dinsdag 26 mei 2026

'Gratis bibliotheekpas: lokaal ja, landelijk nee'

'Gratis bibliotheekpas: lokaal ja, landelijk nee', dat was wel de toepasselijke kop die Binnenlands Bestuur plaatste boven een artikel over het onderzoek van AEF over gratis en automatisch bibliotheekmaatschap dat een paar weken geleden uitkwam. Tegelijk met het rapport kwam ook de beleidsreactie van Staatssecretaris Tielen op dit rapport. Maar zo kort als Binnenlands Bestuur het inkopt, is het natuurlijk niet. Want in de politiek zijn er bijna nooit harde ja's en nee's. Lees mee hoe het zit. 

Goede resultaten maar nog te weinig zicht op effect

Ik begin met de beleidsreactie van de staatssecretaris en kom iets verderop nog terug op het rapport van AEF.

Staatssecretaris Tielen stelt in haar reactie:

'Gratis lidmaatschap van de bibliotheek voor volwassenen is in verschillende vormen in Nederland aan een opmars bezig. De laatste jaren groeit het aantal lokale initiatieven snel. Inmiddels kunnen volwassen inwoners in meer dan de helft van de gemeenten gratis lid worden van de bibliotheek. Deze ontwikkelingen volg ik met interesse, omdat een belangrijk doel van mijn bibliotheekbeleid is dat openbare bibliotheken toegankelijk en bereikbaar zijn voor alle inwoners. Uit het onderzoek komt naar voren dat gratis lidmaatschap het bereik van de bibliotheek vergroot. Gratis lidmaatschap kan ook kansen bieden voor bibliotheken om inwoners te bereiken met brede, maatschappelijke dienstverlening naast het uitlenen van materialen.'

Appeltje-eitje zou je denken, die staatssecretaris gaat haast maken om dit zo snel mogelijk in te voeren. En leuk ook dat ze mijn onderzoek aanhaalt naar het gratis lidmaatschap in Nederland. Want het sluit naadloos aan bij haar beleid. 

Nou, dat appeltje-eitje, blijkt voor dit moment nog niet zo te zijn. Want in het vervolg van de brief schrijft ze.

'Zo blijkt het ingewikkeld de  effecten te meten van het invoeren van het gratis lidmaatschap: initieel stijgt het aantal leden, maar het is niet te zeggen of het gratis lidmaatschap ook leidt tot meer gebruik van de bibliotheek, zoals het lenen van boeken of deelname aan activiteiten. De effecten op de langere termijn zijn onduidelijk.' 

Tja, de resultaten zijn dus enorm goed maar het effect is nog moeilijk te meten. Waar ze eerst nog zegt dat dat grote bereik voor haar belangrijk is, geeft ze aan dat ook het effect op langere termijn helder moet zijn. Tja, dat is met een ontwikkeling die voor de meesten echt van de laatste jaren is, natuurlijk ingewikkeld. De invoering in Rotterdam met een gratis lidmaatschap voor elke Rotterdammer is nog maar een jaar oud. En toen het door AEF onderzocht werd, bestond het nog maar vijf maanden. Het verlengde gratis abonnement voor jongvolwassenen is al wat ouder. Daar startte de Boekenberg als eerste in 2018 mee. Dat heel veel gemeenten en bibliotheken, heel snel volgen, is voor de staatssecretaris vooralsnog dus onvoldoende overtuigend. Hm, die fantastische resultaten zijn voor haar dus nog niet voldoende. En dus wordt het lokaal ja, landelijk (vooralsnog) nee.

De staatssecretaris zegt dat met iets meer woorden:

'Ik zie op dit moment onvoldoende bewijs dat een landelijk gratis bibliotheeklidmaatschap leidt tot meer gebruik en een grotere maatschappelijke impact van de bibliotheek. Daarnaast vragen de schaarse middelen om het maken van keuzes. De ervaring met de wetswijziging in 2022 voor gratis jeugdlidmaatschap leert dat gemeenten gecompenseerd moeten worden wanneer het gratis lidmaatschap uitgebreid zou worden in de Wsob naar andere leeftijdsgroepen. Hier is geen budget voor. Ik juich lokale initiatieven toe en blijf de ontwikkelingen met interesse volgen.'

De wetswijziging uit 2022 waar zijn naar verwijst is het volgende. Tot 2022 hadden gemeenten het recht om - bij besluit in de gemeenteraad - om af te wijken van de wettelijke verplichting van contributievrijdom voor de jeugd tot 18 jaar. Ik heb in die tijd voor het ministerie nog het vooronderzoek gedaan naar de bibliotheken die nog zo'n betaald jeugdabonnement hadden en wat dit compensatiebedrag moest zijn. Dat ging over een een handvol bibliotheken en een relatief gering bedrag moet ik zeggen. Bibliotheken die nog zo'n betaald jeugdabonnement hadden, werden voor een paar jaar gecompenseerd op de inkomsten van dit jeugdabonnement. Daarna verdween het kleine bedrag generiek in het gemeentefonds. 

De staatssecretaris geeft dus de volgende twee argumenten om dit op dit moment niet landelijk te omarmen:

  1. Ze ziet veel resultaat maar vooralsnog onvoldoende bewijs van de effecten op langere termijn dat dit leidt tot meer gebruik en een grotere maatschappelijk impact van de bibliotheek
  2. Als het gebeurt moeten gemeenten gecompenseerd worden en hier is geen budget voor. 

Amendement van Mohandis

Tegenover deze twee argumenten staat het amendement van Kamerlid Mohandis van GroenLinks-PvdA/PRO die ervoor pleit om nu bij de wetswijziging al mee te nemen dat iedereen tot 27 jaar gratis lid moet kunnen zijn van de bibliotheek.  Als dat amendement wordt aangenomen bij de behandeling van de wetswijziging die nu voorligt, wort het toch geregeld. Het is dus helemaal niet zo zeker dat men  landelijk nee zegt. Mohandis wil er graag mee aan de slag en de Tweede Kamer heeft het laatste woord. 

Wat is het nu? Ja of nee? Daar kom ik later op terug? Want ik ga nu eerst stilstaan bij het rapport van AEF. Want dat verdient dit rapport wel. Ik maak geen breed overzicht maar pik er twee punten uit die het meest van de belang zijn. Dat zijn de casus van de Boekenberg (verlengen van de contributievrijdam tot een bepaalde leeftijd, tot 30 jaar bij de Boekenberg) en de casus Rotterdam gratis (beperkt) lidmaatschap voor iedereen.

AEF: Casus Boekenberg

Over de Boekenberg heb ik in het verleden al veel geschreven. In 2018 begonnen ze met hun voor Nederland bijzondere stap: een gratis lidmaatschap voor jongvolwassenen. Het was een uitvloeisel van een bredere beweging waarbij verschillende bibliotheken onderzoek deden naar vormen van gratis lidmaatschap. Maar tussen onderzoeken en de stap zetten om het echt te doen zit nog wel wat verschil. Boekenberg had toen de moed om dit aan te gaan. 

En met succes zoals de grafieken in het rapport laten zien.

87,7% wordt betalend lid, het zijn er veel maar het gebruik is beperkt

Naast het gratis lidmaatschap is er ook altijd een betaald lidmaatschap bij de Boekenberg. Ook voor de 18-30-jarigen. Daarmee kun je dan toegang krijgen tot de online bibliotheek bijvoorbeeld. Tussen de 18 en 30 jaar stapt bijna niemand over naar dit abonnement. Maar als de leden 30 jaar worden krijgen ze toch de vraag om te betalen. Wat blijkt: 87,7% doet dat en wordt betalend lid. Daarbij moet gezegd worden dat deze bibliotheek een goedkoop instapabonnement biedt van € 10,- per jaar. Er is ook een duurder abonnement waar dan bijvoorbeeld ook de online bibliotheek weer in zit. 

Het is dus een interessante rekensom. Stel dat je maar weinig leden had gehad maar die betalen € 50,- per jaar of je hebt heel veel leden die € 10,- betalen. Het kon qua inkomsten wel eens weinig uitmaken denk ik. En dat blijkt ook in de casus van de Boekenberg. Meer bereik dus tegen dezelfde inkomsten.

 En wat zich vertaalt in de inkomsten zien we ook terug bij de resultaten. Het zijn inderdaad geen grootgebruikers die gratis leden. Maar er is zeker gebruik wat er anders niet was geweest omdat ze geen lid zouden zijn geweest. Dat is dus directe winst. En het zijn er veel. Overigens zie je hetzelfde in de casus van Rotterdam. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat in beide situaties het aantal uitleningen die men mag doen met het gratis abonnement ook beperkt is. Je kunt dus ook niet veel lenen met dit abonnement. Als dat je doel is, moet je geen beperking opleggen. Voor activiteiten geldt overigens in grote lijn hetzelfde.

Ook bovenstaande grafiek uit het rapport is interessant. Deze geeft aan waar de leden vandaan komen die instromen in het gratis abonnement. Belangrijke opmerking: deze is van het eerste jaar na invoering. Dat betekent dat er toen nog een groep was die voorheen alleen keuze had voor een betaald abonnement. 

39% zijn nieuwe leden die ze voorheen niet hadden bij de bibliotheek, 34% zijn doorstromers van 17 naar het gratis abonnement voor jongvolwassenen. 23% is een overstapper van betaald naar gratis. In zo'n eerste jaar is die 23% niet zo gek. Helaas zit er in het rapport geen staatje van de afgelopen jaren want het kan niet anders dan dat die 23% ongeveer gedecimeerd is en dat het overgrote deel het  blauwe deel is van jeugdleden die doorstromen naar het gratis abonnement van jongvolwassenen. 

