Posts tonen met het label laaggeletterdheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label laaggeletterdheid. Alle posts tonen

woensdag 6 december 2023

Het PISA-rapport in drie grafieken plus één grafiek die niet getoond werd

Het nieuwe PISA-rapport is uit. En net als de vorig keer buitelen de superlatieven weer over elkaar heen. De Volkskrant heeft het over 'Onverwacht snelle daling leesvaardigheid',  de Telegraaf kopt: 'Leesniveau naar dieptepunt',  en Nu.nl schrijft 'Leesvaardigheid van jongeren daalt steeds harder'. Er wordt veel over gedeeld op social media en ik hoor heel veel halve waarheden. 

Het PISA-rapport wordt dus veel gedeeld maar bijzonder weinig gelezen. Wel ironisch voor een rapport dat ons vertelt dat we zo slecht lezen. Alle reden dus om er eens echt in te duiken en wellicht nog eens wat resultaten toe te lichten. Ik neem u mee langs drie grafieken die u moet kennen en één grafiek die het rapport niet laat zien. Geïnteresseerd? Mooi, lees dan verder. 

Wat is het PISA-onderzoek?

Eerst even het begin. Want wat is dat onderzoek eigenlijk? PISA staat voor Programme for International Student Assessment. Men wil met met het PISA-onderzoek in al die landen meten in hoeverre 15-jarige leerlingen zijn voorbereid op het functioneren als mondige burger in de huidige kennismaatschappij. Het onderzoek meet dan ook veel meer dan alleen de leesvaardigheid maar kijkt ook naar wiskunde, natuurwetenschappen.

Het is een onderzoek waaraan 81 landen deelnemen en dat wordt afgenomen onder 600.000 15-jarigen. In Nederland deden een kleine 5.000 jongeren mee. Het onderzoek wordt normaal gesproken elke drie jaar gehouden. Door corona is het onderzoek dit keer één jaar later uitgevoerd.

Het feit dat je in het nieuws meer hoort over de leesvaardigheid dan over de andere vaardigheden heeft te maken met het feit dat de leesvaardigheid harder achteruit is gegaan dan de andere vaardigheden. 

Dat brengt ons dan ook tot de eerste grafiek uit het rapport.

Nederland deed het slechter dan andere landen dus corona is geen excuus


Hierboven zie je hoe de Nederlandse leerlingen scoorden op leesvaardigheid vanaf 2003. Dit is afgezet tegen de gemiddelde EU-score en de gemiddelde score van alle deelnemende OESO-landen. Waar Nederland tot 2012 keurig bovengemiddeld scoorde zien we vanaf dat moment een steeds sterker verval optreden. In 2015 zaten we nog net op het EU-gemiddelde, in 2018 zakten we al door het OESO-gemiddelde en 2022 is het verval nog harder gegaan. 

Een veel gehoord argument is dat dit verval komt door de coronacrisis. Uiteraard heeft dat effect gehad op kinderen. Scholen sloten, bibliotheken sloten en er moest meer online. Maar, dat gold wereldwijd en toch zien we Nederland steeds sneller en harder wegzakken. 

Het PISA-rapport doet geen analyse naar de oorzaak, het is een vergelijkend onderzoek dat vooral cijfers levert. Maar laten we even verder gaan. 

Het VMBO zakt harder weg dan het HAVO en het VWO


Er is namelijk een uitsplitsing te maken naar onderwijssoort en dn zie je het volgende beeld. Het verval van leesprestaties is overal zichtbaar maar er is een sterker verval bij VMGO gl/tl, VMBO kb en VMBO bb. Het pro-onderwijs kent overigens een vrij kleine onderzoekspopulatie, ik ben dus voorzichtig met die cijfers. 

Als je deze cijfers ziet snap je wel dat het Kunst van Lezen met de impulsregelingen voor de Bibliotheek op school extra inzet op het VMBO-onderwijs. 

1 op de 3 jongeren in het voorportaal van laaggeletterdheid

Waar ik journalisten nog te weinig goed naar vind kijken is naar de leesniveaus. En omdat dit rapport niet heel uitgebreid ingaat op alle resultaten - het rapport van 122 pagina's is namelijk nog maar een beknopte samenvatting - worden die leesniveau nog maar heel beknopt in beeld gebracht. 

In totaal kent PISA zes taalvaardigheidsniveaus. Om te kunnen functioneren als burger wordt gesteld, heb je minimaal niveau 2 nodig. Verder geeft het rapport geen toelichting op die niveaus. In het rapport uit 2019 wordt die toelichting wel gegeven. En daar wordt het volgende aangegeven voor niveau 0, 1 en 2.


Laaggeletterdheid betekent niet dat je niet kunt lezen maar dat je jezelf onvoldoende kunt redden met taal. Die grens ligt inderdaad tussen niveau 1 en niveau 2. 

In het rapport wordt daarbij deze grafiek gegeven. 



33% van de 15-jarigen haalt niveau 2 niet. Laaggeletterdheid meten wij in Nederland vanaf 16 jaar. Die 15-jarigen hebbend dus nog een kleine kans om te groeien in lees- en taalniveau. Maar ze zitten toch dicht tegen die 16 jaar aan. Wie op 15-jarige leeftijd nog niet niveau 2 heeft bereikt zit domweg in het voorportaal van laaggeletterdheid. Om vervolgens bij de 16e verjaardag voorzien te worden van het label: laaggeletterd. 

33% van die 15-jarigen zit dus in het voorportaal van laaggeletterdheid. En Nederland doet het verdacht veel slechter dan de OESO-landen (27%) en het gemiddelde van EU (24%).

Uit de detailgegevens van het onderzoek van 2018, toen nog 24% in deze categorie zat, bleek dat de achterstand onder het VMBO logischerwijs het grootste was. Tot aan de VMBO/tl zat 50% toen al in het voorportaal van laaggeletterdheid. Dat aandeel zal dus nog gestegen zijn. 

De grafiek het PISA-rapport niet toont

Er is één schokkende grafiek die dit rapport nog niet toont. Ik vermoed dat die in de meer uitgebreide analyse komt die volgend jaar uit moet komen. Maar die grafiek heb ik alvast voor u gemaakt. En dat is hoe het percentage jongeren in het voorportaal van laaggeletterdheid steeg sinds 2003 in vergelijking met de OESO en EU. Die grafiek ziet u helemaal bovenaan het artikel. Door de cijfers uit vorige rapporten te combineren  door de jaren heen, zie je wat er gebeurt in Nederland ten opzichte van de OESO-landen en de EU. Deels zag je dat ook al wel in de leesprestaties maar hier zie je het terug in jongeren die voorgesorteerd staan als laaggeletterde. Bij de OESO-tabel zien we wat fluctuatie die denk ik te verklaren is door zich ontwikkelende landen. Bij EU zien we ook de geletterdheid afnemen maar minder snel dan in Nederland. 

Eén conclusie kun je wel trekken...

Ik ben geen onderwijskundige en ook geen specialist in taal. Ik trek ook geen conclusies over ons onderwijssysteem, over schermpjes die overal zijn of over de opkomst van Engels als voertaal. Ik weet dat gewoon allemaal niet. Daar onthou ik me dus ook van. Maar één conclusie kun je wel trekken....

Er is heel veel werk aan de winkel..... 

