dinsdag 17 november 2009

De masterclass en Biesearch in Holland en Utrecht

Vandaag was ik te gast bij een studie-ochtend van Probiblio over de Bibliotheek op School. Ik mocht mijn verhaal over Biebsearch vertellen. In de zaal een kleine twintig enthousiaste vakspecialisten en teamleiders uit Noord- en Zuid-Holland en Utrecht. Stuk voor stuk bevlogen mensen die in staat zijn om een link te leggen tussen bibliotheken en voortgezet onderwijs.



Kortom, dat was een genot om mee te praten. Tegelijkertijd hebben we gekeken hoe je die dienstverlening met elkaar moet opbouwen. Ook voor deze specialisten was het helder dat je die stappen naar het onderwijs samen moet zetten. Bibliotheken hebben elkaar nodig om met elkaar een aantal flinke specialisten in dienst te kunnen nemen. Specialisten die dicht genoeg bij de bibliotheken staan om dicht bij de praktijk te blijven. Tegelijkertijd specialisten die genoeg scholen kunnen helpen om ook echt specialist te zijn: in mediawijsheid bijvoorbeeld, of in zoekmachines, of in leesbevordering voor jong volwassenen.

Mijn advies aan Noord- en Zuid-H0lland en Utrecht is dan ook dat bibliotheken samen met Probiblio een gezamenlijke ondersteuningsstructuur op te zetten. Misschien op een paar plekken in deze provincies maar wel met gebundelde krachten.

Met Biebsearch zoeken we eigenlijk naar tien tot twintig van dit soort organisaties. Daarmee is het mogelijk om met elkaar een sterk landelijk merk neer te zetten. Ja, een landelijk merk maar wel elke keer met een lokale binding. Uitgaande van lokale bibliotheken en regionale en provinciale ondersteuners. Die ondersteuners en bibliotheken willen we graag samen roepen in een masterclass.

Een masterclass om samen scholen enthousiast te maken maar tegelijkertijd een mogelijkheid om met elkaar een sterke ondersteuning op te bouwen.

Daar stuurden we afgelopen week dus ook een folder voor het land in. Wij zoeken die enthousiaste teammanagers en onderwijsspecialisten die met een flink mandaat van hun directeur met ons op pas mogen.

Na zo'n ochtend bij Probiblio met enthousiaste specialisten weet ik weer helemaal zeker dat dat gaat lukken. Het is een kwestie van samen de schouders eronder!

zaterdag 14 november 2009

Het leven in drie seconden


Als iemand zou vragen of je het leven in het algemeen zou kunnen samenvatten in drie seconden? Wat zou je dan zeggen? Wat kun je zeggen of uitbeelden in drie seconden? Heel veel, zo weet ik sinds deze ochtend.

Ik liep vanochtend mijn trainingsrondje. Aan het eind van mijn rondje - het was inmiddels half tien - kom ik langs een aantal huizen. Die huizen staan dicht aan de straat. Een aantal heeft geen gordijnen, dus je kijkt er nogal makkelijk naar binnen.

Bij dat ene huis kijk ik naar binnen. Dat duurt maximaal drie seconden. Wat zag ik in die drie seconden?

Een kamer. Nogal pompeus ingericht. Grote licht eikenhouten meubelen. Wit leer. Grote witte ballen voor het raam.

Een bank. Daarop een man en een vrouw. Een oudere vrouw. Een gerimpeld gezicht. Een rode maar verwassen badjas. Ze rookte.

De man. Half kalend. In hemd. Een koffiekop in zijn hand. Hij staart in zijn koffiekop.

De vrouw heeft een arm om de man heen geslagen. Waarom? Troost zij hem of genieten ze gewoon van elkaar? Klein geluk.

Drie seconden, misschien wel minder. Genoeg om het hele leven samen te vatten. Een man, een vrouw en een arm.

vrijdag 13 november 2009

Landelijke primeur: Thuisgebruik AO-boekjes online in Overijssel


AO-boekjes. Wie is er niet groot mee geworden. Ik moet bekennen dat ik menig werkstuk op die manier in elkaar heb gezet. Korte feitelijke informatie over actuele thema's.

In Overijssel starten we vandaag met het in elke aquabrowser stoppen van deze boekjes. Van de laatste tien jaar hebben alle AO-boekjes online staan. Ga meer eens naar onze Overijsselse catalogus en zoek maar eens op "ao barack obama".

Echt veel uitgeleend werden ze niet maar handig waren ze des te meer. Als bibliothecaris greep ik vaak op deze bron terug als andere boeken uitgeleend waren. Zo kon ik altijd wel weer een scholier verder helpen.

