zondag 25 juni 2023
Eleonora Gehner : de bibliothecaresse die opstond tegen de bezetter
zondag 28 augustus 2022
Openbare bibliotheken in de hongerwinter: uitlenen aan onderduikers en geniepigheden met de NSB
Ik lees nog wel eens wat over bibliotheekgeschiedenis. Het zal u niet verbazen. En vooral de kleine geschiedenissen hebben mijn aandacht. Een boekje, met veel van die kleine bibliotheekgeschiedenissen is het boekje 'In nacht en ijs'. Een prima boekje om eens op een lome zondagmiddag door te lezen. Het boekje verhaald over hoe de verschillende leeszalen de hongerwinter doorkwamen. Het werd opgesteld door H.E. Greve, de welbekende secretaris van de Centrale Vereniging van Openbare Leeszalen en Bibliotheken (CV) en tevens directeur van de Haagse Leeszaal.
Greve stelde het boekje op vlak na de bevrijding en het verscheen in november 1945. Hij had alle leeszalen aangeschreven om hem - als inspecteur van de bibliotheken - mede te delen hoe zij de afgelopen tijd waren doorgekomen. Bij het Nationaal Archief zijn alle brieven die ten grondslag lagen aan het boek. Ik vroeg ze op en las ze door. Het zijn zo'n 200 velletje handgeschreven of getypte verslagen. Het levert een bonte stoet van kleine geschiedenissen op.
Bibliotheken waren de 'eenige instelling waar het publiek vertroosting kon vinden'
Het is interessant om in de inleiding van het boekje te lezen hoe Greve de rol van bibliotheken in deze bijzondere tijd omschreef.
'De leeszalen zijn gedurende de bezettingsjaren de eenige openbare instellingen geweest, waar het publiek ontspanning, vertroosting, opwekking, afleiding, tijdpasseering, studiegelegenheid kon zoeken en vinden. Door de omstandigheden beperkt, maar de leeszaal en alleen de leeszaal gaf ze! Geen leeszaal, of ze heeft duizenden nieuwe gezichten in het gebouw gezien, nieuwe leden en lezers getrokken en geholpen aan geestelijk voedsel. De boekencirculatie steeg overal, verdubbelde soms, en de totale uitleening gedurende de oorlogsjaren is te schatten op 10 a 12 millioen per jaar.'
Ronkende woorden! Zeker als je bedenkt dat de Centrale Vereniging, achteraf gezien, niet heel moedig geacteerd heeft in de oorlog voelt dit toch een beetje als borstklopperij. Censuur werd door de CV bijvoorbeeld opgepakt nog voordat de bezetter er om vroeg en ook aan het ontslag van Joodse medewerkers werd zonder tegenstribbelen mee gewerkt. Overigens zou ik niet weten of ik moediger zou zijn geweest maar je zou bijna denken dat men die oorlog een geluk bij een ongeluk vond voor bibliotheken.
Wie echter in de verhalen van individuele bibliotheken duikt komt toch nog wel andere zaken tegen: uitlenen aan onderduikers, geniepigheden met de bezetter en de NSB of zelfs een bibliotheek die een gevangenis werd voor NSB'ers. Ik neem u mee naar een paar van die verhalen.
Appingendam, Haarlem, Gouda en Sneek: uitlenen aan onderduikers
Verschillende bibliotheken maken in hun briefjes aan Greve duidelijk dat ze uitleenden aan onderduikers. De bibliotheken van Appingedam, Goud en Haarlem maken er melding van. Maar het zal vaker voorgekomen zijn. Mensen die onderduikers hielpen namen hiervoor de bibliotheekmedewerkers in vertrouwen zoals blijkt uit het onderstaande stukje van de bibliotheek Haarlem.
Uitlenen aan onderduikers was dus vooral een ad hoc georganiseerde bezigheid, zo lijkt het. Maar in het netwerk van onderduikers werd ook weer onderling uitgeleend. De Bibliotheek in Sneek legt uit aan Greve dat dat nog wel tot enige problemen leidt:
In Vlissingen zwaaide Annie M.G. Schmidt in de oorlog de scepter als bibliotheekdirecteur. Hoewel het briefje van de Bibliotheek Vlissingen niet is ondertekend, ligt het gezien de schrijfstijl zeer voor de hand dat bovenstaande brief door haar is geschreven. In haar biografie komen die stekeligheden met de NSB, die de benedenverdieping hadden wel vaker aan de orde. Overigens was Schmidt Amsterdam in 1941 Amsterdam ontvlucht om de haat tegen Joden en ze verloor haar Joodse vriendin Betty Cohen die vergast werd in Auschwitz. Schmidt heeft zich later geschaamd dat ze Amsterdam ontvlucht was en niet meer had gedaan tegen de bezetter. In die zin was haar sollicitatie in Vlissingen ook een vlucht uit Amsterdam en noemde ze haar tijd in Vlissingen, ze vertrok in 1946 weer naar Amsterdam, misschien wel de rustigste periode uit haar leven.
