dinsdag 26 augustus 2025

Vrijheid is een open boek

Boeken laten ons nadenken, voelen en inleven in andere mensen ideeën en werelden. 
Boeken bieden ons vrijheid. 
Precies daarom worden ze nog te vaak wereldwijd gecensureerd en verboden. 
Ik denk dat bibliotheken de taak hebben om het gesprek daarover te blijven aanwakkeren. 
En daarom doet de bibliotheek Utrecht heel erg graag mee met de week van het verboden boek.

Het zijn de woorden van Deirdre Carasso, directeur van de bibliotheek in Utrecht die ze uitspreekt in onderstaande filmpje. En de woorden zijn me uit het hart gegrepen. 

Op veel plekken in de wereld is het helemaal niet vanzelfsprekend dat je mag lezen wat je wilt. En recente ontwikkelingen in de Verenigde Staten laten zien dat die verboden echt niet alleen beperkt zijn tot totalitaire regimes. Tal van boeken over de LHBTI-gemeenschap worden daar bijvoorbeeld geweerd. In april van dit jaar besteedde ik al voor een eerste keer aandacht aan het fenomeen 'book bans'  en in mei maakte ik al een lijstje van wat je zelf zou kunnen doen als bibliotheek

Week van het Verboden Boek

Ik ben dan ook erg blij dat Probiblio de handschoen oppakkte en samen met het CPNB en het  International Literature Festival Utrecht samen de Week van het Verboden Boek organiseren van 20 tot en met 28 september. 

De Week van het Verboden Boek is een campagneweek waarin bibliotheken het vrije woord  kunnen vieren en boeken centraal stellen die ergens ter wereld verboden of gecensureerd zijn. Hoewel de ontwikkelingen in de Verenigde Staten wel degelijk een katalysator zijn voor deze week is het met nadruk breder dan dat. En Probiblio roept alle bibliotheken in Nederland op om mee te doen – groot of klein, fysiek of online. En die oproep ondersteun ik van harte. 


Hoe kun je meedoen?

Ja, ik weet het, de week ligt in een drukke tijd, het is kort dag enzovoort. Er zijn altijd goede redenen waarom iets niet kan. Maar laten we kijken wat wél kan. Meedoen hoeft niet heel groot of ingewikkeld te zijn. Probiblio heeft een mooie toolkitpagina gemaakt waarin tal van kleine of grotere voorbeelden staan van hoe je kunt deelnemen. Dat kan een simpele displaytafel zijn maar ook een lezing over het onderwerp. En zeg nou zelf, zo'n display moet toch lukken?

En op die pagina worden daar dan ook weer voorbeelden en namen bij genoemd. Ook ben ik de eerste bibliotheek al tegengekomen die het weer koppelt aan de aansluiten Kinderboekenweek waarbij het thema 'Vol avontuur' is. 

Tot slot is er een mooie community op BiebtoBieb voor deze Week van het Verboden Boek waar alle bibliotheekmedewerkers aan kunnen deelnemen. 

Wat gebeurt er landelijk?

Landelijk vindt er op zaterdag 20 september  onder auspiciën van het International Literature Festival Utrecht een Lezermars plaats waarin aandacht wordt gevraagd voor verboden boeken. Daar kun je aan meedoen. Sterker nog, de brancheverenniging VOB roept je zelfs op om mee te doen!

Naast de lezersmars zullen ook boekhandels aandacht voor dit thema vragen. En gezien de aard van het onderwerp vermoed ik dat ook een flink aantal landelijke media er het lichtje op zullen zetten. 

Op mijn nachtkastje: Navalny

Op dit moment ligt de autobiografie van Aleksej Navalny op mijn nachtkastje. Een boek dat verboden is in Rusland en dat je daar ook beter niet kunt bezitten. Hij schrijft daarin uitgebreid over zijn ervaring in strafgevangenissen. En de rol van boeken in die gevangenissen. Gevangenen worden telkens weer gecontroleerd of ze niet iets mee smokkelen in hun spullen of in of op hun lichaam. Maar nog belangrijker dan 'iets' dat je meesmokkelt, zijn de gedachten die je mee kunt dragen in boeken. Hij schrijft daarover:

'Wat ze [de bewakers]  het grondigst inspecteren zijn de boeken. Dat viel me lang geleden al op en het is duidelijk een erfenis uit de tijd van de USSR. Boeken zijn een bron van instabiliteit en afvalligheid. In een gevangenis is het voorstelbaar dat je jas niet goed wordt nagekeken en dat ze je telefoon over het hoofd zien. Maar je kunt er zeker van zijn dat al je boeken worden meegenomen, geregistreerd en bestudeerd, er wordt een stempel in gezet met de tekst "gecontroleerd op extremistische inhoud", en pas dan krijg je ze terug. Zo groot is de macht van het geschreven woord.'

Navalny bekocht zijn oppositie met zijn leven. Zijn boek bleef en zijn woorden blijven aanzetten tot vrijheid. 

Vrijheid is een open boek

Marjoleine Molenaar, die bij de Bibliotheek Rotterdam werkt, schreef het boek 'Verboden boeken'. Als je inspiratie wilt hebben op hoeveel plekken en om welke (vaak bizarre) redenen een boek verboden werd, moet je dit boek lezen. Het doet je beseffen in welke vrijheid wij leven en hoe die vrijheid er voor zorgt dat wij kennis mogen nemen van zoveel verschillende denkbeelden, meningen en opvattingen. Het bepaalt daarmee letterlijk onze bewegingsvrijheid. 

En met Navalny en met Molenaar ben ik terug bij de woorden van Deirdre Carasso: 'Boeken bieden die vrijheid. En juist om die reden worden ze nog te vaak wereldwijd gecensureerd en verboden.' Wij hebben als taak om daar het gesprek over aan te wakkeren. 

Elk boek dat gelezen wordt, elk gedicht dat wordt gehoord, is een verrijking van ons menselijk DNA. Het doet iets met ons. En hoe groter de variëteit die we tot ons mogen nemen, hoe groter de kans dat woorden ook dat effect hebben. Boeken kunnen levens veranderen. Hoe meer censuur, hoe kleiner die kans wordt.


Of zoals de Lezersmars het formuleert op hun site: samen vormen we een symbolisch weerwoord van boekenliefhebbers tegen censuur, autocratie en ondemocratische bewegingen die overal ter wereld opduiken. Een krachtig statement vóór literaire vrijheid en de verbindende kracht van literatuur.

Een dikke pluim voor mijn collega's van Probiblio voor dit initiatief. En voor eenieder: Kom in beweging en doe mee!

zondag 24 augustus 2025

Verdwijnt de kleine bibliotheekorganisatie?

Verdwijnt de kleine bibliotheekorganisatie? Dat is een spannende vraag voor iemand die uit een provincie komt met veel kleine bibliotheekorganisaties... Laat ik vooraf zeggen dat ik een groot fan ben van kleine bibliotheken. Ik zie hoe goed ze aansluiten bij de lokale gemeenschappen, hoe goed ze hun gebruikerskring kennen en hoe makkelijk het daardoor lokaal samenwerken is. Deze kleine bibliotheken hadden al een 'community librarian' voor het woord was uitgevonden. Maar elke medaille heeft ook een keerzijde.

De afgelopen week kreeg ik een vraag of ik een overzicht kon maken van bibliotheken naar grootte in personeel. Met andere woorden: hoeveel betaalde formatie heeft een gemiddelde bibliotheek en hoeveel variatie zit daarin? Die vraag leidde tot bovenstaande grafiekje dat ik op basis van de openbare WSOB-gegevens van 2023 kon maken. Per bibliotheekorganisatie is daar te zien hoeveel betaalde formatie zij hebben, uitgedrukt in Fulltime Equivalenten (FTE). En toen ik dat overzicht had gemaakt en daar even over doorpraatte, was de conclusie toch: het einde van de kleine bibliotheekorganisatie lijkt nabij.

Steeds minder bibliotheekorganisaties, dus steeds grotere organisaties

In 2023 waren er 133 bibliotheekorganisaties. Samen hadden die iets meer dan 5.400 betaalde formatieplaatsen. Per bibliotheekorganisaties is dat gemiddeld 40,6 formatieplaats of FTE. Maar tussen al die organisaties zit een grote verscheidenheid. De kleinste bibliotheekorganisatie is de Gelderse Bibliotheek Scherpenzeel met 1,6 formatieplaats. De grootste organisatie is de Amsterdamse OBA met 260 formatieplaatsen. En alles daar tussen in. 

Per provincie zit er nog wel een flink verschil tussen zoals u kunt zien. Daar ga ik zo nog op in. Eerst maar eens de ontwikkeling in historisch perspectief. Als we een wat langere tijdlijn uitzetten dan zien we het volgende.  


Tot begin jaren '90 stijgt het aantal bibliotheekorganisaties nog. Dat heeft alles te maken met het feit dat toen nog lang niet alle gemeenten een bibliotheek hadden. Vanaf  de jaren '90 van de vorige eeuw  het aantal bibliotheekorganisaties.  In de jaren '90 houdt die eerste daling vooral gelijke tred met de opschaling van gemeenten.

