Posts tonen met het label informatiepunt digitale overheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label informatiepunt digitale overheid. Alle posts tonen

zondag 6 september 2026

De vijf dossiers waar het bibliotheekwerk dit najaar mee te maken heeft

Nu u allemaal weer terug bent van vakantie, de kinderen naar school en de agenda's weer gevuld, maak ik de balans maar weer eens op. Welke dossiers gaan in het najaar van 2026 nog aan de orde komen? Ik legde mijn oor weer te luister in de wandelgangen en geef u een update van wat we nu weten. 

Het komende half jaar - nou ja, nog vijftien weken tot de Kerst - worden historisch beloof ik u. Want de wetswijziging zal in de Kamer komen en dat betekent dat we heel dicht tegen een heuse zorgplicht voor het bibliotheekwerk gaan komen. 

Lees mee hoe dit historische kwartaal waarschijnlijk vorm gaat krijgen. Want er zijn nog een paar dossiers meer. 

Dossier 1: Bibliotheekwet

De komende week komen naar verwachting de nieuwe WSOB-cijfers. Ik verheug me erop. Ik hoop dat we daar de eerste landelijke effecten gaan zien van het gratis lidmaatschap boven 18 en dat bezoekerscijfers opnieuw gestegen zijn. Het zal het goede werk van bibliotheken. 

En voor bibliotheken wordt dit ook een historich najaar door de bibliotheekwet. Toen ik de vorige update schreef was net het advies van de Raad van State terug over de wetswijziging. Dat advies luidde min of meer dat dit een wetswijziging was die een tien met een griffel verdiende. Een zogeheten dictum A. Het stuk is naar de Kamer gegaan en er vond een internconsultatie plaats voor de Algemene Maatregel van Bestuur voor de gemeentelijke meerjarenplannen.

Net voor de zomervakantie werd het zogenaamde schriftelijke debat met de Kamer afgerond. Daar schreef ik vorige week over. Uit die vraagbeantwoording kon je vooral aflezen dat de staatssecretaris stevig vasthoudt aan het decentrale stelsel waar de gemeente de leidende partij is en blijft voor de invulling van het bibliotheek. Belangrijk nieuws was wel dat de rijksbedragen verhoogd worden per 2027. Het zou € 100.000,- per gemeente als minimum zijn en € 2,90 per inwoner maar het wordt minimaal € 105.000,- en € 3,05 per inwoner. Direct na Prinsjesdag zal dit voor gemeenten in de circulaire staan. En er wordt gefluisterd dat het nog een jaar een decentralistatie-uitkering blijft en nog niet overgeheveld naar het algemeen gemeentefonds. Dat gebeurt dan een jaar later en dat past bij het volgende.

Vraag is nog wel hoe ver we in 2026 komen. Behandeling in de Tweede Kamer lijkt iedereen nog wel te doen. Maar of we ook de Eerste Kamer halen en daarmee afhandeling van de behandeling van de wetswijziging, achten velen twijfelachtig. En daarmee lijkt de invoering op 1 januari 2027 niet haalbaar. Het zou dan bijvoorbeeld 1 juli 2027 kunnen worden. 

Krijgen we nog vuurwerk bij de afhandeling van Bibliotheekwet? Ik vermoed van niet. Hoewel? Kijk nog even bij dossier 3 over het gratis lidmaatschap. Dat gaat behandeling en voortgang niet in de weg staan. Er is breed draagvlak voor de bibliotheek en zelfs als dit kabinet zou vallen, zal de behandeling doorgang vinden. Want controversieel is het allerminst. 



Dossier 2: Handreiking VNG en streefwaarden (voorheen normenkader)

Een dossier dat ogenschijnlijk al een tijdje stil staat is dat van de handreiking die door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten beschikbaar moet komen en die door KWINK gemaakt is. Er circuleerden al concepten maar het VNG heeft besloten pas een handreiking uit te brengen als de wet definitief is. Die gaan we voorlopig dus nog niet zien. 

Wel heeft de provincie Gelderland al het initiatief genomen om een voorlopig format vrij te geven voor een gemeentelijk meerjarenplan. Dat format hebben ze eveneens laten opstellen en KWINK heeft hier gebruik gemaakt van de handreiking die ze zelf in concept al geschreven hadden en waarbij naast de provincie ook VNG Gelderland betrokken was.  Let op: dit is dus een format dat nog niet op de definitieve wetswijziging of defnitieve handreiking is gebaseerd. Vandaar ook het voorlopige karakter. 

Dan de streefwaarden, voorheen het normenkader. Dat kader met streefwaarden is bedoeld om gemeenten uit te dagen meer ambitie te tonen met bibliotheekwerk.  Die streefwaarden zijn nog nergens officieel gepubliceerd. Officieus kun je ze hier op mijn website vinden. Sinds voorjaar 2024 circuleren deze waarden al. 

In de wandelgangen hoor je dat deze streefwaarden nog een update krijgen. Vooral om bedragen weer aan te passen naar deze tijd omdat er inmiddels door inflatie en indexering alweer hogere bedragen in moeten staan. De streefwaarden zullen een plek krijgen in de nog te publiceren handreiking van VNG en zullen geen onderdeel zijn van de wet en zijn dus niet afdwingbaar. 

Dossier 3: Onderzoek naar gratis bibliotheekabonnementen

In het voorjaar is er veel voortgang geboekt op dit dossier. Het ministerie maakte  in maart het AEF-rapport bekend 'Toegang zonder drempels' dat al lang verwacht werd. Het rapport laat zien, welke effecten zijn te verwachten van verschillende vormen van gratis en automatisch lidmaatschap. Daarnaast publiceerden de VOB samen met Rijnbrink een nieuwe overzicht van gemeenten met een vorm van gratis lidmaatschap.  De staatssecretaris stuurde het rapport met een brief naar de Kamer waarin ze zei dat ze blij was met de initiatieven maar dat ze nog onvoldoende zicht had op de impact en dat ze ook geen geld had voor landelijke invoering. 

Is de kous daarmee af? Nee. Kamerlid Mohandis van PRO heeft een amendement ingediend op de bibliotheekwet waarin hij vraag om de leeftijd van het gratis bibliotheeklidmaatschap te verhogen van 18 naar 27 jaar. De crux voor dat amendement zal liggen in de hoogte van de kosten voor landelijke invoering en een potje met geld dat nodig is om het te realiseren. U kunt zich dus voorstellen dat er op dit moment rekensommetjes gemaakt worden om te kijken wat dat bedrag zou moeten zijn en dat nagedacht wordt over een slim antwoord op de vraag hoe deze kosten te dekken.

Kortom, dit dossier loopt nu gelijk op met de behandeling van de bibliotheekwet in dossier 1.  En ondertussen blijft dit lokaal natuurlijk gewoon doorgroeien. Zoals altijd is een wettelijke borging iets dat vooral bevestigt wat al op heel veel plekken gebeurt. Het komt dus een keer. Ik ben er zeker van. Nu of straks. 

Dossier 4: Wettelijke borging IDO’s

Vorig jaar dreigde er plotseling een bezuiniging op de Informatiepunten Digitale Overheid, de IDO's. Dit omdat het financieringsvehikel, de zogenaamde SPUK, werd afgeschaft en de middelen werden overgeheveld naar een decentralistatie-uitkering. De landelijke overheid deed bij alle regelingen die hieronder vielen een korting van 10%. De Kamer heeft vorig jaar een heel jaar gevochten om dat van tafel te krijgen. Dat is gelukt. 

De IDO's kenden met die SPUK-regeling een wettelijke borging omdat ze een soor zijlijn waren van de  Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer. Door het vervallen van de regeling per 1 januari 2026 zitten de IDO's in een juridisch vacuüm. Daar wordt op dit moment nog naar gekeken maar haast wordt er zeker niet gemaakt. Op 10 juli 2026 stuurde staatssecretaris Eric van de Burg hier nog een brief over naar de Kamer. 

Over de wettelijke borging zegt hij daar:
'Daarnaast onderzoek ik of op termijn een wettelijke verankering mogelijk is van de regierol van gemeenten bij het bieden van laagdrempelige en empathische ondersteuning. Wetgeving is een mogelijke oplossing, maar niet de enige om de doelstellingen op het gebied van overheidsbrede dienstverlening te behalen. Het is daarom van belang om dit traject zorgvuldig, met alle betrokken partijen, te doorlopen.'
Naast de IDO's lopen tal van pilots voor Overheidsbrede Dienstverlening. Daarbij worden (betaalde) ambtenaren ingezet die ook daadwerkelijk zaken mogen regelen voor de overheid. Dat gaat dus verder dan de IDO-dienstverlening waar je wel geholpen kan worden met formulieren maar waar geen beslissing namens de overheid mag worden genomen. Als je dit een beetje wil optuigen gaat dit voor het ministerie nog wel wat betekenen, ook financieel. En ja, die IDO's zitten al op ruim 800 punten en kennen een mooie mix van professionals, partners en vrijwilligers. En die doen dat voor een paar rotcenten. Van de Burg lijkt een beetje te gokken op dat dit naast elkaar en door elkaar moet gaan bestaan. Of dat gaat werken weet hij pas als hij meer weet over de pilots die nu lopen. Een klassiek gevalletje "tijd kopen" en "wedden op twee paarden" lijkt me.  

Dus nee, op dit dossier gaan we niet veel voortgang zien het komende half jaar. En ja, de basisfinanciering is op dit moment geregeld. Overigens ligt er en nog een claim uit een KPMG-rapport dat het ministerie in 2024 zelf had laten opstellen. Dat rapport stelde dat de IDO's er nog flink geld bij moesten krijgen. Hoor je niemand meer over.

