezien. Zonder claims, wij-zij-denken, of welke vorm van uitsluiting dan ook. Laat die tijd geschiedenis zijn.

Want waar toe-eigening anderen uitsluit, verliest cultuur haar verbindende kracht. En als de verbindende kracht afneemt, wordt het moeilijker om vooruit te blijven gaan. Als mens, als samenleving.'

Inderdaad een heel ander geluid. Sommigen zullen zelfs zeggen dat het recht tegenover het verhaal van Van Reybrouck staat. Sommigen zullen Uslu naïviteit verwijten want zijn het niet de economie en het geld die alles bepalen?  

Harde keuzes vragen om zachte krachten
Ik denk juist dat het heel erg bij elkaar hoort. Wie harde keuzes moet maken, heeft zachte krachten nodig. Geen grote beslissingen zonder begrip, respect en draagvlak. En dan is de kracht om je te verplaatsen in een ander en om wegen naar elkaar te vinden onontbeerlijk. Polarisatie stelt grote beslissingen uit. Begrip kan grote beslissingen versnellen. Dan konden kunst en cultuur nog wel eens bitter hard nodig zijn. Ik vind het een mooi antwoord op de verbinding en gezamenlijkheid en verantwoordelijkheid waar Van Reybrouck om vraagt. Dus bibliotheken, er is werk te doen! U hebt een taak. 

Overigens zegt ze over bibliotheken in die zelfde lezing:
'Ik zie wat betreft toegankelijkheid een sleutelrol weggelegd voor de bibliotheek. Eén van de meest democratische plekken die er is. Mensen noemen de bieb wel eens de hemel of het toonbeeld van vrijheid. Het is een plek die je horizon verbreedt. Je leent er niet alleen boeken. Bibliotheken zijn bij uitstek locaties waar mensen cultureel ontwaken en cultureel volwassen kunnen worden. Het zijn plekken waar mensen groeien, leren, oefenen, of juist even de stilte opzoeken. Plekken waar je je wereld vergroot, door een ontmoeting met een dorps- of stadsgenoot die je nog niet kende.'
Bibliotheken als schakel in een veel breder verband. Van volksverheffers naar wereldverbeteraars.

Terugluisteren of teruglezen

Zelf nog een terugluisteren of lezen? De lezing van Van Reybrouck is ook opgenomen en in één uur en twintig minuten hebt u dan ook het hele verhaal.

De speech van Uslu heb ik niet opgenomen gevonden maar de tekst is wel integraal terug te vinden op de deze site. 

Terecht ongemak en liefde om het tegemoet te treden

Het boekje van Van Reybrouck bevat 51 pagina's terecht ongemak. Ongemak waar we met zijn allen een weg in moeten vinden. Het zijn niet alleen de boeren, het zijn niet alleen de Schiphols of de vieze bedrijven. Dit gaat over ons allemaal. Moeten we dus goede voornemens hebben? Zeker, een ieder die toekomstige generaties lief heeft, weet dat we nu wat te doen hebben. Uslu geeft met haar lezing je een manier om het met liefde tegemoet te treden en om kunst en cultuur in te zetten om opnieuw naar de werkelijkheid te kijken, te verbinden en te overbruggen. 

Gelukkig nieuwjaar, het wordt een jaar met een opgave!

vrijdag 23 december 2022

Reizigers


Reizigers

Wij zijn reizigers in de tijd,
in de sneltrein van het leven
En iedereen beweegt
over spoor van eeuwigheid

Soms stapt eens iemand in
Soms stapt eens iemand uit
En voor even
zijn we reisgenoten van elkaar

In dit niemandsland 
tussen aankomst en vertrek
kijken we stiekem naar elkaar
en volgt soms een kort gesprek

Wij zijn reizigers in de tijd,
in de sneltrein van het leven
Met slechts de schone taak
te reizen met elkaar
en er bestemming aan te geven

Tekst en beeld: Mark Deckers

zondag 18 december 2022

Het aanstekelijke enthousiasme van bibliotheken : terugblik en vooruitblik

Sommigen noemen mij de conciërge van het bibliotheekwerk: ik ga nergens over maar ik bemoei me overal mee. Een onbezoldigde functie die ik me graag laat aanleunen.  En zoals jullie natuurlijk wel weten: na de directeur is de conciërge toch de belangrijkste functie binnen een school of organisatie. En tja, wie is de directeur van het Nederlands bibliotheekwerk? Precies... niemand. En wie houdt dus de kersttoespraak voor de hele sector? Inderdaad, de conciërge. En ach, als lokale bibliotheekdirecteur kunt u onderstaande terugblik en vooruitblik zo houden in uw eigen bibliotheek. Voeg er een paar lokale zaken aan toe en u bent klaar. Graag gedaan.

