Posts tonen met het label statistieken van bibliotheken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label statistieken van bibliotheken. Alle posts tonen

dinsdag 23 augustus 2022

De staat van het bibliotheekbestel in acht grafieken

Net aan het begin van mijn vakantie verschenen de jaarcijfers van de openbare bibliotheken. Nu houd ik wel heel erg van mijn vak en van cijfers maar ik heb ze toch echt laten liggen tot na mijn vakantie. Dat zult u me wel vergeven. Ik ga de cijfers hier voor u samenvatten maar doe de veiligheidsgordel maar vast om want het wordt een dodemansrit door een bloedbad aan resultaten. In de afgelopen twee coronajaren werden 60 miljoen minder bezoekjes aan de bibliotheek gebracht, zijn er 150.000 kinderen minder lid geworden, werden er 175.000 minder activiteiten georganiseerd en 30 miljoen minder boeken gelezen.

2022 was door de langste sluiting ooit uit de bibliotheekgeschiedenis een drama. Voor het tweede jaar op rij trouwens. En hoewel bibliotheken als essentieel werden beschouwd in de coronacrisis, is er wel degelijk veel werk aan de winkel. Maar... er zijn ook lichtpuntjes!

Houd u vast. Daar gaan we.

Aantal bezoekers gehalveerd

De grootste klap valt, niet zo gek met sluiting, bij de bezoekersaantallen. U ziet het al in de afbeelding hierboven. In 2019 ontvingen bibliotheken nog ruim zestig miljoen bezoekers. In het tweede coronajaar 2021 waren er daar nog maar de helft van over, 31,3 miljoen om precies te zijn. Nu waren we wel bijna vijf maanden dicht en waren mensen daarna soms nog voorzichtig maar het maakt de klap niet minder hard en ongenadig. Op 15 december 2020 werden bibliotheken, cultuurinstellingen en alle niet-essentiële winkels gesloten. Bibliotheken konden weer echt open op 20 mei 2021. We hadden toen een lange tijd van avondklok achter de rug. Ik moet eerlijk zeggen dat ik een deel van die beelden al weer kwijt ben en me verbaas hoe ik er alweer aan gewend ben dat alles altijd open is.

In de afgelopen twee jaar kun je stellen dat bibliotheken in totaal zo'n 60 miljoen bezoekers zijn misgelopen. Het zal in beide jaren ongeveer 30 miljoen zijn. Zo'n vier bezoeken per Nederlander gemiddeld.

Schouwburgzalen en poppodia klaagden dit jaar voor de zomervakantie nog dat het publiek nog steeds voorzichtig was om te komen. En ik vermoed dat dit voor bibliotheken iets minder geldt omdat we iets minder massaal zijn. Maar ik vermoed dat de bezoekerscijfers voor 2022 zeker niet terug zijn op het niveau van 2019. Het zou mij verbazen. Er is dus niks mis mee om het bibliotheekbezoek dus weer een beetje te stimuleren.

Bijna 40% minder activiteiten


Het aantal activiteiten die bibliotheken ondernamen daalde ook dramatisch. En dat terwijl dit de afgelopen jaren spectaculair groeide. Zowel door groei in aantal maar ook door betere registratie.  Waar in 2019 door bibliotheken nog 220.000 activiteiten werden aangeboden, daar waren er in 2021 nog 136.000 van over. Een terugval van 38%. Als je dat afzet tegen de ruime sluiting in 2022 dan zie je dat er toch nog redelijk wat digitale activiteiten moeten zijn geweest. Afgezet tegen de bezoekersaantallen doen de activiteiten het dus iets beter. In de twee coronajaren hebben bibliotheken dus waarschijnlijk een kleine 175.000 activiteiten minder georganiseerd dan wanneer er geen corona was geweest.

Ruim een derde minder uitleningen

 

In uitleningen is het iets minder dramatisch. Daar gingen bibliotheken van 63,8 miljoen uitleningen pré-corona naar 40,6 miljoen uitleningen in 2021. Dat is een daling van 36%. Nu werd de daling wel iets gecompenseerd door digitaal lezen maar dat was een druppel op de gloeiende plaat. Veel bibliotheken kenden wel een afhaal- of bezorgservice tijdens de sluiting en dat kon bij sommige bibliotheken toch nog tot redelijke aantallen leiden.  

