Posts tonen met het label eleonora gehner. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eleonora gehner. Alle posts tonen

donderdag 23 mei 2024

Nog maar acht nachtjes slapen! En dan komt het boek uit over moed en liefde in de Apeldoornse bibliotheek


Een goede week geleden postte ik bovenstaande foto op sociale media. Ik had toen net van de uitgever mijn derde boek gekregen! Over mejuffrouw Gehner en meneer Zwager, het moedige duo in het verzet van de Apeldoornse bibliotheek in de Tweede Wereldoorlog. Nog een paar nachtjes slapen ligt officieel in de boekhandels. Op zaterdag 1 juni om 14.30 uur is de officiële boekpresentatie bij CODA in Apeldoorn. En je kan er gratis bij zijn. Daarvoor moet je je hier even aanmelden. En om je over de streep te trekken: borrel na afloop!

En ja, ik zit dus even in de promotiestand om maar zoveel mogelijk herrie te maken dat dit boek verschijnt. Ik weet gelukkig dat u mild bent en dat u me dat ook wel weer vergeeft. Dus op dit moment bel ik met redacties, check alle laatste draaiboeken en bel nog voor een laatste keer met de uitgever....  En ja, natuurlijk allemaal in mijn vrije tijd. 

Precies 80 jaar geleden, de bibliothecaresse die opstond tegen de bezetter

Op zaterdag 1 juni 2024 is het precies 80 jaar geleden dat mejuffrouw Gehner opstapte als bibliothecaresse en directeur van de Apeldoornse bibliotheek. Er was een hoop gemeen gedoe aan vooraf gegaan. De burgemeester had er eerder al voor gezorgd dat er een aantal extra bestuursleden van NSB-huize zouden komen. De Nederlandse Kultuurraad - bedoeld om cultureel Nederland om te buiten naar nationaalsocialistische snit - bood vervolgens een groot aantal bibliotheken gratis Duitse boeken aan. Het bestuur weigert de gift en er ontstaat een ordinair en vuil steekspel. De burgemeester, de Kultuurraad en ook het ministerie zetten de bibliotheek klem. Met name NSB-burgemeester Pont lijkt zich persoonlijk aangevallen te hebben gevoeld door de weigering van de bibliotheek.

Het bestuur blijft zich dapper verzetten totdat het ministerie op de proppen komt met een soort onder curatele stelling. Alle niet-nationaalsocialistische bestuursleden stappen dan op onder leiding van voorzitter Zwager. Het is dan 12 mei 1944. Drie NSB-bestuursleden blijven over. 

Eleonora Gehner beraadt zich en stapt ook op. Het is dan 1 juni 1944. Vijf dagen voor D-day maar niemand die dat op dat moment wist. De Duitsers proberen haar op te pakken voor deze sabotage maar ze is dan al ondergedoken. 

Hier zie je haar aan haar bureau zitten in de Apeldoornse bibliotheek. De foto is uit 1948.

Onder NSB-bewind

Het NSB-bestuur dat over is stelt een NSB-directeur aan. Het is mevrouw Van Vliegen-Kornelis. Wat er gebeurt onder haar beheer tart elk lot. In het boekje 'In nacht en ijs' dat werd opgesteld door de heer Greve van de Centrale Vereniging (de CV, de voorloper van de VOB) vroeg hij aan alle bibliotheken om hem in te lichten hoe bibliotheken het laatste jaar van de oorlog doorgekomen waren. Over Apeldoorn schrijft hij het volgende. En hoewel ik niet alles wil verklappen, licht dit toch wel een tip van de sluier op. 


Na de oorlog

Mejuffrouw Gehner keert eind mei 1945 terug uit de onderduik en ze gaat weer aan de slag. Opnieuw samen met voorzitter Zwager. Ze bouwen samen de bibliotheek weer op. Makkelijk gaat dat niet. In 1948 vertrekt ze en wordt ze directeur van de bibliotheek in Utrecht. Het huidige netwerk van filialen in Utrecht, komt voor een groot deel op het conto van deze bibliothecaresse. 

Het boek eindigt nog met een liefdesverhaal. Liefde en moed: is er een mooiere combinatie denkbaar?

Wees dus welkom op de boekpresentatie van 1 juni

En, vanaf 31 mei te koop bij alle boekhandels in Nederland . Dus als je al wilt bestellen: deze boekhandel of deze boekhandel is altijd een goede keus.

zondag 17 maart 2024

Hé Mark, hoe gaat het met je boek?

