Posts tonen met het label zorgplicht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zorgplicht. Alle posts tonen

zondag 16 augustus 2026

Een relevantiekader en een format voor een gemeentelijk meerjarenplan


Zo, daar ben ik weer, na een flinke zomerstop! Voor sommigen zal het nog volop vakantie zijn maar ik pak de draad maar weer eens op. En met twee leuke onderwerpen vandaag: het relevantiekader van Probiblio en een Gelders format voor een gemeentelijk meerjarenplan. Beiden mooie instrumenten waar je morgen mee aan de slag kunt. 

Relevantiekader: Ik bleek er al jaren mee te werken...

Het relevantiekader van Probiblio is een mooi instrument waar je als bibliotheek met je gemeente maar ook met andere samenwerkingspartners mee aan de slag kunt. In de nieuwsbrief van Probiblio in het voorjaar werd het al eens benoemd maar ik had nog niet eerder de tijd om er eens een stukje bij te tikken.

In al die jaren dat ik nu bibliotheken en gemeenten begeleid, maakte ik al heel vaak gebruik van een doelen- en actiematrix. Daarbij plotte je dan de doelen van beide partijen op beide assen waarbij je per vak dan acties benoemt die daarvoor worden uitgevoerd. Die matrix blijkt een naam te hebben: het relevantiekader. Probiblio heeft voor mij dus benoemd waar ik eigenlijk al jaren mee bezig was. Zeer bedankt daarvoor, want Relevantiekader klinkt inderdaad heel lekker.

Hierboven zie je een door mij geleend plaatje van Probiblio waarin de uitwerking van het relevantiekader staat voor de fictieve gemeente Middenwaard. Aan de bovenkant zie je de beleidsdoelen van de gemeente en aan de linkerkant de vijf functies van de bibliotheek.

Deze uitwerking kun je natuurlijk makkelijk aanpassen: je kunt ook kiezen voor de drie thema's van het beleidsconvenant - geletterde samenleving, participatie in de informatiesamenleving en een leven lang ontwikkelen of specifieke beleidsthema's van de bibliotheek zoals die in jullie meerjarenplan staan. 

In de praktijk zul je niet altijd één onderwerp noemen maar kunnen het er ook meer zijn en op sommige vakjes blijft het misschien (nagenoeg) leeg of moet een ontwikkeling benoemd worden. Ook kun je er voor kiezen om niet activiteiten maar doelen per vak te benoemen. 

Het kader is een handig hulpmiddel voor de gemeentelijke meerjarenplannen die opgesteld moeten gaan worden in het kader van de zorgplicht. Daniel Zegeling en Roséanne Timmer-Aukes van Probiblio schrijven hier zelf over:

'Interessant genoeg sluit deze manier van werken aan op de richting waarin de vernieuwde WSOB zich ontwikkelt. In de internetconsultatie van de vernieuwde WSOB heeft de overheid het ‘Besluit Stelsel Openbare Bibliotheken’ gepubliceerd en daarin wordt van gemeenten gevraagd dat zij in hun meerjarenbeleid expliciet maken binnen welke maatschappelijke domeinen het bibliotheekwerk wordt gepositioneerd. Feitelijk vraagt de wetgever daarmee precies om het gesprek dat het Relevantiekader ondersteunt. Zo’n gesprek vraagt om het gezamenlijk formuleren van de opgaven, het scherp krijgen van de rol van de bibliotheek en het durven maken van keuzes. Juist in die stap zit vaak de grootste winst en tegelijkertijd de grootste uitdaging.'

Het relevantiekader is echt een instrument waarmee je heel prettig het gesprek kunt voeren op meerdere niveaus bij de gemeente. Wellicht overbodig: Vul het dus ook niet in je eentje in maar doe het samen. Ook laat het heel breed zien waar de bibliotheek allemaal ondersteunt en hoeveel kansen er nog kunnen liggen bij een verdere inzet van de bibliotheek. 

En een instrument dus dat ik al heel lang gebruikte maar waarvan ik niet wist dat het een naam had: het relevantiekader. Mooi werk Probiblio! Maar net als dat ik het al gebruikte, zullen er bij alle provinciale ondersteuningsinstellingen al wel mensen zijn die dit model of modellen die er zeer aan verwant zijn al gebruikten. Ga daar dus ook vooral te rade als je er gebruik van wilt maken.

Provincie Gelderland: al een format voor een meerjarenplan 

Een tweede fijn instrument is het Gelders format voor een gemeentelijk meerjarenplan. Hoewel de behandeling van de wijziging van de Bibliotheekwet nog loopt en deze pas in het najaar in een debat met de Kamer komt, zijn veel gemeenten ondertussen allang druk met de zorgplicht. Dat komt omdat er al wel geld is maar nog geen officiële verplichting. En dat is iets waar ambtenaren wat nerveus van kunnen worden: waar is dat geld voor bedoeld dan en wat is het kader wat erbij hoort?

De provincie Gelderland heeft daarom net voor de zomervakantie een Gelders format meerjarenplan WSOB afgegeven. Dit format is samen met gemeenten en bibliotheken opgesteld. De pen is vastgehouden door de KWINK groep die ook de, nog niet gepubliceerde handreiking,  van VNG heeft opgesteld. Er is gebruik gemaakt van de concepten die zijn gepubliceerd over het Besluit Openbare Bibliotheekvoorzieningen waarin onderdelen zijn benoemd die in het gemeentelijk meerjarenplan moeten zitten. 

Het Gelders format kun je vinden en downloaden op de zorplichtpagina van Rijnbrink die je hier vindt. 

In het format komen inderdaad alle onderdelen terug en worden ook voorbeelden gegeven hoe je het kunt invullen. Het voorbeeld met het relevantiekader kun je hier dus gebruiken waar het gaat om de verbinding tussen gemeentelijke opgaven en de vertaling naar de opdracht voor bibliotheekwerk.

Dit is de inhoudsopgave van het format waarin aangegeven wordt wat alle onderdelen zijn die worden aangestipt.


De provincie Gelderland noemt dit de '0.8-versie' omdat de wetswijziging nog niet door de Kamer is en het definitieve Besluit Openbare Bibliotheekvoorzieningen nog niet is gepubliceerd. Men loopt dus eigenlijk op de zaken vooruit. Maar steeds meer gemeenten zijn al aan de slag en de provincie Gelderland neemt dus verantwoordelijkheid om gemeenten vooruitlopend daarop al zekerheid te bieden over wat verwacht wordt. 

De Provincie zegt over deze versie dan ook:

'Wat is de status van deze versie? De 0.8 versie van het format is gemaakt in samenwerking met een gebruikersgroep bestaande uit verschillende bibliotheken en gemeenten, Rijnbrink en de provincie. Vervolgens is deze versie vastgesteld door de stuurgroep Gelders bibliotheekwerk. Een door de gemeenteraad vastgesteld meerjarenplan dat is gebaseerd op deze 0.8 versie voldoet aan de eisen die door de wet en het interbestuurlijk toezicht aan een meerjarenplan worden gesteld.  Deze versie kan dus nu al worden gebruikt voor het opstellen van meerjarenplannen en worden ingediend in het kader van het interbestuurlijk toezicht op de gemeentelijke zorgplicht vanaf 1 januari 2028.'

Elke Gelderse gemeente die er nu dus mee aan de slag gaat, het vaststelt en het de provincie toestuurt heeft dus de zekerheid van de Provincie dat deze het beschouwt als een goede invulling van de zorgplicht. Ik vind het een briljante actie van de provincie Gelderland. Doe er uw voordeel mee. 

En de rest van het najaar?

Zo, ik heb de boel weer afgetrapt zo na de vakantie. We gaan er weer vrolijk tegenaan. Ook de komende tijd zal ik weer veel schrijven over de ontwikkelingen. Wat gebeurt er met de wet? Wat gebeurt met de regeling voor de Bibliotheek op school en Boekstart? Hoe gaat het verder met de IDO's? En samen met de VOB bereid ik ook een update voor over de Boetevrije Bibliotheken. 

Ik heb er samen met jullie weer ontzettend veel zin in! Het gaat een interessant najaar worden. Stay tuned!

zondag 22 maart 2026

De bibliotheek: Ver weg en toch zo dichtbij....

Een bibliotheek binnen 'redelijke' afstand

De wijziging van de bibliotheekwet moet ervoor zorgen dat er in elke gemeente een bibliotheek is en blijft. Maar dat is niet het enige: het moet ook binnen een redelijke afstand. In lid 1 van artikel 6 komt te staan:

'Het college van burgemeester en wethouders dan wel het bestuurscollege voorziet in een aanbod van bibliotheekvoorzieningen, dat binnen redelijke afstand voor de inwoners toegankelijk is.'

Tja, wat is een redelijke afstand? En wat wordt verstaan onder een bibliotheekvoorziening? Ik pakte daarom de statistieken van het CBS er weer eens bij die al jaren de nabijheid van bibliotheekvoorzieningen bijhouden. In 2024 was de gemiddelde afstand tot een bibliotheeklocatie (alle voorzieningen) 1,8 kilometer, tot een bibliotheekvestiging of -servicepunt 2,0 kilometer en tot een bibliotheekvestiging 2,2 kilometer. 

Nu volgende maand de behandeling van de wetswijziging in de Tweede Kamer begint, is het toch aardig dit punt nog eens uit te diepen. Over die behandeling schreef de Vereniging van Openbare Bibliothek in hun goede nieuwsbrief al wat daar nu over bekend is. Daarin werd gemeld:

'Op 16 april 2026 vindt er een rondetafelgesprek plaats over twee elementen van het wetsvoorstel, namelijk de zorgplicht voor gemeenten en de samenwerking tussen bibliotheken en het onderwijs. Op 23 april 2026 vindt er een schriftelijk overleg plaats. Kamerleden dienen schriftelijk vragen in die door het ministerie worden beantwoord. Rond de zomer vindt naar verwachting de plenaire behandeling van de wet plaats. Tot slot wordt er nog een analyse over het wetsvoorstel uitgevoerd door de ondersteunde staf van de Tweede Kamer.'

Bent u weer bij. Nu snel door naar landkaartjes over nabijheid en wat je daarvan kunt zeggen en vinden.

Een bibliotheeklocatie op minder dan een kilometer

Ik dacht, ik begin maar eens met gemeenten waar heel dichtbij een bibliotheekvoorziening is. Op minder dan één kilometer. En daarbij heb ik de kolom genomen van 'alle typen' voorzieningen. Welk type voorzieningen er allemaal kunnen zijn is benoemd in de ministriële regeling 'Gegevenslevering Openbare Bibliotheken'. Daarin worden onderscheiden: vestigingen, servicepunten, mini-servicepunten, bibliobushaltes, zelfbedieningsbibliotheken en afhaalpunten. 

