Posts tonen met het label h.e. greve. Alle posts tonen
Posts tonen met het label h.e. greve. Alle posts tonen

zondag 28 augustus 2022

Openbare bibliotheken in de hongerwinter: uitlenen aan onderduikers en geniepigheden met de NSB


Ik lees nog wel eens wat over bibliotheekgeschiedenis. Het zal u niet verbazen. En vooral de kleine geschiedenissen hebben mijn aandacht. Een boekje, met veel van die kleine bibliotheekgeschiedenissen is het boekje 'In nacht en ijs'. Een prima boekje om eens op een lome zondagmiddag door te lezen.  Het boekje verhaald over hoe de verschillende leeszalen de hongerwinter doorkwamen. Het werd opgesteld door H.E. Greve, de welbekende secretaris van de Centrale Vereniging van Openbare Leeszalen en Bibliotheken (CV) en tevens directeur van de Haagse Leeszaal. 

Greve stelde het boekje op vlak na de bevrijding en het verscheen in november 1945. Hij had alle leeszalen aangeschreven om hem - als inspecteur van de bibliotheken - mede te delen hoe zij de afgelopen tijd waren doorgekomen. Bij het Nationaal Archief zijn alle brieven die ten grondslag lagen aan het boek. Ik vroeg ze op en las ze door. Het zijn zo'n 200 velletje handgeschreven of getypte verslagen.  Het levert een bonte stoet van kleine geschiedenissen op.  

Bibliotheken waren de 'eenige instelling waar het publiek vertroosting kon vinden'

Het is interessant om in de inleiding van het boekje te lezen hoe Greve de rol van bibliotheken in deze bijzondere tijd omschreef. 

'De leeszalen zijn gedurende de bezettingsjaren de eenige openbare instellingen geweest, waar het publiek ontspanning, vertroosting, opwekking, afleiding, tijdpasseering, studiegelegenheid kon zoeken en vinden. Door de omstandigheden beperkt, maar de leeszaal en alleen de leeszaal gaf ze! Geen leeszaal, of ze heeft duizenden nieuwe gezichten in het gebouw gezien, nieuwe leden en lezers getrokken en geholpen aan geestelijk voedsel. De boekencirculatie steeg overal, verdubbelde soms, en de totale uitleening gedurende de oorlogsjaren is te schatten op 10 a 12 millioen per jaar.'

Ronkende woorden! Zeker als je bedenkt dat de Centrale Vereniging, achteraf gezien, niet heel moedig geacteerd heeft in de oorlog voelt dit toch een beetje als borstklopperij. Censuur werd  door de CV bijvoorbeeld opgepakt nog voordat de bezetter er om vroeg en ook aan het ontslag van Joodse medewerkers werd zonder tegenstribbelen mee gewerkt. Overigens zou ik niet weten of ik moediger zou zijn geweest maar je zou bijna denken dat  men die oorlog een geluk bij een ongeluk vond voor bibliotheken. 

Wie echter in de verhalen van individuele bibliotheken duikt komt toch nog wel andere zaken tegen: uitlenen aan onderduikers, geniepigheden met de bezetter en de NSB of zelfs een bibliotheek die een gevangenis werd voor NSB'ers. Ik neem u mee naar een paar van die verhalen.

Appingendam, Haarlem, Gouda en Sneek: uitlenen aan onderduikers


Verschillende bibliotheken maken in hun briefjes aan Greve duidelijk dat ze uitleenden aan onderduikers. De bibliotheken van Appingedam, Goud en Haarlem maken er melding van. Maar het zal vaker voorgekomen zijn. Mensen die onderduikers hielpen namen hiervoor de bibliotheekmedewerkers in vertrouwen zoals blijkt uit het onderstaande stukje van de bibliotheek Haarlem.

Uitlenen aan onderduikers was dus vooral een ad hoc georganiseerde bezigheid, zo lijkt het. Maar in het netwerk van onderduikers werd ook weer onderling uitgeleend. De Bibliotheek in Sneek legt uit aan Greve dat dat nog wel tot enige problemen leidt:


Sneek meldt hier overigens naast de onderduikers ook een ander fenomeen: zij die op de vlucht waren of geëvacueerd werden. 

Leden uit heel Nederland: Drachten en Sneek

De bibliotheek in Drachten schreef in het verlengde van het bericht van Sneek het volgende:


Begin 1945 waren er in de bibliotheek van 'Frieslands Oosthoek' dus tijdelijke leden ingeschreven uit heel Nederland. Terwijl in het zuiden gevochten werd, las men in het noorden. 