Tussen 2000 en 2010 zie je dan plotseling een scherp daling. Voor ongeveer 2005 had elke gemeente een eigen bibliotheekorganisaties. Door herindelingen en opschaling zie je na 1990 en tot begin van het nieuwe millennium het aantal bibliotheekorganisaties licht dalen omdat het aantal gemeenten afneemt. En bij een herindeling fuseren bijna altijd de twee of meerdere bibliotheekorganisaties met elkaar. 

Na 2005 verandert dat. Er wordt vlak na 2000 een proces van bibliotheekvernieuwing ingezet waarbij door het Rijk opschaling gestimuleerd wordt. De grondslag daarvoor lag bij het rapport 'Open poort tot kennis' van de commissie Meijer die een herstructurering van het bibliotheek voorstond. Daarin werd gepleit voor grotere en robuuste bibliotheekorganisaties die over gemeentegrenzen heen georganiseerd werden. Daar ontstonden de basisbibliotheken. Dat proces duurde ongeveer tot 2010.

Provinciale verschillen zijn historische verschillen

Dat de omvang van de bibliotheekorganisaties zo verschilt per provincie zoals we in de eerste grafiek zagen, is vaak historisch verklaarbaar. Overijssel, de provincie waarbij 59% van de bibliotheken nog kleiner zijn dan tien formatieplaatsen, kende vlak voordat de herstructurering werd ingezet een herindeling in 2002. Daarbij ging men van zo'n 50 gemeenten terug naar 25 gemeenten. Het jaar daarop begon de herstructurering. Nog een keer fuseren vonden de bibliotheken in het oosten van het land, terecht, even niet zo'n goed idee. Daarbij kwam dat men met veel onderlinge samenwerking en de opkomst van Kulturhusen de toekomst goed geborgd had. 

In Groningen groeide men historisch naar één bibliotheekorganisatie voor de hele provincie. Totdat het Groninger Forum in beeld kwam en het handiger was om stad en ommeland te splitsen en er weer twee organisaties ontstonden die wel nauw samenwerken.

En zo kent elke provincie wel zijn eigen verhaal. Factoren die bij die verschillen een rol spelen zijn de bestaande provinciale structuur, de verhouding tussen stad en platteland, en ja, misschien ook wel een beetje hoeveel geld welke gemeente voor het bibliotheekwerk over had.  

Grotere organisaties om de verbrede functie te borgen

De snelle daling kwam dus vooral door die herstructurering tussen 2000 en 2010. Maar ook de laatste jaren zien we nog steeds een verdere daling van het aantal bibliotheekorganisaties. 


De daling die we nu zien, komt voort uit twee ontwikkelingen. Van jaar tot jaar zijn er altijd nog wel een paar gemeenten die fuseren en bibliotheken volgen die fusie. Dat is een klein deel van de verklaring. Want het merendeel van de daling wordt veroorzaakt door zelfgekozen fusies van bestaande bibliotheekorganisaties, opschaling naar multifunctionele organisaties of beide. 

Die beweging is vrij eenvoudig te verklaren. De omvang van het takenpakket van de bibliotheken werd in de afgelopen tien jaar snel omvangrijker met allerlei maatschappelijke en educatieve programma's. En dat in een tijd dat er niet evenredig veel geld bij kwam of zelfs werd bezuinigd. Die verbreding vraagt om meer specialisatie: denk aan extra consulenten voor onderwijs of programmeurs en projectleiders rond basisvaardigheden. Voor een kleine organisatie is dat minder eenvoudig te organiseren dan voor een grotere. 

Hoeveel inwoners voor één formatieplaats?

Nu zou je kunnen denken dat kleine bibliotheekorganisaties wellicht inefficiënte organisaties zijn. Dat is niet waar. Sterker, die kleine organisaties moeten al die taken vaak met minder formatie uitvoeren dan grotere organisaties. Ik zeg vaak, want het is geen wet van meden en perzen. 

Met dezelfde gegevens waar ik de eerste grafiek mee maakte, kun je namelijk ook op een rijtje zetten hoeveel FTE bibliotheken krijgen per 1.000 inwoners. Met andere woorden: hoeveel personeel heb je nodig voor een bibliotheek? Dat zie je in bovenstaande grafiek. 

Gemiddeld had een bibliotheek in 2023 één betaalde formatieplaats per 3.291 inwoners. Het merendeel zwermt voor één formatieplaats tussen de 3.000 en 5.000 inwoners. Aan de bovenkant - de organisaties met meer dan één fte er 2.000 inwoners - zitten eigenlijk allemaal multifunctionele culturele organisaties die ook andere medewerkers hebben meegeteld. Dat vertroebeld de uitkomsten wel wat omdat zij (veel) meer doen dan alleen bibliotheekwerk. 

Aan de onderkant - de organisaties met minder dat één formatieplaats per 5.000 inwoners, zitten bibliotheken die relatief weinig personeel hebben per 1.000 inwoners. En raad eens: daar zitten vooral kleine bibliotheken. Die bibliotheken zijn dus niet alleen klein maar hebben ook nog eens relatief weinig personeel voor hetzelfde takenpakket. Het personeel in kleine bibliotheken levert dus een gigantische prestatie.

In het bibliotheekwerk wordt wel gesproken over een mogelijk normenkader dat als richtlijn zou kunnen gelden bij de wetswijziging. Daar had een norm over omvang van personeel naar mijn mening nog best bij kunnen. Denk aan één FTE per 3.000-4.000 inwoners bijvoorbeeld. 

Bibliotheken zijn al lang begonnen...

Kleine bibliotheekorganisaties hebben dus wel een opgave. Verbreden en continuïteit bieden op een heel smalle basis. Ik besloot om nog iets verder te gaan en de twintig kleinste bibliotheken eens op rij te zetten. Dat lijstje - uit 2023 inmiddels - ziet er als volgt uit. Het zijn allemaal bibliotheken met minder dan tien formatieplaatsen. 


Bij dit lijstje is een flink aantal opmerkingen wel op zijn plek. Op de eerste plaats: het is niet slecht om een kleine bibliotheekorganisatie te zijn. Veel van de bibliotheken in dit lijstje zie ik jaarlijks terug in de verschillende lijstjes die ik maak van Best Presterende Bibliotheken. Alle respect, ze houden met weinig veel ballen in de lucht. Punt. 

Wat opvalt aan het lijstje is dat het bijna zonder uitzondering bibliotheekorganisaties zijn die voor één gemeente werken en dat die gemeente kleiner zijn dan 40.000 inwoners. Heuvelland is eigenlijk de enige vreemde eend in de bijt met drie gemeenten en iets meer dan 50.000 inwoners met slechts 5,8 fte. Wie dat doorrekent weet dat Heuvelland heel weinig fte krijgt voor de omvang van het werkgebied. Beste gemeente Eijsden-Margraten, Valkenburg en Vaals: doe er wat aan.

Eén gemeente en ook nog kleine gemeenten. Die kleine omvang van gemeenten is wel een dingetje. Want ook gemeenten hebben veel meer taken gekregen sinds de decentralisaties van 2015. En de verwachting was dat dit zou leiden tot een natuurlijke opschaling van gemeenten. Daar had destijds minister Plasterk ook al een korting voor ingeboekt die uiteindelijk tot het ravijnjaar zou leiden. Want die snelle opschaling kwam er niet. Niet alleen bibliotheekorganisaties hebben dus een vraag naar hun wijze van organiseren maar kleine gemeenten evenzeer.

Verder zie je - het lijstje is van 2023 - dat veel van deze bibliotheekorganisaties of al verder gefuseerd zijn of samenwerking kennen met andere organisaties om tot voldoende organisatievermogen te komen. Waar de gemeenten dus stilstaan, zijn de bibliotheken allang in beweging. En ik kan in mijn lijstje nog best wat gemist hebben. Zo lopen her en der wel wat onderzoeken of zijn die er in het verleden geweest. Elke organisatie op dit lijstje heeft zichzelf al de vraag gesteld over de wijze van organiseren. Maar er moet zich natuurlijk ook een goede gelegenheid voordoen. En soms is het diezelfde kleine gemeente die een stokje steekt voor een andere wijze van organiseren.  Fundament - bibliotheek Losser staat eigenlijk onterecht op dit lijstje. Het klopt dat zij een kleine omvang hebben als het gaat op bibliotheekpersoneel maar zij werken lokaal breed samen en hebben veel meer medewerkers dat de 6,2 fte die hier in het lijstje staat. Ook zij hebben dus al een nieuwe organisatievorm gevonden.

Wat ik concludeer op basis van de statistieke is iets waar bibliotheken dus al naar handelen. Bibliotheken zijn zelf allang begonnen waren met het organiseren van hun eigen toekomst. En ja, daar zouden de kleine gemeenten nog wel wat van kunnen leren. Bibliotheekbestuurders durven sneller over hun eigen schaduw heen te stappen dan gemeentebestuurders.  