Onder een locatie vallen dus alle typen voorzieningen. Ik selecteerde op minder dan één kilometer en dat is dus ver onder het landelijk gemiddelde van 1,8 kilometer. Dan kom je tot bovenstaande kaartje. Het zijn 21 gemeenten op de kaart. En wat opvalt: het zijn lang niet altijd stedelijke gebieden. Zeker die zitten er ook tussen: Emmen, Almelo, Schiedam en Apeldoorn. Het zijn ook veel 'plattelandsgebieden': Veere, Noord-Beveland, Tholen en Reimerswaal. En de eilanden Schiermonnikoog en Vlieland. 

Hieronder vindt u het hele lijstje van gemeenten, ook met de andere cijfers erbij voor vestigingen en servicepunten.

Die korte afstand is voor mij goed te verklaren. Het zijn vaak plekken met een bibliobus of met veel afhaalpunten of mini-bibliotheken. De omvang en openingstijden van die voorzieningen verschillen nogal. Bussen kennen statijden die vaak enkele uren omvat. De afhaalpunten kunnen vaak veel open zijn maar kennen bijna nooit een personele bezetting. En we zien in de lijst ook enkele gemeenten met servicepunten. 

Wie snel door de lijst kijkt, ziet ook al iets anders opvallends. Een bibliotheeklocatie dichtbij betekent nog niet altijd een vestiging of servicepunt dichtbij. En dat leidde tot de volgende kaart.

Overigens wie wil weten wat het verschil is tussen een servicepunt en een bibliotheekvestiging: allebei zijn het bibliotheken met een collectie en professioneel personeel. Het onderscheid is dat een vestiging meer dan vijftien uur bemand geopend moet zijn en een servicepunt tussen de  vijf en vijftien uur. 

Een bibliotheekvestiging op meer dan vijf kilometer


Na die kaart met locaties heel dichtbij, zette ik dus eens op een rij waar een vestiging heel ver weg is. Daarbij heb ik de grens van vijf kilometer gepakt. Ruim meer dan de 2,2 kilometer die het landelijk gemiddelde is. Op deze kaart staan tien gemeenten. Die ziet u hier op de kaart. Het gaat om gemeenten als Roerdalen, Alphen-Chaam en Lopik. Dat zijn gemeenten die in het verleden bestempeld werden als 'witte vlekken' omdat er in die gemeenten nog geen volwaardig bibliotheekwerk zou zijn. De SPUK-regeling was juist ook bedoeld voor deze gemeenten. In Roerdalen en Alphen-Chaam zijn er bloeiende vrijwilligersbibliotheken met professionele ondersteuning voor de Bibliotheek op school en in Lopik was een bibliotheek actief die buiten het stelsel viel. In Lopik heeft men ondertussen aansluiting gezocht bij Bibliotheek Lek en IJssel en kunnen we hier de data van 2024 als achterhaald beschouwen. In Roerdalen wil men vasthouden aan de huidige structuur volgens dit persbericht.  Van Alphen-Chaam heb ik op dit moment geen beeld. Maar ook in al deze gemeenten zien we dat inwoners graag een bibliotheek hebben en zich daar ook graag voor inzetten. De gemeente Zundert - ook op dit lijstje - opende afgelopen jaar met de SPUK-middelen een nieuwe vestiging. Ik vermoed dat daar de afstand dus ook terugloopt. 

Maar dat is maar het halve verhaal... Wie verder kijkt ziet ook dat er op deze kaart gemeenten staan die we ook in de vorige kaart zagen waarbij de bibliotheekvoorziening juist heel dichtbij was. Het gaat dan om Vlieland, Schiermonnikoog, Noord-Beveland, Veere en Simpelveld. 


Daar waar de bibliotheek dus eerst zo dichtbij leek, daar blijkt de bibliotheekvestiging zo ver weg. Vaak heel verklaarbaar zoals in het geval van de Waddeneilanden of de bibliobus in Zeeland. Ver weg en toch zo dichtbij, lijkt daar de paradox. En het roept de vraag op wat nou de juiste combinatie aan voorzieningen is?

Wat is de goede mix aan voorzieningen? Vier factoren die meespelen
Tja, zeg het maar. Waar doe je goed aan als bibliotheek, als gemeentebestuur en als groep van inwoners die graag iets in de eigen kern wil? Eén ding weet ik wel: er is géén standaardformule voor. Wel is er iets te zeggen over de factoren die een rol spelen. Zo voor de vuist weg, noem ik er vier.

Factor 1: Omvang van kernen
Elke gemeente is anders. Ik ken een gemeente van ruim 30.000 inwoners die maar uit één kern bestaat. En ik ken een buurgemeente met evenveel inwoners die ook ruim 30.000 inwoners heeft maar vier grote kernen en zes kleine. Wat doe je dan? 

Factor 2: Aanwezigheid van samenwerkingspartners
Een tweede factor die vooral voor kleinere kernen meespeelt, is de aanwezigheid van samenwerkingspartners. Dan aan maatschappelijke voorzieningen, een winkel of een school. Als je samen met een partner open kunt, scheelt dat veel. Je kunt samen meer open, je kunt kosten delen en samen activiteiten ondernemen. In de ene kern heb je meer mazzel hiermee dan in een andere kern. 

Factor 3: Een bibliobus
Een aantal gemeenten die een hele kleine gemiddelde afstand kennen, hebben een bibliobus. Dat is een beleidskeuze. Het zorgt ervoor dat je op heel veel plekken - vaak met een korte statijd - kunt zijn. Het is een enorme boost aan je toegankelijkheid. Maar het is soms ook een belemmering om in een kern tot een andere keuze te komen. En het is wel degelijk mogelijk om samen te werken met partners in een bibliobus maar het is in de regel minder eenvoudig. 

Factor 4: Geld
Tja, de olifant in de kamer is natuurlijk ook gewoon de hoeveelheid geld die beschikbaar is. Met meer financiële middelen kun je op meer plekken zijn. En hoeveel geld er beschikbaar is, bepaalt in hoge mate het gemeentebestuur.

Het schillenmodel voor een redelijke afstand en een gebalanceerde mix aan voorzieningen voor de hybride bibliotheek


Wat een redelijke afstand is voor een bibliotheekvoorziening is dus niet eenduidig te zeggen. Het is een mix van factoren die daarvoor zorgt. De zorgplicht en de AMvB die aanwijzingen geeft voor het meerjarenplan, wijst gemeenten er in ieder geval op dat het uitlegbaar moet zijn dat er binnen een redelijke afstand een volwaardige bibliotheekvoorziening beschikbaar is. De verschillende functies van de bibliotheek kunnen daarbij verschillend ingevuld worden: een afhaalpunt dichtbij, een spreekuur in een buurthuis en een kleine theaterzaal in de hoofdvestiging. In het gemeentelijk meerjarenplan dat voortvloeit uit de zorgplicht moeten gemeenten - samen met bibliotheken - daar invulling aan geven.

Duidelijk is dat men zich daarbij niet moet blindstaren op één type voorziening. Het gaat om een mix van voorzieningen: fysiek en digitaal. De hybride bibliotheek dus.  Hierboven ziet u het plaatje dat ik ooit samen met de gemeente Almelo en de bibliotheek maakte bij de investeringen in twee nieuwe voorzieningen vanuit de SPUK-middelen. Daarbij zie je dat álle voorzieningen als een geheel moeten worden gezien: van hoofdvestiging tot boek-aan-huis en van digitale bibliotheek tot Bibliotheek op school.  Die mix moet passend zijn voor de betreffende gemeente en de financiële mogelijkheden die er zijn. Het zou niet gek zijn om zo'n plaatje ook mee te nemen in de handreiking  van VNG die zij nog maken over de zorgplicht en het meerjarenplan. 

Wie denkt dat dit plaatje nieuw is: ik gebruik deze opzet al zeker twintig jaar bij mijn bibliotheekadviezen en ik heb het weer gestolen van Jos Debeij die het voor mij al gebruikte. De benamingen zijn ondertussen wellicht aangepast aan de tijdsgeest maar de opzet staat nog steeds.

Ver weg en toch zo dichtbij...

De definitie van wat ver weg is en wat dichtbij is dus nog niet zo eenduidig.

Wat helder is, is dat je je niet moet blindstaren op één type voorziening maar naar het geheel en in een mix. Gemeenten zullen hier - samen met bibliotheken - in de gemeentelijke meerjarenplannen een visie op moeten geven. Bovenstaande model kan daarbij helpen om het gesprek te voeren en te komen tot een wijze invulling passend bij de omvang van de gemeente, de hoeveelheid kernen, samenwerkingspartners en de hoeveelheid middelen. 

Bibliotheekwerk is veel meer dan een bibliotheekvestiging. En wie in deze blik meeneemt dat de Nederlandse bibliotheken ook al meer dan 3.500 Bibliotheken op school ondersteunen, we op tal van creatieve manieren in kleine kernen en wijken zitten, of dat de digitale bibliotheek tot in de huiskamer komt, heeft door dat we al veel dichterbij zijn dan menigeen denkt.

Veel wijsheid met deze mooi mix van voorzieiningen van de hybride bibliotheek!

zondag 31 augustus 2025

De vijf dossiers waar het bibliotheekwerk dit najaar mee te maken heeft

De vakantie is voorbij. Iedereen is weer aan de slag. En Nederland stortte zich maar direct in een kabinetscrisis doordat de NSC-bewindslieden zich terugtrokken. Op moment van schrijven is de situatie dat het ministerie van Eppo Bruins tijdelijk wordt waargenomen door klimaatminister Sophie Hermans en dat men op zoek is naar een vervanger van BBB-huize. Maar wat staat er verder op de rol voor bibliotheken? Ik legde mijn oor te luister in de wandelgangen en kwam tot minimaal vijf dossiers die dit najaar voorbij zullen komen.  

Dossier 1: Bibliotheekwet: Proces en inhoud

Tja, zo’n kabinetscrisis en gerommel op een ministerie is nooit handig voor een wetswijziging. Want  die wetswijziging stond op het punt om via de ministerraad en de Raad van State naar de Kamer te gaan. En als de wetswijziging nu voor het verkiezingsreces alvast naar de Raad van State kan, dan kan die na verkiezingen door naar de Kamer. Dan is het verkiezingsreces slim gebruikt. Maar ja, toen kwam die tweede kabinetscrisis. Mensen die het kunnen weten zeiden dat de vorige minister nog maar een paar dagen verwijderd was van ondertekening van de wetswijziging en dat deze dan naar de ministerraad zou kunnen. Dat ligt nu weer even stil. Het wordt dus spannend of de wet naar de ministerraad gaat voor het verkiezingsreces. Daarbij komt dat iets niet zomaar in een minsterraad komt, maar dat er ook nog een ‘onderraad’ is die weer eerder vergadert. We gaan zien of het lukt. Aan het onderwerp ligt het niet. Dat is absoluut niet controversieel. Als het niet voor het reces naar de Raad van State gaat, levert dat minimaal enkele maanden vertraging op in de behandeling van de wet. 

