Posts tonen met het label hardlopen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hardlopen. Alle posts tonen

zaterdag 2 november 2024

You'll never walk alone


Sorry jongens en meisjes. Dit weekend geen stuk over bibliotheekwerk. Soms zijn er belangrijker zaken. Beloof ik volgende week weer een blogje te schrijven over bibliotheekwerk.
Want vandaag liep ik mijn 60e halve marathon in wedstrijdverband. In 2.03 uur in Epe. Een halve marathon die ik zeker al tien keer gelopen heb. Het parcours kan ik dromen. Rennen is voor mij veel meer dan alleen bewegen. Rennen is voor mij de manier om de mentale balans te houden. En de Halve Marathon is daarbij de metafoor voor het leven. Alles komt daarin voorbij. Toen ik wist dat ik mijn 60e ging lopen wist ik al dat dat speciaal zou worden. Mijn leeftijd begint langzaam mee te spelen. En dat het speciaal werd, ervoer ik aan den lijve. Na kilometer acht viel mijn loopmaatje weg en liep ik alleen. Ik was nog alleen met mijn gedachten. En de kadans van mijn voeten. En vanaf dat moment spookte het in mijn hoofd. Mijn leven besprong me. Ik zag mezelf als klein kind, als opstandige puber en zo door. Alle afslagen in mijn leven kwamen voorbij. De hoogte- en de dieptepunten. Ergens rond kilometer 12, ik loop dan al een tijdje alleen, hoor ik plotseling ‘You'll never walk alone’ in mijn hoofd. Was nooit mijn type muziek maar nu raakt het me. De tranen zitten me hoog. Ik loop hier alleen, maar ik ben niet alleen. En hoe vermoeider ik word, hoe meer mijn hoofd zijn koppositie opgeeft en mijn lichaam het overneemt. Die uitspraak leen ik van mijn dochter die ook meerent. Ergens ver voor mij.


Na kilometer 16 voel ik dat de man met de hamer achter me loopt. En hij komt dichterbij. Een beetje zoals het leven zelfs. Ooit komt de man met de hamer. En op dat moment komen de namen voorbij van vrienden, familie en collega’s die ik te vroeg verloor. En ja, ik huilde bij die kilometers. Maar ik blijf lopen, de kadans blijft, het ritme stabiel. De man met de hamer haalt mij niet in. Langs het parcours duikt een vriendin op die aanmoedigt. Aan het eind staan mijn kinderen met spandoeken te wachten. Mijn oudste blijkt dan inmiddels derde te zijn geworden bij de dames. De halve marathon als metafoor van het leven. Blijven lopen en zelfs als je in je eentje loopt: You'll never walk alone...

zondag 4 september 2022

Rennend op de kadans van het bestaan


Toen ik rond de dertig was, liep ik tegen overspannenheid aan. Een jong gezin, een nieuw huis en een baan met succes waarbij het werk explodeerde. Mijn toenmalige directeur zag het gelukkig en hielp me op tijd om mijn leven op de rit te houden. Het was in die tijd dat ik weer begon met hardlopen. Eerst kleine stukjes en heel stapsgewijs werd het steeds langer. Een paar kilometer werd vijf kilometer en vijf kilometer werd stapsgewijs tien. En meer.

Na een tijdje vroeg een vriend of ik geen zin had om met hem mee te doen aan een hardloopwedstrijd. Eén wedstrijd werden er meer. Niet voor de tijd, want ik bleef altijd een grote amateur, maar wel omdat het leuk is om samen met anderen in een licht competitief verband samen te zijn. En een beetje om te kijken waar je staat. Korte loopjes van vijf en tien kilometer werden langere wedstrijden van tien mijl en halve marathons. En de tijden werden sneller. 

In het voorjaar liep ik, na twee jaar coronaleed, weer een halve marathon met publiek.  Het was de halve marathon van Enschede. En na afloop dacht ik: hoeveel heb ik er eigenlijk al gelopen op deze manier? Ik liep alle uitslagen nog eens na en telde de medailles die ik had. Het waren 49 halve marathons. Dit naast een klein dozijn 10 kilometers en een handvol loopjes van 10 mijl. Mijn volgende halve marathon zou dus mijn 50e zijn! 