Verdwijnt de kleine bibliotheekorganisatie?

Toch is opschalen lang niet de enige optie. Zeker niet. We zagen het al bij de opmerking over het mooie Fundament in Losser.  In het rapport 'De robuuste bibliotheek' van Berenschot uit 2023 werden vier scenario's geschetst als bedrijfsmodel voor de toekomst. 


In het rapport wordt bij elk bedrijfsmodel wat nadere uitleg gegeven. En uiteraard zijn er combinaties mogelijk. Regionale samenwerking bijvoorbeeld met tegelijkertijd een gecombineerde instelling. En naast deze toch was massieve organisatiemodellen zijn er natuurlijk nog tal van andere samenwerkingsvormen mogelijk. De bibliotheken Wierden, Tubbergen, Borne en Dinkelland die op het lijstje staan hebben daar bijvoorbeeld ervaring mee en zijn de afgelopen tien jaar opgeschoven van gezamenlijk management naar steeds intensievere samenwerking in de hele organisatie  

Er dus niet 'one size, fits all'. Wat de beste vorm is voor een bibliotheek, is op elke plek verschillend en vraagt altijd alle zorgvuldigheid. Wat je wel ziet, is dat veel organisaties in beweging zijn en opnieuw zoeken naar de juiste vorm en schaal. Ik denk dat dat een hele gezonde beweging is. 

Zorgplicht als nieuw ijkpunt voor de omvang en wijze van organiseren

Wat is nu de conclusie van dit alles? Veel is historisch verklaarbaar maar de historie hoeft niet het beste te zijn voor de toekomst. En veel bibliotheken nemen op veel plekken zelf de handschoen al op. De maatschappij verandert en dus verandert de bibliotheek. 

Daar komt nog bij dat er een wetswijziging aan zit te komen die gemeenten een zorgplicht oplegt voor het bibliotheekwerk. En middelen beschikbaar stelt te versterking van het bibliotheekwerk. Wie bovenstaande ziet, snapt dat het slim is van het ministerie om kleine gemeenten licht te bevoordelen bij het verstrekken van die middelen. 

Eén van de voorwaarden die de zorgplicht gaat opleggen is dat er een meerjarenplan van de gemeente komt voor bibliotheekwerk. En het kan bijna niet anders dat elke gemeente en bibliotheek bij dat proces even stilstaan bij de juiste wijze van organiseren in de komende jaren. Is de huidige opzet nog passend? Biedt het voldoende mogelijkheden om de verbrede en verdiepte rol vorm te geven?  Is het robuust genoeg en biedt het voldoende continuïteit? 

Met andere woorden, ik verwacht dat dit proces bibliotheekorganisaties opnieuw zal laten nadenken over de schaal en wijze van organiseren. En zoals gezegd: bibliotheken pakken die handschoen op veel plekken al op. Dat is fijn. Maar dat is niet het enige. Het gaat op veel plekken - zeker bij kleine gemeente - vaak ook gewoon om meer geld. Makkelijk werden er allerlei taken bij gedaan waar niet altijd het geld bij volgde. De bibliotheek organiseerde het wel en de overheid zei: 'dankjewel dat je dit weer gratis hebt opgelost'. Ook daar zitten grenzen aan.

Gebruik het momentum

Werk aan de winkel dus. De meeste zijn al begonnen. En nee, opschalen en fuseren is zeker niet de enige vorm. Ik blijf houden van de lokale schaal, eigenheid en ondernemerschap. Maar ik zie tegelijkertijd dat groei van functies en het bieden van continuïteit ook dwingen tot blijven nadenken over die juiste vorm. En daarbij geldt dat als zich een kans voordoet om daarover na te denken, dat je dat dan ook serieus moet doen. 

De zorgplicht en het meerjarenplan gaan zo'n moment worden. Gebruik het moment goed om samen met gemeente en partners nog eens goed te kijken naar de mogelijkheden.

zondag 17 augustus 2025

Hoe kan een bibliotheek de dienstverlening aan het onderwijs verantwoord laten groeien?

Zo, de vakantie zit er voor mij wel ongeveer op en ik pak de pen maar weer eens op. En ik ga verder waar ik voor de zomervakantie gebleven was: bij de bijdrage van bibliotheken aan het leesplezier van kinderen. Voor de zomervakantie schreef ik nog over het puike plan van D66 om binnen tien jaar geen kind laaggeletterd van school te laten gaan. En vandaag ga ik verder met de groei die het bibliotheekwerk op dit punt doormaakt en hoe je die groei verantwoord door kunt zetten.

Eind mei van dit jaar werden de nieuwe cijfers gepubliceerd voor de bibliotheekdienstverlening voor jeugd. En in juni vond het Nationale Bibliotheekcongres plaats en werd een nieuwe versie van Lezen Lokaal Verankeren gelanceerd. Twee mooie redenen om eens kort langs de verschillende onderdelen te lopen. En tot slot sta ik stil bij de vier trends die Lezen Lokaal Verankeren constateert als het gaat om leesbevordering en onderwijs.

Boekstart


Boekstart is een programma dat door alle bibliotheken wordt gebruikt maar dat wel wat verschillende uitvoeringen kent. Zo hebben we het Boekstartkoffertje dat wordt aangeboden aan pasgeborenen, er is een versie Boekstart in de Kinderopvang en er zijn Boekstartcoaches bij consultatiebureaus of andere goede plekken. 

In het dashboard van de KB kun je voor de boekstartkoffertjes de uitsplitsing nog terugvinden naar jaren. Dat ziet er dan zo uit. 


Te zien is dat er een groeiend aantal koffertjes wordt uitgedeeld. Helaas kan ik in het nieuw dashboard niet meer zo'n zelfde tijdlijn vinden voor het aantal kinderopvanglocaties.  Wel kun je een overzicht vinden voor het huidige aantal. Dan krijg je de volgende grafiek. 


In het vorige dashboard zat die historische reeks nog wel. Die kun je hier nog vinden.  En dan hadden we kunnen zien dat het aantal locaties voor Boekstart snel aan het toenemen is. En dat heeft natuurlijk alles te maken met de impulsregeling die naast het PO en VO ook voor Boekstart gold. Ter vergelijking in 2022/2023 stond nog maar 2.361 locaties voor Boekstart in de kinderopvang genoteerd en 507 locaties met een alternatief programma. 

Bibliotheek op school PO


Uit hetzelfde dashboard kunnen we ook halen hoe het aantal basisscholen stijgt dat met de Bibliotheek op school werkt. Daarbij zie je dat in het laatste jaar het aantal schoollocaties flink gestegen is. Het aardige is dat men in dit dashboard het aantal locaties bijhoudt waar verkennende gesprekken mee worden gevoerd. En dan zie je dat in de afgelopen twee jaar dat aantal flink is aangetrokken. En ook dat heeft te maken met de impulsregeling die is ingezet. En we zien ook dat er het afgelopen jaar ook nog een flink aantal scholen in een verkennend gesprek zat en dat ook dit jaar die groei dus ontegenzeggelijk zal doorzetten. 

Bibliotheek op school VO


Voor het voortgezet onderwijs kent het dashboard nog niet zo'n lang historische reeks. Maar ook hier zien we een gestage groei en een flinke voorraad met verkennende gesprekken voor de Bibliotheek op school of een vergelijkbaar programma. 

Hoe zorg je dat je verantwoord groeit en wat zijn trends?

Wat ik hierboven schreef is voor iedereen die in het bibliotheekwerk werkt al jaren zichtbaar: de ondersteuning van vroeg- en voorschoolse educatie, basisonderwijs en voortgezet onderwijs zit flink in de lift. Op alle vlakken explosieve groei. En ja, de landelijke middelen die hiervoor beschikbaar komen zijn zeer welkom maar dat betekent nog niet automatisch dat die groei altijd goed gaat. Hoe vind je de juiste nieuwe collega's, hoe zorg je voor aanvullende middelen want alleen de rijksmiddelen zijn niet voldoende en wat betekent groei voor de aanpak en wijze van organiseren?

Op die vragen gaat het boekwerkje 'Lezen lokaal verankeren' in dat Hermien Lankhorst voor de stichting Lezen opstelde. De brochure is in het verleden al eens eerder gemaakt maar gezien de groei en de veranderende fase waar deze dienstverlening zich in bevindt, was het wel tijd voor een nieuwe versie. 

In de brochure interviewt Hermien Lankhorst verschillende bibliotheekorganisaties die vertellen over de lessen die zij de afgelopen tijd hebben geleerd. Zo kun je leren van de Bibliotheek Rotterdam, de Bibliotheek Deventer, de Bibliotheek Helmond-Peel en Biblionet Groningen. Van elke organisatie valt vanuit managementperspectief wel wat te leren. Rotterdam vertelt over hoe ze ervoor zorgen dat je niet voor elke school een uniek product maakt, Deventer praat open over de valkuil van de voorloper, Helmond-Peel gaat in op hun nieuwe samenwerkingsaanpak met gedeeld committment en Biblionet Groningen verhaalt over het organiseren op provinciale schaal. 