En de vraag die we ons zelf dan kunnen stellen als bibliotheeksector is: kunnen we nóg meer bijdragen aan het leesplezier van kinderen? Dat alles in de wetenschap dat er ruim 3.000 schoolbibliotheken zijn geopend in de afgelopen tien jaar, dat we op elk van die scholen enthousiaste leesconsulenten inzetten en inzetten op leesbeleid op elke school. En ik heb ontzettend veel waardering voor al die inzet die we al plegen.

En twee zaken kunnen we doen..

Ik weet het, bibliotheken zijn maar een kleine schakel in het hele grote onderwijssysteem. Er zijn twee dingen die door mijn hoofd gaan. De eerste is de klassieke reflex: er moet véél meer geld bij. Zelfs de mooie tijdelijke regeling van € 74 miljoen die onlangs naar buiten kwam, is dan nog volstrekt onvoldoende. We blijven ook met dat bedrag een klein guerrillaleger voor lezen in plaats van een groot leesoffensief. Dat is één. 

Maar mijn tweede gedachte is ook: kan het nog anders en nog effectiever? Zien we nog iets over het hoofd?

Op beide vlakken denk ik dat we ons kunnen en moeten inzetten. Kijken hoe we nog meer kracht kunnen organiseren en ook blijven zoeken nog betere manieren.  

Want de kinderen van dit land verdienen echt beter. 

zondag 16 oktober 2022

Het Masterplan Leesplezier


Als de politiek ons de afgelopen jaren iets heeft geleerd dan is het wel dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken. Het niet of te laat ingrijpen bij grote maatschappelijke problemen lijkt op korte termijn interessant maar keert als een boemerang naar ons terug. De voorbeelden kunt u zelf wel verzinnen als u om u heen kijkt, denk ik.

Laaggeletterdheid is niet alleen een curatief maar vooral een preventief probleem

Eén van die crises, die slechts in de zijlijn telkens voorbij komt, is de leescrisis. Het gaat dan om de slechte leesvaardigheid van kinderen en er wordt op dit moment zelfs een heus masterplan basisvaardigheden voor gemaakt.  Het getal dat daarbij telkens wordt genoemd is dat van het Pisa-rapport. Daaruit blijkt dat 24% van de 15-jarigen zich in het voor portaal van de laaggeletterdheid bevindt. Een kwart dus. En allemaal kinderen die na 2000 geboren zijn. We hebben het dus niet over 19e of vroeg-20e-eeuwse taferelen. Nee, dit is de realiteit van de 21e eeuw. Er komen kinderen van onze scholen die uiteindelijk laaggeletterd blijken en daarmee belangrijke vaardigheden  missen om regie te krijgen over hun eigen leven.

Bij elk onderzoek dat gedaan wordt door stichting Lezen en Schrijven stijgt het aantal laaggeletterden. Ondanks alle inspanningen. Laaggeletterdheid is dan ook niet alleen een curatief probleem van volwassenen maar een preventief probleem bij kinderen. Wie laaggeletterdheid wil oplossen moet beginnen met het leesniveau van kinderen. Als je dat niet doet, blijft het dweilen met de kraan open. Draai de kraan dus dicht!

Dat leesniveau van kinderen kent een directe relatie met leesmotivatie. Kinderen die lezen leuk vinden, lezen meer en scoren daardoor beter. En u raadt het al: de Nederlandse kinderen scoren bijzonder laag in het internationale Pisa-rapport op die leesmotivatie.  

Met beperkte middelen aan de slag...

In 2011 schreef ik over een driepuntenplan voor het onderwijs. De sector moest zich toen nog en masse achter de Bibliotheek op school scharen. Veel bibliotheken hadden eigen programma's met meer of minder resultaat. Dat de sector dat samen oppakte had succes. Het landelijk programma werd beter gemonitord en een landelijk team stimuleerde op vele plaatsen de samenwerking. Die samenwerking met onderwijs werd ook structureler en professioneler. Er werd een concept gebouwd waarmee structureel vooruitgang geboekt kon worden op leesplezier.

In de afgelopen jaren hebben bibliotheken dan ook veel van hun schaarse middelen hiervoor vrij gemaakt. En met succes. De helft van de basisscholen heeft inmiddels een Bibliotheek op school. Met een collectie en met, minstens zo belangrijk, een leesconsulent. En om eerlijk te zijn: dat was best een opgave want er werd tegelijkertijd flink bezuinigd. In 2010 had het bibliotheekwerk nog ruim 5.000 volledige arbeidsplaatsen. In 2021 waren er daar nog 4.400 van over. Tel daarbij dat bibliotheken van die 4.400 arbeidsplaatsen een flink deel hebben weten te verschuiven naar de functies van leesconsulenten en onderwijsspecialisten. Deze omwenteling van dienstverlening is dus dwars door de bankencrisis en later de dencentralisatiecrisis doorgevoerd. 

En werkt de Bibliotheek op school? Het antwoord is ja. Maar het antwoord is ook: ja, maar het kan nog veel beter. Dat leg ik uit. 

Naar een volgende ambitie voor de Bibliotheek op school 

In de afgelopen week las ik over de geschiedenis van het Overijsels bibliotheekwerk in de jaren '50 van de vorige eeuw. In de jaren '50 en '60 groeide het bibliotheekwerk op het platteland onder leiding van de heer Van Uxem. Overal werden vestigingen geopend. Het lijkt een beetje op de snelle groei van de Bibliotheek op school  in onze tijd. De professionele bemensing van die vestigingen was een probleem.

In het boekje dat ik daar over las staat daarover:

'In plaats van de "rijdende bibliotheek" introduceerde Van Uxem "de reizende assistente", die voor de service aan het publiek van plaats naar plaats trok. ... Voorwaar hadden deze reizende assistenten een avontuurlijke boeiende werkkring met ontberingen en nauwe contacten, passende bij het pioniersbestaan.' 

Van Uxem had door dat de vestigingen de ankerpunten waren waar hij verder op kon bouwen maar dat het de mensen waren die het verschil maakten in de dienstverlening. De bibliotheken waren daardoor maar beperkt open want de mogelijkheid om bibliothecarissen in te zetten was altijd te schaars. 

Herkent u de parallel met de Bibliotheek op school? De leesconsulenten die van school naar school trekken overal maar een beperkt aantal uur hebben om hun goede werk te doen. Twee uur hier, vier uur daar en hoera, maar liefst acht uur op plek drie. En ja, je kunt veel in samenwerking met de leraren doen maar ook het onderwijs zelf heeft een capaciteitsprobleem. 

Ergo: we doen ontzettend ons best maar we komen gewoon capaciteit tekort voor een echte grote stap.

Elke basisschool een fulltime leesconsulent en een robuuste, toekomstbestendige en volwaardige schoolbibliotheek

We weten dus dat we een groot probleem hebben in ons land met laaggeletterdheid en leesvaardigheid. En in de crisis van het afgelopen decennium is het bibliotheken gelukt om met de helft van de scholen een start te maken met een beter leesprogramma. Programma's waar een school een tientje per leerling op tafel legt en de bibliotheek er per leerling er nog een paar tientjes bij legt. Groot geld? Nee. Op de grote onderwijsbegroting blijven dit kruimels. 

Volgend jaar komt het volgende Pisa-rapport uit. Hebben we in de afgelopen drie jaar een stap vooruit gezet op leesvaardigheid? Nee. Door corona is zelfs de verwachting dat de achterstanden verder zijn opgelopen. 

