dinsdag 31 mei 2016

Een bibliotheek die 70% beter scoort dan gemiddeld.... 'Die nieuwe bibliotheek, wordt dat nog wat?', deel 2

Twee weken geleden somberde ik nog wat over de vraag of het gebruik van die 'nieuwe bibliotheek' ook al te zien was in onze gebruikscijfers. Ik toonde toen onder ander de indexcijfers van openbare bibliotheken over de periode 2005-2014 (het plaatje hieronder).


Mijn conclusie toen:
"Cijfers zijn niet heilig maar ze geven wel inzicht in de omvang. Voor mij is het een teken dat we als bibliotheken wel flink bezig zijn met ontwikkeling van die maatschappelijke en educatieve bibliotheek maar dat dit qua omvang nog maar beperkt te zien is in de cijfers. En dat is voor legitimatie naar de politiek wel degelijk een aandachtspunt. Niet alleen sturen op mooie concepten maar ook op evident publieksbereik en de zichtbaarheid van de resultaten."
En verder:
"Wat deze cijfers verder aantonen voor mij is dat een dubbelstrategie nodig is. Om spreidingsbeleid te legitimeren zijn zowel de 'oude bibliotheek' als de 'nieuwe bibliotheek' nodig. Wie alleen inzet op de 'nieuwe bibliotheek' moet versneld afscheid nemen van een groot publieksbereik. Dat is nu nog echt te vroeg. Maar wie alleen inzet op de 'oude bibliotheek' heeft ook niet voldoende basis meer. De keuze tussen waar je moet investeren zijn daarom voor bibliotheken verdraaid lastig. We zijn verdediger en spits tegelijk. Alleen met heel hard werken gaat je dat lukken. Ik zal eens op zoek gaan naar cijfers van bibliotheken met zo'n dubbelstrategie om dat te onderbouwen."
Bibliotheek Deventer
Ik had gehoopt dat iemand spontaan met deze cijfers zou komen. Dat bleek niet het geval dus ik had zelf wat huiswerk te doen. Ik viel maar eens terug op de goede voorbeelden die ik ken. Eén daarvan is Deventer.  Ik heb de cijfers uit hun jaarverslagen eens op een rijtje gezet. En die cijfers ziet u hier bovenaan en dan snapt u ook waarom ik ze noem. Deze cijfers laten een heel ander beeld zien dan de landelijke cijfers.  Zowel op uitleningen en leden als bezoekers scoren ze beter dan in 2006. Hoewel het beginjaar niet helemaal synchroon loopt (2005 vs. 2006) blijft het beeld onveranderd.

70% beter dan de landelijke index
De uitleningen zijn 18% hoger dan in 2006 (landelijk: -42%), het ledental is 24% hoger (landelijk -7%) en de bezoekerscijfers zijn zelfs 55% hoger (landelijk -27%). Op bezoekers scoort Deventer in nagenoeg dezelfde periode dus ruim 70% beter!

Hoe kan dat?

Ik zal u een paar verklaringen geven. Maar ik vermoed dat ik nog niet volledig ben.

1. Spreidingsbeleid
In Deventer is ondanks forse bezuinigingen niet beknibbeld op het spreidingsbeleid. Alle vestigingen zijn open gebleven. Wel is een bus gesneuveld maar daar zijn alternatieven samen met burgers en partners voor teruggekomen: in een winkel, in een buurthuis of in een Kulturhus. Een bezuiniging is niet opgelost door vestigingen te sluiten maar door de nieuwbouw van de nieuwe bibliotheek in het centrum te verkleinen.

2. Samenwerking
In bijna alle vestigingen wordt samengewerkt met partners waardoor openingstijden verruimd zijn. Ruimere openingstijden zijn zowel voor oude als nieuwe functies van vitaal belang. Zowel voor activiteiten als voor uitlenen zijn ruime openingstijden een kritische succesfactor. De grootste samenwerking is denk ik in Deventer die van de Wijkwinkel waar tal van maatschappelijke partners met de bibliotheek samen werken en in elke vestiging zichtbaar zijn. Maar vlak ook niet de samenwerking uit met het Taalhuis, het café met ondersteuning van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of de mini-bioscoop.