Vier trends voor gezonde groei

Hermien Lankhorst weet deze vier voorbeelden samen te vatten tot vier trends waar je je voordeel mee kunt doen. En die vier trends voor gezonde groei vatik hier dan weer even samen.

1. Uitbreiding van leesbevorderingsactiviteiten - blijvende aandacht voor bewustwording

De programma’s BoekStart en de Bibliotheek op school zijn de afgelopen jaren sterk gegroeid. Dankzij het Bibliotheekconvenant en het Masterplan basisvaardigheden is er meer aandacht én financiering gekomen. Toch blijft het belangrijk om partners bewust te maken van de inhoud en impact van deze programma’s, vooral bij personeelswisselingen en onbekendheid met onderdelen zoals BoekStart in de kinderopvang.

2. Veranderende rol van de bibliotheek en leesmediaconsulent

Leesplezier – tegenwoordig vaak “leesmotivatie” genoemd – is een kernwaarde in de aanpak. De rol van de leesmediaconsulent verschuift van uitvoerend naar adviserend. Zij ondersteunen scholen en kinderopvanglocaties bij het creëren van een rijk leesklimaat. Specialisatie binnen het team, bijvoorbeeld op leeftijdsgroepen of thema’s als meertaligheid, wordt steeds belangrijker.

3. Professionelere samenwerking

Samenwerking met partners wordt zakelijker en transparanter. Heldere afspraken en inzicht in kosten zijn essentieel. Instrumenten zoals exploitatiemodellen en productcatalogi helpen bibliotheken om hun inzet duidelijk te maken. Dit leidt tot meer eigenaarschap bij partners en versterkt de samenwerking.

4. Gelijkwaardige partnerschappen

De Bibliotheek mag zich lokaal krachtiger positioneren. Ze is een centrale speler met unieke expertise, maar moet ook haar grenzen kennen. Gelijkwaardige samenwerking vraagt om wederzijds respect en open communicatie. Door ambities en verwachtingen te bespreken, ontstaat een aanpak die meer is dan de som der delen.

Van investeren naar resultaten naar impact

Wat de cijfers aantonen is dat de eerste impulsregeling nu snel zijn resultaten begint af te werpen. Het aantal locaties stijgt op alle fronten. Dat is mooi om te zien. En we weten dat er nog een structurele regeling aan gaat komen vanaf 2027 als de huidige regeling afloopt. De projectfase zijn we dus allang voorbij. Tijd dus om structureel te borgen en verder te groeien. Met alle vragen van dien.

En bij die groei is het niet alleen voldoende om locaties aan te sluiten maar om uiteindelijk om samen met het onderwijs en ouders tot meer leesplezier en betere leesprestaties te komen. Impact dus. En ondanks alle grote woorden van onze sector zijn bibliotheken daarbij echt maar een radertje in het grote geheel. Bibliotheken hebben een begroting van ongeveer € 500 miljoen, het basisonderwijs kent alleen al een omvang van € 16 miljard. Daarmee hoeven we ons niet kleiner te maken dan we zijn maar we zijn ook niet de enigen die aan de lat staan. 

Het betekent daarom niet alleen lokaal krachtdadig positioneren - waar de brochure over gaat - maar ook landelijk. Daar heb ik met de stichting Lezen, KB, VOB en SPN alle vertrouwen in. En het zou mooi zijn om in het verlengde van het bibliotheekconvenant tot landelijke vervolgafspraken te komen met de PO-raad, VO-raad en brancheorganisatie(s) voor de kinderopvang om af te spreken dat we langdurig op elkaar kunnen rekenen. Als we dat doen, kunnen we niet alleen locaties tellen maar komt ook een afspraak over landelijke impact in beeld. 

Overigens denk ik dat we er nog lang niet zijn. Ja, we hebben veel succesvolle jaren achter de rug. Maar als we kijken naar bereik, diepgang en impact, ligt er ook nog een flinke weg voor ons. Een weg waarin we telkens zullen moeten blijven innoveren. En ja, lezen blijft lezen maar de manier waarop we het kunnen stimuleren, kan natuurlijk altijd beter. Daar zullen we ons elke dag voor inzetten.

Voor dit moment begin ik dan maar met het stimuleren van het lezen van die brochure 'Lezen Lokaal Verankeren'. En voor wie het betreft: geniet nog even van de vakantie.  

zondag 6 juli 2025

Lezen voor je leven: geen kind laaggeletterd van school en in tien jaar tijd laaggeletterheid onder volwassenen halveren


De leescrisis moet opgelost! Er moet een schoolbibliotheek als basisvoorziening komen op iedere school en ieder kind moet bij geboorte automatisch lid worden van de bibliotheek. Daarnaast moet er in elke gemeente in de bibliotheek een taalhuis zijn dat voldoet aan minimumeisen en voorzien is van structurele financiering. Nee, dit is niet de lobbyfolder van de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB). Deze woorden zijn afkomstig van de D66-Kamerleden Ilana Rooderkerk en Hans Vijlbrief in hun initiatiefnota 'Lezen voor je leven'. Deze Kamerleden stelden een puike nota op waar onderwijs en bibliotheekwerk nog sterker met elkaar vervlochten worden dan thans het geval is. Ik kwam de nota wel overigens op het spoor door de goede nieuwsbrief van de VOB. En hoewel ik altijd wel wat voorzichtig ben met documenten van politieke partijen, is dit toch wel een notitie die elke bibliotheekdirecteur zo onder de arm kan meenemen en uitwerken naar de lokale situatie. Een samenvatting van deze twintig pagina's tellende nota is dus wel op zijn plaats. Lees maar mee. De aanleiding
Nederland is een van de weinige landen in Europa waar laaggeletterdheid niet afneemt, maar toeneemt. En het probleem begint al op jonge leeftijd. Maar liefst één op de drie 15-jarigen kan niet goed genoeg lezen en schrijven om mee te komen in de samenleving.  Iedereen weet dat lezen en schrijven van groot belang is voor je hele verdere leven. Om de weg te vinden op straat. Om belastingaangifte te kunnen doen. Om een bijsluiter te lezen. Maar het is niet alleen een praktische vaardigheid: met boeken en teksten leren kinderen over andere werelden en culturen, wat hun empathie en kennis over de wereld versterkt.

Maar doordat jongeren minder lezen en minder begrijpen van wat ze lezen, starten ze hun vervolgopleiding of baan zonder stevige taalbasis. Dat heeft gevolgen voor hun ontwikkeling: kinderen met taalachterstand bouwen minder kennis op, presteren slechter op school, krijgen minder zelfvertrouwen en ontwikkelen zich minder zelfstandig.
En dat zet zich voort na school. Nederland kent een stille crisis. Meer dan 3 miljoen mensen - één op de vijf volwassenen - hebben moeite met lezen, schrijven of rekenen. Dit gaat gepaard met veel schaamte en angst om afwijzing door je omgeving. Veel mensen proberen dit dus te verbergen, maar de problemen stapelen zich daardoor vaak juist op.

Voor volwassenen die willen bijleren is de weg vaak onduidelijk of onbegaanbaar. Het aanbod is versnipperd, de drempel hoog, en mensen schamen zich. En het is niet alleen een probleem voor de mensen over wie het gaat. Het raakt ons allemaal. Want hierdoor staan Nederlanders langs de kant die een grote bijdrage zouden kunnen leveren aan onze samenleving.

De hoofdlijn 

Het is helder dat er een probleem is en in de initiatiefnota legt D66 een stevige ambitie neer.  
'Het doel: de Nederlandse school heeft het beste leesonderwijs ter wereld. Geen kind verlaat ongeletterd de school en in tien jaar tijd halveren we de laaggeletterdheid onder volwassenen.'
Die ambitie laat zich terugbrengen tot vier hoofdlijnen voor de uitvoering volgens D66.

1) De lat moet omhoog: Geen kind mag ongeletterd van school gaan. Leraren moeten daarom geen manusjes-van-alles meer zijn. Ze moeten kunnen doen waar ze goed in zijn: goed lesgeven. Er moet een norm komen die de administratieve lasten voor leraren gaat verminderen. Meer tijd voor lesvoorbereiding, lezen en aandacht voor ieder kind. 

2) Leesplezier terug in de klas: Kinderen leren nu vooral trucjes om toetsen te halen, in plaats van echt goed te leren lezen. Het vak ‘begrijpend lezen’ mag daarom afgeschaft worden. Lezen moet terugkomen in alle vakken, met aandacht voor leesvaardigheid, schrijfvaardigheid, woordenschat en kennisopbouw. En lezen moet weer leuk worden. Daarom hoort op elke school een goed gevulde, levendige schoolbibliotheek te staan, met een breed en wisselend aanbod aan boeken.

3) Elk kind een voldoende voor Nederlands:  Er mag geen kind van school met een onvoldoende voor Nederlands. Dat kan alleen als elk kind ook echt geholpen wordt als dat nodig is. Als leerlingen dreigen geen voldoende te halen voor Nederlands met er ondersteund worden met gratis bijles in lezen en schrijven, huiswerkbegeleiding op school en zomerscholen.

