zondag 30 augustus 2020

90 miljoen voor schoolbibliotheken, een gratis bibliotheeklidmaatschap voor ouderen en de evaluatie van de bibliotheekwet


De afgelopen week vond de afronding  van de evaluatie van de bibliotheekwet plaats. Ik neem u mee langs de laatste aardige punten hiervan waaronder een gratis bibliotheeklidmaatschap voor alle ouderen en 90 miljoen voor schoolbibliotheken. Geïnteresseerd? Lees dan even verder en u bent weer bij.

Bibliotheekwet

In 2015 werd de Bibliotheekwet ingevoerd. De officiële naam is Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen en wordt meestal afgekort naar WSOB. Deze wet regelt de verhoudingen tussen de verschillende overheidslagen en partijen rond het bibliotheekwerk. Deze wet zou na vier jaar geëvalueerd worden. 

Raad voor Cultuur 'Een bibliotheek voor iedereen'

In het afgelopen half jaar vond die evaluatie plaats. De evaluatie werd ingeleid in februari door het rapport 'Een bibliotheek voor iedereen' van de Raad voor Cultuur.  Die titel was goed gekozen want de Raad hekelde vooral dat ondanks de bibliotheekwet er nog steeds gemeenten zijn zonder (volwaardige) bibliotheek. Daar komt bij dat sinds 2010 is het bedrag dat gemeenten uitgeven aan bibliotheken met 19% is gedaald.  Dit is kwalijk, zeker in het licht van de slechte score van Nederland op leesmotivatie en leesvaardigheid onder middelbare scholieren in het recente PISA-onderzoek, aldus de Raad voor Cultuur. 

De Raad pleitte dan ook voor een wettelijke verplichting voor een bibliotheek in elke gemeente en als dat niet haalbaar was dan een samenwerking met een buurgemeente zodat alle bibliotheekfuncties op redelijke afstand beschikbaar zijn. 

Naast deze aanbeveling zette de Raad ook in op een Nationale Bibliotheekagenda en een stevig leesoffensief.

Evaluatie Kwinkgroep

Het rapport van de Raad voor Cultuur werd samen met de evaluatie van de Kwink-groep naar de kamer gezonden. In deze evaluatie, die op zich zeer positief was over de bereikte resultaten,  kwam ook met tien aanbevelingen voor de sector. Die gingen onder andere over de verdere uitbouw van de maatschappelijk-educatieve bibliotheek, de balans tussen financiering en ambities (dat is ambtelijke taal voor te weinig geld), aandacht voor de bibliotheekopleiding en een landelijke bibliotheeksysteem. 

Kwink-rapport

Tegelijk met het rapport van de Raad voor Cultuur stuurde de minister het evaluatierapport van de wet toe zoals dit was opgesteld door Kwink. Kwink maakte in tegenstelling tot de Raad voor Cultuur een meer organisatorische evaluatie en formuleerde hierbij tien uitdagingen voor de komende tijd. Daarin zaten zaken als de verdere uitbouw van de maatschappelijk-educatieve bibliotheek, het versterken van de samenwerking in de sector maar ook een  collectief landelijk bibliotheeksysteem en het vergroten van de gebruikersvriendelijkheid van de digitale bibliotheek. De aanbieding van de beide rapporten ging met de belofte dat ze er beleidsmatig nog op terug zou komen. 


Overigens merkte ook Kwink op dat de bibliotheek veel ambities heeft en veel kansen ziet maar dat de financiële kaders steeds krapper worden (zie afbeelding, let op de bijdrage aan KB is alleen de bijdrage in het kader van WSOB). Dat geldt in ieder geval voor de bedragen die gemeenten en provincies inzetten voor bibliotheekwerk. De rol van bibliotheken wordt steeds breder maar de beurs wordt steeds smaller.

Beleidsbrief van de minister

In april van dit jaar volgde de beleidsbrief van de minister. In deze brief maakt ze melding van het feit dat ze wil komen tot een landelijk convenant met de provincies (IPO) en de gemeenten (VNG) om te komen tot een gezamenlijke invulling van maatschappelijke opgaven.

De vier speerpunten die de minister aangeeft zijn dat 1)iedere inwoner toegang heeft tot de openbare bibliotheek (let op: ze zegt niet, in elke gemeente een bibliotheek), 2) dat alle jeugd gratis toegang heeft tot de bibliotheek, 3) het opzetten van een leesoffensief en het 4) versterken van de samenwerking in het netwerk. 

Het convenant is ondertussen nagenoeg rond en naar ik heb horen zeggen zou dit eind september ondertekend kunnen worden.