Dossier 5: Extra middelen Bibliotheek op school en Boekstart

De komende week, ik dacht dinsdag, worden de nieuwe PISA-cijfers bekend. Het PISA-onderzoek is in Nederland vooral bekend omdat elke twee jaar hieruit blijkt dat kinderen weer slechter zijn geworden in lezen. En de kans is nagenoeg 100% dat dat dit keer weer geval zal zijn. U snapt wat er gebeurt: er gaan weer een noodklok geluid worden over de kwaliteit van het leesonderwijs. 

De Bibliotheek op school en Boekstart, die verankerd worden in artikel 8 van de bibliotheekwet, zijn de komende decennia dus bitterhard nodig. En dit wordt ook een  dossier dat dit najaar toch echt moet gaan lopen: een structurele regeling voor de Bibliotheek op school en Boekstart! In de zomer van 2025 werd bekend dat er € 50 miljoen structureel beschikbaar komt voor Bibliotheek op school en Boekstart. Daarbij is € 25 miljoen gereserveerd voor het onderwijs en € 25 miljoen voor bibliotheken. Voor 2027 was een aanloopbedrag van € 19 miljoen gereserveerd maar doordat men iets gaat schuiven met bedragen zal er ook vanaf 2027 een bedrag van ongeveer € 25 miljoen beschikbaar zijn. 

Hoe krijgen bibliotheken dat geld? Dat zullen ze moeten aanvragen bij DUS-I en dus niet meer bij Stichting Lezen waar alle tijdelijke middelen tot nog toe mochten worden aangevraagd. Officieel is er nog niets bekend over die regeling. De verwachting is dat de inhoud van de regeling pas officieel bekend wordt in november en dat de aanvragen voor 2027 pas in het voorjaar van 2027 kunnen worden ingediend. Met andere woorden: voor 2027 zullen bibliotheken pas heel laat weten waar ze aan toe zijn. 

Weten we dan helemaal niks? Nee, ook hier wordt wel gefluisterd in wandelgangen. Daar circucleert een bedrag van € 7,- naar rato van het totaal aantal inwoners van 0 - 18 jaar. Daarbij wordt een minimumbedrag genoemd van € 60.000,- per jaar per bibliotheekorganisatie. Een nadrukkelijke disclaimer: dit is de wandelgang en nog geen officieel nieuws. En er zit nog wat tijd tot november. Maar als ik bibliotheekdirecteur was, hield ik indicatief hiermee rekening voor 2027 en volgende jaren. Structureel dus!

Bibliotheken moeten het geld zelf aanvragen. Het geld zal besteed moeten worden aan samenwerking met scholen en kinderopvang door inzet van leesmediaconsulenten. De incidentele regelingen die we tot nu toe kenden, kenden een bredere bestedingsmogelijkheid. Als ik het goed begrijp mag je hiermee ook bestaande leesmediaconsulenten betalen (of verder opleiden). Daarmee zou je dus de incidentele middelen kunnen laten overgaan in de structurele financiering. 

Is dat alles? Nee, want deze regeling biedt zeker mogelijkheden. Zeker in een mix met middelen die de scholen ook krijgen via de structurele financiering van basisvaardigheden. De kunst is dus om de middelen die via DUS-I lopen te matchen met middelen die scholen krijgen. Verleiden dus! En om vervolgens met die samenwerking ook de gemeente uit te dagen nog een extra stap te zetten. En andersom kan natuurlijk ook: eerst de gemeente vragen een extra stap te zetten en daarna scholen uitdagen om mee te doen.

Tot slot zal er in het najaar nog één keer een regeling komen via de Stichting Lezen. Die zullen nog een extra impuls uitzetten van naar verwachting € 5 miljoen voor kinderopvang en beroepsonderwijs. Die regeling zal nog dit jaar open gaan.


Een nieuw dossier en een historisch najaar

Zo volg ik al een tijdje deze vijf dossiers. Het gaat nooit sneller dan verwacht maar we naderen wel een historisch kantelpunt. Daarover zo meer. Want veranderen die vijf dossiers nooit, komt er nooit eentje bij of gaat er nooit eentje af? Nou, ik vermoed dat er in het komende jaar een dossier bij gaat komen. Dat dossier heet Weerbaarheid en heeft alles te maken met crisissituaties in onze samenleving. Denk dan aan hitteplannen, energiearmoede en warme plekken en voorbereiding op oorlogssituaties met noodsteunpunten. Op lokaal niveau zijn een aantal bibliotheken daar al actief mee en zeker gemeenten maken nu beleid. Het zou best eens kunnen dat daar - net zoals met de IDO's - ook wat landelijke regie bij komt kijken. Ook weer een mix van overheden dus. Dat onderwerp gaan we maar eens wat nauwlettender volgen. 

Dan terug naar dat historische kantelpunt. Tja, als je het zo op een rijtje zet, speelt er altijd veel. En dit is nog maar de samenvatting op een beperkt aantal dossiers. Ik loop zelf al lang mee in bibliotheekwerk. Dat geeft me de mogelijkheid om achterom te kijken en te zien welke lange weg er is afgelegd. Na de bankencrisis en eurocrisis tussen 2008 en 2010 brak er een lelijke periode aan voor cultuur in het algemeen en bibliotheekwerk in het bijzonder. Op veel plekken werd bezuinigd. Er waren wethouders die zeiden dat de bibliotheek binnenkort niet meer zou bestaan omdat alles digitaal was. Dat bleek een flinke misrekening. De digitale wereld schreeuwt om bibliotheken waar hulp wordt geboden en waar mensen hun vaardigheden op peil houden.  

Dwars door die rottijd wisten bibliotheken een nieuwe koers te vinden met de maatschappelijk-educatieve bibliotheek. Meer naar buiten gericht, meer samenwerking en een grotere focus op meerdere maatschappelijke thema's. Taalhuizen, IDO's, bibliotheken op school, allemaal thema's die zich terug laten brengen tot het motto van het Nederlands bibliotheekstelsel. En dat motto is: lokaal manifesteren, provinciaal faciliteren en landelijk organiseren. Er staat een krachtig bibliotheekwerk dat klaar is voor de toekomst en dat gaat dit najaar bezegeld worden met een zorgplicht. 

Ik koop alvast een fles champagne voor als de wet door de Tweede Kamer is en noem het alvast een historisch najaar.

En nu, hop, snel aan de slag. Er is veel te doen. Succes.

zondag 28 juni 2026

Digitale inclusie zonder vangnet: kabinet speelt met vuur rond IDO’s

Op woensdag 24 juni vond het debat plaats over Digitale Inclusie. En eerlijk gezegd... ik viel van mijn stoel. Want ondanks grote woorden over hoe belangrijk Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) zijn, zet de staatssecretaris niet in op landelijke borging voor deze IDO's. En dat vind ik eigenlijk spelen met vuur. Want daarmee dreigt een vangnet onder Digitale Inclusie zo maar te kunnen verdwijnen.  Hoe dat zit, leg ik graag uit.

Hoe zat het ook al weer?

Even een klein stukje geschiedenis. De IDO's zijn gestart in 2019 op vijftien plekken (inmiddels ruim 850). Na een startssubsidie zijn ze geborgd met een ministriële regeling en specifieke uitkering in de Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer.  De specifieke uitkeringen werden opgeheven door het vorige kabinet. De regeling verviel daarmee en het bedrag werd met 10% korting, zijnde € 1,7 miljoen, overgeheveld naar het gemeentefonds. Daar moest de Kamer vervolgens een jaar over zeuren om er voor te zorgen dat die kleine korting eraf ging en dat gebeurde. Het bedrag is daarmee gered maar de wettelijke plicht dat er IDO's moeten zijn is daarmee vervallen. 

Daarmee is het geld wel weer geregeld maar er is geen verplichting  voor een gemeente en ook geen wettelijke borging meer.

Ondertussen is de digitale overheid verhuist van Binnenlandse Zaken naar Economische Zaken er is er een coördineren staatssecretaris. Dat is Aerdts van D66. Maar de IDO's vallen nog altijd onder staatsecertaris Van Der Burg van Binnenlandse Zaken met in zijn portefeuille Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid. En er is een nieuw Kamer met veel nieuwe leden en een nieuwe regering.  Bijna niemand kent de geschiedenis dus nog. 

Een lekker mengsel om ervoor te zorgen dat wat in het verleden is opgebouwd zomaar te verliezen.

Is er niemand meer die het weet? Nee, één Kamerlid zit hier nog als een bok op de haverkist. En dat is Barbara Kathmann van Pro zullen we zo zien.

In de aanloop van dit debat was al een rondetafel met experts georganiseerd. Ook daar schreef ik al over. Daar riepen al tal van partijen op dat de overheid meer werk moet maken van ondersteuning van burgers maar ook van betere overheidsdienstverlening.

De IDO's als artikel 8b in de Bibliotheekwet

Het debat duurde ruim tweeënhalf uur maar ik breng het voor de IDO's terug tot de vier belangrijkste fragmenten. En dat begint met de genoemde Barbara Kathmann van Pro. In krap twee minuten legt ze uit hoe het zit. 

Er is dus geen wettelijke borging. Met andere woorden, als een gemeente geen Infromatiepunt Digitale Overheid heeft, is er  niemand die er wat van zegt. Als het stopt staan burgers in de kou maar geen enkele burger kan het recht op hulp afdwingen. Nou ja, dat heb ik u hierboven net uitgelegd.