Ik keek op de hardloopkalender. De meest logische keus als 50e halve marathon was die van Dalfsen op zaterdag 3 september. Al vele malen gelopen. En zo kwam het dat ik gisteren een klein jubileum vierde: mijn 50e halve marathon in wedstrijdverband. 50 halve marathons in wedstrijdverband die ik zo in twintig jaar bij elkaar had gescharreld. 

Mijn kinderen werden groot met een vader die hard liep en af en toe aan wedstrijden meedeed. Goed voorbeeld doet goed volgen. Mijn oudste dochter loopt ondertussen ook niet onverdienstelijk. Zij wilde wel mee naar Dalfsen voor een 10-kilometerloop. Dat zou haar eerste zijn. Maar toen we samen trainden was mij wel duidelijk dat zij met gemak ook de halve marathon zou kunnen lopen. Een beetje tot verbazing van mijn dochter zelf. Wie goed tussen de regels door leest: papa liep met de tong op zijn schoenen achter zijn dochter aan. 

Dalfsen dus. Tenminste, dat dacht ik. Want drie dagen voor de start, stuurde de organisatie een mail dat de halve marathon niet door zou gaan. Er waren te weinig vrijwilligers om het parcours veilig af te zetten. Ik kon wel een tien kilometer lopen als vervanging. Dat zou normaal gesproken natuurlijk een prima alternatief zijn geweest. Maar niet deze keer. Op de hardloopagenda bleek er op korte termijn niet een goed alternatief. En dus maakten mijn dochter en ik de kleinste halve marathon in wedstrijdverband die er bestaat: met twee personen. Ik verklap vast: ik werd tweede. 

Onze halve marathon van Deventer kende een parcours door de vele buitendorpen. Ik zal toegeven dat mijn dochter wel af en toe op mij moest wachten en de laatste kilometers heb ik haar ook niet meer terug gezien. Zij had nog energie over terwijl bij mij het licht langzaam uit ging. Maar goed, een tijd rond de 2:06 is voor mij nog altijd acceptabel. 

Hoeveel halve marathons in wedstrijdverband ik nog ga lopen weet ik niet. Stap voor stap word ik langzamer en is het de keus om harder te trainen of om langzaam uit dit peloton te verdwijnen. Een volgende generatie loopt mij inmiddels ver voorbij. Ook op andere vlakken zal dat me steeds vaker overkomen. Hardlopen is net het leven zelf.  Of ik dus nog veel halve marathons doe, zal de tijd wel leren. De wedstrijden zijn geen noodzaak voor mij. Dat is het hardlopen zelf wel.

Als ik ren lijkt alle onrust in mijn hoofd op zijn plek te vallen. Ik weet niet hoe dat werkt maar het gebeurt. Ik ben alleen met mezelf en voel alleen mijn lichaam. Niets aan mijn hoofd en slechts het ritme van mijn voeten. Rennend op de kadans van het bestaan. Met elke stap lijkt een stukje van de puzzel van het leven gelegd te worden. Op momenten dat het tegen zat in mijn leven, ging ik meer hardlopen. En het werkte. En op momenten dat het goed ging, ging ik niet minder lopen. Zolang ik ren, weet ik dat ik mentaal in balans blijf. Hardlopen is de barometer van mijn bestaan.

Ik ren dus ik ben.

zaterdag 13 februari 2016

Het schuurpapier van Murakami, Pamuk en Voskuil... of hoe nieuwsgierigheid wint van twijfel

Huraki Murakami is een bejubelde auteur. In het verleden las ik 'Norwegian Wood'. En ik was maar matig onder de indruk. Was het het feit dat het zo bejubeld was, dat de verwachtingen te hoog gespannen waren? Was het de manga-achtige stijl die surrealistisch door het boek zwierf? Of was ik gewoon een cultuurbarbaar? Ik had immers 'Het museum van de onschuld' van Orhan Pamuk ook met hangen en wurgen uitgelezen. Wat had ik een hekel aan de hoofdpersoon aan het eind van dat boek! En datzelfde overkwam mij bij 'Het bureau' van Voskuil. Na één deel schreeuwde alles in mij: niet nog zoveel delen!