De afronding: Kamervragen

Terwijl het convenant al in de steigers staat, moest een kleine democratische plichtpleging nog wel afgerond worden: het overleg met de Kamer. Door corona vergaderde de Tweede Kamer alleen fysiek over corona-onderwerpen. De hele afhandeling van deze evaluatie vond plaats op papier. Kamerleden konden vragen stellen en de minister heeft geantwoord. Hoewel het document 47 pagina's beslaat is het toch aardig om eens door dat noeste huiswerk van de ambtenaar voor bibliotheekwerk heen te lopen. Ik pak er een paar aardige zaken uit.

Punt 1: gratis jeugdlidmaatschap wordt verplicht

De minister gaat de bibliotheekwet aanpassen als het gaat om de jeugdcontributie. Nu staat er nog in artikel 13 van de wet dat de jeugd tot 18 jaar geen contributie betaald, tenzij de gemeenteraad anders beslist. Die 'tenzij' wordt uit de wet gehaald. Elk kind moet dus gratis lid kunnen worden van de bibliotheek. Ik vind dat een mooie verandering.  In 2019 was bij 12 bibliotheekorganisaties in 26 gemeenten nog sprake van een vorm van jeugdcontributie. Het ging dan om 25.000 kinderen die moesten betalen voor hun lidmaatschap. Overigens was dit in 2020 al gedaald naar 14 gemeenten. Die wetswijziging kost wel wat tijd en in de tussentijd wil de minister in het landelijk convenant hier al met de gemeenten op aansturen. Dit is de enige wetswijziging die wordt doorgevoerd.

Punt 2: Geen lokale verplichting voor een bibliotheek

De Raad voor Cultuur riep op tot een bibliotheek in elke gemeente, de minister zwakte dat in de beleidsbrief al af naar een voor iedereen bereikbaar bibliotheekvoorziening en ook in de Kamervragen geeft de minister aan dat ze gemeenten niet gaat dwingen tot een bibliotheek.  Ze wil in het landelijk convenant - jawel, daar is ie weer - afspraken maken zonder de wet te wijzigen. Als ze de wet wel zou wijzigen zou dit een taakverzwaring betekenen voor die gemeenten die nu geen bibliotheek hebben. Die gemeenten zouden dan een compensatie willen hebben van het ministerie en die berekent het ministerie op € 60 miljoen en dat heeft het ministerie niet.

Punt 3: Overal een schoolbibliotheek kost € 90 miljoen en dat is er niet

Verschillende fracties hebben de minister gevraagd of ze het succesvolle programma Bibliotheek op school gaat helpen om bij alle scholen beschikbaar te komen. Dat zou toch een puike impuls voor een leesoffensief zijn. De minister geeft aan dat de structurele kosten hiervan op dit moment vooral door gemeenten (via bibliotheken) en onderwijs worden gedragen. Als men wil uitbreiden naar alle scholen - we zitten op dit moment op ongeveer de helft van de scholen - zou er € 90 miljoen extra nodig zijn. De minister geeft aan dat ze niet verwacht dat bibliotheken en gemeenten dit kunnen oplossen. Het model loopt daardoor tegen zijn grenzen op. Ook hier ziet ze geen geld voor beschikbaar binnen de begroting. 

Toch is dit raar. Want in november 2018 werd nog deze motie van Asscher  aangenomen in de Kamer.




Deze motie werd met 150 stemmen voor en 0 stemmen tegen aangenomen. Waar zijn die kamerleden nu? 

Een leesoffensief is leuk, maar het mag dus niet te veel kosten, is me wel duidelijk.

Punt 4: Nog geen verandering in leenrecht op scholen

Een twistpunt tussen uitgevers en auteurs aan de ene kant en bibliotheken aan de andere kant gaat over het leenrecht op scholen. De auteurswet kent een onderwijsexceptie voor het leenrecht waar veel schoolbibliotheken dankbaar en legaal gebruik van maken. Dat rechthebbenden vinden dat deze exceptie daar eigenlijk niet voor bedoeld is en dat ze inkomsten mislopen door verschuiving van uitleningen in een vestiging naar uitleningen in een school. De minister herhaalt dat ze voorstander is van de bibliotheek op school en dat ze met 'alle partijen tot een algemene lijn wil komen'. Met andere woorden: er wordt niks afgedwongen maar met polderen moet men er uit zien te komen. Het feit dat hierboven nog gesteld wordt dat er op dit moment geen extra investeringen komen voor de Bibliotheek op school zal dat polderen niet eenvoudiger maken.

Punt 5: Muziekweb richting Instituut voor Beeld en Geluid

MuziekWeb is wel de nationale trots van het bibliotheekwerk als het gaat om geluidsdragers. Maar ook hier geldt: we zijn wel trots maar het mag niet te veel kosten. De uitleningen lopen terug en dat levert flinke problemen op in de 'financiële houdbaarheid van de organisatie'. Dat is een tijdje ondersteund met noodmaatregelen maar er wordt nu gezocht naar een definitieve oplossing. Die lijkt er te komen door MuziekWeb onder te brengen bij het Instituut voor Beeld en Geluid. In de antwoorden geeft de minister aan dat ze MuziekWeb daar 'de gelegenheid voor wil geven'. Dat is ambtelijke taal voor dat ze dat wel ziet zitten en eventueel ook nog wel eenmalig wil ondersteunen. Voorwaarde is wel dat de branche het zelf ook ziet zitten. Kortom, daar volgt nog een soort referendum over.

