Posts tonen met het label tweede wereldoorlog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tweede wereldoorlog. Alle posts tonen

zondag 25 juni 2023

Eleonora Gehner : de bibliothecaresse die opstond tegen de bezetter


Op de foto ziet u Eleonora Gehner, zij is de moedige bibliothecaresse van Apeldoorn. Zij stond op tegen de Duitse bezetter, moest onderduiken en de bibliotheek viel daarna in handen van nationaalsocialisten. Het is een geschiedenis van moed en zelfs liefde maar ook van machtsspel, boekverbrandingen en vriendjespolitiek.  U leest het goed. Dat allemaal in een bibliotheek. En u hebt een vandaag een première: want zij is het onderwerp van mijn derde boek dat volgend jaar uitkomt. 

De oorlog had twee kanten voor bibliotheken

De rol van openbare bibliotheken in de Tweede Wereldoorlog is er één met twee kanten. Bibliotheken vonden zichzelf in de oorlog erg belangrijk omdat lezen zo ongeveer één van de laatste zaken was die door verduistering, avondklok en allerlei censuur nog mogelijk waren. De uitleencijfers gingen door het dak. Tegelijkertijd was het een tijd waar men zonder noemenswaardig verzet meeboog met censuur door de bezetter. Joodse medewerkers werden zonder protest ontslagen, Het bordje 'Voor Joden verboden' werd opgehangen en Joodse leden werden uitgeschreven. De VOB bracht er vorig jaar, naar aanleiding van mijn boek Geruisloos verdwenen uit de bibliotheekgeschiedenis, zelfs een indrukwekkend statement uit over die zwarte bladzijde.  Kortom: bibliotheken bogen op bijna alle plekken in Nederland bijzonder makkelijk mee onder de terreur van de bezetter.


Een bijzondere geschiedenis
Bijna overal. Er is - voor zover ik heb kunnen vinden - maar één bibliotheekdirecteur geweest die haar functie neerlegde en moedwillig met haar team het verdere functioneren van de bibliotheek onder de bezetter blokkeerde. Het is de moedige Eleonora Gehner, bibliothecaresse en directeur van de bibliotheek in Apeldoorn. 

Die Apeldoornse geschiedenis kwam ik toevallig op het spoor toen ik met mijn tweede boek bezig was over de Joodse medewerkers in het bibliotheekwerk. Ik las toen het boekje 'In nacht en ijs' dat werd opgesteld door de heer Greve van de Centrale Vereniging (de CV, de voorloper van de VOB). Voor dit boekje vroeg de heer Greve aan alle bibliotheken om hem in te lichten hoe bibliotheken het laatste jaar van de oorlog doorgekomen waren.  Ik vroeg het bij het Nationaal Archief het dossier op dat hoorde bij dit boekje.  Het bevatte tientallen verhalen van bibliotheken. Van stekeligheden met den NSB, uitlenen aan onderduikers maar dus ook het verhaal van Apeldoorn. De samenvatting van Greve, zoals die in het boekje staat, vindt u hierboven. 

Ik zocht en vond de brieven die hadden geleid tot dit stukje tekst. Het waren vijf A4'tjes in het archief van Greve. En het was een bizarre geschiedenis die veel erger was dan Greve hierboven samenvatte. Ik dook in het archief van CODA en las alle notulen en jaarverslagen, spitte door kasboeken en krantenknipsels en sprak het enige familielid dat Eleonora Gehner nog gekend heeft. Ook dook ik in NSB-dossiers bij het Nationaal Archief om na te pluizen wie de personen waren die er zo'n potje van gemaakt hadden. En in voorjaar bivakkeerde ik een week op het strand van Kijkduin om snel in het Nationaal Archief te kunnen zijn. De afgelopen week nam ik opnieuw een week vrij en sloot ik mezelf op in mijn eigen appartement om het grootste deel van het onderzoek uit te schrijven. Puzzelstukje voor puzzelstukje legde ik op zijn plek en reconstrueerde deze geschiedenis. En als slot van die week, laat ik u hier vast meegenieten van een klein stukje geschiedenis van wat dus in april 2024 als boek zal verschijnen. 



NSB'ers in het bestuur
De geschiedenis van de Apeldoornse leeszaal in de oorlog begint eigenlijk al vóór de oorlog. In 1936 wordt de heer Boeken benoemd als penningmeester van het bestuur. Hij is bankdirecteur en lid van de NSB. Overigens een zeer gewaardeerd bestuurslid en hij heeft zich zover ik heb kunnen ontdekken niet echt gemengd in enige censuurkwestie.

