zondag 2 oktober 2022

De Bijbel van Piet

In de afgelopen tien jaar is tegen mij een paar keer gezegd dat mijn cijferlijstjes over bibliotheken wel wat leken op 'de Bijbel van Piet'. Het waren steevast bibliothecarissen met een lange staat van dienst in het Gelders bibliotheekwerk die dat zeiden. In een ver verleden was er een Piet die lijstjes bijhield. De lijstjes kregen een bijna goddelijke status waardoor het eerbiedig de 'Bijbel van Piet' werd genoemd. 

Ton Mengerink, de inmiddels oud-directeur van de Bibliotheek Oost-Achterhoek en voormalig rayondirecteur in Gelderland, ruimde zijn archief op en bood me een stapel rapporten aan. Beginnend in 1985 en eindigend in 2002.  'Zo', zei hij 'dit zijn de bijbels van Piet. Die mag je meenemen'. Ton wist dat hij me er een plezier mee deed. De lijstjes waar menigeen het over had gehad maar die niemand meer had, hield ik nu zo maar in mijn handen. 'Als je meer wilt weten, moet je Henk ten Zijthoff even vragen, die weet vast meer'. Zo geschiedde. Ik neem u mee in het bijzondere verhaal over de Bijbel van Piet. 

Hoe werkte de Bijbel van Piet?
De Bijbel van Piet is ontstaan in 1985 bij de rayonchefs van de Provinciale Bibliotheek Centrale (PBC) Gelderland. Het was de tijd van de eerste bibliotheekautomatisering en ook van de automatisering van de financiële administratie. Daarmee werd het mogelijk om de prestaties op bibliotheekvlak te gaan vergelijken met de financiële cijfers. Tegelijkertijd was het de tijd van bezuinigingen - een terugkerend refrein in bibliotheekwerk - en was er daardoor behoefte aan onderlinge vergelijking. 

De rayonchefs hadden echter niet zo'n hoge pet op van de financiële afdeling, het was niet de meest flexibele afdeling en niet echt in voor vernieuwing. Piet van Lier, toen hoofd van de boekhouding bij de PBC Gelderland, was volgens de rayonchefs nog de meest flexibele en dus gingen ze met hem om tafel. Ze organiseerden een werksessie met een externe deskundige. Dat zou wel eens Paul Zijlstra kunnen zijn geweest die niet veel later de klassieker 'Management in dienstverlenende organisaties' schreef met daarin veel aandacht voor zogeheten kengetallen voor het bibliotheekwerk. Een week na die werksessie schoof Piet een stapeltje papier op de bureaus van de rayonchefs met de woorden: 'Ik denk dat dit is wat jullie bedoelen'. De Bijbel van Piet was geboren. 

Dat eerste lijstje zag er zo uit en omvatte zo'n 10 pagina's en beschreef alle bibliotheekvestigingen van de  PBC Gelderland.


In 1985 kende het overzicht 47 cijfers en kengetallen in 2002 was dit aantal gegroeid tot 58. In de tussentijd kwamen er bijvoorbeeld cijfers bij over de zaterdagopenstelling, de uitleningen van nieuwe media zoals CD-ROM en Video. Maar in de basis veranderde er in die zeventien jaar niets.  In 2001 zag de lijst er dan ook als volgt uit.


De cijfers waren bijzonder populair. Je kon namelijk met deze cijfers een prima argumentatie opbouwen voor extra financiering voor gemeenten of voorkomen dat er bezuinigd werd. Explosieve gegevens dus. In de laatste jaren werden de cijfers dan ook gedrukt op rood papier. Zo waren ze namelijk niet te kopiëren en er was een strikte opdracht dat de Bijbel van Piet niet in zijn geheel aan ambtenaren mocht worden gegeven. 

De opbouw van de Bijbel van Piet was op grootte van de plaats. Alle plaatsen met ongeveer dezelfde omvang stonden bij elkaar. Zo kun je dus vrij makkelijk onderling vergelijken. Bovenaan zie je een letter staan. Dit is de letter van de rayondirecteur (M= Mieke, T=Ton, D=Dick, etc). 

Het is aardig om zo nog eens door de oude cijfers te bladeren. Opvallend is bijvoorbeeld het hoge percentage van de bevolking dat lid is. In 2001 in Beuningen 45,5%, in Lichtenvoorde 45,4%, in Zaltbommel 40,8% van de bevolking. In het hele gebied van de PBC Gelderland was het maar liefst 35,3%. Het huidige landelijke gemiddelde ligt op 19%.

Interessant is dat men ook bijhield hoeveel boete er per uitlening werd betaald. Dat berekende je door alle boetegelden te delen door het aantal uitleningen. Gemiddeld was dat in 2001 fl. 0,15 per uitlening. Maar ook hier forse verschillen. Zo was het fl. 0,20 in Zutphen en zelfs fl. 0,30 in 't Harde terwijl het maar fl. 0,07 per uitlening was in Doorwerth en fl. 0,09 in Pannerden.  Of men in Zutphen en 't Harde nu zo stout was met inleveren of dat de tarieven gewoon hoger waren vertelt het staatje niet. Maar ik blijf het vermakelijk vinden. 

Verder zijn het natuurlijk vooral echte 'bibliotheekcijfers'. Zelfs bezoekers komen nog niet voor in de meest recente overzichten. De reeks eindigt in 2002. Dan begint in Gelderland de vorming van de basisbibliotheken en eindigt het imperium van bibliotheken van de PBC Gelderland die toen al Biblioservice Gelderland heette. 

En wie was Piet?

Henk ten Zijthoff, ook oud-rayondirecteur,  wist me nog wat meer te vertellen over Piet van Lier. Piet werd geboren in 1937 in Nijmegen en maakte als jongetje het bombardement op Nijmegen mee in februari 1944. Als kind wordt hij daarna geëvacueerd naar een klooster in Keyenborg. Hij is daar zonder zijn ouders en in het voorjaar maakt hij mee dat ook de Achterhoek bevrijd wordt. Vlak voor de bevrijding maakt hij mee dat een Duitser zichzelf opblaast in een munitiedepot met een flink aantal doden tot gevolg. De Canadezen vinden hem als jongetje bibberend onder zijn deken. Hij huilt samen met hen om de bevrijding. Alles bij elkaar is dat een tekenende ervaring voor zijn leven geweest.

Voordat Piet bij de PBC Gelderland komt te werken, is hij boekhouder bij een bouwbedrijf. Hij neemt daar ontslag omdat er naar zijn mening teveel geknoeid werd in de boekhouding. Daar kon hij zich niet mee verenigen. De eerlijke Piet kwam zo in het bibliotheekwerk terecht. 

Bij de PBC maakt hij mee hoe er steeds meer geautomatiseerd wordt. Hieronder zien we hem in de reusachtige computerruimtes met terminals en de grote matrixprinter waar wellicht de bijbels van het eerste uur op zijn geprint.  