Ik gaf Norwegian Wood aan een vriend en ik zei erbij dat ik het met gemengde gevoelens had gelezen. Dat hij dus niet teleurgesteld moest zijn als hij dat ook zou zijn. Die avond stuurde hij mij een berichtje. Dit moet je eens lezen:
'Pijn valt niet te vermijden, maar lijden staat vrij'. Als je bijvoorbeeld tijdens het lopen denkt: 'Pff, dit is lastig. Ik kan niet meer', dan is dat 'lastig' een onvermijdelijk feit, terwijl het 'niet meer kunnen' hoe dan ook iets is dat je zelf uit maakt. Volgens mij vatten deze woorden kort en bondig de marathonsport samen
Wat bleek: een citaat uit een boek van Murakami... Een boekje over hardlopen. Even was ik vertwijfeld. Ik had de smaak van schuurpapier nog in mijn mond van Norwegian Wood. Moest ik nou toch dat andere boek van hem gaan lezen? De nieuwsgierigheid won het van de twijfel. En ik begon met het boekje 'Waarover ik praat als ik over hardlopen praat'.

Murakami doet in grote lijnen zijn levensverhaal uit de doeken: over hoe hij na zijn studie een jazzclub opbouwt, hoe hij die verkoopt, hoe hij begint met hardlopen en hoe hij zijn eerste roman schrijft. Voor iedereen die - net als ik - heel regelmatig hard loopt, is de rol van het hardlopen in zijn leven heel herkenbaar. Hardlopen wordt een moment in de tijd waar gedachten samenkomen, stilvallen en weer opnieuw in beweging komen. De herkenbaarheid dat je iets aan je conditie aan het doen bent maar dat het geheel aan bewegingen groter is dan alleen verbetering van je conditie. Ik geeft toe: hardlopen hangt tegen religie aan.

Murakami schrijft dan ook aan het eind:
Natuurlijk weet ik ook niet hoelang ik die cyclus van onrendabele bezigheden nog effectief kan volhouden. Maar ik heb het tot nu toe met zoveel volharding en zonder het beu te worden gedaan, en dus zou ik het, zolang het toch enigszins kan, toch graag blijven doen. Langeafstandswedstrijden hebben me gevormd en gemaakt tot wie ik nu ben. Wellicht zullen ze dus, zolang dat mogelijk is, ook van mijn verdere leven deel uit blijven maken, zodat we samen oud kunnen worden.
Op die manier komen en gaan de seizoenen en vliegen de jaren voorbij. Ik zal een jaartje ouder worden en vast weer een nieuwe roman voltooien. In ieder geval zal ik de te aken die voor me liggen ene voor een aanpakken en me er zo goed mogelijk van kwijten. Ik concentreer me op elke stap die ik voorwaarts zet. Maar tegelijkertijd bekijk ik de dingen ook op een zo lang mogelijke termijn en probeer ik zo vooruitziend mogelijk te zijn. Tenslotte blijf ik immers een langeafstandslopers.
Murakami is marathonloper, maakte uitstapjes naar ultra-marathons en doet af en toe een 1/4 triathlons.  Hij schrijft dat hij geen hele triathlons doet omdat dat teveel training zou vragen en hem weg zou houden bij het schrijven. Het lopen ondersteunt zijn schrijven en niet andersom. Dat is heel herkenbaar voor mij. Om die reden blijf ik hangen bij halve marathons en blijf zelfs weg bij de triathlons.

Misschien moet je marathons lopen om 'Norwegian wood' te begrijpen. De gedachten moeten zo lang en ver weg kunnen dwalen om het onnavolgbare te begrijpen. Voor alle mindere lopers - zoals ik - rest slechts het boekje 'Waarover ik praat als ik over hardlopen praat'.

Reserveer hier het boek via Literatuurplein

maandag 20 april 2015

Het S-woord, hardlopen en bibliotheken


Gisteren liep ik de halve marathon in mijn eigen woonplaats. En plotseling viel me iets op wat me ik in al die jaren wel had gezien maar wat niet tot me was doorgedrongen. Het gaat over het S-woord: samenwerken. En dat is toch wel bijzonder, want er is nauwelijks een meer individuele sport te bedenken dan hardlopen.

S-woord en hardlopen
Ooit vertelde ik voor een groep bibliotheekmedewerkers dat ik mijn beste hardlooptijd onder zeer slechte omstandigheden had gelopen. Ook een halve marathon en er stond windkracht 8 op het parcours. Een parcours dat ook nog eens bestond uit lange rechte wegen waarvan een deel vol in de wind. Bij een halve marathon is het deelnemersveld vaak niet zo groot. Lopers lopen dan ook al snel een eindje uit elkaar. Die dag was dat niet het geval. Iedereen ging in groepjes lopen, zodat je met elkaar uit de wind loopt. Doordat je met een groepje loopt, hou je niet alleen elkaar uit de wind maar je motiveert elkaar ook om hetzelfde tempo te houden. Wie moe is, dwingt zichzelf nog even aan te pikken, want wie de groep verlaat weet dat zijn motivatie een flinke duw krijgt waardoor snel tempo verliest.

