Posts tonen met het label wsob. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wsob. Alle posts tonen

zondag 6 september 2026

De vijf dossiers waar het bibliotheekwerk dit najaar mee te maken heeft

Nu u allemaal weer terug bent van vakantie, de kinderen naar school en de agenda's weer gevuld, maak ik de balans maar weer eens op. Welke dossiers gaan in het najaar van 2026 nog aan de orde komen? Ik legde mijn oor weer te luister in de wandelgangen en geef u een update van wat we nu weten. 

Het komende half jaar - nou ja, nog vijftien weken tot de Kerst - worden historisch beloof ik u. Want de wetswijziging zal in de Kamer komen en dat betekent dat we heel dicht tegen een heuse zorgplicht voor het bibliotheekwerk gaan komen. 

Lees mee hoe dit historische kwartaal waarschijnlijk vorm gaat krijgen. Want er zijn nog een paar dossiers meer. 

Dossier 1: Bibliotheekwet

De komende week komen naar verwachting de nieuwe WSOB-cijfers. Ik verheug me erop. Ik hoop dat we daar de eerste landelijke effecten gaan zien van het gratis lidmaatschap boven 18 en dat bezoekerscijfers opnieuw gestegen zijn. Het zal het goede werk van bibliotheken. 

En voor bibliotheken wordt dit ook een historich najaar door de bibliotheekwet. Toen ik de vorige update schreef was net het advies van de Raad van State terug over de wetswijziging. Dat advies luidde min of meer dat dit een wetswijziging was die een tien met een griffel verdiende. Een zogeheten dictum A. Het stuk is naar de Kamer gegaan en er vond een internconsultatie plaats voor de Algemene Maatregel van Bestuur voor de gemeentelijke meerjarenplannen.

Net voor de zomervakantie werd het zogenaamde schriftelijke debat met de Kamer afgerond. Daar schreef ik vorige week over. Uit die vraagbeantwoording kon je vooral aflezen dat de staatssecretaris stevig vasthoudt aan het decentrale stelsel waar de gemeente de leidende partij is en blijft voor de invulling van het bibliotheek. Belangrijk nieuws was wel dat de rijksbedragen verhoogd worden per 2027. Het zou € 100.000,- per gemeente als minimum zijn en € 2,90 per inwoner maar het wordt minimaal € 105.000,- en € 3,05 per inwoner. Direct na Prinsjesdag zal dit voor gemeenten in de circulaire staan. En er wordt gefluisterd dat het nog een jaar een decentralistatie-uitkering blijft en nog niet overgeheveld naar het algemeen gemeentefonds. Dat gebeurt dan een jaar later en dat past bij het volgende.

Vraag is nog wel hoe ver we in 2026 komen. Behandeling in de Tweede Kamer lijkt iedereen nog wel te doen. Maar of we ook de Eerste Kamer halen en daarmee afhandeling van de behandeling van de wetswijziging, achten velen twijfelachtig. En daarmee lijkt de invoering op 1 januari 2027 niet haalbaar. Het zou dan bijvoorbeeld 1 juli 2027 kunnen worden. 

Krijgen we nog vuurwerk bij de afhandeling van Bibliotheekwet? Ik vermoed van niet. Hoewel? Kijk nog even bij dossier 3 over het gratis lidmaatschap. Dat gaat behandeling en voortgang niet in de weg staan. Er is breed draagvlak voor de bibliotheek en zelfs als dit kabinet zou vallen, zal de behandeling doorgang vinden. Want controversieel is het allerminst. 



Dossier 2: Handreiking VNG en streefwaarden (voorheen normenkader)

Een dossier dat ogenschijnlijk al een tijdje stil staat is dat van de handreiking die door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten beschikbaar moet komen en die door KWINK gemaakt is. Er circuleerden al concepten maar het VNG heeft besloten pas een handreiking uit te brengen als de wet definitief is. Die gaan we voorlopig dus nog niet zien. 

Wel heeft de provincie Gelderland al het initiatief genomen om een voorlopig format vrij te geven voor een gemeentelijk meerjarenplan. Dat format hebben ze eveneens laten opstellen en KWINK heeft hier gebruik gemaakt van de handreiking die ze zelf in concept al geschreven hadden en waarbij naast de provincie ook VNG Gelderland betrokken was.  Let op: dit is dus een format dat nog niet op de definitieve wetswijziging of defnitieve handreiking is gebaseerd. Vandaar ook het voorlopige karakter. 

Dan de streefwaarden, voorheen het normenkader. Dat kader met streefwaarden is bedoeld om gemeenten uit te dagen meer ambitie te tonen met bibliotheekwerk.  Die streefwaarden zijn nog nergens officieel gepubliceerd. Officieus kun je ze hier op mijn website vinden. Sinds voorjaar 2024 circuleren deze waarden al. 

In de wandelgangen hoor je dat deze streefwaarden nog een update krijgen. Vooral om bedragen weer aan te passen naar deze tijd omdat er inmiddels door inflatie en indexering alweer hogere bedragen in moeten staan. De streefwaarden zullen een plek krijgen in de nog te publiceren handreiking van VNG en zullen geen onderdeel zijn van de wet en zijn dus niet afdwingbaar. 

Dossier 3: Onderzoek naar gratis bibliotheekabonnementen

In het voorjaar is er veel voortgang geboekt op dit dossier. Het ministerie maakte  in maart het AEF-rapport bekend 'Toegang zonder drempels' dat al lang verwacht werd. Het rapport laat zien, welke effecten zijn te verwachten van verschillende vormen van gratis en automatisch lidmaatschap. Daarnaast publiceerden de VOB samen met Rijnbrink een nieuwe overzicht van gemeenten met een vorm van gratis lidmaatschap.  De staatssecretaris stuurde het rapport met een brief naar de Kamer waarin ze zei dat ze blij was met de initiatieven maar dat ze nog onvoldoende zicht had op de impact en dat ze ook geen geld had voor landelijke invoering. 

Is de kous daarmee af? Nee. Kamerlid Mohandis van PRO heeft een amendement ingediend op de bibliotheekwet waarin hij vraag om de leeftijd van het gratis bibliotheeklidmaatschap te verhogen van 18 naar 27 jaar. De crux voor dat amendement zal liggen in de hoogte van de kosten voor landelijke invoering en een potje met geld dat nodig is om het te realiseren. U kunt zich dus voorstellen dat er op dit moment rekensommetjes gemaakt worden om te kijken wat dat bedrag zou moeten zijn en dat nagedacht wordt over een slim antwoord op de vraag hoe deze kosten te dekken.

Kortom, dit dossier loopt nu gelijk op met de behandeling van de bibliotheekwet in dossier 1.  En ondertussen blijft dit lokaal natuurlijk gewoon doorgroeien. Zoals altijd is een wettelijke borging iets dat vooral bevestigt wat al op heel veel plekken gebeurt. Het komt dus een keer. Ik ben er zeker van. Nu of straks. 

Dossier 4: Wettelijke borging IDO’s

Vorig jaar dreigde er plotseling een bezuiniging op de Informatiepunten Digitale Overheid, de IDO's. Dit omdat het financieringsvehikel, de zogenaamde SPUK, werd afgeschaft en de middelen werden overgeheveld naar een decentralistatie-uitkering. De landelijke overheid deed bij alle regelingen die hieronder vielen een korting van 10%. De Kamer heeft vorig jaar een heel jaar gevochten om dat van tafel te krijgen. Dat is gelukt. 

De IDO's kenden met die SPUK-regeling een wettelijke borging omdat ze een soor zijlijn waren van de  Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer. Door het vervallen van de regeling per 1 januari 2026 zitten de IDO's in een juridisch vacuüm. Daar wordt op dit moment nog naar gekeken maar haast wordt er zeker niet gemaakt. Op 10 juli 2026 stuurde staatssecretaris Eric van de Burg hier nog een brief over naar de Kamer. 

Over de wettelijke borging zegt hij daar:
'Daarnaast onderzoek ik of op termijn een wettelijke verankering mogelijk is van de regierol van gemeenten bij het bieden van laagdrempelige en empathische ondersteuning. Wetgeving is een mogelijke oplossing, maar niet de enige om de doelstellingen op het gebied van overheidsbrede dienstverlening te behalen. Het is daarom van belang om dit traject zorgvuldig, met alle betrokken partijen, te doorlopen.'
Naast de IDO's lopen tal van pilots voor Overheidsbrede Dienstverlening. Daarbij worden (betaalde) ambtenaren ingezet die ook daadwerkelijk zaken mogen regelen voor de overheid. Dat gaat dus verder dan de IDO-dienstverlening waar je wel geholpen kan worden met formulieren maar waar geen beslissing namens de overheid mag worden genomen. Als je dit een beetje wil optuigen gaat dit voor het ministerie nog wel wat betekenen, ook financieel. En ja, die IDO's zitten al op ruim 800 punten en kennen een mooie mix van professionals, partners en vrijwilligers. En die doen dat voor een paar rotcenten. Van de Burg lijkt een beetje te gokken op dat dit naast elkaar en door elkaar moet gaan bestaan. Of dat gaat werken weet hij pas als hij meer weet over de pilots die nu lopen. Een klassiek gevalletje "tijd kopen" en "wedden op twee paarden" lijkt me.  

Dus nee, op dit dossier gaan we niet veel voortgang zien het komende half jaar. En ja, de basisfinanciering is op dit moment geregeld. Overigens ligt er en nog een claim uit een KPMG-rapport dat het ministerie in 2024 zelf had laten opstellen. Dat rapport stelde dat de IDO's er nog flink geld bij moesten krijgen. Hoor je niemand meer over.

Dossier 5: Extra middelen Bibliotheek op school en Boekstart

De komende week, ik dacht dinsdag, worden de nieuwe PISA-cijfers bekend. Het PISA-onderzoek is in Nederland vooral bekend omdat elke twee jaar hieruit blijkt dat kinderen weer slechter zijn geworden in lezen. En de kans is nagenoeg 100% dat dat dit keer weer geval zal zijn. U snapt wat er gebeurt: er gaan weer een noodklok geluid worden over de kwaliteit van het leesonderwijs. 