Nu zaten bibliotheken met uitleningen al wel in een dalende trend dus wie dat doortrekt had zonder corona zo'n 58 miljoen uitleningen in 2021 mogen verwachten en zo'n 55 miljoen in 2021. Alles bij elkaar zijn er dus zo'n 30 miljoen boeken en andere media minder uitgeleend in de coronaperiode. Dat blijft toch een akelig grote boekenberg.

Vooral minder kinderen lid geworden tijdens corona


Vorig jaar durfde ik de ontwikkeling rond de leden nog niet te duiden. Toen leek het erop dat de betalende volwassen leden de bibliotheek in de coronaperiode trouw bleven en dat kinderen wellicht 'iets' achterbleven door corona. Met de lange sluitingsperiode in 2021 zien we dat nu versterkt: er zijn veel minder kinderen lid geworden van de bibliotheek dan verwacht. Met de stippellijn heb ik de trendlijn aangegeven op basis van de afgelopen jaren. Op basis van die trendlijn kun je zeggen dat er eigenlijk rond de 2,3 miljoen kinderen lid hadden moeten zijn van de bibliotheek als er geen corona was geweest. Dat zijn er maar 2,15 miljoen. Dat betekent dat 150.000 kinderen in de coronaperiode niet lid zijn geworden van de bibliotheek die dat anders wel waren geworden. Om een beeld te geven hoeveel kinderen dat zijn: heel Amsterdam kent 153.000 kinderen tot en met 17 jaar....

Bij volwassenen zie je dat het verloop ongeveer gelijk is aan de trendlijn. Die zijn in de coronaperiode de bibliotheek dus trouw gebleven.

Meer betaald personeel, verjonging en de groei van vrijwilligers vlakt af


Bibliotheekwerk kende in de afgelopen jaren een redelijk stabiel aantal formatieplaatsen van rond de 4.100 volledige arbeidsplaatsen. Vóór 2015 kenden we trouwens nog een krimp. In 2010 waren het nog 5.200 volledige arbeidsplaatsen. Tussen 2010 en 2015 is er bij bezuinigingen dus een kwart van het betaald personeel verdwenen. 

De afgelopen twee jaar is dat, ondanks corona, toch weer wat gestegen. Vooral in 2021was de groei wat groter. Straks bij de financiën zullen we zien dat er ook wat meer geld voor was. Ik vermoed dat die groei met name zit in het gebied van zelfredzaamheid en digitale participatie waar met de IDO's op dit moment een groeisprongetje wordt gemaakt. Maar ook bij de Bibliotheek op school zit nog steeds groei en ook zie ik steeds vaker de functie van vrijwilligerscoördinator voorbij komen. 


De leeftijd van het personeel is overigens gedaald. De sector verjongt! Waar het bibliotheekwerk lange tijd het verwijt kreeg dat het een vergrijsde sector is, die steeds grijzer werd, is dat de afgelopen jaren toch flink verandert. Het aandeel 50+'ers is gedaald van 65% in 2015 naar 54% in 2021. Het aandeel onder de 50 is navenant gestegen, van 35% in 2015 naar 46% in 2021. En dit hebben bibliotheken dus gedaan in een periode met niet veel extra middelen. Bij uitstroom door pensioen of ander vertrek zal dus bewust gezocht zijn naar jongere medewerkers zodat een meer diverse leeftijdsopbouw ontstaat. 

Naast de betaalde medewerkers kent de bibliotheek een groeiend contingent aan vrijwilligers. Dat kende de afgelopen jaren een sterke groei. In de coronaperiode vlakte die groei af.


Waar het aantal vrijwilligers tussen 2015 en 2019 dus verdubbelde, steeg het aantal vrijwilligers in de coronaperiode nog met 5%. Heel gek is dat als je ziet dat het aantal activiteiten en de uitlening flink terugliepen. Veel vrijwilligers zullen in deze periode ook minder actief zijn geweest. Maar toch nog een kleine groei dus. 

Financiën al jaren stabiel (en dus teren bibliotheken nog steeds in)


En de laatste plaat gaat over geld. Die drukken we uit in subsidie per inwoner. En vaak worden de huisvestingskosten er dan nog uit gehaald omdat die soms versluierend werken bij onderlinge vergelijkingen. Huisvestingskosten zijn soms broekzak-vestzak voor gemeenten met een maatschappelijk huur en op andere plekken is het commerciële huur of eigendom (met ook weer tal van constructies). 