Piet werkte nog vele jaren voor de PBC en later Biblioservice. Het was een zeer gewaardeerde collega als ik de verhalen hoor, hoewel zijn leven niet bepaald over rozen ging. Piet overleed in 2018 in Nijmegen, hij was toen 81 jaar oud.

'In den beginne was het woord', staat in die andere Bijbel. De Bijbel van Piet zou moeten beginnen met 'In den beginne was het getal'. Een kengetal wel te verstaan.  Piet schiep een nieuwe wereld en werkelijkheid met zijn lijstjes.

Dit verhaal werd mogelijk door de hulp van Henk ten Zijthoff en Ton Mengerink.

donderdag 29 september 2022

Virtual wordt stees meer reality - Liveblog Bibliotheekplaza 2022

 

6.15 uur
De wekker gaat. Een dikke gaap maar de adrenaline schiet ook gelijk omhoog. Want vandaag is het weer: Bibliotheekplaza! Het is wel een vroegertje voor me van Deventer naar Vijfhuizen... En het bizarre is, het gaat over virtual reality. En hoewel het over virtueel gaat moet ik er toch fysiek naar toe. Maar ik heb het er graag voor over. Bibliotheekplaza is het bibliotheekevenement waar buiten naar binnen wordt gehaald. En men snijdt altijd thema's aan waar je nog lang op kunt doorkauwen. 

Ga ik nu onderweg naar Vijfhuizen. Vanaf 10 uur neem ik je vanaf deze plek mee door de dag door telkens een update te plaatsen. Stay tuned!


10.13 uur
En we zijn van start in een expocenter op het oude Floriadegebied in Hoofddorp. Een zaal gevuld met bibliotheekvolk en een line-up die staat te trappelen in de coulissen. Ik zit weer naast m'n maatje Edo Postma. Hij doet de tweet en soundbites en ik doe verslag. Door menigeen worden we al aangeduid als de mannetjes van de Muppetshow. 


Marit van Bohemen, actrice en presentatrice opent de dag en is dagvoorzitter. Vorig jaar nog hybride maar dit jaar maar weer helemaal fysiek. Marit vraagt natuurlijk even de directeur van Probiblio even op het podium. Hij geeft aan dat Probiblio Bibliotheekplaza van harte organiseert om de bibliotheeksector te inspireren. Elk jaar vraagt de organisatie aan bibliotheken weer welk thema er op de agenda moet komen en virtual reality was één van die thema's.  Maar voordat we aan die thema's beginnen, krijgen we een korte entree van Jochem Noyen, illusionist. Hij leert ons wat perspectief met ons doet en hoe je beïnvloedt kunt worden.  Daar kan ik u niet in meenemen maar als alternatief dan maar zijn aardige filmpje. 


We zijn los!

10.48 uur Roanne van Voorst


Roanne is onderzoeker, toekomstverkenner, antropoloog, universitair docent en spreker. Ze neemt ons mee over onze hoogtechnologische toekomst. Antropologen kijken naar hoe mensen handelen en proberen dat te begrijpen. En antropologen moeten steeds vaker in de meta-werelden verblijven. Want we verblijven als mens steeds vaker in die virtuele werelden. Toch lijkt die virtuele wereld best op de papieren wereld: je kunt je er in verliezen en er nieuws vandaan halen bijvoorbeeld.

Ze vertelt dat ze voor onderzoek een relatie heeft gehad met een avatar. Die avatar ging haar langzaam aan begrijpen: wat ze lekker vond, hoe ze dacht etc. En warempel: die avatar leek haar inderdaad te gaan begrijpen en kon haar appjes sturen die ook haar echte vrienden konden sturen. Ze merkte dat er dus toch een soort relatie ontstond. Dat vond ze zelf toch wel verbazingwekkend. De avatar vervulde een rol voor haar: ze gaf afleiding. Dat was fijn maar ze ging niet de diepte in, geen persoonlijke groei. 

Onder al onze technologie zitten nog steeds mensen. Ze vertelt dat ze ook mee in gegaan in de wereld van metaverses: ze kon alles doen wat ze in de werkelijke wereld niet altijd durfde te doen: paaldansen, een relatie met een man met sixpack. En toch ga je op bepaalde punten achteruit: je leert door al die schermen minder goed om menselijke gezichten af te lezen. 

Jongeren zijn dan ook veel beter dan ouderen in die digitale wereld, ze kunnen meerdere schermen tegelijk open hebben maar op gevoelsvlak lopen ze achter op voorgaande generaties. Ze illustreert dat met een verhaal over de OBA waar ze lange tijd zelf gewerkt heeft. Ze legt uit waarom bibliotheken plekken zijn waar mensen elkaar lijfelijk en veilig ontmoeten. En dat is niet meer voor iedereen vanzelfsprekend door alle digitale ontmoetingen.

Maar we leven ook breder in een bijzonder tijd. We leven in een tijd waarin de huidige generaties denken dat volgende generaties het niet automatisch beter krijgen. Groeiend welvaart is niet zeker, milieuproblemen die steeds dichter bij komen. En het kan bij mensen leiden in de werkelijke wereld leiden tot terugtrekkend gedrag. En mensen 'vluchten' dan naar een virtuele. Terugtrekken in eigen bubbels. Bubbels waar we de confrontatie met andere 'waarheden' niet meer aangaan. Binnen die eigen bubbels vinden we alleen de informatie die bij onze werkelijkheid hoort. 

En bekend is dat als mensen zich afgewezen voelen in hun eigen waarheid dat ze nog sneller denken dat ze ook echt afgewezen worden. We denken dus nog sneller dat mensen die ons willen helpen bijvoorbeeld mensen zijn die ons willen bijsturen. Of mensen die een neutrale blik hebben worden dan eerder als negatief ervaren dan nodig.

De tegenreactie is dat er kleine kringen ontstaan die mensen willen helpen. Burgerinitiatief, vaak los van de overheid of van andere verbanden. Kringen waar men het gevoel heeft dat men in ieder geval doet wat kan. In de bibliotheek zien we veel van dit soort voorbeeld: denk aan taalmaatjes of vrijwilligers bij de VoorleesExpress.

Waarom zijn deze ontwikkelingen belangrijk? Nou, je moet bijvoorbeeld durven om kennis te nemen van andere bubbels. Dat voelt heel erg onnatuurlijk, want waarom zou je juist willen weten wat je niet wilt horen? Nou, om je eigen bubbel te onderzoeken en te weten of je geen oogkleppen hebt opgezet. Trek je niet terug, is haar boodschap en help mensen om zich niet terug te trekken.  De kwaliteit van onze samenleving is er van afhankelijk. Het gebeurt al in de mooie ruimte van bibliotheken maar bibliotheken kunnen er nog meer in doen. 