Kathmann stelt voor om de IDO's maar in de bibliotheekwet te verankeren. Net zoals de Bibliotheek op school en Boekstart die in een nieuw artikel, artikel 8a,  in de bibliotheekwet worden verankerd. Als we de IDO's erbij willen, zeg ik dus maar dat dit artikel 8b moet worden.  

Het korte antwoord in negen seconden

Staatssecretaris Van Der Burg kon de vragen over de IDO's in negen seconden samenvatten. Die inbreng ziet u hieronder. Dat is wel wat kort door de bocht. Hij had hiervoor al uitgeweid dat hij vindt dat niet de bibliotheken de regierol moeten hebben maar de gemeenten en dat die daar prima toe in staat zijn. En hij gaf in één hele korte bijzin aan dat hij bereid was om daar te kijken naar wettelijke borging. Want die is er nu dus niet. 

Kijk even naar zijn korte antwoord in negen seconden over de financiering van IDO's.

Structurele financiering in het Gemeentefonds is geen structurele borging en is nu al ruim 30% te laag

Dat lijkt een heel sympathiek antwoord van de staatssecretaris. En ja, een klein beetje geld is nu geregeld. Maar twee dingen ontbreken. En het eerste is dat de finaciering niet toereikend is. Dat heeft het ministerie namelijk zelf uitgezocht. En in november 2024 zijn die uitkomsten ook met de Kamer gedeeld. Het ging toen om een rapport van KPMG waaruit bleek dat de financiering voor dit moment al 31% tekort schiet. Eigenlijk kan het dus nu al niet uit en moet je bij de huidige middelen eigenlijk al kiezen wat je wel of niet open houdt. Daar hoorde toen deze grafiek bij waarbij je ziet dat alle overhead als huisvesting, energie, apparatuur en dergelijk niet gedekt is.


Het rapport stelde dat er € 9 miljoen bij moest. De vorige staatssecretaris haalde er echter € 1,7 miljoen af . Het rapport van KPMG ging ook nog eens over 2023 en dat betekent dat we ook al weer drie jaar indexering missen op dat bedrag, want de specifieke uitkering was een vast bedrag. 

En tot slot speelt nog mee dat de IDO's nog maar een druppel op de gloeiende plaat zijn. Er is veel meer geld nodig om echt een deuk in een pakje boter te slaan. Daar pleitte de Alliantie Digitaal Samenleven ook voor tijdens de rondetafel. Die had het over € 90 miljoen.

En het tweede punt is , en ik herhaal mezelf,  dat het niet wettelijk geborgd is en dat de gemeente geen verplichting heeft voor die IDO's. De wettelijke basis is weg. Een gemeente kan het met een pennestreek schrappen.

En dus neemt Kathmann ook geen genoegen met dit antwoord. Kijk maar naar haar vervolgvraag.

Ze pleit voor regie bij de bibliotheken, een wettelijke borging en betere financiering. En dat sluit precies aan bij de geschiedenis die ik hierboven schets. Hier zit een Kamerlid goed op te letten.

En gaat de staatssecretaris daar in mee? Eh, nee. Hij lijkt zelfs een beetje boos op Kamerlid Kathmann. Kijk naar zijn antwoord van een minuut waarin Van Der Burg vindt dat Kathmann foute informatie verstrekt.

Maar wat Kathmann zei was helemaal geen foute informatie. Er moet nu al geld bij en als gemeenten daar scherp naar gaan kijken moet eigenlijk 30% van de IDO's dicht. Dat zijn er dan een kleine 250. Nee, het is dus helemaal niet goed geborgd.

En ja, wat Van Der Burg zei was ook waar: het bedrag is gerepareerd, het zit in het gemeentefonds en het wordt nu geïndexeerd. 

Reactie Vereniging van Openbare Bibliotheken

Op Linkedin reageerde de Vereniging van Openbare Bibliotheken nog heel netjes met het feit dat veel onduidelijk blijft rond de IDO's:

'De Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) pleit al langere tijd voor duurzame borging van de IDO's in de bibliotheek. Juist de landelijke bibliotheekinfrastructuur biedt een stevig fundament voor deze dienstverlening. Dankzij deze inbedding kunnen inwoners rekenen op toegankelijke, professionele en kwalitatieve ondersteuning bij digitale (overheids)zaken, met gelijke toegang tot hulp en ondersteuning voor iedereen, binnen én buiten de muren van de bibliotheek. Het blijft nu onduidelijk voor bibliotheken hoe de IDO's geborgd blijven en welke rol er voor bibliotheken ligt. Dit zet de gelijke toegang tot hulp en ondersteuning bij digitale zaken en de kwaliteit van de IDO's onnodig onder druk.' 

En nu?

Er volgt nog een tweeminutendebat. Dat zal nog wel voor her zomerreces zijn. Meerdere partijen hebben hierom gevraagd en dat betekent dat er moties of amendementen gaan volgen. Kathmann zou dus goed een amendement op de bibliotheekwet kunnen indienen. Het artikel 8b zeg maar. 

Als ik even voor rijksambtenaar speel zou dat artikel er als volgt uit kunnen zien: 

Artikel 8b Informatiepunten Digitale Overheid

1. Als onderdeel van de taak, bedoeld in artikel 5, onderdeel a en b, zorgt de lokale bibliotheek voor ter beschikking stellen van kennis en informatie en het bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie, wordt bepaald dat de bibliotheek daarbinnen mede tot taak heeft: ondersteuning van digitale dienstverlening van de overheid; ondersteuning van digitale inclusie en regie van de lokale netwerken die hiervoor nodig zijn

2. Onze Minister verstrekt hiervoor ten behoeve van de functie, bedoeld in het eerste lid subsidie aan gemeenten die hiermee als opdrachtgever kunnen dienen voor deze rol. 

3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld 

Klinkt best logisch toch? Zeker, maar de vraag is of het kan. De crux zit in de gemeentelijke financiering. De  vorige staatssecretaris heeft de middelen al in de pot van de gemeenten gedaan zonder nadere voorwaarden. Een amendement in de bibliotheekwet zal dus recht moeten doen aan de ruimte voor de gemeente om het in te vullen. Ik vermoed dat gemeenten, met het KPMG-rapport van het ministerie in de hand, gelijk meer geld zullen eisen. En terecht overigens. 

Er zijn wel een paar alternatieven. Het zou ook kunnen landen in andere wetten: opnieuw in de Wet Modernisering Eletkronisch Bestuur, de Wet Digitale Overheid of de Gemeentewet. Voor alles is wel wat te zeggen maar alles kost ontzettend veel tijd. Minimaal twee jaar. En die bibliotheekwet ligt nu voor en gaat in het najaar met gemak door de Kamer. 

Spelen met vuur - Digitale Inlcusie afhankelijk van toeval

Samengevat: het geld overgeheveld naar de gemeenten, wel met indexering, maar zonder wettelijke verplichting. En eigenlijk is het basisbedrag al te laag. Als gemeenten en bibliotheken heel scherp reageren moeten er eigenlijk 250 IDO's dicht.

Dus ja meneer Van Der Burg, het geld van nu is geregeld. En nee meneer Van Der Burg, het is niet wettelijk en structureel geborgd. Van Der Burg en Kathmann hebben allebei een helft van de waarheid. 

Maar met de huidige consctructie - gemeenten mogen zelf kiezen of ze dit doen - wordt Digitale Inclusie afhankelijk van toeval en is daarmee een functie zonder geborgd vangnet. Burgers hebben hiermee geen zekerheid. En dat noem ik voor een overheid spelen met vuur. 

Het Kabinet parkeert IDO’s met te weinig geld in het gemeentefonds—zonder verplichting. Dat is geen beleid, dat is hopen dat het goed komt. Dat moet echt beter.

Welke list kunnen Kathmann en Van Der Burg samen verzinnen?

zondag 7 september 2025

Het dossier IDO's: over een aarzelende overheid, voortvarende bibliotheken en wachtende inwoners

.

Vorige week schreef ik over de vijf dossiers die het bibliotheekwerk dit najaar nog op het bordje krijgt. En terwijl Nederland zich in een bestuurscrisis stort en door nieuwe verkiezingen ploetert, zullen de bibliotheken zich gewoon door deze vijf dossiers heen werken. Bij die dossiers ging het om 1) de wetswijziging, 2) een handreiking voor gemeenten met normenkader, 3) onderzoek naar gratis abonnementen, 4) de IDO's en 5) een regeling voor Bibliotheek op school en Boekstart

En verdraaid, alsof de duvel er mee speelt, de inkt van mijn blog is nog niet droog of staatssecretaris Van Marum van Binnenlandse Zaken stuurt een brief naar de Kamer over de IDO's, dossier nummer vier op de lijst. Die brief, verstuurd op 28 augustus, zat overigens diep verstopt in de krochten van het parlementair systeem met als titel 'Plan van aanpak aangenomen ontraden moties ingediend tijdens het Wetgevingsoverleg Digitale Zaken op 30 juni 2025'. Niet gelijk een titel waarbij je als geïnteresseerde IDO-volger denkt dat je dat document eens moet gaan lezen. Maar de brief bevat belangrijke informatie. Daarover verderop meer. Eerst neem ik u even mee in het dossier van de IDO's. 

Hoe zat het ook al weer met die IDO's?

Ik snap dat u de draad wel een beetje kwijt bent. Ik help u even op weg. Op 1 juli 2019 begonnen de eerste 15 IDO's bij bibliotheken. Ja, dat hele concept is nog geen zes jaar oud. En we doen het omdat vier miljoen Nedelanders onvoldoende digitaal vaardig zijn. De financiering kwam van een potje bij het ministerie van Binnenlandse Zaken van een paar miljoen die door de KB verdeeld werd naar bibliotheken. De basis was een samenwerking met de landelijke uitvoeringspartijen als UWV, CAK, RDW, CBR, SVB etc. Binnen anderhalf moest dat groeien naar 150 informatiepunten bij bibliotheken over het hele land. Die doelstelling werd door de bibliotheken met gemak gehaald. 

