zondag 28 januari 2024

Over waarom de bibliothecaresse van Langedijk in de De Tweede Kamer genoemd werd...

Nou mensen, ik pak de draad van het leven weer op. Hoe raar dat soms ook is. En vandaag gaat het over de bibliothecaresse van Langedijk. En hoe die in de Tweede Kamer terecht kwam. Eén van de zaken die ik de afgelopen weken miste, was het Kamerdebat dat plaatsvond op 16 en 18 januari over de begroting van het ministerie van OCW voor 2024. Een behandeling die laat is, het jaar is immers al begonnen. Maar door de Tweede Kamerverkiezingen in november loopt de begrotingsbehandeling anders dan andere jaren. Normaal gesproken wordt Cultuur ook apart besproken en nu werden Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in één keer behandeld. En dus een hele hoop onderwerpen in één of eigenlijk twee vergaderingen. Wie de lijst met documenten ziet waar Kamerleden zich door heen moeten werken voor dit overleg krijgt acuut medelijden.

Waarom was dit overleg interessant? Nou, omdat de beleidsbrief Bibliotheken hier behandeld zou worden die eind november vorig jaar uit kwam, net na de verkiezingen. Nog van de hand van Uslu. We zijn inmiddels twee demissionaire staatssecretarissen verder. Wie nog eens wil lezen waar dat over ging, kan hier de samenvatting vinden.   De VOB gaf al een hele adequate samenvatting van het debat waar ik straks nog wel op terugkom. 


Het mooiste van het Kamerdebat vond ik namelijk een klein verhaal van Sandra Beckerman aan van de SP. Zij zei in het debat het volgende over de waarde van de bibliotheek:

'Ik wil beginnen met het boek De laatste lente van de dinosauriërs. Ik vind het echt een fantastisch boek. Het is heel populair. Het is geschreven door Melanie During. Zij ontdekte dat de dinosauriërs uitstierven in de lente. Ik wil het eigenlijk niet over dit boek hebben, maar over iets wat mij opviel aan het levensverhaal van Melanie. Zij kende als kind en puber veel tegenslagen. Er was een mooi moment in het verhaal dat zij vertelde. Zij woonde in een dorpje, Langedijk. Daar werd een nieuw fietspad aangelegd, waar van die schelpjes op werden gestort. Zij stopte een aantal van die schelpjes in haar zak. Daar zaten ook fossiele schelpjes tussen, maar dat wist zij op dat moment nog niet.
Op een gegeven moment kwam ze bij de bibliotheek om een paar boeken te lenen. Ze probeerde uit haar jaszak haar bibliotheekpasje te halen. Op dat moment vielen de schelpjes die zij op dat fietspad had verzameld, uit haar zak. De mevrouw van de bibliotheek zag dat gebeuren en zei: wij hebben hier ook boeken over, natuurwetenschappelijke boeken. Ze wijst de jonge Melanie op dit soort boeken. Op dat moment is er een fascinatie geboren en daar wil ik het over hebben, want dat is het moment waarop de mevrouw van de bibliotheek haar op een spoor zet dat misschien wel de rest van haar leven bepaalt.
Dat is eigenlijk ook wat goed onderwijs is of zou moeten zijn: iets zien in kinderen wat ze zelf nog niet hebben kunnen zien. Werd het daarna makkelijk voor Melanie? Nou, absoluut niet. Melanie is de eerste in haar familie met überhaupt een diploma van de middelbare school. Ze stapelde vmbo, havo en vwo, kwam leraren tegen die tegen haar zeiden: jij kunt dit niet. Het is bewonderenswaardig hoe ze doorzette en uitgroeide tot, zoals ze nu genoemd wordt, de rockster van de paleontologie.'

Nadat Beckerman veel heeft gezegd hoe belangrijk onderwijs is, komt ze nog een keer terug op de bibliotheek.

