maandag 26 januari 2026

Oma-voor-de-zekerheid


Geen bibliotheeknieuws, geen grote maatschappelijke thema's en geen staatjes met statistieken of lijstjes. Mijn wereld was even heel klein. U las af en toe al over mijn moeder en leefde met me mee. Inderdaad, haar leven kwam tot stilstand. Mijn moeder gaf haar lichaam aan de wetenschap wat betekent dat haar lichaam al snel na haar overlijden werd overgedragen aan een universitair centrum. Gisteren hielden we een officieel afscheid en een herdenking. Mijn oudste en volwassen dochter, Mirjam, las daar onderstaande  gedicht voor dat ze maakte voor haar oma. 

Dat gedicht - 'spoken word' zo u wilt - deel ik hier graag nog eens. Omdat poëzie zoveel kan doen. Stap ik daarna weer uit mijn kleine bubbel en doe ik weer mee met de grote wereld.


OMA VOOR DE ZEKERHEID
Mirjam Deckers 

Je was, nee stond er altijd
Je stond op, liep, haastte je als we er waren
Of ik iets in mijn koffie had
Maggi in de soep
Of ik nog een biertje ijsstam eitje chocolaatje kippenpoot wilde
Of er genoeg was, voor de zekerheid
Voor als we toch meer zouden willen 
Alles bleef zoals het was

Tot het niet meer bleef, je bang werd voor tekort
Op mijn verjaardag belde je drie keer en stuurde je een kaart
Voor de zekerheid
Omdat je wist welke kant het op ging:
“Ik ga pa achterna”

Toen je huis verkocht was
Vond ik er weckpotten pillen postzegels broodsluiters 
Batterijen sleutels schroevendraaiers stoppen genoeg
Om nog drie levens vol te maken
Bewaard voor het geval dat, je weet niet wat komt
Maar één ding weet je wel – 

Zijn hoed nog op het nachtkastje
Zijn foto op de tafel

Met kerst stak je een handvol kaarsen op in de basiliek
Voor de zekerheid
Je telde de schapen in de stal, knikte goedkeurend
Een mooi aantal, liever te veel dan te weinig 
Toen we vertrokken hief je beide armen op, “dag”
Alsof je klaar was opgetild te worden
Alsof je zeggen kon:
“Ik ga naar Arie”

Een paar weken later
Er is niets meer te geven, niets meer los te laten
De zuster waarschuwt dat we zullen schrikken maar het is een mooi gezicht
Je ligt opgekruld te slapen
Je handen naast je hoofd
Je slaapt zoals je nog nooit hebt gedaan, snakkend 
Je geeft eraan toe, doodmoe

Ik denk dat ik de dood zie zitten op een stoel in de hoek
Kalm, liefdevol vreemd genoeg, maar beslist
Hij knikt, we mogen afscheid nemen, hij wacht wel even
Er is geen haast bij, hij was wat vroeg
Voor de zekerheid

Je hand is koud en rimpelig 
En toch wil ik het vasthouden
Het moment dat je aanstalten maakt, nog niet vertrokken bent
Gewoon, voor het geval dat
Omdat ik hoop dat je voelt, dat je weet 
Nouja, je weet het wel

De dood staat op, langzaam
Slaat de dekens zachtjes op
Kruipt bij je, dieper de slaap in
Tot de bodem is bereikt, hij je op mag vangen
Hij heeft het noorderlicht besteld om je te leiden 
in dat donker zonder naam

En ik wil je vragen hoe het was
Of het moeilijk of misschien wel het beste ooit en of je nog iets nodig hebt 
Gewoon, voor het geval dat

En voor de zekerheid schrijf ik het op
Dan heb ik het maar, voor later
Hoewel: de dood vergeten, dat misschien 
Maar jou? Ik zeg het toch maar, je weet maar nooit
Er is maar één zekerheid: waar je gaat, daar blijft de liefde

zondag 11 januari 2026

De vijf dossiers waar het bibliotheekwerk dit voorjaar mee te maken heeft en één olifant in de kamer

 

Vlak na de zomervakantie vorig jaar, zette ik op een rijtje welke dossiers in het najaar van 2025 aan de orde zouden komen. Inmiddels is dat jaar voorbij. En die vijf dossiers zijn allemaal een stuk opgeschoven maar nog allemaal actueel. En nu we een Kerstvakantie achter de rug hebben, een nieuw jaar zijn begonnen en het werkende leven - met sneeuw - weer is opgestart, legde ik mijn oor weer te luister in de wandelgangen en geef u een update van wat we nu weten. 