Je kunt als bibliothecaris die ene persoon voor iemand zijn, die hem of haar vooruit helpt. Ik geloof haar graag en ik weet zeker dat het nu al gebeurt. 

Hoe dat begint? Blijven kijken naar de mensen om je heen, vraag door en kijk verder dan je eigen bubbel. Maar blijf ook mens. Want echt contact maken, dat blijft nog steeds iets van echte mensen en niet van avatars. 

Verdorie, wat is het toch weer heerlijk om zo een half uur naar een lang en goed verhaal te luisteren...

 11.18 uur Panel


Bibliotheekplaza gaat verder met een panel over desinformatie. Aan tafel komen naast Roanne van Voorst, ook Annique Moussou van Bellingcat, Michael Hameleers van ASCoR en onze eigen Erik Reuvers van Probiblio. Marit van Bohemen ondervraagt deze specialisten over waarom desinformatie een probleem is? Hoe moeten we aankijken tegen deepfakes? Erik Reuvers geeft aan dat de bibliotheek hier wel een rol heeft, hoe moet je als kind of volwassene je toch mediawijs gedraagt. 

Wat was deep fake ook alweer? Kijk dan nog even naar dit nog redelijk onschuldige filmpje. 


Roanne van Voorst merkt dat mensen inderdaad wel groeien op dit punt. Mensen hebben steeds vaker door dat ze feiten moeten checken. Annique Moussou kijkt iets verder weg en benoemt hoe er bijvoorbeeld op dit moment verslag wordt gedaan over de oorlog in de Oekraïne en met name hoe feiten verdraaid worden of gemanipuleerd. Moussou geeft aan hoe Bellingcat daar bijvoorbeeld in werkt want het is best ingewikkeld om als objectief beschouwd te worden. Bellingcat trekt dus geen conclusies maar verzameld feiten die jezelf mag controleren. 

Hameleers vraagt aan de zaal hoeveel desinformatie er is? Een deel van de zaal denkt dat het meer dan 20% van al onze informatie is. In werkelijkheid, en dat is onderzocht, is het 1%. Er is dus ook veel aandacht voor desinformatie want we denken dat het groter is dan het is. Deels komt dat doordat we door de discussie over desinformatie ook steeds vaker, vanuit ons eigen perspectief, feiten die ons niet welgelegen zijn ook als desinformatie aanduiden. Reuvers vraagt hoeveel mensen in de zaal iemand kennen die in een complottheorie gelooft. En opnieuw gaat ongeveer bij een aanzienlijk deel in de zaal de vinger omhoog. Vanuit de zaal wordt benoemd dat deze desinformatie en complottheorieën voor sociale media erg interessant zijn omdat er juist veel kijkers voor zijn, en dus veel advertentie-inkomsten... Dat is een ziek model. 

Moussou van Bellingcat geeft aan dat ze in haar werk, waar ze veel complotten ziet en naar feiten moet kijken, dat ze zichzelf elke keer moet controleren dat ze niet meegaat in de complotten. 

De 'experts' in het panel hekelen overigens dat er tegenwoordig steeds meer experts zijn. Bij elk item moet een expert gevraagd worden en men wil dan ook experts van verschillende kanten hebben. 

Van Bohemen trekt het panel nog even terug naar datgene wat we zelf kunnen beïnvloeden: wat moeten bibliotheken er mee?  Reuvers geeft het terechte antwoord waarvan je wist dat het zou komen: zoek contact met Probiblio. 

12.04 uur VPRO: Geert Jan Strengholt en Regina Rijpkema


In de deelsessie schuif ik aan bij een presentatie van de VPRO. Daarbij gaat Regine Rijpkema kort in op de Tegenlicht Meetups. Tegenlicht Meetups zijn bijeenkomsten die naar aanleiding van een Tegenlicht-uitzending worden georganiseerd op diverse plekken. Bibliotheken kunnen daarbij gebruik maken van deze toolkit. De VPRO organiseert deze graag met bibliotheken. 

Geert Jan Strengholt gaat in op het archief van de toekomst van Tegenlicht. In de afgelopen 20 jaar zijn er zo ongeveer 500 onderwerpen aan bod zijn geweest. De vraag was hoe je dat archief opnieuw zou kunnen inzetten. Dat wilde men op een aantal eigentijdse manier doen. Lang drie lijnen vulde men dat in:  een boek van de toekomst, een installatie van een kunstenaar en een archief van de toekomst.  In 2020 wilde men een prototype hebben. Daarbij kwamen tal van vragen aan bod: metadata, AI-technologie. 

En warempel terwijl Geert Jan vertelt, hoor ik toch heel veel oude bibliothecaire principes voorbij komen. Aan de achterkant lijken die AI-systemen toch meer op de oude kaartenbak dan je denkt. Daar werd vervolgens een 'Airtable' uit, een spinneweb van onderwerpen en bijbehorende content. Samen met het Instituut van Beeld en Geluid - de Koninlijke Bibliotheek van Beeld en Geluid - die meehielp met hun technologie. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan hoe je bijvoorbeeld kunt zoeken in bewegend beeld. 


Op basis van dit archief van de toekomst heeft de kunstenaar Richard Vijgen een installatie van gemaakt (zie foto) Als het archief verandert, verandert ook de installatie. 

Hé maar dit was nog maar het prototype. Hoe nu verder? Nou, er ligt nog wel wat werk want men had nog niet het hele archief ingevoerd en stel dat je klaar ben met Tegenlicht, hoe ga je dan verder? Stap voor stap ontwikkelt men nu verder.

De presentatie maakt voor mij wel een beetje pijnlijk duidelijk dat bibliotheken echt niet meer in de voorhoede zitten van zoekmachines. Ja, wij hebben ebooks nu geïntegreerd in onze catalogus maar de verbinding met goede zoekontwikkelingen buiten bibliotheken is wel ongeveer weg: verbindingen met bijvoorbeeld krantenartikelen (weet u nog waar u ze allemaal vindt?), verbinding met streaming media etc. We zijn sterk gefocust op burgers mediawijs te maken maar onze eigen systemen staan eigenlijk toch wel ongeveer stil. Waarom zou je in de catalogi van bibliotheken niet kunnen zoeken naar alle beeldfragmenten van Nederland?
 
14.03 uur Jarno Duursma

De lunch zit erop en we starten weer. Dagvoorzitter Marit van Bohemen roept de illusionist Jochem van Noyen er weer bij en de zaal wordt getrakteerd op een paar illusies. Vermakelijk, maar ik kan het jullie toch moeilijk met woorden meegeven. 

De spreker die volgt is Jarno Duursma. Schrijver en techexpert. Hij laat een aantal plaatjes van zichzelf zien van een gewone foto via een deepfake naar zijn online avatar. Hij geeft aan dat jongeren hun online avatar zeggen dat deze representatiever is dat hun echte foto.