Van kannibalisatie - betalende leden stappen over naar gratis - kan nauwelijks sprake zijn. Waarom? Omdat bij de meeste bibliotheken er maar heel weinige betalende leden waren in deze categorie.

AEF: Casus Rotterdam

Dan naar Rotterdam. Terecht groots gepresenteerd in maart 2025. Eerder was daar al een pilot met 5.000 Rotterdammers aan vooraf gegaan om het uit te testen. Op moment dat AEF Rotterdam onderzocht, kon men gebruik maken van cijfers van vijf maanden na invoering. Dat is uiteraard een uiterst smalle basis. In die zin heeft de staatssecretaris natuurlijk gelijk. Daar zijn natuurlijk nog geen langetermijneffecten te zien. Maar naar mijn mening zie je al wel duidelijk contouren. 

Zo noteerde de bibliotheek na vijf maanden 13.184 leden gratis lid waren. Daarvan was de helft een echt nieuw lid. Dat betekent 6.500 nieuwe leden. Als je dit landelijk door zou trekken, dan kun je dus enorme aantallen mensen interesseren voor de bibliotheek. 

Tegelijkertijd was al te zien dat vooral jonge mensen gebruik maken van dit gratis aanbod. Prijs is dus gewoon echt een ding als het gaat om het bibliotheekabonnement. Het rapport toont daar deze grafiek bij.

Een gratis lidmaatschap werkt wellicht beter dan een minimaregeling

Maar er is meer. Niet alleen jongeren maar ook 'kwetsbare' doelgroepen lijken goed uit de eerste cijfers te komen. Het rapport schrijft daarover:
'Uit verdiepende analyses van de bibliotheek blijkt dat doelgroepen met lagere inkomens en lagere taalvaardigheid bovengemiddeld vaak gebruik maken van het gratis lidmaatschap. Dit kan een indicatie zijn dat het gratis abonnement inderdaad helpt om drempels te verlagen voor groepen voor wie de bieb voorheen onvoldoende toegankelijk was, bijvoorbeeld door financiële drempels. De bibliotheek wijst daarbij ook op het belang van ‘boetevrij’ lenen: juist het risico van boetes zou bepaalde groepen inwoners er eerder van weerhouden om een abonnement af te sluiten.'
Een gratis abonnement kon wel eens interessanter zijn dan een abonnement via ondersteuningsregelingen die nu veel gemeenten kennen. Zo'n regeling kan toch zorgen voor een bepaalde schaamte of stigma. Een gratis abonnement kon daarom dus wel eens beter werken dan een minima-regeling. En het is in ieder geval veel minder administratie.

Voor Rotterdam is er een soortgelijke instroomdiagram gemaakt als voor de Boekenberg. Die toont voor de eerste vijf maanden het volgende aan.

Hier zien we wel een iets andere verdeling dan in het eerste jaar van de Boekenberg. De doelgroep is breder en dat levert in de volle breedte meer nieuwe leden op. Hoewel veel in dezelfde leeftijd als de Boekenberg - ook hier 18-jarigen die doorstromen naar het gratis abonnement.  En ook hier 25% leden die overstappen van een betaald naar een gratis abonnement. En dat laatste baart me een beetje zorgen. Meer dan bij de Boekenberg.

AEF meldt dat Rotterdam in de eerste vijf maanden niet minder contributie-inkomsten kreeg. Sterker, ook het aantal betalende lidmaatschappen steeg. Dit betekent dat de overstappers van betaald naar gratis worden gecompenseerd door nieuwe leden die juist betalend lid worden. Hoe dat precies te verklaren is, meldt het rapport nog niet en men geeft ook aan dat men voorzichtig moet zijn met deze resultaten gezien het kortlopende effect. Vijf maanden is inderdaad nog erg kort.

Dat is wel iets om te volgen. Want als 25% van al je betalende leden op termijn overstappen naar gratis, verlies je toch 25% van al je contributie-inkomsten. Bij het jongerenabonnement geldt dat veel minder omdat er relatief weinig jongvolwassenen nu betalend lid zijn. Jongvolwassenen, laten we zeggen van 18-27 jaar, werd in het eerder rondetafelgesprek over bibliotheekwerk geschat op 10% van alle betalende leden. Ik denk dat dat gemiddeld wel klopt. De overige 90% zit dus boven die 27 jaar. 

De casus Rotterdam weerspreekt dit tot nu toe. Men zal dat daar ongetwijfeld goed volgen en mijn korte artikel kan geen recht doen aan de veelheid van stappen die men daar nog om heen zet. 

Extra inzet voor nieuwe leden 

Zowel Rotterdam als de Boekenberg geven aan dat je er niet bent met alleen een gratis lidmaatschap. Een lidmaatschap is een randvoorwaarde voor gebruik maar er is meer nodig om gebruik te stimuleren. Denk aan specifieke activiteiten of acties. In het onderzoek dat Rijnbrink deed naar gratis abonnementen voor jongvolwassenen is daar veel over gezegd. Dat rapport 'Boeien en Binden' kun je hier nog terugvinden. In Rotterdam is heel doordacht voorbereid wat er allemaal nodig is voor een brede doelgroep. Daar leert men nu heel snel wat werkt. 

En met die opmerking sluit ik het rapport van AEF af. Daar doe ik het rapport overigens echt nog tekort mee. Want het ging ook nog in op het automatisch lidmaatscha, denk aan automatisch lid bij geboorte. Het korte antwoord is: daar zit nog een berg aan haken en ogen aan. En er was ook nog een derde casus bij gratis lid: het voorbeeld van SCHUNCK waar 65+'ers gratis lid kunnen worden. Maar ook die heb ik even buiten beschouwing gelaten om het toe te kunnen spitsen op de twee meest voorkomende en de politieke discussie. Want de belangrijke vraag is natuurlijk:

Gaat er nu wat gebeuren?

Een snel groeiend aantal gemeenten - 182 van de 342 - biedt samen met hun bibliotheken lokaal een vorm van  gratis lidmaatschap aan. De staatssecretaris zegt (voorlopig) nee en een Kamerlid dient een amendement in om het toch te regelen voor 18-27-jarigen.

Als dit de situatie is wat kan er dan gebeuren? Ik zie drie opties waar het op uit zou kunnen komen. 

Optie 1: Er komt een meerderheid in de Tweede Kamer (nu of straks)

Het gratis lidmaatschap zoals Mohandis voorstelt is in 182 gemeenten al in enige vorm ingevoerd. Van die 182 gemeenten doen 129 al wat Mohandis voorstelt: gratis lid boven de 18 tot een leeftijd van ongeveer 27 jaar. En het aantal stijgt snel. Klaas Gravesteijn had het in het rondetafelgesprek over ongeveer € 5 miljoen gederfde contributie-inkomsten op landelijk niveau als het nu generiek gemaakt wordt. Daar bovenop zul je overigens nog wel wat kosten moeten maken voor extra activiteiten en promotie. 

Is het veel geld? Het politiek antwoord is natuurlijk 'ja' en 'nee'. Ja, want het is er niet zegt de staatssecretaris en het antwoord is 'ja' want in de plooien van de Rijksbegroting gaat dit om minder dan een kruimel. Met een klein bedrag kunnen grote groepen blij gemaakt worden. En waar kun je dit tegenwoordig in de politiek? 

Een variant binnen deze optie is nog dat afgesproken wordt dat er een ingroeimodel is. Dat betekent dat dit deel van de wet niet ingaat op 1 januari 2027 maar dit deel van de wet bijvoorbeeld op 1 januari 2030. Ook dat kan ruimte bieden. 

Het lijkt mij dat er op deze manier nog puzzelstukjes genoeg zijn om politieke bondjes te sluiten.

Optie 2: Er gebeurt niks landelijk maar lokaal groeit het gewoon door

De andere optie is dat er niks gebeurt in de Kamer. Stopt het dan? Nee, natuurlijk niet. Deze ontwikkeling groeit als kool door op lokaal niveau. En dus zullen we volgend jaar weer een overzicht maken waaruit we concluderen dat weer meer gemeenten en bibliotheken hiermee aan de slag zijn. En het jaar erop nog meer.  

En ja, ik vermoed dat we dan ook nog meer varianten krijgen. Overzichtelijker wordt het dan niet. En als we zeggen dat bibliotheken een basisvoorziening zijn waar iedereen tegen ongeveer gelijke voorwaarden gebruik van moet kunnen maken, dan is dat wel wat raar.  Maar het primaat in het decentrale stelsel ligt bij gemeenten en bibliotheken. Dus er is geen speld tussen te krijgen dat dit is hoe we het hebben geregeld met elkaar. 

Kortom, als er niets gebeurt in Den Haag draait het lokaal gewoon door. Tja, en dan is er ook nog een derde optie: het compromis. 

Optie 3: Uitwerking van bibliotheekconvenant: sector (en overheidslagen) zoeken compromis

Het verruimen van het gratis bibliotheeklidmaatschap was één van de punten uit het bibliotheekconvenant. In dat convenant binden de overheidslagen en de bibliotheekpartijen zich aan elkaar. Dit onderwerp zou je ook breder binnen dit convenant kunnen oppakken. 