Dat verandert echter in 1942. NSB-burgemeester Den Besten wordt in Apeldoorn dan vervangen door NSB-burgemeester Pont. Den Besten moet het veld ruimen omdat hij te coulant voor de Joden zou zijn geweest. De kordate Pont is zijn vervanger. Den Besten heeft in zijn laatste dagen als burgemeester aan de de bibliotheek toegezegd dat de verhoging van de bibliotheeksubsidie voor 1943 akkoord is. Nu Den Besten weg is, worden daar door de opvolger extra eisen aan gesteld. Die subsidie kan er best komen maar er moeten dan wel twee extra NSB'ers in het bestuur komen. Chantage dus, een methode die we vanaf nu vaker zullen terugzien.

Het bestuur weigert dat te doen en vindt een uitweg doordat in de statuten de optie geboden wordt om het gemeentebestuur bestuursleden te laten aanwijzen. Zo schippert men met de eigen principes en de bezetter. De burgemeester heeft daar geen moeite mee en wijst twee NSB'ers aan: de heer Hillen, rector van het gymnasium en de heer De Kock, docent aan de machinistenschool. Vanaf begin 1943 loopt de spanning dan snel op.

Een schenking van de Nederlandse Kultuurraad
In augustus 1943 doet de Nederlandse Kultuurraad een aanbod aan 25 openbare bibliotheken om circa 160 Duitse boeken te ontvangen. Het aanbod hoort bij de strategie van de bezetter om beetje bij beetje de Nederlandse samenleving om te bouwen naar een nationaalsocialistische samenleving naar Duitse snit. In de brief wordt gevraagd of men hier uit principe interesse in heeft. 

De voorzitter van het bestuur, de heer Zwager, geeft dan aan dat die interesse er in principe niet is. Er is namelijk nauwelijks vraag naar Duitse boeken betoogt hij. Maar op proef wil hij er best tien proberen. De twee nieuwe NSB-bestuursleden vinden dat te weinigen en weten de lijst van mogelijke boeken nog te verhogen tot zestien. Uiteindelijk dus een tiende van de totale schenking die de Kultuurraad wil doen. Probleem opgelost. Zo lijkt het.

Na afloop van de vergadering vinden de twee nieuwe NSB-leden het toch veel te weinig en beiden klagen achter de rug van het bestuur om bij de burgemeester. De burgemeester roept de voorzitter en directeur op het matje en zegt dat het anders moet. Daarna ontstaat er natuurlijk ruzie in het bestuur over dit geniepige gedrag en wat er nu moet gebeuren. Men besluit om het probleem een niveau hoger aan te kaarten: bij het ministerie van Onderwijs, Kunst en Wetenschap en hen een uitspraak te laten doen. Probleem weer voorlopig opgelost. Zo lijkt het. 

Want de burgemeester, doet precies hetzelfde. Alleen heeft hij nog hogere connecties bij het ministerie dan het bestuur. De baas van het ministerie, de secretaris-generaal geeft de burgemeester carte blanche om de bibliotheek onder druk te zetten en zo nodig de subsidie stop te zetten. Opnieuw chantage dus. 

Het bestuur stapt op, de directeur wil ook niet verder
Op 12 mei 1944 barst de bom. De burgemeester heeft dan ondertussen een extra buitengewoon bestuurslid aangesteld en daarmee wordt het bestuur eigenlijk buiten spel gezet. Alle niet-NSB-bestuursleden stappen die avond op. Eleonora Gehner, de directeur, blijft alleen achter met drie NSB-bestuurders en een buitengewoon bestuurslid van het ministerie. Het is helder wat deze overgebleven bestuursleden willen: zij willen er een bibliotheek op nationaalsocialistische grondslag van maken. 

Ook voor Eleonora is de maat dan vol. Zij gaat ontslag nemen maar dat gaat haar in deze situatie natuurlijk niet verleend worden en daardoor overtreedt ze het ontslagverbod. Dat wordt als sabotage gezien. Het is overigens een overwogen keus van haar. Ze weet dat ze opgepakt gaat worden en brengt haar huisraad al elders onder. Ook overlegt ze met haar assistenten en regelen ze samen voor hen een werkplek bij andere bibliotheken. Het personeel dat wel achter blijft, zal onverklaarbaar vaak ziek zijn, als daad van weerstand. Het NSB-bestuur zit met veel te weinig personeel en de bibliotheek valt stil.



Een NSB-directeur
Het overgebleven NSB-bestuur stelt een NSB-directeur aan: mevrouw Vliegen-Kornelis. Zij gaat in de zomer van 1944 aan de slag.  In de aanschaf komen we dan hele lelijke nationaalsocialistische boeken tegen. Daar zie je hierboven een nota van.