Wie doortelt komt tot de conclusie dat de kortst mogelijke ingangsdatum van de wet is nog 1 juli 2026 is maar 1 januari 2027 wordt wel steeds realistischer. Dat zou dan betekent dat 1 januari 2028 de gemeenten samen met bibliotheken een meerjarenplan moeten hebben gemaakt. 

Inhoudelijk kunnen we ook nog wel wat van de wet zeggen. De 'urennorm' van één vestiging die 15 uur per week professioneel geopend is, zal niet in de wet staan. Die vestiging blijft wel staan maar het aantal uren verdwijnt. Die is gesneuveld bij de internetconsultatie en zal vervangen worden door een meer kwalitatieve norm. Minder hard maar wel passend bij de lokale situaties. Hoe dat beschreven zal worden is op dit moment nog een goed bewaard geheim.

Daarnaast is de verwachting dat er een onderdeel is toegevoegd aan de bibliotheekwet die de Bibliotheek op school  en Boekstart tot een verplichting zal maken. Dit vloeit voort uit de structurele rijksmiddelen die hiervoor beschikbaar komen. Verderop zal ik ook stilstaan bij wat er gaat gebeuren om die extra middelen bij bibliotheken te krijgen. 

Dossier 2: Normenkader/Streefwaarden en handreiking VNG

Iets wat ook al lang in de pijplijn zit en wat we nog niet hebben gezien is het definitieve normenkader en de handreiking van VNG. In die handreiking zou het normenkader verwerkt worden. KWINK, die de handreiking voor VNG maakt, heeft een eerste concept klaar en dat circuleert bij experts voor commentaar. Tja, hoe doe je dat, een handreiking maken voor een wetswijziging die er officieel nog niet is? Dan werk je dus met de teksten die er tot nu toe zijn. En die kunnen dus nog wijzigen. De definitieve handreiking van VNG kan dus ook echt pas in de loop van 2026 beschikbaar komen, pas als het parlement het heeft goedgekeurd. Maar mijn verwachting is dat er in het late najaar wel een concept-handreiking zal komen op basis van de wetswijziging die naar de Kamer gaat. Daarmee kan iedereen zich al wel voorbereiden op het proces dat volgen moet nadat de wet is goedgekeurd.

Het normenkader zal onderdeel uitmaken van de handreiking maar zal wel anders gaan heten. Omdat het geen normen zijn die verplichtend zijn zal het een andere naam krijgen. Denk aan iets als: streefwaarden. Ook is de verwachting dat een aantal ‘streefwaarden’ nog aangepast zal worden met meer recente cijfers. Denk dan bijvoorbeeld aan de financiële getallen. 

Dossier 3: Verkiezingen en onderzoek naar gratis bibliotheekabonnementen

En dan de olifant in de kamer die alles overhoop gooit: op 29 oktober hebben we gewoon extra landelijke verkiezingen. We zagen bij de behandeling van de bibliotheekwet al dat het verkiezingsreces wellicht wat vertraging kan betekenen voor de bibliotheekwet. Maar het betekent ook dat er – opnieuw – allerlei verkiezingsprogramma’s komen. In veel van die programma's zullen bibliotheken wel weer genoemd worden. De VOB volgt dat altijd keurig en zal het ongetwijfeld opnieuw keurig op een rij zetten. Maar ik vermoed dat het gratis bibliotheeklidmaatschap voor volwassenen wel in een aantal verkiezingsprogramma’s zal staan. 

Het ministerie is – mede op eerder aangeven van de Kamer - een traject gestart om te onderzoeken op welke wijze bibliotheken hun bereik en gebruik kunnen vergroten bijvoorbeeld door een gratis lidmaatschap of hoe ieder kind automatisch lid kan worden. Beiden zijn overigens ook doelen van het bibliotheekconvenant. 

In de zomerperiode zijn hiervoor meerdere onderzoeksbureaus benaderd en binnenkort zal bekend worden wie dit zal gaan uitvoeren. Ik heb de uitvraag van het ministerie gezien en dat wordt een goed en slim onderzoek waar veel aspecten in benoemd gaan worden rondom het lidmaatschap. Als de sector slim is, gaan ze daar handig gebruik van maken. Eind dit jaar zou er een onderzoeksrapport moeten liggen. Maar in de wandelgangen horen we er vast al eerder wat van.  

Dossier 4: Middelen voor de IDO’s

Een lastig onderwerp is nog de financiering van de IDO’s. De IDO’s worden gefinancieerd via een specifieke uitkering en het huidige kabinet had besloten die af te schaffen en de bedragen over te hevelen naar gemeenten met een efficiencykorting van 10%.  De Kamer ging daar wat betreft de IDO’s in een debat met toen nog staatssecretaris Szabo niet mee akkoord. Op donderdag 3 juli stemde de Kamer voor een motie van Barbara Kathmann van GroenLinks-PvdA waarin de korting op de IDO’s niet doorgaat. In deze motie stelde Kathmann dat de IDO’s een succes zijn en dat het niet zo kan zijn dat er nu door de overheveling van de specifieke uitkering naar de gemeenten er gekort gaat worden op dit bedrag. 

Ze deed toen de volgende oproep:

  • verzoekt de regering om structureel extra middelen beschikbaar te stellen aan gemeenten voor de uitvoering van de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO’s) door bibliotheken, en dit voor de komende jaren te dekken uit de vrij te besteden middelen ten behoeve van betere overheidsdienstverlening,
  • verzoekt de regering om een voorstel uit te werken dat tenminste de huidige kosten en jaarlijkse indexering van de IDO’s dekt en dit te verwerken in de begroting van het komende jaar

De motie haalde een meerderheid in de Kamer en daarmee is dit de facto een feit. Sterker: de motie roept op het bedrag ook te indexeren. Dat was tot op heden nog niet het geval. 

Toch is het nog niet een gelopen race met de financiering van de IDO’s.  In de beleidsbrief van staatssecretaris van Marum wordt gemeld dat hierover in Q4 van dit jaar afspraken moeten worden gemaakt met gemeenten. Dat is dus nog helemaal niet rond. Als de spuk wegvalt, valt ook de wettelijke verankering weg voor de bibliotheek. Gemeenten kunnen dan zelf verzinnen wat ze willen. En niemand die zich er dan nog officieel landelijk om bekommerd. Het gaat dus om verankering en financiering. In de wandelgangen hoor ik wel dat het hier om een grote mix van belangen gaat. Zowel ambtelijk als politiek. Op 2 oktober vindt het Kamerdebat hierover plaats, nog net voor het verkiezingsreces. Dat wordt dus een belangrijk debat om te volgen en de VOB roept bibliotheekmensen ook op om daarbij aanwezig te zijn.  Hier kun je je aanmelden om het debat te volgen. Hier kunt u zich aanmelden om bij het debat te zijn. 

Dossier 5: Extra middelen Bibliotheek op school en Boekstart

Vlak voor de zomer werd bekend dat er € 50 miljoen structureel beschikbaar komt voor Bibliotheek op school en Boekstart. Daarbij is € 25 miljoen gereserveerd voor het onderwijs en € 25 miljoen voor bibliotheken. De regeling zal structureel ingaan per 2027. Maar omdat de huidige regeling afloopt per 1 juli 2026, zal de huidige regeling een voortzetting kennen van een half jaar. Dat zou betekenen dat je er als bibliotheek op mag rekenen dat je over de tweede helft van 2026, hetzelfde bedrag kunt krijgen als over de eerste helft van 2026. En ik verwacht dat dat bedrag dan ook weer via Stichting Lezen beschikbaar komt. 

Hoe de middelen van 2027 en verder verdeeld moeten worden over bibliotheken zal dit najaar ook een gespreksonderwerp worden tussen het ministerie en de landelijke partners Stichting Lezen, VOB, KB en SPN. Wie het geld gaat uitkeren aan bibliotheken is nog niet helemaal duidelijk. Wel is duidelijk dat de middelen rechtstreeks naar de bibliotheken zullen gaan. Maar hoe doe je dat? Is dat gewoon een bedrag per leerling in je werkgebied of is dat een bedrag per leerling met scholen waar je een contract mee hebt? En hoe maak je zo’n regeling nou zo aantrekkelijk mogelijk zodat scholen graag instappen? Daar mogen een paar knappe koppen zich de komende maanden over gaan buigen. Die regeling zal namelijk in het voorjaar 2026 wel klaar moeten zijn om in 2027 ingezet te kunnen worden. Ook dat gaat dit najaar dus al lopen.

Een spannend najaar

Er zijn nog steeds mensen die denken dat werken in een bibliotheek een rustig baantje is. Wie de dossiers ziet waar het om gaat dit najaar, ziet dat bibliotheken in het midden van de samenleving staan en politiek ook zo gezien worden. Het zijn dynamische organisaties met groot maatschappelijk rendement en grote politieke relevantie. En dat met een clubje van zo'n 7.000 medewerkers en zo'n 30.000 vrijwilligers. 

Werk aan de winkel dus. Duidelijk is dat vakantie voorbij is, dat het land zicht stortte in een politieke crisis en dat bibliotheken rustig maar gestaag verder werken. En dit zijn dus dossiers die daar dit najaar bij horen en wat we er in de wandelgangen over kunnen horen. U kunt er geen rechten aan te ontelenen. Maar we hoeven ons niet te vervelen. Terwijl de rest van het land kibbelt, gaan wij volle vaart vooruit. Voor een land dat een leven lang ontwikkelen verdient. 

Hup aan de slag en veel succes!

zondag 22 september 2024

Hoe een paar cijfers je toch kunnen raken... en weer een turbulente week in bibliotheekwerk!


Nou, ook dit was me het weekje wel weer. Met wéér heel veel nieuws voor bibliotheken. En... er waren een paar cijfers die me toch raakten. Benieuwd wat dat was? Lees dan verder.

Miljoenennota: twee keer 59 miljoen

Op dinsdag 17 september was het Prinsjesdag. Hoewel niet de verwachting was dat bibliotheken in de troonrede zouden zitten zoals vorig jaar, is het toch altijd weer een spannend moment hoe financiële zaken in de miljoenennota zijn terug te lezen. De miljoenennota is maar één stuk maar met name alle bijlagen en begrotingen van ministeries bevatten de details. Wie dat eens wil nakijken, vindt hier alle documenten. 

Het eerst waar we bibliotheken in tegenkomen is op pagina 184 van de bijlage bij de Miljoenennota. Daar tref je de volgende tekst aan.

Het is wat ambtelijke tekst om te geven dat het geld dat voor 2025 en 2026 gereserveerd was voor extra investeringen via gemeenten aan bibliotheken er ook echt komen. Het gaat om twee keer 59 miljoen. Sommigen twijfelden daarover met bovenstaande tekst - je kan het ook lezen als 59 miljoen over twee jaar - maar wie de financiële tabellen nakijkt ziet toch echt dat het twee keer 59 miljoen is. Deze decentralisatieuitkering voor twee jaar is in lijn met wat eerder al aangekondigd was in de laatste beleidsbrief van november 2023.