Met al die mensen die meedoen is de bibliotheek steeds vaker een werkplaats geworden. Wie bezoeker is en wie medewerker loopt steeds meer door elkaar. Ik zal gelijk toegeven dat  je hiermee ook nieuwe vaardigheden vraagt van personeel maar per saldo lijkt het me toch een gunstige ontwikkelingen.  Denk niet te snel dat uw bibliotheek al vol is, is denk ik de les.

Uiteraard geldt die samenwerking ook voor het onderwijs waar nu vele schoolbibliotheken actief zijn. En die cijfers zitten hier overigens nog niet eens in.

3. Gemak
De Bibliotheek Deventer heeft de afgelopen jaren gemak altijd hoog in het vaandel gehad. Makkelijke uitleentarieven, partnerpassen, verlengattendering en gratis lenen bij andere bibliotheken en dergelijke. Dat maakt dat leden graag op de bestelknop drukken. Geen drempels.

Gemak geldt dan ook voor nieuwe functies: makkelijk een zaaltje kunnen gebruiken, ondersteuning van horeca, gratis internet en makkelijk afspraken kunnen maken over andere faciliteiten die de bibliotheek heeft (laptops, beamers etc.).

Gemak staat overigens altijd onder druk van personele inzet: moeten we het aantal reserveringen toch niet inperken en moeten we overlast niet voorkomen met een tarief op internet? Die discussie wordt in Deventer ook gevoerd.

Maar het is goed om te weten dat gemak ook voor de nieuwe functies van vitaal belang is.

4. Bibliotheekformule
Volgens mij doet elke vestiging in Deventer mee aan de bibliotheekformule. Soms 'full swing' en soms met beperkte middelen. Met veel vestigingen is dat tegelijk met bezuinigingen echt een zware opgave geweest. Elke vestiging is in de afgelopen tien jaar onder handen genomen en behalve de twee grootste vestigingen is elke vestiging ook nog een verhuisd. Blijf bewegen want stilstand is daadwerkelijk achteruitgang.

5. Activiteiten
De Bibliotheek Deventer is - gezien het aantal vestigingen - geen hele rijke bibliotheek. Ja, er is wel wat geld voor activiteiten maar niet veel. En wie niet rijk is, moet slim zijn. Zo kwam er wel een kleine filmzaal die goed loopt met hulp van veel vrijwilligers en is er een rijke programmering door slimme samenwerking met tal van partijen. En ja, dat is vallen en opstaan. Maar ik zie wel dat het steeds vaker lukt om ook hier deelnemer en producent steeds vaker door elkaar te laten lopen. Workshops waar je elkaar helpt, voorstellingen van kinderen voor ouders en (gekwalificeerde) vrijwilligers die  meehelpen bij een belasting- of computerspreekuur.

Dag somberheid, welkom maatschappelijke en educatieve bibliotheek!
Kortom, geen reden om te somberen. Een dubbelstrategie - koester je oude functie, bouw aan je nieuwe functie - kan dus wel degelijk werken. Maar wie gaat vragen in Deventer, zal ook horen dat de marges dun zijn. Een dubbelstrategie vraagt veel van je personeel, management en financiële organisatie. Maar de inzet loont zich, zoals u ziet.

Geniet er even van. Want ik ga op zoek na nog wat meer cijfers over die nieuwe functies van de bibliotheek. Want volgens mij komen die cijfers er ook aan. Binnenkort meer!

maandag 30 mei 2016

De week is weer begonnen! Weer lekker vergaderen...


Het is maandag. Hup weer aan de slag. En tja, vergaderen is een bezigheid die in onze polderbranche veel beoefend wordt. Vooruit, kijk nog even naar Van de Laan en Woe. Weet u weer hoe het niet moet.

Doen we morgen weer serieus over de toekomst van de bibliotheek. Ga ik nu weer, eh, vergaderen.

dinsdag 17 mei 2016

Die nieuwe bibliotheek van u, weet u wel, wordt dat nog wat?

Gij weet waarom het is, ik niet.
Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?

Het zijn de twee slotregels van Gerard Reve uit het gedicht 'Graf te Blauwhuis'.  Reve foetert nog maar eens op God bij het overlijden van zijn buurvrouw: van dat Koninkrijk zal dan ook wel niet zo veel komen.  Het zijn dichtregels die me door het hoofd spookten, toen ik een aantal onderzoeken naast elkaar legde. En Reve parafraserend dacht ik: Die nieuwe bibliotheek van u, weet u wel, wordt dat nog wat?