Het wordt weer een spannend half jaar, lees vooral verder. Ik geef u vijf dossiers en één olifant in de kamer die we bijna zouden vergeten. Maar voor dat ik begin: nog de beste wensen voor 2026!

Dossier 1: Bibliotheekwet: Proces en inhoud

Wet: behandeling in Tweede Kamer eerste helft 2026

Toen ik net na de zomer schreef over dit dossier was het kabinet net voor de tweede keer gevallen. Gelukkig lukte het de wetswijziging door de allerlaatste minsterraad te loodsen zodat het naar de Raad van State kon. De Raad van State toonde zich uiterst verguld met de wetswijziging en vlak voor de Kerst maakt de raad dan ook bekend geen opmerkingen te hebben met indiening. Een zogeheten dictum A; dat is een soort tien met een griffel voor wetsvoorstellen. De laatst bekende versie van de wetswijziging is hier te vinden.  

Die wet kan dus binnenkort door naar de Tweede Kamer is de verwachting en de behandeling zal dan wel de eerste helft van 2026 in beslag nemen. Logisch is dat er eerst een ronde voor schriftelijke vragen komt en daarna een overleg. En daarna amendementen en moties. 

Daarna kan de wet dan naar de Eerste Kamer en dat zal dan wel najaar worden. Per saldo komen we dus uit om een ingangsdatum van 1 januari 2027. Nergens nog officieel zo gecommuniceerd maar toch al een flink tijdje de datum die circuleert.

AMvB Meerjarenplan: binnenkort in consultatie

Ondertussen hebben de ambtenaren na overleg met een aantal partijen ook de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) voor de opstelling van het meerjarenplan.  Dit meerjarenplan moeten gemeenten opstellen samen met hun bibliotheek om te voldoen aan de zorgplicht. Als de zorgplicht op 1 janauri 2027 ingaat hebben gemeenten tot 1 januari 2028 om dit plan op te stellen. 

Deze AMvB zal in de tweede helft van januari openbaar worden doordat deze dan wordt aangeboden in een internetconsultatie. Dan mag iedereen er dus openbaar op reageren. Die consultatie hoeft de aanbieding van de wetswijziging aan de Kamer niet in de weg te staan. Met andere woorden: de wet gaat al naar de Kamer als de internetconsultatie waarschijnlijk loopt.  

Wie inhoudelijk nog een keer wil nalezen wat de voorgestelde wetswijzigingen zijn, kan terecht bij mijn artikel: De wijziging van de bibliotheekwet in vijf vragen


Dossier 2: Handreiking VNG en streefwaarden (voorheen normenkader)

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft aangegeven een handreiking te maken voor gemeenten om de wetswijziging goed te verwerken. KWINK maakt die handreiking. In het najaar circuleerde daar al een eerste concept van maar dat werd aangehouden omdat de wet nog niet naar de Kamer was en de teksten nog onvoldoende officieel waren. 

De verwachting is dat een eerste concept van deze handreiking in het voorjaar beschikbaar zal zijn als de Kamer nog de wet moet behandelen.  Daarmee kan iedereen zich al wel voorbereiden op het proces dat volgen moet nadat de wet is goedgekeurd.

In deze handreiking zullen ook de streefwaarden voor bibliotheekwerk genoemd en geduid worden. Deze streefwaarden zijn het normenkader zoals dit begin 2025 is ontwikkeld door VOB en VNG. 