Punt 6: Géén gratis bibliotheeklidmaatschap voor bejaarden

En dan de uitsmijter van de hele evaluatie: een gratis lidmaatschap voor bejaarden. De 50PLUS-fractie had gevraagd aan de minister of ouderen ook niet een gratis lidmaatschap van de bibliotheek behoren te krijgen. Onder deze groep zitten namelijk significant veel laaggeletterden.

Slim bedacht maar de minister gaat er niet in mee. En vooruit dan geef ik u toch nog een paar zinnen met ambtelijk proza. De minister stelt namelijk:

'Bij een gratis lidmaatschap ligt voor mij de focus bij de jeugd, omdat in die leeftijd de basis wordt gelegd voor een leven lang lezen en ontwikkelen. De groep 65-plussers is niet zodanig homogeen, dat voor deze gehele categorie de kosten een obstakel vormen om lid te kunnen worden van de bibliotheek. Voor ouderen met een inkomen op of onder het sociaal minimum hanteren veel gemeenten kortingsregelingen of stadspassen die het gebruik van essentiële voorzieningen zoals de bibliotheek voor iedereen toegankelijk maken.'

En dat soort proza dus 47 pagina's lang. 

Tussen politieke werkelijkheid en kansen zien

En daarmee eindigde de evaluatie van de Bibliotheekwet. Per saldo: goed op weg en alle belangrijke punten gaan naar het landelijk convenant. Drie overheidslagen moeten er samen met de bibliotheekpartijen in goed onderling overleg uit komen. Waar begin dit jaar nog hoop was dat er her en der wellicht extra geld kwam uit een 'Wobke-en-Wiebes-fonds' constateren we nu dat we een paar maanden later blij mogen zijn dat we gelden op landelijk niveau goed overeind houden en vrezen we de financiële situatie van gemeenten de komende jaren.  

Complimenten voor de bibliotheekambtenaar

Voor de bibliotheekambtenaar die dit traject moest begeleiden zal het een gekke tijd zijn geweest om in feite de hele evaluatie schriftelijk af te doen. De minister had er wellicht wat minder werk aan maar de ambtenaar zal zich toch de vingers blauw hebben gepend. Ook wel weer een compliment waard. 

Tot slot: dit is de politieke werkelijkheid. Een tijde geleden schreef ik nog dat we van dat miljoen extra die in de evaluatie beschikbaar komt, wel 100 miljoen kunnen maken. Lees dat artikel ook nog eens want ook dat geloof ik nog steeds. Het beiden waar en tegelijkertijd zie ik - nog steeds voldoende kracht en voldoende kansen - voor een nog krachtiger bibliotheekbeleid.

U bent weer bij en op naar het convenant!

vrijdag 28 augustus 2020

Je moet altijd wennen aan nieuwe media....


Het is vrijdagmiddag en even iets lichters mag ook wel. Dit filmpje kreeg ik toegestuurd door Geertje Tissingh uit de Kop van Overijssel. Het laat zien hoe mensen tegen boeken zouden aankijken als het ná de games was uitgevonden. Ik kon er wel om lachen. Overigens heb ik ooit het verhaal gehoord dat  toen de boekdrukkunst werd uitgevonden mensen inderdaad bang waren dat ze minder goed gingen onthouden doordat het toch op papier stond. Elk medium heeft dus zo zijn voordelen.

Overigens lijkt het filmpje een beetje de omkering van onderstaande filmpje dat al wat ouder is. 


In dit filmpje zie je hoe middeleeuwse monniken nog even op weg geholpen moeten worden door de helpdesk. Want als je altijd gewend ben om met een boekrol met handschriften te werken dan is zo'n boek natuurlijk ook even wennen. En al uw angsten die u ook had met uw computer komen weer voorbij. 

Kom er maar in!

zondag 23 augustus 2020

Een nieuwe baan...


Ik heb een nieuwe baan. Of eigenlijk heb ik die al stiekem een tijdje maar heb ik u dat nog niet durven te vertellen. Maar vandaag heb ik mijn Linkedinprofiel eindelijk veranderd en dan krijgt iedereen een berichtje enzo.  Dus een kleine verklaring ben ik u wel verschuldigd. 

Wees niet bang (of wellicht juist wel): ik ben niet naar een andere sector en zelfs niet naar een ander bedrijf. Ik werk nog steeds voor Rijnbrink maar nu niet meer als Strategisch Adviseur maar als Bestuurssecretaris. 

