zondag 25 juni 2023

Eleonora Gehner : de bibliothecaresse die opstond tegen de bezetter


Op de foto ziet u Eleonora Gehner, zij is de moedige bibliothecaresse van Apeldoorn. Zij stond op tegen de Duitse bezetter, moest onderduiken en de bibliotheek viel daarna in handen van nationaalsocialisten. Het is een geschiedenis van moed en zelfs liefde maar ook van machtsspel, boekverbrandingen en vriendjespolitiek.  U leest het goed. Dat allemaal in een bibliotheek. En u hebt een vandaag een première: want zij is het onderwerp van mijn derde boek dat volgend jaar uitkomt. 

De oorlog had twee kanten voor bibliotheken

De rol van openbare bibliotheken in de Tweede Wereldoorlog is er één met twee kanten. Bibliotheken vonden zichzelf in de oorlog erg belangrijk omdat lezen zo ongeveer één van de laatste zaken was die door verduistering, avondklok en allerlei censuur nog mogelijk waren. De uitleencijfers gingen door het dak. Tegelijkertijd was het een tijd waar men zonder noemenswaardig verzet meeboog met censuur door de bezetter. Joodse medewerkers werden zonder protest ontslagen, Het bordje 'Voor Joden verboden' werd opgehangen en Joodse leden werden uitgeschreven. De VOB bracht er vorig jaar, naar aanleiding van mijn boek Geruisloos verdwenen uit de bibliotheekgeschiedenis, zelfs een indrukwekkend statement uit over die zwarte bladzijde.  Kortom: bibliotheken bogen op bijna alle plekken in Nederland bijzonder makkelijk mee onder de terreur van de bezetter.


Een bijzondere geschiedenis
Bijna overal. Er is - voor zover ik heb kunnen vinden - maar één bibliotheekdirecteur geweest die haar functie neerlegde en moedwillig met haar team het verdere functioneren van de bibliotheek onder de bezetter blokkeerde. Het is de moedige Eleonora Gehner, bibliothecaresse en directeur van de bibliotheek in Apeldoorn. 

Die Apeldoornse geschiedenis kwam ik toevallig op het spoor toen ik met mijn tweede boek bezig was over de Joodse medewerkers in het bibliotheekwerk. Ik las toen het boekje 'In nacht en ijs' dat werd opgesteld door de heer Greve van de Centrale Vereniging (de CV, de voorloper van de VOB). Voor dit boekje vroeg de heer Greve aan alle bibliotheken om hem in te lichten hoe bibliotheken het laatste jaar van de oorlog doorgekomen waren.  Ik vroeg het bij het Nationaal Archief het dossier op dat hoorde bij dit boekje.  Het bevatte tientallen verhalen van bibliotheken. Van stekeligheden met den NSB, uitlenen aan onderduikers maar dus ook het verhaal van Apeldoorn. De samenvatting van Greve, zoals die in het boekje staat, vindt u hierboven. 

Ik zocht en vond de brieven die hadden geleid tot dit stukje tekst. Het waren vijf A4'tjes in het archief van Greve. En het was een bizarre geschiedenis die veel erger was dan Greve hierboven samenvatte. Ik dook in het archief van CODA en las alle notulen en jaarverslagen, spitte door kasboeken en krantenknipsels en sprak het enige familielid dat Eleonora Gehner nog gekend heeft. Ook dook ik in NSB-dossiers bij het Nationaal Archief om na te pluizen wie de personen waren die er zo'n potje van gemaakt hadden. En in voorjaar bivakkeerde ik een week op het strand van Kijkduin om snel in het Nationaal Archief te kunnen zijn. De afgelopen week nam ik opnieuw een week vrij en sloot ik mezelf op in mijn eigen appartement om het grootste deel van het onderzoek uit te schrijven. Puzzelstukje voor puzzelstukje legde ik op zijn plek en reconstrueerde deze geschiedenis. En als slot van die week, laat ik u hier vast meegenieten van een klein stukje geschiedenis van wat dus in april 2024 als boek zal verschijnen. 



NSB'ers in het bestuur
De geschiedenis van de Apeldoornse leeszaal in de oorlog begint eigenlijk al vóór de oorlog. In 1936 wordt de heer Boeken benoemd als penningmeester van het bestuur. Hij is bankdirecteur en lid van de NSB. Overigens een zeer gewaardeerd bestuurslid en hij heeft zich zover ik heb kunnen ontdekken niet echt gemengd in enige censuurkwestie.

Dat verandert echter in 1942. NSB-burgemeester Den Besten wordt in Apeldoorn dan vervangen door NSB-burgemeester Pont. Den Besten moet het veld ruimen omdat hij te coulant voor de Joden zou zijn geweest. De kordate Pont is zijn vervanger. Den Besten heeft in zijn laatste dagen als burgemeester aan de de bibliotheek toegezegd dat de verhoging van de bibliotheeksubsidie voor 1943 akkoord is. Nu Den Besten weg is, worden daar door de opvolger extra eisen aan gesteld. Die subsidie kan er best komen maar er moeten dan wel twee extra NSB'ers in het bestuur komen. Chantage dus, een methode die we vanaf nu vaker zullen terugzien.

Het bestuur weigert dat te doen en vindt een uitweg doordat in de statuten de optie geboden wordt om het gemeentebestuur bestuursleden te laten aanwijzen. Zo schippert men met de eigen principes en de bezetter. De burgemeester heeft daar geen moeite mee en wijst twee NSB'ers aan: de heer Hillen, rector van het gymnasium en de heer De Kock, docent aan de machinistenschool. Vanaf begin 1943 loopt de spanning dan snel op.

Een schenking van de Nederlandse Kultuurraad
In augustus 1943 doet de Nederlandse Kultuurraad een aanbod aan 25 openbare bibliotheken om circa 160 Duitse boeken te ontvangen. Het aanbod hoort bij de strategie van de bezetter om beetje bij beetje de Nederlandse samenleving om te bouwen naar een nationaalsocialistische samenleving naar Duitse snit. In de brief wordt gevraagd of men hier uit principe interesse in heeft. 

De voorzitter van het bestuur, de heer Zwager, geeft dan aan dat die interesse er in principe niet is. Er is namelijk nauwelijks vraag naar Duitse boeken betoogt hij. Maar op proef wil hij er best tien proberen. De twee nieuwe NSB-bestuursleden vinden dat te weinigen en weten de lijst van mogelijke boeken nog te verhogen tot zestien. Uiteindelijk dus een tiende van de totale schenking die de Kultuurraad wil doen. Probleem opgelost. Zo lijkt het.

Na afloop van de vergadering vinden de twee nieuwe NSB-leden het toch veel te weinig en beiden klagen achter de rug van het bestuur om bij de burgemeester. De burgemeester roept de voorzitter en directeur op het matje en zegt dat het anders moet. Daarna ontstaat er natuurlijk ruzie in het bestuur over dit geniepige gedrag en wat er nu moet gebeuren. Men besluit om het probleem een niveau hoger aan te kaarten: bij het ministerie van Onderwijs, Kunst en Wetenschap en hen een uitspraak te laten doen. Probleem weer voorlopig opgelost. Zo lijkt het. 

Want de burgemeester, doet precies hetzelfde. Alleen heeft hij nog hogere connecties bij het ministerie dan het bestuur. De baas van het ministerie, de secretaris-generaal geeft de burgemeester carte blanche om de bibliotheek onder druk te zetten en zo nodig de subsidie stop te zetten. Opnieuw chantage dus. 

Het bestuur stapt op, de directeur wil ook niet verder
Op 12 mei 1944 barst de bom. De burgemeester heeft dan ondertussen een extra buitengewoon bestuurslid aangesteld en daarmee wordt het bestuur eigenlijk buiten spel gezet. Alle niet-NSB-bestuursleden stappen die avond op. Eleonora Gehner, de directeur, blijft alleen achter met drie NSB-bestuurders en een buitengewoon bestuurslid van het ministerie. Het is helder wat deze overgebleven bestuursleden willen: zij willen er een bibliotheek op nationaalsocialistische grondslag van maken. 

Ook voor Eleonora is de maat dan vol. Zij gaat ontslag nemen maar dat gaat haar in deze situatie natuurlijk niet verleend worden en daardoor overtreedt ze het ontslagverbod. Dat wordt als sabotage gezien. Het is overigens een overwogen keus van haar. Ze weet dat ze opgepakt gaat worden en brengt haar huisraad al elders onder. Ook overlegt ze met haar assistenten en regelen ze samen voor hen een werkplek bij andere bibliotheken. Het personeel dat wel achter blijft, zal onverklaarbaar vaak ziek zijn, als daad van weerstand. Het NSB-bestuur zit met veel te weinig personeel en de bibliotheek valt stil.



