zondag 30 augustus 2026

Vier punten die u moet weten over de beantwoording van de vragen over de bibliotheekwet

Het was alsof de staatssecretaris het erom deed. Ik was koud op vakantie of ze publiceerde de antwoorden op de 212 vragen die waren gesteld over de wijziging van de bibliotheekwet. Die antwoorden heten overigens 'Nota naar aanleiding van het verslag' als u het zoekt als u op de link klikt.  Maar met die vragen en antwoorden is het debat over wijziging van de Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen (WSOB) schriftelijk in ieder geval begonnen. In het najaar moet dan het debat met de Kamer plaatsvinden. 

Die 212 vragen over de wijziging van de bibliotheekwet leverden 90 pagina's aan antwoorden op. Die las ik voor u en ik pikte er vier punten uit waarvan ik denk dat u ze wilt weten. Die antwoorden liggen overigens in het verlengde van eerdere episoden die ik schreef.  Deze blog staat dus niet op zich. Wie het hele dossier wil lezen kan terecht bij:
Episode 1: De wijziging van de bibliotheekwet in vijf vragen (oktober 2025)
Episode 2: Het gemeentelijk meerjarenplan voor de bibliotheek in vier vragen (februari 2026)
Episode 3: Rondetafelgesprek wijziging WSOB en samenwerking onderwijs (april 2026)

Punt 1: Hogere rijksbijdrage: € 2,90 wordt 3,05, basisbedrag van € 100.000 wordt 105.000

Het staat verstopt in voetnoten op pagina 39, 47 en 81 van alle vragen maar voor gemeentelijke bibliotheekambtenaren en bibliotheekdirecteuren toch belangrijke informatie: de toegezegde bijdrage van het Rijk gaan nog iets omhoog. De bijdrage die in 2025 en 2026 € 2,95 bedroeg zou in 2027 dalen naar € 2,90. Maar door indexeringen gaat die bijdrage omhoog naar € 3,05 per inwoner. En dat bedrag zal blijvend geïndexeerd blijven omdat het in het gemeentefonds meegaat. 

Daarnaast was er een minimale bijdrage van € 100.000,- en die wordt € 105.000,- per jaar.

De gemeentebegroting en de subsidieaanvraag kan hier dus op aangepast worden. De bedragen zullen in de septembercirculaire (direct na Prinsjesdag) zichtbaar worden.

Punt 2: Lokale context bepaalt bibliotheekwerk; staatssecretaris volgt de cijfers

De vraagbeantwoording geeft op heel veel plekken aan dat gemeenten zelf echt aan zet zijn om te bepalen wat goed bibliotheekwerk is. Er wordt veel gevraagd waar men nu aan moet voldoen? Het antwoord is dat er geen mal is en geen strenge normen waar gemeenten zich aan kunnen vasthouden. Veel discussie is er bijvoorbeeld over het begrip 'redelijke afstand' tot een bibliotheekvoorziening. Wat is die redelijke afstand? Is dat één kilometer, twee of vijf kilometer?

Om te illustreren hoe je daar naar moet kijken en hoe dus gemeente aan zet is, laat ik hier het antwoord van de staatssecretaris zien op die vraag:

"Of het aanbod aan bibliotheekvoorzieningen binnen een gemeente of openbaar lichaam binnen redelijke afstand toegankelijk is, hangt af van de lokale context, dat wil zeggen van demografische en geografische kenmerken van gemeenten en openbare lichamen waaronder de oppervlakte en het aantal inwoners, plus sociaal-maatschappelijke factoren. Alle gemeenten en openbare lichamen moeten in het meerjarenplan toelichten hoe zij de zorgplicht invullen en hoe zij, rekening houdend met bovengenoemde lokale context, voorzien in een aanbod van bibliotheekvoorzieningen, dat als geheel binnen redelijke afstand voor de inwoners toegankelijk is.  Om ruimte te bieden om met de lokale context rekening te houden is in het wetsvoorstel en in het concept-Besluit stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen bewust niet gekozen voor een feitelijke definitie in absolute termen van het begrip ‘redelijke afstand’"

In simpel Nederlands: de gemeente bepaalt zelf wat een redelijke afstand is. De gemeente bepaalt de norm. Niemand anders. Eén van de partijen vraagt de staatssecretaris of de gemeenten wel te vertrouwen zijn met zoveel beleidsvrijheid. Het wordt in iets andere bewoordingen gevraagd maar daar komt het wel op neer. De staatssecretaris antwoordt daar met keurige bewoordingen op met: 

"Doel van de wetswijziging is een verdere versteviging van het bibliotheekstelsel in de komende jaren. In de samenleving is breed enthousiasme en draagvlak voor bibliotheken. Gemeenten én bibliotheken staan positief tegenover de komst van een zorgplicht. Het bibliotheekstelsel is een decentraal stelsel waarbinnen overheden op basis van vertrouwen met elkaar samenwerken. De regering opereert binnen dit kader en zal regelmatig de balans voor het stelsel opmaken."