Duco van Minnen
Tot eind maart van dit jaar vulde Duco van Minnen deze functie in. Duco heeft dat gedaan sinds de start van Rijnbrink als de fusieorganisatie van Biblioservice Gelderland, de Overijsselse BibliotheekDienst en Blauwe Brug. Duco startte zijn pensioen tijdens de lock-down. Zijn eerste afscheid was dan ook een Zoom-borrel maar onlangs hebben we toch echt afscheid genomen met een etentje. Rijnbrink heeft bijzonder veel te danken aan Duco en met zijn ruim veertig dienstjaren was hij ook wel een beetje het geweten van onze organisatie. Uit respect voor Duco kon ik het dan ook niet over mijn hart verkrijgen om mijn profiel op LinkedIn  eerder te veranderen dan voordat we goed afscheid hadden genomen van Duco.

Daar kwam bij dat afgelopen week iemand me belde die graag wilde dat ik aan de slag ging voor haar organisatie omdat ik strategisch adviseur, want dat stond op mijn Linkedin-profiel. Toen dacht ik: nu is het toch echt tijd om het te veranderen.

Bestuurssecretaris?
Maar ik hoor u denken: bestuurssecretaris, is dat een aantrekkelijke baan? Een beetje verslagen schrijven enzo? Het is zeker een andere baan dan die van adviseur waarbij ik zo'n 80% van mijn tijd bij bibliotheken en aanverwante organisaties zat om ze te helpen met hun beleid en uitvoering. Die functie heb ik zon'n 12 jaar vervuld en met ontzettende veel plezier.  Overigens wel twaalf jaar waarbij het bibliotheekwerk continue met bezuinigingen werd geconfronteerd via de kredietcrisis naar de tekorten op het sociaal domein en nu naar de aanstaande recessie met corona. Een periode waarin van bibliotheken nieuwe manieren werden gevraagd om toch te innoveren. Maar ook een periode waarin de maatschappelijk-educatieve bibliotheek zijn plek vond en bibliotheken een nieuw elan vonden in deze thema's.

De functie bestuurssecretaris klinkt wellicht wat saai en intern gericht maar de functie is - volgens een artikel in Goed bestuur en toezicht -'geen heldere, vaststaande functie maar krijgt die vorm in de context waarbinnen de functie wordt uitgeoefend.' U snapt, dat is een definitie waar ik goed mee uit de voeten kan. Rijnbrink is een netwekpartner voor bibliotheken en aanpalende instellingen en de interactie tussen binnen en buiten is naar mijn gevoel daarbij van essentieel belang. De grenzen tussen 'binnen' en 'buiten' zijn bij een netwerkorganisatie als Rijnbrink maar heel beperkt te trekken. En de waarde van een provinciale ondersteuningsinstelling moet zichtbaar worden op lokaal niveau. 

Een nieuwe baan dus, zij het al een aantal maanden. En nu weet u ook waarom ik er voorzichtig mee was om het u te melden. Ook op de nieuwe plek blijf ik me inzetten voor bibliotheken en aanpalende instellingen. 

Want in welke functie ik ook zit, ik blijf uiteindelijk natuurlijk bibliothecaris. 

zondag 16 augustus 2020

Hoe het RIVM nog steeds last heeft van de uitvinding van de boekdrukkunst en wat bibliotheken daarvan kunnen leren

De vakantie zit er voor mij op. Voor mij een periode waarin ik nog meer lees dan ik anders al doe. Eén van de boeken die ik las was 'De Bourgondiërs' van Bart van Loo. Een dikke pil van ruim 600 bladzijden over de vorming van de Lage Landen vóór de tachtigjarige oorlog. Interessant om te lezen als Nederlander omdat wij vaak onze geschiedenis pas laten beginnen bij de tachtigjarige oorlog.

De mens als solitaire tekstverwerker


In dat boek schrijft Bart van Loo dat de mens met de uitvinding van de boekdrukkunst 'solitaire tekstverwerkers'  zijn geworden. Niet alleen was verspreiding van tekst in je eigen taal veel makkelijker en goedkoper geworden maar ook hoe we omgingen met teksten veranderde. Een steeds groter deel van de bevolking kon zichzelf ontwikkelen door de boeken die hij of zij las. Waar tot op dat moment educatie vooral bestond uit verhalen die gezamenlijk werden doorverteld, ontstond ineens de mogelijkheid om individueel kennis tot je te nemen. 

Dat is een belangrijk gegeven. De boekdrukkunst markeert dus ook de start van de 'persoonlijke' ontwikkeling van mensen. Zelf heb ik wel eens gezegd dat elk gelezen boek een verrijking van je menselijk DNA is. Medisch klopt het natuurlijk niet maar als ik zeg dat je bent wat je leest, zullen velen dat toch beamen. Je denkkader en je eigen mening zijn gebaseerd op de kennis die je tot je neemt.

