zondag 16 augustus 2020

Hoe het RIVM nog steeds last heeft van de uitvinding van de boekdrukkunst en wat bibliotheken daarvan kunnen leren

De vakantie zit er voor mij op. Voor mij een periode waarin ik nog meer lees dan ik anders al doe. Eén van de boeken die ik las was 'De Bourgondiërs' van Bart van Loo. Een dikke pil van ruim 600 bladzijden over de vorming van de Lage Landen vóór de tachtigjarige oorlog. Interessant om te lezen als Nederlander omdat wij vaak onze geschiedenis pas laten beginnen bij de tachtigjarige oorlog.

De mens als solitaire tekstverwerker


In dat boek schrijft Bart van Loo dat de mens met de uitvinding van de boekdrukkunst 'solitaire tekstverwerkers'  zijn geworden. Niet alleen was verspreiding van tekst in je eigen taal veel makkelijker en goedkoper geworden maar ook hoe we omgingen met teksten veranderde. Een steeds groter deel van de bevolking kon zichzelf ontwikkelen door de boeken die hij of zij las. Waar tot op dat moment educatie vooral bestond uit verhalen die gezamenlijk werden doorverteld, ontstond ineens de mogelijkheid om individueel kennis tot je te nemen. 

Dat is een belangrijk gegeven. De boekdrukkunst markeert dus ook de start van de 'persoonlijke' ontwikkeling van mensen. Zelf heb ik wel eens gezegd dat elk gelezen boek een verrijking van je menselijk DNA is. Medisch klopt het natuurlijk niet maar als ik zeg dat je bent wat je leest, zullen velen dat toch beamen. Je denkkader en je eigen mening zijn gebaseerd op de kennis die je tot je neemt.

Hoe instituties gingen wankelen door lezende mensen

Van Loo staat stil bij de populariteit van het boek 'De navolging van Christus' (Imitatione Christi). Het behoort tot één van de eerste boeken die via de boekdrukkunst verspreid werd. Ik heb het in een ver verleden ook wel eens gelezen en het is een zo praktische 'how to'-gids voor gelovigen. Eigenlijk was het dus al een van de eerste zelfhulpgidsen. Ondertussen zijn er meer dan 3.000 verschillende edities van verschenen en is het na de Bijbel waarschijnlijk het meest gedrukte boek. 

Wie de geschiedenis bekijkt, ziet dat de boekdrukkunst inderdaad een belangrijke pijler is voor de verdere ontwikkeling van de mens en dat door die persoonlijke ontwikkeling de waarde van instituties steeds verder afnam ten gunste van persoonlijke autonomie van burgers. Zonder boekdrukkunst had de Franse revolutie misschien niet plaats gevonden. In die revolutie werd afgerekend met de adelstand en de gedachte dat je op basis van geboorte een hogere plek kunt hebben dan een 'gewone burger'. Het is natuurlijk kort door de bocht gesteld want het duurde nog wel even tot er een vorm van stabiele democratie kwam.

Maar wie nog wat verder doorkijkt: ook de ontkerkelijking en ontzuiling is toe te schrijven aan die verdere emancipatie van de burgerij. En die emancipatie vindt onder andere zijn grondslag vindt in de boekdrukkunst. 

Internet bouwt in feite voort op de boekdrukkunst en maakt het mogelijk om nog sneller meningen en gedachten met een groot publiek te delen. En dat leidt tot een grotere druk op instituties. Het RIVM is daar een voorbeeld van. Een deel van de bevolking is niet meer bereid om specialisten in een bepaald instituut te vertrouwen alleen op basis van dat feit. Het RIVM heeft in feite last van de uiterste consequenties van de boekdrukkunst. 

Je wordt wat je leest

Een ander boek dat ik las tijdens de vakantie was het boek 'De moord op de boekverkoopster' van Frank Westerman. De moord op de boekverkoopster Marian Heij van boekhandel Kniphorst is het onderwerp van deze journalistiek novelle. Marian Heij runt de boekhandel en op een dag zit de Marokaanse Nassredine aan de leestafel. Marian raakt verliefd, ze trouwt en na enige tijd blijkt ze stap voor stap vergiftigd te zijn door Nassredine die elke avond rattegif in haar Beerenburg druppelt. Velen om Marian heen hebben opgemerkt hoe Marian veranderde onder invloed van de volwassen lover boy Nassredine. 

Westerman laat mensen uit haar omgeving aan het woord en haar collega Niek, bedrijfsleider bij Kniphorst, merkt op dat Marian de laatste jaren anders was gaan lezen. Het waren controversiële titels en hij stelt zich de vraag of Marian Hey wellicht haar lot tegemoet is gelezen? Kunnen boeken je de blik op de werkelijkheid ontnemen? Overigens zit er nog een waardevolle rol in het boek voor Sjaak Driessen, velen zullen de oud-directeur van de bibliotheek nog wel kennen. 