 De zin 'Het bibliotheekstelsel is een decentraal stelsel.' of zinnen van gelijke strekking komen negen keer voor in de hele beantwoording en is daarmee het meest gebezigde inhoudelijke thema. En dat onderstreept wat ik hierboven al zei: het is de gemeente die bepaalt wat goed bibliotheekwerk is. 

Hoe gaat de staatssecretaris dan toch de gemeenten volgen en ingrijpen als het nodig is? Daarover wordt aangegeven dat er twee middelen worden ingezet. Op de eerste plaats zal de staatssecretaris via de gegevenslevering jaarlijks volgen hoe het bibliotheekwerk zich ontwikkeld. Daarbij zal ze specifiek letten op 1) het aantal en de verschillende soorten bibliotheekvoorzieningen, 2) het bereik en het gebruik van de bibliotheek en 3) omvang van de gemeentelijke financiële bijdrage. Ze geeft aan dat ze op al deze punten een stijging verwacht. Dus meer voorzieningen, meer bezoekers, activiteiten en leden en meer gemeentelijke subsidie. 

Het tweede punt waar de staatssecretaris wat mee kan is het bestuurlijk overleg waar gemeenten, provincies en de bibliotheekpartners samen om tafel zitten om de voortgang te bespreken. Daar kan ze gemeenten aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Dat is niet hard en daar kun je wat van vinden maar dat is natuurlijk wel precies ons polderlandschap.

Punt 3: Toezicht door de provincie is in de basis risicogericht en niet inhoudelijk

In onze rechtstaat is geregeld dat er bij een zorgplicht door een lagere overheid, de volgende overheidslaag het interbestuurlijk toezicht verzorgd. Dat betekent dat de provincies toezicht houden op de gemeenten waar het gaat om de zorgplicht voor bibliotheken. Die zorgplicht houdt in dat elke gemeente een volwaardige bibliotheekvoorziening binnen redelijke afstand (mede) in stand moet houden en dat de gemeente een meerjarenplan opstelt inclusief meerjarige financieel perspectief. Met die twee vereisten is geregeld dat zowel nu als in de komende jaren goed bibliotheekwerk mogelijk is. 

Mag de provincie ook iets van het bibliotheekwerk vinden bij gemeenten? Nee, dat is niet direct de bedoeling. De staatssecretaris meldt dat dit toezicht 'in beginsel risicogericht is  en in beginsel geen instrument om de kwaliteit van de taakuitvoering van gemeenten te verbeteren'. In eerste aanleg moet een provincie dus vaststellen of er een bibliotheek is en of er een meerjarenplan is. Pas als dat er niet is, is er vanuit interbestuurlijk toezicht een mogelijkheid om in te grijpen. Maar de vaststelling of iets binnen redelijke afstand is, of een volwaardige voorziening is niet aan de provincie maar aan de gemeente zelf. Als de uitleg er maar bij is in het meerjarenplan. 

Kan een provincie meer doen dan alleen vinkjes zetten? Ja, dat kan. En wel op twee manieren. Op de eerste plaats is er een hele escalatieladder in het interbestuurlijk toezicht. Dat begint met een vriendelijk gesprek en een kop koffie om het erover te hebben. Maar als een gemeente duidelijk in gebreke blijft en bijvoorbeeld in het geheel geen bibliotheek in stand houdt kan de provincie de taak van de gemeente overnemen. Dan ben je echt al wel een tijdje verder en ik vermoed dat het nergens zo ver gaat komen.

De tweede manier om toch verder te gaan dan alleen vaststellen dat er een bibliotheek is en een plan  is dat de provincie samen met (alle) gemeenten afspreekt om samen een inhoudelijk traject te volgen. In ons poldermodel komt dat vaak voor. En dat zal zeker in provincie waar de provinciale ondersteuningsinstelling gekoppeld is aan lokaal bibliotheekwerk het geval zijn. Dan praten we over Groningen, Drenthe en Zeeland. 