Terugloop 'oude bibliotheek', groei 'nieuwe bibliotheek'
Om te beginnen: ik beschouw mijzelf als een optimist, soms tegen beter weten in. Begin 2015 schreef ik: 'De bibliotheek van de toekomst is dichter bij dan we denken'. Het ging toen over mijn ervaringen als interim-directeur in Deventer en hoe de contouren van die toekomstige bibliotheek ook al te zien zijn: bibliotheek op school, wijkwinkels, voorleesexpress en steeds meer activiteiten. We zien afkalvend gebruik in uitleningen en stijgend gebruik van die nieuwe bibliotheek. Maar gaat het snel genoeg? Groeien we hard genoeg om die 'oude functies' te compenseren?

De afgelopen week kwam ik cijfers uit Engeland tegen en die maakten me niet vrolijk.

Tja, die Britten... Een paar weken geleden was ik nog enthousiast over hun robuuste toekomstvisie, Een puike strategie noemde ik het. En fijn ook dat ze er zo de sokken inzetten met die nieuwe bibliotheekvisie. Maar nu snap ik ook wel een beetje waarom. Want afgelopen weekend las ik het rapport: 'Taking part, focus on libraries'. Kijk maar eens wat er met hun resultaten gebeurde sinds 2011.


Dat zijn lelijke cijfers. Het aantal actieve leners daalde in vier jaar tijd met 25%, het aantal bezoekers met 15%. Overigens een slechte grafiek want het lijkt hier alsof het aantal bezoekers harder daalt dan het aantal leden. Dat heeft met de assen aan de linker- en rechterkant te maken die ongelijk geschaald zijn... Visueel trucje. Maar goed, de cijfers zijn dramatisch.

Dat er minder geleend wordt: daar kan ik nog vrede mee hebben. Maar dat het aantal bezoekers zo hard terugloopt lijkt me 'shocking' voor onze theedrinkende overburen. 

En Nederland?
Toch tijd om eens te kijken hoe dat dan in Nederland is. Hoe gaat het daar met de bezoekersaantallen? Wij schermen toch al jaren met de opmerking dat bezoekers belangrijker worden dan leden en uitleningen. Is al zichtbaar wat alle inzet voor de maatschappelijke en educatieve bibliotheek oplevert?

Vorig jaar werd door de VOB met veel tamtam gemeld dat er maar liefst 72.000 activiteiten plaatsvonden in de bibliotheek. Verder werd op de site gemeld dat het aantal bezoeken in 2014 steeg naar 63 miljoen. Dat was in 2013 nog 60 miljoen.

Dat lijkt een goede score: drie miljoen bezoekers extra in één jaar tijd. Maar kijk even wat er voor 2013 gebeurde. Dit zijn de cijfers van de bibliotheekmonitor. Recenter worden ze daar nog niet aangeboden.


Met andere woorden: met de stijging in 2014 weer naar 63 miljoen zijn we terug op het niveau van 2012. Maar dat er steeds meer bezoekers naar de bibliotheek komen, is echt nog niet te zien. Hoe komt dat?

De 'oude bibliotheek' verdwijnt sneller dan de 'nieuwe bibliotheek' komt
Liegt de VOB als ze zeggen dat steeds vaker mensen naar activiteiten komen in de bibliotheek? Nee, dat denk ik niet. Maar er zijn wel twee zaken tegelijk aan de gang. Het aantal uitleningen daalt al jaren gestaag. En wie minder leent, krijgt ook minder bezoekers van uitleningen.Boeken worden geleend in fysieke bibliotheken. Een lener is dus ook een bezoeker. Daar komt nog bij dat er in de afgelopen jaren steeds vaker via internet wordt verlengd: dat wordt wel geteld als uitlening maar levert geen bezoeker op.

Dan zelf maar eens rekenen
Met wat rekenkundig knutselwerk met bovenstaande cijfers en de CBS-statistieken voor de uitleningen en de leden kom ik tot onderstaande grafiek. Daarin is een index te vinden vanaf 2005 over het verloop van ledenaantallen, uitleningen en bezoekersaantallen. 2005 is dus 100%. Hoe is het vanaf die tijd gegaan?