De gemeentelijke subsidies stegen in de afgelopen jaren licht. Dat zal een divers beeld zijn tussen gemeenten. Sommige gemeenten kampten met grote tekorten in het sociaal domein, andere gemeenten kwamen redelijk uit. Over het geheel genomen stegen de gemeentelijke subsidies het afgelopen jaar met 13 miljoen naar 431 miljoen.  Dat klopt wel redelijk met de prijsindex over 2021. Toch zie je de subsidie per inwoner nauwelijks stijgen. Dat komt omdat het aantal inwoners in Nederland ook nog steeds stijgt. Meer inwoners betekent ook meer diensten en mogelijk meer gebruik. Wie zo kijkt sinds 2015 ziet dat bibliotheken er nauwelijks op vooruit zijn gegaan. Er is aan alle kanten ingeteerd en vooral in de jaren net na de decentralisaties zag je gewoon een krimp.

Over 2022 verwacht ik dat we aan de batenkant een sterkere stijging zien bij bibliotheken doordat de € 0,83 van de IDO's dan mee gaan lopen bij de inkomsten. En over 2023 hopen we natuurlijk op mogelijke extra gelden uit het regeerakkoord. 

De balans? Werk aan de winkel

Fijn dat er extra geld aan lijkt te komen. Velen zullen zeggen: eerst zien dan geloven. Prima. Maar hou het even vast. Want wie kijkt naar het gat dat corona heeft geslagen: 150.000 kinderen minder lid, 60 miljoen gemiste bezoeken, 175.000 activiteiten die niet doorgingen en 30 miljoen boeken die niet gelezen werden, die moet toch constateren dat er werk aan de winkel is. Gedrag van onze gebruikers heeft twee jaar lang iets anders laten zien, dan wat we graag zouden willen. Dat gedrag is niet zo maar terug. 

En ja, u hebt gelijk als u zegt dat bibliotheken toch ook heel belangrijk waren in de coronacrisis? Zeker, alle lof daarvoor, ga daar ook mee door. Maar de aantallen zijn daar nog relatief klein in vergelijking met het bloedbad op andere gebieden.

Vooral die 150.000 kinderen die we gemist hebben, baart me zorgen. En dat terwijl nou net per 1 juli alle kinderen in echt alle gemeenten gratis lid kunnen worden. Daar moet toch nog wat mee te doen zijn?

Verder lijken bibliotheken in hun financiën en formatie te groeien of zich voor te bereiden op groei en in hun organisaties verjongen ze. Dramatische resultaten over 2021 maar er lijken zeker mogelijkheden tot herstel en zelfs groei. Positief de toekomst in dus maar wel hard aan het werk!

Het hele dossier en alle cijfers zijn terug te vinden op BNetwerk. Wie wilde weten wat ik vorig jaar over de cijfers, kan hier terecht.

vrijdag 29 juni 2018

Elke man onder de 50 is een jonge god in deze sector...


Een jaar geleden schreef ik een artikel over 'Hoe de man verdween uit de bibliotheek'. Ik ga nu nog maar eens een stapje verder: elke man onder de 50 is een jonge god in de bibliotheek! De afgelopen week ging ik nog eens door de statistieken van bibliotheken over 2016 en besloot nog maar eens te kijken naar de statistieken over personeel.

Vijf vrouwen, één man
Dat de bibliotheken een feminiene sector is, was u waarschijnlijk al opgevallen. Bovenstaande plaatje laat dat ook zien. Op elke vijf vrouwen is er één man in de bibliotheek.

Het wordt echter nog erger als we ook gaan kijken naar de leeftijdsopbouw in onze sector.



Ja, u wist natuurlijk al wel dat we allemaal niet meer de jongste waren maar dit soort grafiekjes is wel altijd pijnlijk. Ruim 80% is ouder dan 40 en bijna 65% van alle medewerkers is ouder dan 50.

Reken even mee. Als 16% een man is en 65% is ouder dan 50 dan is slechts 35% jonger dan 50 en ook daar is slechts 16% een man van. Met andere woorden: slecht 5,6% van de sector is een man van onder de vijftig.