Want AEF legt wel de zere vinger op deze plek:

'Het uitwerken van een beleidsconcept is de belangrijkste randvoorwaarde voor invoering van een gratis- of automatisch lidmaatschap. Dit vraagt dat er op landelijk niveau een gezamenlijk en gedragen beeld komt over het doel dat ten grondslag ligt aan het invoeren van een gratis of automatisch lidmaatschap en het creëren van een passende (minimale) vorm die hierbij aansluit. Op basis hiervan kan helderheid worden gecreëerd in voor wie het lidmaatschap geldt, welke diensten het omvat en onder welke voorwaarden het lidmaatschap wordt aangeboden.'
Eigenlijk zegt AEF hier: beste politiek en beste sector, zeg nu eerst eens wat je precies wilt en wat daarbij hoort. Tja, dat is natuurlijk wel een beetje een vlucht vooruit op een moment dat er al een praktisch amendement ligt. 

Toch kon dit wel eens de weg zijn in dit polderlandschap. Niet van tafel maar ook niet direct in de wet. Dan komen we dus uit op  een verdere uitwerkingd door het ministerie samen met de VNG en bibliotheken. En dan komt het terug bij de eerste evaluatie van de wet over vijf jaar en wordt het alsnog ingevoerd. 

Starten met Mohandis en uitbreiden in de nabije toekomst

Ik heb het graag allebei: nu het amendement van Mohandis en tegelijkertijd verder ontwikkelen naar een nog breder model zoals bijvoorbeeld Rotterdam. Dat biedt ruimte om te implementeren wat al breed bewezen is en verder onderzoek te doen naar een breder model. Niet wachten tot morgen maar invoeren wat nu kan en onderzoeken wat moet.  Ik ben benieuwd of daar de politieke moed voor bestaat.

De harde 'ja's' en 'nee's'  waar Binnenlands Bestuur mee schermde, bestaan niet in de politiek. Er is altijd een weg te vinden.

Dus hup, aan de slag! Want de toekomst wacht niet. En als we weten wat kan en nodig is, waarom zouden we dat dan niet gaan doen?

zondag 10 mei 2026

Moederdag, dag moeder

Verdriet kan je op de meest onverwachte momenten overvallen. Soms nog voordat je het zelf beseft. Dan weet je lichaam het al, en volgt je hoofd pas later.

Gisteren rende ik de halve marathon in het Drentse Gieten. Ik had een drukke week achter de rug en keek ernaar uit om alles eruit te lopen, om even alleen te zijn met mijn adem en mijn stappen. Ook vorig jaar stond ik hier aan de start. Toen was mijn moeder er nog.

Als ik naar de start loop, kom ik langs de winkel van Greving — zo’n typische dorpswinkel met bloemen, doe-het-zelf-artikelen en nog veel meer. Opeens gaat er een rilling door me heen. Zonder dat ik het wil, zonder dat ik het tegen kan houden. Mijn lichaam herkent het moment eerder dan mijn gedachten. In mijn hoofd volgen razendsnel de beelden die erbij horen.

Vorig jaar kocht ik hier mijn laatste Moederdagcadeau. Het werd een grote mand met margrieten. Ze was er blij mee. Iets wat ik haar nog kon geven.

Rennen is soms een manier om verdriet te dragen. Stap voor stap. Gisteren liep het met me mee. Stil maar onmiskenbaar. En gek genoeg gaf het me ook kracht. Alsof het gemis zelf me vooruit duwde.

Na afloop loop ik weer langs Greving.
Ik koop een plantje.

Dit keer voor mezelf.

En toch ook voor haar.

Moederdag.
Dag moeder. 

zaterdag 25 april 2026

De week van Elsa en de lessen die ik leerde van bibliotheekmensen in de oorlog

De afgelopen week was een bijzondere week voor me. Mijn vierde boek kwam uit: Elsa van Gool, bibliotheekvrouw in het verzet. Elsa werkte in de bibliotheek van Den Haag in de oorlog en ging in het verzet. Ze werd verraden en opgepakt. Ze gaat van het Oranjehotel in Scheveningen naar Kamp Vught. Daar vindt ze nog de liefde bij Nicolas. En waar haar vriendinnen na een half jaar vrij komen, wordt Elsa, vanwege haar dunne Joodse draadje, doorgestuurd naar Westerbork en naar Auschwitz waar ze wordt vermoord. Nicolas is tijdens de oorlog en ook daarna nog wanhopig op zoek naar haar.

In de Bibliotheek Den Haag vond de boekpresentatie plaats. Op de eerste rij enkele familieleden zichtbaar ontroerd omdat Elsa opnieuw in het licht werd geplaatst. Een verhaal dat al te lang vergeten was dat opnieuw onder het stof vandaan kwam. En niet alleen een verhaal kwam te voorschijn maar ook een mooi en moedig mens. Elsa gaan we nooit meer vergeten. Er zit famlie van Elsa maar ook een ver familielid van Nicolas. Als het lot niet zo wreed was hadden beide families, familie van elkaar hebben kunnen worden.

Rikkert Boonstra van NBD Biblion kondigde tijdens de presentatie aan dat alle openbare bibliotheekorgansisatie in Nederland gratis een exemplaar ontvangen.  Om het verhaal maar niet te vergeten. En Sam Hermans, directeur van de Bibliotheek Den Haag, gaf aan dat het verhaal van Elsa ook de vraag terugstelt: wat zou ik hebben gedaan? En Sam was eerlijk in haar antwoord door te zeggen dat ze dat niet wist.

Einde aan acht jaar speurwerk

Met dit vierde boek sluit ik de serie over Bibliotheekmensen in de oorlog. Bij elk boek wist ik al wat het volgende boek moest zijn. En bij de moedige Elsa was dat niet meer het geval. Alsof er zachtjes tegen me gezegd werd: 'Mark, dit is het'. ...daM uitgeverij die het boek van Elsa fantastisch vormgaf, zorgde daarom voor een mooie verzamelcassette om alle boeken. Die verzamelcassette werd met liefde in ontvangst genomen door Klaas Gravesteijn (VOB), Sam Hermans, Wilma van Wezenbeek (KB Nationale Biblioheek) en Martin Berendse (OBA).

Daarmee komt een einde aan acht jaar speurwerk. Wat deed dat met mij? Wat leerde ik ervan? Kan ik wél antwoord geven op de vraag die Sam Hermans zichzelf stelde? Ik neem u mee naar mijn eigen binnenwereld.

Mensen zoals jij en ik

En dan begin ik bij de woorden van Martin Berendse, directeur van de OBA en oud-directeur van het Nationaal Archief. Hij was zo aardig om bij de boekpresentatie ook terug te blikken op alle vier de boeken die ik schreef. Hij begon zijn verhaal met de volgende woorden:

'Mark heeft me gevraagd om met u en met hem terug te kijken op zijn bijzondere onderzoeksreis door de geschiedenis van de openbare bibliotheken -en vooral de medewerkers van die bibliotheken- in de meest ingrijpende periode uit onze recente geschiedenis: de bezettingsjaren 1940-1945. Die reis heeft de afgelopen zeven jaar vier boeken opgeleverd. Uit het feit dat die nu in een verzamelcassette worden gepresenteerd, mogen we afleiden dat Marks reis is geëindigd en dat hij op zijn bestemming is aangekomen. 

Ik begrijp dat, want met het vandaag ten doop gehouden boek over Elsa van Gool, een jonge talentvolle vrouw, zeer gewaardeerd medewerker van de Bibliotheek Den Haag, opgepakt, gevangen en -met nog een heel leven voor zich- vermoord in Auschwitz, is de cirkel wel rond. Dichter bij het persoonlijke drama, het onrecht, de woede daarover en het totale gevoel van onmacht, kan je volgens mij niet komen. Als ik Marks eerdere boeken goed heb begrepen is dat wat hem drijft. Niet de grote “institutionele” geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in ons land, de treurige rol van de bibliotheeksector en het bestuurlijke gedoe, maar de impact daarvan op gewone mensen, onze directe collega’s, die het ongeluk hadden onder de bezetting te moeten leven en werken. Mensen zoals u en ik.'

Inderdaad. Mensen zoals jij en ik. Wij hadden het kunnen zijn. De grote geschiendenis wordt altijd geleefd vanuit onze eigen kleine geschiedenis En ook ons had de vraag kunnen worden gesteld wat te doen. En hij eindigt met:
'Beste mensen, het is, ook na of misschien wel juist na lezing van de serie van vier boeken van Mark, heel moeilijk te bevatten hoe in ons land en in onze bibliotheken is omgegaan met het onrecht en de ontmenselijking tijdens de bezettingsjaren. We zeggen allemaal tegen elkaar dat het moeilijk is om daar ruim tachtig jaar later een moreel oordeel over uit te spreken,…
… maar waar ik me wèl over durf uit te spreken is de manier waarop we in onze openbare bibliotheek sector in de afgelopen tachtig jaar met die geschiedenis zijn omgegaan. Voor zover ik kan zien, hebben we die duistere periode ’40-’45 best lang klein gehouden in onze geschiedschrijving en weinig oog gehad voor al die persoonlijke drama’s.  Dat grijze verleden van onze bibliotheken schuurt, maar we kunnen er niet om heen. Daarom denk ik dat Mark uiterst waardevol werk heeft verricht. Werk dat ons -vol als we zijn van de grote rol van openbare bibliotheken op het gebied van emancipatie, burgerschap, rechtvaardigheid en inclusie- aan het denken zou moeten zetten.'
Juist waar we ons als instelling of instituut belangrijk of essentieel achten voor de samenleving, slaat dit terug op onze eigen houding in het klein. Wat zou ik hebben gedaan? Ook wij maken deel uit van een grote geschiedenis en dat stelt vragen aan onszelf op onze eigen plek. De middag wordt afgesloten met aardige woorden van Klaas Gravesteijn voor al mijn onderzoek.

Wat zou ik hebben gedaan?