zondag 24 oktober 2021
Geruisloos uit de bibliotheekgeschiedenis : het lot van de Joodse bibliotheekmedewerkers
'Hé Mark, hoe gaat het met je boek"', wordt me met regelmaat gevraagd. Weet u het nog? In mei van dit jaar schreef ik dat ik al even bezig was met onderzoek naar de ontslagen Joodse bibliotheekmedewerkers. En de deadline van de uitgever begint te komen, dus de afgelopen maanden heb ik heel veel vrije tijd gestoken in dit onderzoek. Maar, met resultaat en er ontstaat een heus klein monument voor deze elf ontslagen Joodse bibliotheekmedewerkers. Ik neem u even mee naar wat ik zoal meemaakte. Waar ging het ook al weer over en wat weten we inmiddels?
Toch is het een onbekende geschiedenis. In de geschiedenisboeken over bibliotheekwerk worden vele pagina's volgeschreven over de censuur die in oorlog gepleegd werd maar het ontslag wordt vaak in een paar zinnen vermeld. En gezien het leed dat deze elf medewerkers is overkomen, is dat onterecht.
Wel werd er een wachtgeldregeling getroffen voor de ontslagen medewerkers die inhield dat je de eerste vijf jaar na ontslag tussen de 60% en 70% van je inkomen zou houden. De eerste drie maanden was het nog iets meer en na vijf jaar en na tien jaar werd het nog iets verlaagd. Eigenlijk zou die wachtgeldregeling hun hele leven doorlopen. Een morbide gedachte als je weet dat de meeste Joden binnen twee jaar in concentratiekampen vermoord werden.
Hoe liep het met ze af?
Vijf worden vermoord, zes overleven
zondag 20 januari 2019
Hoe gaat het met je boekje Mark?
Hoe gaat het met je boekje Mark? Ah, fijn dat u het vraagt. In december liet ik u weten dat u het boek al kunt bestellen via uw offline of online boekhandelaar. Deze week kwam de drukproef binnen en moet alles nog eens minuscuul worden nagekeken. En daarmee sluit het productieproces.
Noodfiliaal Jamin
U kent de geschiedenis nog? Bij het februari-bombardement in 1945 raakt Deventer bibliotheek zwaar beschadigd. Men kan niet openblijven in dit pand en men wijkt uit naar drie noodfilialen. Het kantoorwerk verplaatst zich naar het woonhuis van de directeur. Eén van de noodfilialen komt in een gesloten Jaminwinkel en twee 20-jarige leerling-assistentes runnen deze bibliotheek. Zij schrijven over het wel en wee van elke dag en de vorderingen in de grote oorlog.
Hoewel we (want ik ben geholpen door vele mensen) veel materiaal in archieven hadden gevonden, bleef het me steken dat het ons nog niet gelukt was om een foto te vinden van deze Jaminwinkel.... Tot vorige week. Net voor de sluitingsdatum van de drukproef belde Jos Oegema van de bibliotheek mij op dat ze een oud archiefboek van de bibliotheek had gevonden. En jawel: daarin bleken foto's te zitten van de noodfilialen in Deventer. Waaronder dus dat Jaminfiliaal. Die foto ziet u hierboven. En de twee jongedames: Corrie van Ommen en Betty de Gaaij staan als trotse 'bibliotheekdirecteuren-in-spé' voor het nog te openen pand.
Maar dit is hem dus: het filiaal Jamin dat tussen februari en april 1945 werd gerund door deze jongedames.
Nog twee noodfilialen
Overigens waren er nog twee overige filialen. De tweede zat op de hoek van de Sint Jurriënstraat en de Kromme Kerkstraat in de erker van een woonhuis. Jenny Visser -die zowel een baan had bij de openbare bibliotheek als de Athenaeumbibliotheek - zwaaide daar de scepter.
En tot slot was er nog een filiaal in een sigarenzaak in de Bleekstraat (nabij het Go-Aheadstadion). Mejuffrouw Colenbrander - veruit de meest ervaren kracht in 1945 - mocht daar aan de slag. Het huis aan de Sint Jurriënstraat en de sigarenwinkel aan de Bleekstraat zijn nog steeds als zodanig herkenbaar. Het noodfiliaal Jamin - op Lange Bisschopstraat 59 - is thans een vestiging van D-reizen en de gevel is niet meer echt als zodanig herkenbaar.
Directeur Timmenga merkte in feburari 1945 op in een brief aan H.E. Greve dat men nu een bibliotheek begon in een een snoeploze snoepwinkel en een sigarenloze sigarenwinkel. Tja, hoe zou de wereld veranderen als alle snoep- en sigarenwinkels bibliotheken zouden worden....