Maar ook in andere provincies is dat mogelijk maar dan moet je overeenstemming hebben met de gemeenten dat je samen zo'n traject ingaat. Je moet het dus met elkaar eens worden. Dat kan bijvoorbeeld met een bestuurlijk akkoord, een convenant of een samenwerkingsafspraak. In Gelderland is men nu bijvoorbeeld bezig met de voorbereiding van mogelijke afspraken. Dit doet men met een stuurgroep van gemeenten en bibliotheken. Vooruitlopend heeft men daar ook al een format voor een meerjarenplan vrijgegeven waar gemeenten die nu al willen starten mee aan de slag kunnen. De provincie geeft aan dat wie vooruitlopend op de vaststelling van de wet nu conform dat format werkt, de provincie niet tegen zal komen in het toezicht. Dat biedt ruimte om nu al aan de slag te gaan. Overigens gaat dat format verder dan de wetswijziging waarschijnlijk zal voorschrijven. Maar daar is via de stuurgroep dus overeenstemming over. Op provinciaal niveau zal dat zeker gaan verschillen. En dat is ook passend voor de verschillende situaties.  

Overigens zegde de staatssecretaris bij de beantwoording toe dat de gemeenten de meerjarenplannen ook moeten opsturen aan de provincie en dat wordt bij wet geregeld. Dat was nog een kleine fittie tussen de gemeenten en de provincie waar ik niet zoveel van begreep. Hoe ingewikkeld kon dat zijn?

Punt 4: De streefwaarden

Wat uit de hele vraagbeantwoording spreekt, is dat de staatssecretaris een groot vertrouwen heeft in de gemeenten als het gaat om het beschikbaar stellen van de extra middelen en de insteek om het bibliotheekwerk te versterken. Het spel tussen Rijk en gemeenten als het gaat om geld is veel breder dan alleen bibliotheken en dat maakt dat veel gemeenten bredere afwegingen moeten maken dan alleen extra geld geven aan bibliotheken. 

De zorgplicht geeft een ondergrens aan. De kans bestaat dat gemeenten hiermee ook de zorgplicht als basis gaan gebruiken. Als dat gebeurt krijg je een 'race to the bottom'. Dat is gezien de huidige positie van bibliotheken en de serieuze aandacht van bijna alle gemeenten op dit moment niet de verwachting. Maar stel dat we in financieel slecht weer zouden komen dan zou dat natuurlijk kunnen. 

Eerder werd hiervoor een zogeheten 'normenkader' ontwikkeld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Vereniging van Openbare Bibliotheken. Dat normenkader is alweer van naam veranderd en heet nu 'streefwaarden' omdat het geen afdwingbare normen zijn. Die streefwaarden zijn nog nergens officieel gepubliceerd. Officieus kun je ze hier op mijn website vinden. Sinds voorjaar 2024 circuleren deze waarden al. 

De staatssecretaris zegt hierover:

"Lopende de voorbereiding van het wetsvoorstel en de afstemming hierover met betrokken partijen, waaronder de VNG en de VOB, hebben beide partijen besloten in aanloop naar de introductie van het wetsvoorstel met een zorgplicht streefwaarden te ontwikkelen, in eerste instantie aangeduid met de term ‘normenkader’. Het betreft streefwaarden ten aanzien van de gewenste financiering en kwaliteit van openbare bibliotheken, waarbinnen gemeenten worden gecategoriseerd op basis van inwonertallen. Het gegeven dat de zorgplicht een minimale ondergrens bevat, was voor de betrokken partijen een belangrijke aanleiding om tot streefwaarden te komen: partijen willen de streefwaarden gebruiken om gemeenten te stimuleren de zorgplicht ambitieus in te vullen. De streefwaarden zijn niet formeel gepubliceerd en ook nog niet in gebruik, al is het eerdere ‘normenkader’ wel digitaal terug te vinden . De streefwaarden worden overigens niet opgenomen in de Wsob maar worden gepubliceerd in een handreiking voor gemeenten die de VNG in samenspraak met de VOB ontwikkelt."

De handreiking van VNG is in concept ook al enige tijd klaar maar wacht op de afhandeling van de wet in de Kamer. Eerder was al wel geopperd om de concept-handreiking al vrij te geven en later een definitieve versie te maken.  Men wilde toch graag de behandeling in de Kamer afwachten. Tja, voor alles is iets te zeggen. 