Een NSB-directeur
Het overgebleven NSB-bestuur stelt een NSB-directeur aan: mevrouw Vliegen-Kornelis. Zij gaat in de zomer van 1944 aan de slag.  In de aanschaf komen we dan hele lelijke nationaalsocialistische boeken tegen. Daar zie je hierboven een nota van.

Maar dat is niet alles. Deze directeur maakt er een potje van. De moedige directeur Eleonora Gehner schrijft hierover na de oorlog een verslag aan Greve van de CV (voor zijn boekje In Nacht en IJs).

Lees maar een stukje mee


De boeken en de planken werden dus verbrand, ter verwarming van het pand of het eigen huis. Maar er was nog meer creatief gebruik van het collectief bezit. 


Er werd dus ook gewoon gehandeld met de publieke middelen. Verboden boeken in ruil voor eten. Verderop in de brief verhaalt ze hoe het NSB-personeel ook het catalogussysteem en het uitleensysteem met hun onkunde om zeep helpen. 

Terug op haar plek
In juni 1945 komt Eleonora Gehner terug als directeur en het zal haar een paar jaar kosten om de schade van de oorlog weer weg te werken. Er was een chronisch tekort aan personeel in Nederland. Het verhaal kent vervolgens nog een component van liefde. Want haar leven zal daarna nog een onverwachte en onwaarschijnlijke wending krijgen. Maar,  ook die laat ik nog even als cliffhanger hier liggen. 

Voorzitter Zwager en bibliothecaresse-directeur Gehner waren een duo dat de Apeldoornse bibliotheek moedig door de oorlog bracht. En beiden waren bereid om op te staan voor principes en zich uit te spreken. Voor Eleonora Gehner betekende dat zelfs vluchten en onderduiken. 

April volgend jaar in de boekhandel
De puzzelstukjes zijn gelegd maar is nog een lange waslijst van te checken feiten, uit te zoeken deelverhalen en dergelijk. Maar duidelijk is dat dit boek rond april volgend jaar in de boekhandel zal liggen. Uitgeverij Waanders zal het gaan uitgeven. 

En natuurlijk kom ik er nog bij u op terug. Want u wilt natuurlijk nog weten hoe het zit met dat liefdesverhaal. Stay tuned!

Beeldverantwoording: foto boven, Archief Eisma,  tekst Apeldoorn: Delpher, foto Leesmuseum, Acrhief CODO,  foto nota, Archief CODA, de typverslagen komen uit het Nationaal Archief.

zondag 18 juni 2023

Over De beesten en de moddersporen van mijn jeugd


Ik maakte deze foto een flink aantal jaren geleden. Hij hangt vergroot bij mij thuis. Ik maakte de foto op de Internationale Kreidlerdag die toevallig werd gehouden in het dorp waar ik opgroeide. Dat dorp ligt ver in de Achterhoek. Op het platteland en dicht tegen Duitse grens. 

De foto is door mij de afgelopen week toch nog wel een paar keer extra bekeken. Ik las de  roman 'De beesten' van Gijs Wilbrink. Een roman die speelt in de Achterhoek, waarin motoren een belangrijke rol spelen en die mij in één klap terugbracht naar de moddersporen van mijn jeugd. Hoewel 'De beesten' natuurlijk fictie is in het genre van een literaire thriller, is zijn beschrijving van het leven in de Achterhoek wel erg raak. Het speelt zich ook nog ongeveer af in de tijd dat ik volwassen aan het worden ben. Dan is het plaatje dus wel compleet.

Want dat opgroeien op het platteland zo zijn eigen eigenaardigheden met zich meebrengt, merkte ik pas later. Toen ik er al weg was en toen ik bijvoorbeeld merkte dat ik gewoon veel minder woorden kende dan mijn medestudenten. Dat mijn tongval, hoewel wij thuis geen dialect spraken, soms een reden was tot hilariteit. En dat ik bij mijn eindspreekbeurt op de HAVO, twee dorpen verderop en dichter bij de stad,  één keer uit de toon viel van het Algemeen Beschaafd Nederlands. Ik gebruikte namelijk het woord 'onmeunich'. Dat woord kreeg ik op elk evaluatieformulier van mijn medeleerlingen terug. 

En hoewel ik mij als alternatief beschouwde en samen met mijn vrienden vond dat wij ons afzetten tegen de norm, zie ik nu pas hoeveel ik van die norm alsnog heb meegenomen. Achteraf zie je eigenlijk ook dat dat afzetten tegen die norm nu ook weer niet zoveel voorstelde. En je ziet hoeveel er is blijven hangen van die moddersporen van mijn jeugd.

Zo beschrijft de hoofdpersoon, die zelf net weg is uit de Achterhoek en is gaan studeren in Amsterdam, hoe de uitgaanskalender in de Achterhoek er ongeveer uit ziet:


'Op de gemeentekalender gaat er geen maand voorbij zonder gelegenheid om je ergens in een benauwde feesttent het licht uit je ogen te zuipen. Nieuwsjaarsfeest bij Ter Woerd; een paar weken later carnaval en Rosenmontag; dan kolde kermis; paasvuur; Koninginnedag; dauwtrappen met Hemelvaart; daklozenparty; dorpsfeest; kermis; de hele zomer dronken langs de trekkertrek, Monster Jam, de sterkste man, de autocross, de motocross; dan kermis een dorp verderop; Kloetenpop; Oktoberfeest in zalencentrum 't Olde Wiel; elfde van de elfde; carbidschieten; oudejaarsavond en ten slotte na twee uurtjes slaap aantreden bij Ter Woerd. Herhaal, tot aan de dood.'


Bij deze beschrijving heb ik ronduit zitten lachen. Dit is wel ongeveer de agenda van veel jongeren inderdaad. Het repeterend effect van samengedreven worden rond de bierpomp. Een plek waar wel veel werd gepraat maar weinig tegen elkaar gezegd. Problemen los je zelf op en daar val je de ander niet mee lastig. Liever iets verdrinken dan erover praten. En dan ligt de oplossing van een probleem al snel in de verneveling met alcohol. Een soort onbeholpenheid met het bestaan. 

En ja, elk dorp kende wel een onbehouwen familie, net als in de roman. Een familie die net wat ruwer was dan die andere. Moeders zeiden tegen hun kinderen dat ze maar beter niet met die kinderen konden omgaan. Families waar verhalen over gingen. Over losse handjes, foute handel of erger. Zo'n famlie staat centraal in het boek van Wilbrink.

En over de Katholieke kerk in elk dorp. Overal nog groot maar de pastoor mocht zich allang niet meer met alles bemoeien. Wel de Wees Gegroetjes maar daarna weer een paar harde vloeken en als niemand het zag deden we natuurlijk gewoon wat niet mocht. Door die kleine gemeenschappen is de onderlinge afhankelijkheid veel groter dan in de stad. En dat maakt ook dat de gemeenschap het liefst heeft dat iedereen maar een beetje gewoon doet. Een samenleving waar de grens tussen omzien naar elkaar en sociale controle uiterst dun is.  Het leven in de Achterhoek is op veel punten net wat ruwer dan een Vinex-locatie in het westen. Geen gezeur, hard werken en als het niet lukt gewoon een uitbrander en een schop onder je kont. Geen sentimenteel gedoe. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Dat soort theorie. 

Natuurijk maak ik er hier een karikatuur van.  Net als Gijs Wilbrink in zijn roman daar gebruik van maakt. Er wonen heel veel hele lieve mensen in de Achterhoek en het is een prachtige streek. Ook woont er nog veel familie van me dus ik moet ook nog een beetje oppassen hier. Een gebied met ruimte en natuur en waar op veel plekken nog intensief met de seizoenen wordt geleefd. En was ik ongelukkig met die jeugd? Nee, het was gewoon mijn jeugd. Ik wist niet beter.