'Helemaal tot slot wil ik teruggaan naar het begin. Melanie During laat in de bibliotheek schelpjes uit haar jaszak vallen en de bibliothecaresse wijst haar de natuurwetenschappelijke boekjes die later mede de basis vormen voor een toekomst als paleontoloog. De bibliotheek was cruciaal. In veel wijken, kernen en dorpen zijn de afgelopen jaren bibliotheken verdwenen. Nu liggen er terecht plannen van het kabinet om nieuwe vestigingen te openen en bestaande bibliotheken te verbeteren. Alleen zijn er meer plannen dan er geld is. Het zou zonde zijn als we de volgende Melanie During hierdoor mislopen. Investeer in bibliotheken en lezen voor iedereen.'

En dan nog wat bijzaken....
Tja, wat moet je na deze tekst nog zeggen? Volgens mij zegt dit alles. En ik ben wel benieuwd wie die bibliothecaresse is geweest. Als ik de biografie van During nakijk moet dat een bibliothecaresse zijn geweest die begin jaren '90 van de vorige eeuw in Langedijk werkte. Dat kunnen er niet al te veel zijn geweest. Zoeken jullie even mee?

En ja, dan komen er nog wat bijzaken aan de orde in het debat. Inderdaad, er was teveel geld aangevraagd bij de SPUK-regeling en de staatssecretaris zegde toe te gaan zoeken naar extra geld. Ik heb daar wel goede hoop op. Het gaat niet om een groot bedrag, het is niet complex maar wel aaibaar en er is veel draagvlak.... Wie kan er nou tegen bibliotheken zijn? En daarmee citeer ik Klaas Gravesteijn, de directeur van de VOB die dat ooit tegen me zei. En hij had de uitspraak weer geleend van voormalig staatssecretaris Uslu. En ze hebben gelijk. 

Verder bracht Paternotte van D66 nog een motie in om het proces van de wetswijziging te versnellen. De staatssecretaris meldde dat ze dat wel wilde maar dat het niet kan. Westerveld van GroenLinks-PvdA diende een motie in voor een gratis bibliotheeklidmaatschap, te beginnen met de laagste inkomensgroepen. 

Beide moties haalden het niet omdat de formerende partijen tegen stemden. Sommige mensen fluisteren dat de formerende partijen, zelf het punt willen scoren van wetswijziging en de zorgplicht en daarom tegen stemden. Het zou kunnen, ik weet het niet. Zo diep zit ik niet in de politieke krochten. Maar wie de moties beziet zou ook partijpolitieke overwegingen kunnen bedenken om tegen te stemmen. 

De belangrijkste antwoorden in het debat kwamen niet van de staatssecretaris van Cultuur Gräper maar van minister Paul van onderwijs. Er vond namelijk een vrij uitgebreid debat plaats tussen minister Paul en het CDA en de SGP over ouderbetrokkenheid. De minister positioneerde daar de vierhoek onderwijs-ouders-bibliotheek-gemeente als een spil rond lees- en taalvaardigheid. Aanvullend vroeg - opnieuw - Westerveld van GroenLinks-PvdA vroeg expliciet om de Bibliotheek op school  een wettelijke verankering te geven als scholen in 2026 structureel geld krijgen.

De minister antwoordde hierop dat zij in het voorjaar hierop terugkomt en met een wetsvoorstel om tot financiering van deze lijn te komen. Dan zal er ook een beleidsreactie komen op het KWINK-onderzoek naar de borging van de Bibliotheek op school. Dit alles doet dus nog steeds vermoeden dat er vanaf 2026 structurele financiering zou kunnen komen. Naast de zorgplicht en extra lokale middelen voor bibliotheekwerk, lijkt er dus ook structurele financiering te komen voor Bibliotheek op school. Dit is de grootste winst van dit debat.
 
Terug naar de hoofdzaak: het vuur van persoonlijke ontwikkeling faciliteren
Maar uiteindelijk gaat het natuurlijk om wat Beckerman in haar inleiding zei. Zij sloeg de spijker op zijn kop. We kunnen ons druk maken over SPUK-regelingen, wetsteksten en convenanten maar uiteindelijk gaat het om wat er gebeurt in die bibliotheek van Langedijk. Een bibliotheek die 31 uur per week open is, waar een collectie staat, een leestafel, waar een cursusruimte is en waar men programmeert. 