Bovenstaande passage staat in een stuk over welke gelden er allemaal naar de gemeenten gaan en niet in de begroting van het ministerie van OCW. Wie daar kijkt ziet dan ook dat deze gelden daar uit de begroting zijn gehaald. Want wie op pagina 134 van de begroting daar kijkt, ziet daar het volgende staan voor bibliotheken. 

Wie de begroting van het ministerie van vorig jaar erbij pakt, ziet dan dat de bedragen voor bibliotheken voor 2025 en 2026 verlaagd. Die twee keer 59 miljoen hier dus van de begroting en gaat via Binnenlandse Zaken (die de gemeenten financiert) dan straks als geoormerkt budget naar gemeenten. En let op: van deze bedragen heeft de vorige staatssecretaris gezegd aan gemeenten dat het ook echt een plus moet zijn.  Vanaf 2027 staat er weer een groter bedrag genoemd in de begroting van het ministerie. Dat is dan weer de voortzetting van de regeling van 2025 en 2026. Vanaf 2027 zou ook hier dus weer 59 miljoen overgeheveld moeten worden naar gemeenten. De verwachting is dat het dan niet meer geoormerkt is maar algemeen naar het gemeentefonds gaat. Maar dit geld houdt het ministerie nog even zelf vast.

Ook bij de O van onderwijs

Verder constateerden we vorige week al dat de bibliotheken in het regeerprogramma ook genoemd worden bij de O van onderwijs. De tekst die hier staat heeft van alles te maken van hoe bibliotheken al inmiddels een paar jaar stilletjes voorsorteren op een vaste rol in het onderwijs.  En ja in de miljoennota komt ook deze tekst uit het regeerprogramma weer terug onder de lijn Basisvaardigheden. 

Dit punt staat in een rijtje met meerdere onderwerpen waar bijvoorbeeld ook nog digitale geletterdheid en burgerschap wordt genoemd. De financiering loopt nu via regelingen nog tot en met 2026. Maar er wordt - zij het versluierd in een algemene pot - gehint op een voortzetting. 

SPUK Informatiepunten Digitale Overheid

Toch is niet alles hosanna. Zo had dit kabinet al aangekondigd de zogeheten specifieke uitkeringen (SPUK) te willen afschaffen, de bedragen over te doen aan de gemeenten (waar ze nu al terecht komen) en tegelijkertijd een korting van 10% toe te passen. De regeling voor Informatiepunten Digitale Overheid, in 2023 overgeheveld naar gemeenten, is zo'n regeling. Het is het ministerie van Binnenlandse Zaken die dit onderdeel, zowel Digitale Overheid als de SPUKs), in portefeuille heeft. Ook die begroting moeten we dus nakijken. En op pagina 150 van deze begroting tref je dan deze tekst aan. 


In de begroting zakt het budget van ruim € 17 miljoen dan ook met € 1,7 miljoen. En dat terwijl nog  het aantal informatiepunten nog altijd groeit en geconstateerd wordt dat het bereik nog altijd beter kan. 

Over deze kwestie is zeker het laatste nog niet gezegd. Een overheid die wil dat burgers goed met digitale overheid overweg kunnen moet hierin juist investeren. Dit punt is dus zeker nog niet van de agenda en ik verwacht dat de Vereniging van Openbare Bibliotheken hier de komende tijd ook nog aandacht voor zal vragen.

Het staat er echt! Cijfers die me raakten, de septembercirculaire

Ongeveer een uur nadat de miljoenennota bekend was gemaakt, verscheen ook de septembercirculaire voor het gemeentefonds. Die circulaire is oneerbiedig gezegd een soort nieuwsbrief van het ministerie van Binnenlandse Zaken voor gemeenten met daarin een update van welke bedragen er allemaal beschikbaar komen voor gemeenten. Het is bijzonder saaie kost voor de buitenstaander. 

Maar op pagina 87 (genummerd 83) van deze circulaire staan de bedragen die in 2025 en 2026 dus naar bibliotheken gaan. Ik kijk naar de cijfers.  Almelo: ruim twee ton extra, Scherpenzeel, een ton extra, Zevenaar, bijna € 140.000,- extra, Zwolle, bijna vier toen. En als ik zo door die lijst kijk, merk ik dat die lijst met cijfers me raakt. Het staat er namelijk echt. Er gaat echt structureel zoveel extra geld naar bibliotheekwerk. 

Hieronder een stukje van die lijst. Bijlage 3punt12streep13. Ver verstopt in een saai document. Namen en bedragen. Meer is het niet.

Waarom raakt het me zo? Dat heeft met twee zaken te maken. 

De eerste is omdat ik weet wat deze bedragen betekenen voor bibliotheken. Ik weet wat er mee kan voor burgers: een extra vestiging, vernieuwing van een servicepunt, extra personeel voor laaggeletterdheid, extra inzet voor lezingen en cursussen of gratis lidmaatschap tot 27 jaar. Eindelijk wat extra ruimte na al die jaren waarin ik samen met bibliotheken telkens op zoek moest naar creatieve oplossingen om met schaarse middelen toch veel te doen.  

En de tweede reden dat het me raakte is dat het me deed stilstaan,  hoe lang als sector al met elkaar werken aan deze beweging. In 2019, begin 2020 werd de bibliotheekwet geëvalueerd. Na die evaluiatie kwa kwamen bibliotheken in het regeerakkoord terecht. Vervolgens duurde het tot voorjaar 2022 tot er een beleidsbrief Cultuur kwam waarin helder werd wat de bedoeling zou zijn. Pas in september 2022 werd met de miljoenennota helder welke bedragen er zouden komen en in de beleidsbrief bibliotheken van november 2022 kwam de richting van een incidentele regeling (2023 en 2024) die zou worden opgevolgd door structurele financiering vanaf 2025. 

We zijn dus ondertussen al zes jaar onderweg.Zo'n traject dus. 

En weet u, er waren vele momenten waarop dit mis had kunnen gaan. Het zijn ambtenaren bij het ministerie, VOB-medewerkers en bibliotheekdirecties die er met zorg al zo lang aan trekken. Telkens een stapje verder in de besluitvorming en telkens eendrachtig dezelfde kant op. Burgers helpen vraagt soms een lange adem.

Beste Biebfestival

Maar burgers zijn natuurlijk belangrijker dan cijfers En dat mocht ik dan ook op zaterdag nog ervaren. Ik schoof een tijdje aan bij het Beste Bieb Festival in Drachten. De bibliotheek had daar een tweedaags festival georganiseerd, dit omdat ik ze vorig jaar met mijn lijstjes uitriep tot Best Presterende Bibliotheek van Nederland. En zo gaven ze deze prijs invulling: door een feest terug te geven aan de inwoners. En zo hoort het natuurlijk. Men pakte groots uit in Drachten Het hele plein voor de bibliotheek ademde de sfeer van Franse terrasjes en in allerlei kraampjes en op een aantal podia vond van alles plaats. Van muziek tot literatuur en van mindfulness tot geldzaken. Het zag er zwart van de mensen. 

Sla elkaar even op de schouders...

En dat is dus waarom zo'n knullig rijtje cijfers mij zo raakt. Omdat ik weet dat het uiteindelijk bij burgers uitkomt en daar veel gaat betekenen.  En ja, ik weet dat geld ook nog allemaal goed doorgegeven moet worden. Maar laten we elkaar nu maar even op de schouders slaan. Even het duimpje omhoog naar elkaar. Even blij dat dít gelukt is. Om vervolgens snel door te gaan om mooie dingen te doen voor burgers in onze dorpen en steden.

zondag 8 september 2024

Namens mijn moeder: Overheid maak werk van de zorgplicht op de Digitale Overheid!

U ziet mij hier met mijn moeder. Ze is 79 en ze is een dappere vrouw. Ze deed de huishoudschool, een kleine aanvullende opleiding en rond haar 16e, 17e ging ze aan het werk. Eerst als gezinsverzorger en na haar trouwen, werkte ze samen met mijn vader in de groentewinkel. Mijn vader deed de administratie en mijn moeder het grootste deel van het huishouden. Dat was hard werken, kan ik u vertellen. 

Toen ze met pensioen gingen veranderden de rollen. Mijn moeder leerde omgaan met de computer, leerde e-mailen en beheerde uiteindelijk de bankzaken. En dat had alles te maken met de computer. Er was geen bankfiliaal meer waar mijn vader altijd heen ging en alles met de bank ging via internet. En daarmee was mijn vader was niet meer de baas in huis maar mijn moeder. Zo kan het gaan.

Mijn moeder knokte hard om zich alles eigen te maken. Ik heb gezien van hoe ver ze moest komen en hoeveel je moet leren om mee te kunnen in deze samenleving. Ze leerde omgaan met de computer, leren printen, leren mailen en een heel klein beetje leren omgaan met internet. Dat was een proces van jaren. Maar nu geniet ze van berichten op Facebook. Later kwam daar de mobiele telefoon bij. Weer zo'n 'ding'. WhatsAppen en videobellen is het belangrijkste wat ze er mee doet. Het is niet makkelijk voor haar maar ze doet het toch maar mooi.

Het begrip Basisvaardigheden is enorm opgerekt

Maar ondanks het harde werken van mijn moeder, lukt veel haar ook niet. De tweewegfactor, of zelfs driewegfactor van Digid is abacadabra voor haar. Een nieuwe app installeren op haar telefoon lukt haar niet. Een vliegticket bestellen om naar haar zoon in Slowakije te vliegen, vindt ze toch nog te spannend. Mijn moeder voelt zich dan dom. En dat is natuurlijk volstrekt onterecht. Ze is helemaal niet dom. Het enige wat het aantoont is hoeveel vaardigheden deze maatschappij vraagt van mensen. Het begrip 'basisvaardigheden' is in de afgelopen twee decennia heel erg opgerekt.  Vroeger hoefde je alleen te kunnen lezen, schrijven en rekenen. Maar dat is allang niet meer genoeg. De overheid (en de samenleving) is stilletje heel erg opgeschoven in het begrip 'Basisvaardigheden'. Twintig jaar geleden wist nog niemand iets van een tweewegfactor.... En zelfs WhatsApp is maar krap vijftien jaar oud. 

Maar het is niet alleen iets van de oudere generatie. Zelfs als ik mensen spreek van jongere generaties geven ze toe dat ze zich bij sommige handelingen toch altijd onzeker voelen: overstappen van een oude telefoon naar een nieuwe bijvoorbeeld. Dat is toch maar hopen dat alle authenticaties goed meegaan en dat je nog bij de app van je bank kunt bijvoorbeeld. 