Nou, dit zal wel de laatste inhoudelijke blog zijn van dit jaar. Dus een terugblik op 2022 en een vooruitblik op 2023. Deze conciërge doet dat langs vier lijnen en met één geheim wapen. Weten wat en hoe? Lees dan verder.

Op  de eerste plaats: 2022 wordt een historisch bibliotheekjaar. Daarover zo meer. Maar weet u nog dat op deze datum vorig jaar de horeca weer gesloten werd en de niet-essentiële winkels dicht gingen? De laatste lockdown startte toen. Ik was het al weer kwijt en ik denk velen van u ook. Hoe snel we dus vergeten. Bibliotheken werden op dat moment essentieel verklaard en mochten open blijven. Ondertussen moesten alle andere culturele instellingen sluiten. 

Lijn 1: Versterking van het stelsel: naar een zorgplicht en een tijdelijke regeling

Zoals al gezegd: 2022 was een historisch bibliotheekjaar: eerst kwamen bibliotheken in het regeerakkoord. Dat gebeurde op de valreep van 2021. Daarna gingen ambtenaren aan de slag met de hoofdlijnenbrief cultuur  die in mei van dit jaar uit kwam. De apotheose kwam met Prinsjesdag in september toen duidelijk werd dat er er € 60 miljoen extra zou worden geïnvesteerd in het bibliotheekwerk. In november van dit jaar kwam meer duiding met de bibliotheekbrief. 

Na jaren van lokale bezuinigingen op bibliotheekwerk gloren er weer investeringen. Eerst via een tijdelijke regeling maar vanaf 2025 via een zorgplicht voor gemeenten (en provincies) waarbij ongeveer € 3,- per inwoner voor bibliotheekwerk erbij zal komen. De tijdelijke regeling zal vooral ingaan op herstel van gaten in het netwerk en investeringen op plekken waar dit het hardste nodig is.

Het komende jaar wordt dus een jaar waarbij we nu echt gaan starten met investeren in herstel van het netwerk en daarbij zal het naar mijn mening gaan om investeren in plekken én mensen. Bibliotheken blijken prachtige lokale voorzieningen zijn die enerzijds zich heel dicht bij de burger organiseren en die zich anderzijds landelijk kunnen manifesteren. En dat herstel is hard nodig. Het aantal vestigingen liep terug maar ook het aantal bibliothecarissen. In 2010 had het bibliotheekwerk nog 5.200 formatieplaatsen, in 2021 waren dat er nog 4.450. En dat terwijl bibliotheken meer zijn gaan doen en ruimer open gingen. Zeker, vaak met creatieve oplossingen als zelfbediening, toezicht door partners en vrijwilligers. Maar het komend jaar is het adagium dus: meer plekken met meer mensen erbij! We hebben een geweldige klus geklaard en we gaan ons voorbereiden voor een volgende stap: bouwen aan de toekomst! Want we zijn nog lang niet klaar. En dat brengt me bij lijn 2 en lijn 3. Lees dus nog even door.

Lijn 2: Leesbevordering en Bibliotheek op school: van alarmbellen naar structurele borging

Ook in 2022 gingen er weer alarmbellen af over het leesniveau van kinderen.  Maar er was ook mooi nieuws. Ook hier bleek dat er extra geld in de miljoenennota was uitgetrokken voor een extra impuls in Boekstart en Bibliotheek op school. € 12,9 miljoen in totaal.  Dit als onderdeel van het masterplan basisvaardigheden waarbij structureel € 1 miljard voor het onderwijs wordt uitgetrokken om taal en lezen, rekenen, burgerschap en digitale geletterdheid op orde te krijgen. 

2022 leverde ons dus een aanzet op maar nog niet 'hét grote leesoffensief'. Dat moet komende jaren echt uit dat masterplan Basisvaardigheden komen. Bijzonder is wel om te zien dat de Bibliotheek op school nu definitief in het pakket van Onderwijs zit en dus bij minister Wiersma en niet bij Cultuur van Uslu. Hoewel dat een kleine verschuiving lijkt, is dat een wezenlijk verschil wie kijkt naar de omvang van de cultuurbegroting (1 miljard) en die van onderwijs (40 miljard). De zakken van Wiersma zijn een stuk dieper dan die van Uslu. 