Roermond: een onbeheerde bibliotheek door evacuaties
Het omgekeerd zien we dan ook in de brief die de bibliotheek Roermond stuurde om verslag te doen van de oorlog. Zij meldden het volgende in dit handgeschreven briefje:


Als u het moeilijk vindt om te lezen, er staat: 'Toen door de evacuatie in januari, begin februari (1945) van nagenoeg de gehele Roermondse bevolking naar Friesland, Groningen en Drente onze stad lees was geworden, bleef de Leeszaal onbeheerd achter.' De ledenstijging in Drachten was dus te danken aan de leegloop in Roermond. Overigens meld de brief van Roermond een hoop leed met een Duitse eigenaar van het pand en een directeur die veel familie en woonplaats verliest. De directeur woont daardoor enige tijd ín de bibliotheek.

Vlissingen en Bergen op Zoom: Natte voeten en stekeligheden met de NSB


In Vlissingen zwaaide Annie M.G. Schmidt in de oorlog de scepter als bibliotheekdirecteur. Hoewel het briefje van de Bibliotheek Vlissingen niet is ondertekend, ligt het gezien de schrijfstijl zeer voor de hand dat bovenstaande brief door haar is geschreven. In haar biografie komen die stekeligheden met de NSB, die de benedenverdieping hadden wel vaker aan de orde. Overigens was Schmidt Amsterdam in 1941 Amsterdam ontvlucht om de haat tegen Joden en ze verloor haar Joodse vriendin Betty Cohen die vergast werd in Auschwitz. Schmidt heeft zich later geschaamd dat ze Amsterdam ontvlucht was en niet meer had gedaan tegen de bezetter. In die zin was haar sollicitatie in Vlissingen ook een vlucht uit Amsterdam en noemde ze haar tijd in Vlissingen, ze vertrok in 1946 weer naar Amsterdam, misschien wel de rustigste periode uit haar leven. 

Overigens heeft Vlissingen lange tijd voor een groot deel onder water gestaan en heeft men maanden te kampen gehad met wateroverlast. Dat leverde de volgende situatie op:


Toen het koud werd bleef het personeel ook hier, net als in Roermond, maar gewoon slapen in de bibliotheek. 

In Bergen op Zoom verging het de bibliotheek weer anders met de NSB. Zij melden in hun brief  dat de boeken 'die in huizen van NSB'ers waren vrijwel allen verloren geraakt. Hoewel hier direct werk van is gemaakt is, is er blijkbaar geen enkele instantie, die zich hiervoor verantwoordelijk gevoelt'.

Winsterwijk: van bibliotheek naar NSB-gevangenis

Een geval waarvan het boekje van Greve wel gewag maakt maar waarvan ik de originele brief niet meer heb kunnen vinden is het voorbeeld van de bibliotheek Winterswijk. Eerst raakt men het gebouw kwijt aan de bezetter en na de oorlog wordt het een gevangenis voor de NSB. Lees maar mee:



Bussum: de katholieken zijn guller dan de openbaren

Veel bibliotheken vragen hun leden om bij te dragen aan het stoken van de bibliotheekruimtes door een blokje hout of turf mee te nemen. In Bussum, waar dan een openbare én een katholieke bibliotheek is pakt dat verschillend uit. De brief van de openbare bibliotheek zit niet (meer) in het archief maar Greve schrijft er het volgende over:



Bij de katholieken pakte dat toch anders uit. Zij schrijven dat zij, nadat hun houtvoorraad gestolen was, dat zij ook hun leden vragen om een blokje hout.  In een mooie handgeschreven brief wordt er verslag van gedaan.


In het handschrift lees je dat opbrengst onverwacht hoog was en dat men zelfs iets overbleef voor de middaguren en de administratie. In Bussum kon je dus beter de katholieken vragen om een gunst dan de openbaren.

Ruim 100 brieven
Het Nationaal Archief digitaliseerde op mijn verzoek alle brieven. Mocht je dus benieuwd zijn naar de brieven van jouw bibliotheek, stuur me dan een berichtje. Ik stuur je ze graag toe. 

En één verhaal dat ook in dat archief zit, heb ik jullie nog niet verteld... En dat laat ik ook nog even zo. Dat wordt namelijk naar alle waarschijnlijkheid het verhaal dat zal leiden tot mijn derde boek. Nou, is dat een cliffhanger of niet?

