Posts tonen met het label CPNB. Alle posts tonen
Posts tonen met het label CPNB. Alle posts tonen

zondag 15 maart 2026

Hoe afhankelijk zijn bibliotheken en boekhandels van de top-100?

De Boekenweek is begonnen! Een optimistische week om het lezen en de taal weer eens flink in het zonnetje te zetten. En die aandacht is goed en misschien ook wel heel erg nodig. Lange tijd daalde het aantal uitleningen bij bibliotheken. Dit terwijl het aantal activiteiten flink steeg. Bij boekhandels bleef de verkoop jaren redelijk stabiel maar verschoof veel naar de online verkoop waardoor fysieke winkels het lastig hadden. Het leidde bij vakmensen aan beide zijden wel eens tot verzuchting dat de collecties steeds smaller werden en boekhandels steeds meer dreven op de kurk van bestsellers. Maar klopt het ook? Is het aandeel van bestsellers bij boekhandels en bibliotheken zodanig dat er geen bibliotheek of boekhandel zou zijn zonder die top-100? Is er sprake van Bestselleritis? Die gedachte kwam bij mij op omdat elk jaar het CPNB samen met verschillende partners bekend maakt wat de top-100 meest uitgeleende boeken zijn en wat de top-100 aan meest verkochte boeken zijn. 

Die twee lijsten combineerde ik met andere databestanden en daarmee krijg je een zicht op hoe sterk bibliotheken en boekhandels afhankelijk zijn van bestsellers.

Deel 1: Bibliotheken

Top-100

We beginnen bij mijn eigen honk: de bibliotheken. Openbare bibliotheken collectioneren niet voor de eeuwigheid. En het zou dus best kunnen dat die top-100 een steeds groter aandeel inneemt. Maar hoe groot? Ik pak het bestand van de CPNB erbij. De top-10 van de top-100 van meest uitgeleende boeken bij bibliotheken in 2025 zit er als volgt uit. Dan hebt u een beeld

Opvallend is dat op nummer 1 nog steeds een boek staat dat in 2021 uit kwam. Verder nog een boek uit 2013, 2016, 2019 en veel boeken uit 2023 en 2024. Maar één boek in de top-10 is uit 2025. Niet heel verwonderlijk omdat een boek dat in 2025 door een bibliotheek is aangeschaft vaak maar een deel van 2025 ook uitgeleend kan worden. 

U ziet ook dat het aantal uitleningen erbij is gezet. De nummer één heeft 48.000 uitleningen en de nummers twee tot tien tussen de 20.000 en 35.000 uitleningen. Door dat uit te middelen kun je redelijk nauwkeurig berekenen hoeveel uitleningen er in de totale top-100 zijn gemaakt. 

Top-100 versus de rest van de collectie

De hele top-100 van uitgeleende boeken zorgt volgens die bereken voor 1.514.000 uitleningen. Die kun je afzetten tegen het totaal aantal uitleningen. De laatste bekende jaarcijfers van uitleningen zijn 54.274.740  fysieke uitleningen (2024) en  9.376.526 uitleningen in de online bibliotheek (2025). In totaal een slordige 63 miljoen uitleningen Als je de top-100 ervan aftrekt weet je dat er dus buiten de top-100 er nog 62,1 miljoen overige uitleningen zijn geteld. Als je dat in een grafiek naar verhoudig weergeeft, ziet dat er zo uit.


Ja, het kost nog moeite om de onderste tekst in dat kleine vakje te krijgen. De top-100 zorgt bij bibliotheken voor 2,4% van de uitleningen. De overige 97,6% komt dus van het rijke scala aan andere titels. Bibliotheken zijn er dus vooral voor de brede collectie en is veel breder dan de top-100.

Toch zijn er nog twee opmerkingen van belang denk ik.

