zondag 22 maart 2026

De bibliotheek: Ver weg en toch zo dichtbij....

Een bibliotheek binnen 'redelijke' afstand

De wijziging van de bibliotheekwet moet ervoor zorgen dat er in elke gemeente een bibliotheek is en blijft. Maar dat is niet het enige: het moet ook binnen een redelijke afstand. In lid 1 van artikel 6 komt te staan:

'Het college van burgemeester en wethouders dan wel het bestuurscollege voorziet in een aanbod van bibliotheekvoorzieningen, dat binnen redelijke afstand voor de inwoners toegankelijk is.'

Tja, wat is een redelijke afstand? En wat wordt verstaan onder een bibliotheekvoorziening? Ik pakte daarom de statistieken van het CBS er weer eens bij die al jaren de nabijheid van bibliotheekvoorzieningen bijhouden. In 2024 was de gemiddelde afstand tot een bibliotheeklocatie (alle voorzieningen) 1,8 kilometer, tot een bibliotheekvestiging of -servicepunt 2,0 kilometer en tot een bibliotheekvestiging 2,2 kilometer. 

Nu volgende maand de behandeling van de wetswijziging in de Tweede Kamer begint, is het toch aardig dit punt nog eens uit te diepen. Over die behandeling schreef de Vereniging van Openbare Bibliothek in hun goede nieuwsbrief al wat daar nu over bekend is. Daarin werd gemeld:

'Op 16 april 2026 vindt er een rondetafelgesprek plaats over twee elementen van het wetsvoorstel, namelijk de zorgplicht voor gemeenten en de samenwerking tussen bibliotheken en het onderwijs. Op 23 april 2026 vindt er een schriftelijk overleg plaats. Kamerleden dienen schriftelijk vragen in die door het ministerie worden beantwoord. Rond de zomer vindt naar verwachting de plenaire behandeling van de wet plaats. Tot slot wordt er nog een analyse over het wetsvoorstel uitgevoerd door de ondersteunde staf van de Tweede Kamer.'

Bent u weer bij. Nu snel door naar landkaartjes over nabijheid en wat je daarvan kunt zeggen en vinden.

Een bibliotheeklocatie op minder dan een kilometer

Ik dacht, ik begin maar eens met gemeenten waar heel dichtbij een bibliotheekvoorziening is. Op minder dan één kilometer. En daarbij heb ik de kolom genomen van 'alle typen' voorzieningen. Welk type voorzieningen er allemaal kunnen zijn is benoemd in de ministriële regeling 'Gegevenslevering Openbare Bibliotheken'. Daarin worden onderscheiden: vestigingen, servicepunten, mini-servicepunten, bibliobushaltes, zelfbedieningsbibliotheken en afhaalpunten. 

Onder een locatie vallen dus alle typen voorzieningen. Ik selecteerde op minder dan één kilometer en dat is dus ver onder het landelijk gemiddelde van 1,8 kilometer. Dan kom je tot bovenstaande kaartje. Het zijn 21 gemeenten op de kaart. En wat opvalt: het zijn lang niet altijd stedelijke gebieden. Zeker die zitten er ook tussen: Emmen, Almelo, Schiedam en Apeldoorn. Het zijn ook veel 'plattelandsgebieden': Veere, Noord-Beveland, Tholen en Reimerswaal. En de eilanden Schiermonnikoog en Vlieland. 

Hieronder vindt u het hele lijstje van gemeenten, ook met de andere cijfers erbij voor vestigingen en servicepunten.

Die korte afstand is voor mij goed te verklaren. Het zijn vaak plekken met een bibliobus of met veel afhaalpunten of mini-bibliotheken. De omvang en openingstijden van die voorzieningen verschillen nogal. Bussen kennen statijden die vaak enkele uren omvat. De afhaalpunten kunnen vaak veel open zijn maar kennen bijna nooit een personele bezetting. En we zien in de lijst ook enkele gemeenten met servicepunten. 