Met andere woorden: mijn moeder doet het hartstikke goed. Ze werkt hard om bij te blijven. Ze moest van ver komen maar hoe hard ze ook werkt, het gaat haar niet meer lukken om de kenniskloof te dichten. De techniek en overheid bewegen even hard als zij. Het gat blijft. Je bent nooit klaar. 

En ik weet zeker: ook u kent mensen als mijn moeder.

Wie is hier verantwoordelijk?

Mijn vader kon - bij leven - boos worden op de overheid, op de bank, op de bedrijven omdat je alleen nog maar digitaal zaken kon doen. Mijn moeder probeerde het te leren. En vaak lukte dat. Je kunt mijn moeder niet verwijten dat ze zich niet tot het uiterste heeft ingezet. En ondanks dat mijn moeder zich tot het uiterste inzet , verwacht die overheid steeds meer van haar. Is dat terecht? En is die overheid dan niet verplicht om ook te zorgen voor adequate scholing? Van het omgaan met een pc, omgaan met internet, tot omgaan met je Digid? Moet daar niet een soort zorgplicht komen?

En dan heb ik goed nieuws en slecht nieuws. Het goede nieuws is: zo'n zorgplicht komt er. Het slechte nieuws is: we weten nog absoluut niet wat het inhoudt.

Een zorgplicht voor de digitale overheid

Wie gaat zoeken naar de wetgeving rond de digitale overheid stuit op twee wetten. De eerste is de Wet Digitale Overheid. Het doel van die Wet Digitale Overheid is: 

' het regelen van het veilig en betrouwbaar kunnen inloggen voor Nederlandse burgers en bedrijven bij de (semi-)overheid.  De wet geeft daarnaast regels over informatieveiligheid en privacy en biedt de grondslag om overheidsinstanties te verplichten tot het toepassen van open standaarden. Het gebruik van open standaarden zorgt voor meer keuzevrijheid in ICT-leveranciers en het efficiënt en in ketens kunnen werken als één overheid.'

Deze wet is op 1 juli 2023 gefaseerd in werking getreden. De wet gaat in op welke middelen de overheid mag gebruiken rond de digitale overheid en welke kosten hier (voor burgers) aan verbonden mogen zijn. De wet zegt niets over de plicht van de overheid om burgers goed op weg te helpen. Die laten we dus links liggen. Overigens kan ik u wel vertellen dat in die wet al wordt voorgesorteerd op de opvolger van de Digid (ja, ook die gaat weer verdwijnen want niet veilig genoeg meer).

De tweede wet is de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer. Deze wet bestaat al maar gaat per 1 januari 2024, 1 juli 2024 of1 januari 2025 een flink aantal wijzigingen krijgen. Alle drie de data ben ik overigens tegen gekomen op informatiesites. De wijziging van die wet heeft zelfs gevolgen voor de grote 'Algemene Wet Bestuursrecht'. De overheid zegt zelf over deze wet:

'De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) regelt dat burgers en bedrijven hun zaken die ze met de overheid moeten doen, digitaal kunnen afhandelen. Zij krijgen daarmee het recht om officiële berichten, zoals aanvragen voor vergunningen en bezwaarschriften, elektronisch aan het bestuursorgaan te zenden. Daarnaast verbetert hun rechtspositie in het digitale contact met de overheid.

De mogelijkheid om per post met de overheid te communiceren blijft; de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) geeft burgers en bedrijven de keuze tussen de papieren of de digitale weg.'

Tot nog toe was het digitale verkeer met de overheid dus niet echt strikt gereguleerd. Er werd natuurlijk afgestemd - anders was er nooit één Digid gekomen - maar echte wettelijke verplichtingen ontbraken. Dat zou voor burgers een soort willekeur in gebruik kunnen opleveren. De Belastingdienst is altijd koploper geweest in het gebruik van digitale diensten en veel andere uitvoeringsorganisaties volgden vervolgens de Belastingdienst. 

Een belangrijk gegeven in de wet is dat er een zorgplicht komt voor overheden om burgers te helpen bij communicatie met de overheid. Artikel 2.1 van de algemene wet Bestuursrecht wordt bij invoering namelijk: 

'Een bestuursorgaan draagt zorg voor passende ondersteuning bij het verkeer met dat bestuursorgaan'

Met andere woorden: mijn moeder hoeft niet zelf alles uit te vinden maar instanties zijn verplicht haar te helpen. En ik zal u vast vertellen: een handleiding of een verstopt introductiefilmpje zal niet genoeg zijn. 

Handreiking van Binnenlandse Zaken

Het ministerie van Binnenlandse Zaken, waar deze wet onder valt, heeft een handreiking gemaakt voor de implementatie van de wet. 

In die handreiking wordt ook ingegaan op wat passende ondersteuning is. De handreiking zegt daarover:

De ondersteuning moet zodanig zijn, dat de doelgroep waarop een dienst zich richt, normaal gesproken deze dienst kan afnemen, mede gelet op de beschikbare maatschappelijke voorzieningen en de eigen verantwoordelijkheid om aan bepaalde kwalificaties te voldoen. De ondersteuning is dus passend wanneer de doelgroep hiermee zaken met de overheid met succes kan regelen. 

Concreet: 

  • Het gaat om het geven van voorlichting en het beantwoorden van vragen op een manier die aansluit bij de doelgroep. In bepaalde situaties gaat het ook om praktische hulp bij het invullen, berekenen, lezen of vertalen.  
  • In de praktijk zal de ondersteuning vaak op verschillende niveaus moeten wordt geboden. De algemene voorlichting zal daarbij worden afgestemd op het niveau waarmee de meeste mensen kunnen worden bereikt. Aanvullende voorzieningen, bijvoorbeeld in de vorm van een helpdesk, zullen de vertaalslag moeten kunnen maken naar mensen die hiermee niet uit de voeten kunnen.
  • Van een burger mag een eigen inspanning worden verwacht. Het bestuursorgaan hoeft niet te helpen bij zaken die de burger met enige inspanning ook zelf kan doen.  
  • Burgers hebben een eigen verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat zij over basisvaardigheden beschikken. Wie bijvoorbeeld alleen de Chinese taal machtig is kan niet verlangen dat de ondersteuning in het Chinees wordt geboden.  
  • Als een dienst gericht is op een specifieke doelgroep dan kan de ondersteuning zijn afgestemd op de kwalificaties waaraan die doelgroep geacht wordt te voldoen. Van leden van een beroepsgroep mag bijvoorbeeld worden verwacht dat zij over de vereiste vakkennis beschikken, van studenten mag worden verwacht dat ze over digitale vaardigheden beschikken. 
  • Passende ondersteuning is niet het optreden als adviseur, belangenbehartiger, hulp- of zorgverlener. Daarvoor moet een beroep worden gedaan op andere maatschappelijke voorzieningen zoals een bewindvoerder of een gemachtigde. 

Tja,  ik onderstreep maar even de zin over basisvaardigheden. Want wat zijn dat? Is kunnen omgaan met een computer een basisvaardigheid of heeft overheid hier een plicht? Is zelfstandig een tweewegfactor van Digid installeren een basisvaardigheid? Het voorbeeld van de Chinese taal is een makkelijk voorbeeld maar er is hier echt een grijs gebied. 

Tegelijkertijd moet een dienst voldoen aan de kwalificaties waaraan de doelgroep geacht wordt te voldoen. 

Hier staan teveel subjectieve begrippen en dit is dan al de nadere uitleg. De handreiking trekt dan ook zelf de conclusie dat er geen eenduidige richtlijnen zijn te geven. Dus uitvoeringsorganen: u mag het zelf uitzoeken. Overigens: u heeft alleen succes als uw doelgroep er succesvol mee weet te werken. Dat is een belangrijk ijkpunt. 

2,5 tot 4 miljoen Nederlanders zijn onvoldoende digitaal vaardig

Uit onderzoek blijft dat 2,5 tot 4 miljoen Nederlanders tussen de 16 en 74 jaar onvoldoende digitaal vaardig zijn. Ook heeft een miljoen Nederlanders met lage inkomens moeite om faciliteiten te kopen die goed passen bij digitaal gebruik. Is het hun eigen verantwoordelijkheid om het te leren of moet de overheid de ondersteuning bieden zodat burgers het kunnen of kunnen leren? Als de groep zo groot is, kun je niet stellen dat het alleen de eigen verantwoordelijkheid is. Verre van. De overheid heeft hier nadrukkelijk een taak.

De Informatiepunten Digitale Overheid die we kennen zijn uitvloeisel van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer. Het is namelijk een ministeriële regeling die u hier kunt vinden. 

En die Informatiepunten zijn een succes. Gestart in 2019 met vijftien en ondertussen zijn het er 778 in de 342 gemeenten in Nederland. De laatste voortgangsbrief aan de Kamer over de Digitale Overheid, laat de IDO's telkens als succes terugkomen. 

Het bijzondere is dat in die regeling de verantwoordelijkheid voor ondersteuning bij de gemeenten neer wordt gelegd. Een beetje analoog aan het sociaal domein. Dat terwijl de wetswijziging die er aan komt de zorgplicht neerlegt bij álle bestuurs- en uitvoeringsorganen. Dus ook bij Rijk en provincies, ook bij de UWV's, Belastingdiensten en SVB's van deze wereld. 

En als we kijken naar het financiële gedeelte van deze ministeriële regeling op gemeentelijk niveau, is dat in de basis € 0,83 per inwoner en € 0,70 per inwoner tussen de 15 en 75 jaar die ten hoogste vmbo heeft afgerond. In de regel kom je dan rond de € 1,00 per inwoner terecht. Zo'n € 18 miljoen dus. Uitgaande van vier miljoen inwoners met een achterstand is dat zo'n € 4,- per inwoner die ondersteuning nodig heeft. 

Terug naar mijn moeder: overheid maak werk van de zorgplicht voor de digitale overheid!

Als ik zie hoeveel stappen mijn moeder al heeft gezet - en ja met de nodige ondersteuning van kinderen en anderen - dan is die € 4,- per inwoner met digitale achterstand natuurlijk een lachertje. Mooi geld natuurlijk, en nodig, en bibliotheken weten met die middelen prima resultaten te bereiken. Geen misverstand daarover. Hulde voor al die medewerkers en vrijwilligers. Het is goud waard. Maar met deze omvang aan middelen krijg je resultaten passend bij die omvang. Wie dus verwacht met € 18 miljoen alle vier miljoen mensen die het digitaal moeilijk hebben te kunnen scholen, draait zichzelf een rad voor ogen. 

De wetswijziging wijst terecht álle bestuurs- en overheidsorganen aan met een zorgplicht voor passende ondersteuning in de omgang met de overheid. Passend bij de doelgroep. Ik zal vast verklappen dat veel mensen die in die groep van 2,5 tot 4 miljoen minder digitaal vaardige Nederlanders zitten, ook vaak de doelgroep is die ondersteuning nodig heeft van de overheid. Met € 4,- per Nederlander die geschoold moet worden red je dat niet. Kijk naar mijn moeder: ze was jaren bezig om het zich eigen te maken. Wij bieden in bibliotheken Oefenen.nl en Digisterker aan. Dat soort programma's moet veel sterker en langduriger ondersteund worden. Financieel gaat het daar om kruimelwerk. Druppels op een gloeiende plaat. En de overheidsinstanties weten dat ook.  