De Bibliotheek op school en Boekstart, die verankerd worden in artikel 8 van de bibliotheekwet, zijn de komende decennia dus bitterhard nodig. En dit wordt ook een  dossier dat dit najaar toch echt moet gaan lopen: een structurele regeling voor de Bibliotheek op school en Boekstart! In de zomer van 2025 werd bekend dat er € 50 miljoen structureel beschikbaar komt voor Bibliotheek op school en Boekstart. Daarbij is € 25 miljoen gereserveerd voor het onderwijs en € 25 miljoen voor bibliotheken. Voor 2027 was een aanloopbedrag van € 19 miljoen gereserveerd maar doordat men iets gaat schuiven met bedragen zal er ook vanaf 2027 een bedrag van ongeveer € 25 miljoen beschikbaar zijn. 

Hoe krijgen bibliotheken dat geld? Dat zullen ze moeten aanvragen bij DUS-I en dus niet meer bij Stichting Lezen waar alle tijdelijke middelen tot nog toe mochten worden aangevraagd. Officieel is er nog niets bekend over die regeling. De verwachting is dat de inhoud van de regeling pas officieel bekend wordt in november en dat de aanvragen voor 2027 pas in het voorjaar van 2027 kunnen worden ingediend. Met andere woorden: voor 2027 zullen bibliotheken pas heel laat weten waar ze aan toe zijn. 

Weten we dan helemaal niks? Nee, ook hier wordt wel gefluisterd in wandelgangen. Daar circucleert een bedrag van € 7,- naar rato van het totaal aantal inwoners van 0 - 18 jaar. Daarbij wordt een minimumbedrag genoemd van € 60.000,- per jaar per bibliotheekorganisatie. Een nadrukkelijke disclaimer: dit is de wandelgang en nog geen officieel nieuws. En er zit nog wat tijd tot november. Maar als ik bibliotheekdirecteur was, hield ik indicatief hiermee rekening voor 2027 en volgende jaren. Structureel dus!

Bibliotheken moeten het geld zelf aanvragen. Het geld zal besteed moeten worden aan samenwerking met scholen en kinderopvang door inzet van leesmediaconsulenten. De incidentele regelingen die we tot nu toe kenden, kenden een bredere bestedingsmogelijkheid. Als ik het goed begrijp mag je hiermee ook bestaande leesmediaconsulenten betalen (of verder opleiden). Daarmee zou je dus de incidentele middelen kunnen laten overgaan in de structurele financiering. 

Is dat alles? Nee, want deze regeling biedt zeker mogelijkheden. Zeker in een mix met middelen die de scholen ook krijgen via de structurele financiering van basisvaardigheden. De kunst is dus om de middelen die via DUS-I lopen te matchen met middelen die scholen krijgen. Verleiden dus! En om vervolgens met die samenwerking ook de gemeente uit te dagen nog een extra stap te zetten. En andersom kan natuurlijk ook: eerst de gemeente vragen een extra stap te zetten en daarna scholen uitdagen om mee te doen.

Tot slot zal er in het najaar nog één keer een regeling komen via de Stichting Lezen. Die zullen nog een extra impuls uitzetten van naar verwachting € 5 miljoen voor kinderopvang en beroepsonderwijs. Die regeling zal nog dit jaar open gaan.


Een nieuw dossier en een historisch najaar

Zo volg ik al een tijdje deze vijf dossiers. Het gaat nooit sneller dan verwacht maar we naderen wel een historisch kantelpunt. Daarover zo meer. Want veranderen die vijf dossiers nooit, komt er nooit eentje bij of gaat er nooit eentje af? Nou, ik vermoed dat er in het komende jaar een dossier bij gaat komen. Dat dossier heet Weerbaarheid en heeft alles te maken met crisissituaties in onze samenleving. Denk dan aan hitteplannen, energiearmoede en warme plekken en voorbereiding op oorlogssituaties met noodsteunpunten. Op lokaal niveau zijn een aantal bibliotheken daar al actief mee en zeker gemeenten maken nu beleid. Het zou best eens kunnen dat daar - net zoals met de IDO's - ook wat landelijke regie bij komt kijken. Ook weer een mix van overheden dus. Dat onderwerp gaan we maar eens wat nauwlettender volgen. 

Dan terug naar dat historische kantelpunt. Tja, als je het zo op een rijtje zet, speelt er altijd veel. En dit is nog maar de samenvatting op een beperkt aantal dossiers. Ik loop zelf al lang mee in bibliotheekwerk. Dat geeft me de mogelijkheid om achterom te kijken en te zien welke lange weg er is afgelegd. Na de bankencrisis en eurocrisis tussen 2008 en 2010 brak er een lelijke periode aan voor cultuur in het algemeen en bibliotheekwerk in het bijzonder. Op veel plekken werd bezuinigd. Er waren wethouders die zeiden dat de bibliotheek binnenkort niet meer zou bestaan omdat alles digitaal was. Dat bleek een flinke misrekening. De digitale wereld schreeuwt om bibliotheken waar hulp wordt geboden en waar mensen hun vaardigheden op peil houden.  

Dwars door die rottijd wisten bibliotheken een nieuwe koers te vinden met de maatschappelijk-educatieve bibliotheek. Meer naar buiten gericht, meer samenwerking en een grotere focus op meerdere maatschappelijke thema's. Taalhuizen, IDO's, bibliotheken op school, allemaal thema's die zich terug laten brengen tot het motto van het Nederlands bibliotheekstelsel. En dat motto is: lokaal manifesteren, provinciaal faciliteren en landelijk organiseren. Er staat een krachtig bibliotheekwerk dat klaar is voor de toekomst en dat gaat dit najaar bezegeld worden met een zorgplicht. 

Ik koop alvast een fles champagne voor als de wet door de Tweede Kamer is en noem het alvast een historisch najaar.

En nu, hop, snel aan de slag. Er is veel te doen. Succes.

zondag 30 augustus 2026

Vier punten die u moet weten over de beantwoording van de vragen over de bibliotheekwet

Het was alsof de staatssecretaris het erom deed. Ik was koud op vakantie of ze publiceerde de antwoorden op de 212 vragen die waren gesteld over de wijziging van de bibliotheekwet. Die antwoorden heten overigens 'Nota naar aanleiding van het verslag' als u het zoekt als u op de link klikt.  Maar met die vragen en antwoorden is het debat over wijziging van de Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen (WSOB) schriftelijk in ieder geval begonnen. In het najaar moet dan het debat met de Kamer plaatsvinden. 

Die 212 vragen over de wijziging van de bibliotheekwet leverden 90 pagina's aan antwoorden op. Die las ik voor u en ik pikte er vier punten uit waarvan ik denk dat u ze wilt weten. Die antwoorden liggen overigens in het verlengde van eerdere episoden die ik schreef.  Deze blog staat dus niet op zich. Wie het hele dossier wil lezen kan terecht bij:
Episode 1: De wijziging van de bibliotheekwet in vijf vragen (oktober 2025)
Episode 2: Het gemeentelijk meerjarenplan voor de bibliotheek in vier vragen (februari 2026)
Episode 3: Rondetafelgesprek wijziging WSOB en samenwerking onderwijs (april 2026)

Punt 1: Hogere rijksbijdrage: € 2,90 wordt 3,05, basisbedrag van € 100.000 wordt 105.000

Het staat verstopt in voetnoten op pagina 39, 47 en 81 van alle vragen maar voor gemeentelijke bibliotheekambtenaren en bibliotheekdirecteuren toch belangrijke informatie: de toegezegde bijdrage van het Rijk gaan nog iets omhoog. De bijdrage die in 2025 en 2026 € 2,95 bedroeg zou in 2027 dalen naar € 2,90. Maar door indexeringen gaat die bijdrage omhoog naar € 3,05 per inwoner. En dat bedrag zal blijvend geïndexeerd blijven omdat het in het gemeentefonds meegaat. 

Daarnaast was er een minimale bijdrage van € 100.000,- en die wordt € 105.000,- per jaar.

De gemeentebegroting en de subsidieaanvraag kan hier dus op aangepast worden. De bedragen zullen in de septembercirculaire (direct na Prinsjesdag) zichtbaar worden.

Punt 2: Lokale context bepaalt bibliotheekwerk; staatssecretaris volgt de cijfers

De vraagbeantwoording geeft op heel veel plekken aan dat gemeenten zelf echt aan zet zijn om te bepalen wat goed bibliotheekwerk is. Er wordt veel gevraagd waar men nu aan moet voldoen? Het antwoord is dat er geen mal is en geen strenge normen waar gemeenten zich aan kunnen vasthouden. Veel discussie is er bijvoorbeeld over het begrip 'redelijke afstand' tot een bibliotheekvoorziening. Wat is die redelijke afstand? Is dat één kilometer, twee of vijf kilometer?

Om te illustreren hoe je daar naar moet kijken en hoe dus gemeente aan zet is, laat ik hier het antwoord van de staatssecretaris zien op die vraag:

"Of het aanbod aan bibliotheekvoorzieningen binnen een gemeente of openbaar lichaam binnen redelijke afstand toegankelijk is, hangt af van de lokale context, dat wil zeggen van demografische en geografische kenmerken van gemeenten en openbare lichamen waaronder de oppervlakte en het aantal inwoners, plus sociaal-maatschappelijke factoren. Alle gemeenten en openbare lichamen moeten in het meerjarenplan toelichten hoe zij de zorgplicht invullen en hoe zij, rekening houdend met bovengenoemde lokale context, voorzien in een aanbod van bibliotheekvoorzieningen, dat als geheel binnen redelijke afstand voor de inwoners toegankelijk is.  Om ruimte te bieden om met de lokale context rekening te houden is in het wetsvoorstel en in het concept-Besluit stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen bewust niet gekozen voor een feitelijke definitie in absolute termen van het begrip ‘redelijke afstand’"

In simpel Nederlands: de gemeente bepaalt zelf wat een redelijke afstand is. De gemeente bepaalt de norm. Niemand anders. Eén van de partijen vraagt de staatssecretaris of de gemeenten wel te vertrouwen zijn met zoveel beleidsvrijheid. Het wordt in iets andere bewoordingen gevraagd maar daar komt het wel op neer. De staatssecretaris antwoordt daar met keurige bewoordingen op met: 

"Doel van de wetswijziging is een verdere versteviging van het bibliotheekstelsel in de komende jaren. In de samenleving is breed enthousiasme en draagvlak voor bibliotheken. Gemeenten én bibliotheken staan positief tegenover de komst van een zorgplicht. Het bibliotheekstelsel is een decentraal stelsel waarbinnen overheden op basis van vertrouwen met elkaar samenwerken. De regering opereert binnen dit kader en zal regelmatig de balans voor het stelsel opmaken."