Binnenkort staat bij onze advertenties: dat bij gelijke geschiktheid de voorkeur uitgaat naar een jonge man´

Ik ben nog een aantal jaren een jonge god in deze sector.....

maandag 13 februari 2017

Wat is de meest actieve bibliotheek?


We gaan nog even verder met de dataset met cijfers over bibliotheken die uit het WOB-verzoek komen. Want ik bezondigde mij bij de eerste reeks cijfers natuurlijk vooral aan gegevens over de klassieke taken van de bibliotheek. Nu dus tijd om weer een stapje verder te kijken.

In de dataset is ook opgenomen hoeveel activiteiten elke bibliotheek organiseert. Die activiteiten zijn ook nog eens uitgesplitst per bibliotheek naar de vijf kernfuncties: lezen en literatuur, educatie, kennis en informatie, kunst en cultuur en ontmoeting en debat.

Hierboven ziet u de top-10 van bibliotheken met de meeste activiteiten. Daar vallen wel een paar dingen aan op.  In de top-10 staan drie van vier zogeheten G4-bibliotheken: Den Haag, Amsterdam en Rotterdam. Utrecht ontbreekt in dit rijtje. Om precies te zijn: ze zijn op plaats 32 van alle bibliotheken.

Een aantal bibliotheken verbaast me niet: Kennemerwaard die al jaren inzet op dit beleid. Biblionet Groningen die hier alle vestigingen van Groningen telt. Mooie noteringen voor Hoeksche Waard, Maas en Peel, Waterland en de Graaschapbibliotheken. Kleinere bibliotheken die hier flink hun mannetje staan.  Hoeksche Waard geeft bijvoorbeeld aan in de onderliggende cijfers meer dan 1.300 activiteiten te organiseren voor 'ontmoeting en debat'. Ik ben wel benieuwd wat daar gebeurt.

Activiteiten per 1.000 inwoners



Voor een betere vergelijking kun je beter een kengetal gebruiken. In dit geval ben ik eens gaan kijken hoe de top-10 er uit als je rangschikt op het aantal activiteiten dat men organiseert per 1.000 inwoners. Kleine en grote bibliotheken kun je dan onderling rangschikken.

Een aantal bibliotheken uit bovenstaande top-10 komen ook in deze top-10 terug. Met als uitschieter Hoeksche Waard die Den Haag en de OBA in de vorige lijst nog voor moest laten gaan. Ook Maas en Peel, de Graafschap bibliotheek, Den Haag en Waterland komen in deze lijst weer terug.

Maar ook een paar opvallende nieuwe die door hun kleine werkgebied minder in beeld kwamen bij de absolute vergelijking zoals Hoogeveen, Veldhoven en Veluwezoom. En, ook in deze top-10 prijkt weer Scherpenzeel, de kleinste basisbibliotheek van Nederland!

Onderverdeling van activiteiten naar kernfuncties



In zijn totaliteit geven bibliotheken aan dat zij in 2015 77.426 activiteiten organiseerden. De meeste activiteiten, zo'n  45%, bevond zich in het domein van lezen en literatuur: schrijversavonden, dichtercafés, schrijfworkshops etc. Daarna volgt educatie waar veel activiteiten met scholen in zullen zitten.  Het laatste kwart wordt verdeeld over kunst en cultuur, kennis en informatie en ontmoeting en debat.

Definitie?
Wie overigens naar de onderliggende cijfers kijkt, moet constateren dat deze cijfers nog lang niet altijd goed zijn ingevuld door bibliotheken. Een paar bibliotheken geeft aan op geen enkel gebied cijfers te kunnen leveren en zeker 1 op de 8 bibliotheken geeft bij één van de gebieden wel aan het niet te weten. Het is helder dat dit soort tellingen nog in de kinderschoenen staan. Want wat is de definitie van een activiteit?  Is het lezersfeest in Rotterdam 'slechts' één activiteit die vergelijkbaar is met één spreekuur voor de belasting? Met andere woorden: we gaan hier de komende jaren nog veel leren.

In het volgende blog gaan we kijken naar wie de meeste bezoekers heeft....

Cijfers zijn afkomstig uit bijgaande bericht van het ministerie van OCW waar verschillende excelbestanden worden aangeboden. In een eerder bericht maakte ik al enkele vergelijkingen op klassieke functies van de bibliotheek zoals ledenaantal, mediabezit en subsidiebedrag.

woensdag 30 september 2015

Bibliotheekcollecties worden geleid door rendementsdenken: waar of niet waar? Een zoektocht langs vijf ongmakkelijke waarheden en drie do's en don'ts.