Bibliotheken: leesoffensief, omgaan met informatie en persoonlijke ontwikkeling

Lezen vormt dus je persoonlijkheid. Dat lezen is wel minder geworden in onze samenleving maar daar zijn ook andere media bij gekomen. De Amerikaans hoogleraar Maryanne Wolf betoogt in Vrij Nederland dat we minder diep zijn gaan lezen en dat dit effect heeft op hoe geconcentreerd we nog informatie tot ons kunnen nemen. Onze meningen en opinies worden hierdoor 'vlakker' en minder genuanceerd.

Wolf betoogt een leesoffensief voor 0-18 jaar maar wel in twee talen: zowel in gedrukte als digitale taal. Boeken moeten juist niet makkelijk in taal- en zinsgebruik worden maar juist uitdagen om nieuwe woorden te leren. In die zin hekelt ze ook het bestaande onderwijs dat er te weinig een combinatie wordt gemaakt tussen oude en nieuwe media om dat te bereiken. Overigens denk ik dat enthousiaste mensen die lezen in je omgeving en die daarover vertellen ook nog wel kan helpen. Maar goed, ik ben geen expert.

Zelf voeg ik er maar aan toe dat als je bijgaande informatie zo bij elkaar zet dat het omgaan met informatie en het goed vormen van een mening nog veel meer aandacht mag krijgen in onze samenleving en dus ook van bibliotheken. Niet alleen voor kinderen maar ook voor volwassen. Maar probeer dat maar eens te doen zonder al te bevoogdend te worden. Volgens mij hebben we hier wel een innovatiethema te pakken, zeker als je het  beziet in combinatie met vernieuwing van onze democratie en het inpassen van een grotere invloed van burgers.

Tot slot zie je in alles dat persoonlijke ontwikkeling door de eeuwen heen een steeds grotere betekenis krijgt. Internet heeft de mogelijkheden die boekdrukkunst bood een extra dimensie gegeven. Onze focus als bibliotheken ligt nu wellicht nog vooral op de doelgroepen die een extra zetje kunnen gebruiken zoals laaggeletterden en digibeten maar volgens mij is het tijd om veel breder te kijken. Het lezen loopt langzaam terug en daar bedienen we een hele brede doelgroep. Voor die brede doelgroep zie ik een mooie uitdaging in nieuwe vormen van persoonlijke ontwikkeling. En uiteraard blijft lezen belangrijk en moeten we ook die vaardigheid blijven koesteren.

U ziet: de vakantie is voorbij en er ligt weer een mooie taak! Aan het werk!

vrijdag 17 juli 2020

Innovatielijnen voor de culturele sector in Coronatijd



Een rapport wat al een tijdje op me lag te wachten was een scenariobrief van de Raad voor Cultuur.  En nu mijn vakantie aanbreekt, kwam het er toch van. De brief is van 18 mei 2020,  precies één week nadat de basisscholen, bibliotheken en kappers weer open mochten.

Naast steunmaatregelen ook innovatie nodig
De brief, zeg maar gerust korte notitie, van de Raad voor Cultuur bepleit dat naast extra steunmaatregelen ook innovaties nodig zijn voor de sector omdat de 'normale' situatie langdurig verstoord zal zijn.De raad wil hiervoor tot 1 november samen met de stedelijke regio’s, fondsen en het veld van makers, instellingen en ongesubsidieerde aanbieders aan de slag.

Denkmodel voor innovatie
Als start van dit denkproces heeft de raad ook een model opgesteld voor dat denken in innovaties. En dat is een interessant denkmodel. Als start van dat denkkader maakt met onderscheid tussen de verschillende cultuuruitingen (zie plaatje hierboven).

Wat betreft die uitingen maakt men onderscheid tussen uitingen die één-op-één zijn tussen maken en gebruiker (denk aan schrijver en lezer) tot meer-op-meer-situaties (denk aan festivals) en alles wat daar tussen ligt.

Vooral de uitingen die van één-op-meer of meer-op-meer hebben het meeste last van de corona-maatregelen. Een schrijver kan nog gewoon in zijn eentje schrijven en de lezer kan (als bibliotheken en boekhandels niet dicht zijn) gewoon lezen. Maar een festival, debat of theater heeft het moeilijk in deze tijd.


Van Lockdown naar 'normaal'


Ten opzichte van dit model maak men drie varianten als het gaat om hoe we met de crisis omgaan: van een volledig lockdown via een 1,5 meter-samenleving met nog een stevig aantal beperkingen (eigenlijk waar we nu nog in zitten) of een nieuw normaal waarin (met inachtneming van nog een beperkt aantal maatregelen) ook de meer-op-meer-initiatieven weer mogelijk zijn. Tegelijkertijd is het mogelijk dat we vooruit of achteruitgaan in die scenario’s.

Welke strategie bij welke fase voor welke uiting?
De Raad voor Cultuur onderzoekt vervolgens welke strategie nu past bij welke fase en voor welke uiting. Dat levert onderstaande beeld op.


Bij de lockdown is het volledig digitaliseren een interessante strategie. En die hebben we bij bibliotheken ook veel voorbij zien komen: van ebooks tot podcasts en digitale spreekuren.

