Hoe een twaalfjarige je marketingafdeling wordt.
Posts tonen met het label alles behouden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label alles behouden. Alle posts tonen
zondag 14 april 2019
Hoe een twaalfjarige je marketingafdeling wordt....
Hoe een twaalfjarige je marketingafdeling wordt.
zaterdag 13 april 2019
Het dagboek van een amateur-schrijver
De afgelopen week op woensdag kwam mijn boek uit. U weet wel dat boek over dat bijzondere noodfiliaal van de bibliotheek Deventer aan het eind van de oorlog. Ik vond dagboekjes en reconstrueerde het bijzondere verhaal. Dat boek kwam uit en het werd een bijzondere week. Ik neem u even mee wat allemaal voorbij kwam. Het dagboek van een amateur-schrijver.
Zaterdag: regionale krant
De week begon al op de zaterdag ervoor. De Stentor/Deventer Dagblad besteedde veel aandacht aan het boek. Dat levert natuurlijk altijd leuke reacties op.
Maandag: laatste kaartjes....
Op maandag krijg ik aan het eind van de dag een mailtje dat de rondleiding door de bibliotheek (die voorafgaat aan boekpresentatie) helemaal vol zit en dat we ook de laatste kaarten hebben voor de boekpresentatie zelf. De teller staat dan inmiddels op 130 mensen met een kaartje.
Dinsdag: misgrijpers
Op dinsdag krijg ik van een paar bekenden een berichtje dat ze inderdaad niet meer aan kaartjes kunnen komen voor de rondleiding en of ik niet wat kan ritselen. Nou, de eerste mensen kan ik nog wel helpen maar daarna zijn ook mijn troefkaarten wel op. Het is jammer maar helaas.
Woensdag: onderweg naar de boekpresentatie
Op woensdagochtend verschijnt het huis-aan-huis-blad van Deventer met een interview. Het is een mooi artikel geworden maar de journalist - die ik nog kende uit een ver verleden - heeft consequent elke naam fout gespeld. Ook wel een prestatie.
In de ochtend signeer veel boekjes die in de avond aan mensen zullen worden gegeven die hebben meegewerkt en voor de familieleden van Corrie van Ommen en Betty de Gaaij, de twee hoofdpersonen in het dagboek.
In de middag ben ik nog even in de bibliotheek bij het WOII-café. Dit een project van het Historisch Centrum Overijssel, Rijnbrink en RTV Oost. Met de dagboekjes onder de arm vertel ik ook daar een verhaal en dat zou zo maar binnenkort eens uitgezonden kunnen worden bij dit programma.
Aan het eind van de middag bereid ik de laatste zaken voor, voor de boekpresentatie. Sommige stukken die ik 's avonds wil voorlezen, lees ik nog eens hardop voor. En ik merk dat ik opnieuw ontroerd raak bij het lezen van de dagboekfragmenten.
De boekpresentatie
En dan tikken de laatste uren weg. Ik merk dat de spanning bij me toeneemt. We zijn op tijd bij de bibliotheek. De eerste mensen komen binnen. Mijn eigen bandje - het Deventer Jazz Orkest - bouwt op en begint met spelen. Het klinkt prachtig. Ik ben zelf nooit luisteraar maar speel normaal gesproken mee maar dan luister je toch anders. Ik hoor wat de muziek met de ruimte doet, de ruimte krijgt meer kleur en sfeer. De presentatie staat klaar op het scherm, het geluid getest, de boekjes liggen klaar.....
En daar gaan we. Alice van Diepen, de directeur van de bibliotheek, heet welkom en vertelt iets over de vondst van de dagboekjes. Daarna mag ik vertellen over het boek. Heb ik niet teveel fragmenten uitgekozen? Past het in de tijd?
De zaal is muisstil en ik zie dat de zaal hetzelfde meemaakt wat ik zelf meemaakte bij de dagboeken: ontroering om de kleine gebeurtenissen in de grote geschiedenis. De opluchting komt als de bevrijding er werkelijk is.