Ook bij de streefwaarden geldt dat de staatssecretaris de bal terug legt bij gemeenten: zij hebben de sleutel voor goed bibliotheekwerk en zij moeten overtuigd zijn dat investeren in bibliotheekwerk een investering in de toekomst is.

In de beantwoording werd zijdelings ook melding gemaakt dat er voor provincies en hun zorgplicht ook nog een handreiking komt. 


Op naar de echte behandeling in de Kamer en halen we 1 januauri 2027?

De schriftelijke ronde is geweest. De eerste schijnbewegingen zijn gemaakt. De ambtenaren hebben weer 90 pagina's puik werk geleverd met de beantwoording. Er is veel waardering voor deze wetswijziging bij alle partijen die gereageerd hebben. Dat waren er acht in getal. Ook kun je hieruit aflezen dat deze wetswijziging zeker een meerderheid zal krijgen. Zelfs bij een mogelijke val van het kabinet zal dit naar verwachting niet controversieel worden verklaard. Dat gebeurde bij de vorige val van het kabinet ook niet. 

De vraag is alleen nog even wanneer de wet precies ingaat en wat er nog in het debat met de Kamer gebeurt. Wat betreft planning zal begin september meer bekend worden. De behandeling zal zeker niet voor Prinsjesdag zijn en we hobbelen dus al verder het najaar in voordat de Tweede Kamer aan zet is. En dan nog de Eerste Kamer.
 
Oorspronkelijk zou de wetswijziging ingegaan moeten zijn op 1 januari 2025. Dat is wat toenmalig staatssecretaris Uslu aangaf. Dat station is inmiddels ver gepasseerd. 1 januari 2027 is theoretisch nog steeds mogelijk maar 1 juli 2027 lijkt eigenlijk aannemelijk. Dit datum circuleert informeel ook. Voor de financiële bijdrage vanuit het Rijk maakt het niets uit. Dat is allemaal al geborgd in begrotingen. Hoewel ook wordt gefluisterd dat de overheveling naar gemeentefonds nog een jaar uitgesteld zou kunnen worden en dat het nog een jaar een decentralisatie-uitkering wordt. Het maakt voor de uitvoering niet heel veel uit.

Inhoudelijk is de race zeker nog niet gelopen. Mijn ervaring leert dat bij het sluiten van de markt nog wel een paar afspraken worden gemaakt. Zie de beantwoording dus niet als eindbod. Zo ligt er nog een amendement van Mohandis om het gratis lidmaatschap te verruimen naar 27 jaar. De staatssecretaris is er niet principieel tegen maar heeft er geen geld voor en ziet nog te weinig impact hiervan. Ik vermoed dat het vooral een geldkwestie is. Dus als daar iets slims wordt gevonden, zou het toch nog kunnen. En dat moet je bijna denken dat dit nog een uitruil wordt rond de begrotingsbehandeling. Maar of het punt daarvoor groot genoeg is, is de vraag. En zo zijn er nog wel een paar, weliswaar kleinere punten, die om nadere uitwerking zullen vragen. 

Zo, u bent weer bij met een nieuwe episode in de bibliotheekwet. Dit najaar zal ik er zeker nog een paar keer over schrijven. Op naar episode 5 en 6! Net zolang tot het geregeld is!

Zoals gezegd: wie terug wil lezen kan alle episodes van de wetswijziging hier vinden:

zondag 23 augustus 2026

Mijn credo

Alle social-media-adviseurs raden het af: publiceer niet op zondag! Ik doe het echter al jaren. Afgelopen week verteld een trouwe lezer van mijn blog dat ze eerst op zondag naar de kerk gaat en na de kerk leest ze dan mijn blog. Als een soort tweede preek. 

En misschien ben ik ook wel een beetje een missionaris in onze sector. Ook ik trek rond met een wat eigenaardig evangelie. Ik geloof namelijk in de bibliotheek. Om dan toch maar in zondagse sferen te blijven, werd het misschien ook maar eens tijd voor mijn eigen credo, mijn eigen geloofdsbelijdenis.

Mijn credo

Ik geloof in de bibliotheek, de publieke ruimte voor kennis en ontmoeting, schepper van kansen en verbinding.

En ik geloof in de kracht van lezen, geboren uit nieuwsgierigheid, gevoed door verhalen, ten dienste van ieder mens...