Maar bovenal: een bibliotheek waar die bibliothecaresse (m/v/x) rondloopt. Een bibliothecaresse die het vuur van de persoonlijke ontwikkeling faciliteert. En geloof me: er zijn heel veel plekken als Langedijk in Nederland. Een hartverwarmende gedachte.

woensdag 24 januari 2024

Houdini-opa

Geen bibliotheeknieuws, geen grote maatschappelijke thema's en geen staatjes met statistieken of lijstjes. Mijn wereld was even heel klein. Wij hielden onze adem in, terwijl mijn vader juist zijn laatste adem uitblies. Een leven kwam tot stilstand. Een stilstand die we al van ver zagen aankomen Mijn vader was namelijk een medisch wonder. Hij overleefde tal van ziektes en wist vele malen te ontsnappen aan de dood. Een jaar geleden schreef ik al een gedicht over hem hoe we hem stap voor stap kwijt raakten. Mijn vader gaf zijn lichaam aan de wetenschap wat betekent dat zijn lichaam in de uren na zijn overlijden al werd overgedragen aan een universitair centrum. Gisteren hielden we een officieel afscheid en een herdenking. Mijn oudste en volwassen dochter, Mirjam, las daar onderstaande  gedicht voor dat ze maakte voor haar opa. 

Dat gedicht deel ik hier graag nog eens. Omdat poëzie zoveel kan doen. Stap ik daarna weer uit mijn kleine bubbel en doe ik weer mee met de grote wereld.

 

HOUDINI-OPA
Mirjam Deckers

Vroeger ging dansen mij al zo goed af
Muziek en swing en meezingen
En de glitters en de disco en de vrouw in gedempt licht
En ik weet nog dat ik zag 
En dacht: dit is mijn kans, dit wordt mijn truc

Ik danste vele jaren, met haar en ook alleen, maar
Het liep wat anders dan gepland 
Mijn glans werd een matglans 
Mijn dans een danse macabre 
Kat en muis tussen leven en dood

Ik ben Houdini-opa en mijn truc?
Steeds maar weer de dans ontspringen
Ik heb al zoveel publiek verbaasd doen staan 
Ze hielden hun adem in, ze klapten opgelucht, en ik boog 
Voor mijn hooggeëerd publiek

Maar mijn buigen is steeds meer een krimpen 
Mijn sprong één in het nauw
Wegens succes herhaald, dan toch
Nog eens, maar ook succes is eindig

Dus ik wacht tot de glitter en de glans verdwijnt 
Tot de posters zijn verwijderd, mijn laatste aanplakbiljet 
Ik op de set doe nu mijn laatste truc
Nog één keer in het circus, nog één keer in de schmink maar
Ik spring niet meer want 
Het is tijd

Ik buig een laatste keer 
En hoop dat jullie nog éénmaal zullen klappen
Voor mijn laatste truc 
Eenmalig 
De Grote Verdwijntruc
Voor mijn hooggeëerd publiek

zondag 7 januari 2024

De geschiedenis reikt tot ver in onze eigen tijd...

De beste wensen voor 2024! Zelf heb ik twee weken achter de rug waarin mijn werk stil viel, ik wel wat zorg om naaste familie hield maar toch ook de tijd had om veel te lezen. En u kent inmiddels mijn motto: een bibliothecaris die niet af en toe een boek aanprijst is geen knip voor de neus waard. En omdat u natuurlijk allemaal als goed voornemen hebt om meer te gaan lezen, doe ik u hierbij drie tips. En zoals u van me gewend bent: ik houd van geschiedenis. En de afgelopen weken las ik een aantal boeken die zich ophouden in de periode tussen 1860 en 1945. Ik bespreek ze in chronologische volgorde. 

De Zanzibardriehoek : een slavernijgeschiedenis 1860-1900

Het boek de Zanzibardriekhoek van Martin Bossenbroek behoeft eigenlijk al geen aanbeveling meer. Het stond al een tijdje op mijn lijstje en won ondertussen de Libris Geschiedenisprijs 2023. Van Bossenbroek had ik eerder al 'De boerenoorlog' en 'De wraak van Diponegoro' gelezen dus ik wist wel ongeveer wat ik kon verwachten. 