En zo ontving Greve dus ruim 100 brieven van bibliotheken. Het Nationaal Archief bewaarde al die jaren de briefjes zorgvuldig. Alles bij elkaar geeft het een beeld van hoe er gesappeld werd in de hongerwinter in het westen van Nederland, hoe het zuiden al vrij was maar soms het gebouw weer kwijt raakte aan de geallieerden en hoe in het oosten en het noorden er wellicht iets meer eten was dan in het westen maar waar evacuees en ondergedoken leden extra aandacht vroegen. 

Kleine geschiedenissen die laten zien hoe een ieder door die lastige tijd probeerde te komen en tegelijkertijd de bibliotheek ook 'gewoon' open te houden.  Kleine geschiedenissen die eigenlijk laten zien hoe het echt was. 

vrijdag 1 september 2017

Bibliotheek op School anno 1916 en 'Bind uw kind aan huis!'


Moeten kinderen - en vooral jongens - nu vooral gaan buiten spelen of is dat allemaal onzin? Worden jongens slimmer van fikkie stoken? In mijn laatste blog voor mijn vakantie had ik het daarover.  Jongens presteren minder in het onderwijs en volgens de SIRE-spot komt dat door gebrek aan kampvuurtjes.  Hoezeer ik ook vind dat je in bomen moet klimmen en fikkie moet stoken: ik geloofde er niets van! Volgens mij ligt het aan iets heel anders. Met wat statistieken liet ik zien dat meisjes meer lezen dan jongens.  Daar zit het verschil! Meisjes zijn gewoon betere lezers! Jongens lezen gewoon minder. En wie minder leest, is minder vaardig in taal. Wie minder vaardig is in taal, is slechter op school.

Niks naar buiten dus met die jongens. Naar binnen! En op een op een stoel een boek lezen. Dat had even goed de strekking van het SIRE-spotje kunnen zijn.

Bovenstaande prent Openbare Bibliotheek in Den Haag van begin jaren '20 van de vorige eeuw zijn had daarbij wel behulpzaam kunnen zijn. Toch zullen veel bibliothecarissen de wenkbrauwen nog wel even fronsen: 'is dit de manier om kinderen aan het lezen te krijgen?'

De verderfelijke straat

Toch is er wel wat meer over te zeggen. In de jaren '20 van de vorige eeuw wilden ouders vooral 'NIET' dat hun kinderen zomaar buiten gingen spelen. 'Buiten' was waar je opgroeide voor galg en rad en waar je in aanraking kwam met het verkeerde.

Lianne Verstrate die promotie-onderzoek deed naar het ontwikkelingsproces van speelruimte in de
Nederlandse stad vertelt hierover:
'Het ‘kwetsbare kind’ vormde voor burgers en elite tussen 1900 en 1920 en later voor ouders, scholen, buurtverenigingen en arbeidersbeweging om speeltuinen op te richten. Het kind moest beschermd worden tegen de verderfelijke invloed van de straat en de kans hebben zich gezond in de buitenlucht te ontwikkelen tot goede burger. Dit kon het beste gebeuren in een omheinde omgeving met toezicht: de speeltuinverenigingen boden die ruimte.'
De leerplicht werd ingevoerd en was juist steeds meer oog voor het feit dat je kinderen opleiding moest bieden om ze tot goede en stabiele volwassenen op te laten groeien. En de leeszalen? Die waren er vooral voor volwassen....

Jeugdleeszalen in de kinderschoenen
Bovenstaande plaatje komt uit het boek 'Geschiedenis der leeszaalbeweging in Nederland' van H.E. Greve. Het werd in 1933 uitgegeven ter ere van het 25-jarig bestaan van de Centrale Vereniging (zeg maar de voorloper van de VOB). 

Ik citeer een paar paragrafen van Greve (p. 251-255):
'Hoewel dit instituut (de jeugdleeszaal MD) in ons land eerst omstreeks 1913-1914 aandacht begint te trekken - en b.v. Mej. A.C. Gebhard daarvan in haar op 2 mei 194 n de jaarvergadering der CV gehouden voordracht nog spreeks als van het "het nieuwtje waarop we zoo trotsch zijn", - deed dit jonge instituut toch reeds eenige jaren eerder zijn intrede in Nederland en wel te Amsterdam jaren vóór er een Amsterdamsche leeszaal bestond. Op 25 januari 1912 opende n.l. het Amsterdamsche Nutsdepartement in het oude Nutsgebouw het bekoorlijke zaaltje voor kinderen, die er jaren achtereen een schat van goede lektuur (vakboeken incluis) vonden. Er werden ook groote en kleine boekententoonstellingen gehouden, bibliotheekvoordrachten en boekbesprekingen: kortom het was een compleet groote-menschen-bedrijf in het klein en aanpassend aan de speciale behoeften en verlangens van kinderen.'