4) Recht op begrijpelijke taal en brieven terugsturen: Overheidscommunicatie moet glashelder zijn. Toch zijn veel brieven van de overheid zó ingewikkeld, dat ze nauwelijks te begrijpen zijn. Elke Nederlander krijgt het recht om een onduidelijke brief terug te sturen en een duidelijke versie te ontvangen. Begrijpelijke taal is geen gunst, maar een recht. 

Zo, dat zijn nog eens stappen die Rooderkerk en Vijlbrief aangeven. En het mooie is dat preventieve en curatieve acties rond taal en lezen goed met elkaar in lijn worden gebracht. In de notitie wordt aangegeven dat onderwijs, bibliotheken, overheden en werkgevers de handen ineen moeten slaan. 

En specifiek voor bibliotheken? '

Als we specifiek kijken naar bibliotheken dan durft D66 nog wel een paar stappen verder te gaan dan het huidige bibliotheekconvenant, hoewel sommige punten natuurlijk ook daarop voortbouwen. Kijk maar eens even welke punten ik uit deze notitie haalde.

1) Een schoolbieb op elke school: Zorg voor een goede schoolbieb op élke school. Slechts de helft van de basisscholen en een derde van de middelbare scholen heeft een Bibliotheek op school. Dat moet
anders. Elke school verdient een actuele, diverse schoolbibliotheek als basisvoorziening, in samenwerking met de lokale bibliotheek. 

2) Zorgplicht voor taalhuizen: Ieder Nederlander heeft recht op een laagdrempelige plek in de buurt waar je naar toe kunt met een hulpvraag. Taalhuizen, in bibliotheken, moeten in iedere gemeente dé herkenbare en toegankelijke plek worden waar mensen hulp krijgen met lezen en schrijven. Ze bieden informatie, oefenmogelijkheden en begeleiding naar passend aanbod. Iedere gemeente krijgt daarom de zorgplicht én de middelen om een taalhuis in te richten. Er komen daarbij landelijke minimumeisen voor professionaliteit, bereik en dienstverlening. 

3) Iedereen lid van een bibliotheek: Iedere gemeente krijgt vanaf 2026 een zorgplicht voor een volwaardige bibliotheek. Daar heeft D66 een D66-bewindspersonen in de afgelopen periode inderdaad een stevige bijdrage aan geleverd. Maar het mag een stapje verder. De drempel om de bibliotheek te bezoeken moet zo laag mogelijk zijn. Daarom wordt ieder kind automatisch lid van de bibliotheek bij
geboorte. Zo hebben ouders met een kleine beurs gemakkelijk en goedkoop toegang tot een groot aanbod van kinderboeken om voor te lezen. Projecten zoals de VoorleesExpress, waarbij vrijwilligers komen voorlezen bij kinderen wiens ouders dat niet kunnen, moeten gestimuleerd worden. 

Kan het?

Het is een dijk van een verhaal. Ik kan niet anders zeggen. Op sommige punten miste ik nog de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO). Terwijl juist deze IDO's met een motie van Kathmann van GroenLinks-PvdA werden behoed voor een korting en zelfs meegegeven werd dat er extra geld moet komen. In het verlengde van de taalhuizen spelen die een belangrijke rol om eenvoudig burgers te helpen met een ingewikkelde overheid.

Volgende vraag is natuurlijk: is het realistisch? Kun je dit bereiken, zowel inhoudelijk als financieel. De doelstelling die hier bovenaan staan, lijkt wel iets op de doelstelling die de leescoalitie zich in 2015 bij monde van Prinses Laurentien stelde: In 2025 verlaat geen enkel kind school met een leesachterstand.
In 2025 zijn alle volwassenen geletterd of bezig dat te worden. Die doelstelling is verre van gehaald maar de leescoalitie was dan een niet-politieke coalitie die alleen uit partijen rond de leesbevordering bestond. De opzet die D66 nu voorstelt met extra middelen, met brede partners is echt steviger dan de leescoalitie destijds.

En veel hangt natuurlijk af van geld. Waar haal je dat vandaan? Ook daar gaat de nota op in. Dat begint met terugdringen van administratieve druk in het onderwijs. Daar verwacht men dus echt ruimte te vinden. Maar er is ook extra geld nodig voor investeringen in leesbevordering, uitbreiding van de bibliotheek op school, meer tijd voor schoolontwikkeling van onderwijsteams en de aanpak laaggeletterdheid via Taalhuizen en gemeenten. De nota wijst op de kosten die voortvloeien uit de huidige situatie. Dat laaggeletterdheid de samenleving thans meer dan een miljard euro per jaar kost.  Onnodige kosten volgens D66. Door deze Nederlanders wel weer mee te laten doen, hebben ze deze voorzieningen minder of niet meer nodig, wat tot een besparing leidt, waarmee deze maatregelen gedekt worden.  De kost gaat dus voor de baat uit. Daar zullen andere partijen wel wat van vinden, denk ik. Maar ik zie ook wel dat alleen doorgaan op de huidige voet met de huidige middelen ook niet de oplossing is. Dus ja, goed om dat patroon te doorbreken.

En nu? 

Wat er precies met deze initiatiefnota gaat gebeuren is voor mij nog even raadsel. De nota roept aan het eind op dat de Tweede Kamer zich over deze punten uitspreekt. Dat doet vermoeden dat het geagendeerd gaat worden. Maar het is op dit moment natuurlijk wel een gekke tijd in de aanloop naar de verkiezingen. Tegelijkertijd is bijna niks controversieel dus er staat weinig in de weg om dat toch te proberen. En anders is deze notitie natuurlijk fijne input voor een verkiezingsprogramma. 

Maar ook lokaal kun je als bibliotheek wel met deze notitie aan de slag. Het is stevig politiek verhaal waar je ook in de eigen plaats een coalitie mee kunt smeden. Een coalitie tussen onderwijs, bibliotheek, gemeente en werkgevers. 

Wie dacht dat gemeenten met bibliotheekwerk klaar zouden zijn, zodra de zorgplicht voor bibliotheken er is, heeft met deze notitie een mooie ambitie om door te bouwen. 

Ik zeg: hulde voor deze initiatiefnota en: Lees voor je leven!

zondag 22 juni 2025

Provinciale atlas voor bibliotheekwerk in zes kaartjes


Ja, ik werk veel met cijfers. Elk jaar maak ik de index van Best Presterende Bibliotheken. En soms vragen mensen uit Overijssel en Gelderland en soms ook daarbuiten om nog eens wat op een rijtje te zetten. Ondertussen had ik dat al zo vaak gedaan dat ik ook voor verschillende andere provincies al van alles had uitgerekend. Dus ik dacht: volgens mij is het een kleine moeite om dan ook de resterende provincies nog even uit te rekenen en in een landkaartje te plotten. En warempel, met nog geen dagdeel zolderkamertjesstatisitiek had ik een provinciale atlas voor bibliotheekwerk. 

Ik neem u mee langs zes landkaartjes: van bezoekers tot leden, van activiteiten tot bibliotheek op school en ja, ook de subsidie. Handige cijfers waarmee u ook zelf aan de slag kunt om  zelf te zien waar uw bibliotheek staat. En.. het blijkt dat bibliotheekwerk per provincie nog best kan verschillen. Leest u mee? 

Voor de kaartjes maakt ik gebruik van de openbare WSOB-gegevens 2023 en het databestand samenwerking primair onderwijs 2022-2023. Binnenkort moeten  WSOB-gegevens 2024 al uitkomen dus een update is niet ver weg!  

Daar gaan we, op naar de cijfers en kaartjes!

Bezoeken per inwoner

Gemiddeld komt een inwoner van Nederland 3,1 keer per jaar in de bibliotheek. Dat is een gemiddelde natuurlijk. We hebben inwoners die elke dag aan de leestafel zitten en er zijn er ook nog wel wat die nooit komen. 

Grote koploper is dit kaartje is Groningen. En om eerlijk te zijn dat heeft alles te maken met het multifunctionele bezoekerskanon dat Forum heet. En kleine provincies hebben het makkelijker om grote uitschieters naar boven of beneden te hebben. Dat zullen we nog wel vaker zien in de kaartjes. 

De overige provincies scoren niet met een hele grote variatie. Opvallend is wel de score in het zuiden van Nederland waar van Zeeland, via Noord-Brabant en Limburg het overal iets achter blijft. Ik denk dat daar wel iets cultuur-historisch achter zit. In Brabant en Limburg heeft dat wel iets met het van oudsher katholieke platteland te maken en in Zeeland met hetzelfde platteland maar met een reformatorische inslag. 

Bovengemiddeld scoren, naast Groningen, Flevoland, Overijssel, Utrecht en Drenthe. Als ik een analyse moet maken heeft dat te maken met fijnmazigheid van het netwerk en achtergrond van de inwoners.