Er zijn mensen die zeggen dat het rendementsdenken de overhand heeft gekregen in bibliotheken. Alles zou maar draaien om hoge efficiency en uitleencijfers. En de collectie zou het slachtoffer zijn. Is dat zo?

In vijf diagrammen met ongemakkelijke waarheden neem ik u mee om u te laten zien of dat zo is. Kijkt u mee?



Deze tabel kent u allemaal. Tussen 1999 en 2013 gingen bibliotheken massaal minder uitlenen. In een periode van 14 jaar verdween bijna 50% van alle uitleningen.
 Bibliotheken namen stappen die passen bij afnemende vraag: je koopt minder materialen. Overigens daalden Fictie en Non-fictie per ongeveer even hard. Wie snel kijkt, ziet dat de collectie-omvang met ongeveer 30% is afgenomen.


De verkleinde collectie leidden echter niet tot een verhoogd rendement van de collecties. Dit drukken bibliotheken uit in een uitleenfrequentie. Dit is het gemiddelde aantal uitleningen per boek, CD of DVD. Een gemiddeld fictie-boek werd in 1999 nog gemiddeld vijf keer per jaar uitgeleend in 2013 nog maar vier keer. Bibliotheken hebben dus relatief grotere collecties gekregen naar de omvang van de vraag.




50% minder vraag, 30% minder collectie, 20% meer kosten
In dezelfde statistiekenreeks die ik hierboven gebruik van bibliotheken, zit ook overzicht met ontwikkeling van kosten van bibliotheken. Die worden dan uitgesplitst naar huisvestingskosten, personeelskosten, ICT en onder ander mediakosten. Onder die laatste categorie vallen dus de gezamenlijke collectiebudgetten van Nederland.

En dan gebeurt er iets opmerkelijks: uitleningen dalingen, omvang van de collectie daalt maar de mediakosten stijgen. In 1999 bedroegen deze nog 60 miljoen euro. In 2013 is dit opgelopen naar 70 miljoen. De collecties zijn met 30% verkleind terwijl de kosten met bijna 20% stegen.

Wie de mediakosten deelt door het totaal aantal uitleningen krijgt de gemiddelde mediakosten per uitlening. Deze kosten zijn tussen 1999 en 2013 gestegen van € 0,38 tot € 0,83 per uitlening. Dit wordt veroorzaakt door twee componenenten: vraaguitval door minder uitleningen en kosten die toch bleven stijgen.

Rendementsdenken: Niet waar
De mensen die roepen dat bibliotheken geleid worden door rendementsdenken hebben geen gelijk. De efficiency van collecties is in de afgelopen jaren niet verbeterd.

Drie Do's en Don'ts
Tja, en wat nu? U achterlaten met die ongemakkelijke waarheid? Nee, zo kent u mijn niet. Op basis van deze cijfers, kun je naar mijn gevoel in ieder geval drie Do's en Don'ts formuleren.

Advies 1: Méér collectie is geen oplossing
Wie ziet hoe snel de vraaguitval (= minder uitleningen) is en hoe snel de kosten stijgen, weet dat meer collectie geen oplossing is.   De mediakosten zijn tot nu toe ondanks de crisis mild benadert. Gezien het aantal gedaalde uitleningen is dat onterecht. Bibliotheken hadden op basis van rendementscijfers hun collectiebudgetten kunnen laten dalen.

Advies 2: Samenwerken in de collectie Nederland is een must
Wie toch goede dienstverlening overeind wil houden maar wie niet nog meer geld wil besteden aan collectie, zal steviger moeten samenwerken. De afgelopen tijd is dat in veel provincies ook al gebeurd. Vaak gekoppeld aan de invoering van provinciale bibliotheeksystemen. De vraag is of ook in de komende jaren die breedte nog te garanderen is op provinciaal niveau en of niet nog veel meer werk moet worden gemaakt van de Collectie Nederland.

Advies 3: Maak werk van digitale of alternatieve levering
Samenwerken is nog een redelijk klassieke oplossing. Er zal ook nadrukkelijk gekeken moeten worden naar echte alternatieven. Voor de vuist weg zie ik er twee.