Jarno komt uit Stadskanaal. En daar stond een bibliotheek. Hij liep er de deur plaat. En hij was jaloers op de muziekbibliothecaris daar. Dat moest toch een topbaan zijn: de hele dag met muziek bezig. In die bibliotheek ontdekte hij dat hij eigenlijk maar heel weinig wist. 

Als we praten over kunsmatige intelligentie is ons beeld vooral gevoed door films. En dat betekent dat kunstmatige intelligentie vooral negatief gevoed is. Terwijl het juist ook allerlei positieve invullingen kent. Voorlezen? Nee, dat hoeft je niet meer zelf te doen.... dat kan software ook doen. Een samenvatting maken van een lange tekst? Ook dat kan software. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid noemt artifiële intelligentie een systeemverandering. Dat betekent dat we er fundamenteel over moeten nadenken hoe we er mee om willen gaan. 

Met software kunnen we onze eigen inzet versterken. AI kan van ons een beetje een supermens maken. Jarno spiegelt het met veel positief voor. Maar hij zegt dat er toch ook donkere kanten zijn. Want kijk eens naar PimEyes, die een foto voor jou analyseert en opzoekt wie het is. Of kijk naar Wordtune waarmee je tekst kunt opleukt. Of Quilbot die een artikel zo herschrijft dat het niet meer als gestolen citaat is te vinden. De basis van die tekstsoftware is GPT-3. Het is software die voor jou kan schrijven op basis van eerste aanzetten of doorschrijven. Of een tool die voor jou automatisch de Excel-formule geeft. Hij geeft voorbeeld naar voorbeeld en je voelt dat de zaal versteld staat hoe ver het eigenlijk al is. En waar houdt dit op? Nou, nergens. Want van tekst gaan we naar voice-cloning. Hij is ervan overtuigd dat het voorlezen van boeken echt niet meer door bekende Nederlanders worden ingesproken. Maar met een beetje voice-cloning kun je elk boek door elke bekende.


Van praten naar luisteren: Shazam voor muziek, Birdnet voor vogelgeluiden. Zo is er software om notulen te maken of om callcenters te helpen om irritatie in stemmen te horen. 

Of Dale-E, software die van tekst een beeld maakt. Elk beeld dat je kunt verzinnen. Het bekende voorbeeld hiervan is het paard in een astronautenpak. 

En nu we op dit punt aangekomen zijn, stapt hij over op deep fake. Wat te denken van The Oasis, software waarmee je deel kunt blijven nemen aan online vergaderingen terwijl je zelf wegloopt en wat anders gaat doen. 

Het is helder: wat je maar kunt verzinnen moet ongeveer kunnen. En hier kantelen we in zijn presentatie. Want, geeft hij nu toe, hoe zit het met interactie tijdens het voorlezen. Want elke vorm van software en automatisering betekent ook dat je een vaardigheid of een vorm van aandacht verliest. AI-software kent nog grote tekortkomingen. Wij kennen (nog) zoveel context. Bemiddelen is bijvoorbeeld nog iets wat computers niet kunnen. Of mensen bij elkaar brengen. 

Duursma laat de zaal versteld staan over wat er allemaal kan. En tegelijkertijd laat hij - gelukkig - ook zien wat mensen toch ook vooral nog zelf aan zet zijn. Maar: omarm deze technologie wel. Want het kan ons echt verder helpen. Het kan ons veel werk uit handen nemen. En tegelijkertijd: kijk wat je wilt om het voor je zelf prettig te houden of juist prettiger te maken. 

Zijn slotopmerking: blijf mens en word nog meer mens. Mooie boodschap.

15.08 uur Nick van Breda


Ik volg een deelsessie van Nick van Breda, sociaal ondernemer. Nick was van zijn negende tot negentiende verslaafd aan games. Zijn drug heette Runescape. Wie zijn verhaal nog eens wil horen, kan bij bovenstaande Tedx terecht. Hij geeft aan hoe hij ongelofelijk veel uren in deze game doorbracht. Hij sliep maar vier uur per nacht.  En hij geeft aan hoe hij oprecht en diep verdrietig was toen hij in de virtuele wereld een vriendinnetje kwijt raakte. Het overlijden van zijn oom bracht hem terug naar de werkelijkheid en hij heeft zich nu ten doel gesteld om een miljoen mensen van hun passie hun beroep te maken. Daar zaten wel wat stappen tussen. Hij stopte met gamen en besloot zich af te vragen: wat moet ik vandaag doen om straks goed herinnerd te worden? En welke comfort zone moet ik daarvoor verlaten? En dat deelt hij ook met anderen, vooral jongeren. Hij laat jongeren hun droom voor dit land, hun stad of hun omgeving te maken. En vervolgens laat hij ze de vraag beantwoorden: wat wil jij doen om dat scenario in te vullen? En wie heb je nodig om je verder te helpen? 

Hij geeft voorbeelden van jongeren die hij heeft geholpen, jongeren die scholen in het buitenland ondersteunen, jongeren die vernieuwend bezig zijn in de ICT-wereld. Hij vraagt dat het vinden van je eigen doel van je leven, is voor hem een kernzaak. Welk wereldprobleem wil je meehelpen oplossen? Je inzetten voor zo'n doel beziet hij deels ook wel als een game. De steun die van anderen krijgt omdat je je inzet, is hetzelfde als een level omhoog gaan in een game.  En ook de werkwijze lijkt op een lan-party,  hij organiseert 'hackatons' voor jongeren om mee te denken over maatschappelijke vraagstukken. 

Als gamenerd was Nick een eenling. Nu is hij een teamspeler die jongeren weet te inspireren. Van een gesloten jongen werd hij iemand die open stond voor allerlei nieuwe mensen en wat ze willen bereiken. De organisatie moet deze enthousiaste spreker letterlijk en figuurlijk stoppen. 

Nick van Breda de jongen die transformeerde van gameverslaafde naar changemaker.

16.03 Afsluiting


Marit van Bohemen mag als dagvoorzitter gaan afsluiten. Nog één keer komt Jochem Nooyen. Hij speelt als illusionist de Privacy-show met de zaal. Ik verklap niet wat hij doet maar hij ontfutselt iemand iets op een bijzondere manier waarvan je verwachtte dat je het nooit weg zou geven, hij onderhandelt over hoeveel informatie je je over jezelf. 

De dag zit erop, de borrel lonkt. Het was weer mooi en gezellig met Edo Postma naast me. Zijn we klaar? Nee, we hebben een inkijkje gekregen in wat ons virtueel nog te wachten staat. Veel waar we ons nog toe te verhouden hebben en veel waar we nog wat mee gaan doen. Ben ik klaar? Nee, voor mij wacht nog een kleine afsluiting want morgen zal er ook een verslagje voor Bibliotheekblad zijn en kunt u daar nog een korte slotbeschouwing zijn. 