Vanaf 2023 werd de projectfinanciering werd vervangen door structurele financiering in een Specifieke Uitkering. De middelen komen uit extra financiering die beschikbaar kwam door Kindertoeslagenaffaire. Geld dat bedoeld is om vertrouwen bij de burger te herstellen. Het bedrag ging daarbij flink omhoog naar ongeveer € 17 miljoen voor bibliotheken. Het geld ging daarbij vanaf 2023 niet meer rechtstreeks via de KB naar bibliotheken maar naar gemeenten. De specifieke uitkering is een regeling waar voor gemeenten voorwaarden aan verbonden zijn. Gemeenten krijgen het geld maar ze moeten wel verantwoording afleggen. Daarmee kregen gemeenten een sterkere betrokkenheid en zijn ook de dichtstbijzijnde overheid voor veel burgers. Best een logische keus. 

Elke specifieke uitkering kent een regeling met voorwaarden. Ook die van de IDO's en daarin is de rol van bibliotheken verankerd. In artikel 5. van regeling voor de Specifieke Uitkering Informatiepunten Digitale Overheid is namelijk opgenomen: 

De ontvangende gemeente besteedt de specifieke uitkering aan:

a.de financiering van de lokale bibliotheek ten behoeve van de realisatie of de instandhouding van de Informatiepunten Digitale Overheid;

b.de promotie van de Informatiepunten Digitale Overheid bij haar inwoners;

c.het voeren van regie over het netwerk van organisaties rond de Informatiepunten Digitale Overheid die voor de inwoners van de gemeente relevant zijn.

De regeling zegt dus specifiek dat de middelen bestemd zijn voor een Informatiepunt Digitale Overheid van de bibliotheek. Dat hoeft niet per se ín de bibliotheek te zijn maar wel gerealiseerd met hulp van de bibliotheek. 

Ik heb zelf, namens de bibliotheken, destijds onderhandeld om deze tekst in die regeling te krijgen. Die onderhandeling was naast KB en VOB samen met het ministerie, met de VNG namens de gemeenten en een afvaardiging van de landelijke uitvoeringspartijen. De gemeenten wilden graag meer vrijheid, de bibliotheken drongen aan op samenhang.  

De reden dat ik het belangrijk vond dat bibliotheken hier zo expliciet genoemd werden, heeft niet alleen met bibliotheken te maken. In mijn opinie zijn bibliotheken zo ongeveer de enige grote maatschappelijke partij die een landelijk dekkend netwerk heeft in alle gemeenten en een netwerk waar ook nog eens landelijk afspraken mee te maken zijn. Je kan altijd verwijzen naar de bibliotheek. Iedereen snapt wat dat betekent. Houd die gedachte nog even vast.


De ontwikkeling van IDO's en de afschaffing van de specfieke uitkering

Het kabinet dat in het voorjaar van 2024 ontstond met PVV, VVD, NSC en BBB, sloot een hoofdlijnenakkoord met elkaar af. In dat akkoord besloot men om per 2026 alle specifieke uitkeringen af te schaffen. Tegelijkertijd zou er met de afschaffing een efficiencykorting komen van 10%. Die efficiency zou dan moeten komen uit het feit dat een gemeente niet meer apart hoeft te beschikken of hoeft te verantwoorden. 

Het wegvallen van de specifieke uitkering betekent niet alleen dat er 10% afgaat maar ook de regeling zelf verdwijnt en daarmee de verplichting van artikel 5 zoals ik die hierboven gaf. De gemeente is dan nergens meer toe verplicht.

Ondertussen is het aantal IDO's in Nederland doorgegroeid naar 859, waarvan 114 buiten een bibliotheek (maar wel verbonden aan het netwerk van bibliotheken). Het gebruik stijgt jaar na jaar en iedereen kan de resultaten volgen via een prachtig openbaar dashboard. 

Het bedrag dat de bibliotheken hiervoor krijgen is dus zo'n € 17 miljoen. Daarnaast is er geld voor landelijke en provinciale ondersteuning. Het bedrag is niet geïndexeerd sinds 2023. Met andere woorden: bibliotheken verzorgen steeds meer IDO's tegen een klein en gelijkblijvend bedrag. Dat betekent dat er per IDO zo'n € 15.000,- beschikbaar is. Daar moet je huisvesting, personeel ICT en alles van betalen. Ter vergelijking, het UWV heeft een budget van 2,4 miljard. Of neem een kleine speler: Logius, de uitvoerder van Digid heeft een budget van € 350 miljoen per jaar. Met andere woorden, IDO's zijn een kleine korrel op verder hele grote budgetten. 

2024: twee rapporten: burgers blij met IDO maar er moet € 9 miljoen bij

In 2024 kwamen er twee rapporten uit over de IDO's: een rapport van Mare over de klantbeleving en een rapport van KPMG over de kosten van IDO's. 

Mare constateerde dat de IDO's geweldig goed werk doen. Ik haal één citaat aan uit dit rapport:

 'Doorgaans worden ze (de bezoekers van het IDO, red) bij het IDO een stap in de goede richting én op bijzonder empathische wijze geholpen, ongeacht hun vraag en hoe het IDO ook is ingericht of georganiseerd. Zonder IDO’s is er in de beleving van mensen geen of niet altijd een goede andere plek om naartoe te gaan. Het IDO helpt bij een breed palet aan digitale vragen, (meestal) zonder afspraak, zonder tijdsdruk, kosteloos, met geduld en op professionele wijze. De positieve ervaringen moeten vaak ook gezien worden in de context dat mensen eerder bij andere organisaties weinig (goede) hulp hebben ervaren. Hun ervaring is dus dat het IDO wél helpt.' 


Het rapport van KPMG - een onderzoe in opdracht van het ministerie zelf - constateerde dat die €17 miljoen die het bibliotheekwerk nu kreeg voor de IDO's ontoereikend is. Er moest minimaal € 9 miljoen bij en er moest geïndexeerd worden. Het bedrag moest naar € 26 miljoen. 

En dat is dus precies wat er niet gebeurde. Men ging er geen geld bij doen maar de specifieke uitkering afschaffen en er € 1,7 miljoen afhalen. De mond vol over een bereikbare overheid maar 9 miljoen was niet te vinden. Een gotspe, wat mij betreft en een klap in het gezicht voor die honderden bibliotheekmedewerkers en duizenden vrijwilligers die de overheid zo goed helpen. En dat voor een paar rotcenten.

De Kamer roert zich

In november 2024, januari 2025 en in juni 2025 sprak de Kamer over deze kwestie binnen het bredere wetgevings- en digitaliseringsoverleg. Het is Kamerlid Barbara Kathmann van GroenLinks|PvdA die zich hier keer op keer inzet voor de IDO's.  Hierboven laat ik u nog maar een keer één van haar vlammende betogen zien. Deze is van november 2024 waar ze al aangeeft dat er geld bij moet. 

Op 3 juli 2025 stemde de Tweede Kamer over een motie van Barbara Kathmann. Daarin deed ze de volgende oproep:

  • verzoekt de regering om structureel extra middelen beschikbaar te stellen aan gemeenten voor de uitvoering van de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO’s) door bibliotheken, en dit voor de komende jaren te dekken uit de vrij te besteden middelen ten behoeve van betere overheidsdienstverlening,
  • verzoekt de regering om een voorstel uit te werken dat tenminste de huidige kosten en jaarlijkse indexering van de IDO’s dekt en dit te verwerken in de begroting van het komende jaar

De motie werd aangenomen en in de beleidsbrief die volgde schreef de staatssecretaris dat hij dit in Q4  zou hebben geregeld met gemeenten.

De brief : hoogte van bedrag, juridische inbedding en perspectief

De brief van 28 augustus  waar ik hierboven mee begon, kwam voor mij dus een beetje als verrassing. In de brief kun je rond de motie van Kathmann die onderdelen onderscheiden: 1) de hoogte van het bedrag, 2) de juridische inbedding en 3) het perspectief. Alle drie de punten loop ik eens langs.

Punt 1: De hoogte van het bedrag

Staatssecretaris Van Marum, inmiddels de opvolger van Szabó, geeft aan dat hij de korting van 10% eraf zal halen in de begroting van 2026. Over extra middelen zegt hij dat hij op zoek zal gaan naar dekkingsmogelijkheden. De vorm zal wijzigen van een specifieke uitkering (SPUK) naar een decentralisatieuitkering (DU). In tegenstelling tot een SPUK kent een DU wel indexering en zal het bedrag dus jaarlijks stijgen en per gemeente bekend gemaakt worden na Prinsjesdag. Voor volgend jaar kunnen bibliotheken dus rekenen op een geïndexeerd bedrag. 

Punt 2: Juridische inbedding

Ik meldde net al dat in de brief staat dat de specifiek uitkering wordt omgezet naar een decentralisatieuitkering. Het mooie is dus dat dat bedrage wel geïndexeerd wordt, maar juridisch is het een veel zwakkere vorm dan de SPUK.  Een decentralisatieuitkering wordt toegekend aan gemeenten volgens bepaalde criteria en met een opmerking waar het in principe voor bestemd is. Voor gemeenten zijn decentralisatie-uitkeringen bestedingsvrij, wat betekent dat de gemeenten zelf mogen bepalen hoe ze het geld binnen het toegekende doel. Dit is anders dan bij specifieke uitkeringen (SPUK's), waarvoor verantwoording over de besteding moet worden afgelegd.