Wie snel door de lijst kijkt, ziet ook al iets anders opvallends. Een bibliotheeklocatie dichtbij betekent nog niet altijd een vestiging of servicepunt dichtbij. En dat leidde tot de volgende kaart.

Overigens wie wil weten wat het verschil is tussen een servicepunt en een bibliotheekvestiging: allebei zijn het bibliotheken met een collectie en professioneel personeel. Het onderscheid is dat een vestiging meer dan vijftien uur bemand geopend moet zijn en een servicepunt tussen de  vijf en vijftien uur. 

Een bibliotheekvestiging op meer dan vijf kilometer


Na die kaart met locaties heel dichtbij, zette ik dus eens op een rij waar een vestiging heel ver weg is. Daarbij heb ik de grens van vijf kilometer gepakt. Ruim meer dan de 2,2 kilometer die het landelijk gemiddelde is. Op deze kaart staan tien gemeenten. Die ziet u hier op de kaart. Het gaat om gemeenten als Roerdalen, Alphen-Chaam en Lopik. Dat zijn gemeenten die in het verleden bestempeld werden als 'witte vlekken' omdat er in die gemeenten nog geen volwaardig bibliotheekwerk zou zijn. De SPUK-regeling was juist ook bedoeld voor deze gemeenten. In Roerdalen en Alphen-Chaam zijn er bloeiende vrijwilligersbibliotheken met professionele ondersteuning voor de Bibliotheek op school en in Lopik was een bibliotheek actief die buiten het stelsel viel. In Lopik heeft men ondertussen aansluiting gezocht bij Bibliotheek Lek en IJssel en kunnen we hier de data van 2024 als achterhaald beschouwen. In Roerdalen wil men vasthouden aan de huidige structuur volgens dit persbericht.  Van Alphen-Chaam heb ik op dit moment geen beeld. Maar ook in al deze gemeenten zien we dat inwoners graag een bibliotheek hebben en zich daar ook graag voor inzetten. De gemeente Zundert - ook op dit lijstje - opende afgelopen jaar met de SPUK-middelen een nieuwe vestiging. Ik vermoed dat daar de afstand dus ook terugloopt. 

Maar dat is maar het halve verhaal... Wie verder kijkt ziet ook dat er op deze kaart gemeenten staan die we ook in de vorige kaart zagen waarbij de bibliotheekvoorziening juist heel dichtbij was. Het gaat dan om Vlieland, Schiermonnikoog, Noord-Beveland, Veere en Simpelveld. 


Daar waar de bibliotheek dus eerst zo dichtbij leek, daar blijkt de bibliotheekvestiging zo ver weg. Vaak heel verklaarbaar zoals in het geval van de Waddeneilanden of de bibliobus in Zeeland. Ver weg en toch zo dichtbij, lijkt daar de paradox. En het roept de vraag op wat nou de juiste combinatie aan voorzieningen is?

Wat is de goede mix aan voorzieningen? Vier factoren die meespelen
Tja, zeg het maar. Waar doe je goed aan als bibliotheek, als gemeentebestuur en als groep van inwoners die graag iets in de eigen kern wil? Eén ding weet ik wel: er is géén standaardformule voor. Wel is er iets te zeggen over de factoren die een rol spelen. Zo voor de vuist weg, noem ik er vier.

Factor 1: Omvang van kernen
Elke gemeente is anders. Ik ken een gemeente van ruim 30.000 inwoners die maar uit één kern bestaat. En ik ken een buurgemeente met evenveel inwoners die ook ruim 30.000 inwoners heeft maar vier grote kernen en zes kleine. Wat doe je dan? 

Factor 2: Aanwezigheid van samenwerkingspartners
Een tweede factor die vooral voor kleinere kernen meespeelt, is de aanwezigheid van samenwerkingspartners. Dan aan maatschappelijke voorzieningen, een winkel of een school. Als je samen met een partner open kunt, scheelt dat veel. Je kunt samen meer open, je kunt kosten delen en samen activiteiten ondernemen. In de ene kern heb je meer mazzel hiermee dan in een andere kern. 

