zondag 15 mei 2022

Van Leesoffensief naar een Masterplan Basisvaardigheden? Een actieplan voor bibliotheken met vier punten

Om eerlijk te zijn: het regent op dit moment beleid. Het nieuwe kabinet is een half jaar onderweg en de beleidsvoornemens uit het coalitieakkoord moeten nu gestalte krijgen... Voor wie afhankelijk is van dat beleid doet er goed aan om nu even niet met de ogen te knipperen, je kan zo maar wat essentieels missen. Deze week leid ik u door de brief van minister Wiersma die gaat over het masterplan Basisvaardigheden. En aan het eind geef ik vier punten die bibliotheken nu zouden kunnen doen.


Rapport onderwijsinspectie

Een kleine maand geleden schreef ik over het rapport van de onderwijsinspectie 'De staat van het onderwijs 2022'. De conclusie: voor het vijfde jaar op rij slaagt het onderwijs er niet in de leesprestaties van kinderen te verbeteren. Ondertussen zit 24% van de 15-jarigen in het voorportaal van de laaggeletterdheid en dat gaat met het huidige beleid niet verbeteren. Ook in het volgende PISA-rapport kunnen we dus nu al voorspellen dat die 24% gestegen zal zijn. En opnieuw zullen we moord en brand schreeuwen. Want dat PISA-rapport gaat meten waar we nú staan en dat is niet beter dan de vorige meting. Overigens, over de volle linie van basisvaardigheden gaat het slecht. Naast lezen gaat het ook om  schrijven, rekenen en (digitaal) burgerschap.

De onderwijsinspecteur Alida Oppers riep dan vorige maand ook op dat in twee jaar dit moet verbeteren en minister Wiersma van onderwijs nam dat over en beloofde te komen met een 'masterplan basisvaardigheden'. Deze week verscheen een kamerbrief over dit masterplan. Is het masterplan al klaar dan? Nee, dat is niet het geval. 

De brief meldt: 

'De komende tijd werken we samen met leraren, schoolleiders, bestuurders, lerarenopleidingen, leermiddelenmakers, ouders, bibliotheken, gemeenten, wetenschap en andere relevante partners het masterplan basisvaardigheden voor het funderend onderwijs verder uit.'

En verder

'Daarom kom ik samen met de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en de staatssecretaris van Cultuur en Media met een masterplan voor de basisvaardigheden taal, rekenen/wiskunde, burgerschap en digitale geletterdheid. Het masterplan richt zich op de voor- en vroegschoolse educatie (hierna vve), primair onderwijs, voortgezet onderwijs (inclusief het speciaal onderwijs) en het middelbaar beroepsonderwijs.'

Kortom, de brief van 10 pagina's aan de Kamer is toch vooral om aan te kondigen dat er pas in de zomer iets ligt. Uit bovenstaande passages kun je een paar zaken halen. Op de eerste plaats dat het een plan wordt van drie bewindslieden. Twee onderwijsministers maar ook de staatssecretaris van Cultuur gaat zich er mee bemoeien. Die bemoeienis van de staatssecretaris van Cultuur heeft direct te maken met bibliotheken. Die worden ook genoemd in de passage ervoor. 

Het tweede dat je eruit kunt concluderen is dat grote stappen pas gezet gaan worden in schooljaar 2023-2024. Het schooljaar dat in september begint zal dus nog geen schokkende veranderingen kennen. De begroting voor volgend jaar passeert pas in november en krijgt dan dus pas effect in het volgende schooljaar. 

Verschillende analyses

Opvallend is ook dat de beleidsbrief van Wiersma een andere analyse maakt dan de onderwijsinspectie over waarom kinderen het toch zo slecht doen rond lezen, taal en rekenen. Inspecteur Oppers zei ronduit dat het onderwijs beter kon presteren: er was een gereedschapskist vol met bewezen interventies en scholen die het label 'onvoldoende' hadden gekregen bleken in staat om binnen twee jaar te verbeteren. In de optiek van Oppers lag het duidelijk aan het onderwijs. 

De minister heeft toch een mildere analyse:

'Er dragen veel factoren bij aan de problematiek op de basisvaardigheden, zowel binnen als buiten de school. Voorbeelden hiervan zijn het toenemende aantal opdrachten dat een school krijgt, een verouderd en onduidelijk curriculum en een gat tussen wetenschap en praktijk. Maar ook maatschappelijke trends zoals minder lezen en schrijven in vrije tijd, minder vestigingen van bibliotheken, digitalisering en veranderde sociale verhoudingen in de samenleving hebben invloed op de beheersing van de basisvaardigheden van leerlingen. De problemen verschillen per onderwijssector, per basisvaardigheid, en zelfs per schoolsoort.'