Percentage lid


Eén op de vijf Nederlanders heeft een bibliotheekpas: 20,3%. Dat percentage zit sinds kort, mede dankzij gratis volwassen abonnementen, wel weer in de lift. Maar ook hier zien verschillen per provincie. 

Koploper is opnieuw een kleine provincie met maar twee bibliotheekorganisaties. Dit keer is het niet Groningen maar Flevland waar bijn één op de drie Nederlanders lid is. Dat is echt een puike prestatie. Mijn analyse is dat hier in Flevoland jaren lang consequent is gebouwd aan dat lidmaatschap en ook hier zal de achtergrond van inwoners weer meespelen.

Bovengemiddeld zijn opnieuw Overijssel en Drenthe en daar voegen zich in dit kaartje ook Gelderland en Zeeland bij. Waar Zeeland dus niet zo heel veel bezoek heeft, zijn ze dus wel meer dan gemiddeld lid. 

Uitleningen per lid


Een gemiddeld bibliotheeklid, leent 15,8 boeken of andere media per jaar. En het is wel grappig: waar een hoog percentage van de bevolking lid is, is in de regel het aantal uitleningen per lid wat lager. In het vorige staatje zagen we dat heel veel Flevolanders lid zijn maar deze Flevolanders lenen gemiddeld veel minder dan die 15,8 boeken. In Flevoland blijft men steken op 8,9. Toch is dat heel verklaarbaar. Wie veel leden heeft, heeft in de regel ook leden die wat minder lezen. De veellezer blijft altijd lid van de bibliotheek. Maar wie wat minder leent, haakt af. 

Koploper bij het aantal uitleningen per lid is Friesland met 21,3 uitleningen per lid. En zij scoorden bij percentage van de inwoners dat lid is, ook inderdaad benedengemiddeld. Het lijken dus deels communicerende vaten te zijn. 

Bovengemiddeld scoren verder de noordelijke en oostelijk provincies: Groningen, Drenthe, Overijssel en Gelderland. 

Bezoek aan bibliotheekactiviteiten


De bibliotheek is natuurlijk veel meer dan het uitlenen van materialen. We keken net al naar het aantal bezoekers en we kijken hier naar het aantal bezoekers aan activiteiten. Dat druk ik uit in het aantal activiteiten dat bezocht wordt per 100 inwoners. Als we 100 inwoners zouden vragen dan zou blijken dat zij gezamenlijk gemiddeld naar 28,4 bibliotheekactiviteiten zijn geweest in het afgelopen jaar. 

Het cijfer van de bibliotheekactiviteiten groeit de afgelopen jaren heel snel. En dat heeft twee redenen. De primaire reden is dat er inderdaad veel meer georganiseer wordt en dat kennisoverdracht veel vaker plaats vindt via cursussen, workshop of lezingen. De activiteiten vervangen daarmee deels het lenen of zijn aanvullend op elkaar. De tweede reden is dat ik niet kan ontkennen dat er gewoon meer en beter geregistreerd wordt door bibliotheken. Een deel van de groei is dus ook zeker een administratieve groei. 

Waar ledencijfers en uitleningen wel wat verschillen kennen, is het verschil bij activiteiten tussen provincies dan ook veel groter. Absolute koploper is hier ook weer Groningen en daarbinnen is het vooral het Forum die het cijfer van activiteiten omhoog stuwt. In Groningen bezoeken 100 inwoners gezamenlijk 70 bibliotheekactiviteiten. Dat is tweeënhalf keer het landelijk gemiddelde. Nu is het Forum een multifunctionele organisatie waar het lastig is om de activiteiten uit elkaar te trekken. Bijna alle activiteiten van multifunctionele organisaties zijn wel onder één van de vijf wettelijke taken van bibliotheken te scharen. En dat zal een verklaring zijn voor het hoge aantal. 

Verder valt Utrecht in positieve zie op waar elke 100 inwoners samen 53 bibliotheekactiviteiten bezochten. Eemland, IDEA en Veenendaal zijn daar te trekkende krachten van. Ook Gelderalnd scoort nog flink bovengemiddeld. Daar zijn wel een paar uitschieters - Rozet, Veluwezoom en Wijchen - maar valt ook op dat het daar provinciebreed behoorlijk hoog ligt.

Aan de onderkant valt Zeeland op met 4,4 bezochte activiteiten per 100 inwoners. Zeeland scoorde ook al laag met het aantal bezoeken aan de bibliotheek dus die twee houden wel verband met elkaar. En in Zeeland kan het meespelen dat er ook veel met een bus wordt gewerkt en ik kan me voorstellen dat dit tot minder activiteiten leidt dan in een vaste vestiging. Maar het is een aanname van mij.

Bibliotheek op school

Lang niet alle bibliotheekwerk vindt in de bibliotheek zelf plaats. We zitten inmiddels op meer dan 3.000 basisscholen met het concept van de Bibliotheek op school. Ook die zette ik per provincie eens op een rijtje. Deze cijfers komen uit een andere bron dan de standaard WSOB-gegevens. En volgens mij zag ik dat deze cijfers ook net een update hebben gehad maar die zijn bij mij nog niet door de rekenmolen gegaan. Dit zijn de cijfers van vlak voordat de grote uitrol van de extra impuls begon. 

Gemiddeld werkt in Nederland ongeveer de helft van alle basisscholen samen met de bibliotheek voor de Bibliotheek op school (of een volledig vergelijkbaar programma). Maar ook hier zien we wel verschillen per provincie. Hoog scoren: Drenthe, Noord-Brabant, Groningen, Friesland en Overijssel. Allemaal provincies die al vroeg begonnen met de Bibliotheek op school of die een gezamenlijke of centrale aanpak kenden. 

Achterblijvers zijn Utrecht, Noord-Holland en in mindere mate Zuid-Holland. In die provincies zitten een paar grote steden die pas relatief laat begonnen met het concept. We zullen zien dat dat de komende jaren snel recht gaat trekken. 

Subsidie

Geld. Dat vindt iedereen altijd bere-interessant. Hoeveel krijg ik en hoeveel krijgt die ander? Hier ziet u de bedragen aan gemeentelijke subsidies per inwoner per provincie. En daarbij trekken we altijd de huisvestingkosten ervan af. Dat is een soort landelijke benchmark-afspraak. De huisvestingskosten kunnen door allerlei gemeentelijke constructies nogal versluierend werken en daarom halen we die eraf. 

Wie dan naar de cijfers kijkt, ziet dat Zeeuwen hun 'zuinige' aard recht doen. De teller blijft daar steken op € 13,77 per inwoner. Daar waar het gemiddelde in Nederland op € 17,79 per inwoner ligt. Ook in Gelderland houdt het met € 14,99 niet echt over en zitten ze € 2,80 onder het landelijk gemiddelde. Met twee miljoen inwoners in die provincie gaat het dan toch om € 5,6 miljoen minder dan op andere plekken in het land. 

De rest cirkelt een beetje om het landelijke gemiddelde. De enige provincie die echt iets hoger ligt, is Flevoland maar met twee organisaties kun je daar ook makkelijk wat afwijken van het gemiddelde. En als ik bibliotheek in Flevoland was, zou ik zeggen dat ze daar ook een meer dan gemiddeld presterend bibliotheekwerk voor terugkrijgen. Kijk de cijfers maar na. 

Wat zegt dit nou en wat kun je er mee?

Leuk, al die landkaartjes. Maar wat kun je er mee? Krijgen we er beter bibliotheekwerk van? Het antwoord is 'ja en nee'. Nee, van cijfers krijg je niet automatisch beter bibliotheekwerk. Maar wat je wel ziet aan deze landkaartjes is dat de verschillen soms historische of culturele achtergronden kennen. Of dat resultaten in bibliotheekwerk ook afhangen van wat voor type inwoners je hebt. 

Daarnaast vind ik het altijd interessant om lokale gemiddelden af te zetten tegen provinciale en landelijke gemiddelden. En dat kunt u met deze kaartjes nu dus ook. Maak er gebruik van zou ik zeggen in uw voordeel. En zoek ook naar de verklaring waarom de verschillen er zijn. En wat kun je dan van elkaar leren? Waarom is de aanpak met leden in Flevoland zo goed? Waarom heeft men in Drenthe al zoveel scholen? En wat is het geheim in Groningen achter de bezoekers en activiteiten? Of waarom scoren Gelderland en Overijssel in de volle linie goed? 

Het was leuk om weer eens een puike set met landkaartjes te maken. Ik wens u weer een fijne nieuwe bibliotheekweek!

zondag 15 juni 2025

Over Eppo, Mariëlle, Erna en Adriaan

In 24 uur kan veel gebeuren. En dat maakte ik woensdag en donderdag mee. Woensdag vond een algemene ledenvergadering plaats van de Vereniging van Openbare Bibliotheken en daags erop een groot bibliotheekcongres waar maar liefst 1.200 bibliotheekcollega's aanwezig waren. Als je weet dat het er in totaal 8.000 mensen een betaalde baan hebben in het bibliotheekwerk, kan bijna verbaasd zijn dat de bibliotheken open waren op donderdag. Kortom, we maakten ons weer lekker druk.