Met de opkomst van internet is er natuurlijk veel veranderd. Scholieren zoeken meer en meer via internet. Daarom is het prachtig dat al die AO-boekjes nu online staan.
Is het voor iedereen? Ja, in de bibliotheek kan iedereen het gebruiken. En thuis: voor iedereen met een bibliotheekpas.
Tegelijkertijd met de AO-boekjes komt de Volkskrant voor thuisgebruik beschikbaar. De AO is overigens geen pilot. De rechten zijn volledig geregeld en de uitgever Prosu-media ziet dit echt als een volgende stap in hun businessmodel. Uitgevers die graag thuisgebruik regelen. Ze zijn er dus wel!
De AO past natuurlijk ook prima in alle stappen die we zetten naar het onderwijs met Biebsearch. Ook daar wordt dit initiatief met gejuich ontvangen.
Er is overigens wel 8 maanden aan getrokken om het online te krijgen. Gerard Kocx, Ad Voortman en Jos Debeij tekenden voor de inkoop. Veel mensen bij Medialab hebben meegekeken in dit traject. Marianne, Henk, René en Gerda hebben de benodigde testen uitgevoerd en ons aller Paula Braun heeft weer gezorgd voor de koppeling met thuisgebruik.
De opzet in Overijssel laat overigens toe dat dit bestand zeer snel ook voor heel Nederland beschikbaar kan zijn. Geïnteresseerden kunnen zich bij mij melden. Ik stel een landelijke inkoopdeal voor!

dinsdag 10 november 2009

Waarom ik nog steeds geloof in Aladin!

Aladin is een prachtig sprookje. Je wrijft even over de lamp en de hulptroepen staan voor je klaar. Was het gewone leven ook maar zo simpel. In de praktijk is het knap lastig om veel bibliotheken tegelijk aan het werk te krijgen. Toch werkt het netwerk van Aladin tot op dit moment op die manier.

Anderhalf jaar geleden schreef ik: Aladin is dood, lang leve aladin. Toen ik begin deze week toch bij de tandarts zat te wachten - ik was 20 minuten te vroeg, de tandarts 20 minuten te laat - kon ik in alle rust de evaluatie van de projectgroep Bibliotheekinnovatie nog eens doorlezen.

In die evaluatie worden alle onderdelen van Bibliotheek.nl maar eens onder de loep genomen. Over het geheel worden er verstandige en wijze woorden gesproken. Dingen die we soms ook al wisten maar waar nu toch ook vervolgstappen op worden gezet.

Ook Aladin komt aan de beurt. En om eerlijk te zijn: ik vind dat Aladin niet altijd de plaats krijgt die het verdient. Er zijn bibliotheekdirecteuren die nogal smalend doen over Aladin: te langzaam en alleen via de mail. Het zijn overigens vaak dezelfde bibliotheekdirecteuren die zeggen dat de inzet wel wat minder kan en dat ze niet meedoen aan een chatpilot. Tja, zo lust ik er nog wel één. Zo schiet het natuurlijk niet op.

Frappant is dan ook dat IlseMedia fors investeert als een dienst als goeievraag.nl. Er is dus wel degelijk een businessmodel denkbaar.

Bij veel van de aanbevelingen van de projectgroep kan ik me vinden: een nieuwe naam, inbedden in websites, samenwerking met netwerkpartners en crossmediaal maken.

Eén ding snap ik nog niet. En dan gaat het over het landelijk maken van de dienst. Op dit moment zitten er trouwe bibliothecarissen te werken aan Aladin. Mensen met hart voor de zaak. Ik mag toch aannemen dat er niet vier verdiepingen op de OBA bij worden gebouwd om die mensen te huisvesten?

Deze hardwerkende mensen zijn echter wel de hulptroepen die nu paraat staan als er op lamp wordt gepoetst. Mensen die zes jaar hard hebben gewerkt voor deze dienst. Het hebben opgebouwd in provincies, die hun eigen netwerk hebben. Mensen die tot nu toe die onmogelijke opdrachten hebben uitgevoerd, die weer vrolijk meedoen aan een chatpilot en nu weer gaan voor aansluiting op goeievraag.nl.

Ik hoor nu de krokodillentranen om Schoolbieb maar ik herinner me ook de moeizame ledenvergaderingen en dat veel partijen schoorvoetend hebben meegewerkt aan redactievoering. Voor datzelfde ben ik bang bij Aladin. Nu juichen dat we geen lokale inspanning hoeven te plegen maar straks roepen waarom het landelijk nog niet loopt. Schaf de provinciale servicemanagers niet te snel af en gooi niet te snel de lokale inspanningen overboord. Uiteindelijk zijn het diensten die de bibliotheken in Nederland samen moeten dragen. En linksom of rechtsom komt de rekening toch een keer.