De uitleningen zijn het hardst gedaald sinds 2005. In 2014 is hier nog 58% van over. De leden zijn het meest stabiel met 93%. Hoewel gezegd moet worden dat het aantal jeugdleden sterk is toegenomen en het aantal volwassen leden is afgenomen.

Tot slot de bezoekersaantallen. Ten opzichte van 2005 zit die op 73%. Hoger dan die 58%.  Met andere woorden: bezoekers presteren beter dan uitleningen!

Tempo!
Het goede nieuws is dus: ja, we hebben meer bezoekers dan je alleen op basis van uitleningen zou mogen verwachten. Het slechte nieuws is echter dat de terugval in bezoek door minder uitleningen zeker niet in zijn geheel gecompenseerd wordt door nieuwe activiteiten.

Is dat erg? Nou, het is in ieder geval een constatering. Cijfers zijn niet heilig maar ze geven wel inzicht in de omvang. Voor mij is het een teken dat we als bibliotheken wel flink bezig zijn met ontwikkeling van die maatschappelijke en educatieve bibliotheek maar dat dit qua omvang nog maar beperkt te zien is in de cijfers. En dat is voor legitimatie naar de politiek wel degelijk een aandachtspunt. Niet alleen sturen op mooie concepten maar ook op evident publieksbereik en de zichtbaarheid van de resultaten.

Daar is dus nog wel wat werk aan de winkel.

Dubbelstrategie: behouden en vernieuwen
Wat deze cijfers verder aantonen voor mij is dat een dubbelstrategie nodig is. Om spreidingsbeleid te legitimeren zijn zowel de 'oude bibliotheek' als de 'nieuwe bibliotheek' nodig. Wie alleen inzet op de 'nieuwe bibliotheek' moet versneld afscheid nemen van een groot publieksbereik. Dat is nu nog echt te vroeg. Maar wie alleen inzet op de 'oude bibliotheek' heeft ook niet voldoende basis meer. De keuze tussen waar je moet investeren zijn daarom voor bibliotheken verdraaid lastig. We zijn verdediger en spits tegelijk. Alleen met heel hard werken gaat je dat lukken. Ik zal eens op zoek gaan naar cijfers van bibliotheken met zo'n dubbelstrategie om dat te onderbouwen. Als u die cijfers hebt, mag u me die toesturen. Dan ga ik ze verwerken.

De vraag van Reve
De VOB had gelijk toen ze zeiden dat burgers steeds vaker voor activiteiten naar de bibliotheek komen. En ja, ik had gelijk toen ik zei dat de bibliotheek van de toekomst al verder is dan we denken. Ik geef toe, het is zwemmen tegen de stroom in.

Terug naar de vraag van Reve:  Die nieuwe bibliotheek van u, weet u wel, wordt dat nog wat?

Het antwoord luidt: Die nieuwe bibliotheek van u, weet u wel, dat wordt wel wat hoor.
Het is alleen nog wel wat werk en we hebben geen tijd te verliezen.
Dus hup, aan de slag!

maandag 9 mei 2016

Navigeren tussen trends en hypes, op naar een technologiekompas voor bibliotheken?


De telefoon deed er 100 jaar over om wereldwijd te worden gebruikt, internet 20 jaar en smartphones slechts 3 jaar. Digitale ontwikkelingen buitelen over elkaar heen maar komen en gaan ook even hard. Kent u nog Videotext, CD-i en Hyves? Wat is een constante en wat een passant?

Het zal een vraag zijn die menig ICT-manager of bibliotheekdirecteur zich ook met regelmaat zal stellen. Een aardig rapport dat u weer even bijpraat in deze wirwar van mogelijkheden is het trendrappport van Kennisnet. Hoewel geschreven voor de onderwijssector is  het in algemene zin ook heel bruikbaar.

Het rapport gebruikt voor de verkenning twee aardige technieken die u wellicht al eens eerder tegen kwam: de Gartner Hype Cycle (zeg maar de structuur van de La Divina Commedia maar dan voor ICT) en Strategic Tecnhology Map (een win-win-matrix tussen bedrijven en gebruikers). De overall-uitkomst van die Gartner Hype Cycle  voor onderwijs zie je hierboven.