De familie van Corrie van Ommen en Betty de Gaaij krijgen de eerste exemplaren. Probeer u voor te stellen dat iemand u opbelt en dat diegene zegt dat hij of zij een dagboekje heeft van uw familielid dat al is overleden? Dat is wat zij meemaakten. En dat is wat ik hen mocht vertellen. Samen met hen legde ik delen van de puzzel. Maar evenzeer met een natuurlijk netwerk dat ontstond rond het boek: iemand die goed in genealogie was, iemand die kind aan huis was bij het stadsarchief of iemand die telkens hielp als ik toch nog wat nodig had uit de bibliotheek.
Iedereen die aan het boek meewerkte zetten we nog één keer in het zonnetje. Het applaus klinkt nog één keer en dan ben ik geruime tijd zoet met het signeren van boekjes voor bekende en minder bekende mensen. Heel even voel je je dan echt beroemd. De band staat al weer te spelen, er zijn hapjes en drankjes en mensen bedanken voor de mooie avond.
Donderdag en vrijdag
Op donderdag en vrijdag krijg ik eerst veel complimenten over de avond en langzaam verandert dat in reacties van mensen die het boek ondertussen zelfs al gelezen hebben. En die reacties zijn zonder uitzondering positief.
Een bibliotheekdirecteur die het leest laat me weten:
Ook verschijnt InformatieProfessional op vrijdag en die besteed vijf! pagina's aan het dagboek. Dat hadden we inderdaad al samen voorbereid maar als het het in handen hebt, is het toch prachtig om te zien. Volgende week tijdens het bibliotheekcongres komt ook het nieuwe Bibliotheekblad uit en zal ook dit blad nog aandacht besteden aan de dagboekjes.
Zoveel mogelijk mensen bereiken met een verhaal
Wat een jaar geleden begon met een speurtocht in een archief en avond waarin ik in één keer het dagboekje van Jamin uitlas, is dan nu een echt boek. Mijn doel om zoveel mogelijk mensen met dit bijzondere verhaal te bereiken is daarbij werkelijkheid geworden. Ik heb er ontzettend veel plezier aan beleefd. Of het nu het onderzoek en het schrijven was of het organiseren van de financiering of de onbeschaamde promotie. Het project heeft me twee keer een vakantieweek gekost en vele avonden en weekenden. Een tijdlang heb ik echt het gevoel gehad dat ik twee banen tegelijk had. Maar je kunt je niet voorstellen hoe mooi het kan zijn om puzzelstukje voor puzzelstukje de geschiedenis te onthullen en iets wat lange tijd verborgen bleef op een waardevolle wijze aan het licht te brengen.
Maandag: laatste kaartjes....
Op maandag krijg ik aan het eind van de dag een mailtje dat de rondleiding door de bibliotheek (die voorafgaat aan boekpresentatie) helemaal vol zit en dat we ook de laatste kaarten hebben voor de boekpresentatie zelf. De teller staat dan inmiddels op 130 mensen met een kaartje.
Dinsdag: misgrijpers
Op dinsdag krijg ik van een paar bekenden een berichtje dat ze inderdaad niet meer aan kaartjes kunnen komen voor de rondleiding en of ik niet wat kan ritselen. Nou, de eerste mensen kan ik nog wel helpen maar daarna zijn ook mijn troefkaarten wel op. Het is jammer maar helaas.
Woensdag: onderweg naar de boekpresentatie
Op woensdagochtend verschijnt het huis-aan-huis-blad van Deventer met een interview. Het is een mooi artikel geworden maar de journalist - die ik nog kende uit een ver verleden - heeft consequent elke naam fout gespeld. Ook wel een prestatie.
In de ochtend signeer veel boekjes die in de avond aan mensen zullen worden gegeven die hebben meegewerkt en voor de familieleden van Corrie van Ommen en Betty de Gaaij, de twee hoofdpersonen in het dagboek.
In de middag ben ik nog even in de bibliotheek bij het WOII-café. Dit een project van het Historisch Centrum Overijssel, Rijnbrink en RTV Oost. Met de dagboekjes onder de arm vertel ik ook daar een verhaal en dat zou zo maar binnenkort eens uitgezonden kunnen worden bij dit programma.