In de Zanzibardriehoek vertelt Bossenbroek over hoe de slavenhandel in Zanzibar en aansluitend in heel Oost-Afrika tot een einde komt. Zanzibar was lang de draaischijf waarover deze slavenhandel liep. Sinds de 7e eeuw zijn zo'n 14,5 miljoen Afrikanen totslaafgemaakten naar het Midden-Oosten en India verscheept. 

Bossenbroek beschrijft de geschiedenis aan de hand van het leven van Jonh Kirk, een Britse diplomaat die zich eigenlijk zijn  hele leven inzet voor de diplomatieke betrekkingen op Zanzibar. Kirk is iemand die zich actief en behendig inzet voor de afschaffing van de slavernij en daarmee de sympathie wint van de lezer. Maar Bossenbroek laat ook zien welke compromissen er in de diplomatie moeten worden gesloten met minder vlekkeloze figuren die toch macht bezitten zoals sultans of grote slavenhandelaren. 

Ook Livingstone en Stanley, de ontdekkingsreiziger en de journalist, komen uitgebreid aan bod. Wie de Zanzibardriehoek heeft gelezen, ziet welke dubbele moraal er vaak schuil ging achter de afschaffing van de slavernij. Want die werd inderdaad afgeschaft maar er kwam een onvervalst kolonialisme voor terug waarbij Westerse landen elkaar proberen af te troeven bij het verwerven van ordinaire wingewesten. Dat koning Leopold van België de Kongo als persoonlijk bezit verwerft is daar wel het grootste voorbeeld van. 

Bossenbroek vertelt vanuit de kleine levens als die van Kirk de grote geschiedenis en dat doet hij meesterlijk. Bossenbroek wordt overigens wel verweten dat hij het persoonlijk perspectief van de slachtoffers - de totslaafgemaakten - niet heeft ingevuld. Dat is inderdaad een terecht punt maar doet niets af aan de kwaliteit van zijn boek.

Leen De Zanzibardriehoek hier (ook als luisterboek)

Ik kan u niet uitleggen wat de oorlog is

Het tweede boek,  'Ik kan u niet uitleggen wat oorlog is' van Mies Haage handelt over de frontsoldaat César Vincent (1894-1917) in de Eerste Wereldoorlog. Het boek bevat honderden brieven van een boerenzoon uit het Zuid-Franse Crupies aan vooral zijn moeder en zus. De brieven lagen decennialang op de zolder van de boerderij waar hij ooit woonde. 

Nadat Vincent in 1917 omkomt in de oorlog bepaalt zijn moeder dat de brieven onaangeroerd moeten blijven. Totdat in 2008 Mies Haage door een toeval de brieven op het spoor komt. Vanaf dat moment gaat zij bezig met het vertalen, conserveren en napluizen van alle feiten uit de brieven die César schreef. Mies Haage, die in 2021 overleed, heeft niet meer meegemaakt dat het boek gepubliceerd is. 

De brieven van de eenvoudige boerenzoon die in 1914 wordt opgeroepen voor het leger nemen je aan de hand mee door de oorlog. Waar we eerst nog het beeld hebben dat de oorlog in enige maanden afgelopen zal zijn, kantelt dat beeld na enige tijd. Het wordt helder dat het een lange en bittere strijd zal worden. En César Vincent zal zich op een gegeven moment ook onverholen uitspreken tegen deze oorlog die zoveel levens eist. Hij vraagt zich oprecht af of iedereen dan wellicht moet sterven voordat deze oorlog eindigt. De zinloosheid van deze loopgravenoorlog druipt van de bladzijden. 