De eerste is dat we een definitieve koppeling moeten maken tussen de fysieke en digitale collectie. Als klanten iets reserveren uit de catalogus, krijgen ze dan gelijk de optie om ook het ebook te lenen? Of moeten ze daar zelf achter komen? Vorig jaar was in Nedelrand het boek van Isa Hoes lange tijd zeer populair in bibliotheken. Het heeft vorig jaar in de Vakantiebieb gezeten. Welke bibliotheek heeft zijn leden die dit boek gereserveerd hadden, gewezen op het e-book? Nou ja, dat soort acties dus.

Het tweede alternatief is meer samenwerken met burgercollecties. Bibliotheken zeggen zelf dat ze van 'collectie naar connectie' willen en meer ruimte willen maken voor nieuwe taken. Prima, geef burgerinitiatief dan de ruimte. Begin simpel met een ruilkast in de bibliotheek en bouw dat met enthousiaste burgers verder uit. Er zijn inmiddels voorbeelden genoeg in Nederland.

Tot slot: Niet alles over één kam
In dit artikel heb ik gebruik gemaakt van de landelijke cijfers van het CBS. De bronvermelding treft u hieronder aan. Er zijn veel bibliotheken die hebben geïnvesteerd in 'retail'-technieken. Mijn gevoel zegt dat deze bibliotheken wellicht beter scoren op bovenstaande. Kijk nog maar eens naar dit artikel.  Met andere woorden: er kon nog wel eens een groot onderling verschil zijn. Ik ga eens kijken of ik daar wellicht nog wat over kan zeggen. Ik ga eens vragen aan het CBS of ze me daar nog eens mee kunnen helpen.

Wordt vervolgd?

 Bron naar alle cijfers: CBS

dinsdag 28 februari 2012

Nieuwe CBS-statistieken: even lezen en weer snel aan de slag

Dia3

De afgelopen week las ik nieuwste reeks CBS-statistieken over Openbare Bibliotheken. Anderhalf jaar geleden stond ik al wat langer stil bij deze statistieken onder de titel: Vijf feiten om van te schrikken.

De oude bibliotheek verdwijnt
In de bovenstaande grafiek zien we dat leden en uitleningen de afgelopen tien jaar een dalende trend laten zien. En laat ik er dan bij zeggen dat in veel bibliotheken van die uitleningen ook nog eens circa 20% een internetverlenging is geworden.

Hoewel er enkele groeigemeenten en zelfs enkele groeiprovincies zijn, geeft iedereen toe dat het bestaande concept van de uitleenbibliotheek bezig is te verdwijnen. Is dat erg? Nee, dat is niet erg. Als je maar weet waar je in de toekomst naar toe wilt. Weten we dat? Soms wel, soms niet. De bereidheid van een gemeente om een bibliotheek te financieren heeft niet alleen te maken met het aantal leden en uitleningen. Sterker nog, juist bij bezuinigingen vragen gemeenten zich opnieuw af waarom ze ook al weer een bibliotheek subsidie verstrekten.

Dat de oude bibliotheek bezig is te verdwijnen is overigens geen reden om er niet meer in te investeren. Het is nog steeds de meest gebruikte culturele instelling van Nederland. Daar ga je voorzichtig mee om en is ook niet zo maar weg.

Dia1


Kinderen worden echt speerpunt
Een tweede grafiek die ik uit de CBS-cijfers kan halen is de volgende. Die laat zien dat het aantal volwassen leden is gedaald maar dat het aantal jeugdleden is gestegen. En momenteel hebben we meer jeugdleden dan volwassen leden. Wij zijn dus meer een instelling voor kinderen dan voor volwassenen geworden.

De ontwikkelingen rond Biebsearch en Bibliotheek op school sluiten daar erg op aan. Als ik me niet vergis worden kinderen, leesbevordering en mediawijsheid een belangrijke legitimatie gaan worden voor toekomstige subsidie.

Dia2


Meerwaarde voor volwassenen
Een laatste statistiek is de volgende. Die geeft aan wat de ontwikkeling is geweest van onze subsidie en de inkomsten van gebruikers. De inkomsten rond subsidies hebben geen gelijke tred gehouden met de stijging van subsidies. Hoewel we in deze grafiek nog niet zien dat het totaal aan subsidie daalt, zal dat de komende jaren een neergaande lijn laten zien.

