dinsdag 20 november 2018

Is het einde van de vrijwilliger nabij?

Het einde van de vrijwilliger is nabij.... Ik zie u schrikken. Nee, toch? We hebben er net weer een hele hoop aan het werk! En dan bent u in goed gezelschap getuige de grafiek hierboven. De inzet van vrijwilligers kent een stevige herwaardering in bibliotheken.

Maar toch, het einde van de vrijwilliger zou wel eens nabij kunnen zijn. Dat zou namelijk mijn conclusie kunnen zijn nadat ik de afgelopen weken een flink aantal burgerinitiatieven bezocht in het oosten van het land. Bij elk bezoek hoorde ik weer: 'het is zo moeilijk om vrijwilligers te werven'. Is de vrijwilliger dan toch een uitstervend ras en is het eind van de vrijwilliger nabij?

Misschien goed om toch even verder te lezen.

Ze zijn zo moeilijk te vinden...
Even iets meer achtergrond. De reden dat ik die kleine burgerbibliotheken bezocht had te maken met het feit dat deze bibliotheek graag wilde weten hoe ze de samenwerking met deze initiatieven zou kunnen vergroten en hoe men wederzijds meer profijt van elkaar zou hebben. Stuk voor stuk prachtige initiatieven waar mensen zich echt met hart en ziel voor inzetten en die echt gedragen worden door deze dorpjes. Niets dan lof daarvoor en petje af voor al die mensen die zich inzetten.

Bij elk van de initiatieven constateerde men echter wel dat de vrijwilligers steeds ouder werden, dat jongeren nauwelijks mee wilden doen en dat ouders tegenwoordig allebei werken en zo druk zijn. Soms klonk daar ook wel wat frustratie in door: 'Als mensen willen dat we iets houden in ons dorp, moeten ze zich daar wel voor inzetten!' Een hele logische gedachte.

Overdonderd 
Toch ken ik ook een hele andere ervaring. In 2012 mocht ik in  de Bibliotheek Hengelo, waar ik toen directeur was, het taalpunt openen. Het was opgezet door een zeer betrokken ambtenaar die zag dat haar baan rond inburgering op de tocht stond. En dus was ze maar begonnen om in de stad een hulpstructuur op te zetten. Als zij dan straks ontslagen was dan zou haar werk toch door kunnen gaan.

Ik zal eerlijk zijn dat ik daar toen ambivalente gevoelens bij had. Ik zag een overheid die zich letterlijk aan het terug trekken was en die het initiatief overliet aan de participatiesamenleving. Bij de start gingen we op zoek naar taalmaatjes: mensen die het leuk vinden om een ander te helpen met taal.  Wat bleek? Binnen enkele weken was er een grote groep van - vaak - hoogopgeleide vrijwilligers die graag aan de slag wilde. Huisartsen-in-ruste, docenten, jonge studenten en zelfs rechters.  Het vinden van de taalmaatjes was makkelijker dan het vinden van de laaggeletterde die een taalmaatje nodig had.

Het zette mij wel aan het denken. Had men dan toch gelijk dat de overheid wel een paar stapjes achteruit kon doen? Kon de maatschappij het zelf wel?


Hoe rijmen deze twee ontwikkelingen zich met elkaar? Hoe kan het dat men op de ene plek naarstig zoekt naar vrijwilligers en dat ze op de andere plek bijna uit de lucht lijken te vallen?

Bovenstaande plaatje komt uit een prima recent onderzoek van de Stichting Bibliotheekwerk over vrijwilligerswerk in bibliotheken.  Bibliotheken zetten vrijwilligers om heel verschillende redenen in. De twee meest gehoorde reden zijn laaggeletterdheid en programmering. Twee onderdelen die redelijk in de speerpunt van het bibliotheekbeleid zitten. Pas daarna volgen ruimer open en meer bezorging (denk aan boek-aan-huis). Dat zijn wat klassiekere taken. Wat je ziet is dat door nieuwe taken er ook een nieuw type vrijwilliger wordt geworven.

De grootste vrijwilliger is de gebruiker zelf
Overigens de grootste vrijwilliger ontbreekt altijd in alle overzichten En dat is de bibliotheekgebruiker zelf. Door zelfbediening is de gebruiker zelf steeds vaker zijn eigen vrijwilliger bij het uitlenen en zelfs bij het opruimen. Door het afschaffen van bibliotheekboetes verdwijnt ook hier het werk. Werk dat vroeger door betaalde krachten of vrijwilligers werd gedaan.