Dossier 3: Verkiezingen en onderzoek naar gratis bibliotheekabonnementen

Steeds meer bibliotheken kennen een vorm van gratis lidmaatschap voor volwassenen. In maart van dit jaar maakte ik hier het laatste overzicht van dat ondertussen al voor een deel achterhaald is. Dit omdat de ene na de andere bibliotheek hiermee start. 

In de laatste brief van minister Moes van vorig jaar aan de Kamer - op 18 december van 2025 - geeft hij aan waarom het ministerie hier onderzoek naar doet en hoe ver het is. Korter kan ik het niet zeggen:

Met de motie van de leden Rooderkerk en Kisteman van 26 november2024 heeft de Tweede Kamer verzocht onderzoek te doen naar demogelijkheden voor een automatisch lidmaatschap van de openbare bibliotheek. Het onderzoek is in augustus 2025 aan een organisatie vooronderzoek gegund. In de bibliotheeksector wordt op veel plekken met vormen van gratis lidmaatschap geëxperimenteerd. Daarom wordt in het onderzoek een verkenning naar deze vormen van gratis lidmaatschap in verschillende steden meegenomen. Het onderzoek is naar verwachting in het eerste kwartaal van 2026 gereed.

Ook dit dossier zou dus in het voorjaar van 2026 op de agenda komen.  

Dossier 4: Middelen voor de IDO’s: reparatie rond, herstel voorjaar 2026

Een dossier waar men vorig jaar het hele jaar over gesteggeld heeft was de financiering van de IDO's. Ik ben niet snel teleurgesteld in de politiek maar dit was echt een voorbeeld van 'regeren is vooruitschuiven'.  De IDO’s werden tot en met 2025 gefinancierd via een specifieke uitkering en het huidige kabinet had besloten die af te schaffen en de bedragen over te hevelen naar gemeenten met een efficiencykorting van 10%.  De Kamer ging daar wat betreft de IDO’s in een debat met toen nog staatssecretaris Szabo niet mee akkoord. Op donderdag 3 juli 2025 stemde de Kamer voor een motie van Barbara Kathmann van GroenLinks-PvdA waarin de korting op de IDO’s niet doorgaat. In deze motie stelde Kathmann dat de IDO’s een succes zijn en dat het niet zo kan zijn dat er nu door de overheveling van de specifieke uitkering naar de gemeenten er gekort gaat worden op dit bedrag. Het bedrag moet volledig behouden blijven en ook geïndexeerd worden. Dat laatste was tot nu toe ook nog niet het geval.

In de beleidsbrief digitalisering van staatssecretaris van Marum van Binnenlandse Zaken  over Q2-2025 werd gemeld dat hierover in Q4 van dit jaar afspraken moeten worden gemaakt met gemeenten. In de miljoenennota in september 2025 stond de korting gewoon nog overeind. En dus trok de kamer opnieuw aan de bel. Niet alleen over de middelen maar ook over der rol van de bibliotheek. Dit keer kwam er een motie van Kathman (GL/Pvda) en Vermeer (BBB) waarbij klip en klaar wordt gesteld dat de regie van de IDO's bij de bibliotheken ligt. Ook deze motie is aangenomen door de Kamer.

In het kamerdebat (van 12 minuten, met een staatssecretaris en één kamerlid) van december 2025 meldt de staatssecretaris dat hij de korting weg zal halen dat hiervoor ruimte is gevonden in de eerste begrotingswijziging. Wat betekent dit nu? Dat betekent dat alle gemeenten al geld hebben gehad voor de IDO's in de decentralisatieuitkering maar mét korting. Die korting zal gecorrigeerd worden in het voorjaar.  Als ik dat uitreken - maar niemand geeft duidelijkheid - komt je uit in de maart-circulaire van gemeenten. Het hele bedrag is er dus!