Bij de 1,5-meter-samenleving is vooral sprake van allerlei ontwerpvragen (hoe richt ik iets in?). De capaciteit is in deze fase nog beperkt en om toch voldoende schaal of volume te krijgen zie je nu bijvoorbeeld concerten met deels live-publiek en deels streaming publiek.

Bij de 'normaal'-situatie spreekt de raad de verwachting uit dat, net als bij het voorbeeld dat ik hiervoor gaf, innovaties uit de vorige fasen ook meegaan naar het nieuwe normaal en zullen leiden tot verdere innovatie. Om een praktisch voorbeeld te noemen: vergaderen via Teams zal voor een deel blijven bestaan en zo verwacht de Raad bijvoorbeeld dat hybride optredens (deel in de zaal, deel digitaal aangehaakt) vaker voor zullen komen.

Interessante denklijn
Het is interessant om met je organisatie deze denklijnen nog eens door te lopen: hebben we genoeg gedigitaliseerd, hoe kun je met kleine capaciteit toch een groot publiek bereiken en welke combinaties tussen fysiek en digitaal zijn mogelijk?  Ik ga in het najaar met een collega de trendcurve updaten en ik verwacht dat ik dan ook dit model meeneem om ook de lessen van de Coronacrisis mee te nemen.

Eigenlijk altijd goed om te digitaliseren
Wat mij vooral opvalt is dat hoe treffend deze brief eigenlijk beschrijft hoe wij bezig zijn. In blijven zetten op digitalisering en mensen digitaal weerbaar maken zal voor de komende tijd een prima strategie blijven. Verder is het verstandig in te blijven zetten op hybride werken: vergaderingen die zowel digitaal als fysiek gevolgd kunnen worden en ruimte bieden bij zowel verruiming van mogelijkheden als bij een terugval naar een lockdown.

Ik heb zelf nog niet ontdekt waar ik mee kan denken met de Raad voor Cultuur over dit model dus als iemand me daar nog mee kan helpen, hou ik me aanbevolen. Voor nu: een mooie notitie om nog eens door te lezen. 

zaterdag 11 juli 2020

Tijdens de lockdown leenden bibliotheken nog op 11% van hun normale capaciteit



In mijn artikel van 12 juni meldde ik dat bibliotheken tijdens de lockdown 8,6 miljoen boeken niet hadden uitgeleend die ze in een normale situatie wel hadden uitgeleend. Ik zette daarbij op een rijtje hoe de fysieke uitlening absoluut niet werd vervangen door digitale uitleningen. De cijfers van die digitale inzet zijn tot op het ebook nauwkeurig bijgehouden door de Koninklijke Bibliotheek. Voor de fysieke uitleningen deed ik een schatting dat bibliotheken 5% van hun normale aantal uitleningen hadden gemaakt. Dat was een beredeneerde schatting van mijn kant.

 In een vervolgartikel daarover reageerde Esther Westerveld van Probiblio dat die 5% in Noord- en Zuid-Holland veel hoger lag. Een goed reden om er toch nog eens wat beter naar te kijken. En inderdaad, er blijken flinke verschillen te zitten tussen de provincies tijdens de lockdown. Van Probiblio kreeg ik de cijfers van hun noord- en zuidhollandse bibliotheken, ik vroeg bij onze eigen systeembeheerders de cijfers van Overijssel op en de Gelderse bibliotheken waren zo aardig om hun cijfers van hun Sambissysteem te geven.

De cijfers van de uitleningen van de lockdown zijn afgezet tegen exact dezelfde periode in 2019.  De cijfers zie je in bovenstaande grafiek.

Verschillen per provincie
Overijssel zakte van 1,4 miljoen naar 65.000 uitleningen. Dat is van 175.000 uitleningen per week naar zo'n 8.000. Gelderland 1,5 miljoen naar 161.000. Dat is van 185.000 naar 20.000 uitleningen per week. Noord- en Zuid-Holland zakte van 2,4 miljoen uitleningen in acht weken naar 360.000 uitleningen. Van 300.000 uitleningen ging men daar terug naar 45.000 uitleningen.

Als je dat procentueel doorrekent kom je tot onderstaande grafiek.


In Overijssel zakte men terug naar 4,6% van de capaciteit, in Gelderland tikte men 10,4% aan en in Noord- en Zuid-Holland kwam men zelfs iets boven de 15%. Flinke verschillen. Het gemiddelde zit met deze vier provincies op 11,2%.  Mijn eigen schatting van 5% klopte dus aardig als ik naar mijn eigen woonplaats en provincie keek.

Lokale en provinciale verschillen
Wie verder inzoomt op de cijfers ziet dat er niet alleen verschillen tussen provincies zijn maar ook binnen de provincies. Er waren bibliotheken die heel snel afhaal- of bezorgbibliotheken kwamen en er waren bibliotheken die later begonnen of die juist veel meer hebben ingezet op de digitale dienstverlening. Het hoogste percentage van een afzonderlijke bibliotheek dat ik tegenkwam zat tegen de 30% aan, terwijl er ook bibliotheken waren met bijna 0%.