Hoe instituties gingen wankelen door lezende mensen

Van Loo staat stil bij de populariteit van het boek 'De navolging van Christus' (Imitatione Christi). Het behoort tot één van de eerste boeken die via de boekdrukkunst verspreid werd. Ik heb het in een ver verleden ook wel eens gelezen en het is een zo praktische 'how to'-gids voor gelovigen. Eigenlijk was het dus al een van de eerste zelfhulpgidsen. Ondertussen zijn er meer dan 3.000 verschillende edities van verschenen en is het na de Bijbel waarschijnlijk het meest gedrukte boek. 

Wie de geschiedenis bekijkt, ziet dat de boekdrukkunst inderdaad een belangrijke pijler is voor de verdere ontwikkeling van de mens en dat door die persoonlijke ontwikkeling de waarde van instituties steeds verder afnam ten gunste van persoonlijke autonomie van burgers. Zonder boekdrukkunst had de Franse revolutie misschien niet plaats gevonden. In die revolutie werd afgerekend met de adelstand en de gedachte dat je op basis van geboorte een hogere plek kunt hebben dan een 'gewone burger'. Het is natuurlijk kort door de bocht gesteld want het duurde nog wel even tot er een vorm van stabiele democratie kwam.

Maar wie nog wat verder doorkijkt: ook de ontkerkelijking en ontzuiling is toe te schrijven aan die verdere emancipatie van de burgerij. En die emancipatie vindt onder andere zijn grondslag vindt in de boekdrukkunst. 

Internet bouwt in feite voort op de boekdrukkunst en maakt het mogelijk om nog sneller meningen en gedachten met een groot publiek te delen. En dat leidt tot een grotere druk op instituties. Het RIVM is daar een voorbeeld van. Een deel van de bevolking is niet meer bereid om specialisten in een bepaald instituut te vertrouwen alleen op basis van dat feit. Het RIVM heeft in feite last van de uiterste consequenties van de boekdrukkunst. 

Je wordt wat je leest

Een ander boek dat ik las tijdens de vakantie was het boek 'De moord op de boekverkoopster' van Frank Westerman. De moord op de boekverkoopster Marian Heij van boekhandel Kniphorst is het onderwerp van deze journalistiek novelle. Marian Heij runt de boekhandel en op een dag zit de Marokaanse Nassredine aan de leestafel. Marian raakt verliefd, ze trouwt en na enige tijd blijkt ze stap voor stap vergiftigd te zijn door Nassredine die elke avond rattegif in haar Beerenburg druppelt. Velen om Marian heen hebben opgemerkt hoe Marian veranderde onder invloed van de volwassen lover boy Nassredine. 

Westerman laat mensen uit haar omgeving aan het woord en haar collega Niek, bedrijfsleider bij Kniphorst, merkt op dat Marian de laatste jaren anders was gaan lezen. Het waren controversiële titels en hij stelt zich de vraag of Marian Hey wellicht haar lot tegemoet is gelezen? Kunnen boeken je de blik op de werkelijkheid ontnemen? Overigens zit er nog een waardevolle rol in het boek voor Sjaak Driessen, velen zullen de oud-directeur van de bibliotheek nog wel kennen. 

Bibliotheken: leesoffensief, omgaan met informatie en persoonlijke ontwikkeling

Lezen vormt dus je persoonlijkheid. Dat lezen is wel minder geworden in onze samenleving maar daar zijn ook andere media bij gekomen. De Amerikaans hoogleraar Maryanne Wolf betoogt in Vrij Nederland dat we minder diep zijn gaan lezen en dat dit effect heeft op hoe geconcentreerd we nog informatie tot ons kunnen nemen. Onze meningen en opinies worden hierdoor 'vlakker' en minder genuanceerd.

Wolf betoogt een leesoffensief voor 0-18 jaar maar wel in twee talen: zowel in gedrukte als digitale taal. Boeken moeten juist niet makkelijk in taal- en zinsgebruik worden maar juist uitdagen om nieuwe woorden te leren. In die zin hekelt ze ook het bestaande onderwijs dat er te weinig een combinatie wordt gemaakt tussen oude en nieuwe media om dat te bereiken. Overigens denk ik dat enthousiaste mensen die lezen in je omgeving en die daarover vertellen ook nog wel kan helpen. Maar goed, ik ben geen expert.

Zelf voeg ik er maar aan toe dat als je bijgaande informatie zo bij elkaar zet dat het omgaan met informatie en het goed vormen van een mening nog veel meer aandacht mag krijgen in onze samenleving en dus ook van bibliotheken. Niet alleen voor kinderen maar ook voor volwassen. Maar probeer dat maar eens te doen zonder al te bevoogdend te worden. Volgens mij hebben we hier wel een innovatiethema te pakken, zeker als je het  beziet in combinatie met vernieuwing van onze democratie en het inpassen van een grotere invloed van burgers.