 

'Hé Mark, hoe gaat het met je boek?' is een vraag die me nu weer met regelmaat gesteld wordt. Want: in mei komt mijn derde boek uit! Het is boek dat je hierboven ziet: 'Mejuffrouw Gehner en meneer Zwager : Het dappere duo in het moedige verzet van de Apeldoornse bibliotheek in de Tweede Wereldoorlog'. Mejuffrouw Gehner was directeur van de bibliotheek in Apeldoorn en meneer Zwager was de voorzitter van het bestuur. Op de voorkant van het boek ziet u ze genoeglijk samen.

Vorig jaar juni schreef ik al eens over deze moedige maar ook bizarre geschiedenis. In het voorjaar van 2023 had ik twee keer een week vrij genomen om in archieven rond te neuzen. Heerlijk werk. En ik viel eigenlijk van de ene in de andere verbazing. De achterflap van het boek, die ik dit keer niet zelf schreef, luidt dan ook:
'Op 1 juni 1944 neemt mejuffrouw Gehner ontslag als directeur van de Apeldoornse bibliotheek. Ze wil namelijk niet onder een nationaalsocialistisch bestuur dienen. Mejuffrouw Gehner was de enige openbare bibliotheekdirecteur die in de oorlog uit principe haar werk neerlegde.

Voordat het zover kwam, is er een steekspel met vele schermutselingen met de bezetter en NSB’ers aan vooraf gegaan. Een kat- en muisspel waarbij duidelijk was dat de bezetter altijd het bestuur en de directie van de leeszaal klem kan zetten.

Mark Deckers laat in dit boek zien hoe de bezetter en hun NSB-vrienden achter de rug van het bibliotheekbestuur om stappen zetten om het bestuur ten val te brengen. Dit alles met het doel om te komen tot een zuiver nationaalsocialistisch propaganda-instituut. En ook laat het zien hoe dat idee in het laatste oorlogsjaar weer instort door menselijke hebzucht, onkunde en chaos. Het is een archiefonderzoek dat zich laat lezen als eenn avonturenroman.'
NIOD
Het bijzondere van met name het archiefonderzoek dat ik bij het Nationaal Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) deed, was naar de documenten die nog van de Nederlandsche Kultuurraad beschikbaar waren. De Nederlandsche Kultuurraad was in 1942 opgericht.  Het doel van de raad was om Nederland voor te bereiden: 
'om met eigen aard en eigen kracht en vooral met vastberaden goede wil onze plaats in te nemen in de volkerenorganisatie waartoe wij krachtens onze afkomst en ons wezen behoren. De gehele werkzaamheid van de Nederlandsche Kultuurraad wordt gedragen door de overtuiging dat een nieuwe orde en een nieuw ritme zich in Europa aankondigen'. 

De Nederlandsche Kultuurkamer moest simpel gezegd het Nederlandse cultuurbeleid ombuigen naar nationaalsocialistische aard. Het was voor bibliotheken in de oorlog vooral begonnen met een verbod op allerlei boeken. Maar het moest dus andersom: het nationaalsocialisme moest het uitgangspunt worden. 

En voor de Kultuurraad begon dat voor bibliotheken met een op het oog vriendelijk aanbod: een schenking van Duitse boeken. Uiteraard ook boeken op nationaalsocialistische leest. Het overgrote deel van de bibliotheken - maar lang niet alle - neemt de boeken zonder verzet aan. In Apeldoorn worstelt men met de bezetter over die schenking. Een worsteling die uitloopt op een potje armpje drukken tussen de bezetter en het bibliotheekbestuur. Door documenten uit het archief van het NIOD, het Nationaal Archief en het archief van CODA te combineren kwam ik erachter dat de meerdere partijen achter de rug van de bibliotheek samenwerkten om  het bestuur ten val te brengen. Leidende figuur in alle acties van NSB-burgemeester Pont van Apeldoorn. Een bijzonder figuur overigens. Een man vol 'sturm und drang' en iemand die in zijn gedrag altijd de frontale aanval koos. Hij was al vroeg lid van de NSB, vocht mee aan het oostfront en wordt eind 1942 burgemeester in Apeldoorn omdat NSB-burgemeester Den Besten te coulant zou zijn voor de Joden.

Een opstappend bestuur, een onderduikende directeur en NSB-beheer.

De burgemeester weet het spel zo te spelen dat alle niet-NSB-leden in het bestuur op 12 mei 1944, 25 dagen voor D-day, opstappen. Er blijft een bestuur van drie NSB'ers achter. Maar mejuffrouw Gehner wenst niet met hen samen te werken en stapt op op 1 juni 1944 op. De bezetter komt achter haar aan en wil haar oppakken maar Gehner is dan al ondergedoken. 