Maar het leven op het platteland is dus echt anders dan het leven in de stadswijk met 'theoretisch opgeleiden' waar veel van de beleidsmakers wonen. Net als ik nu overigens. Een paar maanden geleden schreef ik over het rapport 'Elke regio telt'. In dat rapport vellen drie zeer gerenomeerde adviesorganisaties van de regering een vernietigend oordeel over de achterstelling van veel regio's en hoe er een stapeling van verschraling optreedt. Het platteland was al niet rijk bedeeld met voorzieningen maar het beleid van de afgelopen vijftien jaar heeft dat alleen maar erger gemaakt. 

Wie het boek van Wilbrink leest naast het rapport 'Elke regio telt', snapt wel waarom het wantrouwen op het platteland in zijn algemeenheid groot is het boerenprotest in het bijzonder Terwijl dat platteland van oudsher toch zulke trouwe CDA-stemmers waren. De geest is uit de fles en 'de beesten' zijn los. En daarmee zijn we terug bij Gijs Wilbrink. Lees dat boek.

En ik? Ik ben inmiddels zoals de mannen op de foto. Ouder, en ja nog in het bezit van een brommer. Denkend dat ik mijn jeugd wellicht ontgroeid ben, ontdek ik hoeveel van dit DNA er nog in me zit uit de moddersporen van mijn jeugd. Soms wat ontheemd en een beetje immigrant in mijn eigen land. Ik trap vandaag mijn brommer maar eens aan. Ik zal een rit maken over mijn moedergrond om maar eens vaderdag te vieren.

En wie denkt: Deckers, je kletst uit je nek, kijk nog even de documentaire Brommers Kiek'n van 2DOC. Van recenter datum dan mijn jeugd maar het DNA dat ik beschrijf zie je hier nog volop terug.

Voor het overige: Lees 'De beesten'!

zondag 11 juni 2023

De bibliothecaris die met een tractor protesteerde


Als u denkt dat alleen boeren met tractoren protesteren, dan hebt u het mis. Hierboven ziet u een foto van een protesterende bibliothecaris. En jawel, op een trekker. Ik zie u denken, protesterende bibliotheekmedewerkers? Bestaat dat? Jazeker, maar het is zeldzaam.  En protest met een tractor is nog zeldzamer, zo niet uniek. 

Help, de bibliotheek verzuipt! 

We spreken over het jaar 1983. In 1975 was de eerste bibliotheekwet ingevoerd die zorgde voor flink extra Rijksgeld voor het bibliotheekwerk. De contributievrijdom voor de jeugd was ingevoerd en sindsdien was het bibliotheekwerk geëxplodeerd. Jaar na jaar werden nieuwe en grotere bibliotheekvestigingen geopend. En telkens kwam er meer geld. 

In 1982 duikt Nederland de diepste recessie in sinds de jaren '50. De werkeloosheid liep heel snel op terwijl lonen nog gewoon met 7% stegen. Het kabinet Van Agt besloot tot zeer drastische bezuinigingen, een pakket van 12 miljard gulden (ca. € 5,5 miljard). Tegenstanders zeiden dat het land 'kapot bezuinigd' werd. Voorstanders zeiden dat er orde op zaken moest worden gesteld. Het was minister Brinkman die in 1983 daarom een generieke bezuiniging op het bibliotheekwerk zetten van, houd u vast, 18%. 

Na jaren van groei kwam de motor van het bibliotheekwerk abrupt tot stilstand. Er kwam verzet. En voor het bibliotheekwerk was het zelfs groot verzet. Op 11 november 1983 kwamen vele bibliotheekmedewerkers in Amsterdam bij elkaar om te protesteren. Daar is deze foto nog een getuige van. Daarvoor was er ook al een actiedag geweest in Amersfoort. De slogan: Help, uw bibliotheek verzuipt.

Wie op deze foto kijkt ziet rechts nog NBLC-directeur (voorloper VOB) Dick Reumer met sherlock-hoedje, in het midden met de dikke snor Eduard Duijker. Oud-gedienden zullen er nog wel meer herkennen. 

Boer Philipse

Naast dat grote protest was er ook kleiner protest. Zoals dat met de tractor van boer Philipse hierboven. De foto komt van Lex Kamphuis die in die tijd bibliothecaris was in Heteren. Ook hij wilde actie voeren. Het bestuur was er eigenlijk tegen omdat de bibliotheek ervoor gesloten moest worden. 'Ze lieten het toch doorgaan, omdat ik zo enthousiast was.', aldus Kamphuis. De bibliotheek ging dicht en het protest ging door.

Kamphuis: 'Voor het rijden met de tractor met platte kar, kreeg ik hulp van Heterenaar Fred Hendriksen, die lokaal bekend was door zijn creatie Boer Phlipse. Fred schreef als Boer Phlipse al langer columns in de dorpskrant en had ooit ook eens boekje geschreven met komische dorpsverhalen onder de titel ‘Efkes Douwe Jonges’. Dat boekje heeft hij destijds op zijn verzoek aangeboden aan de burgemeester in de bibliotheek Heteren. Als tegenprestatie heeft Fred mij toen geholpen met de actiedag.'

Het was koud die dag. Dus al rondrijdend rond Heteren werd er flink geblauwbekt. De tekst die Boer Philipse, in plat-Betuws, door de megafoon scandeerde is ook bewaard gebleven. 

Na de rondrit werden er bij burgmeester Bierman handtekeningen aangeboden waarvan de burgemeester beloofde om die over te brengen naar Den Haag. De burgemeester bood de demonstranten een glas wijn aan om warm te worden. Ik moet daar wel om glimlachen. Bierman die wijn aanbiedt. 

Burgemeester Bierman met bibliothecaris Lex Kamphuis

Hielp het protest? Nee, de bezuinigingen gingen gewoon door. Er vielen ontslagen, er sloten weer vestigingen en collectiebudgetten krompen. Sterker nog, in 1987 trok het Rijk de handen weer af van bibliotheekwerk en decentraliseerde het weer naar gemeenten en provincies in de Welzijnswet. De verplichting voor kleine gemeenten om met de provinciale bibliotheekcentrale samen te werken kwam te vervallen, al bleef die samenwerking in de praktijk vaak wel overeind. 

Maar, het was wel de enige keer dat bibliothecarissen met een tractor protesteerden. En Lex was de bibliothecaris die dat durfde. Waarvan akte.

Dank Lex Kamphuis voor deze mooie historie.

Wie verder wil lezen kan nog terecht bij dit artikel uit de dorpskrant.

zondag 4 juni 2023

Over een zesde functie in de bibliotheekwet, over hoe klein het nieuwe groot kan zijn en over de guerrilla van de Vrijheidsdagen in Gelderland

'Bibliotheken zijn de meest democratische plek in onze samenleving', schreef ik in februari van dit jaar. Woorden die ik niet zelf had verzonnen maar ik sprak staatssecretaris Uslu na, die ze ook weer van iemand geleend had, zo zocht ik uit. En ik stelde toen in een samenleving waarbij SIRE spotjes uitzendt om elkaar niet kwijt te raken bij poloarisatie, dat juist bibliotheken de plek zijn voor democratische waarden als dialoog, begrip en debat. Bibliotheken als plek om elkaar niet kwijt te raken. 

Deze zinnen kwamen nog even terug  Toen ik deze week werd ik aangenaam werd door een bericht over de Vrijheidsdagen in Gelderland.  Want hoewel er tal van maatschappelijke problemen zijn en kloven die gedicht moet worden, leven we ook in een bevoorrecht land. Hoewel dat besef met de oorlog in Oekraïne zeker nieuwe aandacht heeft gekregen in algemene zin, vraagt door de polarisatie jezelf uitspreken soms nog best wat moed en is dialoog niet meer vanzelfsprekend. 

Wat kun je daarin betekenen als bibliotheek? En zo ja, wat levert dat dan eigenlijk op? Is dat alle energie wel waard? Nou, dan heb ik toch een mooie opsteker, denk ik. De impact is denk ik namelijk groter dan je denkt. En ik eindig met wat dit nog kan betekenen voor de wijziging van de bibliotheekwet die er aan zit te komen.

Vrijheidsdagen

Eerst maar eens even beginnen bij die Vrijheidsdagen. De Vrijheidsdagen zijn een initiatief van de Gelderse bibliotheken, Erfgoed Gelderland en Rijnbrink en het word financieel mogelijk gemaakt door de Provincie Gelderland. De Vrijheidsdagen kennen in Gelderland al een tweede seizoen. Het eerste seizoen stond stil bij 75 jaar bevrijding in Gelderland. Er werden in een eerder seizoen vooral WOII-cafés georganiseerd die van plaats naar plaats trokken. Telkens werden bewoners opgeroepen om spullen die herinnerden aan de Tweede Wereldoorlog mee te nemen en je verhaal te doen. Er werden hele parachutes en andere oorlogsmaterialen meegenomen naar de bibliotheek. Dat leverde prachtige verhalen op die vaak nog nooit verteld waren. En eerlijk is eerlijk, het trok vooral ouderen. 