Wie dit ziet, kan niet anders dan pleiten voor een veel forsere aanpak tussen bibliotheken en scholen. Het gaat niet om een paar procent erbij. Het gaat om veel grotere stappen. Verdubbeling, verdrie- en verviervoudiging van de capaciteit die we beschikbaar hebben. In mei van dit jaar stuurde onderwijsminster Wiersma zijn brief over Basisvaardigheden naar de de Kamer. Toen pleitte ik er al voor om in 2026 op alle scholen een Bibliotheek op school  te hebben. Leesconsulent met collecties. Maar ik realiseer me dat dat eigenlijk nog te weinig is. Het moet nog forser willen we niet alleen het probleem dempen maar echt terugdringen.

Ik zou een fulltime leesconsulent op elke basisschool geen overbodige luxe vinden. Een leesconsulent overigens met een didactische bevoegdheid die ook betaald wordt op het niveau van de leerkracht basisonderwijs. En vergroot die schoolbibliotheken flink en maak daar een leeslandschappen van waar elke dag geïnvesteerd wordt in leesplezier. De leesconsulent die elke dag in dat leeslandschap kan werken aan leesmotivatie. Denk groot en maak meters!

Zoals nu in het regeerakkoord gepraat wordt over een volwaardige bibliotheek in elke gemeente, zou ik alvast willen pleiten voor een volwaardige schoolbibliotheek op elke school. 

Masterplan basisvaardigheden en NPO-gelden: Naar een volwaardig leeslandschap!

Hoewel bibliotheken voor het eerst sinds lange tijd zich mogen verheugen op wat extra geld, is dat voor het onderwijs nog steeds een druppel op de gloeiende plaat. De € 60 miljoen die bibliotheken de komende jaren extra gaan krijgen in het regeerakkoord staan in schril contrast met de € 8,5 miljard eenmalig voor het Nationaal Programma Onderwijs om corona-achterstanden in te halen en komt er € 1 miljard structureel voor het Masterplan Basisvaardigheden om taal rekenen en digitaal burgerschap vorm te geven. 

Van mij mag de ambitie dus flink omhoog. Want we hebben het al jaren over een leesoffensief maar ik durf het met die luttele miljoenen die er tot nu in gestoken werden geen leesoffensief te noemen. Een offensief vraagt veel meer inzet. Een aanzet voor de middelen is er. Durft de bibliotheeksector het aan om zichzelf in vijf tot tien jaar tijd zichzelf te verdubbelen in omvang? In vijf tot tien jaar een paar duizend leesconsulenten aanstellen, opleiden en inzetten?  

Parlementaire enquêtecommissie Leesvaardigheid

We kennen het probleem al jaren, we weten ook al lang wat we er aan moeten doen en de uitvoerders zouden niets liever willen dan het uitvoeren. Maar in de politiek werden te laat te kleine besluiten genomen. Zie hier de samenvatting van een rapport van een gemiddelde parlementaire enquêtecommissie.  Zover gaat het hier toch niet komen, beste politiek?

En beste bibliotheken, kom met de scholen tot grotere plannen. In uw plaats, in uw provincie maar ook voor heel het land. De landelijke uitstraling van de Bibliotheek op school  heeft onze sector als geheel geholpen. En dat met de zeer beperkte middelen die we hadden terwijl we tegelijkertijd bezuinigden. Kom met een Masterplan, parallel aan dat van Wiersma: het Masterplan Leesplezier. En ga zoals Van Uxem in Overijssel bouwde aan zijn bibliotheken, bouwen aan een groot netwerk van schoolbibliotheken met lesprogramma's en fulltime leesconsulenten. Leg de middelen bij elkaar die er zijn: reguliere onderwijsgelden, NPO-gelden, Masterplangelden, bibliotheekgelden, WEB-gelden, gelden rondom gezinsaanpak etc. 

Maak lokale, provinciale en landelijke coalities. Het kostte tien jaar om de helft van de basisscholen aan te voorzien van een Bibliotheek op school. Laten we in de komende tien jaar doorbouwen en zorgen dat we op elke school zitten maar dat onze inzet echt veel groter zal zijn. Ik ben ervan overtuigd dat het kan. Van Uxem liet het zien in de jaren '50 in Overijssel en wij zelf lieten het de afgelopen tien jaar zien met de Bibliotheek op school.

Denk vooral niet te klein, daar is het probleem te groot voor. Hier zijn geen zachte heelmeesters nodig maar ambitieuze en enthousiaste vakmensen.

zaterdag 15 februari 2020

De leescrisis en het luchtalarm dat PISA heet: ouders haal uw kinderen naar binnen!

Er was al veel over dat PISA-rapport gezegd. De Volkskrant heeft het over 'dramatisch slechter lezende jongeren'. NRC kopt: 'leesvaardigheid achteruit gegaan' en de Telegraaf heeft het over een 'Alarm om leesprestaties'. De berichten worden veel geretweet en gedeeld door vakcollega's in het bibliotheekwerk. Maar ik heb eens rondgevraagd onder hen wie het rapport echt gelezen had? Dat viel tegen.... Het aantal was te tellen op de vingers van één hand. En dan ook nog een hand van iemand die daar al weer vier vingers van kwijt was....

Het PISA-rapport wordt dus veel gedeeld maar bijzonder weinig gelezen. Wel ironisch voor een rapport dat ons vertelt dat we zo slecht lezen. Alle reden dus om er eens echt in te duiken en wellicht nog eens wat resultaten toe te lichten. Het rapport zelf lezen is natuurlijk ook een goed idee. Dat rapport vindt u hier.

Wat is het Pisa-rapport?
Het rapport zegt zelf:
"PISA staat voor Programme for International Student Assessment en is een grootschalig vergelijkend trendonderzoek naar de wijze waarop 15-jarige leerlingen worden voorbereid op het functioneren als mondige burger in de huidige kennismaatschappij. In PISA worden leerlingen getoetst in de mate waarin zij hun vaardigheden in lezen, wiskunde en natuurwetenschappen kunnen toepassen in dagelijkse situaties. Daarnaast wordt met vragenlijsten bij de leerlingen en hun schoolleiders informatie verzameld over de context waarbinnen leerlingen deze vaardigheden aangeboden krijgen en over hun welbevinden."
Het is dus een uitgebreid onderzoek in vele landen. Om precies te zijn: bij deze editie deden 77 landen mee en 500.000 leerlingen. In Nederland hebben 4.765 15-jarige leerlingen afkomstig van 156 scholen voor voortgezet onderwijs deelgenomen.

Het onderzoek is dus ook breder dan alleen leesvaardigheid  maar gaat ook over wis- en natuurkunde en een aantal aanpalende onderwerpen. Elke drie jaar is één van de drie thema's het hoofdthema en wordt dan ook verdiept uitgevraagd. In het rapport van 2019 is dat de leesvaardigheid.

Wie overigens de toelichting op het uitgevoerde onderzoek leest, ziet ook dat het onderzoek dat al sinds 2000 wordt uitgevoerd wel elke keer licht wijzigt en wordt aangepast. Het wordt aangepast in de wijze van toetsing, van papier naar digitaal bijvoorbeeld.  En het wordt ook aangepast aan de eisen van de tijd. Hoe je nu moet lezen is anders dan hoe je 20 jaar geleden moest lezen. De onderzoekers gaan er ook op in dat de verandering onderzoekswijze wellicht van invloed zou kunnen zijn op de uitslagen.