Wanneer investeren?
Deze trendverkenning helpt je vooral om te bepalen wanneer je op welke manier moet investeren. Bottom-line geldt dat je op het 'plateau van productivity' je zaken goed geregeld moet hebben. Wie nu nog moet nadenken over WiFi heeft de boot aardig gemist om maar eens wat te noemen. Dat voelt u zelf ook. Maar nu nadenken of je wat gaat doen met Big Data lijkt interessant. Dat zullen op dit moment meer pilots en experimenten zijn dan exploitatievraagstukken.

Drie invalshoeken: fundament, proces en toekomst
Het rapport kiest drie invalshoeken: 1) het ICT-fundament (hardware en netwerk), 2) het huidige leerproces en 3) toekomstige onderwijsfuncties. Dat levert verschillende inzichten op: bij de het fundament zie je vooral investeringsvraagstukken terug in de infrastructuur terwijl je voor de tweede en de derde functie vooral het onderwijs induikt. ICT wordt op die manier stevig gekoppeld aan de missie en visie van educatie en blijft niet hangen in de situatie van vandaag.



Voor elke invalshoek wordt een Strategic Technology map (STM) gemaakt. In deze matrix worden effectiviteit voor de organisatie gematcht aan opbrengsten voor het individu. Vooral een koppeling aan opbrengsten voor het individu is belangrijk. Zonder een duidelijke 'what's in it for me' zul je lastig draagvlak krijgen maar het is wel de levensgrote valkuil van veel ICT-projecten. Leuk voor het bedrijf maar een ramp voor de medewerker of gebruiker.

Die STM voor het toekomstige onderwijs ziet eruit zoals hierboven. Niet alleen wordt aangegeven met kleuren waar de ontwikkeling zit in de Hype Cycle maar ook welke volgorde nieuwe ontwikkelingen zouden kunnen hebben. De ene ontwikkeling daagt als het ware uit tot de andere.

Voor bibliotheken?
Dit onderscheid in drie lagen (fundament, huidige functies, toekomstige functies) zou voor bibliotheken ook heel goed zijn en is bijvoorbeeld ook goed bruikbaar voor de stappen die de Koninklijke Bibliotheek nu zet rond de landelijke digitale infrastructuur. De bouwfase van veel onderdelen die nu gemaakt worden zitten vooral rond het ICT-fundament en de huidige processen (denk aan Nationale BibliotheekCatalogus en en Identificiatie en Authencticatie Management).

Maar met alleen die functionaliteiten kun je toekomst niet in. Maar tegelijkertijd moeten allerlei nieuwe functies het bestaande werk niet gaan belemmeren. Na het doorlezen van dit rapport van Kennisnet, denk ik dat het niet onverstandig zou zijn om ook voor onze branche zo'n rapport te hebben.

Kortom ICT-managers en directeuren: lezen dit rapport en complimenten voor Kennisnet!

woensdag 4 mei 2016

Baby's van 15 maanden hebben al een taalachterstand....


Iedereen zijn eigen kracht. En eerlijk gezegd: iets op een makkelijke manier uitleggen is wel een kracht van RTL4. In minder dan 3 minuten laten ze zien wat Boekstart is in de mooie jeugdbibliotheek van CODA in Apeldoorn. Kijk maar eens naar dit filmpje uit Mama's wereld uit de uitzending van 1 mei.

Eén zin blijft bij mij na het kijken hangen: 'onderzoek wijst uit dat kinderen die vroeg met taal in aanraking komen met 15 maanden al een substantiële voorsprong hebben. Draai die eens om: 'kinderen die dat dus niet mee krijgen, hebben met 15 maanden dus al een achterstand. Het onderstreept nog eens welk belang taal moet hebben voor iedereen die met hele jonge kinderen bezig is. 

Misschien een aardig filmpje om nog eens te gebruiken. 

vrijdag 29 april 2016

Menthol: de bizarre geschiedenis van de man die Nederland leerde tandenpoetsen


De waarheid is soms vreemder dan fictie. Wie mij kent, weet dat ik graag bizarre geschiedenissen lees. En de afgelopen week, las ik het boek 'Menthol' van Frank Krake.

De eerste keer dat ik met Menthol in aanraking kwam was als directeur in Hengelo.We openden een taalpunt dat naar hem genoemd was. Menthol was in de jaren '20 van de vorige eeuw de eerste 'zwarte' inwoner van Hengelo. Zeg maar de eerste inburgeraar. Menthol was de bijnaam voor Joseph Sylvester die in 1901 in Saint Lucia wordt geboren. Een eiland op de Caraïben waar hij jong zijn moeder verlies en een vader die in Amerika werkt. Het Amerika waar de slavernij nog niet lang geleden is afgeschaft maar in de praktijk eigenlijk nog bestaat. Zijn vader geeft hem mee: 'Sta daarboven, hou je rug recht, bewaar je trots en je zult ver komen.' Het blijkt zijn levensmotto te worden.