Dit jaar werd de focus meer verlegd naar jongeren. Dat leek in het begin nog best een opgave. Maar mijn collega's Elisabeth Rullens en Jelle van de Graaf hebben zich, samen met alle bibliotheken en andere deelnemende partijen echt iets van en voor jongeren van weten te maken. 


Sinds half maart loopt het programma nu en plaats voor plaats worden nu prachtige resultaten geboekt. Bij Cultura in Ede sprak NRC-journalist Karel Smouter met 500 jongeren over de kloof tussen stad en platteland. Bij Rozet stond het thema identiteit en vrijheid centraal op een mini-festival met de titel 'Laten we het beestje gewoon bij de naam noemen.  Bij Kunstwerk! in Zevenaar ging Sinan Can in gesprek met 250 jongeren naar aanleiding van een documentaire die door de jongeren zelf gemaakt was.  Bij CODA in Apeldoorn werd samen met ROC Aventus een dag van vrijheid samen met het Nederlandse Debat Instituut en dat eindigde ook met een debatwedstrijd. Bij OBGZ in Nijmegen wer een heus Vrijheidsfestival opgezet tal van sprekers en muzikanten. 

Van elke bijeenkomst wordt door de Beeldbrengers een filmpje gemaakt. Die deel ik graag tussen deze stukjes tekst. Bekijk ze eens. En dan zie je hoe op elke plek tot iets moois werd gekomen. Hoe op elke plek mensen aan het denken werden gezet. In gesprek kwamen met elkaar. Opnieuw naar elkaar en wereld leerden kijken. In zakelijke termen heet dat impact. Ik vind heet gewoon mooi dat we mensen weten te raken en iets in beweging mogen zetten. 


Maar levert het wel wat op?

Maar levert dit nou echt wat op? Je kan er klein over denken: één debat  op één plek, één dialoog op één school, één lezing in één aula van een culturele instelling. Nou, dan denk je er wat mij betreft te klein over. Bij dit soort inzet moet ik dan altijd denken aan dat briljante reclamefilmpje van Triodos waar ik graag al parafraserend wat worden van leen voor de impact van dit soort activiteiten:

Want de macht is niet meer aan groot. De kracht is aan klein. Misschien realiseer je dat jezelf niet eens. Maar wat je elke dag doet, maakt verschil. Jij bepaalt wat je met je euro doet. Of juist niet doet. Elke handeling, hoe klein ook, zet iets in beweging. Al die handelingen bij elkaar zorgen voor de grote, de echte verandering. Een verandering naar een andere wereld. Eerlijker. Menselijker. Groener. Innovatiever. Kijk maar goed om je heen. Want je ziet het al om je heen. Want klein is het nieuwe groot.

Op al die plekken zetten we iets of iemand in beweging. En hoe dat uitwerkt, dat weten we nog niet. Dat we jong volwassenen hebben laten nadenken over wat ze elke dag doen, hoe ze handelen of juist niet handelen, dat is denk ik iets dat deze samenleving ontzettend kan gebruiken. En ik weet zeker dat de Gelderse bibliotheken niet uniek zijn in deze. Op ontzettend veel plekken zijn we op deze manier van waarde. 

Wat als je van klein iets groots maakt? Naar een nationale dialoog?

De Gelderse bibliotheken pakken dit nu samen op. Daardoor wordt het al iets groter dan elke bibliotheek voor zich. Bibliotheken  hebben in de bibliotheekwet nu vijf taken. Eén van die taken is 'ontmoeting en debat'. Niet de meest prominente taak voor veel bibliotheken (en gemeenten) maar in deze tijd zou je daar wellicht toch meer invulling aan moeten geven. Ik kan mij best voorstellen dat bibliotheken gezamenlijk elk jaar een nationale dialoog organiseren. Over welk onderwerp moeten wij het als samenleving met elkaar hebben? Stikstof? Energietransitie? Slavernijverleden? Fakenieuws? Armoede? Zeg het maar. Wat mij betreft laten de scholieren in deze filmpjes zien dat zij prima in staat zijn om die dialoog te voeren. En wat mij betreft kiezen we dat onderwerp samen met het kabinet en is dat het onderwerp waar we ons als samenleving dat jaar maar eens op moeten bezinnen. 

Naar een zesde functie in de wet of uitbreiding van de vijfde?

Tja, die wettelijke functie 'onmoeting en debat', het onterechte stiefkindje van de bibliotheekwet. Want wat mij betreft breiden we óf deze functie uit met dialoog en democratisch burgerschap of we maken er zelfs een zesde functie van. Ik vermoed overigens dat uitbreiding van die vijfde functie meer kans maakt en geeft er ook terecht meer gewicht aan. 

Zo'n berichtje over Vrijheidsdagen, bracht bij mij dus nog wel wat te weeg. Hoewel het allemaal op lokale schaal is en soms niet al te groot, is het wel op heel veel plekken. De optelsom van die gezamenlijke inspanning op lokaal niveau, laat je beseffen dat het helemaal niet klein is. Al die kleine bijeenkomsten, zijn inderdaad het nieuwe groot. Denk er niet te klein over. Want het is klein organiseren maar met elkaar groots manifesteren. Ziehier een kernkwaliteit van het bibliotheekwerk. 

Rest mij op deze plek nog complimenten te geven aan al die bibliotheken die in Gelderland (en daarbuiten) met deze activiteiten bezig zijn. En in dit geval in het bijzonder aan mijn collega's Elisabeth Rullens en Jelle van de Graaf die deze Vrijheidsdagen mogelijk maakten.

Nog meer filmpjes vind je hier. En meer info over de Vrijheidsdagen vind je hier.

maandag 29 mei 2023

Hoe ChatGPT zich met mijn gevoel en idealen ging bemoeien...

Onlangs had ik met een vriend een gesprek over AI en ChatGTP. 'Er zullen toch ook wel zaken zijn die het niét kan?' zei hij. 'Omgaan met gevoelens bijvoorbeeld of iets met idealen, dat kan een robot toch niet?'  Zo overtuigd als mijn vriend  klonk, zo overtuigd was ik zelf niet. Ik liet namelijk al eens een beleidsplan schrijven door ChatGPT. was daar wel van onder de indruk en schreef daar ook een kort artikel over.   Dus hoe ver ging het? 

'Laten we het proberen!' stelde ik voor.  Ik startte ChatGTP en stelde de vraag: 'Wat moet ik doen als ik verdrietig ben?'

Even werd het stil op het scherm. De cursor knipperde. Een stilte zoals die tussen vrienden kan ontstaan als je iets benoemt dat gevoelig kan zijn. Maar het was van korte duur. Want daar ratelde ChatGPT het antwoord:

'Als je verdrietig bent, zijn er verschillende dingen die je kunt doen om jezelf te helpen. Hier zijn enkele suggesties:

  1. Erken je emoties: Het is belangrijk om je verdriet te erkennen en toe te staan dat je je zo voelt. Negeer je gevoelens niet, maar erken ze en accepteer dat het normaal is om verdrietig te zijn.
  2. Praat erover: Zoek steun bij mensen die je vertrouwt, zoals familieleden, vrienden of een therapeut. Praten over je gevoelens kan opluchting bieden en je helpen om je verdriet beter te begrijpen.
  3. Huilen: Huilen kan een natuurlijke en gezonde reactie zijn op verdriet. Het kan je helpen om emoties los te laten en spanning te verminderen. Sta jezelf toe om te huilen als je daar behoefte aan hebt.
  4. Zoek afleiding: Soms kan afleiding helpen om je gedachten even te verzetten en je humeur te verbeteren. Doe activiteiten die je leuk vindt, zoals het kijken van een film, lezen, naar muziek luisteren, sporten of wandelen in de natuur.
  5. Zorg goed voor jezelf: Tijdens verdrietige periodes is zelfzorg extra belangrijk. Probeer gezond te eten, voldoende te slapen en regelmatig lichaamsbeweging te krijgen. Dit kan bijdragen aan een beter gevoel en je energieker maken.
  6. Schrijf je gevoelens op: Het kan helpen om je gevoelens op papier te zetten. Schrijf in een dagboek of maak notities over wat je dwarszit. Dit kan een uitlaatklep bieden voor je emoties en je helpen om duidelijkheid te krijgen.
  7. Zoek steun in creatieve uitingen: Probeer je verdriet om te zetten in creatieve uitingen, zoals schilderen, tekenen, schrijven of muziek maken. Het kan een therapeutische uitlaatklep zijn en je helpen je emoties te uiten.
  8. Geef jezelf tijd: Het kost tijd om te genezen van verdriet. Wees geduldig met jezelf en verwacht niet dat je je meteen beter voelt. Geef jezelf toestemming om te rouwen en te genezen op jouw eigen tempo.'