En ik verklap vast: ook in 2023 gaan de alarmbellen over het leesniveau weer af. In het voorjaar van 2023 komt het volgende Pisa-rapport. Spoiler alert: uit dat rapport gaat blijken dat Nederlandse kinderen nog slechter gaan lezen. En dat terwijl uit het vorige rapport al bleek dat 24% van de 15-jarigen in het voorportaal van de laaggeletterdheid zit.  En net als toen zal ook nu iedereen moord en brand schreeuwen. Het woord leescrisis zal opnieuw vallen en iedereen zal opnieuw zeggen dat er wat moet gebeuren. Wat gaan wij ondertussen doen? Wij bouwen rustig verder aan allianties met het onderwijs. We komen met ambities voor 100% Bibliotheek op school in het basisonderwijs en een forse ambitie in het voortgezet onderwijs. En samen met gemeenten en kinderopvang zullen we onze inspanningen voor Boekstart in de Kinderopvang verder uitbouwen. Ook daar graag 100% aanwezigheid. Meer plekken én meer mensen, ik zei het al.

Het aantal leesconsulenten die we nodig hebben, is een aandachtspunt. Waar gaan we die vinden in deze arbeidsmarkt? Kortom, ook hier investeren in mensen.

Lijn 3: Informatiepunten Digitale Overheid: van borging naar verbreding

In 2019 werden de eerste Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) geopend. Inmiddels zijn het er meer dan 600. Bibliotheken volgen de lijn dat elke vestiging eigenlijk wel een IDO kan zijn. Hartstikke mooi. Ga daarmee door. Net als dat we steeds vaker IDO's zien op plekken buiten de bibliotheek: op VO-scholen, bij sociaal werkbedrijven en soms zelfs bij Mc Donalds. Op al die plekken ondersteunt de bibliotheek

Op de valreep van 2022 werd de overheveling van de financiering van de IDO's van Rijk naar gemeenten een feit. De € 0,83 per inwoner is geborgd en voor sommige bibliotheken zal dit bedrag nog kunnen groeien richting een euro per inwoner. De landelijke samenwerking met de Koninklijke Bibliotheek en landelijke overheidspartijen is geborgd terwijl gemeenten mee gaan doen in het creëren van lokale netwerken. Dat deden ze overigens vaak al wel maar nu met een formele rol. Overigens: de IDO's zijn wettelijk geborgd in de wet Modernisering Elektronisch Verkeer. Daarin wordt gemeld dat er een IDO moet zijn in elke gemeente. Er is hier dus al een zorgplicht. In de toelichting en handreiking bij de Specifieke Uitkering voor IDO's kun je zien dat deze IDO's weer belegd moeten worden bij de bibliotheek. 

Zijn we klaar? Ook hier is het antwoord nee. Als de coronacrisis ons iets heeft geleerd, is het wel dat als de samenleving een klein beetje versneld in de digitale wereld dat er al snel veel mensen vertwijfeld achterblijven. Kortom, door blijven bouwen aan het bereik en omvang van de IDO's. We zijn op veel plekken maar er moeten nog meer burgers bereikt kunnen worden. 

Daarnaast zullen we zien dat we naast de Digitale Overheid de komende tijd ook nog wel gevraagd zullen worden als bibliotheken rond de thema's Gezondheid en Geld. Op de lange termijn is de vraag of bibliotheken dat ene loket willen zijn waar inwoners van Nederland altijd een vraag kunnen stellen. Mijn antwoord is in beginsel positief maar ik zie ook wel dat je daar nog wel wat afspraken over moet maken met elkaar. Maar kansen, die zijn er zeker? Ook hier: meer plekken, meer onderwerpen én meer mensen.

