zaterdag 25 april 2026

De week van Elsa en de lessen die ik leerde van bibliotheekmensen in de oorlog

De afgelopen week was een bijzondere week voor me. Mijn vierde boek kwam uit: Elsa van Gool, bibliotheekvrouw in het verzet. Elsa werkte in de bibliotheek van Den Haag in de oorlog en ging in het verzet. Ze werd verraden en opgepakt. Ze gaat van het Oranjehotel in Scheveningen naar Kamp Vught. Daar vindt ze nog de liefde bij Nicolas. En waar haar vriendinnen na een half jaar vrij komen, wordt Elsa, vanwege haar dunne Joodse draadje, doorgestuurd naar Westerbork en naar Auschwitz waar ze wordt vermoord. Nicolas is tijdens de oorlog en ook daarna nog wanhopig op zoek naar haar.

In de Bibliotheek Den Haag vond de boekpresentatie plaats. Op de eerste rij enkele familieleden zichtbaar ontroerd omdat Elsa opnieuw in het licht werd geplaatst. Een verhaal dat al te lang vergeten was dat opnieuw onder het stof vandaan kwam. En niet alleen een verhaal kwam te voorschijn maar ook een mooi en moedig mens. Elsa gaan we nooit meer vergeten. Er zit famlie van Elsa maar ook een ver familielid van Nicolas. Als het lot niet zo wreed was hadden beide families, familie van elkaar hebben kunnen worden.

Rikkert Boonstra van NBD Biblion kondigde tijdens de presentatie aan dat alle openbare bibliotheekorgansisatie in Nederland gratis een exemplaar ontvangen.  Om het verhaal maar niet te vergeten. En Sam Hermans, directeur van de Bibliotheek Den Haag, gaf aan dat het verhaal van Elsa ook de vraag terugstelt: wat zou ik hebben gedaan? En Sam was eerlijk in haar antwoord door te zeggen dat ze dat niet wist.

Einde aan acht jaar speurwerk

Met dit vierde boek sluit ik de serie over Bibliotheekmensen in de oorlog. Bij elk boek wist ik al wat het volgende boek moest zijn. En bij de moedige Elsa was dat niet meer het geval. Alsof er zachtjes tegen me gezegd werd: 'Mark, dit is het'. ...daM uitgeverij die het boek van Elsa fantastisch vormgaf, zorgde daarom voor een mooie verzamelcassette om alle boeken. Die verzamelcassette werd met liefde in ontvangst genomen door Klaas Gravesteijn (VOB), Sam Hermans, Wilma van Wezenbeek (KB Nationale Biblioheek) en Martin Berendse (OBA).

Daarmee komt een einde aan acht jaar speurwerk. Wat deed dat met mij? Wat leerde ik ervan? Kan ik wél antwoord geven op de vraag die Sam Hermans zichzelf stelde? Ik neem u mee naar mijn eigen binnenwereld.

Mensen zoals jij en ik

En dan begin ik bij de woorden van Martin Berendse, directeur van de OBA en oud-directeur van het Nationaal Archief. Hij was zo aardig om bij de boekpresentatie ook terug te blikken op alle vier de boeken die ik schreef. Hij begon zijn verhaal met de volgende woorden:

'Mark heeft me gevraagd om met u en met hem terug te kijken op zijn bijzondere onderzoeksreis door de geschiedenis van de openbare bibliotheken -en vooral de medewerkers van die bibliotheken- in de meest ingrijpende periode uit onze recente geschiedenis: de bezettingsjaren 1940-1945. Die reis heeft de afgelopen zeven jaar vier boeken opgeleverd. Uit het feit dat die nu in een verzamelcassette worden gepresenteerd, mogen we afleiden dat Marks reis is geëindigd en dat hij op zijn bestemming is aangekomen. 

Ik begrijp dat, want met het vandaag ten doop gehouden boek over Elsa van Gool, een jonge talentvolle vrouw, zeer gewaardeerd medewerker van de Bibliotheek Den Haag, opgepakt, gevangen en -met nog een heel leven voor zich- vermoord in Auschwitz, is de cirkel wel rond. Dichter bij het persoonlijke drama, het onrecht, de woede daarover en het totale gevoel van onmacht, kan je volgens mij niet komen. Als ik Marks eerdere boeken goed heb begrepen is dat wat hem drijft. Niet de grote “institutionele” geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in ons land, de treurige rol van de bibliotheeksector en het bestuurlijke gedoe, maar de impact daarvan op gewone mensen, onze directe collega’s, die het ongeluk hadden onder de bezetting te moeten leven en werken. Mensen zoals u en ik.'