Na alle drukte van zo'n middag, komt pas de echte reflectie. Ik voel mee met Sam Hermans, dat je niet weet wat je zou hebben gedaan. Als de verhalen die ik schreef me één ding hebben geleerd, is het wel dit: ik weet dat ik niet moedig ben van mezelf. Maar ik heb ook iets anders geleerd. Ik kan wel dicht in buurt gaan staan van iemand die wel moedig is. En moed zit in kleine dingen. Moedige mensen vragen andere mensen om mee te doen. Dan komt moed ineens dichterbij. 

Het is als het gedicht van Remco Campert over verzet dat eindigt met de woorden:

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet
en dan die vraag aan een ander stellen.

Als je erop gaat letten, merk je dat het klopt. Zo was er iemand in de afgelopen jaren die me uitnodigde om mee te doen aan de Nacht van de Vluchteling. Zij had zelf die vraag voor zichzelf al beantwoord en stelde die vraag nu aan mij. Het lijkt klein maar in dit kleine schuilt iets groots. Kijk eens op die manier om je heen: wie heeft je in de afgelopen jaren jou zo'n vraag gesteld? Wie vroeg jou om mee te doen met die goede doelenactie, of wie vroeg jou om te helpen als vrijwilliger bij NLdoet of wie vroeg jou om mee te gaan naar die demonstratie? Mijn les is om dicht bij dit soort mensen te gaan staan. Ik wil het wel maar stel mij een vraag. En grote kans dat als het echt spannend wordt, dat zij degenen zijn die mij die vraag gaan stellen. En ik hoop dat ze dat dan ook gaan doen. Het zijn de praktische idealisten. Het zijn de mensen die het verschil overbruggen tussen zeggen en het ook daadwerkelijk doen. Ik weet van mijn vrienden en bekenden inmiddels wie dat waarschijnlijk zijn. 

Het gewone en de liefde

Het waren mensen zoals jij en ik. En wat me opviel bij elk onderzoek: iedereen probeerde vooral zo 'gewoon' mogelijk door te leven. Alsof men zich daaraan vasthield. In het eerste boek - Alles behouden - gaat het om een noodfiliaal in Deventer aan het einde van de oorlog. Corrie en Betty die daar de scepter zwaaien, proberen daar nog 'gewoon' bibliotheekwerk voort te zetten. Ze worden boos op mensen die boeken te laat terugbrachten en hielpen oude mensen aan een goed boek. Om vervolgens de kelder in te gaan omdat het luchtalarm voor de zesde keer die dag ging. Na het alarm er weer uit. En dan proberen 'gewoon' weer door te gaan. Het liefst had iedereen dat alles weer 'gewoon' werd. 

En wat mezelf pas opviel nadat alle boeken klaar waren: in elk boek zit een liefdesverhaal. Van Corrie die verliefd wordt op een Engelse soldaat tot Julia die trouwt in Westerbork en van Mejuffrouw Gehner die haar meneer Zwager vindt tot Elsa en haar Nicolas. 

En zoals Martin al aanhaalde: we vinden in het bibliotheekwerk onszelf natuurlijk allemaal verschrikkelijk belangrijk en essentieel... Maar alles is betrekkelijk. 

De les van acht jaar archiefwerk is dan ook: Het 'gewone' en de liefde wint van alles. 

En stel elkaar vooral een vraag.

Foto's: Eimer Wieldraaijer

maandag 20 april 2026

De wetwijziging van de Bibliotheekwet in de Kamer is begonnen!

Na jaren aan voorbereidingen en inleidende beschietingen is het dan eindelijk zover: de behandeling van de wijziging van de Bibliotheek in de Kamer gaat beginnen. Op donderdag 16 april werd hiervan de aftrap gegeven met een rondetafelgesprek. Een gesprek dat bestond uit twee delen: het eerste deel ging in op de zorgplicht voor gemeenten en provincies en het tweede deel ging in op de samenwerking met het onderwijs die ook een verplichtend karakter krijgt in de bibliotheekwet. 

In de zaal een handvol Kamerleden: Mohandis (PRO), Dijk (D66), Tijmstra (CDA), Maas (VVD) en Van Houwelingen (FVD). De laatste twee kwamen overigens later binnen doordat een ander debat was uitgelopen. Dit is overigens wel een redelijke opkomst voor dit type overleg dus bibliotheken hoeven zich hier geen over zorgen te maken. 

Voor het eerste deel over de zorgplicht waren verschillende experts gevraagd om kort toe te lichten. Van de zijde van bibliotheken waren Klaas Gravesteijn (VOB) en Lidy Vos (Rivierenland) aanwezig. Daarnaast de wethouder van kleine gemeente Rozendaal Tineke van der Pas, de VNG met Ingrid Hoogstrate en de portefeuillehouder van IPO en gedeputeerder van Overijssel Tijs de Bree. Elk mochten ze van hun kant nog een korte toelichting geven. Wie het dossier tot nu toe gevolgd had, hoorde daar niet direct iets nieuws. 

Toegang tot de bibliotheek mag geen toeval zijn maar is een recht

Lidy Vos hield daar een goed en helder verhaal met een aantal schitterende zinnen waarvan ik wilde dat ik ze zelf verzonnen had. Zo had ze het er over dat toegang tot de bibliotheek geen toeval mag zijn maar een recht is. En dat het geen zorgplicht op papier moet zijn maar een zorgplicht in de praktijk. Waarvan akte. Die video zet ik graag boven dit artikel. Een prima tekst in twee minuten.

Komt het geld bij de bibliotheek?

In het gesprek met de Kamerleden werd nog wel gevraagd of de middelen die het Rijk geeft wel bij de bibliotheek terecht komen. De middelen die via de SPUK zijn uitgekeerd worden in nagenoeg alle gevallen door de bibliotheek besteed. Maar gaf Klaas Gravesteijn aan dat als het gaat om de decentralistatie-uitkering die straks wordt toegevoegd aan de algemene uitkering wordt dat het daar nog geen gelopen race is. Na uitvraag blijkt dat in de helft van de gevallen de gemeenten het geld wel hebben toegezegd en in de andere helft  niet, nog niet of slechts gedeeltelijk hebben toegezegd.

Daar volgde nog een vraag op over of er inderdaad meerjarenfinanciering moest komen voor bibliotheken. VNG antwoordde hierop dat dat inderdaad de bedoeling is dat gemeenten dat gaan doen en dat structurele financiering ongelofelijk belangrijk is. Handig om te weten dat VNG dat in de Kamer al gezegd heeft. En dat moeten we dus terug gaan zien in de gemeentelijke meerjarenplannen.

Gratis lid tot 27 jaar? 

\

Mijn eigen '15 seconds of fame' waren er toen Kamerlid Mohandis nog even het onderzoek aanhaalde dat ik afgelopen weekend pulbliceerde. Nou ja, dat had ie dus gelezen! Hij haalde dat aan om navraag te doen bij de VOB over gratis lidmaatschappen boven 18 jaar. Mohandis diende daar ook al een amendement voor in en wil in de wet geregeld hebben dat iedereen tot 27 jaar gratis lid kan zijn van de bibliotheek. Gravesteijn antwoordde hierop dat dit inderdaad een ontegenzeggelijke trend is en dat - als je dit wil regelen - er zeker zo'n  € 5 miljoen voor nodig is, zijnde ongeveer 10% van de contributie-inkomsten. 

Verder waren er ook wel vragen van Kamerleden waaruit nog wel bleek dat ze hun dossier nog een beetje moeten bijlezen. Nee, ik klap niet uit de school maar wie het debat terug kijkt, weet waar ik het over heb. En geef toe: het is ook best complex met een wet, streefwaarden, meerjarenplannen en dergelijke. 

Samenwerking met het onderwijs

In het tweede blok kwam de samenwerking met het onderwijs aan bod.Ook dat wordt met de wetswijziging een wettelijke taak. Daarvoor zaten Adriaan Langendonk (Stichting Lezen en KB), Geny Nijboer (Stadkamer/Kampen) en de leraren Luten, Kastelijn en Keijzer. Ook hier geldt dat wie het dossier een beetje kent - en dat is eigenlijk iedereen in de sector - heeft  hier weinig nieuws gehoord. 

Wel zag je dat de Kamerleden vooral zoeken naar concrete oplossingen. De enthousiaste verhalen van de docenten spraken voor hen boekdelen. Maar uiteraard hoort daar wel de organisatorische inbedding bij die Langendonk en Nijboer bepleitten. Die is misschien wat minder sexy maar minstens even belangrijk.

Het enthousiasme van de leraren was overigens zeer aanstekelijk. Wat daaruit telkens bleek: GA MEER LEZEN! Het vurige pleidooi van VMBO-docent Kastelijn wil ik u daarbij niet onthouden, en dat lijkt me een prima video om mee af te sluiten.

zondag 12 april 2026

Meer dan 50% van alle bibliotheken kent een gratis lidmaatschap boven 18 jaar



Een ruime meerderheid van alle inwoners, gemeenten of bibliotheken kan gebruik maken van een vorm van gratis lidmaatschap boven 18 jaar voor de bibliotheek. Dat blijkt uit onderzoek dat ik de afgelopen tijd deed samen met Hidde Stobbe van de Vereniging van Openbare Bibliotheken uitvoerde.