Lijn 4: Een nieuw bibliotheekconvenant

'Ons' bibliotheekconvenant loopt van 2020 - 2023. Het huidige convenant loopt dus volgend jaar af. Er moet dus een nieuwe komen. En hoewel we nog lang niet klaar zijn met de drie maatschappelijke opgaven - geletterde samenleving, participatie in de informatiesamenleving en een leven lang ontwikkelen - is er natuurlijk wel ruimte om thema's toe te voegen of zaken iets anders te rangschikken. Dat taalhuizen en IDO's niet in dezelfde lijn zitten is beleidsmatig wat onhandig bijvoorbeeld. Maar ook een nieuw thema als 'gecombineerde instellingen en multifunctionele organisaties' zou ergens een plek kunnen krijgen. Ja, denk er maar eens over na. Want een zin in het nieuwe bibliotheekconvenant betekent namelijk dat we daar de komende vier jaar met elkaar de ogen op zullen hebben. 

Dat nieuwe bibliotheekconvenant zal dus de periode omspannen waarin de zorgplicht voor gemeenten én provincies gestalte moet krijgen. Dat zal bestuurlijk dan ook het hoofdthema worden. 

En uiteindelijk ook hier: meer plekken, meer onderwerpen én meer mensen.

Het geheime wapen?

Nou, beste directeuren, volgens mij hebt u al heel veel stof voor de Nieuwjaarstoespraak. Toch mist het belangrijkste nog: het geheime wapen waarmee alles lijkt te lukken wat bibliotheken tegenwoordig doen. Voor mij is er geen groter plezier dan om te werken met bibliotheekmedewerkers en samen te kijken hoe we onze inwoners kunnen helpen. Of het nu gaat om de Belastingdienst, IDO's of Bibliotheek op school telkens kom ik vrolijke collega's tegen die zich met aanstekelijk enthousiasme inzetten. Professionals die gewoon het beste willen voor mensen die iets digitaals moeten leren, mensen die een boek willen lenen of voor kinderen die plezier in lezen moeten krijgen. Deze collega's zijn het geheim van de afgelopen jaren. Ondanks alle shit van bezuinigingen werd gewoon stoïcijns doorgewerkt of werden creatieve oplossingen bedacht. Het is deze houding van dit kleine leger aan beroepskrachten die ervoor zorgt dat lukt wat menigeen niet voor mogelijk hield. Een klein leger dat weer een groter leger van vrijwilligers motiveert. En vervolgens weer samen met allerlei partners. 

Het begint met een handvol mensen. Een handvol mensen die nog meer mensen in beweging brengen en die op hun beurt ook weer mensen in beweging krijgen. Samen vormen we zo een 'massa-ontwikkelings-wapen'. Het geheime wapen bestaat uit  leesconsulenten, informatiemedewerkers, onderwijsspecialisten, taalhuiscoördinatoren, digitaal specialisten, gastheren en -vrouwen, taalmaatjes, digitale docenten en noem maar op. 

Het is dít aanstekelijke enthousiasme dat de beste garantie is voor een mooie toekomst. Een toekomst voor jouw stad of dorp, jouw provincies of voor het het hele land. Het is bibliotheken om het even. Het is de inwoner die telt. Lokaal organiseren, landelijk manifesteren. 

Ja, deze conciërge is wel in zijn nopjes. Vier lijnen en een geheim wapen. Een bijzonder jaar achter ons en prima voorgesorteerd voor het volgende jaar.  Ach, en ik ben vast wat vergeten. Maar dat vergeeft u me vast. Ik ben ook maar de conciërge hè.  Fijne dagen allemaal.

zondag 11 december 2022

Het VVD-deltaplan, een deltaplan voor Vaardigheden, Verbeelding en Democratie


Op donderdag 8 december heeft de stichting Pluscollecties het officiële besluit genomen zichzelf per 1 januari 2023 op te heffen. Hiermee komt een eind aan ruim 50 jaar RSF-, WSF-, en Plus-bibliotheekwerk. Maar elk einde is een nieuw begin, de taken worden ondergebracht in de bestaande netwerkstructuur. Bij de opheffingsvergadering was mij gevraagd een slotrede te houden. Voor deze slotrede liet ik mij inspireren door de vele ideeën en notities van Karel Elderink, de nestor van deze functie. Meerdere aanwezigen hebben gevraagd om publicatie van deze slotrede en daar voldoe ik graag aan. Zoals gezegd: elk einde is een nieuw begin, dus tijd voor een plan. Het VVD-deltaplan! Elke overeenkomst met een politieke partij die ook nog eens een Mark als kopman heeft, berust op louter toeval en hoeft ook niet de politieke voorkeur van de schrijver te reflecteren.