We zakken inderdaad flink
Hierboven zie je een grafiek die veel gebruikt is in de media. Hij laat zien hoe de leesvaardigheidsscore van Nederlandse kinderen is gedaald. Tot 2012 scoorde Nederland boven het gemiddelde van de EU15  - zeg maar de 15 rijkste EU-landen - en ver boven het gemiddelde van de OESO-landen. Hoewel ook bij de EU- en OESO-landen het gemiddelde terugloopt, daalt Nederland zo sterk dat het de daling van de EU15 en OESO inhaalt. Dat zegt wel iets.

Het PISA-rapport deelt lezers vervolgens in, in  zeven leesniveaus die ook gekoppeld zijn aan de gemiddelde score. Ik geef u hieronder even de beschrijving van niveau 0 tot en niveau 2.


Met een gemiddelde score in Nederland van 480 komen we in één keer verdacht snel in de onderste regionen terecht.

Het PISA-rapport stelt dat wie onder niveau 2 scoort - en kijk maar even wat je op niveau 2 moet kunnen - waarschijnlijk minder goed kan functioneren op school en in de maatschappij en risico loopt op laaggeletterdheid. Het rapport vergelijkt de score van Nederland met de OESO en de EU-15. Dat ziet er dan als volgt uit.


Een kwart van de Nederlandse jongeren zit in de wachtkamer van laaggeletterdheid
Het percentage 15-jarigen dat in Nederland in deze categorie zit is 24%! Een kwart van de 15-jarigen zit in de wachtkamer van laaggeletterdheid. En ook hier doen we het slechter dan de EU-15 en het OESO. Nu kun je zeggen: ach, drie procentpunt verschil, wat stelt dat voor? Het is echter zorgelijker dan dat. Kijk hieronder maar eens hoe het percentage met risico op laaggeletterdheid zich in de afgelopen jaren ontwikkelde.


De strijd tegen laaggeletterdheid is geen curatief maar een preventief probleem
In 2003 zat slechts 11% van de Nederlandse 15-jarigen in de risicogroep voor laaggeletterdheid. In 2018 was dat meer dan verdubbeld en met 13 procentpunt gestegen naar 24%. De EU-15 ging in die periode van 17%  naar 21%. Slechts een stijging van 4 procentpunt. In Nederland verliezen wij de strijd tegen laaggeletterdheid bij onze kinderen en niet bij de volwassenen. Met andere woorden: het probleem van laaggeletterdheid is niet zozeer een curatief als wel een preventief probleem.

En er ontstaat een nieuwe kloof in Nederland
Wie kijkt naar wie die strijd verliezen in Nederland moet kijken naar bijgaande tabel waarbij gekeken wordt naar leesprestaties afgezet naar de hoogte van opleidingsniveau van de ouders. En daar zien we namelijk iets opvallends.


In 2003 was  het verschil tussen kinderen van laag- en hoogopgeleide ouders 42 punten (het verschil tussen 537 en 495). In 2018 was dat 77 punten. Dat verschil is vooral opgelopen doordat kinderen van laagopgeleide ouders slechter zijn gaan presteren. Dit verschil zie je niet terug bij de verschillende onderwijsvormen. Die lijken ongeveer evenredig terug te lopen. Maar als je kijkt naar de achtergrond van de ouders, zie je wel een groot verschil. Het PISA-rapport doet er geen uitspraak over waarom dat zo is.  Toch durf ik daar wel een schot voor de boeg te doen. En dat heeft alles te maken met voorbeeldgedrag en leesmotivatie.

Nederlandse jongere is één van de slechtst gemotiveerde lezers





Bovenstaande grafiek is geen eenvoudige. De nullijn geeft aan wat de gemiddelde score van alle 77 landen is als het gaat om leesplezier. Zoals je ziet scoren zowel de OESO- als de EU15-landen beneden dat gemiddelde. Maar Nederland is wel ongeveer koploper als het gaat om gebrek aan leesplezier. Helaas heeft men deze tabel nou net niet uitgesplitst naar opleidingstype of opleidingsachtergrond van de ouders.

Mijn vermoeden is namelijk dat voorbeeld-leesgedrag door ouders in het geheel is teruggelopen maar dat dat het meest voelbaar is bij ouders met een laag opleidingsniveau. Bij bibliotheken zien we dat veellezers regelmatige lezers worden en dat regelmatige lezers - weinig tot geen lezers worden. Bij laagopgeleide ouders zul je vroeger meer regelmatige lezers hebben gehad dan veellezers. Dit in tegenstelling tot hoogopgeleide ouders. Daar zaten weer meer veellezers. In de loop der tijd is dat overal minder geworden. En ik vermoed dat er bij laagopgeleide ouders daarom nauwelijks meer voorbeeldgedrag aanwezig is als het gaat om lezen. En ik denk dat dit verklaart waarom de kloof groter wordt. Kinderen volgen het gedrag van hun ouders.

Hoe krijgen we gelijke kansen?
Nederland heeft inderdaad een probleem. De kloof tussen hoog en laag die op veel vlakken zichtbaar wordt, manifesteert zich ook bij lezen. En dat is een probleem omdat om goed deel te kunnen nemen aan de samenleving dat lezen essentieel is. Bij het aanvragen van toeslagen, het invullen van formulieren voor je werkgever of het regelen van je eigen huis of zorgverzekering.

En Nederlandse kinderen hebben hierin geen gelijke kansen. Kinderen met laagopgeleid ouders hebben een flinke achterstand en die achterstand wordt groter.

Hoe ga je dat keren? Dat is een verdraaid lastig probleem. Dat onderkent ook de Stichting Lezen in een zeer recent gepubliceerd rapport 'Lezen stimuleren via vrij lezen, boekgesprekken en app-berichten' In dat rapport hebben ze op verschillende manieren onderzocht hoe je lezen kunt stimuleren. Daar blijkt uit dat je fervente lezers makkelijk meer kunt laten lezen met vrij lezen. Maar wie lezen al niet leuk vindt - en dat zijn er nogal wat in Nederland - krijg je met vrij lezen niet zo makkelijk verder.

Christiaan Weijts hekelde in  een column in NRC de aanpak van Scoor een Boek om die reden. Zijn stelling: 'Lezen doe je als het een vanzelfsprekende aanwezigheid is in je omgeving. Niet als je het opgedrongen krijgt, met een charitatief geurtje.'  Hij kreeg kritiek van vakcollega's maar het onderschrijft de conclusies van de Stichting Lezen. Wat overigens niet wegneemt dat je vooral door moet gaan met Scoor een Boek.

Je moet verleiden tot leesroutines, stelt stichting Lezen. Dat kan door meer te praten over boeken, door makkelijkere vormen aan te bieden zoals het luisterboek en door het inzetten van rolmodellen en, jawel, nudges.

Gelijke kansen door een leesoffensief
In mijn vorige artikel over de trends in de mediatijd liet ik zien dat lezen nog steeds een belangrijke invulling is van onze vrije tijd en dat met name onder de jeugd de leestijd lijkt te stabiliseren. Deskundigen hebben het er zelfs over dat de bodem van de ontlezing is bereikt. Nou, met het PISA-rapport in de achterzak en het blijven stijgen van het aantal 15-jarigen dat in de wachtkamer van de laaggeletterdheid zit, ben ik daar niet zo zeker van.