Zo ongeveer de laatste brief die vorig jaar naar de Kamer ging was van staatssecretaris Van Marum met de beleidsbrief digitalisering over Q4. Daarin schrijft hij ook dat er een wettelijke borging nodig is van de IDO's:

  • Het is mijn inzet dat laagdrempelige en empathische ondersteuning inde vorm van de IDO-dienstverlening in stand blijft. Bibliotheken blijvende primaire (maar niet exclusieve) uitvoerders hiervan, met ruimte voor gemeenten om, vanuit hun regierol, deze dienstverlening ook op andere plekken dan de lokale bibliotheek te organiseren.
  • Om dit te borgen onderzoek ik samen met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), of op termijn een wettelijke verankering mogelijk is van het bieden van laagdrempelige en empathische ondersteuning, waaronder de dienstverlening zoals deze nu wordt geboden door de IDO’s, de regierol van gemeenten hierbij en de rol van bibliotheken. Hierbij kan worden gedacht aan een eigen wet, maarer wordt ook onderzocht of de Wet stelsel openbare bibliotheekvoor-zieningen (Wsob) hiervoor een oplossing kan bieden. 
  • Voor de volledigheid wil ik opmerken dat eventuele wettelijke verankering geen invloed heeft op het budget dat beschikbaar is voor IDO-dienstverlening; het budget voor de IDO’s blijft beschikbaar en ik houd mij aan de eerdere toezegging om de 10% korting te compenseren. 
De IDO's gaan dus linksom of rechtsom een wettelijke borging krijgen. Vanuit de wandelgangen begrijp ik dat er vanuit OCW ruimte is geboden om het in de bibliotheekwet op te nemen. Dan moet ook het geld overgeheveld van Binnenlandse Zaken (BZK) naar OCW. De staatsecretaris van Binnenlandse Zaken heeft hier kennis van genomen maar wil ook nog andere mogelijkheden onderzoeken. Op dit moment zitten de IDO's met een SPUK-regeling in de zijlijn van de Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer. De regeling voor de IDO's is officieel per 1-1-2026 vervallen dus er is in die zin een juridisch vacuüm. 

Komend jaar moet helder worden hoe dit wettelijk geborgd gaat worden. Theoretisch zou het dus in de Bibliotheekwet kunnen landen maar dan moet BZK eerst een ei leggen dat ze dat willen. En dan zou het nog mee kunnen in de behandeling van de wetswijziging. Mijn gevoel zegt dat BZK hier nog wel even tijd voor gaat nemen. Het geld voor 2026 is geregeld dus de storm is ook weer even weg. 

Dossier 5: Extra middelen Bibliotheek op school en Boekstart

Vlak voor de zomer 2025 werd bekend dat er € 50 miljoen structureel beschikbaar komt voor Bibliotheek op school en Boekstart. Daarbij is € 25 miljoen gereserveerd voor het onderwijs en € 25 miljoen voor bibliotheken. De regeling zal structureel ingaan per 2027. Maar omdat de huidige regeling afloopt per 1 juli 2026, zal de huidige regeling een voortzetting kennen van een half jaar. Dat zou betekenen dat je er als bibliotheek op mag rekenen dat je over de tweede helft van 2026, hetzelfde bedrag kunt krijgen als over de eerste helft van 2026. En ik verwacht dat dat bedrag dan ook weer via Stichting Lezen beschikbaar komt. 

Hoe de middelen van 2027 en verder verdeeld moeten worden is nog niet openbaar. Daar zijn ondertussen achter de schermen al veel gesprekken over gevoerd.  Wel is duidelijk dat de middelen rechtstreeks naar de bibliotheken zullen gaan. Maar hoe doe je dat? Is dat gewoon een bedrag per leerling in je werkgebied of moet dat genuanceerder?  En hoe maak je zo’n regeling nou zo aantrekkelijk mogelijk zodat scholen graag instappen?  De verwachting is dat we deze regeling in het voorjaar van 2026 wel in bespreking krijgen. 

De olifant in de kamer: gemeenteraadsverkiezingen

Een hoop landelijk gedoe. En je zou daardoor bijna vergeten dat de belangrijkste verkiezingen voor bibliotheekwerk aanstaande zijn: Gemeenteraadsverkiezingen. Want alle inspanningen van het Rijk en de provincies ten spijt, gemeenten zijn met ruim € 500 miljoen per jaar de grootste financiers van bibliotheekwerk. Wat er op lokaal niveau gaat gebeuren is dus misschien wel belangrijker dan wat men in Den Haag doet.