Maar terwijl de ledenvergadering en het congres plaats vonden, vonden de belangrijkste zaken misschien wel plaats buiten die twee toogdagen. Ik neem u mee naar de buiten- en binnenwereld van iets meer dan 24 uur bibliotheekwerk.  

Woensdag 11 juni, 11 uur: € 50 miljoen structureel voor Bibliotheek op school en Boekstart

Wie zijn oor te luisteren legde in de wandelgangen, wist dat dit nieuws er aan zat te komen: structurele financiering voor Bibliotheek op school  en Boekstart.  Minster Eppo Bruins en staatssecretaris Mariëlle Paul maakten dat rond 11 uur op woensdag bekend op de St. Antonius Mavo in Gouda. Goed en noodzakelijk nieuws want de huidige impulsregeling liep nog tot 2026. Ronkende persberichten uiteraard. Maar heeft u de brief ook al gelezen die daar bij hoort? Nee? Dat treft. Dat deed ik wel en daar zijn toch wel wat interessante zaken in te ontdekken. 

In de brief geven minister en staatssecretaris aan hoe het bedrag beschikbaar zal komen:

Er worden structurele middelen beschikbaar gesteld uit zowel het onderwijs- als het cultuurbudget. In 2026 wordt er €10 miljoen beschikbaar gesteld vanuit de onderwijsbegroting om de huidige subsidieregeling, die einde schooljaar 2025/2026 afloopt, met een half jaar te verlengen tot eind 2026. In 2027 is er € 38 miljoen beschikbaar vanuit de onderwijsbegroting; vanaf 2028 gaat het jaarlijks om €50 miljoen. ... 

Daarnaast wordt al sinds 2008 jaarlijks € 3,35 miljoen uit het cultuurbudget geïnvesteerd in de professionalisering van dBos. Deze middelen worden gebruikt voor het opleidingsaanbod voor leesconsulenten en taalcoördinatoren en voor kennisdeling, monitoring en onderzoek.
De huidige regeling die tot einde schooljaar 2025/2026 loopt wordt dus met een half jaar verlengd. In 2027 stijgt dit dan naar € 38 miljoen en in 2028 naar € 50 miljoen. Het bedrag moet verdeeld worden over bibliotheken en onderwijs. Beide de helft. Dat betekent in 2027 een bedrag van € 19 miljoen en vanaf € 2028 een bedrag van € 25 miljoen voor bibliotheekwerk. De hele snelle rekenaars zien dat hiermee in 2027 even een lichte daling optreedt. De impulsregeling voorziet tot en met 2026 in een bijdrage van ongeveer € 24 miljoen per jaar. Maar goed, een kniesoor die daarover valt want die structurele financiering is echt fijne borging. Overigens adviseerde Kwink destijds nog wel een hoger bedrag maar laten we eerst maar eens laten zien dat we dit goed laten landen. Want in een sector die jaarlijks € 500 miljoen omvat, is € 25 miljoen extra een flinke stap vooruit.

Dat het onderwijs ook een bijdrage krijgt, is ook heel waardevol. Het mooiste is natuurlijk om als bibliotheek en onderwijs dan samen plannen te maken en zo de middelen bij elkaar te leggen. Freddy Weima, voorzitter van de PO-raad - die ik mocht interviewen op het congres - gaf aan dat hij graag samen met de bibliotheeksector optrekt. Dat biedt mooie perspectieven. 

Bibliotheek op school en Boekstart worden een plicht voor bibliotheken

Terug naar de brief. Over elk woord in een Kamerbrief is nagedacht. En hoewel de brief niet lang is, kun je toch makkelijk aan het volgende zinnetje voorbij lezen. Het staat ook bijna aan het eind:
Scholen kunnen ervoor kiezen om (een deel van) de gerichte bekostiging te besteden aan dBos. Bibliotheken moeten de structurele financiering inzetten om de samenwerking met het funderend onderwijs en/of de pabo, het mbo en de kinderopvang (BoekStart) voort te zetten. 
Scholen krijgen dus nog enige vrijheid voor de inzet. Dat zal met de vrijheid van onderwijs te maken hebben. Maar bibliotheken krijgen die vrijheid niet: het moét besteed worden aan Bibliotheek op school en Boekstart. En omdat elke bibliotheek geld gaat krijgen, moet dus ook elke bibliotheek het gaan doen. De minister wil het dus echt afdwingen: het is moeten. Hoe doe je dat? Een extra regeling of een wettelijke taak? En ik ben ook wel benieuwd hoe die financiering dan moet lopen om daarvoor te zorgen. Interessant om te blijven volgen.

Alle bij elkaar: Prachtig en noodzakelijk nieuws!. Hulde aan ieder die daar aan meegewerkt heeft bij ministerie, Stichting Lezen, VOB, SPN en KB.

Donderdag 12 juni 10 uur: Het bibliotheekcongres start: netwerkagenda gepresenteerd


Op donderdag 12 juni om 10 uur startte het bibliotheekcongres. Een bomvol Beatrix Theater in Utrecht. In het eerste uur presenteert Erna Winters de netwerkagenda van de sector. De netwerkagenda is een uitwerking van het bibliotheekconvenant en de bibliotheeksector geeft hierin aan hoe zij de ambities gezamenlijk waar gaan maken. Kort gezegd: het is het huiswerklijstje voor iedereen in de sector voor de komende jaren. De foto komt overigens uit de krant die direct na afloop van het congres verscheen. Als je het gemist hebt, wellicht toch aardig om doorheen te bladeren. Het is een mooie samenvatting van de dag. 

Donderdag 12 juni, 11 uur: De wetswijziging gaat gewoon door en gemeenten ga niet bezuinigen! 

Terwijl mijn 1.200 collega's bij het congres vervolgens na de gezamenlijke aftrap naar allerlei sessies gingen, startte in de Tweede Kamer het cultuurdebat. En ook daar werden nog wel wat opmerkingen gemaakt over bibliotheken. 

Ik geef u het fragment waarin minister Eppo Bruins antwoordt op de gestelde vragen over bibliotheken. 


De minister geeft in zijn beantwoording aan dat hij raadsleden van gemeenten oproept om colleges bij de les te houden als het gaat om de extra middelen voor bibliotheekwerk. De raad is de baas in de gemeenten en die moeten daar dus ook toe oproepen. En hij geeft aan dat hij de behandeling van de wetswijziging echt zo snel mogelijk wil doen maar dat het ook zorgvuldig moet. Daarin merk je wel dat er toch nog wel wat sleutelwerk is verricht na de internetconsultatie en dat dat tijd vraagt. De minister hoopt dat het wetsvoorstel voor de verkiezingen door de minsterraad is en dan naar de Raad van State kan. Na de verkiezingen kan het dan behandeld worden. Maar het onderwerp is geenszins controversieel zoals je aan alles hoort. Behandeling hoeft dus niet te wachten op een nieuw kabinet. Wie doortelt komt dan uit op een vroegste afronding in het eerste of tweede kwartaal van 2026. 1 juli 2026 lijkt mij nu dus de vroegste datum van invoering.

Met bovenstaande fragment bent u in drie minuten dus weer bij op de hoofdlijnen. Toch haal ik nog één ander fragment aan en dat is de inbreng van Mohandis (GroenLinks-PvdA). En dan gaat over gemeenten die wellicht toch willen bezuinigen op bibliotheekwerk. 


Mohandis roept in dit fragment, naar aanleiding van vragen van Koops (NSC), de kamer op om dit proces goed te volgen. Kamerleden gaan niet over lokale bezuinigingen maar hij gaf ook aan dat er zeer brede steun is om het geld goed te laten landen en dat de Kamer daar ook weer vragen en moties voor kan aannemen. En als voorbeeld... het extra geld voor Bibliotheek op school begon precies op die manier. De toegezegde bedragen moeten dus ook echt bij bibliotheken komen. Zijn pleidooi: 'De bibliotheek moet gezien worden als essentiële voorziening waar niet op moet worden bezuinigd.' 

Een zijlijn wellicht maar niet onbelangrijk is het volgende. De demping van het ravijnjaar - 2026 - voor gemeenten heeft dit kabinet nog keurig voor haar val in de Mei-circulaire verwerkt. Veel gemeenten die moesten bezuinigen, zouden hiermee dus extra lucht moeten krijgen. Altijd handig om te weten en te volgen. 
 
Donderdag 12 juni, 14.30 uur: De mens achter al het werk: Adriaan Langendonk

Allemaal mooi nieuws. En vooral in de buitenwereld, buiten het congres. En dan ga toch even terug naar die binnenwereld en het congres. Ik hoorde heel veel positieve geluiden. Veel mensen die blij waren dat het weer terug was. Veel complimenten voor de programmering en het mooie plein dat er bij zat. En de VOB had een mooie kaartenactie om onze collega's in de Verenigde Staten een hart onder de riem te steken. 