Ik keek mijn vriend aan. Dit was helemaal geen slecht advies. Dat advies hadden wij elkaar ook kunnen geven. Sterker: we hadden het elkaar gegeven. De cursor knipperde en stopte nog voor een paar seconden. Daarna lichtte het scherm nog één keer op. Voor een slotzinnetje:

'Als je verdriet langdurig aanhoudt en je dagelijkse leven beïnvloedt, is het raadzaam om professionele hulp te zoeken. Een psycholoog of therapeut kan je begeleiden en ondersteunen bij het omgaan met je verdriet.'
 
Hmm, als een gratis chatbot al tot zoiets in staat is, komt een goed gesprek wel in zicht. Even moest ik denken aan het verhaal van Roanne van Voorst, dat ik hoorde op Bibliotheekplaza vorig jaar. Zij was het experiment aangegaan om een relatie aan te gaan met een avatar, zeg maar een chatbot. Ze gaf in dat verhaal aan dat de chatbot in staat was om haar tot het niveau van een gewone vriend te volgen. Een goede vriend werd het nooit want een keer tegengas geven of een spiegel voorhouden, iets wat echte vrienden kenmerkt, was er niet bij. De echte diepte ontstond dus niet. 

Wie het verhaal van Roanne nog eens wil horen kan dit filmpje nog eens nakijken. 


Van verdriet naar idealisme
'Maar hé', zei de vriend, 'idealen.... daar kan hij je toch niet mee helpen? Dat is toch echt persoonlijk en  menselijk?' De overtuiging van mijn vriend was aandoenlijk. Want ik was het geloof in de menselijkheid al wel zo ongeveer kwijt. En dus probeerden we ook dat uit.  En om het niet te klein te maken, typten we in:

Hoe red je de wereld?

Opnieuw bleef het even stil aan de andere kant. Er verscheen een eerste zin:

Het redden van de wereld is een complexe en uitdagende taak die vereist dat individuen, gemeenschappen, bedrijven en overheden samenwerken. 


Stopte het hier? Was dit het antwoord? Nee, ook dit keer het was slechts een pauze. Die pauze maakt de AI overigens menselijk. Alsof de computer er nog over nadenkt.  De cursor knipperde en het antwoord ontrolde:

'Hoewel er geen eenvoudige oplossing is, zijn er verschillende stappen die je kunt nemen om een positieve impact te hebben:
  1. Bewustwording: Informeer jezelf over de belangrijkste milieukwesties waarmee de wereld wordt geconfronteerd, zoals klimaatverandering, ontbossing, verlies van biodiversiteit en vervuiling. Begrijp de oorzaken en gevolgen van deze problemen.
  2. Duurzaamheid bevorderen: Pas duurzame praktijken toe in je dagelijkse leven. Dit kan onder andere betekenen dat je je energie- en waterverbruik vermindert, recycleert, herbruikbare producten gebruikt, duurzame voedselkeuzes maakt en milieuvriendelijk transport gebruikt.
  3. Ondersteun groene initiatieven: Steun organisaties die werken aan het behoud van het milieu en duurzame ontwikkeling. Dit kan door vrijwilligerswerk te doen, geld te doneren of actief deel te nemen aan lokale initiatieven en campagnes.
  4. Politieke betrokkenheid: Maak je stem en zorgen kenbaar bij politieke leiders en beleidsmakers. Vraag om strengere milieubeschermingswetten en steun voor duurzame projecten en initiatieven. Stem op politieke partijen en kandidaten die zich inzetten voor een duurzame toekomst.
  5. Onderwijs en bewustwording vergroten: Educatie speelt een cruciale rol bij het redden van de wereld. Deel je kennis en bewustzijn over milieukwesties met anderen. Ondersteun en neem deel aan initiatieven voor milieueducatie in scholen, gemeenschappen en online platforms.
  6. Duurzaam zakendoen: Als ondernemer kun je duurzame bedrijfspraktijken implementeren. Dit omvat het verminderen van afval, het verminderen van de ecologische voetafdruk, het investeren in groene technologieën en het nemen van verantwoordelijkheid voor de hele toeleveringsketen.
  7. Bevorderen van hernieuwbare energie: Ondersteun de overgang naar hernieuwbare energiebronnen, zoals zonne-energie en windenergie. Dit kan betekenen dat je zelf investeert in zonnepanelen of windenergie, of dat je druk uitoefent op energiebedrijven en overheden om meer te investeren in groene energie.
  8. Bescherming van ecosystemen en biodiversiteit: Ondersteun inspanningen om ecosystemen en bedreigde diersoorten te beschermen. Dit kan door middel van donaties aan natuurbeschermingsorganisaties, het vrijwillig deelnemen aan herbebossingsprojecten of het steunen van initiatieven die zich richten op het behoud van mariene ecosystemen.
  9. Verminderen van consumptie: Overweeg je consumptiegedrag kritisch en probeer onnodige verspilling te verminderen. Koop alleen wat je nodig hebt, hergebruik en repareer items in plaats van ze weg te gooien, en vermijd overmatige verpakkingen.
  10. Samenwerking en betrokkenheid: Wereldwijde uitdagingen vereisen samenwerking op alle niveaus. Werk samen met anderen in je gemeenschap, sluit je aan bij lokale milieuorganisaties en steun internationale inspanningen om de wereld te redden.'
We keken elkaar aan. Dit was wel een heel concreet lijstje dat je langs kon lopen. Dit lijstje had niet misstaan in een krant als de Correspondent onder de titel 'Maak je eigen 10-puntenplan voor je idealen'. 


Tja, zo makkelijk als ChatGTP het opschrijft, zo eenvoudig is het leven natuurlijk niet. Als de wereld bestond uit alleen maar mensen die dit lijstje uitvoerden, was de wereld inderdaad gered. Maar er waren op dit moment vast ook mensen die vroegen aan ChatGTP: hoe word ik zo snel mogelijk rijk, hoe zorg ik dat mijn bedrog niet uit komt, hoe krijg ik zoveel mogelijk macht of hoe ontduik ik de belasting? Want hoe je het ook wendt of keert, elke techniek kan een zegen of een vloek zijn. 

Een illusie armer maar een biertje rijker

Mijn vriend was een illusie armer. Ik zag het in zijn ogen. We lieten het maar zo. Ik vroeg of mijn vriend een biertje lustte. Dat was tenminste nog echt voorbehouden aan vriendschap. Toch? Of toch niet. Mijn laatste vraag aan ChatGPT was dan ook:

Lust je ook een biertje?

En daar kwam de aap uit de mouw...

'Als AI-model kan ik geen fysieke handelingen uitvoeren, dus ik kan geen bier drinken. Ik ben hier om vragen te beantwoorden en te helpen met informatie. Is er iets anders waar ik je mee kan helpen?'

Twee glazen klonken tegen elkaar. Op de vriendschap, zeiden we tegen elkaar. Op de achtergrond knipperde jaloers een cursor. 

De illustraties bij dit artikel zijn ook gemaakt via AI, met Dall-e, op basis van trefwoorden uit dit artikel ChatGPT en Dall-e zijn te gebruiken via OpenAI. 

dinsdag 23 mei 2023

Hoe bibliotheken stilletjes voorsorteren op een vaste plek voor de Bibliotheek op school


Het is druk op het landelijke beleidstoneel. Er speelt veel en het kost mij best moeite om alles bij te houden. Op het ene moment open staatssecretaris Uslu nog het subsidieloket of het volgende onderwerp voor bibliotheken komt voorbij: het masterplan Basisvaardigheden. Een jaar geleden kwam dit onderwerp voor het eerst in de Kamer en toen schreef ik er ook over. Het masterplan Basisvaardigheden is ook een voortvloeisel uit het regeerakkoord en moet het funderend onderwijs (PO en VO) helpen om betere resultaten te leveren rond taal en rekenen in eerste aanleg en in het verlengde ook op digitale geletterdheid en burgerschap. Er wordt een oplopend bedrag van bijna € 1 miljard structureel voor uitgetrokken. 