Maar dat is niet alles. Deze directeur maakt er een potje van. De moedige directeur Eleonora Gehner schrijft hierover na de oorlog een verslag aan Greve van de CV (voor zijn boekje In Nacht en IJs).

Lees maar een stukje mee


De boeken en de planken werden dus verbrand, ter verwarming van het pand of het eigen huis. Maar er was nog meer creatief gebruik van het collectief bezit. 


Er werd dus ook gewoon gehandeld met de publieke middelen. Verboden boeken in ruil voor eten. Verderop in de brief verhaalt ze hoe het NSB-personeel ook het catalogussysteem en het uitleensysteem met hun onkunde om zeep helpen. 

Terug op haar plek
In juni 1945 komt Eleonora Gehner terug als directeur en het zal haar een paar jaar kosten om de schade van de oorlog weer weg te werken. Er was een chronisch tekort aan personeel in Nederland. Het verhaal kent vervolgens nog een component van liefde. Want haar leven zal daarna nog een onverwachte en onwaarschijnlijke wending krijgen. Maar,  ook die laat ik nog even als cliffhanger hier liggen. 

Voorzitter Zwager en bibliothecaresse-directeur Gehner waren een duo dat de Apeldoornse bibliotheek moedig door de oorlog bracht. En beiden waren bereid om op te staan voor principes en zich uit te spreken. Voor Eleonora Gehner betekende dat zelfs vluchten en onderduiken. 

April volgend jaar in de boekhandel
De puzzelstukjes zijn gelegd maar is nog een lange waslijst van te checken feiten, uit te zoeken deelverhalen en dergelijk. Maar duidelijk is dat dit boek rond april volgend jaar in de boekhandel zal liggen. Uitgeverij Waanders zal het gaan uitgeven. 

En natuurlijk kom ik er nog bij u op terug. Want u wilt natuurlijk nog weten hoe het zit met dat liefdesverhaal. Stay tuned!

Beeldverantwoording: foto boven, Archief Eisma,  tekst Apeldoorn: Delpher, foto Leesmuseum, Acrhief CODO,  foto nota, Archief CODA, de typverslagen komen uit het Nationaal Archief.

zondag 28 augustus 2022

Openbare bibliotheken in de hongerwinter: uitlenen aan onderduikers en geniepigheden met de NSB


Ik lees nog wel eens wat over bibliotheekgeschiedenis. Het zal u niet verbazen. En vooral de kleine geschiedenissen hebben mijn aandacht. Een boekje, met veel van die kleine bibliotheekgeschiedenissen is het boekje 'In nacht en ijs'. Een prima boekje om eens op een lome zondagmiddag door te lezen.  Het boekje verhaald over hoe de verschillende leeszalen de hongerwinter doorkwamen. Het werd opgesteld door H.E. Greve, de welbekende secretaris van de Centrale Vereniging van Openbare Leeszalen en Bibliotheken (CV) en tevens directeur van de Haagse Leeszaal. 

Greve stelde het boekje op vlak na de bevrijding en het verscheen in november 1945. Hij had alle leeszalen aangeschreven om hem - als inspecteur van de bibliotheken - mede te delen hoe zij de afgelopen tijd waren doorgekomen. Bij het Nationaal Archief zijn alle brieven die ten grondslag lagen aan het boek. Ik vroeg ze op en las ze door. Het zijn zo'n 200 velletje handgeschreven of getypte verslagen.  Het levert een bonte stoet van kleine geschiedenissen op.  

Bibliotheken waren de 'eenige instelling waar het publiek vertroosting kon vinden'

Het is interessant om in de inleiding van het boekje te lezen hoe Greve de rol van bibliotheken in deze bijzondere tijd omschreef. 

'De leeszalen zijn gedurende de bezettingsjaren de eenige openbare instellingen geweest, waar het publiek ontspanning, vertroosting, opwekking, afleiding, tijdpasseering, studiegelegenheid kon zoeken en vinden. Door de omstandigheden beperkt, maar de leeszaal en alleen de leeszaal gaf ze! Geen leeszaal, of ze heeft duizenden nieuwe gezichten in het gebouw gezien, nieuwe leden en lezers getrokken en geholpen aan geestelijk voedsel. De boekencirculatie steeg overal, verdubbelde soms, en de totale uitleening gedurende de oorlogsjaren is te schatten op 10 a 12 millioen per jaar.'

Ronkende woorden! Zeker als je bedenkt dat de Centrale Vereniging, achteraf gezien, niet heel moedig geacteerd heeft in de oorlog voelt dit toch een beetje als borstklopperij. Censuur werd  door de CV bijvoorbeeld opgepakt nog voordat de bezetter er om vroeg en ook aan het ontslag van Joodse medewerkers werd zonder tegenstribbelen mee gewerkt. Overigens zou ik niet weten of ik moediger zou zijn geweest maar je zou bijna denken dat  men die oorlog een geluk bij een ongeluk vond voor bibliotheken. 