In een artikel deze zomer schreef ik al dat de 'klantenservicemedewerker' verdwijnt en dat deze verschuift naar 'de leesconsulent'. In de volle linie zie je gewoon dat we volop bezig zijn om te transformeren van klassiek uitleenbibliotheek naar maatschappelijke en educatieve bibliotheek.

En waarom zou dat bij 'vrijwilligers' dan niet zo zijn? Het klassieke werk verdwijnt... en daarmee ook de klassieke vrijwilliger.

Hoog opgeleid Nederland
Ondertussen is het Nederland van deze tijd natuurlijk niet meer het Nederland van vijftig of zestig jaar geleden. Nederland kent jaar na jaar een hoger opleidingsniveau. We worden een kennissamenleving. Ons land concurreert niet op loonkosten maar op kennis. Van arbeidsintensieve naar kennisintensieve productie.

Dat proces is in volle gang en de maatschappij verandert mee. Zoals we steeds minder mensen hebben die in de massa-productie werken, zo zullen we ook steeds minder medewerkers én vrijwilligers hebben rond onze eigen massa-productie: het uitlenen. Taken worden geautomatiseerd en gedigitaliseerd en overigens: het aantal uitleningen is in de laatste 20 jaar gehalveerd en daarmee ook het werk.

Zowel het werk als de (vrijwillige) medewerker die dit werk leuk vindt verdwijnt dus. Wie luistert naar de trends in vrijwilligerswerk ziet dat vrijwilligers steeds meer gericht is op het individu van de vrijwilliger en minder op de samenleving als geheel. Vrijwillige inzet als transactie dus; als een mogelijkheid je eigen talenten te ontwikkelen. Vrijwilligerswerk dat steeds vaker op CV's terug komt in plaats van als maatschappelijk plicht. Een verdere individualisering van de motivatie van de vrijwillige inzet. Niet minder welkom overigens hoor.

Van vrijwilligers naar maatjes?
In dat licht bezien is het dus de vraag of je op lange termijn nog vrijwilligers vindt voor - als ik het wat oneerbiedig zeg -  de 'onderkant van het klassieke bibliotheekwerk'.

En voor de inzet van vrijwilliger in programma's of projecten is het dan voor mij de vraag of het woord 'vrijwilliger' wel de lading dekt. Is die niet te veel verbonden aan dat klassiek werk? En gaat het hier niet veel meer om burgerkracht of actief burgerschap? Zijn het niet allemaal 'maatjes'?

Dat neemt niet weg dat op dit moment de bibliotheek beide soorten 'vrijwilligers' nodig heeft. Of het nu om klassieke taken gaat of om die van de maatschappelijke en educatieve bibliotheek. Laat dat wel gezegd zijn.

Maar de bibliotheek is wel steeds minder de organisatie die vrijwilligers nodig heeft om de eigen organisatie goed te laten draaien. Nee, de bibliotheek faciliteert steeds vaker de samenleving en professionele partners om samen tot oplossingen te komen. Dat is een hele andere rol. We gaan daarbij van vrijwilligers naar maatjes.

In dat licht kon het einde van de vrijwilliger inderdaad wel eens nabij zijn.

Geluk bij een ongeluk: u krijgt wel meer maatjes..... Ook fijn.

2 opmerkingen:

Gosien Kuiper zei

Mooie analyse Mark. Wij werken in ons leerwerkbedrijf overigens nog met een andere categorie 'vrijwilligers' namelijk mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Zij hebben via de gemeente bij ons in het Warehouse van de Bibliotheek Rotterdam een tijdelijke werkervaringsplaats. Begeleid op weg naar betaalde arbeid (elders). Vroeger heette dat 'vrijwilliger met behoud van uitkering'. Je kunt er over twisten in hoeverre ze echte vrijwilligers zijn, maar voor mij hoort deze categorie er wel bij. En ze maken voor mij het werken met vrijwilligers beter te verteren. En we hebben hiermee een positief partnerschap met de gemeente.

Mark Deckers zei

@Gosien: die horen er zeker bij. In de vrijwilligersonderzoeken worden ze ook genoemd als derde categorie. In mijn tijd als directeur vond ik het gewoon medewerkers en niet eens vrijwilligers. Omdat je ze ook echt als medewerkers behandelt. Ook ik heb daar hele goede ervaringen mee en ontzettend mooi om als organisatie mensen op die manier te helpen. Heel passend voor ons.