Voor nu: dank voor het volgen!

zondag 25 september 2022

Over Mark en Thierry, over Ton en Anneke en over Arie en Ria


Het was natuurlijk een prachtige week. Met Prinsjesdag ging de vlag uit voor bibliotheekwerk, na jaren hard werken door de hele sector kwam er extra geld. En toch startte ik dit weekend met een melancholisch en wat verdrietig gevoel. Waar kwam dat toch vandaan, waarom voelde ik me alsof ik een vriend zag huilen? Pas toen ik mijn hardloopschoenen aan deed en een uur lang door de stralende regen rende, vielen er naast de druppels ook wat kwartjes. En daarbij kon ik mijn melancholie of verdriet toch wel verklaren. Het bleek een verhaal waar het grote en landelijke zich verbond met het kleine en nabije.

Over Mark en Thierry

Want ondanks het goede nieuws van geld voor bibliotheekwerk was de teneur van de Troonrede toch dat we wel weer de volgende crisis inrollen, de energiecrisis en in het verlengde een vluchtelingencrisis en een oorlog in de Oekraïne. De crisis, welke dan ook, lijkt wel een constante te worden. Wie dacht dat dat dan wel de hoofdpunten van de Algemene Beschouwingen zouden worden kwam bedrogen uit. Terwijl deze week helder werd dat 23% van de Nederlanders op dit moment alleen rond kan komen door schulden te maken of door spaargeld aan te spreken, was het item dat het meeste aandacht kreeg de ordinaire rel die Thierry Baudet veroorzaakte over de universiteit waar Kaag zou hebben gestudeerd. En een premier die met zijn kabinet wegloopt. Weg aandacht bij de echte problemen...

En dat terwijl al voor die rel de NOS al bekend had gemaakt dat het vertrouwen in de landelijke politiek historisch laag is. En dat vertrouwen was al niet hoog. Een land waar burgers en overheid elkaar niet vertrouwen is nauwelijks in staat om samen tot oplossingen te komen. Terwijl overheid en burger elkaar nodig hebben, dat ziet zelfs een kind.

Maar kleine lichtpuntjes zijn er dan ook nog wel. Zo postte Arjen Nijboer van Dbieb in Leeuwarden en omgeving over hun programma met lezingen de komende tijd. Hij schreef afgelopen week op zijn LinkedIn-account over het mooie programma 'Brainwaves':

Afgelopen donderdag trapte Sander Schimmelpenninck in Welkom bij dbieb de eerste van 4 talks af over De Kloof in kansen en vermogen. Josse de Voogd (13 okt) spreekt over de Kloof tussen weldenkend en afgehaakt Nederland, Eva Rovers over de Kloof tussen politiek en burger (10 nov) en Jaron Harambam (8 dec) over de Kloof tussen mainstream en complotdenkers.

Kijk, dat is nog eens een programma met sprekers die ingaan op de kloof in Nederland en die allemaal iets kunnen zeggen over een mogelijke richting voor een oplossing.  Ik weet dat meerdere bibliotheken met dit soort programma's bezig zijn maar ik denk dat dit echt heel waardevol is. Natuurlijk is het niet dé oplossing maar alle beetjes helpen. En beter dan nog meer olie op het vuur.

Over Ton en Anneke


En het was ook de week waarin ik afscheid nam van twee bibliotheekcollega's: van Ton Mengerink, de bibliotheekdirecteur van Oost-Achterhoek en van Anneke Westland, de adjunct-directeur van collega-POI Bisc. Wat hen beiden verbindt is dat ze allebei meer dan veertig jaar actief waren in het bibliotheekwerk. 

Ton was vroeger rayondirecteur bij Biblioservice Gelderland en werd later directeur van de basisbibliotheek Oost-Achterhoek. In die laatste functie heeft hij zo'n jaar of tien geleden verschrikkelijke bezuinigingen moeten opvangen. Tot de helft van het budget. Het was de tijd dat aangekondigd werd dat er 50% bezuinigd werd op bibliotheekwerk en dat je gefeliciteerd door raadsleden als ze dat tot 25% hadden weten terug te brengen. En als je de wethouder vroeg naar de visie het beleid achter die 50% bezuiniging dan wist die wethouder zonder blikken of blozen te vertellen dat die 50% bezuiniging zijn visie en beleid was. Verder nog vragen? Er vielen ontslagen en spreiding werd zo goed en kwaad als dat ging overeind gehouden. Het bibliotheekwerk overeind houden was al een prestatie op zich. En toch werd ook tegelijkertijd de bibliotheek opnieuw uitgevonden.

Ton zag ik geregeld en ik hielp hem met zijn beleid. Anneke zag ik wel wat minder en we troffen elkaar vooral rond allerlei samenwerking tussen POI's. Waar Ton vooral aan de voorkant van het bibliotheekwerk zat, zat Anneke aan de achterkant. Anneke zei altijd dat het haar opdracht was om zaken als een bibliotheeksysteem aan de achterkant zo handig mogelijk te regelen zodat er aandacht en  geld overbleef om aan de voorkant te handelen. Anneke is iemand die veel weet van bibliothecaire processen en die kennis wordt zeldzaam en verdwijnt via vrolijke afscheidsfeestjes uit onze sector. 

Ton en Anneke zaten beiden op hun manier in de frontlinie van het bibliotheekwerk. Poten in de klei en met kennis van zaken. Overeind houden wat er is en ondertussen blijven veranderen.

Over Arie en Ria

En het was ook de week van mijn ouders, Arie en Ria. Ja, al wat op leeftijd en knokkend met hun eigen gezondheid en ondertussen 55 jaar getrouwd. Ze kregen een nieuwe PC deze week en die moest geïnstalleerd. Daar hielp ik ze mee. En voor mijzelf is een wisseling van de ene naar de ander PC al een dingetje want je bent echt even een paar dagen ontregeld over wat nu waar weer verstopt zit. Voor mensen voor wie dit geen dagelijkse kost is, is het dat dan al helemaal. 

Staatssecretaris Van Huffelen vroeg zich onlangs in een expertbijeenkomst af hoe het toch kan dat in Nederland nog steeds zoveel mensen moeite hebben om het digitale geweld bij te benen. Nou, dacht ik toen ik dat zo van haar hoorde, dat komt onder andere omdat de overheid zelf steeds hogere eisen stelt. Het komende najaar wordt de tweewegfactor bij DigiD verplicht bij belastingzaken en voor gezondheidszaken komt er de driewegfactor waarbij je niet alleen een smartphone nodig hebt maar ook je identiteitsbewijs moet combineren met je DigiD.  Het is de overheid en de maatschappij zelf die de lat steeds hoger legt. Begrijpelijk, maar verbaas je niet dat de groep van mensen die er moeite mee heeft niet kleiner wordt. 