Zelf zag ik inderdaad wel dat er verschil was tussen Overijssel en Gelderland. In Gelderland waren meer stichtingen die ook sneller begonnen met afhaal- of bezorgbibliotheken. In Noord- en Zuid-Holland lag dat dus nog weer hoger dan in Gelderland.

Ik hecht geen waarde-oordeel aan meer of minder uitleningen per provincie. Het bepalen wat verstandig tijdens de lockdown was een verduveld lastige afweging. Daarbij geldt dat de bibliotheek veel meer is dan alleen deze uitleningen en dat een bibliotheek die wellicht niet uitleende bijvoorbeeld wel ouderen hielp met een telefonische hulpdienst of filmpjes maakte voor kinderen.

De leesachterstand van Corona: 7,9 miljoen minder boeken gelezen
Maar terug naar mijn eerdere cijfers over ruim acht miljoen niet uitgeleende boeken. Ik ging toen uit van 5% van de reguliere uitleen maar dat blijkt dus 11,2% te zijn geweest. Mijn eerdere grafiek heb ik dan ook aangepast en ziet er nu zo uit.


Waar ik eerder meldde dat de bibliotheken zo'n 8,6 miljoen uitleningen waren misgelopen, stel ik dat nu bij naar 7,9 miljoen uitleningen. Van ruim 8 miljoen naar bijna 8 miljoen.

Hoe dan ook, het blijft een hoop gemist leesplezier.

zaterdag 4 juli 2020

Dag Gerard, Dag Generaal van de Geletterdheid!


Afgelopen donderdag 2 juli nam Gerard Huis in 't Veld afscheid als directeur-bestuurder van de Graafschap Bibliotheken. De Graafschap Bibliotheken verzorgt het bibliotheekwerk voor de gemeenten Lochem en Zutphen. Gerard gaat met pensioen en hij wordt opgevolgd door Jacqueline Roelofs.

Gesprek, in de auto, aan het werk
Op deze plek maak ik graag nog een passend hommage aan Gerard. Want ik heb een mooi aantal jaren met Gerard mogen optrekken, genoeg met hem beleefd en ook veel van hem geleerd. Gerard begon zijn bibliotheekcarrière in 1977 in Twello nadat hij net de militaire dienst had afgerond (zie foto, tweede van rechts). Tijdens zijn afscheid donderdag vertelde hij nog hoe dat ging: hij kwam op gesprek, werd gelijk aangenomen, werd in een auto gezet en voorgesteld aan de voorzitter van de bibliotheek. En aan de slag! Kom daar nu nog eens om met alle procedures.

Na Twello volgde Zutphen in 1987 en in 2007 werd hij officieel directeur-bestuurder bij de Graafschap Bibliotheken. 44 jaar heeft hij volgemaakt bij de bibliotheek. En daarmee is hij een bijzonder vaste waarde geweest voor de bibliotheek maar ook voor de samenwerking tussen Achterhoekse en Gelderse bibliotheken.

Gerard was een enorm harde werker en je kon hem te allen tijde benaderen. Ik kan me herinneren dat ik hem nog aan de telefoon had op de zondagochtend dat de lockdown bekend gemaakt ging worden. Ik  vroeg hem advies wat wijs was in deze situatie. Hij vond het niet raar dat ik hem belde op zondagochtend, dacht met me mee en samen kom je dan wel tot een lijn die je kunt volgen.

Knokken voor bibliotheekwerk
Datzelfde geldt voor bezuinigingen. Gerard zegt zelf liever 'ombuigingen' omdat bezuinigen in zijn ogen niet bestaat: je kunt niet hetzelfde blijven doen met minder geld maar je je kunt het wel anders gaan doen. De laatste bezuinigingsronde in de gemeente Zutphen mocht ik samen met hem beleven. Hij hield zijn gedachten dan vaak tegen me aan, ik gaf wat terug, hij dacht weer door en samen kwam je dan weer tot een lijn. Mathijs ten Broeke, de wethouder van Zutphen die de bezuiniging oplegde, gaf aan dat hij tijdens zijn afscheid aan dat hij respect kon hebben voor de acties die Gerard ondernam om de bezuinigingen af te wenden. Dat kenmerkt de inzet van Gerard: altijd oog houden voor elkaars belangen en weten dat je straks ook weer verder moet met elkaar. De bezuiniging werd overigens met succes gepareerd.


Generaal van de geletterdheid
Maar het hart van Gerard ging misschien nog wel het meest uit naar de kern van het bibliotheekwerk: mensen de vaardigheid en het plezier  van lezen meegeven. De Graafschap Bibliotheken was één van de eerste bibliotheken met een taalhuis. Gerard zette zich in voor tal van initiatieven zoals een leesclub voor mensen van de sociale werkplaats en was een drijvende kracht voor de inzet van bibliotheken in de arbeidsmarktregio.

Als mens is Gerard gewoon een mooie kerel. Of zoals Lianne Busser, collega-directeur, het noemt op Twitter: afscheid van onze liefste, bevlogen en integere collega. En dat vind ik een mooie en rake typering. Altijd handelend met warmte en menselijkheid voor de goede zaak.

Van soldaat naar generaal
De soldaat van 1977 bleef een strijder. Maar nu voor de geletterdheid en het bibliotheekwerk. 44 jaar in de frontlinies van een leven lang ontwikkelen. Geen jobhopper maar wel meegroeien met het werk.

De soldaat van 1977 bleek stap voor stap gegroeid tot een Generaal van de Geletterdheid.

Gerard, het ga je goed!


zaterdag 20 juni 2020

Hebben we nou meer of minder gelezen tijdens de lockdown?



Ruim een week geleden verkondigde ik ronkend en stoer dat Nederland tijdens de sluiting van bibliotheken een leesachterstand had opgelopen van ruim acht miljoen boeken.  Ik gebruikte daar onderstaande plaatje bij en ik baseerde mij op gegevens van de online bibliotheek en een beredeneerde schatting van het beperkte fysieke gebruik.


Maar ja, de NOS meldde vrijdag vrolijk dat Nederlanders in de crisis meer zijn gaan lezen dan gaan Netflixen? Hoe zit dat? Ik verkondigde met enig dedain dat de leesmotor door sluiting van de bibliotheken was stilgevallen en de kop doet vermoeden dat de sluiting van bibliotheken geen effect heeft gehad? Alle reden om eens te duiken in dat bericht.

Het blijkt een stuk genuanceerder te liggen dat de kop doet vermoeden.

#Ikleesthuis
De uitspraken in het bericht van de NOS komen van het CPNB dat rapporteerde over de #Ikleesthuis-actie. Dat was een sympathieke actie om mensen tijden de Coronacrisis lekker te laten lezen. Ook de Online Bibliotheek en Thuisbieb van de bibliotheken sloten goed aan bij dat initiatief. Het CPNB heeft onderzoek gedaan naar het effect van die actie. Het rapport dat daarbij hoort vindt je hier.

Ik loopt het eens met u door.

Onderzoeksmethode: geen kinderen
Belangrijk om te vermelden is dat men twee metingen heeft gedaan onder een steekproef van 514 en 834 deelnemers van 18 jaar of ouder. De eerste meting zat aan het begin van de lock-down, de tweede is aan het eind van de lock-down. De steekproef is representatief voor de Nederlandse bevolking. Voor bibliotheken is het belangrijk om te weten dat in deze cijfers dus iedereen ónder de 18 niet is meegenomen. Dat is overigens wel helft, zo niet meer, van de gebruikers van de bibliotheek.

Lezen vanaf papier in top-10 


Dit is wel een aardig staatje. Het geeft welke vrije-tijdsbesteding we zoal hadden tijdens de lockdown. Als je dit zo zit, lijken we toch vooral een volkje dat de hele avond op de bank met hier en daar een tuinman. Het CPNB stelt dat in de afgelopen tijd meer mensen een boeken hebben gelzen dan Netflix hebben gekeken. Op basis van dit staatje kun je dat niet stellen. Wat CPNB gedaan heeft is de lezers van papieren boeken, ebooks en luisteraars van luisterboeken bij elkaar optellen daar de dubbeling uithalen. Dan kom je op 52% van de bevolking die 'iets' met boeken deed tegenover 43% die streaming diensten keek. Overigens dat zegt nog niks over de tijd die men aan beide activiteiten besteedde. Want ik denk dat er gemiddeld langer Netflix is  gekeken dan een boek gelezen.

Verder: is dat veel 52% van de volwassen die een boek las? Als je het afzet tegen het onderzoek van de Leesmonitor dan wordt daar gesteld dat 80% van de Nederlanders jaarlijks minimaal één boek leest en dat 30% van de bevolking elke dag leest. Dat ligt in lijn met deze uitkomsten.

Mensen zijn meer gaan lezen




Verder heeft het CPNB lezers ingedeeld in categorieën van veel- tot weinig-lezers. Men heeft gekeken wat voor type lezer men was voor de lock-down en welk gedrag deze lezers vertoonden tijdens de lockdown. Daaruit komt inderdaad dat Light en Medium lezers soms meer zijn gaan lezen. Zeker in de eerste meting was dat zo.

Overigens wordt de stelling dat men meer is gaan lezen met de volgende grafiek wel wat onderuit gehaald. Als er gevraagd wordt of men langer achterelkaar is gaan lezen dan antwoordt 43% dat dat zeker niet zo is en 38% geeft aan dat dat wel zo is.

Waar kwamen alle boeken dan vandaan?
Als bibliotheken dicht waren en daar anders 10 miljoen boeken vandaan waren gekomen in die periode, waar kwamen ze nu dan vandaan. Ook daar geeft bovenstaande grafiek een antwoord op. 64% las vooral boeken die al in de boekenkast stonden. De sluiting van bibliotheken is vooral opgevangen door boeken die nog wachtten op een geschikt moment.

Als het gaat om boeken die niet uit de eigen boekenkast kwamen dan komt het CPNB tot het volgende staatje.