Wie echter in de verhalen van individuele bibliotheken duikt komt toch nog wel andere zaken tegen: uitlenen aan onderduikers, geniepigheden met de bezetter en de NSB of zelfs een bibliotheek die een gevangenis werd voor NSB'ers. Ik neem u mee naar een paar van die verhalen.

Appingendam, Haarlem, Gouda en Sneek: uitlenen aan onderduikers


Verschillende bibliotheken maken in hun briefjes aan Greve duidelijk dat ze uitleenden aan onderduikers. De bibliotheken van Appingedam, Goud en Haarlem maken er melding van. Maar het zal vaker voorgekomen zijn. Mensen die onderduikers hielpen namen hiervoor de bibliotheekmedewerkers in vertrouwen zoals blijkt uit het onderstaande stukje van de bibliotheek Haarlem.

Uitlenen aan onderduikers was dus vooral een ad hoc georganiseerde bezigheid, zo lijkt het. Maar in het netwerk van onderduikers werd ook weer onderling uitgeleend. De Bibliotheek in Sneek legt uit aan Greve dat dat nog wel tot enige problemen leidt:


Sneek meldt hier overigens naast de onderduikers ook een ander fenomeen: zij die op de vlucht waren of geëvacueerd werden. 

Leden uit heel Nederland: Drachten en Sneek

De bibliotheek in Drachten schreef in het verlengde van het bericht van Sneek het volgende:


Begin 1945 waren er in de bibliotheek van 'Frieslands Oosthoek' dus tijdelijke leden ingeschreven uit heel Nederland. Terwijl in het zuiden gevochten werd, las men in het noorden. 

Roermond: een onbeheerde bibliotheek door evacuaties
Het omgekeerd zien we dan ook in de brief die de bibliotheek Roermond stuurde om verslag te doen van de oorlog. Zij meldden het volgende in dit handgeschreven briefje:


Als u het moeilijk vindt om te lezen, er staat: 'Toen door de evacuatie in januari, begin februari (1945) van nagenoeg de gehele Roermondse bevolking naar Friesland, Groningen en Drente onze stad lees was geworden, bleef de Leeszaal onbeheerd achter.' De ledenstijging in Drachten was dus te danken aan de leegloop in Roermond. Overigens meld de brief van Roermond een hoop leed met een Duitse eigenaar van het pand en een directeur die veel familie en woonplaats verliest. De directeur woont daardoor enige tijd ín de bibliotheek.

Vlissingen en Bergen op Zoom: Natte voeten en stekeligheden met de NSB


In Vlissingen zwaaide Annie M.G. Schmidt in de oorlog de scepter als bibliotheekdirecteur. Hoewel het briefje van de Bibliotheek Vlissingen niet is ondertekend, ligt het gezien de schrijfstijl zeer voor de hand dat bovenstaande brief door haar is geschreven. In haar biografie komen die stekeligheden met de NSB, die de benedenverdieping hadden wel vaker aan de orde. Overigens was Schmidt Amsterdam in 1941 Amsterdam ontvlucht om de haat tegen Joden en ze verloor haar Joodse vriendin Betty Cohen die vergast werd in Auschwitz. Schmidt heeft zich later geschaamd dat ze Amsterdam ontvlucht was en niet meer had gedaan tegen de bezetter. In die zin was haar sollicitatie in Vlissingen ook een vlucht uit Amsterdam en noemde ze haar tijd in Vlissingen, ze vertrok in 1946 weer naar Amsterdam, misschien wel de rustigste periode uit haar leven. 

Overigens heeft Vlissingen lange tijd voor een groot deel onder water gestaan en heeft men maanden te kampen gehad met wateroverlast. Dat leverde de volgende situatie op:


Toen het koud werd bleef het personeel ook hier, net als in Roermond, maar gewoon slapen in de bibliotheek. 

In Bergen op Zoom verging het de bibliotheek weer anders met de NSB. Zij melden in hun brief  dat de boeken 'die in huizen van NSB'ers waren vrijwel allen verloren geraakt. Hoewel hier direct werk van is gemaakt is, is er blijkbaar geen enkele instantie, die zich hiervoor verantwoordelijk gevoelt'.