Het bestuur stelt een NSB-directeur aan, mevrouw Van Vliegen-Kornelis. Wat er gebeurt onder haar beheer tart elk lot. In het boekje 'In nacht en ijs' dat werd opgesteld door de heer Greve van de Centrale Vereniging (de CV, de voorloper van de VOB) vroeg hij aan alle bibliotheken om hem in te lichten hoe bibliotheken het laatste jaar van de oorlog doorgekomen waren. Over Apeldoorn schrijft hij het volgende. En hoewel ik niet alles wil verklappen, licht dit toch wel een tip van de sluier op. 

Na de oorlog

Mejuffrouw Gehner en meneer Zwager keren beide na de oorlog terug bij de bibliotheek en beginnen moedig aan het herstel van de bibliotheek. Maar het is een moeizame weg want de leden hebben zich namelijk destijds massaal afgewend van de bibliotheek die onder nationaalsocialistisch bestuur stond.   

Voorzitter Zwager en bibliothecaresse-directeur Gehner waren een duo dat de Apeldoornse bibliotheek moedig door de oorlog bracht. En beiden waren bereid om op te staan voor principes en zich uit te spreken. Voor Eleonora Gehner betekende dat zelfs vluchten en onderduiken. 

In 1948 vertrekt Gehner naar de bibliotheek in Utrecht waar de hele geschiedenis nog een romantisch einde zal kennen. Die cliffhanger geef ik u ook maar vast mee. 

Je kan bij de boekpresentatie zijn!

Op dit moment bekijk ik samen met CODA in Apeldoorn, met uitgeverij Waanders en boekhandel Broekhuis naar de voorbereiding van de boekpresentatie. Het zal ergens in mei plaatsvinden.  De exacte datum kan ik nog niet geven maar als je een uitnodiging wil, laat dan gerust je naam bij me achter. Dan krijg je een uitnodiging en hoor je het als eerste. Mocht je mijn gegevens niet hebben, maak dan even een connectie met me via LinkedIn en stuur me dan zo maar een berichtje. 

Het gaat weer een mooi moment worden met aandacht voor een moedig bestuur en een dappere directeur van een bijzondere bibliotheek. 

zondag 25 juni 2023

Eleonora Gehner : de bibliothecaresse die opstond tegen de bezetter


Op de foto ziet u Eleonora Gehner, zij is de moedige bibliothecaresse van Apeldoorn. Zij stond op tegen de Duitse bezetter, moest onderduiken en de bibliotheek viel daarna in handen van nationaalsocialisten. Het is een geschiedenis van moed en zelfs liefde maar ook van machtsspel, boekverbrandingen en vriendjespolitiek.  U leest het goed. Dat allemaal in een bibliotheek. En u hebt een vandaag een première: want zij is het onderwerp van mijn derde boek dat volgend jaar uitkomt. 

De oorlog had twee kanten voor bibliotheken

De rol van openbare bibliotheken in de Tweede Wereldoorlog is er één met twee kanten. Bibliotheken vonden zichzelf in de oorlog erg belangrijk omdat lezen zo ongeveer één van de laatste zaken was die door verduistering, avondklok en allerlei censuur nog mogelijk waren. De uitleencijfers gingen door het dak. Tegelijkertijd was het een tijd waar men zonder noemenswaardig verzet meeboog met censuur door de bezetter. Joodse medewerkers werden zonder protest ontslagen, Het bordje 'Voor Joden verboden' werd opgehangen en Joodse leden werden uitgeschreven. De VOB bracht er vorig jaar, naar aanleiding van mijn boek Geruisloos verdwenen uit de bibliotheekgeschiedenis, zelfs een indrukwekkend statement uit over die zwarte bladzijde.  Kortom: bibliotheken bogen op bijna alle plekken in Nederland bijzonder makkelijk mee onder de terreur van de bezetter.


Een bijzondere geschiedenis
Bijna overal. Er is - voor zover ik heb kunnen vinden - maar één bibliotheekdirecteur geweest die haar functie neerlegde en moedwillig met haar team het verdere functioneren van de bibliotheek onder de bezetter blokkeerde. Het is de moedige Eleonora Gehner, bibliothecaresse en directeur van de bibliotheek in Apeldoorn. 

