zondag 12 mei 2024

Waarom de Vlaamse bibliotheken jaloers naar Nederland kijken maar waarom er voor beide wat te leren valt


Wat weet u van de bibliotheekwetgeving in Vlaanderen? Nou? Tja, als u niet uit Vlaanderen komt, vermoed ik toch dat dat niet bijster veel is. Want hoeveel ik ook weet van het Nederlands bibliotheekwerk, zo weinig weet ik eigenlijk over de situatie in Vlaanderen. En toch is het eigenlijk net om de hoek. En er valt ook nog wat van ze te leren... Misschien handig dus om verder te lezen.

Door een als Vlaming vermomde Brabander werd ik gewezen op het onderzoek 'Steeds meer met steeds minder : onderzoek naar de slagkracht van bibliotheken in Vlaanderen'.  Het onderzoek is gedaan door de Universiteit Antwerpen en gaat over de verslechterde positie van Vlaamse bibliotheken sinds 2016. En het is niet geheel toevallig dat dit rapport nu verschijnt: in juni 2024 gaan de Vlamingen naar de stembus en de sector wil de politieke partijen daarin graag iets meegeven.

De afschaffing van het bibliotheekdecreet (en de zorgplicht)

Tot en met 2015 kende Vlaanderen een bibliotheekdecreet, zeg maar een bibliotheekwet. Daarin was geregeld dat er in elke gemeente een bibliotheek moest zijn. Die wet was in 1978 van kracht geworden.    Tot eind jaren '90 van de vorige eeuw werkte dat best aardig maar sinds het begin va de 20e eeuw brokkelde de wet en de verplichting steeds verder af. Dit ten gunste van meer beleidsruimte voor gemeente. Zo werd tussentijds het decreet overgeheveld naar de het bredere decreet voor lokaal cultuurbeleid. En in 2016 werden de bibliotheekbepalingen geschrapt uit dit decreet. Dit betekende dat de middelen niet meer geoormerkt in het gemeentefonds terecht kwamen en dat de zorgplicht om een bibliotheek te hebben verviel. Ook vielen de definities weg die er waren voor een bibliotheek en de criteria die er waren zoals contributievrijdom voor kinderen of de verplichting om gegevens aan te leveren bij de landelijke monitor.

Wie eens verder wil lezen over de geschiedenis van die Vlaamse wet kan terecht op deze pagina van de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief en Documentatie (VVBAD)

Effecten: minder personeel en meer taken

De vraag is dus, wat is er acht jaar na de afschaffing van het bibliotheekdecreet gebeurd met het Vlaams bibliotheekwerk? Op de eerste plaats: elke gemeente heeft nog een bibliotheek. Er is dus geen gemeente geweest die het bibliotheekwerk heeft afgeschaft. En het bibliotheekwerk heeft zich op eigen kracht ook doorontwikkeld. Maar daar is eigenlijk ook alles wel mee gezegd. 

Want kijk even naar wat er met betaald personeel gebeurde. Helaas is er - doordat er geen verplichting meer is voor aanlevering van gegevens - geen volledig Vlaams databestand. We moeten het dus doen met een representatieve uitsnede van bibliotheken. Een totaalcijfer van voltijdsequivalenten (VTE) is er dus niet. Wel kun je zien dat het aantal 'grote' bibliotheken is afgenomen. Zo zie je de groep met minder dan 5 VTE groeien ten kosten van de groep die 5 tot 10 VTE heeft. Het rapport stelt dat de gemiddelde bibliotheek 0,45 VTE heeft ingeleverd over de periode 2015 tot 2022. 

De Nederlandse situatie kunnen we eenvoudig vergelijken dankzij het fijne dashboard van de Koninklijke Bibliotheek (en de verplichting van Nederlandse bibliotheken om aan te leveren). Die situatie ziet er als volgt uit.