Kinderen en jeugd

Een belangrijke factor om te realiseren is dat het bezoekersbestand van bibliotheken voor meer dan de helft uit kinderen bestaat. Bibliotheken zijn grote afnemers van jeugdboeken en ik ben er eigenlijk wel van overtuigd dat er minder kinderboeken zouden uitkomen als er geen bibliotheken waren. Het percentage jeugdboeken in de top-100 ligt ver beneden die helft. Als ik het moet inschatten is het niet meer dan 20%. Kinderen lezen dus veel breder dan volwassenen en zijn dus minder gevoelig voor de top-100. 

Online bibliotheek levert relatief groot aandeel in bestsellers

Er is nog een opmerking van belang. En dat is het meetellen van de online bibliotheek. Die is namelijk meegeteld bij de top-100. En die heeft een aanzienlijke invloed.  Navraag leert dat van de 48.000 uitleningen van de nummer 1 - de Camino - er 34.000 komen uit de online bibliotheek en maar 14.000 uit de fysieke collecties. Van het totaal aan top-100 uitleningen, die 1,5 miljoen,  komen er iets meer dan 880.000 uit de fysieke uitleen en dus zo'n 632.000 uit de online uitleen. Met andere woorden: de top-100 wordt voor 40% gevuld met uitleningen uit de online bibliotheek. De online bibliotheek zorgt er dus voor dat bestsellers meer uitgeleend kunnen worden. Dat is natuurlijk ook een voordeel van ons model waarbij één ebook meerdere malen tegelijk geleend kan worden (mag lang niet in alle landen, tel uw zegeningen). En het zegt dus ook dat fysieke collecties een bredere spreiding kennen dan de online bibliotheek.

Deel 2: Boekhandels

Top-100

Laten we dan eens kijken hoe dat bij de boekhandels is. Daar wordt altijd gezegd dat ze op de kurk van beststellers drijven. Mijn verwachting is dus dat het aandeel veel groter zal zijn bij boekhandels. Ook hier heeft de CPNB weer een keurige top-100 gemaakt waarvan ik hier weer de top-10 laat zien. 


Twee dingen vallen op: dit is een compleet andere top-10. Er is een overlap van twee titels. En we zien - in tegenstelling tot de bibliotheken - in deze top-10 vooral boeken uit 2024 en 2025. Ook hier zien we weer dat het CPNB keurig aangeeft wat het aantal exemplaren is en wat de prijs. Als je dat allemaal doorrekent is het mogelijk om vrij nauwkeurig de omzet te berekenen die voortkomt uit de top-100.  Die komt uit op € 86.929.085,-.

Top-100 versus de overige omzet

De totale omzet van de boekhandels van 2025 was  € 699 miljoen. Wie de omzet van de top-100 hiervan afhaalt houdt dus  € 612.070.915,- aan overige omzet over. Grafisch ziet dat er voor boekhandels op de volgende manier uit. 


Bij boekhandels zorgt de top-100 voor 12,4% voor de omzet. De overige 87,6% komt uit alle andere titels. Boekhandels zijn dus zeker afhankelijker dan bibliotheken van de top-100 maar er is zeker geen sprake van Bestselleritis. Zelf had ik verwacht dat het aandeel van die top-100 bij boekhandels nog groter zou zijn. 

De Volkskrant besteedde in juni 2025 hier al aandacht aan en zag dat het aandeel van top-100-titels de afgelopen jaren flink daalde. Daar lieten ze toen deze grafiek bij zien. De uitkomsten die ik hier uitreken liggen precies in lijn met dat artikel. 

Bibliotheken en boekhandels lijden niet aan Bestselleritis

Wie bibliotheken en boekhandels procentueel nog eens naast elkaar zet, krijgt de volgende grafiek.


Ik geef toe: dit is geen meerjarig en uitgebreid onderzoek maar ik durf wel te stellen dat bibliotheken en boekhandels zeker niet aan Bestselleritis lijden. De top-100 neemt zeker bij boekhandels een grotere plaats in maar er is zeker ruimte voor een breed aanbod. Voor bibliotheken geldt dit nog sterker. Dit ligt in lijn met een onderzoek dat ik in 2023 deed waaruit bleek dat bibliotheken niet 1:1 rationeel hun collecties verkleinen. Collecties worden wel kleiner maar het aantal titels neemt niet evenredig mee af. Eigenlijk worden collecties zelf minder efficiënt dan in het verleden als we kijken naar de uitleenfrequentie (hoe vaak wordt een gemiddeld boek per jaar uitgeleend). 