Die Apeldoornse geschiedenis kwam ik toevallig op het spoor toen ik met mijn tweede boek bezig was over de Joodse medewerkers in het bibliotheekwerk. Ik las toen het boekje 'In nacht en ijs' dat werd opgesteld door de heer Greve van de Centrale Vereniging (de CV, de voorloper van de VOB). Voor dit boekje vroeg de heer Greve aan alle bibliotheken om hem in te lichten hoe bibliotheken het laatste jaar van de oorlog doorgekomen waren.  Ik vroeg het bij het Nationaal Archief het dossier op dat hoorde bij dit boekje.  Het bevatte tientallen verhalen van bibliotheken. Van stekeligheden met den NSB, uitlenen aan onderduikers maar dus ook het verhaal van Apeldoorn. De samenvatting van Greve, zoals die in het boekje staat, vindt u hierboven. 

Ik zocht en vond de brieven die hadden geleid tot dit stukje tekst. Het waren vijf A4'tjes in het archief van Greve. En het was een bizarre geschiedenis die veel erger was dan Greve hierboven samenvatte. Ik dook in het archief van CODA en las alle notulen en jaarverslagen, spitte door kasboeken en krantenknipsels en sprak het enige familielid dat Eleonora Gehner nog gekend heeft. Ook dook ik in NSB-dossiers bij het Nationaal Archief om na te pluizen wie de personen waren die er zo'n potje van gemaakt hadden. En in voorjaar bivakkeerde ik een week op het strand van Kijkduin om snel in het Nationaal Archief te kunnen zijn. De afgelopen week nam ik opnieuw een week vrij en sloot ik mezelf op in mijn eigen appartement om het grootste deel van het onderzoek uit te schrijven. Puzzelstukje voor puzzelstukje legde ik op zijn plek en reconstrueerde deze geschiedenis. En als slot van die week, laat ik u hier vast meegenieten van een klein stukje geschiedenis van wat dus in april 2024 als boek zal verschijnen. 



NSB'ers in het bestuur
De geschiedenis van de Apeldoornse leeszaal in de oorlog begint eigenlijk al vóór de oorlog. In 1936 wordt de heer Boeken benoemd als penningmeester van het bestuur. Hij is bankdirecteur en lid van de NSB. Overigens een zeer gewaardeerd bestuurslid en hij heeft zich zover ik heb kunnen ontdekken niet echt gemengd in enige censuurkwestie.

Dat verandert echter in 1942. NSB-burgemeester Den Besten wordt in Apeldoorn dan vervangen door NSB-burgemeester Pont. Den Besten moet het veld ruimen omdat hij te coulant voor de Joden zou zijn geweest. De kordate Pont is zijn vervanger. Den Besten heeft in zijn laatste dagen als burgemeester aan de de bibliotheek toegezegd dat de verhoging van de bibliotheeksubsidie voor 1943 akkoord is. Nu Den Besten weg is, worden daar door de opvolger extra eisen aan gesteld. Die subsidie kan er best komen maar er moeten dan wel twee extra NSB'ers in het bestuur komen. Chantage dus, een methode die we vanaf nu vaker zullen terugzien.

Het bestuur weigert dat te doen en vindt een uitweg doordat in de statuten de optie geboden wordt om het gemeentebestuur bestuursleden te laten aanwijzen. Zo schippert men met de eigen principes en de bezetter. De burgemeester heeft daar geen moeite mee en wijst twee NSB'ers aan: de heer Hillen, rector van het gymnasium en de heer De Kock, docent aan de machinistenschool. Vanaf begin 1943 loopt de spanning dan snel op.

Een schenking van de Nederlandse Kultuurraad
In augustus 1943 doet de Nederlandse Kultuurraad een aanbod aan 25 openbare bibliotheken om circa 160 Duitse boeken te ontvangen. Het aanbod hoort bij de strategie van de bezetter om beetje bij beetje de Nederlandse samenleving om te bouwen naar een nationaalsocialistische samenleving naar Duitse snit. In de brief wordt gevraagd of men hier uit principe interesse in heeft. 

De voorzitter van het bestuur, de heer Zwager, geeft dan aan dat die interesse er in principe niet is. Er is namelijk nauwelijks vraag naar Duitse boeken betoogt hij. Maar op proef wil hij er best tien proberen. De twee nieuwe NSB-bestuursleden vinden dat te weinigen en weten de lijst van mogelijke boeken nog te verhogen tot zestien. Uiteindelijk dus een tiende van de totale schenking die de Kultuurraad wil doen. Probleem opgelost. Zo lijkt het.