Het VVD-Deltaplan

Nu wij de stap zetten om de Plus op te heffen, laten wij het verleden achter ons. Maar er ligt een toekomst voor ons! Het bibliotheekwerk zou zich dan ook moeten ook inzetten om van elke bibliotheek en eigenlijk van elke pc, iPad, smartphone of andere device een Plusbibliotheek te maken. Ons land heeft meer dan ooit behoefte aan Vaardigheden, Verbeelding en Democratie. En dus een vijf-puntenplan om elke bibliotheek een Plusbibliotheek te maken.  Een brisant plan, al zeg ik het zelf, maar een noodzakelijk plan. Want hoewel de staatssecretaris nu 60 miljoen investeert in bibliotheekwerk, zullen we zien dat nog veel grotere investeringen pregnant zijn. Ik neem u mee langs die vijf punten.

Punt 1: Iedere bibliotheek een fysieke Plusbibliotheek

Bibliotheken zijn de studieplaatsen van onze moderne samenleving. Ze zijn vrij toegankelijk, er is een collectie, er zijn faciliteiten en er zijn programma’s. Voor kinderen is er een wettelijke contributievrijdom maar voor volwassenen niet. Pak nu door is mijn devies. Elke Nederlander gratis toegang tot de poort van Vaardigheden, Verbeelding en Democratie. Een drempelvrij stelsel.

En elke bibliotheek moet dus een goed geoutilleerde studieruimte hebben. En daar moeten normen voor komen. Ik stel een wettelijke verplichting per 2025 voor van één studieplek per 500 inwoners. En per 2030 een verplichting van één studieplek per 250 inwoners. Ik heb het even voor u uitgezocht: op dit moment hebben bibliotheken ongeveer één studieplek per 1.000 inwoners. En ja, dan daar heb u dus in de komende tijd veel meer ruimte en zelfs meer vestigingen voor nodig. Maar ik voorspel u: elke studieplek die u extra maakt, zal gebruikt gaan worden.

Naast de toegang moeten we het hebben over de collecties. Bibliotheken hebben een fenomenale stap gezet in de automatisering van hun processen. Toen de Plus in 1970 begon, moest de PC nog ingevoerd worden. Thans is er een centrale catalogus en een centraal IBL-systeem. De tijd van literatuuraanvraagbriefjes ligt al jaren achter ons. Het is in principe mogelijk om met één druk op de knop een boek uit Eindhoven, vlot in Vasse of Saasveld te hebben.  

En toch staan we stil! 

Het aanvragen van allerlei boeken uit allerlei collecties wordt helemaal niet gepromoot. Sterker nog,  het wordt met een woud van verschillende tarieven ontmoedigt. Een student die tien boeken aanvraagt bij de bibliotheek betaalt bij de ene bibliotheek € 0,- en bij een andere bibliotheek € 130,-. Is dat de vrije toegang die u met gemeenschapsgeld voorstaat? Nee toch? Ook hier het devies: nu doorpakken. Weg die tarieven en maak toegang echt drempelvrij en promoot het!

Punt 2: Ieder device is een virtuele Plusbibliotheek

Als ik websites van bibliotheken bezoek moet ik de digitale bestanden die worden ingekocht met Rijksgeld met een lampje zoeken. Met de ebooks zijn best goede stappen gemaakt maar het online bestand is de afgelopen jaren dramatisch verslechterd. Per 1 januari 2023 verdwijnt ook de laatste krant, het Financiële Dagblad, uit het inkooppakket. Het begrip Krantenbank is daarmee definitief verleden tijd. En dat terwijl de ene na de andere krant alles achter een hekje doet. Nieuws is alleen nog bereikbaar voor wie betaalt. Geloof me, dit doet op de lange termijn iets met de nieuwsgaring en hoe mensen tegen de samenleving aankijken. Een veelheid aan meningen verzamelen wordt op die manier onmogelijk. 

En die digitale wereld is nu  juist, waar onze burgers zitten. Een jongen van 14 liet mij laatst de statistieken van zijn telefoon zien: hij zit er gemiddeld per dag 10 uur op. Ja, we zetten in op lezen op scholen maar digitaal bieden we niks! Welke ondersteuning bieden we met digitale bestanden bij werkstukken? Het is echt schraalhans keukenmeester wat daar nu gebeurt. Kom maar door met een een hybride bibliotheek op school die naadloos is ingepast in de digitale leeromgevingen.