In 1999 werd er 27 euro per volwassen lid bijdragen aan de bibliotheek. In 2010 was dat 38 euro. Ik voorspel dat deze bijdrage binnen vijf jaar naar rond de 50 euro zal gaan. Het zal een logische consequentie zijn van de bezuinigingen.

Tegelijkertijd zal de bibliotheek zich ook voor volwassenen opnieuw moeten uitvinden. En dat terwijl we allemaal steeds kritischer consumenten zullen worden. Grote vestigingen zullen zich steeds meer als een een verblijfsplaats en cultuurmagneet ontwikkelen. Kijk maar naar Almere, Delft en Amsterdam. In die bibliotheken zie je dat er ook al veel meer gebeurt dan alleen uitlenen. Het worden veblijfs- en ontmoetingsplaatsen met veel activiteiten. Er wordt een nieuwe meerwaarde gecreëerd en volwassen gebruikers zullen daar iets meer voor gaan betalen.

vestigingen-servicepunten-zelfbedieningsbibliotheken

Wat mist bij het CBS
Het CBS is een trouwe verzamelaar van gegevens maar drie soorten gegevens worden nog node gemist in de overzichten. En het zou wel aardig zijn om die van nu af aan mee te nemen in de overzichten.

Op de eerste plaats is er geen enkel digitaal cijfer te vinden. Hoe vaak zijn we op internet geraardpleegd, hoe vaak is er gezocht in onze zoekmachines en wat is er digitaal geconsumeerd.

Op de tweede plaats ontbreken gegevens over het aantal vestigingen. Het spreidingsbeleid zal de komende jaren onder druk komen te staan. Her en der zijn daar wel goede antwoorden op te vinden door allerlei vormen van samenwerking. Daarom is het aardig om bovenstaande grafiek van het SIOB nog eens te bekijken: we hebben minder vaste vestigingen maar steeds meer servicepunten en zelfs al een klein aantal zelfbedieningsbibliotheken. Per saldo zijn we op steeds meer plaatsen.

Op de derde plaats mist elk gegeven buiten de uitleenbibliotheek: klassebezoeken, lezingen, cursussen en nog zo wat cijfers. Wie daar nog een goed overzicht voor weet, doet me daarmee wel een plezier.

Niet schrikken, aan de slag
Zijn de cijfers schrikken? Nee. Het geeft aan dat we tempo moeten maken.

Tempo met de samenwerking met het onderwijs.
Tempo met de ombouw van grote vestigingen tot cultuurmagneten.
Tempo om rond kleine vestigingen een slim spreidsingbeleid te voeren.
En tempo met de digitale bibliotheek.

En dan de bezuinigingen ook nog eens zo gebruiken dat je samen met de gemeente uitkomt op dat tempo.

Niet in de koplamp blijven staren maar aan de slag. Er is genoeg te doen en genoeg te winnen.

dinsdag 23 november 2010

Gooi die CBS-cijfers maar weer weg! Drie stappen, twee feiten en één verwachting om blij van te worden

Een tijdje geleden liet ik u schrikken met de cijfers van het CBS. Vijf feiten om van te schrikken. En ja, als dat het hele verhaal zou zijn, zouden we er moedeloos van worden. In bijgaande plaatje laat ik nog even de statistieken van het CBS zien.
Uitleencijfers landelijk
Ik zei toen ook dat ik op zoek zou gaan naar de cijfers in Overijssel. Om eerlijk te zijn: die heb ik nog niet. Tenminste, nog niet helemaal over die periode. Wel heb ik de cijfers van het vlaggenschip van Overijssel: de bibliotheek Zwolle. Op zich is het ook goed om Zwolle te zien. In Zwolle zijn alle ontwikkelingen als eerste uitgevoerd: de eerste bibliotheek die overstapte op het winkelconcept en de eerste bibliotheek die ging werken met het onderwijsconcept Biebsearch. Deze twee onderdelen vormen de hoofdpeilers van het vernieuwingsbeleid in Overijssel.

Uitleencijfers Zwolle
Bovenstaande plaatje is van de Bibliotheek Zwolle. Tot 2005 volgt de Bibliotheek Zwolle de landelijke trend. In die periode sloten ook drie oudere vestigingen. Vanaf 2006 is een kentering zien in het gebruik van de bibliotheek. Om vervolgens in 2009 met hogere gebruikcijfers te eindigen dan in 1999. Een wonder?