De eerste foto is van genoemde jeugdbibliotheek vermoed ik. De tweede van een Parbibliotheek in het Vondelpark dat ook door het Nut werd onderhouden (met dank aan Libririana)

Het bestuur van de Centrale Vereniging had nog wel bedenkingen in deze jaren.
'Aanvankelijk stond het CVbestuur tegenover deze jonge uitbotting der Leeszaal eenigszins afwijzend....Naast bedenkingen van financieelen aard bestonden er ook principieele. Men dient deze te bezien in verband met den, nog nauwelijks beëindigden, strijd tegen een oppositie, welke hare wapenen tegen de Leeszaal voor een deel leende uit den Schoolstrijd. Van leeszaalzijde had men gepareerd met de verwijzing naar het doel der Leeszaal: voor "volwassenen" lektuur te bieden. Het ministerieel voorschrift eperkte den werkkring tot personen boven 18 jaren en stelde de Leeszalen slechts voor jeugdige lezers tusschen het 15e en 18e jaren open op uitdrukkelijk verzoek van ouders of voogden.'
De rijkssubsidieregeling liet niet toe de je een jeugdbibliotheek begon. Wie wat wilde organiseren moest dus op zoek naar alternatieve middelen zoals de inzet van het Nut. Ook was er dus nog een principiële strijd over of er überhaupt wel een leeszaal moest zijn, laat staan een speciale voor de jeugd.

Bibliotheek op school in 1916 in Sneek

Interessant is om even verderop in het boek al te zien hoe de samenwerking met het basisonderwijs werd gezocht en gevonden. Inclusief een bijzondere financiering!
'In overeenstemming met dit standpunt (het ging erover dat je bestaande subsidie niet moest aanwenden voor de jeugd, MD) is de in 1916 door de Leeszaal te Sneek in het leven geroepen "Centrale Jeugdbibliotheek". Deze ging uit van het beginsel dat de Leeszaal zich bij de jeugdlektuurvoorziening in haar taak had te beperken tot de keue der boeken en tot het meer tenchnische gedeelte der uitleening. De eigenlijke uitleening gebeurde bij deze organisatie in de scholen, door tusschenkomst van den klasseonderwijzer, die de boeken uit de "Centrale Jeugdbibliotheek" betrok. De kosten werden aldus gedragen door de gemeentelijke subsidies voor schoolbibliotheken ingevolge de Lageronderwijswet.'
In Sneek werd de bibliotheek op school dus gewoon gefinancierd uit de onderwijsbegroting. Iets waar naar mijn mening nog steeds voor te pleiten is.

Jeugdbibliotheekwerk krijgt in het boek in 1933 vier pagina's van de 374 pagina's die het boek telt. Greve eindigt deze pagina's dan ook met:
'Wij zien dus allerlei werk in wording, dat een eigen Leeszaal-politiek ten opzichte van de kinder- en jeugdlektuur voorbereidt. Nog ontbreekt den Leeszalen de kracht om het kinderlektuurvraagstuk uit eigen gezichtspunt op te lossen. Maar de krachten zijn aanwezig.'  
Anno 2017
En hoe is dat honderd jaar later? De schoolvakanties zitter er overal weer op in Nederland. Honderden leesconsulenten zijn of gaan weer aan de slag. Ook dit schooljaar zullen er weer een flink aantal Bibliotheken op school worden geopend en vormt de jeugd de belangrijkste doelgroep voor de bibliotheek. Sla de monitor over 2016 - honderd jaar na Sneek - er nog maar eens op na.  Die Greve had het wel goed gezien: 'maar de krachten zijn aanwezig'.

Ik wens heel veel kinderen - en zeker ook de jongens - heel veel leeskilometers in dit schooljaar. Ontdek de verhalen die bij je passen, vind de boeken die bij jou horen. Die leeskilometers komen dan vanzelf.

En om te eindigen met de Haagse leespromotie van honderd jaar geleden:  Bind uw kind niet aan huis, bind het boek aan uw kind!