Winsterwijk: van bibliotheek naar NSB-gevangenis

Een geval waarvan het boekje van Greve wel gewag maakt maar waarvan ik de originele brief niet meer heb kunnen vinden is het voorbeeld van de bibliotheek Winterswijk. Eerst raakt men het gebouw kwijt aan de bezetter en na de oorlog wordt het een gevangenis voor de NSB. Lees maar mee:



Bussum: de katholieken zijn guller dan de openbaren

Veel bibliotheken vragen hun leden om bij te dragen aan het stoken van de bibliotheekruimtes door een blokje hout of turf mee te nemen. In Bussum, waar dan een openbare én een katholieke bibliotheek is pakt dat verschillend uit. De brief van de openbare bibliotheek zit niet (meer) in het archief maar Greve schrijft er het volgende over:



Bij de katholieken pakte dat toch anders uit. Zij schrijven dat zij, nadat hun houtvoorraad gestolen was, dat zij ook hun leden vragen om een blokje hout.  In een mooie handgeschreven brief wordt er verslag van gedaan.


In het handschrift lees je dat opbrengst onverwacht hoog was en dat men zelfs iets overbleef voor de middaguren en de administratie. In Bussum kon je dus beter de katholieken vragen om een gunst dan de openbaren.

Ruim 100 brieven
Het Nationaal Archief digitaliseerde op mijn verzoek alle brieven. Mocht je dus benieuwd zijn naar de brieven van jouw bibliotheek, stuur me dan een berichtje. Ik stuur je ze graag toe. 

En één verhaal dat ook in dat archief zit, heb ik jullie nog niet verteld... En dat laat ik ook nog even zo. Dat wordt namelijk naar alle waarschijnlijkheid het verhaal dat zal leiden tot mijn derde boek. Nou, is dat een cliffhanger of niet?

En zo ontving Greve dus ruim 100 brieven van bibliotheken. Het Nationaal Archief bewaarde al die jaren de briefjes zorgvuldig. Alles bij elkaar geeft het een beeld van hoe er gesappeld werd in de hongerwinter in het westen van Nederland, hoe het zuiden al vrij was maar soms het gebouw weer kwijt raakte aan de geallieerden en hoe in het oosten en het noorden er wellicht iets meer eten was dan in het westen maar waar evacuees en ondergedoken leden extra aandacht vroegen. 

Kleine geschiedenissen die laten zien hoe een ieder door die lastige tijd probeerde te komen en tegelijkertijd de bibliotheek ook 'gewoon' open te houden.  Kleine geschiedenissen die eigenlijk laten zien hoe het echt was. 

zondag 24 oktober 2021

Geruisloos uit de bibliotheekgeschiedenis : het lot van de Joodse bibliotheekmedewerkers


 'Hé Mark, hoe gaat het met je boek"', wordt me met regelmaat gevraagd. Weet u het nog? In mei van dit jaar schreef ik dat ik al even bezig was met onderzoek naar de ontslagen Joodse bibliotheekmedewerkers. En de deadline van de uitgever begint te komen, dus de afgelopen maanden heb ik heel veel vrije tijd gestoken in dit onderzoek. Maar, met resultaat en er ontstaat een heus klein monument voor deze elf ontslagen Joodse bibliotheekmedewerkers. Ik neem u even mee naar wat ik zoal meemaakte. Waar ging het ook al weer over en wat weten we inmiddels?

Ontslagen medewerkers
In mei 1940 viel Duitsland Nederland binnen. Na enkele dagen van weerstand en het bombardement op Rotterdam gaf  Nederland zich over. De bezetting was een feit. Hoewel de massadeportaties van Joden uit Nederland vooral in 1942 en 1943 plaatsvonden, startte de vervolging van Joden al veel eerder. In oktober 1940 werd de ariërverklaring gevraagd van alle ambtenaren en van alle instanties die gelieerd waren aan overheden, zoals bibliotheken. 


Wie drie of vier Joodse grootouders had, werd ontslagen. In totaal moesten zo'n 200.000 mensen die ariërverklaring invullen. Slechts enkele tientallen tekenden hier protest tegen aan. Zo'n 2.500 Joden werden op straat gezet. Daarvan werkten er elf bij negen verschillende Openbare Leeszalen. Alle negen werkten zonder direct protest mee aan het ontslag. Iedereen was bang voor de consequenties.

Eind november en begin december 1940 hoorden deze elf medewerkers via hun directeur of via de gemeente dat ze uit hun functie ontheven waren. Het formele ontslag volgde op 1 maart 1941.  Dat ze in november 1940 al uit hun functie werden gezet, kwam voor de meesten niet als schok. Wat ik uit onderzoek kan terughalen is dat de meeste Joodse medewerkers bij het invullen van de Ariërverklaring al door hadden dat hun werk gedaan was. In Leeuwarden, waar de directeur en de meest ervaren assistent werden ontslagen, had het bestuur op de achtergrond al bezien hoe tot een tijdelijke vervanging moest worden gekomen als het ontslag zou volgen.   