 De zin 'Het bibliotheekstelsel is een decentraal stelsel.' of zinnen van gelijke strekking komen negen keer voor in de hele beantwoording en is daarmee het meest gebezigde inhoudelijke thema. En dat onderstreept wat ik hierboven al zei: het is de gemeente die bepaalt wat goed bibliotheekwerk is. 

Hoe gaat de staatssecretaris dan toch de gemeenten volgen en ingrijpen als het nodig is? Daarover wordt aangegeven dat er twee middelen worden ingezet. Op de eerste plaats zal de staatssecretaris via de gegevenslevering jaarlijks volgen hoe het bibliotheekwerk zich ontwikkeld. Daarbij zal ze specifiek letten op 1) het aantal en de verschillende soorten bibliotheekvoorzieningen, 2) het bereik en het gebruik van de bibliotheek en 3) omvang van de gemeentelijke financiële bijdrage. Ze geeft aan dat ze op al deze punten een stijging verwacht. Dus meer voorzieningen, meer bezoekers, activiteiten en leden en meer gemeentelijke subsidie. 

Het tweede punt waar de staatssecretaris wat mee kan is het bestuurlijk overleg waar gemeenten, provincies en de bibliotheekpartners samen om tafel zitten om de voortgang te bespreken. Daar kan ze gemeenten aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Dat is niet hard en daar kun je wat van vinden maar dat is natuurlijk wel precies ons polderlandschap.

Punt 3: Toezicht door de provincie is in de basis risicogericht en niet inhoudelijk

In onze rechtstaat is geregeld dat er bij een zorgplicht door een lagere overheid, de volgende overheidslaag het interbestuurlijk toezicht verzorgd. Dat betekent dat de provincies toezicht houden op de gemeenten waar het gaat om de zorgplicht voor bibliotheken. Die zorgplicht houdt in dat elke gemeente een volwaardige bibliotheekvoorziening binnen redelijke afstand (mede) in stand moet houden en dat de gemeente een meerjarenplan opstelt inclusief meerjarige financieel perspectief. Met die twee vereisten is geregeld dat zowel nu als in de komende jaren goed bibliotheekwerk mogelijk is. 

Mag de provincie ook iets van het bibliotheekwerk vinden bij gemeenten? Nee, dat is niet direct de bedoeling. De staatssecretaris meldt dat dit toezicht 'in beginsel risicogericht is  en in beginsel geen instrument om de kwaliteit van de taakuitvoering van gemeenten te verbeteren'. In eerste aanleg moet een provincie dus vaststellen of er een bibliotheek is en of er een meerjarenplan is. Pas als dat er niet is, is er vanuit interbestuurlijk toezicht een mogelijkheid om in te grijpen. Maar de vaststelling of iets binnen redelijke afstand is, of een volwaardige voorziening is niet aan de provincie maar aan de gemeente zelf. Als de uitleg er maar bij is in het meerjarenplan. 

Kan een provincie meer doen dan alleen vinkjes zetten? Ja, dat kan. En wel op twee manieren. Op de eerste plaats is er een hele escalatieladder in het interbestuurlijk toezicht. Dat begint met een vriendelijk gesprek en een kop koffie om het erover te hebben. Maar als een gemeente duidelijk in gebreke blijft en bijvoorbeeld in het geheel geen bibliotheek in stand houdt kan de provincie de taak van de gemeente overnemen. Dan ben je echt al wel een tijdje verder en ik vermoed dat het nergens zo ver gaat komen.

De tweede manier om toch verder te gaan dan alleen vaststellen dat er een bibliotheek is en een plan  is dat de provincie samen met (alle) gemeenten afspreekt om samen een inhoudelijk traject te volgen. In ons poldermodel komt dat vaak voor. En dat zal zeker in provincie waar de provinciale ondersteuningsinstelling gekoppeld is aan lokaal bibliotheekwerk het geval zijn. Dan praten we over Groningen, Drenthe en Zeeland. 

Maar ook in andere provincies is dat mogelijk maar dan moet je overeenstemming hebben met de gemeenten dat je samen zo'n traject ingaat. Je moet het dus met elkaar eens worden. Dat kan bijvoorbeeld met een bestuurlijk akkoord, een convenant of een samenwerkingsafspraak. In Gelderland is men nu bijvoorbeeld bezig met de voorbereiding van mogelijke afspraken. Dit doet men met een stuurgroep van gemeenten en bibliotheken. Vooruitlopend heeft men daar ook al een format voor een meerjarenplan vrijgegeven waar gemeenten die nu al willen starten mee aan de slag kunnen. De provincie geeft aan dat wie vooruitlopend op de vaststelling van de wet nu conform dat format werkt, de provincie niet tegen zal komen in het toezicht. Dat biedt ruimte om nu al aan de slag te gaan. Overigens gaat dat format verder dan de wetswijziging waarschijnlijk zal voorschrijven. Maar daar is via de stuurgroep dus overeenstemming over. Op provinciaal niveau zal dat zeker gaan verschillen. En dat is ook passend voor de verschillende situaties.  

Overigens zegde de staatssecretaris bij de beantwoording toe dat de gemeenten de meerjarenplannen ook moeten opsturen aan de provincie en dat wordt bij wet geregeld. Dat was nog een kleine fittie tussen de gemeenten en de provincie waar ik niet zoveel van begreep. Hoe ingewikkeld kon dat zijn?

Punt 4: De streefwaarden

Wat uit de hele vraagbeantwoording spreekt, is dat de staatssecretaris een groot vertrouwen heeft in de gemeenten als het gaat om het beschikbaar stellen van de extra middelen en de insteek om het bibliotheekwerk te versterken. Het spel tussen Rijk en gemeenten als het gaat om geld is veel breder dan alleen bibliotheken en dat maakt dat veel gemeenten bredere afwegingen moeten maken dan alleen extra geld geven aan bibliotheken. 

De zorgplicht geeft een ondergrens aan. De kans bestaat dat gemeenten hiermee ook de zorgplicht als basis gaan gebruiken. Als dat gebeurt krijg je een 'race to the bottom'. Dat is gezien de huidige positie van bibliotheken en de serieuze aandacht van bijna alle gemeenten op dit moment niet de verwachting. Maar stel dat we in financieel slecht weer zouden komen dan zou dat natuurlijk kunnen. 

Eerder werd hiervoor een zogeheten 'normenkader' ontwikkeld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Vereniging van Openbare Bibliotheken. Dat normenkader is alweer van naam veranderd en heet nu 'streefwaarden' omdat het geen afdwingbare normen zijn. Die streefwaarden zijn nog nergens officieel gepubliceerd. Officieus kun je ze hier op mijn website vinden. Sinds voorjaar 2024 circuleren deze waarden al. 

De staatssecretaris zegt hierover:

"Lopende de voorbereiding van het wetsvoorstel en de afstemming hierover met betrokken partijen, waaronder de VNG en de VOB, hebben beide partijen besloten in aanloop naar de introductie van het wetsvoorstel met een zorgplicht streefwaarden te ontwikkelen, in eerste instantie aangeduid met de term ‘normenkader’. Het betreft streefwaarden ten aanzien van de gewenste financiering en kwaliteit van openbare bibliotheken, waarbinnen gemeenten worden gecategoriseerd op basis van inwonertallen. Het gegeven dat de zorgplicht een minimale ondergrens bevat, was voor de betrokken partijen een belangrijke aanleiding om tot streefwaarden te komen: partijen willen de streefwaarden gebruiken om gemeenten te stimuleren de zorgplicht ambitieus in te vullen. De streefwaarden zijn niet formeel gepubliceerd en ook nog niet in gebruik, al is het eerdere ‘normenkader’ wel digitaal terug te vinden . De streefwaarden worden overigens niet opgenomen in de Wsob maar worden gepubliceerd in een handreiking voor gemeenten die de VNG in samenspraak met de VOB ontwikkelt."

De handreiking van VNG is in concept ook al enige tijd klaar maar wacht op de afhandeling van de wet in de Kamer. Eerder was al wel geopperd om de concept-handreiking al vrij te geven en later een definitieve versie te maken.  Men wilde toch graag de behandeling in de Kamer afwachten. Tja, voor alles is iets te zeggen. 

Ook bij de streefwaarden geldt dat de staatssecretaris de bal terug legt bij gemeenten: zij hebben de sleutel voor goed bibliotheekwerk en zij moeten overtuigd zijn dat investeren in bibliotheekwerk een investering in de toekomst is.

In de beantwoording werd zijdelings ook melding gemaakt dat er voor provincies en hun zorgplicht ook nog een handreiking komt. 


Op naar de echte behandeling in de Kamer en halen we 1 januauri 2027?

De schriftelijke ronde is geweest. De eerste schijnbewegingen zijn gemaakt. De ambtenaren hebben weer 90 pagina's puik werk geleverd met de beantwoording. Er is veel waardering voor deze wetswijziging bij alle partijen die gereageerd hebben. Dat waren er acht in getal. Ook kun je hieruit aflezen dat deze wetswijziging zeker een meerderheid zal krijgen. Zelfs bij een mogelijke val van het kabinet zal dit naar verwachting niet controversieel worden verklaard. Dat gebeurde bij de vorige val van het kabinet ook niet. 