Waar bij Vlaamse bibliotheken het aantal betaalde medewerkers daalde, steeg het in Nederland. Overigens zette die stijging pas na 2018 in. Gemiddeld steeg de formatie met zo'n 12% tussen 2015 en 2022. Een heel ander beeld dus dan in Vlaanderen. In Nederland werd in 2015 juist een bibliotheekwet ingevoerd. Zij het nog zonder verplichting voor gemeenten. Overigens moet er wel bij gezegd worden dat tussen 2010 en 2015 in Nederland de formatie bij bibliotheken wel degelijk terugliep door de bezuinigingen die kwamen na de bankencrisis van 2008.

Meer vrijwilligers

Hoewel het aantal betaalde medewerkers in Vlaanderen daalde, geeft 82% van de Vlaamse bibliotheken geeft aan dat zij in de periode 2015 tot 2022 een stijging zagen van het aantal vrijwilligers in de bibliotheek. In 2015 zag het er als volgt uit.

35% van de bibliotheken had minder dan vijf vrijwilligers en zo'n 16% had er meer dan 20. In 2022 is dat beeld sterk veranderd. Dan ziet het er als volgt uit.


Het percentage van bibliotheken dat minder dan vijf vrijwilligers heeft is gedaald van 35% naar 20% terwijl het percentage bibliotheken met meer dan 20 vrijwilligers steeg van 16% naar 35%. Het rapport suggereert dat er sprake is van werkverdringing maar kan dat maar ten dele bewijzen met de gegevens die ze hebben. 

In Nederland is dat ook wel eens gesuggereerd, dat er werkverdringing plaats zou vinden door verschuiving naar vrijwilligers. Maar zoals je hierboven zag je al dat de formatie in Nederland, behoudens een lichte daling in 2016 en 2020, juist steeg. Het aantal vrijwilligers explodeerde overigens ook in diezelfde jaren. 



De betaalde formatie steeg tussen 2015 en 2022 met 11% maar het aantal vrijwilligers steeg in Nederlandse bibliotheken met 132% van zo'n 10.000 naar 25.000. 

Die sterke stijging van het aantal vrijwilligers had vooral te maken met de opkomst van taalhuizen, de VoorleesExpress, digitale cursussen  en ja, ook de opkomst van gastheren en gastvrouwen. Die laatste zou je als een gedeeltelijke vorm van werkverdringing kunnen zien maar de formatiestaat laat zien dat er geen formatie verdwenen is. Wel kan er sprake zijn van verschuiving van formatie naar bijvoorbeeld de Bibliotheek op school.  

Wat we hier zien is dat de bibliotheek zich vooral verbreed heeft dankzij de vrijwilligers en de licht gestegen formatie.

Verbreding van activiteiten

Ook het Vlaamse rapport gaat in op die verbreding van taken. Dat doet men door uit te vragen bij bibliotheken welke activiteiten men allemaal uitvoert. Dat levert het volgende beeld op.


Lezingen, een bibliotheekintroductie en voorleesuurtje zijn activiteiten die overal voorkomen. In Nederland zijn we eigenlijk gewend dat elke bibliotheek ook een Taalhuis is en een Informatiepunt Digitale Overheid is. Het Vlaamse rapport verwijst wel met enige jaloezie naar die Nederlandse situatie. 

Ook kun je zien aan het rapport dat het vastleggen en monitoren van alle activiteiten nog niet eenduidig gebeurt. Van jaar tot jaar volgen hoe dat gaat is in Vlaanderen nog ingewikkeld. Ook na onderzoek door de universiteit. In het Nederlandse dashboard kun je vrij eenvoudig laten zien hoe de activiteiten zich sinds 2015 ontwikkeld hebben en hoe die zijn uitgesplitst over verschillende sectoren. Dat ziet er dan zo uit. 


Ik maak overigens wel een kanttekening bij deze cijfers over activiteiten in Nederland. Want ik vertel wel heel stoer over de Nederlandse situatie maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat een deel van de stijging van activiteiten in Nederland ook gewoon voortkomt uit het feit dat de bibliotheken gewoon beter zijn gaan registreren. We lopen dus ook maar een klein stapje voor op de Vlamingen.  

En hoe moet het verder in Vlaanderen?