Na afloop van de vergadering vinden de twee nieuwe NSB-leden het toch veel te weinig en beiden klagen achter de rug van het bestuur om bij de burgemeester. De burgemeester roept de voorzitter en directeur op het matje en zegt dat het anders moet. Daarna ontstaat er natuurlijk ruzie in het bestuur over dit geniepige gedrag en wat er nu moet gebeuren. Men besluit om het probleem een niveau hoger aan te kaarten: bij het ministerie van Onderwijs, Kunst en Wetenschap en hen een uitspraak te laten doen. Probleem weer voorlopig opgelost. Zo lijkt het. 

Want de burgemeester, doet precies hetzelfde. Alleen heeft hij nog hogere connecties bij het ministerie dan het bestuur. De baas van het ministerie, de secretaris-generaal geeft de burgemeester carte blanche om de bibliotheek onder druk te zetten en zo nodig de subsidie stop te zetten. Opnieuw chantage dus. 

Het bestuur stapt op, de directeur wil ook niet verder
Op 12 mei 1944 barst de bom. De burgemeester heeft dan ondertussen een extra buitengewoon bestuurslid aangesteld en daarmee wordt het bestuur eigenlijk buiten spel gezet. Alle niet-NSB-bestuursleden stappen die avond op. Eleonora Gehner, de directeur, blijft alleen achter met drie NSB-bestuurders en een buitengewoon bestuurslid van het ministerie. Het is helder wat deze overgebleven bestuursleden willen: zij willen er een bibliotheek op nationaalsocialistische grondslag van maken. 

Ook voor Eleonora is de maat dan vol. Zij gaat ontslag nemen maar dat gaat haar in deze situatie natuurlijk niet verleend worden en daardoor overtreedt ze het ontslagverbod. Dat wordt als sabotage gezien. Het is overigens een overwogen keus van haar. Ze weet dat ze opgepakt gaat worden en brengt haar huisraad al elders onder. Ook overlegt ze met haar assistenten en regelen ze samen voor hen een werkplek bij andere bibliotheken. Het personeel dat wel achter blijft, zal onverklaarbaar vaak ziek zijn, als daad van weerstand. Het NSB-bestuur zit met veel te weinig personeel en de bibliotheek valt stil.



Een NSB-directeur
Het overgebleven NSB-bestuur stelt een NSB-directeur aan: mevrouw Vliegen-Kornelis. Zij gaat in de zomer van 1944 aan de slag.  In de aanschaf komen we dan hele lelijke nationaalsocialistische boeken tegen. Daar zie je hierboven een nota van.

Maar dat is niet alles. Deze directeur maakt er een potje van. De moedige directeur Eleonora Gehner schrijft hierover na de oorlog een verslag aan Greve van de CV (voor zijn boekje In Nacht en IJs).

Lees maar een stukje mee


De boeken en de planken werden dus verbrand, ter verwarming van het pand of het eigen huis. Maar er was nog meer creatief gebruik van het collectief bezit. 


Er werd dus ook gewoon gehandeld met de publieke middelen. Verboden boeken in ruil voor eten. Verderop in de brief verhaalt ze hoe het NSB-personeel ook het catalogussysteem en het uitleensysteem met hun onkunde om zeep helpen. 

Terug op haar plek
In juni 1945 komt Eleonora Gehner terug als directeur en het zal haar een paar jaar kosten om de schade van de oorlog weer weg te werken. Er was een chronisch tekort aan personeel in Nederland. Het verhaal kent vervolgens nog een component van liefde. Want haar leven zal daarna nog een onverwachte en onwaarschijnlijke wending krijgen. Maar,  ook die laat ik nog even als cliffhanger hier liggen. 

Voorzitter Zwager en bibliothecaresse-directeur Gehner waren een duo dat de Apeldoornse bibliotheek moedig door de oorlog bracht. En beiden waren bereid om op te staan voor principes en zich uit te spreken. Voor Eleonora Gehner betekende dat zelfs vluchten en onderduiken. 

April volgend jaar in de boekhandel
De puzzelstukjes zijn gelegd maar is nog een lange waslijst van te checken feiten, uit te zoeken deelverhalen en dergelijk. Maar duidelijk is dat dit boek rond april volgend jaar in de boekhandel zal liggen. Uitgeverij Waanders zal het gaan uitgeven. 

En natuurlijk kom ik er nog bij u op terug. Want u wilt natuurlijk nog weten hoe het zit met dat liefdesverhaal. Stay tuned!

Beeldverantwoording: foto boven, Archief Eisma,  tekst Apeldoorn: Delpher, foto Leesmuseum, Acrhief CODO,  foto nota, Archief CODA, de typverslagen komen uit het Nationaal Archief.