Via Jamaica, Amerika, Canada, Londen en Amsterdam naar Hengelo-o-o
Hij trekt via Jamaica in zijn eentje naar Amerika, trekt daar rond en eindigt in Canada. Telkens gaat hij aan de slag in fabrieken en telkens start hij naast die baan (die overigens zes dagen kostte) een of ander handeltje. Sigaretten, dranken en hoofdpijnpoeders. In de Amerika nemen de rassenonlusten toe, de Ku Klux Klan wint meer en meer terrein. Het zal zijn drijfveer worden om vlak na de Eerste Wereldoorlog te vertrekken naar Europa. Hij heeft dan inmiddels geleerd dat zijn mond zijn sterkste wapen is. Het is een charmeur die bijzonder rap van de tongriem is. Altijd keurig gekleed en via een tussenstop in Londen, Antwerpen en Parijs, belandt hij in Amsterdam. Als straatverkoper in tandpasta.

Roos: het mooiste meisje van Hengelo
Ondertussen groeit aan de andere kant een meisje op in Hengelo: Roos. Ook zij heeft een droom: mannequin worden. Haar uiterlijk heeft ze mee want elke jongen in Hengelo dingt naar haar hand. In Amsterdam komen zij en Menthol elkaar tegen. Zij het slechts kort. Menthol reist Roos achterna en hij vestigt zich in het oosten. Overal waar hij komt is Menthol een verschijning: zo'n donkere man die met een ware theatervoorstelling tandpasta verkoopt!

Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, scheiden Roos en Menthol. Niet omdat het huwelijk slecht is, maar uit liefde. Getrouwd zijn met een Brits staatsburger kan Roos in de problemen brengen en dus wordt de scheiding aangevraagd en neemt Menthol intrek op een andere plek in Hengelo.

Nou, en zo kan ik nog even doorgaan maar ik zal niet het hele verhaal verklappen. Het hele boek lang sta je versteld van de inventiviteit van Menthol. Nooit lijkt hij bij de pakken neer te zitten, tegenslagen verwerkt hij door zijn bakens te verzetten. En tegelijkertijd geniet hij van zijn eigen succes.

Vlotter dan Sonny Boy
Frank Krake heeft een knap boek neergezet. Het boek is gelardeerd met vele historische documenten  en foto's en dat ondersteunt het verhaal zeer. De vergelijking met Sonny Boy van Annejet van der Zijl dringt zich op. Menthol is iets minder verhalend maar leest nog vlotter dan Sonny Boy.  Wie daarvan genoot, zal hier ook zeker van genieten.

Reserveer Menthol via Literatuurplein

dinsdag 26 april 2016

Hoe je de mens kunt degenereren tot aanhangsel van ICT-systemen...

Van oudere ICT-collega's hoorde ik wel eens het verhaal dat hem in de jaren '80 wel eens de toegang is ontzegd tot de bibliotheek. De reden: de bibliothecarissen waren boos op  de automatisering. Nee, niet omdat het niet werkte of iets dergelijks maar omdat het werd ingevoerd. De kaartenbak zou verdwijnen en er zou een groot provinciaal systeem voor terug komen. Dat zou uiteraard ten koste gaan van banen. En sindsdien zijn bibliotheken met steeds minder menskracht gaan werken. We doen steeds meer  met steeds minder.

Een kleine bekentenis
En ik zal u een kleine bekentenis doen. Toen eind jaren '80, begin jaren '90 de geldautomaat werd ingevoerd heb ik nog lange tijd gewoon geld gehaald aan de balie. Dit omdat ik mezelf voorhield dat ik het prettiger vond om geld te halen bij een balie en dat ik het sneu vond voor die baliemedewerker die zijn baan zou verliezen door die gekke automaten. En verder vond ik het bizar dat mensen het nodig vonden om geld op de gekste momenten uit de muur te willen halen.... Ja, het kan verkeren.

