Nu u allemaal weer terug bent van vakantie, de kinderen naar school en de agenda's weer gevuld, maak ik de balans maar weer eens op. Welke dossiers gaan in het najaar van 2026 nog aan de orde komen? Ik legde mijn oor weer te luister in de wandelgangen en geef u een update van wat we nu weten.
Het komende half jaar - nou ja, nog vijftien weken tot de Kerst - worden historisch beloof ik u. Want de wetswijziging zal in de Kamer komen en dat betekent dat we heel dicht tegen een heuse zorgplicht voor het bibliotheekwerk gaan komen.
Lees mee hoe dit historische kwartaal waarschijnlijk vorm gaat krijgen. Want er zijn nog een paar dossiers meer.
Dossier 1: Bibliotheekwet
De komende week komen naar verwachting de nieuwe WSOB-cijfers. Ik verheug me erop. Ik hoop dat we daar de eerste landelijke effecten gaan zien van het gratis lidmaatschap boven 18 en dat bezoekerscijfers opnieuw gestegen zijn. Het zal het goede werk van bibliotheken.
En voor bibliotheken wordt dit ook een historich najaar door de bibliotheekwet. Toen ik de vorige update schreef was net het advies van de Raad van State terug over de wetswijziging. Dat advies luidde min of meer dat dit een wetswijziging was die een tien met een griffel verdiende. Een zogeheten dictum A. Het stuk is naar de Kamer gegaan en er vond een internconsultatie plaats voor de Algemene Maatregel van Bestuur voor de gemeentelijke meerjarenplannen.
Net voor de zomervakantie werd het zogenaamde schriftelijke debat met de Kamer afgerond. Daar schreef ik vorige week over. Uit die vraagbeantwoording kon je vooral aflezen dat de staatssecretaris stevig vasthoudt aan het decentrale stelsel waar de gemeente de leidende partij is en blijft voor de invulling van het bibliotheek. Belangrijk nieuws was wel dat de rijksbedragen verhoogd worden per 2026. Het zou € 100.000,- per gemeente als minimum zijn en € 2,90 per inwoner maar het wordt minimaal € 105.000,- en € 3,05 per inwoner. Direct na Prinsjesdag zal dit voor gemeenten in de circulaire staan. En er wordt gefluisterd dat het nog een jaar een decentralistatie-uitkering blijft en nog niet overgeheveld naar het algemeen gemeentefonds. Dat gebeurt dan een jaar later en dat past bij het volgende.
Vraag is nog wel hoe ver we in 2026 komen. Behandeling in de Tweede Kamer lijkt iedereen nog wel te doen. Maar of we ook de Eerste Kamer halen en daarmee afhandeling van de behandeling van de wetswijziging, achten velen twijfelachtig. En daarmee lijkt de invoering op 1 januari 2027 niet haalbaar. Het zou dan bijvoorbeeld 1 juli 2027 kunnen worden.
Krijgen we nog vuurwerk bij de afhandeling van Bibliotheekwet? Ik vermoed van niet. Hoewel? Kijk nog even bij dossier 3 over het gratis lidmaatschap. Dat gaat behandeling en voortgang niet in de weg staan. Er is breed draagvlak voor de bibliotheek en zelfs als dit kabinet zou vallen, zal de behandeling doorgang vinden. Want controversieel is het allerminst.
Episode 1: De wijziging van de bibliotheekwet in vijf vragen (oktober 2025)
Episode 2: Het gemeentelijk meerjarenplan voor de bibliotheek in vier vragen (februari 2026)
Episode 3: Rondetafelgesprek wijziging WSOB en samenwerking onderwijs (april 2026)

Dossier 2: Handreiking VNG en streefwaarden (voorheen normenkader)
Een dossier dat ogenschijnlijk al een tijdje stil staat is dat van de handreiking die door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten beschikbaar moet komen en die door KWINK gemaakt is. Er circuleerden al concepten maar het VNG heeft besloten pas een handreiking uit te brengen als de wet definitief is. Die gaan we voorlopig dus nog niet zien.
