Sorry. Dit is een ander verhaal dan u van me gewend bent. U kent mij als een schrijver van vaak optimistische stukjes. Over mooie zaken die mij opvallen, over kansen die ik zie en over dingen waar ik blij van wordt. Dat is dit niet. Hebt u daar geen zin in, sla dit verhaaltje over. Volgende keer heb ik weer een vrolijk verhaaltje over bibliotheken.
Ik val maar met de deur in huis. Het afgelopen jaar was het jaar waarin ik meer dan ooit in mijn leven gehuild heb. Ik zal u de details besparen maar de afgelopen tijd leek het ene verdrietige na het andere verdrietige zich bij me te melden. En meer dan ooit overviel het me. Telkens leek iets moois mij door de vingers te glippen. Ongrijpbaar. Als een onvermijdelijk loslaten van wat zich al niet meer liet vasthouden. Verdriet dat soms zelfs leidde tot paniek over hoe ik nu verder moest. Dat je het even niet meer weet. Alsof de bodem onder je voeten verdwijnt.
Het verdriet liet mij me eenzaam voelen. Zeker, ik deelde het met vrienden, vriendinnen, kennissen en collega’s en zocht hulp. En dat is fijn. En nodig. Verdriet doet je beseffen wie je echte vrienden zijn. Het is een klein kringetje van mensen die blijven vragen hoe het gaat. En dat bleken in mijn geval toevallig meer vriendinnen dan vrienden.
En oh, ik leef prima verder hoor. Het verdriet gaat gewoon zo al een tijdje met me mee. En soms is het meer aanwezig dan anders. En dat het verdriet zich vanuit verschillende hoeken aandiende is botte pech. Een stomme samenloop.
Maar verdriet heeft ook iets zachts. Het laat je dicht bij jezelf blijven. Het is geen tijd voor bravoure, kapsones of een grote mond. Het heeft iets puurs. En hoewel ik altijd al kon genieten van de kleine dingen van het leven, ben ik die in dit jaar nog meer gaan waarderen. Het gevoel van zon op je huid. Een fijne ronde hardlopen. Een lekker kop koffie. Het lezen van een boek in alle rust.
En in elk verdriet zijn soms nog zonnestralen te vinden. Zo kende ik nog een mooi uur met mijn vader, een aantal dagen voor hij overleed. U ziet ons op de foto. We zaten samen op een bank in het zonnetje. Hij leefde al volledig in zijn waanwereld maar we genoten van het samenzijn. Het zou één van zijn laatste glimlachen zijn die ik vastlegde. Verdriet laat je nog beter de warmte voelen die er ook is.
Een vriendin zei me dat elk leven een verhaal is met een plot. En elk plot kent een dal. Het dal is het dieptepunt van het verhaal. En dat dat dal altijd is voordat het verhaal weer een goede wending neemt. Na het duister komt het licht. Zo vlak voor Pasen, toch ook een feest van duister naar licht, wellicht een troostende gedachte. En wat voor mij een troostende gedachte is, is dat misschien voor u ook. Want wat ik meemaak, is niet uniek. Leven en verdriet komen elkaar bij iedereen tegen. Je leest het alleen veel minder dan de enthousiaste en positieve verhaaltjes. Ik steek dus maar een kaarsje aan bij dat verdriet. Van mij mag dat licht nu wel weer komen.
Ga ik volgende week weer vrolijk over bibliotheken schrijven.