Boekpresentatie op 10 april
Overigens: het boek zal op de avond van 10 april - de bevrijdingsdag van Deventer - gepresenteerd worden in de gloednieuwe bibliotheek van Deventer. Als je daar bij wilt zijn, laat het me dan weten. Dan zorg ik dat je netjes uitgenodigd wordt en kun je meer horen van deze bijzondere en soms bizarre geschiedenis.
zondag 4 maart 2018
Een bijzondere speurtocht naar een oorlogsdagboekje
De afgelopen week was ik een paar dagen vrij. Eén van de ochtenden daarvan bracht ik door in het archief van de Bibliotheek Deventer. Ik had al vaker het verhaal gehoord dat de oud-directeur 'mejuffrouw' Timmenga tijdens de oorlog een oorlogsdagboek had bijgehouden. Ik was benieuwd of ik die dagboeken wellicht eens zou mogen inzien.
Ans Jolink van de bibliotheek hielp me heel behulpvaardig door het archief. Naast heel veel interessant ander materiaal - want er is veel bewaard gebleven - vonden we uiteindelijk de oorlogsdagboekjes. Keurig bewaard in een mooi doosjes.
In het doosje zaten vijf dagboekjes.Vier dagboekjes van de directeur die de periode van 1943 tot en met 1945 beslaan. Het vijfde dagboekje was niet van de directeur maar van twee leeszaal-assistentes. Deze assistentes heten Bettie de Gaay en Corrie van Ommen.
Het dagboekje van beide jongedames handelt over het wel en wee van noodfiliaal 'Jamin' van 23 februari 19450 - 14 april 1945. De 'gewone' bibliotheek aan de Brink in Deventer was beschadigd en om die reden had men drie noodfilialen. Het noodfiliaal Jamin was in de Lange Bisschopstraat, de grote winkelstraat in Deventer.
Hierboven zie je de twee laatste bladzijdes van dit dagboekje. Tussen 10 en 13 april werd Deventer bevrijd. Corrie van Ommen schrijft dan 'De twee hieropvolgende dagen hebben we het filiaal blauw-blauw gelaten en al onze aandacht besteed aan het jubelen en feestvieren in bevrijd Deventer'
En zo zijn de verhalen die je leest in het dagboekje - dat ze moesten bijhouden van de directeur - een mengeling van bibliotheekverhalen, oorlogsverhalen en gewoon bezigheden van jongedames van 20 jaar. Een woordenwisseling met klanten wordt bijna achteloos afgewisseld luchtalarm waarna weer onderling gekissebis volgt omdat die en die dat taakje niet goed doet.
Op zoek naar de dames
Het geeft een bijzonder inkijkje en ik ben ook zeker van plan er wat meer werk van te maken. De betreffende dames zouden rond de 20 jaar moeten zijn geweest in 1945. Daarmee bestaat er een heel klein kansje dat ze nog leven. Of wellicht zijn er directe familieleden. Mijn eerste prioriteit was daarmee het vinden van de betreffende dames of directe familieleden. Ik plaatste daarvoor gisteren op Facebook en Twitter een oproep.
Nou, dat heb ik geweten. Heel veel mensen deelden het bericht: tot Youp van het Hek aan toe. En mensen gingen meezoeken. Mensen waar ik niet gelijk aan had gedacht: zoals mijn eigen zus die in een heel ander deel van het land woont. Zij wist mij al snel te melden via allerlei genealogische bronnen dat Bettie de Gaay vlak na de oorlog was getrouwd was en een aantal kinderen had gekregen. Via via kreeg ik gistermiddag zo contact met een zoon van haar. Helaas is Bettie al een tijdje overleden maar het contact is gelegd en we gaan elkaar van informatie voorzien.
Een ander verhaal is Corrie van Ommen. Op Facebook meldde de huidige directeur van de Graafschap Bibliotheken dat hij in 1977 is aangesteld door Cor van Ommen. Cor van Ommen was lange tijd samen met Lucie Mesdag directeur van de provinciale bibliotheekcentrale in Gelderland. Ook Cor is overleden en voor zover mijn informatie nu strekt was ze ongetrouwd en had geen kinderen. Het is wel frappant dat ik in dit verhaal een directeur tref van één van de vele rechtsvoorgangers van het bedrijf waar ik nu zelf werk, namelijk Rijnbrink - de ondersteuner van bibliotheken in Overijssel en Gelderland.
Ondertussen wordt op Twitter nog steeds het bericht gedeeld. Mijn eerste belang was om in ieder geval nabestaanden te vinden. Als je ergens over wilt publiceren is dat toch wel netjes. Voor zover ik nu kan overzien lijkt dat gelukt. Maar probeer een tweet maar eens te stoppen. Maar wellicht levert het nog aanvullende informatie op.
Zo ben ik nog wel op zoek naar een foto van de Jamin-zaak in de Lange Bisschopstraat of andere informatie die van belang kan zijn. Ik beloof in ieder geval dat ik weer terugkom met het verhaal. Maar daarvoor moet ik ook nog beter naar het verhaal van 'mejuffrouw Timmenga' kijken. Wordt vervolgd en het werk van deze twee dames gaat dan alsnog het licht zien.
Dank allen voor nu!