Inderdaad. Mensen zoals jij en ik. Wij hadden het kunnen zijn. De grote geschiendenis wordt altijd geleefd vanuit onze eigen kleine geschiedenis En ook ons had de vraag kunnen worden gesteld wat te doen. En hij eindigt met:
'Beste mensen, het is, ook na of misschien wel juist na lezing van de serie van vier boeken van Mark, heel moeilijk te bevatten hoe in ons land en in onze bibliotheken is omgegaan met het onrecht en de ontmenselijking tijdens de bezettingsjaren. We zeggen allemaal tegen elkaar dat het moeilijk is om daar ruim tachtig jaar later een moreel oordeel over uit te spreken,…
… maar waar ik me wèl over durf uit te spreken is de manier waarop we in onze openbare bibliotheek sector in de afgelopen tachtig jaar met die geschiedenis zijn omgegaan. Voor zover ik kan zien, hebben we die duistere periode ’40-’45 best lang klein gehouden in onze geschiedschrijving en weinig oog gehad voor al die persoonlijke drama’s.  Dat grijze verleden van onze bibliotheken schuurt, maar we kunnen er niet om heen. Daarom denk ik dat Mark uiterst waardevol werk heeft verricht. Werk dat ons -vol als we zijn van de grote rol van openbare bibliotheken op het gebied van emancipatie, burgerschap, rechtvaardigheid en inclusie- aan het denken zou moeten zetten.'
Juist waar we ons als instelling of instituut belangrijk of essentieel achten voor de samenleving, slaat dit terug op onze eigen houding in het klein. Wat zou ik hebben gedaan? Ook wij maken deel uit van een grote geschiedenis en dat stelt vragen aan onszelf op onze eigen plek. De middag wordt afgesloten met aardige woorden van Klaas Gravesteijn voor al mijn onderzoek.

Wat zou ik hebben gedaan?

Na alle drukte van zo'n middag, komt pas de echte reflectie. Ik voel mee met Sam Hermans, dat je niet weet wat je zou hebben gedaan. Als de verhalen die ik schreef me één ding hebben geleerd, is het wel dit: ik weet dat ik niet moedig ben van mezelf. Maar ik heb ook iets anders geleerd. Ik kan wel dicht in buurt gaan staan van iemand die wel moedig is. En moed zit in kleine dingen. Moedige mensen vragen andere mensen om mee te doen. Dan komt moed ineens dichterbij. 

Het is als het gedicht van Remco Campert over verzet dat eindigt met de woorden:

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet
en dan die vraag aan een ander stellen.

Als je erop gaat letten, merk je dat het klopt. Zo was er iemand in de afgelopen jaren die me uitnodigde om mee te doen aan de Nacht van de Vluchteling. Zij had zelf die vraag voor zichzelf al beantwoord en stelde die vraag nu aan mij. Het lijkt klein maar in dit kleine schuilt iets groots. Kijk eens op die manier om je heen: wie heeft je in de afgelopen jaren jou zo'n vraag gesteld? Wie vroeg jou om mee te doen met die goede doelenactie, of wie vroeg jou om te helpen als vrijwilliger bij NLdoet of wie vroeg jou om mee te gaan naar die demonstratie? Mijn les is om dicht bij dit soort mensen te gaan staan. Ik wil het wel maar stel mij een vraag. En grote kans dat als het echt spannend wordt, dat zij degenen zijn die mij die vraag gaan stellen. En ik hoop dat ze dat dan ook gaan doen. Het zijn de praktische idealisten. Het zijn de mensen die het verschil overbruggen tussen zeggen en het ook daadwerkelijk doen. Ik weet van mijn vrienden en bekenden inmiddels wie dat waarschijnlijk zijn. 

Het gewone en de liefde

Het waren mensen zoals jij en ik. En wat me opviel bij elk onderzoek: iedereen probeerde vooral zo 'gewoon' mogelijk door te leven. Alsof men zich daaraan vasthield. In het eerste boek - Alles behouden - gaat het om een noodfiliaal in Deventer aan het einde van de oorlog. Corrie en Betty die daar de scepter zwaaien, proberen daar nog 'gewoon' bibliotheekwerk voort te zetten. Ze worden boos op mensen die boeken te laat terugbrachten en hielpen oude mensen aan een goed boek. Om vervolgens de kelder in te gaan omdat het luchtalarm voor de zesde keer die dag ging. Na het alarm er weer uit. En dan proberen 'gewoon' weer door te gaan. Het liefst had iedereen dat alles weer 'gewoon' werd. 

En wat mezelf pas opviel nadat alle boeken klaar waren: in elk boek zit een liefdesverhaal. Van Corrie die verliefd wordt op een Engelse soldaat tot Julia die trouwt in Westerbork en van Mejuffrouw Gehner die haar meneer Zwager vindt tot Elsa en haar Nicolas. 

En zoals Martin al aanhaalde: we vinden in het bibliotheekwerk onszelf natuurlijk allemaal verschrikkelijk belangrijk en essentieel... Maar alles is betrekkelijk. 

De les van acht jaar archiefwerk is dan ook: Het 'gewone' en de liefde wint van alles. 

En stel elkaar vooral een vraag.

Foto's: Eimer Wieldraaijer

Geen opmerkingen: