donderdag 8 december 2016

Alle hens aan dek! De cijfers achter 18% laaggeletterdheid bij jongeren

Het was dinsdagavond. En ik twitterde dit bericht:

In presentaties voor gemeenteraden haalde ik vaak al aan dat uit Pisa-onderzoek bleek dat 14% van de 15-jarigen laaggeletterd was. Ik vertel er dan bij dat dit allemaal kinderen zijn die na 2000 zijn geboren. Het is geen jaren '50 of '60. Nee, dit is nú!

En dat aantal is dus opnieuw gestegen. 18%. Bijna één op de vijf. In Nederland worden bijna 500 baby's per dag geboren. Daarvan zijn er dus bijna 100 als ze vijftien zijn laaggeletterd. Ook vandaag zijn die dus geboren. Het bericht bleef nog lang in mijn hoofd: hoe kon dit? Wat gebeurt er toch? En dat ondanks alle extra initiatieven rondom taal en lezen.

Tijd om dus wat verder in het PISA-onderzoek te duiken en de cijfers eens wat beter te bekijken. Want een retweet is snel gedaan. Maar wat zit erachter? En wat doen we er mee?

PISA
Volgens de eigen website is PISA:
'een internationaal peilingonderzoek naar de kennis en vaardigheden van 15-jarigen. Sinds 2000 wordt elke drie jaar in een groeiend aantal landen een representatieve steekproef van scholen en daarbinnen leerlingen getrokken. Deze leerlingen maken toetsen voor leesvaardigheid, wiskundige geletterdheid en natuurwetenschappelijke geletterdheid. Het doel van PISA is vast te stellen in hoeverre het onderwijsstelsel in de deelnemende landen leerlingen opleidt tot zelfstandige burgers.'
Eén van de onderdelen in het onderzoek is leesvaardigheid en dat volgen ze dus al vele jaren. Hierboven ziet u wat het percentage laaggeletterde 15-jarigen in Nederland in de afgelopen 15 jaar. We begonnen op 11,5% en via wat gewiebel zitten we nu op 18%.

De droge conclusie van PISA:
Ondanks de geconstateerde fluctuaties lijkt het percentage laaggeletterden in Nederland dus toe te nemen. 
We dweilen met de kraan open...
Want waarom is dit nu zo'n groot probleem? Nou, omdat geen kind laaggeletterd geboren wordt. Als iedereen met voldoende taal in aanraking zou komen en leesplezier zou kennen tijdens zijn of haar jeugd is het probleem bij de volgende generatie opgelost. En wat we hier zien is dat juist dat de volgende generatie meer laaggeletterden kent dan de huidige. Met andere woorden: we dweilen met de kraan open.


Nederland zakt internationaal weg
Is het in andere landen ook zo beroerd? Het antwoord is  ja en nee. Wie kijkt naar bovenstaande grafiek  kijkt, ziet dat Nederland nog steeds beter dan gemiddeld scoort op de OESO-index maar dat Nederland ook harder wegzakt dan de gemiddelde index.

Wie kijkt naar de positie van Nederland binnen de OESO- of EU-index ziet dat Nederland daalt van respectievelijk de 8e naar de 12e en van de 4e naar de 7e positie.

Ambitie leescoalitie
Eind 2014 maakte Prinses Laurentien bij het bibliotheekcongres de ambitie van de Leescoalitie bekend: In 2025 verlaat geen enkel kind de basisschool met een leesachterstand en in 2025 is elke volwassene geletterd of bezig dat te worden.

Die ambitie lijkt verder weg dan ooit. Lijkt zeg ik met opzet. Want tegelijkertijd zie ik in de samenleving steeds meer mensen opstaan die als taalmaatje of als buddy meewerken. Ik zie steeds meer bibliotheken met programma's rond bibliotheek op school en taalhuizen. Ik zie meer en meer gemeenten, provincies en ministeries die opstaan en zeggen dat hier wat aan moet gebeuren. En nog een klein voorbeeld: ik hoorde laatst dat in de CAO voor de schoonmaakbranche nu is opgenomen dat er extra aandacht en fondsen komen voor laaggeleterdheid in deze branche.

Een mooie rol voor bibliotheken
Daarom zeg ik 'lijkt de ambitie verder weg dan ooit'  Want er is meer energie dan ooit om het probleem aan te pakken. Maar mijn klacht is wel dat de energie die er is, nauwelijks gebundeld is en dat initiatieven nog steeds naast elkaar bestaan. Het bedrijfsleven weet niet wat er bij het maatschappelijk middenveld gebeurt en de scholen en kinderdagverblijven weten niet wat er voor volwassenen gebeurt. Er moeten veel meer onderlinge verbindingen komen.

Ik zie daar een hele mooie rol voor bibliotheken: verbind bedrijfsleven met maatschappelijk middenveld en verbind de wereld van kinderen met die van volwassenen.

VMBO en Boekstart
De samenwerking met onderwijs en bibliotheken blijft prioriteit. Als u dacht dat u klaar was met een schoolbibliotheek op elke basisschool: vergeet het maar. De komende jaren is een uitrol naar met name het leesonderwijs op het VMBO nodig. Die 1.000 woorden per jaar die je leert door 15 minuten per dag te lezen kunnen ze daar goed gebruiken.

Maar er is nog veel meer: juist in de jongste jaren moet de winst gemaakt worden. Boekstart is nog maar het begin. De komende decennia zullen we onze programma's op dit terrein fors moeten uitbreiden. Substantiële delen van onze subsidie zullen hier naar toe gaan.

Intensiveren
Verder: het kan niet anders of verschillende overheidslagen gaan hun investeringen hierin intensiveren. Gelijke kansencoalitie, Tel mee met Taal, Armoedebeleid, Onderwijs vanuit allerlei beleidsportefeuilles gaat dit komen. Gaan we ons daar als bibliotheeksector samen voor aanbieden? Wat mij betreft wel.

Want die ambitie van de leescoalitie: ik geloof daar echt in. In 2025 verlaat geen kind de basisschool met een leesachterstand en iedereen geletterd of bezig dat te worden.

Alle hens aan dek!

2 opmerkingen:

Nicolien Badura zei

Zeer eens. Het zou goed zijn als alle consultatiebureaus bij alle bezoeken van ouders zeggen dat voorlezen en praten met je kind helpt. Te veel ouders praten nauwelijks of niet met hun kind als het zelf nog niet praat. Maatregel kost niks en is heel effectief. Alleen een boekstartkoffertje meegeven, is niet voldoende.

Mark Deckers zei

@Nicolien Badura: welkom hier en dank voor je reactie! De rol van ouders is de grootste in dit hele verhaal. Bekend is dat juist ouders die dit niet van nature doen, van veel kanten moeten horen dat dit belangrijk is: van consultatiebureaus tot onderwijzers en van bibliothecarissen tot zelfs bijvoorbeeld werkgevers (die hun medewerkers in de rol van ouders aanspreken).