De vraag is alleen nog even wanneer de wet precies ingaat en wat er nog in het debat met de Kamer gebeurt. Wat betreft planning zal begin september meer bekend worden. De behandeling zal zeker niet voor Prinsjesdag zijn en we hobbelen dus al verder het najaar in voordat de Tweede Kamer aan zet is. En dan nog de Eerste Kamer.
 
Oorspronkelijk zou de wetswijziging ingegaan moeten zijn op 1 januari 2025. Dat is wat toenmalig staatssecretaris Uslu aangaf. Dat station is inmiddels ver gepasseerd. 1 januari 2027 is theoretisch nog steeds mogelijk maar 1 juli 2027 lijkt eigenlijk aannemelijk. Dit datum circuleert informeel ook. Voor de financiële bijdrage vanuit het Rijk maakt het niets uit. Dat is allemaal al geborgd in begrotingen. Hoewel ook wordt gefluisterd dat de overheveling naar gemeentefonds nog een jaar uitgesteld zou kunnen worden en dat het nog een jaar een decentralisatie-uitkering wordt. Het maakt voor de uitvoering niet heel veel uit.

Inhoudelijk is de race zeker nog niet gelopen. Mijn ervaring leert dat bij het sluiten van de markt nog wel een paar afspraken worden gemaakt. Zie de beantwoording dus niet als eindbod. Zo ligt er nog een amendement van Mohandis om het gratis lidmaatschap te verruimen naar 27 jaar. De staatssecretaris is er niet principieel tegen maar heeft er geen geld voor en ziet nog te weinig impact hiervan. Ik vermoed dat het vooral een geldkwestie is. Dus als daar iets slims wordt gevonden, zou het toch nog kunnen. En dat moet je bijna denken dat dit nog een uitruil wordt rond de begrotingsbehandeling. Maar of het punt daarvoor groot genoeg is, is de vraag. En zo zijn er nog wel een paar, weliswaar kleinere punten, die om nadere uitwerking zullen vragen. 

Zo, u bent weer bij met een nieuwe episode in de bibliotheekwet. Dit najaar zal ik er zeker nog een paar keer over schrijven. Op naar episode 5 en 6! Net zolang tot het geregeld is!

Zoals gezegd: wie terug wil lezen kan alle episodes van de wetswijziging hier vinden:

maandag 20 april 2026

De wetwijziging van de Bibliotheekwet in de Kamer is begonnen!

Na jaren aan voorbereidingen en inleidende beschietingen is het dan eindelijk zover: de behandeling van de wijziging van de Bibliotheek in de Kamer gaat beginnen. Op donderdag 16 april werd hiervan de aftrap gegeven met een rondetafelgesprek. Een gesprek dat bestond uit twee delen: het eerste deel ging in op de zorgplicht voor gemeenten en provincies en het tweede deel ging in op de samenwerking met het onderwijs die ook een verplichtend karakter krijgt in de bibliotheekwet. 

In de zaal een handvol Kamerleden: Mohandis (PRO), Dijk (D66), Tijmstra (CDA), Maas (VVD) en Van Houwelingen (FVD). De laatste twee kwamen overigens later binnen doordat een ander debat was uitgelopen. Dit is overigens wel een redelijke opkomst voor dit type overleg dus bibliotheken hoeven zich hier geen over zorgen te maken. 

Voor het eerste deel over de zorgplicht waren verschillende experts gevraagd om kort toe te lichten. Van de zijde van bibliotheken waren Klaas Gravesteijn (VOB) en Lidy Vos (Rivierenland) aanwezig. Daarnaast de wethouder van kleine gemeente Rozendaal Tineke van der Pas, de VNG met Ingrid Hoogstrate en de portefeuillehouder van IPO en gedeputeerder van Overijssel Tijs de Bree. Elk mochten ze van hun kant nog een korte toelichting geven. Wie het dossier tot nu toe gevolgd had, hoorde daar niet direct iets nieuws. 

Toegang tot de bibliotheek mag geen toeval zijn maar is een recht

Lidy Vos hield daar een goed en helder verhaal met een aantal schitterende zinnen waarvan ik wilde dat ik ze zelf verzonnen had. Zo had ze het er over dat toegang tot de bibliotheek geen toeval mag zijn maar een recht is. En dat het geen zorgplicht op papier moet zijn maar een zorgplicht in de praktijk. Waarvan akte. Die video zet ik graag boven dit artikel. Een prima tekst in twee minuten.

Komt het geld bij de bibliotheek?

In het gesprek met de Kamerleden werd nog wel gevraagd of de middelen die het Rijk geeft wel bij de bibliotheek terecht komen. De middelen die via de SPUK zijn uitgekeerd worden in nagenoeg alle gevallen door de bibliotheek besteed. Maar gaf Klaas Gravesteijn aan dat als het gaat om de decentralistatie-uitkering die straks wordt toegevoegd aan de algemene uitkering wordt dat het daar nog geen gelopen race is. Na uitvraag blijkt dat in de helft van de gevallen de gemeenten het geld wel hebben toegezegd en in de andere helft  niet, nog niet of slechts gedeeltelijk hebben toegezegd.

Daar volgde nog een vraag op over of er inderdaad meerjarenfinanciering moest komen voor bibliotheken. VNG antwoordde hierop dat dat inderdaad de bedoeling is dat gemeenten dat gaan doen en dat structurele financiering ongelofelijk belangrijk is. Handig om te weten dat VNG dat in de Kamer al gezegd heeft. En dat moeten we dus terug gaan zien in de gemeentelijke meerjarenplannen.

Gratis lid tot 27 jaar? 

\

Mijn eigen '15 seconds of fame' waren er toen Kamerlid Mohandis nog even het onderzoek aanhaalde dat ik afgelopen weekend pulbliceerde. Nou ja, dat had ie dus gelezen! Hij haalde dat aan om navraag te doen bij de VOB over gratis lidmaatschappen boven 18 jaar. Mohandis diende daar ook al een amendement voor in en wil in de wet geregeld hebben dat iedereen tot 27 jaar gratis lid kan zijn van de bibliotheek. Gravesteijn antwoordde hierop dat dit inderdaad een ontegenzeggelijke trend is en dat - als je dit wil regelen - er zeker zo'n  € 5 miljoen voor nodig is, zijnde ongeveer 10% van de contributie-inkomsten. 

Verder waren er ook wel vragen van Kamerleden waaruit nog wel bleek dat ze hun dossier nog een beetje moeten bijlezen. Nee, ik klap niet uit de school maar wie het debat terug kijkt, weet waar ik het over heb. En geef toe: het is ook best complex met een wet, streefwaarden, meerjarenplannen en dergelijke. 

Samenwerking met het onderwijs

In het tweede blok kwam de samenwerking met het onderwijs aan bod.Ook dat wordt met de wetswijziging een wettelijke taak. Daarvoor zaten Adriaan Langendonk (Stichting Lezen en KB), Geny Nijboer (Stadkamer/Kampen) en de leraren Luten, Kastelijn en Keijzer. Ook hier geldt dat wie het dossier een beetje kent - en dat is eigenlijk iedereen in de sector - heeft  hier weinig nieuws gehoord. 

Wel zag je dat de Kamerleden vooral zoeken naar concrete oplossingen. De enthousiaste verhalen van de docenten spraken voor hen boekdelen. Maar uiteraard hoort daar wel de organisatorische inbedding bij die Langendonk en Nijboer bepleitten. Die is misschien wat minder sexy maar minstens even belangrijk.

Het enthousiasme van de leraren was overigens zeer aanstekelijk. Wat daaruit telkens bleek: GA MEER LEZEN! Het vurige pleidooi van VMBO-docent Kastelijn wil ik u daarbij niet onthouden, en dat lijkt me een prima video om mee af te sluiten.

zondag 12 april 2026

Meer dan 50% van alle bibliotheken kent een gratis lidmaatschap boven 18 jaar



Een ruime meerderheid van alle inwoners, gemeenten of bibliotheken kan gebruik maken van een vorm van gratis lidmaatschap boven 18 jaar voor de bibliotheek. Dat blijkt uit onderzoek dat ik de afgelopen tijd deed samen met Hidde Stobbe van de Vereniging van Openbare Bibliotheken uitvoerde.

Het is voor de derde keer dat ik een overzicht publiceer van bibliotheken met een gratis lidmaatschap boven de 18 jaar. In 2023 maakte ik een eerste overzicht en had 18% van de bibliotheken een vorm van gratis lidmaatschap boven 18 jaar. In maart 2025 herhaalde ik het onderzoek en bleek het percentage gestegen naar 38%. Een week na dat onderzoek maakte Rotterdam bekend een gratis lidmaatschap voor alle Rotterdammers aan te bieden. Samen met Hidde Stobbe van de Vereniging van Openbare Bibliotheken maakten we in de afgelopen weken een update van de vorige onderzoeken. En wat bleek: het percentage waar nu een gratis vorm van lidmaatschap boven 18 jaar beschikbaar is, is gestegen naar 53,5%. Geteld in aantal gemeenten. Als je telt naar aantal bibliotheekstichtingen is het 56% en naar inwonertal 58%. Op alle fronten dus een meerderheid.

Het groeit snel en inmiddels is in meer dan de helft van de bibliotheken en gemeenten een vorm van gratis bibliotheeklidmaatschap voor volwassenen 

Wat opvalt is hoe snel het in het afgelopen jaar is gegaan. De stijging in het afgelopen jaar is bijna even groot als in de twee jaar daarvoor. Daarbij groeit het hardst het aandeel waarbij men de leeftijd van het gratis lidmaatschap laat stijgen.  De groep met een gratis lidmaatschap voor iedereen groeide maar beperkt.