Door de IDO's over te hevelen van een SPUK naar een DU bestaat de kans dat de landelijke structuur wegvalt: in de ene gemeente is er wel een IDO en in een andere niet of IDO's krijgen zo'n verschillende invulling dat je er als landelijke overheid niet meer generiek naar kunt verwijzen. Als er morgen een crisis uitbreekt, kun je er met het bibliotheeknetwerk voor zorgen dat je overmorgen een hulpstructuur hebt. Als je dat met een allegaartje van partijen doet, kan dat niet. En zijn wij dit soort crises in de afgelopen jaren tegengekomen? Inderdaad! In de coronacrisis was het minister van Volksgezondheid maar wat blij dat bibliotheken in één dag konden toezeggen dat er ondersteuning kwam rond coronavaccinaties. 

Punt 3: Het perspectief

Op korte termijn zullen de IDO's door kunnen met een nog steeds te laag bedrag en zullen gemeenten niet gelijk een alternatief hebben voor de bibliotheek. Maar een verplichting - die er nu wel is - is er niet meer. Het perspectief op langere termijn is echter zorgelijk. Het kabinet speelt met een infrastructuur waar op meer dan 800 plekken kwetsbare inwoners worden geholpen. 

Dat het kabinet niet vol doorzet op IDO's heeft ook te maken dat er nog een andere ontwikkeling speelt. Die ontwikkeling benoemt de staatssecretaris in de Beleidsvisie Persoonlijk en Dichtbij. Bij die visie worden er twee routes genoemd die de burger kan volgen in contact met de overheid. De eerste zijn de IDO's maar de tweede zijn de nog te ontwikkelen 'Overheidsbrede loketten'. 

De beleidsvisie schetst wat dit zou moeten zijn:

'De overheidsbrede loketten vormen een belangrijk onderdeel van de toekomstige inrichting van de loketfunctie van de overheid. Vanuit het streven dat mensen direct hulp krijgen bij al hun vragen aan de overheid, hoe complex die ook zijn, werken uitvoeringsorganisaties, gemeenten, VNG en departementen samen aan één sterk netwerk. Daardoor worden burgers niet meer van het kastje naar de muur gestuurd. Bij de overheidsbrede loketten heeft een overheidsdienstverlener tijd voor het goede gesprek met de burger en zorgt, bij samenloop van problematiek, voor de coördinatie om te komen tot een antwoord.'

Met andere woorden: de overheid wil ook zelf de burger weer direct gaan helpen. Dat moet een netwerk van alleen professionals worden die ook achter de login van burgers kan helpen. Het zou fantastisch zijn als het zo kan. Maar dit zijn wel de woorden van diezelfde overheid die de afgelopen twintig jaar loket na loket sloot, dienstverlening door ambtenaren verving door digitale dienstverlening en die daar waar nog wel menselijk contact is, dit met een stopwatch meet of het niet te lang duurt. Sorry, dat ik hier een beetje scherp ben. Maar ook aan mijn kant is het vertrouwen in de overheid soms wat gebarsten. 

En is dit er al? Nee, het is niet verder dan de conceptuele fase en er lopen - ik geef het toe - een mooi aantal experimenten. De gedachte is dat dit allemaal kan door gemeentelijke ambtenaren en landelijke uitvoerders beter aan elkaar te verbinden. Dat lijkt eenvoudig maar gemeenten zitten al tot hun nek in het werk.  En één ding weten we ook zeker: dit gaat veel meer kosten dan de IDO's.  En dan nog is de dienstverlening beperkt: deze loketten verzorgen geen trainingen aan burgers die met een beetje hulp het zelf wel zouden kunnen.

Maar ja, dit is wel een beeld waar ambtenaren graag mee verder gaan. En hoewel de beleidsvisie nadrukkelijk zegt dat de IDO's en Overheidsbrede loketten aanvullend moeten zijn, proeft men in de wandelgangen dat het ook beleidsconcurrenten zijn. Als er geld gaat naar het één, gaat het misschien niet naar de ander. Dit gaat natuurlijk nooit officieel gezegd worden maar de mensen die ermee te maken hebben noemen het wel. 

En die concurrentie is natuurlijk wel het laatste wat moet gebeuren. Want weet wel: met die rottige € 17 miljoen die bibliotheken nu krijgen gaan we natuurlijk nooit het grote digitaliseringsprobleem oplossen waar drie miljoen Nederlanders mee kampen. Het bedrag dat er nu is voor de IDO's, is een druppel op de gloeiend plaat. Het echte probleem is dus dat er echt aan alle kanten geld bij moet: bij IDO's én ruimte voor overheidsbrede loketten. 

Maar ja, dat maakt het wel zuur dat de staatssecretaris zelfs die paar miljoen, voor die ruim 800 IDO's die nu al elke dag open zijn, niet kan vinden. Welke beleidsvisie wil je zo invullen?

Beste politiek: pak door met IDO's en overheidsbrede loketten!

Tot zover het dossier van de IDO's. Mooi dat er een brief is en mooi dat er een toezegging is om de korting eraf te halen en de indexering aan te zetten via een decentralisatieuitkering. Dank namens alle bibliotheken. Dat is het zoet. Bibliotheken blijven daarmee organisaties die lokaal weten te kleuren en te manifesteren maar waarmee landelijk afspraken te maken zijn. 

Maar er zit ook nog zuur. De borging dat lokale bibliotheken met een landelijk netwerk in de lead blijven voor IDO's verdwijnt met de overheveling naar een decentralisatieuitkering. Er is verplichting meer. Wie gaat nog bijhouden hoe het als geheel gaat? Hoe kun je nog een landelijke campagne voeren als het geen netwerk meer is maar allemaal losse initiatieven? Beste politiek, steek hier een stokje voor. 

En beste politiek, haal de schijnbare concurrentie weg tussen de IDO's en de overheidsbrede loketten. Ze zijn allebei nodig. IDO's voor laagdrempelige toegang en trainingen. En overheidsbrede loketten om direct zaken te regelen achter de login van burgers. En daarbij gaat het om veel meer dan een paar miljoen. 

Voor bibliotheken gaat het nu om een verhoging van de bijdrage en borging van de functie. Voor een ministerie misschien klein bier maar voor het bibliotheekwerk en burgers van essentieel belang. En wie dat al niet voor elkaar krijgt, hoeft niet eens te denken aan de bedragen die straks nodig zijn voor overheidsbrede loketten... Dan wordt het een loze belofte en is de burger opnieuw teleurgesteld.

Kortom, er zijn nog vragen genoeg. Op 2 oktober vindt het Kamerdebat hierover plaats, nog net voor het verkiezingsreces. Dat wordt dus een belangrijk debat om te volgen en de VOB roept bibliotheekmensen ook op om daarbij aanwezig te zijn.  Hier kunt u zich bij de VOB aanmelden om het debat met de bibliotheekdelegatie bij te wonen.

Lieve collega's, ga ondertussen door met het goede werk...

Dit alles is een politiek en ambtelijk spel dat zich boven de hoofden van medewerkers, vrijwilligers en inwoners afspeelt. Lieve collega's, laat je er niet door afleiden. Ga ondertussen vrolijk door met het goede werk.  Het gaat om de opluchting die we zien als inwoners voelen dat ze weer goed geholpen zijn. Dat ze het gevoel hebben zelf weer regie te hebben. Dat je als burger zelf aan het roer staat en niet het systeem. De overheid heeft daar nog een flinke opgave in. Daar helpen we graag bij. En nu maar hopen dat de overheid en de politiek ons ook helpen. Je moet er toch niet aan denken dat we weer moeten sluiten wat we zes jaar geleden pas begonnen. Dan zou de overheid echt een modderfiguur slaan.

Moedig voorwaarts!

zondag 31 augustus 2025

De vijf dossiers waar het bibliotheekwerk dit najaar mee te maken heeft

De vakantie is voorbij. Iedereen is weer aan de slag. En Nederland stortte zich maar direct in een kabinetscrisis doordat de NSC-bewindslieden zich terugtrokken. Op moment van schrijven is de situatie dat het ministerie van Eppo Bruins tijdelijk wordt waargenomen door klimaatminister Sophie Hermans en dat men op zoek is naar een vervanger van BBB-huize. Maar wat staat er verder op de rol voor bibliotheken? Ik legde mijn oor te luister in de wandelgangen en kwam tot minimaal vijf dossiers die dit najaar voorbij zullen komen.  

Dossier 1: Bibliotheekwet: Proces en inhoud

Tja, zo’n kabinetscrisis en gerommel op een ministerie is nooit handig voor een wetswijziging. Want  die wetswijziging stond op het punt om via de ministerraad en de Raad van State naar de Kamer te gaan. En als de wetswijziging nu voor het verkiezingsreces alvast naar de Raad van State kan, dan kan die na verkiezingen door naar de Kamer. Dan is het verkiezingsreces slim gebruikt. Maar ja, toen kwam die tweede kabinetscrisis. Mensen die het kunnen weten zeiden dat de vorige minister nog maar een paar dagen verwijderd was van ondertekening van de wetswijziging en dat deze dan naar de ministerraad zou kunnen. Dat ligt nu weer even stil. Het wordt dus spannend of de wet naar de ministerraad gaat voor het verkiezingsreces. Daarbij komt dat iets niet zomaar in een minsterraad komt, maar dat er ook nog een ‘onderraad’ is die weer eerder vergadert. We gaan zien of het lukt. Aan het onderwerp ligt het niet. Dat is absoluut niet controversieel. Als het niet voor het reces naar de Raad van State gaat, levert dat minimaal enkele maanden vertraging op in de behandeling van de wet. 