Interessant is wel om te zien dat 12% van de steekproef een papieren boek heeft gehaald uit de bibliotheek en 10% uit de online bibliotheek. Als ik die percentages afzet tegen mijn cijfers dan doet dat vermoeden dat mijn beredeneerde schatting van de afhaal- en bezorgbiebs aan de iets te lage kant is. Die zou dan meer richting een miljoen moeten gaan. Hoewel ik me dat haast niet kan voorstellen dat alle bibliotheken samen toch nog 10% van hun uitleningen hebben gehaald in die periode. Als iemand daar cijfers van heeft van een eigen stad of provincie dan ben ik daar wel in geïnteresseerd.

Fysieke boekhandel verlies en online boekhandel wint
Voor de fysieke boekhandel was de lock-down heel er zuur. Zij verloren 24% van hun omzet. Dit komt overigens niet uit het rapport van #ikleesthuis maar komt van de boekhandels zelf. De online verkoop steeg wel met 33% maar in totaal bleef een daling over van 1%. Directeur Aendekerk meldt nog moedig in het persbericht dat hier ook online verkoop in zit van de lokale boekhandels maar de uitsplitsing van online verkoop in het rapport toont aan dat het overgrote deel van deze omzet bij Bol.com terecht komt. 2020 wordt een slecht jaar voor lokale boekhandels. Steun ze dus, als je ze een warm hart toe draagt.

Hebben we nu meer of minder gelezen?
Maar hebben we nu meer of minder gelezen? Bibliotheken moeten wat ambivalent zijn over de rapportage over #ikleesthuis van het CPNB. Als ze onderschrijven dat Nederland meer gelezen heeft tijdens de sluiting, kun je je afvragen welke rol bibliotheken echt spelen met het uitlenen van boeken. Je gumt je eigen rol als leesmotor dan langzaam uit.  Als je mijn cijfers volgt van de ruim acht miljoen boeken die niet gelezen zijn dan kan haast het rapport van het CPNB niet kloppen.

Een paar slotopmerkingen
Een paar opmerkingen dan. Met de opmerking vooraf dat ik de wijsheid niet in pacht heb. Op de eerste plaats meet het CPNB alleen onder volwassenen. Bij bibliotheken is meer dan de helft van de lezers jonger dan 18. Ik vermoed dat de leesachterstand onder kinderen veel groter is dan die onder volwassenen. Zij hebben meer alternatieven: boeken nog niet gelezen in de boekenkast, kiezen sneller voor een ebook dan jeugd en hebben meer middelen om te kopen.

Verder is de stelling dat meer Nederlanders boeken lezen dan Netflix kijken - gemeten over een periode van acht weken - ook buiten coronatijd een waarheid. Er zijn meer mensen die een boek ter hand nemen dan een streaming dienst gebruiken. Ook voor de coronacrisis was dat dus al zo. De tijd die ze aan beiden besteden is weer precies omgekeerd - we kijken langer Netflix dan we een boek lezen - moet je concluderen uit de SCP-rapporten over tijdsbesteding aan media. Het is dus slim van het CPNB om het zo te meten.

Beide waar
Laten we beiden cijfers maar in hun waarde laten: de #ikleesthuis campagne was een goede campagne en heeft zeker aandacht gevraagd voor lezen. En tegelijkertijd: de leesmotor die bibliotheken en fysieke boekhandels zijn stond stil of kachelde hard achteruit. De online boekhandel boekte wel een plus maar dit dekt bij lange na niet het gat dat bibliotheken en fysieke boekhandels laten vallen.

Volle kracht vooruit!
De leesmotor stond dan misschien niet stil maar toch wel degelijk in een lagere versnelling. De reservetank van onze eigen boekenkast werd aangesproken en aandacht voor lezen blijft onverminderd belangrijk. Dus volle kracht vooruit bibliotheek, volle kracht vooruit boekhandel en volle kracht vooruit CPNB!

zondag 14 juni 2020

Wie niks zinnigs te zeggen heeft, kan beter een boek lezen


Terwijl in Amerika en op vele andere plekken in de wereld antiracismedemonstraties plaats vinden, lees ik ondertussen gewoon een aantal boeken. Gewoon? Nee. Ik lees graag over geschiedenis en een terugkerende hoofdlijn in die geschiedenis is wat de uitsluiting van individuen of hele groepen. Wat ik telkens leer uit die geschiedenis - of ze nu door rechtse, linkse of a-politieke mensen zijn geschreven - is dat uitsluiting de mensheid nooit wat oplevert. Ik neem u mee langs drie boeken die ik in de afgelopen weken las en die mijn blik op de wereld weer verrijkten.

Hendrik Witbooi door Conny Braam
Het laatste boek dat ik las was van Conny Braam over Hendrik Witbooi. Van Conny Braam heb ik al vaker met veel plezier historische romans gelezen. Hendrik Witbooi (1830-1905) is leider van de Witbooi-Nama, een volk dat leefde in Namibië. De Duitsers willen eind negentiende eeuw in navolging van andere Europese landen een Afrikaans wingewest om hun economie te versterken. Koning Leopold II verwerft in die tijd Congo als persoonlijk bezit en de Duitse keizer verwerft Namibië. Eerst wordt lang de lijn van de missie geprobeerd om volkeren onder Duits gezag te brengen en daarna langs militaire weg. Dat gaat soms op bijzonder knullige manieren omdat in Europa wordt gedacht dat je Afrika op een Europese manier kunt inrichten. Het is sluw en gemeen hoe grond afhandig wordt gemaakt en hoe met geweld het ene na het andere volk wordt afgeslacht. Het staat dan ook niet voor niets bekend als de Namibische genocide. Witbooi probeert zich staande te houden tegenover de Duitse overmacht en probeert zelfs eerlijk zijn afspraken te houden en keer op keer wordt zijn vertrouwen beschaamd door bruut en gewelddadig ingrijpen door de Duitsers.

Met plaatsvervangende schaamte heb ik dit boek gelezen want elk West-Europees land met een kolonie heeft zo'n bladzijde in de geschiedenis. En Nederland, met zelfs een zeer lang koloniaal verleden, heeft meerdere van die bladzijden.

Tegelijkertijd leest het boek over Witbooi als een jongensboek want Witbooi is een bijzonder slimme en creatieve krijger. Met veel minder wapens maar door inzet van guerrillatechnieken is hij de Duitsers vaak te slim af.

De eerstgevallenen door Theo Toebosch

We schuiven enkele decennia op in de geschiedenis en komen aan bij de Eerste Wereldoorlog. Theo Toebosch schreef het boek 'De eerstgevallenen' dat handelt over de twee eerste soldaten die sneuvelen in de Eerste Wereldoorlog. Het geval wil dat deze twee soldaten, de Fransman André Peugeot en de Duitser Albert Mayer, 30 uur voordat de oorlog werkelijk begon al omkwamen bij een treffen aan de Frans-Duitse grens. Toebosch ontvlecht dit verhaal door in de streek op zoek te gaan en door met familie van beide heren te spreken en hun archieven na te pluizen. Dat levert een mooi verhaal op van twee gewone soldaten die door het lot sneuvelen. André Peugeot is een man uit een arbeidersgezin, Albert Mayer komt uit een rijk koopmansgezin. De Franse socialist tegen de Pruisische Duitser.

Toebosch laat zien hoe beide heren bezig waren hun leven op te bouwen en hoe de oorlog dat vernietigt. Beiden voerden ze hun opdracht voor het land uit met de dood tot gevolg. En zo volgden er in de Eerste Wereldoorlog nog miljoenen soldaten. Mayer en Peugeot hebben hun eigen herdenkingsmonument en kregen relatief veel aandacht. Dat lot is die andere miljoenen doden niet gegeven.

Verder toont Toebosch aan dat het een bewuste keus is geweest om Mayer en Peugeot tot de eerste doden van de Eerste Wereldoorlog te bestempelen. In een kort hoofdstuk gaat hij na welke andere kandidaten ook hadden kunnen worden genoemd als eerste slachtoffers. Daaruit blijkt dat Mayer en Peugeot twee stereotypen zijn van elk hun eigen land en dat zij daardoor het meest geschikt waren om als eerstgevallennen bestempeld te worden. Er zijn dus meerdere eerstgevallenen maar sommigen zijn meer eerstgevallen dan anderen.

Niets om mijn hoofd op te leggen door Françoise Frenkel

Met het derde boek schuiven we weer enkele decennia op. Nu naar de Tweede Wereldoorlog.  De Joodse Françoise Frankel (1889-1975) is een in Polen geboren boekhandelaar die lange tijd een Franse boekhandel drijft in Berlijn in de jaren dat Hitler aan de macht komt en het antisemitisme hand over hand toeneemt. Ze heeft haar eigen verhaal opgetekend en na de oorlog ook uitgebracht. Het boek werd echter nauwelijks opgepikt zo vlak na de oorlog. In 2010,  35 jaar naar overlijden wordt haar verhaal teruggevonden, en dan ziet men het belang van dit verhaal wel.

Het verhaal van Frenkel gaat over haar vlucht naar Frankrijk en hoe telkens de anti-Joodse maatregelen worden aangescherpt en hoe het deporteren start. Op dat moment start ze haar vlucht naar Zwitserland die na enkele pogingen zal slagen. Zij slaagt maar vele anderen lukt het niet. Je ziet dan ook de een na de andere bekende wegvallen in het verhaal.

Wie niks zinnigs te zeggen heeft, kan beter een boek lezen
Tja, historische boeken sterken je niet altijd in een optimistisch wereldbeeld. Dat is er toch vaak één van veldslagen en veel doden. Peugeot en Mayer zijn daar wel de tragische voorbeelden van. Toch geven deze boeken een ander beeld. Het beeld van Witbooi als vrijheidsstrijder en van Frenkel die weet te ontkomen aan de Naziterreur laten zien dat een groep of individu ook niet volledig kansloos is en dat verzet wel degelijk kan werken en nodig is.