Maar niet veel later voerden bibliotheken natuurlijk ook zelf zelfbedieningsbalies in. Sterker nog: ik kocht ze zelf, installeerde ze en onderhield ze. Het kan gek gaan.

De glazen kooi
De afgelopen dagen las ik het boek 'De glazen kooi : wat automatisering met ons doet' van Nicolass Carr. Een bijzonder boek omdat het ingaat tegen de huidge opvatting dat automatisering áltijd goed is. Trendwatchers verklaren zonder uitzondering dat we binnenkort allemaal in zelfrijdende auto's rijden en dat het aantal ongelukken dan drastisch zal dalen. Is dat zo, vraag Carr zich af? Zijn boek begint met een verhaaltje van een zelfrijdende auto: je komt thuis van een feestje, de auto brengt je thuis. Vlak voordat je thuis bent duikt er een hond op voor de auto. De auto berekent dat nu hard remmen een kans oplevert van 53% dat de hond het overleeft maar dat dit een kans oplevert van 18% dat de auto beschadigd raakt en een kans van 4% dat jezelf gewond raakt.

Wat moet de auto doen? En wat als de hond toch een kind bleek?

De eerste helft van het boek las ik met enige aversie. Ik merk dat ik zelf al helemaal vastzit in het vooruitgangsdenken door automatisering. En daarmee heb ik evenzeer gelijk als Carr: welke zegeningen heeft internet niet gebracht? We skypen over de hele wereld, iedereen kan over de hele wereld iets op de agenda zetten, er bestaan hele universiteiten op internet en ga zo nog maar een tijdje door. Dat sprookjesbeeld breekt Carr steentje voor steentje af. Carr schetst een beeld hoe de mens gedegenereerd wordt door machines. De mens mag nog letten op de geautomatiseerde processen maar heeft er geen werkelijke invloed meer op. Herkent u dat?

De jihad tegen vooruitgang
In het eerste deel van het boek heb je dus vooral het gevoel dat Carr een hater van digitalisering en automatisering. Een soort jihad tegen vooruitgang. Maar in het tweede deel kantelt dit. Carr schetst hoe je ook met automatisering om kunt gaan. Hoe je automatisering moet inzetten in het verlengde van ambacht, kunde en professionaliteit. Carr pleit voor hybride automatisering waarin mens en computer als een eenheid kunnen opereren en waarbij de mens het gevoel zal krijgen versterkt te worden in zijn krachten.

Don Quichotte
Hoezeer ik het verhaal van Carr ook ondersteun, ik weet dat het de opvatting is van een Don Quichotte. Hybride systemen halen het namelijk nooit. Ze zijn charmant maar leveren niet het meeste geld op. Als een eigenaar van productiemiddelen kan kiezen uit een hogere opbrengst met verdergaande automatisering of vakmanschap met geautomatiseerde ondersteuning dan weet ik - helaas - als wat zo'n investeerder in productiemiddelen gaat doen. De Unilevers, de Bayers en de Boeings van deze wereld kiezen dan voor de hoogste opbrengst. Als iets ons de crisis heeft geleerd dan is het dat je niet naief moet zijn over de macht van geld.



Dat is op grote schaal. Maar op kleine schaal heeft Carr zeker een punt.

Kijk nog eens naar je eigen kantoor- en bibliotheekautomatisering: word je ondersteund in je eigen professionaliteit en kunde? Of wordt je gedwongen tot een systeem omdat dat zo handig is voor de eigenaar van de productiemiddelen? Bovenstaande filmpje gebruikt ik jaren geleden al bij computercursussen en vroeg dan aan de deelnemers of dit herkenbaar was. Negen van de tien zeiden daar ja op. Er is dus zeker voor een ieder van ons wel wat te doen en in ons eigen werkgebied is er ook de ruimte om er op die manier mee om te gaan.

Het boek wees mij nog eens op hoeveel vooronderstellingen ik heb van automatisering die ik telkens weer klakkeloos meeneem. Een interessant boek voor mensen die het aandurven dat bij zichzelf nog eens te onderzoeken. En een goed boek voor al te technocratisch ingestoken ICT'ers die hun systeem verheffen tot norm en daarmee de mens degenereren tot aanhangsel van de samenleving zoals zij die kennen.  

Reserveer het boek via Literatuurplein (en ja, dat is ook zo'n automatiseringsysteem waar ik wel weer blij mee ben ;-)