Wie doortelt komt tot de conclusie dat de kortst mogelijke ingangsdatum van de wet is nog 1 juli 2026 is maar 1 januari 2027 wordt wel steeds realistischer. Dat zou dan betekent dat 1 januari 2028 de gemeenten samen met bibliotheken een meerjarenplan moeten hebben gemaakt. 

Inhoudelijk kunnen we ook nog wel wat van de wet zeggen. De 'urennorm' van één vestiging die 15 uur per week professioneel geopend is, zal niet in de wet staan. Die vestiging blijft wel staan maar het aantal uren verdwijnt. Die is gesneuveld bij de internetconsultatie en zal vervangen worden door een meer kwalitatieve norm. Minder hard maar wel passend bij de lokale situaties. Hoe dat beschreven zal worden is op dit moment nog een goed bewaard geheim.

Daarnaast is de verwachting dat er een onderdeel is toegevoegd aan de bibliotheekwet die de Bibliotheek op school  en Boekstart tot een verplichting zal maken. Dit vloeit voort uit de structurele rijksmiddelen die hiervoor beschikbaar komen. Verderop zal ik ook stilstaan bij wat er gaat gebeuren om die extra middelen bij bibliotheken te krijgen. 

Dossier 2: Normenkader/Streefwaarden en handreiking VNG

Iets wat ook al lang in de pijplijn zit en wat we nog niet hebben gezien is het definitieve normenkader en de handreiking van VNG. In die handreiking zou het normenkader verwerkt worden. KWINK, die de handreiking voor VNG maakt, heeft een eerste concept klaar en dat circuleert bij experts voor commentaar. Tja, hoe doe je dat, een handreiking maken voor een wetswijziging die er officieel nog niet is? Dan werk je dus met de teksten die er tot nu toe zijn. En die kunnen dus nog wijzigen. De definitieve handreiking van VNG kan dus ook echt pas in de loop van 2026 beschikbaar komen, pas als het parlement het heeft goedgekeurd. Maar mijn verwachting is dat er in het late najaar wel een concept-handreiking zal komen op basis van de wetswijziging die naar de Kamer gaat. Daarmee kan iedereen zich al wel voorbereiden op het proces dat volgen moet nadat de wet is goedgekeurd.

Het normenkader zal onderdeel uitmaken van de handreiking maar zal wel anders gaan heten. Omdat het geen normen zijn die verplichtend zijn zal het een andere naam krijgen. Denk aan iets als: streefwaarden. Ook is de verwachting dat een aantal ‘streefwaarden’ nog aangepast zal worden met meer recente cijfers. Denk dan bijvoorbeeld aan de financiële getallen. 

Dossier 3: Verkiezingen en onderzoek naar gratis bibliotheekabonnementen

En dan de olifant in de kamer die alles overhoop gooit: op 29 oktober hebben we gewoon extra landelijke verkiezingen. We zagen bij de behandeling van de bibliotheekwet al dat het verkiezingsreces wellicht wat vertraging kan betekenen voor de bibliotheekwet. Maar het betekent ook dat er – opnieuw – allerlei verkiezingsprogramma’s komen. In veel van die programma's zullen bibliotheken wel weer genoemd worden. De VOB volgt dat altijd keurig en zal het ongetwijfeld opnieuw keurig op een rij zetten. Maar ik vermoed dat het gratis bibliotheeklidmaatschap voor volwassenen wel in een aantal verkiezingsprogramma’s zal staan. 

Het ministerie is – mede op eerder aangeven van de Kamer - een traject gestart om te onderzoeken op welke wijze bibliotheken hun bereik en gebruik kunnen vergroten bijvoorbeeld door een gratis lidmaatschap of hoe ieder kind automatisch lid kan worden. Beiden zijn overigens ook doelen van het bibliotheekconvenant. 

In de zomerperiode zijn hiervoor meerdere onderzoeksbureaus benaderd en binnenkort zal bekend worden wie dit zal gaan uitvoeren. Ik heb de uitvraag van het ministerie gezien en dat wordt een goed en slim onderzoek waar veel aspecten in benoemd gaan worden rondom het lidmaatschap. Als de sector slim is, gaan ze daar handig gebruik van maken. Eind dit jaar zou er een onderzoeksrapport moeten liggen. Maar in de wandelgangen horen we er vast al eerder wat van.  

Dossier 4: Middelen voor de IDO’s

Een lastig onderwerp is nog de financiering van de IDO’s. De IDO’s worden gefinancieerd via een specifieke uitkering en het huidige kabinet had besloten die af te schaffen en de bedragen over te hevelen naar gemeenten met een efficiencykorting van 10%.  De Kamer ging daar wat betreft de IDO’s in een debat met toen nog staatssecretaris Szabo niet mee akkoord. Op donderdag 3 juli stemde de Kamer voor een motie van Barbara Kathmann van GroenLinks-PvdA waarin de korting op de IDO’s niet doorgaat. In deze motie stelde Kathmann dat de IDO’s een succes zijn en dat het niet zo kan zijn dat er nu door de overheveling van de specifieke uitkering naar de gemeenten er gekort gaat worden op dit bedrag. 

Ze deed toen de volgende oproep:

  • verzoekt de regering om structureel extra middelen beschikbaar te stellen aan gemeenten voor de uitvoering van de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO’s) door bibliotheken, en dit voor de komende jaren te dekken uit de vrij te besteden middelen ten behoeve van betere overheidsdienstverlening,
  • verzoekt de regering om een voorstel uit te werken dat tenminste de huidige kosten en jaarlijkse indexering van de IDO’s dekt en dit te verwerken in de begroting van het komende jaar

De motie haalde een meerderheid in de Kamer en daarmee is dit de facto een feit. Sterker: de motie roept op het bedrag ook te indexeren. Dat was tot op heden nog niet het geval. 

Toch is het nog niet een gelopen race met de financiering van de IDO’s.  In de beleidsbrief van staatssecretaris van Marum wordt gemeld dat hierover in Q4 van dit jaar afspraken moeten worden gemaakt met gemeenten. Dat is dus nog helemaal niet rond. Als de spuk wegvalt, valt ook de wettelijke verankering weg voor de bibliotheek. Gemeenten kunnen dan zelf verzinnen wat ze willen. En niemand die zich er dan nog officieel landelijk om bekommerd. Het gaat dus om verankering en financiering. In de wandelgangen hoor ik wel dat het hier om een grote mix van belangen gaat. Zowel ambtelijk als politiek. Op 2 oktober vindt het Kamerdebat hierover plaats, nog net voor het verkiezingsreces. Dat wordt dus een belangrijk debat om te volgen en de VOB roept bibliotheekmensen ook op om daarbij aanwezig te zijn.  Hier kun je je aanmelden om het debat te volgen. Hier kunt u zich aanmelden om bij het debat te zijn. 

Dossier 5: Extra middelen Bibliotheek op school en Boekstart

Vlak voor de zomer werd bekend dat er € 50 miljoen structureel beschikbaar komt voor Bibliotheek op school en Boekstart. Daarbij is € 25 miljoen gereserveerd voor het onderwijs en € 25 miljoen voor bibliotheken. De regeling zal structureel ingaan per 2027. Maar omdat de huidige regeling afloopt per 1 juli 2026, zal de huidige regeling een voortzetting kennen van een half jaar. Dat zou betekenen dat je er als bibliotheek op mag rekenen dat je over de tweede helft van 2026, hetzelfde bedrag kunt krijgen als over de eerste helft van 2026. En ik verwacht dat dat bedrag dan ook weer via Stichting Lezen beschikbaar komt. 

Hoe de middelen van 2027 en verder verdeeld moeten worden over bibliotheken zal dit najaar ook een gespreksonderwerp worden tussen het ministerie en de landelijke partners Stichting Lezen, VOB, KB en SPN. Wie het geld gaat uitkeren aan bibliotheken is nog niet helemaal duidelijk. Wel is duidelijk dat de middelen rechtstreeks naar de bibliotheken zullen gaan. Maar hoe doe je dat? Is dat gewoon een bedrag per leerling in je werkgebied of is dat een bedrag per leerling met scholen waar je een contract mee hebt? En hoe maak je zo’n regeling nou zo aantrekkelijk mogelijk zodat scholen graag instappen? Daar mogen een paar knappe koppen zich de komende maanden over gaan buigen. Die regeling zal namelijk in het voorjaar 2026 wel klaar moeten zijn om in 2027 ingezet te kunnen worden. Ook dat gaat dit najaar dus al lopen.

Een spannend najaar

Er zijn nog steeds mensen die denken dat werken in een bibliotheek een rustig baantje is. Wie de dossiers ziet waar het om gaat dit najaar, ziet dat bibliotheken in het midden van de samenleving staan en politiek ook zo gezien worden. Het zijn dynamische organisaties met groot maatschappelijk rendement en grote politieke relevantie. En dat met een clubje van zo'n 7.000 medewerkers en zo'n 30.000 vrijwilligers. 

Werk aan de winkel dus. Duidelijk is dat vakantie voorbij is, dat het land zicht stortte in een politieke crisis en dat bibliotheken rustig maar gestaag verder werken. En dit zijn dus dossiers die daar dit najaar bij horen en wat we er in de wandelgangen over kunnen horen. U kunt er geen rechten aan te ontelenen. Maar we hoeven ons niet te vervelen. Terwijl de rest van het land kibbelt, gaan wij volle vaart vooruit. Voor een land dat een leven lang ontwikkelen verdient. 