Zelf had ik het voorrecht om een aantal gesprekken te mogen leiden over de Bibliotheek op school. Het waren stuk voor stuk waardevolle en inspirerende ontmoetingen met mensen uit het onderwijs en de bibliotheekwereld — allemaal even bevlogen over leesbevordering.

Maar het allermooiste moment? Dat was zonder twijfel toen ik Adriaan Langendonk (Stichting Lezen en KB) in het zonnetje mocht zetten. Zie de foto boven. Ik loop al jaren met hem op en heb van dichtbij gezien hoe hij zich onvermoeibaar inzet voor programma’s als BoekStart en de Bibliotheek op school. Hij is echt een drijvende kracht achter deze belangrijke initiatieven.

Namens de directies van Stichting Lezen en de Koninklijke Bibliotheek kreeg hij een bijzondere en welverdiende onderscheiding: De Boekwijzer van Langendonk. Een prijs die zijn uitzonderlijke bijdrage aan leesbevordering eert — en die, heel passend, zijn naam draagt. Hij was natuurlijk de eerste die deze prijs in ontvangst mocht nemen. Een prachtig en ontroerend moment!

We hadden het over de buitenwereld en de binnenwereld van bibliotheekwerk. In de binnenwereld zijn we druk met onszelf. In de buitenwereld heeft men een mening over ons. En misschien is Adriaan juist wel zo'n schakel die die buiten- en binnenwereld zo noodzakelijk aan elkaar verbindt: scholen, bibliotheken, auteurs en politiek. De kracht van bibliotheekwerk is gelijk aan de kracht die we kunnen maken om die werelden te verbinden. 

Binnenwereld en buitenwereld verbinden. 

In 24 uur kan veel gebeuren. Er werd een ledenvergadering gehouden en 1.200 bibliothecarissen namen deel aan een mooi bibliotheekcongres. Enthousiasme alom. Er kwamen prachtige innovaties en inzichten voorbij. Innovaties en inzichten om de komende tijd in de praktijk te brengen.  Eén man kreeg zelfs een mooie prijs. 

Maar terwijl wij zo druk waren gebeurde in die 24 uur op twee plekken iets dat minstens evenveel impact heeft: structurele financiering voor Bibliotheek op school en Boekstart en met hoogste snelheid de wetswijziging nog steeds naar de Kamer. Een demissionaire minister op missie!

Er is een binnenwereld en een buitenwereld. En de kunst is die zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten. De buitenwereld heeft het deze week goed voor met ons. In de binnenwereld kregen we ons huiwerk uitgedeeld met de netwerkagenda. 

U bent weer bij en aan de slag!

maandag 9 juni 2025

De bibliotheek is 'gezelliger' geworden en een sociaal-kulturele supermarkt...

De komende week zal het Nationale Bibliotheekcongres plaatsvinden. Zo'n 1.000 bibliothecarissen zullen elkaar dan treffen en er zullen tientallen workshops zijn over innovatieve onderwerpen. De ene nog innovatiever dan de andere. Maar is alles zo innovatief? Lees mee wat ik deze week meemaakte in het archief. 

Het was in het Gelders archief. Het ging om oude bedrijfsstukken die ik na moest lopen. Tussen die stukken kwam ik deze klachtenbrief tegen uit 1972. De indiener van de klacht ergert zich in hoge mate aan jongeren in de bibliotheek in het toch verder zo lieflijke Epe. Zie hier die boze brief.

"Gedurende de 3,5 jaar die wij thans in Epe wonen, zijn we trouwe leden en gebruikers van de leeszaal. De vorige directeur, de heer xxxx, al was het geen krachtfiguur, hebben toch verschillende malen zien optreden tegen lawaaierige jeugd. Sinds echter yyyy de leiding heeft, is het ondragelijk geworden. Ik heb hier enige malen wat van gezegd, omdat het mij ten enemale onmogelijk was mijn hoofd bij mijn lectuur te houden en ook de leidster heb ik verzocht om wat meer gezag uit te oefenen. Tot op heden geen enkel resultaat. Laatst zaten er zelfs 6 jongens en meisjes aan lage tafeltjes bij de grote leestafel met de voeten op de tafel in zeer luidruchtige "discussie", zonder dat één van hen zelfs maar een boek of tijdschrift in de hand had. Ook gisteren was het weer bar en boos. Een 7 à 8 jongens en meisjes om de grote tafel, meer gelegen dan gezeten, hieven met z'n allen zelfs een refreinzang aan." 

Tjonge, tjonge. Die vervelende jongeren toch ook . Zo vervelend dat ze in de bibliotheek zijn. Toen al. De bibliotheek in Epe viel onder de Provinciale Bibliotheek Gelderland (wat later PBC Gelderland, weer later Biblioservice Gelderland en nog weer later Rijnbrink zou worden). De indiener van de klacht vindt dat er wat aan moet gebeuren: een brief naar de scholen en een krachtiger optreden in de bibliotheek is wat hij vraagt.

Als voorbeeld noemt hij overigens de bibliotheek van mijn vijftien kilometer verderop gelegen eigen stadje Deventer:

"Als ik zoals laatst zie hoe heerlijk rustig het bijvoorbeeld in de toch zeer drukke Deventer leeszaal toegaat, dan blijkt dat het moet kunnen."

Want antwoord je dan? Je personeel is al onbekwaam genoemd en er wordt gedreigd met ingezonden stukken. Het mooie is: het antwoord is ook bewaard. En wat mij betreft even brilant als de klacht zelf. 

Het antwoord van rayonchef Scheepstra

Zie hier die brief. Rayonchef Scheepstra. Ik had even het vermoeden dat dit de latere directeur van Probiblio was, maar vond daarvoor geen bewijs. Wie het weet mag het zeggen. Scheepstra geeft zelfs aan dat het probleem waar de klacht over gaat ook al in het bestuur is besproken. En hij antwoordt:

"Voor dit probleem, wat overigens bepaald geen plaatselijk probleem is, is als voornaamste reden aan te wijzen dat de bibliotheek gezelliger is geworden. Vooral de jeugd vindt de bibliotheek een plaats waar men graag verblijft. Ik dacht dat dit positief opgevat moest worden." 

Bij zo'n antwoord zit ik al met een grote grijns te lezen. Met jongeren in de bibliotheek moeten we in de eerste plaats blij zijn. En zo lekker vilein gezegd 'Ik dacht dat dit positief opgevat moest worden.' Hup rayonchef Scheepstra! Ik ben gelijk fan. Maar hij gaat verder.

"Een dure gemeenschapsvoorziening als de bibliotheek is moet multi-funktioneel zij, dus meer dan een boekenmagazijn. De moderne bibliotheekopvatting gaat daarom steeds meer uit van de bibliotheek als een sociaal-kulturele supermarkt, waar naast het uitlenen van boeken, men rustig kan lezen en studeren, platen worden uitgeleend, tentoonstellingen worden gehouden, er verschillende verbindingen zijn met onderwijs enz." 

En wat schetst Scheepstra hier eigenlijk? Nou, de moderne bibliotheek begin jaren '70! En dat is een sociaal-kulturele supermarkt. Een plek waar allerlei vormen van ontwikkeling en zelfontplooiing een plek kunnen krijgen: lezen studeren, tentoonstellingen en koppeling met het onderwijs. Ergens klinkt het toch verdacht als het mantra dat heden ten dage door bibliotheken wordt gehuldigd: van klassieke naar maatschappelijk educatieve bibliotheek. De woorden zijn anders maar de richting is hetzelfde. 

Overigens: nadat Scheepstra de moderne bibliotheek heeft geschetst, zegt hij toe dat er harder zal worden opgetreden. Zo nodig met behulp van de politie. Het klinkt allemaal nog onschuldig in vergelijking met de beveiligingsmaatregelen die op sommige plekken bij bibliotheken nodig zijn om de toegang voor iedereen veilig te houden. 

Innovatie

Twee brieven uit 1972. Het zijn brieven die 53 jaar oud zijn en die een richting schetsen waar we nog steeds vorm aan geven: zorgen dat mijn dorp, mijn stad, mijn provincie of mijn land (kruis aan wat bij uw functie past) slim, creatief en vaardig is. 

Zoals gezegd: de komende week zal het Nationale Bibliotheekcongres plaats vinden. Zo'n 1.000 bibliothecarissen zullen elkaar de kop gek maken met innovatieve, nog innovatievere en innovatiefste idee. Dat is natuurlijk hartstikke goed. Maar wat reflectie op hoe lang we samen al bezig zijn en in welke traditie we staan, kan geen kwaad. Samen bouwen we de toekomst.

En  in 1972 deden we dat dus ook al: een sociaal-kulturele supermarkt! En gewoon in Epe! 

Ik vroeg AI hoe een sociaal-culturele supermarkt eruit ziet. Dat plaatje ziet u bovenaan. En jawel: luidruchtige jongeren... Ik dacht dat dat maar positief opgevat moest worden...

Ik verheug me nu al op dat bibliotheekcongres. En ik neem de brieven uit 1972 mee.

Hup Scheepstra!