Lezen over de geschiedenis laten je ook zien dat de manier waarop we vroeger naar onze daden keken, niet hetzelfde zal zijn als hoe we nu tegen die daden aankijken. Met andere woorden: onze kleinkinderen gaan een deel van ons handelen als onethisch beschouwen (dat ze de wereld toen zo mochten vervuilen, dat kinderarbeid niet harder werd aangepakt etc.) Lezen helpt je om je eigen standpunt vloeibaarder te maken en meer begrip te krijgen voor de wereld om je heen.

Maar over welk boek het ook gaat: ze laten mij zien dat uitsluiting van de ene groep door een andere groep op lange termijn alleen verliezers kent. Zelfs bij de partij die de andere onderdrukt. Het helpt een land op geen enkele manier verder. Deze boeken leren mij dat de toekomst van ons gebaat is om zo goed mogelijk met elkaar te leven en gebruik te maken van ieders kwaliteiten. Het is niet uitsluiting wat ons laat groeien maar insluiting.

En in sommige discussies die ik tegenwoordig hoor over dit onderwerp denk ik dan ook wel eens: 'als je niks zinnigs te zeggen hebt, kun je een beter een boek gaan lezen'.

Wie deze boeken ook wil lenen, kan hier terecht Alledrie zowel in druk en ebook te leen.

vrijdag 12 juni 2020

De schade van de coronacrisis: een leesachterstand van ruim acht miljoen boeken



Oversterfte en onderuitlening
De Coronacrisis trekt een spoor van vernieling door dit land. Scholen die dicht gingen, podia waar niks meer gebeurt en een economie die met grote steunpakketten overeind word gehouden.  Het CBS had het tijdens het hoogtepunt van de Coronacrisis over 'oversterfte' in Nederland. Ik ga het vandaag hebben over de 'onderuitlening'.

Hoeveel schade is er aangericht doordat bibliotheken acht weken gesloten waren?  En natuurlijk is een bibliotheek meer dan uitleningen, misschien aardig voor een volgend artikel, maar het aardige is wel dat we van die uitleningen veel gegevens van hebben. En wat was eigenlijk het effect van ThuisBieb en de extra uitleningen van ebooks?

 Het was even zoeken naar de juiste cijfers maar ik denk dat dit wel ongeveer klopt. In de acht weken sluiting van bibliotheken zijn ze 8,6 miljoen uitleningen misgelopen. En dat zijn 8,6 miljoen boeken die niet gelezen zijn. Ga er maar vanuit dat de helft van de uitleningen van kinderen komt en dan hebben alle kinderen van Nederland flink minder gelezen. En de schade loopt overigens nog steeds op want ook de uitlening draait met alle voorzorgsmaatregelen nog niet op volle toeren.

Afhaalbieb, ThuisBieb en ebooks maar een beperkte vervanging
In het overzicht zie je ook dat de Afhaalbieb, de ThuisBieb en de ebooks maar een zeer beperkte vervanging waren van de reguliere bibliotheek. Weliswaar verdubbelde in deze periode het gebruik van de ebooks van ruim 560.000 uitleningen in 2019 naar 1,1 miljoen over dezelfde periode in 2020 maar het aantal fysieke uitleningen over dezelfde periode in 2019 moet geschat worden op 10,2 miljoen. Die fysieke bibliotheek is als distributiepunt van boeken voorlopig dus nog wel onmisbaar, hoe sterk het gebruik van ebooks in zo'n korte tijd ook steeg.

Gebruik van week tot week en uitleg bij de cijfers


Voor dit staatje heb ik me gebaseerd op een aantal bronnen. Voor de uitleningen in 2019 ben ik uitgegaan van jaarcijfers van het CBS en die heb ik gedeeld door 52 weken. De periode van maart tot mei is een gemiddelde uitleenperiode. Voor 2020 heb ik een aanname moeten doe voor de fysieke uitleningen. Alle bibliotheken waren dicht maar er waren al wel vrij vlot kleine initiatieven als afhaalbiebs en bezorgbibliotheken. Ik heb ingeschat dat deze initiatieven niet meer dan 5% van de regulieren uitlening hebben gehaald. En ik ben dan denk nog aan de hoge kant want er zijn redelijk wat stichtingen geweest die volledig dicht zijn geweest.

Voor de ebooks heb ik gebruik gemaakt van dagcijfers die de KB op MetdeKB bij elkaar heeft gezet. Die cijfers geven dus een werkelijke weergave van  hoe het gebruikt is.

Tot slot heb ik me voor ThuisBieb gebaseerd op het persbericht van de KB en de gebruikscijfers die daar genoemd worden.  De cijfers die daar genoemd worden heb ik gedeeld door het aantal weken dat Thuisbieb vanaf 6 april actief was.

Een schade die we niet meer in gaan halen...
Na acht weken ruim acht miljoen boeken die we niet gelezen hebben. Kinderen, volwassen, ouderen, allemaal zijn we minder in contact geweest met taal. Financieel kun je organisaties compenseren maar dit verlies krijgen we voorlopig niet meer terug. Wie dacht dat we alles nu echt wel digitaal zouden doen, komt bedrogen uit. Slechts een klein deel compenseren we digitaal. En de rest? Die hoopt dat de bibliotheek maar zo snel mogelijk weer helemaal open is.