Wie kijkt naar het landkaartje ziet dat sommige provincie achter lijken te blijven: Zeeland, Utrecht en Groningen. Maar schijn bedriegt want ook in deze provincies wordt achter de schermen al hard gewerkt. In Zeeland onderzoekt men een overstap met alle bibliotheken tegelijk, in de stad Groningen is de gemeenteraad al akkoord en wacht men om te mogen starten en in de stad Utrecht is al wel een gratis lidmaatschap voor leraren. Met andere woorden: óveral wordt er over nagedacht.

Gratis lid voor iedereen tot een bepaalde leeftijd: Tot 27 jaar wordt de de facto standaard.

Bij die vormen van gratis lidmaatschap voor volwassenen kent in hoofdlijnen twee vormen. De meest voorkomende - bij 37,7% van alle gevallen - is dat het gratis lidmaatschap tot een bepaalde leeftijd geldt: vaak tot 27 jaar. In een enkel geval tot 30 jaar en soms ook tot 23 of 24 jaar. In een enkel geval is zo'n abonnement voor jongvolwassenen wel beperkt tot bijvoorbeeld 12 of 20 uitleningen per jaar. Wil je meer dan moet je een volledig abonnement nemen.

Heerlen en Diemen zijn overigens een uitzonderingen op deze leeftijdsophoging aan de onderkant. Hier krijg je juist een gratis bibliotheekpas als je 65 wordt. 

Maar van een gecoördineerd beleid naar leeftijd is nog echt geen sprake. Maar er tekent zich wel steeds meer een natuurlijke grens af: 27 jaar. 


Van de 131 gemeenten waar het gratis lidmaatschip in leeftijd is verhoogd, is dit in 46 gevallen tot  tot 27 jaar. Daarna volgen 25, 26 of 30 jaar. Maar tot 27 jaar is echt een de facto standaard aan het worden. 

De andere grote vorm van gratis abonnement, die bij 50 gemeenten voorkomt, is die van het gratis lidmaatschap voor iedereen. Maar dat 'gratis' is relatief want bij een redelijk aantal gemeenten in dit overzicht waar dit is ingevoerd moet je leengeld betalen. Helemaal gratis is dat natuurlijk niet. Rotterdam is daar dus wel echt een doorbraak geweest. Die is echt helemaal gratis - inclusief boetevrij - maar wel beperkt in het aantal boeken dat je per jaar mag lenen.  

Waarom een gratis lidmaatschap boven 18 jaar?

Waarom willen we zo graag een gratis lidmaatschap boven de 18 jaar? Nou, voor kinderen is de bibliotheek, zoals bekend, altijd al gratis. Alle bibliotheken kennen een wettelijke verplichte vrijstelling van contributie tot 18 jaar. Wat je dus veel ziet is dat bibliotheken die leeftijd van 18 oprekken. Bijvoorbeeld naar 21, 23, 24, 27 of zelfs 30 jaar. In 2021 maakte ik dit grafiekje over wat er gebeurt met lidmaatschappen na 18 jaar.  Ik houd dat jaar even aan omdat je nadien al ziet wat het effect is van het oprekken van de leeftijd.

Dat gratis lidmaatschap tot 18 jaar zorgt er dus voor dat veel kinderen een bibliotheekpas hebben. Na 12 jaar zie je dat overigens al dalen. Want hoewel het gratis is, wordt je na een periode van niet-gebruik toch uitgeschreven. Maar je ziet hier ook wat er in ons land gebeurt zodra we met 18 jaar onze inwoners feliciteren met hun verjaardag en zeggen dat ze vanaf nu moeten betalen voor de bibliotheek.... Het aantal leden decimeert. 

Maar dit grafiekje gaat de komende jaren dus veranderen. En dat weten we dankzij de Boekenberg.

De Boekenberg startte deze trend en de gratis leden worden ook betaald lid!

De Boekenberg in Spijkenisse - thans door een fusie  Bibliotheek Zuid-Hollandse Eilanden genaamd - is wellicht het bekendste voorbeeld waar men het gratis lidmaatschap een flink eind oprekte. In 2017 veranderden zij al de abonnementenstructuur waardoor iedereen tot 30 jaar gratis lid was van de bibliotheek. Door het gratis lidmaatschap te verlengen naar 30 jaar verliest een bibliotheek nauwelijks inkomsten maar blijven ze wel lid. 

Het aantal leden nam snel toe bij de Boekenberg. Kijk maar even wat er bij hen gebeurde terwijl in de rest van Nederland de leden aan het dalen waren. De cijfers lopen door tot 2023. Na 2023 fuseerde de Boekenberg met de Bibliotheek Zuid-Hollandse Delta.


Waar in Nederland de aantallen stap voor stap daalden, stegen ze bij de Boekenberg explosief. Als je de cijfers van de Boekenberg  - als een index vanaf 2017 - afzet tegen de landelijke ontwikkeling van het aantal volwassen leden kom je tot deze grafiek. 


Van de 100 volwassenen die in 2017 lid waren in Nederland, waren er in 2023 nog 96 over. Waar er in Spijkenisse in 2017 100 volwassen leden waren, zijn er nu 224. Zijn het ook actieve gebruikers? Nou, in klassiek zien misschien iets minder dan gewone gebruikers maar onderzoek van Rijnbrink naar soortgelijke situatie in Oost-Nederland liet zien dat jongeren deze gratis lidmaatschappen ook wel degelijk gebruiken. Ze lezen waar ze anders niet meer zouden lezen en ze gebruiken de bibliotheek op een veel bredere manier waarbij de bibliotheek als verblijf- en studieplek een hele belangrijke is.

Ondertussen meldde de Boekenberg - nu dus Bibliotheek Zuid-Hollandse Eilanden in een LinkedIn-bericht dat 85% van de jongeren die zich actief hebben ingeschreven voor een gratis lidmaatschap (jongeren die dus nog géén lid waren), lid blijven als ze 30 jaar worden en een betaald abonnement. nemen. Het gratis lidmaatschap wordt op latere leeftijd dus voor de overgrote meerderheid omgezet naar betaalde abonnementen. 

Bestuurlijke daadkracht om te verruimen

De verruiming van het gratis lidmaatschap is dus een ontegenzeggelijke trend. Wettelijk zijn bibliotheken en gemeenten verplicht om het bibliotheeklidmaatschap gratis te laten zijn voor kinderen tot en met 17 jaar (artikel 13 Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen). Ook de online bibliotheek, die landelijk georganiseerd wordt, moet voor jeugdigen zonder financiële drempel toegankelijk zijn. Maar ondertussen zijn bibliotheken en gemeenten dus al een stuk verder dan wat nu wettelijk wordt voorgeschreven. 

Die ontwikkeling sluit aan op het in 2024 ondertekende Bibliotheekconvenant waarin het Rijk, de provincies (IPO), de gemeenten (VNG), de Koninklijke Bibliotheek, de provinciale ondersteuningsinstellingen (SPN) en de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) inhoudelijke afspraken maakten. 

Eén van die doelstellingen - onder de lijn Leven Lang Ontwikkelen is:

'Partijen onderzoeken hoe het bereik en gebruik van bibliotheken te vergroten, bijvoorbeeld door in gemeenten het gratis lidmaatschap voor de lokale bibliotheek te verruimen.' 

In het najaar van 2025 gaf het ministerie van OCW in het verlengde van deze doelstelling opdracht aan AEF om dit nader te onderzoeken. De uitkomsten van dit onderzoek worden zeer binnenkort verwacht. 

Het amendement van Mohandis: bibliotheek gratis tot 27 jaar

Ondertussen komt de behandeling van de wetswijziging er aan. En in die aanloop heeft Kamerlid Mohandis van GroenLinks-PvdA (PRO) een amendement ingediend om bovengenoemde artikel 13 te wijzigen en te zorgen dat iedereen tot 27 jaar gratis gebruik kan maken van de bibliotheek. Hij had hier eerder al op aangedrongen maar toen was de wetswijziging nog niet in behandeling. Dat is nu wel het geval. 

Het amendement van Mohandis sluit dus aan bij de ontwikkeling die we bij veel bibliotheken zien en die op een groot aantal plekken dus al gemeengoed is. We zagen ook dat 20% van de bibliotheken die stap binnen een jaar zette. De implementatie is dus goed en snel mogelijk. Het sluit ook aan op de bestuurlijke afspraken die zijn gemaakt in het bibliotheekconvenant. En we zien dat het werkt... 

Natuurlijk zijn er wel wat beren op de weg te noemen. Zo moeten er afspraken komen voor de Online Bibliotheek. Boven de 18 mag je die niet aanbieden bij gratis abonnementen. Wil je dat tot 27 jaar wel regelen dan moeten daar nadere afspraken komen met rechthebbenden. Deze worden gemaakt tussen ministerie, de Vereniging van Openbare Bibliotheken, de KB en auteurs en uitgevers. Dit betekent dat hier een aanvullende bijdrage voor moet komen. 

Daarnaast kennen bibliotheken wel degelijk wat verlies van inkomsten van bibliotheken. Het gaat niet om de grootste post maar toch. Het onderzoek dat AEF doet - in opdracht van het ministerie - zou daar wel eens wat licht op kunnen werpen denk ik. 

Niet van belang bij gratis lid tot 27 jaar maar wel bij iedereen gratis lid: het BTW-probleem

Tja, en dan nog zoiets saais als BTW. Bibliotheken hebben inkomsten met zowel subsidie als eigen inkomsten. Omdat bibliotheken voldoende eigen inkomsten hebben mogen ze BTW verrekenen. We dragen ontvangen BTW af maar betaalde BTW mogen we terugvorderen. Met andere woorden: wij kopen in feite in exclusief BTW. Als onze inkomsten te ver dalen zou de Belastingdienst kunnen zeggen dat we die BTW niet meer mogen verrekenen. 

Toch hoef je daar bij het gratis lidmaatschap (tot een bepaalde leeftijd) niet echt bang voor te zijn. Bibliotheken hadden namelijk bijna geen inkomsten uit die leeftijdsgroep en er gaan dus ook nauwelijks inkomsten verloren zoals blijkt uit de langjarige ervaring van de Boekenberg.