Factor 3: Een bibliobus
Een aantal gemeenten die een hele kleine gemiddelde afstand kennen, hebben een bibliobus. Dat is een beleidskeuze. Het zorgt ervoor dat je op heel veel plekken - vaak met een korte statijd - kunt zijn. Het is een enorme boost aan je toegankelijkheid. Maar het is soms ook een belemmering om in een kern tot een andere keuze te komen. En het is wel degelijk mogelijk om samen te werken met partners in een bibliobus maar het is in de regel minder eenvoudig. 

Factor 4: Geld
Tja, de olifant in de kamer is natuurlijk ook gewoon de hoeveelheid geld die beschikbaar is. Met meer financiële middelen kun je op meer plekken zijn. En hoeveel geld er beschikbaar is, bepaalt in hoge mate het gemeentebestuur.

Het schillenmodel voor een redelijke afstand en een gebalanceerde mix aan voorzieningen voor de hybride bibliotheek


Wat een redelijke afstand is voor een bibliotheekvoorziening is dus niet eenduidig te zeggen. Het is een mix van factoren die daarvoor zorgt. De zorgplicht en de AMvB die aanwijzingen geeft voor het meerjarenplan, wijst gemeenten er in ieder geval op dat het uitlegbaar moet zijn dat er binnen een redelijke afstand een volwaardige bibliotheekvoorziening beschikbaar is. De verschillende functies van de bibliotheek kunnen daarbij verschillend ingevuld worden: een afhaalpunt dichtbij, een spreekuur in een buurthuis en een kleine theaterzaal in de hoofdvestiging. In het gemeentelijk meerjarenplan dat voortvloeit uit de zorgplicht moeten gemeenten - samen met bibliotheken - daar invulling aan geven.

Duidelijk is dat men zich daarbij niet moet blindstaren op één type voorziening. Het gaat om een mix van voorzieningen: fysiek en digitaal. De hybride bibliotheek dus.  Hierboven ziet u het plaatje dat ik ooit samen met de gemeente Almelo en de bibliotheek maakte bij de investeringen in twee nieuwe voorzieningen vanuit de SPUK-middelen. Daarbij zie je dat álle voorzieningen als een geheel moeten worden gezien: van hoofdvestiging tot boek-aan-huis en van digitale bibliotheek tot Bibliotheek op school.  Die mix moet passend zijn voor de betreffende gemeente en de financiële mogelijkheden die er zijn. Het zou niet gek zijn om zo'n plaatje ook mee te nemen in de handreiking  van VNG die zij nog maken over de zorgplicht en het meerjarenplan. 

Wie denkt dat dit plaatje nieuw is: ik gebruik deze opzet al zeker twintig jaar bij mijn bibliotheekadviezen en ik heb het weer gestolen van Jos Debeij die het voor mij al gebruikte. De benamingen zijn ondertussen wellicht aangepast aan de tijdsgeest maar de opzet staat nog steeds.

Ver weg en toch zo dichtbij...

De definitie van wat ver weg is en wat dichtbij is dus nog niet zo eenduidig.

Wat helder is, is dat je je niet moet blindstaren op één type voorziening maar naar het geheel en in een mix. Gemeenten zullen hier - samen met bibliotheken - in de gemeentelijke meerjarenplannen een visie op moeten geven. Bovenstaande model kan daarbij helpen om het gesprek te voeren en te komen tot een wijze invulling passend bij de omvang van de gemeente, de hoeveelheid kernen, samenwerkingspartners en de hoeveelheid middelen. 

Bibliotheekwerk is veel meer dan een bibliotheekvestiging. En wie in deze blik meeneemt dat de Nederlandse bibliotheken ook al meer dan 3.500 Bibliotheken op school ondersteunen, we op tal van creatieve manieren in kleine kernen en wijken zitten, of dat de digitale bibliotheek tot in de huiskamer komt, heeft door dat we al veel dichterbij zijn dan menigeen denkt.