Het zal een opzetje zijn: de inspectie als 'bad guy' die zegt dat de scholen het beter moeten doen en de minister als 'good guy' die de scholen weer mee moet zien te krijgen. Saillant detail is ook dat de minister ook de gesloten bibliotheekvestigingen als oorzaak noemt. Het directe verband hiertussen is nooit bewezen maar toch aardig dat het als zodanig gevoeld wordt. Ook al zijn er in diezelfde periode ook een paar duizend schoolbibliotheken geopend. Maar goed, de minister zoekt duidelijk meer draagvlak bij het onderwijs en weet dat het daarbij niet handig is om de harde woorden van de onderwijsinspectie te herhalen. 

Lezen als belangrijk pijler

De brief geeft aan dat het plan - dat dus in de zomer gepresenteerd zal worden - vijf pijlers zal kennen. Die vijf pijlers zijn:

  1. Extra tijd en ruimte voor kwalitatief goede leraren.
  2. Effectieve leer- en ontwikkelmiddelen.
  3. Aansluiting school en omgeving (incl. extra aandacht voor lezen en boeken op school). 
  4. Basisblik, door monitoring en onderzoek, inclusief scherper toezicht.
  5. Duidelijke opdracht aan het funderend onderwijs. 

Die derde pijler bevat een hele nadrukkelijke verwijzing naar de samenwerking tussen school en bibliotheken. De brief  gaat ook al in op wat er ongeveer moet gaan gebeuren in deze pijler: 
'Scholen spelen een grote rol in de ontwikkeling van de basisvaardigheden, maar een kind leert ook daarbuiten en voordat het naar het funderend onderwijs gaat. Voor- en vroegschoolse educatie van goede kwaliteit is bewezen effectief en leidt tot hogere resultaten op de basisvaardigheden. Een goede verbinding tussen school en kinderopvang draagt bij aan het welbevinden van kinderen, en dat is een belangrijke voorwaarde om goed te kunnen leren. Er zijn veel kansen voor scholen om hun belangrijke taak op het gebied van basisvaardigheden te koppelen aan partners om de school heen. Een voorbeeld hiervan is leesontwikkeling: ouders, grootouders, de bso en kinderopvang spelen hier ook een rol in en bibliotheken beschikken over expertise en collectie die de school kan verrijken. Een laagdrempelige toegang tot goede boeken en persoonlijke begeleiding, via onder andere de Bibliotheek op School, zorgen voor meer leesmotivatie, wat cruciaal is voor leesvaardigheid. Ook op het gebied van digitale geletterdheid kunnen bibliotheken de aanpak van scholen versterken. De samenwerking tussen scholen, de buitenschoolse omgeving van leerlingen en partners rond de school is op dit moment echter te versnipperd. We willen een veel sterkere wederkerige verbinding tussen de verantwoordelijkheid van de school voor het aanleren van de basisvaardigheden, en ondersteuning van de omgeving om dit leerproces te versterken. We zullen inzetten op een sterkere samenwerking tussen het onderwijs en de cultuursector, op zowel landelijk als lokaal niveau om de brede omgeving van het kind te betrekken bij het versterken van de basisvaardigheden. De komende tijd zullen wij verder onderzoeken hoe deze samenwerking op zowel de korte als lange termijn beter verankerd kan worden. Wij zorgen daarnaast voor verbinding tussen het masterplan basisvaardigheden en de kabinetsambities op het gebied van bijvoorbeeld de aanpak van laaggeletterdheid, waaronder de gemeentelijke gezinsaanpak geletterdheid.'

Sorry, het is een wat lang citaat maar in één alinea worden wel heel veel verbindingen gelegd. Op de eerste plaats krijgen de bibliotheken een cruciale rol in het versterken van leesmotivatie en wordt ook een rol gezien in de digitale geletterdheid.

Daarnaast moet enerzijds het onderwijs zich beter openstellen voor de interactie met partijen om hen heen (zoals bibliotheken) en anderzijds moeten die partijen beter integreren in het eco-systeem van de school.