Aan het eind van de middag bereid ik de laatste zaken voor, voor de boekpresentatie. Sommige stukken die ik 's avonds wil voorlezen, lees ik nog eens hardop voor. En ik merk dat ik opnieuw ontroerd raak bij het lezen van de dagboekfragmenten.
De boekpresentatie
En dan tikken de laatste uren weg. Ik merk dat de spanning bij me toeneemt. We zijn op tijd bij de bibliotheek. De eerste mensen komen binnen. Mijn eigen bandje - het Deventer Jazz Orkest - bouwt op en begint met spelen. Het klinkt prachtig. Ik ben zelf nooit luisteraar maar speel normaal gesproken mee maar dan luister je toch anders. Ik hoor wat de muziek met de ruimte doet, de ruimte krijgt meer kleur en sfeer. De presentatie staat klaar op het scherm, het geluid getest, de boekjes liggen klaar.....
En daar gaan we. Alice van Diepen, de directeur van de bibliotheek, heet welkom en vertelt iets over de vondst van de dagboekjes. Daarna mag ik vertellen over het boek. Heb ik niet teveel fragmenten uitgekozen? Past het in de tijd?
De zaal is muisstil en ik zie dat de zaal hetzelfde meemaakt wat ik zelf meemaakte bij de dagboeken: ontroering om de kleine gebeurtenissen in de grote geschiedenis. De opluchting komt als de bevrijding er werkelijk is.
De familie van Corrie van Ommen en Betty de Gaaij krijgen de eerste exemplaren. Probeer u voor te stellen dat iemand u opbelt en dat diegene zegt dat hij of zij een dagboekje heeft van uw familielid dat al is overleden? Dat is wat zij meemaakten. En dat is wat ik hen mocht vertellen. Samen met hen legde ik delen van de puzzel. Maar evenzeer met een natuurlijk netwerk dat ontstond rond het boek: iemand die goed in genealogie was, iemand die kind aan huis was bij het stadsarchief of iemand die telkens hielp als ik toch nog wat nodig had uit de bibliotheek.
Iedereen die aan het boek meewerkte zetten we nog één keer in het zonnetje. Het applaus klinkt nog één keer en dan ben ik geruime tijd zoet met het signeren van boekjes voor bekende en minder bekende mensen. Heel even voel je je dan echt beroemd. De band staat al weer te spelen, er zijn hapjes en drankjes en mensen bedanken voor de mooie avond.
Donderdag en vrijdag
Op donderdag en vrijdag krijg ik eerst veel complimenten over de avond en langzaam verandert dat in reacties van mensen die het boek ondertussen zelfs al gelezen hebben. En die reacties zijn zonder uitzondering positief.
Een bibliotheekdirecteur die het leest laat me weten:
Ik ben je boekje met veel enthousiasme aan het lezen. Het zet de dagelijkse beslommeringen van de bibliotheek geweldig af tegen de crisis waarin de stad verkeert. Een zakje dropjes is even belangrijk als de hulp aan 3 voortvluchtige jongens op weg naar huis. En de dames reflecteren met humor op alledaagse zaken die niet minder actueel zijn geworden, zoals de heer die stampei schopt over een boek dat hij wel of niet nog thuis heeft... Hulde! Eigenlijk zou iedereen die zich voor de bibliotheek inzet dit moeten lezenEn een boekhandelaar schrijft op internet:
Wat een mooie bibliotheekhistorie van Mark Deckers. Het speelt in de Deventer oorlogsjaren, maar het geeft ook een prachtig beeld van de geschiedenis van de bibliotheken in Nederland in deze periode. Zeer onderhoudend!
Ook verschijnt InformatieProfessional op vrijdag en die besteed vijf! pagina's aan het dagboek. Dat hadden we inderdaad al samen voorbereid maar als het het in handen hebt, is het toch prachtig om te zien. Volgende week tijdens het bibliotheekcongres komt ook het nieuwe Bibliotheekblad uit en zal ook dit blad nog aandacht besteden aan de dagboekjes.