Veel wijsheid met deze mooi mix van voorzieiningen van de hybride bibliotheek!

zondag 15 maart 2026

Hoe afhankelijk zijn bibliotheken en boekhandels van de top-100?

De Boekenweek is begonnen! Een optimistische week om het lezen en de taal weer eens flink in het zonnetje te zetten. En die aandacht is goed en misschien ook wel heel erg nodig. Lange tijd daalde het aantal uitleningen bij bibliotheken. Dit terwijl het aantal activiteiten flink steeg. Bij boekhandels bleef de verkoop jaren redelijk stabiel maar verschoof veel naar de online verkoop waardoor fysieke winkels het lastig hadden. Het leidde bij vakmensen aan beide zijden wel eens tot verzuchting dat de collecties steeds smaller werden en boekhandels steeds meer dreven op de kurk van bestsellers. Maar klopt het ook? Is het aandeel van bestsellers bij boekhandels en bibliotheken zodanig dat er geen bibliotheek of boekhandel zou zijn zonder die top-100? Is er sprake van Bestselleritis? Die gedachte kwam bij mij op omdat elk jaar het CPNB samen met verschillende partners bekend maakt wat de top-100 meest uitgeleende boeken zijn en wat de top-100 aan meest verkochte boeken zijn. 

Die twee lijsten combineerde ik met andere databestanden en daarmee krijg je een zicht op hoe sterk bibliotheken en boekhandels afhankelijk zijn van bestsellers.

Deel 1: Bibliotheken

Top-100

We beginnen bij mijn eigen honk: de bibliotheken. Openbare bibliotheken collectioneren niet voor de eeuwigheid. En het zou dus best kunnen dat die top-100 een steeds groter aandeel inneemt. Maar hoe groot? Ik pak het bestand van de CPNB erbij. De top-10 van de top-100 van meest uitgeleende boeken bij bibliotheken in 2025 zit er als volgt uit. Dan hebt u een beeld

Opvallend is dat op nummer 1 nog steeds een boek staat dat in 2021 uit kwam. Verder nog een boek uit 2013, 2016, 2019 en veel boeken uit 2023 en 2024. Maar één boek in de top-10 is uit 2025. Niet heel verwonderlijk omdat een boek dat in 2025 door een bibliotheek is aangeschaft vaak maar een deel van 2025 ook uitgeleend kan worden. 

U ziet ook dat het aantal uitleningen erbij is gezet. De nummer één heeft 48.000 uitleningen en de nummers twee tot tien tussen de 20.000 en 35.000 uitleningen. Door dat uit te middelen kun je redelijk nauwkeurig berekenen hoeveel uitleningen er in de totale top-100 zijn gemaakt. 

Top-100 versus de rest van de collectie

De hele top-100 van uitgeleende boeken zorgt volgens die bereken voor 1.514.000 uitleningen. Die kun je afzetten tegen het totaal aantal uitleningen. De laatste bekende jaarcijfers van uitleningen zijn 54.274.740  fysieke uitleningen (2024) en  9.376.526 uitleningen in de online bibliotheek (2025). In totaal een slordige 63 miljoen uitleningen Als je de top-100 ervan aftrekt weet je dat er dus buiten de top-100 er nog 62,1 miljoen overige uitleningen zijn geteld. Als je dat in een grafiek naar verhoudig weergeeft, ziet dat er zo uit.


Ja, het kost nog moeite om de onderste tekst in dat kleine vakje te krijgen. De top-100 zorgt bij bibliotheken voor 2,4% van de uitleningen. De overige 97,6% komt dus van het rijke scala aan andere titels. Bibliotheken zijn er dus vooral voor de brede collectie en is veel breder dan de top-100.

Toch zijn er nog twee opmerkingen van belang denk ik.