Ik geloof dat ieder mens recht heeft op de mogelijkheid om te leren, te ontdekken, te twijfelen, te groeien en mee te doen.

Ik geloof dat de bibliotheek een publieke belofte is. De belofte dat kennis voor iedereen toegankelijk is, dat cultuur gedeeld wordt, dat informatie vrij beschikbaar is, en dat ontwikkeling niet voorbehouden is aan enkelen.

Ik geloof in bibliothecarissen, leesconsulenten, digitale specialisten, programmeurs en andere bibliotheekmedewekers. Het zijn mensen die mensen helpen hun weg te vinden in een wereld die steeds complexer wordt; niet door antwoorden voor te schrijven, maar door vragen mogelijk te maken, nieuwsgierigheid te voeden en zelfstandig denken te versterken.

Ik geloof in al die mensen die de bibliotheek ondersteunen, vrijwillig of als samenwerkingpartner. 

Ik geloof in de kracht van het vrije woord, de vrije gedachte en de vrije toegang tot informatie.

Ik geloof dat technologie de bibliotheek niet overbodig maakt, maar noodzakelijker dan ooit.

Ik geloof in wat nog ontdekt moet worden;

in het stellen van vragen;

in aandacht en ontmoeting.

Ik geloof in publieke plekken waar kennis, technologie, cultuur en democratie samenkomen, zodat mensen meer kansen krijgen, meer verbinding ervaren en meer zeggenschap hebben over hun eigen leven.
Daarom geloof ik geloof dat iedere inwoner de beste bibliotheek verdient: een plaats om te leren, te lezen, te ontmoeten, te maken, te ontdekken en mee te doen. 

Van nu aan tot in eeuwigheid.

Amen.

Tot zover mijn belijdenis. En nu ben ik natuurlijk wel nieuwsgierig wat jouw credo zou zijn. Waar geloof jij fundamenteel in als het gaat om bibliotheken, lezen of publieke voorzieningen? Of wat moeten we toevoegen (of weglaten) om het ons aller credo te laten zijn?

dinsdag 18 augustus 2026

Chauffeur-voor-een-dag: een dag op stap met Jan


Dit ben ik met Jan. We staan hier aan het water in Giethoorn. Jan is een vrolijke en positieve kerel en werkt zo'n tien jaar bij Rijnbrink als chauffeur. Ikzelf werk inmiddels ruim 25 jaar bij deze provinciale ondersteuningsinstelling in vele functies. Als er nieuwe managers kwamen bij onze organisatie zei ik vaak: 'ga eens een dag mee met een chauffeur, leer je van...' Maar wat ik zelf anderen adviseerde had ik alleen zelf nog nooit gedaan. Jan nodigde me deze zomer met een glimlach uit: 'Mark, je moet nu écht een keer met me mee...' En zo geschiede.

Ik leerde er veel van. Niet alleen over het belangrijke werk van Jan en zijn collega's maar ook over mijn eigen werk. Lees mee hoe het ons samen verging.

6.00 uur, Oef...

Zes uur. Mijn wekker gaat. Oef, wat vroeg. Hoewel ik best een vroege vogel ben, moet ik voor deze dag toch de wekker zetten. Om zeven uur moet ik klaar staan bij de bus van Jan. Ik schop mezelf uit bed, jaag me onder de douche en door het ontbijt. En hop, naar Rijnbrink. En daar staat Jan al rustig  te scharrelen in zijn vrachtwagen en op mij te wachten. Voor mij een race tegen de klok voor hem dagelijkse kost. 

Jan geeft me een setje bedrijfskleding en we pakken nog wat in. We kruipen in de bus, de tachograaf gaat aan en weg zijn we. In een wat miezerige regen gaan we onderweg naar de kop van Overijssel. 

9.02 uur,  ter land, ter zee...

Normaal gesproken begint rond deze tijd mijn eerste overleg. Vandaag heb ik er dan al heel wat op zitten. En het is nog maar negen uur. We maken een lus door Zwartwaterland langs Genemuiden, Hasselt en Zwartsluis. Bij Genemuiden zijn we al met een pontje het Zwarte Water overgestoken. 