Wel heeft de provincie Gelderland al het initiatief genomen om een voorlopig format vrij te geven voor een gemeentelijk meerjarenplan. Dat format hebben ze eveneens laten opstellen en KWINK heeft hier gebruik gemaakt van de handreiking die ze zelf in concept al geschreven hadden en waarbij naast de provincie ook VNG Gelderland betrokken was. Let op: dit is dus een format dat nog niet op de definitieve wetswijziging of defnitieve handreiking is gebaseerd. Vandaar ook het voorlopige karakter.
Dan de streefwaarden, voorheen het normenkader. Dat kader met streefwaarden is bedoeld om gemeenten uit te dagen meer ambitie te tonen met bibliotheekwerk. Die streefwaarden zijn nog nergens officieel gepubliceerd. Officieus kun je ze hier op mijn website vinden. Sinds voorjaar 2024 circuleren deze waarden al.
In de wandelgangen hoor je dat deze streefwaarden nog een update krijgen. Vooral om bedragen weer aan te passen naar deze tijd omdat er inmiddels door inflatie en indexering alweer hogere bedragen in moeten staan. De streefwaarden zullen een plek krijgen in de nog te publiceren handreiking van VNG en zullen geen onderdeel zijn van de wet en zijn dus niet afdwingbaar.
Dossier 3: Onderzoek naar gratis bibliotheekabonnementen
In het voorjaar is er veel voortgang geboekt op dit dossier. Het ministerie maakte in maart het AEF-rapport bekend 'Toegang zonder drempels' dat al lang verwacht werd. Het rapport laat zien, welke effecten zijn te verwachten van verschillende vormen van gratis en automatisch lidmaatschap. Daarnaast publiceerden de VOB samen met Rijnbrink een nieuwe overzicht van gemeenten met een vorm van gratis lidmaatschap. De staatssecretaris stuurde het rapport met een brief naar de Kamer waarin ze zei dat ze blij was met de initiatieven maar dat ze nog onvoldoende zicht had op de impact en dat ze ook geen geld had voor landelijke invoering.
Is de kous daarmee af? Nee. Kamerlid Mohandis van PRO heeft een amendement ingediend op de bibliotheekwet waarin hij vraag om de leeftijd van het gratis bibliotheeklidmaatschap te verhogen van 18 naar 27 jaar. De crux voor dat amendement zal liggen in de hoogte van de kosten voor landelijke invoering en een potje met geld dat nodig is om het te realiseren. U kunt zich dus voorstellen dat er op dit moment rekensommetjes gemaakt worden om te kijken wat dat bedrag zou moeten zijn en dat nagedacht wordt over een slim antwoord op de vraag hoe deze kosten te dekken.
Kortom, dit dossier loopt nu gelijk op met de behandeling van de bibliotheekwet in dossier 1. En ondertussen blijft dit lokaal natuurlijk gewoon doorgroeien. Zoals altijd is een wettelijke borging iets dat vooral bevestigt wat al op heel veel plekken gebeurt. Het komt dus een keer. Ik ben er zeker van. Nu of straks.
Dossier 4: Wettelijke borging IDO’s
Vorig jaar dreigde er plotseling een bezuiniging op de Informatiepunten Digitale Overheid, de IDO's. Dit omdat het financieringsvehikel, de zogenaamde SPUK, werd afgeschaft en de middelen werden overgeheveld naar een decentralistatie-uitkering. De landelijke overheid deed bij alle regelingen die hieronder vielen een korting van 10%. De Kamer heeft vorig jaar een heel jaar gevochten om dat van tafel te krijgen. Dat is gelukt.
De IDO's kenden met die SPUK-regeling een wettelijke borging omdat ze een soor zijlijn waren van de Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer. Door het vervallen van de regeling per 1 januari 2026 zitten de IDO's in een juridisch vacuüm. Daar wordt op dit moment nog naar gekeken maar haast wordt er zeker niet gemaakt. Op 10 juli 2026 stuurde staatssecretaris Eric van de Burg hier nog een brief over naar de Kamer.