Anderhalf jaar geleden schreef ik al over mogelijke verbeteringen voor Aladin. En met mij hebben vele service managers in de provincie ook al vaak aangegeven dat het anders moet en anders kan. Nu schrijft de projectgroep het ook nog op. Fijn allemaal.
Maar één ding is natuurlijk nog belangrijker dan het roepen. En dat is het uitvoeren. Tempo, tempo, tempo. Een jaar niks doen, is een jaar verloren. Ik zie de investeringsplannen dan ook graag tegemoet. En één tip: neem al die enthousiaste bibliothecarissen en servicemanagers mee.
Want in sprookjes hebben we de hulptroepen zo bij elkaar maar in het echte leven moeten we ze vaak bij elkaar sprokkelen en moeten we blij zijn met de capaciteit die we hebben. Zullen we afspreken dat eerst zorgen dat we nieuwe schoenen hebben, voordat we de oude weggooien? En al die tijd blijf ik geloven in een dienst als Aladin.

maandag 9 november 2009

Meneer D: Een grote mond en een heeeeel klein hartje


Vandaag wat het weer zover. Ik moest naar de tandarts. U weet wel, die tandarts die mij altijd zo lief SMS'jes stuurt.
Zoals bekend ben ik doodsbang voor de tandarts. En dat ligt niet aan de tandarts. Ik heb een hele aardige tandarts met prachtige bruine ogen. Niet vervelend om met open mond naar te kijken. Nee, ik ben gewoon een bangerd.

En dat terwijl de meeste mensen kennen mij als iemand die meestal met z'n mond vooraan staat: overal iets over roepen, overal een mening over en altijd commentaar.

Maar bij de tandarts word ik een heel klein mannetje. Ik zeg gelijk dat ik het verschrikkelijk vind. Ik smeek haar om voorzichtig met te doen. Vandaag heb ik niet C. maar R. als tandarts. Maar R. is ook heel aardig.

Mijn tandartsen dragen sinds enige tijd een soort laskappen voor hun gezicht. Dat roept natuurlijk gelijk allerlei associaties op. Er worden een paar foto's gemaakt van mijn gebit. De laatste foto's waren immers van 2006 en dat was natuurlijk vreselijk gedateerd. Oh, maak die foto's toch niet, wie weet wat jullie er allemaal op kunnen zien!

Daarna volgt een schoonmaakbehandeling. Ik vraag nog of dat ook niet verdoofd kan worden, gewoon het hele gebit. "Nee, meneer Deckers dat is echt niet nodig " zegt R. "Even flink zijn."

Op de achtergrond hoor ik C. "Oh, is Mark er? Dat zijn de foto's?" Door mijn hoofd schiet: huh, kent ze mij bij voornaam? Wat zegt dat over mij en mijn gebit? Dan hoor ik iets over een extractie. Gelukkig het gaat over een patiënt in de ruimte ernaast, denk ik.

De patiënt in de kamer naast mij komt niet opdagen. C. zal mij zometeen verder helpen. Ik heb een gaatje in 2.8 (dat is een verstandskies). Ik mag kiezen vullen of extractie. En oh ja, dat amalgaantje ernaast nemen we gelijk mee. Langzaam trekt het bloed uit mijn hoofd weg, ik brabbel nog iets van een verdoving. Maar de spuit zit al in mijn mond. Het prikje voel ik nauwelijks.

Eerst maakt R. de schoonmaakbeurt nog af. Er glijden metalen pinnen tussen mijn tanden. Het knarst en schuurt, ik proef bloed. Even later zit R. met bebloede vingers boven mijn gezicht. R. zegt dat dat komt door de verdoving van C.

Dan mag C. het overnemen voor 2.8. "Toch maar vullen?", zegt C. "Dat is een goede keus want die kies heeft nog een kauwverbeterend effect. Een extractie kan altijd nog." Een hele geruststellende gedachte.

Mijn telefoon gaat. Dat is meneer E. van de VOB. Ik had afgesproken dat ik om half vijf wel klaar zou zijn. Hij spreekt een bericht in: "ik neem aan dat je nog in de martelstoel ligt?"

De verdoving werkt prima. Eigenlijk voel ik niks maar het lijkt uren te duren. Ik lig maar strak gespannen spieren in de stoel. In werkelijkheid is het niet meer dan 20 minuten.

Bij het afscheid wenst C. me nog een fijne dag en informeert ze of ze niet al die amalgaantjes eruit mag halen. Ik brom wat over een volgende keer en ik verdwijn met de staart tussen mijn benen.