En het is dan ook niet zo gek dat mijn ouders zich wat opgejaagd voelen door al die ontwikkelingen. Je mag ook nooit eens stilstaan, telkens moet je weer opletten. Maar het toont ook aan hoe waardevol al die cursussen Klik en Tik en Digisterker zijn. Bibliotheekcollega's die keer op keer weer geduldig uitleggen hoe het zit. Collega's waar je telkens terug mag komen. En wie zo'n cursus volgt, ziet zijn digitale zelfvertrouwen stijgen. Weer meer regie over het leven. Lees daarvoor het boekje 'Digisterke verhalen' nog eens terug. 

Een vriend zien  huilen

Een gekke week. De vreugde van extra geld voor bibliotheken. De wetenschap dat we daar jaren voor knokten. Maar ook dat we collega's verloren in de bezuinigingen van het afgelopen decennium. Een week waarin het vertrouwen in de politiek weer niet groter werd. En dat terwijl overheid en burgers elkaar zo nodig hebben. Een week van bibliotheekmaatjes die vertrokken die de frontlinie van het bibliotheekwerk in die moeilijke tijd overeind hielden en die de transformatie daardoor mogelijk maakten. Maar die nu toch het veld verlaten. En een week waarin je je het ongemak van je eigen ouders ziet die zich ook maar staande proberen te houden in de digitale wereld. Twee lieve mensen die knokken om regie te houden over hun eigen leven.  

Een week waarin het grote en kleine naadloos in elkaar over lijken te gaan. Genoeg om te huilen als een vriend. Maar ook genoeg om volgende week weer hard aan het werk te gaan. Er is nog zoveel te doen. Meer dan wat extra geld kan doen.

Kom er maar er in Thé Lau.


dinsdag 20 september 2022

Een mooie dag voor het bibliotheekwerk: 62 miljoen extra voor bibliotheekwerk

Het was toch een beetje de dag waarvan je wist dat ie zou komen. Vanmiddag rond half vier werden de begrotingen vrijgegeven op de site van de Rijksoverheid. En de vraag was: was nu bekend hoeveel geld er extra beschikbaar zou komen voor bibliotheekwerk? Het antwoord is ja en de hoeveelheid is € 62,7 miljoen structureel vanaf 2025. Tot 2025 bouwt het bedrag zich nog op via € 35,7 en € 56,7 miljoen. 

Hoe zat het ook al weer?

Waar kwam dit extra geld ook al weer vandaan? Ik neem u even mee door de geschiedenis. In 2015 werd de Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen (WSOB) ingevoerd. Die wet zou na vier jaar geëvalueerd worden. Die evaluatie was positief maar stelde ook dat er nog wel een aantal gemeenten waren zonder bibliotheek. In 2020 ondersteunde de Raad voor Cultuur dit nog met het rapport 'Een bibliotheek voor iedereen' en stelde eigenlijk vast dat het stelsel van bibliotheken als geheel sterk onder druk stond. Dit kwam door gemeenten die bezuinigden op bibliotheekwerk. Een algehele versterking was nodig en in het bijzonder voor gemeenten zonder bibliotheek. De Raad adviseerde om 95 miljoen extra te investeren in bibliotheekwerk. 

In het regeerakkoord 'Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst' werden bibliotheken opnieuw genoemd. Dit keer met de regel dat de regering zei te streven naar 'een toekomstgerichte bibliotheek(voorziening) en elke gemeente. Deze zinssnede zat in een pakket van cultuurmaatregelen van € 170 miljoen. Onduidelijk was nog welk deel de bibliotheken zou toevallen. Tot vandaag dus. Een groeiend bedrag naar € 62,7 miljoen structureel. 

Wat moet er mee gebeuren?

Tja, dat is even de vraag. In het laatste overleg van de Staatssecretaris met de Kamer hierover in juni, was duidelijk dat er in de Kamer een meerderheid is om te komen tot een zorgplicht voor gemeenten. Met andere woorden: er moét dat in elke gemeente een bibliotheek zijn. Dat is op dit moment in bijna alle gemeenten zo. Er zijn een paar gemeenten zonder eigen bibliotheekvestigingen maar wel met afspraken met een bibliotheek voor dienstverlening in een naburige gemeente. En er zijn een paar gemeenten die echt geen bibliotheek hebben. 

De PvdA'er Mohandis diende aan het eind van de hoofdlijnenbrief Cultuur dan ook de volgende motie in. 

Deze motie werd met 130 van de 150 stemmen aangenomen. De wetswijziging waar in deze motie op gedoeld wordt is de verplichting dat elke gemeente een bibliotheek moét hebben. Maar eerlijk gezegd, voor de de paar gemeenten die nu nog geen bibliotheek hebben, heb je geen € 62,7 miljoen nodig. Het overige bedrag moet dus gaan naar versterking van bestaande bibliotheken die het moeilijk hebben. Bibliotheek die onvoldoende vorm kunnen geven aan een 'volwaardige' of  'toekomstgerichte' bibliotheek. U hoort al wel, hier zit nog wel wat interpretatieruimte.  De komende tijd zullen de ambtenaren van het ministerie wel ijverig met een uitwerking bezig gaan. 

De Staatssecretaris zegde in het debat in juni en begin juli toe om in het najaar nog met een bibliotheekbrief te komen. Daar zal dan wel een eerste verdere uitwerking in komen. Overigens verwacht ik niet dat dit hele bedrag naar lokale bibliotheken gaat. Er lagen ook nog wel uitdagingen bij een paar andere bibliotheekdossiers. Maar het grootste deel gaat denk ik toch wel naar versterking van bibliotheken. Overigens ligt het voor de hand dat het ministerie zaken gaat doen met gemeenten in plaats van direct met bibliotheken. Als er een zorgplicht afgedwongen moet worden en er veel geld bij komt vanuit het Rijk zullen gemeenten wel garanties willen hebben en het Rijks een zekerheid dat de gemeenten er niet weer aan de andere kant 'afbezuinigen'. Dat wordt nog een interessante.

Is het veel geld?

Ik vind € 62,7 miljoen een flinke hoeveelheid. In 2021 ontvingen lokale bibliotheken samen in totaal € 461 miljoen subsidie van gemeenten. Structurele en incidentele subsidies. Dan is ruim € 60 miljoen toch ongeveer 15% van het totaal. In die zin is het echt wel een historische impuls, zeker omdat het om structureel geld gaat. Een bedrag voor bibliotheekwerk dat niet te negeren is door een gemeente. 

Want dat in de afgelopen elf jaar hebben de gezamenlijke gemeenten flink bezuinigd op bibliotheekwerk. In 2021 kregen bibliotheken nog altijd minder geld dan in 2010... En dan tellen we inflatiecorrectie niet mee. 

