Posts tonen met het label rouw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rouw. Alle posts tonen

zaterdag 30 maart 2024

De week van het verdriet

Sorry. Dit is een ander verhaal dan u van me gewend bent. U kent mij als een schrijver van vaak optimistische stukjes. Over mooie zaken die mij opvallen, over kansen die ik zie en over dingen waar ik blij van wordt. Dat is dit niet. Hebt u daar geen zin in, sla dit verhaaltje over. Volgende keer heb ik weer een vrolijk verhaaltje over bibliotheken.

Ik val maar met de deur in huis. Het afgelopen jaar was het jaar waarin ik meer dan ooit in mijn leven gehuild heb. Ik zal u de details besparen maar de afgelopen tijd leek het ene verdrietige na het andere verdrietige zich bij me te melden. En meer dan ooit overviel het me. Telkens leek iets moois mij door de vingers te glippen. Ongrijpbaar. Als een onvermijdelijk loslaten van wat zich al niet meer liet vasthouden. Verdriet dat soms zelfs leidde tot paniek over hoe ik nu verder moest. Dat je het even niet meer weet. Alsof de bodem onder je voeten verdwijnt. 

Het verdriet liet mij me eenzaam voelen. Zeker, ik deelde het met vrienden, vriendinnen, kennissen en collega’s en zocht hulp. En dat is fijn. En nodig. Verdriet doet je beseffen wie je echte vrienden zijn. Het is een klein kringetje van mensen die blijven vragen hoe het gaat. En dat bleken in mijn geval toevallig meer vriendinnen dan vrienden.

En oh, ik leef prima verder hoor. Het verdriet gaat gewoon zo al een tijdje met me mee. En soms is het meer aanwezig dan anders. En dat het verdriet zich vanuit verschillende hoeken aandiende is botte pech. Een stomme samenloop.

Maar verdriet heeft ook iets zachts. Het laat je dicht bij jezelf blijven. Het is geen tijd voor bravoure, kapsones of een grote mond. Het heeft iets puurs. En hoewel ik altijd al kon genieten van de kleine dingen van het leven, ben ik die in dit jaar nog meer gaan waarderen. Het gevoel van zon op je huid. Een fijne ronde hardlopen. Een lekker kop koffie. Het lezen van een boek in alle rust. 

En in elk verdriet zijn soms nog zonnestralen te vinden. Zo kende ik nog een mooi uur met mijn vader, een aantal dagen voor hij overleed. U ziet ons op de foto. We zaten samen op een bank in het zonnetje. Hij leefde al volledig in zijn waanwereld maar we genoten van het samenzijn. Het zou één van zijn laatste glimlachen zijn die ik vastlegde. Verdriet laat je nog beter de warmte voelen die er ook is.

Een vriendin zei me dat elk leven een verhaal is met een plot. En elk plot kent een dal. Het dal is het  dieptepunt van het verhaal. En dat dat dal altijd is voordat het verhaal weer een goede wending neemt. Na het duister komt het licht. Zo vlak voor Pasen, toch ook een feest van duister naar licht,  wellicht een troostende gedachte. En wat voor mij een troostende gedachte is, is dat misschien voor u ook. Want wat ik meemaak, is niet uniek. Leven en verdriet komen elkaar bij iedereen tegen. Je leest het alleen veel minder dan de enthousiaste en positieve verhaaltjes. Ik steek dus maar een kaarsje aan bij dat verdriet. Van mij mag dat licht nu wel weer komen.

Ga ik volgende week weer vrolijk over bibliotheken schrijven.

zondag 4 december 2022

Oom is dood


Oom is dood. Maar mijn moeder zei het netter. 

‘Oom is vannacht overleden’ staat op de app als ik wakker word. We hadden oom een paar dagen ervoor nog gezien. In het ziekenhuis. Aan een paar slangen. Hij vertelde over vroeger. Verhalen die ik nog niet kende. Iedereen in de kamer wist dat we afscheid namen. Maar niemand zei het. 

Een jaar of vijftien geleden zat ik naast mijn zus in een kerk. Ook toen was er een oom dood. Oom nummer één. Ik had tien ooms en negen tantes. Eén oom wilde namelijk maar niet trouwen. Ik zei tegen mijn zus: ‘Dit is oom nummer één. De komende twintig jaar gaan ze met aan waarschijnlijkheid grenzende zekerheid allemaal dood. Vanaf nu zitten we elk jaar zo naast elkaar.’ De dood is tot nu akelig punctueel geweest. 

Oom is dood. En de ooms en tantes leken met de tijd ook steeds kleiner te worden. De lichamen krommer, de tred steeds langzamer, de ademhaling steeds luider. Er verschenen stokken en rollators. Soms een scootmobiel. De stok waar mijn vader mee loopt was de stok van een oom die al dood is. Geërfd. Het stokje werd letterlijk doorgegeven. 

Oom is dood. Maar mijn moeder zei het netter: ‘overleden’. Maar in onze streek werd meestal met niet teveel nuance over wat ons raakt gesproken. Wie dement was, was ‘van het padje af’, wie een psychische aandoening had was ‘gek’ en wie een andere seksuele voorkeur had, was een ‘aparte’. En overleden was dus gewoon dood. Mijn vader fokte vroeger vogels. Heel veel vogels. We hadden er zoveel dat als er één dood was, dat we zeiden dat er weer één ‘kapot’ was. Vriendjes waren geschokt als ik zo over dode huisdieren sprak.

Oom is dood. En iemand moet de volgende zijn. Maar zo heel veel ooms en tantes zijn er niet meer. Op televisie was vroeger een programma met stokken die je moest vangen. Er hingen tien stokken aan het plafond maar je wist niet welke ging vallen. Plotseling viel een stok dan. Hoe meer stokken er weg waren, hoe makkelijker het spel werd. Mijn ooms en tantes lijken pijnlijk op dat spel. De meeste zijn al gevallen. Het voorspellen waar de volgende valt, is steeds minder ingewikkeld. 

Oom is dood en daarom ga ik even bij mij ouders op bezoek. Bij binnenkomst vraag ik mijn vader hoe het nu met hem is. Blijkbaar heeft hij niet gelijk door dat ik doel op het overlijden van zijn broer. En hij antwoordt: ‘Ja, zijn gangetje’. 

En misschien heeft hij ook wel gelijk. Het gaat inderdaad zijn gangetje. Het went niet maar het leven is soms akelig voorspelbaar. 

Oom is dood.

Foto: Allesandra Conte