Jan kent echt overal de weg, weet precies waar hij kan en mag parkeren en weet hoe je binnen komt bij een gebouw dat nog gesloten is. Ondertussen leer ik hoe je een klep open maakt en hoe het liftje werkt. Ook leer ik hoe sommige boeken terug gaan naar Rijnbrink en daar naar een andere bus gaan maar dat het merendeel tijdens de rit alweer in een vestiging belandt in een soort doorschuifsysteem. En ik leer dat bibliotheekmedewerkers er een sport van maken om een aangevraagd boek zo snel mogelijk van de ene naar  de andere vestiging te krijgen. Zo kan het gebeuren dat een aangevraagd boek binnen een paar uur al bij de vestiging van bestemming is en dat een lezer het dus dezelfde dag al kan ophalen.

Wat ik vandaag doe, legt een mooi linkje met mijn werk. In de afgelopen weken vroegen collega's mij of ik nog eens mee wilde denken over het reserveren van materialen tussen stichtingen en hoe je zo optimaal samen van collecties gebruik kunt maken in Overijssel. Vandaag zie ik in de praktijk hoe dat werkt. Dat helpt bij het denkwerk dat straks weer nodig is. 

Als we rijden checkt Jan af en toe zijn tachograaf.  Want op enig moment moet de bus voor vijftien minuten en later voor 30 minuten aan de kant. Dat combineert hij handig met een koffie- en later een lunchmoment bij een bibliotheek. Jan wordt overal hartelijk ontvangen. Chauffeurs zijn populair. Ergens heeft het zich rond gezongen dat ik meerijdt op de bus. Want in de bibliotheek in Steenwijk er is een speciale displaytafel met mijn boeken gemaakt.


13.08 uur: van achter de frituur naar achter het stuur.

De lunchstop is achter de rug. De tachograaf staat weer op 0 en ik heb sinds zeven uur al heel veel dorpjes (of kleine stadjes) gezien. Via Zwartewaterland zijn we doorgegaan naar het uitgestrekte Steenwijkerland. Een gemeente met plaatsjes als Vollenhove, Oldemarkt, Kuinre, Giethoorn, St. Jansklooster en Steenwijkerwold. Voor deze bibliotheek en gemeente werkte ik in het begin van dit jaar nog allerlei beleidsopties uit. Toen op basis van cijfers en allerlei overleg. Nu zie ik ook alle plekken waar dat overleg over ging. En ik zie hoe mijn werk van toen aansloot bij de praktijk die ik nu zie.  

Als we de Kop van Overijssel door zijn trekken we door naar Staphorst en gaan daarna via Dalfsen weer afzakken naar Deventer. 

Achter het stuur vertelt Jan me dat chauffeur bij Rijnbrink zijn tweede carriere is. Hij runde hiervoor een snackbar. Van achter de frituur naar achter het stuur.... Het kan verkeren. 

15.32 uur: van beleid en praktijk

Nu het in de middag is, merk je dat op bijna alle plekken de bibliotheek nu open is. De sleutels die we ook bij ons hebben van alle vestigingen, zijn nu niet nodig. Op sommige plekken wordt al met smart op ons gewacht: dan kan het vanmiddag allemaal nog verwerkt worden. Het laatste plekje dat we aandoen is het Kulturhus in Lemelerveld in de gemeente Dalfsen. Dalfsen ondersteunde ik dit voorjaar nog met een meerjarenplan voor de bibliotheek en een aanloop naar het meerjarenplan voor de gemeente voor de zorgplicht. Hier heb ik dezelfde herkenning die ik ook in de ochtend had. Ik zie beleid en praktijk heel mooi samenvallen. Iets wat ik eigenlijk wel wist maar wat toch een hele fijne bevestiging is voor wat ik doe.  

De laatste stop is bij een benzinestation in de buurt van Deventer. Er moet wat brandstof bij. Nu nog fossiel maar Jan verwacht dat dat toch niet al te lang meer zal duren voordat we ook daar afscheid van zullen nemen. En dan wordt het waarschijnlijk toch elektrisch. Ook hier liggen beleid en praktijk niet ver uit elkaar want ik weet dat er beleidsmatig inderdaad hard wordt gewerkt aan verduurzaming.

Rond vier uur, rollen we Deventer binnen. Het vrachtwagentje mag leeg, laatste boeken worden overgeslagen en mijn bedrijfskleding gaat uit. Ik dank Jan voor de leerzame dag. Nu ben ik geen onbekende en is het voor mij geen kennismaking met het bibliotheekwerk maar ook als 'oude rot' was dit een dag om veel te leren. 