'Daarnaast onderzoek ik of op termijn een wettelijke verankering mogelijk is van de regierol van gemeenten bij het bieden van laagdrempelige en empathische ondersteuning. Wetgeving is een mogelijke oplossing, maar niet de enige om de doelstellingen op het gebied van overheidsbrede dienstverlening te behalen. Het is daarom van belang om dit traject zorgvuldig, met alle betrokken partijen, te doorlopen.'Naast de IDO's lopen tal van pilots voor Overheidsbrede Dienstverlening. Daarbij worden (betaalde) ambtenaren ingezet die ook daadwerkelijk zaken mogen regelen voor de overheid. Dat gaat dus verder dan de IDO-dienstverlening waar geholpen kan worden formulieren maar waar geen beslissing namens de overheid mag worden genomen. Als je dit een beetje wil optuigen gaat dit voor het ministerie nog wel wat betekenen, ook financieel. En ja, die IDO's zitten al op ruim 800 punten en kennen een mooie mix van professionals, partners en vrijwilligers. En die doen dat voor een paar rotcenten. Van de Burg lijkt een beetje te gokken op dat dit naast elkaar en door elkaar moet gaan bestaan. Of dat gaat werken weet hij pas als hij meer weet over de pilots die nu lopen. Een klassiek gevalletje "tijd kopen" en "wedden op twee paarden" lijkt me.
Dossier 5: Extra middelen Bibliotheek op school en Boekstart
De komende week, ik dacht dinsdag, worden de nieuwe PISA-cijfers bekend. Het PISA-onderzoek is in Nederland vooral bekend omdat elke twee jaar hieruit blijkt dat kinderen weer slechter zijn geworden in lezen. En de kans is nagenoeg 100% dat dat dit keer weer geval zal zijn. U snapt wat er gebeurt: er gaan weer een noodklok geluid worden over de kwaliteit van het leesonderwijs.
De Bibliotheek op school en Boekstart, die verankerd worden in artikel 8 van de bibliotheekwet, zijn de komende decennia dus bitterhard nodig. En dit wordt ook een dossier dat dit najaar toch echt moet gaan lopen: een structurele regeling voor de Bibliotheek op school en Boekstart! In de zomer van 2025 werd bekend dat er € 50 miljoen structureel beschikbaar komt voor Bibliotheek op school en Boekstart. Daarbij is € 25 miljoen gereserveerd voor het onderwijs en € 25 miljoen voor bibliotheken. Voor 2026 was een aanloopbedrag van € 19 miljoen gereserveerd maar doordat men iets gaat schuiven met bedragen zal er ook vanaf 2026 een bedrag van ongeveer € 25 miljoen beschikbaar zijn.
Hoe krijgen bibliotheken dat geld? Dat zullen ze moeten aanvragen bij DUS-I en dus niet meer bij Stichting Lezen waar alle tijdelijke middelen tot nog toe mochten worden aangevraagd. Officieel is er nog niets bekend over die regeling. De verwachting is dat de inhoud van de regeling pas officieel bekend wordt in november en dat de aanvragen voor 2026 pas in het voorjaar van 2026 kunnen worden ingediend. Met andere woorden: voor 2026 zullen bibliotheken pas heel laat weten waar ze aan toe zijn.
Weten we dan helemaal niks? Nee, ook hier wordt wel gefluisterd in wandelgangen. Daar circucleert een bedrag van € 7,- naar rato van het totaal aantal inwoners van 0 - 18 jaar. Daarbij wordt een minimumbedrag genoemd van € 60.000,- per jaar per bibliotheekorganisatie. Een nadrukkelijke disclaimer: dit is de wandelgang en nog geen officieel nieuws. En er zit nog wat tijd tot november. Maar als ik bibliotheekdirecteur was, hield ik indicatief hiermee rekening voor 2026 en volgende jaren. Structureel dus!