Kinderen en jeugd

Een belangrijke factor om te realiseren is dat het bezoekersbestand van bibliotheken voor meer dan de helft uit kinderen bestaat. Bibliotheken zijn grote afnemers van jeugdboeken en ik ben er eigenlijk wel van overtuigd dat er minder kinderboeken zouden uitkomen als er geen bibliotheken waren. Het percentage jeugdboeken in de top-100 ligt ver beneden die helft. Als ik het moet inschatten is het niet meer dan 20%. Kinderen lezen dus veel breder dan volwassenen en zijn dus minder gevoelig voor de top-100. 

Online bibliotheek levert relatief groot aandeel in bestsellers

Er is nog een opmerking van belang. En dat is het meetellen van de online bibliotheek. Die is namelijk meegeteld bij de top-100. En die heeft een aanzienlijke invloed.  Navraag leert dat van de 48.000 uitleningen van de nummer 1 - de Camino - er 34.000 komen uit de online bibliotheek en maar 14.000 uit de fysieke collecties. Van het totaal aan top-100 uitleningen, die 1,5 miljoen,  komen er iets meer dan 880.000 uit de fysieke uitleen en dus zo'n 632.000 uit de online uitleen. Met andere woorden: de top-100 wordt voor 40% gevuld met uitleningen uit de online bibliotheek. De online bibliotheek zorgt er dus voor dat bestsellers meer uitgeleend kunnen worden. Dat is natuurlijk ook een voordeel van ons model waarbij één ebook meerdere malen tegelijk geleend kan worden (mag lang niet in alle landen, tel uw zegeningen). En het zegt dus ook dat fysieke collecties een bredere spreiding kennen dan de online bibliotheek.

Deel 2: Boekhandels

Top-100

Laten we dan eens kijken hoe dat bij de boekhandels is. Daar wordt altijd gezegd dat ze op de kurk van beststellers drijven. Mijn verwachting is dus dat het aandeel veel groter zal zijn bij boekhandels. Ook hier heeft de CPNB weer een keurige top-100 gemaakt waarvan ik hier weer de top-10 laat zien. 


Twee dingen vallen op: dit is een compleet andere top-10. Er is een overlap van twee titels. En we zien - in tegenstelling tot de bibliotheken - in deze top-10 vooral boeken uit 2024 en 2025. Ook hier zien we weer dat het CPNB keurig aangeeft wat het aantal exemplaren is en wat de prijs. Als je dat allemaal doorrekent is het mogelijk om vrij nauwkeurig de omzet te berekenen die voortkomt uit de top-100.  Die komt uit op € 86.929.085,-.

Top-100 versus de overige omzet

De totale omzet van de boekhandels van 2025 was  € 699 miljoen. Wie de omzet van de top-100 hiervan afhaalt houdt dus  € 612.070.915,- aan overige omzet over. Grafisch ziet dat er voor boekhandels op de volgende manier uit. 


Bij boekhandels zorgt de top-100 voor 12,4% voor de omzet. De overige 87,6% komt uit alle andere titels. Boekhandels zijn dus zeker afhankelijker dan bibliotheken van de top-100 maar er is zeker geen sprake van Bestselleritis. Zelf had ik verwacht dat het aandeel van die top-100 bij boekhandels nog groter zou zijn. 

De Volkskrant besteedde in juni 2025 hier al aandacht aan en zag dat het aandeel van top-100-titels de afgelopen jaren flink daalde. Daar lieten ze toen deze grafiek bij zien. De uitkomsten die ik hier uitreken liggen precies in lijn met dat artikel. 

Bibliotheken en boekhandels lijden niet aan Bestselleritis

Wie bibliotheken en boekhandels procentueel nog eens naast elkaar zet, krijgt de volgende grafiek.


Ik geef toe: dit is geen meerjarig en uitgebreid onderzoek maar ik durf wel te stellen dat bibliotheken en boekhandels zeker niet aan Bestselleritis lijden. De top-100 neemt zeker bij boekhandels een grotere plaats in maar er is zeker ruimte voor een breed aanbod. Voor bibliotheken geldt dit nog sterker. Dit ligt in lijn met een onderzoek dat ik in 2023 deed waaruit bleek dat bibliotheken niet 1:1 rationeel hun collecties verkleinen. Collecties worden wel kleiner maar het aantal titels neemt niet evenredig mee af. Eigenlijk worden collecties zelf minder efficiënt dan in het verleden als we kijken naar de uitleenfrequentie (hoe vaak wordt een gemiddeld boek per jaar uitgeleend). 