Het mooie was ook om te zien hoe het vooral al die gepassioneerde medewerkers en vrijwilligers zijn die het bibliotheekwerk maken. En niet te vergeten natuurlijk de inzet van Jan en zijn collega's in de logistiek. Elke dag weer. En ook elke dag weer zo vroeg.  Het is een klein leger van goede mensen die een grote beweging in gang zetten en houden.

Ik schuif tot slot in ons kantoorpand nog even aan bij een vergadering aan het eind van de middag. En u raadt het niet: die gaat over het reserveren van boeken. Laat ik daar na vandaag nu nog meer vanaf weten! 

Dankjewel Jan en dank al die mooie bibliotheken!

zondag 16 augustus 2026

Een relevantiekader en een format voor een gemeentelijk meerjarenplan


Zo, daar ben ik weer, na een flinke zomerstop! Voor sommigen zal het nog volop vakantie zijn maar ik pak de draad maar weer eens op. En met twee leuke onderwerpen vandaag: het relevantiekader van Probiblio en een Gelders format voor een gemeentelijk meerjarenplan. Beiden mooie instrumenten waar je morgen mee aan de slag kunt. 

Relevantiekader: Ik bleek er al jaren mee te werken...

Het relevantiekader van Probiblio is een mooi instrument waar je als bibliotheek met je gemeente maar ook met andere samenwerkingspartners mee aan de slag kunt. In de nieuwsbrief van Probiblio in het voorjaar werd het al eens benoemd maar ik had nog niet eerder de tijd om er eens een stukje bij te tikken.

In al die jaren dat ik nu bibliotheken en gemeenten begeleid, maakte ik al heel vaak gebruik van een doelen- en actiematrix. Daarbij plotte je dan de doelen van beide partijen op beide assen waarbij je per vak dan acties benoemt die daarvoor worden uitgevoerd. Die matrix blijkt een naam te hebben: het relevantiekader. Probiblio heeft voor mij dus benoemd waar ik eigenlijk al jaren mee bezig was. Zeer bedankt daarvoor, want Relevantiekader klinkt inderdaad heel lekker.

Hierboven zie je een door mij geleend plaatje van Probiblio waarin de uitwerking van het relevantiekader staat voor de fictieve gemeente Middenwaard. Aan de bovenkant zie je de beleidsdoelen van de gemeente en aan de linkerkant de vijf functies van de bibliotheek.

Deze uitwerking kun je natuurlijk makkelijk aanpassen: je kunt ook kiezen voor de drie thema's van het beleidsconvenant - geletterde samenleving, participatie in de informatiesamenleving en een leven lang ontwikkelen of specifieke beleidsthema's van de bibliotheek zoals die in jullie meerjarenplan staan. 

In de praktijk zul je niet altijd één onderwerp noemen maar kunnen het er ook meer zijn en op sommige vakjes blijft het misschien (nagenoeg) leeg of moet een ontwikkeling benoemd worden. Ook kun je er voor kiezen om niet activiteiten maar doelen per vak te benoemen. 

Het kader is een handig hulpmiddel voor de gemeentelijke meerjarenplannen die opgesteld moeten gaan worden in het kader van de zorgplicht. Daniel Zegeling en Roséanne Timmer-Aukes van Probiblio schrijven hier zelf over:

'Interessant genoeg sluit deze manier van werken aan op de richting waarin de vernieuwde WSOB zich ontwikkelt. In de internetconsultatie van de vernieuwde WSOB heeft de overheid het ‘Besluit Stelsel Openbare Bibliotheken’ gepubliceerd en daarin wordt van gemeenten gevraagd dat zij in hun meerjarenbeleid expliciet maken binnen welke maatschappelijke domeinen het bibliotheekwerk wordt gepositioneerd. Feitelijk vraagt de wetgever daarmee precies om het gesprek dat het Relevantiekader ondersteunt. Zo’n gesprek vraagt om het gezamenlijk formuleren van de opgaven, het scherp krijgen van de rol van de bibliotheek en het durven maken van keuzes. Juist in die stap zit vaak de grootste winst en tegelijkertijd de grootste uitdaging.'

Het relevantiekader is echt een instrument waarmee je heel prettig het gesprek kunt voeren op meerdere niveaus bij de gemeente. Wellicht overbodig: Vul het dus ook niet in je eentje in maar doe het samen. Ook laat het heel breed zien waar de bibliotheek allemaal ondersteunt en hoeveel kansen er nog kunnen liggen bij een verdere inzet van de bibliotheek. 