Tot slot zie je in alles dat persoonlijke ontwikkeling door de eeuwen heen een steeds grotere betekenis krijgt. Internet heeft de mogelijkheden die boekdrukkunst bood een extra dimensie gegeven. Onze focus als bibliotheken ligt nu wellicht nog vooral op de doelgroepen die een extra zetje kunnen gebruiken zoals laaggeletterden en digibeten maar volgens mij is het tijd om veel breder te kijken. Het lezen loopt langzaam terug en daar bedienen we een hele brede doelgroep. Voor die brede doelgroep zie ik een mooie uitdaging in nieuwe vormen van persoonlijke ontwikkeling. En uiteraard blijft lezen belangrijk en moeten we ook die vaardigheid blijven koesteren.

U ziet: de vakantie is voorbij en er ligt weer een mooie taak! Aan het werk!

vrijdag 17 juli 2020

Innovatielijnen voor de culturele sector in Coronatijd



Een rapport wat al een tijdje op me lag te wachten was een scenariobrief van de Raad voor Cultuur.  En nu mijn vakantie aanbreekt, kwam het er toch van. De brief is van 18 mei 2020,  precies één week nadat de basisscholen, bibliotheken en kappers weer open mochten.

Naast steunmaatregelen ook innovatie nodig
De brief, zeg maar gerust korte notitie, van de Raad voor Cultuur bepleit dat naast extra steunmaatregelen ook innovaties nodig zijn voor de sector omdat de 'normale' situatie langdurig verstoord zal zijn.De raad wil hiervoor tot 1 november samen met de stedelijke regio’s, fondsen en het veld van makers, instellingen en ongesubsidieerde aanbieders aan de slag.

Denkmodel voor innovatie
Als start van dit denkproces heeft de raad ook een model opgesteld voor dat denken in innovaties. En dat is een interessant denkmodel. Als start van dat denkkader maakt met onderscheid tussen de verschillende cultuuruitingen (zie plaatje hierboven).

Wat betreft die uitingen maakt men onderscheid tussen uitingen die één-op-één zijn tussen maken en gebruiker (denk aan schrijver en lezer) tot meer-op-meer-situaties (denk aan festivals) en alles wat daar tussen ligt.

Vooral de uitingen die van één-op-meer of meer-op-meer hebben het meeste last van de corona-maatregelen. Een schrijver kan nog gewoon in zijn eentje schrijven en de lezer kan (als bibliotheken en boekhandels niet dicht zijn) gewoon lezen. Maar een festival, debat of theater heeft het moeilijk in deze tijd.


Van Lockdown naar 'normaal'


Ten opzichte van dit model maak men drie varianten als het gaat om hoe we met de crisis omgaan: van een volledig lockdown via een 1,5 meter-samenleving met nog een stevig aantal beperkingen (eigenlijk waar we nu nog in zitten) of een nieuw normaal waarin (met inachtneming van nog een beperkt aantal maatregelen) ook de meer-op-meer-initiatieven weer mogelijk zijn. Tegelijkertijd is het mogelijk dat we vooruit of achteruitgaan in die scenario’s.

Welke strategie bij welke fase voor welke uiting?
De Raad voor Cultuur onderzoekt vervolgens welke strategie nu past bij welke fase en voor welke uiting. Dat levert onderstaande beeld op.


Bij de lockdown is het volledig digitaliseren een interessante strategie. En die hebben we bij bibliotheken ook veel voorbij zien komen: van ebooks tot podcasts en digitale spreekuren.

Bij de 1,5-meter-samenleving is vooral sprake van allerlei ontwerpvragen (hoe richt ik iets in?). De capaciteit is in deze fase nog beperkt en om toch voldoende schaal of volume te krijgen zie je nu bijvoorbeeld concerten met deels live-publiek en deels streaming publiek.

Bij de 'normaal'-situatie spreekt de raad de verwachting uit dat, net als bij het voorbeeld dat ik hiervoor gaf, innovaties uit de vorige fasen ook meegaan naar het nieuwe normaal en zullen leiden tot verdere innovatie. Om een praktisch voorbeeld te noemen: vergaderen via Teams zal voor een deel blijven bestaan en zo verwacht de Raad bijvoorbeeld dat hybride optredens (deel in de zaal, deel digitaal aangehaakt) vaker voor zullen komen.