Dus bibliotheekdirecteuren: hoe gaat u zorgen dat de bibliotheek in de coalitieakkoorden komt na 18 maart dit jaar? Als ik eerlijk ben denk ik dat voor politieke partijen het gratis lidmaatschap een interessant punt kan zijn. Of dat nu een verruiming is tot 24, 27 of 30 jaar of dat u kiest voor een gratis abonnement voor iedereen, dat maakt niet zoveel uit. Maar het is wel een overzichtelijk en - in vergelijking met andere verkiezingsthema's - redelijk eenvoudig uitvoerbare maatregel.

In Velsen hebben ze dat punt bij D66 al opgepikt. Kijk maar eens naar de 'vijf doorbraken' die ze daar willen bereiken. De gratis bieb voor iedereen is daar het tweede 'doorbraakthema'. Lijsttrekker Smeets van D66 in Velsen schrijft daarover: 

'De tweede doorbraak is altijd blijven leren, op een manier die bij je past. D66Velsen maakt de bibliotheek gratis voor alle inwoners en ziet deze als het kennis- en ontmoetingscentrum voor alle inwoners. Onderwijs op maat, leven lang leren en een goede aansluiting op werk en techniek staan centraal. “Leren stopt niet bij school. Iedereen moet zich kunnen blijven ontwikkelen, ongeacht leeftijd of inkomen. De bibliotheek wordt zo ook een plek waar mensen elkaar ontmoeten.” aldus Smeets.'

Kansen dus en werk aan de winkel. En dit zijn de dossiers die daar het eerste half jaar van 2026  bij horen en wat we er in de wandelgangen over kunnen horen. U kunt er geen rechten aan te ontlenen. Maar we hoeven ons niet te vervelen. 

Een nieuw jaar wacht. Langzaam lijkt er een nieuw kabinet te komen en de gemeenteraadsverkiezingen zijn op komst. Volle kracht vooruit. En om met D66 in Velsen te spreken: omdat iedereen zich moet kunnen blijven ontwikkelen, ongeacht leeftijd of inkomen. Zo is het!

Volle kracht vooruit!

zondag 4 januari 2026

Een leeg huis


Het huis van mijn moeder moeten we leeg halen. Ik schreef al eerder hoe de wereld van mijn moeder steeds kleiner wordt. En nu ze in een verpleeghuis zit, blijft er een onbewoond huis achter. Onbewoond maar nog bezield met haar leven en spullen. Een koper meldt zich al snel. En dus moet het huis leeg. Het voelt raar. Alsof we haar leven al moeten opruimen.

Ik ga achter haar bureau zitten. Het is een bureaublad dat vol ligt met briefjes. Het bureau heeft acht laden. Ook vol met papiertjes. En een bureaukast. Ook vol papieren. Ik voel me een beetje een voyeur. Ik vind vele briefjes met namen en telefoonnummers. Soms met een mailadres. Ook telefoonnummers van bedrijven die ze wel eens nodig had. Mijn moeder had hard haar best gedaan om een beetje te kunnen mailen en te Whatsappen. Maar zoeken op internet was al een opgave. Daarom schreef ze alles op. De briefjes met namen en nummers waren haar manier om nog grip te houden op de werkelijkheid. Ik kijk naar de ontreddering van mijn moeder in deze stapel met briefjes. 

Ondertussen ruimen mijn kinderen de keuken leeg. Ze vinden nootjes die nog houdbaar waren tot 2016. Marsepein, houdbaar tot 2004. En zelfs potten zonder aanduiding van datum. Weggooien vond mijn moeder zonde. Mijn vader evenzeer.