En let wel: ik ben niet tegen digitalisering. Zeker niet. Maar ik ben wel voor een overheid die zijn burgers serieus neemt. Ik ben voor een overheid die snapt dat wat handig is voor de overheid nog niet zo maar handig is voor burgers. En ik ben voor een overheid die snapt dat die overheid dan ook mee aan zet is om die burger te helpen. Langdurig, met zorg en professioneel. 

Dus overheid en beste staatssecretaris Zsolt Szabó : investeer serieus in die zorgplicht op passende ondersteuning voor de digitale overheid. Zet druk op alle bestuurs- en uitvoeringsorganen. En zorg voor een nog betere regeling voor de Informatiepunten Digitale Overheid. 

Namens mijn moeder (en vast vele andere moeders): bedankt.

zondag 30 juni 2024

Iedere Nederlander heeft recht op de Beste Bibliotheek van Nederland in zijn of haar eigen gemeente

Afgelopen donderdag, 27 juni, vond de netwerkdag van openbare bibliotheekstelsel plaats in de jaarbeurs in Utrecht. Die dag was bedoeld om het nieuwe netwerkconvenant door het ministerie, de provincies en gemeenten te laten ondertekenen. Dat convenant werd niet ondertekend. Dat gaat later nog gebeuren met de nieuwe minister. Maar er vond wel degelijk een interessant gesprek plaats met een paar aardige uitspraken.  Lees maar mee.

De dag begon namelijk met een gesprek tussen het ministerie, de provincies en de gemeenten. Namens het ministerie was staatssecretaris Fleur Gräper-van Koolwijk aanwezig. Bas Maes, vertegenwoordigde als gedeputeerde van Noord-Brabant de provincies (IPO) en Eelco Eerenberg deed dit als wethouder van Utrecht namens de gemeenten (VNG). 

Overal is werk aan de winkel,  gemeenten mogen hoger inzetten

Het was het laatste grote optreden van staatsecretaris Gräper voor bibliotheken voordat de komende week het nieuwe kabinet op het bordes staat. Een beetje een afscheid was het dus wel. Het gesprek begon wat chauvinistisch want de Groningse Gräper roemde het Forum, de Brabantse Maes snoefde over de Lochal en Eerenberg zei natuurlijk dat Utrecht ook zo'n mooie bibliotheek had.

Overigens vertelde gedeputeerde Maes er wel bij dat hij in Breda woonde en dat hij ook had gezien dat juist in een achterstandswijk het afgelopen decennium de bibliotheekvestiging gesloten was. En eigenlijk schaamde hij zich daar wel voor als bestuurder. Juist op zo'n plek moest een bibliotheek zijn. 

Eerenberg haakte daar op in. Hij gaf aan dat het mooi is dat er een zorgplicht komt maar gemeenten mogen en moeten hoger inzetten. Het moet overal beter. Er zijn nog steeds plekken waar je nog echt de auto in moet en een eindje moet rijden voordat je een bibliotheek tegen komt. En als je dan een bibliotheek hebt, is het soms een bibliotheek die het nét niet is. Of je nu wel of niet een bibliotheek hebt: 'Overal is dus werk aan de winkel'. Om die reden zetten de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Vereniging van Openbare Bibliotheken een extra stap met een normenkader dat aanvult op de wettelijke verplichting om een bibliotheek te hebben. 

Staatssecretaris Gräper legde vervolgens uit dat een wet met een zorgplicht maken nog niet eenvoudig is. Een wet moet namelijk passen voor de gemeente Schiermonnikoog en voor de gemeente Amsterdam. Daar zit nog wel wat verschil tussen. Die wet blijft daardoor wat grof in opzet en met veel ruimte voor verdere invulling. Ze zei het niet direct maar het aanvullende normenkader sluit daar dus goed op aan. En de komende jaren moet blijken of dat het goede kader is dat tot de juiste uitkomsten leidt. 

'Het geld moet ook echt een plus zijn'

Verder hamerde de staatssecretaris er ook op dat het geld dat het Rijk nu investeert ook echt een plus moet zijn. Daar wil ze garanties voor. Het kan niet zo zijn dat nu het Rijk geld op tafel legt, gemeenten aan de achterkant dan gaan bezuinigen. Tegelijkertijd gaf ze aan natuurlijk niet aan de autonomie van gemeenten te kunnen komen. Wie in de wandelgangen luistert, hoort dat zoiets met een bestuurlijk akkoord bezegeld zou kunnen worden. 

En verder drukte ze bibliotheken op het hart om gebruik te maken van de sympathie die er nu is voor bibliotheekwerk. Verzilver die sympathie en tegelijkertijd gaf ze aan dat met de SPUK-regeling veel gemeenten ook extra stappen hebben gezet. Het kan toch niet zo zijn dat je dat je dat nu weer wegbezuinigd?  Wethouder Eerenberg haakte daarop aan: lokale democratie betekent dat er lokaal beslissingen genomen mogen worden,  ook domme beslissingen. Maar, gaf hij de zaal mee: niet nadat we allemaal hebben geprobeerd om die politiek fan van de bibliotheek te maken. Het tekent de passie van deze bestuurders dat ze bibliotheekmensen hiervan willen overtuigen.

Iedere Nederlander heeft recht op de Beste Bibliotheek van Nederland in zijn of haar eigen gemeente

Maar de beste uitspraak was toch wel voor staatssecretaris Gräper. Dit nog naar aanleiding van het opscheppen over de mooiste bibliotheek in de eigen omgeving. Eerenberg had net verteld dat het overal beter moest en gaf de staatssecretaris daarmee het voorzetje en Gräper kopte hem in met de volgende uitspraak. 

'Iedere Nederlander heeft recht op de Beste bibliotheek van Nederland in zijn of haar eigen gemeente.' 

En zo is het maar net. Dankjewel staatssecretaris Gräper.

zondag 16 juni 2024

De route naar de zorgplicht voor bibliotheken (zoals we die nu kennen) in vier vragen

Als iets een beleidsonderwerp is in onze bibliotheeksector dan is het toch wel de zorgplicht voor gemeenten en provincies. Een onderwerp waar al veel politieke en ambtelijke kilometers op gemaakt zijn en waar we zo stap voor stap het einde naderen. Een onderwerp dat aan Haagse vergadertafels vorm krijgt maar waar gemeenten en provincies mee aan de slag moeten. En een onderwerp waar het geld eerder komt dan de wet...  Dat menig gemeenteambtenaar of wethouder hier het spoor even bijster raakt, snap ik wel. Ik zette maar eens op een rijtje wat ik ongeveer weet. Met gelijk een disclaimer: er wordt nog volop gepraat, nog lang niet alles ligt vast en ik weet ook niet alles.

Ik neem u mee langs vier vragen die u kunt hebben en wat ik op dit moment weet over die vragen.

Vraag 1: Wat gaat er veranderd worden in de wet?

De wet waar we over praten is de Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen. Die wet regelt nu hoe drie overheidslagen zich kunnen inzetten voor bibliotheekwerk. Met nadruk op 'kunnen' want het 'moet' niet. Het wordt nu gezien als een bevorderingstaak. En dat wordt een zorgplicht: gemeenten en provincies worden verplicht om een lokale bibliotheek of een provinciale ondersteuningsinstelling te hebben. 

Bij een zorgplicht hoort ook altijd toezicht. En dat toezicht wordt altijd uitgevoerd door de bovenliggende bestuurslaag. Dat betekent dat provincies toezicht gaan houden op gemeenten voor de uitvoering van de zorgplicht. In de wet zal komen te staan dat gemeenten hiervoor een gemeentelijk meerjarenplan voor bibliotheekwerk moeten hebben en dat aan provincies moeten aanbieden. In dat meerjarenplan zullen gemeenten moeten aangeven hoe ze het bibliotheekwerk de komende jaren gaan invullen en hoe ze dat gaan financieren. De exacte invulling van zo'n plan volgt nog in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). 

Vraag 2: Wanneer gaat de wet in en wanneer komt het geld?

De wetswijziging was oorspronkelijk voorzien per 2025. Maar zoals dat vaker gaat bij bestuurlijke trajecten, vraagt de invulling door omstandigheden meer tijd. Op dit moment wordt gekoerst op invoering van de wetswijziging - en dus de formele zorgplicht - per 1 januari 2026. De ambtenaren op het ministerie houden graag vast aan deze datum. Het gaat echter nooit sneller. De tekst van de wetswijziging nadert zijn voltooiing. Er wordt gewerkt aan de memorie van toelichting en daarna starten allerlei adviestrajecten. Daarna kan de wetswijziging naar de Tweede Kamer en daarna door naar de Eerste Kamer.  Alles bij elkaar een traject dat nog zeker een jaar vraagt.

En dan het geld. Want daar gebeurt iets bijzonders. Voor 2023 en 2024 waren al gelden voorzien (de  €18,7  miljoen en € 38,7 miljoen) en die zijn gebruikt voor een aanloopregeling voor nieuwe vestigingen en verruiming van openingstijden. Dat is de beroemde SPUK-regeling voor bibliotheken. Voorzien was dat er vervolgens vanaf 2025 een kleine € 50 miljoen structureel beschikbaar zou zijn als ondersteuning van de zorgplicht. Dit bedrag gaat naar gemeenten. Een bedrag van nagenoeg € 3,- per inwoner waarmee de zorgplicht ondersteund kan worden. Echter, de wet gaat pas per 2026 in. Wat gebeurt er dan met het geld? Nou, dat geld komt gewoon naar gemeenten per 2025. Dat is al meerdere malen bevestigd. 

Voor 2025 en 2026 zal dat gebeuren middels een decentralisatieuitkering. Dat betekent dat die € 3,- per inwoner geoormerkt voor bibliotheekwerk naar gemeenten zal gaan. Gemeenten moeten die dus doorgeven. Dit is bevestigd in de laatste beleidsbrief over bibliotheekwerk aan de Tweede Kamer van november 2023. Daarin heeft de staatssecretaris ook aangegeven dat ze kleine gemeenten in deze periode nog wil bevoordelen omdat zij het het zwaarst hebben met de zorgplicht. In de afgelopen tijd hebben hiervoor verschillende bedragen gecirculeerd. Voor gemeenten onder de 30.000 inwoners circuleerde een basisbedrag van tussen de € 75.000 en € 100.000 per jaar. Voor gemeenten boven de 30.000 inwoners circuleerde een bedrag van tussen de € 2,75 en € 2,95 per inwoner. Op dit moment lijken de bedragen € 100.000 per jaar te worden voor gemeenten onder de 30.000 inwoners en € 2,95 per inwoner voor gemeenten boven de 30.000 inwoners. 