Het rapport gaat zo nog even door, ruim 60 pagina's lang. En ik kan niet ingaan op alle onderdelen. Interessant is om te zien welke aanbevelingen men nu doet. En dat levert toch wel een interessant rijtje op onder te verdelen in 1) beleidskader, 2) professionele ontwikkeling, 3) versterking van lokale, regionale en sectorale samenwerking en 4) flexibiliteit en lokale autonomie.

1) Beleidskader: gegevenslevering én minimumnormen
Het belangrijkste bij deze aanbeveling is dat er gesproken wordt over een gezamenlijk beleidskader voor alle bibliotheken. Zeg maar zoals de Nederlandse bibliotheken de innovatieagenda kennen en latere het netwerkconvenant. Ik kan alleen maar vanuit de Nederlandse situatie zeggen dat zo'n kader inderdaad prettig werkt en een duidelijke gezamenlijke focus tussen bestuurslagen en bibliotheken heeft aangebracht.

Natuurlijk komt hier terug dat men in Vlaanderen toch maar over beperkte gegevens beschikt. En wie hierboven ziet hoe makkelijk ik in Nederland aan cijfers kan komen, ziet wat een zegen het is dat we in Nederland de gegevenslevering goed georganiseerd hebben. Ja, het is veel werk voor lokale bibliotheken en de Koninklijke Bibliotheek investeert er fors in, maar het werpt absoluut zijn vruchten af. 

Ook spreekt men in het Vlaamse rapport over minimumnormen voor financiering én personeel. Concreet is dat nog niet, helaas. Iets soortgelijks wordt op dit moment ook uitgezocht door de Vereniging van Openbare Bibliotheken en Vereniging van Nederlandse Gemeenten in Nederland. Het is interessant om daar eens met elkaar van gedachten te wisselen.

2) Professionele ontwikkeling
Binnen het beleidskader zou ook een gezamenlijk agenda moeten komen waaruit professionele ontwikkeling voortvloeit. Dat lijkt veel op wat we in Nederland hebben meegemaakt met de innovatieagenda en het netwerkconvenant. Binnen de thema's die daar genoemd werden, kwamen ook landelijk, vaak via de provinciale ondersteuningsinstellingen, de scholingen beschikbaar. Denk aan scholingen voor de leesconsulent, de IDO's en dergelijke.

3) Samenwerking
Onder dit punt geeft men vooral aan dat gemeenten en bibliotheken meer werk moeten maken van het uitdragen van de nieuwe taken van de bibliotheken en de verbrede rol die het kan spelen in het gemeentelijk beleid. Het is goed om te weten dat de overgrote meerderheid van bibliotheken in Vlaanderen gemeentelijke diensten zijn en dus ook binnen dat gemeentelijke beleid opereren. Het lijkt opvallend dat bibliotheken in Nederland als privaatrechtelijke stichtingen blijkbaar al breder om tafel zitten met hun gemeente dan in Vlaanderen. Blijkbaar is die constructie met een bibliotheek binnen een gemeente niet gelijk een uitnodiging om veel breder samen te werken binnen die gemeente.

4) Flexibiliteit en lokale autonomie
In de laatste aanbeveling geeft men aan dat het gedeelde beleidskader dat onder de eerste aanbeveling viel wel geflankeerd moet gaan met stappen waarbij ook de lokale autonomie nog geprikkeld wordt met bijvoorbeeld ruimte voor lokale innovatie. Een gezamenlijk kader is wel leuk maar innovatie moet op verschillende plekken ruimte kunnen krijgen.

En nu?

Tja, hoe het verder gaat in Vlaanderen is natuurlijk de vraag. Het onderzoek was nadrukkelijk gepositioneerd voor de Vlaamse verkiezingen. Bij de bijeenkomst 'De staat van het boek 2024' kwam het rapport aan de orde en pleitten vele Vlaamse partijen voor meer investeringen in het bibliotheekwerk. Ook in Vlaanderen lijkt er dus draagvlak voor verbetering maar pas na de verkiezingen zal blijken hoe het zich uitbetaalt. Overigens heeft de boekensector als geheel een puik memorandum opgesteld waarin ze voor alle overheden - van Europa tot gemeente - aangeven wat nodig is. Daar kijk ik dan weer jaloers naar. 