Hup aan de slag en veel succes!

zondag 10 november 2024

Weer een weekje bibliotheekwerk: een nieuwe Kamerbrief en een amendement voor de IDO's

Als ik zo op zondagochtend dit stukje typ, laat je automatisch je gedachten nog eens gaan over deze week. Wat was dit voor week? Een week met Amerikaanse verkiezingen waarbij Trump met overmacht won. Dezelfde Trump van beweringen van honden etende Puerto Ricanen, van 'grab them by the pussy' en de kandidaat die zei de oorlog in Oekraïne binnen 24 uur te gaan oplossen. En een week waarbij Amsterdam het strijdtoneel werd van een verschrikkelijke guerrilla op scooters. 

Zo'n week. En na zo'n week ga ik toch weer schrijven over bibliotheken. Die bibliotheken die aan de rand van dat politieke geweld rustig maar onverdroten voortstappen. Het macro- en het micro-niveau van deze wereld vragen wat elastisch denkvermogen. Want ook deze week dook de Haagse politiek opnieuw op het bibliotheekwerk. Dit keer een nieuwe bibliotheekbrief en een amendement voor meer geld voor de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO's). Ik zet het weer voor u op een rijtje.

Een amendement voor meer budget voor IDO's

Afgelopen week gaf ik nog een korte analyse van twee rapporten die over de IDO's waren verschenen. De korte samenvatting: de IDO's doen bijzonder goed werk maar eigenlijk komen ze geld tekort om door te kunnen groeien. En dat terwijl er eigenlijk een generieke korting van € 1,7 miljoen aan zit te komen omdat de specifieke uitkeringen (SPUK) aan gemeenten worden afgeschaft en de budgetten - met 10% korting - worden overgeheveld naar het gemeentefonds. 

Ondertussen is er minimaal één kamerlid die dit niet is ontgaan. En dat is Barbara Kathmann van Groen Links|PvdA. Zij diende een amendement in op de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken waar de IDO's onder vallen. Die begroting wordt maandag 11 november 2024 behandeld.

In het amendement stelt ze voor om het budget met € 3 miljoen te verhogen tot € 20,1 miljoen per jaar en het ook jaarlijks te indexeren. Ze loopt daarmee vooruit op de afhandeling van alle SPUK-regelingen. Het is toch wel knap hoe Kathmann de hele situatie in 280 woorden samenvat. 


De uitkomst van dit debat weten we dus volgende week. 

Nieuwe brief bibliotheekwerk

Verder kwam vrijdag 8 november ook de nieuwe Bibliotheekbrief uit. Die brief vindt u hier. Aanstaande maandag vindt de begrotingsbehandeling Cultuur plaats maar ik heb het vermoeden dat die brief daar geen rol meer gaat spelen. Ik zie het in ieder geval niet bij de stukken staan.  

Wie de afgelopen tijd het bibliotheekwerk al gevolgd had, zal in deze bibliotheekbrief niet heel veel nieuws vinden. De brief is een hele adequate samenvatting van de SPUK-regeling voor bibliotheken, de wetswijziging, het bibliotheekconvenant, de update rond Caribisch Nederland en de leenrechtregeling voor scholen. En eigenlijk is overal de boodschap: Wij zijn lekker bezig en boeken overal voortgang! Het is een bijzonder degelijke brief, bijna op het saaie af. Maar degelijk en saai betekenen inderdaad vaak dat het goed gaat. Want het dossier Bibliotheken zal de komende tijd toch één van de weinige dossiers zijn waar minister Bruins een beetje mee kan pronken. 

Is er dan niks bijzonders te melden? Nou, twee kleine dingen dan.

Vervolgfinanciering Bibliotheek op school

Voor de jaren 2024, 2025 en 2026 was in totaal € 74 miljoen uitgetrokken om de Bibliotheek op school en Boekstart te intensiveren. Die regeling loopt eind 2026 af. En wie de ambtelijke molens kent weet dat je dan eigenlijk ruim voor die tijd moet beginnen om ervoor te zorgen dat financiering een vervolg kan krijgen. In november 2023 verscheen hiervoor al het KWINK-rapport 'Duurzame verankering van de Bibliotheek op school'. 

Minister Bruins stelt nu in de beleidsbrief het volgende: 

'Op dit moment bekijk ik samen met de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hoe we na schooljaar 2025/2026 onze inzet op leesbevordering en de samenwerking tussen bibliotheken en het onderwijs zullen continueren. Hierbij vinden we het belangrijk dat we kunnen verduurzamen wat er in de afgelopen jaren is opgebouwd maar ook dat scholen vrijheid houden in hoe zij hun leesonderwijs en leesomgeving invullen. We gebruiken hierbij het onderzoek van de KWINK-groep naar voorwaarden van duurzame verankering van de Bibliotheek op school.   De beleidsreactie hierop volgt in het eerste kwartaal van 2025'

Mensen die ik weer over deze brief spreek wijzen dan op kleine woordjes in zo'n brief. Er staat 'hoe we na schooljaar 2025/2026 ... zullen continueren'. De vraag óf we moeten continueren zijn we dus gepasseerd. Het doel is om door te gaan! Zo subtiel is het dus. Wel stelt de brief dat goed gekeken moet worden wie nu de opdracht geeft voor de Bibliotheek op school. De gelden gaan in deze periode via de Stichting Lezen naar de bibliotheken. Daarmee heeft het onderwijs vooral te volgen. Dat wordt in bovenstaande zin wat in het midden gelaten. En dat daar nog iets moet snap ik ook wel. Het gaat hier om geld dat uit de onderwijsbegroting komt en niet uit de cultuurbegroting. De minister heeft hier ook te maken met de collega-staatssecretaris en die wil ook scholen een bepaalde zeggenschap geven. Ik voorzie hier wel een bestuurlijk overleg ontstaan waar minister, staatssecretaris, bibliotheken en onderwijs samen aan tafel gaan voor een solide invulling.

Voorjaar 2025 komt dit onderwerp dus terug. 

Kamerbehandeling wetswijziging medio 2025, de zorgplicht komt er gegarandeerd in 2026

De kamerbrief herbevestigt de financiële middelen via de decentralisatieuitkering voor 2025 en 2026. En de brief herbevestigt dat de middelen ook na 2026 structureel beschikbaar zijn voor gemeenten. Ook dat soort zinnetjes zijn belangrijk om op te merken: het geld is en blijft structureel geborgd. Ook hier voert het ministerie een solide en betrouwbare koers. 

Ook niet onverwacht maar nu ook hier aan het papier toevertrouwd is de verwachting dat de Tweede Kamer de wetswijziging medio 2025 zal behandelen. Mijn ervaring is dat in dit soort brieven altijd de vroegste mogelijkheid van behandeling wordt genoemd. Het is nooit eerder maar wel vaak iets later. Mijn hoop is vóór de zomervakantie 2025 maar de werkelijkheid zal wel zijn dat het net na de zomervakantie volgend jaar zal zijn. 

Maar wat je hier wel uit kunt afleiden is dat die zorgplicht gegarandeerd in zal gaan in 2026. Of dat 1 januari 2026 is of 1 juli 2026 is dat zal er nog om spannen maar die zorgplicht komt er. 

Lees ook wat er niet in staat...

Nou, dat waren de twee spannende punten. En ik vermoed dat u er niet van van uw stoel bent gevallen. 

Tot slot moet je dit soort beleidsbrieven ook altijd lezen op wat er niét in staat. Wat was wel belangrijk maar wordt niet genoemd?  

En dat is in dit geval het normenkader waar de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) destijds op aangeven van de toenmalige staatssecretaris mee gestart zijn. Ergens moet dat kader nog gaan landen en het zal een aanvulling moeten vormen op de 'basis'eisen die de zorgplicht zal stellen aan lokaal bibliotheekwerk. Ergens tussen nu en de behandeling van de wetswijziging moet dat wel vastgesteld worden. Men zoekt met elkaar duidelijk nog wat nou precies de positie moet zijn van dat normenkader. 

Bibliotheken op route, de wereld wankelt

Nou, als u dit zo gelezen heeft, weet u dat het bibliotheekwerk nog gewoon keurig op route ligt voor de zorgplicht. De ambtenaren bij het ministerie voeren solide en degelijk uit. En dat is in dit geval gewoon een compliment. Geen gekke dingen meer of verrassingen is het devies in deze fase. Het is nu zorgen dat je naar de eindstreep komt. Mijn routekaart - zie hierboven - hoef ik met deze brief niet te updaten. 

Die bibliotheken lopen dus lekker door. En dat alles dus terwijl de wereld wankelt. De onvoorspelbaarheid van een nieuwe Amerikaanse president, met een oorlog op Europees grondgebied waar Noord-Koreanen nu het strijdtoneel betreden en met een groeiend aantal autoritaire leiders. Niemand weet of wij al zitten te kijken naar een Derde Wereldoorlog. Maar in een oorlog sneuvelt de waarheid als eerste, luidt het gezegde.

Feiten, alternatieve feiten en meningen buitelen al over elkaar. Op dat vlak liggen duidelijke vragen voor het bibliotheekwerk. Dat bibliotheekwerk dat ooit werd opgericht voor gelijke toegang tot kennis en informatie. Omdat we geloofden dat toegang tot kennis en informatie ons verder zou helpen in onze gezamenlijke ontwikkeling. Onze ontwikkeling als individu, als lokale gemeenschap, als land, als wereld. Hoe doe je dat in deze met alternatieve feiten overvoerde omgeving?