Dit weet ik niet

Ik pak de postzegelverzameling van mijn vader in. Die verzamelde hij hartstochtelijk tot aan zijn dood bijna twee jaar geleden. In het gezin waar ik in opgroeide werden alle postzegels bewaard. Ze werden afgescheurd en in een potje gestopt om later af te weken. Die routine is nooit verdewenen. De verzameling van mijn vader gaat in vijf verhuisdozen. Mijn broer en zus hebben gevraagd of ik daar nog eens naar wil kijken. 

Daarna vind ik belastingpapieren van meer dan 20 jaar geleden, de koopakte van vier huizen geleden, een verlopen rijbewijs uit de jaren 80. Twee oude TomToms, vijf perforators, nee, zes. Een plaatje van zwemdiploma A dat je op je zwembroek moest doen, medailles van de avondvierdaagse en een schaatsmedaille.  Ik vind een geldkist, een tweede, een derde, een vierde. Allemaal al leeg overigens. En sleutels. Heel veel sleutels. Zelfs een zakje met sleutels waarop mijn moeder schreef 'Dit weet ik niet'. 

Droge metworst

Ik kom schoolrapporten van mijn moeder tegen. Ze deed de huishoudschool en daarna een opleiding tot gezinsverzorger. Ze moest kinderliedjes leren, leren strijken, een kruik klaar maken of een zieke verzorgen. En je leerde een windring vullen. Ik had nog nooit van het woord gehoord. Dat woord mag u zelf opzoeken. En ze kreeg een lijstje voor als je bejaarden een cadeautje moest geven. Wat nam je dan mee? Dat ziet u hieronder. Postpapier voor een dame en een droge metworst voor een oude kerel.

Ik ploeg verder door alle papieren. Ik zie bankafschriften uit 1985 waarin ik de administratie van mijn vader terugvind die hij bijhield van hun winkel. En ik vind jaarrekeningen vanaf 1978. Ik tref krantenartikelen en publicaties aan over mij of over mijn zus of broer. Mijn ouders bewaarden dat netjes. Ongeordend en op vijf plekken maar als je maar nooit iets weggooit, is het toch bewaard. 

Mijn zus ontfermt zich ondertussen over allerlei fotoboeken. We vinden nog een foto uit 1971, mijn geboortejaar. Die foto vind je boven aan dit verhaal. Mijn opa en oma waren veertig jaar getrouwd. Ik was net geboren en lig in de handen van mijn oma. Naar deze foto waren we al een tijdje op zoek. Hij stond lang bij mijn oma maar verdween na haar overlijden uit beeld. Mijn moeder had die dus. Mijn oom die helemaal rechts staat op de foto, maakte de foto. Als je heel goed kijkt zie je dat hij een draadje vasthoudt - de zelfontspanner - waar hij de camera mee bedient. Mijn moeder - staand helemaal links - draagt een pruik. Dat was toen hip. 


Een leven trekt voorbij

De betreffende pruik heeft ze bewaard. Wij hebben die voor veel feestjes gebruikt. En ik neem de pruik maar mee. Net als de handschoentjes die ze droeg bij haar huwelijk. En een heel klein draagbaar Maria-kappeletje. Kleine relikwieën van een groot leven.  

Haar leven trekt zo voorbij in die paar dagen dat we daarmee bezig zijn. Niet lang geleden vertrok mijn moeder naar een verpleeghuis. En nu een leeg huis. Hoewel het niet het huis is waar ik opgroeide, realiseer ik me wel dat er geen ouderlijk huis meer is om samen naar terug te keren. Dat maakt me wat verdrietig en weemoedig. Want het blijft natuurlijk een stap in het onvermijdelijke afscheid.  

Als ik nog even bij mijn moeder langs ga in het verpleeghuis, geef ik haar de familiefoto maar ook een verlate kerstkaart die nog in de brievenbus zat in haar huis. Ze is blij met de foto. Daarna leest ze de kaart en zet hem tussen de andere kaarten. Dan pakt ze de envelop en scheurt zonder nadenken de postzegel af. En legt die bij vijf andere afgescheurde postzegels die al op de fruitschaal liggen. 

De postzegels worden nog altijd bewaard. En ik hoop dat ze dat nog een tijdje doet.