Het is voor de derde keer dat ik een overzicht publiceer van bibliotheken met een gratis lidmaatschap boven de 18 jaar. In 2023 maakte ik een eerste overzicht en had 18% van de bibliotheken een vorm van gratis lidmaatschap boven 18 jaar. In maart 2025 herhaalde ik het onderzoek en bleek het percentage gestegen naar 38%. Een week na dat onderzoek maakte Rotterdam bekend een gratis lidmaatschap voor alle Rotterdammers aan te bieden. Samen met Hidde Stobbe van de Vereniging van Openbare Bibliotheken maakten we in de afgelopen weken een update van de vorige onderzoeken. En wat bleek: het percentage waar nu een gratis vorm van lidmaatschap boven 18 jaar beschikbaar is, is gestegen naar 53,5%. Geteld in aantal gemeenten. Als je telt naar aantal bibliotheekstichtingen is het 56% en naar inwonertal 58%. Op alle fronten dus een meerderheid.

Het groeit snel en inmiddels is in meer dan de helft van de bibliotheken en gemeenten een vorm van gratis bibliotheeklidmaatschap voor volwassenen 

Wat opvalt is hoe snel het in het afgelopen jaar is gegaan. De stijging in het afgelopen jaar is bijna even groot als in de twee jaar daarvoor. Daarbij groeit het hardst het aandeel waarbij men de leeftijd van het gratis lidmaatschap laat stijgen.  De groep met een gratis lidmaatschap voor iedereen groeide maar beperkt.

Wie kijkt naar het landkaartje ziet dat sommige provincie achter lijken te blijven: Zeeland, Utrecht en Groningen. Maar schijn bedriegt want ook in deze provincies wordt achter de schermen al hard gewerkt. In Zeeland onderzoekt men een overstap met alle bibliotheken tegelijk, in de stad Groningen is de gemeenteraad al akkoord en wacht men om te mogen starten en in de stad Utrecht is al wel een gratis lidmaatschap voor leraren. Met andere woorden: óveral wordt er over nagedacht.

Gratis lid voor iedereen tot een bepaalde leeftijd: Tot 27 jaar wordt de de facto standaard.

Bij die vormen van gratis lidmaatschap voor volwassenen kent in hoofdlijnen twee vormen. De meest voorkomende - bij 37,7% van alle gevallen - is dat het gratis lidmaatschap tot een bepaalde leeftijd geldt: vaak tot 27 jaar. In een enkel geval tot 30 jaar en soms ook tot 23 of 24 jaar. In een enkel geval is zo'n abonnement voor jongvolwassenen wel beperkt tot bijvoorbeeld 12 of 20 uitleningen per jaar. Wil je meer dan moet je een volledig abonnement nemen.

Heerlen en Diemen zijn overigens een uitzonderingen op deze leeftijdsophoging aan de onderkant. Hier krijg je juist een gratis bibliotheekpas als je 65 wordt. 

Maar van een gecoördineerd beleid naar leeftijd is nog echt geen sprake. Maar er tekent zich wel steeds meer een natuurlijke grens af: 27 jaar. 


Van de 131 gemeenten waar het gratis lidmaatschip in leeftijd is verhoogd, is dit in 46 gevallen tot  tot 27 jaar. Daarna volgen 25, 26 of 30 jaar. Maar tot 27 jaar is echt een de facto standaard aan het worden. 

De andere grote vorm van gratis abonnement, die bij 50 gemeenten voorkomt, is die van het gratis lidmaatschap voor iedereen. Maar dat 'gratis' is relatief want bij een redelijk aantal gemeenten in dit overzicht waar dit is ingevoerd moet je leengeld betalen. Helemaal gratis is dat natuurlijk niet. Rotterdam is daar dus wel echt een doorbraak geweest. Die is echt helemaal gratis - inclusief boetevrij - maar wel beperkt in het aantal boeken dat je per jaar mag lenen.  

Waarom een gratis lidmaatschap boven 18 jaar?

Waarom willen we zo graag een gratis lidmaatschap boven de 18 jaar? Nou, voor kinderen is de bibliotheek, zoals bekend, altijd al gratis. Alle bibliotheken kennen een wettelijke verplichte vrijstelling van contributie tot 18 jaar. Wat je dus veel ziet is dat bibliotheken die leeftijd van 18 oprekken. Bijvoorbeeld naar 21, 23, 24, 27 of zelfs 30 jaar. In 2021 maakte ik dit grafiekje over wat er gebeurt met lidmaatschappen na 18 jaar.  Ik houd dat jaar even aan omdat je nadien al ziet wat het effect is van het oprekken van de leeftijd.

Dat gratis lidmaatschap tot 18 jaar zorgt er dus voor dat veel kinderen een bibliotheekpas hebben. Na 12 jaar zie je dat overigens al dalen. Want hoewel het gratis is, wordt je na een periode van niet-gebruik toch uitgeschreven. Maar je ziet hier ook wat er in ons land gebeurt zodra we met 18 jaar onze inwoners feliciteren met hun verjaardag en zeggen dat ze vanaf nu moeten betalen voor de bibliotheek.... Het aantal leden decimeert. 

Maar dit grafiekje gaat de komende jaren dus veranderen. En dat weten we dankzij de Boekenberg.

De Boekenberg startte deze trend en de gratis leden worden ook betaald lid!

De Boekenberg in Spijkenisse - thans door een fusie  Bibliotheek Zuid-Hollandse Eilanden genaamd - is wellicht het bekendste voorbeeld waar men het gratis lidmaatschap een flink eind oprekte. In 2017 veranderden zij al de abonnementenstructuur waardoor iedereen tot 30 jaar gratis lid was van de bibliotheek. Door het gratis lidmaatschap te verlengen naar 30 jaar verliest een bibliotheek nauwelijks inkomsten maar blijven ze wel lid. 

Het aantal leden nam snel toe bij de Boekenberg. Kijk maar even wat er bij hen gebeurde terwijl in de rest van Nederland de leden aan het dalen waren. De cijfers lopen door tot 2023. Na 2023 fuseerde de Boekenberg met de Bibliotheek Zuid-Hollandse Delta.


Waar in Nederland de aantallen stap voor stap daalden, stegen ze bij de Boekenberg explosief. Als je de cijfers van de Boekenberg  - als een index vanaf 2017 - afzet tegen de landelijke ontwikkeling van het aantal volwassen leden kom je tot deze grafiek. 


Van de 100 volwassenen die in 2017 lid waren in Nederland, waren er in 2023 nog 96 over. Waar er in Spijkenisse in 2017 100 volwassen leden waren, zijn er nu 224. Zijn het ook actieve gebruikers? Nou, in klassiek zien misschien iets minder dan gewone gebruikers maar onderzoek van Rijnbrink naar soortgelijke situatie in Oost-Nederland liet zien dat jongeren deze gratis lidmaatschappen ook wel degelijk gebruiken. Ze lezen waar ze anders niet meer zouden lezen en ze gebruiken de bibliotheek op een veel bredere manier waarbij de bibliotheek als verblijf- en studieplek een hele belangrijke is.

Ondertussen meldde de Boekenberg - nu dus Bibliotheek Zuid-Hollandse Eilanden in een LinkedIn-bericht dat 85% van de jongeren die zich actief hebben ingeschreven voor een gratis lidmaatschap (jongeren die dus nog géén lid waren), lid blijven als ze 30 jaar worden en een betaald abonnement. nemen. Het gratis lidmaatschap wordt op latere leeftijd dus voor de overgrote meerderheid omgezet naar betaalde abonnementen. 

Bestuurlijke daadkracht om te verruimen

De verruiming van het gratis lidmaatschap is dus een ontegenzeggelijke trend. Wettelijk zijn bibliotheken en gemeenten verplicht om het bibliotheeklidmaatschap gratis te laten zijn voor kinderen tot en met 17 jaar (artikel 13 Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen). Ook de online bibliotheek, die landelijk georganiseerd wordt, moet voor jeugdigen zonder financiële drempel toegankelijk zijn. Maar ondertussen zijn bibliotheken en gemeenten dus al een stuk verder dan wat nu wettelijk wordt voorgeschreven. 

Die ontwikkeling sluit aan op het in 2024 ondertekende Bibliotheekconvenant waarin het Rijk, de provincies (IPO), de gemeenten (VNG), de Koninklijke Bibliotheek, de provinciale ondersteuningsinstellingen (SPN) en de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) inhoudelijke afspraken maakten. 

Eén van die doelstellingen - onder de lijn Leven Lang Ontwikkelen is:

'Partijen onderzoeken hoe het bereik en gebruik van bibliotheken te vergroten, bijvoorbeeld door in gemeenten het gratis lidmaatschap voor de lokale bibliotheek te verruimen.' 

In het najaar van 2025 gaf het ministerie van OCW in het verlengde van deze doelstelling opdracht aan AEF om dit nader te onderzoeken. De uitkomsten van dit onderzoek worden zeer binnenkort verwacht. 

Het amendement van Mohandis: bibliotheek gratis tot 27 jaar

Ondertussen komt de behandeling van de wetswijziging er aan. En in die aanloop heeft Kamerlid Mohandis van GroenLinks-PvdA (PRO) een amendement ingediend om bovengenoemde artikel 13 te wijzigen en te zorgen dat iedereen tot 27 jaar gratis gebruik kan maken van de bibliotheek. Hij had hier eerder al op aangedrongen maar toen was de wetswijziging nog niet in behandeling. Dat is nu wel het geval. 

Het amendement van Mohandis sluit dus aan bij de ontwikkeling die we bij veel bibliotheken zien en die op een groot aantal plekken dus al gemeengoed is. We zagen ook dat 20% van de bibliotheken die stap binnen een jaar zette. De implementatie is dus goed en snel mogelijk. Het sluit ook aan op de bestuurlijke afspraken die zijn gemaakt in het bibliotheekconvenant. En we zien dat het werkt... 