Mocht je ooit álle Nederlanders gratis lid willen maken dan is dit nog wel een punt. Mocht dat ooit wel het geval worden dan begreep ik van een fiscaal specialist dat de sector gebruik zou kunnen maken van het BTW-compensatiefonds. Dit fonds compenseert namelijk ook wettelijke taken van overheden en aangezien er een zorgplicht gaat gelden, kun je dit als wettelijke taak aanmerken.

Alternatieve abonnementen voor minima, stadspassen, professionals en vrijwilligers

Dan voeg ik hier toch nog apart woord toe over het beleid van gemeenten zelf, dus niet van de bibliotheken. Veel gemeenten kennen beleid waarbij mensen met een laag inkomen ondersteund worden om lid te worden van een sportclub of bibliotheek. Deze regelingen vallen vaak buiten de reguliere abonnementenstructuur en heb ik ook buiten beschouwing gelaten. In bijna elke gemeente is wel zo'n regeling aanwezig. De provincie Limburg startte hier een provinciebreed traject voor dat inmiddels met interesse door meerdere provincies gevolgd wordt. 

Wat we ook niet in het onderzoek hebben meegenomen zijn de abonnementen die op sommige plekken aan groepen professionals of vrijwilligers worden verstrekt. In Utrecht en Amsterdam krijgen leraren bijvoorbeeld een gratis bibliotheekpas. En op andere plekken hoorde ik plannen om alle vrijwilligers van een dorp of stad een abonnement te geven.

Tot 27 jaar gratis in de bibliotheekwet?... Graag! 

Tja, wie naar de snelheid van deze ontwikkeling kijkt, ziet dat dat amendement van Mohandis helemaal geen gekke gedachte is. En dat het helemaal niet gek is om nu dat balletje op te gooien bij de behandeling van de bibliotheekwet. Een groot deel van de gemeenten is al overgestapt naar een model waarbij een vorm van gratis lidmaatschap bestaat. Daarbij is het verhogen van de leeftijd van 18 jaar naar een leeftijd van bijvoorbeeld 27 jaar de meest gevolgde vorm. En ja, daar is natuurlijk wel wat implementatietijd voor nodig, een oplossing voor de online bibliotheek en wellicht ook nog wat extra middelen. 

En op langere termijn zou een gratis lidmaatschap voor alle Nederlanders zo maar eens tot de mogelijkheden behoren. Zie dat als een pas voor alle Nederlanders om toegang te krijgen tot een Leven Lang Ontwikkelen. Voor nu nog een weg met te veel hobbels verwacht ik door het BTW-probleem. Maar het zou een prachtige stap zijn voor een land waarbij een Leven Lang Ontwikkelen hoog in het vaandel staat.

Ik zou zeggen: verhoging van de leeftijd van een gratis bibliotheekabonnement mag wat mij betreft mee bij de wijziging van de Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen!

Toelichting op het onderzoek en dank

Voor deze cijfers heb ik samengewerkt met Hidde Stobbe van de Vereniging van Openbare Bibliotheken. Hij heeft in de afgelopen maand alle websites van bibliotheken bezocht en gekeken welke abonnementen er zijn. Soms met navraag bij bibliotheken als er onduidelijkheden waren. Dat alles is met  zoveel mogelijk zorgvuldigheid en naar eer en geweten gedaan. Daarbij geldt dat we een momentopname maakten in een situatie die snel verandert. Toch kan het zijn dat we iets gemist hebben. Word niet boos maar geef het door, liefst via een persoonlijk bericht.  Van een paar bibliotheken hebben we te horen gekregen dat zij op het punt stonden van invoering. Daarbij hanteerden we de regel dat er  harde zekerheid moest bestaan over de invoeringsdatum en dat die datum binnen twee maanden na uitvoering van het onderzoek lag.  

zondag 22 maart 2026

De bibliotheek: Ver weg en toch zo dichtbij....

Een bibliotheek binnen 'redelijke' afstand

De wijziging van de bibliotheekwet moet ervoor zorgen dat er in elke gemeente een bibliotheek is en blijft. Maar dat is niet het enige: het moet ook binnen een redelijke afstand. In lid 1 van artikel 6 komt te staan:

'Het college van burgemeester en wethouders dan wel het bestuurscollege voorziet in een aanbod van bibliotheekvoorzieningen, dat binnen redelijke afstand voor de inwoners toegankelijk is.'

Tja, wat is een redelijke afstand? En wat wordt verstaan onder een bibliotheekvoorziening? Ik pakte daarom de statistieken van het CBS er weer eens bij die al jaren de nabijheid van bibliotheekvoorzieningen bijhouden. In 2024 was de gemiddelde afstand tot een bibliotheeklocatie (alle voorzieningen) 1,8 kilometer, tot een bibliotheekvestiging of -servicepunt 2,0 kilometer en tot een bibliotheekvestiging 2,2 kilometer. 

Nu volgende maand de behandeling van de wetswijziging in de Tweede Kamer begint, is het toch aardig dit punt nog eens uit te diepen. Over die behandeling schreef de Vereniging van Openbare Bibliothek in hun goede nieuwsbrief al wat daar nu over bekend is. Daarin werd gemeld:

'Op 16 april 2026 vindt er een rondetafelgesprek plaats over twee elementen van het wetsvoorstel, namelijk de zorgplicht voor gemeenten en de samenwerking tussen bibliotheken en het onderwijs. Op 23 april 2026 vindt er een schriftelijk overleg plaats. Kamerleden dienen schriftelijk vragen in die door het ministerie worden beantwoord. Rond de zomer vindt naar verwachting de plenaire behandeling van de wet plaats. Tot slot wordt er nog een analyse over het wetsvoorstel uitgevoerd door de ondersteunde staf van de Tweede Kamer.'

Bent u weer bij. Nu snel door naar landkaartjes over nabijheid en wat je daarvan kunt zeggen en vinden.

Een bibliotheeklocatie op minder dan een kilometer

Ik dacht, ik begin maar eens met gemeenten waar heel dichtbij een bibliotheekvoorziening is. Op minder dan één kilometer. En daarbij heb ik de kolom genomen van 'alle typen' voorzieningen. Welk type voorzieningen er allemaal kunnen zijn is benoemd in de ministriële regeling 'Gegevenslevering Openbare Bibliotheken'. Daarin worden onderscheiden: vestigingen, servicepunten, mini-servicepunten, bibliobushaltes, zelfbedieningsbibliotheken en afhaalpunten. 

Onder een locatie vallen dus alle typen voorzieningen. Ik selecteerde op minder dan één kilometer en dat is dus ver onder het landelijk gemiddelde van 1,8 kilometer. Dan kom je tot bovenstaande kaartje. Het zijn 21 gemeenten op de kaart. En wat opvalt: het zijn lang niet altijd stedelijke gebieden. Zeker die zitten er ook tussen: Emmen, Almelo, Schiedam en Apeldoorn. Het zijn ook veel 'plattelandsgebieden': Veere, Noord-Beveland, Tholen en Reimerswaal. En de eilanden Schiermonnikoog en Vlieland. 

Hieronder vindt u het hele lijstje van gemeenten, ook met de andere cijfers erbij voor vestigingen en servicepunten.

Die korte afstand is voor mij goed te verklaren. Het zijn vaak plekken met een bibliobus of met veel afhaalpunten of mini-bibliotheken. De omvang en openingstijden van die voorzieningen verschillen nogal. Bussen kennen statijden die vaak enkele uren omvat. De afhaalpunten kunnen vaak veel open zijn maar kennen bijna nooit een personele bezetting. En we zien in de lijst ook enkele gemeenten met servicepunten. 

Wie snel door de lijst kijkt, ziet ook al iets anders opvallends. Een bibliotheeklocatie dichtbij betekent nog niet altijd een vestiging of servicepunt dichtbij. En dat leidde tot de volgende kaart.

Overigens wie wil weten wat het verschil is tussen een servicepunt en een bibliotheekvestiging: allebei zijn het bibliotheken met een collectie en professioneel personeel. Het onderscheid is dat een vestiging meer dan vijftien uur bemand geopend moet zijn en een servicepunt tussen de  vijf en vijftien uur. 

Een bibliotheekvestiging op meer dan vijf kilometer


Na die kaart met locaties heel dichtbij, zette ik dus eens op een rij waar een vestiging heel ver weg is. Daarbij heb ik de grens van vijf kilometer gepakt. Ruim meer dan de 2,2 kilometer die het landelijk gemiddelde is. Op deze kaart staan tien gemeenten. Die ziet u hier op de kaart. Het gaat om gemeenten als Roerdalen, Alphen-Chaam en Lopik. Dat zijn gemeenten die in het verleden bestempeld werden als 'witte vlekken' omdat er in die gemeenten nog geen volwaardig bibliotheekwerk zou zijn. De SPUK-regeling was juist ook bedoeld voor deze gemeenten. In Roerdalen en Alphen-Chaam zijn er bloeiende vrijwilligersbibliotheken met professionele ondersteuning voor de Bibliotheek op school en in Lopik was een bibliotheek actief die buiten het stelsel viel. In Lopik heeft men ondertussen aansluiting gezocht bij Bibliotheek Lek en IJssel en kunnen we hier de data van 2024 als achterhaald beschouwen. In Roerdalen wil men vasthouden aan de huidige structuur volgens dit persbericht.  Van Alphen-Chaam heb ik op dit moment geen beeld. Maar ook in al deze gemeenten zien we dat inwoners graag een bibliotheek hebben en zich daar ook graag voor inzetten. De gemeente Zundert - ook op dit lijstje - opende afgelopen jaar met de SPUK-middelen een nieuwe vestiging. Ik vermoed dat daar de afstand dus ook terugloopt. 

Maar dat is maar het halve verhaal... Wie verder kijkt ziet ook dat er op deze kaart gemeenten staan die we ook in de vorige kaart zagen waarbij de bibliotheekvoorziening juist heel dichtbij was. Het gaat dan om Vlieland, Schiermonnikoog, Noord-Beveland, Veere en Simpelveld. 