Toch is een kleine pas op de plaats wel nodig. In 2017 schreef ik ook eens over Bestselleritis. Dit omdat een journalist mij belde of bibliotheken echt zo rationeel collecties verkleinden. Ik zocht toen voor hem naar de auteur Sybren Polet en kwam er achter dat deze schrijver in een afzonderlijke bibliotheek slecht verkrijgbaar was maar dat het provinciale netwerk al een hele uitkomst bood en het landelijk netwerk daar nog op aansloot. Frank Huysmans reageerde terecht op dat artikel met onder andere de woorden:
'Om te meten of het aandeel van de bestsellers over tijd is gestegen, zou je gebruik moeten maken van een ongelijkheidsmaat zoals het eerste deciel (de top 10-procent) gedeeld door het tiende (de minst uitgeleende 10% boeken), of de Gini-coëfficiënt.'
Ik weet zeker dat 99% van de lezers nu is afgehaakt bij deze tekst. Ik moest het destijds ook opzoeken wat Frank Huysmans precies bedoelde. Maar hij heeft wel gelijk. Als je het echt wilt vaststellen heb je meer ankerpunten en data nodig. Het kenmerkt  onze sector:  zo heel veel reken- en onderzoekskennis is er op dit punt niet. Een paar uitzonderingen daargelaten natuurlijk.

Naar een Gezamenlijk Collectieplan 2026-2030

Interessant om nog te melden is denk ik dat op dit moment wordt gewerkt aan de afronding van het Gezamenlijk Collectieplan 2026-2030. Het concept hiervan kun je hier vinden (wel achter het hekje van Biebtobieb). Daarin zie je ook hoe experts en directeuren uit het hele stelsel binnen onder andere bovenstaand gegeven, tot goede afspraken te komen. Die afspraken zijn veelal kwalitatief en dat is prima. Veel lof daarvoor. 

En toch hoop ik ook dat we samen nog iets meer reken- en onderzoekskracht kunnen organiseren. Het gaat om collecties waar we jaar na jaar in investeren en daarmee toch nog wel om grote aantallen en dito bedragen. Kleine verbeteringen kunnen de sector als geheel kwaliteitswinst of efficiency opleveren. Ik denk bijvoorbeeld dat er kwaliteitswinst moet zijn te vinden bij de invoering van het gezamenlijke bibliotheeksysteem en het omgaan met collecties en onderling leenverkeer. Een beetje rekenwerk zou daar nog wel eens tot iets moois kunnen leiden. 

Het onuitgegeven boek en mensen met hun verhaal

En tot slot zijn er nog mooie initiatieven zoals het Boekenspektakel in Utrecht waar je je onuitgegeven boek in de bibliotheek kunt brengen. Boeken die de uitgevers niet willen omdat het niet commercieel te maken is. Maar het zijn stuk voor stuk boeken gemaakt door mensen met een verhaal. Mensen die de passie en drang voelden om woorden toe te vertrouwen aan papier. Woorden waarmee ze zichzelf uitdrukten en woorden gaven om de weg naar de ander - de lezer - te overbruggen. Wij leven in taal... En dat is ook de boodschap van kunstenaar Louwrien Wijers waar je hier boven een foto van ziet (nog even te zien in het Fries Musuem).

In die wereld staan bibliotheken en boekhandels: een wereld waarin we leven in taal, een wereld van woorden waarmee we ons uitdrukken en de weg naar de ander overbruggen. En omdat iedereen anders is, zijn er ook zoveel boeken. 

Velen genieten daarbij van de top-100, en terecht, maar er is gelukkig nog zoveel meer. En Bestselleritis? Nee, niet aangetroffen.

zaterdag 20 juni 2020

Hebben we nou meer of minder gelezen tijdens de lockdown?



