Posts tonen met het label ramsey nasr. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ramsey nasr. Alle posts tonen

zaterdag 25 maart 2017

Leve de Boekenweek! Waarom je verboden vruchten moet koesteren

Het is zaterdagochtend en ik word wakker op de eerste ochtend van de boekenweek. Thema: verboden vruchten. Ik draai me om en pak nog slaperig mijn boek van het nachtkastje: 'Mi have een droom, alle vaderlandse gedichten' van  Ramsey Nasr. Ik lees verder waar ik aan het begin van de nacht geëindigd was. 
Een verhaal over zijn bezoek aan Beijing in september 2011. Nederland was gastland op de boekenbeurs. Ik zie hem worstelen: 'Wat moet ik in dit land waar geen schrijver vrij is, waar geen gedachte onbespied en waar de kunst niet zo maar mag bestaan?'  Moet hij opstaan en zich uitspreken tegen het regime? Moet hij in bedekte termen en metaforen zich uitdrukken zodat mensen tussen de regels zijn boodschap horen? Of moet hij helemaal niks zeggen omdat hij lokale schrijvers daarmee in gevaar brengt. 
Hij ontmoet de kunstenaar Ai Weiwei in een ruimte die vergeven van camera's. En daar bespreken ze dit thema. En langzaam wordt helder hoe censuur letterlijk en figuurlijk hele werelden verborgen houdt voor burgers. Dat men niet kan weten hoe de wereld in elkaar omdat men is afgesneden van informatie. 
Onze Tweede Kamerverkiezingen zitten er net op. We hebben zelf mogen kiezen hoe dit land eruit ziet. We kunnen ons vol enthousiasme storten op de boekenweek is 'Verboden vruchten'.  Ik zie boekhandels die fruit inzamelen voor de voedselbank, bibliotheken met bierproeverijen en lezingen in de kroeg. Ik zal zelfs een boekhandelaar op het NOS-journaal erotische gedichten voordragen. 
Het kan allemaal. Of het nu banaal is, triviaal of literair.  Ik kan zelf een mening vormen. Mijn internet is ongefilterd. Mijn huis wordt niet bewaakt met een camera. Ik woon in het witte del op deze kaart.

Ik kan schrijven wat ik wil.
Ik kan lezen wat ik wil.
Leve de Boekenweek
Koester uw verboden vruchten
Sonnet voor 456 letters
En hier gebeurt het allemaal: vanbinnen
liggen de zinnen doodstil ingeklapt
als chromosomen, diep onder mijn kaft.
Ze wachten op een oog om te beginnen.
U leest – en loom weet zich een vers te ontspinnen.
Het was een val, u bent erin getrapt.
Geen geld of eeuwigheid wordt u verschaft.
Hooguit een ander heeft hier bij te winnen.
Andermans letters kapen uw gedachten:
mijn minutieus verzonnen DNA
heeft uit het niets al wat bestaat onttroond.
Mijn lichaam fonkelt op geroofde krachten.
Voel hoe ik groei en blakend openga.
Wie leest, wordt door het leven zelf bewoond
Ramsey Nasr

vrijdag 31 december 2010

En dan gaan al die mensen weer voouit kijken...



Nog een paar uurtjes en dan is dit jaar voorbij. Alle jaaroverzichten hebben we gehad en dan begint het grote vooruitkijken. Dan krijgen we het gezemel over wat er in 2011 allemaal op de rol staat. En ook ik en vele bloggers met mij gaan zich daar natuurlijk schuldig aan maken.

Zo ook Ramsey Nasr, onze dichter des vaderlands. Alleen kijkt hij maar vast vooruit naar 2059. Kijk dat schiet tenminste op!

Wie de tijd neemt om echt naar dit gedicht te luisteren hoort de ironie van 2010. De ironie van de ontkenning van de veelkleuigheid van ons land. Waarin we net zolang gedogen tot elke nuance verdwenen is.

zaterdag 24 juli 2010

t is lettertuig meneer, t zijn allemaal kakkerlakken


"t is lettertuig meneer, t zijn allemaal kakkerlakken, as ge erop trapt dan leggen ze eikes met inkt in"

Het zijn woorden van Ramsey Nasr, de Palestijnse Hollander, zoals hij zichelf ook wel noemt. En thans figurerend als dichter des vaderlands. Zijn intredegedicht - "Ik wou dat ik twee burgers was" - vind ik nog steeds een weergaloos tijdsbeeld. Maar daar wilde ik het niet over hebben.

Nee daar ging het niet over. Het ging over dat lettertuig. Bovenstaande fragment komt uit het gedicht "Achter een vierkante vitrine", is geschreven in 2005 bij de opening van Permeke, de stadsbibliotheek van Antwerpen. Want behalve dichter des vaderlands was Ramsey Nasr de tweede stadsdichter van deze stad. Hij volgde Tom Lanoye op en na hem kwam Bart Moeyaert en daarna weer Joke van Leeuwen. En ze woonden allemaal in Antwerpen. Ik ben wel jaloers op die mensen in Antwerpen. Zo'n mooi gezelschap van stadsdichters.

En in die functie mag hij een gedicht schrijven voor de nieuwe stadsbibliotheek. Een prachtig gedicht. Zelf zeg hij erover: "Lezen is een vorm van verteerd worden. De vraag is: door wie? We denken graag dat wij het zijn die een boek consumeren, wij nemen het werk tot ons, en een goede roman wordt doorgaans verslonden. Volgens mij is het echter andersom. Letters zijn geen prooien, maar roofdieren." Daar heeft hij me wel te pakken. Het perspectief kantelt: lezers als slachtoffers. Als verslaafden.

De nieuwe stadsbibliotheek in Antwerpen is gebouwd op een plek waar je vroeger niet durfde te komen. Een hol voor daklozen en junks. Door juist een bibliotheek te bouwen op zo'n plek maak je een statement: wij geloven in betere samenleving, een samenleving met een goede plek voor iedereen. En daar is de bibliotheek - ook wel aangeduid als "de kubus" - de uitdrukking van.

Om tegemoet te komen aan uw verslaving naar poëzie, kan hier een uitgebreider fragment niet ontbreken. Maar graag verwijs ik u ook naar het hele gedicht. Leest Nasr!

ja ik heb lettervraat
maar ik kan mijn schuld niet eten

ziet u meneer
dit valt mij zwaar
maar

heeft u
misschien
een letter voor mij
om thuis te geraken

meneer
kunt u een letter missen
voor een slaapplek
maaltijd
ik kom nog net een halve letter
tekort voor

nee
ik zal eerlijk met u zijn
ik heb het vandoen
ik heb het gewoon nodig
ik moet naar de kubus
nu

nu meneer
helpt u mij
en ik zal
u en mij
verbeteren

ik geef toe
ik ben de getande zwakkeling
ik ben lezer geworden

ik moet zelf eten
zelf schrijven
vuur met vuur bestrijden
letters verzamelen
rond dit verhitte lijf
ze vastbinden
africhten
als inktzwart bestek
meneer

ik moet eten
meneer

ik moet
dit plein
deze stad
met taal terroriseren

ik moet
als een plaag
van wandelende blaren
doorheen stad

ik wil een overlast
voor de mensen wezen

ik zal
mijn wankel volk
op nieuw
le ren
le zen