Stap 1: Opening vestiging Stadshagen
De kentering begint in 2006 als de vestiging in nieuwbouwwijk Stadshagen open gaat. Na de kommer en kwel van de sluiting van drie! vestigingen gaat er nu weer één open. De inrichting is “afgekeken” van de Bibliotheek Almere. Dit is de voorloper van de huidige winkelformule.

Stap 2: Biebsearch
In 2007 wordt gestart met de samenwerking met het ROC Landstede. In 2008 volgen Deltion en veel voortgezet onderwijsscholen. Stapsgewijs wordt de bibliotheek steeds verder de school in gebracht. Leerlingen en leraren worden automatisch lid van de bibliotheek om goed ondersteund te kunnen worden in het onderwijs.

Stap 3: Bibliotheek-Zuid volgens winkelformule
In 2009 wordt de vestiging Zwolle-Zuid opnieuw ingericht. En met succes. De inrichting is volgens de provinciale winkelformule en eindigt met 30% meer uitleningen na het eerste jaar. In 2010 is overigens ook de laatste nevenvestiging heringericht: Aa-landen. Ook die laat een goede groei zien.

Feit 1: Uitleningen +21% (landelijk -34%)
Ten opzichte van 1999 zijn de uitleningen met 21% gestegen. Landelijk zijn ze in die periode 34% gedaald. Het verschil is te groot om alleen te verklaren uit een nieuwbouwwijk. Zwolle presteerde in deze periode 50% beter dan het landelijk gemiddelde.

Feit 2: Leden: +7% (landelijk -7%)
Het ledental is in de genoemde periode gestegen met 7%. Dit tegen een landelijke daling van 7% in die zelfde periode. Bij deze cijfers is nog niet meegenomen een grote stijging die we in 2010 nog zullen zien door een sterke groei bij ROC Deltion (van 2.000 naar 9.000 leerlingen).

Verwachting: We zijn nog niet aan het eind van de groei!
Uit de vorige stukjes kun je lezen dat Zwolle nog niet klaar is met groeien. In 2010 zijn er al weer goede vervolgstappen gezet. Daarnaast verwacht ik dat deze groei niet exclusief is voor Zwolle. Zwolle loopt voorop in Overijssel. Maar als de cijfers van de komende jaren zullen zien, zullen we die groei in heel Overijssel terug zien.

Is er leven na de bibliotheek? Jawel: in de nieuwe bibliotheek!

Mooi voor nu en mooi voor de komende jaren. Puzzelt mij nog één ding: wat gaan we doen na deze vernieuwing en waar zit die? Daar kom ik nog op terug.

Met dank aan Ineke van Oort voor het opduiken van historische gegevens.

zaterdag 8 mei 2010

Zo, dat schiet op met de cijfers over 2009...


Soms is diep zuchten de enige remedie. Probeer het maar eens. Het helpt echt.

Er wordt wel eens gedacht dat de bibliotheken geen flitsende branche is. Dat is natuurlijk geenzins het geval. Het borrelt en bruist in het bibliotheekwerk. Elke technologische verandering wordt gevolgd in het bibliotheekwerk.

Ik stond dan ook perplex om het volgende artikeltje te lezen op de site van onze onvolprezen branchevereniging. Ik slaakte een diep zucht.

In het berichtje wordt opgeroepen om voor 4 juni 2010 de jaarcijfers over 2009 in te leveren. Zucht. Ik weet dat het inleveren van de cijfers best wat werk is maar 4 juni? Lieve help. Het jaar 2010 is al bijna half om.... Zucht. En ja, 4 juni inleveren dat betekent dat we pas ergens in het najaar weten hoe de branche het er in 2009 vanaf heeft gebracht. Zucht.

Het heeft vast te maken met het feit dat ook jaarverslagen pas later gemaakt worden en dat daarin pas de definitieve cijfers worden opgenomen. Zucht.

Kunnen we afspreken dat we de jaarcijfers over 2010 voor de hele branche op 15 februari 2011 beschikbaar hebben? Zou dat echt lukken? Zucht.

Mee eens? Zucht. Laat dan een krabbel achter op het reactieformulier.