Daar waar de bibliotheek dus eerst zo dichtbij leek, daar blijkt de bibliotheekvestiging zo ver weg. Vaak heel verklaarbaar zoals in het geval van de Waddeneilanden of de bibliobus in Zeeland. Ver weg en toch zo dichtbij, lijkt daar de paradox. En het roept de vraag op wat nou de juiste combinatie aan voorzieningen is?

Wat is de goede mix aan voorzieningen? Vier factoren die meespelen
Tja, zeg het maar. Waar doe je goed aan als bibliotheek, als gemeentebestuur en als groep van inwoners die graag iets in de eigen kern wil? Eén ding weet ik wel: er is géén standaardformule voor. Wel is er iets te zeggen over de factoren die een rol spelen. Zo voor de vuist weg, noem ik er vier.

Factor 1: Omvang van kernen
Elke gemeente is anders. Ik ken een gemeente van ruim 30.000 inwoners die maar uit één kern bestaat. En ik ken een buurgemeente met evenveel inwoners die ook ruim 30.000 inwoners heeft maar vier grote kernen en zes kleine. Wat doe je dan? 

Factor 2: Aanwezigheid van samenwerkingspartners
Een tweede factor die vooral voor kleinere kernen meespeelt, is de aanwezigheid van samenwerkingspartners. Dan aan maatschappelijke voorzieningen, een winkel of een school. Als je samen met een partner open kunt, scheelt dat veel. Je kunt samen meer open, je kunt kosten delen en samen activiteiten ondernemen. In de ene kern heb je meer mazzel hiermee dan in een andere kern. 

Factor 3: Een bibliobus
Een aantal gemeenten die een hele kleine gemiddelde afstand kennen, hebben een bibliobus. Dat is een beleidskeuze. Het zorgt ervoor dat je op heel veel plekken - vaak met een korte statijd - kunt zijn. Het is een enorme boost aan je toegankelijkheid. Maar het is soms ook een belemmering om in een kern tot een andere keuze te komen. En het is wel degelijk mogelijk om samen te werken met partners in een bibliobus maar het is in de regel minder eenvoudig. 

Factor 4: Geld
Tja, de olifant in de kamer is natuurlijk ook gewoon de hoeveelheid geld die beschikbaar is. Met meer financiële middelen kun je op meer plekken zijn. En hoeveel geld er beschikbaar is, bepaalt in hoge mate het gemeentebestuur.

Het schillenmodel voor een redelijke afstand en een gebalanceerde mix aan voorzieningen voor de hybride bibliotheek


Wat een redelijke afstand is voor een bibliotheekvoorziening is dus niet eenduidig te zeggen. Het is een mix van factoren die daarvoor zorgt. De zorgplicht en de AMvB die aanwijzingen geeft voor het meerjarenplan, wijst gemeenten er in ieder geval op dat het uitlegbaar moet zijn dat er binnen een redelijke afstand een volwaardige bibliotheekvoorziening beschikbaar is. De verschillende functies van de bibliotheek kunnen daarbij verschillend ingevuld worden: een afhaalpunt dichtbij, een spreekuur in een buurthuis en een kleine theaterzaal in de hoofdvestiging. In het gemeentelijk meerjarenplan dat voortvloeit uit de zorgplicht moeten gemeenten - samen met bibliotheken - daar invulling aan geven.

Duidelijk is dat men zich daarbij niet moet blindstaren op één type voorziening. Het gaat om een mix van voorzieningen: fysiek en digitaal. De hybride bibliotheek dus.  Hierboven ziet u het plaatje dat ik ooit samen met de gemeente Almelo en de bibliotheek maakte bij de investeringen in twee nieuwe voorzieningen vanuit de SPUK-middelen. Daarbij zie je dat álle voorzieningen als een geheel moeten worden gezien: van hoofdvestiging tot boek-aan-huis en van digitale bibliotheek tot Bibliotheek op school.  Die mix moet passend zijn voor de betreffende gemeente en de financiële mogelijkheden die er zijn. Het zou niet gek zijn om zo'n plaatje ook mee te nemen in de handreiking  van VNG die zij nog maken over de zorgplicht en het meerjarenplan. 

Wie denkt dat dit plaatje nieuw is: ik gebruik deze opzet al zeker twintig jaar bij mijn bibliotheekadviezen en ik heb het weer gestolen van Jos Debeij die het voor mij al gebruikte. De benamingen zijn ondertussen wellicht aangepast aan de tijdsgeest maar de opzet staat nog steeds.

Ver weg en toch zo dichtbij...

De definitie van wat ver weg is en wat dichtbij is dus nog niet zo eenduidig.

Wat helder is, is dat je je niet moet blindstaren op één type voorziening maar naar het geheel en in een mix. Gemeenten zullen hier - samen met bibliotheken - in de gemeentelijke meerjarenplannen een visie op moeten geven. Bovenstaande model kan daarbij helpen om het gesprek te voeren en te komen tot een wijze invulling passend bij de omvang van de gemeente, de hoeveelheid kernen, samenwerkingspartners en de hoeveelheid middelen. 

Bibliotheekwerk is veel meer dan een bibliotheekvestiging. En wie in deze blik meeneemt dat de Nederlandse bibliotheken ook al meer dan 3.500 Bibliotheken op school ondersteunen, we op tal van creatieve manieren in kleine kernen en wijken zitten, of dat de digitale bibliotheek tot in de huiskamer komt, heeft door dat we al veel dichterbij zijn dan menigeen denkt.

Veel wijsheid met deze mooi mix van voorzieiningen van de hybride bibliotheek!

zondag 15 februari 2026

Het gemeentelijk meerjarenplan voor de bibliotheek in vier vragen

Binnenkort gaat de wetswijziging van de Bibliotheekwet defnitief naar de Kamer. En daarmee nadert de invoering van een zorgplicht voor bibliotheekwerk met rasse schreden.  Wie wilde weten wat die wetswijziging inhield, verwijs ik nog even naar mijn artikel 'De wijziging van de bibliotheekwet in vijf vragen.' De verwachting is dat de wetswijziging in zal gaan per 1 januari 2027. Naast de verplichting aan elke gemeente om een passende bibliotheekvoorziening te hebben houdt de zorgplicht ook in dat er een gemeentelijk meerjarenplan moet komen voor het bibliotheekwerk.

Waaraan moet zo'n meerjarenplan nu voldoen? Nou, dat staat nu ook voor het eerst op papier. Want de afgelopen week startte de internetconsultatie 'Besluit bibliotheekvoorzieningen' waar dat in staat. Een internetconsultatie is een mogelijkheid voor iedereen die dat wil om nog te reageren op de regeling. Dat kan nog tot 27 maart 2026.  

Ik neem u aan de hand van vier vragen mee naar hoe dat meerjarenplan er volfgens deze concept-regeling eruit moet gaan zien. Maar let op: dit is dus nog niet definitief.

Vraag 1: Waarom moet er een meerjarenplan komen?

De zorgplicht voor gemeenten bestaat in feite uit twee onderdelen. Op de eerste plaats moet je een passende bibliotheekvoorziening hebben. Gemeenten die dat nog niet hebben, moeten binnen enkele jaren na invoering van de zorgplicht een bibliotheek hebben. 

Daarnaast moet elke gemeente een meerjarenplan opstellen voor het bibliotheekwerk. De nota toelichting geeft daarbij het volgende aan: 

'Van gemeenten en de openbare lichamen wordt daarbij verwacht dat zij na overleg met de lokale bibliotheekorganisatie in een meerjarenplan beschrijven op welke manier zij invulling geven aan de zorgplicht. Het plan houdt rekening met de lokale omstandigheden, behoeften en mogelijkheden. Het onderbouwt daarmee de lokale keuzen in het bibliotheekbeleid en geeft inzicht in het beleidsmatig en financieel meerjarenperspectief ten aanzien van het lokale bibliotheekbeleid.'

Tja, daar is al heel veel mee gezegd. Gemeenten moeten inzichtelijk maken dat ze fatsoenlijk bibliotheekwerk mogelijk maken, nú en in de komen jaren. Hoe het er nu voor staat kan men toetsen door te kijken of er een passende bibliotheek is. Met het meerjarenplan laat men zien dat een gemeente ook in de komende periode er goed voor wil zorgen. Dat inzicht is nodig voor de partij die toezicht houdt op die zorgplicht. Dat zijn de provincies voor gemeentelijke taken. En wat wil die provincie dan lezen in dit soort plannen? Dat brengt ons bij vraag 2: Wat moet erin staan?

Vraag 2: Wat moet erin staan?

In artikel 2 van het besluit wordt een vrij uitgebreide maar niet ingewikkelde opsomming gemaakt van allerlei punten die aangestipt moeten worden. Maar voordat het artikel dat doet zegt het artikel dat minimaal voldoen moet worden aan de criteria uit artikel 6, lid 2 van de wetswijziging. Wat stond daar ook al weer? Nou, dit: 

Als onderdeel van het aanbod, ... houdt het college van burgemeester en wethouders dan wel het bestuurscollege ten minste één bibliotheekvoorziening in stand die:
a. alle vijf functies als bedoeld in artikel 5 van deze wet vervult;
b. een fysieke collectie heeft; en
c. over een professionele personeelsbezetting beschikt.

Voor bijna geen enkele bibliotheek zal dit een probleem zijn. Er zijn wel wat gemeenten die zeggen dat niet alle vijf functies ingevuld hoeven worden. Dat kan een gemeente dus niet meer zeggen. Daar staat tegenover dat er geen harde normen voor de drie genoemde punten. Wel zullen er streefwaarden komen die in een handreiking zullen staan die nog komt.