Het is leescrisis en het luchtalarm heet PISA. Ouders: haal u kinderen naar binnen en laat ze lezen! We moeten naar een aanpak waarin we ouders stimuleren om zelf het goede voorbeeld te geven. Er is meer en intensieve leesbegeleiding nodig op scholen. We moet rolmodellen zoeken die kinderen laten zien dat lezen leuk is. En ten overvloede: natuurlijk op alle scholen een schoolbibliotheek en alle kinderen gratis lid van de bibliotheek.

Zijn we er dan? Nee, nog lang niet. Wie denkt dat bibliotheken groot en sterk genoeg zijn om dit zelf te doen, bedriegt zichzelf. Er is een hele intensieve samenwerking met het onderwijs nodig. Ja, nog veel intensiever dan we nu doen.

Laten we beginnen met € 100 miljoen.... per jaar
Waar praat je dan over?  Laten we beginnen met zo'n €100 miljoen per jaar extra voor bibliotheken - ja structureel en niet incidenteel. Je kunt er dan voor zorgen dat bibliotheken ook de laatste 50% van de scholen van een schoolbibliotheek kunnen voorzien. Daar heb je, is mijn ruwe schatting, zo'n 30 miljoen voor nodig per jaar. Daarnaast praat je over versteviging van de de bestaande schoolbibliotheken en hun aanpak. Meer leesconsulenten, meer programma's, meer boeken en meer rolmodellen. Zet zo'n € 70 miljoen daar op in.

Maar ook dan zijn we er nog niet. Er is voorbeeldgedrag nodig. Je moet een alliantie met ouders hebben die dit gedrag mee ondersteunen. Dat kan niet zonder het onderwijs schat ik zo in. En dat zullen grote programma's met veel media-aandacht moeten zijn.  Van 'dry january' naar 'read february'. Dat soort ideeën. Het CPNB, Taalhuizen, boekhandels en ja ook sportclubs, je hebt ze allemaal nodig.

Dus naast geld voor onderwijs en programma's is een flinke hoeveelheid media-andacht nodig. Naast die € 100 miljoen voor bibliotheken per jaar mag je dit bedrag wel verdubbelen of verdrievoudigen om tot een landelijke en massieve aanpak te komen.

Ja, dat gaat wel wat kosten. Maar wie begint over een bedrag onder de € 100 miljoen per jaar kun je niet serieus nemen. Die heeft de cijfers nog niet goed begrepen.

Een leescrisis en € 1.000.000.000 per maand over
We leven in een land met een leescrisis en waar het luchtalarm dat PISA heet al een tijdje loeit. En we leven in een land waarin per maand één miljard (€ 1.000.000.000,-) overhouden op de rijksbegroting. Die miljard wordt afgelost aan de staatsschuld en zelfs de meest verstokte liberalen beginnen hier nu van te zeggen dat zoveel overhouden geen goed idee meer is en dat we moeten investeren in ons land.

Zorg dat de wachtkamer van de laaggeletterdheid weer leegloopt! Een overheid die met deze rapportcijfers en met zoveel geld nu niet acteert, is geen knip voor de neus waard.

Aan de slag jongens en meisjes! Over twee jaar begint het volgende PISA-onderzoek...

woensdag 4 april 2018

Wie betaalt de € 1,1 miljard die laaggeletterdheid kost?

Vandaag maakte de Stichting Lezen en Schrijven bekend dat de maatschappelijke kosten van laaggeletterdheid zijn opgelopen tot meer dan een miljard euro. Voor de goede orde: dat is een één met negen nullen.

Stichting Lezen en Schrijven liet Price Waterhouse Coopers al eerder onderzoek doen naar deze kosten en kwam tot een berekening van € 556 miljoen. Hoe kan het ineens zoveel meer geworden zijn?

Laaggeletterden verdienen minder
Daar is een vrij eenvoudige verklaring voor. Stichting Lezen en Schrijven heeft dit keer ook meegerekend hoeveel laaggeletterden minder verdienen doordat ze laaggeletterd zijn. Dat dat is zo'n € 572 miljoen. Die was in eerdere berekeningen nog niet meegenomen.

Wie betaalt de laaggeletterdheid?
Hoewel het wel een beetje voelt als 'opbieden' bij dit probleem, denk ik dat dit soort rekensommen wel degelijk van belang zijn. Op tekentafel van beleidsmakers staan niet altijd de verhalen van burgers centraal maar soms de cijfers.  Hoe onterecht dat wellicht ook voelt.

Het meest cruciale plaatje uit het nieuwe PWC-rapport is naar mijn mening dan ook niet het bedrag van € 1,13 miljard aan maatschappelijke kosten maar bijgaande staatje.


Dit staatje geeft namelijk aan wei de kosten van laaggeletterdheid betalen. Voor € 572 miljoen komt die voor rekening van laaggeletterden zelf.  Maar voor € 257 miljoen euro is de zorg aan zet doordat er extra zorgkosten zijn. En voor € 292 miljoen gaat het om overheidskosten waar het gaat om uitkeringen, armoederegelingen en gemiste belastingkomsten..

Is het niet gewoon te weinig?
De rijksoverheid geeft jaar zo'n € 60-65 miljoen uit aan bestrijding van laaggeletterdheid.
Is € 60 tot 65 miljoen dan niet gewoon te weinig om dit probleem op te lossen? Het is makkelijk om daar ja op te zeggen maar ik denk dat het genuanceerder ligt. Naast het rijksgeld betalen ook gemeenten (onder andere via bibliotheken) flink mee aan de bestrijding van laaggeletterdheid. Het bedrag is dus veel groter dan die € 60-65 miljoen. Maar ik denk dat geld zeker één van de factoren is.

Mijn wens is dat we weg kunnen komen bij dit soort berekeningen. Hoe belangrijk ik het werk van Lezen en Schrijven ook vind en ze ook dankbaar ben voor dit soort documenten. Dank, dank en ga vooral door. Weg komen bij de cijfers en terug naar de mensen. Het zou namelijk betekenen dat we een goede oplossing hebben gevonden. En ondanks alles - ondanks al die bevlogen mensen die er mee aan de slag zijn - is die er nog niet.

Tot die tijd vechten 1,3 miljoen Nederlanders met hun taal: met formulieren, met briefjes, met veiligheidsinstructies, met bijsluiters en met (voor)lezen.  En elk jaar tikken wij daarvoor met elkaar € 1,1 miljard af.

Lees hier het hele rapport van Price Waterhouse Coopers.

maandag 13 november 2017

De Grote DigiTaalStrijd : een community-aanpak voor bewustzijn rond basisvaardigheden


Het kwam er even niet van maar ik wist dat er nog een keer over moest schrijven: de Grote DigiTaalStrijd. Een bijzonder evenement van de immer creatieve bibliotheek in Rivierenland om aandacht te vragen voor de strijd tegen laaggeletterdheid en digibetisme.  Misschien idee dat navolging kan vinden bij andere bibliotheken.

Wat is het?
Rivierenland werkt voor vele gemeenten. Op zeven plekken in hun werkgebied organiseerde men voorrondes voor een dictee en een quiz over laaggeletterdheid en digitale vaardigheden. De teams bestonden uit bedrijven en instellingen die voor een mooi sponsorbedrag mochten meedoen. Het organiseren van contacten met deze bedrijven ging via de serviceclub Betuwe in Zaken. Kijk, dat zijn handige partnerschappen.

De ingelegde sponsorbedragen komen ten goede aan de inzet tegen laaggeletterdheid. Van de vele tientallen teams die zo meededen konden er op 26 oktober 10 meedoen aan de finale. Eén team uit elke gemeente uit het werkgebied van de bibliotheek.

De finale vond plaats op 26 oktober. Dit was de dag dat het Cultuurcentrum Zinder waar de bibliotheek van Tiel in gehuisvest is, werd geopend door prinses Beatrix.  Een prachtig gebouw overigens zoals u ziet.



Rijnbrink girls
Ook met onze eigen instelling Rijnbrink deden we mee en een aantal collega's van mij wierp zich - getooid in de huiskleuren - vol in de strijd. De strijd bestond uit een aantal quizrondes met vragen en een groot dictee van de hand van Ronald Giphart.


Die quiz zat trouwens bijzonder goed in elkaar. Elk team kreeg een iPad waar de antwoorden op moesten worden ingevuld waarna de jury gelijk zag wat de actuele puntenstand was. Die techniek was verzorgd Kevin van Blokland van Bloklab. Hij werd ondersteund door studenten van ROC-studenten van het praktijklab.

De avond werd  gewonnen door het team 'ik spreek überhaupt maar één woord Duits'. Rijnbrink eindigde - met vele andere - op de vierde plaats.

Community aanpak met bedrijven
Wat mij opviel op de avond van de finale was hoe men er in geslaagd was om bedrijven te interesseren om zich laagdrempelig en eenmalig te verbinden aan een goed doel. Met overigens een leuke opbrengst van een kleine € 8.000,-.

Door de opzet met de voorrondes zal er in vele bedrijven een keer over gesproken zijn en zal men het op verschillende plekken verder hebben verteld. Een mooi begin van een traditie denk ik. Dit jaar was het nog niet altijd even eenvoudig om overal teams vandaan te halen maar dat een kwestie van traditie opbouwen.

Door de deelname ontstaan ingangen bij bedrijven waar eerst nog geen contact mee was en men maakt op een leuke manier kennis met de bibliotheek. Ik denk echt dat deze aanpak voor andere bibliotheken interessant kan zijn.

Mooie website




Voor de Grote DigiTaalStrijd is een mooie website gemaakt waar veel informatie te vinden is. Opvallend is dat men veel videomateriaal beschikbaar is dat zich weer makkelijk verder laat verspreiden. Daar is bijvoorbeeld ook het filmpje van Ronald Giphart met het eerste dictee nog een keer te zien. Schrijft u maar even mee.

Alles bij elkaar zit dit bijzonder knap in elkaar. Alle complimenten voor de bibliotheek Rivierenland en Betuwe in Zaken. In het bijzonder Lisanne van Iterson die dit als projectleider vanuit de bibliotheek neerzette en die ongetwijfeld bereid is om geïnteresseerde bibliotheken verder te woord te staan. Ik denk dat de opzet zich daar zeer voor leent.

donderdag 19 maart 2015

Waarom er meer bibliothecarissen in het leger moeten....


Gisteren las ik - zittend in het zonnetje - bovenstaande tekst. Uit een boek over de Russische geschiedenis. Op het moment dat 50% van de bevolking geletterd is, ontstaat er revolutie. Ik vond het een bijzonder verhaal. Nooit bij stil gestaan.


Later bedacht ik mij: waar zijn op dit moment de oorlogen aan de gang in de wereld? Op de website 'Conflictenteller' wordt dat bij gehouden.

Leg daar dan het onderstaande plaatje van OMOpedia eens naast waarin aangegeven wordt hoeveel procent van de bevolking kan lezen en schrijven.

En dan.... wordt je even stil. Oorlog en conflict is nauw verbonden met landen waar de alfbatesering tussen de 50 en 80 procent zit. Revoluties en oorlogen worden gevoerd op plekken waar de toegang tot kennis en informatie snel groeit.

Alfabetisering, onderwijs en toegang tot kennis en informatie zorgen ervoor dat een samenleving met elkaar verder kan groeien. Er kan begrip zijn voor elkaars standpunten en kan gezocht worden naar oplossingen zonder geweld te gebruiken. Dat voorrecht kennen wij nu een aantal generaties.

Wie wil investeren in vrede en veiligheid doet er goed aan zijn leger op te bouwen met onderwijzers en bibliothecarissen. De 'war on terror' is evenzeer een 'war on illitteracy'.  Een maatschappij die niet meer leert en luistert naar elkaar, vervalt tot conflict.

woensdag 17 december 2014

65.000 kansen voor 100 miljoen mensen


Er zijn 65.000 plekken in Europa waar we niet zonder kunnen. 65.000 plaatsen waar gestreden wordt tegen laaggeletterdheid, werkloosheid, digibetisme en gebrek aan sociale cohesie. 65.000 plekken waar 100.000 miljoen Europeanen gebruik van maken.

Dit filmpje werd gepresenteerd op het Nationale BibliotheekCongres waarna de Leescoalitie twee ambiteuze doelstingen aankondigde. Eerste doelstelling: in 2025 geen kind meer dat met een taalachternachterstand de basisschool gaat. Tweede doelstelling: in 2025 elke volwassene geletterd of in een traject daar naar toe.

Bibliotheken zijn - samen met al hun partners - nog lang niet klaar met hun werk. In Europa liggen nog 65.000 kansen voor 100 miljoen mensen.

Gepresenteerd op nationaal bibliotheek congres
Filmpje: https://www.youtube.com/watch?v=OgkUZylvsP0

tekst public libraries 2020: http://www.publiclibraries2020.eu/

woensdag 16 juli 2014

Als geletterdheid in het hart staat van de maatschappij, mogen bibliotheken nooit ver weg zijn...



Nederland dommelt in vakantiestand. Een collega stuurt me nog een link naar een folder die vorig jaar op de dag van de laaggeletterdheid werd uitgereikt. Een kleine 9 maanden geleden nog maar. Ik was die folder alweer vergeten. En in die folder, een deel van de toespraak  van Prinses Laurentien op de BibliotheekTweedaagse in Middelburg. De toespraak doet me beseffen dat in dit land geletterdheid een mensenrecht moet zijn en het ontbreken van die geletterdheid een schendig van dat recht. Die toespraak is nog maar anderhalf jaar geleden. Het doet me beseffen hoe snel onze aandacht alweer naar iets anders gaat. Voordat u echt weg dommelt in de vakantie, nog één keer die 'call to action' van haar...

Call to action
'Het belang van lezen en schrijven is een breed gedragen sociaal-economisch vraagstuk, en niet alleen iets van het onderwijs. Als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt, kunnen we het samen oplossen - van bibliotheken tot doktoren en overheden, van werkgevers tot vakbonden en maatschappelijke organisaties. En laten we ons goed blijven realiseren dat de thuisomgeving en de maatschappelijke omgeving naast school cruciaal blijft: een huis met boeken, kranten of tijdschriften, ouders die lezen, boeken op ontmoetingsplekken in de stad, de fysieke zichtbaarheid van aantrekkelijk leesmateriaal. Een taalrijke omgeving is van grote invloed op iemands verdere bestaan. Ook digitaal leesmateriaal speelt hierin een rol, en is uiteraard van grote waarde.
 
[...] De bibliotheek is de lokale ontmoetingsplek en studieplek waar mensen elkaar treffen, waar gesnuffeld kan worden in allerlei materiaal.
[…] Als we denken vanuit de mens, moeten de oplossingen dus ook dichtbij de mens liggen. Daarom moeten we naar de mensen toe -bijvoorbeeld door volwassenen een cursus aan te bieden, met behulp
van getrainde vrijwilligers, in hun directe omgeving. En ouders te betrekken bij het leerwerk van hun kinderen thuis. Ook dat moeten we relevant en laagdrempelig maken, en de enorme winst ervan inzichtelijk maken.
[...] De functie van bibliotheken is evident. Want als geletterdheid in het hart staat van de maatschappij, dan mogen bibliotheken nooit ver weg zijn. Aan u allen de call to action om de winst van taalvaardigheden voor mensen en de samenleving zichtbaar en inzichtelijk te maken!'


Uit: Toespraak van H.K.H. Prinses Laurentien der Nederlanden tijdens Bibliotheek tweedaagse, december 2012 te Middelburg

maandag 3 februari 2014

Laaggeletterdheid 'kost' de samenleving elk jaar meer dan een half miljard

 
 
Laaggeletterd zijn, is uitermate vervelend voor de persoon zelf. Laaggeletterdheid heeft naast persoonlijke ook economische consequenties. Sommige politieke partijen zijn in dat laatste bijzonder geïnteresseerd.
 
In dat puike rapport dat ik in het vorige blog ook al aanhaalde, wordt dat nog eens uit de doeken gedaan. Als we laaggeletterdheid oplossen heeft dat een direct economisch effect van  ruim een half miljard per jaar. Hoe?  Dat zie je hierboven. 
 
Bibliotheken spelen in die bestrijding een vitale rol, volgens dat andere puike rapport.
 
En om Laurentien nog maar eens aan te halen: .. als geletterdheid in het hart staat van de maatschappij, dan mogen bibliotheken nooit ver weg zijn.
 
De waarde van bestrijding van laaggeletterdheid is dus te becijferen: ruim een half miljard. Maar elke laaggeletterde minder, is eigenlijk onbetaalbaar. Voor de persoon zelf. En daar zijn andere politieke partijen weer in geïnteresseerd.  Kies uw argument en strijd mee.


woensdag 29 januari 2014

Factsheet Geletterdheid

 
Deze plaat heb ik vriendelijk overgenomen uit het rapport Feiten en cijfers geletterdheid van de stichting Lezen & Schrijven. Ik vind het een confronterende plaat met veel interessante maar pijnlijke feiten.
 
 Misschien een handig kaartje voor al die bibliotheekdirecteuren die hun verhaal nog moeten vertellen rond de gemeenteraadsverkiezingen.
 
Overigens: het SIOB heeft weer een puike rapportage uitgebracht over Laaggeletterdheid. Het slechte nieuws: het aantal laaggeletterden stijgt in dit land.  

maandag 11 november 2013

De elfde van de elfde: Alaaf: Opening Landelijke Dag Laaggeletterdheid #LLL13

Johoo, de landelijke dag van de laaggeletterdheid kan beginnen. Op de elfde van de elfde. De dag opent dus ook door een aspirant Prins Carnaval. Dus vooraf geeft de organisatie enkele tips over de polonaise, over dronkenschap, toiletgebruik en vreemdgaan.  De aspirant Prins Carnaval en zijn prinses geven aan dat het toch een bizarre dag is om iets te organiseren over laaggeletterdheid. Het enige wat vandaag in Brabant wordt gelezen en geschreven zijn de teksten van een aantal carnavalskrakers.

Ivette Schrooten en Jeroen Seeverens - helaas niet in carnavalskleding - openen de dag echt. Jeroen vertelt over zijn eigen betrokkenheid bij laaggeletterdheid. In Limbrug zijn 120.00 mensen die moeite hebben met lezen en schrijven. Dat is dus niet een kleine groep maar een hele volksstam. Wie dat soort aantallen hoort, denkt toch dat er vele instanties zijn die zich om dit probleem bekommeren. Niet dus.

Wie meer wil weten verwijst Jeroen graag naar het PIAAC-rapport. Inderdaad, bijzonder interessant.

Maar wie kennis maakt met een aantal (gewezen) laaggeletterden ontdekt dat vooral die laaggeletterden zelf heel hard moeten werken om hun achterstand weg te werken. En vaak moeten zij zelf maar zien waar zij hun hulp vandaan halen.

Fijn dat er dus overal hulp is maar wie 120.000 inwoners verder wil helpen, weet dus ook dat alleen samenwerking tot een goede oplossing kan leiden. En daar wenst hij alle aanwezigen - waarvan veel buiten de branche - veel succes bij.

Nou, dat gaan we nodig hebben.

donderdag 14 februari 2013

Taalpunt Menthol... een zegen of een vloek?

Get Microsoft Silverlight
Ruim een week geleden openden wij in Bibliotheek Hengelo het taalpunt Menthol. Een punt waar laaggeletterden en anderstaligen hulp kunnen krijgen bij allerlei taalproblemen. Er zijn tientallen vrijwilligers bij betrokken die als taalcoach een 'taalmaatje' begeleiden en verder helpen. En die hulp is broodnodig.

In het filmpje wordt keurig uitglegd wat het taalpunt ongeveer is.

Middelen inburgering terug naar 0
Inburgeraars hebben het de afgelopen jaren knap lastig gekregen. Wie de nederlandse taal niet machtig is, moet zelf zijn taalcursus regelen. Inderdaad: op de nederlandse sites. En o ja, deze inburgeraars moeten deze cursussen ook zelf betalen. Het gaat hier om bedragen die oplopen tot € 15.000,-. En als je toch niet slaagt voor je cursus, loop je kans gekort te worden op je uitkering of in sommige gevallen zelf teruggestuurd te worden naar land van herkomst. Ik werd niet vrolijk toen ik hier uitleg over kreeg.

1 op de 10 laaggeletterd
Tegelijkertijd is 'slecht' omgaan met taal niet voorbehouden aan anderstaligen. Een tijdje geleden schreef ik al over de alfabetiseringscrisis. In Nederland is 1 op de 10 inwoners laaggeletterd. Dat begint al op jonge leeftijd: 25% van de basisschoolleerlingen verlaat de school met een taalachterstand van 2 jaar.

Zegen of vloek?
De landelijke overheid heeft haar inspanning voor inburgering compleet afgebouwd. En daarmee kun je toch afvragen of zo'n taalpunt nu een zegen of een vloek is. Moeten we trots zijn op een samenleving waar zoveel mensen net buiten de boot vallen?  De overheid legt de verantwoordelijkheid terug bij burgers, burgers waarvan ik vraagtekens heb of juist deze groep burgers dat redden. Maar waar tegelijkertijd andere burgers met het hart op de goede plaats het oppakken en een vangnet creëren. Een organisatievorm die we in de huidige financiële tijd nog wel vaker zullen zien.

Als we het willen oplossen, hebben we maar één oplossing: de samenleving moet het zelf doen. Kortom, met dank aan al die taalcoaches die hun vrije tijd beschikbaar stellen om een medemens een betere kans in de samenleving te geven. Ik vind het een prachtig initiatief en ik ben er trots op dat het in de Bibliotheek Hengelo onderdak kan krijgen.