Aangezien de minister nog een paar maanden uittrekt om het plan op te stellen, gaat hij te laat komen voor schooljaar 2022-2023. Voor dat jaar geeft hij dus aan dat er nu met 150 scholen gewerkt gaat worden met 'basisteams' om scholen op weg te helpen. Deze basisteams bestaan uit 'externe deskundigen' die gaan meehelpen. Dat zouden ook bibliotheken kunnen zijn. Daarnaast komt er voor 350 scholen extra geld als zij met een eigen plan komen tot verbetering. In totaal 500 scholen van de in totaal 9.000 scholen volgens Wiersma.

Volgend jaar dus nog een 'pilotjaar' maar vanaf  schooljaar 2023-2024 moeten veel meer scholen mee gaan doen. Overigens sluit dat ook aan bij de budgetten die vrij kwamen achter het coalitieakkoord. Het miljard dat hiervoor beschikbaar is, komt pas volledig in 2024 beschikbaar. 

Bibliotheken, kom in beweging, een actieplan met vier punten!

Wat moet je nu als bibliotheek of als sector gaan doen?  Ik zie drie lijnen (lokaal, provinciaal en landelijk)  en vier acties.

Laat ik eens lokaal beginnen. 

Actie 1: Lokale rondetafel over pijler 3: in 2026 overal een Bibliotheek op school

Okee, komend schooljaar is nog een pilotjaar maar dat jaar erna moet er veel gaan gebeuren. Misschien een mooi moment om als bibliotheekdirecteur nu een aantal schooldirecteuren uit te nodigen voor een rondetafel. Samen met wellicht kinderopvang en gemeente. En leg eens op tafel: hoe gaan we dit in onze gemeente doen en wat kunnen we samen oppakken?  Ik weet zeker dat uw gemeente dit zal waarderen en de scholen eigenlijk ook. De vragen zijn: Hoe zorgen voor goede toegang tot boeken? Hoe zorgen we voor leesmotivatie? En hoe zorgen we voor digitale geletterdheid? En: hoe verbinden we de omgeving van de bibliotheek aan die van de school? Niet alleen op het gebied van boeken maar ook op digitaal gebied. Begin eens met wat de droom op dit gebied zou zijn en hoe je dit in een aantal jaren zou kunnen bereiken? Zo'n droom kan bijvoorbeeld zijn: in 2026 overal een Bibliotheek op school en elk kind leest elke dag 15 minuten. Als iedereen dat lokaal meeneemt is dit ook tegelijk de landelijke doelstelling. Maar goed, lokaal kan het natuurlijk nog wel variëren.

En als je zo een coalitie hebt van een aantal partijen en dat eens uitwerkt in een schets van een plan dan kun je misschien een grotere bijeenkomst maken. Misschien met álle scholen en nog meer partijen. 

Als ik vervolgens provinciaal kijk, zie ik hier wel een logische stap voor ondersteuning:

Actie 2: Provinciale ondersteuningsinstellingen (POI's) ondersteunen lokale rondetafels

Een flink aantal bibliotheken zal blij zijn met wat hulp bij die lokale rondetafels. Bijvoorbeeld met een specialist die over verschillende gemeenten kan vertellen wat er gebeurt of een specialist die gewoon briljant kan vertellen over inhoudelijke mogelijkheden. Maar ook het uitwerken van de rondetafel in een eerste schets van een plan? En ja, de vraag om ondersteuning zal verschillend zijn per bibliotheek. En soms zul je ook nog rekening moeten houden met VO-scholen die in verschillende gemeenten of regio's werken en dat je misschien nog wat af te stemmen hebt met collega-bibliotheken. 

De POI's kunnen wat er lokaal gebeurt ook monitoren en meegeven aan de landelijke partijen als VOB, KB en stichting Lezen en Kunst van Lezen. Wat me dan ook brengt bij die laag.

Actie 3: Gesprek met de minister en staatssecretaris

Het is een actie die door de minister al zelf aangekondigd wordt. Landelijke partijen zullen worden uitgenodigd bij de minister. Voor bibliotheken lijkt dan het logische gezelschap VOB, KB en de Stichting Lezen/Kunst van Lezen. Als die nou een meenemen dat de sector graag in 2026 ervoor wil zorgen dat overal een Bibliotheek op school is en dat alle kinderen 15 minuten per dag lezen met programma's die de leesmotivaties verhogen? Dat sluit denk ik prima aan. Daar ligt echt alles al voor klaar. Het gaat vooral om geld om vervolgens ook extra te investeren in collectie en vooral leesconsulenten. Goede mensen als Adriaan Langendonk die zich hier al jaren voor inzetten, kunnen dit zo aangeven. Extra handen, boeken en programma's op school!