Het onlangs getekende nieuwe bibliotheekconvenant geeft alle partijen die zich inzetten voor bibliotheken op dit punt dan ook een opdracht:

'Partijen gaan de rol van bibliotheken op het gebied van het versterken van de democratie en digitaal burgerschap uitbouwen en bestendigen.' 

Op macro-niveau is er dus nog heel veel werk te verzetten voor bibliotheken. Op micro-niveau, het niveau van beleidsbrieven en amendementen, ligt het bibliotheekwerk gewoon mooi op koers.  

Maar voor beide geldt het devies: alle hens aan dek en op volle kracht vooruit!

zondag 22 september 2024

Hoe een paar cijfers je toch kunnen raken... en weer een turbulente week in bibliotheekwerk!


Nou, ook dit was me het weekje wel weer. Met wéér heel veel nieuws voor bibliotheken. En... er waren een paar cijfers die me toch raakten. Benieuwd wat dat was? Lees dan verder.

Miljoenennota: twee keer 59 miljoen

Op dinsdag 17 september was het Prinsjesdag. Hoewel niet de verwachting was dat bibliotheken in de troonrede zouden zitten zoals vorig jaar, is het toch altijd weer een spannend moment hoe financiële zaken in de miljoenennota zijn terug te lezen. De miljoenennota is maar één stuk maar met name alle bijlagen en begrotingen van ministeries bevatten de details. Wie dat eens wil nakijken, vindt hier alle documenten. 

Het eerst waar we bibliotheken in tegenkomen is op pagina 184 van de bijlage bij de Miljoenennota. Daar tref je de volgende tekst aan.

Het is wat ambtelijke tekst om te geven dat het geld dat voor 2025 en 2026 gereserveerd was voor extra investeringen via gemeenten aan bibliotheken er ook echt komen. Het gaat om twee keer 59 miljoen. Sommigen twijfelden daarover met bovenstaande tekst - je kan het ook lezen als 59 miljoen over twee jaar - maar wie de financiële tabellen nakijkt ziet toch echt dat het twee keer 59 miljoen is. Deze decentralisatieuitkering voor twee jaar is in lijn met wat eerder al aangekondigd was in de laatste beleidsbrief van november 2023.

Bovenstaande passage staat in een stuk over welke gelden er allemaal naar de gemeenten gaan en niet in de begroting van het ministerie van OCW. Wie daar kijkt ziet dan ook dat deze gelden daar uit de begroting zijn gehaald. Want wie op pagina 134 van de begroting daar kijkt, ziet daar het volgende staan voor bibliotheken. 

Wie de begroting van het ministerie van vorig jaar erbij pakt, ziet dan dat de bedragen voor bibliotheken voor 2025 en 2026 verlaagd. Die twee keer 59 miljoen hier dus van de begroting en gaat via Binnenlandse Zaken (die de gemeenten financiert) dan straks als geoormerkt budget naar gemeenten. En let op: van deze bedragen heeft de vorige staatssecretaris gezegd aan gemeenten dat het ook echt een plus moet zijn.  Vanaf 2027 staat er weer een groter bedrag genoemd in de begroting van het ministerie. Dat is dan weer de voortzetting van de regeling van 2025 en 2026. Vanaf 2027 zou ook hier dus weer 59 miljoen overgeheveld moeten worden naar gemeenten. De verwachting is dat het dan niet meer geoormerkt is maar algemeen naar het gemeentefonds gaat. Maar dit geld houdt het ministerie nog even zelf vast.

Ook bij de O van onderwijs

Verder constateerden we vorige week al dat de bibliotheken in het regeerprogramma ook genoemd worden bij de O van onderwijs. De tekst die hier staat heeft van alles te maken van hoe bibliotheken al inmiddels een paar jaar stilletjes voorsorteren op een vaste rol in het onderwijs.  En ja in de miljoennota komt ook deze tekst uit het regeerprogramma weer terug onder de lijn Basisvaardigheden. 

Dit punt staat in een rijtje met meerdere onderwerpen waar bijvoorbeeld ook nog digitale geletterdheid en burgerschap wordt genoemd. De financiering loopt nu via regelingen nog tot en met 2026. Maar er wordt - zij het versluierd in een algemene pot - gehint op een voortzetting. 

SPUK Informatiepunten Digitale Overheid

Toch is niet alles hosanna. Zo had dit kabinet al aangekondigd de zogeheten specifieke uitkeringen (SPUK) te willen afschaffen, de bedragen over te doen aan de gemeenten (waar ze nu al terecht komen) en tegelijkertijd een korting van 10% toe te passen. De regeling voor Informatiepunten Digitale Overheid, in 2023 overgeheveld naar gemeenten, is zo'n regeling. Het is het ministerie van Binnenlandse Zaken die dit onderdeel, zowel Digitale Overheid als de SPUKs), in portefeuille heeft. Ook die begroting moeten we dus nakijken. En op pagina 150 van deze begroting tref je dan deze tekst aan. 


In de begroting zakt het budget van ruim € 17 miljoen dan ook met € 1,7 miljoen. En dat terwijl nog  het aantal informatiepunten nog altijd groeit en geconstateerd wordt dat het bereik nog altijd beter kan. 

Over deze kwestie is zeker het laatste nog niet gezegd. Een overheid die wil dat burgers goed met digitale overheid overweg kunnen moet hierin juist investeren. Dit punt is dus zeker nog niet van de agenda en ik verwacht dat de Vereniging van Openbare Bibliotheken hier de komende tijd ook nog aandacht voor zal vragen.

Het staat er echt! Cijfers die me raakten, de septembercirculaire

Ongeveer een uur nadat de miljoenennota bekend was gemaakt, verscheen ook de septembercirculaire voor het gemeentefonds. Die circulaire is oneerbiedig gezegd een soort nieuwsbrief van het ministerie van Binnenlandse Zaken voor gemeenten met daarin een update van welke bedragen er allemaal beschikbaar komen voor gemeenten. Het is bijzonder saaie kost voor de buitenstaander. 

Maar op pagina 87 (genummerd 83) van deze circulaire staan de bedragen die in 2025 en 2026 dus naar bibliotheken gaan. Ik kijk naar de cijfers.  Almelo: ruim twee ton extra, Scherpenzeel, een ton extra, Zevenaar, bijna € 140.000,- extra, Zwolle, bijna vier toen. En als ik zo door die lijst kijk, merk ik dat die lijst met cijfers me raakt. Het staat er namelijk echt. Er gaat echt structureel zoveel extra geld naar bibliotheekwerk. 

Hieronder een stukje van die lijst. Bijlage 3punt12streep13. Ver verstopt in een saai document. Namen en bedragen. Meer is het niet.

Waarom raakt het me zo? Dat heeft met twee zaken te maken. 

De eerste is omdat ik weet wat deze bedragen betekenen voor bibliotheken. Ik weet wat er mee kan voor burgers: een extra vestiging, vernieuwing van een servicepunt, extra personeel voor laaggeletterdheid, extra inzet voor lezingen en cursussen of gratis lidmaatschap tot 27 jaar. Eindelijk wat extra ruimte na al die jaren waarin ik samen met bibliotheken telkens op zoek moest naar creatieve oplossingen om met schaarse middelen toch veel te doen.  

En de tweede reden dat het me raakte is dat het me deed stilstaan,  hoe lang als sector al met elkaar werken aan deze beweging. In 2019, begin 2020 werd de bibliotheekwet geëvalueerd. Na die evaluiatie kwa kwamen bibliotheken in het regeerakkoord terecht. Vervolgens duurde het tot voorjaar 2022 tot er een beleidsbrief Cultuur kwam waarin helder werd wat de bedoeling zou zijn. Pas in september 2022 werd met de miljoenennota helder welke bedragen er zouden komen en in de beleidsbrief bibliotheken van november 2022 kwam de richting van een incidentele regeling (2023 en 2024) die zou worden opgevolgd door structurele financiering vanaf 2025. 

We zijn dus ondertussen al zes jaar onderweg.Zo'n traject dus. 

En weet u, er waren vele momenten waarop dit mis had kunnen gaan. Het zijn ambtenaren bij het ministerie, VOB-medewerkers en bibliotheekdirecties die er met zorg al zo lang aan trekken. Telkens een stapje verder in de besluitvorming en telkens eendrachtig dezelfde kant op. Burgers helpen vraagt soms een lange adem.

Beste Biebfestival

Maar burgers zijn natuurlijk belangrijker dan cijfers En dat mocht ik dan ook op zaterdag nog ervaren. Ik schoof een tijdje aan bij het Beste Bieb Festival in Drachten. De bibliotheek had daar een tweedaags festival georganiseerd, dit omdat ik ze vorig jaar met mijn lijstjes uitriep tot Best Presterende Bibliotheek van Nederland. En zo gaven ze deze prijs invulling: door een feest terug te geven aan de inwoners. En zo hoort het natuurlijk. Men pakte groots uit in Drachten Het hele plein voor de bibliotheek ademde de sfeer van Franse terrasjes en in allerlei kraampjes en op een aantal podia vond van alles plaats. Van muziek tot literatuur en van mindfulness tot geldzaken. Het zag er zwart van de mensen. 

Sla elkaar even op de schouders...

En dat is dus waarom zo'n knullig rijtje cijfers mij zo raakt. Omdat ik weet dat het uiteindelijk bij burgers uitkomt en daar veel gaat betekenen.  En ja, ik weet dat geld ook nog allemaal goed doorgegeven moet worden. Maar laten we elkaar nu maar even op de schouders slaan. Even het duimpje omhoog naar elkaar. Even blij dat dít gelukt is. Om vervolgens snel door te gaan om mooie dingen te doen voor burgers in onze dorpen en steden.