Na deze inleiding in artikel 2 volgt een wat langere opsomming over wat meegenomen moet worden. Die luidt voor gemeenten:

Het college van burgemeester en wethouders onderbouwt in het meerjarenplan in
ieder geval hoe rekening is gehouden met:
a. de bereikbaarheid binnen redelijke afstand van het aanbod van bibliotheekvoorzieningen gelet op de oppervlakte van de gemeente;
b. het aantal inwoners in de gemeente;
c. de leeftijdsopbouw in de gemeente;
d. de sociaaleconomische status van de bevolking van de gemeente;
e. de manier waarop de lokale bibliotheek bijdraagt aan de lokale maatschappelijke
opgaven in de gemeente;
f. de betrokkenheid van de lokale bibliotheek bij de totstandkoming van het
meerjarenplan; en
g. de verhouding tussen de lokale bibliotheek en andere sociaal-culturele voorzieningen
of het onderwijs.

Ook dit lijkt me nog niet heel ingewikkeld. Iedere goede ambtenaar en bibliotheekdirecteur kan hier vlot antwoord op geven. Daarnaast geeft de toelichting aan dat gebruik gemaakt moet worden bij de onderbouwing van deze CBS-gegevens:

CBS: Aantal inwoners en leeftijdsopbouw

CBS: Sociaal-economische status

Voor de openbare lichamen van Caribisch Nederland - die keurig zijn meegenomen in deze regeling - gelden licht afwijkende eisen, passend bij hun situatie.

Tot slot geeft het besluit aan dat er aandacht moet zijn voor de bijdrage die de bibliotheek moet leveren aan lokale opgaven. Dat verwoordt de regeling als volgt:

'Gemeenten en openbare lichamen moeten in het meerjarenplan onderbouwen hoe rekening is gehouden met de bijdrage die de bibliotheek levert aan lokale maatschappelijke opgaven, voor zover deze opgaven tot het domein van de openbare bibliotheek horen. Deze kunnen per gemeente of openbaar lichaam verschillen, waarbij de focus ... ligt op de bijdrage aan basisvaardigheden en brede ontwikkeling.'

Dit sluit dus goed aan bij de opmerking die bovenaan gemaakt werd dat gemeenten moeten laten zien hoe het bibliotheekwerk aansluit op de lokale uitdagingen. 

Hebben we daarmee alles? Nou, niet helemaal. Want hoe zit het nou met het geld voor de bibliotheek? Dat brengt ons bij vraag 3: Krijgen bibliotheken meerjarig financiële zekerheid?

Vraag 3: Krijgen bibliotheken meerjarig financiële zekerheid?

Ook over het geld voor de bibliotheek wordt wel iets gezegd in dit besluit. Niet hoeveel het moet zijn maar wel dat er een meerjarige financieel perspectief moet zijn. 

In het besluit zelf staat:

Het meerjarenplan bevat een begroting voor de uitvoering van de zorgplicht, bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, van de wet, door de gemeente dan wel het openbare lichaam beschikbaar gestelde gelden.

In de toelichting wordt het net iets anders gesteld in een zinnetje dat ik hierboven ook al aanhaalde:

'Het [meerjarenplan, red.] onderbouwt ... de lokale keuzen in het bibliotheekbeleid en geeft inzicht in het beleidsmatig en financieel meerjarenperspectief ten aanzien van het lokale bibliotheekbeleid'.

Wat ik in de wandelgangen wel hoor is dat dit geen harde afspraak voor vier jaar is. Dat kun je jammer vinden maar er komt wel degelijk een financieel meerjarenperspectief of begroting die door de gemeente zelf is opgesteld... en vastgesteld. Het is dus niet een financieel meerjarenperspectief van de bibliotheek maar van de gemeente zelf. En dat is echt veel meer dan veel bibliotheken nu hebben. 

Dat brengt ons tot de laatste vraag met een aantal praktische opmerkingen: wanneer moet het klaar zijn, wie moet het maken en hoe vaak?.

Vraag 4: Wanneer moet het klaar zijn, wie moet het opstellen en hoe vaak?

Wanneer

In deze AMvB staat niet wanneer het meerjarenplan klaar moet zijn. Er staat dat het op een nader te bepalen tijdstip is. De thans bekende wetswijziging die nog door de Kamer moet, zegt er wel wat over in de Memorie van toelichting. Daar wordt gezegd:

'Het voornemen is dat gemeenten hun meerjarenplannen uiterlijk een jaar na publicatie van deze wet publiceren en dat de zorgplicht drie jaar na publicatie van deze wet in werking treedt, waardoor gemeenten uiterlijk op dat moment aan de zorgplicht moeten voldoen.'

Er vanuit gaande dat de wet per 1 januari 2027 ingaat dan zou zo'n plan dus af moeten zijn op 31 december 2027. Dat lijkt veel tijd maar als zo'n meerjarenplan langs de gemeenteraad moet, ben je zo een half jaar verder met een aanloop in een commissie en behandeling in de raad. Dan moet je dus in het voorjaar van 2027 wel opgesteld hebben. Veel gemeenten willen echter al eerder, dit om het rijksgeld dat per 2027 verwisselt van een decentralisatieuitkering naar een algemene uitkering in het gemeentefonds veilig te stellen. Er zijn daarom nu al gemeenten aan de slag terwijl de regeling nog niet bekend was. Is dat slim? Daar is zeker wat voor te zeggen en eigenlijk ook best logisch. Waarom wachten op verbetering als je vandaag kunt beginnen? Maar het hoeft dus zeker niet in 2026. Er is ruimte tot 31 december 2027.

Wie

Wat betreft dat opstellen van het meerjarenplan geeft het besluit nadrukkelijk aan dat de bibliotheek betrokken moet worden bij het opstellen. Dat kan verschillende vormen kennen. Er zullen gemeenten die zelf de pen vasthouden en hun eigen stuk opstellen maar er zullen ook gemeenten zijn die de bibliotheek zullen vragen grote onderdelen zelf aan te dragen. Zeker bij basisbibliotheken met veel kleinere gemeenten verwacht ik zo'n constructie. En ik verwacht daar ook dat daar een meerjarenplan komt voor meerdere gemeenten tegelijk waar elk van de gemeenten natuurlijk wel zelf over moet beslissen. 

Hoe vaak

Het besluit zegt niet voor welke termijn het meerjarenplan moet worden opgesteld. Maar de voorgestelde wijziging van de wet geeft in artikel 6, lid 3 aan dat elke vier jaar dat meerjarenplan moet worden opgesteld. De termijn van het plan is dus vier jaar.

Verder nog iets?

Gaan we er verder nog iets van vinden? En wat gaat er uit die consultatie komen?

Handreiking VNG

Tot zover het meerjarenplan. Het lijkt mij een voorstel dat goed te doen is. Misschien wat dun op de inhoud maar dat kan als kader. Die inhoudelijke invulling moet vooral komen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) die al geruime tijd werkt aan een handreiking. In de wandelgangen hoor je wel dat die in concept al klaar is maar wacht nog op de definitieve wet. En dat snap ik niet. Waarom wordt deze niet alvast gedeeld? Gemeenten zitten hier namelijk met smart op te wachten, ook al is het maar een concept. Die willen de decentralisatieuitkering en uitkering in het gemeentefonds goed laten landen en willen daar eigenlijk al beleid voor maken. Een deel van de gemeenten is al vertrokken op dit pad. 

De handreiking van VNG zal inhoudelijk veel uitgebreider zijn dat het voorschrift van het ministerie. Daar zal het bibliotheekconvenant maar ook de streefwaarden voor bijvoorbeeld de financiën veel nadrukkelijker genoemd worden. De gemeenten die nu al aan de slag zijn of gaan, missen dus - gedeeltelijk - die informatie. Want inhoudelijk geeft de AMvB voor het meerjarenplan natuurlijk niet heel veel mee. Daarmee laat het veel ruimte aan gemeenten dus die handreiking van VNG zal zeker welkom zijn. Natuurlijk los van de expertise en ervaring van de lokale bibliotheek zelf.

Ondersteuning aan onderwijs in de zorgplicht?

Tot slot wordt er her en der wel gefluisterd dat de inzet voor het onderwijs wellicht sterker aangezet moet worden in deze AMvB. Want de zorgplicht bestaat eigenlijk niet uit twee delen maar uit drie. Want naast het hebben van een bibliotheek en meerjarenplan is er ook een artikel in de wet gekomen waarbij elke bibliotheek zich inzet voor de Bibliotheek op school  en vroeg- en voorschoolse initiatieven als Boekstart. Die is pas laat in de wetswijziging gekomen en daardoor misschien nog niet goed genoeg geland voor het meerjarenplan. 

Caribisch Nederland

Tot slot heb ik in dit artikel maar heel beperkt stilgestaan bij de speciale aandacht die ook de openbare lichamen van Caribisch Nederland krijgen. Voor mij moeilijker om te beoordelen maar ik zie wel de inzet om dit een volwaardige plek in het bibliotheekbeleid te geven. 

Tel uw zegeningen, andere instellingen zijn jaloers

U bent weer bij. Er loopt een internetconsultatie dus er zal zeker nog wel wat opgemerkt en ook veranderd worden. Ik verwacht de Vereniging van Openbare Bibliotheken met hun goede communicatie ook snel met een advies zal komen aan de bibliotheken. Maar de eerste schets is er dus en iedereen mag reageren. 

Het lijkt mij een werkbaar en ruim model. Niet te ingewikkeld, ruimte voor lokaal maatwerk en een financieel meerjarenperspectief. En ja, er zal nog wel gesteggeld worden hoe hard dat financieel meerjarenperspectief is. 

Het is goed om als sector te realiseren dat andere lokale culturele en maatschappelijke organisaties een moord voor doen voor zo'n regeling. Die kijken denk ik met een beetje jaloezie naar bibliotheekwerk. Er is natuurlijk altijd wat te wensen maar tel ook uw zegeningen, zou ik zeggen.

Dit artikel moet u eigenlijk samen lezen met het artikel 'De wijziging van de bibliotheekwet in vijf vragen.' Daarmee heeft u alle belangrijke informatie rond de wetswijziging bij elkaar.