De lijst met elf namen
De lijst van deze elf Joodse collega's kwam ik op het spoor toen ik bezig was met met mijn vorige boek 'Alles behouden', het boek over de oorlogsdagboeken van de bibliotheek Deventer. In het Nationaal Archief vond ik een lijst met de elf namen. De Centrale Vereniging - zo heette de Verenging van Openbare Bibliotheken in die tijd - beijverde zich in die tijd voor de financiële consequenties die het ontslag van deze medewerkers had. 

Toch is het een onbekende geschiedenis. In de geschiedenisboeken over bibliotheekwerk worden vele pagina's volgeschreven over de censuur die in oorlog gepleegd werd maar het ontslag wordt vaak in een paar zinnen vermeld. En gezien het leed dat deze elf medewerkers is overkomen, is dat onterecht. 

Wel werd er een wachtgeldregeling getroffen voor de ontslagen medewerkers die inhield dat je de eerste vijf jaar na ontslag tussen de 60% en 70% van je inkomen zou houden. De eerste drie maanden was het nog iets meer en na vijf jaar en na tien jaar werd het nog iets verlaagd. Eigenlijk zou die wachtgeldregeling hun hele leven doorlopen. Een morbide gedachte als je weet dat de meeste Joden binnen twee jaar in concentratiekampen vermoord werden. 

Hoe liep het met ze af?


Vijf worden vermoord, zes overleven
Van de elf medewerkers komen er acht in de kampen terecht. Zes van de elf overleven de overleven de oorlog uiteindelijk. Dat is relatief veel als je weet dat van de 140.000 Joden in Nederland aan het begin van de oorlog ruim 70% is vermoord of anderszins oorlogsslachtoffer is.

Drie van de medewerkers die in kampen terecht komen, Fanny Simons, Hannie Wolff en Dora Belinfante hebben het geluk dat ze tot een speciale groep behoren, de zogeheten 'Barneveld-groep'. Het was een groep van ongeveer 600 Joden die via de heren Frederiks en Van Dam, beiden secretaris-generaal op een ministerie, een uitzondering had gekregen en nooit op transport zou gaan. Een belofte die de bezetter, net als vele beloften, schond en ze gingen uiteindelijk wel naar Theresienstadt. Maar Theresienstadt was geen vernietigingskamp en alle drie overleven ze dat kamp. Hannie Wolff heeft haar verhaal op tape en video laten vastleggen waardoor ze in meer dan tien uur uitlegt wat ze allemaal mee heeft gemaakt in de oorlog. In het Joods Historisch Museum heb ik uren naar haar kunnen luisteren. Over de bizarre reis van Barneveld naar Westerbork en van daar naar Theresienstadt. Ze maakte mee hoe in Theresienstadt nog overlevenden van Auschwitz binnen kwamen en hoe geschokt ze was van hun miserabele toestand. Als ze terugkijkt op de oorlog, zegt ze dat zich soms bijna schaamde dat zij het wel overleefd had. Maar wie haar verhaal straks zal lezen, zal zien dat het meerdere keren maar weinig had gescheeld of ze had het niet meer na kunnen vertellen. 

Een bijzonder verhaal is ook de onderduik van de assistent Henriëtte de Leve uit Leeuwarden. Zij duikt onder bij de groenteboer in haar eigen straat. Een verhaal waar nog meer over te zeggen zou moeten zijn maar waar ik samen met anderen tevergeefs naar nieuwe puzzelstukjes zocht. Of het verhaal van Celine Polak die in Amsterdam werkte maar die in Ruurlo in de Achterhoek onderdook. Van haar heb ik meer gevonden over haar onderduiksituatie en zelfs nog iemand gesproken die haar heeft meegemaakt in de onderduiksituatie. Of het verhaal van Salomon van der Meusen die verraden werd omdat hij waardevolle spullen van de synagoge uit handen van de bezetter probeerde te houden. 

Letterlijk uitgewist
In een aantal gevallen vind je nog familieleden, die je soms nog wat kunnen vertellen. Maar soms ben ik degene die de familie nog wat kan vertellen omdat het verhaal al is verdwenen. Het ging om een redelijk aantal vrijgezelle dames die geen nageslacht hadden. Wie dan naar familie zoek, komt dan uit bij de kinderen en kleinkinderen van broers of zussen van de bibliotheekmedewerker in kwestie.  Tja, en wat weet je dan nog van zus van je opa? 

Van een aantal bibliotheekmedewerkers is dus maar bijzonder weinig te vinden. Van vijf ontslagen bibliotheekmedewerkers heb ik bijvoorbeeld geen foto. Van één ga ik dat nog wel krijgen (daar is het nog een rechtenkwestie) maar van vier andere ben ik bang dat we zonder beeld eindigen. Het tekent hoe grondig de bezetter hun levens heeft uitgewist. 