Dus: majeure investeringen in digitale bestanden. Kom met een digitaal pakket waarin kranten, goede overheidsinformatie, gezondheidsinformatie en financiële informatie kosteloos en eenvoudig en slagvast beschikbaar komen. En voor kinderen is een digitaal pakket nodig dat binnen de leeromgevingen van scholen direct kan worden ingezet. 

Alleen met deze stappen wordt elk device een Plusbibliotheek. Dat brengt mij overigens wel tot punt drie.

Punt 3: Waar is de alles-in-één-retriever*?

*De retriever was een ooit baanbrekend project van deze functie, nog voordat internet bestond, kon met deze pc in tal van databanken worden gezocht. 

Bibliotheken zitten al decennialang in een zogenaamde ‘vendor lock-in’ bij de leveranciers van bibliotheeksystemen. Hoewel al menig initiatief voorbij is gekomen om te komen tot één landelijk bibliotheeksysteem, zijn er evenveel initiatieven gestrand. En al zou dat zijn gebeurd dan nog was het niet zeker dat het bibliotheeksysteem zich automatisch goed zou verhouden tot de landelijke digitale bibliotheek. Wie punt 1 en punt 2 ziet, kan niet anders concluderen dat er een centraal zoeksysteem moet komen waarmee zowel de fysieke als de digitale bibliotheek doorzocht moet worden. Hoewel ebooks – wie echt wel -  wel te vinden zijn in de verschillende lokale systemen, is er geen enkele landelijke ingekocht bron doorzoekbaar in diezelfde systemen. Burgers moeten, anno 2022, zelf bestand voor bestand doorzoeken. Google lacht zich een breuk om die dienstverlening.

Investeer dus in die alles-in-één-retriever!

Punt 4: Een groot landelijk fysiek en virtueel programma-aanbod voor Vaardigheden, Verbeelding en Democratie

Bibliotheken veranderen van uitleenbibliotheek naar maatschappelijk-educatieve bibliotheek. Dat betekent dat men naast de collectie ook steeds vaker cursussen, workshops en lezingen verzorgt. Overal dezelfde? Nee. Elke bibliotheek knutselt eigenlijk maar wat aan. De één verzint het zelf. De ander neemt een Volksuniversteit over en een derde heeft alleen de basiscursussen Klik en Tik en Digisterker. 

Handig? Nee. Veel impact? Slechts op een heel enkele plaats. Bibliotheken zijn de Universiteit van de Straat en moeten landelijk een veel sterker aanbod neerzetten en ook gezamenlijk presenteren. Elke Nederlander moet op de hoogte zijn van het fysieke aanbod in lokale bibliotheken en dat moet worden ondersteund met een puik digitaal cursusaanbod. Ook dat digitale aanbod moet veel sterker dan nu. 

Leg wettelijk vast welk aanbod aan cursussen minimaal in elke bibliotheek moet zijn om burgers goed deel te laten nemen aan de samenleving en aan de democratie. En vul dat aanbod bij elke bibliotheek aan met aanbod van de Volksuniversiteiten en de Vrije Academies van Nederland. Laat Provinciale Ondersteuningsinstellingen in hun provincie dit met hun bibliotheken vormgeven. En vooral: maak eens echt goede reclame. Maar ja, dat kan natuurlijk alleen als u ook samen iets te bieden heeft.  En natuurlijk allemaal zonder kosten beschikbaar binnen dat  gratis lidmaatschap. Voor elke Nederlander.

Punt 5: Altijd professionele hulp

Maar ook met deze vier punten zijn we er nog niet. Er mist nog een cruciale bouwsteen. En dat is de moderne variant van dat ouderwetse inlichtingenbureau. Waar is dat bureau gebleven? Zijn de vragen op soms? Nee, toch? De Plusbibliotheken kenden gespecialiseerd inlichtingenwerk. Knappe koppen die de handigste zoekacties kon uitvoeren. Weliswaar maar op dertien plekken in het land, maar toch. Die dienst moet een moderne jas krijgen. En dat kan ook. We kunnen tegenwoordig wel een online adviesgesprek krijgen voor onze hypotheek en zelfs bij onze notaris voor een testament. En bibliotheken? De meest futuristische heeft maar liefst een Whatsapp-dienst. Wel verstopt op een contactpagina op een plek waaruit blijkt dat men hoopt dat de burger deze niet vindt. En her en der is er nog een digitale mogelijkheid achter het Informatiepunt Digitale Overheid. Maar gezamenlijk? Nul! Niets. Noppes. Nada. De netwerkagenda staat vol met beloftes over samenwerken maar samen een goede ondersteuningsservice opzetten voor burgers waar ze 24 uur per dag online, digitaal of telefonisch geholpen kunnen worden zit daar niet tussen.   