Ruim een week geleden verkondigde ik ronkend en stoer dat Nederland tijdens de sluiting van bibliotheken een leesachterstand had opgelopen van ruim acht miljoen boeken.  Ik gebruikte daar onderstaande plaatje bij en ik baseerde mij op gegevens van de online bibliotheek en een beredeneerde schatting van het beperkte fysieke gebruik.


Maar ja, de NOS meldde vrijdag vrolijk dat Nederlanders in de crisis meer zijn gaan lezen dan gaan Netflixen? Hoe zit dat? Ik verkondigde met enig dedain dat de leesmotor door sluiting van de bibliotheken was stilgevallen en de kop doet vermoeden dat de sluiting van bibliotheken geen effect heeft gehad? Alle reden om eens te duiken in dat bericht.

Het blijkt een stuk genuanceerder te liggen dat de kop doet vermoeden.

#Ikleesthuis
De uitspraken in het bericht van de NOS komen van het CPNB dat rapporteerde over de #Ikleesthuis-actie. Dat was een sympathieke actie om mensen tijden de Coronacrisis lekker te laten lezen. Ook de Online Bibliotheek en Thuisbieb van de bibliotheken sloten goed aan bij dat initiatief. Het CPNB heeft onderzoek gedaan naar het effect van die actie. Het rapport dat daarbij hoort vindt je hier.

Ik loopt het eens met u door.

Onderzoeksmethode: geen kinderen
Belangrijk om te vermelden is dat men twee metingen heeft gedaan onder een steekproef van 514 en 834 deelnemers van 18 jaar of ouder. De eerste meting zat aan het begin van de lock-down, de tweede is aan het eind van de lock-down. De steekproef is representatief voor de Nederlandse bevolking. Voor bibliotheken is het belangrijk om te weten dat in deze cijfers dus iedereen ónder de 18 niet is meegenomen. Dat is overigens wel helft, zo niet meer, van de gebruikers van de bibliotheek.

Lezen vanaf papier in top-10 


Dit is wel een aardig staatje. Het geeft welke vrije-tijdsbesteding we zoal hadden tijdens de lockdown. Als je dit zo zit, lijken we toch vooral een volkje dat de hele avond op de bank met hier en daar een tuinman. Het CPNB stelt dat in de afgelopen tijd meer mensen een boeken hebben gelzen dan Netflix hebben gekeken. Op basis van dit staatje kun je dat niet stellen. Wat CPNB gedaan heeft is de lezers van papieren boeken, ebooks en luisteraars van luisterboeken bij elkaar optellen daar de dubbeling uithalen. Dan kom je op 52% van de bevolking die 'iets' met boeken deed tegenover 43% die streaming diensten keek. Overigens dat zegt nog niks over de tijd die men aan beide activiteiten besteedde. Want ik denk dat er gemiddeld langer Netflix is  gekeken dan een boek gelezen.

Verder: is dat veel 52% van de volwassen die een boek las? Als je het afzet tegen het onderzoek van de Leesmonitor dan wordt daar gesteld dat 80% van de Nederlanders jaarlijks minimaal één boek leest en dat 30% van de bevolking elke dag leest. Dat ligt in lijn met deze uitkomsten.

Mensen zijn meer gaan lezen




Verder heeft het CPNB lezers ingedeeld in categorieën van veel- tot weinig-lezers. Men heeft gekeken wat voor type lezer men was voor de lock-down en welk gedrag deze lezers vertoonden tijdens de lockdown. Daaruit komt inderdaad dat Light en Medium lezers soms meer zijn gaan lezen. Zeker in de eerste meting was dat zo.

Overigens wordt de stelling dat men meer is gaan lezen met de volgende grafiek wel wat onderuit gehaald. Als er gevraagd wordt of men langer achterelkaar is gaan lezen dan antwoordt 43% dat dat zeker niet zo is en 38% geeft aan dat dat wel zo is.