Een klein monument: april 2022 komt het boek
Op dit moment rond ik de teksten van alle levens af. Daarna wordt het boek door de uitgever klaar gemaakt en kan het rond april, mooi voor de bevrijding, verschijnen. Het zal een mooi, ontroerend en liefdevol monument zijn voor het leed en onrecht dat hen is aangedaan eind 1940.Ontslagen als opmaat voor veel leed wat daarna nog volgde.  Met alle bibliotheken die het betreft heb ik contact en ik zou het mooi vinden als we er volgend jaar gezamenlijk wat aandacht aan zouden kunnen geven.  

Wat voor mij begon als een kleine speurtocht is volledig uit de hand gelopen zoals u ziet. Het werd een speurtocht waar heel veel mensen mij bij hielpen en waar puzzelstukje na puzzelstukje met elkaar bij elkaar werd gelegd. En het is bijzonder dankbaar werk om deze collega's weer een gezicht te geven en onder het stof van de bibliotheekgeschiedenis vandaan te halen. Want ze waren geruisloos uit de bibliotheekgeschiedenis verdwenen.

zondag 20 januari 2019

Hoe gaat het met je boekje Mark?


Hoe gaat het met je boekje Mark? Ah, fijn dat u het vraagt. In december liet ik u weten dat u het boek al kunt bestellen via uw offline of online boekhandelaar. Deze week kwam de drukproef binnen en moet alles nog eens minuscuul worden nagekeken. En daarmee sluit het productieproces.

Noodfiliaal Jamin
U kent de geschiedenis nog? Bij het februari-bombardement in 1945 raakt Deventer bibliotheek zwaar beschadigd. Men kan niet openblijven in dit pand en men wijkt uit naar drie noodfilialen. Het kantoorwerk verplaatst zich naar het woonhuis van de directeur. Eén van de noodfilialen komt in een gesloten Jaminwinkel en twee 20-jarige leerling-assistentes runnen deze bibliotheek. Zij schrijven over het wel en wee van elke dag en de vorderingen in de grote oorlog.

Hoewel we (want ik ben geholpen door vele mensen) veel materiaal in archieven hadden gevonden, bleef het me steken dat het ons nog niet gelukt was om een foto te vinden van deze Jaminwinkel.... Tot vorige week. Net voor de sluitingsdatum van de drukproef belde Jos Oegema van de bibliotheek mij op dat ze een oud archiefboek van de bibliotheek had gevonden. En jawel: daarin bleken foto's te zitten van de noodfilialen in Deventer. Waaronder dus dat Jaminfiliaal. Die foto ziet u hierboven. En de twee jongedames: Corrie van Ommen en Betty de Gaaij staan als trotse 'bibliotheekdirecteuren-in-spé' voor het nog te openen pand.

Maar dit is hem dus: het filiaal Jamin dat tussen februari en april 1945 werd gerund door deze jongedames.

Nog twee noodfilialen


Overigens waren er nog twee overige filialen. De tweede zat op de hoek van de Sint Jurriënstraat en de Kromme Kerkstraat in de erker van een woonhuis. Jenny Visser -die zowel een baan had bij de openbare bibliotheek als de Athenaeumbibliotheek - zwaaide daar de scepter.



En tot slot was er nog een filiaal in een sigarenzaak  in de Bleekstraat (nabij het Go-Aheadstadion). Mejuffrouw Colenbrander - veruit de meest ervaren kracht in 1945 - mocht daar aan de slag. Het huis aan de Sint Jurriënstraat en de sigarenwinkel aan de Bleekstraat zijn nog steeds als zodanig herkenbaar. Het noodfiliaal Jamin - op Lange Bisschopstraat 59 - is thans een vestiging van D-reizen en de gevel is niet meer echt als zodanig herkenbaar.

Directeur Timmenga merkte in feburari 1945 op in een brief aan H.E. Greve dat men nu een bibliotheek begon in een een snoeploze snoepwinkel en een sigarenloze sigarenwinkel. Tja, hoe zou de wereld veranderen als alle snoep- en sigarenwinkels bibliotheken zouden worden....

Boekpresentatie op 10 april

Overigens: het boek zal op de avond van 10 april - de bevrijdingsdag van Deventer - gepresenteerd worden in de gloednieuwe bibliotheek van Deventer. Als je daar bij wilt zijn, laat het me dan weten. Dan zorg ik dat je netjes uitgenodigd wordt en kun je meer horen van deze bijzondere en soms bizarre geschiedenis.

zondag 4 maart 2018

Een bijzondere speurtocht naar een oorlogsdagboekje


De afgelopen week was ik een paar dagen vrij. Eén van de ochtenden daarvan bracht ik door in het archief van de Bibliotheek Deventer. Ik had al vaker het verhaal gehoord dat de oud-directeur 'mejuffrouw' Timmenga tijdens de oorlog een oorlogsdagboek had bijgehouden. Ik was benieuwd of ik die dagboeken wellicht eens zou mogen inzien.