Samenwerken doe je voor jezelf en je helpt toevallig ook nog een ander
Sindsdien weet ik dat het lopen in groepjes evident voordelen heeft. En gisteren betrapte ik mezelf erop dat ik daar ook automatsich op let. De eerste kilometers kijk je om je heen: wie loopt er ongeveer even snel? En gisteren zag ik dat meer mensen dat deden. Er wordt niet gepraat maar heel stilletjes worden er groepjes gevormd. Tot de derde kilometer liep ik alleen en daarna ontstond een groepje van ongeveer zes lopers. Vooraan liepen een man en een vrouw die duidelijk bij elkaar hoorden. Daar achter 'hingen' nog vier lopers. De man en de vrouw liepen een strak tempo dat ze de hele wedstrijd volhielden. Bij de waterposten viel het soms even uit elkaar. Iemand staat even stil, anderen lopen door. Maar binnen een paar honder meter zat dit groepje weer bij elkaar. Tot ongeveer elf kilometer na de start. Twee lopers moeten lossen.

Mart en ik
Bij kilometer veertien zetten de man en de vrouw licht aan. De andere loper en ik moeten ze laten gaan. Meter voor meter lopen ze weg. Ook nu wordt er niet gesproken. Ze gaan gewoon. We blijven met z'n tweeën over. Hij heet Mart - zie ik aan zijn shirt - en is ongeveer oud als ik. We maken een bocht en draaien de wind in. Ik zeg tegen hem dat we niet meer naast elkaar lopen maar even om elkaar heen gaan draaien. Om de beurt vangen we de wind. En verdraaid, we lopen langzaam weer in op de twee andere lopers.

Bij kilometer zestien zit een kasseienweggetje, een vals plat en een zandweg. De man en de vrouw lopen weer bij ons weg. Mart vraagt of er een nog waterpost komt, hij heeft dorst. Ik weet dat die over een kilometer komt. Even denk ik dat hij afhaakt. Ik haas hem naar de waterpost. Daarna komen de zwaarste kilometers, nummertje achttien en negentien. Er zit nog een klimmetje de brug op bij kilometer negentien. Mart trekt me omhoog en bij de afdaling, loopt hij bij me weg. Hij finisht dertig seconden voor mij.

Na de finish kom je elkaar nog even tegen, met een bezweet lichaam geef je elkaar een hand en bedankt elkaar voor de hulp. En daarna ga je weer ieder zijn weg. Soms kom je elkaar bij een volgende wedstrijd weer tegen.

Eigen belang en wederzijds belang liggen in elkaars verlengde
Het zijn gelegenheidscoalities. Stille samenwerkingen. Ieder wil zijn eigen resultaat halen maar weet ook dat de hulp van een ander daarbij weleens cruciaal kan zijn. Door samen te werken maak ik niet alleen gebruik van een ander maar die ander heeft ook iets aan mij. Want zonder elkaar kun je geen groepje vormen. Eigen belang en wederzijds belang liggen in elkaars verlengde.

Hardlopen en bibliotheken
Bibliotheken lijken wel wat op hardlopers: ze worden lokaal gefinancierd en hebben geen directe verplichting om zich te verbinden met andere bibliotheken uit andere plaatsen. Tegelijkertijd weten bibliotheken van nature dat als een ze een topprestatie willen neerzetten, ze wel moeten samenwerken. Je moet samen ontwikkelen, samen exploiteren en elkaar soms uit de wind houden in barre tijden. Bibliotheken vormen een keten die op lokaal niveau tot de beste maatschappelijke rendementen moet komen. Net als hardlopers kun je in de uitvoering slim van elkaar gebruik maken, maar uiteindelijk telt je eigen eindtijd.

De wedstrijd die bibliotheken lopen is vergeven van tegenwind, kasseienweggetjes en venijnige klimmetjes.  Kijk naar de partners om je heen, zoek elkaar stilletjes op en maak gebruik van elkaars kracht.

Gezamenlijk haal je indvidueel de beste prestatie.

Foto: www.mprofe.com