En een instrument dus dat ik al heel lang gebruikte maar waarvan ik niet wist dat het een naam had: het relevantiekader. Mooi werk Probiblio! Maar net als dat ik het al gebruikte, zullen er bij alle provinciale ondersteuningsinstellingen al wel mensen zijn die dit model of modellen die er zeer aan verwant zijn al gebruikten. Ga daar dus ook vooral te rade als je er gebruik van wilt maken.

Provincie Gelderland: al een format voor een meerjarenplan 

Een tweede fijn instrument is het Gelders format voor een gemeentelijk meerjarenplan. Hoewel de behandeling van de wijziging van de Bibliotheekwet nog loopt en deze pas in het najaar in een debat met de Kamer komt, zijn veel gemeenten ondertussen allang druk met de zorgplicht. Dat komt omdat er al wel geld is maar nog geen officiële verplichting. En dat is iets waar ambtenaren wat nerveus van kunnen worden: waar is dat geld voor bedoeld dan en wat is het kader wat erbij hoort?

De provincie Gelderland heeft daarom net voor de zomervakantie een Gelders format meerjarenplan WSOB afgegeven. Dit format is samen met gemeenten en bibliotheken opgesteld. De pen is vastgehouden door de KWINK groep die ook de, nog niet gepubliceerde handreiking,  van VNG heeft opgesteld. Er is gebruik gemaakt van de concepten die zijn gepubliceerd over het Besluit Openbare Bibliotheekvoorzieningen waarin onderdelen zijn benoemd die in het gemeentelijk meerjarenplan moeten zitten. 

Het Gelders format kun je vinden en downloaden op de zorplichtpagina van Rijnbrink die je hier vindt. 

In het format komen inderdaad alle onderdelen terug en worden ook voorbeelden gegeven hoe je het kunt invullen. Het voorbeeld met het relevantiekader kun je hier dus gebruiken waar het gaat om de verbinding tussen gemeentelijke opgaven en de vertaling naar de opdracht voor bibliotheekwerk.

Dit is de inhoudsopgave van het format waarin aangegeven wordt wat alle onderdelen zijn die worden aangestipt.


De provincie Gelderland noemt dit de '0.8-versie' omdat de wetswijziging nog niet door de Kamer is en het definitieve Besluit Openbare Bibliotheekvoorzieningen nog niet is gepubliceerd. Men loopt dus eigenlijk op de zaken vooruit. Maar steeds meer gemeenten zijn al aan de slag en de provincie Gelderland neemt dus verantwoordelijkheid om gemeenten vooruitlopend daarop al zekerheid te bieden over wat verwacht wordt. 

De Provincie zegt over deze versie dan ook:

'Wat is de status van deze versie? De 0.8 versie van het format is gemaakt in samenwerking met een gebruikersgroep bestaande uit verschillende bibliotheken en gemeenten, Rijnbrink en de provincie. Vervolgens is deze versie vastgesteld door de stuurgroep Gelders bibliotheekwerk. Een door de gemeenteraad vastgesteld meerjarenplan dat is gebaseerd op deze 0.8 versie voldoet aan de eisen die door de wet en het interbestuurlijk toezicht aan een meerjarenplan worden gesteld.  Deze versie kan dus nu al worden gebruikt voor het opstellen van meerjarenplannen en worden ingediend in het kader van het interbestuurlijk toezicht op de gemeentelijke zorgplicht vanaf 1 januari 2028.'

Elke Gelderse gemeente die er nu dus mee aan de slag gaat, het vaststelt en het de provincie toestuurt heeft dus de zekerheid van de Provincie dat deze het beschouwt als een goede invulling van de zorgplicht. Ik vind het een briljante actie van de provincie Gelderland. Doe er uw voordeel mee. 

En de rest van het najaar?

Zo, ik heb de boel weer afgetrapt zo na de vakantie. We gaan er weer vrolijk tegenaan. Ook de komende tijd zal ik weer veel schrijven over de ontwikkelingen. Wat gebeurt er met de wet? Wat gebeurt met de regeling voor de Bibliotheek op school en Boekstart? Hoe gaat het verder met de IDO's? En samen met de VOB bereid ik ook een update voor over de Boetevrije Bibliotheken. 

Ik heb er samen met jullie weer ontzettend veel zin in! Het gaat een interessant najaar worden. Stay tuned!