Het masterplan is opgebouwd rond vijf pijlers waarvan één gaat over school en omgeving met de nadrukkelijke aandacht voor boeken lezen op school. Ook toen werd de Bibliotheek op school al genoemd en gemeld dat er meer moest worden samengewerkt met de bibliotheek.  

In de afgelopen week stuurde minister Wiersma de kamerbrief over de voortgang van het Masterplan naar de kamer gestuurd en op maandag 22 mei vond er het kamerdebat over plaats. Ik neem u mee langs de relevante punten voor openbare bibliotheken. 

De kamerbrief en het plan van aanpak

De minister heeft in de kamerbrief zichzelf een redelijk stevige opdracht gegeven. Het niveau moet omhoog. Eind van het schooljaar 2027/2028 moeten nagenoeg alle leerlingen het voortgezet onderwijs op niveau 2F zitten. Onder dat niveau wordt je in de regel laaggeletterd genoemd. Dat is een stevige ambitie want dan heeft de minister hier maar vijf jaar de tijd voor. Oudgedienden in het bibliotheekvak zullen zich de ambitie van de leescoalitie nog herinneren: in 2025 zou geen enkel kind met een leesachterstand de basisschool verlaten... 

De bibliotheek op school neemt in deze opdracht best een belangrijke plek in. De belangrijkste rol ligt natuurlijk bij het onderwijs. De kernpassage uit deze brief voor openbare bibliotheken is wat mij betreft deze. 

'Lezen en schrijven zijn misschien wel de ‘basis van de basis’. Dat begint al vroeg, als kinderen woordjes leren door voorgelezen te worden door hun (groot)ouders of andere opvoeders. Specifiek op het gebied van leesvaardigheid richt ik mij, naast het klaslokaal, ook op de omgeving van de school.

De staatssecretaris voor Cultuur en Media en ik investeren opnieuw in bewezen effectieve aanpakken voor leesbevordering om de school heen. Het gaat dan onder meer om Boekstart in de kinderopvang en de Bibliotheek op School. Ik wil dat we deze ondersteuning meer gaan richten op scholen die dat het meest nodig hebben en hen daarbij zoveel mogelijk ontzorgen. Ik ben daarvoor een meer gerichte en verbeterende aanpak aan het ontwikkelen die in de loop van volgend schooljaar scholen nog beter zal helpen en die scholen een perspectief biedt voor meerdere jaren. Dit gaat zowel om nieuwe locaties van de Bibliotheek op School als om een verbetering van de hulp op bestaande locaties. In het verlengde van de motie-Mohandis  loopt daarnaast momenteel het onderzoek naar wat er nodig is om de Bibliotheek op School verder te verduurzamen op de lange termijn. Het plan voor duurzame borging op de lange termijn dat gebaseerd is op dit onderzoek presenteer ik dit najaar.

Kennis voor professionals wordt gedeeld via de website van de Bibliotheek op School. Daarnaast wordt kennis over succesvolle voorbeelden gedeeld via de leesmonitor van Stichting Lezen, op conferenties zoals lezen Centraal, via de kernteams van Stichting Samenwerkende PIO’s Nederland (SPN), in publicaties vanuit Kunst van Lezen en magazines zoals Lees Lezer Leest!'

Zo, daar wordt in een paar zinnen veel gezegd. Op de eerste plaats dat de Bibliotheek op school  moet worden ingezet om scholen zoveel mogelijk te ontzorgen. Dat betekent in mijn ogen dat hier dan ook mogelijkheden en middelen voor komen. Daarnaast zegt de minister dat hij dat wil doen op scholen die dat het meeste nodig hebben. Dus niet alle scholen maar via een rangschikking. Je kunt denken aan de score van scholen, type scholen waar het harder nodig is etc. 

Op de derde plaats meldt de minister dat het niet alleen gaat om nieuwe locaties - waar de huidige eenmalige subsidieregeling over ging - maar ook over verbetering van bestaande locaties. Daarbij wijst hij op de motie van Mohandis die gaat over de structurele financiering van de Bibliotheek op school

Tot slot wordt in de brief ook er nog even op gewezen dat er al een landelijk team is dat de uitvoering doet. Ergo: je hoeft niks op te bouwen maar je kan gelijk aan de slag...

Wie dus goed deze regeltjes leest, kan toch eigenlijk niet anders dan concluderen dan dat hier een opmaat naar een vorm van structurele financiering lonkt voor de Bibliotheek op school. Het staat er niet direct maar in het najaar gaat de minister met iets komen. Hoe? Dat weten we nog niet. Hoewel, daar kom ik zo op terug.

In het plan van aanpak, als bijlage bij de beleidsbrief, staat nog onderstaande doelenboom. Die gaat overigens nog uit van de plannen zoals ze vorig jaar gepresenteerd werden. De beleidsbrief is dus al een slagje verder. 

Onderzoek Kwink

Afgelopen week maakt KWINK bekend dat zij het onderzoek gaan doen naar de duurzame verankering van de Bibliotheek op school. KWINK is een bekende voor bibliotheken. Zij deden ook de evaluatie van de bibliotheekwet. Een evaluatie die bijdroeg aan de besluitvorming om extra te investeren in het bibliotheekwerk. KWINK schrijft zelf op hun website dat ze het volgende gaan doen.  

Het ministerie van OCW heeft KWINK groep gevraagd om onderzoek te doen naar de voorwaarden voor de duurzame verankering van dBos. Daarvoor dient allereerst inzichtelijk te zijn op welke wijze de huidige samenwerking tussen bibliotheken en scholen is vormgegeven. Ten tweede is het van belang dat in beeld wordt gebracht welke wensen vanuit scholen en bibliotheken hebben. Deze uitkomsten dienen vertaald te worden naar voorkeursscenario’s. 

Reactie VOB

De VOB heeft de Kamer een brief gestuurd als inbreng bij deze beleidsbrief. Die is in lijn met wat Wiersma zegt. Op één punt na. Probeer die maar eens te vinden. 

'De investering van 12,9 miljoen uit het masterplan basisvaardigheden is incidenteel. Structurele borging is noodzakelijk, zodat scholen en bibliotheken gericht aan de slag kunnen om samenwerking te starten, versterken en/of te verdiepen. Hiermee borgen we de continuïteit en kwaliteit van deze succesvolle aanpak in het hele land. Het is daarom zeer positief dat minister Wiersma en staatssecretaris Uslu werken aan een meerjarige toekomstvisie voor de bibliotheek op school. Een concreet tijdspad ontbreekt echter. Onze oproep is om daarom voor de zomer perspectief te bieden. Hierbij vragen we ook nadrukkelijk aandacht voor de ontluikende geletterdheid van jonge kinderen van 0-4 jaar. Door de samenwerking tussen de kinderopvang en bibliotheken te intensiveren middels het programma BoekStart kunnen we voorkomen dat kinderen uit kwetsbare taalarme gezinnen met een taalachterstand aan de basisschool beginnen.'  

De minister zegt dat hij in het najaar met een invulling komt. De VOB vraagt om al voor de zomer perspectief te bieden? Waarom? Ik denk omdat je, als je voor de zomer al perspectief kunt bieden, je na de zomer al aan de slag kunt.  Wie na de zomervakantie pas duidelijkheid biedt, verliest een schooljaar... 

Het Kamerdebat

Tja, dan het Kamerdebat maandag. Ik moet zeggen dat ik het niet helemaal heb gevolg. Het was een debat van zeven uur. Ik moest me dus behelpen met slim scrollen door het debat.  Wat mij steeds meer stoort bij de debatten is hoe weinig partijen eigenlijk deelnemen. Bij dit debat namen VVD, CDA, D66, SP, Groen Links, Christen Unie en PVV deel. Dat niet alle partijen deelnemen snap ik, maar in dit rijtje miste ik wel een paar cruciale. Maar hulde voor de partijen die erbij waren. Het was overigens een debat op maandag. Dat is overigens ook redelijk ongebruikelijk. 