Bovenstaande staatje laat wel zien, hoe knap het werk is van de ambtenaren van het ministerie. Het is hen gelukt om in de afgelopen jaren, dwars door alle crises die we gehad hebben, extra middelen te vinden voor bibliotheekwerk. Wie keek wat nog meer betaald moest worden uit die € 170 miljoen van cultuur ziet dat bibliotheekwerk er eigenlijk heel goed uit gekomen is.

Na jaren van bezuiniging zullen we moeten wennen. Jaren moesten we bezuinigen, voorzichtig zijn en uiterst creatief. En we moeten weer meer naar ondernemen, risico nemen en bouwen. Ik merk dat dat echt een andere mindset is. 

Voor de verdere invulling is het dus afwachten op de Bibliotheekbrief van staatssecretaris Uslu die de komende maanden wel zal volgen. Ook is het wachten op het masterplan Basisvaardigheden van Wiersma want daarin kan nog iets gezegd worden over bijvoorbeeld de Bibliotheek op school

Het is een mooie dag voor bibliotheekwerk.

zondag 18 september 2022

Verwarming uit? Bibliotheek aan!

Dinsdag is het Prinsjesdag. Als vakidioten lezen we dan natuurlijk graag de begroting om te zien hoeveel geld er extra komt voor bibliotheken. De overige 99,9999% van Nederland is geïnteresseerd in hele andere zaken. De inflatie giert de pan uit en met name de energiekosten wordt voor veel mensen een blok aan het been. De verwarming zal op veel plekken uit blijven of slechts minimaal aan zijn. En misschien kunnen bibliotheken een deel van deze groep wel helpen.

De afgelopen week werd ik in het land twee keer er mee geconfronteerd. Ik sprak een directeur van een grote stadsbibliotheek die verwachtte dat de bezoekersaantallen deze winter wellicht wel zouden toenemen door 'thermostaatvluchtelingen', mensen die thuis de verwarming uit zetten en hun woon- of werkplek verplaatsen naar een openbare ruimte die al verwarmd is. Diezelfde avond zat ik met raadsleden en wethouders van zes gemeenten om tafel over de toekomst van de bibliotheek. En warempel, daar vertelde een raadslid precies hetzelfde: zou de bibliotheek hier niet wat mee willen doen? De betreffende manager van de bibliotheekvestiging zegde toe er morgen mee aan de slag te gaan. 

Ik vind het eigenlijk wel een thema waar de branche best in gezamenlijkheid mee aan de slag mag. Ik heb de poster voor de sector hierboven vast gemaakt. En trouwens, hoe meer mensen er in de bibliotheek zijn, hoe minder de bibliotheek zelf hoeft te stoken. Elke persoon  die de bibliotheek binnen loopt is namelijk het equivalent van 100 Watt in een straalkacheltje

Hebben bibliotheken genoeg ruimte?

Ik hoor u al denken: 'leuk bedacht Deckers maar kan het?'. Ook dat zocht ik even voor u uit. In de bibliotheekatlas van Nederland - een volstrekt ondergewaardeerde site overigens - wordt namelijk bijgehouden hoeveel werk- en studieplekken elke bibliotheek heeft. Een actueel overzicht want het baseert zich 'real-time' op de gegevens uit de Gids.  In totaal hebben de bibliotheken op dit moment 16.753 studieplekken.

Vorig jaar waren dat er overigens nog 15.030, toen schreef ik er ook al eens over. Het aantal stijgt dus snel. 

Maar is het genoeg voor een koude winter met hoge energieprijzen? Zijn er mogelijkheden om tot noodplekken te komen als het nodig is? Het lijkt mij eerlijk gezegd helemaal niet zo'n gekke gedachte om daar met collega's eens over na te denken. 

Wat zou er voor nodig zijn om in bibliotheken tijdelijk maar verantwoord op te schalen naar 30.000 of 100.000 plekken? 

Dus beste bibliotheekdirecteur, dit artikel maar eens doorsturen aan uw ambtenaar en wethouder? En beste wethouder en ambtenaar: de bibliotheek hielp u ook al bij de coronacrisis, misschien kunnen ze u dit keer ook wel helpen? En helpt u de bibliotheek dan weer als er wellicht wat extra faciliteiten nodig zijn?

Het zijn tijden waarbij we dingen doen waarvan we dachten dat het nooit nodig was: helpen bij een pandemie, taallessen geven omdat er een oorlog is binnen Europa of Nederlanders opvangen die hun stookkosten niet kunnen betalen... 

Het zijn gekke tijden. 

zondag 11 september 2022

Het gezelschapsspel 'Sorteer de cataloguskaartjes'... kunt u dat nog?

 

Cataloguskaartjes, wie kent ze nog? Maar leg ze maar eens op de juiste volgorde... En dit zijn er maar vier. Een opwarmertje. Want verderop geef ik u een nog wat grotere opdracht. Knip ze uit en maak er met uw huisgenoten een leuk gezelschapsspel van.


Want voor sorteren bestaan heuse regels. Bibliothecarissen die voor het midden van de jaren '90 zijn

opgeleid hebben ze nog geleerd: de regels voor titelbeschrijving en de sorteerregels. Er is zelfs een echt handboek van: Regels voor de titelbeschrijving, deel 6, de sorteerregels! Want zo eenvoudig was het nog niet. In een tijd dat je nog geen computers had waar je op elk woord kon zoeken, moest je zeker weten of je op de juiste manier naar een auteur, titel of trefwoord gezocht had. 

Die sorteerregels waren dus eigenlijk een soort algoritme avant la lettre. En ik help u even met wat theorie achter die papieren algoritmes. En daarna mag u zelf een set van 20 cataloguskaartjes sorteren. De eerste tien vindt u hieronder en onder de eerste tien kaartjes geef ik nog wat uitleg waar u op moet letten. En aan het eind vindt u dan de tweede tien kaartjes.




Basissorteerregels


Kaartjes worden gesorteerd op hoofdwoord. Die vind je boven het cataloguskaartje. Meestal is dat de naam van de schrijver of van de eerste auteur als er meerdere schrijvers zijn. Maar de schrijver kan ook een organisatie zijn (denk aan de Vereniging van Openbare Bibliotheken, Sociaal Cultureel Planbureau etc). En sommigen publiceren onder een voornaam (denk aan koningen of prinsen carnaval). 

Binnen die namen wordt ook nog onderscheid gemaakt: dubbele achternamen, voorletter, toevoegsels etc.  En als er geen auteur is wordt de titel het hoofdwoord.

Als je meerdere van exact dezelfde auteur hebt, sorteer je vervolgens verder op het titelblok, dus alfabetisch op titel en indien nodig vervolgens op jaartal en druk. 