Zoveel mogelijk mensen bereiken met een verhaal
Wat een jaar geleden begon met een speurtocht in een archief en avond waarin ik in één keer het dagboekje van Jamin uitlas, is dan nu een echt boek. Mijn doel om zoveel mogelijk mensen met dit bijzondere verhaal te bereiken is daarbij werkelijkheid geworden. Ik heb er ontzettend veel plezier aan beleefd. Of het nu het onderzoek en het schrijven was of het organiseren van de financiering of de onbeschaamde promotie. Het project heeft me twee keer een vakantieweek gekost en vele avonden en weekenden. Een tijdlang heb ik echt het gevoel gehad dat ik twee banen tegelijk had. Maar je kunt je niet voorstellen hoe mooi het kan zijn om puzzelstukje voor puzzelstukje de geschiedenis te onthullen en iets wat lange tijd verborgen bleef op een waardevolle wijze aan het licht te brengen.
woensdag 3 april 2019
Ik nodig je uit voor mijn boekpresentatie!
Op woensdagavond 10 april om 20.00 uur in de bibliotheek in Deventer is het zover! Dan zal mijn boek 'Alles behouden' het licht zien. Je weet wel, dat boek over de oorlogsdagboeken van Bibliotheek Deventer. Een heel bijzonder verhaal. En jij kan erbij zijn. Je kunt je gratis aanmelden op deze site!
Die datum - 10 april - is niet zomaar gekozen. Het is de dag waarop Deventer bevrijd werd. De laatste maanden van de oorlog waren in Deventer vol spanning. Iedereen wist dat de bevrijding aanstaande was. Maar ook wist iedereen dat om bevrijd te worden er eerst nog gevochten moest worden. Men leefde tussen hoop en vrees. Op woensdagavond 10 april zal ik er meer over vertellen en kun je ook gelijk het boek in bezit krijgen. Het belooft een ontroerende avond te worden, durf ik al wel te stellen.
Bijvangst: Brief van Annie M.G. Schmidt
De laatste keer dit ik jullie bijpraatte over mijn boek was midden januari. Het manuscript was net ingeleverd en de eerste drukproef kwam eraan. Een belangrijke volgende stap was het organiseren van een beetje reuring rond het boek. Zo komen er bijvoorbeeld mooi artikelen in zowel Bibliotheekblad, InformatieProfessional als in het Vlaamse Meta. En verschillende lokale kranten bereiden iets voor.
Maar de grootste publiciteit haalde ik afgelopen weekend geloof ik met de bijvangst van het boekje. Ik meldde bij het interview met het Deventer Dagblad dat ik in de oorlogsarchieven ook nog de sollicitatiebrief had gevonden van Annie M.G. Schmidt uit 1941. Zij solliciteerde destijds naar de functie van directeur. Ze werd het niet in Deventer maar even later had ze wel succes in Vlissingen. Daar zat nog een bijzonder verhaal aan vast. Maar dat moet je hier even lezen in de versie van journalist Judah Bolink van de Stentor. De Stentor plaatste dit artikel in alle weekendbijlagen van de krant.
En dan gaat de bel....
Het weekend na de brief van Annie, ben ik op die maandag thuis. De uitgever heeft gemeld dat mijn boek in de loop van de dag bezorgd zal gaan worden. Maar als ik om half acht 's ochtends onder de douche sta, gaat de bel.... Het zal toch niet? Ja, dus. Ik trek een sprint naar de intercom en laat een waterspoor achter door het appartement. Inderdaad het is de bezorger van het boek. Het is maar goed dat hij even tijd nodig heeft om bij het appartement te komen. Ik klok: in één minuut en achtendertig seconden kan ik me afdrogen, aankleden, m'n haren in de plooi doen en een waterspoor uitwissen. Maar.... dan heb ik mijn boek ook echt in handen. Een bijzonder moment na zoveel werk.
Een muisstille zaal...