Wat je zag in het debat dat de rol van de minister naar het onderwijs een ingewikkelde is. De minster gaat over de doelen en het wát. De scholen gaan over het onderwijs en het hoé. De minister kan een curriculum vaststellen aan de voorkant en kan de inspecteren aan de achterkant. Maar dat proces daartussen is van de scholen. Met stevige en ambitieuze doelstellingen maar geen zeggenschap over het onderwijsproces zegt de minister zelf dan ook al wel dat hij een flink aantal disclaimers heeft. In dat licht is samenwerken met de bibliotheken wellicht toch een interessante. Door daar op te investeren, schuif je eigenlijk een methode de school in (die ook nog effectief bewezen is) zonder ingewikkelde discussies over de autonomie van de scholen. Maar goed, misschien is het ook wensdenken van mij. 

Met name Westerveld van Groen Links staat nog even stil bij het leesplezier van kinderen. En ze stelt vragen over de financiering van de Bibliotheek op school in relatie tot de voorjaarnota. Dat lijkt nog te gaan over aanvullende middelen op de € 12,9 miljoen die eerder is toegezegd. Een echt helder antwoord heb ik gemist. Maar dat kan ook aan mij liggen. 

Bij de moties wordt door CDA en SP nog geprobeerd om digitale geletterdheid een wat lagere positie te geven dan taal en rekenen en Van Meenen van D66 vindt dat het wel alleen over taal en lezen mag gaan. Een beetje handige minister weet dat wel te pareren door de rangschikking van de onderwerpen nog eens te benoemen. En dat doet Wiersma ook. Volgende week wordt gestemd over de moties maar die hebben geen directe invloed voor bibliotheken. En daarmee doe ik een heleboel andere onderwerpen die wel aan de orde kwamen direct tekort. 

Bibliotheken sorteren stilletje voor

Afdronk? Ik ben blij dat ik geen minister van onderwijs ben. Wat een ingewikkelde positie. Maar ik kan me toch niet aan de indruk onttrekken dat bibliotheken zich stilletjes staan voor te sorteren op een volgende stap in het bieden van leesplezier. Een volgende stap waar geen vragen over werden gesteld en die niet ter discussie staat. De VOB wil die stap voor de zomervakantie, de minister stelt voor in het najaar terug te komen. Hoe dan ook een goede uitgangspositie. 

U bent weer bij en weet dat u met uw bibliotheek een beetje mee mag voorsorteren op een mogelijk vervolg. Maar geduld is een schone zaak.  

zondag 21 mei 2023

Hoe een regeling 'van stenen' een regeling 'van kansen' werd : over de achterkant van een regeling

Afgelopen maandag werd in Eindhoven door staatssecretaris Uslu het subsidieloket geopend voor - hou u vast  de - '  Eenmalige specifieke uitkeringen lokale bibliotheekvoorzieningen 2023-2024' En daarmee start het Rijk met investeringen in lokaal bibliotheekwerk. Het gaat om een eerste ronde die tot 15 juni loopt. Van 15 november tot 15 december volgt een tweede ronde. In totaal komt er ruim € 50 miljoen eenmalig beschikbaar. Dit met de bedoeling om vanaf 2025 met een gewijzigde bibliotheekwet met een zorgplicht voor gemeenten en provincies ook nog eens structureel jaarlijks ruim € 50 miljoen beschikbaar te stellen. De eenmalige regeling is dus nog maar een opmaat naar een structurele. 

Nu mocht ik in het afgelopen jaar met regelmaat meedenken bij het ministerie over deze regeling. Het gaf mij een bijzonder inkijkje hoe beleid in Nederland tot stand komt en ik zag hoe deze regeling kantelde van een regeling 'van stenen' naar een regeling 'in kansen'. Ik neem u mee in de wereld achter de schermen.

Hoe ambtenaren van OCW in stilte alles voorbereidden met af en toe een knokpartij

Want hoe maak je eigenlijk zo'n regeling? Nou, daar zat een veel langere aanloop aan dan ik zelf dacht. Die aanloop blijkt namelijk te liggen bij de evaluatie van de bibliotheekwet in  2019. In 2015 is de wet ingevoerd. De wet is een stelselwet die drie overheidslagen aanmoedigt om zich in te zetten voor bibliotheekwerk. Een bevorderingstaak, geen zorgplicht. Bij de evaluatie in 2019 wordt geconstateerd dat in de afgelopen jaren het aantal vestigingen terugloopt en dat het aantal gemeenten dat geen volwaardige bibliotheekvoorziening heeft niet is verminderd. Dat heeft vooral te maken met snel teruglopende middelen voor bibliotheekwerk doordat de gemeenten krap bij kas zitten.  De stelselwet zelf werkt over het algemeen goed, maar niet op dit punt. Die conclusie wordt in 2020 bevestigd door het rapport van de Raad voor Cultuur, 'Een bibliotheek voor iedereen'.  Ook de Raad hekelt dat de bibliotheekwet niet heeft geleid tot een bibliotheek in elke gemeente en zij adviseert om de wet op dit punt aan te passen. 

Zeg Deckers, we leven in 2023, hoor ik u denken. Moeten we zo ver terug in geschiedenis? Eh ja, dat moet. En dat heeft te maken met de verkiezingen die daarna volgen. Die vinden plaats in maart 2021. 

In het verlengde van de evaluatie van de bibliotheekwet en in voorbereiding om de komende formatie na de verkiezingen werken de ambtenaren van OCW in de zomer en het najaar van 2020 in relatieve stilte de aan een zogenaamd 'fiche' dat gebruikt kan worden bij de formatie. Ambtenaren sorteren dus voor met hun beleid op de komende formatie. In dat najaar gaat er een paar keer een beleidsstuk heen en weer tussen het ministerie van OCW en het ministerie van Financiën. Daarbij stelt het ministerie van Financiën nog wel wat vragen bij de investeringen. Lekt het geld niet lokaal weg? Geen strooigeld! Kan de investering niet concreter? Hoeveel vestigingen worden het precies? Het ministerie van Financiën stelt behoorlijk wat voorwaarden. Maar de ambtenaren die dit dossier doen, weten behendig en geduldig langs alle opmerkingen te manoeuvreren. En, het 'fiche' haalt de eindstreep en mag mee richting de formatietafel. Voor de goede orde: de meeste plannen halen deze fase niet. Het tij zit mee en de ambtenaren zijn scherp.

Van formatie naar bibliotheekbrief, weer een knokpartij

De verkiezingen volgen en de formatie vraagt ongelofelijk veel tijd. Zoveel tijd dat de formatie pas in december 2021 wordt afgerond met het regeerakkoord. En jawel, daarin wordt een zinnetje opgenomen over bibliotheken bij de paragraaf voor een investering van € 170 miljoen voor cultuur. Die zin luidt dat gestreefd wordt naar een toekomstgerichte bibliotheekvoorziening in elke gemeente. Meer dan dat zinnetje is het niet. Maar op de achtergrond heeft het ministerie dan dus al een plan klaar liggen. Nou ja, klaar... Dat is een groot woord. Er moet namelijk opnieuw een robbertje gevochten worden. Dit keer niet met het ministerie van Financiën maar binnen het ministerie van OCW zelf. Die € 170 miljoen moet adequaat verdeeld worden over de verschillende posten.

Omdat de formatie van 2021 zo lang duurde, is de begroting van 2022 allang vastgesteld en is de eerstvolgende ronde dus eigenlijk de begroting van 2023. Met Prinsjesdag, en we zitten dan al in september 2022,  wordt dan ook helder hoeveel geld er de komende jaren echt naar bibliotheken gaat. Het wordt een oplopend bedrag van ongeveer € 60 miljoen. Wie kijkt naar de verdeling van de extra cultuurgelden, ziet dat bibliotheken eigenlijk wel de hoofdprijs in de wacht hebben gesleept. Hoewel het bedrag wat lager begint, eindigt het hoog, en structureel. Reken maar dat er met jaloerse ogen naar gekeken is door anderen. Ook nu weer geldt: het tij zit mee en de ambtenaren zijn scherp. 

Kort daarop, begin november 2022 volgt dan de Bibliotheekbrief waarin de plannen definitief ontvouwd worden: een tijdelijke regeling voor de korte termijn en een zorgplicht voor de lange termijn. En een oplopend en structureel bedrag van ruim € 50 miljoen naar een zorgplicht op lokaal niveau. 