Gluren bij de buren: er valt voor beide wat te leren

Gefeliciteerd....  Dat was een lang artikel. Ik joeg u langs zeven grafieken en u hebt ze gelezen. U bent weer bij. En we zijn er bijna.

Willem Bongers-Dek was die als Vlaming vermomde Brabander die me attendeerde op dit rapport. Willem is directeur bij het Vlaams-Nederlands Huis De Buren. Vlaams-Nederlands Huis De Buren is een instelling die maatschappelijke en culturele uitwisseling stimuleert tussen Nederland en Vlaanderen. En voorzitter van het Vlaamse Boekenoverleg. Het was terecht dat Willem mij wees op dit rapport. Want gluren bij de buren kan zeer interessant zijn en ik denk dat we daar wederzijds inderdaad nog te weinig gebruik van maken. 

Dat de Vlamingen wel jaloers kijken naar onze gegevenslevering, sterkt ons in Nederland bijvoorbeeld dat het die investering toch waard is. En het geeft aan hoe gewoon wij het zijn gaan vinden dat al die cijfers er gewoon zijn. Zo gewoon is dat dus niet. 

En ook kunnen we in Nederland leren van de zorgplicht die er was in Vlaanderen. Ik ben heel benieuwd hoe dat werkte. En ook aardig om te zien dat men in Vlaanderen dus ook nog zoekt naar een normenkader. Contacten zullen er zeker zijn op het niveau van het ministerie en de Vereniging van Openbare Bibliotheken maar misschien mag het toch wel wat breder.

Misschien moet ik toch maar weer een wat meer tijd besteden aan gluren bij de buren en er eens een aantal dagen voor uit trekken om eens in Vlaanderen op bezoek te gaan. En dan zal ik er natuurlijk hier verslag van doen. Leren we er beiden wat van. Dus Vlamingen: als ik eens wat langer ga gluren bij de buren, wat moet ik dan vooral niet missen, wat moet ik zien of wie moet ik spreken? Kom maar door met die tips.

7 opmerkingen:

prentenboekenfan zei

We zijn met het bezoek aan Brussel bij de Bib van St. Gilles geweest. Fantastisch om te zien wat ze met alle taalgemeenschappen doen.

Mark Deckers zei

@prentenboekenfan: dank voor de tip!

Emma zei

Zijn er landen waarin de bibliotheekwetgeving heel goed geregeld is? Ik ben eigenlijk wel benieuwd!

Sander van Kempen zei

Hi Mark,

Wij hebben vanuit de KB contact met cultuurconnect. Dat is ook een interessante organisatie waar we veel van kunnen leren. Ik heb met een aantal collega's naar Gent gegaan. We hebben ze uitgenodigd om in het najaar naar Den Haag te komen. Misschien leuk / goed om aan te sluiten?

En @emma, over het algemeen vind ik de bibliotheekwetgeving in scandinavie een voorbeeld voor ons. Zie hier bv: https://naple.eu/legislation/ daar vindt je Engelse vertalingen van de wetteksten van oa Finland en anderen.

Mark Deckers zei

@Sander en @Emma: dank voor jullie reacties.
@Sander: dank voor de tip voor de wetgeving. En Cultuurconnect kennen we natuurlijk. En ja prima om aan te sluiten.

Anoniem zei

Er zijn in Vlaanderen wel een aantal interessante intergemeentelijke samenwerkingsverbanden tussen bibliotheken, dus gemeentegrens overschrijdend. Bv Dijk92, Druivenstreek, ...

Anoniem zei

Als je nog verder gaat gluren bij de buren: Ik ben wel benieuwd naar wat het 'eengemaakte bibliotheeksysteem' gebracht heeft. Welke concrete innovaties heeft het opgeleverd? En natuurlijk het Vlaamse catalogiseerplatform dat vernieuwd moet worden: wat kunnen we daarvan leren?