Toch is een kleine pas op de plaats wel nodig. In 2017 schreef ik ook eens over Bestselleritis. Dit omdat een journalist mij belde of bibliotheken echt zo rationeel collecties verkleinden. Ik zocht toen voor hem naar de auteur Sybren Polet en kwam er achter dat deze schrijver in een afzonderlijke bibliotheek slecht verkrijgbaar was maar dat het provinciale netwerk al een hele uitkomst bood en het landelijk netwerk daar nog op aansloot. Frank Huysmans reageerde terecht op dat artikel met onder andere de woorden:
'Om te meten of het aandeel van de bestsellers over tijd is gestegen, zou je gebruik moeten maken van een ongelijkheidsmaat zoals het eerste deciel (de top 10-procent) gedeeld door het tiende (de minst uitgeleende 10% boeken), of de Gini-coëfficiënt.'
Ik weet zeker dat 99% van de lezers nu is afgehaakt bij deze tekst. Ik moest het destijds ook opzoeken wat Frank Huysmans precies bedoelde. Maar hij heeft wel gelijk. Als je het echt wilt vaststellen heb je meer ankerpunten en data nodig. Het kenmerkt  onze sector:  zo heel veel reken- en onderzoekskennis is er op dit punt niet. Een paar uitzonderingen daargelaten natuurlijk.

Naar een Gezamenlijk Collectieplan 2026-2030

Interessant om nog te melden is denk ik dat op dit moment wordt gewerkt aan de afronding van het Gezamenlijk Collectieplan 2026-2030. Het concept hiervan kun je hier vinden (wel achter het hekje van Biebtobieb). Daarin zie je ook hoe experts en directeuren uit het hele stelsel binnen onder andere bovenstaand gegeven, tot goede afspraken te komen. Die afspraken zijn veelal kwalitatief en dat is prima. Veel lof daarvoor. 

En toch hoop ik ook dat we samen nog iets meer reken- en onderzoekskracht kunnen organiseren. Het gaat om collecties waar we jaar na jaar in investeren en daarmee toch nog wel om grote aantallen en dito bedragen. Kleine verbeteringen kunnen de sector als geheel kwaliteitswinst of efficiency opleveren. Ik denk bijvoorbeeld dat er kwaliteitswinst moet zijn te vinden bij de invoering van het gezamenlijke bibliotheeksysteem en het omgaan met collecties en onderling leenverkeer. Een beetje rekenwerk zou daar nog wel eens tot iets moois kunnen leiden. 

Het onuitgegeven boek en mensen met hun verhaal

En tot slot zijn er nog mooie initiatieven zoals het Boekenspektakel in Utrecht waar je je onuitgegeven boek in de bibliotheek kunt brengen. Boeken die de uitgevers niet willen omdat het niet commercieel te maken is. Maar het zijn stuk voor stuk boeken gemaakt door mensen met een verhaal. Mensen die de passie en drang voelden om woorden toe te vertrouwen aan papier. Woorden waarmee ze zichzelf uitdrukten en woorden gaven om de weg naar de ander - de lezer - te overbruggen. Wij leven in taal... En dat is ook de boodschap van kunstenaar Louwrien Wijers waar je hier boven een foto van ziet (nog even te zien in het Fries Musuem).

In die wereld staan bibliotheken en boekhandels: een wereld waarin we leven in taal, een wereld van woorden waarmee we ons uitdrukken en de weg naar de ander overbruggen. En omdat iedereen anders is, zijn er ook zoveel boeken. 

Velen genieten daarbij van de top-100, en terecht, maar er is gelukkig nog zoveel meer. En Bestselleritis? Nee, niet aangetroffen.