Van bibliotheekbrief naar een regeling, en weer een knokpartij

Nu helder is wat er moet gebeuren op hoofdlijnen, moet de regeling ingevuld gaan worden. Het is inmiddels ver in het najaar 2022. Vooraf is al advies ingewonnen hoe die regeling juridisch het beste kan: het zou een specifieke uitkering moeten worden (SPUK). Het eerste geld moet in 2023 uitgegeven worden. De tijd gaat dringen. De ambtenaren starten een overleg met zo ongeveer alle betrokken partijen over hoe de tijdelijke regeling eruit moet zien.  De gemeenten zijn ervoor om het geld gewoon naar inwonertal over te maken. Maar dat kan niet want het 'fiche' dat is goedgekeurd door het ministerie van Financiën laat daar geen ruimte voor, het moet specifieker. De focus in de lobby de afgelopen jaren zat op het verdwijnen van vestigingen. De regeling moet dus koersen op dat probleem. Met andere woorden: nieuwe vestigingen of versterking van beperkte voorzieningen. Om die reden spreken partijen al snel over een regeling 'die over stenen' gaat. Een geluid dat hardnekkig zal blijken maar onterecht zal zijn. 

Het proces dat ik meemaakte was dat het ministerie van OCW probeert om met alle partijen de juiste beleidsruimte te vinden ten opzichte van de eerdere afspraak met het ministerie van Financiën. Dat vergt edel duw- en trekwerk. Anderen zouden zeggen een knokpartij... maar dat is het toch ook niet.  Het is meer met druk zoeken naar een gezamenlijke invulling. En dat duw- en trekwerk gaat zowel via de formele partijen als partijen die zich toch ook onuitgenodigd opdringen. Maar voor iedereen is, op zijn of haar niveau, aandacht. 

En door dat proces  verandert er nog wel wat. Zo is de regeling eerst nog bestemd voor een beperkt aantal gemeenten maar dat is op te rekken naar alle gemeenten als een bepaalde prioriteitsvolgorde wordt aangehouden op afstand en maatschappelijke opgaven. Naast nieuwe vestigingen komt er ook de mogelijkheid om een servicepunt te upgraden of om openingstijden te verruimen met betaald personeel. Zowel bij de verbetering van een beperkte voorziening als verruiming van openingstijden, gaat het niet om investeringen in gebouwen maar vooral om een investering in personeel. Een daar kantelt de regeling: de regeling wordt voor iedere gemeente en de regeling zal vooral investeringen vragen in personeel. En zo wordt de regeling 'van stenen' een regeling 'van mensen'.

Van een regeling op hoofdlijnen naar een regeling in detail 

Toch zijn we er dan nog niet. De laatste details volgen. Die gaan over  hoe ruim je mag omgaan met de middelen en dat het ook nodig is om niet alleen in vestigingen of openingsuren te investeren maar ook in programmering of verblijfsruimte. Er komt dus nog meer beleidsruimte. En de opzet wordt om de regeling eenvoudig te houden. Dus-i, die de regeling zal uitvoeren, maakt een model voor de aanvraag. In een paar bespreekrondes wordt dat voorstel teruggebracht tot de essentie. De kern: een voorstel van 500 woorden en een begroting. Ik heb gemeentemensen van hun stoel zien vallen, toen ze zagen hoe eenvoudig het was gemaakt. 'Was elke regeling maar zo', verzuchtte een lokale ambtenaar. 

De regeling is dan klaar. Wat er dan staat is dan een brede regeling die veel ruimte biedt maar die nog steeds focus geeft op een brede versterking van het bibliotheekstelsel.

Schetsontwerp nieuwe bibliotheek Rotterdam

Van een regeling naar kansen

De regeling wordt gepubliceerd en Provinciale OndersteuningsInstellingen (POI's) lijnen hun bibliotheken en gemeenten op met informatierondes en ondersteuning. Het bibliotheekstelsel is goed in dit soort processen. Het wordt samen een klus klaren. Dat hebben bibliotheken vaker gedaan. 

Ondertussen ontmoet ik de staatssecretaris zelf ook tijdens de netwerkdag van de Koninklijke Bibliotheek. De collega's van OCW zijn zo aardig me even voor te stelen. In het gesprekje dat daar volgt, gaat het onder andere over mijn ervaringen bij OCW en mijn weblog. En ze zegt: 'Dáár moet je eens over schrijven, dat weten niet veel mensen.' Waarvan akte.

Ondertussen heb ik ook zelf de regeling dan al een aantal keren mogen uitleggen En ik heb gezien hoe, als je de regeling goed uitgelegd krijgt, er plotseling bij  bibliotheekdirecteuren, ambtenaren en wethouders radertjes gaan draaien. Zelf zat ik bij een club van wethouders, die vooraf nog redelijk voorzichtig was, en wilde zien of ze wellicht in een tweede ronde mee wilde doen. Na afloop van het gesprek was de opinie om toch even vaart te maken en mee te doen in de eerste ronde.

Maar naast het feit dat er wellicht geïnvesteerd wordt, is er nog een ander soort winst. Eén directeur appte mij met de opmerking ‘hoewel ik eerste sceptisch was over de regeling, levert het me op korte termijn al zoveel gesprekken op met de gemeente en alleen dat al is winst.’ Door de regeling wordt in heel veel hoofden nagedacht over de bibliotheek. We zijn 'top of mind'. 

Het mooie geluid in Eindhoven

En met die geluiden kom ik dan uit bij de start in Eindhoven, afgelopen maandag. De opening van de eerste aanvraagronde, perfect verzorgd door het team van Albert Kivits met een leuke openingshandeling. Er moest gesoldeerd worden, draden doorgeknipt en pijltje op elkaar geschoten worden. Er volgde een rondleiding waarbij de breedte van de functie van de bibliotheek werd getoond. En passant trof ik Annie Maessen, die alleen nog virtueel had ontmoet. Alsof je elkaar al jaren kent. Gek is dat.

Ook inhoudelijk was er een glimlach. De wethouder maakte bekend te willen opteren voor nieuwe wijkvestigingen naast verruiming van openingstijden voor de centrale vestiging. U hoort het goed: nieuwe vestigingen. We gaan weer uitbreiden! Dit geluid is een kentering van wat we jaren gehoord hebben. En het geluid klinkt op meer plekken. Utrecht trekt bezuinigingen op wijkvestigingen vooralsnog in. Den Haag gaat investeren in nieuwe wijkvestigingen. In Rotterdam komt de schets van een nieuwe centrale op tafel. Nee, het heeft niet allemaal met deze regeling te maken maar wat wel helder is, is dat de beweging die het ministerie van OCW maakt, andere bestuurslagen uitdaagt om ook te investeren. Op heel veel bureaus wordt op dit moment gewerkt aan plannen. Zodanig dat ik begin te vermoeden dat die eerste ronde wel eens flink overtekend zou kunnen worden. Is dat erg? Nee, want er is nog een tweede ronde met meer middelen en het tekent het enthousiasme van gemeenten om in deze richting te investeren. En we investeren niet om over twee jaar weer te sluiten, hoorde ik volgens mij Albert Kivits zeggen.

Gebeurt dat overal? Nee, er zijn altijd een Gallisch dorpjes. Deze keer is dat Noordwijkerhout, zij overwegen de bibliotheek te sluiten ten gunste van de exploitatie van het zwembad. Een 88-jarige inwoner schreef daarom dit briefje aan het college. 

In Noordwijkerhout moet dus nog een robbertje gevochten worden maar op veel plekken ziet men de kansen wel. Gelukkig. 

Voor mij was deze samenwerking met het ministerie een mooi inkijkje in hoe je in Nederland van beleid tot uitvoering komt en hoe ingewikkeld dat soms is. Het was mooi om daar een bescheiden bijdrage aan te leveren. Er is niemand die in zijn eentje kan beslissen en er is veel om rekening mee te houden. Maar het was ook mooi om te ontdekken dat belangen heel vaak op elkaar lijken en dat je elkaar best goed tegemoet kan komen. Ik had al veel waardering voor de ambtenaren en die is door dit proces nog wel een stukje gegroeid. Maar het meest in het oog springende is misschien wel: dit begon dus al jaren geleden. Het vergt lange adem van veel partijen en het kan op vele momenten sneuvelen. Zo broos is het. 

En zo werd een regeling 'van stenen' een regeling 'van kansen'. Er gaat een wereld achter schuil die inderdaad bijna niemand ziet. De staatssecretaris had gelijk. Hulde aan mijn collega's bij OCW en natuurlijk allen die er om heen aan meewerkten.