Investeer weer in bibliothecarissen die inlichtingenwerk kunnen doen. En bundel het landelijk. Het zou een fenomenale dienst kunnen zijn en een gouden greep in de positionering van bibliotheekwerk. 

Een VVD-deltaplan in de zorgplicht en in het nieuwe bibliotheekconvenant

Dus hup, zorg dat dit VVD-Deltaplan de basis vormt van het nieuwe Bibliotheekconvenant en de onderlegger bij de zorgplicht voor gemeenten én provincies.

Ik kom tot het slot van mijn verhaal. Superieure en voldoende studieplekken, een drempelloze fysieke collectie, een echte digitale collectie met een zoekschil over beide collecties. Dat aangevuld met een dijk van een fysiek en digitaal cursusprogramma en uitmuntend inlichtingenbureau dat dag en nacht en in elke vorm tot je dienst staat. Als je dat weet te bereiken, dan is er geen groep van Plusbibliotheken meer. Nee, dan is elke bibliotheek een Plusbibliotheek! 

Tot zover mijn cri de coeur. De Plus -bibliotheek is dood. Leve de Plus-bibliotheek!

zondag 4 december 2022

Oom is dood


Oom is dood. Maar mijn moeder zei het netter. 

‘Oom is vannacht overleden’ staat op de app als ik wakker word. We hadden oom een paar dagen ervoor nog gezien. In het ziekenhuis. Aan een paar slangen. Hij vertelde over vroeger. Verhalen die ik nog niet kende. Iedereen in de kamer wist dat we afscheid namen. Maar niemand zei het. 

Een jaar of vijftien geleden zat ik naast mijn zus in een kerk. Ook toen was er een oom dood. Oom nummer één. Ik had tien ooms en negen tantes. Eén oom wilde namelijk maar niet trouwen. Ik zei tegen mijn zus: ‘Dit is oom nummer één. De komende twintig jaar gaan ze met aan waarschijnlijkheid grenzende zekerheid allemaal dood. Vanaf nu zitten we elk jaar zo naast elkaar.’ De dood is tot nu akelig punctueel geweest. 

Oom is dood. En de ooms en tantes leken met de tijd ook steeds kleiner te worden. De lichamen krommer, de tred steeds langzamer, de ademhaling steeds luider. Er verschenen stokken en rollators. Soms een scootmobiel. De stok waar mijn vader mee loopt was de stok van een oom die al dood is. Geërfd. Het stokje werd letterlijk doorgegeven. 

Oom is dood. Maar mijn moeder zei het netter: ‘overleden’. Maar in onze streek werd meestal met niet teveel nuance over wat ons raakt gesproken. Wie dement was, was ‘van het padje af’, wie een psychische aandoening had was ‘gek’ en wie een andere seksuele voorkeur had, was een ‘aparte’. En overleden was dus gewoon dood. Mijn vader fokte vroeger vogels. Heel veel vogels. We hadden er zoveel dat als er één dood was, dat we zeiden dat er weer één ‘kapot’ was. Vriendjes waren geschokt als ik zo over dode huisdieren sprak.

Oom is dood. En iemand moet de volgende zijn. Maar zo heel veel ooms en tantes zijn er niet meer. Op televisie was vroeger een programma met stokken die je moest vangen. Er hingen tien stokken aan het plafond maar je wist niet welke ging vallen. Plotseling viel een stok dan. Hoe meer stokken er weg waren, hoe makkelijker het spel werd. Mijn ooms en tantes lijken pijnlijk op dat spel. De meeste zijn al gevallen. Het voorspellen waar de volgende valt, is steeds minder ingewikkeld. 

Oom is dood en daarom ga ik even bij mij ouders op bezoek. Bij binnenkomst vraag ik mijn vader hoe het nu met hem is. Blijkbaar heeft hij niet gelijk door dat ik doel op het overlijden van zijn broer. En hij antwoordt: ‘Ja, zijn gangetje’. 

En misschien heeft hij ook wel gelijk. Het gaat inderdaad zijn gangetje. Het went niet maar het leven is soms akelig voorspelbaar. 

Oom is dood.

Foto: Allesandra Conte