Scala, Carint Reggeland, gemeente Hengelo en de Bibliotheek Hengelo tekenden voor de uitvoering. Een project waar veel dank uitgaat naar Ineke Helder van de gemeente Hengelo en Erwin Karst van de bibliotheek.

Wie meer wil lezen over taalpunt Menthol en de activiteiten die er plaatsvinden kan terecht op de site van Bibliotheek Hengelo.

maandag 7 januari 2013

De alfabetiseringscrisis....

ScreenShot152
Ook zo'n moeite om te lezen wat hierboven staat? Mooi, dan bent u goed gezelschap: één op de vijf Europeanen heeft moeite met lezen en schrijven.  Voor wie nog geen goede voornemens heeft voor 2013, doet er goed aan om dit rapport te lezen. Het is de samenvatting van het rapport dat Prinses Laurentien aanhaalde op de Bibliotheek2daagse. Een rapport dat kort samenvat in welke alfabetiseringscrisis we zitten. En hoe belangrijk leesplezier is om uit die crisis te geraken.

De problemen zoals uit blijkt uit verschillende onderzoeken:
  • 1,5 miljoen volwassenen in Nederland zijn laaggeletterd
  • 2/3 van hen is geboren en getogen in Nederland
  • 42% van de Nederlandse kinderen leest nooit thuis
  • 14,3% van de 15-jarigen is laaggetterd
  • En 25% van kinderen verlaat de basisschool met een leesachterstand van 2 jaar.
Om met het rapport te spreken:
Het genoemde rapport is bedoeld om Europese landen wakker te schudden over de alfabetiseringscrisis waarmee alle landen kampen. Daarbij dienen we ons te realiseren dat lezen en schrijven veel meer is dan een techniek of een vaardigheid. Geletterdheid draait om zelfvertrouwen en het vermogen om in de samenleving te functioneren als individu, als actieve burger, als werknemer of als ouder. Het is tijd dat onze samenlevingen deze crisis onder ogen zien en samen in actie komen om de alfabetiseringscijfers te verbeteren en ongeletterdheid tegen te gaan. We leven wat dat betreft in een paradox: terwijl het digitale tijdperk almaar meer geletterdheid vereist, blijven miljoen Europeanen van alle leeftijden hopeloos achter.
Daarna gaat het rapport in op een coöperatieve aanpak: jawel, het gaat om samenwerking: 1) Een geletterde omgeving creëren, 2) Het niveau van het lees- en schrijfonderwijs verbeteren en meer ondersteuning bij het lezen geven en 3) deelname en inclusiviteit vergroten. Heel helder allemaal om vervolgens een aanpak voor jonge kinderen, tieners en volwassen te geven.

Wie zo handelt zorgt er voor dat bovenstaande plaatje verandert in onderstaande plaatje.

ScreenShot153
Een rapport van slechts 16 pagina's.. En een heel jaar voor de boeg.

De samenvatting van het hele rapport kan in drie woorden: Kom in actie!

Stop talking, start reading!

woensdag 23 mei 2012

Lisa...


Soms moet je geen toelichting geven en spreekt iemands leven voor zich. Aan ons de keus.

zaterdag 12 mei 2012

Een feit waar we te gemakkelijk aan voorbij gaan...

Anti-cuts protest in Gloucester
Vrijdagochtend zei ik in een interview in de Tubantia dat 14% van de 15-jarigen in Nederland laaggeletterd is. Stel u een klaslokaal voor op de basischool met 28 leerlingen. Vier daarvan zullen op 15-jarige leeftijd niet de hoofdlijn uit een kort verhaal kunnen halen. Niet in één klas, nee in elke klas zitter er vier die dit niet gaan halen. En die gaan daar hun hele leven hinder van ondervinden.

Sommige mensen geloven niet dat dat aantal zo hoog kan zijn. En omdat ik het feit te belangrijk vind, haal ik toch nog een keer het rapport "De sociale staat van Nederland" aan waar ik enige tijd geleden ook al een aantal keer over schreef. De sociale staat van Nederland baseert zich op Europees vergelijkingsonderzoek dat elke drie jaar wordt uitgevoerd.

Op pagina 119 (ik geef toe, de gemiddelde lezer is dan allang afgehaakt):
Op dit moment is de basis niet op orde. Veel leerlingen en studenten missen essentiële basiskennis op het gebied van taal en rekenen/wiskunde; de (internationale) prestaties gaan eerder achteruit dan vooruit. Ruim 14% van de 15jarige leerlingen is laaggeletterd, wat goede onderwijsprestaties en participatie in de samenleving in de weg staat. Naar het zich laat aanzien is voor veel leerlingen met onderwijsachterstanden het basale of fundamentele referentieniveau niet haalbaar en een deel slaagt er niet in het basale niveau voor de arbeidsmarkt, de startkwalificatie, te behalen. Voor degenen zonder diploma in het voortgezet onderwijs wordt het door het afschaffen van de drempelloze instroom bovendien moeilijker om een startkwalificatie te halen.

En op pagina 110:
Het aandeel leerlingen in het voortgezet onderwijs dat onder pisaleesniveau 2 zit, en dus laaggeletterd is, zou voor 2010 tot 10% teruggedrongen moeten zijn. Laaggeletterde leerlingen in het voortgezet onderwijs zitten
vooral in het praktijkonderwijs en de lagere niveaus van het vmbo. In 2009 scoorde nog 14,3% van de 15jarigen in het Nederlandse voortgezet onderwijs onder leesniveau 2 (Gille et al. 2010). De doelstelling van de Nederlandse overheid is daarmee niet bereikt. De verwachting is dat, bij ongewijzigd beleid, in 2020 nog steeds 10% van de bevolking laaggeletterd zal zijn.

Wilt u weten wat Pisa leesniveau 2 is? Ik haal de vertaalde internationale definitie aan van het Vlaamse ministerie van Onderwijs?
Bij lokaliseertaken moeten lezers één of meerdere stukken informatie terugvinden die mogelijks moet afgeleid worden of aan verschillende voorwaarden moet voldoen. Bij andere taken moeten lezers de hoofdgedachte in een tekst herkennen, verbanden begrijpen of de betekenis afleiden uit een gedeelte van een tekst waar de informatie niet in het oog springt en de lezer eenvoudige gevolgtrekkingen moet maken. Typische reflectievragen verwachten een vergelijking of verschillende verbanden tussen de tekst en informatie van buitenaf door een beroep te doen op persoonlijke kennis en ervaringen.
Ik weet het, dit is wel wat abacadabra maar concentreer maar even op de regel: moet een hoofdgedachte in een tekst herkennen: wat is het belangrijkste uit de tekst? Het gaat hier niet over jongeren die geen kansen hebben gehad. In Nederland kan iedereen naar school en staat de deur van de bibliotheek altijd open. En toch is het niet gelukt om dit leesniveau te halen. Binnen en buiten het schoolproces is iets misgegaan: niet het goede voorbeeld gehad, nooit gestart met lezen en daar nooit het plezier van ontdekt. Geen mensen om je heen die je lieten spelen met taal.  En dat dat dan bepaalt wat je in je leven kunt doen.

Bibliotheken hebben nog een hele mooie taak, samen met heel veel andere partners.

Foto: Quisnovus