Toch ben je er niet alleen met deze - vooral leesbevorderende - activiteit. De brief roept op verder te kijken. Is de lees- en leeromgeving van de bibliotheek te koppelen aan de omgeving van de school? Hebben we naast programma's voor lezen ook digitale informatie? Waar is de schoolbibliotheek al gekoppeld aan andere digitale bronnen? En waar is alles met een simpele toegang georganiseerd? Dat brengt me bij de vierde actie.


Actie 4: Inzet op gecombineerde fysieke en digitale elementen binnen de Bibliotheek op school 

Een actie die op landelijk niveau door vele partijen opgepakt moet worden is die van een veel sterkere verbinding tussen fysiek en digtaal. Zowel in het lezen als in het leren. Dat treft, want in de net verschenen update van de netwerkagenda (zie plaatje) van de branche staat bij de lijn Geletterde Samenleving volgende actie benoemd: 

'Stichting Lezen, de KB, POI’s en NBD Biblion gaan lokale bibliotheekvestigingen en schoolbibliotheken toerusten om de fysieke en digitale collectie en leesbevorderingsactiviteiten intensief onder de aandacht te brengen bij kinderen en leerlingen, maar ook bij docenten. Daarvoor wordt gezamenlijk gewerkt aan de hybride de Bibliotheek op school. Deze bevat, naast fysieke activiteiten, digitaal lezen (e-books, luister boeken, leesapps) en digitale leesbevordering (via keuze-apps, social media of websites). Digitale geletterdheid, onder andere informatievaardigheden, is de derde factor die onderscheiden kan worden.'

Op dit vlak wordt op dit moment door de genoemde partijen al gewerkt aan een mogelijk plan van aanpak. Doorpakken lijkt hier dan ook het devies om op tijd te zijn voor schooljaar 2023-2024 waar men grootschaliger wil inzetten. Geen tijd te verliezen dus.

Eerst zien dan geloven?

Bovenstaande acties lijken toch niet al te ingewikkeld zou je zeggen. Moeten ze wel allemaal gebeuren en dat betekent dus inzet van iedereen. En een beetje in dezelfde richting. en ja ook nog met een redelijk tempo.  

Ik zie dus veel kansen maar ik weet ook dat deze lobby al heel lang loopt. Al heel lang is bekend dat we graag uitbreiden naar veel scholen en dat dat een kwestie van vooral geld is. Bibliotheken hebben al veel kunnen doen door te herschikken in middelen. Scholen betalen deels mee en soms hebben ook gemeenten een extra duit in het zakje gedaan. De grote afwezige is tot nu toe nog het ministerie van Onderwijs. Ik kan mij voorstellen dat menigeen denkt: voordat ik echt hard ga rennen is het toch vooral eerst zien en dan geloven. Een knipoog van de minister in de richting van onze sector zou welkom zijn.

Tegelijkertijd speelt landelijk de overheveling van de financiering van de Informatiepunten Digitale Overheid naar gemeenten. Ook hier wordt in de komende maanden helderheid verwacht op welke wijze dit zal plaats vinden. Ook hier op zich bemoedigende signalen maar ook nog geen zekerheid. En tot slot loopt nog de invulling van het bedrag voor bibliotheken uit het regeerakkoord gericht op de toekomstgericht en robuuste bibliotheekvoorziening. Dat gaat onder andere over die gesloten bibliotheekvestigingen waar de minister van Onderwijs naar verwees.

Wie dit bij elkaar ziet, ziet dat er op landelijk niveau een hoop te praten valt en dat de verloven bij de branchevereniging wel ingetrokken zullen zijn. Want wanneer moeten die met deze agenda in deze zomer op vakantie? Zoals gezegd: er is geen tijd om met de ogen te knipperen.

Maar goed, de komende maanden wordt dus geschreven aan dat echte masterplan Basisvaardigheden. Geloof maar dat heel veel partijen zich melden bij de minister om ook mee te willen praten. Dus bibliotheken, borst vooruit, een beetje wrikken met ellebogen en een voet tussen de deur. Zou dat leesoffensief dan nu toch echt komen?  Ik hoop het echt. Want volgens mij hebben wij de kinderen van Nederland iets moois te bieden: Leesplezier!

2 opmerkingen:

Ronald zei

Fijn stuk Mark! Ja een vette knipoog zou welkom zijn!

Anoniem zei

Handig en realistisch Mark zo’n vertaling van beleid naar concrete acties. Plannen klaarzetten en bespreken kunnen we alvast oppakken. En dan met een vette knipoog aan de slag.