Waar kwamen alle boeken dan vandaan?
Als bibliotheken dicht waren en daar anders 10 miljoen boeken vandaan waren gekomen in die periode, waar kwamen ze nu dan vandaan. Ook daar geeft bovenstaande grafiek een antwoord op. 64% las vooral boeken die al in de boekenkast stonden. De sluiting van bibliotheken is vooral opgevangen door boeken die nog wachtten op een geschikt moment.

Als het gaat om boeken die niet uit de eigen boekenkast kwamen dan komt het CPNB tot het volgende staatje.


Interessant is wel om te zien dat 12% van de steekproef een papieren boek heeft gehaald uit de bibliotheek en 10% uit de online bibliotheek. Als ik die percentages afzet tegen mijn cijfers dan doet dat vermoeden dat mijn beredeneerde schatting van de afhaal- en bezorgbiebs aan de iets te lage kant is. Die zou dan meer richting een miljoen moeten gaan. Hoewel ik me dat haast niet kan voorstellen dat alle bibliotheken samen toch nog 10% van hun uitleningen hebben gehaald in die periode. Als iemand daar cijfers van heeft van een eigen stad of provincie dan ben ik daar wel in geïnteresseerd.

Fysieke boekhandel verlies en online boekhandel wint
Voor de fysieke boekhandel was de lock-down heel er zuur. Zij verloren 24% van hun omzet. Dit komt overigens niet uit het rapport van #ikleesthuis maar komt van de boekhandels zelf. De online verkoop steeg wel met 33% maar in totaal bleef een daling over van 1%. Directeur Aendekerk meldt nog moedig in het persbericht dat hier ook online verkoop in zit van de lokale boekhandels maar de uitsplitsing van online verkoop in het rapport toont aan dat het overgrote deel van deze omzet bij Bol.com terecht komt. 2020 wordt een slecht jaar voor lokale boekhandels. Steun ze dus, als je ze een warm hart toe draagt.

Hebben we nu meer of minder gelezen?
Maar hebben we nu meer of minder gelezen? Bibliotheken moeten wat ambivalent zijn over de rapportage over #ikleesthuis van het CPNB. Als ze onderschrijven dat Nederland meer gelezen heeft tijdens de sluiting, kun je je afvragen welke rol bibliotheken echt spelen met het uitlenen van boeken. Je gumt je eigen rol als leesmotor dan langzaam uit.  Als je mijn cijfers volgt van de ruim acht miljoen boeken die niet gelezen zijn dan kan haast het rapport van het CPNB niet kloppen.

Een paar slotopmerkingen
Een paar opmerkingen dan. Met de opmerking vooraf dat ik de wijsheid niet in pacht heb. Op de eerste plaats meet het CPNB alleen onder volwassenen. Bij bibliotheken is meer dan de helft van de lezers jonger dan 18. Ik vermoed dat de leesachterstand onder kinderen veel groter is dan die onder volwassenen. Zij hebben meer alternatieven: boeken nog niet gelezen in de boekenkast, kiezen sneller voor een ebook dan jeugd en hebben meer middelen om te kopen.

Verder is de stelling dat meer Nederlanders boeken lezen dan Netflix kijken - gemeten over een periode van acht weken - ook buiten coronatijd een waarheid. Er zijn meer mensen die een boek ter hand nemen dan een streaming dienst gebruiken. Ook voor de coronacrisis was dat dus al zo. De tijd die ze aan beiden besteden is weer precies omgekeerd - we kijken langer Netflix dan we een boek lezen - moet je concluderen uit de SCP-rapporten over tijdsbesteding aan media. Het is dus slim van het CPNB om het zo te meten.

Beide waar
Laten we beiden cijfers maar in hun waarde laten: de #ikleesthuis campagne was een goede campagne en heeft zeker aandacht gevraagd voor lezen. En tegelijkertijd: de leesmotor die bibliotheken en fysieke boekhandels zijn stond stil of kachelde hard achteruit. De online boekhandel boekte wel een plus maar dit dekt bij lange na niet het gat dat bibliotheken en fysieke boekhandels laten vallen.

Volle kracht vooruit!
De leesmotor stond dan misschien niet stil maar toch wel degelijk in een lagere versnelling. De reservetank van onze eigen boekenkast werd aangesproken en aandacht voor lezen blijft onverminderd belangrijk. Dus volle kracht vooruit bibliotheek, volle kracht vooruit boekhandel en volle kracht vooruit CPNB!

maandag 12 september 2016

Waarom u een nieuwe collega het jaaroverzicht van het CPNB moet geven....

Hoe vaak leest u een toegestuurd jaarverslag? Eerlijk zeggen.... Meestal blader ik het door, kijk even naar de kerncijfers (gaan ze omhoog of omlaag) en scan het een beetje en leg het weer terzijde. En soms kom ik zelfs niet eens zover.

Een positieve uitzondering is het jaaroverzicht 2014-2015 van het CPNB. Ik werd er via social media op geattendeerd en zag het later bij een collega ook gedrukt op het bureau liggen. En op een mooie zondagmiddag heb ik het ook nog gelezen.

Wat het CPNB slim doet: niet alleen zeggen wat ze allemaal zelf hebben gedaan maar schetsen hoe het gaat met de boekenwereld. En dat ook nog eens met een brok enthousiasme en energie waarbij zelfs de stevig donderwolken afvlakken tot wat bewolking met hier en daar een zonnetje. En, en daar heb je me wel mee, het wemelt van de boekenfeitjes.

Feitjes
Feitjes die her en der verdeeld ook wel op het web te vinden zijn maar hier ook allemaal bij elkaar. Bijvoorbeeld over de afzet van e-boeken over de laatste vijf jaar.

Of de verdeling van genres tussen e-boeken en gedrukte boeken. Waar je dus uit kunt halen dat de e-boekwereld vooral nog een wereld van fictie is en nauwelijks van kinderboeken of van non-fictie.


Of wat te denken van de analyse of er nog ruimte zit in het volle boekenprogramma (maand van het spannende boeken, boekenweek, kinderboekenweek, maand van de spirutualiteit, week van het luisterboek etc).



Dat doen ze met bijgaande grafiek (u ziet hier alleen de eerste 26 weken van het jaar). De blauwe staven geven de omzet per week weer. In week 9 zit de boekenweek, in week 18 moederdag en in week 24 vaderdag.  En men vraagt zich af: waar zitten nog 'rustige' weken en waar zouden we nog wat extra's kunnen organiseren.

De tweede helft van het jaar ziet er als volgt uit.


U ziet dat Sinterklaas en Kerst echt de kaskrakers zijn voor boekhandelaren. Maar de maand na de boekenweek is echt de minste maand voor boekhandelaren. Wat zou je daar bijvoorbeeld mee kunnen doen?

Trends in genres
Verder heeft het jaarverslag een mooie monitor over de verschillende boekengenres en de trends daarin. Dat heeft men vervat in onderstaande overzicht.


Groen betekent groei, rood betekent krimp. Ondanks de in deze jaren krimpende markt zijn er dus wel degelijk groeisegmenten.

En heel veel boeken....
Ook een mooie weergave is die van de top-100 van boekhandels en bibliotheek. De top tien daarvan ziet er zo uit.



Wat opvalt is dat de top-10 van bibliotheken voor 80% uit kinderboeken. En dan ook nog uit één serie. Alleen Esther Verhoef en Simone van der Vlugt halen de top-10. Terwijl bij de boekhandels de jeugdboeken in zijn geheel afwezig zijn. 

Startboekje voor nieuwe collega's
En zo gaat het 160 pagina's door. Ik vond het een lezenswaardig boek om weer even bijgepraat te zijn over ontwikkelingen in het boekenvak. En als u nu eens een nieuwe collega heeft die misschien niet zo uit de 'boeken' komt, is dit misschien wel een aardig startboekje.

Complimenten voor CPNB.