Interessante denklijn
Het is interessant om met je organisatie deze denklijnen nog eens door te lopen: hebben we genoeg gedigitaliseerd, hoe kun je met kleine capaciteit toch een groot publiek bereiken en welke combinaties tussen fysiek en digitaal zijn mogelijk?  Ik ga in het najaar met een collega de trendcurve updaten en ik verwacht dat ik dan ook dit model meeneem om ook de lessen van de Coronacrisis mee te nemen.

Eigenlijk altijd goed om te digitaliseren
Wat mij vooral opvalt is dat hoe treffend deze brief eigenlijk beschrijft hoe wij bezig zijn. In blijven zetten op digitalisering en mensen digitaal weerbaar maken zal voor de komende tijd een prima strategie blijven. Verder is het verstandig in te blijven zetten op hybride werken: vergaderingen die zowel digitaal als fysiek gevolgd kunnen worden en ruimte bieden bij zowel verruiming van mogelijkheden als bij een terugval naar een lockdown.

Ik heb zelf nog niet ontdekt waar ik mee kan denken met de Raad voor Cultuur over dit model dus als iemand me daar nog mee kan helpen, hou ik me aanbevolen. Voor nu: een mooie notitie om nog eens door te lezen. 

zaterdag 11 juli 2020

Tijdens de lockdown leenden bibliotheken nog op 11% van hun normale capaciteit



In mijn artikel van 12 juni meldde ik dat bibliotheken tijdens de lockdown 8,6 miljoen boeken niet hadden uitgeleend die ze in een normale situatie wel hadden uitgeleend. Ik zette daarbij op een rijtje hoe de fysieke uitlening absoluut niet werd vervangen door digitale uitleningen. De cijfers van die digitale inzet zijn tot op het ebook nauwkeurig bijgehouden door de Koninklijke Bibliotheek. Voor de fysieke uitleningen deed ik een schatting dat bibliotheken 5% van hun normale aantal uitleningen hadden gemaakt. Dat was een beredeneerde schatting van mijn kant.

 In een vervolgartikel daarover reageerde Esther Westerveld van Probiblio dat die 5% in Noord- en Zuid-Holland veel hoger lag. Een goed reden om er toch nog eens wat beter naar te kijken. En inderdaad, er blijken flinke verschillen te zitten tussen de provincies tijdens de lockdown. Van Probiblio kreeg ik de cijfers van hun noord- en zuidhollandse bibliotheken, ik vroeg bij onze eigen systeembeheerders de cijfers van Overijssel op en de Gelderse bibliotheken waren zo aardig om hun cijfers van hun Sambissysteem te geven.

De cijfers van de uitleningen van de lockdown zijn afgezet tegen exact dezelfde periode in 2019.  De cijfers zie je in bovenstaande grafiek.

Verschillen per provincie
Overijssel zakte van 1,4 miljoen naar 65.000 uitleningen. Dat is van 175.000 uitleningen per week naar zo'n 8.000. Gelderland 1,5 miljoen naar 161.000. Dat is van 185.000 naar 20.000 uitleningen per week. Noord- en Zuid-Holland zakte van 2,4 miljoen uitleningen in acht weken naar 360.000 uitleningen. Van 300.000 uitleningen ging men daar terug naar 45.000 uitleningen.

Als je dat procentueel doorrekent kom je tot onderstaande grafiek.


In Overijssel zakte men terug naar 4,6% van de capaciteit, in Gelderland tikte men 10,4% aan en in Noord- en Zuid-Holland kwam men zelfs iets boven de 15%. Flinke verschillen. Het gemiddelde zit met deze vier provincies op 11,2%.  Mijn eigen schatting van 5% klopte dus aardig als ik naar mijn eigen woonplaats en provincie keek.

Lokale en provinciale verschillen
Wie verder inzoomt op de cijfers ziet dat er niet alleen verschillen tussen provincies zijn maar ook binnen de provincies. Er waren bibliotheken die heel snel afhaal- of bezorgbibliotheken kwamen en er waren bibliotheken die later begonnen of die juist veel meer hebben ingezet op de digitale dienstverlening. Het hoogste percentage van een afzonderlijke bibliotheek dat ik tegenkwam zat tegen de 30% aan, terwijl er ook bibliotheken waren met bijna 0%.

Zelf zag ik inderdaad wel dat er verschil was tussen Overijssel en Gelderland. In Gelderland waren meer stichtingen die ook sneller begonnen met afhaal- of bezorgbibliotheken. In Noord- en Zuid-Holland lag dat dus nog weer hoger dan in Gelderland.

Ik hecht geen waarde-oordeel aan meer of minder uitleningen per provincie. Het bepalen wat verstandig tijdens de lockdown was een verduveld lastige afweging. Daarbij geldt dat de bibliotheek veel meer is dan alleen deze uitleningen en dat een bibliotheek die wellicht niet uitleende bijvoorbeeld wel ouderen hielp met een telefonische hulpdienst of filmpjes maakte voor kinderen.