Natuurlijk zijn er wel wat beren op de weg te noemen. Zo moeten er afspraken komen voor de Online Bibliotheek. Boven de 18 mag je die niet aanbieden bij gratis abonnementen. Wil je dat tot 27 jaar wel regelen dan moeten daar nadere afspraken komen met rechthebbenden. Deze worden gemaakt tussen ministerie, de Vereniging van Openbare Bibliotheken, de KB en auteurs en uitgevers. Dit betekent dat hier een aanvullende bijdrage voor moet komen. 

Daarnaast kennen bibliotheken wel degelijk wat verlies van inkomsten van bibliotheken. Het gaat niet om de grootste post maar toch. Het onderzoek dat AEF doet - in opdracht van het ministerie - zou daar wel eens wat licht op kunnen werpen denk ik. 

Niet van belang bij gratis lid tot 27 jaar maar wel bij iedereen gratis lid: het BTW-probleem

Tja, en dan nog zoiets saais als BTW. Bibliotheken hebben inkomsten met zowel subsidie als eigen inkomsten. Omdat bibliotheken voldoende eigen inkomsten hebben mogen ze BTW verrekenen. We dragen ontvangen BTW af maar betaalde BTW mogen we terugvorderen. Met andere woorden: wij kopen in feite in exclusief BTW. Als onze inkomsten te ver dalen zou de Belastingdienst kunnen zeggen dat we die BTW niet meer mogen verrekenen. 

Toch hoef je daar bij het gratis lidmaatschap (tot een bepaalde leeftijd) niet echt bang voor te zijn. Bibliotheken hadden namelijk bijna geen inkomsten uit die leeftijdsgroep en er gaan dus ook nauwelijks inkomsten verloren zoals blijkt uit de langjarige ervaring van de Boekenberg.

Mocht je ooit álle Nederlanders gratis lid willen maken dan is dit nog wel een punt. Mocht dat ooit wel het geval worden dan begreep ik van een fiscaal specialist dat de sector gebruik zou kunnen maken van het BTW-compensatiefonds. Dit fonds compenseert namelijk ook wettelijke taken van overheden en aangezien er een zorgplicht gaat gelden, kun je dit als wettelijke taak aanmerken.

Alternatieve abonnementen voor minima, stadspassen, professionals en vrijwilligers

Dan voeg ik hier toch nog apart woord toe over het beleid van gemeenten zelf, dus niet van de bibliotheken. Veel gemeenten kennen beleid waarbij mensen met een laag inkomen ondersteund worden om lid te worden van een sportclub of bibliotheek. Deze regelingen vallen vaak buiten de reguliere abonnementenstructuur en heb ik ook buiten beschouwing gelaten. In bijna elke gemeente is wel zo'n regeling aanwezig. De provincie Limburg startte hier een provinciebreed traject voor dat inmiddels met interesse door meerdere provincies gevolgd wordt. 

Wat we ook niet in het onderzoek hebben meegenomen zijn de abonnementen die op sommige plekken aan groepen professionals of vrijwilligers worden verstrekt. In Utrecht en Amsterdam krijgen leraren bijvoorbeeld een gratis bibliotheekpas. En op andere plekken hoorde ik plannen om alle vrijwilligers van een dorp of stad een abonnement te geven.

Tot 27 jaar gratis in de bibliotheekwet?... Graag! 

Tja, wie naar de snelheid van deze ontwikkeling kijkt, ziet dat dat amendement van Mohandis helemaal geen gekke gedachte is. En dat het helemaal niet gek is om nu dat balletje op te gooien bij de behandeling van de bibliotheekwet. Een groot deel van de gemeenten is al overgestapt naar een model waarbij een vorm van gratis lidmaatschap bestaat. Daarbij is het verhogen van de leeftijd van 18 jaar naar een leeftijd van bijvoorbeeld 27 jaar de meest gevolgde vorm. En ja, daar is natuurlijk wel wat implementatietijd voor nodig, een oplossing voor de online bibliotheek en wellicht ook nog wat extra middelen. 

En op langere termijn zou een gratis lidmaatschap voor alle Nederlanders zo maar eens tot de mogelijkheden behoren. Zie dat als een pas voor alle Nederlanders om toegang te krijgen tot een Leven Lang Ontwikkelen. Voor nu nog een weg met te veel hobbels verwacht ik door het BTW-probleem. Maar het zou een prachtige stap zijn voor een land waarbij een Leven Lang Ontwikkelen hoog in het vaandel staat.

Ik zou zeggen: verhoging van de leeftijd van een gratis bibliotheekabonnement mag wat mij betreft mee bij de wijziging van de Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen!

Toelichting op het onderzoek en dank

Voor deze cijfers heb ik samengewerkt met Hidde Stobbe van de Vereniging van Openbare Bibliotheken. Hij heeft in de afgelopen maand alle websites van bibliotheken bezocht en gekeken welke abonnementen er zijn. Soms met navraag bij bibliotheken als er onduidelijkheden waren. Dat alles is met  zoveel mogelijk zorgvuldigheid en naar eer en geweten gedaan. Daarbij geldt dat we een momentopname maakten in een situatie die snel verandert. Toch kan het zijn dat we iets gemist hebben. Word niet boos maar geef het door, liefst via een persoonlijk bericht.  Van een paar bibliotheken hebben we te horen gekregen dat zij op het punt stonden van invoering. Daarbij hanteerden we de regel dat er  harde zekerheid moest bestaan over de invoeringsdatum en dat die datum binnen twee maanden na uitvoering van het onderzoek lag.  

zondag 22 maart 2026

De bibliotheek: Ver weg en toch zo dichtbij....

Een bibliotheek binnen 'redelijke' afstand

De wijziging van de bibliotheekwet moet ervoor zorgen dat er in elke gemeente een bibliotheek is en blijft. Maar dat is niet het enige: het moet ook binnen een redelijke afstand. In lid 1 van artikel 6 komt te staan:

'Het college van burgemeester en wethouders dan wel het bestuurscollege voorziet in een aanbod van bibliotheekvoorzieningen, dat binnen redelijke afstand voor de inwoners toegankelijk is.'

Tja, wat is een redelijke afstand? En wat wordt verstaan onder een bibliotheekvoorziening? Ik pakte daarom de statistieken van het CBS er weer eens bij die al jaren de nabijheid van bibliotheekvoorzieningen bijhouden. In 2024 was de gemiddelde afstand tot een bibliotheeklocatie (alle voorzieningen) 1,8 kilometer, tot een bibliotheekvestiging of -servicepunt 2,0 kilometer en tot een bibliotheekvestiging 2,2 kilometer. 

Nu volgende maand de behandeling van de wetswijziging in de Tweede Kamer begint, is het toch aardig dit punt nog eens uit te diepen. Over die behandeling schreef de Vereniging van Openbare Bibliothek in hun goede nieuwsbrief al wat daar nu over bekend is. Daarin werd gemeld:

'Op 16 april 2026 vindt er een rondetafelgesprek plaats over twee elementen van het wetsvoorstel, namelijk de zorgplicht voor gemeenten en de samenwerking tussen bibliotheken en het onderwijs. Op 23 april 2026 vindt er een schriftelijk overleg plaats. Kamerleden dienen schriftelijk vragen in die door het ministerie worden beantwoord. Rond de zomer vindt naar verwachting de plenaire behandeling van de wet plaats. Tot slot wordt er nog een analyse over het wetsvoorstel uitgevoerd door de ondersteunde staf van de Tweede Kamer.'

Bent u weer bij. Nu snel door naar landkaartjes over nabijheid en wat je daarvan kunt zeggen en vinden.

Een bibliotheeklocatie op minder dan een kilometer

Ik dacht, ik begin maar eens met gemeenten waar heel dichtbij een bibliotheekvoorziening is. Op minder dan één kilometer. En daarbij heb ik de kolom genomen van 'alle typen' voorzieningen. Welk type voorzieningen er allemaal kunnen zijn is benoemd in de ministriële regeling 'Gegevenslevering Openbare Bibliotheken'. Daarin worden onderscheiden: vestigingen, servicepunten, mini-servicepunten, bibliobushaltes, zelfbedieningsbibliotheken en afhaalpunten. 

Onder een locatie vallen dus alle typen voorzieningen. Ik selecteerde op minder dan één kilometer en dat is dus ver onder het landelijk gemiddelde van 1,8 kilometer. Dan kom je tot bovenstaande kaartje. Het zijn 21 gemeenten op de kaart. En wat opvalt: het zijn lang niet altijd stedelijke gebieden. Zeker die zitten er ook tussen: Emmen, Almelo, Schiedam en Apeldoorn. Het zijn ook veel 'plattelandsgebieden': Veere, Noord-Beveland, Tholen en Reimerswaal. En de eilanden Schiermonnikoog en Vlieland. 

Hieronder vindt u het hele lijstje van gemeenten, ook met de andere cijfers erbij voor vestigingen en servicepunten.

Die korte afstand is voor mij goed te verklaren. Het zijn vaak plekken met een bibliobus of met veel afhaalpunten of mini-bibliotheken. De omvang en openingstijden van die voorzieningen verschillen nogal. Bussen kennen statijden die vaak enkele uren omvat. De afhaalpunten kunnen vaak veel open zijn maar kennen bijna nooit een personele bezetting. En we zien in de lijst ook enkele gemeenten met servicepunten. 

Wie snel door de lijst kijkt, ziet ook al iets anders opvallends. Een bibliotheeklocatie dichtbij betekent nog niet altijd een vestiging of servicepunt dichtbij. En dat leidde tot de volgende kaart.

Overigens wie wil weten wat het verschil is tussen een servicepunt en een bibliotheekvestiging: allebei zijn het bibliotheken met een collectie en professioneel personeel. Het onderscheid is dat een vestiging meer dan vijftien uur bemand geopend moet zijn en een servicepunt tussen de  vijf en vijftien uur. 