Dit bedrag komt dus al over zeven maanden beschikbaar, en zal dus al in de volgende begroting landen. Uit de wandelgangen begrijp ik dat gemeenten in de septembercirculaire voor het gemeentefonds het definitieve bedrag zullen kunnen lezen. Dat wordt dus schakelen.

Vanaf 2027 zou dit bedrag niet meer via een decentralisatieuitkering beschikbaar komen maar regulier via het gemeentefonds. Het oormerk valt dan weg maar gemeenten en bibliotheken hebben dan wel twee jaar de tijd opgebouwd om hier richting aan te geven. Maar het is maar een jaar na de invoering van de zorgplicht.   

Vraag 3: Wat houdt het normenkader in?

In de wetswijziging komt dus de verplichting voor elke gemeente om een bibliotheek te hebben. De wet zal echter maar heel beperkt normen meegeven over die bibliotheekvoorziening. Dat heeft te maken met de afspraken die er zijn rond bestuurlijke verhoudingen. Kort gezegd is daarin afgesproken dat je maar invloed mag uitoefenen voor de hoeveelheid geld die je inbrengt. Er komt nu ruim € 50 miljoen beschikbaar vanuit het Rijk maar dat is maar ongeveer 10% van de hele bibliotheekbegroting. In de wet zal dus maar een heel beperkt normenkader meegegeven gaan worden. 

De staatssecretaris heeft daarom de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) uitgenodigd om tot een aanvullend normenkader te komen. Het concept van dat normenkader ziet u hierboven. Het kent vier normen: 1) Inhoud, 2) Aanwezigheid, 3) Bekostiging en 4) Professionele bemensing. 

De normen zoals hierboven staan zijn op dit moment nog onderwerp van gesprek. VNG en VOB hebben ze allebei onlangs aan hun achterban gepresenteerd. En daar zal wellicht nog wel wat bij opgemerkt worden. Helder is ook dat het een ingroei- of streefnorm is. Hij zal dus niet (gelijk) verplichtend worden maar men zal dit een tijd volgen om te zien of dit goed richting geeft en dan besluiten wat er verder mee te doen. 

Kijken we nog even kort naar deze normen. Bij de inhoudelijke norm wordt aangegeven dat in het gemeentelijk meerjarenplan ingegaan moet worden op functies in de wet, de ondersteuning van het onderwijs en de invulling van de fysieke verblijfplaats. Bij de aanwezigheidsnorm wordt een richtlijn gegeven voor het aantal vestigingen. Bij de financieringsnorm wordt teruggegrepen op een oude VNG-norm uit 2003 die is geïndexeerd naar 2024 en waarbij rekening is gehouden met € 3,- per inwoner extra die het Rijk beschikbaar stelt. En tot slot geeft de norm voor professionele bezetting wat het minimum is aan professionele inzet per vestiging. 

Met name de vestigingennorm en de financieringsnorm trekken de aandacht. Uit achterliggende cijfers blijkt dat de vestigingennorm om 180 extra vestigingen vraagt in Nederland of ombouw van servicepunten naar vestigingen. Die trend van meer vestigingen is overigens al gestart met de SPUK-gelden uit 2023 en 2024 die precies op deze punten tot investeringen leidden. Zo gek is die gedachte dus niet. 

De financieringsnorm is een spannende. Een snelle rekensom van mijn kant is dat 75% van alle gemeenten in Nederland die norm nu niet haalt. Naast die € 3,- per inwoner van het Rijk vraagt die norm dus óók om extra investeringen van de gemeente. Het kan zijn dat ik dat nog wel eens verder ga uitdiepen want ik vermoed dat er tussen provincies nog wel wat verschil kan zitten. Zo is bekend dat Gelderland, Drenthe en Utrecht in de regel flink onder het landelijk gemiddelde zitten als het gaat om financiering. Maar nogmaals, ik verwacht dat een hele grote meerderheid ónder die norm zit. 

Vraag 4: En wat kunt u nu doen?


Tja, wat nu? Op de eerste plaats: er ligt al een hele weg achter ons. Die begon eigenlijk in 2015 met de invoering van de nieuwe wet. Die wet kreeg in 2019 en 202 een evaluatie en in het nog steeds huidige demissionaire kabinet werden daar door staatssecretaris Uslu  en later staatssecretaris Gräper flinke stappen gezet. De wetsteksten liggen klaar op bureaus van ambtenaren en de eerste herstelmiddelen voor 2023 en 2024 zijn al ingezet. Wie bang is dat deze trein nog stopt, kan ik geruststellen, dat gaat niet gebeuren. Er is ook bij de nieuwe samenstelling van de Kamer brede steun om door te gaan. Eerder analyseerde ik voor u al het hoofdlijnenakkoord met die conclusie. 

Als dat zo is, dan gaat het nu snel. Want per 2025 krijgen gemeenten dus al extra geld terwijl er nog geen zorgplicht is. Ook de verplichting voor een gemeentelijk meerjarenplan is er - zolang de zorgplicht er nog niet is - nog niet. Maar ja, u wilt of u nu gemeente bent of bibliotheek wel richting gaan geven aan de toekomst. Ik zou dus maar vast beginnen met een plannetje voor de toekomst: hoe gaat u die extra structurele middelen inzetten? Dat begint ambtelijk maar zal toch ook een keer politiek worden. Het wordt voor 2025 en 2026 een decentralisatieuitkering dus er hoeft geen discussie te zijn waar het geld naar toe moet: het moet gewoon door naar bibliotheken en het is helder dat de intentie van die middelen een verhoging van het structurele budget is. En ach, door daar nu mee te beginnen, begint u eigenlijk al aan dat gemeentelijke meerjarenplan waar u toch mee aan de slag moest.

Het bijzondere is dat u uw SPUK-middelen - die sommigen nog beschikt moeten krijgen - ook in 2025 nog uitgegeven mogen worden en wellicht zelfs nog iets later. Er ontstond dus financieel overlap in 2025. Met andere woorden beste wethouders, ambtenaren en directeuren: als u iets wilde regelen en bereiken met de bibliotheken dan is 2025 het jaar waarin het zou kunnen! En voor de wethouders: maakt u ook nog een goede sier voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2026. Maar die tip hebt u uiteraard niet van mij. 

U bent weer bij. Nog lang niet alles is zeker maar er is werk aan de winkel en ik wens u daarbij veel succes. 

zaterdag 6 april 2024

Amsterdam-Utrecht: twee steden en twee bibliotheekvisies

In de afgelopen maand kwamen zowel de gemeente Amsterdam als de gemeente Utrecht naar buiten met een nieuwe bibliotheekvisie. Hoewel, nieuw... Voor Amsterdam was het voor het eerst in het 105-jarig bestaan dat de gemeente überhaupt een visie op bibliotheekwerk ontwikkelde. Beide steden hebben een ambitieuze bibliotheekwethouder: Moorman in Amsterdam en Eerenberg in Utrecht. Reden genoeg om beide plannen eens te lezen en naast elkaar te leggen en een paar conclusies te trekken. 

Wilt u ze zelf lezen, de visie van de gemeente Amsterdam vindt u hier en die van Utrecht vindt u hier. 

Amsterdam: Lang leve de Bieb


De bibliotheekvisie van Amsterdam draagt de titel: Lang leve de Bieb: de eerste Amsterdamse bibliothekenvisie. Het is een speelse titel en die speelsheid en enthousiasme voor de bibliotheek blijft de hele beleidsvisie voelbaar. Het straalt uit dat Amsterdam blij is met de bibliotheek en deze van grote waarde vindt. 

Leeshoofdstad en gratis tot 27 jaar 
Wethouder Moorman laat dat enthousiasme al in de introductie merken:
'In ’Lang leve de Bieb: de eerste Amsterdamse bibliothekenvisie’ delen we als gemeente voor het eerst onze visie en doelstellingen voor de openbare bibliotheek in Amsterdam. Laat ik hier als wethouder gelijk een van mijn ambities noemen: ik wil samen met de bibliotheek zorgen dat Amsterdam de leeshoofdstad van Nederland wordt. Daarom investeren we in lezen en in de bibliotheek. Dat doen we onder meer door samen met de OBA het programma ‘Liefde voor Lezen’ te lanceren en door in Zuidoost de bibliotheek van de toekomst te bouwen: OBA Next.

We hebben nog een ander cadeau voor de Amsterdammers in petto. In Nederland is het bibliotheeklidmaatschap gratis voor jongeren tot en met 18 jaar. Daarna betalen ze voor hun lidmaatschap. In Amsterdam zetten we nu de volgende stap. Een bibliotheek van de toekomst kan niet zonder de generatie van de toekomst. Daarom maken we voor Amsterdammers tot 27 jaar en al hun leraren het lidmaatschap gratis.'

Het is duidelijk, de gemeente heeft een ambitie met de bibliotheek en men wil investeren in maatschappelijk rendement. Dat doet men in de notitie langs vijf lijnen:

  1. De bieb voor groei en ontwikkeling
  2. De bieb voor verbinding
  3. De bieb voor digitale participatie
  4. De bibliotheek in de groeiende stad
  5. OBA Next
In de lijnen van de programma's wordt een keurige opsomming gegeven van alles wat moet gebeuren van leesoffensief tot gezinsaanpak en van meertaligheid tot maakplaatsen en cultuureducatie. Toch zijn er drie grote zaken die eruit springen als ik het zo bekijk. 

Bibliotheek op school
Op de eerste plaats is dat de verbinding met de scholen met het programma OBA op school, een Amsterdamse variatie op Bibliotheek op school. Amsterdam was geen koploper op dit gebied maar lijkt hier toch in te zetten op een flinke inhaalrace. Wel zal men dat doen in een bepaalde volgorde van uitrol.

De visie merkt daarover op:
'We passen hierbij het principe ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’ toe, want onvoldoende taal- en andere basisvaardigheden liggen aan de basis van veel ongelijkheid in onze samenleving. We starten daarom in 2024 in de stadsdelen waar laaggeletterdheid het meeste voorkomt, namelijk Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Op termijn is de ambitie om het programma over de hele stad uit te rollen.' 

Beleid voor spreiding: bibliotheekvestiging per 30.000 inwoners

Naast de samenwerking met scholen, gaat het ook heel erg over het aantal vestigingen en de invulling ervan.  In de afgelopen jaren is er landelijk veel aandacht geweest voor te nabijheid van bibliotheken. Door sluiting van vestigingen kwam die nabijheid onder druk te staan. Nu heeft Amsterdam altijd gestaan voor een sterk netwerk van vestigingen en die lijn trekken ze onverkort door in deze visie. Sterker, het straalt groei uit. Ze durven de groei van de stad te koppelen aan de groei van het aantal vestigingen. 