Een bijzonder moment is ook als César Vincent eindelijk eens op verlof mag naar zijn moeder en zus. Maar in plaats van uitrusten en een beetje vertroeteld worden, wordt hij daar door de moeder en zijn knecht hard aan het werk gezet. César die rekende op een beetje liefde en zachtmoedigheid is heftig teleurgesteld en verlaat het huis en meld zich vervroegd weer bij het front. Je hart breekt bij het lezen van die passages. Op 26 oktober 1917 komt César, na dat verlof vol verwijten, om bij de Slag om Malmaison. Ik lees vaak 's ochtends in bed en ik moet zeggen dat ik zo onder mijn dekbed me toch voelde alsof ik naast César Vincent in de loopgraven zat. Door de veelheid aan brieven en de hoge frequentie waar hij mee schreef, heb je het gevoel dat je de ontberingen meemaakt. De meesterlijke vertaling door Mies Haage doet de rest. 

Leen Ik kan u niet uitleggen wat de oorlog is hier (ook als ebook). 

Denkdwang, hoe Ludwick Fleck de nazi's misleidde

Het laatste boek gaat over de Tweede Wereldoorlog is van de hand van hoogleraar Pim van Gool en gaat over een bijzondere en bizarre sabotageactie die in kamp Buchenwald plaatsvond. Daar was een speciale barak ingericht, Block 50, waar een vaccin tegen vlektyfus moest worden ontwikkeld. Vlektyfus was een ziekte die onder soldaten, maar ook onder kampbewoners, veel doden eiste. 

In Block 50 waren verschillende kampbewoners samengebracht waarvan men dacht dat die gezamenlijk wel een vaccin zouden kunnen maken. Het was een wonderlijke mix van mensen. Van een biologiestudent tot een sportleraar. Het onderzoek staat onder leiding van de ijdele nazi-kamparts Erwin Ding. Met moderne apparatuur begint de groep ijverig maar volledig onkundig aan de ontwikkeling van dit vaccin. Op een gegeven moment, begin 1944, denkt men het vaccin gevonden te hebben. Maar het blijkt een collectief wensdenken te zijn. 

Juist op dat moment komt Ludwick Fleck, een Joodse wetenschapper, het kamp binnen. Hij is overgekomen uit kamp Auschwitz om het team te versterken. Hij heeft direct door dat de ontdekking van het vaccin gebaseerd is op fouten en hij staat op het punt om dit de kampleiding te vertellen. Een aantal collega's maakt hem op dat moment duidelijk dat de leven van de circa 60 mensen in Block 50 op het spel staat als dat uit komt. Dat overtuigt Fleck en hij besluit het samen met enkelen voor zich te houden. En zo wordt in Buchenwald een grote hoeveelheid nep-vaccin gemaakt waar vele honderdduizenden Duitse soldaten mee ingespoten zullen worden. Fleck weet overigens wel hoe hij een echt vaccin moet maken. En telkens als gevraagd wordt om een controle-vaccin, stuurt hij het goede vaccin op. Op deze wijze blijft de misleiding onontdekt. 

Van Gool speurt naar de medewerkers uit Block 50 en komt terecht bij een aantal Nederlanders uit een wat amateuristische verzetsgroep uit de Vredeskerk in Amsterdam. Zo krijgt het boek een mooi Nederlands randje. 

Fleck schreef voor de oorlog al over collectieve denkdwang bij wetenschappelijke ontdekkingen. Collectieve denkdwang is dat we zo graag iets willen ontdekken dat we op een gegeven gaan zien wat we willen ontdekken. Ook al is het niet zo. Fleck komt in Buchenwald dus in de praktijk terecht van iets wat hij voor de oorlog al had beschreven. Van Gool weet zo een historische geschiedenis te combineren met een toegankelijk stukje wetenschapsfilosofie. 

Leen Denkdwang hier. 

Zo begon dus het jaar 2024. Met een geschiedenis die reikt tot ver in onze eigen tijd. Want zoeken ook wij naar oplossingen voor grote maatschappelijke problemen of ongeneeslijke ziekten? En zien wij dan de oplossingen die we willen zien of zien we echt wat we moeten zien? Ook dit jaar gaan we weer met elkaar op zoek en zal ik ongetwijfeld ook veel onderzoeksresultaten laten zien. 

Maar voor nu, wens ik jullie een mooi literair jaar toe met heel veel.... boeken!