Een bibliotheekvestiging op meer dan vijf kilometer


Na die kaart met locaties heel dichtbij, zette ik dus eens op een rij waar een vestiging heel ver weg is. Daarbij heb ik de grens van vijf kilometer gepakt. Ruim meer dan de 2,2 kilometer die het landelijk gemiddelde is. Op deze kaart staan tien gemeenten. Die ziet u hier op de kaart. Het gaat om gemeenten als Roerdalen, Alphen-Chaam en Lopik. Dat zijn gemeenten die in het verleden bestempeld werden als 'witte vlekken' omdat er in die gemeenten nog geen volwaardig bibliotheekwerk zou zijn. De SPUK-regeling was juist ook bedoeld voor deze gemeenten. In Roerdalen en Alphen-Chaam zijn er bloeiende vrijwilligersbibliotheken met professionele ondersteuning voor de Bibliotheek op school en in Lopik was een bibliotheek actief die buiten het stelsel viel. In Lopik heeft men ondertussen aansluiting gezocht bij Bibliotheek Lek en IJssel en kunnen we hier de data van 2024 als achterhaald beschouwen. In Roerdalen wil men vasthouden aan de huidige structuur volgens dit persbericht.  Van Alphen-Chaam heb ik op dit moment geen beeld. Maar ook in al deze gemeenten zien we dat inwoners graag een bibliotheek hebben en zich daar ook graag voor inzetten. De gemeente Zundert - ook op dit lijstje - opende afgelopen jaar met de SPUK-middelen een nieuwe vestiging. Ik vermoed dat daar de afstand dus ook terugloopt. 

Maar dat is maar het halve verhaal... Wie verder kijkt ziet ook dat er op deze kaart gemeenten staan die we ook in de vorige kaart zagen waarbij de bibliotheekvoorziening juist heel dichtbij was. Het gaat dan om Vlieland, Schiermonnikoog, Noord-Beveland, Veere en Simpelveld. 


Daar waar de bibliotheek dus eerst zo dichtbij leek, daar blijkt de bibliotheekvestiging zo ver weg. Vaak heel verklaarbaar zoals in het geval van de Waddeneilanden of de bibliobus in Zeeland. Ver weg en toch zo dichtbij, lijkt daar de paradox. En het roept de vraag op wat nou de juiste combinatie aan voorzieningen is?

Wat is de goede mix aan voorzieningen? Vier factoren die meespelen
Tja, zeg het maar. Waar doe je goed aan als bibliotheek, als gemeentebestuur en als groep van inwoners die graag iets in de eigen kern wil? Eén ding weet ik wel: er is géén standaardformule voor. Wel is er iets te zeggen over de factoren die een rol spelen. Zo voor de vuist weg, noem ik er vier.

Factor 1: Omvang van kernen
Elke gemeente is anders. Ik ken een gemeente van ruim 30.000 inwoners die maar uit één kern bestaat. En ik ken een buurgemeente met evenveel inwoners die ook ruim 30.000 inwoners heeft maar vier grote kernen en zes kleine. Wat doe je dan? 

Factor 2: Aanwezigheid van samenwerkingspartners
Een tweede factor die vooral voor kleinere kernen meespeelt, is de aanwezigheid van samenwerkingspartners. Dan aan maatschappelijke voorzieningen, een winkel of een school. Als je samen met een partner open kunt, scheelt dat veel. Je kunt samen meer open, je kunt kosten delen en samen activiteiten ondernemen. In de ene kern heb je meer mazzel hiermee dan in een andere kern. 

Factor 3: Een bibliobus
Een aantal gemeenten die een hele kleine gemiddelde afstand kennen, hebben een bibliobus. Dat is een beleidskeuze. Het zorgt ervoor dat je op heel veel plekken - vaak met een korte statijd - kunt zijn. Het is een enorme boost aan je toegankelijkheid. Maar het is soms ook een belemmering om in een kern tot een andere keuze te komen. En het is wel degelijk mogelijk om samen te werken met partners in een bibliobus maar het is in de regel minder eenvoudig. 

Factor 4: Geld
Tja, de olifant in de kamer is natuurlijk ook gewoon de hoeveelheid geld die beschikbaar is. Met meer financiële middelen kun je op meer plekken zijn. En hoeveel geld er beschikbaar is, bepaalt in hoge mate het gemeentebestuur.

Het schillenmodel voor een redelijke afstand en een gebalanceerde mix aan voorzieningen voor de hybride bibliotheek


Wat een redelijke afstand is voor een bibliotheekvoorziening is dus niet eenduidig te zeggen. Het is een mix van factoren die daarvoor zorgt. De zorgplicht en de AMvB die aanwijzingen geeft voor het meerjarenplan, wijst gemeenten er in ieder geval op dat het uitlegbaar moet zijn dat er binnen een redelijke afstand een volwaardige bibliotheekvoorziening beschikbaar is. De verschillende functies van de bibliotheek kunnen daarbij verschillend ingevuld worden: een afhaalpunt dichtbij, een spreekuur in een buurthuis en een kleine theaterzaal in de hoofdvestiging. In het gemeentelijk meerjarenplan dat voortvloeit uit de zorgplicht moeten gemeenten - samen met bibliotheken - daar invulling aan geven.

Duidelijk is dat men zich daarbij niet moet blindstaren op één type voorziening. Het gaat om een mix van voorzieningen: fysiek en digitaal. De hybride bibliotheek dus.  Hierboven ziet u het plaatje dat ik ooit samen met de gemeente Almelo en de bibliotheek maakte bij de investeringen in twee nieuwe voorzieningen vanuit de SPUK-middelen. Daarbij zie je dat álle voorzieningen als een geheel moeten worden gezien: van hoofdvestiging tot boek-aan-huis en van digitale bibliotheek tot Bibliotheek op school.  Die mix moet passend zijn voor de betreffende gemeente en de financiële mogelijkheden die er zijn. Het zou niet gek zijn om zo'n plaatje ook mee te nemen in de handreiking  van VNG die zij nog maken over de zorgplicht en het meerjarenplan. 

Wie denkt dat dit plaatje nieuw is: ik gebruik deze opzet al zeker twintig jaar bij mijn bibliotheekadviezen en ik heb het weer gestolen van Jos Debeij die het voor mij al gebruikte. De benamingen zijn ondertussen wellicht aangepast aan de tijdsgeest maar de opzet staat nog steeds.

Ver weg en toch zo dichtbij...

De definitie van wat ver weg is en wat dichtbij is dus nog niet zo eenduidig.

Wat helder is, is dat je je niet moet blindstaren op één type voorziening maar naar het geheel en in een mix. Gemeenten zullen hier - samen met bibliotheken - in de gemeentelijke meerjarenplannen een visie op moeten geven. Bovenstaande model kan daarbij helpen om het gesprek te voeren en te komen tot een wijze invulling passend bij de omvang van de gemeente, de hoeveelheid kernen, samenwerkingspartners en de hoeveelheid middelen. 

Bibliotheekwerk is veel meer dan een bibliotheekvestiging. En wie in deze blik meeneemt dat de Nederlandse bibliotheken ook al meer dan 3.500 Bibliotheken op school ondersteunen, we op tal van creatieve manieren in kleine kernen en wijken zitten, of dat de digitale bibliotheek tot in de huiskamer komt, heeft door dat we al veel dichterbij zijn dan menigeen denkt.

Veel wijsheid met deze mooi mix van voorzieiningen van de hybride bibliotheek!

zondag 15 maart 2026

Hoe afhankelijk zijn bibliotheken en boekhandels van de top-100?

De Boekenweek is begonnen! Een optimistische week om het lezen en de taal weer eens flink in het zonnetje te zetten. En die aandacht is goed en misschien ook wel heel erg nodig. Lange tijd daalde het aantal uitleningen bij bibliotheken. Dit terwijl het aantal activiteiten flink steeg. Bij boekhandels bleef de verkoop jaren redelijk stabiel maar verschoof veel naar de online verkoop waardoor fysieke winkels het lastig hadden. Het leidde bij vakmensen aan beide zijden wel eens tot verzuchting dat de collecties steeds smaller werden en boekhandels steeds meer dreven op de kurk van bestsellers. Maar klopt het ook? Is het aandeel van bestsellers bij boekhandels en bibliotheken zodanig dat er geen bibliotheek of boekhandel zou zijn zonder die top-100? Is er sprake van Bestselleritis? Die gedachte kwam bij mij op omdat elk jaar het CPNB samen met verschillende partners bekend maakt wat de top-100 meest uitgeleende boeken zijn en wat de top-100 aan meest verkochte boeken zijn. 

Die twee lijsten combineerde ik met andere databestanden en daarmee krijg je een zicht op hoe sterk bibliotheken en boekhandels afhankelijk zijn van bestsellers.

Deel 1: Bibliotheken

Top-100

We beginnen bij mijn eigen honk: de bibliotheken. Openbare bibliotheken collectioneren niet voor de eeuwigheid. En het zou dus best kunnen dat die top-100 een steeds groter aandeel inneemt. Maar hoe groot? Ik pak het bestand van de CPNB erbij. De top-10 van de top-100 van meest uitgeleende boeken bij bibliotheken in 2025 zit er als volgt uit. Dan hebt u een beeld

Opvallend is dat op nummer 1 nog steeds een boek staat dat in 2021 uit kwam. Verder nog een boek uit 2013, 2016, 2019 en veel boeken uit 2023 en 2024. Maar één boek in de top-10 is uit 2025. Niet heel verwonderlijk omdat een boek dat in 2025 door een bibliotheek is aangeschaft vaak maar een deel van 2025 ook uitgeleend kan worden. 