De volgende ochtend, op dinsdag, is bij Rijnbrink de maandelijkse medewerkersbijeenkomst. Ik mag er iets vertellen over het boekje en het is voor mij ook de eerste keer dat ik voor zo'n grote groep een paar fragmenten voorlees. Het is muisstil in de zaal en zelf heb ik bij sommige fragmenten ook wel weer een brok in de keel. Door het voor te lezen voel ik weer precies hetzelfde als wat ik voelde toen ik zelf voor het eerst de dagboekjes doorlas. Het is een ontroerend verhaal met een lach en een traan.
Volgende week mag het echt het licht zien. Woensdagavond om 20.00 uur bij de Bibliotheek in Deventer. Je kan er (gratis) bij zijn. Hier even aanmelden. Het belooft een mooie avond te worden!
Tot dan?
zondag 20 januari 2019
Hoe gaat het met je boekje Mark?
Hoe gaat het met je boekje Mark? Ah, fijn dat u het vraagt. In december liet ik u weten dat u het boek al kunt bestellen via uw offline of online boekhandelaar. Deze week kwam de drukproef binnen en moet alles nog eens minuscuul worden nagekeken. En daarmee sluit het productieproces.
Noodfiliaal Jamin
U kent de geschiedenis nog? Bij het februari-bombardement in 1945 raakt Deventer bibliotheek zwaar beschadigd. Men kan niet openblijven in dit pand en men wijkt uit naar drie noodfilialen. Het kantoorwerk verplaatst zich naar het woonhuis van de directeur. Eén van de noodfilialen komt in een gesloten Jaminwinkel en twee 20-jarige leerling-assistentes runnen deze bibliotheek. Zij schrijven over het wel en wee van elke dag en de vorderingen in de grote oorlog.
Hoewel we (want ik ben geholpen door vele mensen) veel materiaal in archieven hadden gevonden, bleef het me steken dat het ons nog niet gelukt was om een foto te vinden van deze Jaminwinkel.... Tot vorige week. Net voor de sluitingsdatum van de drukproef belde Jos Oegema van de bibliotheek mij op dat ze een oud archiefboek van de bibliotheek had gevonden. En jawel: daarin bleken foto's te zitten van de noodfilialen in Deventer. Waaronder dus dat Jaminfiliaal. Die foto ziet u hierboven. En de twee jongedames: Corrie van Ommen en Betty de Gaaij staan als trotse 'bibliotheekdirecteuren-in-spé' voor het nog te openen pand.
Maar dit is hem dus: het filiaal Jamin dat tussen februari en april 1945 werd gerund door deze jongedames.
Nog twee noodfilialen
Overigens waren er nog twee overige filialen. De tweede zat op de hoek van de Sint Jurriënstraat en de Kromme Kerkstraat in de erker van een woonhuis. Jenny Visser -die zowel een baan had bij de openbare bibliotheek als de Athenaeumbibliotheek - zwaaide daar de scepter.
En tot slot was er nog een filiaal in een sigarenzaak in de Bleekstraat (nabij het Go-Aheadstadion). Mejuffrouw Colenbrander - veruit de meest ervaren kracht in 1945 - mocht daar aan de slag. Het huis aan de Sint Jurriënstraat en de sigarenwinkel aan de Bleekstraat zijn nog steeds als zodanig herkenbaar. Het noodfiliaal Jamin - op Lange Bisschopstraat 59 - is thans een vestiging van D-reizen en de gevel is niet meer echt als zodanig herkenbaar.
Directeur Timmenga merkte in feburari 1945 op in een brief aan H.E. Greve dat men nu een bibliotheek begon in een een snoeploze snoepwinkel en een sigarenloze sigarenwinkel. Tja, hoe zou de wereld veranderen als alle snoep- en sigarenwinkels bibliotheken zouden worden....
Boekpresentatie op 10 april
Overigens: het boek zal op de avond van 10 april - de bevrijdingsdag van Deventer - gepresenteerd worden in de gloednieuwe bibliotheek van Deventer. Als je daar bij wilt zijn, laat het me dan weten. Dan zorg ik dat je netjes uitgenodigd wordt en kun je meer horen van deze bijzondere en soms bizarre geschiedenis.
Abonneren op:
Posts (Atom)