Als ik thuis kom, moeten alle dames lachen (mevrouw D. met de drie dochters). Voor hen staat een verslagen man. Pijn kan het niet doen want de verdoving zit er nog in. Maar ik ben miserabel , bijt telkens van de verdoving op mijn wang en het enige dat ik wil is een beetje troost.
Bovenal voel ik me een verrader van mezelf. Altijd met m'n mond vooraan, altijd een mening klaar en altijd commentaar. Behalve bij de tandarts. Dan ben ik zoooooo'n klein mannetje. Als u mij ziet de komende dagen: zeg alstjeblieft dat ik mooie tanden heb!

P.s mijn tandarts heeft nog plek. Inschrijven kan via internet!

vrijdag 6 november 2009

NRC verdwijnt in 2014

In een eerder blog schreef ik al dat de krant 2020 niet haalt. Via een tweet van ZBdigitaal werd ik gewezen op de omzetcijfers van kranten in de Verenigde Staten. Gerenommeerde kranten als: Wallstreet Journal, USA Today, Washington Post en New York Times. En de cijfers zijn bepaald niet florissant. Van de top-25 kranten kon slechts één krant groeicijfers laten zien. De rest zat diep in de rode cijfers.

Het onderstaande tabelletje laat de positieve c.q. negatieve groei zien.

Wie echter wat verder in de data duikt ziet echter dat het verval veel groter is. Kranten gaan er in veel gevallen 5 tot 10% in de netto oplagecijfers op achteruit. Het aantal krantenlezers neemt in de Verenigde Staten dus echt gestaag af.

In 2000 voorspelde Bill Gates het verdwijnen van de New York Times. Hij verwachtte dat dat in 2018 zou plaats vinden. Toen weggelachen, nu een voorspelling die toch akelig dichtbij gaat komen.

Dat roept de vraag op hoe dat in Nederland zit. Daarbij stuit ik op een aardige uitspraak van Gerard Driehuis: in 2014 verdwijnt het NRC. Hij doet die uitspraak op basis van de eerste kwartaalcijfers over 2009. Het trekt die door en geeft aan dat een papieren krant als het NRC op de huidige basis dan geen recht van bestaan meer heeft.

Enkele maanden later trekt Pieter Broertjes, hoofdredacteur van de Volkskrant aan de bel. In een interview in het FD geeft hij aan dat dat kranten ook wel overheidssteun mogen krijgen. Zijn grootste kostenpost is distributie van papier. Dat schijnt voor een krant als de Volkskrant enkele tientallen miljoenen per jaar te kosten.

Daarnaast is een belangrijke kostenpost de salarislasten van journalisten. En dat in een web-2.0.-omgeving waarin iedereen maar publiceert en journalistje speelt.
En dan is er nog de concurrentie van de gratis dagbladen Metro en Spits.

Het is niet verwonderlijk dat bij bedrijven als Wegener en continu gereorganiseerd moet worden. De krantenwereld met betaalde journalisten én een papieren distributiemodel is echt ten dode opgeschreven.

En tot slot: de Telegraaf begint daarom maar een eigen omroep. Dat is natuurlijk een slimme manier om in het publieke bestel terecht te komen.

woensdag 4 november 2009

Zwolle-Zuid: +40%, 700 nieuwe leden en genomineerd!


Terwijl ik dit stukje typ zit ik in Zwolle-Zuid. Mijn collega's bekijken op dit moment de vestiging en vinden het een prachtige bibliotheek geworden.
Tijdens de rondleiding wordt een saillant detail bekend gemaakt. Oktober zit erop. De eerste volle maand voor Zwolle-Zuid, onze Overijsselse flagshipstore, is achter de rug. De balans kan worden op gemaakt. En wat blijkt: 40% meer uitleningen dan oktober 2008. Ik schatte zelf in dat we tussen de 20% en 30% extra zouden uitkomen. Maar mijn stoutste verwachtingen komen uit. Oh ja, ook nog meer dan 700 nieuwe leden!

Daarnaast kreeg Tineke van Ham, directeur van deze bibliotheek het volgende mailtje van Bibliotheekblad:

Het doet de redactie van Bibliotheekblad veel genoegen dat de bibliotheek van Zwolle-Zuid is doorgedrongen tot de eindronde van onze verkiezing van de Beste Bibliotheek van Nederland. In deze eindronde dingen veertien bibliotheken (één per provincie, één bibliobus en de hoofdstad) naar de uiteindelijke zege. In de vorm van een extra dik themanummer (de laatste special van dit jaar, die verschijnt in week 51) doet Bibliotheekblad verslag van die enerverende strijd.

Nou, weer alle reden tot vrolijkheid! Zowel het publiek, als de collega's, als de vakpers is tevreden! Hiep hiep hoera!