U ziet ook dat het aantal uitleningen erbij is gezet. De nummer één heeft 48.000 uitleningen en de nummers twee tot tien tussen de 20.000 en 35.000 uitleningen. Door dat uit te middelen kun je redelijk nauwkeurig berekenen hoeveel uitleningen er in de totale top-100 zijn gemaakt. 

Top-100 versus de rest van de collectie

De hele top-100 van uitgeleende boeken zorgt volgens die bereken voor 1.514.000 uitleningen. Die kun je afzetten tegen het totaal aantal uitleningen. De laatste bekende jaarcijfers van uitleningen zijn 54.274.740  fysieke uitleningen (2024) en  9.376.526 uitleningen in de online bibliotheek (2025). In totaal een slordige 63 miljoen uitleningen Als je de top-100 ervan aftrekt weet je dat er dus buiten de top-100 er nog 62,1 miljoen overige uitleningen zijn geteld. Als je dat in een grafiek naar verhoudig weergeeft, ziet dat er zo uit.


Ja, het kost nog moeite om de onderste tekst in dat kleine vakje te krijgen. De top-100 zorgt bij bibliotheken voor 2,4% van de uitleningen. De overige 97,6% komt dus van het rijke scala aan andere titels. Bibliotheken zijn er dus vooral voor de brede collectie en is veel breder dan de top-100.

Toch zijn er nog twee opmerkingen van belang denk ik.

Kinderen en jeugd

Een belangrijke factor om te realiseren is dat het bezoekersbestand van bibliotheken voor meer dan de helft uit kinderen bestaat. Bibliotheken zijn grote afnemers van jeugdboeken en ik ben er eigenlijk wel van overtuigd dat er minder kinderboeken zouden uitkomen als er geen bibliotheken waren. Het percentage jeugdboeken in de top-100 ligt ver beneden die helft. Als ik het moet inschatten is het niet meer dan 20%. Kinderen lezen dus veel breder dan volwassenen en zijn dus minder gevoelig voor de top-100. 

Online bibliotheek levert relatief groot aandeel in bestsellers

Er is nog een opmerking van belang. En dat is het meetellen van de online bibliotheek. Die is namelijk meegeteld bij de top-100. En die heeft een aanzienlijke invloed.  Navraag leert dat van de 48.000 uitleningen van de nummer 1 - de Camino - er 34.000 komen uit de online bibliotheek en maar 14.000 uit de fysieke collecties. Van het totaal aan top-100 uitleningen, die 1,5 miljoen,  komen er iets meer dan 880.000 uit de fysieke uitleen en dus zo'n 632.000 uit de online uitleen. Met andere woorden: de top-100 wordt voor 40% gevuld met uitleningen uit de online bibliotheek. De online bibliotheek zorgt er dus voor dat bestsellers meer uitgeleend kunnen worden. Dat is natuurlijk ook een voordeel van ons model waarbij één ebook meerdere malen tegelijk geleend kan worden (mag lang niet in alle landen, tel uw zegeningen). En het zegt dus ook dat fysieke collecties een bredere spreiding kennen dan de online bibliotheek.

Deel 2: Boekhandels

Top-100

Laten we dan eens kijken hoe dat bij de boekhandels is. Daar wordt altijd gezegd dat ze op de kurk van beststellers drijven. Mijn verwachting is dus dat het aandeel veel groter zal zijn bij boekhandels. Ook hier heeft de CPNB weer een keurige top-100 gemaakt waarvan ik hier weer de top-10 laat zien. 


Twee dingen vallen op: dit is een compleet andere top-10. Er is een overlap van twee titels. En we zien - in tegenstelling tot de bibliotheken - in deze top-10 vooral boeken uit 2024 en 2025. Ook hier zien we weer dat het CPNB keurig aangeeft wat het aantal exemplaren is en wat de prijs. Als je dat allemaal doorrekent is het mogelijk om vrij nauwkeurig de omzet te berekenen die voortkomt uit de top-100.  Die komt uit op € 86.929.085,-.

Top-100 versus de overige omzet

De totale omzet van de boekhandels van 2025 was  € 699 miljoen. Wie de omzet van de top-100 hiervan afhaalt houdt dus  € 612.070.915,- aan overige omzet over. Grafisch ziet dat er voor boekhandels op de volgende manier uit. 


Bij boekhandels zorgt de top-100 voor 12,4% voor de omzet. De overige 87,6% komt uit alle andere titels. Boekhandels zijn dus zeker afhankelijker dan bibliotheken van de top-100 maar er is zeker geen sprake van Bestselleritis. Zelf had ik verwacht dat het aandeel van die top-100 bij boekhandels nog groter zou zijn. 

De Volkskrant besteedde in juni 2025 hier al aandacht aan en zag dat het aandeel van top-100-titels de afgelopen jaren flink daalde. Daar lieten ze toen deze grafiek bij zien. De uitkomsten die ik hier uitreken liggen precies in lijn met dat artikel. 

Bibliotheken en boekhandels lijden niet aan Bestselleritis

Wie bibliotheken en boekhandels procentueel nog eens naast elkaar zet, krijgt de volgende grafiek.


Ik geef toe: dit is geen meerjarig en uitgebreid onderzoek maar ik durf wel te stellen dat bibliotheken en boekhandels zeker niet aan Bestselleritis lijden. De top-100 neemt zeker bij boekhandels een grotere plaats in maar er is zeker ruimte voor een breed aanbod. Voor bibliotheken geldt dit nog sterker. Dit ligt in lijn met een onderzoek dat ik in 2023 deed waaruit bleek dat bibliotheken niet 1:1 rationeel hun collecties verkleinen. Collecties worden wel kleiner maar het aantal titels neemt niet evenredig mee af. Eigenlijk worden collecties zelf minder efficiënt dan in het verleden als we kijken naar de uitleenfrequentie (hoe vaak wordt een gemiddeld boek per jaar uitgeleend). 

Toch is een kleine pas op de plaats wel nodig. In 2017 schreef ik ook eens over Bestselleritis. Dit omdat een journalist mij belde of bibliotheken echt zo rationeel collecties verkleinden. Ik zocht toen voor hem naar de auteur Sybren Polet en kwam er achter dat deze schrijver in een afzonderlijke bibliotheek slecht verkrijgbaar was maar dat het provinciale netwerk al een hele uitkomst bood en het landelijk netwerk daar nog op aansloot. Frank Huysmans reageerde terecht op dat artikel met onder andere de woorden:
'Om te meten of het aandeel van de bestsellers over tijd is gestegen, zou je gebruik moeten maken van een ongelijkheidsmaat zoals het eerste deciel (de top 10-procent) gedeeld door het tiende (de minst uitgeleende 10% boeken), of de Gini-coëfficiënt.'
Ik weet zeker dat 99% van de lezers nu is afgehaakt bij deze tekst. Ik moest het destijds ook opzoeken wat Frank Huysmans precies bedoelde. Maar hij heeft wel gelijk. Als je het echt wilt vaststellen heb je meer ankerpunten en data nodig. Het kenmerkt  onze sector:  zo heel veel reken- en onderzoekskennis is er op dit punt niet. Een paar uitzonderingen daargelaten natuurlijk.

Naar een Gezamenlijk Collectieplan 2026-2030

Interessant om nog te melden is denk ik dat op dit moment wordt gewerkt aan de afronding van het Gezamenlijk Collectieplan 2026-2030. Het concept hiervan kun je hier vinden (wel achter het hekje van Biebtobieb). Daarin zie je ook hoe experts en directeuren uit het hele stelsel binnen onder andere bovenstaand gegeven, tot goede afspraken te komen. Die afspraken zijn veelal kwalitatief en dat is prima. Veel lof daarvoor. 

En toch hoop ik ook dat we samen nog iets meer reken- en onderzoekskracht kunnen organiseren. Het gaat om collecties waar we jaar na jaar in investeren en daarmee toch nog wel om grote aantallen en dito bedragen. Kleine verbeteringen kunnen de sector als geheel kwaliteitswinst of efficiency opleveren. Ik denk bijvoorbeeld dat er kwaliteitswinst moet zijn te vinden bij de invoering van het gezamenlijke bibliotheeksysteem en het omgaan met collecties en onderling leenverkeer. Een beetje rekenwerk zou daar nog wel eens tot iets moois kunnen leiden. 

Het onuitgegeven boek en mensen met hun verhaal

En tot slot zijn er nog mooie initiatieven zoals het Boekenspektakel in Utrecht waar je je onuitgegeven boek in de bibliotheek kunt brengen. Boeken die de uitgevers niet willen omdat het niet commercieel te maken is. Maar het zijn stuk voor stuk boeken gemaakt door mensen met een verhaal. Mensen die de passie en drang voelden om woorden toe te vertrouwen aan papier. Woorden waarmee ze zichzelf uitdrukten en woorden gaven om de weg naar de ander - de lezer - te overbruggen. Wij leven in taal... En dat is ook de boodschap van kunstenaar Louwrien Wijers waar je hier boven een foto van ziet (nog even te zien in het Fries Musuem).

In die wereld staan bibliotheken en boekhandels: een wereld waarin we leven in taal, een wereld van woorden waarmee we ons uitdrukken en de weg naar de ander overbruggen. En omdat iedereen anders is, zijn er ook zoveel boeken. 

Velen genieten daarbij van de top-100, en terecht, maar er is gelukkig nog zoveel meer. En Bestselleritis? Nee, niet aangetroffen.