Bijzondere tekens en spaties

Gewone letters en cijfers (cijfers voor letters) leveren geen probleem op. Maar hoe vertaal je breuken in een sorteerproces? Of wiskundige formules? Of verbindingsstreepjes? Aan alles is gedacht. Dat wordt vertaald in 'spatie-codes'. Kijk maar eens naar onderstaande schema. 

En dan hebben we ook nog te maken met allerlei buitenlandse letters. Hoe sorteer je bijvoorbeeld de umlaut? En de Scandinaviërs hebben nog wel een aantal extra letters. wat doe je daarmee? Ook daar is een vertaaltabel voor zodat je het netjes kunt sorteren. 


De O-umlaut komt dus niet bij de O maar bij de OE. Heinrich Böll zocht je in de kaartcatalogus dus bij de 'Boell'

Oefenset sorteren

Bibliothecarissen die opgeleid moesten worden in dit vak, kregen hiervoor de 'Oefenset sorteren'. Een boek dat bestond uit verschillende opgaven om te sorteren. De opgave die jullie hierboven en hieronder
zien, komt uit dat boek. Als student was dit het enige boek dat je verplicht was om te verscheuren zodat je cataloguskaartjes kreeg. Die je vervolgens moest sorteren. Overigens was Jos Debeij, die onlangs met pensioen ging, één van de makers van deze oefenset. Hij werkte in die tijd bij de Bibliotheekacademie in Sittard. De tweede tien kaartjes zie je overigens onder dit artikel. Samen met de plaat hierboven vormen ze oefening 2a van deze oefenset. Een nog relatief eenvoudige opdracht. 
Ik zou zeggen: klik op de afbeelding zodat deze groter wordt of download de afbeelding, print ze uit, zet de schaar erin en maak er met elkaar een gezellig gezelschapsspel van. De goede uitkomst zal ik hieronder in het opmerkingenveld zetten. 

Succes!

Overigens heb ik de hele Oefenset Sorteren ook als PDF beschikbaar. Wie hem wil hebben omdat ie er nog niet genoeg van kan krijgen, kan hem bij mij opvragen.

zondag 4 september 2022

Rennend op de kadans van het bestaan


Toen ik rond de dertig was, liep ik tegen overspannenheid aan. Een jong gezin, een nieuw huis en een baan met succes waarbij het werk explodeerde. Mijn toenmalige directeur zag het gelukkig en hielp me op tijd om mijn leven op de rit te houden. Het was in die tijd dat ik weer begon met hardlopen. Eerst kleine stukjes en heel stapsgewijs werd het steeds langer. Een paar kilometer werd vijf kilometer en vijf kilometer werd stapsgewijs tien. En meer.

Na een tijdje vroeg een vriend of ik geen zin had om met hem mee te doen aan een hardloopwedstrijd. Eén wedstrijd werden er meer. Niet voor de tijd, want ik bleef altijd een grote amateur, maar wel omdat het leuk is om samen met anderen in een licht competitief verband samen te zijn. En een beetje om te kijken waar je staat. Korte loopjes van vijf en tien kilometer werden langere wedstrijden van tien mijl en halve marathons. En de tijden werden sneller. 

In het voorjaar liep ik, na twee jaar coronaleed, weer een halve marathon met publiek.  Het was de halve marathon van Enschede. En na afloop dacht ik: hoeveel heb ik er eigenlijk al gelopen op deze manier? Ik liep alle uitslagen nog eens na en telde de medailles die ik had. Het waren 49 halve marathons. Dit naast een klein dozijn 10 kilometers en een handvol loopjes van 10 mijl. Mijn volgende halve marathon zou dus mijn 50e zijn! 

Ik keek op de hardloopkalender. De meest logische keus als 50e halve marathon was die van Dalfsen op zaterdag 3 september. Al vele malen gelopen. En zo kwam het dat ik gisteren een klein jubileum vierde: mijn 50e halve marathon in wedstrijdverband. 50 halve marathons in wedstrijdverband die ik zo in twintig jaar bij elkaar had gescharreld. 

Mijn kinderen werden groot met een vader die hard liep en af en toe aan wedstrijden meedeed. Goed voorbeeld doet goed volgen. Mijn oudste dochter loopt ondertussen ook niet onverdienstelijk. Zij wilde wel mee naar Dalfsen voor een 10-kilometerloop. Dat zou haar eerste zijn. Maar toen we samen trainden was mij wel duidelijk dat zij met gemak ook de halve marathon zou kunnen lopen. Een beetje tot verbazing van mijn dochter zelf. Wie goed tussen de regels door leest: papa liep met de tong op zijn schoenen achter zijn dochter aan. 

Dalfsen dus. Tenminste, dat dacht ik. Want drie dagen voor de start, stuurde de organisatie een mail dat de halve marathon niet door zou gaan. Er waren te weinig vrijwilligers om het parcours veilig af te zetten. Ik kon wel een tien kilometer lopen als vervanging. Dat zou normaal gesproken natuurlijk een prima alternatief zijn geweest. Maar niet deze keer. Op de hardloopagenda bleek er op korte termijn niet een goed alternatief. En dus maakten mijn dochter en ik de kleinste halve marathon in wedstrijdverband die er bestaat: met twee personen. Ik verklap vast: ik werd tweede. 

Onze halve marathon van Deventer kende een parcours door de vele buitendorpen. Ik zal toegeven dat mijn dochter wel af en toe op mij moest wachten en de laatste kilometers heb ik haar ook niet meer terug gezien. Zij had nog energie over terwijl bij mij het licht langzaam uit ging. Maar goed, een tijd rond de 2:06 is voor mij nog altijd acceptabel. 

Hoeveel halve marathons in wedstrijdverband ik nog ga lopen weet ik niet. Stap voor stap word ik langzamer en is het de keus om harder te trainen of om langzaam uit dit peloton te verdwijnen. Een volgende generatie loopt mij inmiddels ver voorbij. Ook op andere vlakken zal dat me steeds vaker overkomen. Hardlopen is net het leven zelf.  Of ik dus nog veel halve marathons doe, zal de tijd wel leren. De wedstrijden zijn geen noodzaak voor mij. Dat is het hardlopen zelf wel.

Als ik ren lijkt alle onrust in mijn hoofd op zijn plek te vallen. Ik weet niet hoe dat werkt maar het gebeurt. Ik ben alleen met mezelf en voel alleen mijn lichaam. Niets aan mijn hoofd en slechts het ritme van mijn voeten. Rennend op de kadans van het bestaan. Met elke stap lijkt een stukje van de puzzel van het leven gelegd te worden. Op momenten dat het tegen zat in mijn leven, ging ik meer hardlopen. En het werkte. En op momenten dat het goed ging, ging ik niet minder lopen. Zolang ik ren, weet ik dat ik mentaal in balans blijf. Hardlopen is de barometer van mijn bestaan.

Ik ren dus ik ben.