 Ans Jolink van de bibliotheek hielp me heel behulpvaardig door het archief. Naast heel veel interessant ander materiaal - want er is veel bewaard gebleven - vonden we uiteindelijk de oorlogsdagboekjes. Keurig bewaard in een mooi doosjes.

In het doosje zaten vijf dagboekjes.Vier dagboekjes van de directeur die de periode van 1943 tot en met 1945 beslaan. Het vijfde dagboekje was niet van de directeur maar van twee leeszaal-assistentes. Deze assistentes heten Bettie de Gaay en Corrie van Ommen.

Het dagboekje van beide jongedames handelt over het wel en wee van noodfiliaal 'Jamin' van 23 februari 19450 - 14 april 1945. De 'gewone' bibliotheek aan de Brink in Deventer was beschadigd en om die reden had men drie noodfilialen. Het noodfiliaal Jamin was in de Lange Bisschopstraat, de grote winkelstraat in Deventer.


Hierboven zie je de twee laatste bladzijdes van dit dagboekje. Tussen 10 en 13 april werd Deventer bevrijd. Corrie van Ommen schrijft dan 'De twee hieropvolgende dagen hebben we het filiaal blauw-blauw gelaten en al onze aandacht besteed aan het jubelen en feestvieren in bevrijd Deventer'

En zo zijn de verhalen die je leest in het dagboekje - dat ze moesten bijhouden van de directeur - een mengeling van bibliotheekverhalen, oorlogsverhalen en gewoon bezigheden van jongedames van 20 jaar. Een woordenwisseling met klanten wordt bijna achteloos afgewisseld luchtalarm waarna weer onderling gekissebis volgt  omdat die en die dat taakje niet goed doet.

Op zoek naar de dames
Het geeft een bijzonder inkijkje en ik ben ook zeker van plan er wat meer werk van te maken. De betreffende dames zouden rond de 20 jaar moeten zijn geweest in 1945. Daarmee bestaat er een heel klein kansje dat ze nog leven. Of wellicht zijn er directe familieleden. Mijn eerste prioriteit was daarmee het vinden van de betreffende dames of directe familieleden. Ik plaatste daarvoor gisteren op Facebook en Twitter een oproep.



Nou, dat heb ik geweten. Heel veel mensen deelden het bericht: tot Youp van het Hek aan toe. En mensen gingen meezoeken. Mensen waar ik niet gelijk aan had gedacht: zoals mijn eigen zus die in een heel ander deel van het land woont. Zij wist mij al snel te melden via allerlei genealogische bronnen dat Bettie de Gaay vlak na de oorlog was getrouwd was en een aantal kinderen had gekregen. Via via kreeg ik gistermiddag zo contact met een zoon van haar. Helaas is Bettie al een tijdje overleden maar het contact is gelegd en we gaan elkaar van informatie voorzien.

Een ander verhaal is Corrie van Ommen. Op Facebook meldde de huidige directeur van de Graafschap Bibliotheken dat hij in 1977 is aangesteld door Cor van Ommen. Cor van Ommen was lange tijd samen met Lucie Mesdag directeur van de provinciale bibliotheekcentrale in Gelderland. Ook Cor is overleden en voor zover mijn informatie nu strekt was ze ongetrouwd en had geen kinderen. Het is wel frappant dat ik in dit verhaal een directeur tref van één van de vele rechtsvoorgangers van het bedrijf waar ik nu zelf werk, namelijk Rijnbrink - de ondersteuner van bibliotheken in Overijssel en Gelderland.

Ondertussen wordt op Twitter nog steeds het bericht gedeeld. Mijn eerste belang was om in ieder geval nabestaanden te vinden. Als je ergens over wilt publiceren is dat toch wel netjes. Voor zover ik nu kan overzien lijkt dat gelukt. Maar probeer een tweet maar eens te stoppen. Maar wellicht levert het nog aanvullende informatie op.

Zo ben ik nog wel op zoek naar een foto van de Jamin-zaak in de Lange Bisschopstraat of andere informatie die van belang kan zijn. Ik beloof in ieder geval dat ik weer terugkom met het verhaal. Maar daarvoor moet ik ook nog beter naar het verhaal van 'mejuffrouw Timmenga' kijken. Wordt vervolgd en het werk van deze twee dames gaat dan alsnog het licht zien.

Dank allen voor nu!