De visie zegt daarover het volgende
'In de basis willen we een gelijkwaardige verdeling van het aantal bibliotheken per inwoners. De richtlijn van 30.000 inwoners per bibliotheek geeft een goede indicatie van hoeveel inwoners een bibliotheek effectief kan bedienen. We starten de spreidingsbenadering vanuit het uitgangspunt dat er binnen de grenzen van elk stadsdeel genoeg bibliotheken zijn om een goede dienstverlening te bieden aan de inwoners van ieder stadsdeel.'

Wat betreft de invulling van de vestigingen, sluit het erg aan bij de visie van de OBA zelf. Daar schreef ik in 2022 al over en daarin zie je dat samenwerken het belangrijkste onderdeel van het DNA van de OBA moet worden. Samenwerken met de inwoners en samenwerken met tal van partners.  

OBA Next als vlaggenschip
Een derde opvallend lijn is die van OBA Next. Lag dit een aantal jaren geleden nog lelijk onder vuur en werd uiteindelijk verplaatst van de Zuidas naar Zuidoost. Het is maar een klein verschil in afstand en toch een wereld van verschil. 

OBA Next moet het nieuwe vlaggenschip worden van de OBA. De visie schrijft over OBA Next:
'Een bibliotheek van wereldformaat die uitblinkt op innovatie en duurzaamheid en die vanuit een gemeenschapsbasis werkt. Met de OBA Next wordt een grootstedelijke bibliotheek gerealiseerd die alle Amsterdammers bedient. Enerzijds door de ontmoetingsplek waar de energie van het stadsdeel voelbaar aanwezig is en de programmering drijft. Anderzijds door te leren en te experimenteren met innovatieve programma’s. Wat in de OBA Next succesvol is, wordt uitgerold naar andere vestigingen.'
Op een aantal andere punten uit de visie kom ik straks in de vergelijking nog wel terug. Zonneklaar is wel dat Amsterdam  een puike visie heeft om leeshoofdstad van Nederland te worden.... Kan Utrecht daar over heen?

Utrecht:  Beleidsnota Bibliotheek 2024-2034



Waar Amsterdam nog een feestelijke titel heeft voor het beleid 'Lang leve de bieb' daar heet in Utrecht de visie gewoon degelijk: 'Beleidsnota Bibliotheek 2024 - 2034'. De inhoud daarentegen kan zeker de toets met Amsterdam doorstaan. En daar zijn zeker ook paralellen te zien. 

In de inleiding schetst wethouder Eerenberg waarom deze visie nodig is. En daar lezen we dezelfde liefde voor bibliotheekwerk als die we bij Moorman in Amsterdam zien:
'Utrecht is een stad met veel ontwikkelkansen voor jong en oud. Op het gebied van taalvaardigheid is al veel bereikt. Toch kunnen te veel Utrechters niet goed genoeg lezen. Een deel van de kinderen begint met een taalachterstand aan het basisonderwijs en te veel jongeren komen, ondanks grote inspanningen van leraren, met een taalachterstand van de middelbare school. Door armoede wonen gezinnen soms klein, waardoor niet elk kind een rustige plek heeft om te studeren of wifi tot de beschikking heeft.
Volwassenen kunnen door laaggeletterdheid informatie van de overheid of een bijsluiter niet lezen, hebben minder kansen op de arbeidsmarkt en worden belemmerd in het ontwikkelen van een gezonde leefstijl. Hierdoor groeit de kloof tussen de mensen die goed kunnen lezen en schrijven en zij die daar moeite mee hebben.
(…)
Bij deze opdracht heeft Bibliotheek Utrecht een belangrijke, verbindende taak. De bibliotheek is de enige plek in de stad waar dagelijks duizenden bezoekers komen om te lenen, lezen, leren, kennis te delen en te reflecteren. Een plek die een onmisbare, verbindende rol speelt bij de aanpak van laaggeletterdheid, onderwijsachterstanden en eenzaamheid. Waar je naartoe kan om geholpen te worden met vragen over tal van onderwerpen, waar je gratis een boek of de krant kunt lezen en - als je dat (nog) niet kunt – waar je taalles kunt volgen. Waar je je kunt terugtrekken om te studeren, maar waar je ook juist mensen kunt ontmoeten of een debat bijwonen. In de bibliotheek is iedereen welkom en veel mensen weten de bibliotheek te vinden. Het is een plek waar mensen samen kunnen leven.'
De Utrechtse visie kent ook vijf lijnen maar andere lijnen: 
  1. Een bibliotheek van de wijk
  2. Optimale spreiding in de stad
  3. Toegankelijkheid als uitgangspunt voor gelijke kansen voor alle Utrechters
  4. Een toekomstgerichte en vooruitstrevende maatschappelijke voorziening
  5. Focus op het versterken en vergroten van samenwerkingen
In de prioriteiten en uitwerking zien we wel veel gelijkenissen. Ook hier heeft de wethouder een cadeau: boetevrij voor de jeugd en gratis lid voor alle leerkrachten. Dat eerste had Amsterdam al, dat tweede heeft Amsterdam ook beloofd. 

Ook in Utrecht is de Bibliotheek op school - die hier gewoon Bibliotheek op school heet - een speerpunt. En ook hier wordt gezegd dat er prioriteit wordt gegeven aan de scholen met de meeste leerlingen met een taalachterstand. 

En ja, ook in Utrecht wordt iets gezegd over het spreidingsbeleid en hoe dat moet gaan. De visie zegt daar het volgende over:
Belangrijk uitgangspunt is dat de voorzieningen in de stad voor al die inwoners toegankelijk blijven. Dat Utrecht een stad is waarin alles wat je nodig hebt, dichtbij is; een 10-minuten stad. Hoewel in de RSU (Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040, red.) de bibliotheek niet wordt genoemd, verklaren we dit concept ook van toepassing op de bibliotheekfunctie.'
Hier wordt dus gerefereerd aan de tijd die je nodig hebt om bij een voorziening te komen. Maar even verderop in de visie staat ook het volgende: 
'De toenemende verdichting van onze stad vraagt om één bibliotheekvesting voor 30.000 inwoners overeenkomstig de landelijke norm.'
Hier volgt men dus de lijn van Amsterdam. Overigens wordt verwezen naar een landelijke norm die er naar mijn weten nog helemaal niet is maar nog op gesprekstafels ligt. Daar wordt voor grote steden inderdaad verwezen naar één vestiging per 28.000 inwoners. Eerenberg is zelf overigens voorzitter van de VNG-commissie waar dit besproken wordt dus enige invloed heeft hij er wel op.  

Waar Utrecht een stap verder is dan Amsterdam, is in de financiële paragraaf. Daar wordt inderdaad al een meerjarig financieel perspectief geboden. Nog wel zonder de extra rijksmiddelen die per 2025 beschikbaar moeten komen. En de wethouder merkt er ook bij op dat dit een richtinggevend financieel kader is en dat de gemeentebegroting nog aanleiding kan geven tot wijzigingen. Ja, dat is nog wel onder enige voorbehoud, maar het is meer dan alleen het subsidie voor volgens jaar. Ik zou daar als directeur wel mee kunnen leven omdat de visie inhoudelijk wel richting geeft wat de gemeente wil. Opdracht en financiering liggen zo dicht bij elkaar. 

Kunnen we nog wat conclusies trekken?
Amsterdam en Utrecht laten allebei zien dat ze een ambitie hebben met het bibliotheekwerk. Uit beide visies spreekt dat het bibliotheekwerk van grote waarde is en beiden kiezen op hoofdlijnen dezelfde prioriteiten.

Ik trek drie conclusies en doe nog één constatering om vervolgens nog een slotconclusie te doen. 

Conclusie 1: Spreidingsbeleid is weer helemaal terug

Het spreidingsbeleid is weer helemaal terug. Waar we vanaf 2010 met bezuinigen lang niet meer durfden na te denken over méér vestigingen maar alleen maar het woord 'minder' kenden, lijkt het tij toch echt te keren. Voor gemeenten wordt weer evident dat een goed voorzieningenniveau dat dichtbij burgers beschikbaar is, van groot belang is voor de leefbaarheid van dorp en stad. De SPUK-regeling van het ministerie was al een eerste zet in die richting maar het vertaalt zich nu ook in de eerste gemeentelijke visies. 

Het Utrechtse beleidsplan laat dat schematisch als volgt zien in de visie.


Conclusie 2: Scholen en jeugd als prioriteit
In beide visies heeft de ondersteuning van de jeugd en het onderwijs alle prioriteit. Dat zijn programma's die tijd vragen en in de aanloop geven de wethouders allebei al een snel cadeau in die richting. In beide steden mogen de leerkrachten gratis lid zijn van de bibliotheek. In Utrecht wordt de jeugd boetevrij en in Amsterdam wordt het gratis lidmaatschap verhoogd naar 27 jaar. Bibliotheken gaan de komende jaren hier flinke meters maken. 

Conclusie 3: Op naar een meerjarenfinanciering
Zowel Amsterdam als Utrecht geven aan dat men streeft naar meerjarenfinanciering waardoor zekerheid en rust ontstaat om ook echt te gaan bouwen. In de Utrechtse visie gaat het naar iets dat daar al op lijkt en Amsterdam spreekt men de ambitie hiertoe uit. Dit onder verwijzing dat dit een eis zal worden bij de zorgplicht. 

Eén constatering: de bibliotheekwet gaat in, in 2027? 
Bijzonder is dat beide visies aangeven dat de nieuwe bibliotheekwet ingaat in 2027. Die zou oorspronkelijk in 2025 ingaan, stond voor zover ik weet nu op 2026 maar staat in beide visies op 2027. Ik had dat nog niet gehoord. Nu is het wel zo dat iets dat nu op 2026 staat nooit eerder plaats vindt en wel vaak later. Overigens zullen de rijksmiddelen wél per 2025 beschikbaar gaan komen. Wat dus de bijzonderheid op gaat leveren dat er nog geen zorgplicht is maar wel geld.

Slotconclusie
De slotconclusie is toch wel dat deze twee steden het spits afbijten rond bibliotheekvisies. Want eerlijk gezegd, denk ik dat er nog veel zullen volgen. De zorgplicht zal vragen om gemeentelijke meerjarenbeleidsplannen. Dat is niet helemaal hetzelfde als een visie maar bevat op onderdelen toch wel degelijk dezelfde onderdelen. Amsterdam en Utrecht geven hun mooie visitekaartjes af. Amsterdam en Utrecht doen niet veel voor elkaar onder. Als dit een voetbalwedstrijd was, zou het een gelijkspel zijn na een zinderende wedstrijd.

Andere gemeenten kunnen mooi de kunst afkijken van dit goede voorbeeld. De groeiende rol van bibliotheken die we de afgelopen tien jaar al zagen en waar met velen aan gewerkt is, zien we nu ook vertaald in het hart van gemeentelijk beleid. 

Ik zeg samen met de gemeente Amsterdam: Lang leve de Bieb!