De leesachterstand van Corona: 7,9 miljoen minder boeken gelezen
Maar terug naar mijn eerdere cijfers over ruim acht miljoen niet uitgeleende boeken. Ik ging toen uit van 5% van de reguliere uitleen maar dat blijkt dus 11,2% te zijn geweest. Mijn eerdere grafiek heb ik dan ook aangepast en ziet er nu zo uit.


Waar ik eerder meldde dat de bibliotheken zo'n 8,6 miljoen uitleningen waren misgelopen, stel ik dat nu bij naar 7,9 miljoen uitleningen. Van ruim 8 miljoen naar bijna 8 miljoen.

Hoe dan ook, het blijft een hoop gemist leesplezier.

zaterdag 4 juli 2020

Dag Gerard, Dag Generaal van de Geletterdheid!


Afgelopen donderdag 2 juli nam Gerard Huis in 't Veld afscheid als directeur-bestuurder van de Graafschap Bibliotheken. De Graafschap Bibliotheken verzorgt het bibliotheekwerk voor de gemeenten Lochem en Zutphen. Gerard gaat met pensioen en hij wordt opgevolgd door Jacqueline Roelofs.

Gesprek, in de auto, aan het werk
Op deze plek maak ik graag nog een passend hommage aan Gerard. Want ik heb een mooi aantal jaren met Gerard mogen optrekken, genoeg met hem beleefd en ook veel van hem geleerd. Gerard begon zijn bibliotheekcarrière in 1977 in Twello nadat hij net de militaire dienst had afgerond (zie foto, tweede van rechts). Tijdens zijn afscheid donderdag vertelde hij nog hoe dat ging: hij kwam op gesprek, werd gelijk aangenomen, werd in een auto gezet en voorgesteld aan de voorzitter van de bibliotheek. En aan de slag! Kom daar nu nog eens om met alle procedures.

Na Twello volgde Zutphen in 1987 en in 2007 werd hij officieel directeur-bestuurder bij de Graafschap Bibliotheken. 44 jaar heeft hij volgemaakt bij de bibliotheek. En daarmee is hij een bijzonder vaste waarde geweest voor de bibliotheek maar ook voor de samenwerking tussen Achterhoekse en Gelderse bibliotheken.

Gerard was een enorm harde werker en je kon hem te allen tijde benaderen. Ik kan me herinneren dat ik hem nog aan de telefoon had op de zondagochtend dat de lockdown bekend gemaakt ging worden. Ik  vroeg hem advies wat wijs was in deze situatie. Hij vond het niet raar dat ik hem belde op zondagochtend, dacht met me mee en samen kom je dan wel tot een lijn die je kunt volgen.

Knokken voor bibliotheekwerk
Datzelfde geldt voor bezuinigingen. Gerard zegt zelf liever 'ombuigingen' omdat bezuinigen in zijn ogen niet bestaat: je kunt niet hetzelfde blijven doen met minder geld maar je je kunt het wel anders gaan doen. De laatste bezuinigingsronde in de gemeente Zutphen mocht ik samen met hem beleven. Hij hield zijn gedachten dan vaak tegen me aan, ik gaf wat terug, hij dacht weer door en samen kwam je dan weer tot een lijn. Mathijs ten Broeke, de wethouder van Zutphen die de bezuiniging oplegde, gaf aan dat hij tijdens zijn afscheid aan dat hij respect kon hebben voor de acties die Gerard ondernam om de bezuinigingen af te wenden. Dat kenmerkt de inzet van Gerard: altijd oog houden voor elkaars belangen en weten dat je straks ook weer verder moet met elkaar. De bezuiniging werd overigens met succes gepareerd.


Generaal van de geletterdheid
Maar het hart van Gerard ging misschien nog wel het meest uit naar de kern van het bibliotheekwerk: mensen de vaardigheid en het plezier  van lezen meegeven. De Graafschap Bibliotheken was één van de eerste bibliotheken met een taalhuis. Gerard zette zich in voor tal van initiatieven zoals een leesclub voor mensen van de sociale werkplaats en was een drijvende kracht voor de inzet van bibliotheken in de arbeidsmarktregio.

Als mens is Gerard gewoon een mooie kerel. Of zoals Lianne Busser, collega-directeur, het noemt op Twitter: afscheid van onze liefste, bevlogen en integere collega. En dat vind ik een mooie en rake typering. Altijd handelend met warmte en menselijkheid voor de goede zaak.

Van soldaat naar generaal
De soldaat van 1977 bleef een strijder. Maar nu voor de geletterdheid en het bibliotheekwerk. 44 jaar in de frontlinies van een leven lang ontwikkelen. Geen jobhopper maar wel meegroeien met het werk.

De soldaat van 1977 bleek stap voor stap gegroeid tot een Generaal van de Geletterdheid.

Gerard, het ga je goed!