Bibliotheken moeten het geld zelf aanvragen. Het geld zal besteed moeten worden aan samenwerking met scholen en kinderopvang door inzet van leesmediaconsulenten. De incidentele regelingen die we tot nu toe kenden, kenden een bredere bestedingsmogelijkheid. Als ik het goed begrijp mag je hiermee ook bestaande leesmediaconsulenten betalen (of verder opleiden). Daarmee zou je dus de incidentele middelen kunnen laten overgaan in de structurele financiering.
Is dat alles? Nee, want deze regeling biedt zeker mogelijkheden. Zeker in een mix met middelen die de scholen ook krijgen via de structurele financiering van basisvaardigheden. De kunst is dus om de middelen die via DUS-I lopen te matchen met middelen die scholen krijgen. Verleiden dus! En om vervolgens met die samenwerking ook de gemeente uit te dagen nog een extra stap te zetten. En andersom kan natuurlijk ook: eerst de gemeente vragen een extra stap te zetten en daarna scholen uitdagen om mee te doen.
Tot slot zal er in het najaar nog één keer een regeling komen via de Stichting Lezen. Die zullen nog een extra impuls uitzetten van naar verwachting € 5 miljoen voor kinderopvang en beroepsonderwijs. Die regeling zal nog dit jaar open gaan.
Zo volg ik al een tijdje deze vijf dossiers. Het gaat nooit sneller dan verwacht maar we naderen wel een historisch kantelpunt. Daarover zo meer. Want veranderen die vijf dossiers nooit, komt er nooit eentje bij of gaat er nooit eentje af? Nou, ik vermoed dat er in het komende jaar een dossier bij gaat komen. Dat dossier heet Weerbaarheid en heeft alles te maken met crisissituaties in onze samenleving. Denk dan aan hitteplannen, energiearmoede en warme plekken en voorbereiding op oorlogssituaties met noodsteunpunten. Op lokaal niveau zijn een aantal bibliotheken daar al actief mee en zeker gemeenten maken nu beleid. Het zou best eens kunnen dat daar - net zoals met de IDO's - ook wat landelijke regie bij komt kijken. Ook weer een mix van overheden dus. Dat onderwerp gaan we maar eens wat nauwlettender volgen.
Dan terug naar dat historische kantelpunt. Tja, als je het zo op een rijtje zet, speelt er altijd veel. En dit is nog maar de samenvatting op een beperkt aantal dossiers. Ik loop zelf al lang mee in bibliotheekwerk. Dat geeft me de mogelijkheid om achterom te kijken en te zien welke lange weg er is afgelegd. Na de bankencrisis en eurocrisis tussen 2008 en 2010 brak er een lelijke periode aan voor cultuur in het algemeen en bibliotheekwerk in het bijzonder. Op veel plekken werd bezuinigd. Er waren wethouders die zeiden dat de bibliotheek binnenkort niet meer zou bestaan omdat alles digitaal was. Dat bleek een flinke misrekening. De digitale wereld schreeuwt om bibliotheken waar hulp wordt geboden en waar mensen hun vaardigheden op peil houden.
Dwars door die rottijd wisten bibliotheken een nieuwe koers te vinden met de maatschappelijk-educatieve bibliotheek. Meer naar buiten gericht, meer samenwerking en een grotere focus op meerdere maatschappelijke thema's. Taalhuizen, IDO's, bibliotheken op school, allemaal thema's die zich terug laten brengen tot het motto van het Nederlands bibliotheekstelsel. En dat motto is: lokaal manifesteren, provinciaal faciliteren en landelijk organiseren. Er staat een krachtig bibliotheekwerk dat klaar is voor de toekomst en dat gaat dit najaar bezegeld worden met een zorgplicht.
Ik koop alvast een fles champagne voor als de wet door de Tweede Kamer is en noem het alvast een historisch najaar.
En nu, hop, snel aan de slag. Er is veel te doen. Succes.





